CConstaterende datReusel-De Mierden
Koppel je AI →
Document · PDF

A. Toelichting OBP Hamelendijk 5 en 7 Reusel

Gemeenteraad 16 april 2024, gemeente Reusel-De MierdenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Buitengebied Hamelendijk 5-7 Reusel35.327 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

26

A. Toelichting Bestemmingsplan Hamelendijk 5 en 7 te Reusel

Een overdekte op- en overslag zie je steeds meer bij dit soort loodsen. Afnemers stellen steeds hogere eisen aan producten. Het is de kunst van iedere ondernemer om onder goede weersomstandigheden de oogst zo snel mogelijk onder dak te krijgen. Hierdoor wordt neerslag, wat het rottingsproces in gang zet, zoveel mogelijk vermeden. De overdekte op- en overslag wordt in oogsttijd snel volgereden. Van hieruit vindt de verdere verwerking voor bewaring of aflevering naar de verwerkende industrie plaats. In de (vollegrond)teelt wordt gebruik gemaakt van steeds grotere landbouwmachines- en werktuigen. Om deze te beschermen tegen weersinvloeden en diefstal is het belangrijk dat deze binnen worden gestald. Het gaat hier om grote machines- en werktuigen die de benodigde ruimte vragen en daarnaast makkelijk moeten kunnen manoeuvreren. Ook is een werkplaats noodzakelijk om in het onderhoud van de machine- en werktuigen te voorzien. Verder is ruimte nodig voor opslag van bijvoorbeeld zaaigoed, etc. Tussen gebouwen is minimaal 20 meter ruimte benodigd om met machines- en werktuigen te kunnen manoeuvreren. Verder is bij een gemiddeld (vollegronds)teeltbedrijf behoefte aan een (overdekte) wasplaats voor machines. Hiermee worden erfemissies verminderd. Een wasplaats is verplicht wanneer meer dan één keer per week een werktuig wordt gereinigd.

Ook een weegbrug wordt veel gebruikt bij (vollegronds)teeltbedrijven om het gewicht van ladingen te wegen. Afhankelijk van de teelten is er behoefte aan een spoelwaterbassin. Dit is een opvangsysteem voor water. Het water wordt gebruikt voor het spoelen of reinigen van producten, apparaten en/of machines. Hierdoor is het mogelijk om het water te hergebruiken. Dit zorgt voor besparing van water en daarmee worden kosten laag gehouden. Bij (vollegronds)teeltbedrijven wordt tegenwoordig ook vaak een waterbassin aangelegd voor de opvang van hemelwater. In droge periodes wordt dit water gebruikt voor de beregening van de gronden. Hiermee kunnen deze van voldoende water worden voorzien. Zoals u kunt zien heeft een gemiddeld (vollegronds)teeltbedrijf (akkerbouwbedrijf) behoefte aan een ruim bouwvlak. Dit om daarbinnen de benodigde voorzieningen te realiseren. Maar ook manoeuvreerruimte is belangrijk voor dit soort bedrijven. In het kader van zorgvuldig ruimtegebruik is het verantwoord en reëel om het bestaande bouwvlak van 1,46 ha op de locatie in de bestaande vorm en omvang te behouden. Verkleining van het bouwvlak en de bouwmogelijkheden staat de ontwikkeling van een gemiddeld (vollegronds)teeltbedrijf op de locatie in de weg.

27

A. Toelichting Bestemmingsplan Hamelendijk 5 en 7 te Reusel

2.4

VERKEER EN PARKEREN 2.4.1 Verkeer De locatie Hamelendijk 5 beschikt over 3 ontsluitingen op de openbare weg ‘Hamelendijk’, zie figuur 2.6.

3. 2. 1. 

Figuur 2.6: Ontsluiting Hamelendijk 5, met rode pijlen zijn de ontsluitingen op de openbare weg weergegeven (bron foto: Streetsmart/Cyclomedia).

De locatie Hamelendijk 7 blijft slechts op 1 locatie ontsloten aan deze weg, zie figuur 2.7.

28

Figuur 2.7: Ontsluiting Hamelendijk 7, met rode pijlen zijn de ontsluitingen op de openbare weg weergegeven (bron foto: Streetsmart/Cyclomedia).

A. Toelichting Bestemmingsplan Hamelendijk 5 en 7 te Reusel

Zowel in de huidige situatie als in de voorgenomen situatie blijft ter plaatse van het plangebied Hamelendijk 5 sprake van een agrarisch bedrijf in de vorm van een melkrundveehouderij i.c.m. de verbrede landbouw- en nevenactiviteiten die ter plaatse reeds zijn gevestigd. De varkenstak wordt geheel afgestoten en de melkrundveehouderij wordt uitgebreid. Ter plaatse van Hamelendijk 7 wordt de veehouderij definitief beëindigd. Zowel planlogisch, milieutechnisch als juridisch wordt geregeld dat ter plaatse in de toekomst geen dieren meer gehouden kunnen worden. Het agrarische bedrijf ter plaatse blijft actief en wordt voortgezet in de vorm van een (vollegronds)teeltbedrijf. Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling is (nagenoeg) geen wijziging in de verkeergeneratie te verwachten. De significante afname door het geheel verdwijnen van de varkenshouderij ter plaatse aan de Hamelendijk 5 staat gelijk aan de eventuele toename van het extra vrachtverkeer dat gerelateerd is aan de uitbreiding van de melkveehouderij ter plaatse. Daarnaast betekent een uitbreiding van de melkrundveehouderij niet direct een verkeerstoename. Immers kan met vollere vrachten gewerkt worden, waardoor geen sprake hoeft te zijn van extra verkeersbewegingen. De verbrede landbouw- en nevenactiviteiten blijft men in de huidige vorm exploiteren en leidt niet tot meer verkeersbewegingen t.o.v. de huidige situatie.

Ter plaatse van Hamelendijk 7 geldt hetzelfde. De significante afname door het geheel verdwijnen van de veehouderijtak zal nagenoeg gelijk zijn aan de eventuele toename van het extra grote verkeer dat gerelateerd is aan het (vollegrond)teeltbedrijf. De verkeersbewegingen die plaatsvinden t.b.v. de locatie Hamelendijk 5 bestaan uit: - verkeersbewegingen t.b.v. het agrarische melkveebedrijf dat ter plaatse wordt geëxploiteerd; - verkeersbewegingen t.b.v. de ter plaatse aanwezige bedrijfswoning; - verkeersbewegingen t.b.v. de excursies die men verzorgd op het agrarische bedrijf; - verkeersbewegingen t.b.v. de ter plaatse geëxploiteerde ijssalon en ijsverkoop en het boerenterras dat daar onderdeel vanuit maakt. Het verkeer dat gerelateerd is aan het agrarische melkveebedrijf bestaat met name uit grote landbouwvoertuigen als personenwagenverkeer. Te denken valt aan vrachtwagen- en tractorbewegingen t.b.v. de aanvoer van krachtvoer, ruwvoer, hooi/stro, dieren, afvoer van dieren, melk, mest, kadavers, etc. Het personenwagenverkeer is veelal gerelateerd aan bezoek veearts, bedrijfsadviseurs, 2 arbeidskrachten, etc. Dit verkeer komt uitsluitend vanuit het noorden (de dorpskern). Het verkeer dat de locatie bezoekt t.b.v. de ijssalon/ijsverkoop en het boerenterras bestaat met name uit mensen die de locatie doorgaans met de fiets of te voet bezoeken.

Deze bezoekers komen zowel vanuit het noorden (dorpskern) als vanuit het zuiden (nabij gelegen natuurgebied). Het beperkte aantal bezoekers die met de auto een ijsje komen halen komen uitsluitend vanuit het noorden (de dorpskern). Het verkeer dat is gerelateerd aan de bedrijfsexcursies die op het melkveebedrijf plaatsvinden bestaat zowel uit fiets- als autoverkeer. Dit is afhankelijk van de doelgroep (Pius X college, basiskaderonderwijs, klassenexcursies, agrarische toeleveranciers). Dit verkeer is uitsluitend afkomstig vanuit het noorden (de dorpskern). Navolgende tabel geeft een indicatief (worstcase) overzicht van het aantal gemotoriseerde verkeersbewegingen, welke toebehoren aan het plan voor de locatie Hamelendijk 5.

29

A. Toelichting Bestemmingsplan Hamelendijk 5 en 7 te Reusel

Vervoersbewegingen Hamelendijk 5 Activiteit Frequentie Lossen krachtvoer Lossen kuilbalen Lossen hooi/stro Aanvoer ruwvoer Tractor van en naar inrichting Vrachtwagen van en naar de inrichting (lossen diversen) Afvoer melk Afvoer rundvee Afvoer stalmest Afvoer drijfmest Afvoer kadavers Vrachtwagen van en naar de inrichting (laden diversen) Personenauto aan/afvoer diversen Bestelauto aan- en afvoer diversen Personenauto verbrede landbouw- en nevenactiviteiten Bestelauto verbrede landbouw- en nevenactiviteiten Personenauto t.b.v. bedrijfswoning 

2 x per maand 2 x per jaar 1 x per maand 4 x per jaar21 1 x per dag

Zwaar verkeer per week 1 0,08 0,5

Licht verkeer per week

14

1 x per week

2

3 x per week 1 x per week uitreiperiode uitreiperiode Op afroep 1 x per week

6 2

2

2 x per dag

28

1 x per dag

14

100 x per dag tijdens seizoen 2 x per week

1.400

8,6 x per dag22

60,2

4

Tabel 2.5: Indicatief aantal vervoersbewegingen Hamelendijk 5

De verkeersbewegingen die plaatsvinden t.b.v. de locatie Hamelendijk 7 bestaan uit: - verkeersbewegingen t.b.v. het agrarische (vollegrond)teeltbedrijf dat ter plaatse wordt geëxploiteerd (Te denken valt aan vrachtwagen- en tractorbewegingen t.b.v. de aanen afvoer van akkerbouwproducten, aanvoer brandstof, aanvoer middelen, etc. Personenwagenverkeer is veelal gerelateerd aan bezoek bedrijfsadviseurs); - verkeersbewegingen t.b.v. de ter plaatse aanwezige bedrijfswoning.

21 Incidenteel is op die dag sprake van meerdere vervoersbewegingen, afhankelijk van de

oogstopbrengst. 22 Op basis van de CROW-publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren, van parkeercijfers naar parkeernormen (publicatienummer 381)’ zijn parkeercijfers en verkeersgeneraties opgenomen voor vrijstaande woningen. Voor een vrijstaande koopwoning gelegen in het buitengebied geldt een verkeersgeneratie van minimaal 7,8 en maximaal 8,6 voertuigbewegingen per dag.

30

A. Toelichting Bestemmingsplan Hamelendijk 5 en 7 te Reusel

Bezoekers ijssalon en boerenterras (fietsers en wandelaars) Autoverkeer ijssalon en boerenterras Fiets- autoverkeer excursies Landbouw- en personenwagenverkeer t.b.v. agrarisch bedrijf Hamelendijk 5 Landbouw- en personenwagenverkeer t.b.v. agrarisch bedrijf Hamelendijk 7 

Figuur 2.8: Richting waar verkeer vandaan komt t.b.v. de activiteiten op Hamelendijk 5 en 7

De verkeersgeneratie blijft dusdanig gelijk dat dit niet leidt tot extra verkeershinder ter plaatse als voor de omgeving.

2.4.2 Parkeren In voorgaande paragraaf is de feitelijk bestaande verkeerssituatie als de toekomstige verkeerssituatie ter plaatse van de locaties Hamelendijk 5 en 7 in beeld gebracht. In deze paragraaf wordt de feitelijke bestaande parkeersituatie als de met dit plan te realiseren parkeersituatie voor beide locaties in beeld gebracht. Daarbij speelt de parkeersituatie ter plaatse van Hamelendijk 5 de grootste rol, aangezien ter plaatse naast de agrarische activiteiten, verbrede landbouw- en nevenactiviteiten worden uitgeoefend die een parkeerbehoefte met zich meebrengen. De gemeenteraad van de gemeente Reusel – De Mierden heeft het ‘Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan (GVVP) op 19 september 2017 vastgesteld. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid volgens ‘Module 8. Ruimtelijke Ontwikkelingen’ van het GVVP. De landelijk gehanteerde parkeernormen uit de CROW-publicatie 317 zijn leidend voor de gemeente Reusel-De Mierden. Gezien het feit dat de activiteiten die binnen het plangebied plaatsvinden niet specifiek benoemd zijn in de CROW-publicatie 317 biedt deze publicatie geen goede basis om daarmee de daadwerkelijke parkeerbehoefte voor de locaties Hamelendijk 5 en 7 te bepalen. Om die redenen is in deze situatie uitgegaan van de ervaringen die initiatiefnemer ter plaatse

31

A. Toelichting Bestemmingsplan Hamelendijk 5 en 7 te Reusel

ervaart omtrent het aspect parkeren en is geprobeerd hiervoor een vertaalslag te maken in dit bestemmingsplan. Dit om eventuele ongewenste parkeerdruk in de toekomst te voorkomen. Plangebied en conclusie De CROW-publicatie 317 is reëel om te gebruiken om de parkeerbehoefte gerelateerd aan de ter plaatse, van de locaties Hamelendijk 5 en 7, aanwezige bedrijfswoningen te bepalen. Voor een vrijstaande koopwoning, gelegen in het buitengebied, geldt op basis van voornoemde CROW-publicatie een minimale parkeernorm van 2,0 en een maximale parkeernorm van 2,8 per woning. Het CROW maakt geen onderscheid in de parkeernorm t.b.v. een agrarische bedrijfswoning of t.b.v. een niet-agrarische bedrijfswoning. T.b.v. de bedrijfswoningen op bovengenoemde locaties vinden geen wijzigingen plaats t.o.v. de huidige vigerende situatie. In de CROW-publicatie zijn geen parkeernormen opgenomen voor de hoofdcategorie ‘agrarische bedrijf’. De hoofdcategorie die hierbij het beste aansluit is de categorie ‘werken’ met functie ‘Bedrijf arbeidsextensief/ bezoekersextensief’23. De locaties Hamelendijk 5 en 7 zijn gelegen in het ‘Buitengebied (niet stedelijk)’. Op basis van de CROW geldt hier een minimale parkeernorm van 0,8 en een maximale parkeernorm van 1,3 parkeerplaatsen per 100 m² bvo.

In deze situatie zou dit enkel voor de agrarische bedrijfsactiviteiten die ter plaatse van Hamelendijk 5 worden uitgeoefend betekenen dat bij een huidig bvo van 6.964 m² (gebouwen die enkel t.b.v. de agrarische bedrijfsvoering in gebruik zijn) een minimale en maximale parkeerbehoefte bestaat van 55,7 – 90,5 pp. Bij de toekomstige bvo van circa 7.887 m² bestaat een behoefte van 63,1 – 102,5 pp. Voor Hamelendijk 7 zou dit betekenen dat bij de ter plaatse aanwezige bvo van circa 2.170 m² (gebouwen, excl. oppervlakte bedrijfswoning) een minimale en maximale parkeerbehoefte bestaat van 17,36 – 28,21 pp. Op basis hiervan blijkt dat het opnemen van parkeernormen per m² bvo niet reëel te noemen is voor agrarische bedrijven. Het bvo bij een agrarisch bedrijf is niet gerelateerd aan de arbeidsintensiteit en bezoekersintensiteit van het bedrijf. Agrarische bedrijven omvatten vaak een grote bedrijfsvloeroppervlakte, maar dat is niet gerelateerd aan personen. De oppervlakte bvo bij agrarische bedrijven is benodigd t.b.v. het houden van dieren, stalling van grote machines en de opslag van agrarische producten en materialen. Het houden van dieren is ook weer gerelateerd aan oppervlaktenormen vanuit dierenwelzijn, etc. Op de locatie Hamelendijk 7 is sprake van een bedrijf zonder personeel.

De wijziging van de bedrijfsopzet ter plaatse heeft geen grote of een negatieve invloed op de parkeerbehoefte ter plaatse. Daarnaast is het eigen terrein van het ter plaatse gevestigde agrarische bedrijf van (meer als) voldoende omvang om in de parkeerbehoefte op eigen terrein te kunnen blijven voorzien. Reëel is het om voor deze locatie uit te gaan van een parkeerbehoefte van maximaal 2,8 pp voor de bedrijfswoning. Daarnaast is er voor het agrarische bedrijf ter plaatse sprake van een maximale parkeerbehoefte van 2 pp. Deze maximale parkeerbehoefte bestaat enkel op het moment dat meerdere adviseurs/specialisten gelijktijdig het bedrijf bezoeken. Op het bedrijf is geen behoefte aan parkeren voor zwaar verkeer, aangezien deze het terrein enkel betreden voor laden en lossen.

23 Hierbij gaat men in de CROW uit van een loods, opslag of transportbedrijf (relatief weinig

werknemers, en relatief weinig bezoekers).

32

A. Toelichting Bestemmingsplan Hamelendijk 5 en 7 te Reusel

Ter plaatse van Hamelendijk 5 is sprake van een bedrijfswoning en er wordt een agrarisch bedrijf geëxploiteerd. Daarnaast is er sprake van verbrede landbouw- en nevenactiviteiten, die ieder afzonderlijk een parkeerbehoefte met zich meebrengen. De uitbreiding van het melkveebedrijf en de legalisatie van de ruimte die in gebruik is genomen t.b.v. de legaal aanwezige verbrede landbouw- en nevenactiviteiten leidt niet tot een grotere parkeerbehoefte dan die ter plaatse al bestaat. In dit bestemmingsplan wordt de totale parkeerbehoefte van bovengenoemde activiteiten in beeld gebracht. Het is reëel om voor de bedrijfswoning op deze locatie uit te gaan van een parkeerbehoefte van minimaal 2 pp. Initiatiefnemer bewoont zelf de bedrijfswoning. Op het moment dat deze werkzaam is in het bedrijf (het moment dat er vanuit het bedrijf ook een parkeerbehoefte bestaat) ontvangt deze geen privébezoek. De parkeerbehoefte t.b.v. de bedrijfswoning wordt voorzien binnen de bestaande garage/ privéruimte, zie tekening in bijlage 1 en 2. Naast dat initiatiefnemer zelf werkzaam is op het agrarische bedrijf, heeft deze twee personeelsleden in dienst die gelijktijdig werkzaamheden verrichten binnen het bedrijf. Eén daarvan komt met de auto en één op de fiets. Voor een worst-case scenario rekenen we met twee parkeerplaatsen voor personenauto’s t.b.v. het personeel van het agrarische bedrijf.

Binnen de inrichting is voldoende ruimte om in deze parkeerbehoefte te voorzien. Op de dagen dat binnen de locatie geen excursies worden gehouden is dit o.a. mogelijk tussen de voormalige varkensstal en het gebouw bestemd als machineberging/ dierenverblijf/ stro-opslag. Daarnaast kunnen twee van de vier parkeerplaatsen die voor de machineberging zijn gerealiseerd hiervoor benut worden. Buiten de parkeerbehoefte van de bedrijfswoning en van het personeel bestaat er voor het agrarische bedrijf een maximale parkeerbehoefte van 2 pp. Deze maximale parkeerbehoefte bestaat enkel op het moment dat bijvoorbeeld de veearts en een bedrijfsspecialist gelijktijdig het bedrijf bezoeken. Ook in deze parkeerbehoefte kan voorzien worden op eigen terrein, namelijk op het parkeerterreintje aan de voorzijde van de machineberging, of tegen de bestaande bebouwing aan. Het bedrijf wordt verder regelmatig bezocht voor bedrijfsexcursies. Hiervoor zijn ter plaatse twee excursieruimtes gerealiseerd. Zoals uit de vorige paragraaf naar voren komt is het afhankelijk van de doelgroep of de locatie hiervoor met de fiets of met de auto bezocht wordt. Parkeerproblemen zijn hierbij niet te verwachten, omdat initiatiefnemer bij boeking contact heeft met het bedrijf/ instantie dat de excursie boekt.

Op dat moment kan initiatiefnemer hen al wijzen op de parkeergelegenheid op het erf, tussen het gebouw waarbinnen de excursieruimtes zijn gerealiseerd en de bestaande machineberging. Vanuit de brandveiligheidseisen die zijn doorvertaald in het bouwbesluit 2012 dient in de voorste excursieruimte gerekend te worden met een minimale bezetting van 20 personen en in de achterste excursieruimte met een minimale bezetting van 17 personen. Dit betekent niet dat dit aantal personen aanwezig moet zijn, maar hier dient minimaal mee gerekend te worden. Er mogen zelfs meer personen van deze ruimte gebruik maken dan het gezamenlijke minimum aantal van 37 personen. De ruimte tussen het gebouw waarin de excursieruimtes zijn gerealiseerd en de bestaande machineberging biedt meer dan voldoende ruimte om te voorzien in de stalling/ het parkeren van fietsen van personen die komen voor een excursie. De parkeerzone tussen deze gebouwen, zie tekening in bijlage 1 en 2, biedt plaats aan maximaal 14 personenwagens. Bij een boeking van een excursie attendeert initiatiefnemer de boekende bedrijven/instanties erop dat op de locatie voor de excursieruimtes maximaal 14 parkeerplaatsen voor personenwagens aanwezig zijn. Bij grote bezoekersaantallen kunnen de bezoekers daar rekening mee houden en carpoolen. Hiermee voorkomt initiatiefnemer dat er parkeerproblemen ontstaan.

Op de momenten dat de ijssallon is gesloten kan eventueel van de extra parkeerplaatsen aan de straatzijde

33

A. Toelichting Bestemmingsplan Hamelendijk 5 en 7 te Reusel

gebruik worden gemaakt. Is dat het geval dan zal initiatiefnemer dit ook melden aan de boekende bedrijven/instanties. Verder is op de locatie een goedlopende ijssalon met boerenterras aanwezig, die is geopend vanaf medio maart tot eind december (de decembermaand is met name bedoeld voor het afhalen van bestellingen). Met name in de warmere perioden is de ijssalon qua dagen en tijden ruimer open en zijn de bezoekersintensiteiten groter dan de rest van het jaar. Dit kan op bepaalde momenten van de dag tot grotere parkeerdruk leiden. Om te voorkomen dat derden van deze parkeerdruk hinder ondervinden heeft initiatiefnemer samen met de gemeente hiervoor een oplossing bedacht en in het voorjaar van 2023 gerealiseerd. Deze oplossing is verderop in deze tekst nader beschreven. Op basis van wat wij gevonden hebben op internet, kan om de parkeerdruk van een ijssalon te bepalen, het beste aansluiting gezocht worden bij de parkeernormen in de CROW voor een cafetaria. Dit gezien het feit dat zowel bij een ijssalon als bij een cafetaria een snelle doorstroom over de dag plaatsvindt (bezoekers komen om een ijsje af te halen of zijn relatief kort op de locatie aanwezig). Bij een ijssalon is de doorstroom over de dag sneller dan bij een cafetaria. Opgemerkt wordt dat de parkeerbehoefte bij deze functie in sterke mate afhankelijk is van het aantal zitplaatsen en het autogebruik van bezoekers.

Van deze functie kunnen alleen globale parkeercijfers gegeven worden. Bij het toepassen van deze cijfers moet een forse marge in acht worden genomen. Aandeel bezoekers: 90%. Bij een ijssalon is het reëel om te benoemen dat het niet aannemelijk is, gezien de doorstroom over de dag, dat 90% van de bezoekers gelijktijdig de ijssalon bezoeken. Dit komt enkel voor op een dag dat de ijssalon maar beperkt open is. De ijssalon is buiten de warmere perioden en buiten het ijsseizoen beperkt open. Op dat moment zijn de bezoekersintensiteiten lager dan de maximale worst-case scenario waar in onderstaande berekening van uit is gegaan. In de CROW is geen parkeernorm opgenomen voor een cafetaria dat is gelegen in het buitengebied, aangezien dit nooit danwel bijna nooit voorkomt. Dit terwijl in Nederland wel sprake is van een groot aantal ijssalons dat gerealiseerd is bij boerderijen in het buitengebied. De maximale parkeernorm die in het CROW wordt gehanteerd is een parkeernorm van 8,0 pp per 100 m² bvo24. In deze situatie is sprake van een ijssalon en boerenterras, waarvan de gezamenlijke bvo is gelegen beneden de 100 m² (namelijk 84 m²). Dit betekent dat hiervoor een maximale parkeerbehoefte bestaat van afgerond naar boven 7 pp25. De excursieruimten kunnen bij slecht weer, wanneer er geen excursies op het bedrijf plaatsvinden, gedeeltelijk ingezet worden als binnenruimte bij de ijssalon.

Het is logisch verklaarbaar dat bij slechte weersomstandigheden (bijna) geen gebruik gemaakt wordt van het buitenterras en de ijssalon minder bezocht wordt. Door de gedeeltelijke inzet van de excursieruimten als binnenruimte bij de ijssalon neemt de parkeerbehoefte ter plaatse niet toe. In het voorjaar van 2023 is de weg ‘Hamelendijk’ vernieuwd. Gelijktijdig is in overleg met de gemeente aan de straatzijde, tussen de weg ‘Hamelendijk’ en de voortuin van de bedrijfswoning, een parkeerterrein voor maximaal 12 personenauto’s gerealiseerd, zie tekening in bijlage 2. Op deze wijze wordt op een normale dag als in het hoogseizoen26 (warme perioden) ruimschoots in de benodigde parkeerbehoefte voorzien. In het hoogseizoen vinden binnen de inrichting geen excursies plaats. Hierdoor is het mogelijk om de parkeerzone voor maximaal 14 personenwagens tussen de voormalige varkensstal en de machineberging tijdens deze periode te gebruiken als extra parkeervoorziening voor de ijssallon. Dit zal naar verwachting niet nodig zijn omdat aan de

24 Bij aandeel bezoekers van 90% dat gelijktijdig de ijssalon bezoekt. 25 8,0 pp / 100 m² bvo = 0,08 pp / 1 m² bvo. 84 m² bvo x 0,08 pp = 6,72 pp 26 wanneer de bezoekersintensiteiten groter zijn (weekenden, avonden en vakantieperiode)

34

A. Toelichting Bestemmingsplan Hamelendijk 5 en 7 te Reusel

straatzijde in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien, maar behoort eventueel wel tot de mogelijkheden. In de vorige paragraaf is aangegeven dat de ijssalon/ijsverkoop en het boerenterras met name bezocht worden door mensen op de fiets of te voet. Voor fietsers wordt op eigen terrein, voor de ingang van de winkel voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Op de drukste momenten, wanneer de ijssalon en het boerenterras zijn geopend, zijn ter plaatse maximaal 4 personeelsleden hiervoor werkzaam binnen het bedrijf. Dit zijn met name scholieren die de locatie per fiets bezoeken. In een worst-case scenario komen twee personeelsleden met de auto. Binnen de inrichting is voldoende ruimte om deze twee auto’s te parkeren. Dit kan tussen de voormalige varkensstal en de machineberging, aangezien op de drukke dagen van de ijssalon en het boerenterras er normaal gesproken geen excursies worden georganiseerd binnen de inrichting. Parkeren is mogelijk op eigen terrein (zie bijlage 2), waarmee voldaan wordt aan de eis dat op eigen terrein voorzien dient te worden in voldoende parkeergelegenheid. Initiatiefnemer zal middels bewegwijzering bezoekers attenderen op de parkeervoorzieningen binnen de inrichting (op eigen terrein).

Deze heeft echter geen invloed op mensen die ervoor kiezen om hun auto buiten de inrichting (eigen terrein) te parkeren, terwijl binnen de inrichting de parkeervoorzieningen niet bezet zijn.

2.5

LANDSCHAPPELIJKE INPASSING Een belangrijke voorwaarde om mee te werken aan dit plan, is dat de locatie Hamelendijk 5 op een goede manier landschappelijk wordt ingepast. In bijlage 2, is een voorstel gedaan voor een landschappelijke inpassing van het plangebied. De gemeente gaat akkoord met de voorgestelde landschappelijke inpassing zoals opgenomen in bijlage 2 behorende bij dit bouwplan. Het plan sluit voldoende aan bij de uitgangspunten zoals ten tijde van de vaststelling van dit plan zijn gesteld in de regeling ‘Landschapsinvesteringsregeling De Kempen’ en de ontwerpprincipes van het gebiedspaspoort ‘Jonge Heideontginningen’, zoals opgenomen in de ‘Nota Ruimtelijke Kwaliteit’ van de gemeente Reusel – de Mierden.

2.6

PLANOLOGISCHE DOORVERTALING / WIJZIGINGEN Om dit plan te realiseren zijn een aantal planologische doorvertalingen/ wijzigingen nodig t.o.v. het vigerende bestemmingsplan en de Interim omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant (verder: IOV). Deze doorvertalingen en wijzigingen bestaan uit: Het verwijderen van de gebiedsaanduiding overig – Beperkingen veehouderij ter plaatse van het bestemmingsvlak/ bouwvlak Hamelendijk 5 Hiervoor dient de kaart van de IOV aangepast te worden. Dit zodat de gronden die deel uitmaken van het ter plaatse geldende bestemmingsvlak/ bouwvlak in de toekomst niet meer gelegen zijn binnen de gebiedsaanduiding ‘Beperkingen veehouderij’. Enkel en alleen dan, ontstaat er binnen het vigerende bestemmingsvlak/bouwvlak de mogelijkheid om ter plaatse nog uit te kunnen breiden met oppervlakte aan gebouwen en de oppervlakte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde en daarmee de realisatie van de nieuwe melkveestal, tussen twee bestaande stallen en de uitbreiding met de benodigde sleufsilo’s.

35

A. Toelichting Bestemmingsplan Hamelendijk 5 en 7 te Reusel

Bij de provincie Noord-Brabant is reeds een verzoek gedaan tot wijziging van de begrenzing. Voordat het bestemmingsplan ter vaststelling aan de gemeenteraad van Reusel – De Mierden voorgelegd kan worden, moet de grenswijziging door de provincie zijn doorgevoerd. Vandaar dat op de verbeelding bij dit bestemmingsplan ter plaatse van de gronden die buiten de gebiedsaanduiding ‘Beperkingen veehouderij’ gelegd dienen te worden de gebiedsaanduiding ‘overige zone – In Interim omgevingsverordening te verwijderen beperking veehouderij’ is gelegd. Aangezien het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied 2009’ de gebiedsaanduiding ‘Beperkingen veehouderij‘ uit de IOV nog niet kent, is grenswijziging op basis van het bestemmingsplan voor nu nog niet aan de orde. Dit is wel het geval op het moment dat het nieuwe bestemmingsplan ‘Buitengebied’, dat in voorbereiding is, eerder vastgesteld wordt dan dit bestemmingsplan. Juridisch en planologisch borgen dat zowel het effect van de twee bedrijven ter plaatse van Hamelendijk 5 en 7 cumulatief als afzonderlijk op de omgeving niet kunnen toenemen Om bereidheid te creëren bij zowel de provincie als de gemeente, dient een extensiverende beweging van de veehouderij binnen het gebied gerealiseerd te worden. Dit leidt tot de gewenste milieuwinst in het gebied.

Dit plan draagt bij aan de extensiverende beweging van de veehouderij in het gebied, met de daarbij gepaard gaande milieuwinst. Om te voorkomen dat na planrealisatie opnieuw een intensiverende beweging van de veehouderij in het gebied plaatsvindt, dient in dit bestemmingsplan juridisch en planologisch geborgd te worden dat dit in de toekomst niet meer mogelijk is. Dit wordt op de volgende wijze juridisch en planologisch geborgd in dit bestemmingsplan: 1. Vastleggen diercategorie melkrundveehouderij voor de locatie Hamelendijk 5 In de regels (art. 3.1.2 onder c ‘Agrarisch bedrijf’) is nader gedetailleerd dat als agrarisch bedrijf uitsluitend een (vollegronds)teeltbedrijf word toegestaan, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch met waarden – melkrundveehouderij’ tevens een grondgebonden melkrundveehouderij is toegestaan. Uitsluitend voor de ter plaatse toegestane diersoort(en), zoals opgenomen in lid 3.7.5. Ter plaatse van het bouwvlak Hamelendijk 5 is op de verbeelding de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch met waarden – melkrundveehouderij’ opgenomen. In de begrippenlijst (art.

1.9 agrarisch bedrijf onder b) is de volgende definitie van ‘veehouderij’ opgenomen en als volgt omschreven: “agrarisch bedrijf gericht op het fokken, mesten en houden van runderen, varkens, schapen, geiten, pluimvee, tamme konijnen en pelsdieren; • grondgebonden veehouderij: een melkrundveehouderij of veehouderij(tak) waarvan het voer en de mest voor het overgrote deel gewonnen respectievelijk aangewend worden op gronden die in gebruik zijn van de veehouderij en die in de directe omgeving liggen van de bedrijfslocatie; • intensieve veehouderij: een veehouderij(tak) met een in hoofdzaak nietgrondgebonden agrarische bedrijfsvoering die is gericht op het houden van dieren, zoals rundveemesterij (exclusief vetweiderij), varkens-, vleeskalver-, pluimvee- of pelsdierhouderij of een combinatie van deze bedrijfsvormen, alsmede naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijfsvormen.”

36

A. Toelichting Bestemmingsplan Hamelendijk 5 en 7 te Reusel

2. Vastleggen dieraantallen voor de locatie Hamelendijk 5 Eén van de voorwaarden van de provincie om middels ‘maatwerk’ medewerking te verlenen aan het wijzigen van de begrenzing ‘Beperkingen veehouderij’ (het verwijderen van deze aanduiding van het bouwvlak/ bestemmingsvlak Hamelendijk 5) is dat vanuit aankomende landelijke regelgeving de weg naar grondgebondenheid in 2030 wordt bewandeld. Vanuit die optiek heeft de provincie aangegeven enkel mee te werken aan deze grenswijziging wanneer in het bestemmingsplan het aantal dieren dat ter plaatse gehouden gaat worden, zie tabel 2.3 in paragraaf 2.3 ‘Voorgenomen ontwikkeling’, vastgelegd wordt in het bestemmingsplan. Daarnaast dient het bestemmingsplan in het kader van ‘de weg naar grondgebondenheid’ juridisch te borgen dat ter plaatse geen toename meer kan plaatsvinden in het aantal dieren. In artikel 3.7.5 van de regels is een bepaling opgenomen voor het maximumaantal toegestane dieren en soort dieren per agrarisch bedrijf. Voor Hamelendijk 5 is dit als volgt verwoord: Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch met waarden – melkrundveehouderij’ is het niet toegestaan om per diersoort meer, dan wel andere soorten dieren te houden dan het maximumaantal toegestane dieren per diersoort, zoals is aangegeven in onderstaande tabel.

Soort dieren Melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar en vrouwelijk jongvee, waarvan: Het aantal melk- en kalfkoeien gemaximeerd is op Volwassen paarden Fokstieren en overig rundvee ouder dan 2 jaar Vleeskalveren tot 8 maanden 

Maximaal toegestaan aantal dieren 583 427 3 25 25

Tabel 2.6: Tabel met maximaal aantal dieren per diersoort

3. Veehouderij uitsluiten voor de locatie Hamelendijk 7 Door in de regels van dit bestemmingsplan op te nemen dat ter plaatse enkel een agrarisch bedrijf is toegestaan, worden rechtstreekse mogelijkheden om hier in de toekomst een ander soortig agrarisch bedrijf dan een (vollegronds)teeltbedrijf op te richten uitgesloten. Om uit te sluiten dat ondernemer zich na vaststelling van dit bestemmingsplan oneindig kan beroepen op het overgangsrecht en op deze wijze de veehouderij ter plaatse alsnog kan voortzetten, terwijl de aanduiding ‘beperkingen veehouderij’ ter plaatse van het bouwvlak Hamelendijk 5 is komen te vervallen, is er in de gebruiksregels van dit bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting voor ontmanteling van de veehouderij opgenomen. Hiermee is bepaald dat ter plaatse van Hamelendijk 5 het uitsluitend is toegestaan om de gronden en/of bouwwerken te gebruiken of gebruikt te houden voor een grondgebonden melkrundveehouderij conform de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch met waarden – melkrundveehouderij’, inclusief nevenactiviteiten, mits ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch met waarden – veehouderij uitgesloten’ (ter plaatse van Hamelendijk 7) het gebruik van de gronden en bouwwerken voor een veehouderij uiterlijk binnen 1 jaar na onherroepelijk worden van het plan is beëindigd en beëindigd blijft.

Hieronder wordt verstaan dat de betreffende veehouderij onomkeerbaar buiten bedrijf gesteld is en

37

A. Toelichting Bestemmingsplan Hamelendijk 5 en 7 te Reusel

zodanig is ontmanteld dat deze niet meer voor een veehouderijbedrijf kan worden gebruikt doormiddel van het demonteren van de bedrijfsinrichting, waarvoor het oorspronkelijk bedoeld is, inclusief het verwijderen van mestputten en mestsilo’s. Om naar de toekomst duidelijkheid te geven dat op deze locatie het opnieuw oprichten van een veehouderij niet wenselijk is, is ervoor gekozen om op de verbeelding de aanduiding ‘veehouderij uitgesloten’ te leggen. 4. Stikstofgebruiksbepaling opnemen In artikel 2.7, eerste lid van de Wet natuurbescherming (voorheen artikel 19j van de Natuurbescherminswet 1998) is expliciet bepaald dat een bestemmingsplan moet worden getoetst aan de gevolgen die het plan kan hebben voor Natura 2000-gebieden. Een bestemmingsplan mag uitsluitend worden vastgesteld indien op voorhand de zekerheid is verkregen dat het plan de natuurlijke kenmerken van Natura 2000gebieden niet aantast. Uit jurisprudentie blijkt dat deze zekerheid in een bestemmingsplan voor het buitengebied uitsluitend kan worden verkregen als een regeling wordt opgenomen die de toename van stikstofdepositie uitsluit. Deze toetsing mag niet naar een later stadium worden doorgeschoven en er kan niet worden volstaan met een verwijzing naar sectorale wetgeving.

Een stikstofdepositieplafondregeling is op basis van de huidige inzichten noodzakelijk in het kader van de juridische houdbaarheid van het bestemmingsplan. In de planregels is daarom een stikstofdepositieplafond opgenomen. Hiervoor is een gebruiksregeling opgenomen, waarmee een toename van de ammoniakemissie en stikstofdepositie niet is toegestaan. Deze regeling zorgt ervoor dat voor ontwikkelingen die binnen de gebruiksregel passen (geen of nauwelijks toename van de emissie van stikstof), geen aparte procedures nodig zijn. Voor ontwikkelingen die het verbaal geregelde stikstofdepositieplafond overschrijden, moet een aparte buitenplanse procedure worden gevolgd, waarin de mogelijk negatieve effecten op de omliggende natuurgebieden nader beoordeeld kunnen worden. Deze stikstofregeling wordt in het bestemmingsplan opgenomen bij de gebruiksregels. Om op voorhand te borgen dat er geen significante negatieve effecten optreden op Natura 2000-gebieden is het voorstel om in de regels van dit bestemmingsplan een stikstofgebruiksbepaling op te nemen, zoals beschreven in paragraaf 4.9 ‘Natuur’ van deze toelichting. In verband met de toetsing van het bestemmingsplan aan de Wet natuurbescherming is een stikstofregeling in het bestemmingsplan noodzakelijk. 5.

Fokstieren en overig rundvee ouder dan 2 jaar (A7) en vleeskalveren tot 8 maanden (A4) als onderdeel van de melkrundveehouderij ter plaatse van de locatie Hamelendijk 5 niet aanmerken als hokdierhouderij In het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied 2009, herziening fase 1A’ is voor de locatie Hamelendijk 5 opgenomen, dat ter plaatse een maximale oppervlakte van 1.270 m² intensieve veehouderijbebouwing is toegestaan. Dit komt overeen met de oppervlakte die eerder in gebruik was t.b.v. de huisvesting van varkens op het bedrijf. Varkens worden op basis van de IOV gerekend tot hokdieren. In dit plan ziet ondernemer af van de mogelijkheden om ter plaatse in de toekomst nog varkens te kunnen houden. Wel realiseert men binnen de bestaande machineberging huisvestingsmogelijkheden voor de diercategorie vleeskalveren tot 8 maanden en fokstieren en overig rundvee ouder dan 2 jaar. Deze dieren zijn nodig, omdat in politiek Den Haag wordt gesproken om stierkalfjes langer op de melkveelocatie te gaan houden. Om sterfte onder deze kwetsbare dieren door transport naar grote

38

A. Toelichting Bestemmingsplan Hamelendijk 5 en 7 te Reusel

opfoklocaties te verminderen. Stierkalveren die ouder zijn dan 2 weken, horen officieel tot een andere diercategorie. Ook kan het zijn dat vaarzen niet drachtig willen worden. deze worden dan afgemest en als vleesvee verkocht. Om op dit soort ontwikkelingen in te kunnen spelen, wordt deze ruimte in het plan gecreëerd. Op basis van de IOV worden deze dieren in feite gerekend tot hokdierhouderij. Uitbreiding met oppervlakte dierenverblijf voor hokdierhouderij is op de locatie niet aan de orde omdat ter plaatse voor maximaal 1.270 m² hierin kan worden voorzien. Ondanks dat deze dieren qua diercategorie (A4 en A7) op basis van de IOV aangemerkt worden als hokdieren is in overleg met de provincie besloten deze hier niet als hokdieren te beschouwen. Dit gezien het feit dat deze dieren onderdeel uitmaken van de betreffende melkrundveehouderij en hier onlosmakelijk mee zijn verbonden. Daarnaast borgt het bestemmingsplan dat verdere uitbreiding van deze diercategorie in de toekomst niet rechtstreeks mogelijk is, waardoor het uitgesloten is dat ter plaatse in de toekomst een verdere groei hiervan ontstaat en daarmee een (separate) hokdierhouderij.

Door de bovengenoemde maatregelen 1 t/m 4 in het bestemmingsplan op te nemen is het planologisch, juridisch en feitelijk uitgesloten dat de twee bedrijven, op de locaties Hamelendijk 5 en 7, afzonderlijk van elkaar dan wel cumulatief, in de toekomst nog een negatieve toename hebben op de omgeving danwel zullen leiden tot een intensivering van het gebied. Omschakeling van diercategorie is op basis van het bestemmingsplan niet mogelijk, waardoor er in de toekomst op de locatie, zonder het verrichten van maatwerk aan de hand van de dan geldende regels, niet rechtstreeks dieren van een andere diercategorie gehouden kunnen worden (voorbeeld: omschakeling van rundvee naar varkens, pluimvee, geiten, etc. is niet mogelijk). Doordat ter plaatse van nummer 5 definitief afscheid wordt genomen van de varkenstak en emissiearme huisvestingssystemen worden toegepast wordt een flinke ammoniakreductie behaald t.o.v. de vergunde situatie27. Daarnaast komt ook nog de veehouderij ter plaatse van nummer 7 geheel te vervallen, waardoor nog een grotere afname van ammoniakemissie in het gebied t.o.v. de vergunde situatie28 wordt behaald. In het bestemmingsplan wordt een stikstofgebruiksbepaling opgenomen die een toename van stikstofemissie (en stikstofdepositie) op Natura-2000 gebieden uitsluit t.o.v.

het feitelijke aanwezige en planologische legale gebruik van de betreffende gronden en bouwwerken, danwel t.o.v. een ten tijde van de vaststelling van dit bestemmingsplan verleende en onherroepelijke vergunning als bedoeld in artikel 19d Natuurbeschermingswet 1998 en/of artikel 2.7 lid 2 Wet natuurbescherming, en waarvoor een passende beoordeling is gemaakt, dan wel een verleende en onherroepelijke omgevingsvergunning die met toepassing van hoofdstuk IX Natuurbeschermingswet 1998 of met toepassing van de overeenkomstige regeling uit de Wet natuurbescherming dan wel onder toepassing van artikel 2.2aa Bor juncto artikel 2.1 lid 1 onder i Wabo is verleend en waarvoor een passende beoordeling is gemaakt. Verder wordt in het bestemmingsplan, vanuit de optiek ‘de weg naar grondgebondenheid in 2030’, het maximaal te houden aantal dieren vastgelegd. Om ter plaatse een voor de toekomst uitvoerbaar plan te realiseren, dat niet in strijd is met de ‘wensen’ vanuit de provincie, is in overleg met de provincie in het bestemmingsplan een mogelijkheid opgenomen om binnen het totale maximale aantal dieren te kunnen schuiven in aantallen melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar naar vrouwelijk jongvee tot 2 jaar. Het opnemen van deze mogelijkheid in de regels heeft geen enkele 27 Van 6.473,1 kg/NH3 in de vergunde situatie naar 5.206,2 kg/NH3 in de nieuwe situatie

(afname van 1.266,9 kg/NH3). 28 In de huidige vergunde situatie is sprake van een gezamenlijke ammoniakemissie (Hamelendijk 5 +7) van (6.473,1 kg/NH3 + 1.414 kg/NH3) 7.887,1 kg/NH3. In de gewenste situatie volgens dit plan is enkel nog sprake van ammoniakeemissie afkomstig van Hamelendijk 5 van 5.206,2 kg/NH3.

39

A. Toelichting Bestemmingsplan Hamelendijk 5 en 7 te Reusel

negatieve invloed op de uit te stoten emissies, aangezien deze voor vrouwelijk jongvee tot 2 jaar lager zijn gelegen als voor melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar. De hierboven genoemde stikstofgebruiksbepaling borgt dat een toename van stikstofemissie en stikstofdepositie op Natura 2000 is uitgesloten. Daarnaast belemmert deze regeling ‘de weg naar grondgebondenheid in 2030’ niet aangezien in het kader van grondgebondenheid een melk- en kalfkoe ouder dan 2 jaar gelijk staat aan een GVE29 norm van 1 en één stuks vrouwelijk jongvee tot 1 jaar gelijk staat aan een GVE norm van 0,5 en één stuks vrouwelijk jongvee van 1 jaar en ouder voor de melkveehouderij gelijk staat aan een GVE norm van 1 GVE. Het aantal GVE’s kan met deze regeling niet toenemen. Verbrede landbouw-/ Nevenactiviteiten Zoals uit deze toelichting naar voren komt worden ter plaatse van Hamelendijk 5 een drietal verbrede landbouw- /nevenactiviteiten geëxploiteerd. 1. Bereiding en verkoop van ijs; 2. Het verzorgen van excursies (rondleidingen en boerderijeducatie); 3. 50 m² boerenterras. Het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied 2009’ biedt binnen de enkelbestemming ‘Bedrijf – Agrarisch (B-A)’ rechtstreeks mogelijkheden voor productiegebonden detailhandel, waarbij de totale gezamenlijke verkoopvloeroppervlakte per agrarisch bedrijf (buiten de bebouwingsconcentratie) niet meer mag bedragen dan 25 m² (art.

10.1 bestemmingsomschrijving onder d). Op basis van het in voorbereiding zijnde nieuwe bestemmingsplan ‘Buitengebied’ is de gemeente Reusel – De Mierden voornemens de verkoopvloeroppervlakte van productiegebonden detailhandel als nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijf te verruimen naar een totale gezamenlijke verkoopvloeroppervlakte van maximaal 100 m² (art. 4.1.2 Nadere detaillering van de bestemmingsomschrijving onder i. Productiegebonden detailhandel van het voorontwerpbestemmingsplan ‘Buitengebied 2021’). Ook hier gaat het om een rechtstreekse mogelijkheid. De verkoop van ijs is in deze situatie een activiteit die aangemerkt wordt als ‘productiegebonden detailhandel’ en kan zeker aangemerkt worden als een ondergeschikte nevenactiviteit van het agrarische bedrijf ter plaatse. Zoals uit deze toelichting naar voren komt heeft initiatiefnemer recent de 25 m² maximale verkoopvloeroppervlakte die hiervoor is toegestaan op basis van het geldende bestemmingsplan uitgebreid met 9 m², naar een totale gezamenlijke verkoopvloeroppervlakte van 34 m². Hiermee is op dit moment sprake van een strijdigheid met het vigerende bestemmingsplan, maar deze strijdigheid komt te vervallen doordat in het nieuwe bestemmingsplan ‘Buitengebied’ de maximale gezamenlijke verkoopvloeroppervlakte voor productiegebonden detailhandel wordt verruimd naar 100 m².

Wel dient men er rekening mee te houden dat zowel in het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebed 2009’ als in het nieuwe bestemmingsplan ‘Buitengebied’ een regeling is opgenomen dat bij cumulatie van meerdere vormen van verbrede landbouw en/of nevenactiviteiten een totale maximale bedrijfsvloeroppervlakte is toegestaan. Dit komt verderop in de tekst aan de orde. Het voorstel is om in de regels van dit bestemmingsplan aan te sluiten bij de maximale gezamenlijke verkoopvloeroppervlakte voor productiegebonden detailhandel die het nieuwe bestemmingsplan ‘Buitengebied’ in de toekomst rechtstreeks toestaat (100 m²). Dit

29 Grootvee eenheden.

40

A. Toelichting Bestemmingsplan Hamelendijk 5 en 7 te Reusel

om initiatiefnemer niet te benadelen in de mogelijkheden voor productiegebonden detailhandel t.o.v. andere agrarische bedrijven binnen de gemeente. Op basis van het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied 2009’ is het op de gronden binnen de enkelbestemming ‘Bedrijf – Agrarisch (B-A)’ rechtstreeks toegestaan om boerenterrassen te realiseren, waarbij de totale gezamenlijke oppervlakte per agrarisch bedrijf niet meer mag bedragen dan 50 m² (art. 10.1 bestemmingsomschrijving onder g). De aanwezige boerenterrassen, met een maximale totale omvang van 50 m², die ter plaatse zijn gerealiseerd, zijn gerealiseerd conform de rechtstreeks werkende regels van het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2009’ en daarmee niet in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan. Op basis van jurisprudentie is het niet toegestaan om het gebruik van gronden onder het overgangsrecht te brengen als het aannemelijk is dat het gebruik als boerenterras binnen de planperiode wordt voortgezet. Initiatiefnemer is voornemens dit gebruik in de toekomst voort te zetten, vandaar dat deze rechtstreekse regel uit het vigerende bestemmingsplan 1:1 wordt overgenomen in dit bestemmingsplan. Daarbij merken wij op dat ook het voorontwerpbestemmingsplan ‘Buitengebied 2021’ de rechtstreekse mogelijkheid kent voor het toestaan van een boerenterras met een totale gezamenlijke oppervlakte per agrarisch bedrijf van 50 m².

Het bereiden van ijs met behulp van de ter plaatse geproduceerde melk en het geven van excursies en rondleidingen op het agrarische bedrijf (totaal 495 m²) zijn op basis van het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied 2009’ als op basis van het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan ‘Buitengebied’ vormen van verbrede landbouwactiviteiten. Het gaat hier immers om activiteiten bij een agrarisch bedrijf die voortvloeien uit de agrarische bedrijfsvoering (productie van melk en het verstrekken van educatie omtrent het ter plaatse gevestigde agrarische bedrijf) en die ten dienste staat van het agrarische bedrijf. In dit geval bewerking en waardevermeerdering van ter plaatse geproduceerde producten. Op het bedrijf wordt melk geproduceerd en door hier ijs van te bereiden stijgt de prijs van de melk die men bewerkt heeft tot ijs. Zoals uit deze toelichting blijkt heeft de gemeente op 22 juni 2016 een omgevingsvergunning verleend voor de activiteiten bouwen en afwijken bestemmingsplan voor het toestaan van recreatieve doeleinden (excursieruimte/ontvangstruimte, opslag en ijskeuken met winkelruimte) in een gedeelte van 400 m² binnen de voormalige varkensstal. Aangezien de ruimten in de voormalige stal anders is ingedeeld als op de vergunning en meer ruimte hiervoor in gebruik is genomen, is er strijdigheid ontstaan met de verleende vergunning.

Om voor iedereen duidelijkheid te creëren wat binnen de locatie in de toekomst maximaal is toegestaan aan verbrede landbouwactiviteiten en nevenfuncties is het gewenst om in dit bestemmingsplan rechtstreeks het maximale aantal m² op te nemen dat ter plaatse van Hamelendijk 5 hiervoor wordt toegestaan. De activiteiten excursieruimten, bereidingsruimte ijs, vriescel, magazijn/opslag en toiletvoorzieningen zijn in 2016 bij vergunningverlening aangemerkt als recreatieve nevenactiviteiten. Deze activiteiten passen volgens het vigerende en voorontwerpbestemmingsplan niet binnen de definitie ‘recreatieve voorziening’30, omdat het hier niet gaat om dagrecreatie en/of verblijfsrecreatie. Dit is de reden dat er t.b.v. dit bestemmingsplan voor gekozen is deze activiteiten als nevenactiviteiten aan te merken.

“voorzieningen bedoeld voor de ondersteuning van het recreatief hoofdgebruik (dagrecreatie en/of verblijfsrecreatie) zoals sport- en speelterreinen, speeltoestellen, picknickplaatsen en sanitaire units.” 30

41

A. Toelichting Bestemmingsplan Hamelendijk 5 en 7 te Reusel

Het hoofdgebruik ter plaatse is agrarisch en gericht op de productie van melk. De bereidingsruimte, vriescel, magazijn/opslag ondersteunen het agrarisch hoofdgebruik. Deze ruimten zijn nodig om de ter plaatse geproduceerde melk te kunnen bereiden tot ijs en op te slaan. Deze ijs wordt vervolgens op de locatie Hamelendijk 5 verkocht in de daarvoor gerealiseerde ruimten. De excursieruimten zijn bedoeld om excursiegroepen te ontvangen en te informeren over het ter plaatste gevestigde agrarische bedrijf. Ook dit is daarmee een voorziening ter ondersteuning van het agrarische hoofdgebruik ter plaatse. Daarnaast zijn beide verbrede landbouwactiviteiten juist wel aan het buitengebied gebonden functies. Het is namelijk niet logisch om de melk die ter plaatse geproduceerd wordt, te vervoeren en elders tot ijs te laten bereiden om deze vervolgens weer op de locatie Hamelendijk 5 te verkopen. Daarnaast is het niet mogelijk om elders excursieruimten te realiseren, terwijl de excursies op het agrarische bedrijf ter plaatse van Hamelendijk 5 plaatsvinden. Het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied 2009’ biedt binnen de enkelbestemming ‘Bedrijf – Agrarisch (B-A)’ de mogelijkheid om bij cumulatie van meerdere vormen van verbrede landbouw en/of nevenactiviteiten een maximale bedrijfsvloeroppervlakte toe te staan van niet meer dan 500 m².

Op basis van het in voorbereiding zijnde nieuwe bestemmingsplan ‘Buitengebied’ lijkt de gemeente Reusel – De Mierden voornemens te zijn deze maximale bedrijfsvloeroppervlakte op te rekken naar 750 m². In deze situatie is bij de oppervlakte van 750 m² aangesloten. In de regels bij de (algemene) bestemmingsomschrijving wordt opgenomen dat de aangewezen gronden ter plaatse van Hamelendijk 5 mede bestemd zijn voor ‘nevenactiviteiten gericht op educatie en informatie rondom de agrarische activiteiten en ijsbereidingsactiviteiten ter plaatse, inclusief opslag, sanitair, excursieruimtes, vriescel, bereidingsruimte voor ijs en-, een toiletgroep met een totale gezamenlijke vloeroppervlakte van 495 m². Daarnaast wordt in de regels van dit bestemmingsplan aangesloten bij de maximale cumulatieve bedrijfsvloeroppervlakte van meerdere vormen van verbrede landbouw en/of nevenactiviteiten, die worden opgenomen in het nieuwe in voorbereiding zijnde bestemmingsplan ‘Buitengebied’ (750 m²). Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing Hamelendijk 5 Om de uitvoering, het zorgvuldig beheer en instandhouding van het landschappelijk inpassingsplan te borgen is in het bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting opgenomen.

Daarnaast kan het in de toekomst gewenst zijn om een landschappelijk inpassingsplan, door nieuwe inzichten, aan te kunnen passen zonder dat hiervoor opnieuw een uitgebreide bestemmingsplanprocedure doorlopen dient te worden. Vandaar dat in de regels een rechtstreekse bepaling is opgenomen waarmee bij een gewijzigde opzet is bepaald dat de landschappelijke inpassing minimaal gelijkwaardig dient te zijn aan de landschappelijke inpassing, zoals opgenomen in de bijlage bij de regels, behorende bij dit bouwplan. In deze situatie is ervoor gekozen om met een functieaanduiding te werken die verwijst naar de voorwaardelijke verplichting van de landschappelijke inpassing, zodat de flexibiliteit bij een eventuele wijziging en de locatie van de in te passen gronden niet in de weg wordt gestaan. Verbeelding

42

A. Toelichting Bestemmingsplan Hamelendijk 5 en 7 te Reusel

Het voorstel is om het vigerende agrarische bestemmingsvlak/bouwvlak ter plaatse van het plangebied Hamelendijk 5 van circa 23.665 m² in dezelfde vorm te behouden. Ditzelfde geldt voor het bestemmingsvlak/bouwvlak (van circa 14.550 m²) ter plaatse van Hamelendijk 7. Aangezien voor dit plan aansluiting wordt gezocht bij het ter inzage gelegen voorontwerpbestemmingsplan ‘Buitengebied 2021’ van de gemeente Reusel – De Mierden worden ter plaatse van Hamelendijk 5 en 7 niet meer de enkelbestemming ‘Bedrijf – Agrarisch’ gehanteerd, maar de enkelbestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschap’. Voor het overige zal betreffende de overige bestemmingen en aanduidingen die ter plaatse gelden aansluiting worden gezocht bij de bestemmingen en aanduidingen die daarvoor in de plaats zijn gekomen in het voorontwerpbestemmingsplan ‘Buitengebied 2021’ danwel andere passende bestemmingen en aanduidingen. Wel dient ervoor gewaakt te worden dat de provinciale aanduiding ‘Beperkingen veehouderij’ en ‘zone verbod veehouderijen’ in de toekomst, per abuis opnieuw over een gedeelte van het bestemmingsvlak/bouwvlak Hamelendijk 5 wordt gelegd. Dit zou deze procedure geheel teniet doen en opnieuw een ‘slot op de muur’ creëren ter plaatse van Hamelendijk 5. De aanduiding ‘Beperkingen veehouderij’ kan op de verbeelding wel blijven gelden ter plaatse van het bestemmingsvlak/bouwvlak Hamelendijk 7.

Verder wordt ter plaatse van Hamelendijk 5 de functieaanduiding ‘intensieve veehouderij’ vervangen door de aanduiding ‘melkrundveehouderij’. Ter plaatse van Hamelendijk 7 wordt de aanduiding ‘veehouderij uitgesloten’ toegekend, zodat ook in de toekomst duidelijk is dat de oprichting van een veehouderij op deze locatie niet meer gewenst is.

43

A. Toelichting Bestemmingsplan Hamelendijk 5 en 7 te Reusel

HOOFDSTUK 3 BELEIDSKADER

3 1 Beleidskader 3.1

INLEIDING In dit hoofdstuk wordt het relevant beleid voor dit plan uitgezet. Het plan wordt hierin getoetst aan het provinciaal en gemeentelijk beleid.

3.2

PROVINCIAAL BELEID

3.2.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant Provinciale Staten hebben de Omgevingsvisie Noord-Brabant ‘De kwaliteit van Brabant, Visie op de Brabantse leefomgeving’ op 14 december 2018 vastgesteld. De Omgevingsvisie bevat geen sectorale beleidsdoelen. De concrete doelen, voor bijvoorbeeld natuur, water, veiligheid, milieu, mobiliteit en ruimtelijke kwaliteit, staan nu nog in de bestaande plannen van de provincie (PMWP, Structuurvisie RO, BRUG, PVVP). De Brabantse Omgevingsvisie is een samenhangende visie op de fysieke leefomgeving. De Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Dat gaat om ambities op gebied van de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. De kaderstellende elementen uit de Omgevingsvisie worden in de omgevingsverordening vertaald in regels. Voor dit plan is met name de verordening van belang omdat deze gedetailleerde regels bevat waaraan getoetst dient te worden.

3.2.2 Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV) Naast één omgevingsvisie moet de provincie vanuit de Omgevingswet ook één omgevingsverordening vaststellen voor haar grondgebied. De provincie Noord-Brabant heeft op 25 oktober 2019 de Interim omgevingsverordening vastgesteld. Het is een ‘Interim’ omgevingsverordening om zo te benadrukken dat dit een tussenstap is naar de ‘definitieve’ omgevingsverordening gebaseerd op de Omgevingswet. De Interim omgevingsverordening is gebaseerd op de huidige wetgeving en moet aan de wettelijke bepalingen van die wetgeving voldoen. De Interim omgevingsverordening vervangt zes provinciale verordeningen, waaronder de Verordening ruimte. In de omgevingsverordening staan algemene regels voor burgers en bedrijven en instructieregels voor bestuursorganen van de overheid. De instructieregels moeten gemeenten toepassen bij de uitvoering van hun bevoegdheden in het kader van de Wet ruimtelijke ordening. Hierin staan de regels die tot voor kort waren opgenomen in de Verordening ruimte Omdat de Interim omgevingsverordening zoveel als mogelijk wil aansluiten bij de Omgevingswet is gekozen voor de doelgroepenbenadering. Dit betekent dat de regels in de Interim omgevingsverordening zijn gegroepeerd in hoofdstukken waarbij de doelgroep van de regel leidend is.

44

A. Toelichting Bestemmingsplan Hamelendijk 5 en 7 te Reusel

3.2.2.1 Aanduiding plangebied IOV In de verordening zijn gebieden tot op perceelniveau begrensd op acht kaarten. Hierdoor is duidelijk voor welke gebieden de opgestelde regels gelden. Het plangebied is gelegen binnen ‘Landelijk gebied’ en de ‘Groenblauwe mantel’. Daarnaast is binnen een gedeelte van het plangebied op nummer 5 de aanduiding ‘Beperkingen veehouderij (art. 3.51 IOV)’ als ‘Verbod uitbreiding veehouderij (art. 2.72 IOV)’ van toepassing31. Verder is de locatie gelegen binnen ‘Stalderingsgebied’. Het plangebied op nummer 7 is geheel gelegen binnen de aanduiding ‘Beperkingen veehouderij’.

Figuur 3.1: Uitsnede Kaart 7 IOV ter plaatse van Hamelendijk 5. Ter plaatse van de bruine arcering geldt de aanduiding ‘Beperkingen veehouderij’ (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Hierna wordt ingegaan op het relevante beleid uit de Interim omgevingsverordening op dit plan.

3.2.2.2 Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies In paragraaf 3.1.2 van hoofdstuk 3 instructieregels aan gemeenten, zijn de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies opgenomen waarin aandacht wordt besteed aan de aspecten zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit (artikel 3.5), zorgvuldig ruimtegebruik (artikel 3.6), toepassing van de lagenbenadering (artikel 3.7), meerwaardecreatie (artikel 3.8) en kwaliteitsverbetering landschap (artikel 3.9). In deze toelichting is in zijn totaliteit rekening gehouden met deze regels en beschreven op welke wijze met deze aspecten is omgegaan. Daarom worden in dit hoofdstuk de

31

ter plaatse van de bestaande meest zuidelijk gelegen melkveestal en ter plaatse van enkele bestaande sleufsilo’s;

45

A. Toelichting Bestemmingsplan Hamelendijk 5 en 7 te Reusel

betreffende artikelen niet afzonderlijk behandeld, met uitzondering van artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap. Vanuit het bereiken van een goede omgevingskwaliteit geldt in Brabant sinds 2014 de regeling ‘Kwaliteitsverbetering van het landschap’. Het principe van kwaliteitsverbetering van het landschap houdt in dat een ruimtelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied gepaard dient te gaan met een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied. Onder een kwaliteitsverbetering wordt begrepen alle projecten die zijn gericht op een aantoonbare en uitvoerbare verbetering van structuren of waarden op het vlak van natuur, water, landschap of cultuurhistorie. Ook verbeteringen van de extensieve recreatieve mogelijkheden van die omgeving behoren hiertoe. Deze rood-met-groen-koppeling is vertaald in het principe van ‘kwaliteitsverbetering van het landschap’. De ‘Handreiking Kwaliteitsverbetering van het landschap, De rood-metgroen koppeling’ van de provincie Noord-Brabant biedt informatie om invulling te geven aan het principe van kwaliteitsverbetering van het landschap.

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Reusel-De Mierden heeft besloten de ‘Landschapsinvesteringsregeling De Kempen’ te hanteren bij de bepaling van de benodigde investering in de kwaliteitsverbetering van het landschap in het kader van artikel 3.9 ‘Kwaliteitsverbetering landschap’. Deze landschapsinvesteringsregeling heeft de gemeente Reusel – De Mierden met de andere Kempen-gemeenten opgesteld. In de ‘Landschapsinvesteringsregeling De Kempen’ zijn ruimtelijke ontwikkelingen in drie categorieën ingedeeld. Dit plan is voor de locatie Hamelendijk 5 aan te merken als een categorie 2 ontwikkeling en voor Hamelendijk 7 als een categorie 1 ontwikkeling. Een categorie 1 ontwikkeling is een ruimtelijke ontwikkeling die geen (extra) kwaliteitsverbetering van het landschap vereist. Dit zijn met name kleinschalige ontwikkelingen die plaatsvinden binnen bestaande en/of binnen de vigerende planologische regeling passende bebouwing. Dit is voor Hamelendijk 7 het geval, aangezien voor deze locatie de planologische mogelijkheden binnen het vigerende bouwvlak/bestemmingsvlak enkel beperkt worden t.o.v. de huidige planologische situatie. Daardoor is het plan voor Hamelendijk 7 conserverend van aard.

Een categorie 2 ontwikkeling is een ruimtelijke ontwikkeling waarbij de kwaliteitsverbetering van het landschap wordt vormgegeven door te voorzien in een goede landschappelijke inpassing. Van deze ontwikkelingen wordt alleen verlangd dat deze op eigen terrein goed landschappelijk worden ingepast. Aan deze vorm van kwaliteitsverbetering worden geen kwantitatieve normen gekoppeld waaraan voldaan moet worden, maar worden enkele kwalitatieve eisen gesteld:  De landschappelijke inpassing van het bestemmingsvlak/bouwvlak wordt gerealiseerd op basis van een erfbeplantingsplan/ landschapsinpassingsplan, waaruit duidelijk blijkt hoe en met welke (natuur- en landschaps)elementen de landschappelijke inrichting wordt vormgegeven;  Middels een anterieure overeenkomst tussen gemeente en initiatiefnemer wordt de realisatie van het inpassingsplan financieel, juridisch en feitelijk verzekerd. Duurzame instandhouding, beheer en onderhoud van de landschappelijke inpassing vormen ook aspecten die in de anterieure overeenkomst worden vastgelegd. Opgemerkt wordt dat de realisatie en instandhouding daarvan tegenwoordig vaak middels een voorwaardelijke verplichting in het

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=ReuselDeMierden&id=fe623ddd-1583-4696-a0ab-70e314b7d8db