Begroting 2026-2029 RdM
Tekst van het document
Titel (Optima regulier 31 pt)
Programmabegroting 2026-2029
Corsa 25.19795
Inhoudsopgave Aanbiedingsbrief ............................................................................................................................................. 3 Leeswijzer ......................................................................................................................................................... 5 1. Coalitieprogramma en prioriteiten ............................................................................................................. 6 2. Uitgangspunten en begrotingsbeeld 2026-2029 ....................................................................................... 9 2.1
Uitgangspunten ................................................................................................................................... 10
2.2 Methodiek ............................................................................................................................................... 11 2.3 Begrotingsbeeld ..................................................................................................................................... 12 3.1.Bedrijfsvoering ........................................................................................................................................ 13 3.Paragrafen ................................................................................................................................................... 13 3.2 Lokale heffingen .................................................................................................................................... 17 3.3 Weerstandsvermogen en risicobeheersing .......................................................................................... 21 3.4 Financiering ........................................................................................................................................... 28 3.5 Verbonden Partijen ............................................................................................................................... 32 3.6 Onderhoud kapitaalgoederen ...............................................................................................................
40 3.7 Grondbeleid ........................................................................................................................................... 45 3.8 Openbaarheidsparagraaf ....................................................................................................................... 48 3.9 Bezuinigingen ........................................................................................................................................ 50 4. Programma’s .............................................................................................................................................. 58 Programma 0. Bestuur en ondersteuning ................................................................................................... 59 Programma 1. Veiligheid ............................................................................................................................... 63 Programma 2. Verkeer en vervoer ............................................................................................................... 65 Programma 3. Economie............................................................................................................................... 67 Programma 4. Onderwijs .............................................................................................................................. 70 Programma 5.
Sport, cultuur en recreatie ................................................................................................... 72 Programma 7. Volksgezondheid en milieu ................................................................................................. 81 Programma 8. Volkshuisvesting, Ruimtelijke ordening, Stedelijke vernieuwing (VHROSV) ................ 87 Bijlage 1 Verschillenanalyse ........................................................................................................................ 91 Bijlage 2 Nieuw Beleid en vervangingsinvesteringen ............................................................................... 93 Bijlage 4 Totaal van lasten en baten per Programma .............................................................................. 101 Bijlage 5 Staat van incidentele baten en lasten inclusief toelichting ..................................................... 102 Bijlage 6 Meerjaren-staat van reserves en voorzieningen ...................................................................... 103 Bijlage 7 Beleidsindicatoren ....................................................................................................................... 104
2
Aanbiedingsbrief Hierbij bieden wij u de programmabegroting 2026 met een meerjarenperspectief 2027-2029 aan voor de vergadering van uw raad op 4 november 2025. Korting Rijksbijdrage Al bijna vier jaar discussiëren gemeenten en het rijk over de Rijksbijdrage. In deze periode is het gemeentefonds meerdere malen aangepast, maar per saldo gelijk gebleven. Het rijk noemt het ‘bijstelling accres’, de gemeenten noemen de korting van twee miljard euro op het gemeentefonds in 2026 het ‘ravijn’. De afgelopen vier jaar kondigde het rijk in de mei- en septembercirculaires steeds aan die korting van twee miljard euro te verdelen naar rato van de uitgaven van de gemeenten. Die verdeling zou correct zijn als de gemeenten de korting volledig op kunnen vangen door minder uit te geven en doelmatiger te werken. Maar daarmee redden de gemeentes het niet, daarvoor is de korting te hoog. Dus moeten de kosten nog verder omlaag, door te bezuinigen, investeringen uit te stellen, onderhoud te verlagen, voorzieningen te schrappen. Ook kunnen de gemeenten hun belastingen gaan verhogen, zoals onroerende zaakbelasting en toeristenbelasting. Terugblik Voor het jaar 2025 was vorig jaar voor het eerst sinds jaren de begroting van Reusel-De Mierden alleen sluitend te maken door een onttrekking uit de Algemene Reserve.
Na het vaststellen van de begroting, was een opname uit de Algemene Reserve nodig van € 58.000 om 2025 structureel sluitend te maken. Voor de jaren 2026-2028 bleven de begrote inkomsten fors achter bij de begrote uitgaven. Dit jaar is in afstemming met uw raad, vanwege het te verwachten meerjarige negatieve beeld, geen perspectief-nota gepresenteerd. In plaats daarvan is in een samenwerking tussen gemeenteraad, college en ambtelijke organisatie extra energie gezet op het inzichtelijk maken van alle (wettelijk) toegestane ombuigingsmogelijkheden. Op basis hiervan heeft de raad op 3 juli besloten om een pakket aan voorstellen tot bezuiniging vast te stellen voor een bedrag van bijna € 1.000.000 in 2029. Begrotingsbeeld Na verwerking van de bezuinigingsmaatregelen ziet het meerjarenperspectief in de voorliggende begroting ziet er als volgt uit: (bedragen in €) Saldo baten en lasten
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
-584.275
350.454
105.306
479.570
waarvan: Incidenteel Saldo
-110.500
91.000
161.000
211.000
waarvan: Structureel Saldo
-473.775
259.454
-55.694
268.570
Het saldo baten en lasten van onze gemeente is vanaf 2027 positief. We hebben dus, ondanks structurele tekorten in 2026 en 2028, een structureel sluitende begroting in 2029, het laatste jaar van deze doorkijk. Hiervoor is het noodzakelijk geweest een pakket aan bezuinigingen mee te nemen die pijn zullen gaan doen voor onze inwoners en bedrijven. Via de Planning & Control cyclus zullen de ontwikkelingen in inkomsten en uitgaven goed gevolgd worden samen met uw raad, om te bekijken of alle bezuinigingen ook daadwerkelijk ingezet moeten worden. Ontwikkelingen Om onze inwoners perspectief te bieden zijn er meer woningen nodig, moeten bedrijven kunnen innoveren en ontwikkelen, is herstel van de natuur cruciaal evenals een beter milieu ten behoeve van een gezonde leefomgeving. Ook het investeren in infrastructuur, de energietransitie, sport, cultuur en erfgoed is en blijft belangrijk voor een gemeente waar het prettig wonen, werken en leven is. De uitdagingen op het gebied van bevolkingsgroei en vergrijzing gaan we samen met de andere Kempengemeenten en ook in grotere samenwerkingsverbanden aan. 3
Brainport Eindhoven heeft zich de voorbije jaren ontwikkeld tot één van de krachtigste motoren van de Nederlandse economie. De kennisintensieve maakindustrie én het feit dat het in de Brainport regio goed wonen, werken en leven is, zorgt voor een forse groei. Afgelopen jaren werd duidelijk dat de regio veel harder groeit dan verwacht, de regio maakt een schaalsprong. Dit genereert nieuwe kansen voor onze regio in meer bedrijvigheid, banen en een toenemend verdienvermogen. Maar het leidt ook tot een groeiende vraag naar woningen, bedrijventerreinen, arbeidskrachten en mobiliteit. Deze opgaven vragen om een zorgvuldige en toekomstgerichte aanpak, waarbij brede welvaart ons leidend principe is. Brede welvaart gaat in essentie over het welzijn van mensen. Het is een maatstaf voor alles dat mensen van waarde vinden. Naast materiële welvaart gaat het ook om zaken als gezondheid, onderwijs, milieu en leefomgeving, leefbare kernen, veiligheid. Deze uitgangspunten zijn verwerkt in deze programmabegroting. Als gemeente laten we ons leiden door wat er buiten nodig is en voeren we onze gemeentelijke taken uit op een manier die daarbij past. We willen een gemeente zijn waarin iedereen mee kan doen. Zo werken we aan een toekomstbestendige en complete gemeente waar het fijn is te wonen, te werken en te recreëren. Het uitgangspunt is dat we blijven voortbouwen op de kracht van Samen Doen!
Burgemeester en wethouders van Reusel-De Mierden, de secretaris, de burgemeester, dhr. J.P.P.S. Ruyters. mw. A.J.M.H. van de Ven.
4
Leeswijzer In hoofdstuk 1, coalitieprogramma en prioriteiten, wordt vooral ingegaan op zaken die vanuit het collegeprogramma 2022-2026 ‘Samen werken aan een vitale samenleving’ op de voorgrond staan en op andere relevante zaken die van belang zijn in relatie tot de prioriteiten die in deze begroting hun beslag hebben gekregen. In hoofdstuk 2 worden de uitgangspunten voor de voorliggende programmabegroting weergegeven. De uitgangspunten worden met een korte opsomming aangehaald. Ook het meerjarenbegrotingsbeeld vindt u in dit hoofdstuk. Hoofdstuk 3 bevat de paragrafen. De gemeente dient op basis van het Bbv (Besluit begroting en verantwoording) 7 verplichte paragrafen op te nemen in de begroting. In de paragrafen wordt als een soort van dwarsdoorsnede over alle programma’s heen informatie gegeven over een aantal belangrijke thema’s. De programma’s komen in hoofdstuk 4 aan bod. Een programma is een geheel van activiteiten om beoogde maatschappelijke effecten te bereiken. In een programma is dus een bepaalde samenhang tussen de activiteiten aanwezig. In onze gemeente is ervoor gekozen om de programma-indeling gelijk te laten zijn aan de wettelijk voorgeschreven indeling in taakvelden. De programmabegroting bestaat uit 9 programma’s, die in onze situatie overeenkomen met de taakvelden die vanuit het BBV zijn voorgeschreven.
Ieder programma is onderverdeeld in producten en heeft een vaste indeling, waarin het volgende is opgenomen: Ambitie: Hier is een korte samenvatting opgenomen van wat de ambitie is. Maatschappelijk resultaat: Hier wordt kort aangegeven welke maatschappelijke effecten we verwachten van ons handelen. Inspanning 2026: De verwachte inspanningen die we in 2026 gepland hebben om de gestelde ambitie c.q. het maatschappelijke resultaat te bereiken (of daar naar toe te groeien). We hebben getracht daarbij zoveel mogelijk rekening te houden met zaken die in het collegeprogramma zijn opgenomen. Hierbij moet bedacht worden dat het reguliere werk niet in deze beschrijvingen is meegenomen. Er zijn dus bijvoorbeeld geen omschrijvingen opgenomen van paspoorten of omgevingsvergunningen die we afgeven, want dat is regulier werk. Wat mag het kosten? Hier worden de kosten van het programma weergegeven, gesplitst per product. Middels bijlagen worden enkele aspecten nog nader uitgediept of toegelicht. Een van de belangrijkste bijlagen is de bijlage ‘Nieuw beleid en vervangingsinvesteringen’. De begroting gaat uit van bestaand beleid en in de ‘lijst nieuw beleid en vervangingsinvesteringen’ brengen we de consequenties in beeld van nieuwe beleidsvoornemens. Nieuw beleid kan noodzakelijk zijn vanuit Rijksbeleid, maar kan ook ingestoken worden vanuit prioriteiten of wensen vanuit de raad.
Op de lijst nieuw beleid staan ook de vervangingsinvesteringen vermeld. Ofschoon vervanging van afgeschreven activa geen nieuw beleid is, brengen we ze toch op deze lijst in beeld omdat het vervangingsmoment vaak een goed moment is om na te denken of doelstellingen wellicht op een andere wijze beter zouden kunnen worden gerealiseerd. De geprognosticeerde balans en het totaaloverzicht van baten en lasten met staat van incidentele baten en lasten zijn verplichte bijlagen. Als laatste is er een bijlage met beleidsindicatoren. Voor de indicatoren wordt een beroep gedaan op bestaande cijfers, veelal vanuit de site waarstaatjegemeente.nl. Die indicatoren zijn niet altijd even actueel en daarom is het jaar vermeld waarop de indicator betrekking heeft. Indien een indicator niet beschikbaar is, wordt dit aangegeven met ‘gegevens niet beschikbaar’. Naast de verplichte indicatoren voor Reusel-De Mierden zijn de vergelijkende gemiddelde indicatoren voor gemeenten tot 25.000 inwoners uit heel Nederland vermeld. Wij wijzen erop dat een eenvoudige vergelijking tussen gemeentelijke cijfers en de landelijke gemiddelden vaak lastig zal zijn omdat verschillende gemeenten anders in elkaar steken.
5
1. Coalitieprogramma en prioriteiten
6
1.1 Coalitieakkoord 2022-2026: ‘Samen werken aan een vitale samenleving’ Na de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2022 hebben de partijen Samenwerking Reusel-De Mierden en VVD een coalitie gevormd en hun ambities voor de jaren 2022-2026 vastgelegd in het coalitieakkoord. Met het coalitieakkoord wordt richting gegeven aan de bestuurlijke koers van de gemeente Reusel-De Mierden ook voor dit laatste jaar, in aanloop naar nieuwe gemeentelijke verkiezingen. Belangrijke thema’s uit het coalitieprogramma zijn: Aandacht voor de schaalsprong-ontwikkelingen die in de Brainportregio op ons afkomen We proberen van deze krachtige economische ontwikkeling te profiteren en daarmee juist een hefboomeffect te creëren om onze samenleving een impuls te geven. We trekken daarin gezamenlijk op met andere gemeenten. Dit vergt een integrale benadering waarbij wonen, mobiliteit, economie en energietransitie zich in samenhang met elkaar ontwikkelen. Dit alles kan bijdragen aan het verhogen van de leefbaarheid in onze kernen op allerlei gebieden, zoals meer woningbouw, voorzieningen en verbeteren bereikbaarheid. Behoud van leefbare kernen staat voorop Dat betekent dat er in elke kern voldoende woningbouw naar behoefte moet zijn, elke kern een ontmoetingsruimte en basisschool moet hebben en dat de bereikbaarheid zowel in de kern als daarbuiten goed moet zijn.
Nu de meeste omleidingsroutes gereed zijn gaan we echt werk maken van het weren van het zwaar vracht- en landbouwverkeer uit de kernen. In onze kernen zit veel vitaliteit en kracht die op een positieve wijze bijdraagt aan het nemen van meer verantwoordelijkheid door inwoners zelf om de leefbaarheid en het welzijn van de eigen kern te behouden. Als gemeente betekent dit dat we willen luisteren naar ideeën van inwoners en ruimte willen geven om te experimenteren om mooie dingen in onze samenleving te laten ontstaan. Dat is voor ons ‘Samen Doen’. Hierdoor wordt de eigen kracht van onze inwoners alleen maar beter benut. Voorkomen is beter dan genezen We richten onze aandacht op preventie en vroeg-signalering en op het stimuleren van een gezonde leefstijl in het kader van vitaliteit. Hiermee willen we voorkomen dat inwoners in een situatie komen die deelname aan de maatschappij in de weg staat. Een integrale aanpak is nodig zodat de beweging van nazorg naar voorzorg vanuit alle beleidsvelden actief en met overtuiging wordt ingezet. Speciale aandacht gaat hierbij uit naar onze jongeren, die hun hele toekomst nog voor zich hebben, maar ook naar onze ouderen en mensen met een beperking. ‘Iedereen doet mee’, wat ons betreft.
In de afgelopen jaren heeft het gemeentebestuur hard gewerkt om de basis op orde te krijgen, in de komende vier jaren bouwen we samen verder aan een vitale samenleving. Want dat is nodig. De huidige ontwikkelingen in de wereld vragen om een samenleving die vitaal is en kijkt naar de toekomst.
1.2
Collegeprogramma 2022-2026
Op basis van het coalitieakkoord is door het college een meerjarig uitvoeringsprogramma opgesteld in de vorm van een collegeprogramma. Het collegeprogramma bevat de nadere uitwerking op de aspecten te bereiken resultaten, inhoud en planning. De financiële uitwerking is terug te vinden in de jaarlijkse programmabegroting. Het college wil met het collegeprogramma aan de raad een leidraad bieden voor haar kaderstellende en controlerende rol. Het college wil aanspreekbaar zijn en werken vanuit verbinding met inwoners, organisaties en ondernemers en aanwezig zijn waar de energie in de samenleving is om zaken voor elkaar te krijgen. We stellen ons ten doel ondernemerschap in de samenleving te stimuleren en kennis en ervaring te benutten. We hebben regelmatig overleg met onze verschillende partners in de kernen en vragen hen mee te denken over het gemeentelijk beleid. Zij weten doorgaans heel goed wat er in hun omgeving speelt en wat de gemeente daarin kan betekenen. Daarnaast werken we aan een goede samenwerking met andere (Kempen)gemeenten en verbonden partijen en focussen daarbij op wat we in verbinding met elkaar kunnen bereiken. Het college wil transparant zijn en in begrijpelijke taal communiceren met de inwoners. Daarbij is persoonlijk contact altijd mogelijk maar ook onze digitale dienstverlening willen we op een goed niveau houden.
We geven daarbij uitvoering aan onze servicenormen. Zo weet een inwoner wat hij of zij mag verwachten en wat hij of zij zelf kan doen om snel en goed geholpen te worden. Op het gebied van ruimtelijke ontwikkelingen liggen er veel mooie plannen, zoals het centrumplan Reusel, waarvoor het bestemmingsplan nu onherroepelijk is, zodat we komende jaren ook daadwerkelijk de realisa-
7
tie ter hand kunnen gaan nemen. Daarnaast biedt onze mooie groene omgeving veel uitdagingen in het samenspel tussen bedrijvigheid, recreatie en vervoer. Ook in die trajecten biedt het college aan inwoners en ondernemers de mogelijkheid om mee te denken. Het Sociaal Domein is en blijft een aandachtspunt. Het Rijk vraagt gemeenten om steeds meer zelf op te lossen en dat is niet altijd gemakkelijk. Gelukkig hebben we in onze gemeente een groot aantal vrijwilligers die hulp wil bieden aan mensen die een steuntje in de rug nodig hebben. Dit sociale netwerk verbetert de kwaliteit van zorg en leven. Hulp dicht bij huis is belangrijk, bovendien kan het eventuele mantelzorgers en naasten ontlasten. Het is voor iedereen met een hulpvraag belangrijk om zoveel mogelijk op eigen kracht te kunnen blijven doen. Daarom gaan we samen op zoek naar wat het beste past bij de hulpvraag. Ook dat is Samen Doen. Preventie is belangrijk om problemen in de toekomst te voorkomen. Het college zet in op tijdig signaleren en bieden van zorg, omdat dit mede ten goede kan komen aan de veiligheidsbeleving van onze inwoners. Want inwoners voelen zich in het algemeen in onze gemeente veilig en letten op elkaar. De meldingsbereidheid op het gebied van veiligheid is laag. We stimuleren onze inwoners om eerder een signaal af te geven als er zaken niet ‘pluis’ voelen.
Het is in het kader van vitaliteit belangrijk om jong en oud, met of zonder beperking, in beweging te krijgen. Bewegen is gezond en vergroot ook het sociale netwerk, zodat iedereen voortaan echt mee kan doen. Het college streeft naar het gezond houden van de gemeentelijke financiën. Dat wordt steeds moeilijker doordat steeds meer nieuwe taken op het bordje van de gemeente worden geschoven en die taken ook toenemen in complexiteit. Daarbij kort het Rijk op bijbehorende budgetten. De huidige economische situatie maakt op Rijksniveau bezuinigingen noodzakelijk, terwijl gemeenten zich inspannen om van het Rijk méér middelen te ontvangen, zodat taken en middelen weer meer met elkaar in evenwicht komen. Samen met oplopende kostenniveaus op heel veel terreinen, maakt dat we voor immens grote uitdagingen staan om de begroting de komende jaren sluitend te houden c.q. te krijgen. Het college vertrouwt erop dat het collegeprogramma 2022-2026 en de uitwerking daarvan in de voorliggende programmabegroting 2026-2029 een afronding vormt van deze raadsperiode. Voor de nieuwe periode kan dit de basis zijn om samen verder te bouwen aan een vitale samenleving. Ontwikkelingen in en buiten onze gemeente leiden niet zelden tot doorkruising van plannen en beperkingen in de realisatiemogelijkheden. De bezuinigingsmaatregelen die we hebben moeten opnemen in deze begroting, zijn een voorbeeld hiervan.
Komende jaren zullen we daar flexibel op moeten inspelen.
8
2. Uitgangspunten en begrotingsbeeld 2026-2029
9
2.1
Uitgangspunten
In dit hoofdstuk worden de uitgangspunten geformuleerd, die bij de samenstelling van de begroting 20262029 zijn gehanteerd. Vanzelfsprekend sluiten deze zoveel mogelijk aan bij de uitgangspunten, zoals die in voorgaande jaren zijn vastgesteld. Wij volstaan hier met een korte opsomming: Bestaand beleid uit de begroting 2025-2028 inclusief inflatie Het vertrekpunt voor het opstellen van de begroting wordt gevormd door ongewijzigd beleid zoals opgenomen in de begroting 2025-2028. Bij het opstellen van de begroting wordt rekening gehouden met prijsontwikkelingen (inflatie). De meicirculaire houdt inflatiecijfers aan voor de berekening van de hoogte van de algemene uitkering. Het is dan ook voor de hand liggend om in de meerjarenbegroting dezelfde percentages te hanteren. In de meicirculaire 2025 is hiervoor deze tabel opgenomen:
Voor de indexering van de loonkosten kiezen we ervoor niet de Loonvoet sector overheid 2,0% uit 2026 door te trekken over 2027 en verder, zoals in eerdere jaren gebruikelijk was. Om tot een reëlere raming te komen hebben we de gespecificeerde percentages per jaar toegepast, dus als inflatiepercentage op de loonkosten voor 2027 hanteren we 5,1%, voor 2028 4,2% en voor 2029 4,5%. Voor indexering van inkopen van algemene goederen en diensten hanteren we “pbbp” 2,7% voor alle jaren en voor inkomsten en uitgaven van overheidsinstellingen “imoc” rekenen we met 2,1% meerjarig. Personeelsbudget In de begroting 2026-2029 vormt de huidige formatieomvang het uitgangspunt voor de raming van de personeelsbudgetten (exclusief nieuw beleid). De loonkostenontwikkeling op basis van de CAR/UWO zal gevolgd moeten worden. Tevens zijn de algemene salariskostenontwikkelingen van invloed op de personeelskosten. Bij de meerjarige berekeningen van de loonkosten gaan wij uit van het stijgingspercentage zoals hierboven is beschreven. Rente A. Omslagrente (= rente die aan taakvelden toegerekend wordt) De omslagrente dient te worden berekend aan de hand van de geraamde rentelasten en de geraamde boekwaarden van investeringen, afgerond op een veelvoud van 0,5%. De omslagrente voor 2026 bedraagt 0,5% en de berekening treft u aan in paragraaf 3.4. B.
Rente toe te rekenen aan alléén de grondexploitatie In de Notitie Grondbeleid in begroting en jaarstukken (2023) van de BBV is een vereenvoudiging ingevoerd. Voor grondexploitaties mag voortaan ook gebruik gemaakt worden van de reguliere omslagrente (of de specifieke rente van de projectfinanciering indien van toepassing). Hiermee sluit de werkwijze volgens BBV aan bij de fiscale regelgeving. Algemene uitkering In de begroting 2026-2029 is de algemene uitkering opgenomen op basis van de meicirculaire 2025. Tevens hebben wij de onderbesteding van het BTW-compensatiefonds geactualiseerd. Indien het BTWcompensatiefonds niet volledig wordt benut, wordt het overschot (achteraf) teruggestort in de algemene uitkering. Dit mag structureel meegenomen worden. 10
Belastingen en heffingen Ten aanzien van de afvalstoffenheffing en de rioolheffing wordt een kostendekkende tariefstelling aangehouden. In de raadsvergadering van 14 november 2023 is de nieuwe Visie Water en Riolering vastgesteld. Op basis daarvan is ook een Plan Water en Riolering opgesteld. Op dit plan zijn zowel de exploitatielasten als de investeringen gebaseerd. Vorig jaar is een verhoging van 12% van de Onroerende Zaakbelasting doorgevoerd vanwege een achterstand in de indexering en de fors negatieve begrotingssaldi. Hiermee lopen we nog steeds achter op het landelijk gemiddelde tarief. Voor 2026 rekenen we uitsluitend met een aanpassing van het tarief op basis van de CBS index van 2,1%. Toeristenbelasting In december 2024 is de Toeristenbelasting per amendement door de raad vastgesteld op van € 2,00 per overnachting. Voor 2026 blijft dit ook het geldende tarief. Woonforensenbelasting Deze heffing op basis van WOZ-waarde van recreatiewoningen is voor 2025 vastgesteld op 0,775% van de WOZ-waarde met een maximum van € 1.390 per jaar. Dit tarief wordt voor 2026 gehandhaafd. De inkomsten uit deze woonforensenbelasting kan wel variëren door waardestijging of toe- of afname van recreatiewoningen. Bij de voorstellen tot maatregelen in paragraaf 3.9 hoort ook een verhoging van de forensenbelasting die ingezet kan worden in de komende jaren.
Leges Voor de leges geldt het uitgangspunt van kostendekkendheid. Winst maken op het totaal van legesopbrengsten is niet toegestaan. Uiteraard speelt inflatiecorrectie een rol in de tariefberekening. Ook in deze begroting hanteren wij het uitgangspunt van kostendekkendheid. In 2025 is een extern onderzoek gestart naar de kostendekkendheid van al onze leges. Op basis van de eerste uitkomsten zijn de inkomsten uit leges voor een deel al vanaf 2026 verhoogd. Mogelijk dat later nog meer extra inkomsten daaruit voort zullen vloeien. Daarover zullen we uw raad tijdig informeren. Basisgegevens Voor de aantallen inwoners en woningen vormen de werkelijke aantallen per 1 januari 2024 het uitgangspunt. Ramingen voor aantallen inwoners en woningen worden gebaseerd op globale inschattingen vanuit ervaringsgegevens. Bovendien wordt voor iedere begrotingscyclus de uitgangssituatie bepaald op de laatst bekende werkelijke aantallen. Waar mogelijk wordt rekening gehouden met concrete woningbouwplannen en de status van die plannen. De financiële impact van dit soort relatief geringe inschattingsafwijkingen zijn dermate klein, dat het niet lonend is om veel tijd te steken in een verdere nauwkeurigheid van de schattingen.
Als concrete bouwprojecten zover gevorderd zijn dat deze in het begrotingsjaar gereed zijn, wordt daar rekening mee gehouden indien dat substantieel afwijkt van de reguliere inschattingen. 2.2 Methodiek De meerjarenbegroting wordt op basis van lopende prijzen vastgesteld. Dit wil zeggen dat in de verschillende jaren de verwachte inflatie, loonontwikkelingen en inkomensmutaties verwerkt zijn. Resultaat is een begroting die een reëler inzicht in het meerjarenperspectief geeft. De begroting maakt onderscheid tussen structurele en incidentele middelen. Structurele middelen zijn jaarlijks terugkerende middelen. Incidentele middelen zijn eenmalig of voor een beperkt aantal jaren terugkerende middelen en welke naar hun aard in elk geval een zeker eindmoment hebben. Om het huishoudboekje van de gemeente gezond te houden is het van belang om de jaarlijks terugkerende lasten te kunnen betalen uit de jaarlijks terugkerende inkomsten. Dat heet dan een structureel en reëel sluitende begroting. Uitgangspunt is dat de begroting bestaat uit structurele lasten en baten. Incidenteel is de uitzondering en de uitzondering moet altijd goed gemotiveerd worden. Hier volgen we de Notitie Structurele en Incidentele Baten en Lasten 2024 van BBV en de Handreiking van de toezichthouders uit 2021 over dit thema. Als tweede uitgangspunt is ook de looptijd van de last (of baat) van belang.
In zijn algemeenheid geldt dat een langere looptijd eerder aanleiding geeft om een last of baat als structureel te (moeten) beschouwen. 11
2.3 Begrotingsbeeld De meerjarenbegroting (inclusief nieuw beleid) is structureel sluitend in het laatste jaar. We hoeven in 2029 geen gebruik te maken van de mogelijkheid om een deel van de vrije algemene reserve in te zetten. Voor 2026 en 2028 zie we nog wel een negatief structureel begrotingssaldo. Een pakket van bezuinigingsmaatregelen (zie paragraaf 3.9) dat wordt ingezet maakt dat het saldo jaarlijks verbetert. Voor een verklaring van de verschillen met de vorige begroting verwijzen wij naar de analyse daarvan in bijlage 1 van deze programmabegroting. In bijlage 4 is een overzicht van baten en lasten per programma opgenomen en in bijlage 5 een nadere toelichting bij het incidentele saldo.
12
3. Paragrafen
13
3.1.Bedrijfsvoering 3.1.1 Inleiding De afdeling Bedrijfsvoering heeft een belangrijke rol in het ontzorgen van de organisatie in de realisatie van de beleidsdoelen van de gemeente. Het ondersteunt de primaire processen, dienstverlening aan burgers en beleids- en bestuurlijke processen. Wij streven naar een bedrijfsvoering die zodanig is ingericht, dat de uitvoering van de programmabegroting door de ambtelijke organisatie op een zo efficiënt mogelijke wijze kan gebeuren. In deze paragraaf geven we inzicht in de belangrijkste ontwikkelingen en ambities in 2026 op het gebied van bedrijfsvoering. De belangrijkste ambities vanuit de raad en het college met betrekking tot de bedrijfsvoering zijn: Vergroten van de bestuurskracht; Samen Doen is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van inwoners, gemeenteraad, college en ambtelijke organisatie; Verbeteren van de communicatie; Adequate en zorgvuldige dienstverlening; Financiële huishouding gemeente op orde. 3.1.2.
Vergroten van de bestuurskracht
Als kleine gemeente is de zeggenschap in de regio, richting provincie, het rijk en ook internationaal beperkt. Daarom is het voor Reusel-De Mierden belangrijk om continu de samenwerking met anderen op te zoeken om haar doelen te bereiken en onze inwoners beter te vertegenwoordigen in de regio, richting de provincie, het rijk en internationaal. Dit doen we door kansen te benutten van (internationale) samenwerking met aangrenzende gemeenten. Internationaal blijven we deelnemen aan Benego (Belgisch Nederlands grensoverleg). Daarnaast werken we zoveel mogelijk samen op gebieden waar dit de kwaliteit van de dienstverlening aan onze inwoners ten goede komt, gebaseerd op drie pijlers: kwaliteit, efficiency en het voorkomen van kwetsbaarheid. We zijn aangesloten bij de K-80 (kleine gemeentes) met als doel een grotere stem richting het Rijk te hebben en vinden er samenwerkingsvormen op allerlei gebied plaats met andere Kempengemeenten. Vanuit de K-80 zijn we actief betrokken bij de projectgroep ‘Aantrekkelijk Werkgeverschap’ en zijn er vanuit de K-80 moties (ook gesteund door onze gemeente) ingediend bij het Rijk. 3.1.3. Samen Doen is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van inwoners, gemeenteraad, college en ambtelijke organisatie Samen Doen is onze visie binnen onze manier van werken. Voor onze medewerkers is het onderdeel van hun dagelijks werk.
Samen met onze inwoners hebben we al veel projecten op kunnen pakken en dit zal ook in 2026 een vervolg krijgen. Doorontwikkeling van Samen Doen is en blijft belangrijk om nog beter te kunnen voorzien in wat onze inwoners van ons nodig hebben. In 2026 willen we hiertoe onze organisatie nog verder ontwikkelen en wordt o.a. een participatieverordening opgesteld. 3.1.4.
Verbeteren van de communicatie
De focus blijft op proactieve communicatie om als organisatie te kunnen laten zien wie we zijn en waar we voor staan. We willen enerzijds vernieuwend zijn en blijven en anderzijds aanhaken bij en tegemoet blijven komen aan de behoeften op dit gebied van onze inwoners. 3.1.5.
Adequate en zorgvuldige dienstverlening
We blijven uitvoering geven aan een goede bereikbaarheid van de gemeentelijke organisatie (zowel telefonisch als per e-mail) zodat we nog beter uitvoering kunnen geven aan onze servicenormen en net dat stapje extra zetten voor onze inwoners. De Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv), die naar verwachting per 1 januari 2026 in werking treedt, regelt dat inwoners en bedrijven hun zaken die ze met de overheid moeten doen, digitaal kunnen afhandelen. Zij krijgen daarmee het recht om officiële berichten, zoals aanvragen voor vergunningen en bezwaarschriften, elektronisch aan het bestuursorgaan te zenden. Daarnaast verbetert hun rechtspositie in het digitale contact met de overheid. De mogelijkheid om per post met de overheid te communiceren blijft; inwoners en bedrijven hebben de keuze tussen de papieren of de digitale weg. Wij blijven de digitale ontwikkelingen volgen om blijvend te voldoen aan de wens van de inwoner om zaken snel en eenvoudig vanuit huis te regelen. Deze dienstverlening blijft uiteraard ook fysiek vanuit het gemeentehuis mogelijk. 14
3.1.6.
Financiële huishouding
In de meerjarenbegroting zagen we vorig jaar oplopende tekorten door stijgende kosten en dalende inkomsten van het Rijk. Om voor het jaar 2025 de begroting sluitend te krijgen is toen een 2 sporen aanpak ingezet, waarbij in Spoor 1 is gekeken naar de budgetten, investeringen en reserves waar geen tot een beperkte beleidskeuze voor gemaakt hoeft te worden. Ook is een inhaalslag gedaan in de inkomsten van de gemeente, door de achterstand op het landelijk gemiddelde deels in te lopen op de Onroerende Zaak Belasting (OZB) Daarna is in Spoor 2 voor de jaren na 2025 gekeken naar beperking van lasten en waar mogelijk verhoging van inkomsten. De uitkomsten hiervan zijn in deze meerjarenbegroting 2026-2029 verwerkt om zo tot een structureel sluitende begroting in 2029 te komen. Structureel sluitend houdt in dat de begroting structureel in evenwicht is: jaarlijks terugkerende lasten zijn gedekt door jaarlijks terugkerende baten. Hierop wordt de begroting beoordeeld door het toezichthoudend orgaan, provincie Noord-Brabant. De provincie bekijkt in hoeverre de raming (de schets van de begroting) realistisch is. Een raming moet gebaseerd zijn op beleidskeuzes. Wanneer een gemeente de begroting aanpast, dan moet ook beschreven worden welke taken of functies daarmee wijzigen.
Wanneer een gemeente bezuinigingen of taakstellingen in de begroting opneemt, moet de gemeente laten zien dat bezuinigingen en taakstellingen realistisch en haalbaar zijn. Een gemeente mag niet jaar op jaar een begroting vaststellen met een meerjarenraming waarvan alleen de laatste jaarschijf sluit. In een nieuwe toegevoegde paragraaf Bezuinigingen worden de maatregelen uit Spoor 2 verder toegelicht. 3.1.7.
Informatiebeveiliging
Informatiebeveiliging betreft het totale pakket aan maatregelen om de beschikbaarheid, integriteit en vertrouwelijkheid van de gemeentelijke informatiesystemen te waarborgen. Met de Cyberbeveiligingswet, welke naar verwachting in het tweede kwartaal van 2026 in werking zal treden, worden de NIS2-richtlijn en de opvolger van de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO), de BIO2, geïmplementeerd. Als gevolg hiervan zal ook het informatiebeveiligingsbeleid herzien moeten worden. De gemeente verantwoordt zich jaarlijks aan de gemeenteraad en betrokken ministeries over informatiebeveiliging via het verantwoordingsstelsel ENSIA (Eenduidige Normatiek Single Information Audit). Omdat een van de belangrijkste factoren die van invloed is op de mate van informatieveiligheid de factor ‘mens’ is, wordt er veel tijd gestoken in bewustwording onder medewerkers. Dit blijft een constant proces en behoeft regelmatig aandacht. Als organisatie moeten we rekening blijven houden met de mogelijkheid dat medewerkers misleid worden. Periodiek worden er verplichte trainingen aangeboden waarvan deelname gemonitord wordt. Ook vinden er phishingtests plaats waarbij het handelen van medewerkers gemonitord en opgevolgd wordt. Bij deze trainingen wordt ook aandacht besteed aan het veilig toepassen van kunstmatige intelligentie.
In het dreigingsbeeld informatiebeveiliging 2025-2026 van de informatiebeveiligingsdienst (IBD) wordt ransomware wederom genoemd als de grootste dreiging voor gemeenten. De impact van een ransomware aanval is aanzienlijk: Naast hoge reparatie en herstelkosten leidt een ransomware aanval ook tot schending van privacy van inwoners en medewerkers, imagoschade voor de gemeente en verlies van vertrouwen in de overheid. 3.1.8.
Personeel & Organisatie
In 2025 is binnen de organisatie verder gewerkt aan de doorontwikkeling, voortvloeiend uit de herstructurering van het leidinggevend kader in 2024. Tevens zijn er belangrijke stappen gezet in de ontwikkeling van de teams. Ook in 2026 blijft het aantrekken van gekwalificeerde medewerkers prioriteit, met blijvende aandacht voor een zorgvuldig onboardingproces en het ‘binden en boeien van medewerkers’ gericht op het beperken van uitstroom en het behouden van kennis en continuïteit binnen de organisatie. Op het gebied van personeel en organisatie zijn in 2025 diverse projecten afgerond. Sommige thema’s, zoals interne en externe veiligheid, blijven echter structurele aandacht vragen. Een belangrijke mijlpaal in 2025 was de implementatie van de landelijke functieprofielen (HR21). De financiële effecten van HR21 zijn in deze begroting verwerkt. In 2026 wordt hierop voortgebouwd met de invoering van competentiemanagement. Ook het strategisch HR-beleid zal een vervolg krijgen in 2026. 15
3.1.9.
Personeelsbudget
Onderstaand een overzicht van het begrote personeelsbudget per 1 januari 2026, zoals dat in deze meerjarenbegroting is opgenomen: Organisatieonderdeel / team:
Loonkosten inclusief sociale lasten Bedragen in €
2026
2027
2028
2029
Gemeenteraad
285.000
299.500
312.100
326.100
Burgemeester en wethouders Griffie
487.500
512.400
533.900
557.900
156.700
164.600
171.600
179.300
Gemeentesecretaris
151.100
158.800
165.500
172.900
Afdeling Ontwikkeling en Dienstverlening
5.391.900
5.666.800
5.904.800
6.170.400
Afdeling Bedrijfsvoering
3.008.800
3.162.100
3.295.000
3.443.300
Totale loonkosten inclusief sociale lasten:
9.481.000
9.964.200
10.382.900
10.849.900
3.1.10 Gebruik gemeentehuis Er lopen gesprekken met de directie van de GRSK voor huisvesting van 50 werkplekken van het onderdeel Maatschappelijke Dienstverlening (MD) van de GRSK. Daarmee is commerciële verhuur van de plint voorlopig van de baan. Voor deze huisvesting denken we aan een combinatie van reeds bestaande faciliteiten en werkplekken en (een deel van) de plint. Dit zal nog wel een aanpassing van het gebouw vergen, want er moet dan ook gekeken worden naar sanitaire ruimtes, vergaderruimtes etc. De focus ligt nu op de huisvesting van MD. Zodra dit gerealiseerd is, zal gestart worden met een algeheel huisvestingsplan voor de toekomst. Doel is en blijft het hebben en houden van een toegankelijk gemeentehuis voor onze inwoners en een goede werkomgeving voor onze medewerkers.
16
3.2 Lokale heffingen 3.2.1.
Algemeen
De lokale heffingen zijn een integraal onderdeel van het gemeentelijk beleid. De uitvoering van gemeentelijk beleid raakt daarmee elke burger, bedrijf of instelling direct in zijn/haar portemonnee. Zij wensen -terechtwaar voor hun geld. Lokale belastingen en heffingen staan dan ook sterk in de belangstelling. Het doel van deze paragraaf is om integraal informatie te geven over alles wat met lokale heffingen te maken heeft. 3.2.2.
Geraamde opbrengsten
Een totaaloverzicht van de opbrengsten belastingen en heffingen: Rekening
Soort Bedragen in €
Onroerende zaakbelasting Toeristenbelasting
2024
Begroot 2025*
2026
2027
2028
2029
3.066.000
3.659.000
3.779.000
3.859.000
3.940.000
4.022.000
262.000
198.000
202.000
206.000
210.000
217.000
Woonforensenbelasting
39.000
37.000
37.000
38.000
39.000
40.000
Afvalstoffenheffing
873.000
1.144.000
1.137.000
1.195.000
1.245.000
1.301.000
1.647.000
2.024.000
1.989.000
2.040.000
2.166.000
2.232.000
Rioolheffing Marktgelden
39.000
38.000
39.000
39.000
40.000
42.000
Leges omgevingsvergunningen
660.000
609.000
614.000
621.000
636.000
662.000
Leges bestemmingsplannen
39.000
44.000
45.000
46.000
47.000
81.000
Overige leges (burgerzaken, rijbewijzen, reisdocumenten, bijzondere wetten enz.)
320.000
318.000
320.000
312.000
306.000
267.000
6.945.000
8.071.000
8.162.000
8.356.000
8.629.000
8.864.000
Totaal * Inclusief nieuw beleid en begrotingswijzigingen
De lijn van gestegen tarieven op afvalstoffen en rioolheffing die in 2025 is ingezet omdat de kosten sterk zijn gestegen is doorgezet in de huidige begroting. Bij de onroerende zaak belasting is de stijging van 12% in 2025 zichtbaar in vergelijking met 2024. Doordat onderliggende aantallen in de loop van de tijd wijzigen, zijn de bedragen in bovenstaande tabel niet altijd te herleiden naar een bijstelling met het inflatiepercentage. 3.2.3.
Ontwikkelingen
Wet Waardering onroerende zaken (WOZ) De WOZ-waarde wordt vastgesteld naar het waardepeil per 1 januari van het jaar voorafgaande aan het belastingjaar. In 2026 wordt de waarde dus vastgesteld naar het peil van 1 januari 2025. Volgens de voorlopige waarden 2026 is er nog steeds sprake van een waardestijging. Wat al die ontwikkelingen precies gaan betekenen voor de OZB-tarieven is heden niet duidelijk. Het aantal bezwaar- en beroepsprocedures is in 2025 afgenomen met circa 30% ten opzichte van het jaar daarvoor. Dit wordt enerzijds veroorzaakt door wetgeving waardoor het voor de no-cure-no-pay (nccp) bureaus financieel minder interessant wordt om namens een client bezwaar en/of beroep aan te tekenen. Anderzijds is er sprake van een toename van de kwaliteit van het taxatieproces. Leges Voor de leges geldt het uitgangspunt van kostendekkendheid. Winst maken op het totaal van legesopbrengsten is niet toegestaan. Ook in deze begroting hanteren wij het uitgangspunt van kostendekkendheid. Vorig jaar hadden wij de opinie dat naar de huidige wet- en regelgeving we meer kosten zouden kunnen toerekenen aan onze producten en diensten. Dat zou dus betekenen dat we de 100% kostendekking niet halen en dat we dus extra opbrengsten zouden kunnen genereren. In 2025 is gestart met een onderzoek naar de kostendekkendheid van onze tarieven.
De bevindingen van dit onderzoek worden opgepakt en daarmee zijn hogere leges-inkomsten te verwachten voor 2026 en verder. In de kosten, die ten grondslag liggen aan de legestarieven wordt rekening gehouden met de te betalen BTW én met de overheadkosten. De overheadkosten en de BTW worden niet geraamd en verantwoord op de programma’s en producten. De overhead wordt centraal inzichtelijk gemaakt op het taakveld ‘overhead’ in de begroting. Zoals bij dat taakveld is beschreven, worden de overheadkosten extracomptabel bepaald ten 17
behoeve van de tariefbepaling. De systematiek, welke daarvoor wordt gebruikt, is beschreven in de ‘Financiële Verordening’ en komt erop neer dat de overheadkosten worden verdeeld naar rato van het aantal uren dat aan een product wordt besteed. Berekening kostendekkendheid leges
Bedragen in €
(kosten incl. overhead)
Omgevingsvergunningen
763.975
Bestemmingsplannen
85.307
Burgerzaken c.a.
208.758
Overige
81.698
Totaal lasten
1.139.738
Opbrengst leges
975.929
Dekkingspercentage
85,63%
3.2.4.
Beleid en tariefstelling
Algemene uitgangspunten De algemene uitkering uit het gemeentefonds is de belangrijkste inkomstenbron van de gemeente. De gemeentelijke belastingen en heffingen zijn de belangrijkste, door de gemeente te beïnvloeden, inkomstenbronnen. Bij de riool- en afvalstoffenheffing en de leges is 100% kostendekking het uitgangspunt. De tarieven worden dus bepaald door de raming van de kosten. De overige tarieven stijgen in beginsel met het inflatiepercentage van 2,1%, waarmee ook in de algemene uitkering wordt gerekend. OZB-tarieven Het OZB-tarief wordt uitgedrukt in een percentage van de WOZ-waarde. De nieuwe WOZ-waardes voor 2026 zijn nog niet allemaal bekend. Bij de definitieve vaststelling van de verordeningen met de tarieven voor 2026 zullen de tarieven uiteraard aangepast worden aan de waardemutaties (lagere tarieven bij een waardestijging of hogere tarieven bij een waardedaling). Voor de OZB-opbrengst wordt in deze begroting uitgegaan van een aanpassing met inflatiecorrectie (2,1%), alsmede met een toename van het areaal. Dit ten gevolge van bijvoorbeeld nieuwbouwprojecten en aan- en verbouwingen. De verwachting is dat het tarief voor woningen zal dalen van 0,0919% naar 0,0871% en voor niet-woningen (gebruikers en eigenarenbelasting tezamen) wordt een daling verwacht van 0,4486% naar 0,4455%.
Tarief afvalstoffenheffing Voor de afvalstoffenheffing 2026 worden de ervaringen van de afgelopen jaren meegenomen bij het vaststellen van de nieuwe tarieven. De tarieven voor 2026 worden zoals gebruikelijk in de raadsvergadering van december vastgesteld. Op basis van huidige inzichten gaan we uit van € 4,00 (gelijk aan 2025) voor een tariefzak voor restafval en € 3,72 per lediging (gelijk aan 2025) van een 140-liter GFT-container. Het vastrecht stijgt naar € 157,93 (was € 142,92). Berekening kostendekkendheid
Bedragen in €
Afvalstoffenheffing Kosten taakveld incl. (omslag)rente
1.291.971
Inkomsten taakveld excl. heffingen
418.927
Netto kosten taakveld
873.044
Toe te rekenen kosten: Overhead incl. (omslag)rente
68.240
BTW en Vpb
195.494
Totale kosten
1.136.778
Opbrengst heffingen
1.136.778
Dekkingspercentage
100,00%
18
Tarief rioolheffing Voor de rioolheffing geldt als algemene regel dat de lasten worden gebaseerd op het Programma Water en Riolering 2024-2028. Het verschil tussen lasten en baten wordt geëgaliseerd via de egalisatievoorziening riolering. Zodoende worden grote pieken en dalen in de tarieven voorkomen. In december 2023 is de Visie Water en Riolering 2024-2028, de opvolger van het VGRP, in de raad vastgesteld. Hierbij zijn ook nadrukkelijker de nieuwe wettelijke taken met betrekking tot de watertaken betrokken. Het bredere takenpakket heeft ook gevolgen voor de Verordening Rioolheffing. Hierdoor is de afgelopen jaren het tarief substantieel verhoogd. In 2025 steeg het tarief van € 2,43 naar € 2,88. Op basis van het door de raad vastgestelde beleidsplan wordt het bedrag in 2026 gehandhaafd op € 2,88 per kubieke meter water. Berekening kostendekkendheid
Bedragen in €
Rioolheffing Kosten taakveld incl. (omslag)rente Inkomsten taakveld excl. heffingen Netto kosten taakveld
1.509.062 1.509.062
Toe te rekenen kosten: Overhead incl. (omslag)rente
298.910
BTW
223.025
Totale kosten
2.030.996
Opbrengst heffingen
1.989.375
Onttrekking egalisatievoorziening riolering Totaal inkomsten Dekkingspercentage
41.622 2.030.997 100,00%
Voorzieningen riolering en afvalstoffenheffing Voor de rioolheffing en voor de afvalstoffenheffing bestaan egalisatievoorzieningen waaraan eventuele overschotten in de opbrengsten worden toegevoegd of waaruit eventuele tekorten worden gedekt. Kosten en opbrengsten worden dus verevend. In de begroting lijken de opbrengsten de uitgaven te overstijgen. Dat komt doordat de BTW-component en de overhead wel worden doorberekend middels de tarieven, maar niet worden geraamd en verantwoord op deze producten. In bovenstaand overzicht wordt gerekend met overhead en BTW en komt na een onttrekking aan de egalisatievoorziening de dekking op 100%. Toeristenbelasting en woonforensenbelasting Voor de Toeristenbelasting heeft de raad in 2021 bij amendement besloten om de tarieven niet jaarlijks met de inflatiecorrectie aan te passen, maar periodiek te verhogen met iets grotere stappen, voor het eerst ingaande 2025. In de laatste raadsvergadering van 2024 werd, bij amendement, bepaald om het tarief toeristenbelasting vast te stellen op € 2,00 per overnachting. Dit voor de duur van twee jaar, tot 2027. Voor het tarief voor de Woonforensenbelasting houden we rekening met inflatiecorrectie van 2,1%. Omdat de waarde hier mede bepalend is voor het tarief, kunnen we het exacte tarief nu nog niet melden. Voor deze heffing geldt een maximum per woning van € 1.419,00. 3.2.5.
Lokale lastendruk 2026 per huishouden
Uitgangspunten: OZB: op basis van gemiddelde woningwaarde € 454.000 en tarief eigenaren verlaagd van 0,0919% naar 0,0871% (gecorrigeerd voor gemiddelde stijging woningwaarde en inflatiecorrectie van 2,2% naar 2,1%) Afval: 7 GFT-ledigingen à € 3,72 + 2,2 restafvalzakken à € 4,00 + vastrecht Riool: 95 m³* waterverbruik à € 2,88 (tarief volgens vastgestelde Visie Water en Riolering) *(vlgs Brabant Water 124 liter gebruik per persoon per dag 2025 – gemiddeld gezinssamenstelling 2,1 personen)
19
Op basis van de meest actuele gegevens is een inschatting gemaakt van de basisgegevens, zoals gemiddelde woningwaarde, aantal GFT-ledigingen en afvalzakken en gemiddeld waterverbruik. De gegeven uitgangspunten leiden tot het volgende beeld van de gemiddelde belastingdruk per huishouden: Bedragen in €
Werkelijk 2024*
Raming 2025*
Raming 2026
Onroerende zaakbelastingen eigenarengedeelte
€ 341,82
€ 397,92
€ 395,43
Afvalstoffenheffing
€ 147,83
€ 177,76
€ 192,77
Rioolheffing
€ 291,60
€ 336,96
€ 339,96
Totaal per huishouden
€ 781,25
€ 912,64
€ 925,16
*Werkelijk 2024 en raming 2025 afkomstig uit respectievelijk jaarstukken 2024 en het raadsvoorstel belastingtarieven 2025 (RA 24.082).
20
3.3 Weerstandsvermogen en risicobeheersing 3.3.1.
Algemeen
We geven in deze paragraaf inzicht in welke mate de gemeente Reusel-De Mierden in staat is financiële risico’s op te vangen, zonder de uitvoering van haar taken in gevaar te brengen. Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de weerstandscapaciteit (de middelen waarover de gemeente kan beschikken om niet begrote kosten te dekken) en het totaal aan gekwantificeerde risico’s, waarvoor geen voorzieningen zijn getroffen, verzekeringen zijn afgesloten of waar ook anderszins geen beheersmaatregelen tegenover staan. Voor de raad is het weerstandsvermogen van belang omdat er nooit een situatie zal zijn, waarin geen risico’s meer bestaan. De raad moet vanuit de kaderstellende en controlerende taak inzicht hebben in de ruimte die er is om eventuele tegenvallers op te kunnen vangen. Als die ruimte onvoldoende groot is, moeten aanvullende maatregelen genomen worden. 3.3.2.
Beleid
Bij raadsbesluit van 7 juli 2020 is de nota ‘Reserves, voorzieningen & afschrijvingsbeleid’ herzien. Hierin zijn onder andere regels opgenomen over hoe om te gaan met reserves en voorzieningen en op welke wijze afschrijving plaatsvindt op activa. In het kader van deze paragraaf is van belang dat in het beleid is bepaald dat de algemene reserve bestaat uit 2 delen: Een niet besteedbaar deel wat nodig is ter dekking van de gekwantificeerde risico’s, vermenigvuldigd met de vastgestelde ratio (1,8); Een vrij besteedbaar deel. Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de volgende onderdelen: a. Algemene reserve b. Post onvoorzien c. Onbenutte belastingcapaciteit d. Begrotingsruimte Ad a. Algemene reserve De stand van de algemene reserve per 1-1-2025 € 20.229.000 Niet besteedbaar ter afdekking van risico’s (incl. ratio) € 4.910.000 Vrij besteedbaar € 15.319.000 Voor de bepaling van het niet besteedbare deel van de algemene reserve zijn de regels toegepast uit het in juli 2020 vastgestelde beleid op dit gebied. Daarom zijn de gekwantificeerde risico’s vermenigvuldigd met een factor 1,8, hetgeen tot een bedrag leidt van afgerond € 4.910.000 (zie paragraaf 3.3.4) De bestemmingsreserves laten we buiten de berekening van de weerstandscapaciteit. Bestemmingsreserves moeten min of meer gezien worden als verplichtingen (er staat een bestedingsdoel tegenover).
Daarom nemen we die niet mee in de berekening. De raad is overigens te allen tijde bevoegd om de bestemming van reserves aan te passen. Ad b. Post onvoorzien Jaarlijks wordt in de begroting een verplichte post onvoorzien opgenomen , bedoeld voor bijzondere, niet voorziene kosten. Deze post is al jarenlang niet nodig gebleken. In het kader van het structureel sluitend maken van de begroting (Spoor 2) is voorgesteld deze post nu voor slechts € 1,= op te nemen. Ad c. Onbenutte belastingcapaciteit De omvang van de belastingcapaciteit is de ruimte tussen de feitelijk te verwachten opbrengst en de opbrengst die de gemeente zou moeten realiseren wanneer zij een beroep doet op artikel 12 van de Financiële verhoudingswet (de zogenaamde artikel 12-norm). Volgens die norm moet de afvalstoffenheffing en het rioolrecht kostendekkend zijn. Dat uitgangspunt hanteren wij ook. Dan blijft de onbenutte capaciteit van de onroerende zaakbelasting over. De meest recente factor daarvoor bedraagt 0,1648% (afkomstig uit de Meicirculaire) van de totale WOZ-waarde, hetgeen resulteert in een onbenutte belastingcapaciteit voor Reusel-De Mierden van afgerond € 1.265.000. 21
Ad d. Begrotingsruimte Indien sprake is van een positief totaal begrotingssaldo wordt dit meegerekend in de weerstandscapaciteit. Stille reserves Stille reserves zijn activa die te laag of tegen nul zijn gewaardeerd, maar die in principe direct verkoopbaar zijn. Van de omvang van de stille reserves is de volgende indicatie te geven (Jaarrekening 2024): Object
Oppervlak
Boekwaarde
Aanduiding boekwaarde Waarde
Basis waardeberekening
Verschil
Landbouwgrond, geliberaliseerde pacht
37,82 ha
€
-
€
3.782.000
378.200m² x € 10,00
€
Landbouwgrond, vaste pacht
88,8 ha
€
-
€
5.328.000
888.000 m² x € 6,00
€
5.328.000
Bossen, visvijver, landschapelementen
944 ha
€
-
€
11.800.000
944.000 m² x 1,25
€
11.800.000 1.253.277
3.782.000
Gemeentehuis/bibliotheek
€
Boekwaarde 1-1-2024
€
2.990.000
WOZ-waarde 1-1-2024
€
Gemeentewerf
€
-
Boekwaarde 1-1-2024
€
508.000
WOZ-waarde 1-1-2024
€
508.000
Sportzaal Den Houtert Lage Mierde
€
-
Boekwaarde 1-1-2024
€
2.466.000
WOZ-waarde 1-1-2024
€
2.466.000
1.736.723
Sporthuis Reusel
€
1.814.988
Boekwaarde 1-1-2024
€
2.369.000
WOZ-waarde 1-1-2024
€
554.012
Brede School Plus Lage Mierde (Opstap+Ster)
€
2.069.839
Boekwaarde 1-1-2024
€
2.958.000
WOZ-waarde 1-1-2024
€
888.161
Basisschool De Akkerwinde Hooge Mierde
€
419.472
Boekwaarde 1-1-2024
€
1.428.000
WOZ-waarde 1-1-2024
€
1.008.528
Basisschool St. Clemens Hulsel
€
-
Boekwaarde 1-1-2024
€
606.000
WOZ-waarde 1-1-2024
€
606.000
Basisschool De Torelaar Reusel
€
198.873
Boekwaarde 1-1-2024
€
1.281.000
WOZ-waarde 1-1-2024
€
1.082.127
Basisschool De Leilinde Reusel
€
1.336.526
Boekwaarde 1-1-2024
€
3.279.000
WOZ-waarde 1-1-2024
€
1.942.474
Basisschool De Klimop Reusel
€
1.046.423
Boekwaarde 1-1-2024
€
1.464.000
WOZ-waarde 1-1-2024
€
417.577
MFA De Kei Reusel
€
1.996.645
Boekwaarde 1-1-2024
€
1.996.645
nog geen WOZ bekend
€
-
Brandweerkazerne Reusel
€
102.551
Boekwaarde 1-1-2024
€
373.000
WOZ-waarde 1-1-2024
€
270.449
Sportpark Den Hoek Reusel
€
454.382
Boekwaarde 1-1-2024
€
2.530.000
WOZ-waarde 1-1-2024
€
2.075.618
Sportpark De Leeuwerik Hooge Mierde
€
167.407
Boekwaarde 1-1-2024
€
365.000
WOZ-waarde 1-1-2024
€
197.593
Sportpark D'n Daalacker Lage Mierde
€
16.571
Boekwaarde 1-1-2024
€
669.000
WOZ-waarde 1-1-2024
€
652.429
Sportpark 't Kantje Hulsel
€
58.847
Boekwaarde 1-1-2024
€
111.000
WOZ-waarde 1-1-2024
€
52.153
Gildeterrein Broekkant Lage Mierde
€
-
Boekwaarde 1-1-2024
€
213.000
WOZ-waarde 1-1-2024
€
213.000
Woning Sportpark 1 Reusel
€
-
Boekwaarde 1-1-2024
€
437.000
WOZ-waarde 1-1-2024
€
437.000
Kinderdagverblijf Dooleg Reusel
€
113.973
Boekwaarde 1-1-2024
€
304.000
WOZ-waarde 1-1-2024
€
190.027 28.000
Terrein voormalige werf Denestraat
€
-
Boekwaarde 1-1-2024
€
28.000
WOZ-waarde 1-1-2024
€
Willibrordlaan 13 Hulsel
€
470.000
Boekwaarde 1-1-2024
€
470.000
WOZ-waarde 1-1-2024
€
€
12.003.218
€
47.755.645
€
35.752.427
De stille reserves hebben dus een omvang van € 35,7 miljoen. Het is op basis van het Besluit begroting en verantwoording (Bbv) niet toegestaan om een waarde aan stille reserves toe te kennen en die waarde vervolgens mee te rekenen in de reservepositie. De reservepositie kan vanuit de stille reserves dus alleen toenemen door deze stille reserves om te zetten in geld (te gelde maken middels verkoop). Dat neemt niet weg dat in relatie tot de capaciteit om onverhoopte tegenvallers op te vangen de stille reserve wel een betekenis hebben. 3.3.3.
Risico’s
De samenloop van risico’s is een ander aspect van het vermogen van de gemeente om financiële tegenvallers op te vangen (=weerstandsvermogen). Inventariseren van risico’s, een inschatting maken van de kans op deze risico’s en het beheersen en managen van risico’s is hierbij van wezenlijk belang. Hierna wordt een overzicht gegeven van de risico’s in het licht van het weerstandsvermogen. De weerstandscapaciteit kan dan afgezet worden tegen de samenloop van de geïnventariseerde risico’s, zodat ‘beoordeeld’ kan worden of het weerstandsvermogen afdoende is. De vertaling van deze risico’s in bedragen is gebaseerd op inschattingen. Indien er sprake is van nauwkeurige berekeningen van concrete verplichtingen is vorming van voorzieningen nodig. Deze paragraaf geeft dan ook geen raming van budgetten die worden aangehouden om tegenvallers op te vangen, maar slechts een indicatie van het vermogen om tegenvallers op te kunnen vangen. Dat vermogen zit dan vooral in de reserves. De gemeente Reusel-De Mierden raamt altijd zo reëel mogelijk. Het blijven echter ramingen, zodat er altijd een risico is, dat de werkelijkheid anders is dan de ramingen. Wij achten dat risico niet dusdanig dat daarmee in de sfeer van weerstandsvermogen rekening moeten worden gehouden. Reëel ramen betekent echter ook dat er geen ‘lucht’ in de ramingen zit ‘voor het geval dat’.
Als bepaalde risico’s, zoals bijvoorbeeld inbraakschade, verzekerd zijn, dan ramen wij geen kosten voor die schade, óók niet voor een eventueel (beperkt) eigen risico. Mochten zich dan onverhoopt toch schades voordoen, dan kunnen ramingen dus tekort schieten. Daarover wordt dan gerapporteerd via bestuursrapportages. Hetzelfde geldt voor bijzondere omstandigheden. Zo kunnen extreme weersomstandigheden tot extra kosten leiden (extra gladheidbestrijding, stormschades enz.). Gelet op de ervaringen ter zake achten wij het niet nodig om op dit gebied in het kader van het weerstandsvermogen met bijzondere risico’s rekening te houden. 22
Grondexploitatie / Bestemmingsplannen De mogelijkheid bestaat dat onevenredige schade als gevolg van bestemmingswijziging moet worden vergoed. Hiervoor zijn geen specifieke middelen gereserveerd. In principe worden eventuele claims op de ontwikkelaars van een plan afgewenteld. Indien de gemeente de planschade moet vergoeden, wordt deze opgevangen binnen de grondexploitatie. Daarnaast vormt de grondexploitatie zelf, als gemeentelijke activiteit, een voortdurend risico (economische ontwikkelingen, kredietbeleid van banken, stagnerende markten, veranderende wetgeving, fluctuerende rentes en dergelijke). Het feit dat deze activiteit in principe in vier kernen en op een kleinschalige wijze wordt uitgevoerd, versterkt dit risico. De markt is voor zowel woningbouwgrond als bedrijfsgrond op dit moment gunstig, hetgeen zich uit in een toegenomen vraag. De grondexploitaties worden jaarlijks opnieuw berekend, waarbij ook een inventarisatie plaatsvindt van risico’s dan wel te optimistische inschattingen. Op basis van de meest recente berekeningen zijn voorzieningen gevormd voor de gecalculeerde nadelige saldi. In rapportages, zoals die voor alle grondexploitaties zijn opgesteld, is een risicoanalyse en risicoberekening opgenomen. Het gaat dan om risico’s als extra hoge kostenstijgingen, grondprijsverlaging, rentestijgingen e.d..
Voor zover risico’s binnen de (positieve) resultaten van de grondexploitatie kunnen worden opgevangen, is geen aanvullend weerstandsvermogen nodig. Bij de plannen voor De Leeuwerik, Kleine Hoeven en Hart van Reusel is dat niet het geval. De contante waarde van de risico’s voor die plannen zijn berekend op: De Leeuwerik Hart van Reusel Kleine Hoeven Totaal
€ 6.000 € 226.000 € 894.000 € 1.126.000
Doordat jaarlijks een actualisatie van de grondexploitatieprojecten plaatsvindt, inclusief een analyse van risico’s en kansen, zijn risico’s goed in beeld en kan tijdig gestuurd worden op risicobeperking. De meeste grondexploitaties zijn ook zover gevorderd dat de risico’s kleiner worden. Immers aan het begin van een grondexploitatieproject moeten gronden nog verworven worden, kunnen planschades optreden, kunnen er tegenvallers zijn in kosten van bouwrijp maken enz. De risico’s zijn dan groter. De nu actieve grondexploitaties zijn zover gevorderd dat daarin geen grondverwerving meer hoeft plaats te vinden, bouwrijp maken al achter de rug is en zelfs woonrijp maken deels al heeft plaatsgevonden. Daardoor zijn de risico’s afgenomen. Bij het opstarten van nieuwe grondexploitatieprojecten kunnen de risico’s weer toenemen. Intergemeentelijke samenwerking Onze gemeente neemt deel in een aantal verbonden partijen.