CConstaterende datReusel-De Mierden
Koppel je AI →
Document · PDF

Begroting 2026-2029 RdM

Gemeenteraad 4 november 2025, gemeente Reusel-De MierdenBij agendapunt: Eerste termijn behandeling Programmabegroting 2026-202940.946 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Voor deze paragraaf zijn de belangrijkste:  GGD Brabant-Zuidoost  GRSK (Samenwerking Kempengemeenten)  MRE (Metropoolregio Eindhoven)  VRBZO (Veiligheidsregio Brabant Zuidoost)  KempenPlus  ODZOB (Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant)  Stichting Bizob (Bureau inkoop en aanbestedingen zuidoost Brabant)  BeNeGo (Belgisch Nederlands Grensoverleg)  Zorg- en Veiligheidshuis Brabant Zuidoost In de paragraaf verbonden partijen treft u meer gegevens aan over de gemeenschappelijke regelingen. Het betreft deels verplichte samenwerkingen (VRBZO, ODZOB), deels samenwerkingen die weliswaar vrijwillig zijn, maar waar nauwelijks een reëel alternatief voor bestaat (GGD, MRE), maar ook deels volledig vrijwillige samenwerkingsvormen (GRSK, KempenPlus, KBP enz.). Ook al zijn samenwerkingen vrijwillig, kunnen er wel ingrijpende gevolgen kleven aan uittreding uit de betreffende partij. Samenwerking binnen gemeenschappelijke regelingen geeft een risico in de vorm van beheersbaarheid van de eigen organisatie. Door deelname in de verschillende bestuurslagen van gemeenschappelijke regelingen heeft onze gemeente invloed op die organen, maar de gemeente moet zich aansluiten bij besluiten die in gezamenlijkheid genomen worden. Minderheidsstandpunten kunnen, hoe belangrijk deze voor individuele gemeenten ook mogen zijn, in het grote geheel te licht bevonden worden.

Samenwerken is daarmee altijd een stukje inleveren van invloed. Overigens leert de ervaring dat de ‘winst’ van het samen optrekken vooral zit in de toename van professionaliteit en kwaliteit die wordt bereikt en in het borgen van de continuïteit op vitale bedrijfsprocessen. 23

Net als bij gemeenten worden ook door besturen van Gemeenschappelijke Regelingen besluiten genomen inzake wijzigingen in ambitieniveaus op basis van allerlei ontwikkelingen. Daardoor bestaat het risico, dat gemeentelijke bijdragen aan Gemeenschappelijke Regelingen (GR) sterker dan trendmatig gaan stijgen. Er zijn al kostenstijgingen aangekondigd voor komende jaren van bijvoorbeeld GGD, ODZOB en VRBZO. Voor zover die ontwikkelingen meelopen in het begrotingsproces van de betreffende GR zijn deze tijdig in beeld. In die gevallen moeten de financiële gevolgen worden opgenomen in de gemeentebegroting. Er is dan dus geen sprake meer van risico. Daarnaast houden sommige verbonden partijen zelf een vorm van weerstandsvermogen aan. De vier grootste Gemeenschappelijke Regelingen (GGD, VRBZO, MRE en ODZOB) hebben samen afspraken gemaakt over het aan te houden weerstandsvermogen. Een verbonden partij als de GRSK houdt echter zelf helemaal geen weerstandsvermogen aan, maar KempenPlus doet dat wel. En de ene verbonden partij legt in haar stukken een relatie tussen (gekwantificeerde) risico’s en de ander doet dat niet of slechts in beperkte mate. Dit is van belang voor de inschatting van de gemeentelijke risico’s. Immers als een verbonden partij haar risico’s zelf op kan vangen, is er geen risico voor de gemeente.

Heeft een verbonden partij slechts deels of geen weerstandsvermogen, dan ontstaat er een risico voor de gemeente naar rato van haar deelname in die partij (bijvoorbeeld naar rato van inwonertal). Het risicobedrag waarmee de gemeente rekening moet houden, is dus afhankelijk van de mate waarin verbonden partijen zelf weerstandsvermogen aanhouden. Dat is per partij verschillend. Om toch een inschatting te doen van risico’s voor de gemeente, gaan we uit van de jaarbijdrage van onze gemeente aan de diverse verbonden partijen. De meest recente gegevens (begrotingen 2026 van de betreffende partijen), afgerond op € 1.000, wat dat betreft zijn: € 636.000

GGD Brabant-zuidoost

GRSK (Samenwerking Kempengemeenten)

MRE (Metropoolregio Eindhoven)

VRBZO (Veiligheidsregio Brabant Zuidoost)

€ 1.011.000

KempenPlus

€ 4.581.000

ODZOB (Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant)

€ 505.000

Stichting Bizob (Bureau inkoop en aanbestedingen zuidoost Brabant

€ 126.000

BeNeGo (Belgisch Nederlands Grensoverleg)

€ 1.000

Zorg- en Veiligheidshuis Brabant Zuidoost

€ 5.000

TOTAAL

€ 4.101.000 € 228.000

€ 11.194.000

We schatten het algemene risico in op kostenoverschrijdingen tot 10% met een kans op voordoen van 25%, hetgeen het risico bepaalt op 25% x 10% x € 11.194.000 = € 280.000 (afgerond). Informatiebeveiliging en privacy De gemeente verwerkt en beheert voor de uitvoering van haar taken informatie en persoonsgegevens en werkt daarnaast met persoonsgegevens die ook regelmatig worden uitgewisseld met andere partijen. Informatie moet beschikbaar, integer en vertrouwelijk zijn. Daarnaast mogen informatie en persoonsgegevens alleen voor bevoegden inzichtelijk zijn. Cyberdreigingen komen op gemeenten af in een tijd waarin ze voor steeds meer taken verantwoordelijk zijn en dus ook steeds meer data in beheer hebben. Dit maakt gemeenten interessant voor cybercriminelen. Tegelijkertijd is het beveiligen van de systemen een grote kostenpost geworden die niet iedere gemeente even makkelijk kan betalen. De rekening van preventie staat echter niet in verhouding tot de kosten van een incident. Naast de impact van een incident op medewerkers is een getroffen organisatie vaak weken of maanden bezig om de ICT en de bedrijfsprocessen weer aan de praat te krijgen. Verder schaden beveiligings- en privacy-incidenten het vertrouwen van inwoners in de overheid en de reputatie van de gemeente en haar bestuurders. Het aantal cyberaanvallen op Nederlandse gemeenten is de afgelopen jaren steeds toegenomen.

In het Dreigingsbeeld 2025-2026 van de Informatiebeveiligingsdienst (IBD) wordt benoemd dat digitale veiligheid geen luxe is, maar een voorwaarde voor continuïteit en vertrouwen in gemeentelijke dienstverlening. In hetzelfde rapport wordt ransomware als de nummer één dreiging voor gemeenten genoemd. De uitdaging om 24

dergelijke dreigingen het hoofd te bieden, blijven onverminderd groot, het wordt steeds complexer om ze het hoofd te bieden en de impact is steeds ernstiger. Criminelen aarzelen niet om privacygevoelige gegevens van inwoners, bedrijven en medewerkers online te publiceren. Door het nemen van passende beveiligingsmaatregelen proberen we het risico op beveiligingsincidenten te verlagen en beperken we de mogelijke negatieve impact van dergelijke incidenten op privacy en de gemeentelijke informatievoorziening en daarmee ook het risico op imago- en financiële schade. Ook om onderbreking van de dienstverlening in het geval van een cyberaanval zoveel mogelijk te beperken zijn deze maatregelen van belang. Daarvoor is in 2023 een crisisplan vastgesteld wat in 2025 en verder nader wordt uitgewerkt. De hoogte van mogelijke financiële schade is op voorhand echter moeilijk in te schatten en kan, afhankelijk van de omvang, het soort en het tijdsverloop van een incident, zeer divers zijn. Om die reden nemen we voor dit risico in 2026 geen concreet bedrag aan weerstandsvermogen op. Naast financiële schade is er namelijk ook imagoschade en politieke schade op het moment dat de beschikbaarheid, integriteit en vertrouwelijkheid van informatie(systemen) worden beschadigd. Het afgelopen jaar zijn er binnen onze gemeente verschillende beveiligingsmaatregelen uitgevoerd.

Omdat menselijk handelen een van de grootste risico’s blijft, zijn naast technische en organisatorische beveiligingsmaatregelen verschillende acties opgepakt om ook de bewustwording op het gebied van informatiebeveiliging en privacybescherming te vergroten. Ook het laagdrempelig melden en bespreken van incidenten en datalekken wordt gestimuleerd. Dit onderwerp heeft voortdurend de aandacht binnen onze organisatie, door uitleg en training, nieuwsbrieven, berichten op intranet en het elkaar aanspreken op onveilig gedrag. Medewerkers worden doorlopend getraind in het herkennen van beveiligingsincidenten, het signaleren ervan en het zorgen voor een juiste afhandeling. Deelname aan deze training is verplicht en wordt gemonitord en opgevolgd. Op deze manier proberen we enerzijds beveiligingsincidenten te voorkomen en anderzijds de schade van incidenten te beperken. Gegarandeerde geldleningen De gemeente staat garant voor de betaling van rente en aflossing over een aantal door derden aangegane geldleningen. Daarbij is een onderscheid te maken tussen garantstellingen aan woningcorporaties op basis van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) en overige garantstellingen.

Voor geldleningen onder het regime van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw geldt dat bij problemen eerst het WSW aangesproken wordt en pas als deze niet meer aan haar verplichtingen kan voldoen, staan Rijk en gemeenten ieder voor 50% garant. Het totaalbedrag waarvoor onze gemeente onder het regime van het WSW een afgeleide garantstelling heeft afgegeven bedroeg per 31 december 2023 € 31,8 miljoen. De totale marktwaarde van de onroerende zaken waarop de garantie betrekking heeft, bedroeg in 2023 € 128,3 miljoen. Wij hebben geen signalen, die zouden kunnen duiden op een concreet risico dat wij binnen afzienbare termijn aangesproken worden op onze waarborgverplichtingen. In het kader van het WSW is de verhouding tussen afgegeven garanties in relatie tot de waarde van het daar tegenover staande woningbezit nog dermate gunstig, dat de risico’s in de praktijk erg klein zijn. Daarom is het niet nodig hiermee in de berekening van de weerstandscapaciteit rekening mee te houden. Er is geen sprake meer van overige garantstellingen. De gemeente is terughoudend in het afgeven van garanties. Sociaal domein Binnen het sociaal domein is vrijwel altijd sprake van open-eind regelingen. De kosten voor de gemeente hangen enerzijds af van de prijs zorgproducten en anderzijds van de vraag naar die producten.

Getracht wordt om de ontwikkelingen in de vraagzijde zo goed mogelijk in te schatten en op basis daarvan zo realistisch mogelijk te ramen. Maar sommige zorgtrajecten zijn erg duur, soms wel € 100.000 per persoon per jaar. Als een relatief kleine gemeente dan geconfronteerd wordt met een afwijkend vraagpatroon, is de impact op de ramingen meteen aanzienlijk. Heel actueel is tegenwoordig de indexering van de kostprijs, welke door loon- en prijsontwikkelingen veel hoger is dan we gewend zijn. Ook hiervoor maken we gebruik van de reguliere methodieken om dit soort indexeringen in te schatten. Het is echter niet uit te sluiten dat kosten zich toch in korte tijd anders ontwikkelen dan was ingeschat (bijvoorbeeld als gevolg van CAO-afspraken). Gemeenten hebben de plicht om realistische tarieven te betalen voor afgenomen zorg. Het kan dan ook voorkomen dat zorgaanbieders een beroep doen op aanvullende indexering van tarieven omdat zij anders hun financiën niet meer rond krijgen en daardoor de noodzakelijke zorg niet meer kunnen verlenen. Zeker bij zeer specialistische zorg is er dan al snel een probleem, waarvan de zorgvrager de dupe wordt als gemeenten niet bijspringen. In 25

hoeverre de reguliere en extra indexeringen gecompenseerd worden door hogere uitkeringen van het Rijk is op voorhand niet te zeggen. Er is dus sprake van een risico op kostenoverschrijdingen. Wij ramen 50% kans op € 500.000 aan extra kosten, hetgeen neerkomt op € 250.000. Claims intensieve dierhouderij Rondom de intensieve dierhouderij spelen ontwikkelingen, welke doorwerken in regelgeving vanuit de landelijke en provinciale overheid, maar ook in gemeentelijk beleid, zoals omgevingsvisie, bestemmingsplannen en dergelijke. Al deze ontwikkelingen kunnen wellicht beperkingen inhouden voor de ontwikkeling van een aantal bedrijven in die sector. Het is op dit moment geenszins in te schatten wat de slagingskans voor planschade-claims zal zijn. Desalniettemin moeten we rekening houden met de kosten van afhandeling van eventuele claims en bestaat altijd het risico dat claims toegewezen worden. We maken een inschatting van twee casussen per jaar. Op basis van min of meer vergelijkbare toegekende schadevergoedingen kan een gemiddelde schade van circa € 50.000 per casus berekend worden, waarvoor ook € 20.000 afhandelingskosten worden ingeschat. Wij houden daarom rekening met een risico van in totaal € 120.000. Voorzieningen De voorzieningen worden bij de opstelling van de jaarrekening herrekend op basis van de dan bekende, meest recente informatie.

Dat zijn echter altijd momentopnamen, zodat er altijd een risico bestaat dat voorzieningen onvoldoende hoog zijn. De onzekerheid over het al dan niet toereikend zijn van voorzieningen kan toe- of afnemen door tijdsverloop of door de aard van de voorziening. De voorzieningen voor wegen en gebouwen en riolering worden eens in de 4 à 5 jaar geactualiseerd. Voor wegen en riolering is dat recent gebeurd. De actualisering van de onderhoudsvoorziening gebouwen heeft in 2019 plaatsgevonden. Voorzieningen voor wachtgeld- en Appa-verplichtingen worden jaarlijks geactualiseerd voorafgaand aan de samenstelling van de jaarrekening. De voorziening wachtgelden is gebaseerd op inschattingen ten aanzien van met name de duur van de wachtgeldverplichting. Die duur is meestal redelijk nauwkeurig te bepalen, maar kan onzeker worden als zich zaken voordoen als arbeidsongeschiktheid tijdens de wachtgeldperiode. Daardoor kan de wachtgeldverplichting langer doorlopen, terwijl de tijd dan moeilijk in te schatten is. De gemeente Reusel-De Mierden heeft één doorlopende wachtgeldverplichting vanwege arbeidsongeschiktheid. Deze loopt af in de loop van 2025. Omdat alle voorzieningen op basis van de meest recente gegevens zijn berekend, achten wij het niet nodig om hiervoor een aanvullend risicokapitaal aan te houden.

Krapte arbeidsmarkt De krapte op de arbeidsmarkt laat zich in toenemende mate voelen, ook in onze organisatie. Mensen maken in deze tijden eerder een overstap naar een nieuwe functie, zodat er meer vacatures ontstaan. Afgelopen jaren hebben we een aanzienlijk personeelsverloop gekend. Dat betekent niet alleen een kennislek, lokale kennis moet opnieuw worden opgebouwd. Maar niet ingevulde vacatures vormen ook een bedreiging voor de voortgang van het werk. Daarom moet er meer ingehuurd worden en dat kost geld. Het is de verwachting dat er voorlopig geen verbetering in de arbeidsmarktsituatie op zal treden. Daarom achten wij het wijs om in de bepaling van het weerstandsvermogen rekening te houden met extra lasten ter grootte van 10% van de totale salarissom, derhalve afgerond € 950.000. 3.3.4.

Resumé risicobedragen

Samenvatting beschreven risico

Benodigde weerstand

Grondexploitaties Intergemeentelijke samenwerking Sociaal domein Claims intensieve veehouderij Krapte arbeidsmarkt Totaal

1.126.000 280.000 250.000 120.000 950.000 2.726.000

(Bedragen in €)

Het geblokkeerde deel van de algemene reserve dient op basis van het in juli 2020 door uw raad vastgestelde beleid bepaald te worden op 1,8 maal de gekwantificeerde risico’s, dus op 1,8 x € 2.726.000 = € 4.910.000 (afgerond).

26

3.3.5.

Kengetallen

Op basis van artikel 11 van het Bbv moet de begroting en ook de jaarrekening in de risicoparagraaf een tabel met een aantal kengetallen bevatten. De volgende cijfers kunnen gegeven worden:

Kengetallen

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2026

2027

2028

2029

Solvabiliteit

39,2%

35,4%

33,8%

30,3%

Netto schuldquote

66,9%

79,8%

89,6%

109,5%

Netto schuldquote, gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

67,0%

79,9%

89,6%

109,5%

Grondexploitatie

6,8%

6,5%

7,1%

6,9%

Structurele exploitatieruimte

-2,2%

0,0%

0,1%

1,6%

Belastingcapaciteit

87,9%

87,9%

87,9%

87,9%

Als we de kengetallen bezien, dan zien we ten opzichte van de begroting 2025 een verslechtering van de ratio’s voor solvabiliteit en schuldquotes, hetgeen goed verklaarbaar is vanwege dalende reserveposities (als gevolg van onder meer negatieve begrotingssaldi) en een naar verwachting oplopende schuldpositie (vanwege een hoog investeringsniveau). Desondanks laten deze kengetallen nog acceptabele waarden zien. De netto schuldquote en de netto schuldquote, gecorrigeerd voor verstrekte leningen, weerspiegelen het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten op de exploitatie. Omdat onze gemeente nauwelijks gelden heeft uitgeleend, zijn de beide percentages nagenoeg gelijk. In beginsel is een zo laag mogelijke quote het meest gunstig. De solvabiliteit geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is haar financiële verplichtingen te voldoen. Een hoge schuld hoeft bijvoorbeeld geen probleem te zijn als er ook sprake is van veel eigen vermogen. De solvabiliteitsratio drukt het eigen vermogen uit als percentage van het totale vermogen. Hoe hoger deze quote, hoe beter de gemeente er voorstaat. Door de geplande investeringen in de tabel Nieuw Beleid, die gefinancierd zullen moeten worden door leningen, stijgt de verwachte schuldenlast en daalt de solvabiliteit in komende jaren.

Zolang deze echter boven de 20% blijft is de gemeente voldoende financieel gezond. Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond in exploitatie) is ten opzichte van de totale geraamde baten. Aan deze quote is eigenlijk geen kwalificatie goed of slecht te hangen. Wel is een hoge quote een teken van grotere voorraad nog uit te geven grond, waardoor het risico op dat gebied groter is. Een lagere quote voor grondexploitatie betekent dus in het algemeen dat de gemeente minder risico’s loopt op dat gebied. De structurele exploitatieruimte geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken (begrotingsoverschot). Uiteraard is hier een hogere quote altijd gunstiger. Het kengetal belastingcapaciteit geeft inzicht in de gemeentelijke woonlasten (OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing) ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Hierbij zijn de woonlasten voor een meerpersoonshuishouden met eigen woning leidend. De kwalificatie van deze quote is afhankelijk van politieke keuzes c.q. voorkeuren. Het hoeft geen doel te zijn om een lager belastingniveau te hebben dan het landelijk gemiddelde. Een score van 100% zou betekenen dat de gemeente precies op het landelijk gemiddelde zit.

De ratio voor belastingdruk is niet alleen afhankelijk van eigen beleid, maar ook van het landelijke gemiddelde. Een grotere landelijke stijging leidt tot een lager percentage voor onze gemeente.

27

3.4 Financiering 3.4.1.

Algemeen

De gemeente Reusel-De Mierden maakt gebruik van zogenaamde totaalfinanciering (geen projectfinanciering). Dat betekent dat zowel de lopende uitgaven als de investeringen worden gedekt door de lopende inkomsten en eigen (financierings)middelen (liquide middelen, reserves e.d.) en opgenomen kort- en langlopende geldleningen. De zorg voor het permanent aanwezig zijn van voldoende financiële middelen behoort tot de treasuryfunctie. De treasuryfunctie van de gemeente dient tot: het tijdig aantrekken van voldoende middelen om de programma’s binnen de door de raad vastgestelde kaders van de begroting uit te kunnen voeren (beschikbaarheid); het beheersen van de risico’s verbonden aan de treasuryfunctie (risicominimalisatie); het zoveel mogelijk beperken van de rentekosten van de leningen en het bereiken van voldoende rendement op overtollige middelen (rente-optimalisatie); het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities (kostenminimalisatie). De gemeentelijke liquiditeiten worden beïnvloed door de uitgaven- en de inkomstenstromen. Bij de uitgavenstromen is er naast de redelijk constante stroom van min of meer dagelijkse uitgaven, sprake van beïnvloeding door grote projecten, welke voor tijdelijke pieken in de uitgaven zorgen.

Bij de inkomstenstromen zorgen de uitkeringen van het Rijk en de belastinginkomsten voor de redelijk constante stroom van inkomsten. Echter ook de inkomsten uit bijvoorbeeld bouwgrondverkopen hebben een grote invloed op de liquiditeitspositie. De situatie op de financiële markten heeft een aantal jaren achtereen geleid tot een ongekend lage rente op aan te trekken financieringsmiddelen. Dat geldt voor zowel de langlopende geldleningen (looptijd > 1 jaar) als voor kort geld (looptijd < 1 jaar). Inmiddels is de situatie op de geld- en kapitaalmarkt meer genormaliseerd, zijn negatieve rentepercentages verleden tijd en vertonen rentetarieven een stijgende trend. Met behulp van prognoses van onze geldstromen proberen we continu onze behoefte aan geld of kapitaal zo slim mogelijk af te dekken. 3.4.2.

Treasury en renteontwikkeling

Voor de te hanteren rentepercentages gelden op basis van het Bbv regels die er eenvoudig gezegd op neer komen dat de rente die de gemeente hanteert meer geënt moet zijn op de werkelijke rente. Het Bbv maakt daarbij onderscheid tussen de rente die aan de grondexploitatie mag (moet) worden toegerekend en de rente die aan producten wordt toegerekend (middels de kapitaallasten). Op basis van de BBV Notitie grondbeleid 2023 is met ingang van 2025 de rente voor grondexploitaties gelijk aan de gemiddelde rente. Voor de berekening van de te hanteren rentepercentages heeft het Bbv een standaard model ontwikkeld, dat gebruik maakt van gegevens uit de geprognosticeerde balans. Daaruit volgen de volgende cijfers:

28

RENTESCHEMA 2026 1 Externe rentelasten over de korte en lange financiering (te betalen rente)

443.000

2 Externe rentebaten over de korte en lange financiering

10.000

3 SALDO rentelasten en rentebaten

433.000

4 Doorbelaste rente naar grondexplotatie

81.489

5 Doobelaste rente aan projectfinanciering naar taakvelden

0

6 Rentebaat van doorverstrekte leningen in het kader van projectfinanciering naar taakvelden 7 AAN TAAKVELDEN TOE TE REKENEN RENTE

0 351.511

8 Rente over eigen vermogen

0

9 Rente over voorzieningen

0

10 TOTAAL AAN TAAKVELDEN TOE TE REKENEN RENTE

351.511

11 De aan taakvelden toegerekende rente

267.825

12 RENTERESULTAAT op taak veld treasury

83.686

13 Aan taakvelden toe re rekenen externe rente (= 10) 14 Vast activa boekwaarde 1-1-2025 15 GEMIDDELDE RENTE

351.511 74.730.748 0,47%

OMSLAGRENTE (= gemiddelde rente, afgerond op 0,5%)

0,5%

RENTE GRONDEXPLOITATIES (=omslagrente)

0,5%

Omslagrente Om de rente die wordt gebruikt bij de berekening van kapitaallasten enigszins stabiel te houden, wordt gewerkt met een omslagrente. Die wordt berekend door de geraamde netto te betalen rente in 2026 te delen door de (geraamde) boekwaarde van de investeringen per 1 januari. De uitkomst daarvan wordt volgens de Financiële Verordening afgerond op een veelvoud van 0,5%. De berekende omslagrente voor de begroting (zie renteschema) is 0,5%. Renteresultaat Met de eerder in deze paragraaf vermelde gegevens wordt ook het renteresultaat berekend, dat als baat in de begroting is opgenomen. Het voordelige renteresultaat in 2026 bedraagt afgerond € 84.000. 3.4.3.

Leningenportefeuille

Onze gemeente heeft per 1 januari 2026 naar verwachting voor een bedrag van afgerond € 14,7 miljoen aan opgenomen langlopende geldleningen. Afhankelijk van wanneer we inkomsten ontvangen uit met name grondverkopen zou de leningenportefeuille kunnen afnemen. Een toename is echter meer voor de hand liggend vanwege de grote investeringen die de komende jaren op stapel staan. 3.4.4.

Kasgeldlimiet

Onder kasgeldlimiet wordt verstaan het maximale bedrag dat de gemeente met kortlopend geld mag financieren. Dit kan bijvoorbeeld door ‘rood’ staan bij de bank of door het aantrekken van kasgeld. Wettelijk is vastgesteld dat de kasgeldlimiet 8,5% van de jaarbegroting (exclusief btw) is. De gemeente is verplicht om per kwartaal de kasgeldlimiet te toetsen en de provincie te informeren als deze meer dan twee achtereenvolgende kwartalen wordt overschreden. Berekening kasgeldlimiet op basis van de begroting 2026: Omvang begroting € 44.785.000 Toegestane limiet 8,50% Ruimte kasgeldlimiet € 3.806.725 29

3.4.5.

Renterisiconorm

De renterisiconorm op basis van de Wet FIDO (Financiering Decentrale Overheden) heeft als doel om het renterisico bij herfinanciering te beheersen. De renterisiconorm houdt in dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. Er mag dus maximaal 1/5e deel van de langlopende schulden aan rentegevoeligheid onderhevig zijn. In onderstaand overzicht is deze norm voor de komende begrotingsjaren afgezet tegen de ingeschatte aflossingen.

Renterisiconorm

2026

2027

2028

2029

0

0

0

0

Bedragen x € 1.000

1

Renteherzieningen

2

Aflossingen

3.425

2.150

2.100

2.100

3

Renterisico (1+2)

3.425

2.150

2.100

2.100

4a

Begrotingstotaal van betreffend jaar

44.770

44.502

43.674

44.895

4b

Percentage regeling

0

0

0

0

4

Renterisiconorm (20% van het begrotingstotaal)

8.954

8.900

8.735

8.979

5a

Ruimte onder de renterisiconorm (4 > 3)

5.529

6.750

6.635

6.879

5b

Ruimte boven de renterisiconorm (3 > 4)

0

0

0

0

Zichtbaar is dat we alle jaren onder de renterisiconorm blijven. Overigens trachten wij renterisico’s zoveel mogelijk te beperken door nieuwe leningen zoveel mogelijk in looptijd te spreiden. Zodoende voorkomen we dat veel leningen op hetzelfde moment moeten worden geherfinancierd, waarbij we dan afhankelijk zijn van de rentestand op dat moment. 3.4.6. EMU-saldo Het Economische en Monetaire Unie (EMU)-saldo is het vorderingensaldo van de totale overheid (Rijk, decentrale overheden en premie gefinancierde sectoren als zorg en sociale zekerheid). Het EMU-tekort mag maximaal 3% van het Bruto Binnenlands Product (BBP) bedragen. Hiermee wil men voorkomen dat de overheidsfinanciën van EMU-landen ontsporen. Zolang de uitkomst van onderstaand overzicht positief is, levert de gemeente geen bijdrage aan een (te) hoog Europees begrotingstekort, want dan zijn de uitgaven in EMUopzicht lager dan de inkomsten. Er is geen directe sanctie op overschrijding van het EMU-saldo door een individuele gemeente. Op basis van de Wet Hof (Wet Houdbare overheidsfinanciën) komt een sanctie pas in beeld als sprake is van structurele overschrijding van de norm én na uitgebreid overleg. Zoals in onderstaand overzicht ook goed zichtbaar is, spelen de (geraamde) opbrengsten van grondverkopen in de grondexploitaties en het investeringsniveau een grote rol in de bepaling van het EMU-saldo.

De individuele referentiewaarde van het EMU-saldo voor Reusel-De Mierden is in de septembercirculaire 2024 bepaald op 2.138. Landelijk wordt nagedacht over een andere normering voor het EMU-saldo van gemeenten. Gebleken is dat gemeenten niet of nauwelijks kunnen sturen op het EMU-saldo in relatie tot een individuele referentiewaarde. Deze individuele referentiewaarde betreft overigens geen norm, maar een indicatie van het aandeel dat de gemeente heeft in de gezamenlijke (landelijke) norm. In de referentiewaarden van individuele overheden is naast het eigen aandeel ook het aandeel van openbare lichamen (verbonden partijen) opgenomen. Pas als nationaal blijkt dat de gemeenten en hun verbonden partijen gezamenlijk het plafond van het EMUtekort gaan overschrijden, kan van gemeenten worden gevraagd het individuele EMU-tekort van de lopende begroting te verminderen.

30

EMU-saldo Omschrijving

2024

2026

2027

2028

2029

x € 1000,-

x € 1000,-

x € 1.000

x € 1.000

x € 1.000

Jaarrek ening

Volgens meerjarenraming in begroting 2026-2029

Volgens meerjarenraming in begroting 2026-2029

Volgens meerjarenraming in begroting 2026-2029

Volgens meerjarenraming in begroting 2026-2029

1.

Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c)

2.776

-856

90

-154

237

2.

Mutatie (im)materiële vaste activa

7.161

8.175

4.476

2.775

10.275

3.

Mutatie voorzieningen

1.794

-387

-115

-67

-71

4.

Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie)

-1.346

1.426

-65

200

0

5.

Verwachte boekwinst/verlies bij de verkoop van financiële vaste activa en (im)materiële vaste activa, alsmede de afwaardering van financiële vaste activa

0

0

0

0

0

-1.245

-10.844

-4.436

-3.196

-10.108

Berekend EMU-saldo (=1-2+3-4-5)

31

3.5 Verbonden Partijen 3.5.1.

Algemeen

Een verbonden partij is een instelling, buiten de eigen organisatie, waarin de gemeente een bestuurlijk en financieel belang heeft (Bbv, art. 1b). Met een zetel in het bestuur van een instelling of met stemrecht heeft de gemeente een ‘bestuurlijk belang’. Onder een ‘financieel belang’ wordt verstaan het ter beschikking stellen van middelen die de gemeente kwijtraakt bij faillissement van de verbonden partij of die bij financiële problemen van de verbonden partij op de gemeente verhaald kunnen worden. We kunnen een verbonden partij zien als één van de drie vormen waarmee gemeenten hun taken (laten) uitvoeren: door een eigen dienst, een commerciële partij of door een verbonden partij. Er kan een aantal redenen zijn, waarom een gemeente samenwerkt met een verbonden partij. Bijvoorbeeld vanwege de mogelijkheden van spreiding van risico’s over de verschillende deelnemers of om een efficiëntere uitoefening van een wettelijke taak te realiseren. De gemeente blijft verantwoordelijk voor het realiseren van de beoogde doelstellingen in de programma’s. De raad dient hiervoor kaders te stellen en de verbonden partijen te controleren op de realisatie van de doelstellingen. Naast bovengenoemde taken is deze paragraaf belangrijk voor de raad vanwege de kosten en de financiële risico’s die de gemeente kan lopen met verbonden partijen.

De wijze waarop de raad in voldoende mate invloed kan hebben op verbonden partijen is onderwerp van voortdurende aandacht. Mogelijke verbeteracties vinden mede plaats op basis van rekenkameronderzoek en landelijke ontwikkelingen. 3.5.2.

Onderscheid gemeenschappelijke regelingen, stichtingen en privaatrechtelijke verbondenheden

Op een aantal gebieden is binnen de gemeente sprake van verbonden partijen. Het belangrijkste onderscheid dat daarbij gemaakt kan worden, is dat in gemeenschappelijke regelingen, stichtingen en andere privaatrechtelijke verbondenheden. Bij gemeenschappelijke regelingen betaalt onze gemeente jaarlijks een bedrag voor exploitatiekosten van die gemeenschappelijke regeling naar rato van deelname in de regeling. Evenals bij stichtingen is bij de oprichting bijgedragen in de oprichtingskosten. Naar rato van de bijdragen loopt onze gemeente risico in een eventueel liquidatiesaldo van een gemeenschappelijke regeling/stichting. Verder lopen wij het risico dat een andere partij, die deelneemt in een gemeenschappelijke regeling/stichting, uittreedt. Op dat moment zal die partij uittreedkosten moeten betalen, die meestal bestaan uit kosten in de vorm van wachtgelden aan personeel. Voor de achterblijvende deelnemende partijen zal de bijdrage in de exploitatiekosten dan veelal stijgen, doordat algemene kosten, bijvoorbeeld overheadkosten, over minder deelnemers omgeslagen kunnen worden. Ook kan het draagvlak van een gemeenschappelijke regeling/stichting verminderen bij uittreding van een partner. Een volgend risico is er voor ons wanneer wij zelf uit een gemeenschappelijke regeling stappen. Op dat moment zijn wij ook verplicht tot het betalen van de eerder genoemde kosten.

Via de afvaardiging van leden in besturen van gemeenschappelijke regelingen kunnen risico’s beïnvloed worden. De stem van de gemeente is meestal naar rato van de verhouding ten opzichte van het totaal aantal bestuursleden. Naast gemeenschappelijke regelingen/stichtingen heeft onze gemeente ook belangen in partijen op privaatrechtelijke grondslag. Het financiële risico van dit soort belangen is beperkt tot de waarde van de effecten c.q. de geaccepteerde verantwoordelijkheid. 3.5.3.

Overzicht verbonden partijen

Hieronder volgt een overzicht van de verbonden partijen van onze gemeente. Naast het openbaar belang worden ook de relevante ontwikkelingen toegelicht.

32

Naam:

GGD Brabant-Zuidoost

Vestigingsplaats:

Eindhoven

Relatie programma:

Programma 6: Sociaal Domein

Bestuurlijk belang:

De gemeente is vertegenwoordigd in het algemeen bestuur.

Openbaar belang:

Belangenbehartiging op het gebied van gezondheidszorg.

Financieel belang:

Gemeentelijke bijdrage 2026:

€ 636.248

Eigen vermogen (1-1-2024 / 31-12-2024):*

€ 6.957.000

7.746.000

Vreemd vermogen (1-1-2024 / 31-12-2024):*

€ 35.036.00

€ 29.551.000

*Jaarrekening 2024 Ontwikkelingen:

De ontwikkelingen waarmee de GGD te maken heeft zijn beschreven in de kadernota en het meerjarenbeleidsplan van de GGD. De belangrijkste ontwikkelingen zijn:            

   

Risico’s:

De gevolgen van Covid-19 voor de volksgezondheid en versterking pandemische paraatheid. Verkleinen van gezondheidsverschillen. Bevorderen van een gezonde leefstijl in een gezonde leefomgeving. Bevorderen van een mentaal gezonde samenleving. Bevorderen van de seksuele gezondheid. Naar een sluitende aanpak in de openbare geestelijke gezondheidszorg (OGGZ). Versterken van ambulancezorg als onderdeel van de acute zorgketen, waaronder het beter spreiden van ambulanceposten. Vernieuwing van de Jeugdgezondheidszorg. Het eerder in gang gezette programma Nu Niet Zwanger krijgt de komende jaren zijn vervolg. Versterking algemene Infectieziektebestrijding en Pandemische Paraatheid. Er wordt landelijk onderzocht of de uitvoering van het rijksvaccinatieprogramma (RVP) voor volwassenen bij de GGD'en kan worden ondergebracht. Ondersteunen van gemeenten bij het uitwerken en implementeren van het Gezond en Actief Leven Akkoord en Integraal Zorg Akkoord, waarbij meer moet worden ingezet op preventie zodat de gezondheidszorg in de toekomst haalbaar en toegankelijk te houden. Het op orde brengen van informatieveiligheid, de informatiehuishouding en risicomanagement. Toenemende samenwerking met GGD Hart van Brabant bij forensische geneeskunde. Extra inspanningen nodig door de groeiende groep nieuwkomers/immigranten mede door de gevolgen van de schaalsprong in Brabant-Zuidoost.

De omgevingswet betekent een taakuitbreiding (ondersteunende rol) van de GGD. Toenemende arbeidsmarktkrapte bij specifieke functies betekent dat vaker tijdelijk een andere invulling van de taakuitvoering moet worden georganiseerd (bv duurder personeel van derden / ZZP inhuren) om de noodzakelijke dienstverlening op peil te houden. Het risico dat er zich beveiligingsproblemen voordoen. Hierbij te denken aan risico's van stroomuitval, cybercrime en andere situaties waarin systemen uitvallen en/of gegevens (tijdelijk) niet beschikbaar zijn of dat er schade ontstaat vanwege misbruik. Vanwege toegenomen (inzicht in de) externe dreiging en ervaringen (o.a. datalek covid), de geconstateerde achterstand in informatiebeveiliging in combinatie met de grote hoeveelheid persoonsgegevens die de GGD zowel bij PG (Publieke Gezondheidszorg) als AZ (Ambulancezorg) beheert, wordt de omvang van dit risico hoger ingeschat. . De Corona-, M-Pox en Oekraïne-crises maken duidelijk dat rampen en pandemieën een enorme impact op de werkzaamheden van de GGD kunnen hebben. Veelal zal het Rijk de kosten daarvan echter vergoeden, zoals ze nu ook voor de genoemde crises heeft toegezegd; de daarvoor toegekende vergoedingsregeling vanuit VWS geeft op dit moment vertrouwen dat alle extra kosten vergoed worden.

Er bestaat echter wel het risico op meer werk en kosten op de langere termijn als gevolg van een verslechterde algemene gezondheidssituatie van de burgers in onze regio.

33

Naam:

Gemeenschappelijke Regeling Samenwerking Kempengemeenten (GRSK)

Vestigingsplaats:

Reusel

Relatie programma:

Programma 0: Bestuur en ondersteuning / diversen voor programmakosten.

Bestuurlijk belang:

De gemeente is vertegenwoordigd in het algemeen en dagelijks bestuur.

Openbaar belang:

Het, met behoud van de huidige bestuurlijke schaal, vergroten van de bestuurskracht door bundeling van ambtelijke expertise op strategisch, tactisch en operationeel niveau, met als resultaat verhoogde kwaliteit, continuïteit en efficiëntie.

Financieel belang:

Gemeentelijke bijdrage 2026:

€ 4.101.103

Eigen vermogen (1-1-2024 / 31-12-2024):*

€ 19.814

-/- € 382.271

Vreemd vermogen (1-1-2024 / 31-12-2024):*

€ 9.624

€ 290.025 -/- € 606.000

Resultaat 2024*) *) Jaarrekening GRSK 2024

Ontwikkelingen:

Risico’s:

Wijziging regelingen (informatiebeveiliging, Wet open overheid, Hervormingsagenda Jeugd enz.  Functiewaarderingssysteem HR21  Inkoop- en aanbestedingsbeleid Gemeente Oirschot heeft in een voorlopig besluit aangegeven dat het de uitvoering van front-office taken Wmo, uitgevoerd door MD te willen beëindigen. Mogelijke frictiekosten veroorzaakt door de beëindiging zullen bij gemeente Oirschot in rekening worden gebracht.

Naam:

Metropoolregio Eindhoven (MRE)

Vestigingsplaats:

Eindhoven

Relatie programma:

Programma 0: Bestuur en ondersteuning Programma 3: Economie Programma 5: Sport, cultuur en recreatie (RhcE)

Bestuurlijk belang:

De gemeente is vertegenwoordigd in het algemeen bestuur.

Openbaar belang:

Samenwerken op regionale taken op het terrein van:  Economie  Transitie landelijk gebied  Energietransitie  Mobiliteit Daarnaast is het Regionaal historisch centrum Eindhoven (RhcE) een samenwerkingsitem en overkoepelend is er samenwerking op het gebied van bestuurlijke samenwerking, organisatie, regionale strategie, overhead en landgoed Gulbergen.

Financieel belang:

Gemeentelijke bijdrage 2026 (incl. brainport en stimuleringsfonds)

€ 164.791 € 63.327

Gemeentelijke bijdrage 2026 RhcE Eigen vermogen (1-1-2026 / 31-12-2026):*

€ 20.246.792

€19.859.230

Vreemd vermogen (1-1-2026 / 31-12-2026):*

€ 21.938.009

€20.848.420

*Geprognosticeerde balans Ontwikkelingen:

Realisatie en uitvoering regionale ruimtelijke strategie MRE.

34

    

Risico’s:

        

Betrekken gemeenteraden bij Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant. Uitwerken dorpenstrategie met subregio’s. Versnelling woningbouw en mobiliteit vanuit bestaande plannen. Uitvoering aanpak (H)OV-knopen. Realisatie van projecten uit de Bereikbaarheidsagenda, KTA(korte termijn aanpak) Brainport e.d. Toekomstig energiesysteem, met de visie om in 2050 klimaatneutraal te zijn. Duurzame opwekking van energie. Verduurzaming gebouwde omgeving. Toekomstbesteding en robuust economisch systeem. Toekomstbesteding landelijk gebied. Transitie voedselketen. Ontoereikendheid doelvermogen eeuwigdurende nazorg Gulbergen. Het niet of minder realiseren van externe financiering in relatie tot de uitbreiding van de taken in het samenwerkingsakkoord 2023-2026 en de omvang van de organisatie van de MRE qua personeel en middelen. Bezuinigingen bij gemeenten met als gevolg lagere gemeentelijke bijdragen MRE/RHCe.

Naam:

Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO)

Vestigingsplaats:

Eindhoven

Relatie programma:

Programma 1: Veiligheid

Bestuurlijk belang:

De gemeente is vertegenwoordigd in het algemeen bestuur.

Openbaar belang:

Samenwerkingsverband tussen 21 gemeenten in de regio Zuidoost-Brabant. Taken op het terrein van brandweerzorg, gemeenschappelijke meldkamer, geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen, ambulancezorg, rampenbestrijding en crisisbeheersing.

Financieel belang:

Gemeentelijke bijdrage 2026:

€ 1.011.358

Eigen vermogen (1-1-2026 / 31-12-2026):*

€ 2.556.694

€ 686.694

Vreemd vermogen (1-1-2026 / 31-12-2026):*

€ 47.349.853

€47.289.874

*Geprognosticeerde balans Ontwikkelingen:

Risico’s:

 Nieuw meerjarig regionaal beleidsplan (2027-2030) zoals bedoeld in de Wet Veiligheidsregio’s.  Versterking (boven)regionale crisisbeheersing.  Landelijke strategische agenda brandweerzorg en Crisisbeheersing. Waaronder; versterken (boven)regionale crisisbeheersing en daaraan gerelateerde informatievoorziening (aansluiting op KCR2); Het organiseren van toekomst vaste brandweerzorg; verbeteren en vereenvoudigen van het brandweeronderwijsstelsel, en inrichting van een daarop geïnspireerd stelsel voor crisisonderwijs.  Dynamisch risicoprofiel brandweerzorg.  Versterken weerbare samenleving.  Inspelen op schaalsprong Brainport.  Loonkosten in relatie tot vrijwilligers en WNRA  2e loopbaanbeleid  Vakbekwaamheid  Aansprakelijkheid bij brand boven verzekerd bedrag  Beschikbaarheid voldoende vrijwilligers  Kosten grootschalige of langdurige crisis of incident  Kostenverhoging in verband met kwaliteitsslag  Gebruikersonderhoud huisvesting  Informatieveiligheid  Wet open overheid  Eigen risico WW  Stijgende prijsstijgingen en rentekosten  Strengere duurzaamheidseisen

35

Naam:

Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB)

Vestigingsplaats:

Eindhoven

Relatie programma:

Programma 7: Volksgezondheid en milieu Programma 8: VHROSV

Bestuurlijk belang:

De gemeente is vertegenwoordigd in het algemeen bestuur en dagelijks bestuur

Openbaar belang:

Belangenbehartiging op het gebied van: 

Financieel belang:

Uitvoeren verplichte taken uit het landelijke basistakenpakket op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving;  Advisering over verzoektaken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Gemeentelijke bijdrage 2026: € 504.917 Eigen vermogen (1-1-2026 / 31-12-2026):*

€ 3.739.302

€ 3.589.302

Vreemd vermogen (1-1-2026 / 31-12-2026):*

€ 4.885.045

€4.885.045

*Geprognosticeerde balans Voldoen aan robuustheidscriteria uit het Interbestuurlijk programma Versterking VTH-stelsel. Onderzoek vereenvoudigde verantwoording en robuuste financiering. Verbetering informatiehuishouding. Schaalsprong regio Zuidoost-Brabant. Ransomware (informatieveiligheid). Imagoschade door negatieve publiciteit. Hoog ziekteverzuim. Niet kunnen beschikken over voldoende gekwalificeerd personeel / kennisverlies als gevolg van uitstroom.

Ontwikkelingen:

Risico’s:

      

Naam:

KempenPlus

Vestigingsplaats:

Bladel

Relatie programma:

Programma 6: Sociaal domein

Bestuurlijk belang:

De gemeente is vertegenwoordigd in het bestuur.

Openbaar belang:

Uitvoering van taken op het gebied van sociale werkvoorziening ingevolge de Wsw, Werk en Inkomen (m.u.v. bijzondere bijstand) ingevolge de Participatiewet, Ioaw, Ioaz en Bbz.

Financieel belang:

Gemeentelijke bijdrage 2026:

€ 4.581.000

Eigen vermogen (1-1-2026 / 31-12-2026):*

€ 6.294.000

€ 3.282.000

Vreemd vermogen (1-1-2026 / 31-12-2026):*

€ 8.890.000

€12.718.000

*Geprognosticeerde balans Ontwikkelingen: Risico’s:

      

Strategische verkenning KempenPlus Implementatie nieuw zaaksysteem en ERP-systeem Landelijke evaluatie Participatiewet Wijzigingen in doelgroepen (hogere instroom, wijziging arbeidspotentieel) Wegvallen goed renderende klanten Concurrentie door lage lonenlanden en/of robotisering Cybercrime

36

Naam: Vestigingsplaats:

Stichting Regionaal Bureau Inkoop en aanbestedingen Zuidoost Brabant (Bizob) Oirschot

Relatie programma:

Programma 0: Bestuur en ondersteuning

Bestuurlijk belang:

Het verzorgingsgebied wordt ingedeeld in 5 clusters (cluster 1: “BOV en De Kempen”, cluster 2: “A2 gemeenten en Dommelregio”, cluster 3: “Peelgemeenten”, cluster 4: “Noordoost” en cluster 5: “Overig”). Onze gemeente maakt deel uit van het cluster 1. Per cluster worden twee bestuurders gekozen m.u.v. cluster 5 “Overig” (bijv. VRBZO). Daarnaast worden twee secretarissen toegevoegd aan het bestuur en is de voorzitter van het bestuur een burgemeester. Tevens neemt één bestuurder van de gemeente zitting in de Vergadering van Aangeslotenen.

Openbaar belang:

Het ondersteunen van de deelnemende gemeenten en aangesloten organisaties bij het uitvoeren van diverse inkoopacties voor het behalen van voordelen op zowel financieel, kwalitatief als procesmatig gebied.

Financieel belang:

Gemeentelijke bijdrage 2026:

€ 126.420

Eigen vermogen (1-1-2024 / 31-12-2024):*

€ 1.302.202

€ 1.943.604

Vreemd vermogen (1-1-2024 / 31-12-2024):*

€ 1.973.315

€ 1.831.768

*) Bron: Jaarrekening 2024 Bizob Ontwikkelingen:

Concreet zijn er actiepunten geformuleerd waar in 2026 extra aandacht naar toe gaat:    

Risico’s:

Inkoop- en contractmanagement data; Programmatisch inkopen Verduurzaming maatschappelijk vastgoed; Verkorten doorlooptijd en afstemmen vraag en aanbod; ICT opdrachten en verder ontwikkelen van roboticering en kunstmatige intelligence. De 35 aangesloten organisaties (23 gemeenten en 12 aan deze gemeenten gelieerde organisaties) zijn aansprakelijk voor eventuele exploitatie tekorten.

Naam:

NV Bank Nederlandsche Gemeenten (BNG)

Vestigingsplaats:

Den Haag

Relatie programma:

Programma 0: Bestuur en ondersteuning

Bestuurlijk belang:

Aandeelhouder (0,019% van alle aandelen)

Openbaar belang:

BNG Bank is de bank van en voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. De bank draagt duurzaam bij aan het laag houden van de kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger.

Financieel belang:

Gemeentelijke bijdrage 2026:

€0

Eigen vermogen (1-1-2024 / 31-12-2024):*

€ 4.721 mln

€ 4.777 mln

Vreemd vermogen (1-1-2024 / 31-12-2024):*

€ 110.819 mln

€123.164 mln

*) Bron: Jaarrekening 2024 BNG

37

Naam:

NV Brabant Water

Vestigingsplaats:

’s-Hertogenbosch

Relatie programma:

Raakt diverse programma’s.

Bestuurlijk belang:

Aandeelhouder (zeer beperkt aandeel)

Openbaar belang:

Het leveren van water en het in stand houden van de benodigde infrastructuur om water te distribueren.

Financieel belang:

Gemeentelijke bijdrage 2026:

€0

Eigen vermogen (1-1-2024 / 31-12-2024):*

€ 699 mln

€ 716 mln

Vreemd vermogen (1-1-2024 / 31-12-2024):*

€ 618 mln

€ 694 mln

*) Bron: Jaarrekening 2024 NV Brabant Water

Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang:

Financieel belang:

Ontwikkelingen

Risico’s:

Stichting Zorg- en Veiligheidshuis Brabant Zuidoost (ZVHBZO) Helmond Programma 1. Veiligheid Het ondersteunen van de gemeenten bij zeer complexe zorg-/veiligheidscasussen en het bevorderen van de integrale samenwerking tussen partners. Bij veroorzakers van ernstige overlast of criminaliteit met complexe problemen op diverse gebieden zijn vaak meerdere partijen (zorgorganisaties, justitiële organisaties en/of gemeente) betrokken. Bij de aanpak van deze personen is het effectiever om de inspanningen van deze verschillende partijen op elkaar af te stemmen. Het ZVHBZO verzorgt onder andere de procesregie op complexe casuïstiek met het doel (nieuwe) strafbare feiten te verminderen en te voorkomen. En om te komen tot passende zorg voor de betrokken personen. Met deze aanpak levert het Zorg- en Veiligheidshuis een belangrijke bijdrage aan de veiligheid in alle 21 gemeenten in de regio Zuidoost-Brabant.

Gemeentelijke bijdrage 2026: € 4.992 Eigen vermogen (1-1-2024 / 31-12-2024):* € 807.531 € 857.170 Vreemd vermogen (1-1-2024 / 31-12-2024):* € 385.719 € 282.647 *) Bron: Jaarrekening 2024 ZVHBZO  Casuïstiek-op-maat; procesregie in complexe casuïstiek met een knelpunt en een veiligheidsrisico;  de PGA Radicalisering, deze is gericht op personen die (mogelijk) radicaliseren;  de PGA Jeugd, die zich richt op jongeren met overlast gevend en/of crimineel gedrag;  de PGA Personen met onbegrepen gedrag, die een gevaar (kunnen) zijn voor zichzelf of de omgeving;  MDA++, gericht op huishoudens waarin het niet lukt om de cirkel van geweld duurzaam te doorbreken.  Verbinding met de omgeving en kennis & expertise (netwerk, bevordering samenwerking aanpak radicalisering, kennisknooppunt)  Pilot multidisciplinaire aanpak.  Doorontwikkeling domein overstijgende ketensamenwerking.  Onvoorziene budgetoverschrijdingen  Krapte op de arbeidsmarkt

38

Naam:

Belgisch Nederlands Grensoverleg (BENEGO)

Vestigingsplaats:

Baarle-Hertog

Relatie programma:

Programma 0. Bestuur en Ondersteuning

Bestuurlijk belang:

De gemeente is vertegenwoordigd in het algemeen bestuur.

Openbaar belang:

BENEGO heeft aandacht voor een aantal thema’s aan de grens en het oppakken van knelpunten.

Financieel belang:

Gemeentelijke bijdrage 2026:

€ 1.180

Eigen vermogen:*

€ n.b.

€ n.b.

Vreemd vermogen: *)

€ n.b.

€ n.b.

*) gegevens niet beschikbaar Ontwikkelingen:

Risico’s:

De aanbevelingen van het rapport “BENEGO, hét grensnetwerk” op te pakken met als doel BENEGO te ontwikkelen tot een lerend netwerk. Dit doel wordt bereikt door het:  actueel houden van de website en regelmatig een nieuwsbrief uit te brengen;  organiseren van netwerkbijeenkomsten;  opvolgen van bovenlokale aanpak van grensobstakels;  opsporen en het signaleren van(Europese) subsidiemogelijkheden;  initiëren van projecten. Geen risico’s

39

3.6 Onderhoud kapitaalgoederen 3.6.1.

Algemeen

Het is van belang om inzicht te hebben in de beleidskaders omtrent het onderhoud van kapitaalgoederen. Die beleidskaders zijn er zowel inhoudelijk als financieel-administratief. Inhoudelijk gaat het dan bijvoorbeeld om het vastgestelde onderhoudsniveau. Dit is het eindresultaat van enerzijds de kwaliteit die we voor ogen hebben en anderzijds de budgettaire mogelijkheden. Er is ook een financieel beleidskader. Dat gaat over de mate waarin financiële ruimte wordt gecreëerd voor onderhoud en vervanging van kapitaalgoederen. Hiervoor gelden de volgende ‘spelregels’: Alle vaste activa worden tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs geactiveerd. Uitzonderingen zijn:  investeringen in de openbare ruimte die via de grondexploitatie worden verhaald;  kunstvoorwerpen met een historische waarde;  indien sprake is van een ideaalcomplex (aanschaf en afstoot zijn in een zodanig ritme dat elk jaar hetzelfde bedrag wordt besteed). De laatste twee uitzonderingen doen zich binnen onze gemeente niet voor. Op vaste activa met een beperkte levensduur wordt jaarlijks afgeschreven volgens een stelsel dat is afgestemd op de toekomstige gebruiksduur. Een uitzondering hierop is de afschrijvingsduur van immateriële vaste activa. Deze worden incidenteel ten laste gebracht van de exploitatie. Het beleid rond afschrijving is vastgelegd in een beleidsnota.

In het afschrijvingsbeleid (‘Nota reserves, voorzieningen en afschrijvingsbeleid 2020’, vastgesteld 7 juli 2020, riolering gewijzigd november 2023), zijn de volgende afschrijvingstermijnen opgenomen: Soort investering

Termijn in jaren 40

Riolering (excl. pompen/gemalen drukriolering)

Termijn in jaren 60

Gebouwen (semipermanent)

15

Technische installaties (waaronder pompen etc.)

15

Inrichting

15

Speeltoestellen / sportattributen

15

Groen (korte levensduur)

40

Straatmeubilair

25

Groen (lange levensduur)

80

Straatverlichting (masten)

40

Gebouwen (permanent)

Soort investering

Hardware

4

Straatverlichting (armaturen)

20

Software

6

Wegen (aanleg, reconstructie) en waterkunde

40

Kunststof (gras)velden/banen: ondergrond

40

Vervoermiddelen

10

Kunststof (gras)velden/banen: toplaag

20

Machines

10

3.6.2.

Wegen en verkeer

A. Beleidskader In september 2017 is door de gemeenteraad het Wegenbeleidsplan 2018-2027 vastgesteld. Daarin is vastgelegd hoe we als gemeente invulling geven aan de wettelijke taken en verplichtingen. Op 4 februari 2025 is door de gemeenteraad het wegenbeheerplan 2025-2029 vastgesteld. Het gewenste kwaliteitsniveau voor de wegen is vastgesteld op minimaal niveau B, waarbij kwaliteitsniveau C zoveel mogelijk wordt beperkt en kwaliteitsniveau D zoveel mogelijk wordt voorkomen (conform CROW-publicatie 147). In 2026 wordt door de raad het Mobiliteitsplan vastgesteld, de visie en het beleid zullen worden opgeleverd eind 2025. Dit is de opvolger van het GVVP. In 2026 wordt ook een uitvoeringsplan voorgelegd met bijbehorende budgetten. Gladheidbestrijding op wegen waarvoor de gemeente de verantwoordelijkheid draagt, vindt momenteel plaats door de gemeentelijke buitendienst op basis van het beleidsplan gladheidbestrijding 2018-2028.

40

B. Financiële consequenties Exploitatie - Wegen, straten en pleinen + mobiliteit "Klein" onderhoud wegen "Groot" onderhoud wegen (voorziening wegen) Mobiliteit en verkeer Gladheidsbestrijding Kunstwerken Diverse kosten groen Overige kosten (salarissen / belastingen etc) Kapitaallasten

2026 152.000 1.134.000 211.000 55.000 13.000 63.000 373.000 787.000

Begroting 2026 2027 2028 156.000 163.000 1.134.000 1.134.000 213.000 219.000 56.000 58.000 23.000 23.000 64.000 66.000 391.000 407.000 784.000 780.000

2029 242.000 1.134.000 223.000 60.000 23.000 68.000 425.000 780.000

Totaal exploitatie

2.788.000

2.821.000

2.955.000

Bedragen in €

2.850.000

C. (Geplande) investeringen Investeringsoverzicht - Wegen, straten en pleinen + GVVP Afgeronde bedragen in €

Lopende investeringen (restant budgetten 2025):* Rehabilitatiekrediet wegen 2024 Rehabilitatiekrediet wegen 2025 GVVP deel 2018 en 2019 GVVP deel 2019 en 2020 GVVP 2021 GVVP 2022 GVVP 2023 GVVP 2024 GVVP 2025 Nieuwe aansluiting N284 en opwaardering infrastructuur Kleine Hoeven Vervangen wegen dorpskern Lage Mierde KTM Randweg A2 incl. mobiliteitshub en F67 Nieuwe investeringen (lijst nieuw beleid 2026-2029):** Rehabilitatiekrediet wegen 2026 t/m 2029 Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan (GVVP) 2026 t/m 2029

Begroting 2025

2026

Begroting 2026 2027 2028

2029

50.000 1.332.000 128.000 682.000 501.000 185.000 497.000 496.000 496.000 33.000 277.000 301.000

1.394.000 950.000

1.394.000 500.000

1.394.000 500.000

1.394.000 500.000

Totaal investeringen 4.978.000 2.344.000 1.894.000 1.894.000 1.894.000 *Stand per september 2025 ** Kapitaallasten zijn nog niet doorgerek end naar het product wegen en GVVP, omdat de lijst nieuw beleid nog vastgesteld moet worden.

3.6.3.

Gebouwen

A. Beleidskader Het beheerplan gebouwen wordt samen met de Meerjaren Onderhoudsplannen (MOP’s) 2025-2039 in juli 2025 door de raad vastgesteld. De dotaties aan de onderhoudsvoorziening gebouwen dienen te worden afgestemd op dit beheerplan. Om deze reden wordt aan de raad voorgesteld de jaarlijkse dotatie aan de voorziening met € 247.500 te verhogen.

41

B. Financiële consequenties Exploitatie - Dotaties voorzieningen onderhoud gebouwen

2026

2027

2028

2029

Voorziening gebouwen (gemeentehuis)

364.130

364.130

364.130

364.130

Voorziening gebouwen (gemeentewerf)

28.112

28.112

28.112

28.112

Voorziening gebouwen (brandweerkazerne)

18.719

18.719

18.719

18.719

0

0

0

0

Voorziening gebouwen (VOV-halte Reusel)

16.373

16.373

16.373

16.373

Voorziening gebouwen (sportzaal Den Houtert)

53.215

53.215

53.215

53.215

Voorziening gebouwen (overzwaluwwand Reusel)

250

250

250

250

Voorziening gebouwen (schuilhut Reusel)

875

875

875

875

Voorziening gebouwen (diverse bouwwerken)

2.886

0

0

0

Voorziening gebouwen (KDV Dooleg)

18.796

18.796

18.796

18.796

Voorziening gebouwen (De Ster Lage Mierde)

57.080

57.080

57.080

57.080

Voorziening gebouwen (De Kei)

70.695

70.695

70.695

70.695

Voorziening gebouwen (gebouwen pompgemalen)

0

0

0

0

Voorziening gebouwen (woning Sportpark Reusel)

4.734

4.734

4.734

4.734

635.865

632.979

632.979

632.979

(In Euro)

Voorziening gebouwen (pergola Hulsel)

Totaal dotatie ten laste van exploitatie

C. (Geplande) investeringen Investeringsoverzicht - Onderhoud gebouwen Afgeronde bedragen in €

Lopende investeringen (restant budgetten 2025):* De Kei

Begroting 2025

2026

Begroting 2026 2027 2028

2029

155.000

Nieuwe investeringen (lijst nieuw beleid 2026-2029):** Herinrichting gemeentehuis Nieuwbouw Clemensschool in Hulsel Nieuwbouw BS De Akkerwinde in Hooge Mierde Nieuwbouw BS De Torelaar in Reusel

pm 3.500.000

150.000 300.000

6.048.000 450.000

200.000 8.858.000

Totaal investeringen 155.000 3.500.000 450.000 6.498.000 *Stand per september 2025 ** Kapitaallasten zijn nog niet doorgerek end naar het product onderwijs, omdat de lijst nieuw beleid nog vastgesteld moet worden.

9.058.000

3.6.4.

Riolering en watertaken

A. Beleidskader In het najaar van 2023 is het nieuwe programma Riolering en Water bestuurlijk vastgesteld. In dit plan inclusief kostendekking zijn alle noodzakelijke middelen opgenomen voor de dekking van de kosten van de riolering en andere watersystemen en grote vervangingen. De exploitatie betreft het klein en groot onderhoud aan de riolering en watersystemen alsmede onderzoeken naar de kwaliteit van het areaal, het vegen van straten, reinigen van kolken onderhoud aan de drukriolering en vacuumriolering. Deze exploitatielasten zijn geborgd tot en met 2028. B. Financiële consequenties Exploitatie - Riolering Bedragen in € "Klein" onderhoud riolering Planvorming Onderzoek Energiekosten Overige kosten (salarissen/ inhuur / applicatie etc.) Voorzieningen Kapitaallasten Totaal exploitatie

2026 404.000 30.000 31.000 116.000 328.000 -41.622 507.000 1.374.000

Begroting 2026 2027 2028 413.000 422.000 31.000 32.000 32.000 33.000 118.000 121.000 356.000 402.000 -45.046 -72.336 505.000 501.000 1.410.000 1.439.000

2029 432.000 32.000 33.000 123.000 371.000 -55.544 496.000 1.431.000

42

C. (Geplande) investeringen Investeringsoverzicht - Riolering

Begroting 2026 2027 2028

2029

100.000 17.800

100.000 17.800

100.000 -

1.775.000 859.000 -

484.000 1.613.000 -

2.519.000 305.000

Totaal investeringen 3.867.880 1.615.300 2.751.800 2.214.800 *Stand per september 2025 ** Kapitaallasten zijn nog niet doorgerek end naar het product riolering, omdat de lijst nieuw beleid nog vastgesteld moet worden.

2.924.000

Afgeronde bedragen in €

Lopende investeringen (restant budgetten 2025):* Vervangen pompunits ME Vervanging randvoorzieningen ME Klimaatinvesteringen Vervanging riolering Hooge Mierde Vervanging riolering Lage Mierde Vervanging riolering Reusel Vervanging gemalen BK Verv. riolering Wilhelminalaan-Beukenlaan N284

Begroting 2025 800.000 33.000 196.500 1.022.000 34.000 369.380 275.000 1.138.000

Nieuwe investeringen (lijst nieuw beleid 2026-2029):** Klimaatinvesteringen Vervanging randvoorzieningen ME Vervanging gemalen BK Vervanging riolering Hulsel Vervanging riolering Hooge Mierde Vervanging riolering Reusel Verv. riolering Wilhelminalaan - Lensheuvel-Turnhoutsweg Vervanging vrijvervalriool Vervanging mechanische riolering

3.6.5.

2026

100.000 17.800 23.500 1.474.000 -

Openbare verlichting

A. Beleidskader Onderhoud van de openbare verlichting gebeurt op basis van het Beleidsplan Openbare Verlichting 20182030 en vormt de basis voor het vervangen en aanpassen van de openbare verlichting. We streven naar het realiseren en in stand houden van een duurzame en betrouwbare openbare verlichting, waarbij de gebruiker zich veilig voelt in het openbaar gebied. Hierbij wordt de benodigde verlichtingskwaliteit gerealiseerd tegen economisch en maatschappelijk verantwoorde kosten en levert de gemeente een bijdrage om de doelstellingen van het Energieakkoord te halen. Per 1 januari 2025 beheerd de gemeente Reusel-De Mierden 3.280 lichtpunten. Het areaal van deze 3.280 lichtpunten bestaat uit 89 stuks bijzondere armaturen zoals grondspots, muurverlichting en voetlampen. Deze sierverlichtingsobjecten bevinden zich in de regel op een hoogte tussen 0 m hoogte (maaiveld) en 3 m hoogte. Verder beheert de gemeente 3.191 stuks armaturen die allen op een mast bevestigd zijn (sommige masten bevatten twee/ drie armaturen op aan uithouders). B. Financiële consequenties Exploitatie - Openbare verlichting Bedragen in €

"Klein" onderhoud openbare verlichting Beheerkosten Energiekosten Overige kosten (salarissen / overige kosten etc.) Kapitaallasten Totaal exploitatie

2026 31.000 11.000 102.000 37.000 56.000 237.000

Begroting 2026 2027 2028 31.000 32.000 11.000 11.000 102.000 102.000 17.000 18.000 56.000 56.000 217.000 219.000

2029 33.000 12.000 105.000 17.000 56.000 223.000

43

C. (Geplande) investeringen Investeringsoverzicht - Openbare verlichting Afgeronde bedragen in €

Lopende investeringen (restant budgetten 2025):* Vervanging openbare verlichting door LED (masten) 2020 Vervanging openbare verlichting door LED (armaturen) 2021 Vervanging openbare verlichting door LED (masten) 2021 Vervanging openbare verlichting door LED (armaturen) 2023 Vervanging openbare verlichting door LED (masten) 2023 Vervanging openbare verlichting door LED (armaturen) 2024 Vervanging openbare verlichting door LED (masten) 2024 Vervanging openbare verlichting door LED (armaturen) (2025) Vervanging openbare verlichting door LED (masten)(2025)

Begroting 2025

2026

Begroting 2026 2027 2028

2029

141.500 153.000

102.500 197.000

81.000 87.000

44.000 40.000 75.000 66.000 90.000 5.000 12.000 16.500 40.500

Nieuwe investeringen (lijst nieuw beleid 2026-2029):** Vervanging openbare verlichting door LED (armaturen) Vervanging openbare verlichting door LED (masten)

218.000 102.500

Totaal investeringen 389.000 294.500 299.500 320.500 168.000 *Stand per september 2025 ** Kapitaallasten zijn nog niet doorgerek end naar het product openbare verlichting, omdat de lijst nieuw beleid nog vastgesteld moet worden.

3.6.6.

Groenvoorziening

A. Beleidskader In november 2021 heeft de gemeenteraad het Beleidsplan Openbaar Groen 2022-2031 vastgesteld en daarmee de visie en kaders bepaald. Naast de beleidsambities zijn de bijbehorende middelen voor een kwaliteitsgericht en consistent groenonderhoud (volgens de onderhoudsniveau ’s A, B en C) bepaald en opgenomen in de begroting. Daarnaast is er sprake van een jaarlijkse vervangingsinvesteringen van totaal € 310.000 om het kapitaalgoed groen duurzaam in stand te houden waarbij sprake is van de gewogen afschrijftermijnen van 40 en 80 jaar. B. Financiële consequenties Exploitatie - Groenvoorzieningen Bedragen in €

Groenonderhoud Verkoop hout uit bossen (inkomsten) Overige kosten (salariskosten / belastingen / ontvangen bijdragen) Kapitaallasten Totaal exploitatie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=ReuselDeMierden&id=b5927af3-2f2e-4048-881a-f38396e44498