CConstaterende datReusel-De Mierden
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarstukken 2022.pdf

Gemeenteraad 4 juli 2023, gemeente Reusel-De MierdenBij agendapunt: Jaarrekening 2022 (bespreekstuk)46.110 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 6

In 2023 resteren geen coronamiddelen meer. 2.3.4. Resumé risicobedragen Samenvatting beschreven risico

Benodigde weerstand

(Bedragen in €)

Grondexploitaties Intergemeentelijke samenwerking Sociaal domein Intensieve dierhouderij Totaal

891.000 224.000 250.000 150.000 1.515.000

Zoals eerder in deze paragraaf (onder 2.3.2) is aangegeven is voor dit risico een deel van de algemene reserve afgezonderd. Voor dat afgezonderde deel worden de gekwantificeerde risico’s ad € 1.515.000 vermenigvuldigd met een factor 1,8. Buiten het op deze wijze berekende afgezonderde deel van € 2.727.000 bedraagt het vrij besteedbare deel van de algemene reserve per 31-12-2022 bijna € 9,9 miljoen (inclusief resultaat 2022 en rekening houdend met de voorgestelde resultaatbestemming). 2.3.5. Kengetallen Op basis van artikel 11 van het Bbv moet de begroting en ook de jaarrekening in de risicoparagraaf een tabel met een aantal kengetallen bevatten. De volgende cijfers kunnen gegeven worden: Kengetal

Rekening 2020

Rekening 2021

Begroting 2022

Rekening 2022

Netto schuldquote

37,5%

15,7%

69,1%

15,0%

Netto schuldquote, gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

37,5%

15,2%

69,1%

14,5%

Solvabiliteit

42,6%

43,5%

26,2%

49,4%

Grondexploitatie

22,9%

33,9%

46,0%

37,5%

Structurele exploitatieruimte

n.v.t.

n.v.t.

2,4%

n.v.t.

Belastingcapaciteit

97,3%

77,7%

88,6%

77,7%

Enige uitleg over de betekenis van deze kengetallen is nodig. De netto schuldquote en de netto schuldquote, gecorrigeerd voor verstrekte leningen, weerspiegelen het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten op de exploitatie. Omdat onze gemeente nauwelijks gelden heeft uitgeleend, zijn de beide percentages nagenoeg gelijk. In beginsel is een zo laag mogelijke quote het meest gunstig. De solvabiliteit geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Een hoge schuld hoeft bijvoorbeeld geen probleem te zijn als er ook sprake is van veel eigen vermogen. De solvabiliteitsratio drukt het eigen vermogen uit als percentage van het totale vermogen. Hoe hoger deze quote, hoe beter de gemeente er voorstaat. Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond in exploitatie) is ten opzichte van de totale geraamde baten. Aan deze quote is eigenlijk geen kwalificatie goed of slecht te hangen. Wel is een hoge quote een teken van grotere voorraad nog uit te geven grond, waardoor het risico op dat gebied groter is. Een lagere quote voor grondexploitatie betekent dus in het algemeen dat de gemeente minder risico’s loopt op dat gebied.

18

De structurele exploitatieruimte geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken (begrotingsoverschot). Uiteraard is hier een hogere quote altijd gunstiger. Het kengetal belastingcapaciteit geeft inzicht in de gemeentelijke woonlasten (OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing) ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Hierbij zijn de woonlasten voor een meerpersoonshuishouden met eigen woning leidend. De kwalificatie van deze quote is afhankelijk van politieke keuzes c.q. voorkeuren. Het hoeft geen doel te zijn om een lager belastingniveau te hebben dan het landelijk gemiddelde. Een score van 100% zou betekenen dat de gemeente precies op het landelijk gemiddelde zit. Als we de kengetallen bezien, dan zien we bij alle kengetallen dat deze in de lijn liggen met de cijfers 2021. Enkele kengetallen zijn verbeterd, hetgeen verklaarbaar is door de gestegen reservepositie en de gedaalde schulden. Er zitten wel aanmerkelijke verschillen tussen begroting 2022 en rekening 2022. Daarbij moet opgemerkt worden dat de ramingen van de kengetallen 2022 gebaseerd zijn op gegevens van medio 2021, terwijl we nu gegevens hebben van ruim 1½ jaar later.

Bij de grondexploitaties zien we in het kengetal terug dat voor de grondexploitaties Hart van Reusel en Kleine Hoeven een hogere verliesvoorziening wordt geraamd. Dat leidt tot een hoger kengetal voor grondexploitatie.

19

2.4. Financiering 2.4.1. Algemeen De treasuryfunctie van de gemeente dient tot: • het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities; • het beschermen van gemeentelijke vermogens- en renteresultaten tegen ongewenste financiële risico’s, zoals renterisico, koersrisico, kredietrisico en liquiditeitsrisico; • het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities; • het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet FIDO (Financiering Decentrale Overheden) respectievelijk de limieten en richtlijnen volgens het Treasurystatuut. 2.4.2. Treasury en renteontwikkeling De tijd van extreem lage rentepercentages op aan te trekken financieringsmiddelen is voorbij. Er is sprake van een stijgende tendens. Dat geldt zowel voor de langlopende geldleningen als voor kort geld. Met behulp van een prognose van onze geldstromen kunnen we onze behoefte aan geld of kapitaal zo slim mogelijk afdekken, waardoor we proberen onze leningenportefeuille zo optimaal mogelijk te houden. Onder meer de momenten waarop leningen vervallen, proberen we te spreiden in de tijd om niet teveel afhankelijk te zijn van de rentestand op één of slechts enkele momenten.

Het Bbv maakt onderscheid tussen de rente die aan de grondexploitatie mag worden toegerekend en de rente die aan producten wordt toegerekend (middels de kapitaallasten). Dat onderscheid heeft te maken met het feit dat de gemeente gebruik maakt van totaalfinanciering, dus alle investeringen worden gefinancierd met een mix van eigen vermogen en vreemd vermogen. Voor de kapitaallasten moet gerekend worden met de reële rente (omslagrente). Die rente wordt berekend aan de hand van de te betalen rente in en de boekwaarde van de investeringen. In 2022 bedroeg de omslagrente 0,5%. Voor de grondexploitatie is het hiervoor berekende percentage het uitgangspunt, maar dan moet nog wel correctie plaatsvinden voor de verhouding vreemd vermogen – eigen vermogen. In de grondexploitaties zoals die recent opnieuw zijn berekend, is een rente van 0,53% aangehouden. Renteresultaat Aan investeringen en aan de grondexploitaties wordt een fictieve rente (rekenrente) toegerekend. Die rekenrente is niet gelijk aan de werkelijke rente die de gemeente betaalt op de opgenomen geldleningen. Het voor- of nadeel dat we hierdoor hebben is het renteresultaat. Over 2022 is het renteresultaat als volgt: Schema renteberekening 2022 a Externe rentelasten b Externe rentebaten c

Rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend

e

Aan taakvelden toe te rekenen rente Rente over eigen vermogen Rente over voorzieningen Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)

f

Renteresultaat

d1 d2

€ 58.229 -/- € 16.245 € 41.984 € 82.532 -/- € 82.532 -/- €40.548 €0 €0 € 40.548 € 251.941 -/- € 251.941 -/- € 292.489

Het verschil tussen het begrote renteresultaat (-/- € 174.875) en het gerealiseerde werkelijke renteresultaat (-/- € 292.489) komt door: • lagere betaalde rente (vooral door minder herfinanciering van geldleningen); • hogere ontvangen rente (vanwege rentevergoeding over schatkistbankieren m.i.v. 3 e kwartaal 2022); • hogere toegerekende rente aan investeringen vanwege een hoger investeringsniveau dan geraamd.

20

2.4.3. Leningenportefeuille Onze gemeente heeft per 31 december 2022 voor een bedrag van € 13,6 miljoen aan opgenomen langlopende geldleningen. De leningenportefeuille per 31 december 2022 is daarmee circa € 2,3 miljoen lager dan de restant schuld per 31 december 2021. In 2022 zijn nieuwe leningen aangetrokken voor een bedrag van in totaal € 3,0 miljoen, terwijl er ruim € 5,3 miljoen is afgelost op leningen. 2.4.4. Kasgeldlimiet Onder kasgeldlimiet wordt verstaan het maximale bedrag dat een gemeente met kortlopend krediet mag financieren. Dit kan bijvoorbeeld door ‘rood’ staan bij de bank of door het aangaan van kasgeldleningen. Wettelijk is vastgesteld dat de kasgeldlimiet 8,5% van de jaarbegroting (exclusief BTW) is. De gemeente is verplicht om per kwartaal de kasgeldlimiet te toetsen en de provincie hiervan verslag te doen. In het jaarverslag wordt verantwoord of de geraamde kasgeldlimiet is overschreden. Kasgeldlimiet op basis van begroting 2022

€ 35.571.000 8,50% € 3.024.000

Omvang begroting Toegestane limiet Ruimte kasgeldlimiet

In 2022 is de kasgeldlimiet niet overschreden, hetgeen betekent dat het totaal aan korte schulden (kwartaalgemiddelde) niet groter was dan € 3.024.000. De kwartaalsaldi bedroegen: -/- € 937.098 (1e kwartaal), -/- € 1.553.692 (2e kwartaal), -/- € 4.953.657 (3e kwartaal) en -/- € 5.257.956 (4e kwartaal). 2.4.5. Renterisiconorm De renterisiconorm op basis van de Wet FIDO heeft als doel om het renterisico bij herfinanciering te beheersen. Dit is vooral van belang bij stijgende rentepercentages omdat dan de rentekosten bij herfinanciering stijgen. De renterisiconorm houdt in, dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. Er mag dus maximaal 1/5 e deel van de langlopende schulden aan rentegevoeligheid onderhevig zijn. In 2022 is de renterisiconorm niet overschreden.

Renterisiconorm (bedragen x € 1.000)

Begroting 2022

Rekening 2022

1

Renteherzieningen

0

0

2

Aflossingen

4.031

5.300

3

Renterisico (1+2)

4.031

5.300

4a Begrotingstotaal

35.571

35.571

4b Percentage regeling

20%

20%

4

7.114

7.114

3.083

1.814

Renterisiconorm (20% van het begrotingstotaal)

5a Ruimte onder de renterisiconorm (4>3) 5b Overschrijding van de renterisiconorm (3>4)

EMU-saldo Het Economische en Monetaire Unie (EMU)- saldo is het vorderingensaldo van de totale overheid (Rijk, decentrale overheden en premie gefinancierde sectoren zoals zorg en sociale zekerheid). Het EMU-tekort mag maximaal 3% van het Bruto Binnenlands Product (BBP) bedragen. Hiermee wil men voorkomen dat de overheidsfinanciën van de EMU-landen ontsporen. Zolang de uitkomst van onderstaand overzicht positief is, levert de gemeente geen bijdrage aan een (te) hoog Europees overheidstekort. Voor gemeenten worden op basis van begrotingstotalen individuele EMU-referentiewaarden berekend. Voor Reusel-De Mierden is de laatst bekende referentiewaarde (over 2022) berekend op € 1.252.000,-. In deze referentiewaarde is tevens het gemeentelijke aandeel in het EMU-saldo van gemeenschappelijke regelingen verdisconteerd. De referentiewaarde is dan ook geen norm, maar meer een indicator. Pas als nationaal blijkt dat gemeenten het plafond van het EMU-tekort gaan overschrijden, kan van gemeenten worden gevraagd het individuele EMU-tekort van de lopende begroting te verminderen.

21

EMU-saldo

Begroting 2022

Jaarrekening 2022

Omschrijving 1. Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c)

x € 1.000,-

x € 1.000,-

-171

3.997

1.000

2.424

2.

Mutatie (im)materiële vaste activa

3.

Mutatie voorzieningen

-94

-1.599

4.

Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie)

358

-292

5.

Verwachte boekwinst/verlies bij de verkoop van financiële vaste activa en (im)materiële vaste activa, alsmede de afwaardering van financiële vaste activa

0

0

-1.623

266

Berekend EMU-saldo (=1-2+3-4-5)

22

2.5. Verbonden partijen 2.5.1. Algemeen Een verbonden partij is een instelling buiten de eigen organisatie, waarin de gemeente een bestuurlijk en financieel belang heeft (Bbv, artikel 1). Met een zetel in het bestuur van een instelling of met stemrecht heeft de gemeente een ‘bestuurlijk belang’. Onder een ‘financieel belang’ wordt verstaan het ter beschikking stellen van middelen die de gemeente kwijtraakt bij faillissement van de verbonden partij of die bij financiële problemen van de verbonden partij op de gemeente verhaald kunnen worden. We kunnen een verbonden partij zien als één van de drie vormen waarmee gemeenten hun taken (laten) uitvoeren: door een eigen dienst, een commerciële partij of door een verbonden partij. Er kan een aantal redenen zijn waarom een gemeente samenwerkt met een verbonden partij. Bijvoorbeeld vanwege de mogelijkheden van spreiding van risico’s over de verschillende deelnemers of om een efficiëntere uitoefening van een wettelijke taak te realiseren. De gemeente blijft verantwoordelijk voor het realiseren van de beoogde doelstellingen in de programma’s. De raad dient hiervoor kaders te stellen en de verbonden partijen te controleren op de realisatie van de doelstellingen. Naast bovengenoemde taken is deze paragraaf belangrijk voor de raad vanwege de kosten en de financiële risico’s die de gemeente kan lopen met verbonden partijen. 2.5.2.

Onderscheid gemeenschappelijke regelingen, stichtingen en privaatrechtelijke verbondenheden Op een aantal gebieden is binnen de gemeente sprake van verbonden partijen. Het belangrijkste onderscheid dat daarbij gemaakt kan worden is dat tussen gemeenschappelijke regelingen, stichtingen en privaatrechtelijke verbondenheden. Bij gemeenschappelijke regelingen betaalt onze gemeente jaarlijks een bedrag voor exploitatiekosten van die gemeenschappelijke regeling naar rato van deelname in de regeling. Evenals bij stichtingen is bij de oprichting bijgedragen in de oprichtingskosten. Naar rato van de bijdragen loopt de gemeente Reusel-De Mierden risico in een eventueel liquidatiesaldo van een gemeenschappelijke regeling/stichting. Verder lopen wij het risico dat een andere partij, die deelneemt in een gemeenschappelijke regeling/stichting, uittreedt. Op dat moment zal die partij uittreedkosten moeten betalen die meestal bestaan uit kosten in de vorm van wachtgelden aan personeel. Voor de achterblijvende deelnemende partijen zal de bijdrage in de exploitatiekosten dan veelal stijgen, doordat algemene kosten, bijvoorbeeld overheadkosten, over minder deelnemers omgeslagen kunnen worden. Ook kan het draagvlak van een gemeenschappelijke regeling/stichting verminderen bij uittreding van een partner. Hiervan is sprake als bijvoorbeeld de gemeente Eindhoven uit de MRE zou stappen.

Een volgend risico is er voor ons wanneer wij zelf uit een gemeenschappelijke regeling stappen. Op dat moment zijn wij ook verplicht tot het betalen van de eerder genoemde kosten. Via de afvaardiging van leden in besturen van gemeenschappelijke regelingen kunnen risico’s beïnvloed worden. De stem van de gemeente is naar rato van de verhouding ten opzichte van het totaal aantal bestuursleden. Naast gemeenschappelijke regelingen/stichtingen heeft onze gemeente ook belangen in partijen op privaatrechtelijke grondslag. Het financiële risico van dit soort belangen is beperkt tot de waarde van de aandelen c.q. de geaccepteerde verantwoordelijkheid. 2.5.3. Overzicht verbonden partijen Hieronder volgt een overzicht van de verbonden partijen van onze gemeente. Naast het openbaar belang worden ook de relevante ontwikkelingen toegelicht.

23

Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang:

Financieel belang:

Ontwikkelingen:

Risico’s:

GGD Brabant-Zuidoost Eindhoven Programma 6: Sociaal Domein Programma 7: Volksgezondheid en milieu De gemeente is vertegenwoordigd in het algemeen bestuur. De GGD heeft tot doel een bijdrage te leveren aan de publieke gezondheidszorg (PG) en de ambulancezorg (AZ). De kerntaken van de GGD zijn: ▪ Infectieziektebestrijding (incl. TBC bestrijding, SOA-bestrijding, reizigerszorg en hygiënezorg) ▪ Medische milieukunde ▪ Bijzondere zorg ▪ Forensische geneeskunde ▪ Toezichthoudende taken (kinderopvang, tattooshops) ▪ Jeugdgezondheidszorg 0 –18 jaar ▪ Onderzoek en beleidsadvisering ▪ Gezondheidsbevordering ▪ Ambulancezorg Gemeentelijke bijdrage 2022: € 495.000 Eigen vermogen (1-1-2022 / 31-12-2022): € 4.708.000 € 5.465.000 Vreemd vermogen (1-1-2022 / 31-12-2022): € 29.188.000 € 29.698.000 Resultaat 2022: € 412.000 De belangrijkste ontwikkelingen waarmee de GGD te maken heeft gekregen in 2022 zijn: ▪ Coronabestrijding (testen, broncontactonderzoek, vaccineren, informeren publiek en professionals); ▪ Voorbereiding op de implementatie van de Omgevingswet (per 1 jan 2024); ▪ Uitbreiding van contracttaken zoals Wvggz-taken en de Wijk GGD’er; ▪ Optimaal inzetten van Jeugdgezondheidszorg (JGZ) als collectieve basisvoorziening in de jeugdzorgketen en in het sociale domein; ▪ Integratie JGZ 0 – 4 binnen de GGD (per 1.1.2021 formeel en materieel gerealiseerd) en implementatie van de visie Samen

Groeien ▪ (vernieuwingsplan JGZ 0 – 18); ▪ Gedeeltelijk herstel bij Reizigerszorg (markt in Coronatijd ingezakt); ▪ Deelname aan de landelijke pilot waarbij de Physician Assistent en Verpleegkundig specialist solo op een ambulancewagen zit; ▪ Proef met inzet van intelligente software bij planning en spreiding van ambulances; ▪ Extra inzet bij de opvang van Oekraïense vluchtelingen; ▪ Intensivering van de samenwerking met GGD Hart voor Brabant bij ▪ Forensische Geneeskunde (1 team voor politieregio Brabant-Oost); ▪ Tekorten op de arbeidsmarkt van verpleegkundigen en artsen (extra inzet op werving en aantrekkelijk werkgeverschap); ▪ Implementatie van het Lean gedachtengoed (continu verbeteren) binnen de GGD; ▪ Implementeren van zelforganisatie en tweelagenstructuur. Jaarlijks wordt voor het bestuur, bij het aanbieden van de programmabegroting, een actuele financiële risico-inventarisatie opgesteld. Eerder is besloten dat, gegeven de financieringsstructuur, voor de beide programma’s PG en AZ afzonderlijke algemene reserves worden aangehouden. Het bestuur heeft eerder vastgesteld dat het weerstandsvermogen niet direct tot het niveau van de risico-inventarisatie hoeft te worden aangevuld, maar dat de kaders en staffels zoals vastgesteld in de beleidsnotitie Kaders P&C-documenten 4GR-deel 2 hiervoor leidend zijn.

Het wordt hierbij echter aan het Algemeen Bestuur van de Verbonden Partij overgelaten of die bandbreedte volledig wordt ingevuld, aangezien dit organisatie-specifiek is en wordt bepaald door de aard van de baten en lasten. Een laag weerstandsvermogen betekent wel dat financiële tegenvallers van een hogere omvang niet uit de algemene reserve kunnen worden opgevangen. Gegeven de omzet 2022 is dan voor PG een kaderstellende bandbreedte van toepassing van minimaal € 1.500.000 en maximaal € 2.000.000 en voor AZ van min. € 1.200.000 en max. € 1.500.000. De Algemene Reserve werd/wordt hoofdzakelijk gevuld door middel van eventuele voordelige exploitatieresultaten. In 2020 en 2021 is echter conform besluitvorming ook een onttrekking gedaan i.v.m. de eenmalige kosten van de bestuursopdracht / integratie JGZ 0-4 en t/m 2022 is in dat kader ten laste van de exploitatie ook een storting gedaan. De risico-inventarisatie van begin 2023 resulteert voor PG in een benodigde weerstandscapaciteit van ca. € 2.400.000,-. De Algemene Reserve PG bedraagt, inclusief voorgestelde resultaatbestemming 2022 ca € 1.700.000. Voor een bedrag van € 2.400.000 -/- € 1.700.000 = € 700.000 lopen de gemeenten dus een risico.

24

De risico-inventarisatie resulteert voor AZ in een benodigde weerstandscapaciteit van ca. € 2.500.000,-. De Algemene Reserve AZ bedraagt, inclusief voorgestelde resultaatbestemming 2022 ca. € 1.350.000,-. Voor een bedrag van € 2.500.000 -/€ 1.350.000 = ca. € 1.150.000 lopen de gemeenten dus een risico. Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang:

Financieel belang:

Ontwikkelingen:

Risico’s:

Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang:

Financieel belang:

Ontwikkelingen:

Risico’s:

Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang:

Kempisch Bedrijvenpark (KBP) Bladel Programma 3: Economie De gemeente is vertegenwoordigd in het algemeen bestuur en dagelijks bestuur. Het ontwikkelen en realiseren van een kwalitatief hoogwaardig en uit financieeleconomisch oogpunt aanvaardbaar bedrijvenpark gelegen binnen het rechtsgebied, binnen de door het bevoegd gezag te stellen ruimtelijke en andere publiekrechtelijke randvoorwaarden. Bovenstaande met inachtneming van de nader te formuleren sectorale doelstellingen en uitgangspunten. Gemeentelijke bijdrage 2022: €0 Eigen vermogen (1-1-2022 / 31-12-2022): € 16.480.000 € 12.780.000 Vreemd vermogen (1-1-2022 / 31-12-2022): € 7.000.000 € 3.500.000 Resultaat 2022: € 1.312.000 Van de uitgeefbare grond (69 ha) is 94% verkocht (eind 2022). In 2022 is 4,8 ha uitgegeven. De planning voor uitgifte, van 7,9 ha in 2022 is niet gehaald, omdat 1 kavel gereserveerd was voor het grondstoffencentrum. Voor het woonbos is de laatste kavel verkocht. Een bedrijfskavel van 0,5 ha is nog gereserveerd voor een mobiliteitshub. Twee resterende bedrijfskavels worden nog verkocht in 2023. In 2024 zal de gemeenschappelijke regeling KBP conform de bepalingen in die gemeenschappelijke regeling worden geliquideerd. In verband daarmee zal een deel van de winst in 2023 worden uitgekeerd aan de gemeenten.

Omdat de uit te geven grond volledig verkocht dan wel in optie is, is er vrijwel geen sprake meer van risico’s. Gemeenschappelijke Regeling Samenwerking Kempengemeenten (GRSK) Reusel Programma 0: Bestuur en ondersteuning Diverse programma’s voor programmakosten De gemeente is vertegenwoordigd in het algemeen en dagelijks bestuur. De regeling wordt getroffen ter gezamenlijke behartiging van de afzonderlijke en gemeenschappelijke belangen van de colleges op het gebied van: ▪ Informatie en communicatie technologie waaronder geografische informatievoorziening (SSC); ▪ Werk, inkomen en zorg (MD); ▪ Personeel & Organisatie (P&O); ▪ Jeugdhulp (JH); ▪ Vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). NB: met ingang van 2023 zijn de taakgebieden van de GRSK gewijzigd). Gemeentelijke bijdrage 2022: € 3.681.290 Eigen vermogen (1-1-2022 / 31-12-2022): € 295 € 856.952 Vreemd vermogen (1-1-2022 / 31-12-2022): € 14.610.973 € 12.601.953 Resultaat 2022: € 709.670 In 2022 is verder gesproken over de toekomst van samenwerken tussen de GRSK en de Kempengemeenten met als thema het ingezette traject waarbij de focus ligt op autonomie en regie op gegevens. Daarnaast zijn voorbereidingen getroffen om een aantal werkzaamheden (deels VTH, P&O) vanaf 1 januari 2023 onder te brengen bij de eigen gemeente.

Gelet op de strategische oriëntatie op de regionale samenwerking en de daarbij behorende onzekerheid over deze ontwikkeling, is het voor nu onbekend welke onzekerheden en risico’s dit met zich meebrengt. Metropoolregio Eindhoven (MRE) Eindhoven Programma 0: Bestuur en ondersteuning Programma 3: Economie De gemeente is vertegenwoordigd in het algemeen bestuur. Samenwerkingsverband tussen 21 gemeenten in de regio Zuidoost-Brabant. Het takenpakket is vastgelegd in artikel 4 van de Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven. De kerntaken zijn strategische bestuurlijke samenwerking op de thema’s Economie (inclusief uitvoering Stimuleringsfonds en betaalautoriteit Brainport Development NV), Transitie landelijk gebied, Energietransitie en Mobiliteit

25

Financieel belang:

Ontwikkelingen:

(incl. GGA). Het fungeren als archiefbewaarplaats van de overgebrachte archieven van de overheidsorganen binnen de regio Zuidoost-Brabant, met uitzondering van de gemeente Gemert-Bakel. Gemeentelijke bijdrage 2022: € 186.000 Eigen vermogen (1-1-2022 / 31-12-2022): € 14.325.000 € 14.449.000 Vreemd vermogen (1-1-2022 / 31-12-2022): € 14.427.000 € 13.786.000 Resultaat 2022: € 469.000 (ingeschat resultaat voor accountantscontrole) Algemeen In de cassatieprocedure tussen de Brabantse gewesten en Attero over de minderlevering van restafval 2015-januari 2017 is inmiddels uitspraak gedaan. N.a.v. deze uitspraak zal bekeken worden welke verdere stappen moeten worden gezet. Dienst Metropoolregio Eindhoven ▪ Het Werkprogramma 2022 is beleidsmatig uitgevoerd volgens planning. ▪ Het nieuwe concept-samenwerkingsakkoord 2023-2026 is opgesteld waarbij brede welvaart is toegepast als leidend perspectief. Vrijgave voor zienswijze in november 2022. ▪ Gezamenlijke kennisdeling regionale samenwerking en schaalsprong-mobiliteit en schaalsprong Brainport. ▪ Nieuwe samenstelling Dagelijks en Algemeen Bestuur naar aanleiding van nieuwe burgemeester gemeente Eindhoven en gemeenteraadsverkiezingen. Dienst Regionaal Historisch Centrum Eindhoven (RHCe) ▪ Het Programma 2022 is beleidsmatig uitgevoerd volgens planning. ▪ Nieuwe samenstelling Bestuurscommissie naar aanleiding van gemeenteraadsverkiezingen.

▪ Nagegaan is of het wenselijk is om RHCe en MRE te ontvlechten. Een bestuurlijk advies hierover wordt in het eerste kwartaal 2023 verwacht.

Risico’s:

Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang:

Financieel belang:

Ontwikkelingen:

Gulbergen ▪ Kaders en randvoorwaarden voor de ontwikkeling van het gebied zijn in kaart gebracht en vertaald in een aantal ontwikkelrichtingen. Het Dagelijks Bestuur heeft begin 2022 kennis genomen van deze Ruimtelijke Verkenning. ▪ Volgend hierop heeft een breed communicatie- en burgerparticipatieproces plaatsgevonden wat is afgesloten met een participatieverslag. ▪ Het Dagelijks Bestuur heeft het projectteam de opdracht gegeven om te komen tot een budgettair neutrale invulling van het gebied. ▪ Naar verwachting zal er begin 2023 een voorkeursscenario kunnen worden bepaald. Op basis van de nota Risicomanagement en weerstandsvermogen Metropoolregio Eindhoven (vastgesteld AB juli 2018) wordt bepaald wat de organisatie onder risicomanagement verstaat en welke uitgangspunten hierbij worden gehanteerd. Tevens is bepaald welke risico’s door de Metropoolregio Eindhoven worden gedragen en welke door de deelnemende gemeenten. Als uitwerking van de nota zijn voor de organisatie de risico’s in beeld gebracht, geclassificeerd en financieel inzichtelijk gemaakt. Jaarlijks worden bij het opstellen van de begroting en jaarrekening deze risico’s opnieuw beoordeeld. De huidige stand van de algemene reserves is voldoende om deze risico’s af te dekken. Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO) Eindhoven Programma 1: Veiligheid De gemeente is vertegenwoordigd in het algemeen bestuur.

VRBZO is een organisatie waarin de brandweer en de geneeskundige hulpverleningsorganisatie in de regio (GHOR) samenwerken om incidenten en rampen te voorkomen, te beperken en te bestrijden. VRBZO is een samenwerkingsverband tussen 21 gemeenten in de regio Zuidoost-Brabant. Gemeentelijke bijdrage 2022: € 835.000 Eigen vermogen (1-1-2022 / 31-12-2022): € 2.145.000 € 2.167.000 Vreemd vermogen (1-1-2022 / 31-12-2022): € 40.392.000 € 40.267.000 Resultaat 2022 (ingeschat resultaat): € 390.000 Het jaar 2022 stond voor Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO) in het teken van de ‘ongekende’ crisis. Kort nadat de meeste coronamaatregelen werden opgeheven, brak de oorlog in Oekraïne uit. De veiligheidsregio’s werden gevraagd om de eerste opvang van vluchtelingen te coördineren. Daarvoor is een zogenaamde regionale hublocatie in Eindhoven ingericht. Vanuit deze locatie worden Oekraïense vluchtelingen

26

over de regio verspreid. Daarbij werkt VRBZO nauw samen met gemeenten om opvangplekken te vinden. Richting de zomer werd de druk op de asielketen groot. Om te voorkomen dat mensen buiten moesten slapen, kreeg elke veiligheidsregio de vraag om 225 tot 450 mensen op te vangen in locaties voor noodopvang. In onze regio stelden diverse gemeenten locaties beschikbaar om voor enkele weken vluchtelingen op te vangen. Tijdens de opvangperiode organiseert en faciliteert de veiligheidsregio de dagelijkse gang van zaken. Dat betekent: zorgen voor een veilige leefomgeving, zorgen voor eten en drinken, organiseren van medische noodzorg en schoonmaak en zorgen voor een nuttige dagbesteding om verveling tegen te gaan. Ook op het gebied van brandweerzorg was 2022 een druk jaar. Na het vervallen van de coronamaatregelen steeg het aantal evenementen in de regio weer richting het niveau van voor corona. Dat zorgde voor meer adviesaanvragen en controles bij (grote) evenementen. Verder had de brandweer in 2022 meer dan 5.600 uitrukken voor de bestrijding van incidenten, ruim 15% meer dan in 2021. Belangrijkste oorzaak van de stijging is het aantal natuurbranden in de regio. Door het droge en warme weer waren er meer natuurbranden, waarbij de inzet bij de brand in de Mariapeel het meest in het oog sprong.

Risico’s:

Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang:

Financieel belang:

Ontwikkelingen:

Al deze ontwikkelingen zorgen voor een grote (werk)druk op de organisatie. De extra taken voor crisisnoodopvang zorgen voor druk op medewerkers. Daarbij is de hoge werkdruk van de coronacrisis nog niet verwerkt. De stijging van het aantal en de toenemende complexiteit van incidenten zorgt voor druk op brandweerpersoneel, zowel bij beroepskrachten als bij vrijwilligers. Aanbestedingstrajecten bij de brandweer verlopen op het scherpst van de snede door de hoge inflatie. Binnen bedrijfsvoering vragen de ondersteuning op deze ontwikkelingen en nieuwe wetgeving (zoals BIO, HR-vraagstukken en andere wet- en regelgeving) veel extra capaciteit. In de paragraaf Risicobeheersing en weerstandsvermogen van de Begroting 2022 zijn de risico’s en de bijbehorende weerstandcapaciteit benoemd. In de jaarstukken 2022 is deze paragraaf geactualiseerd. De omvang van de algemene reserve is onvoldoende t.o.v. het gewenste weerstandsvermogen op basis van de analyse van de risico’s. Het is niet reëel dat alle benoemde risico’s zich gelijktijdig en in de geraamde omvang voordoen. Daarmee achten we het acceptabel dat niet alle risico’s via de algemene reserve zijn afgedekt. Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB) Eindhoven Programma 7: Volksgezondheid en milieu De gemeente is vertegenwoordigd in het algemeen bestuur en dagelijks bestuur.

De Omgevingsdienst is ingesteld om ten behoeve van de deelnemers taken uit te voeren op het gebied van het omgevingsrecht en daarmee als uitvoeringsdienst van het lokaal en provinciaal bestuur een bijdrage te leveren aan het realiseren en borgen van de door de verantwoordelijke overheden in de regio Zuidoost-Brabant aangegeven kwaliteit van de fysieke leefomgeving (zie artikel 2 lid 3 van de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant 2015). Gemeentelijke bijdrage 2022: € 363.000 Eigen vermogen (1-1-2022 / 31-12-2022): € 3.266.000 € 1.012.000 Vreemd vermogen (1-1-2022 / 31-12-2022): € 8.620.000 € 6.637.000 Resultaat 2022: € 0 (ingeschat resultaat) ▪ De inwerkingtreding van de Omgevingswet is (wederom) verschoven, nu naar 1 januari 2024. Het ODZOB-programma ter voorbereiding op de Omgevingswet is grotendeels gereed. In het najaar 2022 is binnen de ODZOB een stresstest Omgevingswet uitgevoerd om te bepalen welke resterende opgaves en belemmerende factoren er nog aanwezig zijn. De resultaten hiervan worden verwerkt in het programmaplan voor- en nazorg Omgevingswet waarmee in januari 2023 een start word gemaakt. ▪ De succesvolle implementatie van het nieuwe zaak- en VTH-systeem (gekoppeld aan het Digitaal Stelsel Omgevingswet) is een kans om kwaliteit (nog) beter in de werkprocessen te verankeren. De basis-werkprocessen zijn Omgevingswetproof.

De nieuwe werkprocessen moeten nog worden geoptimaliseerd. ▪ De gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) werd in 2022 van kracht. De gevolgen hiervan voor de P&C-cyclus werden in het najaar gepresenteerd. Medio 2024 dient de tekst van de GR-ODZOB, met instemming van alle betrokken gemeenteraden en provinciale staten, aangepast te zijn. ▪ Het stikstofdossier kende ook in 2022 vele uitdagingen met nieuwe voornemens en regelgeving vanuit Rijk en provincie. Er zijn zeer veel onduidelijkheden en

27

Risico’s:

Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang: Financieel belang:

Ontwikkelingen:

rechtbanken in Nederland deden uitspraken in veel zaken die rechtstreeks de Wnbvergunningverlening raakt. Indirect is er in veel gevallen ook impact op de Wabovergunningverlening en toezicht en handhavingstaken. De nieuwe jurisprudentie zorgt voor veel onzekerheid in de uitvoeringspraktijk. Samen met de andere Brabantse Omgevingsdiensten is door ODZOB een proces opgestart om te komen tot een nader uitvoeringskader voor de agrarische Wabo-vergunningverlening. Dit zal in 2023 verder vervolg krijgen. Ten behoeve van Ontwerpbegroting 2024 en jaarrekening 2022 zijn de risico’s opnieuw geïnventariseerd. Uit deze inventarisatie blijkt dat de verwachtingswaarde van de risico’s met de grootste potentiële impact € 1.295.000 bedraagt. De algemene reserve van de ODZOB bedraagt per ultimo 2022 € 530.744. Dat zou betekenen dat de ODZOB-deelnemers het niet afgedekte deel van € 764.256 in hun eigen financiële buffers zouden moeten afdekken. In de loop van 2023 wordt aan het algemeen bestuur een voorstel gedaan om de algemene reserve te versterken tot € 1,2 miljoen (conform de regionale richtlijnen die hierover zijn opgesteld). KempenPlus Bladel Programma 6: Sociaal domein De gemeente is vertegenwoordigd in het bestuur Uitvoering Participatiewet Gemeentelijke bijdrage 2022: Eigen vermogen (1-1-2022 / 31-12-2022): Vreemd vermogen (1-1-2022 / 31-12-2022): Resultaat 2022: € 34.127

€ 3.258.494 € 8.300.119 € 7.961.721

€ 6.802.593 € 8.081.385

Iedereen deed mee in 2022 Iedereen die een beroep doet op de ondersteuning van KempenPlus wordt geholpen. Zo zorgt KempenPlus ervoor dat iedere Kempenaar mee kan doen. Voor iedereen wordt een passende oplossing gezocht die het beste past bij de persoonlijke situatie en past binnen het beleid. Hoewel het aantal cliënten redelijk stabiel bleef in 2022, zien we wel dat de gemiddelde afstand tot de arbeidsmarkt is toegenomen. Dit leidt tot andere en meer intensieve begeleiding, zodat iedereen zijn maximale potentie kan bereiken. Het beleid, wat de onderlegger is voor de uitvoering van KempenPlus, is in 2022 niet gewijzigd. In 2022 is KempenPlus doorgegaan met de uitvoering zoals dit ook de jaren daarvoor is gedaan. Toch hebben zich in 2022 externe factoren voorgedaan die gevolgen hebben voor onze uitvoering of bedrijfsvoering. Hieronder worden deze benoemd. Oekraïne Begin 2022 brak de oorlog in Oekraïne uit. Voor Kempenplus betekende dit dat zij vanaf het 2e kwartaal 2022 de Leefgeldregeling Oekraïne heeft uitgevoerd. De effecten van de oorlog, de sancties en handelsverboden op de economie en de toelevering van grondstoffen op langere termijn zijn nog niet te overzien. Inburgering Vanaf 1 januari 2022 voert KempenPlus de Wet inburgering namens alle vijf de Kempengemeenten uit. De aantallen inburgeraars zijn groeiende.

Daarnaast kunnen de ontwikkelingen in Oost-Europa gevolgen hebben voor het aantal mensen dat een beroep doet op KempenPlus. Inwoners van Oost-Europa vallen vooralsnog niet onder de Wet inburgering maar als de conflicten langer duren zullen ook zij een beroep op de Participatiewet gaan doen. Krapte op de arbeidsmarkt De krapte op de arbeidsmarkt neemt toe, ook bij gemeenten. Het aantal openstaande vacatures neemt snel toe. Het invullen van vacatures is ook voor KempenPlus steeds meer een uitdaging. KempenPlus is daarom genoodzaakt om terug te vallen op tijdelijke inhuur zodat werkzaamheden toch doorgang kunnen vinden. Krapte op de arbeidsmarkt heeft ook een positief effect voor de mensen in de gemeenten. De omstandigheden zijn op dit moment gunstig voor werkzoekenden om een plaats in te vinden in de reguliere arbeidsmarkt. De mensen die in deze arbeidsmarkt gebruik maken van de dienstverlening van KempenPlus hebben vaak een grote afstand tot de arbeidsmarkt, wat ook meer vraagt van de begeleiding en ondersteuning van KempenPlus.

28

Risico’s:

Prijsstijgingen Vanaf 2021 zien we de prijzen stijgen. Dit was aanvankelijk grotendeels het gevolg van de invloed van corona op de economie en de beschikbaarheid van grondstoffen en (deel)producten. De ontwikkelingen van de oorlog in Oekraïne leiden tot verdere kostenstijging van bouwmaterialen. Ook de energie- en brandstofkosten nemen flink toe en de onzekerheid m.b.t. de beschikbaarheid en levering van onder andere (technologische) materialen is toegenomen. Dit werkt ook door op de uitgaven van KempenPlus en geeft spanning op meerdere budgetten. Naast een prijsstijging zien we ook dat de druk op loonstijging toeneemt. Dit geldt voor ambtelijk, maar vooral bij het niet-ambtelijk personeel. Voor beide groepen zal er in 2023 een loonstijging gaan plaatsvinden. Deze stijging zal ook effect hebben op de lasten. KempenPlus merkt ook dagelijks binnen de organisatie het effect dat de prijsstijging op de mensen heeft. De onzekerheid en armoede die de prijsstijging met zich meebrengt, is merkbaar binnen de deuren van de organisatie en bij de cliënten. Ontwikkelingen in de doelgroepen Naast de prijsrisico’s heeft KempenPlus te maken met kwantiteits- en kwaliteitsrisico’s van de medewerkers en cliënten die een beroep op KempenPlus doen: 1. Hogere instroom cliënten; 2.

Afname van het aantal medewerkers met een Sw-indicatie kan niet gecompenseerd worden door de instroom van medewerkers met Loonkostensubsidie (LKS)/Beschut werk (BW); 3. Arbeidsvermogen (potentieel) van de medewerkers uit de doelgroep neemt af. 4. Ontwikkelingen in de markt. Voor de bedrijfsresultaten is KempenPlus afhankelijk van de vraag in de markt en de economische ontwikkelingen. De volgende risico’s hangen hiermee samen: 1. Wegvallen van vaste klanten en goed renderende opdrachten; 2. Aflopende contracten van groen met de gemeenten; 3. Aanpassen van de relatie met de gemeenten; 4. Meer instromers van de markt aan kan waardoor de tarieven onder druk staan; 5. Concurrentie voor laagbetaalde functies door lage loonlanden en robotisering. Chantage door cybercrime e.d. KempenPlus heeft het afgelopen jaar aanzienlijk geïnvesteerd in de beveiliging en het verbeteren van de systemen. Steeds meer organisaties worden echter geconfronteerd met cybercriminaliteit. Dit kan tot hoge kosten voor het beschermen van de systemen leiden en in het uiterste geval zelfs tot afkoopsommen. Weersomstandigheden Het veranderende klimaat en de onvoorspelbaarheid van het weer in het algemeen leiden ertoe dat er meer werkzaamheden of op andere tijdstippen uitgevoerd moeten worden. Dit kan leiden tot hogere lasten of tot lagere inkomsten.

Stilstand op het ene moment en inhuur/uitzendkrachten op het andere moment. Eigen risico WW/WIA De kans bestaat dat medewerkers die de organisatie verlaten hebben in een later stadium een beroep doen op de WW of WIA.

Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang:

Financieel belang:

Juridische geschillen KempenPlus kan te maken krijgen met juridische geschillen. Deze kunnen samenhangen met het personeel of met de uitvoering van werkzaamheden. Stichting Regionaal Bureau Inkoop en aanbestedingen Zuidoost Brabant (Bizob) Oirschot Programma 0: Bestuur en ondersteuning De gemeente is vertegenwoordigd in de Vergadering van Aangeslotenen. Bizob zet zich in voor ruim 35 gemeenten en publieke organisaties als strategisch partner voor inkoop en aanbestedingen. In nauwe samenwerking met de gemeente faciliteert Bizob inkoop, aanbestedingen, contractmanagement en -beheer voor het sociaal domein, openbare ruimte, bedrijfsvoering en ICT. Het doel is het behalen van voordeel voor alle bij Bizob aangesloten organisaties. De inkoopsamenwerking gaat verder dan het bundelen van inkoopvolumes. Door samenwerking wordt kennis opgebouwd van producten, markten en bedrijven, waardoor transactiekosten en inkooprisico’s verminderen en de professionaliteit van de inkoopfunctie toeneemt. Gemeentelijke bijdrage 2022: € 90.000 Eigen vermogen (1-1-2022 / 31-12-2022): € 1.405.000 € 363.000 Vreemd vermogen (1-1-2022 / 31-12-2022): € 1.140.000 € 1.210.000 Resultaat 2022: € 614.000 (voorlopig resultaat)

29

Ontwikkelingen:

In 2022 werkte Bizob aan ruim 1400 aanbestedingstrajecten. Daarbij blijft Bizob hoog inzetten op collectieve inkoop en contractmanagement en contractbeheer, want zo kunnen veel voordelen behaald worden en kunnen inkoopkosten gereduceerd worden. Ook duurzaamheid staat bij Bizob hoog op de ambitieladder. In 2022 werd in 89% van de aanbestedingen rekening gehouden met het milieu (o.a. circulaire inkoop) en bij 72% van de aanbestedingen werd social return toegepast. Bizob nam in 2022 actief deel aan kennissessies georganiseerd vanuit Nevi publiek rondom social return. De conclusie is dat er veel verbeterpotentieel is en dat het samen optrekken hierin van belang is. Social return komt als onderdeel van MVOI -beleid vaak terug als generiek thema in het interne inkoop- en aanbestedingsbeleid. De afstemming tussen inkoop en inhoudelijke social return beleidsmedewerkers aan de ene kant en de sociaal ontwikkelbedrijven aan de andere kant wordt intensiever en die interactie leidt tot betere keuzes. Corona Door het vervallen van bijna alle corona maatregelen eind maart 2022, konden de Bizob inkopers en contractmanagers weer steeds vaker op de gemeenten aanwezig zijn. Door te werken als collega’s op locatie zijn inkopers en contractmanagers nauw betrokken met de gemeenten of organisaties waarin ze werken en makkelijk te bereiken voor overleg of advies.

Gemeenteraadsverkiezingen In 2022 zijn er gemeenteraadsverkiezingen geweest. Binnen de gemeenten zijn nieuwe coalities gesloten. Dit heeft geleidt tot nieuwe bestuursakkoorden, de basis voor de samenwerking binnen gemeente. Bizob heeft de bestuursakkoorden van onze deelnemende gemeenten gescand. Nieuwe aanbestedingstrajecten worden getoetst aan de bestuursakkoorden om na te gaan of deze goed aansluiten bij de doelstellingen en ambities van de gemeente.

Risico’s: Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang:

Financieel belang:

Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang: Financieel belang:

MKB ondernemersbijeenkomsten Om de positie van het lokale en regionale MKB te verbeteren heeft Bizob in 2022 verschillende ondernemersbijeenkomsten georganiseerd waarin er aandacht wordt besteed aan de mogelijkheden voor lokale ondernemers om zaken te doen met de gemeenten. Daarnaast organiseerde Bizob kwartaalsessies met Bouwend Nederland om een verdere invulling te geven aan de 18 punten uit de intentieverklaring: “Samenwerking bouw en gemeenten: ieder draagt zijn steentje bij”, in navolging van de landelijke actieagenda Beter Aanbesteden. In 2022 werd 79% van de aanbestedingen die door Bizob zijn begeleid, gegund aan het MKB en 56% aan lokale of regionale bedrijven. De aangesloten gemeenten zijn aansprakelijk voor eventuele exploitatie tekorten. NV Bank Nederlandsche Gemeenten (BNG) Den Haag Programma 0: Bestuur en ondersteuning Aandeelhouder (zeer beperkt aandeel) De BNG is de bank van en voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. De bank draagt duurzaam bij aan het laag houden van de kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger. Gemeentelijke bijdrage 2022: €0 Eigen vermogen (1-1-2022 / 31-12-2022): € 5.062 mln € 4.615 mln Vreemd vermogen (1-1-2022 / 31-12-2022): € 143.995 mln € 107.459 mln Resultaat 2022: € 300 mln

NV Brabant Water ‘s-Hertogenbosch Raakt diverse programma’s Aandeelhouder (zeer beperkt aandeel) Het leveren van water en het in stand houden van de benodigde infrastructuur om water te distribueren. Gemeentelijke bijdrage 2022: €0 Eigen vermogen (1-1-2021 / 31-12-2021): € 674 mln € 684 mln Vreemd vermogen (1-1-2021 / 31-12-2021): € 523 mln € 534 mln Resultaat 2021: € 10 mln

30

Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang:

Financieel belang:

Ontwikkelingen:

Risico’s: Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang: Financieel belang:

Ontwikkelingen:

Risico’s:

Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang:

Financieel belang:

Ontwikkelingen: Risico’s:

Belgisch Nederlands Grensoverleg (BeNeGo) Baarle Hertog Programma 0: Bestuur en ondersteuning De gemeente is vertegenwoordigd in het algemeen bestuur. Het bevorderen van grensoverschrijdend overleg en de grensoverschrijdende samenwerking tussen de deelnemende gemeenten en het behartigen van de gemeenschappelijke belangen van de deelnemende gemeenten. Gemeentelijke bijdrage 2022: € 982 Eigen vermogen (1-1-2022 / 31-12-2022): Geen gegevens beschikbaar Vreemd vermogen (1-1-2022 / 31-12-2022): Geen gegevens beschikbaar Resultaat 2022: Geen gegevens beschikbaar In 2022 heeft het dagelijks bestuur van BeNeGo opdracht gegeven om een verkennend onderzoek te laten doen met betrekking tot de toekomstige werking van BeNeGo. Bij de totstandkoming van dit rapport is gesproken met vertegenwoordigers van onze gemeente. Dit rapport is gereed en een voorstel voor de toekomstige werking van BeNeGo wordt eind maart 2023 besproken in het Algemeen Bestuur. Niet van toepassing. Stichting Zorg- en Veiligheidshuis Brabant Zuidoost (ZVHBZO) Helmond Programma 1. Veiligheid De gemeente is vertegenwoordigd in het algemeen bestuur. Het ondersteunen van de gemeenten bij zeer complexe zorg-/veiligheidscasussen en het bevorderen van de integrale samenwerking tussen partners.

Gemeentelijke bijdrage 2022: € 3.272 Eigen vermogen (1-1-2022 / 31-12-2022): € 90.902 € 477.217 Vreemd vermogen (1-1-2022 / 31-12-2022): € 279.284 € 165.378 Resultaat 2022: € 386.315 De landelijke Meerjarenagenda 2021-2024 beschrijft de essentie van de aanpak in ieder zorg- en veiligheidshuis. Volgens de landelijke uitgangspunten zijn de basistaken van een zorg- en veiligheidshuis: ▪ Het faciliteren en regisseren van casus-overleggen waar complexe domeinoverstijgende casuïstiek met een (hoog) veiligheidsrisico wordt besproken. Casus op Maat (COM) en Persoonsgerichte Aanpak (PGA). ▪ Het functioneren als expertisecentrum voor multidisciplinaire zorg- en veiligheidsproblematiek en als vraagbaak voor ketenpartners en professionals. ▪ Het signaleren van relevante trends en ontwikkelingen en (strategisch) adviseren van bestuurders en sleutelpartners. Conform de visie c.q. opdracht van het Algemeen Bestuur voor de doorontwikkeling van het ZVHBZO vertalen de taken en activiteiten zich in 3 hoofdpijlers: Pijler 1 richt zich op Regievoeren op complexe domein-overstijgende casuïstiek met een (hoog) veiligheidsrisico (COM en PGA). Pijler 2 richt zich op Verbinden met de omgeving en kennis & expertise. Pijler 3 richt zich op Huis op orde (privacy en gegevensbeheer).

Het ZVHBZO kan niet sturen op het aantal aanmeldingen van partners voor COM en de PGA, deze dienstverlening werkt vraaggestuurd. Er moet voldoende capaciteit beschikbaar zijn bij de gemeenten en zorg -en veiligheidspartners en het ZVHBZO zelf om de casussen op te kunnen pakken. Stichting Huis van de Brabantse Kempen Hapert Programma 3. Economie De gemeente is vertegenwoordigd in het bestuur van de Stichting Het Huis van de Brabantse Kempen vervult al vele jaren een stimulerende rol in de ontwikkeling van de Kempen als vitale regio. De Stichting is een professionele nonprofit organisatie die, op basis van een gezamenlijke ambitie van Ondernemers, Overheid en Onderwijs programma’s en projecten organiseert en initiatief neemt om te leren, ontmoeten en te innoveren. Het Huis vormt een schakel tussen de triple helix samenwerking in de Kempen, de samenwerking in de Brainportregio èn de samenwerking met partners over de landsgrenzen. Gemeentelijke bijdrage 2022 €0 Eigen vermogen (1-1-2022 / 31-12-2022): € 206.000 € Vreemd vermogen (1-1-2022 / 31-12-2022): € 27.000 € Resultaat 2022: € In 2022 is de samenwerking in het Huis van de Brabantse Kempen beëindigd. Er zijn geen risico’s meer, aangezien de samenwerking in het Huis is beëindigd.

31

2.6. Onderhoud kapitaalgoederen 2.6.1. Algemeen Onderhoudslasten worden gemaakt om een kapitaalgoed in goede, oorspronkelijke staat te houden, zodat het naar behoren kan functioneren. Onderhoudslasten zijn dus niet van invloed op de vastgestelde gebruiksduur of afschrijvingstermijn. Het is van belang om inzicht te hebben in de beleidskaders omtrent dat onderhoud. Die beleidskaders zijn er zowel inhoudelijk als financieel-administratief. Inhoudelijk gaat het dan bijvoorbeeld om het vastgestelde onderhoudsniveau. Dit is het eindresultaat van enerzijds de kwaliteit die we voor ogen hebben en anderzijds de budgettaire mogelijkheden. Er is ook een financieel beleidskader. Dat gaat over de mate waarin financiële ruimte wordt gecreëerd voor onderhoud en vervanging van kapitaalgoederen. Hiervoor gelden de volgende ‘spelregels’. Alle vaste activa worden tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs geactiveerd met uitzondering van investeringen in de openbare ruimte die via de grondexploitatie worden verhaald. Op vaste activa met een beperkte levensduur wordt jaarlijks afgeschreven volgens een stelsel dat is afgestemd op de toekomstige gebruiksduur. Een uitzondering hierop is de afschrijvingsduur van immateriële vaste activa (bijvoorbeeld een bestemmingsplan). Deze worden incidenteel ten laste gebracht van de exploitatie. Het beleid rond afschrijving is vastgelegd in een beleidsnota.

In de Nota reserves, voorzieningen en afschrijvingsbeleid 2020 zijn de afschrijvingstermijnen opgenomen. Deze zijn in 2021 aangevuld met vastgesteld afschrijvingstermijnen voor groen. Soort investering Gebouwen (permanent) Gebouwen (semipermanent) Inrichting Groen (korte levensduur) Groen (lange levensduur) Hardware Software Kunststof (gras)velden/banen: ondergrond Kunststof (gras)velden/banen: toplaag

Termijn in jaren 40 15 15 40 80 4 6 40 20

Soort investering Riolering (excl. pompen/gemalen/drukriool) Technisch installaties (w.o. pompen enz.) Wegen (aanleg, reconstructie) en waterkunde Straatmeubilair Straatverlichting (masten) Straatverlichting (armaturen) Speeltoestellen / sportattributen Vervoermiddelen Machines

Termijn in jaren 50 15 40 25 40 20 15 10 10

2.6.2. Wegen en verkeer In 2017 is door de raad het ‘Wegenbeleidsplan 2018-2027’ vastgesteld. Onze gemeente hanteert in lijn met de wettelijke en maatschappelijke verplichtingen een sobere doch doelmatige kwaliteitsnorm voor haar wegbeheer met een gezonde balans in kwaliteit en kosten. De kwaliteitsnorm van de gemeente sluit hierbij 1 op 1 aan op kwaliteitsniveau C van de CROW publicatie 288. Daarbij sturen we op het beheersen van risico’s (veiligheid en kapitaalvernietiging) van het gehele wegenareaal en maken geen differentiatie in wegtypen of gebieden. Het wegenbeheerplan bevat de onderhoudscijfers voor een looptijd van 10 jaren, waarbij de eerste 5 jaren meer gespecificeerd zijn berekend. Voor de dotatie aan de onderhoudsvoorziening wegen hebben we ons gebaseerd op de ramingen voor de eerste 5 jaren van het plan (t/m 2022), hetgeen neerkomt op een dotatie van € 345.000 (excl. Inflatiecorrectie). Voor laatste 5 jaren (2023 t/m 2027) van het plan is de dotatie berekend op € 472.500 per jaar, maar daar moet bij worden aangetekend dat voor 2023 een actualisatie van het onderhoudsplan is voorzien, waarop de dotaties aangepast moeten worden.

De gekozen werkwijze heeft geleid tot een opmerking van de provincie bij de toetsing van de begroting 2020-2023 omdat daarin voor het jaar 2023 een dotatie aan de onderhoudsvoorziening is opgenomen die niet in overeenstemming is met het onderhoudsplan. De accountant moet zich bij de controle van de jaarrekening een oordeel vormen over de toereikendheid van de onderhoudsvoorziening. Kijkend naar de looptijd van het onderhoudsplan zou dat niet het geval zijn. Echter op basis van een letterlijke interpretatie van de Notitie materiële vaste activa van de commissie Bbv van december 2017, hoeft de scope niet verder te gaan dan de 4 jaren van de meerjarenbegroting. Inmiddels kan uit de begroting opgemaakt worden dat vanaf 2023 de verhoogde dotaties aan de voorziening structureel zijn geraamd. Op basis van de stand van de voorziening is er geen aanleiding te veronderstellen dat de voorziening de komende jaren ontoereikend zal zijn. Mocht uit de actualisatie een andere conclusie volgen, dan zullen deze consequenties worden verwerkt.

32

2.6.3. Gebouwen Op 5 november 2019 is het beheerplan gebouwen 2019-2022 vastgesteld en zijn de onderhoudsbudgetten in overeenstemming gebracht met dat beheerplan. Conform de aangepaste eis van de provincie zal het beheerplan uiterlijk in 2023 geactualiseerd worden. Vanaf 2014 wordt gewerkt met een onderhoudsvoorziening voor gebouwen, waarin de stortingen plaatsvinden op basis van het vastgestelde beheerplan. Deze werkwijze wordt gecontinueerd. Naast de onderhoudsvoorziening is er – op basis van het Bbv – ook een voorziening voor achterstallig onderhoud gevormd. Onder deze voorziening vallen alle elementen die in de meerjarenonderhoudsplanning 2019-2033 als “achterstallig onderhoud” zijn aangemerkt. Het achterstallig onderhoud moet binnen 4 jaren worden ingelopen, dus uiterlijk in 2023. Als gevolg van het besluit van de Raad op 16 november 2021 is de voorziening voor achterstallig onderhoud aangevuld met achterstallig onderhoud aan de beheerderswoning op het sportpark in Reusel. Voor de instandhouding van de beheerderswoning vindt tevens jaarlijks een dotatie plaats voor regulier onderhoud (in de voorziening onderhoud gebouwen). Daarnaast is er een krediet beschikbaar gesteld voor “een levensduur verlengende investering” ten behoeve van deze beheerderswoning. 2.6.4.

Riolering en watertaken In december 2021 heeft de gemeenteraad het VGRP (Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2017-2021) verlengd zodat dit nog steeds geldend is. In het VGRP zijn beleid en bijbehorende middelen opgenomen, waarmee we de taken uitvoeren. Speerpunt in de planperiode is inzicht krijgen in de kwaliteit van ons areaal, Het grootste gedeelte van het areaal is beoordeeld en waar nodig hersteld of een plan voor herstel gemaakt. Zowel in 2022 als in 2023 zijn hiervoor extra middelen opgenomen. Voor 2024 wordt uitgegaan van een nieuw programma Water en Riolering. Uit het Kallisto-onderzoek is gebleken dat de bijdrage vanuit de waterketen op de kwaliteit van het ontvangende oppervlaktewater zeer gering is. Voor de Kaderrichtlijn Water zullen daarom geen maatregelen worden genomen. Voor de wateroverlast bij hevige neerslag ter plaatse van De Reusel wordt samen met Waterschap De Dommel een oplossing gezocht. De middelen voor de KRW worden daarvoor ingezet omdat ze impliciet een bijdrage leveren aan de waterkwaliteit. Door invoering van de wet DPRA (DeltaPlan Ruimtelijke Adaptatie) hebben we niet alleen de verplichte Klimaatstresstest als eerste van de zeven stappen uitgevoerd. Inmiddels zijn bijvoorbeeld ook de dialogen gevoerd en is er een uitvoeringsagenda vastgesteld. 2.6.5. Openbare verlichting In 2018 is het beleidsplan Openbare Verlichting 2018-2030 vastgesteld.

Uitgangspunt voor de openbare verlichting is behoud van kwaliteit en waar mogelijk verbetering. Toepassing van duurzame materialen is vanzelfsprekend. Het streven is om in 2030 te voldoen aan de doelstelling uit het Energieakkoord. Bij herinrichting, reconstructie en nieuwe ontwikkelingen worden oude lichtmasten en armaturen vervangen en de verlichtingskwaliteit conform de richtlijnen gerealiseerd. Daarbij is een inhaalslag gemaakt in de vervangingsachterstand bij masten en armaturen waarvan de theoretische levensduur ruimschoots is overschreden. Een integrale aanpak vormt de basis voor de uitvoeringsplannen. 2.6.6. Groenvoorziening In november 2021 heeft de gemeenteraad het Beleidsplan Openbaar Groen 2022-2031 vastgesteld en daarmee de visie en kaders bepaald. Naast de beleidsambities zijn de bijbehorende middelen voor een kwaliteitsgericht en consistent groenonderhoud (volgens de onderhoudsniveau ’s A, B en C) gedeeltelijk beschikbaar gesteld, bestaande uit totaal € 680.000,-. Daarnaast is er sprake van een jaarlijkse vervangingsinvesteringen van totaal € 310.000 om het kapitaalgoed groen duurzaam in stand te houden waarbij sprake is van de gewogen afschrijftermijnen van 40 en 80 jaar.

33

2.7. Grondbeleid 2.7.1. Algemeen Het grondbeleid heeft invloed op en samenhang met de realisatie van beleidsvoornemens op het terrein van ruimtelijke ordening en volkshuisvesting, verkeer en vervoer en de economische structuur. Daarnaast heeft het grondbeleid een grote financiële impact. De eventuele baten, maar vooral de financiële risico’s zijn van belang voor de algemene financiële positie van de gemeente. Grondbeleid richt zich op exploitatiegebieden voor het bouwen van woningen en bedrijven. Deze paragraaf geeft hoofdzakelijk de stand van zaken en (toekomstige) ontwikkelingen weer van de bouwgrondexploitaties. In 2021 is er een geactualiseerde nota Grondbeleid vastgesteld. Daarin zijn de beleidsuitgangspunten voor het te voeren grondbeleid binnen de gemeente Reusel-De Mierden geformuleerd. Deze uitgangspunten vormen samen een integraal beleidskader voor een verbetering van de beheersing en onderlinge afstemming van de verschillende binnen het grondexploitatieproces te onderkennen uitvoeringstrajecten. De gemeente bepaalt middels haar beleid wat, wanneer en waar gebouwd kan worden. De gemeente wil regie op ontwikkeling voeren om haar ruimtelijke doelstellingen te realiseren. De gemeente kan op verschillende manieren invulling geven aan deze rol. Denk hierbij aan actief grondbeleid, passief grondbeleid en vele tussenvormen hierin.

Afhankelijk van de economische uitvoerbaarheid van een ontwikkeling en de mogelijke risico’s, maakt de gemeente per locatie / deelgebied een keuze voor het type grondbeleid. De gemeente heeft diverse uitbreidingslocaties voor woningbouw, zijnde Molen Akkers in Reusel, De Leeuwerik in Hooge Mierde, De Hasselt-II in Lage Mierde en ’t Kantje te Hulsel. Voor bedrijven kennen we lokaal het exploitatieplan Kleine Hoeven in Reusel en regionaal het Kempisch Bedrijven Park (KBP). In Reusel is het plan Molen Akkers nagenoeg volledig bebouwd en hetzelfde geldt in Lage Mierde in de Hasselt-II. Verkenningen zijn uitgevoerd en onderzoeken vinden plaats teneinde ook in de toekomst voldoende mogelijkheden voor woningbouw in alle kernen te kunnen realiseren. Voor de bedrijventerreinen geldt dat Kleine Hoeven vrijwel volledig is uitgegeven. Voorbereidingen voor de realisatie van Kleine Hoeven fase II zijn al geruime tijd gaande. Ook het KBP is nagenoeg volledig vol. Voor zowel kleinere bedrijven als voor grotere bedrijfsvestigingen vinden onderzoeken plaats naar locaties welke in de toekomst kunnen gaan dienen als locatie voor bedrijfsterreinen. 2.7.2. Beleidskaders grondbeleid De ruimte voor het voeren van een daar waar mogelijk actief grondbeleid wordt bepaald door een aantal wetten en beleidskaders.

De belangrijkste wetten zijn: • de Wet ruimtelijke ordening (Wro); • de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg); • de Onteigeningswet; • de Pachtwet. De belangrijkste beleidskaders worden gevormd door: • Interim omgevingsverordening Noord-Brabant; • De Brabantse omgevingsvisie 2018; • het regionaal Woningbouwprogramma; • de gemeentelijke omgevingsvisie; • Kempische visie op wonen 2019-2023 vastgesteld op 12 maart 2019; • de Nota Grondbeleid vastgesteld door de raad op 20 april 2021; 2.7.3. Financieel kader Het financiële kader wordt gevormd door de richtlijnen die door het Rijk en de provincie zijn opgelegd en de eigen kaders van de gemeente. De door het Rijk opgelegde richtlijnen zijn gebaseerd op het Bbv. Het Bbv kent een driedeling als het gaat om de rubricering van gronden. Deze driedeling bestaat uit: 1. bouwgronden in exploitatie; 2. materiële vaste activa; 3. faciliterend grondbeleid. ad. 1: Bouwgronden in exploitatie (BIE) Het startpunt van een Bouwgrond in exploitatie (BIE) is het raadsbesluit met de vaststelling van het grondexploitatiecomplex, inclusief grondexploitatiebegroting. Vanaf dat moment wordt de BIE geopend en kunnen kosten worden geactiveerd en bijgeschreven op de voorraadpositie op de balans.

34

ad. 2: Materiële vaste activa Gronden die in de toekomst getransformeerd gaan worden naar bouwrijpe grond maar waarvoor nog geen grondexploitatiebegroting is vastgesteld, worden als materieel vast actief aangemerkt en verantwoord. ad. 3: Faciliterend grondbeleid Bij gronden die in bezit zijn van een private partij waarbij deze grond wordt ontwikkeld door deze private partij is er sprake van faciliterend grondbeleid. De gemeente treedt in deze gevallen op als overheid die de plannen van private partijen faciliteert als daarvoor een bestemmingswijziging noodzakelijk is. Bouwgrondexploitaties Jaarlijks geven wij in het kader van de jaarrekening een toelichting op de financiële positie van de “bouwgronden in exploitatie” oftewel de grondexploitaties per 31 december van het afgesloten boekjaar. Dit gebeurt op basis van de meest actuele grondexploitatieberekeningen van de complexen en de tot deze datum gerealiseerde inkomsten en uitgaven. Het financiële kader is van belang voor: • jaarlijkse prognoses grondexploitatie; • winstnemingen grondexploitaties; • het afdekken van de financiële risico’s. In de paragraaf grondbeleid wordt niet gerapporteerd over de materiele vaste activa of over het faciliterend grondbeleid. Deze onderdelen staan op andere plaatsen in de jaarrekening.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=ReuselDeMierden&id=a0c727b4-1a27-4c1b-839e-8e802c7b25cb