CConstaterende datReusel-De Mierden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Ontwerp-Programma van Eisen Oost Brabant

Commissie Inwoners 18 juni 2024, gemeente Reusel-De MierdenBij agendapunt: Ontwerp Programma van Eisen concessie Oost-Brabant38.968 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Concessie OostBrabant 2027-2039 Ontwerp Programma van Eisen

21 mei 2024

1 / 185

Datum

21 mei 2024

Betreft

Concessie Oost-Brabant 2027-2039

Inhoud 1.

Inleiding

5

1.1

Context

5

1.2

Scope concessie Oost-Brabant

5

1.3

Lopende concessie Oost-Brabant

8

1.4

Doelen van de Concessie

9

1.5

Rol en status Programma van Eisen

11

1.6

Leeswijzer

12

2.

Ontwikkeling en samenwerking

14

2.1

Samenwerkingsmodel voor ontwikkeling

14

2.2

Ontwikkelrol en rol Mobiliteitsmakelaar

15

2.3

Tactisch Ontwikkelteam en Regieteam Gedeelde Mobiliteit

21

2.4

Samenwerking Concessiehouder en Concessieverlener

24

2.5

Herijkingen

25

3.

Vervoerkundige eisen

29

3.1

Opbouw van het OV-netwerk

30

3.2

Bravodirectlijnen en Directlijnen

36

3.3

Ontsluitende Lijnen en Spitslijnen

40

3.4

Buurtbuslijnen

44

3.5

Stadslijnen Tilburg en ‘s-Hertogenbosch

46

3.6

Scholierenlijnen

51

3.7

Oproepafhankelijk Openbaar Vervoer

52

3.8

Dienstregeling en Exploitatieplan

53

4.

Materieel

58

4.1

Algemene eisen

58

4.2

Milieuprestaties Materieel

60

4.3

Leeftijd Materieel

61

4.4

Toegankelijkheid

62

4.5

Uiterlijk en reclame Materieel

63

4.6

Comfort en netheid van het Materieel

65

4.7

Buurtbussen

66

5.

Uitvoeringskwaliteit

67

5.1

Vervoerplicht, vervoerscapaciteit en zitplaatskans

67

5.2

Rituitval en Vervangend Vervoer

68

5.3

Punctualiteit en Aansluitingen

69

5.4

Afwijkingen van de Dienstregeling

71

5.5

Overmacht

71

5.6

Compensatieregeling

73 2 / 185

Datum

21 mei 2024

Betreft

Concessie Oost-Brabant 2027-2039

6.

Infrastructuur

74

6.1

Samenwerking Concessiehouder met partners

74

6.2

Weginfrastructuur

75

6.3

Haltes

75

6.4

Stallingen, onderhoudsvoorzieningen en pauzevoorzieningen

77

6.5

Laadinfrastructuur

77

7.

Reisinformatie

79

7.1

Informatie over het systeem van Gedeelde Mobiliteit

79

7.2

Informatie op Haltes

80

7.3

Informatie in en op Voertuigen

82

7.4

Digitale informatie

83

7.5

Informatie over wijzigingen in de Dienstregeling

85

7.6

Informatiepunten

86

8.

Betalen en Tarieven

87

8.1

Betaalsysteem

87

8.2

Tarieven, Vervoerbewijzen en Reisproducten

89

8.3

Tarievenplan

92

8.4

Distributienetwerk

93

9.

Marketing

95

9.1

Marketing vanuit het merk Bravo

95

9.2

Bravo Productformules

96

9.3

Marketingplan

97

10.

Personeel

99

10.1

Personeel en Reizigers

99

10.2

Concessiehouder als werkgever

100

10.3

Buurtbuschauffeurs

101

10.4

Social Return on Investment (SROI)

101

11.

Veiligheid

103

11.1

Sociale Veiligheid

103

11.2

Sociale Veiligheidsplan

105

11.3

Samenwerking op het gebied van Sociale Veiligheid

106

11.4

Fysieke veiligheid

107

11.5

Verkeersveiligheid

108

12.

Duurzaamheid en circulariteit

110

12.1

Duurzame bedrijfsvoering

110

12.2

Circulariteit

111

13.

Consumentenbescherming en reizigersinspraak

112 3 / 185

Datum

21 mei 2024

Betreft

Concessie Oost-Brabant 2027-2039

13.1

Klantenservice en klachtenafhandeling

112

13.2

Rol Reizigersoverleg Brabant

114

13.3

Consultatie Reizigers en andere belanghebbenden

114

14.

Data en monitoring

116

14.1

Datalevering

116

14.2

Openbaarheid en bescherming van (persoons)gegevens

119

14.3

Monitoring

120

Bijlagen bij Programma van Eisen

123

B1 Routes en Routevarianten

124

B2 Haltes

138

B3 Plancyclus

147

B3.1 Introductie

147

B3.2 Ontwikkelplan

147

B3.3 Jaarlijkse plannen

149

B3.4 Eenmalige plannen en wijzigingsvoorstellen

151

B3.5 Actualisatie van plannen

153

B3.6 Uitvoering van de plannen

153

B3.7 Plancyclus: kalender 2027 – 2030

154

B4 Buurtbuslijnen

155

B5 Distributienetwerk

156

B6 Laadinfrastructuur op Stallingen

157

B6.1 Het Zero-Emissiebussysteem

157

B6.2 Stalling

157

B7 KPI’s

158

B8 Dataleveringsspecificatie

159

Scope Concessie

160

Artikel 1 Concessiegebied

161

Artikel 2 Concessiegrensoverschrijdende Verbindingen

161

Artikel 3 Te gedogen vervoer

162

Artikel 4 Looptijd van de Concessie

162

Bijlage 1 Concessiegrensoverschrijdende verbindingen

163

Bijlage 2 Te gedogen vervoer

165

Begrippenlijst

166

4 / 185

Datum

21 mei 2024

Betreft

Concessie Oost-Brabant 2027-2039

1. Inleiding 1.1

Context

In december 2018 heeft de provincie Noord-Brabant in samenspraak met reizigers en deskundigen de visie ‘Gedeelde mobiliteit is maatwerk’ opgesteld. De visie is erop gericht te komen tot het slimste en duurzaamste mobiliteitssysteem van Europa, waarin reizigers centraal staan, met een passend aanbod voor alle reizigers. De visie geeft richting voor de toekomst, maar biedt ook voldoende ruimte om in te kunnen spelen op innovaties. De visie ‘Gedeelde mobiliteit is maatwerk’ betreft alle vervoersvormen die voor iedereen toegankelijk zijn en die vaak samen gebruikt worden, dus niet alleen het openbaar vervoer (OV). Binnen het systeem van Gedeelde Mobiliteit1 zet de Provincie in op drie soorten vervoersaanbod: lijngebonden openbaar vervoer, flexibele vervoersvormen van Halte naar Halte en vrijwilligersinitiatieven en deelmobiliteit.2 Hierbij neemt het lijngebonden openbaar vervoer (= directe OV-verbindingen op plaatsen en momenten met een hoge Vervoervraag) een centrale positie in. Gezamenlijk zorgen de drie categorieën vervoersvormen voor een divers aanbod waarmee kan worden ingespeeld op verschillende behoeften van reizigers. Voor die reizigers zelf is dit onderscheid niet per se van belang: zij stellen steeds een eigen mix van vervoersvormen samen passend bij hun behoefte op dat moment.

De Provincie werkt op dit moment in overleg met de vier regio’s binnen de provincie aan de implementatie van de visie ‘Gedeelde mobiliteit is maatwerk’. De Provincie is gestart in het concessiegebied West-Brabant en heeft deze concessie op 12 december 2023 aan Arriva gegund. De concessie West-Brabant gaat op 6 juli 2025 van start en levert een belangrijke impuls om de gewenste veranderingen te realiseren. De concessie Oost-Brabant is de volgende concessie die de provincie aanbesteedt.

1.2

Scope concessie Oost-Brabant3

Sinds 2001 is wettelijk geregeld dat een vervoerder over een concessie4 moet beschikken om in een regio openbaar vervoer aan te mogen bieden. De provincie Noord-Brabant (hierna: de

1

2

3 4

In dit document zijn gedefinieerde begrippen met een hoofdletter geschreven. De definitie van deze begrippen is te vinden in het document ‘Begrippenlijst’. In de visie ‘Gedeelde mobiliteit is maatwerk’ en daarop voortbouwende beleidsdocumenten hanteert de provincie de termen ‘Direct’ voor lijngebonden openbaar vervoer, ‘Flex’ voor Halte/hub- en Halte/Halte-vervoer gecombineerd met WMO-vervoer, en ‘Samen’ voor vrijwilligersinitiatieven, deelmobiliteit en overige kleinschalige vervoeroplossingen. In dit document wordt deze terminologie losgelaten, met name omdat aan de termen in verschillende documenten andere betekenissen worden toegekend. De scope van de Concessie is in de Concessiebeschikking in detail beschreven. Een concessie geeft een vervoerder (de concessiehouder) het alleenrecht op het uitvoeren van het openbaar vervoer in een gebied. De grondslag voor de concessieverlening is vastgelegd in de Wet personenvervoer 2000

5 / 185

Datum

21 mei 2024

Betreft

Concessie Oost-Brabant 2027-2039

Concessieverlener) is bevoegd om concessies voor openbaar busvervoer in de provincie te verlenen. De concessie Oost-Brabant 2027 – 2039 (hierna: de Concessie) betreft het exclusieve recht, en tevens de plicht, tot het aanbieden van lijngebonden openbaar busvervoer in het concessiegebied Oost-Brabant en op een aantal aangewezen trajecten in aangrenzende concessiegebieden (zie Figuur 1). De huidige, aan Arriva Personenvervoer Nederland B.V. verleende concessie, is in december 2014 gestart. Deze concessie zou op 14 december 2024 eindigen, maar is vanwege de coronapandemie met twee jaar verlengd5. De opvolgende concessie ‘Oost-Brabant 2027-2039’ start op 13 december 2026; gunning van deze concessie is voorzien in de zomer van 2025.

Figuur 1 Concessiegebied met concessiegrensoverschrijdende Verbindingen

5

(Wp2000), het Besluit personenvervoer 2000 (Bp2000) en de PSO-verordening (Verordening (EG) 1370/2007 over openbaar personenvervoer per spoor en over de weg). De opvolgende concessie zou in 2022 Europees worden aanbesteed, maar als gevolg van de COVID 19-pandemie was er op dat moment geen markt om aan te besteden en heeft de Concessieverlener daarom besloten om de aanbesteding uit te stellen. Ter overbrugging van de tussenliggende periode heeft de Concessieverlener op 31 mei 2022 bij wijze van noodmaatregel als bedoeld in artikel 5 lid 5 van de PSO-verordening, de huidige concessie met twee jaar verlengd om zo de continuïteit van het Openbaar Vervoer in het Concessiegebied te waarborgen.

6 / 185

Datum

21 mei 2024

Betreft

Concessie Oost-Brabant 2027-2039

1.2.1 Het concessiegebied Oost-Brabant Het concessiegebied Oost-Brabant omvat de volgende negentien6 gemeenten: Bernheze, Boekel, Boxtel, Dongen, Gilze en Rijen, Goirle, ’s-Hertogenbosch, Heusden, Hilvarenbeek, Land van Cuijk, Loon op Zand, Maashorst, Meierijstad, Oisterwijk, Oss, Sint-Michielsgestel, Tilburg, Vught en Waalwijk. In het concessiegebied wonen circa 1,1 miljoen mensen en werken circa 570.000 mensen. Daarmee is de concessie Oost-Brabant qua inwoneraantal en werkgelegenheid de grootste concessie in de provincie Noord-Brabant. De concessie omvat een aantal lijnen naar aangrenzende concessiegebieden, waaronder lijn 99 naar Nijmegen (gezamenlijke exploitatie met Breng vanuit de concessie Arnhem-Nijmegen) en de lijnenbundel naar Eindhoven. Ten slotte faciliteert de huidige concessiehouder een netwerk van 20 buurtbuslijnen, onder meer door de hiervoor benodigde buurtbussen beschikbaar te stellen. 1.2.2 Samenhang concessie Oost-Brabant en Flexcontracten Niet-lijngebonden vormen van openbaar vervoer behoren niet tot de concessie, maar komen wel voor in het concessiegebied. Op dit moment is het Flex-vervoer, dat door de regio’s Midden-Brabant, Hart van Brabant en Noordoost-Brabant in samenwerking met de provincie worden gecontracteerd.

Parallel aan de aanbesteding van de concessie Oost-Brabant ontwikkelt de provincie samen met deze regio’s het Flex-vervoer door tot vraagafhankelijk halte-haltevervoer dat beter is afgestemd op het lijngebonden openbaar vervoer. In dit Programma van Eisen gaat de provincie niet in op deze Flexcontracten maar staat wel stil bij de afstemming tussen Bravoflex en het openbaar busvervoer. 1.2.3 Looptijd van de Concessie De Concessie kent een looptijd van 12,5 jaar. Een concessie voor openbaar busvervoer kan in principe voor maximaal 10 jaar worden verleend, met een verlengingsoptie van maximaal 5 jaar indien er hoge investeringen in infrastructuur en/of materieel worden gevraagd van de concessiehouder. De provincie maakt van de verlengingsoptie gebruik om drie redenen. De concessieduur van 12,5 jaar sluit ten eerste goed aan bij de grote investeringen die gedaan moeten worden in batterij-elektrische bussen en bijhorende Laadinfrastructuur en de resterende afschrijvingsperiode van batterij-elektrische bussen die in de zomer van 2024 in het concessiegebied instromen, waardoor er geen overnameregeling voor deze bussen of hun vervangende bussen nodig is. Ten tweede valt de overgang naar de opvolgende concessie met een concessieduur 12,5 jaar in de zomer van 2039.

De opvolgende concessie start daarmee in een periode waarin minder reizigers met het openbaar busvervoer reizen en sprake is van een afgeschaalde vakantiedienstregeling in plaats van in de drukkere winterperiode net voor de Kerst. Ten derde is de einddatum van de concessie met een concessieduur van 12,5 jaar goed afgestemd op de einddata van de overige concessies in Noord-Brabant, in de zin dat daarmee in de toekomst sprake is van één aanbesteding in de drie tot vier jaar. Zo kunnen leerervaringen van een aanbesteding meegenomen worden bij de voorbereiding van de volgende aanbesteding. Een concessieduur korter dan tien jaar acht de provincie niet wenselijk, omdat de concessie dan minder aantrekkelijk is voor vervoerders. Dit leidt tot hogere transactiekosten voor de provincie en de vervoerders (vaker aanbesteden). Ook kan dan niet de gewenste spreiding van de aanbestedingen

6

Daarnaast wordt het OV in gemeenten Alphen-Chaam (grondgebied concessie West-Brabant), Best, Oirschot en Son en Breugel (grondgebied concessie Zuidoost-Brabant) voor een belangrijk deel vanuit concessie Oost-Brabant verricht.

7 / 185

Datum

21 mei 2024

Betreft

Concessie Oost-Brabant 2027-2039

binnen de provincie gerealiseerd worden. Om vergelijkbare redenen ziet de provincie ook af van de mogelijkheid om in de aanbestedingsdocumenten een optie tot verlenging van de concessie op te nemen.

1.3

Lopende concessie Oost-Brabant

Net als alle andere concessies in Nederland, heeft de concessie Oost-Brabant de afgelopen jaren onder druk gestaan. In eerste instantie door het wegvallen van een groot deel van de reizigers door de coronapandemie in 2020 en 2021. Hierdoor moest het ov-aanbod op veel plekken in het concessiegebied worden afgeschaald. Sinds 2021 herstelt het aantal reizigers zich weer langzaam en begin 2024 ligt het aantal reizigers ten opzichte van 2019 net iets boven de 80%. Vanaf 2022 zorgt een tekort aan chauffeurs er echter voor dat het ov-aanbod minder kan worden uitgebreid dan gewenst en wordt op verschillende plekken in het concessiegebied, met name in de steden Tilburg en ‘s-Hertogenbosch, daarom sinds voorjaar 2022 volgens een vakantiedienstregeling gereden. Dit draagt niet bij aan het herstel van het ov-gebruik. Tenzij anders aangegeven, wordt in deze paragraaf gerefereerd aan 2019. Dit was het laatste volledige jaar voor de coronapandemie. De verwachting is namelijk dat het aantal reizigers in 2027 weer op of boven het niveau van 2019 zal liggen. In 2019 werden in totaal 17,7 miljoen reizen met het openbaar busvervoer in Oost-Brabant gemaakt. Dat was zo’n 13% meer dan bij de start van de huidige concessie Oost-Brabant, eind 2014. In het concessiegebied Oost-Brabant liggen twee grote steden met een eigen stadsdienst: Tilburg en ’s-Hertogenbosch.

Beide stadsdiensten zijn samen goed voor ruim 45% van alle busreizigers. De gemiddelde reisafstand van deze reizigers is met iets minder dan 5 kilometer per rit relatief kort, waardoor het aandeel in de reizigerskilometers met 25% een stuk lager ligt. Op de stadslijnen wordt ongeveer 36% van alle dienstregelinguren7 ingezet. In het concessiegebied Oost-Brabant liggen ook meerdere grote kernen zonder NS-station (Waalwijk, Uden, Veghel). Door het ontbreken van treinverbindingen tussen deze en andere grote kernen in het concessiegebied, zijn hier sterke Bravodirectlijnen ontstaan. Dit geldt met name tussen Tilburg, Waalwijk en ’s-Hertogenbosch en tussen ’s-Hertogenbosch/Oss, Uden/Veghel en Eindhoven. Op deze verbindingen is tussen eind 2014 en eind 2019 een reizigersgroei gerealiseerd van gemiddeld meer dan 12% per jaar (tegenover een gemiddelde reizigersgroei binnen de totale concessie van ongeveer 2,5% per jaar). Dit door een gestage uitbreiding en het verder strekken en bundelen van lijnen. Na corona zijn de reizigersaantallen op deze lijnen ook weer het snelste hersteld. De Bravodirectlijnen zijn dan ook belangrijk binnen de concessie: met deze lijnen reist meer dan 20% van alle reizigers en, door de relatief lange reisafstanden, zijn deze lijnen goed voor meer dan 35% van alle reizigerskilometers en dus ook voor een flink deel van de opbrengsten.

Om deze reizigers te vervoeren wordt ongeveer 15% van alle dienstregelinguren ingezet op de Bravodirectlijnen.

7

Een dienstregelinguur staat gelijk aan één uur openbaar vervoer zoals opgenomen in de dienstregeling. Als er meer tijd benodigd is voor een ov-rit, dan kost dat meer dienstregelinguren.

8 / 185

Datum

21 mei 2024

Betreft

Concessie Oost-Brabant 2027-2039

Daarnaast bevat de concessie meerdere streeklijnen die minder intensief gebruikt worden, maar wel een belangrijke rol spelen bij de ontsluiting van kernen in het concessiegebied. Het streeklijnennet is gedurende de lopende concessieperiode aangepast aan het gebruik en aan ruimtelijke ontwikkelingen. Door extra vervoer en routewijzigingen is op sommige lijnen de dienstregeling verbeterd. Een aantal weinig gebruikte streeklijnen zijn de afgelopen jaren opgeheven waarbij de bediening is overgenomen door min of meer parallel lopende lijnen, routewijzigingen van nabijgelegen lijnen of door de inzet van een buurtbus. De buurtbuslijnen vervullen een belangrijke rol in de ontsluiting van de kleinere kernen in het buitengebied, waarbij er tussen de buurtbuslijnen flinke verschillen zijn in het aantal vervoerde reizigers. Scholieren en studenten maken in Oost-Brabant ongeveer 60% uit van het totale aantal reizigers. Verschillende spitslijnen, met name gericht op scholieren, versterken daarom waar nodig deze buurtbuslijnen in de spits of bieden directe verbindingen naar schoollocaties en ontlasten daarmee de reguliere lijnen. De komende periode zijn in het concessiegebied een aantal ontwikkelingen voorzien die kansen bieden voor het openbaar vervoer. Zo volgt uit de woondeals een forse woningbouwopgave, waarvan het grootste deel binnen de grote en middelgrote steden gerealiseerd wordt.

Om de daaraan gekoppelde mobiliteitsvraag te faciliteren zetten de stedelijke regio's 's-Hertogenbosch-Oss en Breda-Tilburg in op een mobiliteitstransitie met een veel grotere rol voor lopen, fiets en openbaar vervoer. Ook met het oog op de klimaat- en stikstofdoelstellingen is deze mobiliteitstransitie gewenst. Daarnaast hebben de provincie en betrokken gemeenten de ambitie om een deel van de bestaande (Bravo-)Directlijnen in de regio Meijerij en regio Hart van Brabant op te waarderen tot ‘Bus Rapid Transit’ (BRT). BRT-lijnen zijn buslijnen met een hoge snelheid en capaciteit, in kwaliteit vergelijkbaar met de trein. Ten slotte ligt er de landelijke afspraak om de concessie uiterlijk in 2030 volledig emissievrij uit te voeren. De nieuwe concessiehouder staat derhalve voor een aantal belangrijke opgaven en uitdagingen.

1.4

Doelen van de Concessie

In de visie ‘Gedeelde mobiliteit is maatwerk’ heeft de Concessieverlener de hoofdambitie ten aanzien van het Openbaar Vervoer als volgt geformuleerd: ‘De wereld van mobiliteit is flink in verandering. Het mobiliteitsbeleid van de provincie, en hoe we omgaan met het openbaar vervoer, kan niet achterblijven. We willen toe naar slimste en duurzaamste mobiliteitssysteem van Europa, waarin de reiziger centraal staat, met een passend aanbod voor alle reizigers. Dit gaan we samen met onze partners vormgeven. Zo houden we Brabant bereikbaar, zorgen we voor een sterke economie en kunnen mensen blijven meedoen aan de samenleving.’ Op basis van bovenstaande ambitie heeft de Concessieverlener doelen voor de aanbesteding van de Concessie geformuleerd gericht op het creëren/verbeteren van: • Een zekere en vanzelfsprekende basis voor gedeelde mobiliteit; • Wat sterk is nog sterker maken, en • Een maatschappelijk verantwoorde concessie.

9 / 185

Datum

21 mei 2024

Betreft

Concessie Oost-Brabant 2027-2039

Figuur 2 Bijdrage doelen concessie aan brede welvaart

Een zekere en vanzelfsprekende basis voor gedeelde mobiliteit De Concessieverlener wil alle bewoners en bezoekers van het Concessiegebied de zekerheid bieden dat zij kunnen reizen binnen het systeem van gedeelde mobiliteit. Dit geldt ook voor het landelijk gebied met haar kleine en diffuse vervoersstromen, waar de bereikbaarheid met het Openbaar Vervoer al lange tijd onder druk staat. Ten opzichte van de huidige concessie stuurtde Concessieverlener op het aanbod van lijngebonden busvervoer door (Bravo)Directlijnen en te bedienen Haltes voor te schrijven. Een slimme combinatie van lijngebonden busvervoer en Bravoflex maakt de belofte aan de reiziger waar dat hij met maximaal één overstap de dichtstbijzijnde grotere (bus)stations in Tilburg, ’s-Hertogenbosch, Eindhoven, Oss, Uden, Cuijk en Boxmeer kan bereiken. Daarbij is essentieel dat het totale aanbod door de Reiziger als een vanzelfsprekend en samenhangend geheel wordt ervaren. De Concessiehouder krijgt daarom ook de belangrijke taak om te borgen dat straks de totale reisketen eenvoudig te begrijpen, te plannen, te boeken en te betalen is. Wat sterk is nog sterker maken De busverbindingen naar de grote kernen die niet zijn aangesloten op het spoorwegnet (Uden, Veghel en Waalwijk) zijn tijdens de huidige concessie succesvol uitgebouwd als Bravodirectlijnen 300, 301, 305 en 306. Dit heeft geleid tot een grote reizigersgroei.

Ook voor de komende concessieperiode is er veel potentie om deze verbindingen verder door te ontwikkelen omdat juist langs deze buslijnen de demografische en economische ontwikkelingen het grootst zijn en de vraag naar vervoer het snelst stijgt. De Concessieverlener laat daarom veel ontwikkelruimte aan de Concessiehouder om te komen tot een optimaal bij de vraag aansluitend hoogwaardig Openbaar Vervoer onder het merk Bravodirect, zowel in de vorm van Bravodirectlijnen als Bravodirect Maatwerk. Omdat dit de kans vergroot dat zo een minder eenduidig ov-aanbod ontstaat, is begrijpelijke en accurate (real time) reisinformatie en communicatie van groot belang.

10 / 185

Datum

21 mei 2024

Betreft

Concessie Oost-Brabant 2027-2039

Een maatschappelijk verantwoorde concessie De Concessieverlener vindt het belangrijk dat de Concessiehouder oog heeft voor duurzaamheid, (sociale) veiligheid en goed werkgeverschap en zo bijdraagt aan de leefbaarheid en brede welvaart in het Concessiegebied. De Concessieverlener heeft de ambitie om de transitie naar schoon en stil busvervoer uiterlijk in 2030 te realiseren. In paragraaf 4.2 (Milieuprestaties Materieel) wordt beschreven wat de Concessieverlener in dat kader in ieder geval van de Concessiehouder verwacht. Daarnaast wil de Concessieverlener zelf steeds duurzamer inkopen en wordt ook van de Concessiehouder verwacht dat deze blijvend streeft naar maximalisatie van hergebruik van producten, materialen en grondstoffen en behoud van natuurlijke hulpbronnen Bij veiligheid gaat het zowel om Sociale Veiligheid en verkeersveiligheid als om een veilig gebruik van Stallingen en Laadinfrastructuur; dit laatste is een belangrijk aspect geworden binnen het Openbaar Vervoer. Gelet op het belang van een sociaal veilig Openbaar Vervoer is landelijk afgesproken om dit aspect geen onderwerp van de concurrentie tussen vervoerders te laten zijn. In hoofdstuk 11 is aangegeven welke rol de Concessieverlener voor de Concessiehouder voorziet bij het waarborgen/verbeteren van de veiligheid van het Openbaar Vervoer.

Chauffeurs en ander personeel dat in direct contact met reizigers staat vormen het visitekaartje van het openbaar busvervoer in Oost-Brabant. Daarom is het belangrijk dat de Concessiehouder over voldoende personeel beschikt om de dienstregeling stipt uit te kunnen voeren en dat het personeel deskundig en gemotiveerd is om Reizigers goed van dienst te zijn. Passend binnen financiële kaders Bovenstaande doelen moeten gerealiseerd worden binnen de financiële kaders van de Concessieverlener. De Concessieverlener stelt gedurende de looptijd van de Concessie een vaste jaarlijkse Exploitatiesubsidie beschikbaar voor de uitvoering van de Concessie, jaarlijkse geoormerkte Subsidies voor Sociale Veiligheid, het faciliteren van Buurtbusverenigingen en een jaarlijks Ontwikkelbudget. Daarnaast ontvangt de Concessiehouder inkomsten uit reizen op saldo, abonnementen en ritkaarten (= Reizigersopbrengsten) en inkomsten uit het Studentenreisrecht, waarbij geldt dat de verantwoordelijkheid voor beide inkomstenbronnen bij de Concessiehouder ligt.

1.5

Rol en status Programma van Eisen

Als nadere uitwerking van de visie ‘Gedeelde mobiliteit is maatwerk’ heeft de Provincie samen met de regio’s Noordoost-Brabant en Hart van Brabant in 2021 het ‘Ambitiedocument gedeelde mobiliteit’8 opgesteld (verder: Ambitiedocument). In 2023 is door het nieuwe college van Gedeputeerde Staten het ‘Bestuursakkoord 2023-2027 Samen maken we Brabant!’9 opgesteld (verder: Bestuursakkoord). De ambities, uitgangspunten en beloften aan de Reiziger uit deze documenten zijn verder geconcretiseerd in de aanbestedingsstrategie Aanbesteding OV-concessie Oost-Brabant 2027-2029 (hierna: Aanbestedingsstrategie). Aan de hand van de Aanbestedingsstrategie heeft de Concessieverlener dit Programma van Eisen voor de (aanbesteding van) de Concessie opgesteld.

8 9

Link naar Ambitiedocument gedeelde mobiliteit Oost-Brabant Link naar Bestuursakkoord 2023-2027 ‘Samen maken we Brabant!’

11 / 185

Datum

21 mei 2024

Betreft

Concessie Oost-Brabant 2027-2039

De Wp2000 stelt dat de Concessieverlener voor de Concessie een Programma van Eisen moet opstellen. In het Programma van Eisen staan de eisen die de Concessieverlener aan het Openbaar Vervoer en de Concessiehouder10 stelt. Daarnaast moet de Concessiehouder zich vanzelfsprekend aan alle wettelijke bepalingen en regelingen houden die relevant zijn bij de uitvoering van het Openbaar Vervoer. Deze wettelijke bepalingen en regelingen zijn niet in het Programma van Eisen opgenomen. De ontwerpversie van het Programma van Eisen (dit document) wordt: • conform artikel 27 en 27(a) van de Wp2000 voor advies voorgelegd aan het door de Concessieverlener aangewezen Reizigersoverleg Brabant; • voor een reactie voorgelegd aan de Gemeenten binnen het Concessiegebied, vervoerders (in de vorm van een marktconsultatie), Buurtbusverenigingen en concessieverleners van aangrenzende Concessiegebieden. Met deze concessieverleners maakt de Concessieverlener afspraken over de uitvoering van verbindingen naar en vanuit aangrenzende concessiegebieden, en • op de website van de Concessieverlener gepubliceerd. Tot en met 5 juli 2024 is het mogelijk om een reactie in te dienen via ovaanbesteding@brabant.nl. Alle ontvangen adviezen en reacties worden opgenomen en door de Concessieverlener beantwoord in een Nota van Beantwoording.

Hierbij geeft de Concessieverlener aan of, en zo ja op welke wijze, adviezen en reacties in de uiteindelijke versie van het Programma van Eisen zijn verwerkt. De Concessieverlener geeft ook aan waarom de andere adviezen en reacties niet worden overgenomen. De Nota van Beantwoording wordt tezamen met het definitieve Programma van Eisen als onderdeel van het Bestek gepubliceerd in oktober 2024.

1.6

Leeswijzer

Het Programma van Eisen bevat de minimumeisen waaraan de Concessiehouder in ieder geval moet voldoen. De Concessieverlener daagt geïnteresseerde vervoerders echter uit om in het kader van de aanbesteding van de Concessie zoveel mogelijk meerwaarde boven op deze minimumeisen aan te bieden om zo de Concessie gegund te krijgen. De wensen van de Concessieverlener met betrekking tot deze meerwaarde, veelal gerelateerd aan het leveren van een bijdrage aan de doelen van de Concessie (zie paragraaf 1.4), worden in de Aanbestedingsleidraad nader uitgewerkt in de vorm van Gunningscriteria. Voorbeelden van Gunningscriteria zijn het aangeboden aantal Dienstregelinguren, de plaatsen waar en momenten waarop deze Dienstregelinguren worden ingezet zoals beschreven in het Exploitatieplan en het comfort van het in te zetten Materieel. De eisen zelf zijn per (deel)onderwerp beschreven in verschillende hoofdstukken. Elk hoofdstuk start met een inleidende tekst die op functionele wijze beschrijft wat de Concessieverlener met het betreffende onderwerp wil bereiken. De concrete eisen die hieruit voortvloeien zijn opgenomen in tabellen. Een lezer die alleen op hoofdlijnen wil weten welke eisen de Concessieverlener aan het

10

Tenzij expliciet anders is aangegeven, gelden de eisen die in dit Programma van Eisen aan het Openbaar Vervoer en de Concessiehouder gesteld worden, ook voor Onderaannemers die namens de Concessiehouder een deel van het Openbaar Vervoer uitvoeren en voor andere Derden die de Concessiehouder inzet bij de uitvoering van de Concessie.

12 / 185

Datum

21 mei 2024

Betreft

Concessie Oost-Brabant 2027-2039

Openbaar Vervoer en de Concessiehouder stelt, kan zich beperken tot de inleidende teksten. In geval van strijdigheid tussen een inleidende tekst en een eis in een tabel, prevaleert de eis in de tabel. Bepaalde onderwerpen binnen dit Ontwerp-Programma van Eisen zijn nog onderwerp van discussie. Om aan te duiden dat er (in samenwerking met gemeenten) nog nader onderzoek gedaan wordt, is gebruik gemaakt van voetnoten in de tekst. In de voetnoten wordt duidelijk gemaakt welke discussies er nu nog spelen. In de Nota van Beantwoording wordt niet alleen ingegaan op ingediende vragen en opmerkingen, maar zullen ook deze voetnoten behandeld worden. Indien in dit Programma van Eisen wordt verwezen naar een Bijlage wordt hiermee één van de Bijlagen bij dit Programma van Eisen bedoeld, tenzij dit expliciet anders is vermeld (bijvoorbeeld: een Bijlage bij de Aanbestedingsleidraad).

13 / 185

Datum

21 mei 2024

Betreft

Concessie Oost-Brabant 2027-2039

2. Ontwikkeling en samenwerking 2.1

Samenwerkingsmodel voor ontwikkeling

Het succes van het systeem van Gedeelde Mobiliteit hangt sterk af van de vraag of de partijen die verantwoordelijk zijn voor de verschillende onderdelen van het systeem goed met elkaar weten samen te werken. Om van alle vervoersvormen binnen het systeem van Gedeelde Mobiliteit één samenhangend geheel voor Reizigers te maken, stelt de Concessieverlener een Regieteam Gedeelde Mobiliteit Oost-Brabant (hierna: Regieteam Gedeelde Mobiliteit) in. Omdat de Concessieverlener van de Concessiehouder een essentiële bijdrage aan de ontwikkeling van het systeem van Gedeelde Mobiliteit verwacht (zie paragraaf 2.2), is de Concessiehouder één van de vaste leden van het Regieteam Gedeelde Mobiliteit. Binnen het Regieteam Gedeelde Mobiliteit vindt onder voorzitterschap van de Concessieverlener afstemming plaats tussen de Concessiehouder, Gemeenten, de regio’s Hart van Brabant, MiddenBrabant en Noordoost-Brabant en aanbieders van Andere Mobiliteitsdiensten, waaronder de houders van de Flex-contracten. Het Regieteam Gedeelde Mobiliteit richt zich vooral op de strategische onderwerpen rond de Concessie en de flexibele vervoersvormen die onder het Flex-contract vallen. De Concessieverlener kan vanuit haar rol van regisseur van het systeem van Gedeelde Mobiliteit over bijvoorbeeld uitbreiding of inperking van de dienstverlening door de Concessiehouder besluiten.

Uiteraard hebben de Concessiehouder en de houders van de Flex-contracten ook een eigen verantwoordelijkheid bij het vormgeven van het systeem van Gedeelde Mobiliteit. Het Regieteam Gedeelde Mobiliteit houdt zich nadrukkelijk niet bezig met de tactische (en operationele) zaken die spelen bij de ontwikkeling en uitvoering van de Concessie. Deze zaken worden, net als nu het geval is, besproken in het Tactisch Ontwikkelteam. Als voorzitter van het Tactisch Ontwikkelteam is de Concessiehouder verantwoordelijk voor het tijdig en goed informeren van de samenwerkingspartners, zodat zij kunnen bijdragen aan de voorbereiding van en de advisering over Ontwikkelvoorstellen en plannen. In paragraaf 2.3 is nader afgebakend wat de rol is van het Tactisch Ontwikkelteam respectievelijk het Regieteam Gedeelde Mobiliteit in de ontwikkeling van de Concessie. Het Regieteam Gedeelde Mobiliteit en Tactisch Ontwikkelteam worden per Concessie uitgevraagd. De Concessieverlener verwacht hiermee de samenwerking tussen de Concessiehouder en andere mobiliteitsaanbieders in het concessiegebied het beste te kunnen stimuleren. De invulling per concessiegebied kan en mag verschillen. Hierdoor bestaat wel de kans dat in de toekomst in elke Concessie een ander platform actief is.

De Concessieverlener denkt na over het stimuleren van verdere integratie tussen de concessiegebieden in de toekomst door overleggen te organiseren waarbij Concessiehouders uit de drie concessiegebieden in Noord-Brabant aansluiten. Het Regieteam Gedeelde Mobiliteit en het Tactisch Ontwikkelteam zijn nadrukkelijk niet bedoeld voor overleg in het kader van het concessiebeheer. Dit overleg vindt plaats tussen de Concessieverlener en de Concessiehouder (zie paragraaf 2.4). Ten slotte beoordeelt de Concessieverlener op twee momenten tijdens de looptijd van de Concessie of gemaakte afspraken met de Concessiehouder (eisen en toezeggingen) nog steeds bijdragen aan (gewijzigde) doelen die de Concessieverlener met

14 / 185

Datum

21 mei 2024

Betreft

Concessie Oost-Brabant 2027-2039

de Concessie nastreeft (zie paragraaf 2.5) en wanneer Majeure ontwikkelingen zich voordoen (zie paragraaf 2.6).

2.2

Ontwikkelrol en rol Mobiliteitsmakelaar

Ontwikkelrol De Concessieverlener kiest ervoor de Concessiehouder een grote rol te geven bij de ontwikkeling van het Openbaar Vervoer in het Concessiegebied. De Concessieverlener verwacht dat op deze wijze de doelen van de Concessie (zie paragraaf 1.4) het beste gerealiseerd kunnen worden. De Concessiehouder heeft immers beter zicht op (i) de behoeften van (potentiële) Reizigers, (ii) de samenhang en het relatieve belang van deze behoeften, en (iii) methoden om deze behoeften op efficiënte wijze in te vullen. De Concessieverlener biedt de Concessiehouder ruimte om het Openbaar Vervoer (door) te ontwikkelen en verwacht van de Concessiehouder dat hij deze ruimte zodanig benut dat dit leidt tot meer en meer tevreden Reizigers. Bij de (door)ontwikkeling van het Openbaar Vervoer werkt de Concessiehouder nauw samen met de Concessieverlener en andere Stakeholders (zie ook paragraaf 2.3) en neemt hij hen mee in de keuzes die hij vanuit zijn ontwikkelrol maakt. Ontwikkelrol 2.2.1

De Concessiehouder is binnen de kaders zoals vastgelegd in de Concessiebeschikking inclusief bijlagen, waaronder het Programma van Eisen en de Financiële bepalingen, verantwoordelijk voor de (door)ontwikkeling van alle aspecten van het Openbaar Vervoer.

2.2.2

Vanuit zijn ontwikkelrol monitort de Concessiehouder continu (nieuwe) trends en eventuele knelpunten en betrekt hij deze bij de (door)ontwikkeling van het Openbaar Vervoer, teneinde het aanbod aan Openbaar Vervoer optimaal af te stemmen op de behoeften van Reizigers en Derden, waaronder Gemeenten en Wegbeheerders.

2.2.3

De Concessiehouder werkt bij de (door)ontwikkeling van het Openbaar Vervoer behorend tot de Concessie intensief samen met de Concessieverlener, Gemeenten (waaronder in geval van concessiegrensoverschrijdende Lijnen ook de betrokken gemeenten in aangrenzende concessiegebieden), het Reizigersoverleg Brabant, concessiehouders van aangrenzende concessies en aanbieders van Andere Mobiliteitsdiensten, waaronder de houders van de Flex-contracten. De Concessiehouder neemt daartoe deel aan het Regieteam Gedeelde Mobiliteit en het Tactisch Ontwikkelteam, en eventuele andere door de Concessieverlener georganiseerde overleggen.

15 / 185

Datum

21 mei 2024

Betreft

Concessie Oost-Brabant 2027-2039

2.2.4

De Concessiehouder stelt een persoon beschikbaar die als aanspreekpunt fungeert voor ontwikkeling van en innovatie in het Openbaar Vervoer behorend tot de Concessie. Deze persoon: a. neemt deel aan het Tactisch Ontwikkelteam en het Regieteam Gedeelde Mobiliteit; b. zet zich proactief in voor de ontwikkeling van het Openbaar Vervoer; c. beschikt over voldoende competenties en tijd om haar/zijn rol adequaat uit te kunnen voeren, en d. beschikt over mandaat om te kunnen beslissen over wijzigingen in het aanbod, waaronder in ieder geval wijzigingen in de Dienstregeling en marketingacties.

Ontwikkelplan De Concessiehouder stelt als onderdeel van zijn Inschrijving en vervolgens nog tweemaal tijdens de looptijd van de Concessie een Ontwikkelplan op. Jaarlijks stelt de Concessiehouder als nadere invulling van het Ontwikkelplan in ieder geval een Exploitatieplan, een Marketingplan, een Tarievenplan en een Sociaal Veiligheidsplan op. Ontwikkelplan 2.2.5

De Concessiehouder stelt als onderdeel van zijn Inschrijving een Ontwikkelplan op voor de periode tot en met december 203011 met een doorkijk tot het einde van de Concessie. Tijdens de looptijd van de Concessie stelt de Concessiehouder nog tweemaal een Ontwikkelplan op ter instemming van de Concessieverlener overeenkomstig de planning en procedure in Bijlage B3 (Plancyclus). De Concessiehouder actualiseert het Ontwikkelplan jaarlijks.

2.2.6

De Concessiehouder beschrijft in zijn Ontwikkelplan: a.

11

De kansen die hij ziet om met de doorontwikkeling van het Openbaar Vervoer bij te dragen aan verdere realisatie van de doelen die de Concessieverlener met de Concessie nastreeft. Deze kansen kunnen onder meer liggen op het vlak van: i. marketing; ii. vervoerkundig aanbod; iii. duurzaamheid; iv. maatschappelijk verantwoord ondernemen, en v. infrastructurele en ruimtelijke ontwikkelingen.

De Concessieverlener onderzoekt nog of een looptijd van vier jaar voor het Ontwikkelplan de meest passende looptijd is.

16 / 185

Datum

21 mei 2024

Betreft

Concessie Oost-Brabant 2027-2039

b.

Een ontwikkelpad, bestaande uit een pakket van samenhangende plannen, dat hij tijdens de geldigheidsduur van het Ontwikkelplan gaat volgen om de kansen die hij ziet te benutten, met daarbij in ieder geval aandacht voor: i. de rol van de Concessie in het systeem van Gedeelde Mobiliteit; ii. strategie ten aanzien van het vergroten van het gebruik van het Openbaar Vervoer, met als onderdelen daarvan een strategie voor de onderwerpen Tarieven en Reisproducten (paragraaf 8.2), Mobiliteit als Dienst (MaaS), distributienetwerk (paragraaf 8.4) en marketing (hoofdstuk 9); iii. vervoerkundige strategie (hoofdstuk 3), en iv. strategie ten aanzien van het informeren van inwoners en bezoekers van het Concessiegebied over zowel het Openbaar Vervoer als over Andere Mobiliteitsdiensten, waaronder het Flex-vervoer (hoofdstuk 7).

c.

De resultaten (output) en de effecten (outcome) die hij met de uitvoering van het Ontwikkelplan verwacht te bereiken inclusief een onderbouwing van de verwachte resultaten en effecten, op welk moment hij deze resultaten en effecten bereikt, hoe deze resultaten en effecten zich verhouden tot de doelen die de Concessieverlener met de Concessie nastreeft en hoe hij de resultaten en effecten gaat monitoren en rapporteren;

d.

Zijn ervaringen met en eventuele verbetervoorstellen voor de samenwerking met de Concessieverlener, het Reizigersoverleg Brabant, Gemeenten, de Regio’s Hart van Brabant en Noordoost-Brabant en de houders van de Flex-contracten (dit punt geldt niet voor het Ontwikkelplan dat deel uitmaakt van de Inschrijving);

e.

Zijn ervaringen met en eventuele verbetervoorstellen voor de samenwerking met en het betrekken van vrijwilligers, zoals OV-ambassadeurs, Buurtbuschauffeurs en nietcommerciële aanbieders van Andere Mobiliteitsdiensten, waaronder de wijze waarop hij indien nodig nieuwe vrijwilligers werft (dit punt geldt niet voor het Ontwikkelplan dat deel uitmaakt van de Inschrijving);

f.

Hoe hij de belangen van (potentiële) Reizigers, de Concessieverlener en Derden combineert met zijn eigen doelstellingen;

g.

(Eventuele verbetervoorstellen voor) de organisatie van zijn ontwikkelrol, rekening houdend met de bestaande ontwikkelstructuur en de samenwerking met aanbieders van Andere Mobiliteitsdiensten, waaronder de houders van de Flex-contracten;

h.

Welke risico’s hij voorziet en hoe hij deze gaat beheersen;

i.

De samenhang tussen de onderdelen genoemd onder sub a tot en met h;

j.

Eventuele nieuwe onderwerpen die zich tijdens de uitvoering van de Concessie aandienen en die naar het oordeel van de Concessiehouder dan wel de Concessieverlener een plek moeten krijgen in het Ontwikkelplan (dit punt geldt niet voor het Ontwikkelplan dat deel uitmaakt van de Inschrijving).

17 / 185

Datum

21 mei 2024

Betreft

Concessie Oost-Brabant 2027-2039

2.2.7

Jaarlijks stelt de Concessiehouder als nadere invulling van het Ontwikkelplan ten minste de volgende plannen op overeenkomstig de planning en procedure in Bijlage B3 (Plancyclus): a. Exploitatieplan (eis 3.8.1) (het eerste Exploitatieplan is onderdeel van de Inschrijving); b. Marketingplan (eis 9.3.1); c. Tarievenplan (eis 8.3.1), en d. Sociale Veiligheidsplan (eis 11.2.1).

2.2.8

De Concessiehouder stelt een evaluatie op waarin hij de ervaringen met en effecten van het in uitvoering zijnde Ontwikkelplan inclusief de onderliggende plannen als bedoeld in eis 2.2.7 overeenkomstig de planning en procedure in Bijlage B3 (Plancyclus).

2.2.9

In het tweede en derde Ontwikkelplan beschrijft de Concessiehouder de wijze waarop hij de ervaringen en effecten uit de evaluatie als bedoeld in eis 2.2.8 meeneemt bij de doorontwikkeling van het Openbaar Vervoer in de aankomende periode.

Ontwikkelbudget De Concessieverlener reserveert jaarlijks een Ontwikkelbudget (zie artikel 9 van de Financiële bepalingen) voor het (door)ontwikkelen van de Concessie. De Concessiehouder kan een beroep doen op het Ontwikkelbudget onder meer voor concrete maatregelen, voor onderzoek, advies of het opstellen van Business Cases, voor de uitvoering van Ontwikkelvoorstellen (zie paragraaf 2.3) en voor het opzetten van pilots die bijdragen aan de doelen van de Concessie (zie paragraaf 1.4). Ontwikkelbudget 2.2.10

De Concessiehouder kan aanvragen indienen bij de Concessieverlener voor besteding van (een deel van) het Ontwikkelbudget (zie artikel 9 van de Financiële bepalingen). De aanvraag bevat ten minste: a. een beschrijving van de maatregel(en) die de Concessiehouder voornemens is te nemen; b. een opgave van de daarvoor benodigde middelen; c. een planning voor de implementatie van de maatregel(en); d. een onderbouwing op welke wijze deze maatregel(en) bijdragen aan de doelen van de Concessieverlener en logisch voortvloeien uit het Ontwikkelplan; e. een overzicht van de verwachte kosten en verwachte Reizigersopbrengsten, en f. de wijze waarop de Concessiehouder de relevante stakeholders (Regieteam, Reizigersoverleg Brabant, gemeente etc.) heeft betrokken bij de voorbereiding van zijn aanvraag en op welke wijze hun inbreng is verwerkt.

2.2.11

De Concessieverlener besluit binnen 6 weken na ontvangst over het al dan niet honoreren van de aanvraag van de Concessiehouder. De Concessieverlener kan deze termijn met 6 weken verlengen.

18 / 185

Datum

21 mei 2024

Betreft

Concessie Oost-Brabant 2027-2039

2.2.12

De Concessieverlener kan de aanvraag geheel of gedeeltelijk weigeren, indien naar het oordeel van de Concessieverlener: a. de aanvraag onvolledig is en de maatregelen onvoldoende zijn beschreven en/of onderbouwd; b. de voorgestelde maatregelen onvoldoende bijdragen aan de doelen van de Concessie zoals genoemd in paragraaf 1.4, en/of c. de aanvraag niet in overeenstemming is met geldende wet- en regelgeving.

2.2.13

De aanvraag wordt geweigerd, indien de aanvraag betrekking heeft op: a. verplichtingen uit de Concessiebeschikking, waaronder het voldoen aan de eisen zoals opgenomen in het Programma van Eisen en de vervoerplicht; b. maatregelen die de Concessieverlener heeft aangeboden in de Inschrijving, en/of c. kosten voor de realisatie van extra Dienstregelinguren als gevolg van een hogere Reizigersopbrengstenprognose zoals bedoeld in artikelen @@ en @@ van de Financiële bepalingen.

Concessiehouder als Mobiliteitsmakelaar De Concessieverlener verwacht van de Concessiehouder dat hij bij de uitvoering van zijn ontwikkelrol oog heeft voor de gehele Ketenreis en zich niet alleen richt op ‘zijn’ Openbaar Vervoer. Waar de Concessieverlener optreedt als regisseur van het systeem van Gedeelde Mobiliteit, heeft de Concessieverlener hierbij de rol van Mobiliteitsmakelaar voor ogen voor de Concessiehouder. Concreet betekent dit dat de Concessieverlener een rol voorziet voor de Concessiehouder bij het faciliteren van Andere Mobiliteitsdiensten, zijnde andere onderdelen van de Ketenreis waar het Openbaar Vervoer onderdeel van is. Het aanbieden van deze Andere Mobiliteitsdiensten zelf maakt geen deel uit van de Concessie, maar de Concessieverlener verwacht wel dat de Concessiehouder een faciliterende rol vervult richting aanbieders van Andere Mobiliteitsdiensten, in het bijzonder de houders van de Flex-contracten. De Concessiehouder wordt geacht het aanbod van aanbieders van Andere Mobiliteitsdiensten te ontsluiten door een eigen Platform te ontwikkelen of zich aan te sluiten bij een landelijk of Europees opererend Platform. Reizigers kunnen op het Platform in ieder geval hun gehele Ketenreis plannen en in elk geval ook ritten van het Flex-vervoer boeken en betalen.

Als randvoorwaarde geldt dat de Concessiehouder een constructieve en proactieve houding inneemt, non-discriminerend handelt als het gaat om het delen van informatie, ook wat betreft Tarieven, het beschikbaar stellen van Vervoerbewijzen en Reisproducten en het boeken en betalen van Andere Mobiliteitsdiensten, en bij dit alles de landelijk vastgestelde MaaS-waardige bestekseisen in acht neemt. Concessiehouder als Mobiliteitsmakelaar 2.2.14

De Concessiehouder vervult in eerste instantie gedurende de Dienstregelingjaren 2027 tot en met 2030 de rol van Mobiliteitsmakelaar. Hiertoe beschikt de Concessiehouder over een eigen Platform of sluit hij zich aan bij een landelijk of Europees opererend Platform.

19 / 185

Datum

21 mei 2024

Betreft

Concessie Oost-Brabant 2027-2039

2.2.15

De Concessiehouder dient, tegelijk met eventuele voorstellen voor de eerste Herijking (zie paragraaf 2.5), een voorstel in bij de Concessieverlener voor de Invulling van de rol van Mobiliteitsmakelaar vanaf het Dienstregelingjaar 2031.

2.2.16

De Concessieverlener besluit als onderdeel van de eerste Herijking ten aanzien van het voorstel van de Concessiehouder voor de Invulling van de rol van Mobiliteitsmakelaar als bedoeld in eis 2.2.15.

2.2.17

De Concessieverlener kan als onderdeel van een Herijking en al dan niet naar aanleiding van het voorstel van de Concessieverlener besluiten de rol van Mobiliteitsmakelaar vanaf Dienstregelingjaar 2031 anders of nader in te vullen.

2.2.18

De Concessiehouder draagt in zijn rol van Mobiliteitsmakelaar in ieder geval zorg voor: a. het bieden van (Gegarandeerde) Aansluitingen tussen Lijnen op Knooppunten, tussen Lijnen en het Flex-vervoer op Flex-overstappunten, tussen Lijnen en treinen, tussen Lijnen en openbaar vervoer van concessiehouders van aangrenzende concessiegebieden en tussen Lijnen en Andere Mobiliteitsdiensten (zie paragraaf 3.1); b. het beperken van de wachttijd en loopafstand bij Aansluitingen (zie paragraaf 3.1); c. de afstemming van het Openbaar Vervoer met het openbaar vervoer van concessiehouders van aangrenzende concessiegebieden; d. het bieden van actuele informatie aan Reizigers, ook op het Platform, over de beschikbaarheid (in de vorm van een reisplanner) en Tarieven, Vervoerbewijzen en Reisproducten van alle vormen van openbaar vervoer en Andere Mobiliteitsdiensten, waaronder het Flex-vervoer (zie hoofdstukken 7 en 8); e. het beschikbaar stellen van informatie over beschikbaarheid, Tarieven en voertuigcapaciteit van het Openbaar Vervoer via de NDOV-loketten, DOVA OV-data en open data aan Derden (zie eis 14.1.6); f. het doorverwijzen van Reizigers, ook op het Platform, naar het reserveringssysteem van door Derden aangeboden Andere Mobiliteitsdiensten, waaronder het bieden van mogelijkheden aan Reizigers om een reis met het Flex-vervoer te boeken en te betalen; g.

het bieden van informatie over actuele vertrektijden van en Aansluitingen op ander openbaar vervoer in het Voertuig (zie paragraaf 7.5); h. het in staat stellen van het Personeel tot het verschaffen van de informatie als bedoeld in sub d (zie eis 10.1.2); i. het introduceren en accepteren van Vervoerbewijzen en Reisproducten van concessiehouders van aangrenzende concessiegebieden (zie eis 8.2.5); j. het introduceren en accepteren van concessiegrensoverschrijdende Vervoerbewijzen en Reisproducten en van Vervoerbewijzen en Reisproducten voor combinaties van Openbaar Vervoer en Andere Mobiliteitsdiensten, waaronder het Flex-vervoer (zie eis 8.2.8); k. het initiëren en uitvoeren van (gezamenlijke) marketingacties gericht op het stimuleren van Ketenreizen (zie eis 9.1.4 en 9.3.1), en l. het doen van voorstellen aan Wegbeheerders voor verbetering van de inrichting, de bereikbaarheid en het comfort van Haltes (zie eis 6.1.3).

2.2.19

De Concessiehouder zet zich proactief in en werkt mee aan de verdere integratie van de boekingsmogelijkheden van het Flex-vervoer op het Platform. De kosten hiervoor komen 20 / 185

Datum

21 mei 2024

Betreft

Concessie Oost-Brabant 2027-2039

voor rekening van de Concessieverlener, met uitzondering van kosten die voortvloeien uit het aangebodene in de Inschrijving. 2.2.20

De Concessiehouder zet zich proactief in en werkt mee aan de ontwikkeling van eventuele Reisproducten voor de gehele Ketenreis, gebruikmakend van de mogelijkheden van het Platform.

2.2.21

De Concessiehouder werkt mee aan de ontwikkeling van eventuele nieuwe Betaalwijzen voor de gehele Ketenreis, zie ook eis 8.2.8.

MaaS-waardige bestekseisen 2.2.22

De Concessiehouder voldoet aan de eisen zoals opgenomen in het document ‘Concessiebijlage MaaS-waardige bestekseisen’.12

2.2.23

De Concessiehouder implementeert wijzigingen van en aanvullingen op de eisen als genoemd in eis 2.2.22 binnen één jaar na publicatie van een gewijzigde of vervangende versie van het document ‘Concessiebijlage MaaS-waardige bestekseisen’.

2.3

Tactisch Ontwikkelteam en Regieteam Gedeelde Mobiliteit

Het samenwerkingsmodel rond het systeem van Gedeelde Mobiliteit, met daarin een centrale rol voor het Tactisch Ontwikkelteam en het Regieteam Gedeelde Mobiliteit, omvat een aantal voorgeschreven proces- en werkafspraken, maar biedt ook ruimte voor eigen invulling door de deelnemers aan de verschillende overlegvormen. Met andere woorden, het samenwerkingsmodel zoals dat in deze paragraaf is beschreven is niet in beton gegoten, maar kan gedurende de looptijd van de Concessie op basis van ervaringen van de deelnemers in ieder geval bij iedere Herijking (zie paragraaf 2.5), of naar behoefte vaker, op basis van consensus aangepast en aangevuld worden zodat flexibel ingespeeld kan worden op veranderende omstandigheden. Tactisch Ontwikkelteam De Concessiehouder is voorzitter en voert het secretariaat van het Tactisch Ontwikkelteam. De Concessiehouder betrekt de overige leden van het Tactisch Ontwikkelteam, te weten de Concessieverlener, het Reizigersoverleg Brabant, de Gemeente Tilburg, de Gemeente ‘sHertogenbosch, de coördinatoren van de Regio’s Hart van Brabant en Noordoost-Brabant en eventueel andere betrokken Gemeenten, onder meer bij de totstandkoming van het Ontwikkelplan en onderliggende plannen en bij de uitwerking van Ontwikkelvoorstellen. Voor besluitvorming over een aantal onderwerpen is instemming van de Concessieverlener vereist.

12

Documenten waarvan de naam in de eisen tussen aanhalingstekens is geplaatst worden, al dan online te raadplegen, beschikbaar gesteld in Bijlage @@ bij de Aanbestedingsleidraad.

21 / 185

Datum

21 mei 2024

Betreft

Concessie Oost-Brabant 2027-2039

Samenwerking in het Tactisch Ontwikkelteam 2.3.1

De Concessiehouder zit het Tactisch Ontwikkelteam voor en organiseert minstens eenmaal per twee maanden een overleg. De Concessiehouder verzorgt het secretariaat van het Tactisch Ontwikkelteam.

2.3.2

De Concessiehouder nodigt de Concessieverlener, het Reizigersoverleg Brabant, de Gemeente Tilburg, de Gemeente ‘s-Hertogenbosch, de coördinatoren van de Regio’s Hart van Brabant en Noordoost-Brabant uit voor overleggen van het Tactisch Ontwikkelteam. Daarnaast nodigt de Concessiehouder naar eigen inzicht andere Gemeenten uit voor overleggen van het Tactisch Ontwikkelteam waarin zaken besproken worden die betrekking hebben op de betreffende Gemeenten.

2.3.3

De Concessiehouder betrekt het Tactisch Ontwikkelteam bij de totstandkoming van het Ontwikkelplan (zie eisen 2.2.5 en 2.2.6) en de onderliggende plannen (zie eis 2.2.7), met uitzondering van het eerste Ontwikkelplan dat onderdeel is van de Inschrijving, overeenkomstig de planning en procedure in Bijlage B3 (Plancyclus).

2.3.4

Voor aanvang van de Concessie stelt de Concessiehouder samen met de andere vaste deelnemers aan het Tactisch Ontwikkelteam (zie eis 2.3.2) een samenwerkingsregeling op waarin zij onder meer vastleggen hoe zij gezamenlijk werken aan een succesvolle ontwikkeling van de Concessie, welke stappen worden doorlopen om tot de in het Tactisch Ontwikkelteam te bespreken Ontwikkelvoorstellen te komen en hoe besluitvorming over deze Ontwikkelvoorstellen plaatsvindt.

2.3.5

De Concessiehouder en de andere vaste deelnemers aan het Tactisch Ontwikkelteam (zie eis 2.3.2) behandelen onder andere de volgende Ontwikkelvoorstellen van de Concessiehouder: a. tussentijdse wijzigingen van de Dienstregeling; b. wijzigingen op verzoek van (een) Gemeente(n); c. Meer-/Minderwerk; d. nieuwe Reisproducten en Productformules; e. Business Cases, en f. besteding van het Ontwikkelbudget als bedoeld in eis 2.2.10.

2.3.6

De Concessiehouder heeft voor de uitvoering van een Ontwikkelvoorstel instemming van de Concessieverlener nodig, ongeacht het bepaalde in de samenwerkingsregeling, gehoord hebbende het advies van het Reizigersoverleg Brabant en na bespreking in het Tactisch Ontwikkelteam, indien dit Ontwikkelvoorstel: a. afwijkt van de Inschrijving en/of het Programma van Eisen, en/of b. financiële consequenties heeft voor de Concessieverlener, waaronder voorstellen voor de besteding van het Ontwikkelbudget zoals bedoeld in eis 2.2.10.

Regieteam Gedeelde Mobiliteit De Concessieverlener is voorzitter van het Regieteam Gedeelde Mobiliteit. Andere vaste deelnemers van het Regieteam Gedeelde Mobiliteit zijn de Concessiehouder, de opdrachtgever en houders van de Flex-contracten, de Regio’s Hart van Brabant en Noordoost Brabant, het Reizigersoverleg Brabant en de gemeenten Tilburg en ‘s-Hertogenbosch. De Concessieverlener stelt, in afstemming met de direct betrokken deelnemers aan het Regieteam Gedeelde Mobiliteit, kaders voor de rol van

22 / 185

Datum

21 mei 2024

Betreft

Concessie Oost-Brabant 2027-2039

de Concessiehouder in het oplossen van geconstateerde mobiliteitsproblemen en knelpunten in het Concessiegebied, waaronder de omzetting van Openbaar Vervoer naar Flex-vervoer en vice versa, het opzetten van pilots van kleinschalige mobiliteit, het aansluiten van deelmobiliteit en communicatie over Gedeelde Mobiliteit. De Concessiehouder zorgt dat het Ontwikkelplan en het Exploitatieplan aansluiten op deze kaders. Samenwerking in het Regieteam Gedeelde Mobiliteit 2.3.7

De Concessiehouder neemt deel aan het Regieteam Gedeelde Mobiliteit, dat ten minste 1 keer per half jaar op initiatief van de Concessieverlener, in haar rol van voorzitter, samenkomt.

2.3.8

Naast de Concessiehouder en de Concessieverlener, nemen de opdrachtgever en houders van de Flex-contracten, de Regio’s Hart van Brabant en Noordoost Brabant, het Reizigersoverleg Brabant en de gemeenten Tilburg en ‘s-Hertogenbosch. Daarnaast kunnen andere organisaties, zoals Samen-initiatieven (waaronder de Buurtbusverenigingen), andere Gemeenten, commerciële organisaties (bijv. aanbieders van deelauto’s), Rijkswaterstaat, NS, ProRail, onderwijsinstellingen, kennisinstituten en adviseurs, worden uitgenodigd voor overleggen van het Regieteam Gedeelde Mobiliteit wanneer de te bespreken onderwerpen daar aanleiding toegeven.

2.3.9

De Concessieverlener stelt, gehoord hebbende het Regieteam Gedeelde Mobiliteit en in afstemming met de direct betrokken deelnemers aan het Regieteam Gedeelde Mobiliteit, kaders voor de rol van de Concessiehouder in het oplossen van geconstateerde mobiliteitsproblemen en knelpunten in het Concessiegebied, waaronder de omzetting van Openbaar Vervoer naar Flex-vervoer en vice versa.

2.3.10

De Concessiehouder levert in ieder geval de volgende voorstellen aan voor bespreking in het Regieteam Gedeelde Mobiliteit, voordat hij deze verwerkt in het Ontwikkelplan en de onderliggende plannen (zie eisen 2.2.5 tot en met 2.2.7): a. het concept van het Ontwikkelplan overeenkomstig de planning en procedure in Bijlage B3 (Plancyclus); b. voorstellen voor de samenwerking tussen de Concessiehouder en de houders van de Flex-contracten; c. voorstellen voor het opheffen of toevoegen van Lijnen en/of het wel/niet bedienen van kernen die gevolgen hebben voor één of meerdere houders van de Flexcontracten; d. voorstellen voor nieuwe Flex-overstappunten; e. wijzigingen van het Ontwikkelplan (mede) op verzoek van (een) Gemeente(n), en f. voorstellen en plannen op het gebied van marketing, communicatie en Tarieven die gerelateerd zijn aan: i. Ketenreizen; ii. de Concessiehouder als Mobiliteitsmakelaar en Mobiliteit als Dienst (MaaS); iii. het Bravo-merk, en iv. contracten voor Andere Mobiliteitsdiensten, waaronder de Flex-contracten.

23 / 185

Datum

21 mei 2024

Betreft

Concessie Oost-Brabant 2027-2039

2.3.11

De Concessieverlener kan, gehoord hebbende het Regieteam Gedeelde Mobiliteit, bindende aanwijzingen geven aan de Concessiehouder wat betreft aanpassing van de voorstellen genoemd in eis 2.3.10, rekening houdend met het Productieniveau. De Concessiehouder volgt een eventuele aanwijzing onvoorwaardelijk op.

2.4

Samenwerking Concessiehouder en Concessieverlener

Naast de overleggen van het Tactisch Ontwikkelteam en het Regieteam Gedeelde Mobiliteit, neemt de Concessiehouder ook deel aan andere overleggen die de Concessieverlener organiseert in het kader van de ontwikkeling en het beheer van de Concessie. Goed en regelmatig overleg tussen de Concessieverlener en de Concessiehouder draagt namelijk bij aan een kwalitatief goede uitvoering van de Concessie binnen de door de Concessieverlener gestelde kaders. De Concessieverlener zet zich daarom in om te komen tot een constructieve samenwerking met de Concessiehouder, gericht op realisatie van de doelen die de Concessieverlener met de Concessie nastreeft (zie paragraaf 1.4) en met oog voor de belangen van Reizigers en andere Stakeholders. De Concessieverlener en de Concessiehouder bespreken aan de hand van het online dashboard van de Concessieverlener en/of de Concessiehouder (zie paragraaf 14.1) en maandrapportages van de Concessiehouder (zie paragraaf 14.3) in het beheeroverleg onder andere de uitvoering van het lopende Exploitatieplan en de ontwikkelingen ten aanzien van de uitvoeringskwaliteit (zie hoofdstuk 5). Ook neemt de Concessiehouder actief deel aan andere overleggen die de Concessieverlener organiseert, zoals overleggen in het kader van Sociale Veiligheid en marketing. Overleggen 2.4.1

De Concessiehouder neemt actief deel aan alle door de Concessieverlener georganiseerde overleggen in het kader van de ontwikkeling en het beheer van de Concessie.

2.4.2

De Concessiehouder neemt deel aan het implementatieoverleg, waarin hij de Concessieverlener ten minste maandelijks aan de hand van voortgangsrapportages informeert over de uitvoering van de plannen uit zijn Inschrijving, waaronder het Implementatieplan. Het eerste implementatieoverleg vindt binnen twee weken plaats na gunning van de Concessie. De Concessiehouder overlegt vanaf de start van de Implementatie ook met Gemeenten en andere Wegbeheerders onder andere over de te realiseren (Laad)Infrastructuur zodat deze op tijd beschikbaar is voor een probleemloze start van de Concessie.

2.4.3

De Concessiehouder neemt deel aan het beheeroverleg, waarin de Concessiehouder de Concessieverlener maandelijks informeert over de uitvoering van de Concessie. Tijdens het beheeroverleg komen in ieder geval de volgende onderwerpen aan de orde: a. de uitvoering van het lopende Exploitatieplan, andere plannen en eventuele verbeterplannen; b. ontwikkelingen in KPI’s ten aanzien van onder meer uitvoeringskwaliteit, gebruik en aanbod, Reizigersopbrengsten en klachten (zie Bijlage B7 (KPI’s)), aan de hand van het online dashboard van de Concessieverlener en/of de

24 / 185

Datum

21 mei 2024

Betreft

Concessie Oost-Brabant 2027-2039

Concessiehouder (zie eisen 14.1.9 tot en met 14.1.15) en maandrapportages van de Concessiehouder (zie eis 14.3.1); c. eventuele bijzonderheden tijdens de uitvoering van de Concessie, en d. afstemming en samenwerking met Stakeholders. Het eerste beheeroverleg vindt binnen één maand na aanvang van de Concessie plaats. De Concessieverlener houdt de mogelijkheid open om de frequentie van het beheeroverleg aan te passen of overleggen over andere onderwerpen te organiseren. 2.4.4

De Concessiehouder neemt actief deel aan het Brabants Concessieoverleg, dat ten minste twee keer per jaar door de Concessieverlener wordt georganiseerd en waaraan naast de Concessiehouder, de Concessieverlener en het Reizigersoverleg Brabant ook de concessiehouders van de concessies West-Brabant en Zuidoost-Brabant deelnemen. In het Brabants Concessieoverleg vindt afstemming plaats over provinciebrede onderwerpen, zoals het Brabants Tarievenhuis.

2.4.5

De Concessiehouder neemt actief deel aan gesprekken in het kader van de Concessieverlenerstevredenheid als bedoeld in artikel @@ van de Financiële bepalingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=ReuselDeMierden&id=aed36195-5a9f-45ad-a544-a9dfbe2e9ee3