[24.23018] Ter vaststelling - Toelichting regels en bijlage bij de regels bestemmingsplan Zwartven
Tekst van het document
Circa 75cZo van het voormalige recreatieve gebied wordt bestemd als natuur. De kwaliteitsbijdrage bestaat verder o.a. uit sloop, het verwijderen van verharding en ondergrondse infrastructuur en bodemverontreini ging, het realiseren van vennen, en aanleggen en beheer van o.a. bomen en heide beplanting en het aankopen van ruimte-voor-ruimtetitels. In de kwaliteitsberekening is ook opgenomen dat het toevoe gen van de nieuwe woonfuncties qua omvang gelijk is aan de tegenprestatie voor ruimte-voor-ruimtekavels. Het plangebied heeft nu een recreatieve bestemming en is in gebruik als recreatiepark, waarbij er 1) deels al sprake is van permanente bewoning en 2) er langdurig huisvesting heeft plaatsgevonden van arbeidsmigranten. Een gedeelte van de bestaande recreatieve bestemming wordt omgezet tot wonen. Feitelijk gezien is er in de huidige situatie reeds sprake van permanent wonen. Het recreatieve gebruik zal in de nieuwe situatie komen te vervallen. Met de voorgenomen ontwikkeling worden er 11 wonin gen toegevoegd, er worden 72 recreatiewoningen omgezet naar permanent wonen, er worden 15 bij zondere woonvormen gecreëerd en er worden 3 beheerderswoningen herbestemd tot burgerwonin gen. In totaal met de compensatie van sloop zal er in de toekomstige situatie sprake zijn van 101 per manente woningen. Er is sprake van bestaand ruimtebeslag, waarbij ca.
75cZo van het voormalige re creatiepark veranderd wordt in natuurgebied. Het ruimtebeslag wordt hiermee dus aanzienlijk kleiner. In paragraaf 2.1.3 is onderbouwd dat het initiatief voorziet in een kwantitatieve en kwalitatieve be hoefte en dat de ontwikkeling past in regionale afspraken. Het initiatief draagt bij aan het revitaliseren van een vervallen recreatiepark, waar verder geen kansen voor in de markt liggen. De ontwikkeling zal het plangebied een nieuwe functie geven met duurzame woningen en een opwaardering van de na tuur. Tevens voorziet het initiatief in het realiseren van bijzondere woonvormen (middels afwijkingsbevoegdheid). Het plangebied krijgt een natuurlijke inpassing. Het initiatief draagt hiermee bij aan de leefbaarheid, toekomstbestendigheid en het economisch vitaal houden van de omgeving. De bestaande recreatiewoningen bevinden zich in het noordoosten van het plangebied. De nieuwe woningen en bijzondere woonvormen worden nabij de bestaande recreatiewoningen gesitueerd waar bij de natuur tussen de woningen doorloopt.
Hoofdstuk 2
26
mo
In paragraaf 2.2.2 Interim Omgevingsverordening is reeds ingegaan op de bepalingen die gelden voor Natuur Netwerk Brabant en Groenblauwe waarden. De herontwikkeling van Zwartven is in lijn met de criteria en uitgangspunten die gelden voor het werkingsgebied ‘Bebouwd gebied’. Inmiddels is de kaartaanpassing in de TAM-omgevingsverordening doorgevoerd. Het deel waar de transformatie van recreatiewoningen naar reguliere woningen en waar de toevoeging van de nieuwe woningen is voorzien, is aangeduid als ‘bebouwd gebied’ in de Omge vingsverordening (per 17 september 2024), zie figuur 2.4. Dit besluit is verwerkt in het vastgestelde bestemmingsplan.
2.3 Regionaal beleid 2.3.1 Kempische Visie Wonen 2019-2023 Door de gemeenten Bladel, Reusel-De Mierden, Bergeijk en Eersel is in maart 2019 de Kempische visie op wonen vastgesteld. De afgelopen jaren heeft de woningmarkt grote veranderingen doorgemaakt. Van de crisis waarin de huizenmarkt zich vijf jaar geleden in bevond, is al lang geen sprake meer. Woningprijzen stijgen en nieuwbouwprojecten raken snel verkocht. De vraag naar woningen is zeer groot. Zelfs zodanig dat het woningaanbod in de bestaande voorraad sterk is afgenomen. De sterke economische groei die Eind hoven Brainport doormaakt, heeft dus zowel positieve- als negatieve kanten voor onze woningmarkt. Doordat de woningen in de Kempen relatief groot zijn, ligt de gemiddelde prijs van een koopwoning ook hoog. Het aanbod in het betaalbare prijssegment is beperkt. Hierdoor zijn de doorstroommogelijk heden, bijvoorbeeld vanuit een sociale huurwoning naar een koopwoning, beperkt. Het is daarom be langrijk dat de Kempengemeenten zoeken naar mogelijkheden om het woningaanbod in het midden segment te vergroten. Dat kan via betaalbare koop- of particuliere huurwoningen, maar ook door ruimte te bieden aan (bewoners)initiatieven voor vernieuwende woonvormen. De verwachting is dat vooral de komende tien jaar nog woningen moeten worden toegevoegd.
Na die periode neemt de huishoudensgroei (en daarmee de woningbehoefte) langzaam maar zeker af. Het is daarom zaak om zorgvuldig met het ruimtegebruik (wonen, werken, recreëren, groen) om te gaan. Daarnaast betekenen deze trends dat de gemeenten de focus ook steeds meer moeten verleggen van nieuwbouw naar het investeren in de kwaliteit van de bestaande woningvoorraad. Voor de komende jaren zijn de volgende 5 speerpunten voor de regionale woningmarkt gesteld: 1) Versnellen van de bouwproductie, op een zorgvuldige manier. 2) Behoud voor betaalbaar wonen. 3) Zorg voor elkaar faciliteren. 4) Wij zijn klaar voor de toekomst. 5) Werken én wonen. Doorwerking plangebied
Met de beoogde ontwikkeling worden verschillende woningen gerealiseerd voor verschillende doel groepen. De bestaande 72 recreatiewoningen omgezet tot woningen voor permanente bewoning. Er worden vrijstaande woningen in de natuur gerealiseerd. De woningen worden duurzaam en ecolo gisch gebouwd en/of gerenoveerd, waar mogelijk met circulaire materialen en collectieve installaties. De woningen zullen qua opzet en verschijningsvorm niet concurreren met woningen in het stedelijk
Hoofdstuk 2
27
mo
gebied. Geen grote villa’s maar comfortabele duurzame vrijstaande woningen. Met als doelgroep met name 55-plussers en volwassen gezinnen. Daarnaast worden er bijzondere Z collectieve woonvormen gerealiseerd. De bijzondere woonvormen vormen een verbinding met de omgeving en zijn naar buiten gericht. De woonvormen zijn kleinschalig, met als doelgroep 1 en 2 persoonshuishoudens. De bijzondere woonvormen worden deels in het soci ale segment gerealiseerd. Van de 26 nieuw te realiseren woningen (dus niet de transformatie van de bestaande recreatiewoningen), krijgt ten minste 570Z0 een bijzondere woonvorm, deels in het sociale segment, om op die manier aan de norm van 400Zo sociale woningbouw te voldoen (zie ook 2.4.2. Nota Impuls sociale woningbouw). 2.3.2 Brabantse Agenda Wonen De Brabantse Agenda Wonen is een agenda op hoofdlijnen en stippelt een koers uit voor (verdere) regionale samenwerking en vernieuwing van de woningbouwafspraken. De provincie kiest voor sa menwerking in vier regio’s: West-Brabant, Midden-Brabant, Noordoost Brabant en Zuidoost Brabant. Gemeente Reusel-De Mierden is gelegen in zuidoost Brabant en in behoort tot de subregio de Kem pen. Voor woningbouwafspraken in de subregio Kempen zijn de woningbouwbehoefte en -afspraken per gemeente gebaseerd op woningbouwprognose van de provincie Noord-Brabant.
In 2020 heeft de pro vincie de bevolkings- en woningbehoefteprognose geactualiseerd. De gemeente Reusel-De Mierden dient 900 woningen toe te voegen aan de woningvoorraad in de periode 2020-2024. De woningen die met voorliggend bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt passen binnen deze prognosecijfers. 2.3.3 Brabantse Aanpak Leegstand (2016) In de Brabantse Aanpak Leegstand (2016) wordt gesteld dat een goede omgevingskwaliteit niet van zelfsprekend is. Zowel in het stedelijk als in het landelijk gebied zorgen veranderend ruimtegebruik, nieuwe vormen van economie en maatschappelijke ontwikkelingen tot leegstand. De provincie heeft in 2016 een nieuwe aanpak van leegstand vastgesteld, waarin enerzijds strakker wordt gestuurd op uit breiding en anderzijds om meer ruimte te bieden om te experimenteren en ontwikkelingen in het be staande stedelijk gebied en de bestaande bebouwing mogelijk te maken. Het doel van de aanpak in om de omgevingskwaliteit in de provincie te versterken en om de verdere uitbreiding van leegstand te voorkomen en terug te brengen naar het frictieniveau. Transformatie van leegstaand vastgoed, herbestemming of sloop, biedt ook volop mogelijkheden om maatschappelijke behoeften en opgaven te realiseren. Hierbij wordt specifiek gerefereerd naar de transformatie van leegstaand vastgoed naar woningen, gezien de grote behoefte aan woningen binnen de provincie.
Doorwerking plangebied
In de huidige situatie functioneert het recreatiepark Zwartven niet goed en er liggen geen kansen in de markt voor revitalisatie. Daarom is het initiatief onderdeel van de pilot waarbij recreatieparken worden getransformeerd. Het initiatief bestaat grotendeels uit het transformeren van leegstaande bebouwing naar woningen en helpt daarmee leegstand van bestaande bebouwing te verminderen. Daarmee draagt het initiatief bij aan de doelen gesteld in de Brabantse Aanpak leegstand.
Hoofdstuk 2
28
mo
2.4 Gemeentelijk beleid 2.4.1 Omgevingsvisie gemeente Reusel-De Mierden De gemeenteraad van de gemeente Reusel-De Mierden heeft op 22 mei 2018 de ‘Omgevingsvisie ge meente Reusel-De Mierden’ vastgesteld. Deze omgevingsvisie is opgesteld vooruitlopend op de Omgevingswet die naar verwachting per 1 januari 2024 in werking treedt. Op 28 mei 2019 heeft de gemeenteraad een addendum op de Omgevingsvisie vastgesteld. Het is een aanvulling op het oorspronkelijke document en daarmee een volwaardig onderdeel van de Omge vingsvisie. In het addendum wordt beschreven hoe we als gemeente om willen gaan met een gebiedsfonds en landschapsfonds (artikel 6.24 WRO). Ook wordt aangegeven wat de bestedingsdoelen zijn van deze fondsen. Op 15 december 2020 heeft de gemeenteraad een tweede addendum vastgesteld om afdrachten mogelijk te maken in een vereveningsfonds sociale woningbouw. De Omgevingsvisie beschrijft hoe de gemeente er over 15 jaar uit ziet. Het gaat over de fysieke leef omgeving, waarbij wordt beschreven hoe het gemeentegebied ingericht is (de ruimte), hoe de inwo ners hier veilig en gezond kunnen leven (het sociale) en wat er aan bedrijvigheid is (de economie). Een Omgevingsvisie is geen plan op detailniveau, het geeft richting aan waar de gemeente naar toe wil. In de Omgevingsvisie zijn tien keuzes gemaakt die essentieel zijn voor de toekomst.
Zo wordt be schreven op welke plek woningbouw wenselijk is, hoe er met intensieve dierhouderij wordt omgegaan, waar er natuur wordt ontwikkeld en hoe de kernen kunnen worden versterkt. In de Omgevingsvisie verwezen naar wordt aangegeven dat transformatielocaties prioriteit hebben bij nieuwe woningbouwinitiatieven. In de Omgevingsvisie wordt gekeken naar mogelijkheden en wat een initiatief bijdraagt aan de omge ving. Dat wordt meerwaarde genoemd. Ondernemers en inwoners krijgen ruimte om initiatieven te ontwikkelen die passen bij hun wensen, maar ook in balans zijn met de omgeving. Doorwerking plangebied
Het plangebied is in de Omgevingsvisie is aangeduid als ‘moderniseren verouderde recreatieaccommodaties’, zie figuur 2.6. Met onderhavige ontwikkeling wordt een verouderd recreatiepark, waar deels sprake is van illegale bewoning en waar laatste jaren sprake is van huisvesting van arbeidsmigranten (permanente bewo ning), herontwikkeld. De gemeente vindt het belangrijk om ruimte te bieden voor ontwikkelingen met een maatschappelijke meerwaarde, wanner er een goede balans wordt gevonden tussen planet, people en proft. Er zijn verschillende concepten onderzocht, waaronder recreatieve concepten. Uit on derzoeken blijkt dat er geen marktkansen liggen voor een haalbare recreatieve invulling. Daarbij is er geen interesse vanuit marktpartijen t.b.v. de exploitatie of ontwikkeling. Daarom is in overleg met de gemeente en provincie verder gekeken naar een passende ontwikkeling, waarbij belangrijke punten voor inrichtingsmogelijkheden zijn: » het voorkomen van leegstand; » permanente bewoning in een natuurlijke setting. Naast de ontwikkelingen ten behoeve van permanente bewoning wordt er ook sterk ingezet op natuuren landschapsversterking.
Hoofdstuk 2
29
mo
Het plangebied is gelegen in I nabij Natuur Netwerk Brabant. De gemeente versterkt het Natuur Net werk door middel van geïntegreerd bosbeheer, beekdalontwikkeling en de aanleg van verbindingen tussen de bestaande bos- en heidegebieden. Met onderhavige ontwikkeling wordt er circa 750Zo van het terrein ontwikkeld ten behoeve van natuur.
VISIEKAART Krans van bossen mét enkele heklecomplexen. Voort zetten geïntegreerd bosbeheer Versterking kleinschalig agrarisch cultuurlandschap Beekdalontwikkeling Gebied met primaat landbouw Bebouwingsvrije buffer als o vergang naar waardevolle landschappen 'Nieuw Molenheide': ontwikkeling bos- en heidegebied met ruimte voor wonen, werken, zorg, recreatie Kempisth karakter sterker maken in dorpen
r
' îw
Buurtschappen als drager van transformaties in de uiten sieve dierhouderij Clusteren bedrijvigheid Doorontwikkelen Natuurpoorten
k
Moderniseren verouderde recreatieaccommodaties Bestaande hoofdwegenstructuur handhaven/Verbeteren Mogelijke nieuwe verbinding met hoofdwegenstructuur Goede ontsluiting gebieden met primaat landbouw en/of geclusterde bedrijvigheid Versterking veilige fietsroutes tussen nabij gelegen dorpen Z voorzieningen
Figuur 2.6 Uitsnede kaart Omgevingsvisie
Hoofdstuk 2
30
mo
2.4.2 Nota Impuls sociale woningbouw gemeente Reusel-De Mierden De Nota Impuls sociale woningbouw gemeente Reusel-De Mierden geldt vanaf 1 januari 2021. Met deze nota biedt de gemeente inzicht in de wijze waarop de gemeente omgaat met woningbouwinitiatieven die niet passen binnen het geldende bestemmingsplan. Onder voorwaarden kan de gemeente meewerken aan een nieuw ruimtelijk kader voor een initiatief. Hierbij wordt gekeken of en hoe een plan bijdraagt aan de gemeentelijke ambities ten aanzien van sociale woningbouw. Het gemeentelijk doel is om betaalbaar wonen in de gemeente Reusel-De Mierden te behouden en te stimuleren. Er wordt gemeente breed gestreefd naar gemiddeld 40Zo sociale woningbouw. Een initiatief draagt bij aan de gemeentelijke ambities wanneer er ten minste 40Zo sociale woningbouw wordt gerealiseerd. De gemeente stimuleert initiatiefnemers van woningbouwplannen om gemiddeld 400Zo sociaal te bouwen. Hiervoor wordt nauw samengewerkt met de Woningstichting De Zaligheden om voldoende sociale huurwoningen te realiseren. Bij de berekening van het aantal woningen wordt de 40Z eis af naar boven afgerond (voorbeeld, bij een project van 9 woningen, moet u minstens 4 wo ningen in het sociale segment bouwen).
Concreet betekent dit dat ten minste 40Z van nieuw te bouwen woningen bestaat uit: » Sociale huurwoningen met een aanvangshuurprijs onder de huurliberalisatiegrens (C 737,14 in 2020), met een instandhoudingsverplichting van ten minste 20 jaar en/of; » Sociale koopwoningen met een koopprijs vrij op naam van ten hoogste C 200.000,-, met een instandshoudingsverplichting van ten minste 5 jaar. De instandhoudingstermijnen van de sociale woningen hebben zijn vastgelegd in de gemeentelijke doelgroepenverordening. Deze verordening is leidend voor de termijn en voor wie de sociale woning beschikbaar moet zijn. Als een initiatief minder dan 40Z sociale woningbouw bevat, wordt bekeken of de resterende opgave elders kan worden gerealiseerd. In sommige gevallen is sociale woningbouw niet mogelijk, of niet wenselijk. Het college beoordeelt dit en zij kan dan een lager percentage toestaan. Initiatiefnemer moet in dat geval zelf aantonen dat op korte termijn elders een locatie ontwikkeld wordt en daar de resterende opgave gerealiseerd wordt. De bestemmingsplanwijzigingen voor de locaties moeten in één planologische procedure doorlopen worden. Dit heeft ermee te maken dat de gemeente zekerheid wil hebben dat de gemeenteraad bereid is voor beide (of meerdere) locaties het bestemmingsplan te wijzigen. Hetgeen wat ruimtelijk geregeld kan worden moet ruimtelijk worden geborgd.
Overige aspec ten en afspraken worden dan vastgelegd in een anterieure overeenkomst of in het exploitatieplan. Doorwerking plangebied
Er worden 72 bestaande recreatiewoningen omgezet naar permanente woningen, dit betreffen geen nieuw te bouwen woningen. Daarnaast worden er maximaal 11 vrijstaande woningen en 15 nieuwe bijzondere woonvormen toegevoegd. De bijzondere woonvormen worden in het sociale segment gere aliseerd. Van de 26 nieuw te realiseren woningen (dus niet de transformatie van de bestaande recrea tiewoningen), krijgt ten minste 57Z een bijzondere woonvorm in het sociale segment. Hiermee wordt meer dan de gemeentelijke norm van 40Z sociale woningbouw behaald en voorziet het initiatief in een kwalitatieve behoefte. In de artikel 16.3 van de planregels is een voorwaardelijke verplichting op genomen dat van het maximum aantal woningen toegestaan binnen ‘Wonen-2’ en ‘Wonen-3’ minimaal 40Z als sociale koop dan wel huurwoning wordt gebouwd.
Hoofdstuk 2
31
mo
2.4.3 Nota Ruimtelijke Kwaliteit - deel Buitengebied, gemeente Reusel-De Mierden De gemeenteraad van Reusel-De Mierden heeft op 2 november 2021 de ‘Nota Ruimtelijke Kwaliteit, deel Buitengebied’ (NRK-buitengebied) vastgesteld. De NRK-buitengebied bevat het geactualiseerde welstandsbeleid voor het buitengebied van de ge meente Reusel-De Mierden. In de herziening van de welstandsnota wordt niet meer alleen gekeken naar de gebouwen maar ook naar de kwaliteit van de omgeving en landschappelijke inpassing. De NRK-buitengebied wordt gekenmerkt door een meer open houding, waarbij niet toetsen en verplich ten, maar inspireren, voorlichten, stimuleren en begeleiden centraal staan. In samenspraak met de ini tiatiefnemer vormt ruimtelijke kwaliteit onderdeel van een goede gebiedsontwikkeling/plan. In de NRK-buitengebied is voor de verschillende landschapsgebieden van Reusel-De Mierden een ‘gebiedspaspoorť opgesteld. Dit gebiedspaspoort geeft aan wat de te behouden en versterken kwali teiten/karakteristieken/waarden zijn van dit gebied alsmede de ontwerpprincipes voor landschappelijke inpassing, erfinrichting en bebouwing bij ontwikkelingen in het gebied. Doorwerking plangebied
Figuur 2.7 toont de Strategiekaart Omgevingsvisie, zoals is opgenomen in de ‘Nota Ruimtelijke Kwali teit, deel Buitengebied’. Het plangebied is op deze kaart aangeduid als ‘ruimte voor gebiedsontwikkeling’.
Figuur 2.7 Strategiekaart Omgevingsvisie (bron: NRK)
Figuur 2.8 Uitsnede Kwaliteitenkaart (bron: NRK)
Figuur 2.8 toont een uitsnede van de Kwaliteitenkaart. Ter plaatse van het plangebied gelden de landschapstypen: ‘Rationeel, agrarisch ontwikkelde jonge heideontginning met rechte beplante wegen’ en ‘Krans van bossen met enkele heidecomplexen’. In paragraaf 3.1 en paragraaf 3.2 wordt nader inge gaan op de gebiedstypen ‘bossen en vennen’ en ‘jonge ontginningen’. In het inrichtingsplan is rekening gehouden met de ruimtelijke kwaliteit en principes van de gebiedstypen. Er is door Wissing een Land schappelijke visie voor Zwartven opgesteld. De landschappelijke visie is opgenomen als bijlage 4 bij de
Hoofdstuk 2
32
mo
regels. In de regels behorende bij dit bestemmingsplan is geborgd dat bij de inrichting van de gronden er rekening wordt gehouden met de landschappelijke inrichtingsprincipes uit de Landschappelijke visie Zwartven.
Hoofdstuk 2
33
mo
3.
PLANBESCHRIJVING 3.1
Huidige situatie
Het plangebied bestaat momenteel uit een verouderd en verloederd vakantiepark. In de noordelijke hoek zijn vaste recreatiewoningen aanwezig, de rest van het gebied wordt gebruikt als kampeerter rein. Ook is er een hoofdgebouw voor centrale voorzieningen aanwezig. In het zuiden van het plange bied zijn 3 bedrijfswoningen aanwezig. De huidige faciliteiten zijn verouderd. Binnen het plangebied is veel bosgebied aanwezig, met veel jong opschot van berken en braamstruwelen. In de oosthoek en het zuidwesten bevinden zich vennen. Het westelijke ven is natuurlijk en sterk begroeid. Het oostelijke ven heeft berken en wilgen langs de rand, maar heeft vrij weinig watervegetatie.
3.2 Toekomstige situatie De initiatiefnemer van voorliggend plan beoogt om ter plaatse het voormalige park te herontwikkelen naar gedeeltelijk een ecologische woonbestemming en om circa 750Zo van het terrein om te vormen naar een natuurbestemming. Het planvoornemen bestaat concreet uit de volgende onderdelen: Sloop » De bebouwing van de bestaande/voormalige voorzieningen van het recreatiepark (o.a. restau rant/winkel) wordt gesloopt. » De boerderij wordt gesloopt en niet vervangen door een nieuwe woning. Omzetten bestaande reactiewoningen naar woningen » De bestaande recreatiewoningen (69) worden omgezet naar reguliere woningen; » Aanvullend worden 3 recreatiewoningen op het adres Park Zwartven 41,42 en 43 verbouwd naar 1 woning behorende tot het gebied waar de bestaande recreatiewoningen zich bevinden. De te verbouwen woning krijgt het adres Park Zwartven 41. De 2 overige woningen worden elders her bouwd als nieuwe vrijstaande woning (zie kopje ‘toevoegen nieuwe vrijstaande woningen’); » In totaal worden er 72 reactiewoningen omgezet naar 70 reguliere woningen. Toevoegen nieuwe vrijstaande woningen » Er worden maximaal 11 vrijstaande woningen toegevoegd; » In het zuidoosten is op het adres Eendengoor 2 sprake van een beheerderswoning.
Deze zal ge sloopt worden en vervangen door 1 nieuwe (burger)woning, die elders als nieuwe vrijstaande wo ning op het park wordt teruggebouwd; » De twee woningen Park Zwartven 42 en 43 worden vervangen door 2 nieuwe vrijstaande woningen; » De chaletwoning met het adres Park Zwartven 44 wordt gesloopt en vervangen door 1 nieuwe vrij staande woning. » Totaal toe te voegen vrijstaande woningen en te vervangen woningen komt daarmee op 15. Toevoegen nieuwe bijzondere woonvormen (via afwijkingsbevoegdheid) » Er worden maximaal 15 wooneenheden in de vorm van een bijzondere woonvorm toegevoegd.
Hoofdstuk 3
34
mo
Omzetten bestaande beheerderswoning naar burgerwoning » In het zuidoosten is op het adres Eendengoor 1b sprake van een beheerderswoning. Deze krijgt een reguliere woonbestemming. Ontwikkelen nieuwe natuur » Circa 75c7o van het terrein wordt omgezet naar natuur.
Figuur 3.1 Onderdelen planvoornemen
In totaal heeft het plangebied een oppervlakte van circa 416.920 m2. Er is door Streekk een klimaatonderlegger toegepast op Zwartven welke is opgenomen in de bijlage. In het eerdere ontwerp is er een eerste aanzet gemaakt voor de landschapstypen op basis van historische en ruimtelijke analyse. Voor een verdere uitwerking is een verdiepende analyse nodig van het landschap op basis van het bodem en watersysteem. Op deze manier kan het plan klimaatadaptief en toekomstbestendig ontwikkeld wor den. Dit wordt gedaan op basis van de Klimaatonderlegger. De Klimaatonderlegger laat door middel van de lagenbenadering de milieukundige en ruimtelijke kwaliteiten vanuit bodem, water, reliëf en groen zien. Zo wordt er aansluiting gezocht met het natuurlijke systeem. Waardoor er een hogere ruimtelijke kwaliteit door het doorgronden van de landschapsidentiteit en een goede aansluiting op de omgeving ontstaat. Vanuit het natuurlijk systeem (reliëf, bodem en water) komen er een aantal aspecten naar voren die benut kunnen worden: » Er is een rechte (zicht)lijn aanwezig in het plangebied. Bebouwing » De noordzijde van de zichtlijn is geschikt voor bebouwing. » De huidige supermarkt en restaurant die ten zuiden van de zichtlijn de ‘heuvels’ staan kunnen be nut worden voor bijzondere woonvormen. » Twee woningen in laagten.
Hoofdstuk 3
35
mo
Gebiedseigen kenmerken: De hoogteverschillen, water- en bodemkenmerken in het gebied kunnen benut worden door: » de gebiedseigen ‘heuvels’ in te zetten bij de bebouwingsprincipes; » de hoge flanken in te zetten als plekken voor duinen; » de historische ligging van de Eendengoor in te zetten voor (natte) natuur met op de laagste pun ten een ven; » de laagste punten in het gebied in te zetten als ven. Groen » Naaldsoorten gaan verdwijnen waardoor er gekeken moet worden naar het omvormen naar loofsoorten zoals een Lindenbos. Mede op basis van deze klimaatonderlegger is door Wissing een landschappelijke visie met uitgangs punten voor beeldkwaliteit en inrichting van de verschillende deelgebieden opgesteld (zie hiervoor de bijlage). Het toekomstige natuurgedeelte wordt ingericht in verschillende landschapszones waarbij de openbare ruimte ook het natuurterrein bevat die in beheer komt bij Brabants Landschap, Natuurmonu menten, Staatsbosbeheer en bosgroep. De doorvertaling hiervan is weergegeven in onderstaande inrichtingsprincipes en bijbehorende figuur 3.2. 1)
Heide met stuifduinen » Vennen met hoogteverschillen rondom » Zandgebieden met grassen, vennen meer kruid en bloemrijk grasland » Solitaire bomen of kleine boomgroepen » Beperkte onderbeplanting » Paden in halfverharding of vergelijkbare vormgeving » Recreatieve zandpaden met houten bruggen en knuppelpaden
2)
Vennengebied » Vennen met hoogteverschillen rondom » Zandgebieden met grassen, vennen meer kruid en bloemrijk grasland » Solitaire bomen of kleine boomgroepen » Beperkte onderbeplanting » Paden in halfverharding of vergelijkbare vormgeving » Recreatieve zandpaden met houten bruggen en knuppelpaden
3) Bos » Bomen » Onderbeplanting » Begroeide bloeiende bermen » Paden in halfverharding of vergelijkbare vormgeving » Recreatieve zandpaden
Hoofdstuk 3
36
mo
Figuur 3.2 Landschapstypen Zwartven (bron: BRO)
In het noorden Z noordwesten van het gebied worden bestaande recreatiewoningen omgezet tot per manente woningen en er worden nieuwe woningen gerealiseerd. Onderstaand is aangegeven welke woningtypen in welke zones worden voorzien, zien ook figuur 3.3. Algemeen Er wordt gestreefd naar zoveel mogelijk clustering van bebouwing op de percelen zonder barrières door dichte erfafscheidingen en een wildgroei aan vrijstaande bijgebouwen. Daarom is er een regeling opgenomen waarbij het vergunningsvrij bouwen van o.a. vrijstaande bijgebouwen en erfafscheidingen niet is toegestaan. De gronden gelegen 1 meter achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw dienen niet te worden beschouwd als erf in de zin van artikel 1 van bijlage II behorende bij het Besluit omgevingsrecht. Er is bepaald dat erfafscheidingen aan de onderzijde minimaal 10 cm open moeten zijn zodat dieren hier onderdoor kunnen lopen. Heide Bestaande woningen op de heide » Openbare ruimte wordt heringericht met bermen van heide, enkele bomen en wegen/ paden in halfverharding of vergelijkbare vormgeving. » Bestaande woningen behouden tuin krijgen de mogelijkheid voor het toevoegen van een ter ras/veranda. » Privé erfinrichting: velden met heide en gras, bomen, plantvakken met heesters. » Kenmerkende omheining per woning, niet aaneengesloten, natuur loopt er tussendoor. » Parkeren op eigen terrein geïntegreerd in tuinontwerp.
Hoofdstuk 3
37
mo
Doorwerking plangebied Heidengebieden kenmerken zich door een afwisseling van open en besloten landschapselementen. Denk hierbij aan ruigtevegetaties, solitaire bomen en bosgroepen. De bestaande woningen op stuifduinen met heide hebben een eigen tuin en krijgen de mogelijkheid voor het toevoegen van een ter ras/veranda. Hierbij is het belangrijk dat er gebruik wordt gemaakt van natuurlijke materialen of materi alen die gelijkwaardig zijn aan de huidige bebouwing (hoge beeldkwaliteit). Hiermee blijft de huidige opzet van het landschap gelijk aan de bestaande situatie. De karakteristieke eigenschappen van het huidige landschap worden in die zin niet verslechterd en of aangetast. Daarnaast zorgt de huidige maximale bouwlaag (1 laag met kap) voor een kleinschalige sfeer. Door enkel zadelkappen of wolfseinden toe te staan passen de voorgestelde typologieën binnen het landschapstype stuifduinen met heide. Mede door de lagere bouwhoogte dan andere typologieën binnen het stedenbouwkundig plan blijven de zichtlijnen van de groenstructuur behouden en is het bosdecor op de achtergrond aanwezig. Vrijstaande woningen op de heide » Tuin is onderdeel van de landschapsinrichting. » Liggend verscholen tussen de bomen. » Veranda’s en balkons als onderdeel van de woning. » Privé erfinrichting: velden met heide en gras, bomen, vennen en paden.
» Omheining per woning, niet aaneengesloten, natuur loopt er tussendoor. » Parkeren per woning, geïntegreerd in woning- en tuinontwerp. Doorwerking plangebied De vrijstaande woningen op stuifduinen met heide sluiten naadloos aan op het landschapstype. Dit komt mede door een gedegen inpassing en zachte overgangen te creëren naar openbaar gebied. De woningen liggen verscholen in opgaand groen. Hiermee wordt er een ingetogen woningsfeer gereali seerd. Alle woningen zijn vanaf de ontsluiting te bereiken via een eigen oprit. Ook dit versterkt de vrije ligging in het heidegebied. Vanwege deze vrije ligging is het hier voorstelbaar om onder voorwaarden (via een afwijkingsbevoegdheid) een hogere bouwhoogte toe te staan van maximaal 2 lagen plat of met kap (zadel- of lessenaarskap). Ook bij deze typologie dient er sprake te zijn van natuurlijke mate rialen en kan de woning bestaan uit een samengesteld volume. Bijzondere woningtypes op de heide » Woningen zonder tuin of met een gezamenlijke tuin. » Houten terras. » Privé erfinrichting: zandpaden, plantvakken met heide, heester, voedselvoorziening. » Omheining om gezamenlijk terrein. » Parkeren geclusterd bij entree. Doorwerking plangebied De bijzondere woonvormen op stuifduinen met heide betreft de zone aan de oostzijde van het plange bied.
Deze woonvorm is ten opzichte van de bestaande woningen en nieuwe woningen op heide ex centrieker. De woningen liggen geclusterd in de vorm van gezamenlijke gebouwen aan een erfin richting. De gezamenlijke opzetting zorgt voor een collectieve binnenruimte (gezamenlijke tuin). Het gebied wordt aan weerszijde begrenst door het vennengebied. Dit landschapstype heeft een meer open opzet dan het heidegebied. De relatie met de bijzondere woonvormen en het omliggende land schap is dan ook groot. Hoewel binnen deze typologie de ruimte wordt geboden aan bijzondere vorm geving dient de bouwhoogte maximaal 1 laag (met kap) te zijn om het open karakter te kunnen waar borgen.
Hoofdstuk 3
38
mo
Vennenqebied Bestaande woningen in vennengebied » Openbare ruimte wordt heringericht met bermen van zand, grassen, heesters, enkele bomen en wegen/paden in halfverharding. » Bestaande woningen behouden tuin. » Krijgen de mogelijkheid tot toevoegen terras/veranda. » Privé erfinrichting: velden met gras, bomen en grassen. » Kenmerkende omheining per woning, niet aaneengesloten, natuur loopt er tussendoor. » Parkeren op eigen terrein geïntegreerd in tuinontwerp. Doorwerking plangebied De openbare ruimte tussen de bestaande woningen zal worden heringericht met bermen van zand, grassen, enkele heesters en bomen. De tuinen van de bestaande woningen blijven gehandhaafd, ook hier heeft men de mogelijkheid een terras/veranda toe te voegen. De scheiding tussen privé en open baar dient naadloos aan te sluiten op het vennenlandschap. Dit betekent dat de erfinrichting zal moe ten bestaan uit velden met gras en/of bomen met grassen. Tussen de bestaande woningen ligt een geraamte van natuur. De woningen vormen dan ook niet een aaneengesloten bebouwingsstructuur. Dit geldt tevens ook voor de bestaande woningen in het heidegebied. De maximale hoogte blijft 1 laag met kap. Nieuwe vrijstaande woningen in vennengebied » Geen tuin, maar met veranda, balkon, terras of vlonder als onderdeel van de woning. » Gebruik maken van hoogteverschil voor positionering van de woning of ligging aan ven.
» Geen omheining. » Parkeren per woning, geïntegreerd in woning- en tuinontwerp. Doorwerking plangebied Het vennengebied typeert zich door relatieve hoogteverschillen in het landschap waarbij vennen en natte graslanden elkaar afwisselen. Enkele solitaire bomen en/of boomgroepen zonder beplanting vor men naast de bebouwing de massa in het gebied. De vrijstaande woningen hebben geen tuin, wel is een veranda, balkon of terras toegestaan. Om de relatie met het landschap te behouden zijn omhei ningen uitgesloten. Ook de maximale hoogte wordt beperkt tot 1 laag met kap of 2 lagen plat. Het bou wen van woningen met een hogere goothoogte dan 4,5 meter is via een afwijkingsbevoegdheid moge lijk gemaakt om een nadere stedenbouwkundige afweging te kunnen maken. De nieuwe woningen worden gepositioneerd aan de hand van het hoogteverloop in het landschap. De woningen worden op de relatief hoger gelegen gronden gepositioneerd om droge voeten te houden. De laaggelegen zones worden ingezet ten behoeve van de ontwikkeling van natte natuur. De beoogde ontwikkeling heeft dan ook geen negatieve invloed op de karakteristiek van het vennenlandschap.
Hoofdstuk 3
39
mo
Ten behoeve van de ontwikkelingen is een regiekaart opgesteld, deze is te zien in figuur 3.4. De regiekaart geeft aan wat de ruimtelijke kaders zijn voor de ontwikkeling van het plangebied. Deze regie kaart is opgenomen als bijlage 2 bij deze plantoelichting.
Figuur 3.4 Regiekaart (bron: BRO)
Hoofdstuk 3
40
mo
3.3 Kwaliteitsverbetering Om de realisatie van de voorgenomen ontwikkeling juridisch en planologisch mogelijk te maken dient het bestemmingsplan te worden herzien. Een voorwaarde voor de bestemmingsplanwijziging is dat er zorg wordt gedragen voor een goede landschappelijke inpassing. Elke ontwikkeling in het buitenge bied dient namelijk bij te dragen aan de zorg voor het behoud en de bevordering van de ruimtelijke kwaliteit van het betreffende gebied en de naaste omgeving. Ten behoeve van de gewenste ontwikke ling wordt er derhalve een landschappelijk inpassingsplan uitgewerkt op basis van landschapszones (zie figuur 3.2). Kwaliteitsverbetering landschap De provincie Noord-Brabant schrijft in haar omgevingsverordening voor dat plannen in het buitenge bied gepaard moeten gaan met een positieve bijdrage aan ecologische, landschappelijke en hydrolo gische waarden en kenmerken. Een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt in Landelijk Gebied bepaalt dat die ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving.
Een plan dat van toepassing is op Bebouwd gebied kan een nieuwe gebruiks- of bouwactiviteit toedelen als dat aantoonbaar bijdraagt aan het versterken van de omgevingskwaliteit van het gebied, waaronder sloop van bebouwing, ont wikkeling van landschapskwaliteit of behoud van cultuurhistorische waarden. Voor de voorgenomen ontwikkeling is er een kwaliteitsberekening opgesteld (zie tabel 3.1). Tabel 3.1 Benodigde tegenprestatie Zwartven Grondprijzen wonen bouwvlak grondgebonden (ind- tuin tot 500 m2)
e
350,00
tuin 500-1000 m2 tuin vanaf 1000- 2000 m2
« e
150.00 50,00 15,00
turn vanaf 2000
í
water/ groen/ verharding
t
1.00
intensieve recreatie voorziening/ horeca met een landelijke karakter (bebouwd)
65,00
extensieve recreatie onbebouwd
c c
Huidige bestemmingen
aantal
28,00
norm
totaal
intensieve recreatie voorziening met een landelijke karakter (bebouwd inclusief tuinen behorende bij bestaande recreatiewoningen (70))
31959 C
65.00 C
2 077 335,00
mogelijkheden recreatiewoningen (100 inclusief tun/erf van gerr 300 m2)) Intensieve recreatievoorziening meteen landelijk karakter ( centrale voorziening,
30000 C
65,00 C
1.950 000,00
recreatie voorziening, kamperen, sanitair bebouwd)
3650 C
65.00 C
237 250,00
3 C
125.000,00 C
intensieve recreatie voorziening met een landelijke karakter (bebouwd plaon logische
bedrijfwonĩng (bebouwd) Bedrijfswoning (tuin) 500 m2
375.000,00
1500 t
150,00 C
225.000,00
extensieve recreatie onbebouwd
352174 C
28.00 C
9 860 872.00
Totaal plangebied
416920
4
14.725.457,00
Toekomstige bestemmingen* Omzetten bestoande recreatieve woningen naar permanente bewoning (2S739m2J (bestemming WIJ
Toevoeging van vnjstoonde woningen (bestemming W2)
aantal
oppervlak kavel norm
70
367,7
11
Bestemming W2 telt niet mee. kwaliteitsverbetering vindt plaats vía RvB-titel o.b.v. art. 5 14 lid 3 a.3 OV 1000 í 350,00 C 350.000,00 ť 700.000,00
2 Omzetten 2 bestaande recreatiewoningen naar reguliere woning (bestemming W2f Toevoeging van max 15 bijzondere woonvormen (bestemming UW/**
15
Omzetten bestaande beheerderswoning t bedrijfswoning (bestemming W2)
2
- -- ' Verkeer
1
í
totaal per kavel 350,00
C
totaal
128.695,00 ť
9.006.650,00
Bestemming W3 telt met mee. kwaliteitsverbetering vindt plaats vu RvR-titel o b v art 5.14 lid 3 a. 3 OV 500 500 9525
c c í
350,00 C 350,00 C 1,00 C
Bos/groen/natuur
330001
t
1.00 C
Plangebied
416920
- 1 -
'
'
.
. ' - - .
-
-
\
175.000.00 ť 175 000.00 « 9 525,00 ť
350.000,00 175.000,00 9.525,00
f
330.001,00
Totaal plangebied
ť
9.873.176,00
Totale compensatie excl. W2 en W3 (209ĥ)
C
-970.456
26 RvR-titels (1 titel ^ C12S.000.-)
c
3.250.000
Totale compensatie incl. W2 en W5 (20',)
c
2.279.544
330.001.00
'normen gebaseerd op grondprijzen IRK Gemeente Tilburg ' * Exacte invulling wonmbouwtype nader te bepalen max 15 vrijstaande woningen met een gezamenlijk totaaloppervlak van 1500 m2 geregeld vu afwijkmgsbevoegdheid.
Hoofdstuk 3
41
mo
De noodzakelijke kwaliteitsverbetering die met dit plan wordt beoogd bestaat uit de ontwikkeling van natuur. Circa 750Zo van het voormalige recreatieve gebied wordt bestemd als natuur. Ook zal een groot deel van het groen tussen de bestaande recreatiewoningen als zodanig worden bestemd en hierdoor wordt geborgd dat deze zones hun groene inrichting behouden. De bestaande recreatiewoningen (70st.) worden omgezet naar permanente bewoning. Voor deze omzetting is de bestemmingswinst be paald. Deze heeft te maken met de verandering van de bestemming ‘Recreatie’ (incl. bouwmogelijkhe den voor de woningen met bijgebouwen en centrale voorzieningen e.d.) naar ‘Wonen’, ‘Groen’ en ‘Verkeer’. Er is gewerkt met een gemiddelde kavelgrootte (ca. 370 m2 per woning). De arealen voor verkeer en groen volgen uit de bestemmingen, zoals opgenomen op de verbeelding. Voor de omzet ting van de bestaande bedrijfswoningen naar ‘Wonen’ is een afwijkend areaal gebruikt, omdat deze kavels groter zullen zijn (ca. 500 m2). Twee bestaande recreatiewoningen zullen worden omgezet naar een ‘Wonen-2’ bestemming. Deze kavels zijn ca. 1.000 m2 groot en daarom is ook voor deze omzetting een specifiek areaal doorgerekend. Daarnaast worden er nieuwe woningen/bijzondere woonvormen toegevoegd. Hierbij gaat het om 11 vrijstaande woningen en 15 collectieve woonvormen, in totaal dus 26 eenheden.
Deze woningen zijn niet meegeteld in de waardeverandering vanwege de bestemmingswijziging, maar de tegenprestatie hiervan komt overeen met een Ruimte-voor-Ruimte titel o.b.v. artikel 5.14 uit de OV. Een RvR-titel be draagt C 125.000,- per woning. Dit betekent dat voor 26 wooneenheden een bedrag dient te worden gecompenseerd dat overeenkomt met C 3.250.000,-. De 15 collectieve woonvormen zijn toegestaan na toepassing van een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid. De vorm van de woningen staat nog niet helemaal vast. In de planregels is bepaald dat de gezamenlijke footprint van deze woningen (inclusief bijbehorende bouwwerken) niet meer mag bedragen dan 1.500 m2. Omdat het kan zijn dat er 15 vrij staande hoofdgebouwen kunnen komen, is in de kwaliteitsbalans uitgegaan van dit scenario. De te leveren tegenprestatie is dus afgestemd op de maximale invulling die gerealiseerd kan worden binnen ‘Wonen-3’. Aangezien er in de toekomstige situatie een waardedaling plaatsvindt van ca. C 970.456,blijft er een resterend compensatiebedrag over van C 2.279.544. De kwaliteitsbijdrage bestaat verder o.a. uit sloop, het verwijderen van verharding en ondergrondse infrastructuur en bodemverontreini ging, het realiseren van vennen, en aanleggen en beheer van o.a. bomen en heide beplanting.
Met de inzet van sloop en het aanleggen/beheren van de landschapstypen, zoals opgenomen in figuur 3.2, kan er een tegenprestatie worden geleverd van C 3.621.008,62,-. In tabel 3.2 is de tegenprestatie berekend. Deze komt in totaal op C 3.621.008,62. Hiermee is er sprake van een overschot aan tegenprestatie. Op basis van tabel 3.1 en 3.2 kan geconcludeerd wor den dat er aan de gestelde compensatieopgave kan worden voldaan.
Hoofdstuk 3
42
mo
Tabel 3.1 Berekening tegenprestatie Tegenprestatie*"* stoop verharding verwijderen subtotaal natuur ontwikkeling landschep vennen vennen aanleggen bloem- en kru»denri|k grasland solitaire bomen en boomgroepen beheer vennen (6 |aar) beheer grasland |6 jaar) beheer bomen (6 taar) subtotaal Unduhap vennen landschep bot aanleg bomen en struiken beheer bos (6 jaar| subtotaal landschep bos land schap heide solitaire bomen en boomgroepen aanplant heide beplanting SOV 5 per m2 verschraling grond door afgraving toplaag (bodemtransplantatie] beheer bomen (6ja«0 beheer grasland (6 iaar) subtotaal lands«hag hejde afrastering Totaal
Totale tegenprestatie Compensatie nog te voldoen* *** ‘normenng ontleent aan STILA 2023 * * Bijvoorbeeld aankoop ruimte voor namte titels of storting in het groenfonds
omvang
norm 2838 C 8369 C
totaal 25.00 « 5.00 C C
oppervlak U suhappen (binnen natuur
70 950.00 41 845.00 112.795,00
20293 C 11 C 8 C 7 C 11 C 8 t
5.51 1835.17 9022 148.33 947,21 31.86
« K ( C « C t
111.814,43 20 186,87 721.76 6 229.86 62 515.86 1529.28 202 998.06
74177 C 9 {
2,30 C 1267,61 C f
170.607,10 68 450,94 239.058.04
87 C 235245 C 47049 C
90.22 2.30 5.51 31.86 1-267,61
87 6 4,5 ( 3545 t
« C C < C
12.10 « 6
í
vermen
110 221.0
bos
92.721.0
heide
94 098.0
Totaal tandschapszone
297.040.0
7 849.14 2 705 317.50 259 239,99 16 630,92 34.225,47 3.023.263,02 42.894.50 3.621.008,62
3.621.008,62 1 341.464,82
De kwaliteitsberekening is tevens opgenomen als bijlage 3 bij deze plantoelichting, hierin wordt opge merkt dat dit nog een conceptberekening betreft. De berekening en kengetallen zijn gebruikt worden om te voldoen aan de berekeningsmethodiek van de provincie inzake de benodigde tegenprestatie. De opgenomen getallen/bedragen geven geen realistisch beeld van de daadwerkelijke kosten/baten van die projecten kunnen dan ook op generlei wijze gebruikt worden in andere onderwerpen/ discus sies.
Hoofdstuk 3
43
mo
4. OMGEVINGSASPECTEN In dit hoofdstuk worden de diverse relevante omgevingsaspecten aangehaald en wordt het plan hier aan getoetst.
4.1
Verkeer en parkeren
Het toevoegen of veranderen van een functie heeft in veel gevallen een effect op de verkeersveilig heid, het aantal verkeersbewegingen en parkeervraag. Het is daarom van belang om te kijken welke veranderingen op treden en of dit een effect heeft op de verkeersveiligheid, verkeersgeneratie en parkeerbehoefte. In totaal omvat het richtprogramma 85 vrijstaande woningen: de transformatie van 72 bestaande re creatiewoningen naar permanente woningen, de realisatie van 11 nieuwe vrijstaande woningen en de sloop van 2 voormalige bedrijfswoningen welke elders in het plangebied worden teruggeplaatst. Te vens worden er 15 collectieve/bijzondere wooneenheden gerealiseerd. 4.1.1 Verkeersgeneratie Voor de berekening van de verkeersgeneratie is gebruik gemaakt van de gemiddelde verkeersgenera tie in de publicatie “Toekomstbestendig parkeren - Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie” uitgege ven door het CROW (381). Er is uitgegaan van de gemiddelde cijfers buitengebied, niet stedelijk. In de nieuwe situatie zal er sprake zijn van 85 vrijstaande woningen en 15 collectieve/bijzondere woonvormen. Er is tevens sprake van 1 bestaande bedrijfswoning welke conform feitelijke situatie wordt bestemd als burgerwoning, deze woning is derhalve niet meegenomen in onderstaande bereke ningen. Voor de 15 collectieve/bijzondere wooneenheden is de invulling nog niet definitief bekend.
Hiervoor is uitgegaan van een tiny-house. Eventuele collectieve voorzieningen zullen ten dienste staan van de bewoners op het park en genereren dus nauwelijks verkeersbewegingen. Onderstaand in tabel 4.1 is de toekomstige verkeersgeneratie berekend voor het maximale aantal van 98 woningen, dit is het representatieve worst-case scenario. Woningtype
Aantal
Verkeersgeneratie
Totaal
Vrijstaande koopwoningen
85
8,2
697
Bijzondere woonvormen
15
2,4
12
Totaal
100
709
Tabel 4.1 Verkeersgeneratie toekomstige situatie
In totaal bedraagt de gemiddelde verkeersgeneratie voor de beoogde ontwikkelingen 709 motorvoer tuigen per etmaal.
Hoofdstuk 4
44
mo
Aangezien er in de huidige situatie ook al sprake is van een recreatiepark en dus verkeersbewegingen is het van belang om ook de huidige verkeersgeneratie te bepalen. In tabel 4.2 is de huidige verkeersgeneratie weergegeven. Woningtype
Aantal
Verkeersgeneratie
Totaal
Bedrijfswoningen
2
8,2
16,4
Recreatiewoningen recreatief 500Zo
36
8,2
295,2
Recreatiewoningen regulier 500Zo
36
2,8
100,8
Totaal
412
Tabel 4.2 Verkeersgeneratie huidige situatie
Ook hierbij is gebruikt gemaakt van de CROW-normen, publicatie 381. Er is uitgegaan van de gemid delde cijfers buitengebied, niet stedelijk. Daarnaast is uitgegaan van het feit dat een gedeelte van de huidige woningen recreatief en een deel regulier wordt bewoond. Hierdoor is de verkeersgeneratie hiervan verdeeld. In de huidige situatie komt het aantal verkeersbewegingen op 412 motorvoertuigen per etmaal. Daarbij zijn er ook nog eens planologische mogelijkheden tot kamperen en centrale voor zieningen, welke nu niet zijn meegenomen in de berekening van de huidige verkeersbewegingen. Wanneer de toekomstige situatie (709 mvt/etmaal) wordt vergeleken met de huidige situatie (zonder kampeergelegenheid) komt het extra aantal verkeersbewegingen als gevolg van de beoogde ontwik kelingen op 297 motorvoertuigen per etmaal. De omliggende wegen kunnen de verkeersgeneratie goed verwerken. Het plangebied wordt ontsloten door de Eendengoor welke overgaat in de Hoogstraat en Kerkstraat richting de kern Hooge Mierde. Richting het noordoosten of het zuidoosten kan vervolgens worden aangesloten op de Provincialeweg N269. Omdat het om niet enorme toename van het aantal verkeersbewegingen gaat en de voorge noemde wegen voldoende capaciteit hebben om deze toename op te vangen, leidt de beoogde ont wikkeling niet tot een onacceptabele verkeerstoename.
4.1.2 Parkeren De gemeente Reusel-De Mierden heeft in het Gemeentelijk verkeers- en vervoersplan aangegeven dat de landelijk gehanteerde parkeernormen uit de CROW-publicatie 317 leidend zijn voor de ge meente. De gemeente hanteert het gemiddelde van de bandbreedte van de landelijke richtlijnen. In middels is de publicatie 317 geactualiseerd. Het gemiddelde van het kencijferbandbreedte van de CROW-publicatie 381 is als norm gehanteerd. Er is uitgegaan van de gemiddelde cijfers buitengebied, niet stedelijk. In de nieuwe situatie zal er sprake zijn van 85 vrijstaande woningen. Voor de 15 collectieve/bijzondere wooneenheden is de invulling nog niet definitief bekend. Wooneenheden en collectieve voorzieningen mogen vrijstaand en/of geschakeld/ aaneengesloten worden gebouwd. Er wordt derhalve worst-case uitgegaan van het parkeerkencijfer voor vrijstaande woningen. Eventuele collectieve voorzieningen zullen ten dienste staan van de bewoners op het park en genereren dus nauwelijks extra parkeer plaatsen behoeven. Tabel 4.3 toont het aantal benodigde parkeerplaatsen. Het totaal aantal benodigde parkeerplaatsen komt op 240.
Hoofdstuk 4
45
mo
Woningtype
Aantal
Parkeernorm
Totaal
Vrijstaande koopwoningen
85
2,4
204
Bijzondere woonvormen
15
2,4
36
Totaal
100
240
Tabel 4.3 Parkeerbehoefte toekomstige situatie
Hierbij is het uitgangspunt voor de bestaande recreatiewoningen om één auto op eigen perceel te stal len. Voor de nieuw toe te voegen vrijstaande woningen zal dit gaan om twee auto’s op eigen perceel. Bij verschillende woningen kan de stallingsruimte voor het parkeren meegenomen worden in het wo ningontwerp door bijvoorbeeld parkeerruimte te voorzien in een garage, onder een woning of om de parkeerruimte mee te nemen in de inrichting van de tuin. Op een aantal plekken zijn geclusterde parkeeroplossingen aanwezig. Deze worden waar mogelijk in de toekomstige situatie behouden en aan gevuld met openbare parkeerkoffers om zo aan de parkeerbalans te voldoen. Deze zijn een integraal onderdeel van het landschapsontwerp. De parkeervoorzieningen voor de bijzondere woonvormen die nen enkel gerealiseerd te worden binnen de bestemming Wonen-3. Parkeren binnen het groen is niet direct mogelijk, maar kan middels een omgevingsvergunning aangevraagd worden op dit park. In het definitieve planontwerp zal in het aantal benodigde parkeerplaatsen worden voorzien. In de re gels behorende bij dit bestemmingsplan is middels een voorwaardelijke verplichting geborgd dat er voldoende parkeerplaatsen dienen te worden gerealiseerd. In de verdere planuitwerking wordt ook re kening gehouden met het plaatsen van laadpalen. Ook zal t.z.t.
onderzocht worden hoe deelmobiliteit mogelijk onderdeel kan uitmaken van het plan.
4.2 Geluid (wegverkeerslawaai) 4.2.1 Toetsingskader Op basis van de Wet geluidhinder (artikel 77 Wgh) dient bij een bestemmingsplan een akoestisch on derzoek te worden uitgevoerd als het plan mogelijkheden biedt voor: » de toevoeging van een nieuwe woning of andere geluidsgevoelige functie binnen de zone van een weg; » de aanleg van een nieuwe weg; » de reconstructie van een bestaande weg. De breedte van de zone van een weg is afhankelijk van het aantal rijstroken, het stedelijk gebied en de maximumsnelheid. In een akoestisch onderzoek kunnen wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt buiten beschouwing worden gelaten. 4.2.2 Onderzoek Met dit initiatief worden er nieuwe geluidsgevoelige functies mogelijk gemaakt, namelijk woningen. In de omgeving van het plangebied zijn geen wegen van betekenis gelegen. De verharde weg Eendengoor ontsluit het park Zwartven. De Eendengoor gaat vanaf Zwartven over in de onverharde weg Bui tendijk. De Eendengoor is enkel bedoeld voor bestemmingsverkeer richting Zwartven, het aantal ver keersbewegingen hier zal erg laag zijn. Met het oog op de naderende Omgevingswet, waarin bij weg-
Hoofdstuk 4
46
mo
verkeerslawaai bij onverharde wegen en/of wegen met een intensiteit van minder dan 1.500 mvt/et maal, is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai niet noodzakelijk. Bovendien is er in de huidige situatie al sprake van permanente bewoning van recreatiewoningen. Er kan aangenomen worden dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. 4.2.3 Conclusie Het aspect geluid wegverkeerslawaai vormt geen belemmering.
4.3 Luchtkwaliteit 4.3.1 Toetsingskader De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5, titel 5.2 Wm). Hierin zijn grenswaarden opgenomen voor luchtvervuilende stoffen. Voor ruimtelijke projecten zijn fijnstof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) de belangrijkste stoffen. Een project is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: » Er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde. » Het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. » Het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging. » Het project is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een regionaal programma van maatregelen. Om te bepalen of een project "niet in betekenende mate" bijdraagt aan de luchtkwaliteit is een alge mene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate' (Besluit NIBM) en een ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) vastgesteld waarin de uitvoeringsregels zijn vastgelegd. Een project kan in twee situaties NIBM bijdragen aan de luchtkwaliteit: » Het project behoort tot de lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woning bouwlocaties) die is opgenomen in de Regeling NIBM.
» Het project heeft een toename van minder dan 3cZo van de jaargemiddelde concentratie NO2 en PM10 (1,2jgZm3). 4.3.2 Onderzoek Om te bepalen of de luchtkwaliteit in de toekomstige situatie aan de normen voldoet is de NIBM-tool ingevuld. De toename aan extra voertuigen is berekend in paragraaf 4.1 en wanneer de toekomstige situatie (709 mvt/etmaal) wordt vergeleken met de huidige situatie (zonder kampeergelegenheid) komt het extra aantal verkeersbewegingen als gevolg van de beoogde ontwikkelingen op 297 motorvoertui gen per etmaal. In de NIBM-tool is voor het aandeel vrachtverkeer uitgegaan van 10Z0 en planrealisatie 2025. Door deze gegevens in te vullen in de NIBM-tool is te zien dat de hoeveelheid NO2 in de toe komstige situatie 0,17 gg/m3 zal zijn en het aandeel aan PM-10 zal 0,04 gg/m3 zijn. Hierdoor is de bij drage van het extra verkeer ‘niet in betekenende mate’. In tabel 4.4 is dit weergegeven.
Hoofdstuk 4
47
mo
Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit, GCN2022 Jaar van planrealisatie
2025
Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddeldeļ
297
Aandeel vrachtverkeer
1 ,ŬŨÁ
NO; in ļjţļ/rrr
0,17
PMkj in ļjg/rrť
0,04
Extra verkeer als gevolg van het plan
Maximale bijdrage extra verkeer
Grens voor "Niet In Betekenende Mate' in pg/rrr
1,2
Conclusie De bijdrage van het extra verkeer is nìet-in-betekenende-mate; geen nader onderzoek nodig
Tabel 4.4 NIBM-tool (2022)
Invloed luchtkwaliteit op initiatief Daarnaast moet aangetoond worden dat sprake is van een goed werk- en leefklimaat ter plaatse. Om deze reden zijn de dichtstbijzijnde achtergrondwaarden (m.b.t. de luchtkwaliteit) ter plaatse van het plangebied onderzocht middels de NSL-monitoringstool. In tabel 4.5 staan de achtergrondwaarden weergegeven van de meest nabijgelegen meetpunten, welke op ruim 3,5 kilometer ten oosten van het plangebied zijn gelegen, op de Provincialeweg N269. Geconcludeerd wordt dat de achtergrondwaar den hier ruim onder de norm liggen. Hierdoor kan worden gezegd dat ter plaatse van het plangebied sprake is van een goed werk- en leefklimaat met betrekking tot de luchtkwaliteit. Meetpunt 16016794
16020060 16022523 16023357 Norm
NO2 pg/m3 PM10 pg/m3 16.4 12.9 12.3 16.3 12.3 16.3 16.4 12.9 40 40
PM10 overschrijdingsdagen 6.0 6.0 6.0 6.0 35
PM2.5 pg/m3 9.1 9.0 9.0 9.1 25
Jaar 2020 2020 2020 2020
Tabel 4.5 Achtergrondwaarden NSL-monitoringstool
4.3.3 Conclusie De bijdrage van het extra verkeer is ‘niet in betekenende mate’, waardoor geen nader onderzoek t.b.v. de luchtkwaliteit noodzakelijk is. Ook de normen voor de achtergrondwaarden voor stikstofdioxide en fijnstof worden niet overschreden. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor onderhavig planvoornemen.
Hoofdstuk 4
48
mo
4.4 Bedrijven en milieuzonering 4.4.1 Toetsingskader Onder milieuzonering wordt verstaan het waar nodig zorgen voor een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds bedrijven of overige milieubelastende functies en anderzijds milieugevoelige functies zoals woningen. Bij de planontwikkeling dient rekening te worden gehouden met milieuzonering om de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te handhaven en te bevorderen en daarnaast bedrijven vol doende zekerheid te bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kun nen uitvoeren. Richtafstanden Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’2. In de publicatie is een lijst opgenomen met bedrijfstypen. Voor de bedrijfstypen zijn indicatieve (richt)afstanden bepaald voor de milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden vormen een indicatie van de aanvaardbaarheid in de situatie dat gevoelige functies in de nabijheid van milieubelastende functies worden gesitueerd. Indien bekend is welke activiteiten concreet worden beoogd of aanwezig zijn, kan gemotiveerd worden uitge gaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting (in plaats van de richtafstanden).
Omgevingstype De richtafstanden zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit zoals die wordt nagestreefd in een rustige woonwijk of een vergelijkbaar omgevingstype (zoals een rustig buitengebied, een stiltegebied of een natuurgebied). Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functie scheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals be drijven en kantoren) voor. Binnen gemengde gebieden heeft men te maken met milieubelastende en milieugevoelige functies die op korte afstand van elkaar zijn gesitueerd. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Voorbeelden van gebieden met functiemenging zijn horecaconcentratiegebieden, stadscentra, winkelcentra en winkelgebieden van dorps kernen, woon-werkgebieden met kleinschalige ambachtelijke bedrijvigheid, gebieden langs stadstoe gangswegen met meerdere functies en lintbebouwing in het buitengebied met veel agrarische en an dere bedrijvigheid. 4.4.2 Onderzoek Omgeving naar nieuwe woningen De omgeving van het plangebied kenmerkt zich door natuurgebied. In een straal van ca. 1 kilometer rondom het park zijn geen andere functies aanwezig. In de omgeving zijn er derhalve geen functies gelegen die van invloed zijn op de beoogde woningen.
Nieuwe woningen naar omgeving In de omgeving van het plangebied zijn geen functies of bedrijfsactiviteiten aanwezig die hinder kun nen ondervinden van de beoogde woningen. Attentiezone stiltegebied Volgens de Interim Omgevingsverordening is het plangebied gedeeltelijk gelegen in een ‘Attentiezone stiltegebied’. Het stiltegebied ligt in het noorden/noordwesten van het plangebied. Het werkingsgebied 2
‘Bedrijven en Milieuzonering’, Uitgave VNG, Den Haag, 2009.
Hoofdstuk 4
49
mo
‘Landelijk gebied’ wordt herbegrensd en ter plaatse van de woningbouw wordt het werkingsgebied ‘Bebouwd gebied’ opgenomen. Een attentiezone stiltegebied binnen het werkingsgebied ‘Bebouwd gebied’ is niet logisch. Met de herbegrenzing zal de attentiezone stiltegebied naar verwachting ver dwijnen. Bovendien heeft het plan in de huidige situatie een recreatieve bestemming en is het in ge bruik als recreatiepark, waarbij er 1) deels al sprake is van permanente bewoning en 2) er langdurig huisvesting heeft plaatsgevonden van arbeidsmigranten. De activiteiten zijn qua milieucategorie enbelasting in de bestaande planologische en toekomstige situatie min of meer gelijk aan elkaar. Nader onderzoek naar het stiltegebied is daarom niet noodzakelijk. 4.4.3 Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
4.5 Geur agrarisch De Wet geurhinder en veehouderij (Wvg) vormt sinds 1 januari 2007 het toetsingskader voor de mili euvergunning, als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen. De Wgv is bedoeld om mensen te beschermen tegen geuroverlast vanuit veehouderijbedrijven. In principe be paalt de Wgv de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijbedrijven op het gebied van geurbelas ting. In de Wgv wordt alleen de ontwikkeling of belemmering van veehouderijbedrijven gereguleerd. De Wgv vormt daarmee het toetsingskader van de veehouderijbedrijven, de wet vormt geen toetsings kader van de toelaatbaarheid van andere functies. Vanuit de Wet ruimtelijke ordening (Wro), is aange geven dat sprake dient te zijn van een acceptabel woon- en leefklimaat. Het is daarom noodzakelijk om tweeledig naar dit aspect te kijken. Enerzijds mag de ontwikkeling niet leiden tot een belemmering van veehouderijbedrijven, en anderzijds dient sprake te zijn van een acceptabel woon- en leefklimaat. 4.5.1 Onderzoek en conclusie Woningen zijn geurgevoelige objecten. Onderhavig plan voorziet derhalve in de realisatie van geurgevoelige objecten in het buitengebied van Reusel-De Mierden. Figuur 4.1 toont een uitsnede van de geurkaart van de ODZOB.
Op deze kaart is de achtergrondbelasting, veroorzaakt door de aanwezigheid van intensieve veehouderijen, opgenomen in odour units per kubieke meter (OUE/m3). Als bronnenbestand is een export van de Kernregistratie Dierverblijven Brabant genomen (juni 2023). Het plangebied is wit omcirkeld. Ter plaatse van het plangebied be draagt de achtergrondbelasting ^ OUE/m3. Dat komt overeen met een zeer goed woon- en leefkli maat. De ontwikkeling zal niet leiden tot een belemmering van veehouderijbedrijf, er zijn immers an dere geurgevoelige objecten gelegen tussen de veehouderij en het plangebied. Het aspect geur vormt geen belemmering voor onderhavig planvoornemen.
Hoofdstuk 4
50
mo
Achtergrondbelasting geur juni 2023 Concentrat*egeŭi«d Brabant
kwaliteit leefomgeving concentratiegebied 'Ęĝ ZêS'goê: c3) Goed (3-7) RaaaiijC goeo (7-13) Matig (13-205 Tamelijk aiacht (20-28) Slecht (28-35;