CConstaterende datReusel-De Mierden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Ontwerp-Programma van Eisen Oost Brabant

Commissie Inwoners 18 juni 2024, gemeente Reusel-De MierdenBij agendapunt: Ontwerp Programma van Eisen concessie Oost-Brabant38.968 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

HOV-Stadslijnen Tilburg23 3.5.8

De Concessiehouder biedt vanaf de start van Concessie in ieder geval op de volgende corridors een HOV-Stadslijn Tilburg aan: a. Tilburg CS – Tilburg Noord, en b. Tilburg CS – Tilburg Reeshof. Hij maakt hierbij gebruik van de Verplichte Routes zoals opgenomen in Bijlage B1 Routes en Routevarianten.

3.5.9

De Concessiehouder biedt HOV-Stadslijnen Tilburg in ieder geval tijdens de volgende perioden aan: a. op werkdagen tussen 06:30 en 23:00 uur; b. op zaterdag tussen 08:00 en 23:00 uur, en c. op zon- en feestdagen tussen 09:00 en 22:00 uur. De Concessiehouder zorgt er daarbij voor dat van elke HOV-Stadslijn Tilburg: • de eerste volledige Rit in beide richtingen op werkdagen uiterlijk om 06:30 uur, op zaterdag uiterlijk om 08:00 uur en op zon- en feestdagen uiterlijk om 09:00 uur op het Eindpunt aankomt, en • de laatste volledige Rit in beide richtingen op werkdagen en zaterdag niet eerder dan om 23:00 uur en op zon- en feestdagen niet eerder dan om 22:00 uur vanaf het Beginpunt vertrekt.

3.5.10

22

23

De Concessiehouder biedt HOV-Stadslijnen Tilburg in ieder geval met de in onderstaande tabel genoemde frequenties (in Ritten per uur) aan:

In het definitieve Programma van Eisen zullen wij in overleg met de gemeente Tilburg de fasering van de uit te voeren doorstromingsmaatregelen nader concretiseren. Dit kan aanleiding zijn om aanvullende eisen te stellen aan de doorontwikkeling van de HOV-stadslijnen in Tilburg. We onderzoeken samen met de gemeente Tilburg hoeveel rijtijdwinst dan wel betrouwbaarheidswinst op de in de eisen genoemde corridors gerealiseerd kan worden en per wanneer. Op basis van dat onderzoek kunnen de eisen in het definitieve Programma van Eisen nog worden bijgesteld. Ook over een aparte productformule voor HOVStadslijnen denken wij nog na.

48 / 185

Datum

21 mei 2024

Betreft

Concessie Oost-Brabant 2027-2039

Dagdeel Ochtendspits Dal Middagspits Vroege avond Avond

werkdagen 6 4 6 4 2

Dagdeel Overdag

zaterdag 4

zondag 4

Avond

2

2

Hierbij geldt dat de frequenties in bovenstaande tabel in beide richtingen gelden. 24 3.5.11

De Concessiehouder zorgt ervoor dat Ritten gelijkmatig over het uur verdeeld zijn, tenzij de Concessiehouder ten genoegen van de Concessieverlener aantoont dat een minder gelijkmatige verdeling van Ritten van meerwaarde is voor Reizigers, bijvoorbeeld met het oog op het realiseren van Aansluitingen.

3.5.12

De Concessiehouder neemt bij de vormgeving van (een) HOV-stadslijn(en) Tilburg het bepaalde in de Bravo Brandguide of diens opvolger(s) in acht.

Ook in ’s-Hertogenbosch wordt een eerste stap gezet met de uitbouw van de Stadslijnen op de belangrijkste corridors. Daarom zijn de Routes richting Maaspoort en Groote Wielen vanaf het begin van de Concessie voorgeschreven. Dit leidt tot een sterkere bundeling van de vervoersvraag, waardoor op deze corridors al bij de start van de Concessie hogere frequenties kunnen worden geëist. In combinatie met de realisatie van de voorgenomen verbeteringen aan de infrastructuur25, wordt hiermee voorgesorteerd op de realisatie en/of verdere uitbouw van HOV-Stadslijnen tijdens de looptijd van de Concessie en het toevoegen van nieuwe HOV-Stadslijnen, bijvoorbeeld naar Kruiskamp.

HOV-Stadslijnen ‘s-Hertogenbosch 3.5.13

De Concessiehouder biedt vanaf de start van Concessie in ieder geval op de volgende corridors, al dan niet gebruikmakend van meerdere Stadslijnen ’s-Hertogenbosch, een bediening passend bij een HOV-Stadslijn ’s-Hertogenbosch (zie eisen 3.5.14 en 3.5.15): a. ’s-Hertogenbosch CS – Maaspoort b. ’s-Hertogenbosch CS – Groote Wielen Hij maakt hierbij gebruik van de Verplichte Routes zoals opgenomen in Bijlage B1 Routes en Routevarianten.

24

25

In het definitieve Programma van Eisen zullen wij nog aanvullende eisen opnemen over de frequenties van HOVStadslijnen op trajecten die búiten de corridors vallen. Op die trajecten ligt een lagere frequentie voor de hand dan op de corridor. Onder meer met behulp van een marktconsultatie zullen wij onderzoeken welke eisen enerzijds het hoogwaardige vervoer op de corridor in stand houden, maar anderzijds rechtstreekse reismogelijkheden vanuit verder weg gelegen wijken (bijvoorbeeld Tuindorp De Kievit) vergroten. In het definitieve Programma van Eisen hopen wij in overleg met de gemeente ’s-Hertogenbosch meer duidelijkheid te geven over de fasering van de voorgenomen doorstromingsmaatregelen. Dit kan aanleiding zijn om aanvullende eisen te stellen aan de doorontwikkeling van de HOV-Stadslijnen in ’s-Hertogenbosch.

49 / 185

Datum

21 mei 2024

Betreft

Concessie Oost-Brabant 2027-2039

3.5.14

Als de Concessiehouder ervoor kiest om (een) HOV-Stadslijn(en) ’s-Hertogenbosch aan te bieden, dan biedt hij deze in ieder geval tijdens de volgende perioden aan: a. op werkdagen tussen 06:30 en 23:00 uur; b. op zaterdag tussen 08:00 en 23:00 uur, en c. op zon- en feestdagen tussen 09:00 en 22:00 uur. De Concessiehouder zorgt er daarbij voor dat van elke HOV-Stadslijnen ‘sHertogenbosch: • de eerste volledige Rit in beide richtingen op werkdagen uiterlijk om 06:30 uur, op zaterdag uiterlijk om 08:00 uur en op zon- en feestdagen uiterlijk om 09:00 uur op het Eindpunt aankomt, en • de laatste volledige Rit in beide richtingen op werkdagen en zaterdag niet eerder dan om 23:00 uur en op zon- en feestdagen niet eerder dan om 22:00 uur vanaf het Beginpunt vertrekt.

3.5.15

De Concessiehouder biedt HOV-Stadslijnen ‘s-Hertogenbosch in ieder geval met de in onderstaande tabel genoemde frequenties (in Ritten per uur) aan:

Dagdeel Ochtendspits Dal Middagspits Vroege avond Avond

werkdagen 4 4 4 4 2

Dagdeel Overdag

zaterdag 4

zondag 4

Avond

2

2

Hierbij geldt dat de frequenties in bovenstaande tabel in beide richtingen gelden. 3.5.16

De Concessiehouder zorgt ervoor dat Ritten gelijkmatig over het uur verdeeld zijn, tenzij de Concessiehouder ten genoegen van de Concessieverlener aantoont dat een minder gelijkmatige verdeling van Ritten van meerwaarde is voor Reizigers, bijvoorbeeld met het oog op het realiseren van Aansluitingen.

Momenteel beschikt de gemeente ’s-Hertogenbosch over een drietal transferiumlijnen die de drie P+R-terreinen (Deuteren, Pettelaarseweg en De Vliert) rechtstreeks verbinden met het centrum van ‘s-Hertogenbosch. Vanaf de start van de nieuwe Concessie worden deze lijnen verder geïntegreerd binnen de Stadslijnen ‘s-Hertogenbosch. Om de P+R-functie van deze lijnen te waarborgen, worden de Routes voorgeschreven (zie figuur @@). Ook wordt een hogere frequentie geëist dan op de overige Stadslijnen.

50 / 185

Datum

21 mei 2024

Betreft

Concessie Oost-Brabant 2027-2039

Stadslijnen met P+R-functie in ’s-Hertogenbosch26 3.5.17

De Concessiehouder biedt vanaf de start van Concessie de volgende Stadslijnen met P+R-functie aan: a. P+R Deuteren – ’s-Hertogenbosch CS – P+R Pettelaarpark, en b. P+R De Vliert – Zuid-Willemsvaart – P+R De Vliert (in één richting bereden) Hij maakt hierbij gebruik van de Verplichte Routes zoals opgenomen in Bijlage B1 Routes en Routevarianten.

3.5.18

De Concessiehouder biedt de Stadslijnen met P+R-functie in ieder geval tijdens de volgende perioden aan: a. op maandag, dinsdag en woensdag tussen 06:30 en 19:00 uur; b. op donderdag en vrijdag tussen 06:30 en 23:00 uur; c. op zaterdag tussen 08:00 en 23:00 uur, en d. op zon- en feestdagen tussen 09:00 en 18:00 uur. De Concessiehouder zorgt er daarbij voor dat van elke Stadslijn met P+R-functie: • de eerste volledige Rit in beide richtingen op werkdagen uiterlijk om 06:30 uur, op zaterdag uiterlijk om 08:00 uur en op zon- en feestdagen uiterlijk om 09:00 uur op het Eindpunt aankomt; • de laatste volledige Rit in beide richtingen op maandag, dinsdag en woensdag niet eerder dan om 19:00 uur en op zon- en feestdagen niet eerder dan om 18:00 uur vanaf het Beginpunt vertrekt, en • de laatste volledige Rit in beide richtingen op donderdag, vrijdag en zaterdag niet eerder dan om 23:00 uur vanaf het Beginpunt vertrekt.

3.5.19

De Concessiehouder biedt de Stadslijnen met P+R-functie in ’s-Hertogenbosch in de perioden zoals beschreven in eis 3.5.18 in ieder geval met een frequentie van 4 Ritten per uur per richting aan, waarbij de lijn P+R De Vliert – Zuid-Willemsvaart – P+R De Vliert, in afwijking van eis 3.1.5 uitsluitend in één richting wordt geboden.

3.5.20

De Concessiehouder zorgt ervoor dat Ritten gelijkmatig over het uur verdeeld zijn, tenzij de Concessiehouder ten genoegen van de Concessieverlener aantoont dat een minder gelijkmatige verdeling van Ritten van meerwaarde is voor Reizigers, bijvoorbeeld met het oog op het realiseren van Aansluitingen.

3.6

Scholierenlijnen

De Concessieverlener biedt de Concessiehouder de mogelijkheid tot het aanbieden van Scholierenlijnen op plekken en tijden met een zo sterke spitsrichting dat een Ontsluitende Lijn of een

26

In het definitieve Programma van Eisen kunnen deze eisen nog veranderen omdat wij met gemeente ’sHertogenbosch nader onderzoeken hoe de combinatie van regulier stadsvervoer en specifiek vervoer naar de transferia het beste ingevuld kan worden.

51 / 185

Datum

21 mei 2024

Betreft

Concessie Oost-Brabant 2027-2039

Spitslijn onvoldoende bij de feitelijke vervoersvraag past, zeker in de schoolvakanties en op studiedagen. Wel stelt de Concessieverlener grenzen aan het aantal Ritten van deze Scholierenlijnen. Daarnaast biedt de Concessieverlener flexibiliteit aan de Concessiehouder ten aanzien van de routes en haltes van Bravodirectlijnen en Directlijnen in Tilburg, Oss en ‘s-Hertogenbosch en Bravodirect Maatwerk, zodat scholieren, en in mindere mate forensen, rechtstreeks naar hun bestemming kunnen reizen. Scholierenlijnen 3.6.1

De Concessiehouder biedt op Scholierenlijnen voor 12:00 uur ten hoogste drie Ritten en na 12:00 uur ten hoogste drie Ritten aan. In beide gevallen mogen uitsluitend in één richting Ritten worden aangeboden.

3.6.2

Het is de Concessiehouder toegestaan om de Ritten van Scholierenlijnen enkel aan te bieden op dagen en/of tijdstippen waarop hij redelijkerwijs Vervoervraag mag verwachten. Dit betekent bijvoorbeeld dat de Concessiehouder Ritten mag laten vervallen op dagen dat de scholen die met de betreffende Scholierenlijn worden bediend gesloten zijn.

3.7

Oproepafhankelijk Openbaar Vervoer

Het oproepafhankelijk vervoer binnen het Concessiegebied wordt in principe uitgevoerd door Flexvervoer onder de Productformule Bravoflex vanuit de verschillende Flex-contracten die in 2024 opnieuw zijn/worden gegund. Uitgangspunt is dat vanuit de Concessie geen (concurrerend) Oproepafhankelijk Openbaar Vervoer wordt toegevoegd aan het totale vervoersaanbod. Tot het einde van de verschillende Flex-contracten die in 2024 worden afgesloten, is het de Concessiehouder daarom niet toegestaan om zonder voorafgaande toestemming van de Concessieverlener Oproepafhankelijk Openbaar Vervoer aan te bieden. De Concessieverlener zal deze toestemming alleen, en alleen na overleg binnen het Regieteam Gedeelde Mobiliteit, verlenen in die gevallen waarbij de Concessiehouder naar het oordeel van de Concessieverlener aantoont dat het Oproepafhankelijk Openbaar Vervoer een duidelijke meerwaarde heeft ten opzichte van het aanbod aan oproepafhankelijk vervoer vanuit de Flex-contracten. Oproepafhankelijk Openbaar Vervoer 3.7.1

27

Het is de Concessiehouder niet toegestaan Oproepafhankelijk Openbaar Vervoer aan te bieden gedurende de looptijd en in het geldigheidsgebied van de Flex-contracten die in 2024 worden/zijn afgesloten.27

In het definitief Programma van Eisen verwachten wij deze eis specifieker te kunnen formuleren omdat momenteel nog (een) aanbestedingsprocedure(s) loopt (lopen).

52 / 185

Datum

21 mei 2024

Betreft

Concessie Oost-Brabant 2027-2039

3.7.2

De Concessiehouder kan voor het eerst in het Exploitatieplan voor het Dienstregelingjaar, volgend op het jaar waarop een in eis 3.7.1 bedoeld Regiotaxicontract afloopt, voor het betreffende gebied een voorstel opnemen voor het verrichten van Oproepafhankelijk Openbaar Vervoer.

3.7.3

De Concessieverlener kan, gehoord hebbende het Regieteam Gedeelde Mobiliteit, het voorstel als bedoeld in eis 3.7.2 honoreren en de Concessiehouder daarmee toestemming verlenen om Oproepafhankelijk Openbaar Vervoer te verrichten wanneer de Concessiehouder ten genoegen van de Concessieverlener aantoont dat: a. het Oproepafhankelijk Openbaar Vervoer meerwaarde biedt ten opzichte van het Bravoflex, en b. de Concessiehouder met het Oproepafhankelijk Openbaar Vervoer alle Haltes bedient die redelijkerwijs tot het bedieningsgebied van het Oproepafhankelijke Openbaar Vervoer behoren en voor zover deze niet door het Vast Openbaar Vervoer worden bediend. De Concessieverlener is niet gehouden om het voorstel van de Concessiehouder te honoreren.

3.8

Dienstregeling en Exploitatieplan

Een onderscheidend kenmerk van Openbaar Vervoer is dat deze vervoersvorm volgens een Dienstregeling moet worden uitgevoerd. De Dienstregeling geeft Reizigers inzicht in de locaties waar en de tijdstippen waarop zij van het Openbaar Vervoer gebruik kunnen maken. Daarnaast vormt de Dienstregeling voor de Concessieverlener een belangrijk referentiekader om de kwaliteit van het Openbaar Vervoer te beoordelen. De Concessieverlener hecht er veel waarde aan dat de Concessiehouder belanghebbenden zoals gemeenten, het Reizigersoverleg Brabant en andere partijen uit het Regieteam Gedeelde Mobiliteit nauw betrekt bij het opstellen van het Exploitatieplan waarop de Concessiehouder zijn Dienstregeling baseert. Daarbij verwacht de Concessieverlener dat de Concessiehouder de Dienstregeling zo opzet dat dit bijdraagt aan de realisatie van de doelen van de Concessie zoals beschreven in paragraaf 1.4 en aan de door de Concessiehouder geambieerde ontwikkelingen zoals beschreven in zijn Ontwikkelplan. Eisen aan het Exploitatieplan De Concessiehouder stelt jaarlijks een Exploitatieplan en volgt daarbij de in Bijlage B3 (Plancyclus) beschreven procedure. Hieronder staat een aantal inhoudelijke eisen waar het Exploitatieplan aan moet voldoen.

Eisen aan het Exploitatieplan

53 / 185

Datum

21 mei 2024

Betreft

Concessie Oost-Brabant 2027-2039

3.8.1

De Concessiehouder dient jaarlijks in het kader van de ontwikkeling van het OVnetwerk een Exploitatieplan voor het komende Dienstregelingjaar ter instemming bij de Concessieverlener in. Het Exploitatieplan bevat in ieder geval de volgende onderdelen, waarbij het Exploitatieplan dat onderdeel is van zijn Inschrijving als vertrekpunt dient: a. Een concreet voorstel voor het Lijnennet en de bijbehorende conceptDienstregeling voor het komende Dienstregelingjaar; b. Wijzigingen die de Concessiehouder in het OV-aanbod wil doorvoeren als het gaat om lijnvoering, bediening van Knooppunten, Verplichte Haltes en overige Haltes, frequenties, bedieningstijden, in te zetten typen Voertuigen en hun capaciteit, Buurtbussen en Buurtbusverenigingen, en de afstemming met en Aansluiting op treinen, te gedogen vervoer zoals benoemd in de Concessiebeschikking en Andere Mobiliteitsdiensten; c. Een overzicht van het aantal Dienstregelinguren per Lijn per dagdeel zoals bepaald in tabel 1, en d. Bij iedere wijziging de verwachte effecten als het gaat om de aansluiting op de vervoerbehoeften van Reizigers, de inzet van Dienstregelinguren en het gebruik van het Openbaar Vervoer.

3.8.2

De Concessiehouder baseert het Exploitatieplan op de door de Concessieverlener goedgekeurde Reizigersopbrengstenprognose voor het komende Dienstregelingjaar zoals bedoeld in artikel @@ van de Financiële bepalingen en het op basis daarvan bepaalde minimaal aan te bieden Productieniveau zoals bedoeld in artikel @@ van de Financiële bepalingen.

3.8.3

In zijn Exploitatieplan geeft de Concessiehouder aan welke wijzigingen hij voor het komende Dienstregelingjaar voorziet, rekening houdend met de te verwachten vervoervraag per periode.

3.8.4

De Concessiehouder informeert het Tactisch Ontwikkelteam voordat hij een verzoek tot het doorvoeren van een wijziging als bedoeld in eis 3.8.3 aan de Concessieverlener ter instemming voorlegt. Voor de start van de Concessie spreken de Concessiehouder en de Concessieverlener af welke procedure hiervoor gevolgd wordt.

3.8.5

De Concessiehouder volgt bij het opstellen van het Exploitatieplan de planning en procedure zoals beschreven in Bijlage B3 (Plancyclus).

Algemene eisen aan de Dienstregeling De Concessieverlener verlangt van de Concessiehouder dat de Dienstregeling bijdraagt aan de herkenbaarheid van het Openbaar Vervoer voor Reizigers en het gemak waarmee zij van het Openbaar Vervoer gebruik kunnen maken, bijvoorbeeld door het onderling afstemmen van en het laten aansluiten van Lijnen en het hanteren van vaste vertrektijden.

Opzet van de Dienstregeling 3.8.6

De Concessiehouder verricht Openbaar Vervoer volgens een Dienstregeling.

54 / 185

Datum

21 mei 2024

Betreft

Concessie Oost-Brabant 2027-2039

3.8.7

De Concessiehouder zorgt ervoor dat de Dienstregeling in overeenstemming is met de eisen gesteld bij of krachtens de Concessiebeschikking, het Programma van Eisen en het Exploitatieplan.

3.8.8

De Concessiehouder baseert de Dienstregeling op in de praktijk realiseerbare rijtijden. De Concessiehouder vergelijkt hiertoe voortdurend de werkelijke rijtijden met de geplande rijtijden zoals opgenomen in de Dienstregeling. De Concessiehouder voegt aan het Exploitatieplan een overzicht van de wijzigingen in rijtijden alsmede van de oorzaken hiervan toe.

3.8.9

Elk Dienstregelingjaar start op de eerste zondag na de tweede zaterdag van december.

3.8.10

De Concessiehouder onderscheidt binnen een Dienstregelingjaar de volgende perioden, waarbij de Concessiehouder per periode wijzigingen in de Dienstregeling mag aanbrengen: a. de periode vanaf aanvang van het Dienstregelingjaar tot en met de eerste zaterdag van de meivakantie van het voortgezet onderwijs in de regio Zuid; b. de periode vanaf de eerste zondag van de meivakantie van het voortgezet onderwijs in de regio Zuid tot en met de eerste zaterdag van de zomervakantie van het voortgezet onderwijs in de regio Zuid, waarbij het de Concessiehouder is toegestaan deze periode met maximaal twee weken uit te breiden; c. de periode vanaf de eerste zondag van de zomervakantie van het voortgezet onderwijs in de regio Zuid tot en met de laatste zaterdag van de zomervakantie, te verlengen met maximaal twee weken voor en/of na deze periode, en d. de periode vanaf de laatste zondag van de zomervakantie van het voortgezet onderwijs in de regio Zuid tot het einde van het Dienstregelingjaar, eventueel in te korten met maximaal twee weken aan het begin van deze periode. De Concessieverlener kan deze perioden op verzoek van de Concessiehouder aanpassen.

3.8.11

Naast de in eis 3.8.10 sub c genoemde periode is het de Concessiehouder toegestaan om tijdens andere schoolvakanties in de regio Zuid een Vakantiedienstregeling aan te bieden.

Aansluitingen en afstemming Voor de kwaliteit van het Openbaar Vervoernetwerk is het belangrijk dat Lijnen op Knooppunten op elkaar aansluiten, maar ook dat vertrektijden van Lijnen die vergelijkbare Verbindingen bieden op elkaar zijn afgestemd. Dit om het aantal vertrekmomenten van Reizigers te spreiden en te maximaliseren. De Concessieverlener verwacht dat de Concessiehouder de vervoerbehoeften van Reizigers centraal stelt bij de keuze van de geboden Aansluitingen en de afstemming van Lijnen, ook in situaties waarbij beide keuzes op gespannen voet met elkaar staan (bijvoorbeeld wanneer de keuze is om met meerdere Lijnen Aansluiting te bieden op dezelfde Rit of trein versus het zo optimaal mogelijk spreiden van de aankomst- en vertrektijden van deze Lijnen).

Aansluiting en afstemming

55 / 185

Datum

21 mei 2024

Betreft

Concessie Oost-Brabant 2027-2039

3.8.12

De Concessiehouder zorgt ervoor dat, daar waar dit meerwaarde heeft voor Reizigers, Lijnen op Knooppunten op elkaar aansluiten. In elk geval neemt de Concessiehouder de (Gegarandeerde) Aansluitingen zoals voorgeschreven in eis 3.1.7 op in de Dienstregeling.

3.8.13

De Concessiehouder geeft in het Exploitatieplan en vervolgens in de Dienstregeling aan waar en wanneer hij Aansluitingen biedt en in hoeverre daarbij sprake is van Gegarandeerde Aansluitingen.

3.8.14

De Concessiehouder draagt er zorg voor dat in alle gevallen waarin volgens de geldende Dienstregeling een Aansluiting wordt geboden, dan wel in gevallen waarbij Reizigers, gelet op de aankomst- en vertrektijden van Ritten op een Halte uit de geldende Dienstregeling, kunnen afleiden dat sprake is van een overstapmogelijkheid tussen de betreffende Ritten, in ieder geval de Aansluiting/overstapmogelijkheid die op de laatste Rit van een Lijn geboden wordt een Gegarandeerde Aansluiting is.

3.8.15

De Concessiehouder stemt de vertrektijden van Lijnen die (gedeeltelijk) dezelfde route volgen op elkaar af zodat de vertrektijden zoveel mogelijk gelijkmatig over het uur gespreid worden.

3.8.16

Indien als gevolg van een aanpassing van de Dienstregeling van een Lijn in de geldende Dienstregeling opgenomen Aansluitingen op en/of afstemmingen met andere Lijnen geheel of gedeeltelijk zouden komen te vervallen, past de Concessiehouder tevens de Dienstregeling van deze andere Lijnen zodanig aan dat Aansluitingen en/of afstemmingen behouden blijven, tenzij de Concessieverlener, gehoord hebbende het Tactisch Ontwikkelteam, instemt met een andere invulling van de betreffende Aansluitingen en/of afstemmingen.

Lijnnummering Een logische lijnnummering draagt bij aan de herkenbaarheid van het Openbaar Vervoer. De Concessieverlener biedt de Concessiehouder ruimte om binnen bepaalde kaders voorstellen te doen voor (wijzigingen in) de lijnnummering.

Lijnnummering 3.8.17

De Concessiehouder hanteert een door de Concessieverlener goedgekeurde nummering van Lijnen.

3.8.18

De Concessiehouder hanteert de volgende systematiek bij de nummering van Lijnen: a. Bravodirectlijnen en Directlijnen kennen een nummer binnen het bereik 330-359. b. Bravodirect Maatwerk kent een nummer binnen het bereik 530-559; c. Stadslijnen Tilburg en Stadslijnen en HOV-Stadslijnen ’s-Hertogenbosch kennen een nummer binnen het bereik 1-19; d. HOV-Stadslijnen Tilburg kennen een nummer binnen het bereik 1-19, 430-459 of een letter; e. Ontsluitende Lijnen en Spitslijnen kennen een nummer binnen het bereik 130-159;

56 / 185

Datum

21 mei 2024

Betreft

Concessie Oost-Brabant 2027-2039

f.

g.

h.

Buurtbuslijnen kennen een nummer binnen het bereik 230-259, niet zijnde een nummer dat bij aanvang van de Concessie wordt gehanteerd binnen de concessie Zuidoost-Brabant; Scholierenlijnen kennen een nummer binnen het bereik 630-659, niet zijnde een nummer dat bij aanvang van de Concessie wordt gehanteerd binnen de concessie Zuidoost-Brabant, en Nachtlijnen en overige Lijnen kennen een nummer binnen het bereik 830-859.

3.8.19

De Concessiehouder neemt in het Exploitatieplan een voorstel op voor (wijzigingen in) de nummering van Lijnen.

3.8.20

De kosten van wijzigingen van de nummering van Lijnen, waaronder gevolgkosten, zijn voor rekening en risico van de Concessiehouder en komen op generlei wijze ten laste van de Concessieverlener.

Feestdagen De ervaring leert dat de Vervoervraag op feestdagen afwijkt van die op reguliere dagen. Op veel feestdagen is de Vervoervraag minder groot; op bepaalde feestdagen juist groter. De Concessieverlener biedt de Concessiehouder de ruimte om de Dienstregeling op de afwijkende Vervoervraag op feestdagen af te stemmen.

Feestdagen 3.8.21

Rond de overgang van Oudejaarsdag naar Nieuwjaarsdag mag de Concessiehouder het Openbaar Vervoer op Oudejaarsdag tussen 20:00 en 21:00 uur afbouwen en vanaf 21:00 uur stilleggen tot de start van de Dienstregeling op Nieuwjaarsdag.

3.8.22

Op overige algemeen erkende feestdagen biedt de Concessiehouder ten minste de zondagdienstregeling aan, met uitzondering van Koningsdag, waarop de Concessiehouder ten minste de zaterdagdienstregeling aanbiedt (Buurtbussen rijden niet op Koningsdag).

57 / 185

Datum

21 mei 2024

Betreft

Concessie Oost-Brabant 2027-2039

4. Materieel 4.1

Algemene eisen

Reizigers en Personeel voelen zich prettig wanneer het Materieel waarmee ze reizen en waarin ze werken veilig, toegankelijk, comfortabel en netjes is. De keuze voor en het onderhoud van het Materieel draagt daarmee bij aan een positieve waardering van het Openbaar Vervoer. Daarnaast draagt de keuze voor Materieel dat vrij is van uitstoot van schadelijke stoffen zoals CO 2 en NOx (Zero Emissie) bij aan de leefbaarheid, duurzaamheid en veiligheid in het Concessiegebied. Dit hoofdstuk bevat de eisen waaraan het Materieel dat de Concessiehouder voor de uitvoering van de Concessie inzet minimaal moet voldoen. Dit betreffen zowel algemene technische eisen en eisen ten aanzien van de milieuprestaties, als eisen ten aanzien van toegankelijkheid, comfort en netheid. Vanzelfsprekend moet het Materieel dat de Concessiehouder inzet voor de uitvoering van de Concessie voldoen aan tijdens de looptijd van de Concessie vigerende wet- en regelgeving. Daarnaast moet het Materieel beschikken over de systemen en apparatuur die nodig zijn voor de positiebepaling van het Materieel, inning van Tarieven en de veiligheid van Reizigers, Personeel en medeweggebruikers. Algemene eisen aan het Materieel 4.1.1

De Concessiehouder zorgt ervoor dat het Materieel voldoet aan alle eisen die bij of krachtens wet- en regelgeving op het Materieel van toepassing zijn.

4.1.2

De Concessiehouder neemt Zero-Emissiebussen over van de huidige concessiehouder tegen de overnamewaarde en conform de voorwaarden en procedure zoals opgenomen in Bijlage @@ (Overnameregeling Zero-Emissiebussen) bij de Aanbestedingsleidraad.

4.1.3

De Concessiehouder zet voor de uitvoering van de Concessie uitsluitend de typen Voertuigen in die hij heeft opgenomen in zijn Inschrijving. Het is de Concessiehouder alleen na voorafgaande toestemming van de Concessieverlener toegestaan andere typen Voertuigen voor de uitvoering van de Concessie in te zetten, onder de voorwaarde dat deze typen Voertuigen ten minste gelijkwaardig zijn aan de typen Voertuigen die hij heeft opgenomen in de Inschrijving.

4.1.4

De Concessiehouder zet geen Bussen met een lengte van meer dan 18,75 meter in.

4.1.5

De Concessiehouder zet op HOV-Stadslijn Tilburg als bedoeld in eis 3.5.8 sub a vanaf start Concessie Gelede Bussen in en op HOV-Stadslijn Tilburg als bedoeld in eis 3.5.8 sub b vanaf 2030 Gelede Bussen in of zoveel eerder als hij wenselijk vindt.

4.1.6

De Concessiehouder voorziet het Materieel van goedwerkende verkeerssystemen, waaronder begrepen KAR- en VETAG-systemen. De Concessiehouder neemt daarbij het bepaalde in de documenten ‘Concessiebijlage datasets OV’ en ‘Concessiebijlage m.b.t. gebruik Korte Afstand Radio’ of diens opvolger(s) in acht.

58 / 185

Datum

21 mei 2024

Betreft

Concessie Oost-Brabant 2027-2039

4.1.7

De Concessiehouder treedt blijvend met de Wegbeheerders in overleg over prioritering van het Materieel bij de afhandeling van het verkeer.

4.1.8

De Concessiehouder houdt rekening met en werkt in voorkomende gevallen zonder voorbehoud mee aan de implementatie van nieuwe technologieën ten behoeve van de prioritering van het Materieel bij verkeersregelingsinstallaties, bijvoorbeeld i-VRI. De Concessiehouder en het Materieel voldoen aan de eisen en afspraken zoals deze zijn en worden vastgelegd binnen het Partnership Talking Traffic, de ‘Concessiebijlage Data eisen OV en iVRI’ en afspraken gepubliceerd op de website van het CROW28. Uiterlijk twee maanden voor aanvang van de Concessie toont de Concessiehouder ten genoegen van de Concessieverlener aan dat al het Materieel aan deze eisen voldoet en de Concessiehouder zorgt ervoor dat het Materieel gedurende de looptijd van de Concessie blijvend aan deze eisen blijft voldoen.

4.1.9

De Concessiehouder voorziet het Materieel van apparatuur (hard- en software) die nodig is voor het gebruik van wettelijk vastgestelde of binnen het landelijk (NOVB) overleg overeengekomen Betaalwijzen in het Openbaar Vervoer, waaronder EMVc en Barcodes. De Concessiehouder neemt daarbij de eisen zoals gesteld in paragraaf 8.1 en in het document ‘Specification Document Open Architecture (SDOA)’ of diens opvolger(s) en andere relevante documenten zoals opgesteld door Translink in acht.

4.1.10

De Concessiehouder voorziet het Materieel van apparatuur waarmee de bezettingsgraad van een Voertuig per Rit kan worden gevolgd op basis van een geautomatiseerde, dekkende en accurate registratie van de bezettingsgraad van de Rit van Halte tot Halte (zie ook Bijlage B8 (Dataleveringsspecificatie)).

4.1.11

De Concessiehouder voorziet het Materieel van apparatuur waarmee het Personeel kan communiceren met de Verkeersleiding en al dan niet met tussenkomst van de Verkeersleiding met de verkeersleiding van concessiehouders van aangrenzende concessies.

4.1.12

De Concessiehouder voorziet in ieder geval alle Bussen die hij voor de uitvoering van de Concessie inzet van een registratief videobewakingssysteem (Auto’s, waaronder begrepen Buurtbussen, hoeven niet voorzien te zijn van een registratief videobewakingssysteem). De Concessiehouder zorgt ervoor dat met behulp van het registratief videobewakingssysteem permanent video-opnames worden gemaakt van de Reizigers in alle delen van de Bus. De Concessiehouder volgt bij vervanging van het registratief videobewakingssysteem de nieuwste standaarden.

4.1.13

De Concessiehouder voorziet alle Bussen die hij voor de uitvoering van de Concessie inzet van frontcamera’s.

4.1.14

De Concessiehouder is verantwoordelijk voor het onderhoud van het Materieel en zorgt dat het onderhoud van Materieel waarop een Overnameregeling van toepassing is plaatsvindt conform de voorschriften van de garantiegever, waaronder begrepen de voorschriften voor revisies en vervanging van batterijpakketten, en de daaraan

28

Zie: http://www.crow.nl/thema-s/verkeersmanagement/landelijke-ivri-standaarden

59 / 185

Datum

21 mei 2024

Betreft

Concessie Oost-Brabant 2027-2039

verbonden garantiebepalingen. 4.1.15

De Concessiehouder zorgt dat de Zero-Emissievoertuigen zijn uitgerust met een intelligent voertuigsysteem (IVS).

4.1.16

De Concessiehouder zorgt dat, ter vervanging van zijspiegels en dodehoekspiegel(s), de Zero-Emissiebussen zijn uitgerust met goed werkende camera’s die op een door de RDW goedgekeurde wijze zijn geïnstalleerd.

4.1.17

De Concessiehouder zorgt dat de Zero-Emissievoertuigen een waarschuwingssignaal afgeven dat voor kwetsbare weggebruikers (in het bijzonder voetgangers en fietsers) goed hoorbaar doch niet indringend is en dat door de chauffeur in het Voertuig aan en uit kan worden gezet.

4.1.18

De Concessiehouder zorgt dat de Zero-Emissievoertuigen zijn voorzien van een installatie waarmee uitgesloten wordt dat in geval van een technische of aan de fysieke veiligheid gerelateerde calamiteit de buitenzijde van het Voertuig onder spanning komt te staan. De Concessiehouder zorgt dat deze installatie zowel automatisch als handmatig ingeschakeld kan worden, waarbij ten minste één bedieningspunt te allen tijde bereikbaar is.

4.2

Milieuprestaties Materieel

De Concessieverlener heeft de ambitie om de verduurzaming van het Openbaar Vervoer voortvarend op te pakken. Vertrekpunt daarbij is het bestuursakkoord ‘Zero emissie regionaal busvervoer’. In dit bestuursakkoord spreken de twaalf provincies, twee vervoerregio’s en het ministerie van Infrastructuur & Waterstaat de ambitie uit dat het regionale openbaar vervoer per Bus in 2030, of zoveel eerder als mogelijk, volledig emissievrij bij de uitlaat moet zijn. De Concessieverlener streeft daarbij de volgende doelstellingen na: a. Uiterlijk 2025 zijn alle nieuw instromende Bussen emissievrij aan de uitlaat (tank-to-wheel). b. Uiterlijk in 2030 is al het Materieel emissievrij. c. Nieuwe Bussen maken gebruik van 100% hernieuwbare energie of brandstof, die met het oog op economische ontwikkeling zoveel mogelijk regionaal wordt opgewekt. Als uitwerking van bovenstaande ambitie en doelstellingen eist de Concessieverlener dat de Concessiehouder vanaf de start alleen Zero-Emissievoertuigen voor de uitvoering van de Concessie inzet, met uitzondering van de Bussen die de Concessiehouder op Versterkingsritten inzet en de Buurtbussen. Voor deze Voertuigen geldt dat de transitie naar Zero Emissie gelet op de betaalbaarheid en het ontbreken aan adequate technische oplossingen meer tijd vraagt.

Daarom is het de Concessiehouder toegestaan om deze transitie binnen de periode tot en met het Dienstregelingjaar 2030 door te voeren. Milieuprestaties Materieel 4.2.1

De Concessiehouder zet voor uitvoering van de Concessie uitsluitend ZeroEmissievoertuigen in. Deze eis geldt ook voor de Voertuigen die hij inzet ten behoeve van aflossing, ondersteuning en service & veiligheid.

60 / 185

Datum

21 mei 2024

Betreft

Concessie Oost-Brabant 2027-2039

4.2.2

Zero-Emissie Bussen die de Concessiehouder in het eerste Jaar van de Concessie inzet zijn nieuw op het moment van eerste inzet in de Concessie. Deze eis geldt niet voor de volgende Bussen: a. Bussen als bedoeld in eis 4.3.2, en b. Bussen die de Concessiehouder overneemt zoals bepaald in de Concessiebeschikking artikel @@.

4.2.3

In afwijking van het bepaalde in eis 4.2.1 is het de Concessiehouder toegestaan om tot en met het Dienstregelingjaar 2030 Materieel dat niet in de categorie ZeroEmissievoertuigen valt in te zetten voor de uitvoering van: a. Buurtbuslijnen (zie ook paragraaf 4.7); b. Versterkingsritten, met een maximum van 5 Ritten per Lijn per dag, en c. Voertuigen die de Concessiehouder inzet voor de uitvoering van Brainportlijnen. De Concessiehouder zorgt dat dit Materieel ten minste aan de Euro 6/VI-norm voldoet.

4.2.4

De Concessiehouder vervangt het Materieel als bedoeld in eis 4.2.3 uiterlijk bij de start van het Dienstregelingjaar 2031 voor eigen rekening en risico door ZeroEmissievoertuigen. De Concessiehouder legt een voorstel voor het vervangende Materieel voor advies aan het Reizigersoverleg Brabant en ter instemming aan de Concessieverlener voor.

4.3

Leeftijd Materieel

Om een minimumniveau aan comfort en netheid te kunnen waarborgen, stelt de Concessieverlener eisen aan de leeftijd van het Materieel dat voor de uitvoering van de Concessie wordt ingezet. Leeftijd van het Materieel 4.3.1

De Concessiehouder zorgt dat Materieel dat hij ter uitvoering van de Concessie inzet op ieder willekeurig moment tijdens de Concessie voldoet aan de volgende leeftijdseisen: a. de leeftijd van Zero-Emissiebussen bedraagt niet meer dan 15 jaar; b. de leeftijd van Auto’s bedraagt niet meer dan 8 jaar, en c. de leeftijd van Bussen, niet zijnde Zero-Emissiebussen, bedraagt niet meer dan 12 jaar. Hierbij is in geval van een in Nederland nieuw afgegeven kenteken de eerste afgifte van het kentekenbewijs deel 1 maatgevend. Indien een Voertuig eerder in het buitenland is ingezet, is de eerste toelating in het buitenland maatgevend.

4.3.2

Eis 4.3.1 is niet van toepassing op Zero-Emissiebussen die de Concessiehouder uitsluitend inzet voor Versterkingsritten, Spitslijnen en Scholierenlijnen: hier geldt geen maximumleeftijd.

4.3.3

De Concessiehouder vervangt voor eigen rekening en risico Voertuigen die op enig moment niet langer aan de leeftijdseisen voldoen.

61 / 185

Datum

21 mei 2024

Betreft

Concessie Oost-Brabant 2027-2039

4.4

Toegankelijkheid

De Concessiehouder zorgt ervoor dat het Materieel toegankelijk is, zodat zoveel mogelijk mensen van het Openbaar Vervoer gebruik kunnen maken. Door dit te doen, draagt de Concessiehouder bij aan de realisatie van één van de doelen van de Concessie, namelijk dat inwoners en bezoekers drempelloos door het Concessiegebied kunnen reizen, en aan de uitvoering van het Bestuursakkoord Toegankelijkheid Openbaar Vervoer 2022-2032. Toegankelijkheid 4.4.1

De Concessiehouder zorgt ervoor dat het Materieel op het moment van eerste inzet in de Concessie voldoet aan: d. geldende wet- en regelgeving ten aanzien van toegankelijkheid, zoals onder meer vastgelegd in het ‘Besluit toegankelijkheid van het openbaar vervoer’, en e. de richtlijnen inzake de inrichting, kenmerken en toegankelijkheid zoals opgenomen in de publicaties ‘Toegankelijkheid collectief personenvervoer – Bussen’ (CROW-publicatie 219c) dan wel de publicatie ‘Toegankelijkheid collectief personenvervoer – Taxi’s’ (CROW-publicatie 219b) en het Bestuursakkoord Toegankelijkheid Openbaar Vervoer 2022-2032 of diens opvolger(s).

4.4.2

De Concessiehouder werkt mee aan het behalen van de gestelde doelstellingen en bijbehorende acties uit het Uitvoeringsprogramma 2024-202829 en het Uitvoeringsprogramma 2029-2032 die door de Provincie in het kader van het Bestuursakkoord Toegankelijkheid Openbaar Vervoer 2022-2032 worden opgesteld.

4.4.3

Bussen die de Concessiehouder inzet voor uitvoering van de Concessie zijn Lagevloerbussen of Low-entrybussen, uitgezonderd Voertuigen die de Concessiehouder inzet voor de uitvoering van Brainportlijnen.

4.4.4

In afwijking van het bepaalde in eis 4.4.3 zet de Concessiehouder op de Stadslijnen Tilburg en ‘s-Hertogenbosch uitsluitend Lagevloerbussen in, waarbij geldt dat Bussen langer dan 9,5 meter ten minste drie deurpartijen hebben (één instapdeur en ten minste twee uitstapdeuren) en Gelede Bussen ten minste vier deurpartijen hebben (één instapdeur en ten minste drie uitstapdeuren).

4.4.5

De Concessiehouder zorgt ervoor dat in het Materieel plaats is voor ten minste één rolstoel, waarbij voorzieningen zijn getroffen om deze rolstoel vast te zetten, en dat het Personeel over de kennis beschikt hoe dit te doen. De Concessiehouder zorgt ervoor dat het Personeel erop toeziet dat een rolstoelplaats wordt vrijgemaakt op het moment dat een Reiziger in een rolstoel het Voertuig betreedt.

29

Het Uitvoeringsprogramma 2024-2028 Bestuursakkoord Toegankelijkheid is door op 16 april 2024 vastgesteld. Het document kan geraadpleegd worden via deze link: https://noordbrabant.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Document/48ff5378-83ca-4276-a07469c8f6e9b1fb?documentId=93dbaa1c-b34b-4975-ac87-ad575edaa9bc&agendaItemId=d0526ac5-7353-48d7-958a39f759c89474#

62 / 185

Datum

21 mei 2024

Betreft

Concessie Oost-Brabant 2027-2039

4.4.6

De Concessiehouder zorgt ervoor dat het Materieel beschikt over ten minste één zitplaats die geschikt is voor Reizigers met een mobiliteitsbeperking en als zodanig wordt aangegeven. De Concessiehouder zorgt ervoor dat het Personeel erop toeziet dat deze zitplaats wordt vrijgemaakt op het moment dat een Reiziger met een mobiliteitsbeperking het Voertuig betreedt.

4.4.7

De Concessiehouder voorziet Lagevloerbussen en Low-entrybussen van een oprijplaat. In geval van een handbediende oprijplaat zorgt de Concessiehouder ervoor dat het Personeel assistentie verleent bij het uitklappen van de oprijplaat indien een Reiziger daarom verzoekt.

4.4.8

De Concessiehouder voorziet Hogevloerbussen van een rolstoellift en zorgt ervoor dat het Personeel assistentie verleent bij het gebruik van de rolstoellift.

4.4.9

De Concessiehouder zorgt ervoor dat Auto’s, waaronder Buurtbussen, zijn uitgerust met een voorziening waarmee Reizigers in een rolstoel of met een kinderwagen of rollator gemakkelijk het Voertuig kunnen betreden. De Concessiehouder zorgt dat Personeel en Buurtbuschauffeurs hierbij assistentie verlenen.

4.4.10

De Concessiehouder denkt proactief mee over het realiseren van inclusieve mobiliteit in het Concessiegebied en verleent zijn medewerking aan de uitvoering van initiatieven en maatregelen op dit gebied.

4.5

Uiterlijk en reclame Materieel

Om ervoor te zorgen dat het systeem van Gedeelde Mobiliteit in heel Brabant voor iedereen begrijpelijk is, moet het Openbaar Vervoer onder de merknaam en in de huisstijl van Bravo worden uitgevoerd. Onder deze merknaam vallen verschillende Productformules. Wat het openbaar vervoer per Bus betreft worden op dit moment de volgende Productformules onderscheiden: • Productformule Bravodirect: Directlijnen met een hoogwaardige kwaliteit wat bedieningstijden, frequenties en snelheid betreft (HOV-lijnen), en • Productformule Brabantliner: in de concessie West-Brabant voorgeschreven voor lijnen tussen Breda/Oosterhout en Gorinchem/Utrecht, die zich onderscheiden door hoge gemiddelde snelheid en comfort. De Productformule Bravodirect wordt op de Bravodirectlijnen voorgeschreven (zie paragraaf 3.2). De Productformule Brabantliner wordt in de Concessie nog niet ingevoerd maar de Concessieverlener kan hier op een later moment, in het definitieve Programma van Eisen of na gunning van de Concessie in overleg met de Concessiehouder, wel toe besluiten. Daarnaast overweegt de Concessieverlener een nieuwe Productformule in te voeren voor HOV-Stadslijnen. Dit wordt in het definitieve Programma van Eisen bepaald en is nog afhankelijk van afspraken die over bij deze lijnen passende Routes en (bus)infrastructuur met de Gemeenten Tilburg en ’s-Hertogenbosch worden gemaakt.

De Concessiehouder voert het Materieel uit conform de Bravo Brandguide en kan er daarbij voor kiezen om een deel van het Materieel conform een in de Bravo Brandguide opgenomen Productformule uit te voeren, maar alleen wanneer dit een duidelijke toegevoegde waarde heeft voor Reizigers. 63 / 185

Datum

21 mei 2024

Betreft

Concessie Oost-Brabant 2027-2039

Uiterlijk van het Materieel en reclame 4.5.1

De Concessiehouder zorgt ervoor dat het uiterlijk van het Materieel voldoet aan het bepaalde in de Bravo Brandguide.

4.5.2

De Concessiehouder voert de Productformule Bravodirect uitsluitend indien het Programma van Eisen dat uitdrukkelijk toestaat, dan wel indien de Concessieverlener daarvoor schriftelijk toestemming heeft verleend.

4.5.3

De Concessiehouder zorgt ervoor dat Bussen die hij op Lijnen inzet die onder de Productformules Bravodirect worden uitgevoerd voldoen aan de eisen voor deze Productformule zoals opgenomen in de Bravo Brandguide en een voor Reizigers extra wervende uitstraling hebben. Het is de Concessiehouder niet toegestaan om Bussen die zijn uitgevoerd volgens deze Productformule in te zetten op Lijnen die niet tot deze Productformule behoren.

4.5.4

De Concessieverlener behoudt zich het recht voor om gedurende de looptijd van de Concessie de Bravo Brandguide en de kleurstelling en/of benaming van de Productformule Bravodirect te wijzigen. De Concessiehouder werkt zonder voorbehoud aan de implementatie van deze wijzigingen mee. In voorkomende gevallen zal de Concessieverlener met de Concessiehouder nadere afspraken maken over een vergoeding van de daadwerkelijk gemaakte kosten van de aanpassing van de kleurstelling en/of naamstelling van het betreffende Materieel.

4.5.5

Het is de Concessiehouder toegestaan om, met inachtneming van het bepaalde in de Bravo Brandguide, voor eigen rekening en risico reclame te voeren op het Materieel. De opbrengsten van reclame komen toe aan de Concessiehouder. Als de Concessieverlener oordeelt dat reclame op het Materieel niet in lijn is met het bepaalde in de Bravo Brandguide dan wel dat de reclame de regels van het betamelijke overschrijden, aanstootgevend en/of religieus van aard zijn, dan verwijdert de Concessiehouder de betreffende reclame onverwijld en voor eigen rekening.

4.5.6

In afwijking van het bepaalde in eis 4.5.5, is het de Concessiehouder niet toegestaan om reclame te voeren op Buurtbussen (zie voor reclame op Buurtbussen eis 4.7.3).

4.5.7

De Concessieverlener is gerechtigd om op 25% van het Materieel dat op door de Concessieverlener aan te wijzen Lijnen wordt ingezet, reclame te (laten) plaatsen voor niet-commerciële of ideële doeleinden, zonder hiervoor een vergoeding aan de Concessiehouder ter compensatie van gederfde reclame-inkomsten verschuldigd te zijn. De kosten voor het ontwerp, aanbrengen en verwijderen van dergelijke reclame zijn voor rekening van de Concessieverlener.

64 / 185

Datum

21 mei 2024

Betreft

Concessie Oost-Brabant 2027-2039

4.6

Comfort en netheid van het Materieel

Om te zorgen dat Reizigers een comfortabele reis hebben die bijdraagt aan een goede ritbeleving, treft de Concessiehouder ten minste de maatregelen ten aanzien van de inrichting en uitrusting en het onderhoud en de reiniging van het Materieel zoals beschreven in deze paragraaf. Comfort 4.6.1

De Concessiehouder zet voor de uitvoering van de Concessie uitsluitend Materieel in dat Reizigers in elk geval een goed zitcomfort, een aangenaam verblijfsklimaat, een goed en ononderbroken zicht naar buiten en een gebruiksvriendelijke indeling biedt.

4.6.2

De Concessiehouder zorgt ervoor dat Reizigers comfortabel met het Openbaar Vervoer kunnen reizen en voldoet daarbij ten minste aan de volgende eisen: a. het Materieel is voorzien van comfortabele stoelen; b. het Materieel, niet zijnde Buurtbussen, is voorzien van voldoende beenruimte zodanig dat de Tussenruimte in coachopstelling bij 80% van de zitplaatsen ten minste 76 centimeter, en nooit minder dan 72 centimeter, bedraagt en dat de Tussenruimte in vis-à-vis opstelling nooit minder dan 130 centimeter bedraagt; c. de Bussen zijn voorzien van voldoende mogelijkheden voor staande Reizigers om zich vast te houden; d. de Bussen zijn voorzien van ten minste 1 USB poort per stoel, die zodanig is geplaatst dat deze zich niet boven het hoofd van Reizigers bevindt; e. het Materieel is voorzien van goede vering; f. het Materieel is voorzien van prettige verlichting die positief bijdraagt aan het gevoel van Sociale Veiligheid in het Voertuig; g. de binnen- en buitenzijde van het Materieel is schoon; h. het Materieel is voorzien van voldoende prullenbakken, een goed uitgeruste EHBO-doos en een goedgekeurde brandblusser; i. het geluiddrukniveau in het Materieel, gemeten conform de “stationary test” zoals beschreven in paragraaf 8.4.3 van NEN-ISO 5128:1990, bedraagt niet meer dan 75 dB (A); j.

de in het Materieel aanwezige geluidsinstallaties worden alleen gebruikt voor het verstrekken van reisinformatie; k. het Materieel is voorzien van goed werkende ventilatie, airconditioning en verwarming; en l. in het Materieel geldt te allen tijde een algeheel rookverbod, zowel voor Reizigers als voor het Personeel en Buurtbuschauffeurs.

4.6.3

In afwijking van eis 4.6.2 sub b zorgt de Concessiehouder ervoor dat in het Materieel dat de Concessiehouder uitsluitend op Stadslijnen Tilburg en Stadslijnen ’s-Hertogenbosch inzet de Tussenruimte in coachopstelling bij 100% van de zitplaatsen ten minste 72 centimeter bedraagt.

65 / 185

Datum

21 mei 2024

Betreft

Concessie Oost-Brabant 2027-2039

4.6.4

De Concessiehouder onderhoudt het Materieel zodanig dat het Materieel op de volgende beeldmeetlatten van de Kwaliteitscatalogus ov-voertuigen 2014 van CROW of diens opvolger(s) blijvend voldoet aan het kwaliteitsniveau A (‘Heel’): a. Buitenkant voertuig (aanrijdzijde en voorkant) – beschadigingen; b. Contactpunten en kleine elementen (bagagerek) – beschadigingen; c. Deur (inclusief tussendeur) – beschadigingen, volledigheid en werking; d. Rolstoel- en buggyvoorzieningen – beschadigingen en werking; e. Vloer – beschadigingen; f. Wanden en plafonds – beschadigingen (deuken, gaten en krassen); g. Zitelement – beschadigingen (deuken, gaten en krassen); h. Vloer, wanden en plafonds – dekking coating/folie; i. Zitelement – dekking coating/folie, en j. Ramen (exclusief voorruit) – krassen, sterren en barsten.

4.6.5

De Concessiehouder zorgt dat Reizigers in Voertuigen die met een WiFi-systeem zijn uitgerust, gratis en zonder registratie van het WiFi-systeem gebruik kunnen maken en dat veilig gebruik van het WiFi-systeem gewaarborgd is.

4.7

Buurtbussen

De Concessiehouder vervult ten aanzien van Buurtbuslijnen een faciliterende rol. Dat houdt in dat hij Buurtbussen beschikbaar stelt en onderhoudt en dat hij de Buurtbuschauffeurs ondersteunt bij de uitvoering van de Buurtbuslijnen. Buurtbussen 4.7.1

De Concessiehouder stelt aan de Buurtbusverenigingen voldoende Buurtbussen beschikbaar om de Dienstregeling van de door hen verzorgde Buurtbuslijnen te kunnen uitvoeren. De Concessiehouder zorgt voor extra Buurtbussen ten behoeve van vervangende inzet vanwege technische mankementen en onderhoud en Versterkingsritten.

4.7.2

Het is Buurtbusverenigingen toegestaan om, met inachtneming van het bepaalde in de Bravo Brandguide, reclame te voeren op Buurtbussen. De kosten die hiermee gemoeid zijn en de inkomsten die hieruit voortvloeien zijn volledig voor rekening van respectievelijk komen volledig ten goede aan de betreffende Buurtbusvereniging.

66 / 185

Datum

21 mei 2024

Betreft

Concessie Oost-Brabant 2027-2039

5. Uitvoeringskwaliteit De Concessieverlener streeft naar een ‘excellente’ uitvoeringskwaliteit en verwacht van de Concessiehouder een betrouwbare uitvoering van het geplande aanbod, dat wil zeggen, weinig Rituitval, punctueel en regelmatig rijden, inzet van voldoende capaciteit afgestemd op de vraag van Reizigers. Een excellente uitvoering is cruciaal om het Openbaar Vervoer een betrouwbare en toekomstvaste basis te laten vormen van het systeem van Gedeelde Mobiliteit en Reizigers een zekere en vanzelfsprekende reis te bieden. De Concessieverlener monitort de uitvoeringskwaliteit daarom continu aan de hand van een aantal kernprestatie-indicatoren (KPI’s), onder meer op het gebied van reizigerstevredenheid, Rituitval, punctualiteit en het voldoen aan de vervoerplicht (zie ook hoofdstuk 14 en Bijlage B7 (KPI’s) voor de eisen ten aanzien van het aanleveren van informatie voor het monitoren van deze KPI’s). De Concessieverlener beschikt daarbij over meerdere sturingsinstrumenten om ervoor te zorgen dat de Concessiehouder minimaal voldoet aan de normen zoals opgenomen in dit hoofdstuk. Deze sturingsinstrumenten, waaronder een Bonus-/Malusregeling en Boeteregeling, worden uitgewerkt in de Financiële bepalingen.

5.1

Vervoerplicht, vervoerscapaciteit en zitplaatskans

Voor Reizigers is het belangrijk om zekerheid te hebben dat als zij op een Halte staan ze ook met de eerstvolgende Rit mee kunnen (= vervoerplicht). Vervoerplicht 5.1.1

De Concessiehouder heeft een vervoerplicht: hij vervoert alle Reizigers in het bezit van een geldig Vervoerbewijs die bij een Halte aanwezig zijn met de eerstkomende Rit die in de Dienstregeling is opgenomen.

5.1.2

De vervoerplicht zoals genoemd in eis 5.1.1 geldt ook bij Evenementen.

5.1.3

Bij een niet te voorziene extra Vervoervraag voorkomt de Concessiehouder dat Reizigers op een Halte langer dan 30 minuten op de eerstvolgende Rit moeten wachten, zo nodig door zo spoedig mogelijk op eigen kosten Versterkingsritten in te zetten.

5.1.4

Bij een te voorziene extra Vervoervraag zet de Concessiehouder op voorhand extra capaciteit in. Dit kan in de vorm van grotere Voertuigen of extra in de Dienstregeling opgenomen Ritten. Indien dit niet toereikend blijkt, zet de Concessiehouder Versterkingsritten in om te voorkomen dat Reizigers niet met de eerstkomende Rit vervoerd kunnen worden.

Naast een vervoerplicht verwacht de Concessieverlener van de Concessiehouder dat hij voldoende vervoerscapaciteit biedt om Reizigers comfortabel te vervoeren en waarbij zij op vrijwel alle Trajecten kunnen zitten.

67 / 185

Datum

21 mei 2024

Betreft

Concessie Oost-Brabant 2027-2039

Vervoerscapaciteit en zitplaatskans 5.1.5

De Concessiehouder zorgt ervoor dat Reizigers op alle Ritten altijd kunnen zitten.

5.1.6

In afwijking van het bepaalde in eis 5.1.5 is het de Concessiehouder toegestaan dat Reizigers binnen de gemeentegrenzen van Tilburg, ’s-Hertogenbosch, Oss en Eindhoven moeten staan onder de voorwaarde dat het aantal Reizigers in een Voertuig: a. tijdens de Spits niet meer bedraagt dan het aantal zitplaatsen plus 70% van het aantal voor Reizigers beschikbare staanplaatsen in het betreffende Voertuig, en b. buiten de Spits niet meer bedraagt dan het aantal zitplaatsen plus 25% van het aantal voor Reizigers beschikbare staanplaatsen in het betreffende Voertuig.

5.1.7

De Concessiehouder geeft jaarlijks in zijn Exploitatieplan aan welke capaciteit, uitgedrukt in aantallen zit- en staanplaatsen per Rit en per uur, hij inzet om aan het bepaalde in eisen 5.1.1 tot en met 5.1.6 te voldoen.

5.1.8

De Concessiehouder zorgt ervoor dat op iedere Rit de daadwerkelijk ingezette capaciteit niet lager is dan de geplande capaciteit zoals vermeld in het Exploitatieplan.

5.1.9

In aanvulling op het bepaalde in eis 5.1.8 zorgt de Concessiehouder ervoor dat de ingezette capaciteit op iedere Lijn steeds voldoende is om aan het bepaalde in eisen 5.1.1 tot en met 5.1.6 te voldoen. Indien de Concessiehouder vaststelt dat de geplande capaciteit zoals vermeld in het Exploitatieplan op een Lijn onvoldoende is (geworden) zet hij op de desbetreffende Lijn extra capaciteit in de vorm van grotere of extra Voertuigen in en past hij indien nodig de Dienstregeling aan om aan het bepaalde in eisen 5.1.1 tot en met 5.1.6 te blijven voldoen.

5.1.10

De Concessieverlener kan de Concessiehouder opdragen, binnen 4 weken na een daartoe gedaan schriftelijk verzoek van de Concessieverlener, op een Lijn extra capaciteit in te zetten indien de Concessieverlener bij de Concessiehouder twijfels heeft geuit of de capaciteit die de Concessiehouder op een Lijn inzet voldoende is om steeds aan het bepaalde in eisen 5.1.1 tot en met 5.1.6 te voldoen en: a. uit actuele gegevens over het aantal Reizigers blijkt dat de geplande capaciteit op de desbetreffende Lijn zoals vermeld in het Exploitatieplan inderdaad onvoldoende is om aan het bepaalde in eisen 5.1.1 tot en met 5.1.6 te voldoen, of b. de Concessiehouder niet door middel van actuele gegevens over het aantal Reizigers kan aantonen dat de geplande capaciteit op deze Lijn zoals vermeld in het Exploitatieplan steeds voldoende is om aan het bepaalde in eisen 5.1.1 tot en met 5.1.6 te voldoen.

5.2

Rituitval en Vervangend Vervoer

Voor Reizigers is het belangrijk dat zij zekerheid hebben dat hun Rit wordt uitgevoerd. Daarom verwacht de Concessieverlener dat de Concessiehouder zich maximaal inspant om Rituitval te voorkomen en om wanneer een Rit onverhoopt toch uitvalt de overlast voor Reizigers te minimaliseren door Reizigers snel een goed reisalternatief te bieden.

68 / 185

Datum

21 mei 2024

Betreft

Concessie Oost-Brabant 2027-2039

Rituitval 5.2.1

De Concessiehouder zorgt ervoor dat de Rituitval waarbij geen sprake is van Overmacht (zie eis 5.5.1) in enige kalendermaand: a. in totaal niet meer dan 0,2% van het totaal aantal in de Dienstregeling opgenomen Ritten bedraagt, en b. per Lijn niet meer dan 1,0% van het aantal in de Dienstregeling opgenomen Ritten van de betreffende Lijn bedraagt.

5.2.2

Indien een Rit geheel of gedeeltelijk uitvalt, spant de Concessiehouder zich maximaal in om de overlast voor Reizigers tot een minimum te beperken door hen te informeren over de gewijzigde vertrektijden en over het aanbod aan Vervangend Vervoer en Alternatieve Reismogelijkheden (ook buiten het Openbaar Vervoer). De Concessiehouder zorgt dat de klantenservice bereikbaar is om vragen van Reizigers hierover te beantwoorden.

5.2.3

Ingeval Reizigers bij Rituitval geen Alternatieve Reismogelijkheden met het Openbaar Vervoer hebben, zet de Concessiehouder uiterlijk 30 minuten nadat de eerste Rit is uitgevallen Vervangend Vervoer in.

5.2.4

De Concessiehouder zorgt ervoor dat het Vervangend Vervoer als zodanig herkenbaar is en voldoende capaciteit biedt zodat alle Reizigers in ieder geval naar de gewenste Halte van de betreffende Lijn kunnen reizen.

5.3

Punctualiteit en Aansluitingen

Bij betrouwbaarheid gaat het niet alleen om de vraag of een Rit wordt uitgevoerd, maar ook om de vraag of een Rit op tijd en zeker niet te vroeg vertrekt en, om Aansluitingen te kunnen halen, op tijd aankomt. De Concessieverlener verwacht daarom dat de Concessiehouder de Dienstregeling punctueel uitvoert en daarbij in ieder geval voldoet aan de in deze paragraaf opgenomen normen, waaronder het nooit te vroeg vertrekken vanaf Beginpunten, Knooppunten en Flex-overstappunten. Punctualiteit 5.3.1

De Concessiehouder zorgt ervoor dat Ritten niet eerder vanaf een Beginpunt, Knooppunt en Flex-overstappunt vertrekken dan is vastgelegd in de Dienstregeling.

5.3.2

De Concessiehouder zorgt ervoor dat van alle Ritten van een Lijn in iedere kalendermaand ten minste 90%: a. binnen 180 seconden na de vertrektijd zoals vermeld in de Dienstregeling vanaf het Beginpunt, Knooppunten en Flex-overstappunten van de betreffende Rit vertrekt; b. binnen 180 seconden na de aankomsttijd zoals vermeld in de Dienstregeling op Knooppunten, Flex-overstappunten en het Eindpunt van de betreffende Rit arriveert.

69 / 185

Datum

21 mei 2024

Betreft

Concessie Oost-Brabant 2027-2039

5.3.3

De Concessieverlener betrekt de prestaties van de Buurtbuslijnen in beginsel niet bij de bepaling of de Concessiehouder in enige kalendermaand heeft voldaan aan de normen zoals opgenomen in eisen 5.3.1 en 5.3.2. Indien de normen zoals opgenomen in eisen 5.3.1 en 5.3.2 voor een Buurtbuslijn niet haalbaar blijken te zijn, treedt de Concessiehouder met de betreffende Buurtbusvereniging in overleg om gezamenlijk te bepalen hoe de uitvoering van de Dienstregeling van de betreffende Buurtbuslijn verbeterd kan worden.

Een punctuele uitvoering van de Dienstregeling is een vereiste met het oog op de betrouwbaarheid van het systeem van Gedeelde Mobiliteit. Dit geldt in het bijzonder voor Reizigers die een overstap op de trein of een aansluitende Rit willen halen of die met het Flex-vervoer verder willen reizen. Aansluitingen 5.3.4

De Concessiehouder biedt op voor Reizigers logische overstappunten, waaronder in ieder geval de in tabel 1 van Bijlage B2 (Haltes) benoemde Knooppunten, Aansluitingen tussen Lijnen behorend tot de Concessie, Aansluitingen op treinen en lijnen vanuit aangrenzende concessiegebieden en vermeldt deze Aansluitingen in de Dienstregeling.

5.3.5

De Concessiehouder spant zich maximaal in om alle in de Dienstregeling vastgelegde Aansluitingen te realiseren door een Voertuig te laten wachten op het Voertuig van de Rit waarop Aansluiting wordt geboden of door Vervangend Vervoer aan te bieden. De Concessiehouder heeft een wachttijdenregeling waarin is vastgelegd hoe lang een Voertuig wacht om een Aansluiting te bieden. De Concessiehouder legt in een koppelvlakbericht als EarliestExpectedDepartureTime vast of een Voertuig wel of niet wacht op een vertraagde Rit.

5.3.6

De Concessiehouder garandeert in ieder geval de laatste Aansluiting tussen twee Lijnen die tot de Concessie behoren en de laatste Aansluiting van een Lijn die tot de Concessie behoort op de trein. Indien deze Aansluiting niet wordt gerealiseerd, zet de Concessiehouder Vervangend Vervoer in en neemt hij daarbij het bepaalde in eis 5.2.4 in acht. De Concessiehouder mag er ook voor kiezen om tegen eigen kosten Reizigers die van de Aansluiting gebruik wilden maken thuis te (laten) brengen.

5.3.7

Na overleg met de Concessiehouder en gehoord hebbende het Regieteam Gedeelde Mobiliteit, kan de Concessieverlener gedurende de looptijd van de Concessie Knooppunten en Flex-overstappunten toevoegen of laten vervallen.

70 / 185

Datum

21 mei 2024

Betreft

Concessie Oost-Brabant 2027-2039

5.4

Afwijkingen van de Dienstregeling

De Concessiehouder zorgt ervoor dat Reizigers zo min mogelijk overlast ondervinden bij afwijkingen van de Dienstregeling, zoals routewijzigingen bij werkzaamheden of Evenementen (zie voor de eisen ten aanzien van het informeren van Reizigers in deze situaties ook paragraaf 7.5). Afwijkingen van de Dienstregeling 5.4.1

Wanneer Ritten als gevolg van wegomleidingen bij werkzaamheden of Evenementen niet overeenkomstig de Dienstregeling uitgevoerd kunnen worden, moet de Concessiehouder deze Ritten via een alternatieve route verrichten. Indien geen alternatieve route beschikbaar is, bedient de Concessiehouder zoveel mogelijk Haltes zoals opgenomen in de Dienstregeling, bijvoorbeeld door een Lijn in twee delen aan weerszijden van een wegafsluiting te splitsen. In voorkomende gevallen licht de Concessiehouder vooraf, of indien dit niet mogelijk is zo snel mogelijk achteraf, zijn keuze voor de alternatieve route(s) toe aan de Concessieverlener.

5.4.2

De Concessiehouder zorgt ervoor dat Reizigers zo min mogelijk overlast ondervinden van de routewijzigingen als bedoeld in eis 5.4.1. De Concessiehouder verwerkt omleidingen die langer dan één week duren minimaal 5 werkdagen van tevoren in de op zijn website gepubliceerde Dienstregeling en neemt daarbij het bepaalde in eis 7.5.3 in acht.

5.4.3

Het is de Concessiehouder niet toegestaan om bij langere routes als gevolg van wegomleidingen hogere Tarieven/reiskosten bij Reizigers in rekening te brengen, tenzij de Concessieverlener hier vooraf op verzoek van de Concessiehouder mee heeft ingestemd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=ReuselDeMierden&id=aed36195-5a9f-45ad-a544-a9dfbe2e9ee3