[24.15742] Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant (deel I Afsprakenkader)
Tekst van het document
in ziekten en plagen en de toename van de kans op natuurbranden en de uitval
aanwezig.
van IT-voorzieningen). Klimaatadaptatie speelt op alle schaalniveaus: woning-, straat-, wijk-, stads- en gebiedsniveau.
Het wordt heter: steeds meer hittestress in de stad
Stedelijke gebieden worden hitte-eilanden als gevolg van klimaatverandering. VERDIEPING:
Het stedelijk gebied, en dat geldt in mindere mate ook voor de bebouwde
Het wordt natter: 'ontwateringsmachine’ kan het vele water niet meer aan
kernen van dorpen, warmt sneller op en blijft warmer dan de omgeving. De
De afgelopen decennia was de inrichting van het waterbeheer vooral gericht
aanwezigheid van voldoende groen en water in en om stad en dorp is daarom
op het zo snel mogelijk afvoeren van water ten gunste van landbouw en
belangrijk. Dit brengt verkoeling, draagt bij aan een gezonde leefomgeving
verstedelijking. Het landschap van Zuidoost-Brabant is een combinatie
jaarrond en is goed voor de waterhuishouding in de stad. Dit vraagt om een niet
van zandgronden en beken. Vrijwel overal zijn waterlopen gegraven, en
te groot aandeel verharding en is een aandachtspunt bij verdichtingsopgaves.
beken rechtgetrokken en uitgediept. Door de toevoeging van verharding en intensivering van de landbouw met als gevolg ontwatering en een
Het water is niet schoon genoeg: onvoldoende (drink)waterkwaliteit
teruglopende bodemkwaliteit is de sponswerking van het hele beekdalsysteem
De beken van Zuidoost-Brabant hebben onvoldoende ecologische kwaliteit en
afgenomen. Het water wordt nauwelijks vastgehouden en nutriënten en
voldoen niet aan de vastgestelde KRW-normen. Daarnaast staan de kwaliteit
bestrijdingsmiddelen spoelen uit. Deze ‘ontwateringsmachine' is niet langer
van het grondwater en daarmee ook de strategische voorraden voor de
houdbaar. Zeker als extremen in het weer gaan toenemen, kan het huidige
drinkwatervoorziening onder druk. Het ecosysteem van de beek is afhankelijk
watersysteem gebaseerd op afvoer het teveel aan water niet langer aan. Er
van schoon stromend water, met voldoende zuurstof en voedselarmoede boven
ontstaat vaker wateroverlast in de laaggelegen gebieden en neerslagpieken
in het beekdal (op de hogere zandgronden aan de zuidzijde van Zuidoost-
zorgen voor grote schade in stad, land- en tuinbouw.
Brabant). Doordat de bodem zijn sponswerking verloren heeft, wordt het water nauwelijks vastgehouden en spoelen nutriënten en bestrijdingsmiddelen uit.
Het wordt droger: natuur en landbouw hebben last van verdroging
Het oorspronggebied van de beek heeft vaak de functie landbouw. Dat maakt
Tijdens langere tijden van droogte is er juist een watertekort. Veel
het moeilijk om de natuurlijke gradiënten en processen te herstellen. Dat is
natuurgebieden in Brabant kampen structureel met verdroging door te
immers alleen mogelijk bij een zeer goede waterkwaliteit.
lage grondwaterstanden. Beregening ten behoeve van de landbouw en
Klimaat - Opgave water, hittestress, CO2, energie en grondstoffen
ţ Grote werstrormnģskāns (»1/30 perjaar) m Middelgrote kans (1/30 tot 1 f300 perjaar! Kleine kans (1/300 tot 1/3.000 per jaarì Zeer Werne ŕcens (1/3.000 tot 1/30000 per gaan
11
Opgave:
Bodem en water als basis voor verstedelijking
Een aangename en leefbare regio is gebaat bij een inrichting die weerbaarder
(lessen Omgevingsdag 21 december 2022)
wordt op langdurige periodes van droogte en plotselinge hoosbuien. Dit legt een ruimteclaim op het landschap in stad, dorp en ommeland, waarin het
Kansen
vasthouden van water, het tegengaan van droogte en het koelen van onze
*
De klimaatopgave bepaalt in welke gebieden nieuwbouw (on)mogelijk is.
gebouwde omgeving centraal staan. Dit vraagt:
Door de verandering van het klimaat wordt het weer steeds extremer. Meer
*
In bebouwde gebieden om meer aandacht voor groen en blauw bij de
en meer krijgen we te maken met hitte, droogte, wateroverlast door hevige
inrichting van het bebouwd gebied (verkoeling door meer ruimte voor beken
regenbuien en kans op overstromingen. We zullen onze omgeving hierop
en waterlopen, in combinatie met parken, geveltuinen, groene daken, groene
aanpassen en dit biedt een kans voor of stimuleert inbreiding van wonen en
schoolpleinen en waterpartijen);
werken.
*
In landschappelijke gebieden om het veel beter vasthouden van water op
*
De kwaliteit van het landschap en waterstructuren kunnen, naast
de hogere gronden in het bekenlandschap. De daarop gelegen steden en
kaderstellend voor ontwikkeling, ook van meerwaarde zijn als het gaat
dorpen, landbouw en natuurgebieden zullen weer ‘als spons' fungeren en
om recreatie en verbinding tussen stad en land. Door de langzame
slechts langzaam het water afgeven aan de beekdalen. Ook vraagt dit om
verkeersroutes (fiets en wandelen) te koppelen aan het principe van bodem
ruimte voor de beken en watergangen om afvoer- en bergingscapaciteit te
en water als ruimtelijk structurerend element, kan deze verbinding worden
vergroten en waar mogelijk natuur en recreatie meer ruimte te geven. Voor
gemaakt.
het beheersen van risico's voor wateroverlast en overstroming moet nieuwe
*
bebouwing in kwetsbare gebieden worden voorkomen. Transformaties
Bodem en water vormen de verbinding van de dorpen en steden met landschap en natuur. Om de opgaven van leefbaarheid het hoofd te bieden
in bestaand gebied kunnen juist helpen om integrale oplossingen te
is meer verbinding tussen platteland en stad nodig. Deze verbinding is nodig
implementeren en financieren.
vanuit functioneel oogpunt (bijvoorbeeld recreëren in het buitengebied), fysiek (bijvoorbeeld fietsroutes die dorp en ommeland verbinden) en ook sociaal, zodat de kloof die dreigt te ontstaan tussen bewoners van platteland en stad verkleind wordt. Zorgen/aandachtspunten *
Integraliteit is een aandachtspunt. Het blijft belangrijk dat bodem en water een volwaardige positie innemen in de integrale afwegingen. Wat betekent dit concreet en wat is er aan fysieke ontwikkelruimte beschikbaar?
Ruimtelijke tijdslagen - Groei in cijfers
500000
□Som eren □Asten
450000
□ Deurne □Gemert-Bakel
400000
□ Laarbeek □ Helmond 350000 □ Reusel-De Mierden □ Blad el 300000
□Oirschot □ Eerse! □ Berge ijk
250000
□Cranendonck □ Heeze-eeende
200000
□Valkens'waard □Waal re 150000 a GeldrofD -fM e rlo ■ Nuenen, Gerwen m Nederdetten 100000
■Son en Breugel □ Best □Veld heven
50000
□ Eind hoven
0 1840
1899
1930
1960
Met dank aan: Rene Miesen (op basis van volkstellingscijfers en CBS data. Rekening houdend met gemeentelijke herindeling)
Ruimtelijke tijdslagen - Groei in cijfers
Index(1960^100)
70,0
Eind noven -Veldhoven Best 60,0
Son en Bieugel -Nuenen, Geiwen en Nederwetten Geldrop-Merle Waalie
50,0
ValkeînswaaiO Heeze-Leegde Crananrloocln Berge gk
40,0 Eersel — Oi nsc^lsct Blad al Reusel-De Mi erden
30,0
■HelmonO Laarbeek Gemert-SaSel Deurne
20,0
Asten -Som eren —ZUIDOOST BRABANT 10,0
BRABANT
0,0, 1840
1899
1930
Met dank aan: Rene Miesen (op basis van volkstellingscijfers en CBS data. Rekening houdend met gemeentelijke herindeling)
Ruimtelijke tijdslagen - Groei in cijfers
PROCENTUEEL PER DECENNIUM
110000 12007o □ Someren 100000
Eindhoven Veldhoven
□Asten
Best □ Deurne
Son en Breugel
10007o
90000
□ Gemert-Bakel
■Nuenen, Gerwen en Nederwetten
□ Laarbeek
Geldrop-Mierlo Waalre
80000 □ Helmond 80ü7o
Valken swaard
□ Reused De Mierden
Heeze-Leende
70000
Cran endonck
□ Blade!
Berge jk
■ Oirschot
60ü7o
60000
Eersel
ū Eersel
Oirschot
nBergejk
50000
Blad el
□ Cranendonck
Reusel-De Mierden
4007o
Helmond 40000
□ Heeze-Leende La ar beek □Valken swaard
30000
□ Waal re
Gemert-Bakel Deurne
20ü7o
Asten
□ Geldirop-Mieiio
Somerren
20000 ■ Nuenen, Gerwen en Nedervwetten □ Son en Breugel
•ZUIDOOST BRABANT 0ü7o
10000 □ Best
0
r
BRABANT 1899
1930
1960
1970
1980
1990
2000
2010
1840
1899
1930
1960
1970
1980
1990
2000
2010
□Veldhoven
1899
1930
1960
1970
1980
^9
2000
rn
2020
1840
1899
1930
1960
1970
1980
1990
2000
2010
■ Eindhoven
-2007o
(10000)
"Tussen 1960 - 1970 nam het aantal inwoners toe met ongeveer 106.000. Dat was de piek in de regionale bevolkingsgroei. Het aantal inwoners nam in de 50 jaar tussen 1970 en 2020 toe met 230.000.”
Met dank aan: Rene Miesen (op basis van volkstellingscijfers en CBS data. Rekening houdend met gemeentelijke herindeling)
15
2.2.
Opgave 2: Woningvoorraad moet aansluiten bij de
Ter illustratie uit "Een visie op Wonen, Welzijn en Zorg - gemeente Helmond
toekomstige vraag
(2023-2030)" uit 2022: In Helmond is berekend dat wanneer in de sociale
Zuidoost-Brabant groeit in aantal woningen hard. We zullen het in de toekomst
huursector alle senioren huishoudens in ruime eengezinswoningen in hun
vooral moeten doen met de gebouwen, infrastructuur en netwerken die we
vraag naar meer passende woonruimte worden voorzien dat jaarlijks 595
al hebben. Ruim 750z0 van de bebouwde omgeving van 2040 bestaat al en die
woningen beschikbaar komen.
gebouwen en straten moeten aansluiten op de woonbehoefte van de toekomst en aangepast worden op de energietransitie en klimaatveranderingen.
Een tweede effect is dat de huishoudensverdunning, zonder impulsen in de bestaande centra, leidt tot verlies aan draagvlak voor voorzieningen in de stad
Als gevolg van huishoudensverdunning (leefstijlvoorkeur) wonen we vaker
en, steeds manifester, in de dorpen. De afgelopen vijftig jaar hebben we onze
en langer alleen of met z'n tweeën) en door vergrijzing (demografie) stijgt het
steden en dorpen uitgebreid, maar de bevolkingsdichtheid is fors verminderd.
aandeel kleine huishoudens van één of twee personen. Grofweg driekwart van
Daarmee is een negatieve spiraal ontstaan: minder dichtheid en grotere
de huidige woningvoorraad bestaat uit eengezinswoningen. Er is dus sprake
afstanden leiden tot minder gebruik van de lokale dorpssupermarkt, bakker en
van een mismatch tussen vraag en aanbod tussen eengezinswoningen en
slager en bushalte. Daarom is het aanbod afgeschaald of verdwenen, waardoor
een- en tweepersoonshuishoudens, en dat verschil zal in de komende jaren
het draagvlak verder verdween. Wat dat betreft staat Zuidoost-Brabant voor
sterk toenemen. We zien dat na de steden ook in de dorpen deze ‘verdunning'
een unieke keuze: met deze verstedelijkingsopgave kan de regio inzetten op een
in toenemende mate aan de orde is. Getalsmatig kan gesteld worden dat we
maximaal herstel van de leefbaarheid in de bestaande kernen. Kiezen voor groei
voldoende woonruimte hebben voor gezinnen, maar te weinig voor kleine
en concentratie van de groei in de bestaande kernen zal leiden tot vernieuwing
huishoudens. Nu is het niet mogelijk en/of wenselijk om te stellen dat kleine
en verrijking van de dorpen en steden, waarvan alle inwoners kunnen profiteren.
huishoudens alleen in kleine woningen mogen wonen, maar de keuze ontbreekt
Als die keuze niet wordt gemaakt, is de consequentie dat het draagvlak verder
in het huidige aanbod. Dit blokkeert de mobiliteit op de woningmarkt. Bovendien
zal afbrokkelen en het verschil tussen de voorzieningen in de (sub)centra
leidt de demografie ook tot andere vragen op de woningmarkt. Zorgwoningen,
van de regio en het aanbod in de overige dorpen en kernen verder zal worden
aanleunwoningen, nultredenwoningen en allerlei andere traditionele en
vergroot.
vernieuwende woonzorgconcepten zijn er nu te weinig en blokkeren de doorstroming van ouderen uit vaak ruime woningen. De groeiende vraag
Opgave:
naar geschikt wonen heeft ook voor een deel betrekking op de koopsector: de
De opgave is om de woningbouwopgave te zien als een investering in
aankomende generatie ouderen heeft veel vaker een koopwoning en blijft daar
leefbaarheid en brede welvaart in de bestaande steden en dorpen. De hefboom
ook langer in wonen. Door de doorstroming te bevorderen kan het aandeel
van nieuwe woningen kan worden ingezet om mismatch op de woningmarkt te
nieuwe gezinswoningen worden beperkt. Belangrijk daarbij is dat voor ouderen
herstellen, de bestaande wijken en buurten toekomstgericht te verduurzamen
geschikte woningen veelal in bestaande wijken, nabij voorzieningen worden
en het voorzieningendraagvlak te vergroten. Kiezen voor groei moet leiden
gerealiseerd. Het kunnen doorstromen naar een woning in de eigen wijk heeft
tot vernieuwing en verrijking van de dorpen en steden, waarvan alle inwoners
veelal de voorkeur.
kunnen profiteren.
16
Woningmarkt die aansluit op de toekomstige vraag
andere milieu-opgaven, drukte in de ondergrond et cetera. Dit roept de
(lessen Omgevingsdag 21 december 2022)
vraag op hoe we hier op dergelijke inbreidingslocaties betaalbaar kunnen bouwen en wat de rol van de gemeente hierbij is/zou kunnen zijn.
Kansen ^ ^ ^
Transformatie van het kwalitatieve woningaanbod moet bijdragen aan de
Versterken van regionaal voorzieningenstructuur
identiteit en het voorzieningenaanbod in de dorpen en steden.
Kansen
Door uitbreiding ontstaat de kans om betaalbaar te bouwen. Inzet van een
^
Extra inwoners betekent meer draagvlak voor voorzieningen. Dit geldt voor
fonds voor bekostiging van de onrendabele top is nodig bij inbreiding.
de dorpen, maar ook voor de steden. Hierbij is de complementariteit van
Vergrijzing van de bevolking betekent in de praktijk dat een grote groep
belang wat betreft het aanbod van voorzieningen in de regio.
inwoners - doordat zij langer ‘thuis' wonen - blijven wonen in relatief grote
^
Voor de inwoners is nabijheid van een aantal voorzieningen heel belangrijk
woningen. Een aantrekkelijk alternatief zou hen kunnen aanmoedigen te
en voor de voorzieningen met een regionale functie is de bereikbaarheid
verhuizen, wat bijvoorbeeld meer bouwen in de bestaande dorpskernen
vanuit de regio van belang. Dit kan ervoor pleiten om bepaalde regionale
betekent, juist voor de groep ouderen.
voorzieningen te concentreren op - voor werknemers en bezoekers - zeer goed bereikbare plekken zoals OV-knopen. Bovendien wordt door dit laatste
Zorgen/aandachtspunten ^
^ ^ ^
van de toekomst, bestaande uit woningen voor kleine huishoudens en voor
Zorgen/aandachtspunten
(zelfstandig wonende) ouderen in het bijzonder.
^
Spreiding van verstedelijking, waarbij vele dorpen gaan uitbreiden, leidt tot
Behoud van (met name de dorpse) identiteit bij transformatie is een
versnippering van de vraag naar (en dientengevolge van het aanbod van)
aandachtspunt.
voorzieningen.
Het te ontwikkelen programma kan soms rekenen op bezwaren van de
^
Door concentratie van regionale voorzieningen op de OV-knopen zijn de
huidige inwoners en omwonenden.
voorzieningen voor een grote groep inwoners bereikbaar. Dit betekent
Hoe kunnen we goed, helder, tijdig communiceren en organiseren met de
echter dat ook de dorpen goed aangetakt zijn op het OV-netwerk en OV
doelgroep, woningzoekenden en de inwoners in aanpalende/nabijgelegen
kost geld!
woongebieden? Daarnaast zou je toekomstige bewoners graag willen
^
De sociale netwerken zijn van groot belang voor de bereikbaarheid van
betrekken bij de planvorming, zodat vraag en aanbod goed op elkaar
de voorzieningen. Het behoud van deze sociale cohesie en de sociale
aansluiten, maar hoe doe je dat als de bewoner van de toekomst nog niet in
structuren is een aandachtspunt.
beeld is? ^
de mobiliteitstransitie gestimuleerd.
De huidige woningvoorraad sluit onvoldoende aan op de wensen en eisen
Op inbreidingslocaties hebben we in het algemeen met ‘dure' grond te maken, omdat het centrumgebieden of de zone nabij het centrum betreft. Ook zal er dikwijls sprake zijn van opgaven als bodemverontreiniging,
Demografie - Meer inwoners maar vaker alleen en 'grijzer'
O * 0,61 punt krimp
Ontwikkeling
O 0,4 - ū.6% punt krimp
Bevolkingsgroei 2010-2019
O 0,2 ū.4% punt krimp O « ū.2% punt verschil O 0,2 - ū.4% punt groei O 0,4 - 0,6* punt groei
Bron: CBS 2019
O * 0,61 punt groei
Wonen - Hoe gaan we om met de grote voorraad aan eengezinswoningen?
WONINGVOORRAAD Tot
Opvallend: In de afgelopen 10 jaar nauwelijks wijzigingen in het woonpfoduct Grootte
Grootte
2012 2022
7386743 8045580
4855858 5129687
Asten Asten
2012 2022
6337
5504
7146
Bergeijk Bergeijk
2012 2022
7456 8161
Best
2012
11703
Best
2022
13199
Bladel Bladel Cranendonck
2012 2022
8061 8994
6972 7494
2012
8567
66* 64*.
2530885 2915893
119 120
833 1024
164
6122
87* 86*
6530 7070
88* 87*
9453 10513
86* 83*
1089 1500
138 142
84 80
162
168 172
131 104
926 1091
171 171
177 178
132 127
81*
2250
130
80*
2686
129 157
140 141
7919
92*
648
Cranendonck
2022
9113
8260
91*
Deume Deume
2012 2022
12829 14165
11232 12097
88* 85*
853 1597
Eersel Eersel
2012 2022
7647
84*
8616
6435 7136
Eindhoven Eindhoven
2012 2022
101412 116056
66623 69718
Geldrop-Mierlo Gcldrop Micrlo
2012 2022
17105 18120
Gemert-Bakel Gemert-Bakel
2012 2022
Heeze-Leende Heeze-Leende Helmond
1 pers
aantal
aantal
Nederland
2000
6801008
4528789
2242256
33*
2022
8138591
2272219 3172564
33*
Nederland
39*
4966027
2661105
33*
Asten
2000
5758
1206
21*
4552
1927
33*
Asten
2022
7332
2341
32*
4991
2633
36*
Bergeijk
2000
6607
1238
19*
5369
2373
36*
Bergeijk
2022
8053
2298
29*
5755
314S
39*
Best
2000
10134
2258
22*
7876
3678
36*
Best
2022
13338
4062
30*
9276
4839
36* 36* 38*
2068
155 154
96 1 pers
Meerpers aantal
Grootte
Eengeriru Meergezins
Nederland Nederland
Huishoudens Perioden
Regio's
Bladel Bladel
2000 2022
6949 8883
1330 2665
19* 30*
5619 6218
2492 3371
Cranendonck
2000
7825
1594
20*
6231
2897
37*
166
108 100
Cranendonck
2022
8977
2668
30*
6309
3641
41*
158
164
88 82
100
Deurne
2000
11772
2506
21*
9266
4073
35*
154
160
99
De urne
2022
14019
4411
31*
9608
5213
37*
165 162
172 173
109 100
Eersel
2000
6656
1397
21*
5259
2293
34*
Eersel
2022
8352
2506
30*
5846
3121
37*
164
137 126
Eindhoven
2000
97135
40445
42*
56690
32038
33*
Eindhoven
2022
123763
60586
49*
63177
35545
29*
Geldrop-Mierlo
2000
83*
1212 1480
165
169 172
66* 60*
34789 46338
118 113
136 137
84 76
Geldrop-Mierlo
2022
18104
6089
34*
12015
6552
36*
13549 14248
79* 79*
3556 3872
135 136
147 149
91 88
Gemert-Bakel
2000
10077
2077
21*
8000
3408
34*
Gemert-Bakel
2022
13288
3997
30*
9291
4865
37*
11772 12859
10262 10941
87* 85*
1510 1918
152 164
160 176
95 97
Heeze-Leende
2000
5717
1146
20*
4571
2140
37*
2012 2022
6341
5848
171 170
175 176
117 118
2022
7004
2026
29*
4978
2761
6339
493 697
Heeze-Leende
7036
92* 90*
Helmond
2000
34152
10220
30*
23932
11978
35*
2012
38363
28949
75*
9414
133
81
Helmond
2022
42158
14970
36*
27188
14039
33*
Laarbeek
2000
7918
1527
19*
6391
2767
3S*
120
39*
Helmond
2022
41885
30511
73*
11374
122
136
83
Laarbeek
2012 2022
8755
7938
91*
817
100
Laarbeek
2022
9720
2779
29*
6941
3689
38*
8650
88*
1205
132 155
135
98S5
161
116
Nuenen, Gerwen en Nederwetten
2000
9108
19*
7332
3454
38*
2012 2022
9449 10527
8316 9113
88* 87*
1133 1414
152 152
161 162
82 84
Nuenen, Gerwen en Nederwetten
2022
10355
1776 2974
29*
7381
4076
39*
Oirschot
2000
6487
1375
2022
7979
2264
21* 28*
5112 5715
2208
Oirschot
3010
38*
Reusel-De Mierden
2000
4323
775
18*
3548
1389
32* 38*
Laarbeek Nuenen, Gerwen en Nederwetten Nuenen, Gerwen en Nederwetten
6004
34*
Oirschot Oirschot
2012 2022
6913 8227
6878
87* 84*
909 1349
156 159
165 172
98 93
Reutel-De Mierden
2012 2022
5021 5605
4566 4967
91* 89*
455 638
163 165
169 174
107 95
Reusel-De Mierden
2022
5583
1575
28*
4008
2140
Reusel-De Mierden
Som eren
2000
6631
1366
21*
5265
2169
Someren Someren
2012 2022
7236 8356
6138 7188
85* 86*
1098 1168
163 165
174 177
103 89
Someren
2022
8349
2459
29*
5890
3114
37*
5868
1266
22*
4602
2432
41*
Son en Breugel Son en Breugel
2012 2022
6437 7564
5851 6547
91* 87*
586 1017
154
160 161
97 96
Son en Breugel
2022
7501
2163
29*
5338
2759
37*
152
Valkenswaard
2000
34 S0
27*
9492
4851
37*
Valkenswaard Valkenswaard
2012 2022
13931 14965
10719
77*
83
Valkenswaard
2022
12942 14664
5246
36*
9418
5544
38*
11289
75*
85
Veldhoven
2000
16754
4168
25*
12586
6208
37*
Veldhoven
2012
18796
15122
Veldhoven
2022
20431
6721
33*
13710
7400
36*
Veldhoven
2022
20286
Waalre
2012
7030
16020 6114
88 87
Waal re
2000
6677
5024
Waalre
2022
7982
6587
83*
2022
7711
1653 2411
25*
Waal re
31*
5300
2603 2824
39* 37*
129 129
80*
3212 3676 3674
142 144
132
143
79*
4266
133
145
87*
916
138
1395
150
147 164
Son en Breugel
80 81
Bron: CBS
2000
33*
In Eersel is het aandeel 1+2 persoonshuishoudens in 20 jaar tijd gestegen van 55* naar 67*!
19
2.3.
Opgave 3: Versterken van het economisch Brainport-
In de Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant, een evenwichtige schaalsprong
ecosysteem op de schaal van de MRE
d.d. 31 mei 2022, waarmee op de Omgevingsdag van juni 2022 is ingestemd,
Subregio SGE: in de MIRT-studie Brainport 2040 (2020) werd niet alleen
hebben we met elkaar ‘uitgezoomd' naar het niveau van heel Zuidoost-
geconcludeerd dat het vestigings- en leefklimaat in toenemende mate
Brabant. We hebben toen met elkaar geconstateerd dat er sprake is van
doorslaggevend zijn voor het economisch succes van de regio. Ook werd in
één ecosysteem, maar dat de vier subregio's ook van elkaar verschillen.
die studie geanalyseerd dat het SGE geen homogene regio is. De verschillen
Inmiddels hebben vele van de kernen in de subregio's forse uitbreidingen van
zijn groot. Het westelijk deel van de regio (met name Eindhoven, Veldhoven,
bedrijventerreinen die het ecosysteem Brainport ondersteunen (denk aan
Best en ook Son en Breugel) beschikt over relatief veel arbeidsplaatsen. Het
toeleveranciers als bijvoorbeeld MCB, Wilvo en thematische bedrijventerreinen
oostelijk deel van SGE wordt gekenmerkt door relatief veel woningen. Deze
als het Kempisch bedrijvenpark in Hapert). Het mkb is in deze meer landelijke
verschillen tussen gemeenten in de regio komen terug in de ontwikkeling van
subregio's sterk ontwikkeld, met daarbij de opgaven op het gebied van de
arbeidsplaatsen. Duidelijk is dat recente successen in korte tijd een vlucht
toenemende complexiteit van bedrijfsprocessen, waardoor meer kennis van
hebben genomen. In ‘no-time' hebben plekken als High Tech Campus en ASML
onder meer digitale processen en systemen nodig is in de maakindustrie.
een internationale aantrekkingskracht verworven. Daarnaast dragen de ligging
Hieronder volgt een korte impressie van de subregio's met de specifieke
van Eindhoven Airport, waardoor een oriëntatie ontstaat tussen het centraal
opgaven:
station van Eindhoven en Noordwest-Eindhoven, en de ligging aan de A2/N2 bij aan een sterke bereikbaarheid van het westelijk deel van de regio. Opgemerkt
Subregio De Kempen, slimme maakindustrie: subregio met toeleverende
dient te worden dat het OV hier nauwelijks een rol in speelt. De westzijde van
industrie voor het HTSM-cluster. De autochtone beroepsbevolking groeit niet
het SGE werkt daarmee als een magneet op een groot gebied. Deze kent een
meer, waardoor de regio afhankelijk is van de instroom van arbeidskrachten.
dagelijkse pendel die vanuit alle windrichtingen ver reikt. Het oostelijk deel
Bedrijven in De Kempen zijn veelal onderdeel van de supplychain van de
laat een veel meer regulier patroon zien, wat we herkennen in meer generieke
Brainport. Die supplychain kenmerkt zich door veel interactie en hoogwaardige
regio's in Nederland: gemengde bedrijventerreinen met een minder sterke
maakindustrie. Het aantrekken van gekwalificeerd talent is een grote uitdaging.
vertegenwoordiging van bedrijven uit de HTSM-sector.
Voor deze bedrijven is het up-to-date blijven essentieel. Het netwerk met
Aan de westzijde van het SGE zijn werklocaties waar mensen vanuit alle
talent belangrijk. Aantrekkelijke werklocaties, goede verbindingen (ook voor
richtingen bereid zijn om ver te reizen voor werk. Aan de oostzijde is er
stagiaires), voorzieningen en een passende woningmarkt zijn essentieel om de
meer lokaal en subregionaal georiënteerde bedrijvigheid. Hierdoor profiteert
positie van De Kempen in de Brainport te bestendigen.
de regionale kennisinstellingen is essentieel. Hierbij is het aantrekken van
de oostzijde minder van de groei in het westelijke deel. De Automotive Campus - tussen Eindhoven en Helmond - verandert dit niet en bovendien
Subregio De Peel (excl. Helmond), makersdistrict en voedselproductie:
is deze campus meer georiënteerd op samenwerkingen met bedrijven en
economie gebaseerd op grote diversiteit aan mkb's. Profiel wordt gekenmerkt
kennisinstellingen in en rondom Eindhoven dan in en rondom Helmond.
door deels toeleveranciers voor HTSM en deels Agro-food. Een echt scherp profiel ontbreekt, er zijn omvangrijke bedrijventerreinen met ruimte extensieve
Werken - Grote verschillen in snelheden van banengroei
Q * 2,01 punt krimp O 1.0 * 2,01 punt krimp Ontwikkeling
O 0,5 * 1,01 punt k/i
Banengroei 2010-2018
O 0,5- 1,01 punt grc
Bron. CBS 2018
O *2,01 punt groei
0,51 punt verscf
O l.o- 2,01 punt grc
21
bedrijven en deze regio is minder kennisintensief dan De Kempen. Een
Cranendonck is de opgave om deze zware milieucategorie bedrijventerreinen
opvallend verschil met de westzijde van de Brainport is dat er hier minder
in te zetten in de vraag vanuit de regio(‘s) en mogelijk te combineren met een
banen dan werknemers zijn. Bij een toename van de bevolking zal dus - om het
cluster rondom innovatieve energie-opwek en (prefab-)bouw. Deze opgave kan
vergroten van vervoersbewegingen te vermijden - ook sterk ingezet moeten
een extra dimensie krijgen wanneer het sprinterstation van Maarheeze (dat
worden op een subregionale arbeidsmarkt. Het lijkt voor de hand te liggen
haar positie als regionale HUB-functie ziet groeien) gekoppeld kan worden aan
dat Helmond, met het stationskwartier als interactieplek, een katalyserende
dit profiel. Een ‘stedelijke ontwikkeling' (deels transformatie van het bestaande
rol voor het subregionale ecosysteem De Peel moet innemen. Dat vraagt
industrieterrein) rondom het station zou de plaats- en knoopwaarde kunnen
om gerichte programmering, zowel van de stedelijke werkmilieus met onder
versterken en de (nieuwe) economie van Cranendonck kunnen stimuleren.
meer kennisinstellingen, de bestaande bedrijventerreinen als de toe te voegen extra werklocaties, waaronder een regionaal bedrijventerrein De Peel (een
Opgave:
aandachtspunt is hier de bijdrage aan het subregionale economisch profiel).
De subregio's hebben als opgave in te zetten op een voldoende kwalitatief
Een sterk eigen profiel kan meerwaarde bieden aan het bestaande Brainport-
aanbod aan bedrijventerreinen en op het versterken van het vestigingsklimaat
ecosysteem (denk aan cross-over HTSM-Agro-food).
(aantrekkelijke werkomgeving, bereikbaarheid met de fiets en het OV, en interactie met andere bedrijven en kennisinstellingen) in de strijd om kennis en
Subregio A2-gemeenten, natuurbeleving en leisure: het merendeel van
talent. Bestaande én nieuwe bedrijventerreinen en werklocaties worden benut
de kernen binnen de A2-gemeenten ligt ingeklemd tussen hoogwaardige
om de economische meerwaarde te genereren van het Brainport-ecosysteem,
natuurgebieden (Strabrechtse Heide, Leenderbossen, Malpie, etc. zijn
inclusief het daarbij behorende brede mkb (zij vormen een hefboom voor
allemaal Natura 2000-gebieden). Dit wordt gezien als een kwaliteit.
verdere kwalitatieve ontwikkeling van de bedrijventerreinen en werklocaties).
Gemeenten Valkenswaard en Heeze-Leende zetten vooral in op de kwaliteit van het bestaande aanbod en het versterken van het aanbod op het gebied van toerisme, recreatie en leisure. Offline Valkenswaard is een duidelijke tegenhanger van de dynamiek van de internationaal georiënteerde Brainport. Gemeente Cranendonck heeft andere opties. Met de grote bedrijventerreinen rondom Budel (met zware milieucategorie) en de oude Philipsterreinen rondom station Maarheeze zijn niet alleen de ruimtelijke mogelijkheden groter, ook de ambitie van de gemeente Cranendonck reikt verder. Bovendien biedt de ligging aanknopingspunten voor een sterke eigen profilering: dicht bij de stad Weert in het grensgebied met het Vlaamse Hamont-Achel - Neerpelt. Voor
22
Brainport-ecosysteem (lessen Omgevingsdag 21 december 2022)
^
Groei en verandering leiden ertoe dat bedrijven vertrekken en zich elders vestigen en dat proces nodigt andere bedrijven uit om zich te vestigen op
Kansen
een betere locatie. Dit ‘schuifpuzzel'-effect zorgt voor dynamiek in de regio
^
Zuidoost-Brabant vormt één Brainport-ecosysteem, wat impliceert dat
en vraagt ook continu aandacht (ontstaan gewenste bewegingen, dus waar
de gebieden er binnen tezamen, met hun eigen kwaliteiten, bijdragen
gaan bedrijven naartoe?).
aan de kracht van het ecosysteem. Hier ligt een kans voor gebieden (en
^
(nieuwe) inwoner van 2040?
gemeenten) om zich te profileren met lokale kwaliteiten. Door de krachten te bundelen versterkt het totale ecosysteem. ^ ^
combinatie van onderwijs, sport en cultuur.
immers goed geworteld in hun omgeving. Dit is een waarde die we willen
De bouwopgave van de hele regio is fors én er is een versnelling nodig. Dit
behouden.
voor die subregio om de bouwsector stevig te positioneren. Dit vraagt een keuze in profilering en fysieke ruimte om te ontwikkelen. Er is steeds meer sprake van een systeem waarin denken en maken verspreid zijn over de regio. Dit vult elkaar aan. We willen ambitieus verder bouwen aan een ecosysteem dat nieuwe samenwerkingen, bedrijvigheid en producten voortbrengt. We ontwikkelen slimme dingen en maken ze ook en innoveren elke dag. Dit biedt een gevarieerde arbeidsmarkt. Zorgen/aandachtspunten Aandacht behoeft het sterke accent op techniek; het economisch profiel moet niet te eenzijdig zijn, want dat maakt kwetsbaar. ^
In Zuidoost-Brabant zien we een hechte relatie tussen lokale ondernemers en de samenleving/het verenigingsleven (sponsoring). De ondernemers zijn
subregio is de bouwsector sterk vertegenwoordigd. Dit leidt tot een kans
^
^
Er ontstaan kansen voor versterking van De Kempen Campus, door een
biedt kansen om op een innovatieve manier aan de slag te gaan. In de A2-
^
We willen meer weten over het werkmilieu van de toekomst, wat past bij de
We hebben in de regio een mkb dat ook grotendeels in verband kan worden gebracht met de Brainport-economie. Dit mkb ligt verspreid over de regio, breidt ook stevig uit en moet ook goed bereikbaar blijven (wat kostbaar is!).
Daily Urban System - Grote concentratie van banen in Stedelijk Gebied Eindhoven
61
van de banen in Asten wordt
ingevuld door iemand van buiten
In Eindhoven wonen 114.400 werknemers In Asten zijn er slechts 0,74 banen per in de gemeente woonachtige werknemer - veel mensen moeten dus reizen voor
het weik
Woonregio s
In Eindhoven 175.200 banen
werkregio s
* 1 000
Nederland
8125.7
10.6
14,6
Asten
Asten
Bergeijk
Bergeijk
Best
Best
Bladel
Bladel
Cranendonck
^
Cranendonck
De urne
Deume
Eersel
Eersel
Eindhoven
Eindhoven
Geldrop-Mierlo
Geldrop-Mierlo
Gemert-Bakel
Gemert-Bakel
Heeze-Leende Helmond Laarbeek
Heeze- Leende
41,5
Helmond Laarbeek
Nuenen, Gerwen en Nederwetten
Nuenen, Gerwen en Nederwetten
Dfrschot
Oirschot
Reuse -De Mierden Someren
J 5
0,71
Reusel-De Mierden Someren
Son en Breugel
Son en Breugel
Valkenswaard
Valkenswaard
Ve dhoven Waalre
iron C3S
Veldhoven Waalre
Kempen Peel A2
28 42 22
36 60 32
28,6 42,1 24,2
2 79,6796
70,40oZo 76,830Zo
7 18 7
20,330Zo 29,600Zo 23,170Zo
SGE
313
251
179,9
71,820Zo
71
28,180Zo
Totaal
405
378
274,8 r 74,680Zo
103
25,320Zo
0 096 24,8 5996 1,1 596 16,2 596
CM
c 1,9 796 0,6 196 10,8 4996
4,1 1596 6,4 1596 4,4 2096
10,9 396
165 5396
18,4
24,4
6696
8796 r
Werknemers van buiten regio
c c
Werknemers uit regio
1
c 0)
Kempen
c
SGE
o í
5)
2
Peel
c
0) c (0 «
g
#werknemers buiten regio werkzaam
I
#werknemers binnen regio werkzaam
Daily Urban System - 50 tot 700Zo van de werknemers reist binnen de eigen subregio
4
1396
0
31,8
10
096 r
7696 r
2496
0,9 496
17,2
7896
5 2296
9,2 396
201,3 64%
112 36%
131
25
2.4.
Opgave 4: Regionale bereikbaarheid garanderen
daarvoor zeer aantrekkelijk. Ook stedelijk mobiliteitsbeleid en de groei van een
Met de schaalsprong in het SGE is gekozen voor een meer hoogstedelijk milieu
jonge, hoogopgeleide, stedelijk georiënteerde en duurzaam-minded populatie
in het hart van Zuidoost-Brabant. Om de internationale concurrentiepositie
draagt bij aan meer lopen, fietsen en OV-gebruik en minder autogebruik.
te versterken is stedelijke massa en stedelijke kwaliteit (nabijheid van
Buiten het stedelijk gebied is de situatie omgekeerd. In de suburbane en
voorzieningen) een basisvoorwaarde. De relaties tussen steden worden
dorpse milieus is de auto juist dominant bij verplaatsingen buiten de eigen
intensiever, de regio is onderdeel van het Nationaal Stedelijk Netwerk en heeft
kern. Doordat de verplaatsingsafstanden naar werk en voorzieningen
via spoor en luchthaven belangrijke internationale verbindingen.
toenemen, neemt buiten het stedelijk gebied het autogebruik toe, ook op plekken waar geen bevolkingsgroei meer is. Er is dus een toenemend verschil
Het Verstedelijkingsakkoord van het SGE zet in op het bereiken van
in mobiliteitsgedrag tussen stedelijk gebied en daarbuiten. De opgave is om
hoogstedelijke milieus waarin stedelijke massa en intensieve functiemenging
de mobiliteitstransitie in stedelijke gebieden goed te ondersteunen. Deze is
in wonen, werken en voorzieningen draagvlak creëren voor meer stedelijke
immers randvoorwaardelijk om de stad intensiever te kunnen gebruiken en
voorzieningen. Dat is met name belangrijk om de stedelijke economie
tegelijkertijd kwaliteit toe te voegen. Buiten de steden is het net zo belangrijk
verder te ontwikkelen en om in de ‘battle for talent' een stevig stedelijk
om de intensieve relaties tussen het stedelijk gebied en werkgebieden,
woonmilieu en voorzieningenaanbod neer te kunnen zetten. Centra van deze
suburbane kernen en kleinere kernen te faciliteren. Die opgave werkt twee
ontwikkeling vormen de intercityknopen van Eindhoven en Helmond voor een
kanten op. Vanuit de suburbane gebieden is het nodig beter aangehaakt te zijn
verdere uitbouw van de verbindingen via het treinnetwerk, zowel regionaal
op het OV-netwerk, bijvoorbeeld voor de economische noodzaak om bereikbaar
(als bestemmingen van het OV), op de schaal van de Brabantse steden, in
te zijn voor jonge hogeropgeleiden die wonen in stedelijke milieus. Omgekeerd
het Nationaal Stedelijk Netwerk als internationaal. Daarmee ontstaat een
zullen de centra van Eindhoven en Helmond en de stedelijke werkgebieden
versterkend systeem van agglomeratievorming dat toegang geeft tot een
(campussen) toegankelijk blijven voor de dorpen en grotere kernen die
aantrekkelijk stedelijk milieu, economie en topvoorzieningen. Deze ontwikkeling
onderdeel zijn van het Daily Urban System Zuidoost-Brabant. Dit vraagt denken
leidt tot een mobiliteitstransitie in de stedelijke gebieden en dat heeft gevolgen
in reisketens en multimodaliteit om gescheiden systemen te voorkomen.
voor de mobiliteit in Zuidoost-Brabant. Met de keuzes uit het Verstedelijkingsakkoord SGE en het mobiliteitsbeleid In het stedelijk gebied van Zuidoost-Brabant groeit het aandeel OV- en
loopt het huidige mobiliteitssysteem vast bij een hoge economische
fietsgebruik en neemt het autogebruik relatief af (modal split verandert).
groei. De IMA (Integrale Mobiliteitsanalyse (*1)) laat zien dat ondanks de
Binnenstedelijk neemt het autoverkeer zelfs af. Deze ontwikkeling wordt
voorziene weguitbreidingen grote delen van het Brabantse hoofdwegennet
veroorzaakt doordat de stedelijke centra van met name Eindhoven en Helmond
overbelast zijn in 2040. Een verdere uitbreiding van het wegennetwerk op de
verdichten, leefbaarheid steeds nadrukkelijker als hefboom wordt gebruikt
schaal van de opgave die de IMA laat zien is ruimtelijk, financieel en vanuit
voor heroverweging van bestaande verkeersstructuren en de relaties tussen
duurzaamheidsperspectief moeilijk voor te stellen. Bovendien biedt zo'n aanpak
de steden (ook buiten Zuidoost-Brabant) groeien. Verplaatsen in de stad en
vaak maar tijdelijk een oplossing. Zuidoost-Brabant bestaat voor een groot
tussen steden wordt daardoor steeds belangrijker en de fiets-treinmobiliteit is
deel uit suburbane kernen. De afstand tussen die kernen en de centra van
Daily Urban System - Dorpskernen zijn integraal onderdeel geworden van het stedelijk systeem (Tordoir) GEM. DAGELIJKSE VERPLAATSINGEN*
Sint-Michielsgestel
Tijdsperiode: 2004-2015 0-60
laaren
Lijnen
Udenhout
60 - 230
rtt-Oedenrode
230-310
;emert
310-520
Moegestel
520- 1030 1030-t-
Neg.
Pos.
Choropleth
Gemeentelijke saldi inen uitgaande stromen
0-260 260-910
Mierlo
910-1900 1900-4290
ELDHOVEN
4290 - 10990
imeren
10990+ *Alleen relaties met meer dan 103 interacties weergegeven
ilkenswaardLeende
27
Eindhoven en Helmond is 10-20 km. Deze ruimtelijke ordening leidt tot een hoog autogebruik. De dorpen van Zuidoost-Brabant kennen lage dichtheden
Regionale bereikbaarheid (lessen Omgevingsdag 21 december 2022) Kansen
met doorgaans niet-gereguleerd parkeren voor de deur en in de basis een
^
goede auto-ontsluiting. De woon-werkafstanden en de afstand tot de stedelijke centra zijn voor velen nog te groot voor fietsen. De dichtheden zijn te laag en
draagvlak rond haltes/stations toeneemt, kan het OV-gebruik groeien. ^
de afstanden te kort voor concurrerend OV, versterkt door het feit dat maar
ontmoetings-, groene en/of speelruimte. ^
uitzondering van het stationsgebied/centrum van Eindhoven, gericht zijn op de (snel)wegontsluiting. Goede autoverbindingen maken mogelijk dat mensen in
Minder auto's in de straat betekent ook dat er minder ruimte nodig is voor parkeren. Hierdoor is er meer ruimte beschikbaar als gezamenlijke
weinig kernen een station hebben (buiten het SGE alleen Deurne, Maarheeze, Heeze). Een andere factor in dit systeem zijn de grote werklocaties die, met
Verstedelijking kan mobiliteitstransitie bevorderen, want omdat het
De mobiliteitstransitie kan ook helpen bij andere opgaven, denk aan gezondheidsvraagstuk, klimaatopgaven.
^
Bereikbaarheid vraagt niet alleen om fysieke oplossingen. Het werken op
rurale en dorpse gebieden kunnen wonen en tegelijkertijd kunnen profiteren van
afstand (thuis werken) en virtuele mobiliteit bieden de kans om verbinding
voorzieningen elders. Om de regio bereikbaar en leefbaar te houden moeten
te hebben zonder verplaatsingen.
we fors inzetten op een mobiliteitstransitie. De opgave is om de groei van automobiliteit in heel Zuidoost-Brabant af te buigen zonder de bereikbaarheid
Zorgen/aandachtspunten
en uitwisseling op te geven.
^
Binnen Zuidoost-Brabant gaat het om: ‘en-en', dus een goede bereikbaarheid per auto én per OV, fiets en smart oplossingen. Grote delen
Opgave:
van de regio zijn vanwege hun ruimtelijke kenmerken en verbindingen
De stedelijke ontwikkeling van Zuidoost-Brabant moet inzetten op een brede
veelal aangewezen op het gebruik van de auto.
mobiliteitstransitie, in combinatie met de robuuste randen, bundelroutes (o.a.
^
OV buiten de stad kan niet concurreren met het gebruik van de auto, qua
N279, N612, A67 incl. de Zuidelijke Ontsluiting) en inprikkers. Zo kunnen we
comfort, bereikbaarheid en snelheid. Alternatieven (bijv. snelfietsroutes,
plekken die van de auto afhankelijk zijn ook in de toekomst bereikbaar houden.
busverbindingen en smart oplossingen) voor die verplaatsingen vergen
Dat betekent dat we een programma (wonen en werken) zullen inzetten om
maatwerk en vaak ook forse investeringen.
deze ontwikkeling daar waar mogelijk te stimuleren en kansen die zich in het
^
De werklocaties moeten goed bereikbaar zijn en ook dit vraagt om
huidige netwerk voordoen te verzilveren. Huidige stationsomgevingen/HOV-
maatwerkoplossingen. Kenniswerkers stellen in het algemeen andere
knopen hebben vaak nog te weinig plaatswaarde: naast een goede verbinding
eisen aan bereikbaarheid dan werknemers in de maakindustrie. De
is er op de plek zelf nog ‘weinig te doen'. Het verdichten rondom knopen helpt
verkeersstromen en bereikbaarheidsoplossingen zullen afgestemd moeten
om plaatswaarde te vergroten en daarmee OV-gebruik te stimuleren.
zijn op de economische profielen.
(*1) Integrale Mobiliteitsanalyse (IMA) d.d. juni 2021, brengt potentiële mobiliteits- en bereikbaarheidsopgaven op de lange termijn in beeld. Het gaat hierbij om het vervoer van personen en goederen over wegen, vaarwegen, spoorwegen en het bus-, tram- en metronetwerk op nationale schaal.
Bereikbaarheid - OV+fiets-bereikbaarheidsverschillen zijn groot in de regio 'JlCţcht l MSI
Eindhoven:
Deurne:
Binnen een uur
Binnen een uur
in Breda en Utrecht
in ‘s-Hertogenbosch en Tilburg
o
SGE
o
LU LU
Q. HřötMTj»*n
Maarheeze:
Eersel:
Binnen een uur in ‘s-Hertogenbosch
Binnen een uur loorise en Drunense Duinen
O
in Eindhoven
O
en Tilburg C?
\~
P
'V'eli
Nationaal Park De
D ” Mwsdwnen
A2
H,...
R" fīļp'nt
Q. 2 LU ÏÉ
Bereikbaarheid - Het regionale autosysteem loopt vast
30
2.5.
Opgave 5: Relatie stad en dorp met landschap als drager
de regio zijn complementair aan het SGE, zeker na de schaalsprong van
voor de ruimtelijke identiteit van Zuidoost-Brabant
62.000 woningen.
In de definitie van de ruimtelijke identiteit is de onmiddellijke nabijheid
^
Juist ook voor de kleinere kernen in Zuidoost-Brabant zijn bestaande
van het landschap en de dorpen een belangrijk onderdeel. Kernkwaliteiten
landschapsstructuren en beekdalen kansen om de verbindingen tussen
zijn afwisseling, schaal (van kleine tot stevige waardevolle natuur- en
dorp en ommeland te versterken. Het beekdal is in de huidige situatie vaak
cultuurlandschappen) en de toegankelijkheid. De beekdalen, de akkers en de
smal gedimensioneerd en er liggen functies in die ‘niks met de kwaliteit van
weilanden nemen in de beleving van de Brabantse dorpen een belangrijke
de beek doen'. Kansen zijn er voor waterberging, natuur, natuur-inclusieve
positie in. De groene, blauwe en recreatieve aders tussen stad, dorp en land zijn
(stads)landbouw, recreatie, cultuurhistorie, CO2-opslag en koelte in strijd
de stepping stones tussen de steden, dorpen en de grotere natuurgebieden.
tegen de opwarming van de stad.
Door de gebieden lopen fiets- en wandelroutes die je in korte tijd van hartje stad naar midden in de natuur voeren. Die afwisseling is onderdeel van de
De opgave:
dagelijkse beleving van de bewoners van Zuidoost-Brabant; onderweg naar
De bestaande stad/dorp-landverbindingen koesteren we en bouwen we uit.
werk of sport, een blokje om met de hond of een fietstocht in het weekend. Die
De beken nemen daarin een speciale positie in. Kernwoorden hierin zijn kiezen
alledaagse beleving is waardevol en een kernkwaliteit van de regio, maar wordt op een aantal fronten bedreigd:
voor een royale maat, beleefbaarheid, toegankelijkheid en het aanscherpen van
^
Open ruimte is kwetsbaar. De uitleg voor wonen, werken en mobiliteit van
‘uitlegzones' van de afgelopen decennia kritisch langslopen op toegankelijkheid
de afgelopen decennia heeft de ‘gemakkelijke' plekken grotendeels benut
van het landschap en kwaliteit van het overgangsgebied; transformaties
en het bebouwd gebied nadert waardevolle landschappen, natuur en
inzetten om kwaliteit te maken en verbindingen te leggen; zichtbaarheid van
ruimtelijke buffers. Bij iedere uitleg van wonen en (grootschalig) werken
beken in stedelijke gebieden versterken; voorkomen dat door nieuwe uitleg het
wordt de afstand van het bestaande bebouwde gebied tot het groen ook
landschap verder weg komt te liggen en er een dikke onaantrekkelijke rand
groter. Zeker als in die uitleg geen kwalitatief hoogwaardig en toegankelijk
ontstaat tussen stad en landschap. Dat ondermijnt de ruimtelijke identiteit van
groen is opgenomen. In delen van stedelijk Brabant dreigen natuur en
de dorpen en steden in Zuidoost-Brabant.
landschap daarmee iets van ver weg te worden, waardoor een belangrijke kwaliteit wegvalt. ^
In het buitengebied dat niet behoort tot de erkende natuur- en cultuurlandschappen staat de kwaliteit onder druk: schaalvergroting in de landbouw, slechte luchtkwaliteit door intensieve veeteelt en ruimteclaims vanuit tal van functies (van recreatie en opslag tot luxe woningen), die niet altijd bijdragen aan de gebiedskwaliteit. Juist de gemengde buitengebieden direct nabij de grote en middelgrote steden, met dorpen en gehuchten, zijn een belangrijke kwaliteit van Stedelijk Brabant. De landelijke delen van
het contrast en de wisselwerking met stedelijke kwaliteit. De opgaven zijn: de
31
Dorpen en stad (lessen Omgevingsdag 21 december 2022) Kansen ^
Elk dorp en elke stad heeft zijn eigen historische, sociale en/of culturele identiteit. Brabanders zijn daar trots op. Deze identiteit biedt de kans om ook bij een forse verdere verstedelijking deze kwaliteit te benutten en de onderlinge verschillen in deze identiteit te behouden.
^
Voor de ruimtelijke kwaliteit is het van belang de eigen ruimtelijke identiteit te benutten en te versterken. Het is een kans om op de langere termijn ook in de nieuwbouw en uitbreiding de onderlinge verschillen tussen de dorpen en steden te versterken.
^
Voor de profilering van de gebieden (en gemeenten) is de eigenheid, authenticiteit en identiteit van belang. Hiermee wordt de basis gelegd voor ruimtelijke kwaliteit.
Zorgen/aandachtspunten ^
Bij inbreiding en verdichten gaat het om de balans tussen het toevoegen van (het goede) programma en het ‘dichtzetten' van de ruimte waardoor groen in het bebouwde gebied verdwijnt.
^
Eenmalige uitbreiding is voor altijd uitgebreid, en dit doortrekkend naar de toekomst blijft er steeds minder landelijk gebied over. Aandachtspunten zijn dan ook: op welke locaties is uitbreiding gewenst en versterkt het de dorpen en steden, en dus ook waar (willen) we niet bouwen? Wat betekent dit voor de periode 2030 - 2040 en voor de periode erna?
Ruimtelijke tijdslagen - Waar komen we vandaan? Voor 1870 - Geïsoleerde dorpen I Tussen zand en beken
1950-1990 - Introductie van de auto maakt expansie mogelijk Eindhoven krimpt van 250 naar 40 inwoners per hectare
x
1870-1950 - Geconcentreerde groei langs kanalen, spoor en tram Eindhoven groeit van 70 naar 250 inwoners per hectare
Na 1990 - HOV f fiets ais níeuwe structuurdragers, inzet op maximaliseren Interactie en nabijheid Moe gaan we ons tof deze w'euwe werkelijkheid verhouden?
Ruimtelijke tijdslagen - Dorps versus stedelijk woonproduct
Groei- Na 1950 is de dorpskern uitgebreid met woonproducten voor een stedelijk marktgebied Van wonen aan de markt (met gemeenschappelijke dorpspomp, muziekkiosk en kerk) naar wonen aan een generieke straat met rijtjeswoningen, tweekappers en auto's voor de deur
Ruimtelijke tijdslagen - Schaalvergroting
Natuur/landschap - Nieuw kwalitiatief landschapsproduct in 'contramal' van de stad
Van Gogh Nationaal Park. Een landschap vol slingerende beken, uitgestrekte natuurgebieden, vitaal boerenland, landgoederen en prachtige stads- en dorpsgezichten.
Brainport
Grensoverschrijdend park De Groote Heide met toegangspoorten in Eindhoven (Genneper Parken), Valkenswaard (De Malpie), Heeze (De Plaetse), Soerendonk (Baronie) Helmond
Valkenswaard
Heeze-ieendc
Craenendonck
Turnhout
Hamom-Achel
Neerpelt
Hoofdstuk 3
Ontwerpend Onderzoek
37
3.1.
Duiding van de opgaven, grip op de getallen
Een evenwichtige schaalsprong, waar hebben we het over? De kern van de
Van de opgave trekken we de al gerealiseerde woningen van 2020 en 2021
opgaven - deze is ook in het MIRT-onderzoek 2020 geduid - is het behouden
af (op basis van het CBS). Dit zijn er circa 10.000 voor Zuidoost-Brabant.
en versterken van de economische toppositie van de Brainportregio. De regio
Deze woningen zijn immers al gerealiseerd.
heeft hiervoor een groeiambitie uitgesproken naar 100.000 woningen en
De Woondeal gaat uit van minimaal 45.130 woningen voor heel Zuidoost-
honderden hectare extra bedrijventerrein én de bereikbaarheid van de hele regio
Brabant tot 2030.
in de periode tot 2040.
De regio beschikt over circa 25.500 woningen in harde plannen.
In het ontwerpend onderzoek - dat moet leiden tot richtinggevende keuzes
planologische voorbereidingsplannen. We gaan ervan uit dat de aantallen
en ontwerpprincipes - zitten we in de fase waarin we getallen (opgaven) en
in deze twee categorieën de komende periode ‘hard' worden, en dus
ruimtebeslag bij elkaar brengen. Er is de afgelopen jaren al veel gebouwd in
gerealiseerd in navolging van de afspraken uit de Woondeal. Opgeteld is
Zuidoost-Brabant (ca. 13.000 woningen), maar we hebben ook gemerkt dat
dit bijna het minimale aantal van 45.130 woningen. Hier hoeven we dus
plannen niet de eindstreep halen. Er is (9 maart 2023) een Woondeal gesloten
geen planruimte meer voor te vinden. Dit aantal halen we dan ook af van de
over het realiseren van minimaal 45.130 woningen tot 2030 én er zijn aardig
130.000.
wat plannen/ambities in de regio aanwezig.
De regio heeft ook circa 29.000 woningen in zachte plannen. Dit zijn
Om grip te krijgen op de omvang van de opgaven waarvoor we gezamenlijk
met de provincie heeft plaatsgevonden. De vraag is ook of de plannen
richtinggevende keuzes richting 2040 moeten maken, gaan we uit van de
matchen met de principes bodem en water sturend én of deze plannen
onderstaande redenering, vertrekpunten en getallen voor wonen en werken.
logischerwijs aansluiten bij de richtinggevende keuzes die we nu met elkaar
Wonen
woningen er niet zijn.
^
We gaan uit van een ambitie/opgaven van 100.000 woningen in de periode
We respecteren en gaan uit van hetgeen is afgesproken in het
2020-2040.
Verstedelijkingsakoord van het SGE. Daarin is de ambitie opgenomen om in
Om 100.000 woningen te kunnen maken zoeken we planruimte voor 130^o.
de periode 2020-2040 62.000 woningen te realiseren. Hier zit al een extra
Dit komt neer op 130.000 woningen. Dit doen we omdat we weten dat niet
ambitie in ten opzichte van de autonome groei.
alle plannen de eindstreep halen. We hebben niet het doel om 130.000
De A2, De Kempen en De Peel hebben een autonome groei van 12.500
woningen te realiseren, maar nemen in dit ontwerpend onderzoek dat
woningen tot 2040. Dit betekent dat er een extra sprong van circa 25.500
De regio beschikt over circa 12.500 woningen in ontwerpplannen en
plannen waarover nog geen regionale afstemming en geen afstemming
oplijnen. Voor het ontwerpend onderzoek (deze fase) doen we of die 29.000
^
^
aantal als zoekrichting mee.
woningen te maken is om bij de ambitie van 100.000 woningen te komen
We zijn uitgegaan van de aantallen die voortkomen uit de
(immers: 62.000 + 12.500 = 74.500 > 100.000 - 74.500 = 25.500).
inventarisatieronde in het kader van de Woningbouwmonitoring (Bron:
Deze extra sprong van 25.500 woningen verdelen we - voor het doen van
Woningbouwmonitor Noord-Brabant, september 2022) die door de
het ontwerpend onderzoek - naar rato van de demografie over de A2, De
provincie in de zomer van 2022 is gemaakt.
Kempen en De Peel.
38
Ambitie 6 autonome opgave 2040
Verstedelijkingsakkoord SGE
Ambitie naar 100.000 * opgave van
Saldo opgave VS reeds gerealiseerd 2020 8 2021
Reeds gerealiseerd in 2020 6 2021 deze aantallen trekken we van de opgave af!
Stap naar 100.000 vraagt een planvoorraad van 130S
62.000
62.000
6.511
55.489
73.589
A2
2.425
2.425
507
1.918
2.493
Do Kempen
3.575
3.575
889
2686
3.479
De Peel
6.535
6.535
773
5.762
7.491
25.465
31.651
91.320
118.703
25.465 74.535
Totaal
100.000
8.680
Tabel: Grip op de woningbouwcijfers (Bron Woningbouwmonitor PNB zomer ‘22)
Opgaven in Woondeal tot 2030
Roods gerealiseerd in 2022
Minimalo opgave woondeal minus aantal gerealiseerd in 2022
Harde plannen
Ontw. plannen A Planologische voorbereiding
Potentiële capaciteit
opgave 2040
(zacht-zacht)
Verstedelijkingsakkoord SGE
6.200
26.675
A2
6.645
185
De Kempen
9.163
1.475
21.315
2.695
43.342
31.030
De Peel
PM
Ambitie 8 autonome
PM
Totaal
Tabel: Behoefte aan planruimte richting 2040 en inzicht in ‘zachte plannen'
Nog te plannon tbv Woondeal 2030
Voor Zuidoost-Brabant zoeken we - inclusief 30To overprogrammering - nu nog planruimte voor circa 43.000 woningen tot 2040. Let op: hierin zit dus feítelijk 30To te veel!
Verstedelijkingsakkoord
SGE
35.785
3.488
32.297
20 950
7.765
3.582
We houden in het ontwerpend onderzoek - voor het laden van de
A2
2.065
201
1.864
1.230
750
-116
perspectieven - rekening met een opgave van 43.000 woningen.
De Kempen
2 645
374
2.271
1.500
1.370
-589
De Peel
4 635
535
4.100
1.980
2.615
-495
45.130
4.598
40.532
25.660
12.500
2.382
PM
Totaal
Tabel: Woondeal 2030
39
Werken
^
Voor werken is in het MIRT-onderzoek 2020 de ambitie opgenomen om te groeien met 72.000 arbeidsplaatsen voor het SGE. Dit zegt echter niets
Totale vraag EIB Laag
Totale vraag EIB
tot 2030
Hoog tot 2030
Doorkijk naar EIB Hoog 2040 * *296 ha. voor heel MRE
over het ruimtebeslag dat daarvoor nodig is én geeft geen beeld van de groei voor de A2, De Kempen en De Peel. ^
Wij baseren ons voor het ontwerpend onderzoek op de prognose van de provincie op basis van het STEC-rapport Behoefteraming
167
255
329
A2
21
32
106
De Kempen
43
60
134
De Peel
36
53
127
267 Ha.
400 Ha.
696 Ha.
Verstedelijkingsakkoord SGE
bedrijventerreinen Noord-Brabant, d.d. 1 september 2022. ^
De scope is wederom 2040, én in navolging van de groeiambitie voor wonen gaan we ook hier uit van het hoge scenario. Dit betekent dat we uitgaan van EIB Hoog, dat toeziet op een behoefte aan bedrijventerreinen
Totaal
en werklocaties van 696 hectare tot 2040. ^
Een belangrijke kanttekening hierbij is dat provincie en regio bij deze prognose aantekenen dat er behoefte is aan een visie op het economisch profiel, om daarmee tot een afgewogen selectieve groei te komen.
Toename van 296 ha. EIB Hoog gelijk verdeeld over vier subregio’s
Tabel: Inzicht in bestaande plannen
Daartoe stellen zij een visie werklocaties en daaropvolgend een Regionaal Programma Werklocaties op. ^ ^
Harde plannen
Zachte plannen
Totaal hard * zacht
Voor bedrijventerreinen hanteren we geen overprogrammering, omdat de hectares in het EIB Hoog al fors zijn.
Verstedelijkingsakkoord
De STEC-rapportage geeft een beeld van de behoefte tot 2030 per
SGE
85
140
225
A2
1
152
153
De Kempen
20
9
29
De Peel
27
45
72
133 Ha.
346 ha.
479 ha.
subregio. De doorkijk naar 2040 is voor Zuidoost-Brabant gemaakt. Wij hebben de stap naar 2040 - lees +296 hectare voor Zuidoost-Brabant gelijkwaardig verdeeld over de vier subregio's. ^
De regio heeft voor bedrijventerreinen circa 133 hectare harde plannen (d.d. 1 januari 2022). Deze worden gerealiseerd.
^
De regio heeft voor bedrijventerreinen circa 433 hectare zachte plannen (Bron: STEC-rapportage, d.d. 1 september 2022). Deze zijn verschillend. We kunnen er dan ook niet van uitgaan dat alles hiervan ooit gerealiseerd wordt.
Totaal
Tabel: Nadere afweging van plannen en hectares
40
Gemeente
Er zijn ook veel zachte plannen met een beperkte omvang Bedrijventerrein
Hectares
(alles onder 10 hectare) waarvan we aannemen dat deze óf gerealiseerd worden, óf een beperktere impact hebben op het
Cranendonck
Metalot
77
Cranendonck
Nassau Dietz Kazerne
40
Esp Noord
20
Poort43
20
Reg. bedrijventerrein
60
NB De komende periode wordt voor het regionale bedrijventerrein
Eindhoven Heeze-Leende Helmond
Tabel: Nadere afweging van plannen en hectares
EIB hoog tot 2030 VS hard plannen + selectie zacht plannen
EIB hoog tot 2040 VS hard plannen * selectie zacht plannen
Verstedelijkingsakkoord SGE
50
124
A2
16
90
De Kempen
31
105
De Peel
42
116
138 Ha.
435 ha.
Totaal
Tabel: Behoefte planruimte 2040
totale systeem op de schaal van Zuidoost-Brabant. De Peel en regionale bedrijventerrein De Kempen een en ander duidelijker. Hier zoeken we de afstemming mee.
41
3.2.
Vertrekpunt, bodem en water sturend en bestaande plannen
De opgaven waar de regio Zuidoost-Brabant voor staat richting 2040 zijn fors. Het maken van toekomstvaste richtinggevende keuzes doen we niet vanaf een blanco ondergrond. Een van de belangrijkste richtinggevende kaders vinden we in het principe dat bodem en water sturend zijn voor de ruimtelijke inrichting van ons land. Voor een robuuste en klimaatadaptieve inrichting is het belangrijk om de water- en bodemstructuur goed mee te nemen in de afweging van nieuwe ontwikkelingen. Hiervoor sluiten we aan bij de Signaleringskaart watersysteem van de Waterschappen. De drie categorieën in de signaleringskaart (groen, oranje en rood) hebben wij vertaald naar onze
’
Plaatje links: signaleringskaart
basiskaart.
^
Plaatjes rechts: voor de SGE nemen we het
We onderscheiden daarin: ^
Blauw > Niet geschikt voor verstedelijking vanuit het watersysteem
^
Grijs > Beperkt geschikt voor verstedelijking vanuit het watersysteem
^
Groen > De Brabantse natuurgebieden
^
Geel > Geen restricties vanuit natuur, bodem en water
Afsprakenkader als uitgangspunt. ^
Plaatje onder: Brainportdeal 2030 (MIRT-afspraken 2022) UITKOMSTEN BRAINPORTDEAL 2030 - BO MIRT NOVEMBER 2022
Ondanks de forse opgaven tot 2040 is een ruime meerderheid van de
1.59 miljard voor verbeteren bereikbaarheid on versnellen woningbouw in Metropoolregio Eindhoven
woningen, de werklocaties en het mobiliteitssysteem nu al bestaand. Op dit moment werken we aan woningbouwplannen, plannen voor werklocaties en interventies gericht op mobiliteit. Hierom beginnen we niet bij nul, maar bouwen we voort op de bestaande situatie en respecteren we de bestaande plannen. Op het abstractieniveau van de hele regio maken we gebruik van de basiskaart met de bestaande plannen (wonen, werken en mobiliteit). Voor mobiliteit zijn hierop de MIRT-afspraken 2022 opgenomen.
MOV4fO»Rvn*nnehr«cti
ŗ-
Basiskaart - Huidige situatie
Let op: in nevenstaande kaart is geen volledigheid betracht en het is geen beleid. De kaart dient alleen als orde van grootte visualisatie voor het ontwerpend onderzoek.
LEGENDA
* Spoor Hoofdweg
R R G D H —
Bestaande stedelijk gebied Bestaande bedrijfsgebīed Lage dichtheid gebied (òtxixbuom) Dichtbevolkt gebied (äOOxWOm) Zeer dichtbevolkt gebied (500x500m) Beken
R R
Geen restricties natuur, bodem en water Vanuit watersysteem en natuur Beperkte geschiktheid vanuit watersysteem en natuur Niet geschikt voor verstedelijking vanuit het watersysteem
Basiskaart - Bestaande woningbouwplannen AFSPRAKENKADER SGE
Reken
Best 4.100 Eindhoven 38.300 Geldrop-Mierlo 2.700 Helmond 15.800 Nuenen 2.900 Oirschot 1.600 Son en Breugel 900 Veldhoven 6.100
Let op: in
Waalre 1.900
nevenstaande kaart
Totaal = 74.300
is geen volledigheid betracht en het is geen beleid. De kaart dient alleen als orde van grootte visualisatie voor het ontwerpend onderzoek.
LEGENDA
^ Spoor Hoofdweg De Kempen « 1500 harde plarnen t 1370 ontwerp A2 - '233 harde plannen * 75C ontwerp De Ped » 1980 harde plannen * 2615 ontwerp Totaal - 47 lü harde plannen 14735 ontwerp (9445)
AANTAL PLANNEN OVERZICHT Asten * 39 C uitbreiding * 45 inbreiding (435) Bergeijk * 380 uitbreiding * 285 inbreiding (565) Bladel - V55 uitbreiding * 640 inbreiding (1205) Cranendonck - 340 uitbreiding * 300 inbreiding (640) Deurne - 320 uitbreiding * 1380 inbreiding (2040) Earstl - 240 uitbreiding » 145 inbreiding (385)
Gemert-Bakcl - 61t uitbreiding * 560 inbreiding (1170) Heeze-Leend* » 32 j uitbreiding * 210 inbreiding (535) Laarbeek^ 330 uitbreiding * 500 inbreiding (830) R»usel-D« Mierden - 45 uitbreiding t 38 5 inbreiding (630) Someren: '8 uitbreiding * 65 inbreiding (345) Valkenswaard ^115 uitbreiding * 700 inbreiding (815)
* II ĽĴ D m ļg —
W
Bestaande stedelijk gebied Bestaande bedrijfsgebied Lage dichtheid gebied (Moxsoūm) Dichtbevolkt gebied (500*5t»m) Zeer dichtbevolkt gebied (sooxsoom) Bestaande woningbouwplannen (20 wa/ha.) Beken Geen restricties natuur, bodem en water Vanuit watersysteem en natuur Beperkte geschiktheid vanuit watersysteem en natuur Niet geschikt voor verstedelijking vanuit het watersysteem
44
3.3.
Vier perspectieven als hoeken van het speelveld
Om te onderzoeken wat de sturende keuzes zijn bij het realiseren van grote
onderwerpend onderzoek. Zo testen we wat een keuze op de kaart betekent.
aantallen woningen, bedrijventerrein en werklocaties en het verbeteren
De perspectieven en de casussen zijn geen voorspellingen; zij leveren inzicht in
van de bereikbaarheid van nieuwe en bestaande woon- en werklocaties in
de consequenties van ruimtelijke keuzes. Het is niet de bedoeling om een van
Zuidoost-Brabant hebben we vier perspectieven opgesteld. Bij de keuzes in
de perspectieven te kiezen. We zoeken de uitersten op en kijken de komende
de perspectieven houden we rekening met de lessen uit de analyse. Zo is het
periode naar effecten op brede welvaart en effecten die aansluiten bij de
principe ‘bodem en water sturend' een belangrijke basislaag in de kaarten.
gedefinieerde opgaven.
In drie van de vier perspectieven is het aantal woningen voor het SGE gelijk,
Hierna volgen de vier perspectieven met een verbeelding en daarbij een
namelijk 62.000 woningen conform het Verstedelijkingsakkoord. Voor het
beknopte toelichting.
perspectief ‘Centrale stad XXL' is het aantal woningen in het SGE groter, namelijk +25.000. In de perspectieven nemen we het MIRT-maatregelenpakket (najaar 2022) voor mobiliteit als uitgangspunt en introduceren we geen nieuwe grote infraprojecten. Naast de perspectieven hebben we voor iedere subregio in een ambtelijke werksessie twee casussen uitgewerkt conform het principe van het
Vier perspectieven - De hoeken van het speelveld
Perspectief 1: Ieder dorp (en stad) een stap
Netwerk
Perspectief 2: Knopen in het netwerk
\
V
Landelijk
Perspectief 3: Pionieren
Stedelijk
Autonoom
Perspectief 4: Eindhoven Central Park Z Centrale stad XXL
46
3.3.1.
Perspectief 1: Ieder dorp (en stad) een stap
In dit perspectief groeien de dorpen en kernen van de subregio's evenredig mee met de totale opgave. Ieder dorp neemt een aandeel naar rato. Dat betekent grofweg dat alle dorpen planruimte moeten vinden voor woningbouw die gelijkstaat aan ongeveer een derde van de huidige omvang (aantal woningen). De bestaande hiërarchie en positionering van dorpen en kernen blijft gelijk aan de huidige situatie. De nieuwe woningen worden verspreid over de hele regio. Het perspectief extrapoleert de ontwikkeling van de afgelopen decennia. 80ozo van de nieuwbouw wordt gerealiseerd in uitleglocaties, 20ozo in inbreiding. Ook voor de bedrijventerreinen geldt in dit perspectief spreiding, in alle dorpen en kernen groeit de omvang van de bedrijventerreinen. Er komt in dit perspectief geen grootschalige impuls voor een regionaal bedrijventerrein. De mobiliteit van dit perspectief is gebaseerd op het huidige mobiliteitssysteem. De maatregelen voor de mobiliteitstransitie gelden met name in het stedelijk gebied van het SGE. Buiten de HUB-structuur - met de overstappunten van auto naar OV - is het systeem op de auto gericht. Met Perspectief 1 testen we het laadvermogen en de effecten van een toekomst, waarbij we geen uitgesproken keuzes maken en maatregelen treffen.