CConstaterende datReusel-De Mierden
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmabegroting 2022-2025.pdf

Gemeenteraad 9 november 2021, gemeente Reusel-De MierdenBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststellen Programmabegroting 2022-202540.076 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Programmabegroting 2022 – 2025

Datum 9 november 2021 Bezoekadres Gemeente Reusel-De Mierden Kerkplein 3 5541 KB Reusel Postadres Postbus 11 5540 AA Reusel Inlichtingen Telefoon 0497-650650 email: gemeente@reuseldemierden.nl

Corsa nr. 21.16755

Inhoudsopgave Aanbiedingsbrief ................................................................................................................................................ 2 Leeswijzer .......................................................................................................................................................... 4 1.

Coalitieprogramma en prioriteiten ............................................................................................................. 7

2.

Uitgangspunten en begrotingsbeeld 2022-2025 ..................................................................................... 13

Paragrafen 3.1. Bedrijfsvoering .......................................................................................................................................... 17 3.2 Lokale heffingen ....................................................................................................................................... 20 3.3 Weerstandsvermogen en risicobeheersing .............................................................................................. 24 3.4 Financiering .............................................................................................................................................. 32 3.5. Verbonden partijen ................................................................................................................................... 36 3.6 Onderhoud kapitaalgoederen ................................................................................................................... 46 3.7 Grondbeleid .............................................................................................................................................. 52 Programma's Programma 0. Bestuur en ondersteuning ........................................................................................................ 58 Programma 1.

Veiligheid ................................................................................................................................. 62 Programma 2. Verkeer en vervoer .................................................................................................................. 66 Programma 3. Economie ................................................................................................................................. 68 Programma 4. Onderwijs ................................................................................................................................. 70 Programma 5. Sport, cultuur en recreatie ....................................................................................................... 72 Programma 6. Sociaal Domein ........................................................................................................................ 74 Programma 7. Volksgezondheid en milieu ...................................................................................................... 78 Programma 8. Volkshuisvesting, Ruimtelijke ordening, stedelijke vernieuwing (VHROSV) ........................... 82 Bijlagen Bijlage 1. Verschillenanalyse (jaarschijf 2022) ................................................................................................ 88 Bijlage 2.

Nieuw beleid en vervangingsinvesteringen 2022-2025 ................................................................... 90 Bijlage 3. Geprognosticeerde balans ............................................................................................................. 100 Bijlage 4. Totaal van lasten en baten per programma + staat van incidentele baten en lasten .................... 102 Bijlage 5. Afkortingenlijst................................................................................................................................ 104

1

Aanbiedingsbrief Met de programmabegroting 2022-2025 leggen wij u de laatste programmabegroting voor uit deze raadsperiode. Dat nodigt uit tot een korte terugblik. Op het moment dat we dit schrijven, zijn we net een beetje een héél bijzondere periode achter ons aan het laten, althans dat hopen we allemaal van ganser harte. De coronapandemie heeft de hele wereld ongekend stevig in zijn greep gehad en de tekenen lijken nu zodanig te zijn dat er licht aan het eind van de tunnel zichtbaar is. Maar we beseffen terdege dat het allemaal nog heel kwetsbaar is. Corona heeft veel betekend in de samenleving. Allerlei verworvenheden, die altijd zo vanzelfsprekend leken, kwamen ineens in een ander daglicht te staan: beperkt familiebezoek, afstand houden, mondkapjesplicht, niet naar school mogen. Ingrijpende maatregelen, allemaal bedoeld om de pandemie zo snel mogelijk de kop in te drukken. En dat heeft langer geduurd dan we aan het begin van de pandemie dachten of hoopten. Mensen dragen op tal van manieren de gevolgen: dierbaren zijn overleden, mensen zijn ernstig ziek geweest, bedrijven worden bedreigd in hun voortbestaan enz. Wij leven mee met al die mensen die nu, maar ook de komende tijd de gevolgen van corona aan den lijve ondervinden. Met name in het laatste deel van deze bestuursperiode is veel aandacht uitgegaan naar de coronapandemie en alles wat daarmee te maken heeft.

Maar op tal van andere zaken hebben we de bijna voorbije raadsperiode zeker niet stil gezeten. Om maar enkele voorbeelden te noemen: - De Postelsedijk en de Turnhoutseweg zijn klaar. - AVR’69 heeft de beschikking gekregen over een nieuwe kunststof atletiekaccommodatie. - Het krediet voor de bouw van een nieuwe Kei in Reusel is beschikbaar gesteld. - Ter uitvoering van het GVVP zijn routes (zoals Hoolstraat en De Baan) geschikt gemaakt voor zwaar verkeer om dat verkeer zoveel mogelijk uit de kernen te weren. - De Leijenstraat in Reusel is ingericht als fietsstraat en de besluitvorming over een vrij liggend fietspad langs de Sleutelstraat/Weijereind is afgerond. - We hebben een Kempisch sport- en beweegakkoord gesloten. - Besluiten zijn genomen voor de plaatsing van 11 windmolens en zoekgebieden aangewezen voor zonne-energie. - Zodanige positieve structurele begrotingssaldi dat we onder de gebruikelijke provinciale toezichtsvorm vallen. Bij een begroting ligt de nadruk natuurlijk op vooruit kijken. Wat willen we met z’n allen en welke middelen kunnen we inzetten om dat te bereiken? Daarvoor zijn gemeenten voor een belangrijk deel afhankelijk van middelen, welke onder meer vanuit het Gemeentefonds door het Rijk aan gemeenten worden verstrekt.

Na de Tweede Kamer verkiezingen van 2021 is de vorming van een nieuwe regering echter nog niet gelukt (ten tijde van het schrijven van deze begroting), zodat op dat vlak de onzekerheden groot zijn. Zaken met een grote impact moeten veelal wachten op besluitvorming door een nieuw Kabinet. Zonder af te doen aan het belang van andere onderwerpen, is voor gemeenten de herverdeling van het Gemeentefonds -gepland ingaan 2023- een belangrijk onderwerp. Volgens de laatste gegevens zal onze gemeente weliswaar gefaseerd, maar uiteindelijk toch zo’n € 650.000,- minder gaan ontvangen van het Rijk. Wij hebben met deze herverdeling rekening gehouden in de voorliggende begroting. Mede daardoor is het structurele begrotingsbeeld niet voor alle jaren positief. De voorliggende begroting geeft het volgende beeld: Bedragen in €

Structureel saldo Incidenteel saldo TOTAAL SALDO

2022 877.000 -/- 606.000 271.000

2023 271.000 -/- 187.000 84.000

2024 -/- 52.000 -/- 148.000 -/- 200.000

2025 -/- 213.000 -/- 141.000 -/- 354.000

Tegelijkertijd hebben we via de lijst nieuw beleid en vervangingsinvesteringen een heel scala aan voornemens om nieuwe voorzieningen te realiseren ten behoeve van onze inwoners, bedrijven en bezoekers, om adequate invulling te geven aan nieuwe wetgeving en om de organisatie af te stemmen op de wensen en eisen van vandaag. Kortom: we hebben nog genoeg te doen en gaan dat zoveel mogelijk samen met onze inwoners en andere partners aanpakken. Want sámen bereiken we de best mogelijke resultaten.

2

Als de coronapandemie ons verder niet meer dwars gaat c.q. blijft liggen, dan zijn er belangrijke randvoorwaarden ingevuld om samen de schouders te zetten onder een fijne toekomst.

Burgemeester en wethouders van Reusel-De Mierden, de secretaris, de burgemeester, R.P.B.M. Brekelmans. Mw. A. van de Ven.

3

Leeswijzer In hoofdstuk 1, coalitieprogramma en prioriteiten, wordt vooral ingegaan op zaken die vanuit het coalitieprogramma 2018-2022 ‘De blik naar buiten’ op de voorgrond staan en naar andere relevante zaken die van belang zijn in relatie tot de prioriteiten die in deze begroting hun beslag hebben gekregen. In hoofdstuk 2 worden de uitgangspunten voor de voorliggende programmabegroting weergegeven. De uitgangspunten worden met een korte opsomming aangehaald. Ook het meerjarenbegrotingsbeeld vindt u in dit hoofdstuk. Hoofstuk 3 bevat de paragrafen. De gemeente dient op basis van het Bbv (Besluit begroting en verantwoording) 7 verplichte paragrafen op te nemen in de begroting. In de paragrafen wordt als een soort van dwarsdoorsnede over alle programma’s heen informatie gegeven op een aantal belangrijke thema’s. De programma’s komen in hoofdstuk 4 aan bod. Een programma is een geheel van activiteiten om beoogde maatschappelijke effecten te bereiken. In een programma is dus een bepaalde samenhang tussen de activiteiten aanwezig. In onze gemeente is ervoor gekozen om de programma-indeling gelijk te laten zijn aan de wettelijk voorgeschreven indeling in taakvelden. De programmabegroting bestaat uit 9 programma’s, die in onze situatie overeenkomt met de taakvelden die vanuit het Bbv zijn voorgeschreven.

Ieder programma is onderverdeeld in producten en heeft een vaste indeling, waarin het volgende is opgenomen: • Ambitie: Hier is een korte samenvatting opgenomen van wat de ambitie op het betreffende product is. • Maatschappelijk resultaat: Hier wordt kort aangegeven welke maatschappelijke effecten we verwachten van ons handelen. In wezen is dit een nadere specificatie van de ambitie. • Inspanning 2022: De verwachte inspanningen die we in 2022 gepland hebben om de gestelde ambitie c.q. het maatschappelijke resultaat te bereiken (of daar naar toe te groeien). Bij de bovenstaande onderwerpen moet bedacht worden dat het reguliere werk niet in deze beschrijvingen is meegenomen. Er zijn dus bijvoorbeeld geen omschrijvingen opgenomen dat we paspoorten of omgevingsvergunningen af willen geven, want dat is regulier werk. •

•

•

Beleidsindicatoren: Per programma is een aantal verplichte beleidsindicatoren opgenomen. Voor de indicatoren wordt een beroep gedaan op bestaande cijfers, veelal vanuit de site waarstaatjegemeente.nl. Die indicatoren zijn niet altijd even actueel en daarom is het jaar vermeld waarop de indicator betrekking heeft. Indien een indicator niet beschikbaar is, wordt dit aangegeven met ‘gegevens niet beschikbaar’. Naast de verplichte indicatoren voor Reusel-De Mierden zijn de vergelijkende gemiddelde indicatoren voor gemeenten tot 25.000 inwoners uit heel Nederland vermeld. Wij wijzen erop dat een eenvoudige vergelijking tussen gemeentelijke cijfers en de landelijke gemiddelden vaak lastig zal zijn omdat verschillende gemeenten anders in elkaar steken. Over het niet beschikbaar zijn van recente indicatoren hebben wij vragen gesteld aan de VNG. We zijn nog in afwachting van een reactie daarop. Wat mag het kosten? Hier worden de kosten van het programma weergegeven in twee verschillende overzichten. Het eerste overzicht is op basis van de producten waaruit het programma bestaat. Het tweede overzicht is op basis van de kostensoorten die het programma bevat. Overzicht per kostensoort: Hierin zijn de programmakosten uitgesplitst naar kostensoorten.

Middels bijlagen worden enkele aspecten nog nader uitgediept of toegelicht. Een van de belangrijkste bijlagen is ongetwijfeld de bijlage ‘Nieuw beleid en vervangingsinvesteringen’. De begroting gaat uit van bestaand beleid en in de ‘lijst nieuw beleid en vervangingsinvesteringen’ brengen we de consequenties in beeld van nieuwe beleidsvoornemens. Nieuw beleid kan noodzakelijk zijn vanuit Rijksbeleid, maar kan ook ingestoken worden vanuit prioriteiten of wensen vanuit de raad. Op de lijst nieuw beleid staan ook de vervangingsinvesteringen vermeld. Ofschoon vervanging van afgeschreven activa geen nieuw beleid is, brengen we ze toch op deze lijst in beeld omdat het vervangingsmoment vaak een goed moment is om na te denken of doelstellingen wellicht op een andere wijze beter zouden kunnen worden gerealiseerd.

4

De geprognosticeerde balans en het totaaloverzicht van baten en lasten met staat van incidentele baten en lasten zijn voorgeschreven bijlagen. Aanvullend is een overzicht van baten en lasten per kostensoort als bijlage opgenomen alsmede een afkortingenlijst.

5

6

1. Coalitieprogramma en prioriteiten 1.1. Coalitieprogramma 2018-2022: ‘De blik naar buiten’ Na de raadsverkiezingen van maart 2018 is een coalitie gevormd tussen de partijen Samenwerking ReuselDe Mierden en VVD. De afspraken in en uitgangspunten onder het coalitieakkoord zijn vastgelegd in het coalitieprogramma 2018-2022, dat de titel ‘De blik naar buiten’ heeft meegekregen. Leefbaarheid en welzijn van de gemeenschap zijn in belangrijke mate afhankelijk van de eigen verantwoordelijkheid van inwoners. In onze dorpsgemeenschappen zit echter zoveel kracht en vitaliteit dat daarmee op een positieve wijze bijgedragen kan worden aan het proces dat leidt tot het nemen van meer eigen verantwoordelijkheid. Die ontwikkeling betekent echter ook dat het gemeentebestuur en de ambtelijke organisatie samen met de inwoners op zoek moeten naar oplossingen die ruimte geven aan wensen en verantwoordelijkheden van inwoners, bedrijven en verenigingen. Samen Doen blijft dus een belangrijk element in ons handelen.

De belangrijkste actuele doelstellingen en rode draden in dit coalitieprogramma zijn: • de dienstverlening verbeteren door op een duidelijke manier met onze inwoners en ondernemers te communiceren; • het ‘Samen Doen’ verder vorm geven door een proactieve houding aan te nemen naar initiatieven van inwoners en ondernemers; • toewerken -met daar waar nodig maatwerk- naar een duurzame agrarische sector, die positief bijdraagt aan de leefbaarheid en gezondheid van onze omgeving en waarbij belangen van ondernemers en inwoners met elkaar in balans worden gebracht. Bij dit alles moeten we ons realiseren dat niet alles in één keer kan en dat we prioriteiten zullen moeten stellen. Wij vinden het eveneens belangrijk om reëel te begroten en niet meer geld uit te geven dan er binnen komt. Een sluitende begroting is dan ook het uitgangspunt, hetgeen eveneens zal noodzaken tot het stellen van prioriteiten. De realiteit leert ons dat externe ontwikkelingen, waarop wij geen of nauwelijks invloed hebben, behoorlijk belemmerend kunnen werken. De huidige coronacrisis en de boven ons hoofd hangende herverdeling van het gemeentefonds zijn daar voorbeelden van. Met de blik naar buiten gericht, durven wij in samenwerking met inwoners, bedrijven, verenigingen en andere maatschappelijke partners én in samenwerking met de raad de uitdagingen aan.

We hebben daarbij de overtuiging dat iedereen de wil heeft zich in te zetten ten behoeve van een gemeente en dorpsgemeenschappen waarin het fijn is om te wonen, te werken en te recreëren. Een gemeente waarop we met z’n allen trots willen zijn en blijven! 1.2. Prioriteiten 2022 Tijdens de behandeling van de Perspectiefnota 2022-2025 in de gemeenteraad zijn door diverse fracties onderwerpen/speerpunten benoemd die ze graag in de begroting nader uitgewerkt willen zien. Hieronder worden de onderwerpen nader toegelicht en vindt u een verwijzing naar de desbetreffende paragraaf of programma. ▪ Aandacht voor verbonden partijen / grip op bijdragen Voor zover er specifieke aandachtspunten zijn met betrekking tot de verbonden partijen zijn die in de paragraaf verbonden partijen benoemd. Het krijgen c.q. houden van grip op de kosten van verbonden partijen is een continu aandachtspunt, dat niet alleen zijn beslag moet krijgen via de zienswijzetrajecten over begrotingen van die partijen. Taken en ambities die de deelnemende gemeenten beleggen bij verbonden partijen zijn van invloed op het kostenniveau. ▪ Invulling geven aan uitbreidingslocaties woningbouw De gemeente staat voor een woningbouwopgave. Naast inbreidingslocaties binnen de kernen gaan we ook op zoek naar (nieuwe) geschikte uitbreidingslocaties voor grotere woningbouwprojecten om aan de woningbehoefte te kunnen voldoen.

Voor de uitvoering wordt in nieuw beleid 2022 budget gevraagd. ▪ Digitaliseren van vergunningsvragen en inzichtelijk maken van procedures Via de gemeentelijke website worden steeds meer mogelijkheden geboden tot digitale aanvragen. Ook de nieuwe Omgevingswet die naar verwachting in juli 2022 in werking treedt, heeft digitalisering als uitgangspunt.

7

▪

Extra aandacht toegankelijkheid gemeentehuis (o.a. Digi-toegankelijkheid, extra openingstijden van het gemeentehuis, meer en betere communicatie en het meer en beter betrekken van onze inwoners, is een absolute noodzaak De toegankelijkheid van de gemeentelijke website heeft de afgelopen jaren veel aandacht gekregen en heeft zich vertaald in een nieuwe website. De wijze waarop we communiceren en het betrekken van onze inwoners bij hetgeen we als gemeente doen en plannen is een punt van continue aandacht. ▪ Inzet externe bureaus voor beleidsplannen (alleen indien echt niet anders kan) Wij verwijzen graag naar diverse items in het voorgestelde nieuw beleid in deze begroting, onder meer gericht op het toekomstgericht maken van afdelingen. Dat zal zich moeten vertalen in minder inhuur, waardoor met de beschikbare middelen meer kan worden bereikt. Voor specifieke expertise zullen wij externe bureaus nodig blijven hebben. ▪ Verkeersveiligheid en weren van zwaar verkeer uit de kernen Zie programma 2. Via de GVVP-maatregelen is hier aandacht voor en is al een aantal trajecten onder handen genomen. ▪ Afwikkeling Reusel-Zuid Een voorstel ten aanzien van Sleutelstraat-Weijereind zal zeer binnenkort aan de raad worden voorgelegd.

▪ Mobiliteit in het buitengebied Er wordt een plan van aanpak gepresenteerd aan de commissie ruimte met betrekking tot een kwaliteitsimpuls van de wandel- en fietsroutes (naar aanleiding van de motie recreatieve routes). Na deze presentatie zal nader bezien moet worden hoe de uitkomsten van het plan van aanpak in uitvoering kunnen worden gebracht. ▪

Economie: wat leveren de volgende projecten onze gemeente op? Uitvoeringsprogramma VTE, Kempenmanifest Slimme Maakregio, Bijdrage huis van de Brabantse Kempen, Kempische detailhandelvisie en subsidie Kies Kempische Bedrijven. Uitvoeringsprogramma VTE / Visie VTE: Hier volgen enkele voorbeelden van wat de bijdrage aan het Uitvoeringsprogramma VTE (en onderliggende visie VTE) heeft opgeleverd: - Innovatieve fietsroute: Deze fietsbeleving draagt bij aan de aantrekkelijkheid van het buitengebied en gezien het unieke concept zorgt het ervoor dat we als Kempengemeenten toeristisch op de kaart worden gezet. Het “kronkelconcept” helpt bewoners en bezoekers hun hoofd even leeg te maken (ontspanning) of zorgt voor een leuke beleving /een afwisselende route (vermaak). - Product-markt-combinatie (PMC): Deze fietsbeleving met het thema “smokkelen” draagt tevens bij aan de aantrekkelijkheid van het buitengebied. Daarnaast heeft de PMC als doel meer bezoekers aan te trekken en ondernemers een concept te bieden (“Smokkelaar De Witte Vos”) om op in te springen. Door gezamenlijke branding van de “Spannende verhalen in de Kempen” kunnen de routes meer bekendheid genereren. In het nieuwe uitvoeringsprogramma is de wens om meer PMC’s te starten, om bijv. ook de (innovatieve) agrarische bedrijven onder de aandacht te brengen.

De eerste fietsroute die in dit kader was ontwikkeld (Zwarte Kaat in Bladel) blijkt zowel voor bezoekers als voor ondernemers een succes te zijn. - Meertalige regionale website: Middels een nieuwe meertalige lokale website en aansluiting op een regioplatform, wordt het recreatieve aanbod (voorzieningen en evenementen) thematisch onder de aandacht gebracht voor bezoekers van binnen en buiten de eigen gemeente. - Sterke lokale organisatie: Momenteel vindt er een herstructurering plaats van onze TIP-organisatie, in samenwerking met de gemeente Bladel. Er komt een nieuw bestuur en een nieuwe wijze van samenwerken. Deze beoogt inwoners en bezoekers zo goed mogelijk van informatie te voorzien over alle VTE-mogelijkheden die de gemeente biedt en hierin goed samen te werken met de ondernemers. - De geactualiseerde visie verblijfs- en dagrecreatie: De visie zorgt voor uitgangspunten en doelstellingen voor toeristisch-recreatieve ontwikkelingen in de Kempen en een geactualiseerd afwegingskader waarmee richting wordt gegeven aan nieuwe ontwikkelingen en/ of uitbreidingen. Daarbij wordt gekeken naar de toegevoegde waarde van initiatieven op de leefomgeving van bewoners van de gemeente en wordt rekening gehouden met de kwetsbaarheid van (natuur)gebieden. Daarnaast faciliteert de visie een gemakkelijker ambtelijk (interdisciplinair) advies met betrekking tot principeverzoeken.

Dit is nodig voor een toekomstbestendig aanbod van dag- en verblijfsrecreatie en beoordeling van verzoeken.

8

De samenwerking op al deze projecten met de andere Kempengemeenten zorgt voor een efficiënte werkverdeling en samenbundeling van krachten (bezoekers komen naar een regio, in plaats van naar één gemeente). De vrijetijdseconomie is van groot belang voor de leefbaarheid van onze gemeente. De vrijetijdseconomie creëert werkgelegenheid en economische bedrijvigheid, ze versterkt het vestigingsklimaat en zorgt voor innovatie en creativiteit. Bovendien bepaalt het aanbod in deze sector voor een belangrijk deel de aantrekkelijkheid van de gemeente, zowel voor inwoners als voor toeristen, bedrijven en arbeids- en kennismigranten. Om deze redenen is een inzet op de vrijetijdseconomie nodig. De coronacrisis onderstreept het belang van de vrijetijdseconomie voor de levendigheid, leefbaarheid en aantrekkelijkheid van de gemeente nog extra. Kempische detailhandelsvisie: Geven we (beperkt) budget uit om de leegstand te monitoren en voor onderbouwing van de supermarktontwikkelingen. Huis van de Brabantse Kempen en Kies Kempische Bedrijven: Het Huis van de Brabantse Kempen is een multi-helix netwerk- en projectorganisatie van de Brabantse Kempen sub-regio waarin overheid, onderwijs en ondernemers intensief samenwerken om de regio aantrekkelijk te houden om in te wonen, te werken en te recreëren.

Stichting Het Huis van de Brabantse Kempen is het uitvoeringsorgaan van het Streekplatform de Brabantse Kempen. Het huis van de Brabantse Kempen houdt zich bezig met de vitaliteit van de Kempen. Dan gaat het over de maakindustrie, die kenmerkend en bepalend is voor de Kempen, maar ook over de landbouw. De vragen die we onszelf stellen zijn: Hoe kan De Kempen nog beter inspelen op de economische en maatschappelijke transitie van het platteland; kringlooplandbouw, klimaatverandering en nieuwe stad-land relaties? We hebben samen al een mooi projectportfolio. We bundelen de projecten zodat er focus zit op de uitvoering de speerpunten voor onze regio. Maar er gaat veel meer nodig zijn. Door nieuwe projecten te ontwikkelen in samenwerking met onze partners willen we de Kempen nog steviger op de kaart zetten als dé slimme maakregio in Metropoolregio Brainport Eindhoven – van nature juist ook in het groene domein. Kempenmanifest Slimme Maakregio In de Kempen zijn honderden maakbedrijven gevestigd. De drie sterkst vertegenwoordigde sectoren in de maakindustrie in de Kempen zijn hightech metaal, hightech machines en bedrijven die leveren aan de voedselproductiesector. De maakindustrie gaat een nieuw tijdperk in en verandert radicaal door de introductie van nieuwe technologieën en verdere digitalisering. Hierdoor komen de Kempische ondernemers voor nieuwe uitdagingen te staan.

Het vinden van goed geschoold personeel is daar een belangrijke onderdeel van. De gemeenten Bergeijk, Bladel, Eersel en Reusel-De Mierden, het Kempisch Ondernemers Platform, KempenPlus, het Pius X-College, het Rythovius College en Brainport Development Eindhoven werken samen in projecten om de slimme maakregio van de Kempen nog slimmer te maken. Zo werken zij samen om talent voor de regio te vinden, te boeien en te ontwikkelen. Samen stimuleren zij de ontwikkeling van meer verscheidenheid binnen de slimme maakindustrie en werken zij samen aan de bereikbaarheid van de regio. De partners creëren samen een ‘inclusieve’ arbeidsmarkt door het verhogen van de arbeidsparticipatie en het verbeteren van de aansluiting van arbeidspotentieel. De samenwerkingspartners zijn vertegenwoordigd in de programmaraad Slimme Maakregio de Kempen. ▪ Glasvezel in alle kernen De ambitie voor snel internet en een goede dekking voor mobiele telefoons bestaat. Het is aan de marktpartijen om hiervoor een haalbare businesscase te maken. In 2022 proberen we een convenant te sluiten met één of meerdere partijen ter bevordering van de aanleg van snel internet. Het verzorgen van een goede mobiele dekking van mobiele telefoons ligt bij de netproviders. Inmiddels zijn er de eerste principeverzoeken van Ziggo-Vodafone en KPN binnen gekomen voor het uitbreiden van het netwerk.

Indien zij de omgevingsprocedure goed doorlopen kunnen er in 2022/2023 extra zendmasten geplaatst worden. ▪ Onderhoud Clemensschool Samen met de onderwijsstichting zetten we ons in om de Clemensschool in Hulsel te behouden en samen te werken aan een plan om dit te realiseren. In 2021 hebben de voorbereidende gesprekken plaatsgevonden en aan het eind van dit betreffende jaar wordt de nieuwe verordening vastgesteld. Uiterlijk begin februari 2022 dient de onderwijsstichting de aanvraag voor een scholenvoorziening in te dienen. Het college neemt deze aanvraag in behandeling en in samenwerking met de onderwijsstichting gaat zij zich actief inzetten voor de verbetering van de nieuwe Clemensschool, conform de in de verordening gestelde termijnen en procedures.

9

Het gebouw van de Clemensschool heeft het einde van haar levensduur bereikt en dient op korte termijn te worden gerenoveerd of vervangen. De verwachting is dat eind 2021 - begin 2022 de eerste stappen gezet zullen gaan worden om te komen tot een verbeterde Clemensschool. In welke vorm dat zal zijn is nog niet bekend. De kans is dan ook aanwezig dat dit voor 2022 financiële consequenties als gevolg zal hebben, echter is de hoogte van deze consequenties op dit moment nog niet te voorspellen. ▪ Openbaar groen: zowel dorpskernen als buitengebied Door de vaststelling van een nieuw beleidsplan openbaar groen zullen de ambities voor het groen binnen en buiten de bebouwde kom opnieuw worden vastgelegd. ▪ Vergroenen van wijken Zie Openbaar groen. ▪ Grip op Sociaal Domein: is er nog grip op te krijgen? Het sociaal domein wordt gekenmerkt door open eind regelingen: als iemand een voorziening of uitkering nodig heeft, dan is dat een recht. De lasten zijn dus afhankelijk van de vraag. Bovendien gelden voor diverse zorgvormen regels die adequate vergoedingsbedragen voorschrijven. Door dit alles zijn lasten moeilijk te beïnvloeden. Daarom ligt de nadruk vooral op preventieve maatregelen, die op termijn moeten leiden tot een afname van de vraag en daarmee een afname van de kosten. Dat vergt continue aandacht. ▪

Projecten in het Sociaal domein, zoals sociaal makelaar e.d. (inzichtelijk maken wat nut en meerwaarde is van deze projecten). Zie hetgeen hierover is geschreven in programma 6 (onderdeel 6.1). ▪

Handhaving door de ODZOB. Reden hiervoor is het juridiseren van het omgevingsrecht waardoor veel geld in onwerkbare regels wordt gestoken. Handhaving is niet altijd een keuze. Als er handhavingsverzoeken binnenkomen, dan is er een beginselplicht tot handhaving. En daarvoor is bij milieuvraagstukken vaak de expertise van de ODZOB nodig. De regels op basis waarvan handhaving wordt verzocht, zijn vaak regels waarop gemeenten geen of slechts in beperkte mate invloed kunnen uitoefenen. Wij verwijzen verder naar hetgeen hierover opgenomen is onder Nieuw Beleid.

10

11

12

2. Uitgangspunten en begrotingsbeeld 2022-2025 2.1. Uitgangspunten In deze paragraaf staan de uitgangspunten, die bij de samenstelling van de begroting 2022-2025 zijn gehanteerd. Vanzelfsprekend sluiten deze zoveel mogelijk aan bij de uitgangspunten, zoals die in de Perspectiefnota zijn vastgesteld. Wij volstaan hier met een korte opsomming: 1. Bestaand beleid uit de begroting 2021-2024 inclusief inflatie Het vertrekpunt voor het opstellen van de begroting wordt gevormd door ongewijzigd beleid zoals opgenomen in de begroting 2021-2024. Bij het opstellen van de begroting wordt rekening gehouden met prijsontwikkelingen (inflatie). De meicirculaire houdt inflatiecijfers aan voor de berekening van de hoogte van de algemene uitkering. Het is dan ook voor de hand liggend om in de meerjarenbegroting dezelfde percentages te hanteren. In de meicirculaire is de inflatie 1,6% voor materiële zaken, 1,4% voor overheid en 1,5% voor lonen. 2. Personeelsbudget In de begroting 2022-2025 vormt het bestaande personeelsbudget op basis van de huidige formatieomvang het uitgangspunt voor de raming van de personeelsbudgetten in de komende jaren (exclusief nieuw beleid). De loonkostenontwikkeling op basis van de CAR/UWO zal gevolgd moeten worden. Tevens zijn de algemene salariskostenontwikkelingen van invloed op de personeelskosten.

Bij de meerjarige berekeningen van de loonkosten gaan wij uit van het stijgingspercentage zoals is opgenomen in de meicirculaire 2020. 3. Rente A. Omslagrente (= rente die aan taakvelden toegerekend wordt) De omslagrente dient te worden berekend aan de hand van de geraamde rentelasten en de geraamde boekwaarden van investeringen, afgerond op een veelvoud van 0,5%. Wij gaan uit van 0,5%. Dat is hetzelfde percentage als in 2021. Omdat we als gemeente per saldo nog steeds rentelasten hebben, zal het omslagpercentage altijd hoger zijn dan 0 en dus afgerond worden op 0,5%. B. Rente toe te rekenen aan alléén de grondexploitatie In onze gemeente is de grondexploitatie (net als alle andere activa) gefinancierd door een mix van vreemd vermogen (geldleningen) en eigen vermogen (reserves). Echter, aan de grondexploitatie mag op basis van het Bbv (Besluit begroting en verantwoording) géén rente worden toegerekend over het eigen vermogen. Dit betekent dat op de gemiddelde rente, zoals die hiervoor bij A. is berekend, nog een correctie moet worden toegepast naar rato van de verhouding eigen vermogen (reserves) en vreemd vermogen (geldleningen) van de gemeente. In de calculaties die begin dit jaar zijn opgesteld, is gerekend met een percentage van 0,37. 4. Algemene uitkering In de begroting 2022-2025 is de algemene uitkering opgenomen worden op basis van de septembercirculaire.

Ten aanzien van de extra toegezegde middelen voor jeugdzorg -als uitvloeisel van een landelijke arbitragezaak, waaruit is komen vast te staan dat het Rijk te weinig geld beschikbaar heeft gestelde voor de jeugdzorgtaken- zijn de middelen voor 2022 opgenomen in de septembercirculaire. De gezamenlijke provincies hebben bepaald dat voor de jaren ná 2022 deze inkomsten voor 75% structureel mogen worden geraamd, ondanks het feit dat een nieuw kabinet hierover formeel nog moet besluiten. Wij hebben dit standpunt gevolgd en de inkomsten conform die regel geraamd. Verder zijn recent nieuwe gegevens ontvangen over de mogelijke effecten van de komende herverdeling van het gemeentefonds. Daaruit blijkt dat onze gemeente nadeelgemeente zal zijn. Wij hebben die effecten als stelpost geraamd in de voorliggende begroting (negatieve correctie op de algemene uitkering ad € 200.000,in 2023, € 400.000,- in 2024 en € 600.000,- in 2025. 5. Belastingen en heffingen Ten aanzien van de afvalstoffenheffing en de rioolheffing wordt een kostendekkende tariefstelling aangehouden, waarbij voor de rioolheffing het in december 2016 vastgestelde VGRP (Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan) 2017-2021 als basis wordt genomen voor de lasten en voor de tariefstijgingen. De werking van het VGRP zal ook voor 2022 voorgezet worden. Verschillen worden geëgaliseerd via de egalisatiereserve riolering.

Voor de OZB-opbrengst gaan wij in de komende begrotingsperiode vooralsnog uit van uitsluitend een correctie met het inflatiepercentage (naar huidige inschatting 1,4%).

13

Behalve de inflatieaanpassing vindt zoals altijd aanpassing plaats op basis van de waardeontwikkeling. Om te kunnen komen tot een gelijkblijvende opbrengst zal bij dalende waardes sprake zijn van hogere tarieven en bij stijgende waardes zal sprake zijn van een daling van de tarieven. Toeristenbelasting Het tarief voor de Toeristenbelasting bedraagt in de gemeente Reusel-De Mierden in 2021 € 1,60 per overnachting. Voor 2022 gaan wij uit van inflatiecorrectie met 1,4%. Woonforensenbelasting Ook voor de Woonforensenbelasting gaan wij uit van een inflatiecorrectie van 1,4%. Leges Voor de leges geldt het uitgangspunt van kostendekkendheid. Winst maken op samenhangende groepen van leges is niet toegestaan. Vooralsnog wordt alleen gerekend met inflatiecorrectie (1,4%), maar vanuit het uitgangspunt van kostendekkendheid kunnen sommige tarieven tot andere uitkomsten leiden, omdat dan ook indexeringen van salarissen moeten worden meegenomen. 6. Basisgegevens Voor de aantallen inwoners en woningen vormen de werkelijke aantallen per 1 januari 2021 het uitgangspunt. Ramingen voor aantallen inwoners en woningen worden gebaseerd op globale inschattingen vanuit ervaringsgegevens. Bovendien wordt voor iedere begrotingscyclus de uitgangssituatie bepaald op de laatst bekende werkelijke aantallen.

Er wordt voor het aantal woningen niet gekeken naar bijvoorbeeld concrete woningbouwplannen en de status van die plannen. De financiële impact van dit soort relatief geringe inschattingsafwijkingen zijn dermate klein, dat het niet lonend is om veel tijd te steken in een verdere nauwkeurigheid van de schattingen. 2.2. Methodiek De meerjarenbegroting wordt op basis van lopende prijzen vastgesteld. Dit wil zeggen dat in de verschillende jaren de verwachte inflatie, loonontwikkelingen en inkomensmutaties verwerkt zijn. Resultaat is een begroting die een reëler inzicht in het meerjarenperspectief geeft. De begroting maakt onderscheid tussen structurele en incidentele middelen. Structurele middelen zijn jaarlijks terugkerende middelen. Incidentele middelen zijn eenmalig of voor een beperkt aantal jaren terugkerende middelen en welke naar hun aard in elk geval een zeker eindmoment hebben. Om het huishoudboekje van de gemeente gezond te houden is het van belang om de jaarlijks terugkerende lasten te kunnen betalen uit de jaarlijks terugkerende inkomsten. Dat heet dan een structureel en reëel sluitende begroting. Omdat veel gemeenten creatief waren in de duiden van lasten als incidentele lasten, hebben de gezamenlijke provincies de regels wat dat betreft aangescherpt. Uitgangspunt blijft dat structureel de regel is en incidenteel de uitzondering.

Verder is vooral de aard van de last (of baat) bepalend voor de vraag of sprake is van incidenteel of structureel. Als tweede uitgangspunt is ook de looptijd van de last (of baat) van belang. In zijn algemeenheid geldt dat een langere looptijd eerder aanleiding geeft om een last of baat als structureel te moeten beschouwen. Het stuk van de gezamenlijke provincies is voorzien van tal van voorbeelden, die de regels verder duiden. 2.3. Begrotingsbeeld De meerjarenbegroting laat het volgende begrotingsbeeld zien (inclusief nieuw beleid en de verwachte effecten van de herverdeling van het gemeentefonds). Bedragen in €

Structureel saldo Incidenteel saldo TOTAAL SALDO

2022 877.000 -/- 606.000 271.000

2023 271.000 -/- 187.000 84.000

2024 -/- 52.000 -/- 148.000 -/- 200.000

2025 -/- 213.000 -/- 141.000 -/- 354.000

Voor een verklaring van de verschillen verwijzen wij naar de analyse daarvan in bijlage 1 van deze programmabegroting. In bijlage 4 is een overzicht van baten en lasten per programma opgenomen alsmede een nadere toelichting bij het incidentele saldo.

14

15

16

3.1. Bedrijfsvoering 3.1.1. Inleiding De afdeling Bedrijfsvoering heeft een belangrijke rol in het ontzorgen van de organisatie in de realisatie van de beleidsdoelen van de gemeente. Het ondersteunt de primaire processen, dienstverlening aan burgers en beleids- en bestuurlijke processen. Wij streven naar een bedrijfsvoering die zodanig is ingericht, dat de uitvoering van de programmabegroting door de ambtelijke organisatie op een zo efficiënt mogelijke wijze kan gebeuren. In deze paragraaf geven we inzicht in de belangrijkste ontwikkelingen en ambities in 2022 op het gebied van bedrijfsvoering. De belangrijkste ambities vanuit de raad en het college met betrekking tot de bedrijfsvoering zijn: • Vergroten van de bestuurskracht; • Samen Doen is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van inwoners, gemeenteraad, college en ambtelijke organisatie; • Verbeteren van de communicatie; • Adequate en zorgvuldige dienstverlening; • Financiële huishouding gemeente op orde. 3.1.2. Vergroten van de bestuurskracht Als kleine gemeente is de zeggenschap in de regio, richting provincie, het rijk en ook internationaal beperkt. Daarom is het voor Reusel-De Mierden belangrijk om continue de samenwerking met anderen op te zoeken om haar doelen te bereiken en onze inwoners beter te vertegenwoordigen in de regio, richting de provincie, het rijk en internationaal.

Dit doen we door kansen te benutten van (internationale) samenwerking met aangrenzende gemeenten. Binnen de Kempen doen we dit via het traject ‘Opnieuw Verbinden’ waarbij we onze Kempensamenwerking toekomstbestendig inrichten en gaan we verder invulling geven aan de Strategische Kempenagenda. Internationaal blijven we deelnemen aan Benego (Belgisch Nederlands grensoverleg). Daarnaast werken we zoveel mogelijk samen op gebieden waar dit de kwaliteit van de dienstverlening aan onze inwoners ten goede komt, gebaseerd op drie pijlers: kwaliteit, efficiency en het voorkomen van kwetsbaarheid. 3.1.3. Samen Doen is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van inwoners, gemeenteraad, college en ambtelijke organisatie Samen Doen is steeds meer een begrip binnen onze manier van werken. Voor veel van onze medewerkers is het onderdeel van hun dagelijks werk geworden. Samen met onze inwoners hebben we al veel projecten op kunnen pakken. De coronatijd heeft het lastiger gemaakt om inwoners op een goede manier te bereiken en te betrekken. We proberen dit wel digitaal maar daarmee behalen we niet altijd het gewenste resultaat. Ook hierin proberen we te zoeken naar mogelijkheden en kansen om dit toch op een goede manier te blijven doen. Doorontwikkeling van Samen Doen blijft belangrijk om nog beter te kunnen voorzien in wat onze inwoners van ons nodig hebben.

Tot slot gaan we in 2022 een gemeentemagazine uitgeven om nog meer zichtbaarheid te geven aan Samen Doen. 3.1.4. Verbeteren van de communicatie We gebruiken zowel analoge als digitale communicatiemiddelen om onze doelgroepen op maat te kunnen voorzien van informatie. In 2022 blijft er extra aandacht voor de Digi-toegankelijkheid van onze website. Zo kunnen ook inwoners met een beperking op een goede manier van onze digitale kanalen gebruik maken. Communicatie wordt ook steeds meer onderdeel van ieders werk. Niet alleen om (lopende) zaken adequaat met onze inwoners te communiceren maar ook om mooie resultaten te delen van de gezamenlijke inspanningen tussen gemeente en inwoners. 3.1.5. Adequate en zorgvuldige dienstverlening In 2022 gaan we verder uitvoering geven aan het uitvoeringsprogramma dienstverlening. Per team staan hierop actiepunten om de goede dienstverlening te behouden en verbeterpunten door te voeren. Zo proberen we nog meer invulling te geven aan de visie op dienstverlening, waarbij we dat stapje extra willen zetten als goede gastheer/-vrouw. Ook blijven wij de digitale ontwikkelingen volgen om blijvend te voldoen aan de wens van de inwoner om zaken snel en eenvoudig vanuit huis te regelen. Dit blijft uiteraard ook fysiek vanuit het gemeentehuis mogelijk.

Daarnaast gaan we bekijken hoe we invulling kunnen geven aan nieuwe wetgeving in het kader van de Wet open overheid, de digitale overheid en de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer. Dit alles om onze dienstverlening richting de inwoners en het zijn van een transparante overheid verder te verbeteren.

17

3.1.6. Financiële huishouding gemeente op orde Het meerjarenbeeld in de voorliggende begroting geeft een wisselend beeld: de jaren 2022 en 2023 zijn structureel sluitend. De jaren 2024 en 2025 vertonen nog tekorten. Daarbij merken wij echter op dat wij de gevolgen van de komende herverdeling van het gemeentefonds hebben verwerkt op basis van de laatste inzichten op dat gebied. Dat betekent dat wij in 2023 rekening gehouden hebben met een vermindering van de algemene uitkering van € 200.000, oplopend tot € 400.000 in 2024 en € 600.000 in 2025. Wat de precieze herverdeeleffecten zullen worden in 2023 is natuurlijk nog niet bekend. De nadelige effecten zij nu ingeschat op basis van gegevens uit 2019. Die gegevens zullen in 2023 weer anders zijn, waardoor ook de uitkomst anders zal zijn. Maar ook schuilt er onzekerheid in het feit dat over de herverdeling nog besluitvorming moet plaatsvinden door een nieuw te vormen kabinet. We hanteren daarmee een solide financieel beleid. Belangrijk te vermelden is dat alle gelden die ter bestrijding van de effecten van corona aan de gemeente beschikbaar zijn/worden gesteld -onder meer via de algemene uitkering- ook voor dat doel beschikbaar worden gehouden. 3.1.7.

Informatiebeveiliging Informatiebeveiliging betreft het totale pakket aan maatregelen om de beschikbaarheid, integriteit en vertrouwelijkheid van de gemeentelijke informatiesystemen te waarborgen. Vanaf 1 januari 2020 is de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) van kracht, het uniforme normenkader informatiebeveiliging voor de gehele Nederlandse overheid. Na het vaststellen van dit nieuwe beleid, heeft de gemeente in samenwerking met de andere Kempengemeenten, de GRSK en Kempenplus, een informatiebeveiligingsplan opgesteld waarin actiepunten zijn opgenomen die voortkomen uit de BIO. Omdat een van de belangrijkste factoren die van invloed is op de mate van informatieveiligheid de factor ‘mens’ is, is veel tijd gestoken in bewustwording. Alle medewerkers moeten een verplichte iBewustzijn training volgen zodat iedereen een basiskennisniveau heeft op het gebied van informatieveiligheid en privacy. Daarnaast is in 2021 een cyber barometer uitgevoerd. De resultaten van deze cyber barometer worden in 2022 gebruikt voor verdere bewustwordingscampagnes op het gebied van informatieveiligheid en privacy. De gemeente verantwoordt zich ook in 2022 over informatiebeveiliging via het verantwoordingsstelsel ENSIA (Eenduidige Normatiek Single Information Audit. 3.1.8.

Duurzame Digitale Opslagvoorziening (DDO) archief De gemeente is krachtens de gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Eindhoven (MRE) aangesloten bij de gemeenschappelijke archiefdienst, het Regionaal Historisch Centrum Eindhoven (RHCe). De Duurzame Digitale Opslagvoorziening (DDO) van het RHCe is inmiddels volledig operationeel. Digitale archiefbescheiden kunnen in het DDO worden opgenomen. De kosten voor opname van archiefbescheiden in het DDO vallen onder de begroting van het RHCe. Daarbij moet benoemd worden dat de kosten voor de in het DDO opgenomen archiefbescheiden op termijn, wanneer de totale omvang van het DDO substantieel toeneemt, doorberekend worden aan de afzonderlijke gemeenten, zoals dat nu ook gedaan wordt voor het aantal strekkende meters analoog archief. Afhankelijk van de toename van digitale archiefbescheiden in het DDO is het nog onduidelijk wanneer het RHCe deze doorbelasting invoert en wat de financiële consequenties daarvan zijn voor de gemeente, afhankelijk van de omvang van de opgenomen digitale archiefbescheiden. De gemeente dient tevens rekening te houden met extra kosten voor de eigen informatiesystemen, om opname van informatie vanuit de gemeentelijke informatiesystemen in het DDO op termijn mogelijk te maken. 3.1.9.

Personeel & Organisatie In 2021 is vanwege Covid-19, vanuit de strategische personeelsplanning ‘WerkenIk’, het talentenprogramma slechts ten dele uitgevoerd. In 2022 zal hier een vervolg aangegeven worden waarbij de nadruk voortdurend zal liggen op het ontwikkelen van nog meer out of the box denken en creativiteit bij onze medewerkers. Daarnaast onderzoeken we de mogelijkheden van meer procesmatig werken omdat, gelet op nieuwe wetgeving, steeds meer processen getoetst moeten worden op rechtmatigheid en privacy-aspecten. 3.1.10. Personeelsbudget Onderstaand een overzicht van het begrote personeelsbudget per 1 januari 2022, zoals dat in deze meerjarenbegroting is opgenomen:

18

Organisatieonderdeel / team: Gemeenteraad Burgemeester en wethouders Griffie Gemeentesecretaris

Loonkosten inclusief sociale lasten 2022 2023 2024 2025 252.000 256.000 260.000 264.000 400.000 406.000 412.000 418.000 98.000 99.000 101.000 102.000 134.000 136.000 138.000 140.000

Afdeling Ontwikkeling en Dienstverlening Hoofd afdeling Ontwikkeling en Dienstverlening Team Maatschappelijke en Ruimtelijke ontwikkeling Team Ruimtelijk beheer Team Externe dienstverlening

113.000 1.629.000 1.092.000 501.000

115.000 1.653.000 1.108.000 509.000

116.000 1.678.000 1.125.000 516.000

118.000 1.703.000 1.141.000 524.000

Afdeling Bedrijfsvoering Hoofd afdeling Bedrijfsvoering Team Concern en control Team Interne dienstverlening Totale loonkosten inclusief sociale lasten

109.000 1.117.000 583.000 6.028.000

110.000 1.134.000 592.000 6.118.000

112.000 1.151.000 601.000 6.210.000

114.000 1.168.000 610.000 6.302.000

Bedragen in €

19

3.2 Lokale heffingen 3.2.1. Algemeen De lokale heffingen zijn een integraal onderdeel van het gemeentelijk beleid. De uitvoering van gemeentelijk beleid raakt daarmee elke burger, bedrijf of instelling direct in zijn/haar portemonnee. Zij wensen -terechtwaar voor hun geld. Lokale belastingen en heffingen staan dan ook sterk in de belangstelling. Het doel van deze paragraaf is om integraal informatie te geven over alles wat met lokale heffingen te maken heeft. 3.2.2. Geraamde opbrengsten Een totaaloverzicht van de opbrengsten belastingen en heffingen. Soort Bedragen in €

Rekening 2020 2.837.000 104.000 35.000 710.000 1.257.000 32.000 450.000 22.000 170.000

2021* 2.889.000 182.000 26.000 725.000 1.399.000 37.000 361.000 72.000 145.000

2022 2.945.000 184.000 26.000 785.000 1.287.000 37.000 500.000 72.000 132.000

Begroot 2023 2.986.000 184.000 26.000 797.000 1.324.000 37.000 501.000 72.000 134.000

2024 3.028.000 185.000 27.000 810.000 1.361.000 37.000 501.000 72.000 135.000

2025 3.070.000 187.000 27.000 823.000 1.399.000 38.000 506.000 73.000 137.000

5.617.000

5.836.000

5.968.000

6.061.000

6.156.000

6.260.000

Onroerende zaakbelasting Toeristenbelasting Woonforensenbelasting Afvalstoffenheffing Rioolheffing Marktgelden Leges omgevingsvergunningen Leges bestemmingsplannen Overige leges (burgerzaken, rijbewijzen, reisdocumenten, bijzondere wetten enz.) Totaal * Inclusief nieuw beleid en begrotingswijzigingen

Doordat onderliggende aantallen in de loop van de tijd wijzigen, zijn de bedragen in bovenstaande tabel niet altijd te herleiden naar een bijstelling met het inflatiepercentage van 1,4%. 3.2.3. Ontwikkelingen Wet Waardering onroerende zaken (WOZ) De WOZ-waarde wordt vastgesteld naar het waardepeil per 1 januari van het jaar voorafgaande aan het belastingjaar. In 2022 wordt de waarde dus vastgesteld naar het peil van 1 januari 2021. Er is een flinke stijging van het aantal verkochte woningen, bovendien is er sprake van een waardestijging. Wat al die ontwikkelingen precies gaan betekenen voor de OZB-tarieven is nog niet duidelijk. In de periode 2018 tot en met 2022 moeten de gemeenten op last van de Waarderingskamer overgaan op het onderbouwen van de waardering van de woningen op basis van m² gebruiksoppervlakte in plaats van m³ inhoud. Dit is bepaald om een betere aansluiting met de BAG (Basisregistratie Adressen en Gebouwen) te realiseren en omdat de makelaars ook uitgaan van m² gebruiksoppervlakte. In 2019 zijn de hoek- en rijwoningen en de etagebouw beoordeeld en omgezet naar m² gebruiksoppervlakte. In 2020 zijn de vrijstaande woningen beoordeeld. De rij- en hoekwoningen zijn in 2021 ook gewaardeerd op basis van de gebruiksoppervlakte. Leges De kostendekkendheid van de legestarieven wordt jaarlijks gevolgd.

Tevens wordt er nadrukkelijker gekeken of alles wat doorberekend kan worden, ook daadwerkelijk via de leges wordt verhaald. Het is niet toegestaan dat de gemeente winst maakt op legesopbrengsten. Daarmee wordt rekening gehouden bij de bepaling van de tarieven. In 2021 is in het kader van een afstudeerstage een methodiek ontwikkeld om de kosten en opbrengsten van de leges nauwkeuriger in kaart te brengen. De bedoeling was om die systematiek ten behoeve van de begroting 2022 uitgebreid toe te passen. Voor het grootste deel van de legesopbrengsten (en dus ook voor de daaraan ten grondslag liggende kosten) is de Omgevingswet erg belangrijk. De ingangsdatum van de nieuwe omgevingswet is echter uitgesteld naar 1 juli 2022. Vanuit een oogpunt van efficiency hebben wij ervoor gekozen de nieuwe systematiek pas toe te passen op de leges na invoering van de nieuw Omgevingswet omdat dan zowel het vergunningenstelsel als de kosten die in de leges mogen worden meegerekend, gaan veranderen. In de kosten, die ten grondslag liggen aan de legestarieven wordt rekening gehouden met de te betalen BTW én met de overheadkosten. De overheadkosten en de BTW worden niet geraamd en verantwoord op de programma’s en producten. De overhead wordt centraal inzichtelijk gemaakt op het taakveld ‘overhead’ in de begroting.

Zoals bij dat taakveld is beschreven, worden de overheadkosten extracomptabel bepaald ten behoeve van de tariefbepaling. De systematiek, welke daarvoor wordt gebruikt, is beschreven in de ‘Financiële Verordening’ en komt erop neer dat de overheadkosten worden verdeeld naar rato van het aantal uren dat aan een product wordt besteed.

20

Berekening kostendekkendheid leges

Bedragen in €

(kosten incl. overhead)

Omgevingsvergunningen Bijzondere wetten Bestemmingsplannen Burgerzaken c.a. Overige Totaal lasten

426.700 79.238 130.170 50.639 49.756 736.503

Opbrengst leges Dekkingspercentage

704.532 95,66%

3.2.4. Beleid en tariefstelling Algemene uitgangspunten De algemene uitkering uit het gemeentefonds is de belangrijkste inkomstenbron van de gemeente. De gemeentelijke belastingen en heffingen zijn de belangrijkste, door de gemeente te beïnvloeden, inkomstenbronnen. Bij de riool- en afvalstoffenheffing en de leges is 100% kostendekking het uitgangspunt. De tarieven worden dus bepaald door de raming van de kosten. De overige tarieven stijgen in beginsel met het inflatiepercentage van 1,4%, waarmee ook in de algemene uitkering wordt gerekend. OZB-tarieven Het OZB-tarief wordt uitgedrukt in een percentage van de WOZ-waarde. De nieuwe WOZ-waardes voor 2022 zijn nog niet allemaal bekend. Bij de definitieve vaststelling van de verordeningen met de tarieven voor 2022 zullen de tarieven uiteraard aangepast worden aan de waardemutaties (lagere tarieven bij een waardestijging of hogere tarieven bij een waardedaling). Voor de OZB-opbrengst wordt in deze begroting uitgegaan van een aanpassing met inflatiecorrectie (1,4%). Tarief afvalstoffenheffing Voor de afvalstoffenheffing 2022 worden de ervaringen van de afgelopen jaren meegenomen bij het vaststellen van de nieuwe tarieven. De tarieven voor 2022 worden zoals gebruikelijk in de raadsvergadering van december vastgesteld.

Op basis van huidige inzichten gaan we uit van € 3,10 voor een tariefzak voor restafval (ongewijzigd ten opzichte van 2021) en € 2,25 per lediging van een 140-liter GFT-container (was € 2,20). Het vastrecht daalt van € 98,64 in 2021 naar € 96,48 per jaar in 2022. Berekening kostendekkendheid Afvalstoffenheffing Kosten taakveld incl. (omslag)rente Inkomsten taakveld excl. heffingen Netto kosten taakveld

Bedragen in € 841.967 232.289 609.678

Toe te rekenen kosten: Overhead incl. (omslag)rente BTW en Vpb Totale kosten

70.125 104.703 784.506

Opbrengst heffingen Dekkingspercentage

782.542 99,75%

Tarief rioolheffing In december 2016 heeft de raad het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (VGRP) 2017-2021 vastgesteld. De tarieven voor 2022 zullen dan ook gebaseerd worden op de uitkomsten van dat plan. Daarbij hebben wij echter wel correcties toegepast in verband met de gedaalde omslagrente en wijziging in het geraamde waterverbruik. Voor de rioolheffing geldt als algemene regel dat de lasten worden gebaseerd op het vastgestelde VGRP en dat het verschil tussen lasten en baten wordt geëgaliseerd via de egalisatievoorziening riolering. Zodoende worden grote pieken en dalen in de tarieven voorkomen.

21

Voor 2022 wordt een tarief voorgesteld van € 1,92 per m³ (was in 2021 € 1,86). De stijging van 2021 op 2022 is hoger dan de inflatiecorrectie van 1,4%. Dat komt door gewijzigde kostenniveaus en wijzigingen in het waterverbruik. Berekening kostendekkendheid Rioolheffing Kosten taakveld incl. (omslag)rente Inkomsten taakveld excl. heffingen Netto kosten taakveld

Bedragen in € 1.065.623 1.065.623

Toe te rekenen kosten: Overhead incl. (omslag)rente BTW Totale kosten

195.500 170.765 1.431.888

Opbrengst heffingen Onttrekking voorziening Totaal inkomsten Dekkingspercentage

1.382.400 49.489 1.431.889 100,00%

Voorzieningen riolering en afvalstoffenheffing Voor de rioolheffing en voor de afvalstoffenheffing bestaan egalisatievoorzieningen waaraan eventuele overschotten in de opbrengsten worden toegevoegd of waaruit eventuele tekorten worden gedekt. Kosten en opbrengsten worden dus verevend. In de begroting lijken de opbrengsten de uitgaven te overstijgen. Dat komt doordat de BTW-component en de overhead wel worden doorberekend middels de tarieven, maar niet worden geraamd en verantwoord op deze producten. Toeristenbelasting en woonforensenbelasting Voor de Toeristenbelasting gaan we uit van aanpassing met het inflatiepercentage van 1,4%, hetgeen leidt tot een tarief van € 1,62 per overnachting. Voor de opbrengst houden we ingaande 2021 rekening met een daling van de inkomsten. De handhaving op met name de vakantieparken leidt tot minder overnachtingen door onder meer arbeidsmigranten. In hoeverre dat een tijdelijke terugloop is, moet nog worden bezien. Ook voor het tarief voor de Woonforensenbelasting houden we rekening met inflatiecorrectie ad 1,4%. Omdat de waarde hier mede bepalend is voor het tarief, kunnen we het exacte tarief nu nog niet melden.

3.2.5. Lokale lastendruk 2022 per huishouden Uitgangspunten: • OZB: gemiddelde woningwaarde € 327.000 (schatting), tarief eigenaren 0,1053% (tarief 2021, gecorrigeerd voor gemiddelde stijging woningwaarde en inflatie); • Afval: 6,95 GFT-ledigingen à € 2,25 + 3,29 restafvalzakken à € 3,10 + vastrecht € 96,48; • Riool: 131 m³ waterverbruik à € 1,92. Op basis van de meest actuele gegevens is een inschatting gemaakt van de basisgegevens, zoals gemiddelde woningwaarde, aantal GFT-ledigingen en afvalzakken en gemiddeld waterverbruik. De gegeven uitgangspunten leiden tot het volgende beeld van de gemiddelde belastingdruk per huishouden: Bedragen in €

Onroerende zaakbelastingen eigenarengedeelte Afvalstoffenheffing Rioolheffing Totaal per huishouden

Werkelijk 2020* 357,82 136,39 225,68 719,89

Raming 2021* 352,88 121,84 243,66 718,38

Raming 2022 344,33 122,32 251,52 718,17

*Werkelijk 2020 en raming 2021 afkomstig uit respectievelijk jaarstukken 2020 en programmabegroting 2021-2024.

22

3.2.6. Kwijtscheldingsbeleid Algemeen De wettelijke regels gaan ervan uit dat een belastingplichtige een aanslag moet betalen. Alleen in een aantal uitzonderlijke situaties kan kwijtschelding worden verleend. Dat kan alleen als de gemeenteraad die mogelijkheid heeft vastgesteld. De raad doet dat in het gemeentelijk kwijtscheldingsbeleid. Dit beleid bepaalt de belastingen waarvoor kwijtschelding mogelijk is en de voorwaarden waaronder kwijtschelding plaatsvindt. De gemeenteraad is hierbij gebonden aan landelijk voorgeschreven regels. Deze regels komen erop neer dat alleen belastingplichtigen met een inkomen tot ongeveer bijstandsniveau en zonder vermogen voor kwijtschelding in aanmerking komen. Kwijtscheldingsbeleid van onze gemeente Het beleid van onze gemeente is opgenomen in raadsvoorstel 016a-2015. Hieronder volgen de belangrijkste punten van ons beleid: • Kwijtschelding kan alleen verleend worden voor aanslagen van onroerende zaakbelastingen, afvalstoffenheffing en rioolheffing. Hierbij wordt opgemerkt dat voor de afvalstoffenheffing de kwijtschelding is beperkt tot het vastrecht en maximaal 5 ledigingen van GFT-containers per kalenderjaar. • De kosten van bestaan zijn gesteld op 100% van de bijstandsnorm (beleidskeuze; standaard is dit 90% van de bijstandsnorm).

• De kosten van bestaan van AOW-gerechtigden zijn gesteld op 100% van de toepasselijke netto AOWbedragen (beleidskeuze; standaard is dit 90% van de bijstandsnorm). • Er wordt rekening gehouden met de kosten voor kinderopvang (beleidskeuze; standaard is dit € 0,00). • Er wordt geen kwijtschelding verleend aan ondernemers (beleidskeuze).

23

3.3 Weerstandsvermogen en risicobeheersing 3.3.1. Algemeen Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de weerstandscapaciteit (de middelen waarover de gemeente beschikt / kan beschikken om niet begrote kosten te dekken) en het totaal aan gekwantificeerde risico’s, waarvoor geen voorzieningen zijn getroffen, verzekeringen zijn afgesloten of waar ook anderszins geen beheersmaatregelen tegenover staan. Voor de raad is het weerstandsvermogen van belang omdat er nooit een situatie zal zijn, waarin geen risico’s meer bestaan. De raad moet vanuit de kaderstellende en controlerende taak inzicht hebben in de ruimte die er is om eventuele tegenvallers op te kunnen vangen. Als die ruimte onvoldoende groot is, moeten aanvullende maatregelen genomen worden. 3.3.2. Beleid Bij raadsbesluit van 7 juli 2020 is de nota ‘Reserves, voorzieningen & afschrijvingsbeleid’ herzien. Hierin zijn onder andere regels opgenomen over hoe om te gaan met reserves en voorzieningen en op welke wijze afschrijving plaatsvindt op activa. In het kader van deze paragraaf is van belang dat in het beleid is bepaald dat de algemene reserve bestaat uit 2 delen: ▪ Een niet besteedbaar deel wat nodig is ter dekking van de gekwantificeerde risico’s, vermenigvuldigd met de vastgestelde ratio (1,8); ▪ Een vrij besteedbaar deel. Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de volgende onderdelen: a.

Algemene reserve b. Post onvoorzien c. Onbenutte belastingcapaciteit d. Begrotingsruimte Ad a. Algemene reserve De stand van de algemene reserve per 31-12-2021 schatten wij op dit moment in op € 6.104.000 en deze wordt uitgesplitst in: - Niet besteedbaar ter afdekking van risico’s (incl. ratio) € 3.830.400 - Vrij besteedbaar € 2.273.600 Voor de bepaling van het niet besteedbare deel van de algemene reserve zijn de regels toegepast uit het in juli 2020 vastgestelde beleid op dit gebied. De gekwantificeerde risico’s, zoals die in deze paragraaf zijn beschreven, belopen een bedrag ad € 2.128.000. Dat bedrag vermenigvuldigen we op basis van het in juli 2020 vastgestelde beleid met een factor 1,8, hetgeen tot een bedrag leidt van € 3.830.400. De bestemmingsreserves laten we buiten de berekening van de weerstandscapaciteit. Bestemmingsreserves moeten meer gezien worden als een soort verplichtingen (er staat een bestedingsdoel tegenover). Daarom nemen we die niet mee in de berekening. Ad b. Post onvoorzien Jaarlijks wordt in de begroting een post onvoorzien opgenomen ter grootte van € 13.000 (€ 1 per inwoner), bedoeld voor bijzondere, niet voorziene kosten. Ad c.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=ReuselDeMierden&id=437876b3-cac8-4820-b380-ddbfc54d9521