Jaarstukken 2022.pdf
Tekst van het document
Datum 4 juli 2023 Bezoekadres Gemeente Reusel-De Mierden Kerkplein 3 5541 KB Reusel Postadres Postbus 11 5540 AA Reusel Inlichtingen Telefoon 0497-650650 Email: gemeente@reuseldemierden.nl
Corsa 23.08933
0
Inhoudsopgave Aanbiedingsbrief ............................................................................................................................................. 2 1.
Inleiding ............................................................................................................................................... 4
2.
Paragrafen…………………...…………………………………………………………………………………6 2.1.
Bedrijfsvoering ................................................................................................................................... 6
2.2.
Lokale heffingen ................................................................................................................................ 9
2.3.
Weerstandsvermogen en risicobeheersing ..................................................................................... 12
2.4.
Financiering ..................................................................................................................................... 20
2.5.
Verbonden partijen .......................................................................................................................... 23
2.6.
Onderhoud kapitaalgoederen .......................................................................................................... 32
2.7.
Grondbeleid ..................................................................................................................................... 34
3.
Programma's…………..……………………………………………………………………………………..38
Programma 0. Bestuur en ondersteuning ..................................................................................................... 40 Programma 1. Veiligheid ............................................................................................................................... 48 Programma 2. Verkeer en vervoer ................................................................................................................ 52 Programma 3. Economie .............................................................................................................................. 56 Programma 4. Onderwijs .............................................................................................................................. 61 Programma 5. Sport, cultuur en recreatie ..................................................................................................... 64 Programma 6. Sociaal Domein ..................................................................................................................... 68 Programma 7. Volksgezondheid en milieu ................................................................................................... 76 Programma 8. Volkshuisvesting, Ruimtelijke ordening, stedelijke vernieuwing (VHROSV) ........................ 85 4.
Balans met toelichting ...................................................................................................................... 94
4.1.
Balans ................................................................................................................................................ 94
4.2.
Niet uit de balans blijkende verplichtingen ...................................................................................... 107
Bijlagen 5. Overzicht van baten en lasten ................................................................................................................ 109 6. Verantwoording Wet normering topinkomens (WNT) ............................................................................. 115 7. Schatkistbankieren .................................................................................................................................. 117 8. SiSa-bijlage ............................................................................................................................................. 120 9. Beleidsindicatoren ................................................................................................................................... 130
1
Aanbiedingsbrief Met deze jaarstukken legt het college van burgemeester en wethouders inhoudelijk en financieel verantwoording af over het boekjaar 2022. Het jaar 2022 is een jaar waarin corona meer op de achtergrond is geraakt, maar waarin nieuwe uitdagingen en bedreigingen op kwamen zetten. De oorlog in Oekraïne is wereldwijd een belangrijke ontwikkeling, met gevolgen voor de opvang van ontheemde Oekraïners, effecten op de energiemarkt en de daaraan verbonden financiële situatie van mensen enz. Ontwikkelingen die voor veel mensen zeer ingrijpende gevolgen hebben en hebben gehad. Maar ook de toenemende krapte op de arbeidsmarkt is een ontwikkeling die in het kader van de nu voorliggende jaarstukken genoemd moet worden als een ontwikkeling die van invloed is op hetgeen we als gemeente hebben gedaan en hebben kunnen doen. Opnieuw een jaar dus, dat we als buitengewoon moeten betitelen. Maar ook een jaar waarin we met de inzet en creativiteit van heel veel mensen sámen heel veel hebben gedaan en hebben bereikt. Na de vorenstaande constateringen ontkomen we niet aan de zakelijkheid rondom de jaarstukken 2022. Daarin zien we plus- en minpunten. Zaken die we door allerlei oorzaken niet hebben kunnen uitvoeren en zaken die we extra hebben moeten doen of min of meer gewoon door hebben kunnen laten lopen.
En bij jaarstukken vertaalt dat alles zich altijd in een financieel saldo van de jaarrekening. Dat saldo bedraagt over 2022 € 6,5 miljoen en dat is bijna € 5 miljoen hoger dan was geraamd. Een uitgebreide toelichting op de verschillen vindt u in de analyse op blz. 105 (verschillenanalyse bij de staat van baten en lasten) van deze jaarrekening. Natuurlijk bestaat het verschil uit een groot scala aan voor- en nadelige afwijkingen. Een aantal belangrijke afwijkingen betreft ruim € 1 miljoen vanwege een hogere algemene uitkering uit het gemeentefonds, € 1,3 miljoen betreft een uitkering van het Rijk voor de opvang van ontheemden uit Oekraïne (zie vaststellingsbesluit), € 1 miljoen betreft bedragen waarvan wordt voorgesteld deze over te hevelen naar 2023, € 0,5 miljoen betreft de grondexploitaties, € 0,4 miljoen extra legesopbrengsten. Resumerend kunnen we stellen dat er in 2022 weer veel is gepresteerd. Een heleboel werk is verzet en dat is zeker niet de verdienste van alléén de gemeente. Want voor veel taken werken we samen met tal van partners en kunnen we steunen op actief meedenken en meedoen door burgers en vertegenwoordigers van instellingen en verenigingen. “Samen Doen” noemen we dat in onze gemeente en ook het jaar 2022 heeft aangetoond dat “samen doen” niet zomaar een kreet is, maar steeds meer een basisvoorwaarde om zo optimaal mogelijke resultaten te bereiken.
Daarvoor is er een gemeentebestuur nodig, een ambtelijke organisatie, maar vooral ook inwoners, verenigingen, bedrijven en allerlei maatschappelijke organisaties. Trots is het woord dat aangeeft hoe wij ons voelen bij al die hulp en medewerking die we langs die weg krijgen. Super veel dank daarvoor!
Burgemeester en wethouders van Reusel-De Mierden, dhr. J.P.P.S. Ruyters, mw. A.J.M.H. van de Ven, Secretaris. burgemeester.
2
3
1.
Inleiding
Leeswijzer Hoofdstuk 2 bevat de paragrafen, zoals die op basis van het Bbv voorgeschreven zijn. Deze paragrafen geven op een aantal belangrijke thema’s een soort van dwarsdoorsnede. In deze jaarrekening is daar een extra paragraaf aan toegevoegd met betrekking tot Covid-19. De verspreid over de programma’s opgenomen informatie is in deze paragraaf samengevoegd zodat zoveel mogelijk een integraal beeld over dit onderwerp gegeven wordt. In hoofdstuk 3 wordt per programma de beleidsmatige programmaverantwoording gegeven (feitelijk het jaarverslag) met daarbij ook per programma de financiële analyse (de jaarrekening). Op deze wijze worden inhoud en financiën met elkaar verbonden en wordt per programma aangegeven wat we gedaan hebben met de voornemens zoals die in de programmabegroting 2022 waren aangekondigd en wat dat gekost heeft. In de financiële staatjes is getracht op een zo beknopt mogelijke wijze inzicht te bieden in de over- en onderschrijdingen. Tekstueel is daarbij nog een korte omschrijving gegeven ter verklaring van de verschillen. De jaarrekening moet de wettelijk voorgeschreven beleidsindicatoren bevatten, welke zijn vermeld op basis van de meest actueel beschikbare informatie. De gegevens voor deze indicatoren moeten geput worden uit beschikbare openbare bronnen (zoals de website waarstaatjegemeente.nl).
Die bronnen bieden in lang niet alle gevallen de informatie uit 2022, hetgeen jammer is omdat daardoor de waarde van de indicatoren afneemt. Het is niet de bedoeling dat gemeenten eigen gegevens in de plaats van de gegevens uit de openbare bronnen gaan zetten omdat dan de vergelijkbaarheid van de verplichte indicatoren niet meer geborgd is. De beleidsindicatoren zijn, voorzien van grafiekjes, opgenomen in bijlage 8 van deze jaarrekening. Hoofdstuk 4 bevat de balans met de daarbij behorende toelichting. In hoofdstuk 5 vindt u het overzicht van baten en lasten waaruit het rekeningresultaat voortvloeit. Bij de bepaling van het resultaat wordt onderscheid gemaakt in het resultaat uit de zuivere exploitatie en het resultaat na onttrekkingen uit of toevoegingen aan reserves. Natuurlijk is ook een verschillenanalyse op hoofdlijnen opgenomen. In de hoofdstukken 6 t/m 9 zijn een aantal verplichte verantwoordingen opgenomen, te weten de verantwoording in het kader van de Wet Normering Topinkomens (WNT), de verklaring op grond van de Wet schatkistbankieren, de verplichte beleidsindicatoren en de Sisa-verantwoording. Sisa staat voor Single Information Single Audit en via deze verantwoording wordt tevens verantwoording afgelegd over de besteding van een aantal specifieke uitkeringen die we ontvangen hebben van andere overheidsorganen (rijk, provincie, gemeenschappelijke regelingen).
Tot slot is het van belang te vermelden dat in de jaarrekening wordt gewerkt met afrondingen op meervouden van € 1.000. Daardoor kunnen er afwijkingen optreden in tellingen en vergelijkingen. Verschillen tot zo’n € 3.000 worden veelal door dit soort afrondingen veroorzaakt.
4
5
2.1. Bedrijfsvoering 2.1.1. Inleiding Bedrijfsvoering heeft een belangrijke rol in de realisatie van de beleidsdoelen van de gemeente. Het ondersteunt de primaire processen, dienstverlening aan burgers en beleids- en bestuurlijke processen. Wij streven naar een bedrijfsvoering die zodanig is ingericht, dat de uitvoering van de programmabegroting door de ambtelijke organisatie op een zo efficiënt mogelijke wijze vorm krijgt. In deze paragraaf geven we inzicht in wat er in 2022 is gebeurd op het gebied van bedrijfsvoering. Belangrijke ambities vanuit de raad en het college met betrekking tot de bedrijfsvoering zijn: • Versterken van de bestuurskracht; • Samen Doen is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van inwoners, gemeenteraad, college en ambtelijke organisatie; • Verbeteren van de interne en externe communicatie; • Adequate en zorgvuldige dienstverlening; • Financiële huishouding gemeente blijvend op orde. 2.1.2. Versterken van de bestuurskracht Als kleine maar ambitieuze gemeente blijft de zeggenschap in de regio en richting provincie en Rijk beperkt. Daarom is het voor Reusel-De Mierden belangrijk om de samenwerking met anderen op te zoeken om haar doelen te bereiken en onze inwoners beter te vertegenwoordigen in de regio, richting de provincie en het Rijk.
Nieuw is onze deelname aan de netwerkgroep K80 (een samenwerking van de 80 kleinste gemeenten) met als doel samen krachtiger te staan richting de landelijke politiek. 2.1.3. Doorontwikkelen van Samen Doen Samen Doen is al langer een belangrijk thema voor onze gemeente en heeft al veel mooie voorbeelden opgeleverd, waarbij inwoners en gemeente de handen ineen slaan. Ondanks de nog altijd beperkende maatregelen in het kader van Corona zijn tegen het einde van 2022 de eerste stappen naar het opnieuw oppakken van Samen Doen gezet. Desondanks bleef het voor onze medewerkers zoeken naar goede digitale, telefonische of schriftelijke mogelijkheden om toch op een goede manier invulling te blijven geven aan Samen Doen. 2.1.4. Dienstverlening Vanwege de in 2022 nog altijd geldende coronamaatregelen hebben we minder dan wenselijk in kunnen zetten op persoonlijk contact met de inwoners. Dat neemt niet weg dat we voortdurend aandacht vragen en hebben voor de visie op dienstverlening en het onderschrijven van het belang hiervan. Gelet op het aantal meldingen in het meldingensysteem (jaarlijks circa 2.000) weten de inwoners de weg hier naar toe te vinden. 2.1.5. Verbeteren van de zichtbaarheid De communicatie richting de diverse doelgroepen via eigen kanalen heeft in 2022 een vervolg gekregen.
Met name het inzetten van digitale kanalen, naast de analoge publicaties in bijvoorbeeld D’n Uitkijk, is verder uitgebreid. Hiervoor werken we voortdurend aan het bijhouden en verder verbeteren van onze gemeentelijke website en zijn we actiever aan het communiceren via onze social media kanalen (LinkedIn, Instagram en Facebook). 2.1.6. Digitalisering Ook in 2022 zijn we verder gegaan met de documentenstroom verder te digitaliseren. In 2022 zijn we gestart met het opbouwen van een digitaal archief. Hierdoor zijn we in staat om stukken, die voor altijd bewaard moeten worden, digitaal over te dragen aan het Regionaal Historisch Centrum Eindhoven. Daar kunnen inwoners de stukken digitaal opvragen en inzien. De digitale handtekening is geïmplementeerd en zijn de eerste documenten ook daadwerkelijk digitaal ondertekend. Ten behoeve van het zo optimaal mogelijk digitaal vergaderen zijn twee ruimtes (B&W- en Fractiekamer) omgebouwd tot ‘Teams-Rooms’. Met gebruik van een groot scherm, camera en microfoons zijn we beter in staat invulling aan te geven aan hybride werken. 2.1.7. Doorontwikkeling producten beleids-/ planningscyclus In de overleggen met de auditcommissie is gesproken over de aanpassingen, voortkomend uit de behoefte van de raad, in de verschillende P&C producten.
Dit heeft geleid tot verdere aanpassingen en verbeteringen zoals het enkel rapporteren van grote afwijkingen in de Berap. Door met elkaar hierover blijvend in gesprek te gaan werken we samen aan het continu verbeteren van de P&C producten.
6
2.1.8. Informatiebeveiliging en privacy Onze gemeente werkt op het gebied van informatiebeveiliging nauw samen met de andere Kempengemeenten, de GRSK en Kempenplus. Samen zijn we ervoor verantwoordelijk dat de informatie die ons wordt toevertrouwd, veilig is. Om deze informatie zo goed mogelijk te beschermen, nemen we de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) als uitgangspunt. Dit is een normenset waar alle overheidsorganisaties aan moeten voldoen. Ook in 2022 heeft de jaarlijkse audit plaatsgevonden om te zien in hoeverre er wordt voldaan aan de BIO. Dit doen we aan de hand van ENSIA (Eenduidige Normatiek Single Information Audit). Naast een audit, zijn er in ENSIA ook controles uitgevoerd op een aantal basisregistraties, de WOZ (waardering onroerende zaken), op de DigiD aansluitingen, SUWI (structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen) en reis- en waardedocumenten. Per 1 augustus 2022 geldt een nieuw normenkader voor DigiD, het DigiD Normenkader 3.0. Dit aanvullende normenkader is in 2022 als bijlage bij het Informatiebeveiligingsbeleid Kempengemeenten, GRSK en KempenPlus vastgesteld. Door deze verschillende audits en controles houden we inzicht in de stand van zaken voor wat betreft informatiebeveiliging. Daarnaast zijn er in 2022 ook andere maatregelen genomen om de informatieveiligheid te vergroten.
Zo kan inloggen op het netwerk voortaan alleen met 2-factor-authenticatie. Dit betekent dat naast een gebruikersnaam en wachtwoord ook nog een aparte code moet worden ingevoerd, die op een ander apparaat (bv. telefoon) wordt ontvangen. Dit was al het geval voor inloggen buiten het gemeentehuis (bv. bij thuiswerken), maar is in 2022 ook voor alle werkplekken in het gemeentehuis ingevoerd. Naast de technische maatregelen die er genomen worden, is het belangrijk dat medewerkers zich ook bewust zijn van hun handelen om zo beveiligingsincidenten te voorkomen. Alle nieuwe medewerkers van onze gemeente krijgen hier uitleg over. Ook alle andere medewerkers hebben in 2022 een herhaaltraining informatieveiligheid gevolgd. In november 2022 is door het SSC een ‘phishing-test’ uitgevoerd. Phishing is een vorm van cybercrime waarbij criminelen een e-mail naar je verzenden om te proberen inloggegevens of andere persoonlijke gegevens van jou te achterhalen. Met deze test was het mogelijk om de alertheid van de medewerkers van de verschillende organisaties in de Kempengemeenten, GRSK en KempenPlus te toetsen.
Ondanks dat we in verhouding tot de andere organisaties beter hebben gescoord (er hebben minder medewerkers op de link geklikt en informatie verstrekt), blijft bewustwording op het gebied van informatiebeveiliging een onderwerp dat voortdurend aandacht nodig heeft, zeker ook omdat de ontwikkelingen niet stil staan. Om die reden worden medewerkers regelmatig, o.a. via berichten op intranet, gewezen op beveiligingsrisico’s die op dat moment actueel zijn. Bij de bescherming van informatie wordt speciale aandacht geschonken aan persoonsgegevens. Als gemeente moeten we voldoen aan de Europese privacywetgeving: de AVG. Inwoners moeten er op kunnen vertrouwen dat de gemeente op een veilige manier met hun persoonsgegevens omgaat. Wanneer persoonsgegevens in verkeerde handen terecht zijn gekomen, kan er namelijk sprake zijn van een datalek. In 2022 is binnen de organisatie op een aantal momenten specifiek aandacht besteed aan privacy-aspecten, zoals het vermelden van persoonsgegevens in openbare stukken en vooral aan het laagdrempelig melden van datalekken. Wij zijn namelijk altijd gelukkig als iemand een datalek meldt. Niet blij – dat zijn we zonder datalek – maar gelukkig. Gelukkig, omdat we dan weten wat er mis is gegaan, daarvan kunnen leren en de nodige maatregelen kunnen nemen.
Daarbij is een open en veilige cultuur belangrijk, waarin medewerkers worden gestimuleerd om incidenten te melden, waarin incidenten worden besproken en de melder een terugkoppeling krijgt. 2.1.9. Wet open overheid Op 1 mei 2022 is de Wet open overheid (Woo) in werking getreden. De Woo vervangt de Wet openbaarheid van bestuur. Ingevolge artikel 3.5 Woo besteedt een bestuursorgaan in de jaarlijkse begroting aandacht aan de beleidsvoornemens inzake de uitvoering van deze wet en doet in de jaarlijkse verantwoording verslag van de uitvoering ervan, mede in relatie tot de beleidsvoornemens. In deze paragraaf doen wij voor de eerste maal verslag van onze beleidsvoornemens. Daarbij richten wij ons op 3 pijlers van de Woo: 1. Actieve openbaarmaking 2. Passieve openbaarmaking 3. Verbetering van de informatiehuishouding Actieve openbaarmaking De Woo noemt 11 categorieën die wij actief openbaar moeten maken. Het overgangsrecht van de Woo regelt dat de start van de actieve openbaarmaking van deze 11 categorieën wordt geregeld in een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB). Daarin zal naar verwachting naast de datum ook worden bekend gemaakt dat de 11 categorieën niet allemaal tegelijk openbaar gemaakt moeten worden, maar dat daar een fasering in wordt aangebracht. Voorlopig is er nog geen duidelijkheid vanaf wanneer wij moeten starten met actieve
7
openbaarmaking. Overigens maken wij al diverse zaken actief openbaar. Denk aan de raadsstukken, vastgestelde verordeningen, beleidsregels, organisatiegegevens, jaarverslagen en dergelijke. Het staat ons vrij om al meer documenten actief openbaar te maken. Passieve openbaarmaking Naast het actief openbaar maken kan iedereen altijd vragen om bepaalde informatie (op verzoek) openbaar te maken. Voorheen kon dit ook, maar dan op basis van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Ook bij openbaarmaking op verzoek gaat de Woo ervan uit dat het belang van openbaarheid altijd geldt en dat alleen in uitzonderingsgevallen een bijzonder belang vóór openbaarmaking kan gaan. Concreet betekent dit dat een Woo-verzoek (of onderdelen daarvan) alleen kan (of kunnen) worden geweigerd wanneer een beschermd belang in het geding is. In het jaar 2022 zijn er bij onze gemeente enkele Woo-verzoeken ingediend. In aantal was er weinig verschil ten opzichte van voorheen ingediende Wob-verzoeken. Met verzoekers is persoonlijk contact opgenomen en besproken om welke informatie concreet werd verzocht zodat op de beste manier tegemoet gekomen kon worden gekomen aan het verzoek, gelet op informatie die beschikbaar was. Verbetering van de informatiehuishouding Een van de uitgangspunten van de Woo is dat de informatiehuishouding op orde is.
De verbetering van de informatiehuishouding is bij ons niet nieuw maar een onderwerp dat voortdurend onze aandacht heeft. Ook in 2022 zijn daarin weer de nodige stappen gezet, qua uitleg gebruik documentmanagementsysteem voor het registreren van zaken, registreren e-mailberichten in zaakgericht archiveren, het regelen van een beveiligde toegang tot specifieke mappen op de centrale schijf en het opschonen van bestanden, gelet op informatieveiligheid en privacy. 2.1.10. Personeel & Organisatie We hebben als organisatie in toenemende mate last van de overspannen arbeidsmarkt. Dat vertaalt zich in een groter personeelsverloop en lastig in te vullen vacatures. En als vacatures al ingevuld zijn, is er de nodige tijd verstreken, terwijl nieuwe mensen ook weer een zekere tijd nodig hebben om zich in te werken en in te leven in de materie van onze gemeente. Hieronder volgt een overzicht van de begrote en werkelijke kosten aan inhuur en salarissen in 2022. Omschrijving Salariskosten Inhuur Totaal
Begroot € 6.074.000 € 657.000 € 6.731.000
Werkelijk € 5.818.000 € 730.000 € 6.548.000
Verschil € 256.000 € -73.000 € 183.000
Op salariskosten is een voordelig verschil te zien. Dat heeft te maken met het feit dat een aantal vacatures open heeft gestaan c.q. nog steeds open staat. De praktijk wijst uit dat sommige vacatures lastig in te vullen zijn. Mede daardoor is er sprake van een overschrijding van de inhuurkosten, omdat dit soms nodig is om het werk dat geen uitstel kan lijden, toch doorgang te kunnen laten vinden. Daarnaast hebben we in 2022 een aantal langdurig zieken gehad waarvoor we hebben moeten inhuren.
8
2.2 Lokale heffingen 2.2.1. Algemeen De lokale heffingen zijn een integraal onderdeel van het gemeentelijk beleid. De uitvoering van het gemeentelijk beleid raakt daarmee elke burger, bedrijf of instelling direct in de portemonnee. Zij wensen -terecht- waar voor hun geld. Lokale belastingen en heffingen staan dan ook sterk in de belangstelling. Het doel van deze paragraaf is om integraal informatie te geven over alles wat met lokale heffingen te maken heeft. 2.2.2. Ontwikkelingen Wet Waardering onroerende zaken (WOZ) De WOZ-waarde wordt vastgesteld naar het waardepeil per 1 januari van het jaar voorafgaand aan het belastingjaar. In 2022 werd de waarde dus vastgesteld naar het peil van 1 januari 2021. Vanaf 2017 zitten de waarden in een stijgende lijn. Inmiddels heeft voor alle woningen de omzetting van inhoud naar gebruiksoppervlakte plaatsgevonden. Vanaf het belastingjaar 2022 zijn alle woningwaarderingen onderbouwd op basis van de gebruiksoppervlakte. Het aantal bezwaarschriften is in 2022 enorm gestegen, dit vooral door de invloed van de ncnp-bureaus (no cure no pay-bureaus). Het aantal formele bezwaarschriften is gestegen van 131 in 2021 naar 475 in 2022. Ook het aantal informele bezwaren is fors gestegen, evenals het aantal beroepschriften. Deze trend is landelijk en zorgt ervoor dat een goede uitvoering van de Wet WOZ onder druk komt te staan.
De Waarderingskamer heeft in 2022 weer een uitgebreid onderzoek gedaan naar de kwaliteit van de uitvoering van de Wet WOZ in onze gemeente en heeft geconcludeerd dat deze de kwalificatie goed heeft. Riolering In december 2016 heeft de gemeenteraad het VGRP (Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2017-2021) vastgesteld. In het VGRP zijn beleid en bijbehorende middelen opgenomen, waarmee we deze taak uitvoeren. In het VGRP is vanuit de benodigde middelen ook een voorspelling opgenomen ten aanzien van het tarief voor de rioolheffing, rekening houdend met een zoveel mogelijk gelijkmatig verloop c.q. aanpassing van de tarieven en egalisatie van meer- of minderopbrengsten via de egalisatievoorziening. In 2022 is het tarief verhoogd van € 1,86 per m³ naar € 1,92 per m³. De tarieven voor riolering worden jaarlijks doorgerekend. In 2022 is de opbrengst van de rioolheffing iets hoger dan was geraamd. Daarentegen waren ook de lasten hoger (vooral energiekosten en onderhoudskosten). Per saldo wordt € 141.330 onttrokken aan de voorziening riolering, waardoor het saldo van die voorziening per 31-12-2022 € 462.998 bedraagt. Afvalstoffenheffing Bij de afvalstoffenheffing was de opbrengst in 2022 ietsje lager dan geraamd, terwijl de kosten iets hoger waren (met name inzamelkosten en diensten door derden).
Daarom is een bedrag van € 43.243 onttrokken aan de voorziening afvalstoffenheffing, welke daardoor op € 0 komt. De voorziening wordt gevuld in jaren waarin er een overschot is op de afvalstoffenheffing. Inmiddels is er ook een definitieve uitspraak inzake de al jaren lopende procedure rondom de claim van Attero met betrekking tot in de jaren 2015-2017 te weinig geleverd restafval aan de verbrandingsovens van Attero. Een nadere toelichting is gegeven in paragraaf 2.3 op blz. 15 van deze jaarstukken. Kortheidshalve wordt daarnaar verwezen. Leges De kostendekkendheid van de legestarieven wordt jaarlijks gevolgd. Tevens wordt er nadrukkelijker gekeken of alles wat doorberekend kan worden ook daadwerkelijk via de leges wordt verhaald. Het is niet toegestaan dat de gemeente winst maakt op groepen van samenhangende legesopbrengsten. In de kosten, die ten grondslag liggen aan de legestarieven wordt rekening gehouden met de te betalen BTW én met de overheadkosten. Vanwege uitstel van de invoering van de Omgevingswet is de nieuwe methode ter onderbouwing van de kostendekkendheid van de leges in 2022 nog niet doorgevoerd. 2.2.3. Beleid en tariefstelling De algemene uitkering uit het Gemeentefonds is de belangrijkste inkomstenbron van de gemeente. Daarnaast zijn de gemeentelijke belastingen en heffingen de belangrijkste, door de gemeente te beïnvloeden, inkomstenbronnen.
Bij de riool- en afvalstoffenheffing en de leges is 100% kostendekking het uitgangspunt. De tarieven zijn dus bepaald door de raming van de kosten. De overige tarieven stijgen in
9
beginsel met de inflatiecorrectie, waarmee ook in de algemene uitkering wordt gerekend. Door incidentele oorzaken kunnen de werkelijke lasten en baten afwijken, waardoor ook de kostendekking anders uitvalt. 2.2.4. Toeristenbelasting en woonforensenbelasting De toeristenbelasting is in 2022 hetzelfde gebleven als in 2021, namelijk € 1,60 per persoon per nacht. Qua inkomsten zijn de gevolgen van de coronapandemie hier zichtbaar, evenals het grotendeels ontbreken van toeristen op een vakantiepark. Voor de forensenbelasting hanteren we hetzelfde stijgingspercentage als bij de toeristenbelasting. Het tarief is vastgesteld op een percentage van de WOZ-waarde (in 2022 was dit 0,711%). 2.2.5.
De belangrijkste tarieven
OZB OZB woningen eigenaar OZB niet-woning eigenaar OZB niet-woning gebruiker Afvalstoffenheffing ▪ Vastrecht ▪ 140 liter GFT ▪ 240 liter GFT ▪ 30 liter gemeentelijke tariefzak Rioolheffing Toeristenbelasting Woonforensenbelasting
2021
2022
Heffingsmaatstaf
0,1103% 0,2376% 0,1425%
0,0941% 0,2450% 0,1477%
% van de WOZ-waarde % van de WOZ-waarde % van de WOZ-waarde
€ 98,64 € 2,20 € 3,75 € 3,10 € 1,86 € 1,60 0,704%
€ 96,48 € 2,25 € 3,85 € 3,10 € 1,92 € 1,60 0,711%
per jaar per lediging per lediging per zak per m³ per persoon per nacht % van de WOZ-waarde met een maximum van €1.270,-
2.2.6. Belastingdruk Lokale lastendruk 2022 per huishouden In de begroting of in het raadsvoorstel inzake de belastingtarieven wordt op basis van aannames een berekening gemaakt van de gemiddelde lokale lastendruk per huishouden. In de jaarrekening kan dat nu afgezet worden tegen werkelijke aantallen. In het raadsvoorstel RA21.066 (d.d. 14-12-2021) met betrekking tot de belastingtarieven 2022 is gerekend met de volgende gegevens: • OZB: gemiddelde woningwaarde € 367.000, tarief eigenaren 0,0941%; • Afval: 6,95 GFT-ledigingen à € 2,25 + 3,29 restafvalzakken à € 3,10 + vastrecht € 96,48; • Riool: 131 m³ waterverbruik à € 1,92 (op basis van VGRP). De werkelijke gegevens over 2022 zijn: • OZB: gemiddelde woningwaarde € 359.000, tarief eigenaren 0,0941%; • Afval: 7,57 GFT ledigingen à € 2,25 + 2,81 restafvalzakken à € 3,10 + vastrecht € 96,48; • Riool: 126,3 m³ waterverbruik à € 1,92 Dat alles geeft het volgende beeld van de gemiddelde belastingdruk per huishouden: Gemiddelde belastingdruk per huishouden Bedragen in €
Onroerende zaakbelastingen eigenarengedeelte Afvalstoffenheffing Rioolheffing Totaal per huishouden
Raming 2022 € 345,35 € 122,32 € 251,52 € 719,19
Werkelijk 2022 € 337,82 € 122,22 € 242,50 € 702,54
2.2.7. Kwijtschelding Als de belastingplichtige en eventuele partner samen een netto besteedbaar inkomen hebben op bijstandsniveau en er weinig vermogen is, komt deze mogelijk in aanmerking voor kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. Voor de bepaling van inkomen en vermogen is wettelijk bepaald wat meegenomen moet worden. Of men daadwerkelijk in aanmerking komt voor (gedeeltelijke) kwijtschelding hangt dus af van de persoonlijke situatie. Het netto besteedbaar inkomen mag niet meer bedragen dan de kosten van bestaan. In 2022 is voor in totaal € 23.600 aan kwijtscheldingen verleend (2021 € 24.000).
10
2.2.8. Inkomsten uit belastingen en heffingen De inkomsten uit gemeentelijke belastingen en heffingen in 2022 zijn weergegeven in onderstaande tabel. Als vergelijkingscijfer staat ook de opbrengst in 2021 vermeld. Verschillen tussen ramingen en werkelijke opbrengsten zijn in de programma’s toegelicht. Bedragen in €
Belastingsoort Onroerende zaakbelastingen
Rekening 2021
Begroting 2022
Rekening 2022
2.874.000
2.945.000
2.918.000
Toeristenbelasting
149.000
184.000
139.000
Woonforensenbelasting
40.000
26.000
29.000
Leges omgevingsvergunningen
559.000
500.000
883.000
Leges bestemmingsplannen Overige leges (burgerzaken, rijbewijzen, reisdocumenten, bijzondere wetten enz.) Afvalstoffenheffing
49.000
72.000
24.000
205.000
132.000
326.000
Rioolheffing Marktgelden Totaal
662.000
785.000
769.000
1.362.000
1.324.000
1.381.000
28.000
37.000
33.000
5.928.000
6.005.000
6.502.000
De grootste verschillen worden veroorzaakt door de leges omgevingsvergunningen en door de overige leges. In 2022 zijn enkele grote woningbouwprojecten doorlopen. Het verschil op overige leges komt voornamelijk door de ontvangen leges voor het aanleggen van glasvezelnetwerken.
11
2.3. Weerstandsvermogen en risicobeheersing 2.3.1. Algemeen Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de weerstandscapaciteit (de middelen waarover de gemeente beschikt / kan beschikken om niet begrote kosten te dekken) en het totaal aan gekwantificeerde risico’s, waarvoor geen voorzieningen zijn getroffen, verzekeringen zijn afgesloten of waar ook anderszins geen beheersmaatregelen tegenover staan. Voor de raad is het weerstandsvermogen van belang omdat er nooit een situatie zal zijn, waarin geen risico’s meer bestaan. De raad moet vanuit de kaderstellende en controlerende taak inzicht hebben in de ruimte die er is om eventuele tegenvallers op te kunnen vangen. Als die ruimte onvoldoende groot is, moeten aanvullende maatregelen genomen worden. 2.3.2. Beleid Bij raadsbesluit van 7 juli 2020 is de nota ‘Reserves, voorzieningen & afschrijvingsbeleid’ herzien. Hierin zijn onder andere regels opgenomen over hoe om te gaan met reserves en voorzieningen en op welke wijze afschrijving plaatsvindt op activa. In het kader van deze paragraaf is van belang dat in het beleid is bepaald dat de algemene reserve bestaat uit 2 delen: ▪ Een niet besteedbaar deel wat nodig is ter dekking van de gekwantificeerde risico’s, vermenigvuldigd met de vastgestelde ratio (1,8); ▪ Een vrij besteedbaar deel. Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de volgende onderdelen: a.
Algemene reserve b. Post onvoorzien c. Onbenutte belastingcapaciteit d. Begrotingsruimte Ad a. Algemene reserve De stand van de algemene reserve per 31-12-2022 is (inclusief het saldo van deze jaarrekening en rekening houdend met de voorgestelde resultaatbestemming): ▪ Niet besteedbaar ter afdekking van risico’s (incl. ratio) € 2.727.000 ▪ Vrij besteedbaar € 9.897.000 Voor de bepaling van het niet besteedbare deel van de algemene reserve zijn de regels toegepast uit het in juli 2020 vastgestelde beleid op dit gebied. Daarom zijn de gekwantificeerde risico’s ad € 1.515.000 vermenigvuldigd met een factor 1,8, hetgeen tot een bedrag leidt van € 2.727.000. De bestemmingsreserves laten we buiten de berekening van de weerstandscapaciteit. Bestemmingsreserves moeten min of meer gezien worden als verplichtingen (er staat een bestedingsdoel tegenover). Daarom nemen we die niet mee in de berekening. De raad is overigens te allen tijde bevoegd om de bestemming van reserves aan te passen. Ad b. Post onvoorzien Jaarlijks wordt in de begroting een post onvoorzien opgenomen ter grootte van € 1,- per inwoner, bedoeld voor bijzondere, niet voorziene kosten (€ 13.000). Ad c.
Onbenutte belastingcapaciteit De omvang van de belastingcapaciteit is de ruimte tussen de feitelijk te verwachten opbrengst en de opbrengst die de gemeente zou moeten realiseren wanneer zij een beroep doet op artikel 12 van de Financiële verhoudingswet (de zogenaamde artikel 12-norm). Volgens die norm moet de afvalstoffenheffing en het rioolrecht kostendekkend zijn. Dat uitgangspunt hanteren wij ook. Dan blijft de onbenutte capaciteit van de onroerende zaakbelasting over. De meest recente factor daarvoor bedraagt 0,1800% van de totale WOZ-waarde, hetgeen resulteert in een onbenutte belastingcapaciteit voor Reusel-De Mierden van afgerond € 1,34 miljoen. Ad d. Begrotingsruimte Niet van toepassing bij de jaarrekening. Het jaarrekeningsaldo is meegerekend bij de algemene reserve.
12
Stille reserves Stille reserves zijn activa die te laag of tegen nul zijn gewaardeerd, maar die in principe direct verkoopbaar zijn. Van de omvang van de stille reserves is de volgende indicatie te geven: Object Oppervlak Boekwaarde Aanduiding boekwaarde Waarde Basis waardeberekening Verschil Landbouwgrond, geliberaliseerde pacht 40,1016 ha € € 3.609.144 401.016m² x € 9,00 € 3.609.144 Landbouwgrond, vaste pacht 104,66 ha € € 4.709.700 1.046.600 m² x € 9,00 x 0,5 € 4.709.700 Bossen, visvijver, landschapelementen 950 ha € € 8.075.000 9.500.000 m² x 0,85 € 8.075.000 Gemeentehuis/bibliotheek € 1.917.589 Boekwaarde 31-12-2022 € 3.316.000 WOZ-waarde 1-1-2022 € 1.398.411 Gemeentewerf € Boekwaarde 31-12-2022 € 488.000 WOZ-waarde 1-1-2022 € 488.000 Sportzaal Den Houtert Lage Mierde € Boekwaarde 31-12-2022 € 701.000 WOZ-waarde 1-1-2022 € 701.000 Sporthuis Reusel € 1.996.487 Boekwaarde 31-12-2022 € 2.435.000 WOZ-waarde 1-1-2022 € 438.513 Brede School Plus Lage Mierde (Opstap+Ster) € 2.238.537 Boekwaarde 31-12-2022 € 2.898.000 WOZ-waarde 1-1-2022 € 659.463 Basisschool De Akkerwinde Hooge Mierde € 463.474 Boekwaarde 31-12-2022 € 1.375.000 WOZ-waarde 1-1-2022 € 911.526 Basisschool St.
Clemens Hulsel € 2.048 Boekwaarde 31-12-2022 € 567.000 WOZ-waarde 1-1-2022 € 564.953 Basisschool De Torelaar Reusel € 254.483 Boekwaarde 31-12-2022 € 1.257.000 WOZ-waarde 1-1-2022 € 1.002.517 Basisschool De Leilinde Reusel € 1.472.358 Boekwaarde 31-12-2022 € 3.112.000 WOZ-waarde 1-1-2022 € 1.639.642 Basisschool De Klimop Reusel € 1.128.391 Boekwaarde 31-12-2022 € 1.432.000 WOZ-waarde 1-1-2022 € 303.609 CC De Kei Reusel € 44.706 Boekwaarde 31-12-2022 € 834.000 WOZ-waarde 1-1-2022 € 789.294 Brandweerkazerne Reusel € 131.128 Boekwaarde 31-12-2022 € 357.000 WOZ-waarde 1-1-2022 € 225.872 Sportpark Den Hoek Reusel € 493.353 Boekwaarde 31-12-2022 € 2.580.000 WOZ-waarde 1-1-2022 € 2.086.647 Sportpark De Leeuwerik Hooge Mierde € 190.129 Boekwaarde 31-12-2022 € 610.000 WOZ-waarde 1-1-2022 € 419.871 Sportpark D'n Daalacker Lage Mierde € 24.903 Boekwaarde 31-12-2022 € 658.000 WOZ-waarde 1-1-2022 € 633.097 Sportpark 't Kantje Hulsel € 59.226 Boekwaarde 31-12-2022 € 569.000 WOZ-waarde 1-1-2022 € 509.774 Gildeterrein Broekkant Lage Mierde € Boekwaarde 31-12-2022 € 182.000 WOZ-waarde 1-1-2022 € 182.000 Woning Sportpark 1 Reusel € Boekwaarde 31-12-2022 € 445.000 WOZ-waarde 1-1-2022 € 445.000 Kinderdagverblijf Dooleg Reusel € 122.620 Boekwaarde 31-12-2022 € 303.000 WOZ-waarde 1-1-2022 € 180.380 Terrein voormalige werf Denestraat € Boekwaarde 31-12-2022 € 94.000 WOZ-waarde 1-1-2022 € 94.000
Gronden Kleine Hoeven voormalige fase 2 € 850.000 Boekwaarde 31-12-2022 € 850.000 taxatie 2017 € € 11.389.431 € 41.456.844 € 30.067.413
De stille reserves hebben dus een omvang van afgerond € 30 miljoen. Het is op basis van het Besluit begroting en verantwoording (Bbv) niet toegestaan om een waarde aan stille reserves toe te kennen en die waarde vervolgens mee te rekenen in de reservepositie. De reservepositie kan vanuit de stille reserves dus alleen toenemen door deze stille reserves om te zetten in geld (te gelde maken middels verkoop). Dat neemt niet weg dat in relatie tot de capaciteit om onverhoopte tegenvallers op te vangen de stille reserve wel een betekenis hebben. 2.3.3. Risico’s De samenloop van risico’s is een ander aspect van het vermogen van de gemeente om financiële tegenvallers op te vangen (=weerstandsvermogen). Inventariseren van risico’s, een inschatting maken van de kans op deze risico’s en het beheersen en managen van risico’s is hierbij van wezenlijk belang. Hierna wordt een overzicht gegeven van de risico’s in het licht van het weerstandsvermogen. De weerstandscapaciteit kan dan afgezet worden tegen de samenloop van de geïnventariseerde risico’s, zodat ‘beoordeeld’ kan worden of het weerstandsvermogen afdoende is. De vertaling van deze risico’s in bedragen is gebaseerd op inschattingen. Indien er sprake is van nauwkeurige berekeningen van concrete verplichtingen is vorming van voorzieningen nodig.
Deze paragraaf geeft dan ook geen raming van budgetten die worden aangehouden om tegenvallers op te vangen, maar slechts een indicatie van het vermogen om tegenvallers op te kunnen vangen. Dat vermogen zit dan vooral in de reserves. De gemeente Reusel-De Mierden raamt altijd zo reëel mogelijk. Het blijven echter ramingen, zodat er altijd een risico is, dat de werkelijkheid anders is dan de ramingen. Wij achten dat risico niet dusdanig dat daarmee in de sfeer van weerstandsvermogen rekening moeten worden gehouden. Reëel ramen betekent echter ook dat er geen ‘lucht’ in de ramingen zit ‘voor het geval dat’. Als bepaalde risico’s, zoals bijvoorbeeld inbraakschade, verzekerd zijn, dan ramen wij geen kosten voor die schade, óók niet voor een eventueel (beperkt) eigen risico. Mochten zich dan onverhoopt toch schades voordoen, dan kunnen ramingen dus tekort schieten. Daarover wordt dan gerapporteerd via bestuursrapportages. Hetzelfde geldt voor bijzondere omstandigheden. Zo kunnen extreme weersomstandigheden tot extra kosten leiden (extra gladheidbestrijding, stormschades enz.). Gelet op de ervaringen ter zake achten wij het niet nodig om op dit gebied in het kader van het weerstandsvermogen met bijzondere risico’s rekening te houden.
Grondexploitatie / Bestemmingsplannen Op grond van artikel 6.1 van de Wet op de ruimtelijke ordening bestaat de mogelijkheid dat onevenredige schade als gevolg van bestemmingswijziging moet worden vergoed. Hiervoor zijn geen specifieke middelen
13
gereserveerd. In principe worden eventuele claims op de ontwikkelaars van een plan afgewenteld. Indien de gemeente de planschade moet vergoeden, wordt deze opgevangen binnen de grondexploitatie. Daarnaast vormt de grondexploitatie zelf, als gemeentelijke activiteit, een voortdurend risico (economische ontwikkelingen, kredietbeleid van banken, stagnerende markten, veranderende wetgeving, fluctuerende rentes en dergelijke). Het feit dat deze activiteit in principe in vier kernen en op een kleinschalige wijze wordt uitgevoerd, versterkt dit risico. De markt is voor zowel woningbouwgrond als bedrijfsgrond op dit moment gunstig, hetgeen zich uit in een toegenomen vraag. De grondexploitaties worden jaarlijks opnieuw berekend, waarbij ook een inventarisatie plaatsvindt van risico’s dan wel te optimistische inschattingen. Op basis van de meest recente berekeningen zijn voorzieningen gevormd voor de gecalculeerde nadelige saldi. In rapportages, zoals die voor alle grondexploitaties zijn opgesteld, is een risicoanalyse en risicoberekening opgenomen. Het gaat dan om risico’s als extra hoge kostenstijgingen, grondprijsverlaging, rentestijgingen e.d.. Voor zover risico’s binnen de (positieve) resultaten van de grondexploitatie kunnen worden opgevangen, is geen aanvullend weerstandsvermogen nodig. Bij de plannen voor De Leeuwerik, Kleine Hoeven en Hart van Reusel is dat niet het geval.
De risico’s voor die plannen zijn berekend op: De Leeuwerik Hart van Reusel Kleine Hoeven Totaal
€ € € €
60.000 68.000 763.000 891.000
Doordat jaarlijks een actualisatie van de grondexploitatieprojecten plaatsvindt, inclusief een analyse van risico’s en kansen, zijn risico’s goed in beeld en kan tijdig gestuurd worden op risicobeperking. De meeste grondexploitaties zijn ook zover gevorderd dat de risico’s kleiner worden. Immers aan het begin van een grondexploitatieproject moeten gronden nog verworven worden, kunnen planschades optreden, kunnen er tegenvallers zijn in kosten van bouwrijp maken enz. De risico’s zijn dan groter. De nu actieve grondexploitaties zijn zover gevorderd dat daarin geen grondverwerving meer hoeft plaats te vinden, bouwrijp maken al achter de rug is en zelf woonrijp maken deels al heeft plaatsgevonden. Daardoor zijn de risico’s afgenomen. Bij het opstarten van nieuwe grondexploitatieprojecten kunnen de risico’s weer toenemen. Intergemeentelijke samenwerking Onze gemeente neemt deel in een aantal verbonden partijen.
Voor deze paragraaf zijn de belangrijkste: • GGD Brabant-Zuidoost • GRSK (Samenwerking Kempengemeenten) • MRE (Metropoolregio Eindhoven) • VRBZO (Veiligheidsregio Brabant Zuidoost) • KempenPlus • ODZOB (Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant) • KBP (Kempisch Bedrijven Park) • Stichting Bizob (Bureau inkoop en aanbestedingen zuidoost Brabant) • BeNeGo (Belgisch Nederlands Grensoverleg) • Zorg- en Veiligheidshuis Brabant Zuidoost In de paragraaf verbonden partijen treft u meer gegevens aan over de gemeenschappelijke regelingen. Het betreft deels verplichte samenwerkingen (VRBZO, ODZOB), deels samenwerkingen die weliswaar vrijwillig zijn, maar waar nauwelijks een reëel alternatief voor bestaat (GGD, MRE), maar ook deels volledig vrijwillige samenwerkingsvormen (GRSK, KempenPlus, KBP enz.). Ook al zijn samenwerkingen vrijwillig, kunnen er wel ingrijpende gevolgen kleven aan uittreding uit de betreffende partij. Samenwerking binnen gemeenschappelijke regelingen geeft een risico in de vorm van beheersbaarheid van de eigen organisatie. Door deelname in de verschillende bestuurslagen van gemeenschappelijke regelingen heeft onze gemeente invloed op die organen, maar de gemeente moet zich aansluiten bij besluiten die in gezamenlijkheid genomen worden. Minderheidsstandpunten kunnen, hoe belangrijk deze voor individuele gemeenten ook mogen zijn, in het grote geheel te licht bevonden worden.
Samenwerken is daarmee altijd een stukje inleveren van invloed. Overigens leert de ervaring dat de ‘winst’ van het samen optrekken vooral zit in de toename van professionaliteit en kwaliteit die wordt bereikt en in het borgen van de continuïteit op vitale bedrijfsprocessen. Net als bij gemeenten worden ook door besturen van Gemeenschappelijke Regelingen besluiten genomen inzake wijzigingen in ambitieniveaus op basis van allerlei ontwikkelingen. Daardoor bestaat het risico, dat gemeentelijke bijdragen aan Gemeenschappelijke Regelingen (GR) sterker dan trendmatig gaan stijgen. Voor zover die ontwikkelingen meelopen in het begrotingsproces van de betreffende GR zijn deze tijdig in
14
beeld. In die gevallen moeten de financiële gevolgen worden opgenomen in de gemeentebegroting. Er is dan dus geen sprake meer van risico. Daarnaast houden sommige verbonden partijen zelf een vorm van weerstandsvermogen aan. De vier grootste Gemeenschappelijke Regelingen (GGD, VRBZO, MRE en ODZOB) hebben samen afspraken gemaakt over het aan te houden weerstandsvermogen. Een verbonden partij als de GRSK houdt echter zelf helemaal geen weerstandsvermogen aan, maar KempenPlus doet dat wel. En de ene verbonden partij legt in haar stukken een relatie tussen (gekwantificeerde) risico’s en de ander doet dat niet of slechts in beperkte mate. Dit is van belang voor de inschatting van de gemeentelijke risico’s. Immers als een verbonden partij haar risico’s zelf op kan vangen, is er geen risico voor de gemeente. Heeft een verbonden partij slechts deels of geen weerstandsvermogen, dan ontstaat er een risico voor de gemeente naar rato van haar deelname in die partij (bijvoorbeeld naar rato van inwonertal). Het risicobedrag waarmee de gemeente rekening moet houden, is dus afhankelijk van de mate waarin verbonden partijen zelf weerstandsvermogen aanhouden. Dat is per partij verschillend. Om toch een inschatting te doen van risico’s voor de gemeente, gaan we uit van de jaarbijdrage van onze gemeente aan de diverse verbonden partijen.
De meest recente gegevens (begrotingen 2023), afgerond op € 1.000 wat dat betreft zijn: • • • • • • • • • •
GGD Brabant-zuidoost GRSK (Samenwerking Kempengemeenten) MRE (Metropoolregio Eindhoven) VRBZO (Veiligheidsregio Brabant Zuidoost) KempenPlus ODZOB (Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant) KBP (Kempisch Bedrijven Park) Stichting Bizob (Bureau inkoop en aanbestedingen zuidoost Brabant BeNeGo (Belgisch Nederlands Grensoverleg) Zorg- en Veiligheidshuis Brabant Zuidoost TOTAAL
€ 510.000 € 3.618.000 € 190.000 € 874.000 € 3.273.000 € 389.000 €0 € 84.000 € 1.000 € 3.000 € 8.942.000
We schatten het algemene risico in op kostenoverschrijdingen tot 10% met een kans op voordoen van 25%, hetgeen het risico bepaalt op 25% x 10% x € 8.942.000 = € 224.000 (afgerond). Omgevingswet De invoering van de nieuwe Omgevingswet is opnieuw uitgesteld. Als datum voor inwerkingtreding geldt nu 1 januari 2024. Zowel in de begroting van organisaties als ODZOB, VRBZO, GGD en GRSK als in onze eigen begroting is rekening gehouden met extra lasten als gevolg van de Omgevingswet. Wij achten het niet nodig om daarop aanvullend nog extra risico’s in te calculeren. Informatiebeveiliging en privacy Het aantal cyberaanvallen op Nederlandse gemeenten is het afgelopen jaar sterk toegenomen. De afgelopen twee jaar waren er vijf grote cyberincidenten. Ook zijn er twee keer zo veel risicovolle, zwakke plekken in de software van gemeenten opgespoord. Dat blijkt uit het recente Dreigingsbeeld 2023-2024 van de Informatiebeveiligingsdienst (IBD) van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). Het aantal incidenten neemt dus toe, het wordt steeds complexer om ze het hoofd te bieden en de impact is steeds ernstiger. Criminelen aarzelen niet om privacygevoelige gegevens van inwoners, bedrijven en medewerkers online te publiceren. Zo werd de gemeente Buren in 2022 getroffen door een ransomware aanval. Bij de hack zijn gegevens van de gemeente gestolen.
Vervolgens is een grote hoeveelheid privacygevoelige data gepubliceerd op het darkweb. Het afgelopen jaar kreeg de IBD vele verzoeken om hulp. Het gaat om kleine en grote incidenten, zoals de zogeheten ransomware-aanvallen, waarbij hackers om losgeld vragen. Gevallen met een hoge kans op misbruik en ernstige gevolgen komen in de afgelopen jaren relatief steeds vaker voor: Jaar 2021 2020 2019
Aantal incidenten met hoge kans op misbruik en ernstige gevolgen 90 45 24
bron: Dreigingsbeeld 2023-2024 Informatiebeveiligingsdienst (IBD), oktober 2022.
Gemeenten werken met grote hoeveelheden persoonsgegevens die ook regelmatig worden uitgewisseld met andere partijen. Dat vergroot de kwetsbaarheid. De afgelopen twee jaar werden gemeenten regelmatig
15
geconfronteerd met incidenten die ontstaan zijn bij derden, waarbij de gevolgen in de eigen gemeente merkbaar waren. Bijvoorbeeld bij Senzer, het werkbedrijf van zeven Brabantse gemeenten in de Peel, dat in 2021 werd getroffen door een inbraak op het netwerk. De betaling van uitkeringen liep vertraging op omdat systemen niet toegankelijk waren. Een ander softwarebedrijf van vijf Limburgse gemeenten, werd dit jaar slachtoffer van ransomware. Door de aanval waren bestanden van het administratiesysteem van het sociaal domein versleuteld. Er werden geen gegevens buitgemaakt. Cyberdreigingen komen op gemeenten af in een tijd waarin ze voor steeds meer taken verantwoordelijk zijn en dus ook steeds meer data in hun beheer hebben. Tegelijkertijd is het beveiligen van de systemen een grote kostenpost geworden die niet iedere gemeente even makkelijk kan betalen. De rekening van preventie staat echter niet in verhouding tot de kosten van een incident. Het gaat in deze criminaliteit al snel om tonnen tot miljoenen euro’s, waarschuwt de IBD. Naast de impact van een incident op medewerkers is een getroffen organisatie vaak weken of maanden bezig om de ICT en de bedrijfsprocessen weer aan de praat te krijgen. Verder schaden beveiligings- en privacy-incidenten het vertrouwen van inwoners in de overheid en de reputatie van de gemeente en haar bestuurders.
Door het nemen van passende beveiligingsmaatregelen proberen we het risico op beveiligingsincidenten te verlagen en beperken we de mogelijke negatieve impact van dergelijke incidenten op privacy en de gemeentelijke informatievoorziening en daarmee ook het risico op imago- en financiële schade. De hoogte van mogelijke financiële schade is op voorhand echter moeilijk in te schatten en kan, afhankelijk van de omvang, het soort en het tijdsverloop van een incident, zeer divers zijn. Om die reden was in 2022 aan dit risico geen weerstandsvermogen verbonden. Het afgelopen jaar zijn er binnen onze gemeente verschillende beveiligingsmaatregelen uitgevoerd. Omdat menselijk handelen een van de grootste risico’s blijft, zijn naast technische en organisatorische beveiligingsmaatregelen verschillende acties opgepakt om ook de bewustwording op het gebied van informatiebeveiliging en privacybescherming te vergroten. Dit onderwerp heeft voortdurend de aandacht binnen onze organisatie, door uitleg en training, nieuwsbrieven, berichten op intranet en het elkaar aanspreken op onveilig gedrag. Vooral het laagdrempelig melden en bespreken van incidenten en datalekken wordt gestimuleerd. Als een van de technische maatregelen is sinds 2022 overal 2-factorauthenticatie nodig om in te loggen op het netwerk.
Gegarandeerde geldleningen De gemeente staat garant voor de betaling van rente en aflossing over een aantal door derden aangegane geldleningen. Daarbij is een onderscheid te maken tussen garantstellingen aan woningcorporaties op basis van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) en overige garantstellingen. Voor geldleningen onder het regime van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw geldt dat bij problemen eerst het WSW aangesproken wordt en pas als deze niet meer aan haar verplichtingen kan voldoen, staan Rijk en gemeenten ieder voor 50% garant. Het totaalbedrag waarvoor onze gemeente onder het regime van het WSW een afgeleide garantstelling heeft afgegeven bedroeg per 31 december 2022 € 29,5 miljoen. De totale marktwaarde van de onroerende zaken waarop de garantie betrekking heeft, bedroeg in 2022 € 123,5 miljoen. Wij hebben geen signalen, die zouden kunnen duiden op een concreet risico dat wij binnen afzienbare termijn aangesproken worden op onze waarborgverplichtingen. In het kader van het WSW is de verhouding tussen afgegeven garanties in relatie tot de waarde van het daar tegenover staande woningbezit nog dermate gunstig, dat de risico’s in de praktijk erg klein zijn. Daarom is het niet nodig hiermee in de berekening van de weerstandscapaciteit rekening mee te houden. Er is geen sprake meer van overige garantstellingen.
De gemeente is terughoudend in het afgeven van garanties. Claims Attero i.v.m. aanbod brandbaar huishoudelijk afval Voor de periode 1-2-1997 t/m 1-2-2017 hebben de 6 Brabantse gewesten (vertegenwoordigd door de Vereniging van Contractanten (VvC)), namens de Brabantse gemeenten, een overeenkomst gesloten met Afvalsturing Brabant (nu: Attero) voor de verwerking van huishoudelijk restafval. Daarbij is o.a. afgesproken dat de Brabantse gemeenten jaarlijks tenminste 510 kiloton (de volumeplicht) restafval ter verwerking (verbranding) aan moeten leveren. Omdat het afvalbeleid steeds meer gericht is op het terugdringen van de hoeveelheid restafval, werd in 2011 voor het eerst niet meer aan die volumeplicht voldaan. Dat is voor Attero reden geweest om aan de Brabantse gewesten een naheffing op te leggen wegens het niet nakomen van de volumeverplichting over de periode 2011 t/m 2014. In een arbitraal eindvonnis heeft het Nederlands Arbitrage Instituut (NAI) Attero m.b.t. die naheffing in het ongelijk gesteld. Deze kwestie was hiermee afgedaan. Voor de jaren 2015, 2016 en januari 2017 (einde contractperiode) liep al jaren een procedure tussen Attero en de Brabantse gewesten inzake het niet nakomen van de volumeplicht (aanleveren van minder brandbaar afval dan was afgesproken). In die procedure is nu einduitspraak gedaan, waarbij Attero in het gelijk is gesteld.
Dat betekent dat de gewesten en gemeenten verplicht zijn tot een nabetaling aan Attero, te
16
vermeerderen met wettelijke rente. Voor de gezamenlijke gemeenten in het MRE-gebied gaat het om in totaal een bedrag van ruim € 6,5 miljoen, onder te verdelen in € 4,8 miljoen hoofdsom, € 0,75 miljoen rente en € 1 miljoen BTW (waarbij de BTW compensabel is en dus niet als last moet worden meegerekend). Inmiddels is door de MRE het betreffende bedrag betaald aan Attero. De precieze verdeling over de gemeenten moet nog bepaald worden, maar een inschatting op basis van tonnages is dat door Reusel-De Mierden € 366.000 betaald moet worden. Dat bedrag is in 2022 in de cijfers verwerkt, voor 50% als een te betalen bedrag en voor de overige 50% is conform de daarvoor geldende Bbv-voorschriften een voorziening gevormd. Er is altijd kans dat bedragen per gemeente anders uitvallen, maar onze inschatting is dat het voor ReuselDe Mierden eerder goedkoper dan duurder zal uitvallen. In het kader van weerstandsvermogen hoeven voor dit doel geen middelen meer beschikbaar te worden gehouden. Sociaal domein Binnen het sociaal domein is vrijwel altijd sprake van open-eind regelingen. De kosten voor de gemeente hangen enerzijds af van de prijs zorgproducten en anderzijds van de vraag naar die producten. Getracht wordt om de ontwikkelingen in de vraagzijde zo goed mogelijk in te schatten en op basis daarvan zo realistisch mogelijk te ramen.
Maar sommige zorgtrajecten zijn erg duur, soms wel € 100.000 per persoon per jaar. Als een relatief kleine gemeente dan geconfronteerd wordt met een afwijkend vraagpatroon, is de impact op de ramingen meteen aanzienlijk. Heel actueel is tegenwoordig de indexering van de kostprijs, welke door loon- en prijsontwikkelingen veel hoger is dan we gewend zijn. Ook hiervoor maken we gebruik van de reguliere methodieken om dit soort indexeringen in te schatten. Het is echter niet uit te sluiten dat kosten zich toch in korte tijd anders ontwikkelen dan was ingeschat (bijvoorbeeld als gevolg van CAO-afspraken). Gemeenten hebben de plicht om realistische tarieven te betalen voor afgenomen zorg. Het kan dan ook voorkomen dat zorgaanbieders een beroep doen op aanvullende indexering van tarieven omdat zij anders hun financiën niet meer rond krijgen en daardoor de noodzakelijke zorg niet meer kunnen verlenen. Zeker bij zeer specialistische zorg is er dan al snel een probleem, waarvan de zorgvrager de dupe wordt als gemeenten niet bijspringen. In hoeverre de reguliere en extra indexeringen gecompenseerd worden door hogere uitkeringen van het Rijk is op voorhand niet te zeggen. Er is dus sprake van een risico op kostenoverschrijdingen. Wij ramen 50% kans op € 500.000 aan extra kosten, hetgeen neerkomt op € 250.000.
Claims intensieve dierhouderij Rondom de intensieve dierhouderij spelen al geruime tijd tal van ontwikkelingen, welke doorwerken in regelgeving vanuit de landelijke en provinciale overheid, maar ook in gemeentelijk beleid, zoals omgevingsvisie, bestemmingsplannen en dergelijke. Al deze ontwikkelingen kunnen wellicht beperkingen inhouden voor de ontwikkeling van een aantal bedrijven in die sector. Daarbij zullen sommige ondernemers zich benadeeld voelen door de nieuwe regelgeving en proberen dat nadeel gecompenseerd te krijgen door daartoe claims in te dienen. Het is op dit moment geenszins in te schatten wat de slagingskans voor dat soort claims zal zijn en om hoeveel gevallen het zou kunnen gaan. Desalniettemin moeten we rekening houden met de kosten van afhandeling van eventuele claims en bestaat altijd het risico dat claims toegewezen worden. Op basis van min of meer vergelijkbare toegekende schadevergoedingen kan een gemiddelde schade van circa € 65.000 per casus berekend worden. Vooralsnog maken wij een inschatting op 2 casussen per jaar, waarvoor naast de schadevergoedingen ook afhandelingskosten worden gemaakt. Wij houden daarom rekening met een risico van in totaal € 150.000. Er is op dit moment sprake van een (mogelijke) claim van een dierhouderij. Dat er sprake is van een nadeel voor betrokkene is inmiddels in een procedure bevestigd.
Hoe groot die schade is, moet nog worden bepaald. Betrokkene moet daarvoor gegevens aanleveren, hetgeen tot nu toe niet is gebeurd. In welke orde van grootte gedacht moet worden is op dit moment niet te zeggen. Voor zover deze procedure daadwerkelijk eindigt in een te betalen bedrag voor de gemeente, zal dat dus volledig voor rekening van de gemeente komen. Vooralsnog is geen risicobedrag te bepalen. Zodra daarover meer bekend wordt, zal daarvoor wellicht een voorziening moeten worden gevormd. Voorzieningen De voorzieningen worden bij de opstelling van de jaarrekening herrekend op basis van de dan bekende, meest recente informatie. Dat zijn echter altijd momentopnamen, zodat er altijd een risico bestaat dat voorzieningen onvoldoende hoog zijn. De onzekerheid over het al dan niet toereikend zijn van voorzieningen kan toe- of afnemen door tijdsverloop of door de aard van de voorziening. De voorzieningen voor wegen en gebouwen en riolering worden eens in de 4 à 5 jaar geactualiseerd. Voor wegen en riolering is dat recent gebeurd. De actualisering van de onderhoudsvoorziening gebouwen heeft in 2019 plaatsgevonden. Voorzieningen voor wachtgeld- en Appa-verplichtingen worden jaarlijks geactualiseerd voorafgaand aan de samenstelling van de jaarrekening. De voorziening wachtgelden is gebaseerd op inschattingen ten aanzien
17
van met name de duur van de wachtgeldverplichting. Die duur is meestal redelijk nauwkeurig te bepalen, maar kan onzeker worden als zich zaken voordoen als arbeidsongeschiktheid tijdens de wachtgeldperiode. Daardoor kan de wachtgeldverplichting langer doorlopen, terwijl de tijd dan moeilijk in te schatten is. De gemeente Reusel-De Mierden heeft één doorlopende wachtgeldverplichting vanwege arbeidsongeschiktheid. Op basis van nu bekende gegevens is de duur ingeschat. Omdat alle voorzieningen op basis van de meest recente gegevens zijn berekend, achten wij het niet nodig om hiervoor een aanvullend risicokapitaal aan te houden. Covid-19 Voor zover er concrete cijfers zijn die direct te relateren zijn aan de Covid-19 crisis, zijn deze in deze jaarrekening verwerkt. Het lijkt erop dat het niet nodig is om in relatie tot deze pandemie specifiek weerstandsvermogen aan te houden. Daarmee is niet gezegd dat er geen structurele gevolgen zullen zijn, maar het zal niet mogelijk zijn om die gevolgen en de financiële vertaling daarvan één-op-één te linken aan de pandemie. Deze kosten zullen dan zich dan ook in combinatie met alle andere ontwikkelingen vertalen in toekomstige ramingen. Voor zover in de afgelopen jaren, onder meer via de algemene uitkering uit het gemeentefonds, financiële middelen zijn verstrekt aan de gemeente, zijn die inmiddels allemaal besteed.