CConstaterende datReusel-De Mierden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Ontwerp-Programma van Eisen Oost Brabant

Commissie Inwoners 18 juni 2024, gemeente Reusel-De MierdenBij agendapunt: Ontwerp Programma van Eisen concessie Oost-Brabant38.968 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

2.4.6

De Concessieverlener kan in samenspraak met de Concessiehouder tijdens de looptijd van de Concessie de overleggen waaraan de Concessiehouder geacht wordt deel te nemen, wijzigen, uitbreiden of verminderen.

2.5

Herijkingen

Met de vaststelling van het Programma van Eisen liggen de kaders voor de Concessie voor 12,5 jaar vast. Ervaringen in de afgelopen jaren hebben echter geleerd dat maatschappelijke en technologische ontwikkelingen zo snel gaan dat niet verwacht kan worden dat de Concessieverlener en de Concessiehouder ten tijde van het opstellen van het Programma van Eisen respectievelijk de hierop gebaseerde Inschrijving een compleet beeld hebben hoe de wereld er in pakweg 2033 exact uitziet. Om tijdens de looptijd van de Concessie op nieuwe ontwikkelingen te kunnen inspelen bevat de Concessie een aantal herijkingsmomenten. De concessiehouder stelt ten behoeve van elk herijkingsmoment een geactualiseerd/nieuw Ontwikkelplan op. Bij de eerste Herijking bepalen partijen gezamenlijk de looptijd van het tweede Ontwikkelplan en daarmee het moment van de tweede Herijking. De Herijking betreft een proces dat de Concessieverlener en de Concessiehouder gezamenlijk doorlopen om waar nodig eisen (Programma van Eisen) en toezeggingen (Inschrijving) aan te passen teneinde een grotere bijdrage te kunnen leveren aan de realisatie van (herziene) doelen die de Concessieverlener met de Concessie nastreeft en/of het Ontwikkelplan voor de periode na de Herijking te kunnen uitvoeren.

De Concessiehouder dient eventuele voorstellen voor een Herijking, tezamen met het opstellen van de conceptversie van het tweede en derde Ontwikkelplan, in bij de Concessieverlener. Majeure ontwikkelingen kunnen ook aanleiding zijn voor een Herijking. Met de term Majeure ontwikkeling doelt de Concessieverlener op bijzondere omstandigheden buiten de invloedssfeer van de Concessiehouder met dermate grote (financiële) gevolgen dat niet verwacht mag worden dat de 25 / 185

Datum

21 mei 2024

Betreft

Concessie Oost-Brabant 2027-2039

Concessiehouder deze gevolgen binnen de bestaande afspraken opvangt. Bij dergelijke ontwikkelingen treedt de Concessieverlener met de Concessiehouder in overleg over een eventuele aanpassing van de Concessie. Zo kunnen onderstaande Majeure ontwikkelingen aanleiding geven om de Concessie aan te passen: • Woningbouwopgaves: in Noord-Brabant worden de komende jaren tienduizenden woningen gebouwd. Uitgangspunt daarbij is dat de grotere nieuwbouwlocaties in principe ontsloten worden met hoogwaardig openbaar vervoer. De provincie stimuleert in dat kader dat gemeenten woningen bouwen in de nabijheid van (Bravo)Directlijnen en wil hierover, als onderdeel van de verstedelijkingsakkoorden, afspraken met de verschillende stedelijke regio’s maken. • M3P’s: ín aanvulling op deze woningbouwopgaves zijn er voor de betreffende regio’s, BredaTilburg en ’s-Hertogenbosch-Oss, meerjarige multimodale mobiliteitspakketten (M3P’s) samengesteld. De M3P’s geven antwoord op de uitdagingen die de regio’s hebben op het gebied van mobiliteit. Het openbaar busvervoer moet een grotere rol gaan spelen bij het invullen van de mobiliteitsopgave als gevolg van de toename van het aantal inwoners en arbeidsplaatsen.

Realisatie van (infra)maatregelen die in de pakketten worden voorzien om doorstroming of betrouwbaarheid te verbeteren, kunnen aanleiding geven tot het maken van gewijzigde/nieuwe afspraken in de Concessie. De volgende (infra)maatregelen worden verwacht: o De mogelijkheid tot ‘bus op vluchtstrook’ op de A50 is voorzien vanaf het jaar 2027. o In Tilburg op de Spoorlaan (met bus in twee richtingen, inclusief nieuwe halte Heuvel) met autovrij deel tussen de Heuvelring en de Magazijnstraat, Hart van Brabantlaan, Ringbaan West met vervanging van het spoorviaduct: gereed voor 2030. o Vrijliggende busbanen op de Prof. Cobbenhagenlaan en op de Statenlaan in Tilburg zijn voorzien tussen 2030 en 2035. • Multimodale Knoop Eindhoven: het project ‘Multimodale Knoop Eindhoven’ richt zich op het realiseren van een toekomstbestendig busstation inclusief faciliteiten voor fiets, Kiss & Ride en taxi waarbij openbare ruimten zodanig worden ingericht dat Reizigers makkelijk tussen deze modaliteiten kunnen wisselen. De werkzaamheden in het kader van dit project kunnen gevolgen hebben voor de exploitatie van het openbaar busvervoer. Dit vraagt om flexibiliteit aan de zijde van de Concessiehouder om samen met de gemeente Eindhoven en de Provincie de gevolgen voor Reizigers zoveel mogelijk te beperken.

• Pilot BRT Meierij: samen met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat worden een aantal inframaatregelen voorbereid als eerste stap richting BRT in de regio. Realisatie van deze maatregelen is, afhankelijk van besluitvorming in loop van 2024 voorzien in periode 2026-2030: o BRT-bushalte aan zuidzijde station Oss o Directe aansluiting Veghel-Zuid/Corridor vanuit/richting Eindhoven o Hubs Sint Michelsgestel Noord en Schijndel Zuid • MIRT-verkenning station ‘s-Hertogenbosch: op dit moment worden de mogelijkheden voor capaciteitsuitbreiding van station ’s-Hertogenbosch verkend. Daarnaast worden de mogelijkheden voor herinrichting van de voorpleinen, vernieuwing van de stationshal en het busstation, betere aansluiting op andere mobiliteitsvormen en betere voorzieningen voor fietsparkeren onderzocht. Belangrijk onderdeel is verder de verbetering van de aanrijdroutes voor de bus naar het busstation. Tijdens werkzaamheden rond het station wordt van de Concessiehouder veel flexibiliteit gevraagd om de exploitatie van het openbaar busvervoer op dit belangrijke ovknooppunt zo goed mogelijk te continueren. • Studenten ov-kaart: wijzigingen in de opzet van de Studenten ov-kaart en/of de verdeling van de opbrengsten uit deze kaart over concessies/vervoerders, kunnen grote gevolgen hebben voor de bijdrage die de Concessiehouder uit de Studenten ov-kaart ontvangt.

Met name de zogeheten BOS-onderzoeken in de komende jaren kunnen vanwege veranderd reisgedrag na de

26 / 185

Datum

21 mei 2024

Betreft

Concessie Oost-Brabant 2027-2039

coronapandemie consequenties hebben voor de inkomsten van de Concessiehouder. Bij wijzigingen groter dan 5% gaat de Provincie met de Concessiehouder het gesprek aan over compensatie of minderwerk. Herijkingen 2.5.1

De Concessieverlener en de Concessiehouder voeren tijdens de looptijd van de Concessie gezamenlijk Herijkingen uit, waarbij ze nagaan in hoeverre afspraken tussen de Concessiehouder en de Concessieverlener nog aansluiten bij de ontwikkelingen op de mobiliteitsmarkt en de (al dan niet gewijzigde) provinciale doelen.

2.5.2

De Concessiehouder dient eventuele voorstellen voor Herijking van de Concessie in bij de Concessieverlener vóór 1 november 2029, parallel aan het opstellen van de conceptversie van het tweede Ontwikkelplan (zie Bijlage B3 (Plancyclus)). Gewijzigde afspraken naar aanleiding van de eerste Herijking treden uiterlijk op 1 januari 2031 in werking. Een tweede Herijking is vooralsnog in 2033 voorzien, parallel aan het opstellen van het derde Ontwikkelplan (zie Bijlage B3 (Plancyclus)).

2.5.3

In het kader van een Herijking beoordeelt de Concessieverlener in ieder geval de volgende onderdelen van de Concessie: a. de mate waarin de in paragraaf 1.4 gestelde doelen die de Concessieverlener met de Concessie nastreeft worden behaald; b. de ontwikkeling in de klanttevredenheid (Klantenbarometer of een opvolger hiervan); c. het OV-gebruik (reizigersaantallen en -kilometers); d. de Reizigersopbrengsten per Lijn en per Productformule; e. het Ontwikkelplan als bedoeld in eis 2.2.6, onderliggende plannen als bedoeld in eis 2.2.7 en overige plannen als bedoeld in Bijlage B3 (Plancyclus); f. de uitvoeringskwaliteit, in het bijzonder het voldoen aan de gestelde normen in het Programma van Eisen; g. de wijze van doorontwikkeling van de Concessie door de Concessiehouder en de samenwerking in het Tactisch Ontwikkelteam en het Regieteam Gedeelde Mobiliteit; h. de realisatie door de Concessiehouder van de in het kader van zijn Inschrijving en tijdens de uitvoering van de Concessie opgestelde ontwikkelplannen en Ontwikkelvoorstellen en daarin aangeboden producten en diensten; i. het voorstel van de Concessiehouder voor de Invulling van de rol van Mobiliteitsmakelaar (zie eis 2.2.15); j. de maand- en jaarrapportages; k. de invloed van externe ontwikkelingen op de realisatie van de KPI’s (zoals genoemd in eis 14.3.1) en eventuele suggesties voor bijstelling van de KPI’s, en l.

de effectiviteit van de Bonus-/Malusregeling en Boeteregeling.

27 / 185

Datum

21 mei 2024

Betreft

Concessie Oost-Brabant 2027-2039

2.5.4

Op basis van de uitkomsten van de Herijkingen kan de Concessieverlener besluiten afspraken zoals vastgelegd in de Concessiebeschikking, het Programma van Eisen, de Financiële bepalingen en bijlagen bij deze documenten, na overleg met de Concessiehouder, te wijzigen, toe te voegen dan wel te laten vervallen dan wel maatregelen te treffen om naleving van bestaande afspraken (alsnog) af te dwingen. Hierbij heeft de Concessieverlener oog voor het behouden van het economisch evenwicht tussen Concessieverlener en Concessiehouder.

28 / 185

Datum

21 mei 2024

Betreft

Concessie Oost-Brabant 2027-2039

3. Vervoerkundige eisen Om iedereen te kunnen laten meedoen aan de samenleving, stelt de Concessieverlener het doel dat de Concessie ‘een zekere en vanzelfsprekende basis’ biedt voor alle inwoners en bezoekers van het Concessiegebied die zelfstandig kunnen reizen. Daartoe heeft de Provincie beloofd dat in OostBrabant straks iedereen van Halte naar Halte kan reizen met minimaal één mobiliteitsvorm. Met goed bereikbare Haltes en een goed ontwikkeld en samenhangend vervoersysteem, kan de Reiziger altijd met maximaal 1 overstap de dichtstbijzijnde grotere (bus)stations in Tilburg, ’s-Hertogenbosch, Eindhoven, Oss, Uden, Cuijk en Boxmeer bereiken. Deze belofte geldt ook voor Reizigers uit kleine kernen en buurtschappen en bijvoorbeeld ook bedrijventerreinen, omdat we het systeem van gedeelde mobiliteit voor iedereen toegankelijk maken.13 Om dit mogelijk te maken zoeken wij in de Concessie nadrukkelijk de combinatie tussen het lijngebonden busvervoer en andere vormen van gedeelde mobiliteit, waarbij de Provincie waarborgt dat overal Flex-vervoer, dat wordt uitgevoerd onder de Productformule Bravoflex, beschikbaar is. Bravoflex Bravoflex maakt géén onderdeel uit van de Concessie, maar wordt door de Provincie ingekocht als onderdeel van de contracten voor het Flex-vervoer dat de regio’s inkopen.

De Provincie werkt hierbij samen met Regiovervoer Midden-Brabant, Regiotaxi 's-Hertogenbosch e.o. en Regiotaxi NoordoostBrabant. In combinatie met het lijngebonden busvervoer, is hierdoor elke bestaande Halte in het Concessiegebied verzekerd van bediening, hetzij door Openbaar Vervoer, hetzij door Bravoflex of door beiden. Deze bediening geldt ook voor de avonduren en het weekend. De provincie beschouwt het Openbaar Vervoer en het flexibele vervoer van Halte naar Halte als twee complementaire en communicerende vaten. Zo brengt Bravoflex Reizigers vanaf iedere Halte naar een in de reisrichting gelegen Flex-overstappunt om hier over te stappen op busvervoer of trein en vice versa. Dit geldt in ieder geval voor alle Haltes die in 2019 (voor de coronapandemie) werden bediend. De combinatie van Bravoflex en lijngebonden busvervoer maakt het bovendien mogelijk om plekken die voorheen niet met het Openbaar Vervoer bereikbaar waren, van een nieuwe Halte te voorzien zodat ook hier de zekere basis gewaarborgd is. Tarief Bravoflex Gedeputeerde Staten hebben besloten om Bravoflex ook tijdens de avonduren en in het weekend, aan te bieden voor een vaste ritprijs, vergelijkbaar met het ov-tarief.14 Dit tarief geldt onder voorwaarde dat er geen lijngebonden Openbaar Vervoer beschikbaar is. Is dat wel zo, dan geldt een hoger tarief.

Dit om te voorkomen dat Bravoflex en het lijngebonden Openbaar Vervoer elkaar beconcurreren in plaats van aanvullen. Terminologie

13

14

Zie Beloften aan de reiziger, Ambitiedocument Gedeelde Mobiliteit, startpunt in de transitie naar gedeelde mobiliteit in concessiegebied Oost-Brabant. In de regio West-Brabant wordt voor ritten van haltes naar Flexoverstappunten (en vice-versa) uitgegaan van een tarief van € 2 als er geen ov-alternatief is en € 5 als er wel een ov-alternatief is.

29 / 185

Datum

21 mei 2024

Betreft

Concessie Oost-Brabant 2027-2039

Bravoflex is de Productformule waaronder het flexibel, oproepafhankelijk vervoer van Halte naar Halte wordt aangeboden. In dit Programma van Eisen wordt hiervoor het begrip Flex-vervoer gebruikt. Naast het bieden van een zekere en vanzelfsprekende basis, is het sterk laten groeien van het ovgebruik een centrale opgave in de Concessie. Om te voorkomen dat de bereikbaarheid van de regio nog sterker onder druk komt te staan, wil de Provincie dat de toekomstige mobiliteitsgroei voor een belangrijk deel wordt opgevangen door het Openbaar Vervoer (en de fiets en lopen op korte afstanden). Met name in de grote en middelgrote steden is sprake van een forse woningbouwopgave en uitbreiding van werkgelegenheid. Daarom zet de Concessieverlener in op het verder versterken van de (nu al) zware ov-relaties, met name tussen en binnen de (middel-)grote steden, zodat het Openbaar Vervoer hier voor steeds meer automobilisten een aantrekkelijk alternatief wordt. Daarmee geeft de Concessie invulling aan de doelstelling ‘wat sterk is sterker maken’. Met beide doelstellingen levert de Concessie, naast het waarborgen van de economische vitaliteit en inclusiviteit, tevens een belangrijke bijdrage aan klimaat en energie, duurzame bereikbaarheid en verkeersveiligheid.

Dit alles vraagt om een adaptief OV-netwerk dat tijdens de concessieduur flexibel kan worden doorontwikkeld, door in te spelen op de voorziene woningbouw, infrastructuur en flankerende maatregelen om de mobiliteitstransitie tot een succes te maken.

3.1

Opbouw van het OV-netwerk

Opbouw OV-netwerk De eisen die de Concessieverlener aan het OV-netwerk stelt zijn voldoende om de ‘zekere basis’ (zie hoofdstuk 1) te realiseren. Daarnaast biedt de Concessieverlener ruimte om extra vervoer te bieden bovenop deze minimumeisen. Dat extra vervoer kan de ‘zekere basis’ verder versterken, het Openbaar Vervoer ‘vanzelfsprekender’ maken of juist worden ingezet om dat ‘wat sterk is, sterker (te) maken’. Bij dit ontwerp Programma van Eisen is separaat een document Vervoerkundige Ontwikkelrichting toegevoegd. Hierin staat beschreven welke ontwikkelrichting de Concessieverlener beoogt en waarom de Concessieverlener juist voor de in dit hoofdstuk opgenomen vervoerkundige uitgangspunten heeft gekozen.15 De Concessieverlener verwacht verder van de Concessiehouder dat hij met zijn aanbod een breed palet aan Reizigers en inwoners aanspreekt en hen verleidt om met het Openbaar Vervoer te reizen. Hierbij maakt de Concessiehouder optimaal gebruik van nieuwe ontwikkelingen en technologieën in het domein van de (gedeelde) mobiliteit. Het nieuwe Betaalsysteem OVpay en het vernieuwde Brabants Tarievenhuis, smartphone-apps, openbare data over beschikbaarheid en gebruik van het OV én de acties die door de Concessieverlener, Gemeenten en anderen worden uitgevoerd, dragen bij aan de ontwikkelmogelijkheden en innovatiekracht van de Concessiehouder.

Ontwikkelruimte De Concessiehouder is verantwoordelijk voor de (door)ontwikkeling en verdere uitbouw van het OVnetwerk in het Concessiegebied en daarbij maximaal bij te dragen aan de concessiedoelen. De

15

Dit document is informerend, er gaat geen bindende werking van uit.

30 / 185

Datum

21 mei 2024

Betreft

Concessie Oost-Brabant 2027-2039

Concessieverlener biedt de Concessiehouder daarbij veel ruimte om deze opgave in overleg met de partners binnen het Tactisch Ontwikkelteam op te pakken. Ook verwacht de Concessieverlener dat de Concessiehouder daarbij, in overleg met de partners binnen het Regieteam Gedeelde Mobiliteit, tot een optimale afstemming komt met de andere mobiliteitsdiensten binnen het Concessiegebied.

Figuur 3 Verplicht gestelde (Bravo)Direct-verbindingen met bijbehorende Verplichte Haltes

De ontwikkelruimte van de Concessiehouder wordt door de Concessieverlener wel begrensd, met name door bepaalde Lijnen en Haltes voor de duur van de Concessie te verplichten. Een aantal Bravodirect- en Directlijnen tussen de belangrijkste Knooppunten dient tijdens de gehele looptijd van de Concessie te worden aangeboden. Ook heeft de Concessieverlener een aantal Verplichte Haltes benoemd die de Concessiehouder gedurende de gehele looptijd van de Concessie moet bedienen, waarbij per Verplichte Halte is voorgeschreven met welk lijntype deze Verplichte Halte minimaal moet worden bediend.. Ontsluitende Lijnen lopen daarbij van Knooppunt naar Knooppunt, waar wordt aangesloten op het netwerk van (Bravo)Directlijnen of de trein. Daarnaast kunnen reizigers overstappen tussen het lijngebonden busvervoer en het Flex-vervoer (en vice versa). Hiertoe heeft de Concessieverlener een aantal Flex-overstappunten aangewezen. De Concessiehouder zorgt ervoor dat hij nooit te vroeg vanaf deze Haltes vertrekt. Op deze manier is de eerdergenoemde belofte aan de reiziger voor de gehele looptijd van de concessie geborgd. In Bijlage B2 (Haltes) is een overzicht opgenomen van de Knooppunten, de Verplichte Haltes en de Flexoverstappunten.

De Concessieverlener verwacht een signalerende en proactieve houding van de Concessiehouder bij het ontwikkelen van mobiliteitshubs en het faciliteren van de overstap van Flexvervoer op Openbaar Vervoer, ook al heeft de Concessiehouder hier zelf geen verantwoordelijkheid. Routes, Knooppunten en Aansluitingen De Concessieverlener biedt aan de Concessiehouder de ruimte om de lijnvoering van de Lijnen naar eigen inzicht in te vullen. Wel dient de Concessiehouder hierbij gebruik te maken van de Routes en

31 / 185

Datum

21 mei 2024

Betreft

Concessie Oost-Brabant 2027-2039

Routevarianten die in overleg met de Wegbeheerders beschikbaar zijn gesteld op basis van de huidige Vervoervraag, (toekomstige) beschikbare infrastructuur en de gewenste ontwikkelrichting van het systeem van Gedeelde Mobiliteit (zie bijlage B1 Routes en Routevarianten). De Concessiehouder mag, na instemming van de betreffende Wegbeheerder(s), voorstellen doen voor Alternatieve Routes. Daar waar de komende tijd fors wordt geïnvesteerd in doorstromingsmaatregelen, worden Routes dwingend voorgeschreven. Dit speelt met name in de grote steden. Binnen de zekere en vanzelfsprekende basis van het OV-netwerk heeft de Concessieverlener een aantal Knooppunten benoemd. De grotere (bus)stations waarvan de Provincie aan de Reiziger heeft beloofd dat die altijd met maximaal 1 overstap moeten kunnen worden bereikt, maken hier deel van uit.16 Daarnaast is ook een aantal belangrijke overstaphaltes binnen het Concessiegebied tot Knooppunt benoemd. Op deze Knooppunten is een goede overstapkwaliteit gewenst van Lijn op Lijn en op de trein, en eventueel op andere aanvullende vormen van deelmobiliteit. Hierbij streeft de Concessieverlener een vanzelfsprekende en drempelloze overstap na.

Samen met de Wegbeheerders heeft de Concessieverlener inmiddels een aantal van deze Knooppunten geïdentificeerd als kansrijke mobiliteitshub,17 waar de komende jaren de infrastructurele voorzieningen zullen worden verbeterd. Opbouw en ontwikkeling van het OV-netwerk 3.1.1

De Concessiehouder biedt een OV-netwerk aan dat is opgebouwd uit verschillende Lijnen, waarbij hij: a. Bravodirectlijnen, Directlijnen en HOV-Stadslijnen gedurende de gehele looptijd van de Concessie aanbiedt; b. andere dan in sub a bedoelde Lijnen die hij in zijn Inschrijving aanbiedt ten minste tot en met de eerste Herijking aanbiedt; c. Buurtbuslijnen aanbiedt conform het gestelde in paragraaf 3.4; d. Scholierenlijnen mag aanbieden overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 3.6; e. Nachtlijnen en andere dan onder sub a t/m d genoemde vormen van Openbaar Vervoer mag aanbieden, en f. enkel na voorafgaande instemming van de Concessieverlener Oproepafhankelijk Openbaar Vervoer mag aanbieden vanaf het Dienstregelingjaar 2031.

3.1.2

Indien de Concessiehouder gedurende de looptijd van de Concessie nieuwe Lijnen gaat exploiteren of (delen van) Lijnen opwaardeert en voortzet als een ander type Lijn (bijvoorbeeld door het opwaarderen van een Ontsluitende Lijn tot een Directlijn (zie ook artikel @@ in de Financiële bepalingen), dan biedt hij deze Lijnen in beginsel aan voor de periode zoals beschreven in eis 3.1.1, tenzij de Concessiehouder en de Concessieverlener anders overeenkomen.

16

17

Zie Beloften aan de reiziger, Ambitiedocument Gedeelde Mobiliteit, startpunt in de transitie naar gedeelde mobiliteit in concessiegebied Oost-Brabant Zie Hubhandboek Oost-Brabant

32 / 185

Datum

21 mei 2024

Betreft

Concessie Oost-Brabant 2027-2039

3.1.3

De Concessiehouder houdt bij het bepalen van de Routes en Dienstregeling van de Lijnen rekening met de kenmerken van de weginfrastructuur zoals benoemd in eis 6.2.2 alsmede met navolgende aanvullende eisen: a. Lijnen mogen gebruik maken van de Routes en de Routevarianten, zoals weergegeven in Bijlage B1 (Routes en Routevarianten); b. Buurtbuslijnen volgen dezelfde Routes als in het Dienstregelingjaar 2024; c. Het is toegestaan om bij de inschrijving in het Exploitatieplan Alternatieve Routes voor te stellen. De Concessieverlener kan instemmen met deze voorstellen mits de Concessiehouder: i. in het Exploitatieplan, dat onderdeel is van de Inschrijving, onderbouwt waarom deze Alternatieve Route is opgenomen, en ii. hij de realiseerbaarheid van deze Alternatieve Route, inclusief eventueel aan deze route liggende nieuwe Haltes, onderbouwt, bijvoorbeeld door te verwijzen naar in Bijlage @@ van het Bestek opgenomen wensen van de betreffende Wegbeheerder(s) of een bewijsstuk toe te voegen als bijlage bij het Exploitatieplan, dat onderdeel is van de Inschrijving, bestaande uit een door de betreffende Wegbeheerder(s) ingevulde en rechtsgeldig ondertekende verklaring van akkoord conform het format in Bijlage @@. Deze bijlage telt niet mee bij de bepaling van het aantal pagina's van het Exploitatieplan.

Over voorstellen die tijdens de looptijd van de Concessie worden gedaan dient de betreffende Wegbeheerder akkoord te zijn en dient overeenstemming te worden bereikt binnen het Tactisch Ontwikkelteam.

3.1.4

De Concessiehouder bedient gedurende de looptijd van de Concessie in ieder geval de: a. Verplichte Haltes als bedoeld in Bijlage B2 tabel 2 met een Bravodirectlijn b. Verplichte Haltes als bedoeld in Bijlage B2 tabel 3 met een Directlijn of Bravodirectlijn c. Verplichte Haltes als bedoeld in Bijlage B2 tabel 4 met een Ontsluitende Lijn, Directlijn of Bravodirectlijn, en d. Verplichte Haltes als bedoeld in Bijlage B2 tabel 5 met een Spitslijn, Ontsluitende Lijn, Directlijn of Bravodirectlijn. e. Verplichte Haltes als bedoeld in Bijlage B2 tabel 6 en 7 met een Stadslijn.

33 / 185

Datum

21 mei 2024

Betreft

Concessie Oost-Brabant 2027-2039

3.1.5

De Concessiehouder dient met zijn aanbod aan Openbaar Vervoer aan te sluiten bij de bestaande en verwachte vervoervraag en de ontwikkelrichting/vervoerkundige strategie die hij in zijn Ontwikkelplan beschrijft. Hiertoe kan hij in zijn Inschrijving en vervolgens jaarlijks in het Exploitatieplan voorstellen doen om: a. de lijnvoering aan te passen met inachtneming van eis 3.1.3 en de eisen die aan het betreffende type Lijnen gesteld worden; b. de bediening van Haltes aan te passen met inachtneming van eisen 3.1.4 en 3.1.6. Indien hij meer Ritten biedt dan de eisen die aan het betreffende type Lijnen worden gesteld, mag hij die extra Ritten laten beginnen en eindigen op elke door de Lijn bediende Halte; c. Trajecten in één richting te bedienen onder de voorwaarde dat: i. in geval van (Bravo)Directlijnen, Ontsluitende Lijnen en Spitslijnen de lengte van een in één richting bediende Traject niet langer is dan 3.000 meter gemeten over het midden van de weg; ii. in geval van (HOV-)Stadslijnen Tilburg en ‘s-Hertogenbosch de lengte van een in één richting bediende Traject niet langer is dan 2.000 meter gemeten over het midden van de weg, met dien verstande dat hij, mits goed onderbouwd, gericht en in alle gevallen beperkt af mag wijken van de in sub i en ii genoemde maximale lengte van in één richting bediende Trajecten.

De Concessieverlener stelt in geval van Bravodirect Maatwerk, Buurtbuslijnen, Scholierenlijnen, Nachtlijnen en Oproepafhankelijk Openbaar Vervoer geen nadere voorwaarden aan de bediening van Trajecten in één richting. d. in de perioden van het Dienstregelingjaar (zie eis 3.8.10) alsmede tijdens de periode waarin gereden wordt volgens een Vakantiedienstregeling (zie eis 3.8.11) Lijnen afwijkend uit te voeren ten opzichte van de Dienstregeling die hij vanaf de eerste zondag na de tweede zaterdag van december aanbiedt.

3.1.6

De Concessiehouder bedient met alle Directlijnen, Stadslijnen, Ontsluitende Lijnen en Spitslijnen alle Haltes die de betreffende Lijn passeert.

3.1.7

De Concessiehouder houdt bij het bieden van Aansluitingen rekening met het type Halte waar hij de Aansluiting biedt. De Concessieverlener streeft ernaar dat Aansluitingen indien mogelijk voor de gehele looptijd van de Concessie worden geboden op Knooppunten als in tabel 1 van Bijlage B2 (Haltes).

3.1.8

De Verplichte Routes, Routes, Routevarianten en Verplichte Haltes als bedoeld in eisen 3.1.3 en 3.1.4 kunnen wijzigen als gevolg van Majeure ontwikkelingen (zie paragraaf 2.5).

3.1.9

De Concessieverlener kan, al dan niet op verzoek van de Concessiehouder, de status van de Routes, Routevarianten en Verplichte Haltes herzien, maar alleen na bespreking in het Tactisch Ontwikkelteam en na overeenstemming met de Concessiehouder. Als aanpassingen ertoe leiden dat Verplichte Haltes niet meer worden bediend, is dit alleen mogelijk na overleg met het Regieteam Gedeelde Mobiliteit.

Bedieningsperioden en dagdelen De Concessiehouder stemt zijn OV-aanbod zo goed mogelijk af op de Vervoervraag. In figuur 4a (Verdeling instappers over de dag in Oost-Brabant (november 2019) en figuur 4b (Verdeling 34 / 185

Datum

21 mei 2024

Betreft

Concessie Oost-Brabant 2027-2039

instappers over de dag in Oost-Brabant (november 2023)) is het gebruik per uurblok van alle Lijnen in het Concessiegebied weergegeven. De minimumeisen voor de bedieningstijden en frequenties zijn afgeleid uit dit historische gebruik en zijn bewust relatief laag gehouden om de Concessiehouder de ruimte te bieden om zo goed mogelijk aan te sluiten bij de Vervoervraag en de doelen van de Concessie. De Concessieverlener onderscheidt daarbij de dagdelen zoals weergegeven in tabel 1 (Bedieningsperioden en dagdelen Openbaar Vervoer).

Figuur 4a Verdeling instappers over de dag in de concessie Oost-Brabant (november 2019)

Figuur 4b Verdeling instappers over de dag in de concessie Oost-Brabant (november 2023)

35 / 185

Datum

21 mei 2024

Betreft

Concessie Oost-Brabant 2027-2039

Tabel 1: Bedieningsperioden en dagdelen Openbaar Vervoer Dagdeel Werkdagen Dagdeel Zaterdag Ochtendspits: Dal: Middagspits: Vroege avond Avond:

3.2

06:30 – 09:00 uur 09:00 – 15:00 uur 15:00 – 18:00 uur 18:00 – 20:00 uur 20:00 – 24:00 uur

Overdag

08:00 – 18:00 uur

Zon- en feestdagen 09:00 – 18:00 uur

Avond

18:00 – 23:00 uur

18:00 – 23:00 uur

Bravodirectlijnen en Directlijnen

De Bravodirectlijnen en Directlijnen vormen samen met de trein de ruggengraat van het systeem van gedeelde mobiliteit. Zij bedienen de zware vervoersstromen binnen het concessiegebied en vormen samen met Bravoflex de basis van het systeem van gedeelde mobiliteit. Deze lijnen kennen ruime bedieningstijden om alle haltes in het concessiegebied in combinatie met Bravoflex ook in de avonduren en het weekend bereikbaar te maken. Bravodirectlijnen onderscheiden zich van Directlijnen doordat de Concessieverlener op deze lijnen de Productformule Bravodirect eist. Dit betekent hogere minimumfrequenties en een hoog comfort in de bussen (zie paragraaf 4.6). De bediening van de geëiste Bravodirectlijnen en Directlijnen wordt voor de duur van de concessie uitgevraagd en dient over de volledige lengte van de betreffende lijnen te voldoen aan de hoge bedieningseisen die hieraan worden gesteld. Het staat de Concessiehouder vrij om Directlijnen onder de Productformule Bravodirect uit te voeren, zolang over de gehele lengte van de betreffende Lijn(en) wordt voldaan aan het bepaalde in eis 3.2.2 en 3.2.3. In dit geval dient hij die wel voor de gehele concessieduur aan te bieden. Dit in tegenstelling tot Bravodirect Maatwerk, dat hij ten minste tot en met 2030 aanbiedt18. De Bravodirectlijnen rijden op corridors tussen de (middel)grote steden.

Op deze corridors is veel potentie aanwezig om een belangrijke rol te vervullen binnen de mobiliteitstransitie, waarbij naast scholieren en studenten ook forensen en recreanten steeds belangrijkere doelgroepen zijn. Om hier tijdens de concessie maximaal op in te kunnen spelen, bieden wij hier ontwikkelruimte voor de concessiehouder in de vorm van Bravodirect Maatwerk. Deze Lijnen rijden onder de Productformule Bravodirect, maar de Concessiehouder heeft hier de vrijheid om frequentie en bedieningsperiode af te stemmen op de feitelijke vervoervraag (van specifieke doelgroepen). Lijnen behorend tot Bravodirect Maatwerk sluiten ten minste op één Halte aan op een Bravodirectlijn. Bravodirectlijnen 3.2.1

18

De Concessiehouder biedt op onderstaande Verbindingen ten minste één Bravodirectlijn aan: a. Tilburg CS – Waalwijk Noorderallee – 's-Hertogenbosch CS; b. Oss Station – Uden Busstation;

De Provincie zal in een marktconsultatie nog toetsen of deze verplichting leidt tot de optimale bijdrage aan het doel ‘wat sterk is sterker maken’.

36 / 185

Datum

21 mei 2024

Betreft

Concessie Oost-Brabant 2027-2039

c. d. e. 3.2.2

Uden Busstation – Eindhoven CS; 's-Hertogenbosch CS – Eindhoven CS, en 's-Hertogenbosch CS – Uden Busstation.

De Concessiehouder biedt Bravodirectlijnen in ieder geval tijdens de volgende perioden aan: a. op werkdagen tussen 06:30 en 24:00 uur; b. op zaterdag tussen 08:00 en 23:00 uur; en c. op zon- en feestdagen tussen 09:00 en 23:00 uur. Hierbij gelden de volgende eisen: • de eerste volledige Rit naar Tilburg, ’s-Hertogenbosch, Oss en Eindhoven komt op werkdagen uiterlijk om 06:30 uur, op zaterdag uiterlijk om 08:00 uur en op zon- en feestdagen uiterlijk om 09:00 uur aan op de betreffende Eindhalte; • de laatste volledige Rit vanuit Tilburg, ’s-Hertogenbosch, Oss en Eindhoven vertrekt op werkdagen niet eerder dan 24:00 uur en op zaterdag en zon- en feestdagen niet eerder dan 23:00 uur vanaf de betreffende Beginhalte. Indien de Concessiehouder ervoor kiest om op een of meerdere in eis 3.2.1 benoemde Verbindingen een Bravodirectlijn onder hetzelfde Lijnnummer door te koppelen, geldt deze eis uitsluitend voor de in eis 3.2.1 benoemde afzonderlijke Verbindingen en niet voor de gehele Lijn.

3.2.3

De Concessiehouder biedt de Bravodirectlijnen op de in eis 3.2.1 genoemde Verbindingen in ieder geval met de in onderstaande tabel genoemde frequenties (in Ritten per uur) aan:

Dagdeel Ochtendspits Dal Middagspits Vroege avond Avond

werkdagen 4 2 4 2 1

Dagdeel Overdag

Zaterdag 2

zondag 2

Avond

1

1

Hierbij geldt dat de Concessiehouder: • de frequenties in bovenstaande tabel in beide richtingen biedt; • ervoor zorgt dat Ritten gelijkmatig over het uur verdeeld zijn, tenzij de Concessiehouder ten genoegen van de Concessieverlener aantoont dat een minder gelijkmatige verdeling van Ritten van meerwaarde is voor Reizigers, bijvoorbeeld met het oog op het realiseren van Aansluitingen. Een gelijkmatige verdeling van Ritten over het uur is ook vereist in geval van een combinatie van Bravodirectlijnen zoals bedoeld in eis 3.2.4; • in de Ochtendspits 2 Ritten minder hoeft aan te bieden vanuit Tilburg, ’s-Hertogenbosch, Oss en Eindhoven; • in de Middagspits 3 Ritten minder hoeft aan te bieden richting Tilburg, ’s-Hertogenbosch, Oss en Eindhoven, en • in geval van een Vakantiedienstregeling de minimumfrequentie tijdens de Ochtendspits en de Middagspits mag verlagen tot 2 Ritten per richting per uur.

37 / 185

Datum

21 mei 2024

Betreft

Concessie Oost-Brabant 2027-2039

Indien de Concessiehouder ervoor kiest om Verbinding e. van eis 3.2.1 via de N279 aan te bieden dan is het hem toegestaan om in de Avond, op Zaterdag en op Zon- en feestdagen een route via Veghel en/of Schijndel en/of Sint-Michielsgestel te rijden. 3.2.4

Het is de Concessiehouder toegestaan om: a. Bravodirectlijnen te koppelen aan andere Bravodirectlijnen; b. Bravodirectlijnen die eindigen in Tilburg, Oss en ‘s-Hertogenbosch op de in eis 3.2.1 genoemde Begin- en Eindpunten onder hetzelfde lijnnummer door te laten rijden op de Routes en Routevarianten binnen de gemeenten Tilburg, Oss, respectievelijk ’s-Hertogenbosch zoals benoemd in Bijlage B1 (Routes en Routevarianten), waarbij de Concessiehouder de bedieningsperiode, frequenties en lijnvoering van de aanvullende Verbinding bepaalt; c. Bravodirectlijnen onder hetzelfde lijnnummer door te laten rijden op de Routes en Routevarianten zoals benoemd in Bijlage B1 (Routes en Routevarianten), en d. de in deze eis beschreven koppelingen en verlengingen niet in de Vakantiedienstregeling op te nemen. Het is de Concessiehouder niet toegestaan om een Bravodirectlijn te splitsen in meerdere uitlopers.

Directlijnen 3.2.5

De Concessiehouder biedt op onderstaande Verbindingen ten minste één Directlijn aan: a. Uden Busstation – Cuijk Station en/of Uden Busstation – Boxmeer Station; b. Best Station – Hilvarenbeek Doelenstraat en/of Best Station – Tilburg CS; c. Uden Busstation – Nijmegen CS19, en d. Tilburg CS – Baarle-Nassau Sint-Jansstraat. e. ’s-Hertogenbosch – Wijk en Aalburg Kromme Nol

3.2.6

De Concessiehouder biedt op de Verbinding Hilvarenbeek Doelenstraat – Tilburg CS ten minste: • twee Directlijnen, of • één Bravodirectlijn aan.

3.2.7

De Concessiehouder biedt Directlijnen in ieder geval tijdens de volgende perioden aan: a. op werkdagen tussen 06:30 en 24:00 uur; b. op zaterdag tussen 08:00 en 23:00 uur; en c. op zon- en feestdagen tussen 09:00 en 23:00 uur. Hierbij gelden de volgende eisen:

19

Met provincie Gelderland overleggen wij nog over de wijze waarop deze Lijn, die nu gezamenlijk door Arriva (concessiehouder Oost-Brabant) en Hermes (concessiehouder Arnhem-Nijmegen) wordt geëxploiteerd, in de toekomst wordt vormgegeven.

38 / 185

Datum

21 mei 2024

Betreft

Concessie Oost-Brabant 2027-2039

•

•

de eerste volledige Rit vertrekt op werkdagen uiterlijk om 06:30 uur, op zaterdag uiterlijk om 08:00 uur en op zon- en feestdagen uiterlijk om 09:00 uur vanaf de betreffende Beginhalte; de laatste volledige Rit komt op werkdagen niet eerder dan 24:00 uur en op zaterdag en zon- en feestdagen niet eerder dan 23:00 uur aan op de betreffende Eindhalte.

Indien de Concessiehouder ervoor kiest om op een of meerdere in eisen 3.2.5 of 3.2.6 benoemde Verbindingen, een Directlijn onder hetzelfde Lijnnummer door te koppelen, geldt deze eis uitsluitend voor de in die eisen benoemde afzonderlijke Verbindingen en niet voor de gehele Lijn. 3.2.8

De Concessiehouder biedt de Directlijnen op de in eis 3.2.5 genoemde Verbindingen in ieder geval met de in onderstaande tabel genoemde frequenties (in Ritten per uur) aan:

Dagdeel Ochtendspits Dal Middagspits Vroege avond Avond

werkdagen 2 1 2 1 1

Dagdeel Overdag

Zaterdag 1

zondag 1

Avond

1

1

Hierbij geldt dat de Concessiehouder: • de frequenties in bovenstaande tabel in beide richtingen biedt; • ervoor zorgt dat Ritten gelijkmatig over het uur verdeeld zijn, tenzij de Concessiehouder ten genoegen van de Concessieverlener aantoont dat een minder gelijkmatige verdeling van Ritten van meerwaarde is voor Reizigers, bijvoorbeeld met het oog op het realiseren van Aansluitingen. Een gelijkmatige verdeling van Ritten over het uur is ook vereist in geval van een combinatie van Directlijnen zoals bedoeld in eis 3.2.9; • de Concessiehouder in de Ochtendspits en Middagspits in de tegenspitsrichting 1 Rit minder hoeft aan te bieden, onder de voorwaarde dat hij de aanwezigheid van een tegenspits(richting) ten genoegen van de Concessieverlener heeft onderbouwd, en • de Concessiehouder in geval van een Vakantiedienstregeling de minimumfrequentie tijdens de Ochtendspits en de Middagspits mag verlagen tot 1 Rit per richting per uur. 3.2.9

Het is de Concessiehouder toegestaan om: a. Directlijnen door te koppelen aan andere Directlijnen; b. Directlijnen die eindigen in Tilburg, Oss en ‘s-Hertogenbosch op de in eisen 3.2.5 en 3.2.6 genoemde Begin- en Eindpunten onder hetzelfde lijnnummer door te laten rijden op de Routes en Routevarianten binnen de gemeenten Tilburg, Oss, respectievelijk ’s-Hertogenbosch zoals benoemd in Bijlage B1 (Routes en Routevarianten), waarbij de Concessiehouder de bedieningsperiode, frequenties en lijnvoering van de aanvullende Verbinding bepaalt; c. Directlijnen onder hetzelfde lijnnummer door te laten rijden op de Routes en Routevarianten zoals benoemd in Bijlage B1 (Routes en Routevarianten), en

39 / 185

Datum

21 mei 2024

Betreft

Concessie Oost-Brabant 2027-2039

d.

de in deze eis beschreven koppelingen en verlengingen niet in de Vakantiedienstregeling op te nemen.

Het is de Concessiehouder niet toegestaan om een Directlijn te splitsen in meerdere uitlopers.

Bravodirect Maatwerk20 3.2.10

Het is de Concessiehouder toegestaan om op de Verbindingen a t/m e van eis 3.2.1, Bravodirect Maatwerk aan te bieden dat niet hoeft te voldoen aan de eisen 3.2.2 en 3.2.3, dit onder voorwaarde dat Bravodirect Maatwerk: a. op ten minste één Halte van een Bravodirectlijn op een Verbinding als bedoeld in eis 3.2.1 een overstapmogelijkheid biedt; b. onder de Productformule Bravodirect rijdt, en c. zich van de overige Bravodirectlijnen op de betreffende Verbinding onderscheidt door: i. een snellere reistijd op de betreffende Verbinding of het specifieke deel van de Verbinding dat door Bravodirect Maatwerk wordt bediend, en/of ii. het bieden van hogere frequenties, en/of iii. specifieke doelgroepen waar de Bravodirect Maatwerk zich op richt, en/of iv. meer uitstraling en comfort van het Materieel.

3.3

Ontsluitende Lijnen en Spitslijnen

Ontsluitende Lijnen rijden op plaatsen met een relatief geringe vervoersvraag. Veelal verbinden deze Lijnen kleine kernen met grotere (bus-)stations maar ze kunnen ook een meer lokale functie hebben. Ontsluitende Lijnen rijden niet altijd de gehele week en niet altijd met hoge frequenties. Wanneer een Ontsluitende Lijn niet rijdt, is er altijd een alternatief aanwezig bestaande uit de combinatie Bravoflex met een (Bravo)Directlijn of de trein. De provincie wijst Verplichte Haltes aan die door de concessiehouder in principe gedurende de hele looptijd van de concessie met een Ontsluitende Lijn moeten worden bediend (zie tabel 4 van Bijlage B2). Deze Haltes liggen meestal in kleine kernen die niet verplicht ontsloten zijn met een (Bravo)Directlijn. Ook alle bestaande haltes langs de route van een Ontsluitende Lijn moeten worden bediend. Er wordt onderscheid gemaakt tussen Lijnen die ten minste op werkdagen tussen 7:00 en 18:00 uur in beide richtingen rijden en Lijnen waar maatwerk mogelijk is vanwege een specifieke vervoersvraag op specifieke momenten van de dag. De volgende vormen van maatwerk zijn mogelijk: • Spitslijnen: Lijnen die alleen tijdens de ochtend- en middagspits rijden. Met deze Lijnen biedt de Concessiehouder bijvoorbeeld een aantrekkelijk alternatief voor individueel autoverkeer op die

20

Wij onderzoeken nog de mogelijkheid om Bravodirect Maatwerk richting Eindhoven en Veldhoven nader uit te werken als eerste stap naar een netwerk van Brainportlijnen, te beginnen met Lijnen die gericht zijn op Reizigers met een herkomst in het Concessiegebied. In het definitieve Programma van Eisen zullen we in dat geval extra eisen opnemen.

40 / 185

Datum

21 mei 2024

Betreft

Concessie Oost-Brabant 2027-2039

•

momenten dat een grote (gebundelde) vraag te verwachten is vanuit kleinere kernen of richting specifieke bestemmingen. Deze Lijnen ontsluiten de Verplichte Haltes die zijn opgenomen in tabel 5 van Bijlage B2. Scholierenlijnen (zie paragraaf 3.6): Lijnen die aansluiten op de lestijden van scholen op hun route (doorgaans alleen enkele Ritten in de ochtendspits en in de middag, vaak in één richting). In de schoolvakanties en bijvoorbeeld op studiedagen hoeft de Concessiehouder deze Lijnen niet aan te bieden.

Het aanbod van Ontsluitende Lijnen en Spitslijnen geldt in elk geval voor de eerste vier jaar van de Concessie, waarbij kleine aanpassingen/optimalisaties in deze jaren wel mogelijk zijn. Na vier jaar kan de concessiehouder voorstellen doen om deze Lijnen anders in te richten. Hieronder valt ook het niet langer bedienen van bepaalde Haltes of het laten vervallen van een Lijn. Andersom kan ook: het benoemen van Haltes waar voldoende potentie blijkt te zijn om alsnog verplicht met lijngebonden Openbaar Vervoer te bedienen en als zodanig aan de Concessie toe te voegen. Dit gebeurt altijd nadat het Regieteam Gedeelde Mobiliteit zich hierover heeft kunnen uitspreken en pas na goedkeuring door de provincie (zie ook paragraaf 2.3). Ontsluitende Lijnen 3.3.1

De Concessiehouder bedient in ieder geval de Verplichte Haltes zoals benoemd in tabel 4 (Ontsluitende Lijnen) van Bijlage B2 (Haltes) met een Ontsluitende Lijn, waarbij deze Haltes ten minste worden bediend tijdens de bedieningsperiode en met de frequenties zoals genoemd in de eisen 3.3.3 en 3.3.4.

3.3.2

De Concessiehouder verbindt in ieder geval in de Dienstregelingsjaren 2027, 2028, 2029 en 2030 de in eis 3.3.1 bedoelde Verplichte Haltes rechtstreeks, dat wil zeggen zonder overstap, met minimaal twee Knooppunten zoals benoemd in tabel 1 Van Bijlage B2 (Haltes) en maakt daarbij gebruik van de Routes en Routevarianten zoals benoemd in figuur 1 van Bijlage B1 (Routes en Routevarianten). Indien een Verplichte Halte samenvalt met een Knooppunt hoeft de betreffende Verplichte Halte met slechts één ander Knooppunt te worden verbonden.

3.3.3

De Concessiehouder biedt Ontsluitende Lijnen op werkdagen in ieder geval tussen 07:00 en 18:00 uur aan en zorgt er daarbij voor dat: • de eerste volledige Rit in beide richtingen op werkdagen uiterlijk om 07:00 uur op het Eindpunt aankomt, en • de laatste volledige Rit in beide richtingen op werkdagen niet eerder dan om 18:00 uur vanaf het Beginpunt vertrekt.

3.3.4

De Concessiehouder biedt Ontsluitende Lijnen op werkdagen in ieder geval met de in onderstaande tabel genoemde frequenties (in Ritten per uur) aan voor de Dagdelen die conform eis 3.3.3 verplicht zijn. Dagdeel Ochtendspits Dal Middagspits

werkdagen 2 1 2

Hierbij geldt dat: 41 / 185

Datum

21 mei 2024

Betreft

Concessie Oost-Brabant 2027-2039

• •

•

de frequenties in bovenstaande tabel in beide richtingen gelden; de Concessiehouder in de Ochtendspits en Middagspits in de tegenspitsrichting 1 Rit minder hoeft aan te bieden, onder de voorwaarde dat hij de aanwezigheid van een tegenspits(richting) ten genoegen van de Concessieverlener heeft onderbouwd, en de Concessiehouder in geval van een Vakantiedienstregeling de minimumfrequentie tijdens de Ochtendspits en de Middagspits mag verlagen tot 1 Rit per richting per uur.

In aanvulling hierop verbindt de Concessiehouder de Verplichte Haltes Wijk en Aalburg, Anjelierstraat en Wijk en Aalburg, Kromme Nol op werkdagen ook in de Vroege Avond en Avond (met een laatste vertrekmogelijkheid niet eerder dan 23:00 uur) en voorts op zaterdag en zon- en feestdagen Overdag en Avond met een in tabel 2 van Bijlage B2 (Haltes) opgenomen Verplichte Halte, waarbij hij het bepaalde in eis 3.3.5 in acht neemt. Indien hij deze Haltes op de in bovenstaande tabel benoemde dagdelen bedient met een Ontsluitende Lijn, hoeft hij op de in de voorgaande volzin bedoelde momenten de tussenliggende Haltes van deze Ontsluitende Lijn niet te bedienen. 3.3.5

Indien de Concessiehouder op zaterdag en/of zon- en feestdagen Overdag Ontsluitende Lijnen aanbiedt, dan biedt hij ten minste één Rit per uur per richting aan gedurende de gehele bedieningsperiode Overdag zoals genoemd in tabel 1 (Bedieningsperioden en dagdelen Openbaar Vervoer) en zorgt er daarbij voor dat: • de eerste volledige Rit in beide richtingen op zaterdagen uiterlijk om 08:00 uur en op zon- en feestdagen uiterlijk om 09:00 uur op het Eindpunt aankomt, en • de laatste volledige Rit in beide richtingen op zaterdagen en zon- en feestdagen niet eerder dan om 18:00 uur vanaf het Beginpunt vertrekt.

3.3.6

De Concessiehouder zorgt ervoor dat Ritten gelijkmatig over het uur verdeeld zijn, tenzij de Concessiehouder ten genoegen van de Concessieverlener aantoont dat een minder gelijkmatige verdeling van Ritten van meerwaarde is voor Reizigers, bijvoorbeeld met het oog op het realiseren van Aansluitingen.

Spitslijnen 3.3.7

21

De Concessiehouder bedient in ieder geval de Verplichte Haltes zoals benoemd in tabel 5 (Spitslijnen) van Bijlage B2 (Haltes) met een Spitslijn,21 waarbij deze Haltes ten minste worden bediend tijdens de bedieningsperiode en met het aantal Ritten zoals genoemd in de eisen 3.3.9 en 3.3.10.

De in deze eis bedoelde Verplichte Haltes in Sint-Anthonis en Overloon worden nu bediend door lijn 82. Met provincie Limburg overleggen wij nog over de wijze waarop deze Lijn, die nu door Arriva Limburg (concessiehouder Limburg) wordt geëxploiteerd, in de toekomst wordt vormgegeven.

42 / 185

Datum

21 mei 2024

Betreft

Concessie Oost-Brabant 2027-2039

3.3.8

De Concessiehouder verbindt in ieder geval in de Dienstregelingsjaren 2027, 2028, 2029 en 2030 de in eis 3.3.7 bedoelde Verplichte Haltes rechtstreeks, dat wil zeggen zonder overstap, met minimaal twee Knooppunten zoals benoemd in tabel 1 Van Bijlage B2 (Haltes) en maakt daarbij gebruik van de Routes en Routevarianten zoals benoemd in figuur 1 van Bijlage B1 (Routes en Routevarianten). Indien een Verplichte Halte samenvalt met een Knooppunt hoeft de betreffende Verplichte Halte met slechts één ander Knooppunt te worden verbonden.

3.3.9

De Concessiehouder biedt Spitslijnen op werkdagen in ieder geval aan tijdens de Ochtendspits en Middagspits, en zorgt er daarbij voor dat: • de eerste volledige Rit in beide richtingen uiterlijk om 7:00 uur (Ochtendspits) en 15:00 uur (Middagspits) op het Eindpunt aankomt, en • de laatste volledige Rit in beide richtingen niet eerder dan 9:00 uur (Ochtendspits) en 18:00 uur (Middagspits) vanaf het Beginpunt vertrekt.

3.3.10

De Concessiehouder biedt Spitslijnen op werkdagen in ieder geval met de in onderstaande tabel genoemde Ritten per richting aan voor de Dagdelen die conform eis 3.3.9 verplicht zijn. Dagdeel Ochtendspits Middagspits

werkdagen 3 3

Hierbij geldt dat: • het aantal Ritten in bovenstaande tabel in twee richtingen geldt; • de Concessiehouder in de tegenspitsrichting minimaal 1 Rit aan mag bieden, onder voorwaarde dat hij de aanwezigheid van een tegenspits(richting) ten genoegen van de Concessieverlener onderbouwt, en • de Concessiehouder in geval van een Vakantiedienstregeling tijdens de Ochtendspits en Middagspits het aantal Ritten mag verlagen met 1 Rit per richting. 3.3.11

Het is de Concessiehouder alleen toegestaan om (Ritten van) Spitslijnen aan te bieden op werkdagen Overdag of in de (Vroege) Avond mits hij de meerwaarde hiervan voor Reizigers ten genoegen van de Concessieverlener aantoont.

3.3.12

De Concessiehouder zorgt ervoor dat hij tussen Ritten een gelijkmatig interval hanteert, tenzij de Concessiehouder ten genoegen van de Concessieverlener aantoont dat een minder gelijkmatige verdeling van Ritten van meerwaarde is voor Reizigers, bijvoorbeeld met het oog op het realiseren van Aansluitingen.

Om zo goed mogelijk in de vraag van Reizigers te voorzien is het de Concessiehouder in een aantal gevallen toegestaan om Lijnen te koppelen om zo meer directe verbindingen aan Reizigers te kunnen bieden. Gelijksoortige Lijnen mag de Concessiehouder altijd koppelen en in bepaalde gevallen staat de Concessieverlener ook toe dat ongelijksoortige Lijnen gekoppeld worden. In die gevallen stelt de Concessieverlener hogere eisen aan de gekoppelde Lijn.

43 / 185

Datum

21 mei 2024

Betreft

Concessie Oost-Brabant 2027-2039

Koppeling van Lijnen 3.3.13

Het is de Concessiehouder toegestaan om Lijnen te koppelen aan gelijksoortige Lijnen en deze Lijnen met hetzelfde Lijnnummer uit te voeren, ook als hij de afzonderlijke Lijnen niet allemaal met dezelfde frequentie, tijdens dezelfde dagdelen en/of op dezelfde dagen aanbiedt (mits de eisen van het betreffende type Lijn dit toestaan).

3.3.14

De Concessiehouder mag Ontsluitende Lijnen koppelen aan een Directlijn wanneer hij ten genoegen van de Concessieverlener de toegevoegde waarde van deze koppeling voor de kwaliteit van het OV-netwerk aantoont. In dat geval voeren de gekoppelde Lijnen het Lijnnummer van de Directlijn. Het is niet toegestaan om één Directlijn te splitsen in twee Ontsluitende Lijnen.

3.3.15

De Concessiehouder mag Spitslijnen koppelen aan een Ontsluitende Lijn wanneer hij ten genoegen van de Concessieverlener de toevoegde waarde van deze koppeling voor de kwaliteit van het OV-netwerk aantoont. In dat geval voeren de gekoppelde Lijnen het Lijnnummer van de Ontsluitende Lijn. Het is niet toegestaan om één Ontsluitende Lijn te splitsen in twee Spitslijnen.

3.3.16

Indien een Ontsluitende Lijn gekoppeld is aan een Directlijn biedt de Concessiehouder de Ontsluitende Lijn tijdens de dagdelen Ochtendspits, Dal, Middagspits en Vroege avond aan met ten minste de frequenties die behoren bij een Directlijn volgens het bepaalde in eisen 3.2.7 en 3.2.8).

3.3.17

Indien een Spitslijn gekoppeld is aan een Ontsluitende Lijn biedt de Concessiehouder de Spitslijn aan met de frequenties behorend bij een Ontsluitende Lijn (dagdelen Ochtendspits en Middagspits) volgens het bepaalde in eisen 3.3.3 en 3.3.4.

3.3.18

Het is de Concessiehouder niet toegestaan om: • Spitslijnen te koppelen aan Directlijnen, en • Lijnen die hij uitvoert onder een bepaalde Productformule te koppelen aan Lijnen die hij niet uitvoert onder deze Productformule.

3.3.19

In afwijking van eis 3.3.18 is het de Concessiehouder toegestaan om Spitslijnen te koppelen aan Directlijnen op de Verbinding Hilvarenbeek Doelenstraat – Tilburg CS, in welk geval hij: • de Spitslijn aanbiedt met de frequenties behorend bij een Directlijn (dagdelen Ochtendspits en Middagspits) volgens het bepaalde in eisen 3.2.7 en 3.2.8 • en maximaal één Spitslijn aan de betreffende Directlijn(en) koppelt.

3.4

Buurtbuslijnen

Buurtbuslijnen vervullen in Oost-Brabant een belangrijke rol bij de ontsluiting van het landelijk gebied. De Concessieverlener verwacht daarom dat de Concessiehouder de bestaande Buurtbuslijnen in het Dienstregelingsjaar 2027 ongewijzigd voortzet. In overleg met de Buurtbusverenigingen kan de Concessiehouder tijdens de looptijd van de Concessie voorstellen voor aanpassingen doen in het Tactisch Ontwikkelteam teneinde beter dan wel flexibeler aan te sluiten bij de Vervoervraag. Hierbij is het uitgangspunt is dat het aantal reismogelijkheden niet vermindert.

44 / 185

Datum

21 mei 2024

Betreft

Concessie Oost-Brabant 2027-2039

Aanpassingen vinden plaats via de reguliere dienstregelingsprocedure en alleen na toestemming van Concessieverlener. Buurtbuslijnen 3.4.1

De Concessiehouder faciliteert alle door de Concessieverlener goedgekeurde Buurtbuslijnen en Buurtbusverenigingen. Bij aanvang van de Concessie zijn dit de Buurtbuslijnen en Buurtbusverenigingen zoals genoemd in Bijlage B4 (Buurtbuslijnen).

3.4.2

Al dan niet op verzoek van de desbetreffende Buurtbusvereniging(en), kan de Concessiehouder, na overleg met de desbetreffende Buurtbusvereniging(en) en betrokken Gemeente(n), een voorstel indienen om een Buurtbuslijn aan te passen. Na overleg in het Tactisch Ontwikkelteam neemt de Concessieverlener een besluit over een dergelijk verzoek.

3.4.3

De Concessiehouder stelt jaarlijks in overleg met de desbetreffende Buurtbusvereniging de Dienstregeling voor Buurtbuslijnen op en voegt deze Dienstregeling toe aan het Exploitatieplan voor het betreffende Dienstregelingjaar. Voor het Dienstregelingjaar 2027 gaat de Concessiehouder voor de Buurtbuslijnen van dezelfde Dienstregeling uit als die voor het Dienstregelingjaar 2024, waarbij: a. hij bij eventuele Ritten ter versterking van Buurtbuslijnen, niet uitgevoerd door de betreffende Buurtbusvereniging, de (eventueel) afwijkende Route mag gebruiken van de Scholierenlijnen die in de Dienstregeling 2024 de betreffende Ritten ter versterking van Buurtbuslijnen verrichten (Lijnen 638, 639, 643, 644, 655, 662 en 692); b. hij de onder sub a genoemde Ritten exploitatief mag koppelen, en c. hij gedurende de Concessie onderbouwd af mag wijken van de Routes in Dienstregelingjaar 2024, indien hij dit overeenkomt met de betreffende Buurtbusvereniging.

3.4.4

De Concessiehouder ondersteunt op verzoek van de Concessieverlener Buurtbusverenigingen in oprichting bij het opzetten van de organisatie van hun vereniging en wel zodanig dat zij de nieuwe Buurtbuslijn(en) goed kunnen uitvoeren. De Concessiehouder is niet verantwoordelijk voor de werving van voldoende Buurtbuschauffeurs. Dit is de verantwoordelijkheid van de Buurtbusvereniging en (eventueel) betrokken Gemeenten. Op verzoek van de Concessieverlener faciliteert de Concessiehouder een nieuwe Buurtbuslijn, in beginsel tot het einde van de Concessie.

3.4.5

De Concessiehouder maakt tijdens de Implementatieperiode met alle Buurtbusverenigingen afspraken in de vorm van een convenant over de verdeling van verantwoordelijkheden rondom de exploitatie van Buurtbuslijnen, waarbij hij Buurtbuschauffeurs vrijwaart van aansprakelijkheid voor schade en ongevallen tijdens Ritten die opgenomen zijn in de Dienstregeling.

3.4.6

De Concessiehouder stelt (een) coördinator(en) aan als eerste aanspreekpunt voor Buurtbusverenigingen.

45 / 185

Datum

21 mei 2024

Betreft

Concessie Oost-Brabant 2027-2039

3.5

Stadslijnen Tilburg en ‘s-Hertogenbosch

Stadslijnen Tilburg De Stadslijnen Tilburg verbinden de wijken binnen de gemeente Tilburg en Goirle met het centraal station en het centrum van Tilburg en bieden aansluitingen op regionale Lijnen en de trein. Daarmee vervullen de Stadslijnen een belangrijke rol bij het faciliteren van de reizigersgroei als gevolg van de woningbouwopgave binnen de gemeente Tilburg en de door de gemeente ingezette mobiliteitstransitie om de rol van de auto binnen de stad terug te dringen. De gemeente neemt daarom een aantal grootschalige doorstromingsmaatregelen om de kwaliteit van het stadsnet naar een hoger plan te tillen. Dit biedt ruimte om bij de start van de concessie een begin te maken met het realiseren van de eerste HOV-Stadslijnen van Tilburg CS naar Tilburg Noord en Tilburg Reeshof. Op deze twee corridors wordt de Route voorgeschreven, zodat de infrastructurele inspanningen van de gemeente maximaal ten goede komen aan de kwaliteit van deze HOV-Stadslijnen. Voor de overige Routes van de Stadslijnen Tilburg mag gebruik worden gemaakt van de Routes en Routevarianten zoals opgenomen in Bijlage B1 (Routes en Routevarianten). De Concessiehouder mag ten behoeve van de Stadslijnen Tilburg Alternatieve Routes voorstellen, maar als de Wegbeheerder (de gemeente Tilburg of de gemeente Goirle) hierover negatief adviseert moet hij terugvallen op een optie via de in Bijlage B1 aangegeven wegen.

Stadslijnen ‘s-Hertogenbosch Ook in de gemeente ’s-Hertogenbosch vervullen de Stadslijnen een belangrijke functie bij het verbinden van de wijken (inclusief Rosmalen en de gemeente Vught) met het centrum en het Centraal station van ’s-Hertogenbosch en daarmee de aansluiting op regionale Lijnen en de trein. Het belang hiervan neemt toe naarmate de wijken verder weggelegen zijn van het centrum en het Centraal Station. De gemeente ’s-Hertogenbosch sorteert daarom voor op het creëren van snelle directe OV-corridors richting onder andere Groote Wielen, Maaspoort en Kruiskamp om daarmee de reizigersgroei op te vangen als gevolg van de voorgenomen woningbouw en mobiliteitstransitie. De gemeente ’s-Hertogenbosch ontwikkelt momenteel beleid om de binnenstad meer autoluw te maken en de doorstroming op de toekomstige OV-corridors te verbeteren. Ook wil zij hier de Haltes opwaarderen. De gemeente ziet daarbij graag een sterkere bundeling van lijnen, te beginnen op de corridor naar Groote Wielen via de Aartshertogenlaan – Bruistensingel en de corridor richting De Maaspoort via de Orthenseweg – Hambakenweg. Daarnaast worden momenteel de plannen voor het centraal station uitgewerkt, inclusief het busstation en de toeleidende routes.

Voor de Routes van de Stadslijnen ‘s-Hertogenbosch mag gebruik worden gemaakt van de Routes en Routevarianten die in Bijlage B1 (Routes en Routevarianten) zijn opgenomen. De Concessiehouder mag Alternatieve Routes voorstellen, maar als de Wegbeheerder (de gemeente ’s-Hertogenbosch of de gemeente Vught) hierover negatief adviseert moet hij terugvallen op een optie via de in Bijlage B1 aangegeven wegen. De bestaande transferiumlijnen 60, 70 en 80 worden in de Concessie gecombineerd met Stadslijnen. Deze Stadslijnen met P+R-functie blijven de transferia bedienen en vormen richting het centrum een aanvulling op de Bravodirectlijnen en andere regionale Lijnen op hetzelfde traject. De Routes van

46 / 185

Datum

21 mei 2024

Betreft

Concessie Oost-Brabant 2027-2039

deze Lijnen zoals weergegeven in figuur @ en opgenomen in Bijlage B1 (Routes en Routevarianten) zijn door de Concessieverlener samen met gemeente ’s-Hertogenbosch bepaald.

Stadslijnen Tilburg en ’s-Hertogenbosch 3.5.1

De Concessiehouder verbindt de Verplichte Haltes zoals opgenomen in tabel 5 (Stadslijnen Tilburg) in Bijlage B2 (Haltes) rechtstreeks, dat wil zeggen zonder overstap, met een Stadslijn Tilburg met Tilburg CS.

3.5.2

De Concessiehouder verbindt de Verplichte Haltes zoals opgenomen in tabel 6 (Stadslijnen ’s-Hertogenbosch) in Bijlage B2 (Haltes) rechtstreeks, dat wil zeggen zonder overstap, met een Stadslijn ’s-Hertogenbosch met ’s-Hertogenbosch CS.

3.5.3

De Concessiehouder biedt de Stadslijnen in ieder geval tijdens de volgende perioden aan: a. op werkdagen tussen 06:30 en 23:00 uur; b. op zaterdag tussen 08:00 en 23:00 uur, en c. op zon- en feestdagen tussen 09:00 en 21:00 uur. De Concessiehouder zorgt er daarbij voor dat van elke Stadslijn: • de eerste volledige Rit in beide richtingen op werkdagen uiterlijk om 06:30 uur, op zaterdag uiterlijk om 08:00 uur en op zon- en feestdagen uiterlijk om 09:00 uur op het Eindpunt aankomt, en • de laatste volledige Rit in beide richtingen op werkdagen en zaterdag niet eerder dan om 23:00 uur en op zon- en feestdagen niet eerder dan om 21:00 uur vanaf het Beginpunt vertrekt.

3.5.4

De Concessiehouder biedt de Stadslijnen in ieder geval met de in onderstaande tabel genoemde frequenties (in Ritten per uur) aan:

Dagdeel Ochtendspits Dal Middagspits Vroege avond Avond

werkdagen 2 2 2 2 1

Dagdeel Overdag

zaterdag 2

zondag 2

Avond

1

1

Hierbij geldt dat de frequenties in bovenstaande tabel in beide richtingen gelden. 3.5.5

De Concessiehouder zorgt ervoor dat Ritten gelijkmatig over het uur verdeeld zijn, tenzij de Concessiehouder ten genoegen van de Concessieverlener aantoont dat een minder gelijkmatige verdeling van Ritten van meerwaarde is voor Reizigers, bijvoorbeeld met het oog op het realiseren van Aansluitingen.

3.5.6

Het is de Concessiehouder niet toegestaan om een Stadslijn te splitsen in meerdere uitlopers.

47 / 185

Datum

21 mei 2024

Betreft

Concessie Oost-Brabant 2027-2039

3.5.7

Het is de Concessiehouder toegestaan om een Stadslijn als HOV-Stadslijn uit te voeren; dit onder de voorwaarde dat de betreffende Stadslijn Tilburg volledig voldoet aan de eisen 3.5.8 t/m 3.5.12 en de betreffende Stadslijn ’s-Hertogenbosch volledig voldoet aan de eisen 3.5.13 t/m 3.5.16.

Bij de start van de concessie wordt in Tilburg een begin gemaakt met het realiseren van een hoogwaardig netwerk van HOV-Stadslijnen. Hiertoe wordt op twee corridors een HOV-Stadslijn Tilburg geëist, waarbij de Route wordt voorgeschreven. Dit om maximaal gebruik te maken van de infrastructurele maatregelen die door de gemeente Tilburg worden uitgevoerd.22 Deze HOVStadslijnen onderscheiden zich van de overige Stadslijnen door een hoger bedieningsniveau, hoogwaardig materieel en een eigen look-and-feel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=ReuselDeMierden&id=aed36195-5a9f-45ad-a544-a9dfbe2e9ee3