CConstaterende datReusel-De Mierden
Koppel je AI →
Document · PDF

[24.15742] Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant (deel I Afsprakenkader)

Gemeenteraad 24 september 2024, gemeente Reusel-De MierdenBij agendapunt: Wensen en bedenkingen Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant26.440 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

in ziekten en plagen en de toename van de kans op natuurbranden en de uitval

aanwezig.

van IT-voorzieningen). Klimaatadaptatie speelt op alle schaalniveaus: woning-, straat-, wijk-, stads- en gebiedsniveau.

Het wordt heter: steeds meer hittestress in de stad

Stedelijke gebieden worden hitte-eilanden als gevolg van klimaatverandering. VERDIEPING:

Het stedelijk gebied, en dat geldt in mindere mate ook voor de bebouwde

Het wordt natter: 'ontwateringsmachine’ kan het vele water niet meer aan

kernen van dorpen, warmt sneller op en blijft warmer dan de omgeving. De

De afgelopen decennia was de inrichting van het waterbeheer vooral gericht

aanwezigheid van voldoende groen en water in en om stad en dorp is daarom

op het zo snel mogelijk afvoeren van water ten gunste van landbouw en

belangrijk. Dit brengt verkoeling, draagt bij aan een gezonde leefomgeving

verstedelijking. Het landschap van Zuidoost-Brabant is een combinatie

jaarrond en is goed voor de waterhuishouding in de stad. Dit vraagt om een niet

van zandgronden en beken. Vrijwel overal zijn waterlopen gegraven, en

te groot aandeel verharding en is een aandachtspunt bij verdichtingsopgaves.

beken rechtgetrokken en uitgediept. Door de toevoeging van verharding en intensivering van de landbouw met als gevolg ontwatering en een

Het water is niet schoon genoeg: onvoldoende (drink)waterkwaliteit

teruglopende bodemkwaliteit is de sponswerking van het hele beekdalsysteem

De beken van Zuidoost-Brabant hebben onvoldoende ecologische kwaliteit en

afgenomen. Het water wordt nauwelijks vastgehouden en nutriënten en

voldoen niet aan de vastgestelde KRW-normen. Daarnaast staan de kwaliteit

bestrijdingsmiddelen spoelen uit. Deze ‘ontwateringsmachine' is niet langer

van het grondwater en daarmee ook de strategische voorraden voor de

houdbaar. Zeker als extremen in het weer gaan toenemen, kan het huidige

drinkwatervoorziening onder druk. Het ecosysteem van de beek is afhankelijk

watersysteem gebaseerd op afvoer het teveel aan water niet langer aan. Er

van schoon stromend water, met voldoende zuurstof en voedselarmoede boven

ontstaat vaker wateroverlast in de laaggelegen gebieden en neerslagpieken

in het beekdal (op de hogere zandgronden aan de zuidzijde van Zuidoost-

zorgen voor grote schade in stad, land- en tuinbouw.

Brabant). Doordat de bodem zijn sponswerking verloren heeft, wordt het water nauwelijks vastgehouden en spoelen nutriënten en bestrijdingsmiddelen uit.

Het wordt droger: natuur en landbouw hebben last van verdroging

Het oorspronggebied van de beek heeft vaak de functie landbouw. Dat maakt

Tijdens langere tijden van droogte is er juist een watertekort. Veel

het moeilijk om de natuurlijke gradiënten en processen te herstellen. Dat is

natuurgebieden in Brabant kampen structureel met verdroging door te

immers alleen mogelijk bij een zeer goede waterkwaliteit.

lage grondwaterstanden. Beregening ten behoeve van de landbouw en

Klimaat - Opgave water, hittestress, CO2, energie en grondstoffen

ţ Grote werstrormnģskāns (»1/30 perjaar) m Middelgrote kans (1/30 tot 1 f300 perjaar! Kleine kans (1/300 tot 1/3.000 per jaarì Zeer Werne ŕcens (1/3.000 tot 1/30000 per gaan

11

Opgave:

Bodem en water als basis voor verstedelijking

Een aangename en leefbare regio is gebaat bij een inrichting die weerbaarder

(lessen Omgevingsdag 21 december 2022)

wordt op langdurige periodes van droogte en plotselinge hoosbuien. Dit legt een ruimteclaim op het landschap in stad, dorp en ommeland, waarin het

Kansen

vasthouden van water, het tegengaan van droogte en het koelen van onze

*

De klimaatopgave bepaalt in welke gebieden nieuwbouw (on)mogelijk is.

gebouwde omgeving centraal staan. Dit vraagt:

Door de verandering van het klimaat wordt het weer steeds extremer. Meer

*

In bebouwde gebieden om meer aandacht voor groen en blauw bij de

en meer krijgen we te maken met hitte, droogte, wateroverlast door hevige

inrichting van het bebouwd gebied (verkoeling door meer ruimte voor beken

regenbuien en kans op overstromingen. We zullen onze omgeving hierop

en waterlopen, in combinatie met parken, geveltuinen, groene daken, groene

aanpassen en dit biedt een kans voor of stimuleert inbreiding van wonen en

schoolpleinen en waterpartijen);

werken.

*

In landschappelijke gebieden om het veel beter vasthouden van water op

*

De kwaliteit van het landschap en waterstructuren kunnen, naast

de hogere gronden in het bekenlandschap. De daarop gelegen steden en

kaderstellend voor ontwikkeling, ook van meerwaarde zijn als het gaat

dorpen, landbouw en natuurgebieden zullen weer ‘als spons' fungeren en

om recreatie en verbinding tussen stad en land. Door de langzame

slechts langzaam het water afgeven aan de beekdalen. Ook vraagt dit om

verkeersroutes (fiets en wandelen) te koppelen aan het principe van bodem

ruimte voor de beken en watergangen om afvoer- en bergingscapaciteit te

en water als ruimtelijk structurerend element, kan deze verbinding worden

vergroten en waar mogelijk natuur en recreatie meer ruimte te geven. Voor

gemaakt.

het beheersen van risico's voor wateroverlast en overstroming moet nieuwe

*

bebouwing in kwetsbare gebieden worden voorkomen. Transformaties

Bodem en water vormen de verbinding van de dorpen en steden met landschap en natuur. Om de opgaven van leefbaarheid het hoofd te bieden

in bestaand gebied kunnen juist helpen om integrale oplossingen te

is meer verbinding tussen platteland en stad nodig. Deze verbinding is nodig

implementeren en financieren.

vanuit functioneel oogpunt (bijvoorbeeld recreëren in het buitengebied), fysiek (bijvoorbeeld fietsroutes die dorp en ommeland verbinden) en ook sociaal, zodat de kloof die dreigt te ontstaan tussen bewoners van platteland en stad verkleind wordt. Zorgen/aandachtspunten *

Integraliteit is een aandachtspunt. Het blijft belangrijk dat bodem en water een volwaardige positie innemen in de integrale afwegingen. Wat betekent dit concreet en wat is er aan fysieke ontwikkelruimte beschikbaar?

Ruimtelijke tijdslagen - Groei in cijfers

500000

□Som eren □Asten

450000

□ Deurne □Gemert-Bakel

400000

□ Laarbeek □ Helmond 350000 □ Reusel-De Mierden □ Blad el 300000

□Oirschot □ Eerse! □ Berge ijk

250000

□Cranendonck □ Heeze-eeende

200000

□Valkens'waard □Waal re 150000 a GeldrofD -fM e rlo ■ Nuenen, Gerwen m Nederdetten 100000

■Son en Breugel □ Best □Veld heven

50000

□ Eind hoven

0 1840

1899

1930

1960

Met dank aan: Rene Miesen (op basis van volkstellingscijfers en CBS data. Rekening houdend met gemeentelijke herindeling)

Ruimtelijke tijdslagen - Groei in cijfers

Index(1960^100)

70,0

Eind noven -Veldhoven Best 60,0

Son en Bieugel -Nuenen, Geiwen en Nederwetten Geldrop-Merle Waalie

50,0

ValkeînswaaiO Heeze-Leegde Crananrloocln Berge gk

40,0 Eersel — Oi nsc^lsct Blad al Reusel-De Mi erden

30,0

■HelmonO Laarbeek Gemert-SaSel Deurne

20,0

Asten -Som eren —ZUIDOOST BRABANT 10,0

BRABANT

0,0, 1840

1899

1930

Met dank aan: Rene Miesen (op basis van volkstellingscijfers en CBS data. Rekening houdend met gemeentelijke herindeling)

Ruimtelijke tijdslagen - Groei in cijfers

PROCENTUEEL PER DECENNIUM

110000 12007o □ Someren 100000

Eindhoven Veldhoven

□Asten

Best □ Deurne

Son en Breugel

10007o

90000

□ Gemert-Bakel

■Nuenen, Gerwen en Nederwetten

□ Laarbeek

Geldrop-Mierlo Waalre

80000 □ Helmond 80ü7o

Valken swaard

□ Reused De Mierden

Heeze-Leende

70000

Cran endonck

□ Blade!

Berge jk

■ Oirschot

60ü7o

60000

Eersel

ū Eersel

Oirschot

nBergejk

50000

Blad el

□ Cranendonck

Reusel-De Mierden

4007o

Helmond 40000

□ Heeze-Leende La ar beek □Valken swaard

30000

□ Waal re

Gemert-Bakel Deurne

20ü7o

Asten

□ Geldirop-Mieiio

Somerren

20000 ■ Nuenen, Gerwen en Nedervwetten □ Son en Breugel

•ZUIDOOST BRABANT 0ü7o

10000 □ Best

0

r

BRABANT 1899

1930

1960

1970

1980

1990

2000

2010

1840

1899

1930

1960

1970

1980

1990

2000

2010

□Veldhoven

1899

1930

1960

1970

1980

^9

2000

rn

2020

1840

1899

1930

1960

1970

1980

1990

2000

2010

■ Eindhoven

-2007o

(10000)

"Tussen 1960 - 1970 nam het aantal inwoners toe met ongeveer 106.000. Dat was de piek in de regionale bevolkingsgroei. Het aantal inwoners nam in de 50 jaar tussen 1970 en 2020 toe met 230.000.”

Met dank aan: Rene Miesen (op basis van volkstellingscijfers en CBS data. Rekening houdend met gemeentelijke herindeling)

15

2.2.

Opgave 2: Woningvoorraad moet aansluiten bij de

Ter illustratie uit "Een visie op Wonen, Welzijn en Zorg - gemeente Helmond

toekomstige vraag

(2023-2030)" uit 2022: In Helmond is berekend dat wanneer in de sociale

Zuidoost-Brabant groeit in aantal woningen hard. We zullen het in de toekomst

huursector alle senioren huishoudens in ruime eengezinswoningen in hun

vooral moeten doen met de gebouwen, infrastructuur en netwerken die we

vraag naar meer passende woonruimte worden voorzien dat jaarlijks 595

al hebben. Ruim 750z0 van de bebouwde omgeving van 2040 bestaat al en die

woningen beschikbaar komen.

gebouwen en straten moeten aansluiten op de woonbehoefte van de toekomst en aangepast worden op de energietransitie en klimaatveranderingen.

Een tweede effect is dat de huishoudensverdunning, zonder impulsen in de bestaande centra, leidt tot verlies aan draagvlak voor voorzieningen in de stad

Als gevolg van huishoudensverdunning (leefstijlvoorkeur) wonen we vaker

en, steeds manifester, in de dorpen. De afgelopen vijftig jaar hebben we onze

en langer alleen of met z'n tweeën) en door vergrijzing (demografie) stijgt het

steden en dorpen uitgebreid, maar de bevolkingsdichtheid is fors verminderd.

aandeel kleine huishoudens van één of twee personen. Grofweg driekwart van

Daarmee is een negatieve spiraal ontstaan: minder dichtheid en grotere

de huidige woningvoorraad bestaat uit eengezinswoningen. Er is dus sprake

afstanden leiden tot minder gebruik van de lokale dorpssupermarkt, bakker en

van een mismatch tussen vraag en aanbod tussen eengezinswoningen en

slager en bushalte. Daarom is het aanbod afgeschaald of verdwenen, waardoor

een- en tweepersoonshuishoudens, en dat verschil zal in de komende jaren

het draagvlak verder verdween. Wat dat betreft staat Zuidoost-Brabant voor

sterk toenemen. We zien dat na de steden ook in de dorpen deze ‘verdunning'

een unieke keuze: met deze verstedelijkingsopgave kan de regio inzetten op een

in toenemende mate aan de orde is. Getalsmatig kan gesteld worden dat we

maximaal herstel van de leefbaarheid in de bestaande kernen. Kiezen voor groei

voldoende woonruimte hebben voor gezinnen, maar te weinig voor kleine

en concentratie van de groei in de bestaande kernen zal leiden tot vernieuwing

huishoudens. Nu is het niet mogelijk en/of wenselijk om te stellen dat kleine

en verrijking van de dorpen en steden, waarvan alle inwoners kunnen profiteren.

huishoudens alleen in kleine woningen mogen wonen, maar de keuze ontbreekt

Als die keuze niet wordt gemaakt, is de consequentie dat het draagvlak verder

in het huidige aanbod. Dit blokkeert de mobiliteit op de woningmarkt. Bovendien

zal afbrokkelen en het verschil tussen de voorzieningen in de (sub)centra

leidt de demografie ook tot andere vragen op de woningmarkt. Zorgwoningen,

van de regio en het aanbod in de overige dorpen en kernen verder zal worden

aanleunwoningen, nultredenwoningen en allerlei andere traditionele en

vergroot.

vernieuwende woonzorgconcepten zijn er nu te weinig en blokkeren de doorstroming van ouderen uit vaak ruime woningen. De groeiende vraag

Opgave:

naar geschikt wonen heeft ook voor een deel betrekking op de koopsector: de

De opgave is om de woningbouwopgave te zien als een investering in

aankomende generatie ouderen heeft veel vaker een koopwoning en blijft daar

leefbaarheid en brede welvaart in de bestaande steden en dorpen. De hefboom

ook langer in wonen. Door de doorstroming te bevorderen kan het aandeel

van nieuwe woningen kan worden ingezet om mismatch op de woningmarkt te

nieuwe gezinswoningen worden beperkt. Belangrijk daarbij is dat voor ouderen

herstellen, de bestaande wijken en buurten toekomstgericht te verduurzamen

geschikte woningen veelal in bestaande wijken, nabij voorzieningen worden

en het voorzieningendraagvlak te vergroten. Kiezen voor groei moet leiden

gerealiseerd. Het kunnen doorstromen naar een woning in de eigen wijk heeft

tot vernieuwing en verrijking van de dorpen en steden, waarvan alle inwoners

veelal de voorkeur.

kunnen profiteren.

16

Woningmarkt die aansluit op de toekomstige vraag

andere milieu-opgaven, drukte in de ondergrond et cetera. Dit roept de

(lessen Omgevingsdag 21 december 2022)

vraag op hoe we hier op dergelijke inbreidingslocaties betaalbaar kunnen bouwen en wat de rol van de gemeente hierbij is/zou kunnen zijn.

Kansen ^ ^ ^

Transformatie van het kwalitatieve woningaanbod moet bijdragen aan de

Versterken van regionaal voorzieningenstructuur

identiteit en het voorzieningenaanbod in de dorpen en steden.

Kansen

Door uitbreiding ontstaat de kans om betaalbaar te bouwen. Inzet van een

^

Extra inwoners betekent meer draagvlak voor voorzieningen. Dit geldt voor

fonds voor bekostiging van de onrendabele top is nodig bij inbreiding.

de dorpen, maar ook voor de steden. Hierbij is de complementariteit van

Vergrijzing van de bevolking betekent in de praktijk dat een grote groep

belang wat betreft het aanbod van voorzieningen in de regio.

inwoners - doordat zij langer ‘thuis' wonen - blijven wonen in relatief grote

^

Voor de inwoners is nabijheid van een aantal voorzieningen heel belangrijk

woningen. Een aantrekkelijk alternatief zou hen kunnen aanmoedigen te

en voor de voorzieningen met een regionale functie is de bereikbaarheid

verhuizen, wat bijvoorbeeld meer bouwen in de bestaande dorpskernen

vanuit de regio van belang. Dit kan ervoor pleiten om bepaalde regionale

betekent, juist voor de groep ouderen.

voorzieningen te concentreren op - voor werknemers en bezoekers - zeer goed bereikbare plekken zoals OV-knopen. Bovendien wordt door dit laatste

Zorgen/aandachtspunten ^

^ ^ ^

van de toekomst, bestaande uit woningen voor kleine huishoudens en voor

Zorgen/aandachtspunten

(zelfstandig wonende) ouderen in het bijzonder.

^

Spreiding van verstedelijking, waarbij vele dorpen gaan uitbreiden, leidt tot

Behoud van (met name de dorpse) identiteit bij transformatie is een

versnippering van de vraag naar (en dientengevolge van het aanbod van)

aandachtspunt.

voorzieningen.

Het te ontwikkelen programma kan soms rekenen op bezwaren van de

^

Door concentratie van regionale voorzieningen op de OV-knopen zijn de

huidige inwoners en omwonenden.

voorzieningen voor een grote groep inwoners bereikbaar. Dit betekent

Hoe kunnen we goed, helder, tijdig communiceren en organiseren met de

echter dat ook de dorpen goed aangetakt zijn op het OV-netwerk en OV

doelgroep, woningzoekenden en de inwoners in aanpalende/nabijgelegen

kost geld!

woongebieden? Daarnaast zou je toekomstige bewoners graag willen

^

De sociale netwerken zijn van groot belang voor de bereikbaarheid van

betrekken bij de planvorming, zodat vraag en aanbod goed op elkaar

de voorzieningen. Het behoud van deze sociale cohesie en de sociale

aansluiten, maar hoe doe je dat als de bewoner van de toekomst nog niet in

structuren is een aandachtspunt.

beeld is? ^

de mobiliteitstransitie gestimuleerd.

De huidige woningvoorraad sluit onvoldoende aan op de wensen en eisen

Op inbreidingslocaties hebben we in het algemeen met ‘dure' grond te maken, omdat het centrumgebieden of de zone nabij het centrum betreft. Ook zal er dikwijls sprake zijn van opgaven als bodemverontreiniging,

Demografie - Meer inwoners maar vaker alleen en 'grijzer'

O * 0,61 punt krimp

Ontwikkeling

O 0,4 - ū.6% punt krimp

Bevolkingsgroei 2010-2019

O 0,2 ū.4% punt krimp O « ū.2% punt verschil O 0,2 - ū.4% punt groei O 0,4 - 0,6* punt groei

Bron: CBS 2019

O * 0,61 punt groei

Wonen - Hoe gaan we om met de grote voorraad aan eengezinswoningen?

WONINGVOORRAAD Tot

Opvallend: In de afgelopen 10 jaar nauwelijks wijzigingen in het woonpfoduct Grootte

Grootte

2012 2022

7386743 8045580

4855858 5129687

Asten Asten

2012 2022

6337

5504

7146

Bergeijk Bergeijk

2012 2022

7456 8161

Best

2012

11703

Best

2022

13199

Bladel Bladel Cranendonck

2012 2022

8061 8994

6972 7494

2012

8567

66* 64*.

2530885 2915893

119 120

833 1024

164

6122

87* 86*

6530 7070

88* 87*

9453 10513

86* 83*

1089 1500

138 142

84 80

162

168 172

131 104

926 1091

171 171

177 178

132 127

81*

2250

130

80*

2686

129 157

140 141

7919

92*

648

Cranendonck

2022

9113

8260

91*

Deume Deume

2012 2022

12829 14165

11232 12097

88* 85*

853 1597

Eersel Eersel

2012 2022

7647

84*

8616

6435 7136

Eindhoven Eindhoven

2012 2022

101412 116056

66623 69718

Geldrop-Mierlo Gcldrop Micrlo

2012 2022

17105 18120

Gemert-Bakel Gemert-Bakel

2012 2022

Heeze-Leende Heeze-Leende Helmond

1 pers

aantal

aantal

Nederland

2000

6801008

4528789

2242256

33*

2022

8138591

2272219 3172564

33*

Nederland

39*

4966027

2661105

33*

Asten

2000

5758

1206

21*

4552

1927

33*

Asten

2022

7332

2341

32*

4991

2633

36*

Bergeijk

2000

6607

1238

19*

5369

2373

36*

Bergeijk

2022

8053

2298

29*

5755

314S

39*

Best

2000

10134

2258

22*

7876

3678

36*

Best

2022

13338

4062

30*

9276

4839

36* 36* 38*

2068

155 154

96 1 pers

Meerpers aantal

Grootte

Eengeriru Meergezins

Nederland Nederland

Huishoudens Perioden

Regio's

Bladel Bladel

2000 2022

6949 8883

1330 2665

19* 30*

5619 6218

2492 3371

Cranendonck

2000

7825

1594

20*

6231

2897

37*

166

108 100

Cranendonck

2022

8977

2668

30*

6309

3641

41*

158

164

88 82

100

Deurne

2000

11772

2506

21*

9266

4073

35*

154

160

99

De urne

2022

14019

4411

31*

9608

5213

37*

165 162

172 173

109 100

Eersel

2000

6656

1397

21*

5259

2293

34*

Eersel

2022

8352

2506

30*

5846

3121

37*

164

137 126

Eindhoven

2000

97135

40445

42*

56690

32038

33*

Eindhoven

2022

123763

60586

49*

63177

35545

29*

Geldrop-Mierlo

2000

83*

1212 1480

165

169 172

66* 60*

34789 46338

118 113

136 137

84 76

Geldrop-Mierlo

2022

18104

6089

34*

12015

6552

36*

13549 14248

79* 79*

3556 3872

135 136

147 149

91 88

Gemert-Bakel

2000

10077

2077

21*

8000

3408

34*

Gemert-Bakel

2022

13288

3997

30*

9291

4865

37*

11772 12859

10262 10941

87* 85*

1510 1918

152 164

160 176

95 97

Heeze-Leende

2000

5717

1146

20*

4571

2140

37*

2012 2022

6341

5848

171 170

175 176

117 118

2022

7004

2026

29*

4978

2761

6339

493 697

Heeze-Leende

7036

92* 90*

Helmond

2000

34152

10220

30*

23932

11978

35*

2012

38363

28949

75*

9414

133

81

Helmond

2022

42158

14970

36*

27188

14039

33*

Laarbeek

2000

7918

1527

19*

6391

2767

3S*

120

39*

Helmond

2022

41885

30511

73*

11374

122

136

83

Laarbeek

2012 2022

8755

7938

91*

817

100

Laarbeek

2022

9720

2779

29*

6941

3689

38*

8650

88*

1205

132 155

135

98S5

161

116

Nuenen, Gerwen en Nederwetten

2000

9108

19*

7332

3454

38*

2012 2022

9449 10527

8316 9113

88* 87*

1133 1414

152 152

161 162

82 84

Nuenen, Gerwen en Nederwetten

2022

10355

1776 2974

29*

7381

4076

39*

Oirschot

2000

6487

1375

2022

7979

2264

21* 28*

5112 5715

2208

Oirschot

3010

38*

Reusel-De Mierden

2000

4323

775

18*

3548

1389

32* 38*

Laarbeek Nuenen, Gerwen en Nederwetten Nuenen, Gerwen en Nederwetten

6004

34*

Oirschot Oirschot

2012 2022

6913 8227

6878

87* 84*

909 1349

156 159

165 172

98 93

Reutel-De Mierden

2012 2022

5021 5605

4566 4967

91* 89*

455 638

163 165

169 174

107 95

Reusel-De Mierden

2022

5583

1575

28*

4008

2140

Reusel-De Mierden

Som eren

2000

6631

1366

21*

5265

2169

Someren Someren

2012 2022

7236 8356

6138 7188

85* 86*

1098 1168

163 165

174 177

103 89

Someren

2022

8349

2459

29*

5890

3114

37*

5868

1266

22*

4602

2432

41*

Son en Breugel Son en Breugel

2012 2022

6437 7564

5851 6547

91* 87*

586 1017

154

160 161

97 96

Son en Breugel

2022

7501

2163

29*

5338

2759

37*

152

Valkenswaard

2000

34 S0

27*

9492

4851

37*

Valkenswaard Valkenswaard

2012 2022

13931 14965

10719

77*

83

Valkenswaard

2022

12942 14664

5246

36*

9418

5544

38*

11289

75*

85

Veldhoven

2000

16754

4168

25*

12586

6208

37*

Veldhoven

2012

18796

15122

Veldhoven

2022

20431

6721

33*

13710

7400

36*

Veldhoven

2022

20286

Waalre

2012

7030

16020 6114

88 87

Waal re

2000

6677

5024

Waalre

2022

7982

6587

83*

2022

7711

1653 2411

25*

Waal re

31*

5300

2603 2824

39* 37*

129 129

80*

3212 3676 3674

142 144

132

143

79*

4266

133

145

87*

916

138

1395

150

147 164

Son en Breugel

80 81

Bron: CBS

2000

33*

In Eersel is het aandeel 1+2 persoonshuishoudens in 20 jaar tijd gestegen van 55* naar 67*!

19

2.3.

Opgave 3: Versterken van het economisch Brainport-

In de Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant, een evenwichtige schaalsprong

ecosysteem op de schaal van de MRE

d.d. 31 mei 2022, waarmee op de Omgevingsdag van juni 2022 is ingestemd,

Subregio SGE: in de MIRT-studie Brainport 2040 (2020) werd niet alleen

hebben we met elkaar ‘uitgezoomd' naar het niveau van heel Zuidoost-

geconcludeerd dat het vestigings- en leefklimaat in toenemende mate

Brabant. We hebben toen met elkaar geconstateerd dat er sprake is van

doorslaggevend zijn voor het economisch succes van de regio. Ook werd in

één ecosysteem, maar dat de vier subregio's ook van elkaar verschillen.

die studie geanalyseerd dat het SGE geen homogene regio is. De verschillen

Inmiddels hebben vele van de kernen in de subregio's forse uitbreidingen van

zijn groot. Het westelijk deel van de regio (met name Eindhoven, Veldhoven,

bedrijventerreinen die het ecosysteem Brainport ondersteunen (denk aan

Best en ook Son en Breugel) beschikt over relatief veel arbeidsplaatsen. Het

toeleveranciers als bijvoorbeeld MCB, Wilvo en thematische bedrijventerreinen

oostelijk deel van SGE wordt gekenmerkt door relatief veel woningen. Deze

als het Kempisch bedrijvenpark in Hapert). Het mkb is in deze meer landelijke

verschillen tussen gemeenten in de regio komen terug in de ontwikkeling van

subregio's sterk ontwikkeld, met daarbij de opgaven op het gebied van de

arbeidsplaatsen. Duidelijk is dat recente successen in korte tijd een vlucht

toenemende complexiteit van bedrijfsprocessen, waardoor meer kennis van

hebben genomen. In ‘no-time' hebben plekken als High Tech Campus en ASML

onder meer digitale processen en systemen nodig is in de maakindustrie.

een internationale aantrekkingskracht verworven. Daarnaast dragen de ligging

Hieronder volgt een korte impressie van de subregio's met de specifieke

van Eindhoven Airport, waardoor een oriëntatie ontstaat tussen het centraal

opgaven:

station van Eindhoven en Noordwest-Eindhoven, en de ligging aan de A2/N2 bij aan een sterke bereikbaarheid van het westelijk deel van de regio. Opgemerkt

Subregio De Kempen, slimme maakindustrie: subregio met toeleverende

dient te worden dat het OV hier nauwelijks een rol in speelt. De westzijde van

industrie voor het HTSM-cluster. De autochtone beroepsbevolking groeit niet

het SGE werkt daarmee als een magneet op een groot gebied. Deze kent een

meer, waardoor de regio afhankelijk is van de instroom van arbeidskrachten.

dagelijkse pendel die vanuit alle windrichtingen ver reikt. Het oostelijk deel

Bedrijven in De Kempen zijn veelal onderdeel van de supplychain van de

laat een veel meer regulier patroon zien, wat we herkennen in meer generieke

Brainport. Die supplychain kenmerkt zich door veel interactie en hoogwaardige

regio's in Nederland: gemengde bedrijventerreinen met een minder sterke

maakindustrie. Het aantrekken van gekwalificeerd talent is een grote uitdaging.

vertegenwoordiging van bedrijven uit de HTSM-sector.

Voor deze bedrijven is het up-to-date blijven essentieel. Het netwerk met

Aan de westzijde van het SGE zijn werklocaties waar mensen vanuit alle

talent belangrijk. Aantrekkelijke werklocaties, goede verbindingen (ook voor

richtingen bereid zijn om ver te reizen voor werk. Aan de oostzijde is er

stagiaires), voorzieningen en een passende woningmarkt zijn essentieel om de

meer lokaal en subregionaal georiënteerde bedrijvigheid. Hierdoor profiteert

positie van De Kempen in de Brainport te bestendigen.

de regionale kennisinstellingen is essentieel. Hierbij is het aantrekken van

de oostzijde minder van de groei in het westelijke deel. De Automotive Campus - tussen Eindhoven en Helmond - verandert dit niet en bovendien

Subregio De Peel (excl. Helmond), makersdistrict en voedselproductie:

is deze campus meer georiënteerd op samenwerkingen met bedrijven en

economie gebaseerd op grote diversiteit aan mkb's. Profiel wordt gekenmerkt

kennisinstellingen in en rondom Eindhoven dan in en rondom Helmond.

door deels toeleveranciers voor HTSM en deels Agro-food. Een echt scherp profiel ontbreekt, er zijn omvangrijke bedrijventerreinen met ruimte extensieve

Werken - Grote verschillen in snelheden van banengroei

Q * 2,01 punt krimp O 1.0 * 2,01 punt krimp Ontwikkeling

O 0,5 * 1,01 punt k/i

Banengroei 2010-2018

O 0,5- 1,01 punt grc

Bron. CBS 2018

O *2,01 punt groei

0,51 punt verscf

O l.o- 2,01 punt grc

21

bedrijven en deze regio is minder kennisintensief dan De Kempen. Een

Cranendonck is de opgave om deze zware milieucategorie bedrijventerreinen

opvallend verschil met de westzijde van de Brainport is dat er hier minder

in te zetten in de vraag vanuit de regio(‘s) en mogelijk te combineren met een

banen dan werknemers zijn. Bij een toename van de bevolking zal dus - om het

cluster rondom innovatieve energie-opwek en (prefab-)bouw. Deze opgave kan

vergroten van vervoersbewegingen te vermijden - ook sterk ingezet moeten

een extra dimensie krijgen wanneer het sprinterstation van Maarheeze (dat

worden op een subregionale arbeidsmarkt. Het lijkt voor de hand te liggen

haar positie als regionale HUB-functie ziet groeien) gekoppeld kan worden aan

dat Helmond, met het stationskwartier als interactieplek, een katalyserende

dit profiel. Een ‘stedelijke ontwikkeling' (deels transformatie van het bestaande

rol voor het subregionale ecosysteem De Peel moet innemen. Dat vraagt

industrieterrein) rondom het station zou de plaats- en knoopwaarde kunnen

om gerichte programmering, zowel van de stedelijke werkmilieus met onder

versterken en de (nieuwe) economie van Cranendonck kunnen stimuleren.

meer kennisinstellingen, de bestaande bedrijventerreinen als de toe te voegen extra werklocaties, waaronder een regionaal bedrijventerrein De Peel (een

Opgave:

aandachtspunt is hier de bijdrage aan het subregionale economisch profiel).

De subregio's hebben als opgave in te zetten op een voldoende kwalitatief

Een sterk eigen profiel kan meerwaarde bieden aan het bestaande Brainport-

aanbod aan bedrijventerreinen en op het versterken van het vestigingsklimaat

ecosysteem (denk aan cross-over HTSM-Agro-food).

(aantrekkelijke werkomgeving, bereikbaarheid met de fiets en het OV, en interactie met andere bedrijven en kennisinstellingen) in de strijd om kennis en

Subregio A2-gemeenten, natuurbeleving en leisure: het merendeel van

talent. Bestaande én nieuwe bedrijventerreinen en werklocaties worden benut

de kernen binnen de A2-gemeenten ligt ingeklemd tussen hoogwaardige

om de economische meerwaarde te genereren van het Brainport-ecosysteem,

natuurgebieden (Strabrechtse Heide, Leenderbossen, Malpie, etc. zijn

inclusief het daarbij behorende brede mkb (zij vormen een hefboom voor

allemaal Natura 2000-gebieden). Dit wordt gezien als een kwaliteit.

verdere kwalitatieve ontwikkeling van de bedrijventerreinen en werklocaties).

Gemeenten Valkenswaard en Heeze-Leende zetten vooral in op de kwaliteit van het bestaande aanbod en het versterken van het aanbod op het gebied van toerisme, recreatie en leisure. Offline Valkenswaard is een duidelijke tegenhanger van de dynamiek van de internationaal georiënteerde Brainport. Gemeente Cranendonck heeft andere opties. Met de grote bedrijventerreinen rondom Budel (met zware milieucategorie) en de oude Philipsterreinen rondom station Maarheeze zijn niet alleen de ruimtelijke mogelijkheden groter, ook de ambitie van de gemeente Cranendonck reikt verder. Bovendien biedt de ligging aanknopingspunten voor een sterke eigen profilering: dicht bij de stad Weert in het grensgebied met het Vlaamse Hamont-Achel - Neerpelt. Voor

22

Brainport-ecosysteem (lessen Omgevingsdag 21 december 2022)

^

Groei en verandering leiden ertoe dat bedrijven vertrekken en zich elders vestigen en dat proces nodigt andere bedrijven uit om zich te vestigen op

Kansen

een betere locatie. Dit ‘schuifpuzzel'-effect zorgt voor dynamiek in de regio

^

Zuidoost-Brabant vormt één Brainport-ecosysteem, wat impliceert dat

en vraagt ook continu aandacht (ontstaan gewenste bewegingen, dus waar

de gebieden er binnen tezamen, met hun eigen kwaliteiten, bijdragen

gaan bedrijven naartoe?).

aan de kracht van het ecosysteem. Hier ligt een kans voor gebieden (en

^

(nieuwe) inwoner van 2040?

gemeenten) om zich te profileren met lokale kwaliteiten. Door de krachten te bundelen versterkt het totale ecosysteem. ^ ^

combinatie van onderwijs, sport en cultuur.

immers goed geworteld in hun omgeving. Dit is een waarde die we willen

De bouwopgave van de hele regio is fors én er is een versnelling nodig. Dit

behouden.

voor die subregio om de bouwsector stevig te positioneren. Dit vraagt een keuze in profilering en fysieke ruimte om te ontwikkelen. Er is steeds meer sprake van een systeem waarin denken en maken verspreid zijn over de regio. Dit vult elkaar aan. We willen ambitieus verder bouwen aan een ecosysteem dat nieuwe samenwerkingen, bedrijvigheid en producten voortbrengt. We ontwikkelen slimme dingen en maken ze ook en innoveren elke dag. Dit biedt een gevarieerde arbeidsmarkt. Zorgen/aandachtspunten Aandacht behoeft het sterke accent op techniek; het economisch profiel moet niet te eenzijdig zijn, want dat maakt kwetsbaar. ^

In Zuidoost-Brabant zien we een hechte relatie tussen lokale ondernemers en de samenleving/het verenigingsleven (sponsoring). De ondernemers zijn

subregio is de bouwsector sterk vertegenwoordigd. Dit leidt tot een kans

^

^

Er ontstaan kansen voor versterking van De Kempen Campus, door een

biedt kansen om op een innovatieve manier aan de slag te gaan. In de A2-

^

We willen meer weten over het werkmilieu van de toekomst, wat past bij de

We hebben in de regio een mkb dat ook grotendeels in verband kan worden gebracht met de Brainport-economie. Dit mkb ligt verspreid over de regio, breidt ook stevig uit en moet ook goed bereikbaar blijven (wat kostbaar is!).

Daily Urban System - Grote concentratie van banen in Stedelijk Gebied Eindhoven

61

van de banen in Asten wordt

ingevuld door iemand van buiten

In Eindhoven wonen 114.400 werknemers In Asten zijn er slechts 0,74 banen per in de gemeente woonachtige werknemer - veel mensen moeten dus reizen voor

het weik

Woonregio s

In Eindhoven 175.200 banen

werkregio s

* 1 000

Nederland

8125.7

10.6

14,6

Asten

Asten

Bergeijk

Bergeijk

Best

Best

Bladel

Bladel

Cranendonck

^

Cranendonck

De urne

Deume

Eersel

Eersel

Eindhoven

Eindhoven

Geldrop-Mierlo

Geldrop-Mierlo

Gemert-Bakel

Gemert-Bakel

Heeze-Leende Helmond Laarbeek

Heeze- Leende

41,5

Helmond Laarbeek

Nuenen, Gerwen en Nederwetten

Nuenen, Gerwen en Nederwetten

Dfrschot

Oirschot

Reuse -De Mierden Someren

J 5

0,71

Reusel-De Mierden Someren

Son en Breugel

Son en Breugel

Valkenswaard

Valkenswaard

Ve dhoven Waalre

iron C3S

Veldhoven Waalre

Kempen Peel A2

28 42 22

36 60 32

28,6 42,1 24,2

2 79,6796

70,40oZo 76,830Zo

7 18 7

20,330Zo 29,600Zo 23,170Zo

SGE

313

251

179,9

71,820Zo

71

28,180Zo

Totaal

405

378

274,8 r 74,680Zo

103

25,320Zo

0 096 24,8 5996 1,1 596 16,2 596

CM

c 1,9 796 0,6 196 10,8 4996

4,1 1596 6,4 1596 4,4 2096

10,9 396

165 5396

18,4

24,4

6696

8796 r

Werknemers van buiten regio

c c

Werknemers uit regio

1

c 0)

Kempen

c

SGE

o í

5)

2

Peel

c

0) c (0 «

g

#werknemers buiten regio werkzaam

I

#werknemers binnen regio werkzaam

Daily Urban System - 50 tot 700Zo van de werknemers reist binnen de eigen subregio

4

1396

0

31,8

10

096 r

7696 r

2496

0,9 496

17,2

7896

5 2296

9,2 396

201,3 64%

112 36%

131

25

2.4.

Opgave 4: Regionale bereikbaarheid garanderen

daarvoor zeer aantrekkelijk. Ook stedelijk mobiliteitsbeleid en de groei van een

Met de schaalsprong in het SGE is gekozen voor een meer hoogstedelijk milieu

jonge, hoogopgeleide, stedelijk georiënteerde en duurzaam-minded populatie

in het hart van Zuidoost-Brabant. Om de internationale concurrentiepositie

draagt bij aan meer lopen, fietsen en OV-gebruik en minder autogebruik.

te versterken is stedelijke massa en stedelijke kwaliteit (nabijheid van

Buiten het stedelijk gebied is de situatie omgekeerd. In de suburbane en

voorzieningen) een basisvoorwaarde. De relaties tussen steden worden

dorpse milieus is de auto juist dominant bij verplaatsingen buiten de eigen

intensiever, de regio is onderdeel van het Nationaal Stedelijk Netwerk en heeft

kern. Doordat de verplaatsingsafstanden naar werk en voorzieningen

via spoor en luchthaven belangrijke internationale verbindingen.

toenemen, neemt buiten het stedelijk gebied het autogebruik toe, ook op plekken waar geen bevolkingsgroei meer is. Er is dus een toenemend verschil

Het Verstedelijkingsakkoord van het SGE zet in op het bereiken van

in mobiliteitsgedrag tussen stedelijk gebied en daarbuiten. De opgave is om

hoogstedelijke milieus waarin stedelijke massa en intensieve functiemenging

de mobiliteitstransitie in stedelijke gebieden goed te ondersteunen. Deze is

in wonen, werken en voorzieningen draagvlak creëren voor meer stedelijke

immers randvoorwaardelijk om de stad intensiever te kunnen gebruiken en

voorzieningen. Dat is met name belangrijk om de stedelijke economie

tegelijkertijd kwaliteit toe te voegen. Buiten de steden is het net zo belangrijk

verder te ontwikkelen en om in de ‘battle for talent' een stevig stedelijk

om de intensieve relaties tussen het stedelijk gebied en werkgebieden,

woonmilieu en voorzieningenaanbod neer te kunnen zetten. Centra van deze

suburbane kernen en kleinere kernen te faciliteren. Die opgave werkt twee

ontwikkeling vormen de intercityknopen van Eindhoven en Helmond voor een

kanten op. Vanuit de suburbane gebieden is het nodig beter aangehaakt te zijn

verdere uitbouw van de verbindingen via het treinnetwerk, zowel regionaal

op het OV-netwerk, bijvoorbeeld voor de economische noodzaak om bereikbaar

(als bestemmingen van het OV), op de schaal van de Brabantse steden, in

te zijn voor jonge hogeropgeleiden die wonen in stedelijke milieus. Omgekeerd

het Nationaal Stedelijk Netwerk als internationaal. Daarmee ontstaat een

zullen de centra van Eindhoven en Helmond en de stedelijke werkgebieden

versterkend systeem van agglomeratievorming dat toegang geeft tot een

(campussen) toegankelijk blijven voor de dorpen en grotere kernen die

aantrekkelijk stedelijk milieu, economie en topvoorzieningen. Deze ontwikkeling

onderdeel zijn van het Daily Urban System Zuidoost-Brabant. Dit vraagt denken

leidt tot een mobiliteitstransitie in de stedelijke gebieden en dat heeft gevolgen

in reisketens en multimodaliteit om gescheiden systemen te voorkomen.

voor de mobiliteit in Zuidoost-Brabant. Met de keuzes uit het Verstedelijkingsakkoord SGE en het mobiliteitsbeleid In het stedelijk gebied van Zuidoost-Brabant groeit het aandeel OV- en

loopt het huidige mobiliteitssysteem vast bij een hoge economische

fietsgebruik en neemt het autogebruik relatief af (modal split verandert).

groei. De IMA (Integrale Mobiliteitsanalyse (*1)) laat zien dat ondanks de

Binnenstedelijk neemt het autoverkeer zelfs af. Deze ontwikkeling wordt

voorziene weguitbreidingen grote delen van het Brabantse hoofdwegennet

veroorzaakt doordat de stedelijke centra van met name Eindhoven en Helmond

overbelast zijn in 2040. Een verdere uitbreiding van het wegennetwerk op de

verdichten, leefbaarheid steeds nadrukkelijker als hefboom wordt gebruikt

schaal van de opgave die de IMA laat zien is ruimtelijk, financieel en vanuit

voor heroverweging van bestaande verkeersstructuren en de relaties tussen

duurzaamheidsperspectief moeilijk voor te stellen. Bovendien biedt zo'n aanpak

de steden (ook buiten Zuidoost-Brabant) groeien. Verplaatsen in de stad en

vaak maar tijdelijk een oplossing. Zuidoost-Brabant bestaat voor een groot

tussen steden wordt daardoor steeds belangrijker en de fiets-treinmobiliteit is

deel uit suburbane kernen. De afstand tussen die kernen en de centra van

Daily Urban System - Dorpskernen zijn integraal onderdeel geworden van het stedelijk systeem (Tordoir) GEM. DAGELIJKSE VERPLAATSINGEN*

Sint-Michielsgestel

Tijdsperiode: 2004-2015 0-60

laaren

Lijnen

Udenhout

60 - 230

rtt-Oedenrode

230-310

;emert

310-520

Moegestel

520- 1030 1030-t-

Neg.

Pos.

Choropleth

Gemeentelijke saldi inen uitgaande stromen

0-260 260-910

Mierlo

910-1900 1900-4290

ELDHOVEN

4290 - 10990

imeren

10990+ *Alleen relaties met meer dan 103 interacties weergegeven

ilkenswaardLeende

27

Eindhoven en Helmond is 10-20 km. Deze ruimtelijke ordening leidt tot een hoog autogebruik. De dorpen van Zuidoost-Brabant kennen lage dichtheden

Regionale bereikbaarheid (lessen Omgevingsdag 21 december 2022) Kansen

met doorgaans niet-gereguleerd parkeren voor de deur en in de basis een

^

goede auto-ontsluiting. De woon-werkafstanden en de afstand tot de stedelijke centra zijn voor velen nog te groot voor fietsen. De dichtheden zijn te laag en

draagvlak rond haltes/stations toeneemt, kan het OV-gebruik groeien. ^

de afstanden te kort voor concurrerend OV, versterkt door het feit dat maar

ontmoetings-, groene en/of speelruimte. ^

uitzondering van het stationsgebied/centrum van Eindhoven, gericht zijn op de (snel)wegontsluiting. Goede autoverbindingen maken mogelijk dat mensen in

Minder auto's in de straat betekent ook dat er minder ruimte nodig is voor parkeren. Hierdoor is er meer ruimte beschikbaar als gezamenlijke

weinig kernen een station hebben (buiten het SGE alleen Deurne, Maarheeze, Heeze). Een andere factor in dit systeem zijn de grote werklocaties die, met

Verstedelijking kan mobiliteitstransitie bevorderen, want omdat het

De mobiliteitstransitie kan ook helpen bij andere opgaven, denk aan gezondheidsvraagstuk, klimaatopgaven.

^

Bereikbaarheid vraagt niet alleen om fysieke oplossingen. Het werken op

rurale en dorpse gebieden kunnen wonen en tegelijkertijd kunnen profiteren van

afstand (thuis werken) en virtuele mobiliteit bieden de kans om verbinding

voorzieningen elders. Om de regio bereikbaar en leefbaar te houden moeten

te hebben zonder verplaatsingen.

we fors inzetten op een mobiliteitstransitie. De opgave is om de groei van automobiliteit in heel Zuidoost-Brabant af te buigen zonder de bereikbaarheid

Zorgen/aandachtspunten

en uitwisseling op te geven.

^

Binnen Zuidoost-Brabant gaat het om: ‘en-en', dus een goede bereikbaarheid per auto én per OV, fiets en smart oplossingen. Grote delen

Opgave:

van de regio zijn vanwege hun ruimtelijke kenmerken en verbindingen

De stedelijke ontwikkeling van Zuidoost-Brabant moet inzetten op een brede

veelal aangewezen op het gebruik van de auto.

mobiliteitstransitie, in combinatie met de robuuste randen, bundelroutes (o.a.

^

OV buiten de stad kan niet concurreren met het gebruik van de auto, qua

N279, N612, A67 incl. de Zuidelijke Ontsluiting) en inprikkers. Zo kunnen we

comfort, bereikbaarheid en snelheid. Alternatieven (bijv. snelfietsroutes,

plekken die van de auto afhankelijk zijn ook in de toekomst bereikbaar houden.

busverbindingen en smart oplossingen) voor die verplaatsingen vergen

Dat betekent dat we een programma (wonen en werken) zullen inzetten om

maatwerk en vaak ook forse investeringen.

deze ontwikkeling daar waar mogelijk te stimuleren en kansen die zich in het

^

De werklocaties moeten goed bereikbaar zijn en ook dit vraagt om

huidige netwerk voordoen te verzilveren. Huidige stationsomgevingen/HOV-

maatwerkoplossingen. Kenniswerkers stellen in het algemeen andere

knopen hebben vaak nog te weinig plaatswaarde: naast een goede verbinding

eisen aan bereikbaarheid dan werknemers in de maakindustrie. De

is er op de plek zelf nog ‘weinig te doen'. Het verdichten rondom knopen helpt

verkeersstromen en bereikbaarheidsoplossingen zullen afgestemd moeten

om plaatswaarde te vergroten en daarmee OV-gebruik te stimuleren.

zijn op de economische profielen.

(*1) Integrale Mobiliteitsanalyse (IMA) d.d. juni 2021, brengt potentiële mobiliteits- en bereikbaarheidsopgaven op de lange termijn in beeld. Het gaat hierbij om het vervoer van personen en goederen over wegen, vaarwegen, spoorwegen en het bus-, tram- en metronetwerk op nationale schaal.

Bereikbaarheid - OV+fiets-bereikbaarheidsverschillen zijn groot in de regio 'JlCţcht l MSI

Eindhoven:

Deurne:

Binnen een uur

Binnen een uur

in Breda en Utrecht

in ‘s-Hertogenbosch en Tilburg

o

SGE

o

LU LU

Q. HřötMTj»*n

Maarheeze:

Eersel:

Binnen een uur in ‘s-Hertogenbosch

Binnen een uur loorise en Drunense Duinen

O

in Eindhoven

O

en Tilburg C?

\~

P

'V'eli

Nationaal Park De

D ” Mwsdwnen

A2

H,...

R" fīļp'nt

Q. 2 LU ÏÉ

Bereikbaarheid - Het regionale autosysteem loopt vast

30

2.5.

Opgave 5: Relatie stad en dorp met landschap als drager

de regio zijn complementair aan het SGE, zeker na de schaalsprong van

voor de ruimtelijke identiteit van Zuidoost-Brabant

62.000 woningen.

In de definitie van de ruimtelijke identiteit is de onmiddellijke nabijheid

^

Juist ook voor de kleinere kernen in Zuidoost-Brabant zijn bestaande

van het landschap en de dorpen een belangrijk onderdeel. Kernkwaliteiten

landschapsstructuren en beekdalen kansen om de verbindingen tussen

zijn afwisseling, schaal (van kleine tot stevige waardevolle natuur- en

dorp en ommeland te versterken. Het beekdal is in de huidige situatie vaak

cultuurlandschappen) en de toegankelijkheid. De beekdalen, de akkers en de

smal gedimensioneerd en er liggen functies in die ‘niks met de kwaliteit van

weilanden nemen in de beleving van de Brabantse dorpen een belangrijke

de beek doen'. Kansen zijn er voor waterberging, natuur, natuur-inclusieve

positie in. De groene, blauwe en recreatieve aders tussen stad, dorp en land zijn

(stads)landbouw, recreatie, cultuurhistorie, CO2-opslag en koelte in strijd

de stepping stones tussen de steden, dorpen en de grotere natuurgebieden.

tegen de opwarming van de stad.

Door de gebieden lopen fiets- en wandelroutes die je in korte tijd van hartje stad naar midden in de natuur voeren. Die afwisseling is onderdeel van de

De opgave:

dagelijkse beleving van de bewoners van Zuidoost-Brabant; onderweg naar

De bestaande stad/dorp-landverbindingen koesteren we en bouwen we uit.

werk of sport, een blokje om met de hond of een fietstocht in het weekend. Die

De beken nemen daarin een speciale positie in. Kernwoorden hierin zijn kiezen

alledaagse beleving is waardevol en een kernkwaliteit van de regio, maar wordt op een aantal fronten bedreigd:

voor een royale maat, beleefbaarheid, toegankelijkheid en het aanscherpen van

^

Open ruimte is kwetsbaar. De uitleg voor wonen, werken en mobiliteit van

‘uitlegzones' van de afgelopen decennia kritisch langslopen op toegankelijkheid

de afgelopen decennia heeft de ‘gemakkelijke' plekken grotendeels benut

van het landschap en kwaliteit van het overgangsgebied; transformaties

en het bebouwd gebied nadert waardevolle landschappen, natuur en

inzetten om kwaliteit te maken en verbindingen te leggen; zichtbaarheid van

ruimtelijke buffers. Bij iedere uitleg van wonen en (grootschalig) werken

beken in stedelijke gebieden versterken; voorkomen dat door nieuwe uitleg het

wordt de afstand van het bestaande bebouwde gebied tot het groen ook

landschap verder weg komt te liggen en er een dikke onaantrekkelijke rand

groter. Zeker als in die uitleg geen kwalitatief hoogwaardig en toegankelijk

ontstaat tussen stad en landschap. Dat ondermijnt de ruimtelijke identiteit van

groen is opgenomen. In delen van stedelijk Brabant dreigen natuur en

de dorpen en steden in Zuidoost-Brabant.

landschap daarmee iets van ver weg te worden, waardoor een belangrijke kwaliteit wegvalt. ^

In het buitengebied dat niet behoort tot de erkende natuur- en cultuurlandschappen staat de kwaliteit onder druk: schaalvergroting in de landbouw, slechte luchtkwaliteit door intensieve veeteelt en ruimteclaims vanuit tal van functies (van recreatie en opslag tot luxe woningen), die niet altijd bijdragen aan de gebiedskwaliteit. Juist de gemengde buitengebieden direct nabij de grote en middelgrote steden, met dorpen en gehuchten, zijn een belangrijke kwaliteit van Stedelijk Brabant. De landelijke delen van

het contrast en de wisselwerking met stedelijke kwaliteit. De opgaven zijn: de

31

Dorpen en stad (lessen Omgevingsdag 21 december 2022) Kansen ^

Elk dorp en elke stad heeft zijn eigen historische, sociale en/of culturele identiteit. Brabanders zijn daar trots op. Deze identiteit biedt de kans om ook bij een forse verdere verstedelijking deze kwaliteit te benutten en de onderlinge verschillen in deze identiteit te behouden.

^

Voor de ruimtelijke kwaliteit is het van belang de eigen ruimtelijke identiteit te benutten en te versterken. Het is een kans om op de langere termijn ook in de nieuwbouw en uitbreiding de onderlinge verschillen tussen de dorpen en steden te versterken.

^

Voor de profilering van de gebieden (en gemeenten) is de eigenheid, authenticiteit en identiteit van belang. Hiermee wordt de basis gelegd voor ruimtelijke kwaliteit.

Zorgen/aandachtspunten ^

Bij inbreiding en verdichten gaat het om de balans tussen het toevoegen van (het goede) programma en het ‘dichtzetten' van de ruimte waardoor groen in het bebouwde gebied verdwijnt.

^

Eenmalige uitbreiding is voor altijd uitgebreid, en dit doortrekkend naar de toekomst blijft er steeds minder landelijk gebied over. Aandachtspunten zijn dan ook: op welke locaties is uitbreiding gewenst en versterkt het de dorpen en steden, en dus ook waar (willen) we niet bouwen? Wat betekent dit voor de periode 2030 - 2040 en voor de periode erna?

Ruimtelijke tijdslagen - Waar komen we vandaan? Voor 1870 - Geïsoleerde dorpen I Tussen zand en beken

1950-1990 - Introductie van de auto maakt expansie mogelijk Eindhoven krimpt van 250 naar 40 inwoners per hectare

x

1870-1950 - Geconcentreerde groei langs kanalen, spoor en tram Eindhoven groeit van 70 naar 250 inwoners per hectare

Na 1990 - HOV f fiets ais níeuwe structuurdragers, inzet op maximaliseren Interactie en nabijheid Moe gaan we ons tof deze w'euwe werkelijkheid verhouden?

Ruimtelijke tijdslagen - Dorps versus stedelijk woonproduct

Groei- Na 1950 is de dorpskern uitgebreid met woonproducten voor een stedelijk marktgebied Van wonen aan de markt (met gemeenschappelijke dorpspomp, muziekkiosk en kerk) naar wonen aan een generieke straat met rijtjeswoningen, tweekappers en auto's voor de deur

Ruimtelijke tijdslagen - Schaalvergroting

Natuur/landschap - Nieuw kwalitiatief landschapsproduct in 'contramal' van de stad

Van Gogh Nationaal Park. Een landschap vol slingerende beken, uitgestrekte natuurgebieden, vitaal boerenland, landgoederen en prachtige stads- en dorpsgezichten.

Brainport

Grensoverschrijdend park De Groote Heide met toegangspoorten in Eindhoven (Genneper Parken), Valkenswaard (De Malpie), Heeze (De Plaetse), Soerendonk (Baronie) Helmond

Valkenswaard

Heeze-ieendc

Craenendonck

Turnhout

Hamom-Achel

Neerpelt

Hoofdstuk 3

Ontwerpend Onderzoek

37

3.1.

Duiding van de opgaven, grip op de getallen

Een evenwichtige schaalsprong, waar hebben we het over? De kern van de

Van de opgave trekken we de al gerealiseerde woningen van 2020 en 2021

opgaven - deze is ook in het MIRT-onderzoek 2020 geduid - is het behouden

af (op basis van het CBS). Dit zijn er circa 10.000 voor Zuidoost-Brabant.

en versterken van de economische toppositie van de Brainportregio. De regio

Deze woningen zijn immers al gerealiseerd.

heeft hiervoor een groeiambitie uitgesproken naar 100.000 woningen en

De Woondeal gaat uit van minimaal 45.130 woningen voor heel Zuidoost-

honderden hectare extra bedrijventerrein én de bereikbaarheid van de hele regio

Brabant tot 2030.

in de periode tot 2040.

De regio beschikt over circa 25.500 woningen in harde plannen.

In het ontwerpend onderzoek - dat moet leiden tot richtinggevende keuzes

planologische voorbereidingsplannen. We gaan ervan uit dat de aantallen

en ontwerpprincipes - zitten we in de fase waarin we getallen (opgaven) en

in deze twee categorieën de komende periode ‘hard' worden, en dus

ruimtebeslag bij elkaar brengen. Er is de afgelopen jaren al veel gebouwd in

gerealiseerd in navolging van de afspraken uit de Woondeal. Opgeteld is

Zuidoost-Brabant (ca. 13.000 woningen), maar we hebben ook gemerkt dat

dit bijna het minimale aantal van 45.130 woningen. Hier hoeven we dus

plannen niet de eindstreep halen. Er is (9 maart 2023) een Woondeal gesloten

geen planruimte meer voor te vinden. Dit aantal halen we dan ook af van de

over het realiseren van minimaal 45.130 woningen tot 2030 én er zijn aardig

130.000.

wat plannen/ambities in de regio aanwezig.

De regio heeft ook circa 29.000 woningen in zachte plannen. Dit zijn

Om grip te krijgen op de omvang van de opgaven waarvoor we gezamenlijk

met de provincie heeft plaatsgevonden. De vraag is ook of de plannen

richtinggevende keuzes richting 2040 moeten maken, gaan we uit van de

matchen met de principes bodem en water sturend én of deze plannen

onderstaande redenering, vertrekpunten en getallen voor wonen en werken.

logischerwijs aansluiten bij de richtinggevende keuzes die we nu met elkaar

Wonen

woningen er niet zijn.

^

We gaan uit van een ambitie/opgaven van 100.000 woningen in de periode

We respecteren en gaan uit van hetgeen is afgesproken in het

2020-2040.

Verstedelijkingsakoord van het SGE. Daarin is de ambitie opgenomen om in

Om 100.000 woningen te kunnen maken zoeken we planruimte voor 130^o.

de periode 2020-2040 62.000 woningen te realiseren. Hier zit al een extra

Dit komt neer op 130.000 woningen. Dit doen we omdat we weten dat niet

ambitie in ten opzichte van de autonome groei.

alle plannen de eindstreep halen. We hebben niet het doel om 130.000

De A2, De Kempen en De Peel hebben een autonome groei van 12.500

woningen te realiseren, maar nemen in dit ontwerpend onderzoek dat

woningen tot 2040. Dit betekent dat er een extra sprong van circa 25.500

De regio beschikt over circa 12.500 woningen in ontwerpplannen en

plannen waarover nog geen regionale afstemming en geen afstemming

oplijnen. Voor het ontwerpend onderzoek (deze fase) doen we of die 29.000

^

^

aantal als zoekrichting mee.

woningen te maken is om bij de ambitie van 100.000 woningen te komen

We zijn uitgegaan van de aantallen die voortkomen uit de

(immers: 62.000 + 12.500 = 74.500 > 100.000 - 74.500 = 25.500).

inventarisatieronde in het kader van de Woningbouwmonitoring (Bron:

Deze extra sprong van 25.500 woningen verdelen we - voor het doen van

Woningbouwmonitor Noord-Brabant, september 2022) die door de

het ontwerpend onderzoek - naar rato van de demografie over de A2, De

provincie in de zomer van 2022 is gemaakt.

Kempen en De Peel.

38

Ambitie 6 autonome opgave 2040

Verstedelijkingsakkoord SGE

Ambitie naar 100.000 * opgave van

Saldo opgave VS reeds gerealiseerd 2020 8 2021

Reeds gerealiseerd in 2020 6 2021 deze aantallen trekken we van de opgave af!

Stap naar 100.000 vraagt een planvoorraad van 130S

62.000

62.000

6.511

55.489

73.589

A2

2.425

2.425

507

1.918

2.493

Do Kempen

3.575

3.575

889

2686

3.479

De Peel

6.535

6.535

773

5.762

7.491

25.465

31.651

91.320

118.703

25.465 74.535

Totaal

100.000

8.680

Tabel: Grip op de woningbouwcijfers (Bron Woningbouwmonitor PNB zomer ‘22)

Opgaven in Woondeal tot 2030

Roods gerealiseerd in 2022

Minimalo opgave woondeal minus aantal gerealiseerd in 2022

Harde plannen

Ontw. plannen A Planologische voorbereiding

Potentiële capaciteit

opgave 2040

(zacht-zacht)

Verstedelijkingsakkoord SGE

6.200

26.675

A2

6.645

185

De Kempen

9.163

1.475

21.315

2.695

43.342

31.030

De Peel

PM

Ambitie 8 autonome

PM

Totaal

Tabel: Behoefte aan planruimte richting 2040 en inzicht in ‘zachte plannen'

Nog te plannon tbv Woondeal 2030

Voor Zuidoost-Brabant zoeken we - inclusief 30To overprogrammering - nu nog planruimte voor circa 43.000 woningen tot 2040. Let op: hierin zit dus feítelijk 30To te veel!

Verstedelijkingsakkoord

SGE

35.785

3.488

32.297

20 950

7.765

3.582

We houden in het ontwerpend onderzoek - voor het laden van de

A2

2.065

201

1.864

1.230

750

-116

perspectieven - rekening met een opgave van 43.000 woningen.

De Kempen

2 645

374

2.271

1.500

1.370

-589

De Peel

4 635

535

4.100

1.980

2.615

-495

45.130

4.598

40.532

25.660

12.500

2.382

PM

Totaal

Tabel: Woondeal 2030

39

Werken

^

Voor werken is in het MIRT-onderzoek 2020 de ambitie opgenomen om te groeien met 72.000 arbeidsplaatsen voor het SGE. Dit zegt echter niets

Totale vraag EIB Laag

Totale vraag EIB

tot 2030

Hoog tot 2030

Doorkijk naar EIB Hoog 2040 * *296 ha. voor heel MRE

over het ruimtebeslag dat daarvoor nodig is én geeft geen beeld van de groei voor de A2, De Kempen en De Peel. ^

Wij baseren ons voor het ontwerpend onderzoek op de prognose van de provincie op basis van het STEC-rapport Behoefteraming

167

255

329

A2

21

32

106

De Kempen

43

60

134

De Peel

36

53

127

267 Ha.

400 Ha.

696 Ha.

Verstedelijkingsakkoord SGE

bedrijventerreinen Noord-Brabant, d.d. 1 september 2022. ^

De scope is wederom 2040, én in navolging van de groeiambitie voor wonen gaan we ook hier uit van het hoge scenario. Dit betekent dat we uitgaan van EIB Hoog, dat toeziet op een behoefte aan bedrijventerreinen

Totaal

en werklocaties van 696 hectare tot 2040. ^

Een belangrijke kanttekening hierbij is dat provincie en regio bij deze prognose aantekenen dat er behoefte is aan een visie op het economisch profiel, om daarmee tot een afgewogen selectieve groei te komen.

Toename van 296 ha. EIB Hoog gelijk verdeeld over vier subregio’s

Tabel: Inzicht in bestaande plannen

Daartoe stellen zij een visie werklocaties en daaropvolgend een Regionaal Programma Werklocaties op. ^ ^

Harde plannen

Zachte plannen

Totaal hard * zacht

Voor bedrijventerreinen hanteren we geen overprogrammering, omdat de hectares in het EIB Hoog al fors zijn.

Verstedelijkingsakkoord

De STEC-rapportage geeft een beeld van de behoefte tot 2030 per

SGE

85

140

225

A2

1

152

153

De Kempen

20

9

29

De Peel

27

45

72

133 Ha.

346 ha.

479 ha.

subregio. De doorkijk naar 2040 is voor Zuidoost-Brabant gemaakt. Wij hebben de stap naar 2040 - lees +296 hectare voor Zuidoost-Brabant gelijkwaardig verdeeld over de vier subregio's. ^

De regio heeft voor bedrijventerreinen circa 133 hectare harde plannen (d.d. 1 januari 2022). Deze worden gerealiseerd.

^

De regio heeft voor bedrijventerreinen circa 433 hectare zachte plannen (Bron: STEC-rapportage, d.d. 1 september 2022). Deze zijn verschillend. We kunnen er dan ook niet van uitgaan dat alles hiervan ooit gerealiseerd wordt.

Totaal

Tabel: Nadere afweging van plannen en hectares

40

Gemeente

Er zijn ook veel zachte plannen met een beperkte omvang Bedrijventerrein

Hectares

(alles onder 10 hectare) waarvan we aannemen dat deze óf gerealiseerd worden, óf een beperktere impact hebben op het

Cranendonck

Metalot

77

Cranendonck

Nassau Dietz Kazerne

40

Esp Noord

20

Poort43

20

Reg. bedrijventerrein

60

NB De komende periode wordt voor het regionale bedrijventerrein

Eindhoven Heeze-Leende Helmond

Tabel: Nadere afweging van plannen en hectares

EIB hoog tot 2030 VS hard plannen + selectie zacht plannen

EIB hoog tot 2040 VS hard plannen * selectie zacht plannen

Verstedelijkingsakkoord SGE

50

124

A2

16

90

De Kempen

31

105

De Peel

42

116

138 Ha.

435 ha.

Totaal

Tabel: Behoefte planruimte 2040

totale systeem op de schaal van Zuidoost-Brabant. De Peel en regionale bedrijventerrein De Kempen een en ander duidelijker. Hier zoeken we de afstemming mee.

41

3.2.

Vertrekpunt, bodem en water sturend en bestaande plannen

De opgaven waar de regio Zuidoost-Brabant voor staat richting 2040 zijn fors. Het maken van toekomstvaste richtinggevende keuzes doen we niet vanaf een blanco ondergrond. Een van de belangrijkste richtinggevende kaders vinden we in het principe dat bodem en water sturend zijn voor de ruimtelijke inrichting van ons land. Voor een robuuste en klimaatadaptieve inrichting is het belangrijk om de water- en bodemstructuur goed mee te nemen in de afweging van nieuwe ontwikkelingen. Hiervoor sluiten we aan bij de Signaleringskaart watersysteem van de Waterschappen. De drie categorieën in de signaleringskaart (groen, oranje en rood) hebben wij vertaald naar onze

’

Plaatje links: signaleringskaart

basiskaart.

^

Plaatjes rechts: voor de SGE nemen we het

We onderscheiden daarin: ^

Blauw > Niet geschikt voor verstedelijking vanuit het watersysteem

^

Grijs > Beperkt geschikt voor verstedelijking vanuit het watersysteem

^

Groen > De Brabantse natuurgebieden

^

Geel > Geen restricties vanuit natuur, bodem en water

Afsprakenkader als uitgangspunt. ^

Plaatje onder: Brainportdeal 2030 (MIRT-afspraken 2022) UITKOMSTEN BRAINPORTDEAL 2030 - BO MIRT NOVEMBER 2022

Ondanks de forse opgaven tot 2040 is een ruime meerderheid van de

1.59 miljard voor verbeteren bereikbaarheid on versnellen woningbouw in Metropoolregio Eindhoven

woningen, de werklocaties en het mobiliteitssysteem nu al bestaand. Op dit moment werken we aan woningbouwplannen, plannen voor werklocaties en interventies gericht op mobiliteit. Hierom beginnen we niet bij nul, maar bouwen we voort op de bestaande situatie en respecteren we de bestaande plannen. Op het abstractieniveau van de hele regio maken we gebruik van de basiskaart met de bestaande plannen (wonen, werken en mobiliteit). Voor mobiliteit zijn hierop de MIRT-afspraken 2022 opgenomen.

MOV4fO»Rvn*nnehr«cti

ŗ-

Basiskaart - Huidige situatie

Let op: in nevenstaande kaart is geen volledigheid betracht en het is geen beleid. De kaart dient alleen als orde van grootte visualisatie voor het ontwerpend onderzoek.

LEGENDA

* Spoor Hoofdweg

R R G D H —

Bestaande stedelijk gebied Bestaande bedrijfsgebīed Lage dichtheid gebied (òtxixbuom) Dichtbevolkt gebied (äOOxWOm) Zeer dichtbevolkt gebied (500x500m) Beken

R R

Geen restricties natuur, bodem en water Vanuit watersysteem en natuur Beperkte geschiktheid vanuit watersysteem en natuur Niet geschikt voor verstedelijking vanuit het watersysteem

Basiskaart - Bestaande woningbouwplannen AFSPRAKENKADER SGE

Reken

Best 4.100 Eindhoven 38.300 Geldrop-Mierlo 2.700 Helmond 15.800 Nuenen 2.900 Oirschot 1.600 Son en Breugel 900 Veldhoven 6.100

Let op: in

Waalre 1.900

nevenstaande kaart

Totaal = 74.300

is geen volledigheid betracht en het is geen beleid. De kaart dient alleen als orde van grootte visualisatie voor het ontwerpend onderzoek.

LEGENDA

^ Spoor Hoofdweg De Kempen « 1500 harde plarnen t 1370 ontwerp A2 - '233 harde plannen * 75C ontwerp De Ped » 1980 harde plannen * 2615 ontwerp Totaal - 47 lü harde plannen 14735 ontwerp (9445)

AANTAL PLANNEN OVERZICHT Asten * 39 C uitbreiding * 45 inbreiding (435) Bergeijk * 380 uitbreiding * 285 inbreiding (565) Bladel - V55 uitbreiding * 640 inbreiding (1205) Cranendonck - 340 uitbreiding * 300 inbreiding (640) Deurne - 320 uitbreiding * 1380 inbreiding (2040) Earstl - 240 uitbreiding » 145 inbreiding (385)

Gemert-Bakcl - 61t uitbreiding * 560 inbreiding (1170) Heeze-Leend* » 32 j uitbreiding * 210 inbreiding (535) Laarbeek^ 330 uitbreiding * 500 inbreiding (830) R»usel-D« Mierden - 45 uitbreiding t 38 5 inbreiding (630) Someren: '8 uitbreiding * 65 inbreiding (345) Valkenswaard ^115 uitbreiding * 700 inbreiding (815)

* II ĽĴ D m ļg —

W

Bestaande stedelijk gebied Bestaande bedrijfsgebied Lage dichtheid gebied (Moxsoūm) Dichtbevolkt gebied (500*5t»m) Zeer dichtbevolkt gebied (sooxsoom) Bestaande woningbouwplannen (20 wa/ha.) Beken Geen restricties natuur, bodem en water Vanuit watersysteem en natuur Beperkte geschiktheid vanuit watersysteem en natuur Niet geschikt voor verstedelijking vanuit het watersysteem

44

3.3.

Vier perspectieven als hoeken van het speelveld

Om te onderzoeken wat de sturende keuzes zijn bij het realiseren van grote

onderwerpend onderzoek. Zo testen we wat een keuze op de kaart betekent.

aantallen woningen, bedrijventerrein en werklocaties en het verbeteren

De perspectieven en de casussen zijn geen voorspellingen; zij leveren inzicht in

van de bereikbaarheid van nieuwe en bestaande woon- en werklocaties in

de consequenties van ruimtelijke keuzes. Het is niet de bedoeling om een van

Zuidoost-Brabant hebben we vier perspectieven opgesteld. Bij de keuzes in

de perspectieven te kiezen. We zoeken de uitersten op en kijken de komende

de perspectieven houden we rekening met de lessen uit de analyse. Zo is het

periode naar effecten op brede welvaart en effecten die aansluiten bij de

principe ‘bodem en water sturend' een belangrijke basislaag in de kaarten.

gedefinieerde opgaven.

In drie van de vier perspectieven is het aantal woningen voor het SGE gelijk,

Hierna volgen de vier perspectieven met een verbeelding en daarbij een

namelijk 62.000 woningen conform het Verstedelijkingsakkoord. Voor het

beknopte toelichting.

perspectief ‘Centrale stad XXL' is het aantal woningen in het SGE groter, namelijk +25.000. In de perspectieven nemen we het MIRT-maatregelenpakket (najaar 2022) voor mobiliteit als uitgangspunt en introduceren we geen nieuwe grote infraprojecten. Naast de perspectieven hebben we voor iedere subregio in een ambtelijke werksessie twee casussen uitgewerkt conform het principe van het

Vier perspectieven - De hoeken van het speelveld

Perspectief 1: Ieder dorp (en stad) een stap

Netwerk

Perspectief 2: Knopen in het netwerk

\

V

Landelijk

Perspectief 3: Pionieren

Stedelijk

Autonoom

Perspectief 4: Eindhoven Central Park Z Centrale stad XXL

46

3.3.1.

Perspectief 1: Ieder dorp (en stad) een stap

In dit perspectief groeien de dorpen en kernen van de subregio's evenredig mee met de totale opgave. Ieder dorp neemt een aandeel naar rato. Dat betekent grofweg dat alle dorpen planruimte moeten vinden voor woningbouw die gelijkstaat aan ongeveer een derde van de huidige omvang (aantal woningen). De bestaande hiërarchie en positionering van dorpen en kernen blijft gelijk aan de huidige situatie. De nieuwe woningen worden verspreid over de hele regio. Het perspectief extrapoleert de ontwikkeling van de afgelopen decennia. 80ozo van de nieuwbouw wordt gerealiseerd in uitleglocaties, 20ozo in inbreiding. Ook voor de bedrijventerreinen geldt in dit perspectief spreiding, in alle dorpen en kernen groeit de omvang van de bedrijventerreinen. Er komt in dit perspectief geen grootschalige impuls voor een regionaal bedrijventerrein. De mobiliteit van dit perspectief is gebaseerd op het huidige mobiliteitssysteem. De maatregelen voor de mobiliteitstransitie gelden met name in het stedelijk gebied van het SGE. Buiten de HUB-structuur - met de overstappunten van auto naar OV - is het systeem op de auto gericht. Met Perspectief 1 testen we het laadvermogen en de effecten van een toekomst, waarbij we geen uitgesproken keuzes maken en maatregelen treffen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=ReuselDeMierden&id=7e4c08ae-cce9-4afc-a2e5-5e0ad3674ec2