[24.15742] Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant (deel I Afsprakenkader)
Tekst van het document
11
11 ļ-. i' Ŵ ľ.į i
^ "ì»
13 juli 2023
BMC | Dona Stedenbouw | Studio Bereikbaar
Ontwikkelstrategie -
Perspectief en koers
-
Gebiedsuitwerkingen
- Werken met...
Ontwikkelagenda 1 -
Langjarig
-
Uitwerking en programmering
Uitvoeringsprogramma's -
Actiegericht
-
Iteratief en adaptief
- Jaarschijven
3
Afsprakenkader Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant 1.
INTRODUCTIE Stedelijk Gebied Eindhoven
De regio Zuidoost-Brabant heeft zich de afgelopen decennia ontwikkeld tot een krachtige regio. Deze kracht zit in de combinatie van een sterk economisch
- 519.000 inwoners - 234.300 woningen * 313.000 banen - 1,25 banen/werknemer
ecosysteem in een aantrekkelijke regio met een mooie combinatie van stedelijke en landelijke gebieden. De ‘kers op de taart' is de mainportstatus die de regio heeft verkregen. De regio heeft de ambitie om deze positie vast te houden, niet alleen op het gebied van de economische kracht, maar ook omdat we ervan overtuigd zijn dat deze positie kan bijdragen aan de brede welvaart voor iedereen, waardoor we naast werkgelegenheid ook bijdragen aan verbeteringen op aspecten zoals gezondheid, onderwijs, gelijkheid, veiligheid, sociale cohesie, milieu, en cultureel erfgoed. Deze ambitie leidt tot een grote groei van woningen en werklocaties, en vraagt om nieuwe vormen oncndonck
van mobiliteit om de regio bereikbaar te houden. Bovendien vereist dit het behouden en waar mogelijk versterken van de ruimtelijke en landschappelijke kwaliteit, waarbij we ons ervan bewust zijn dat ook de transitie landelijk gebied,
Regio A2 - 30.200 - 28.000 banen - 0,78 banen/werknemer
-
68.000 inwoners 30.400 woningen 22.000 banen 0,69 banen/werknemer
de energietransitie en de klimaataanpassingen om ruimtelijke aanpassingen vragen. Mogelijk is een ‘disruptieve' keuze nodig. Een disruptieve keuze doet een appel op bestuurlijk lef en solidariteit van de regio.
We zijn ons ervan bewust dat de hele omgeving grote veranderingen zal doormaken, zoals de ontwikkelingen in het landelijk gebied met
Deze ontwikkelstrategie heeft betrekking op de drie kernthema's: wonen,
de verhoudingen tussen landbouw, natuur, landschap, recreatie en de
werken en bereikbaarheid, is gericht op de periode 2030-2040 en is tot stand
grootschalige opwekking van energie en de klimaatopgaven. In het vervolg op
gekomen in een intensief traject van ontwerpend onderzoek met de regio. De
deze afspraken over richtinggevende keuzes staat de integratieslag centraal,
resultaten van dit traject zijn opgenomen in deel 2 van deze rapportage. Deel
met aandacht voor het slim combineren en verzilveren van kansen.
1 van deze rapportage bestaat uit een afsprakenkader dat de richtinggevende keuzes weergeeft. De richtinggevende keuzes vormen de koers en agenda voor
Hieronder volgen richtinggevende keuzes; de precieze koers willen we nog
de komende jaren en zullen zich ontwikkelen op basis van de vervolgstappen en
bepalen. De regio is niet ‘af', maar voortdurend in beweging en ontwikkeling.
voortschrijdend inzicht. Er kunnen zich situaties voordoen die beargumenteerd
Dat zal ook altijd zo blijven. De uiteenlopende veranderingen nopen voortdurend
aanleiding zijn om hiervan af te wijken. Belangrijk is dat deze afwijking in
tot aanpassing en aanscherping van de koers. Toekomstbestendige keuzes
samenspraak en instemming van de regiopartners gebeurt. Ook eventuele
moeten robuust zijn, zodat de keuzes en koers voor iedereen duidelijk zijn,
wijzigingen vragen weer om instemming van alle partners.
en flexibel zijn, omdat de dynamische omgeving met de vele continue
4
ontwikkelingen daarom vraagt. De ontwikkelstrategie bevat een afsprakenkader
ervan kan minder of een langere tijd in beslag nemen, afhankelijk van met name
dat niet-vrijblijvende afspraken bevat en is adaptief, wat betekent dat we via
de (regionale) economische conjunctuur.
iteratieve processen verder uitwerken en bijsturen. We staan voor de taak om met andere partners wezenlijke ruimtelijke keuzes te maken en aan een
2.
We hanteren de keuzes die in het BO-MIRT van 2020 en het
langetermijnvisie concrete uitvoeringsopgaven te koppelen. Dit vraagt om
Verstedelijkingsakkoord van het Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE) zijn gemaakt
goed stuurmanschap en doet een beroep op de evenwichtskunsten van allen.
als uitgangspunt en sluiten ons aan bij de zes principes voor verstedelijking van
Het doel is een toekomstbestendige ontwikkeling met als belangrijkste pijler:
het SGE, namelijk:
kwaliteit. De afspraken die we maken zijn ‘niet-vrijblijvenď, omdat het een
1.
Stad maken: Sprong in verstedelijking Eindhoven en Helmond
pakket aan onderling samenhangende keuzes betreft. Met het niet nakomen
2.
Hart maken: Verdichten rond OV-knopen en assen
van afspraken worden anderen gedupeerd. Wanneer afspraken achterhaald
3.
Vitale kernen en afronding uitleglocaties
blijken en/of nieuwe inzichten ontstaan, dienen hiervoor nieuwe gezamenlijke
4.
Brainport Eindhoven als slimme economische topregio
integrale afwegingen te worden gemaakt. De zoektocht naar werkbare vormen
5.
Mobiliteitstransitie is nodig om in beweging te blijven
van gezamenlijke besluitvorming en partnerschap vraagt om wederkerigheid
6.
Gezond leven in het landschap van de toekomst
tussen de overheid, private partijen, maatschappelijke organisaties en
Bovendien hanteren we de groeicijfers die zijn gehanteerd in dit
inwoners. Dit is nodig voor een goede informatie-uitwisseling, inzicht in
Verstedelijkingsakkoord, te weten de realisatie van 62.000 woningen en 72.000
belangen en het maken en hanteren van duidelijke spelregels.
nieuwe arbeidsplaatsen tussen 2020 en 2040. De woningbouw wordt in die periode onder meer gerealiseerd in de onderstaande gebieden:
We vatten hieronder de lessen voor haalbaarheid en realisatiestrategie samen.
^
circa 21.000 woningen in Eindhoven binnen de ring, waarvan 8.500
2.
^
circa 10.000 woningen in Helmond centrum^;
^
circa 10.000 woningen langs de ontwikkelas HOV4 (overlappend met
binnen Eindhoven Internationale Knoop XL (EIK XL);
1.
WE HANTEREN ONDERSTAANDE ALS HET VERTREKPUNT
overige aantallen Eindhoven en Veldhoven);
We gaan uit van het realiseren van 100.000 woningen tot 2040 in
geheel Zuidoost-Brabant, wat een toename is van 300z0 van de woningvoorraad.
^
circa 19.000 woningen in Eindhoven buiten de ring;
Om voldoende flexibel te zijn, hanteren we een ‘overprogrammering', namelijk
^
circa 7.500 woningen bij OV-knopen in de regio, waaronder de OV-
een totaal te realiseren aantal woningen van 130.000. Dit aantal is geen prognose en geen doel, maar louter een realistisch getal dat gehanteerd wordt
locaties van Geldrop, Best, Veldhoven en Helmond BSD (*); ^
circa 17.000 woningen op overige locaties in SGE.
om de gevolgen van een forse ontwikkeling in beeld te brengen. Realisatie
(*) Bovenstaande aantallen in de deelgebieden tellen op tot 84.500 woningen, omdat sommige deelgebieden een specificatie of uitwerking zijn van eerder genoemde getallen. Er is dus sprake van een dubbeltelling.
5
3.
We onderschrijven dat de ‘harde plannen' die al in de pijplijn zitten én
de toplocaties onderling goed met elkaar en met de regio verbinden via een
een belangrijke bijdrage leveren aan de in het voorjaar 2023 gesloten Woondeal
HOV-tangent-verbinding (conform het concept van de Brainportlijn). We maken
worden gerealiseerd.
gebruik van bestaande gremia als BO-MIRT, BO-Leefomgeving, WBI, en we doen daar een appel op het Rijk om ook te investeren.
4.
We hanteren de provinciale prognose bedrijventerreinen (d.d. 1
september 2022) en de cijfers in de Regionale Programma's Werklocaties van
6.
Voor een aantal knelpunten blijft investeren in de weginfrastructuur
de vier subregio's als uitgangspunt. We zijn ons bewust van het traject van
nodig, zowel op het hoofdwegennet, het provinciale wegennet als
de visie op werklocaties en het Regionale Programma Werklocaties, waarin
het onderliggende wegennet. Dit wordt in regionale multimodale
we met elkaar inzetten op een duidelijk economisch profiel als basis voor
bereikbaarheidspakketten uitgewerkt, overigens zonder financiële afspraken.
selectieve groei en een adaptieve programmering van de bij dit profiel passende werkmilieus. Vooralsnog gaan we uit van de geprognosticeerde groei in het
3.
WE HERKENNEN DE CENTRALE OPGAVEN
EIB-Hoog-scenario van 700 hectare. Opgave 1 - Bodem en water als basis voor verstedelijking 5.
We onderschrijven de keuzes met betrekking tot bereikbaarheid
Een aangename en leefbare regio is gebaat bij een inrichting die weerbaarder
uit het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT)
wordt en bestand is tegen langdurige periodes van droogte en plotselinge
2020 en nemen de in het MIRT 2022 gemaakte afspraken (EIK XL,
hoosbuien. Dit legt een ruimteclaim op het landschap in stad, dorp en
HOV4), Verstedelijkingsakkoord SGE, het Bereikbaarheidsakkoord en de
ommeland, waarin het vasthouden van water, het tegengaan van droogte en
Bereikbaarheidsagenda en we hanteren dit als uitgangspunt. Rijk en regio
het koelen van onze gebouwde omgeving centraal staan. Dit vraagt:
hebben besloten gezamenlijk te investeren in een pakket aan maatregelen om
*
In bebouwde gebieden om meer aandacht voor groen en blauw bij de
de bereikbaarheid van de regio te verbeteren. Met deze afspraak is de inzet van
inrichting van het bebouwd gebied (verkoeling door meer ruimte voor
het Rijk voor de komende jaren op het gebied van mobiliteit en bereikbaarheid
beken en waterlopen, in combinatie met parken, geveltuinen, groene daken,
voor een deel afgebakend. In het Verstedelijkingsakkoord hebben we voor
groene schoolpleinen en waterpartijen). Hierbij fungeert de stad als spons;
het SGE aangegeven dat de schaalsprong vraagt om het versterken van de
*
In landschappelijke gebieden om het veel beter vasthouden van water op
radiale verbindingen vanaf station Eindhoven Centraal. De eerste logische
de hogere gronden in het bekenlandschap. De daarop gelegen steden
stappen in relatie tot de verstedelijking zijn de realisatie van de HOV-radiaal
en dorpen, landbouw en natuurgebieden zullen als spons fungeren en
naar Veldhoven (HOV4) en het vernieuwen van het busstation Neckerspoel.
slechts langzaam het water afgeven aan de beekdalen. Ook vraagt dit om
Op middellange en langere termijn zullen ook radiale verbindingen naar
ruimte voor de watergangen om afvoer- en bergingscapaciteit te vergroten
Woensel, Best, Valkenswaard en Geldrop moeten worden versterkt. Om de
en waar mogelijk natuur en recreatie meer ruimte te geven. Voor het
bereikbaarheid van de toplocaties met name aan de Westzijde en Eindhoven
beheersen van risico's voor wateroverlast en overstroming moet nieuwe
Airport te verbeteren zou ook de fietsinfrastructuur moeten worden uitgebreid
bebouwing in kwetsbare gebieden worden voorkomen. Transformaties
met een snelfietsnetwerk en goede fietsvoorzieningen. Op termijn willen we
in bestaand gebied kunnen juist helpen om integrale oplossingen te
6
bevorderen en financieren. Opgave 2 - Woningvoorraad moet aansluiten bij de toekomstige vraag
Opgave 3 - Versterken van het economisch Brainport-ecosysteem op de schaal
Zuidoost-Brabant groeit in aantal woningen hard. We zullen het in de toekomst
van Zuidoost-Brabant
vooral moeten doen met de gebouwen, infrastructuur en netwerken die we
In de strijd om kennis en talent zetten we in de gehele regio in op het versterken
al hebben. Ruim 750z van de bebouwde omgeving van 2040 bestaat al en die
van het vestigingsklimaat met een aantrekkelijke werkomgeving, bereikbaarheid
gebouwen en straten moeten aansluiten op de woonbehoefte van de toekomst
met de fiets en het OV, en interactie met andere bedrijven en kennisinstellingen.
en aangepast worden op de energietransitie en klimaatveranderingen.
De groei van bedrijven in de high-techmaakindustrie en het regionale en lokale mkb zetten we in als hefboom voor de transformatie van bestaande en
Bovendien leidt de demografie ook tot andere vragen op de woningmarkt.
realisatie van nieuwe bedrijventerreinen en werklocaties.
Zorgwoningen, aanleunwoningen, nultredenwoningen en allerlei andere traditionele en vernieuwende woonzorgconcepten zijn er nu te weinig
Opgave 4 - Regionale bereikbaarheid garanderen
en blokkeren de doorstroming van ouderen uit vaak ruime woningen. De
De stedelijke ontwikkeling van Zuidoost-Brabant draagt bij aan de brede
groeiende vraag naar geschikt wonen heeft ook voor een deel betrekking
mobiliteitstransitie. Alleen zo kunnen we plekken die van de auto afhankelijk zijn
op de koopsector: de aankomende generatie ouderen heeft veel vaker een
ook in de toekomst bereikbaar houden. Dat betekent dat we een ‘programma'
koopwoning en blijft daar ook langer in wonen. Door de doorstroming te
(wonen en werken) inzetten om deze ontwikkeling waar mogelijk te stimuleren
bevorderen kan het aandeel nieuwe gezinswoningen worden beperkt. Belangrijk
en kansen die zich in het huidige netwerk voordoen te verzilveren. Ook
daarbij is dat voor ouderen geschikte woningen veelal in bestaande wijken en
gebruiken we leefbaarheid steeds vaker als hefboom voor de heroverweging
nabij voorzieningen worden gerealiseerd. Het kunnen doorstromen naar een
van bestaande verkeersstructuren. Huidige stationsomgevingen en HOV-
woning in de eigen wijk heeft veelal de voorkeur.
knopen hebben vaak nog weinig plaatswaarde, waardoor er naast een goede verbinding op de plek zelf nog weinig te doen is. Het verdichten rondom knopen
De opgave is om de woningbouwopgave te zien als een investering in
vergroot de plaatswaarde en stimuleert daardoor het OV-gebruik.
leefbaarheid en brede welvaart in de bestaande steden en dorpen. De hefboom van nieuwe woningen kan worden ingezet om mismatch op de woningmarkt te
Opgave 5 - Relatie stad en dorp met landschap als drager voor de ruimtelijke
herstellen, de bestaande wijken en buurten toekomstgericht te verduurzamen
identiteit van Zuidoost-Brabant
en het voorzieningendraagvlak (voor bestaande en nieuwe voorzieningen) te
De bestaande landschappelijke en ruimtelijke structuren en met name de
vergroten. Kiezen voor groei moet leiden tot vernieuwing en verrijking van de
stad/dorp-landverbindingen koesteren we en bouwen we uit. De beken en de
dorpen en steden, waarvan alle inwoners kunnen profiteren.
cultuurhistorische landschappen nemen daarin een speciale positie in. Dit betekent: kiezen voor het versterken van de beleefbaarheid en toegankelijkheid en het aanscherpen van het contrast en de wisselwerking met stedelijke kwaliteit.
7
4.
WE MAKEN DE VOLGENDE RICHTINGGEVENDE KEUZES
Aan de hand van vier perspectieven en acht casussen hebben we richtinggevende keuzes gemaakt. Leidend hierbij zijn de toekomstbestendigheid op het gebied van brede welvaart, water, bodem, natuur en het landschap, en steden en dorpen. De perspectieven en casusuitwerkingen zijn geen voorspellingen; zij leveren inzicht in de consequenties van ruimtelijke keuzes. De richtinggevende keuzes hangen (in grote mate) onderling samen. We maken op basis van deze inzichten de volgende richtinggevende keuzes. Richtinggevende keuzes ten aanzien van ontwikkelprincipe 1: Bodem, water, natuur, en landschap als leidend principe
Als basis voor verstedelijking in Zuidoost-Brabant geldt dat we bodem en water, natuur en cultuurhistorische landschappen leidend laten zijn in onze afwegingen. Deze elementen gaan over de basissystemen die garant De opgaven zijn: ^
staan voor de kwaliteit van leven. Nederland, en dus ook Zuidoost-Brabant,
de ‘uitlegzones' van de afgelopen decennia kritisch langslopen
moet zich klaarmaken voor het veranderende klimaat. Die kwaliteit wordt
op toegankelijkheid van het landschap en de kwaliteit van het
bepaald door een veilige omgeving (droge voeten, temperatuurbeheersing,
overgangsgebied;
voldoende drinkwater) en een aantrekkelijke leefbare omgeving met een
transformaties inzetten om kwaliteit te maken en verbindingen te
sterke landschappelijke identiteit. We zijn ervan doordrongen dat beide
leggen;
kwaliteiten (veiligheid en aantrekkelijkheid) van het Brabantse landschap van
^
zichtbaarheid van beken in stedelijke gebieden versterken;
levensbelang zijn voor het leefklimaat en de internationale concurrentiepositie
^
voorkomen dat door nieuwe uitleg het landschap verder weg komt
en daarom ruimte en aandacht eisen en verdienen. Het beekdalenlandschap,
te liggen en er een dikke onaantrekkelijke rand ontstaat tussen stad
de natuurgebieden en de cultuurhistorische structuren zijn zowel de troeven
en landschap, want dat ondermijnt de ruimtelijke identiteit en directe
van de regio in haar internationale positionering ten aanzien van economisch
verbinding van de dorpen en steden met het omliggende landelijk
vestigingsklimaat, als de plekken waar ruimte is om fundamentele opgaven
gebied.
als waterberging, luchtkwaliteit, voorkomen hittestress, antwoorden te
^
bieden. Bij dit principe is het ‘dansen' tussen de schalen van groot belang. Het bovenregionale schaalniveau, waarin dergelijke systemen vaak functioneren, mag niet vergeten worden.
8
Dit leidt tot de volgende richtinggevende keuzes: ^
op verschillende momenten van het ontwikkelproces.
De signaleringskaart water en bodem van de provincie is sturend. Waar de kaart rood kleurt is stedelijke ontwikkeling, zoals woningbouw en bedrijvenontwikkeling, niet mogelijk. Oranje geeft aan dat het alleen mogelijk is als er maatregelen worden genomen die voor het bodem en watersysteem afdoende zijn (het uitgangspunt is daarbij niet alleen ‘hoe houden we de woningen droog' maar ook ‘wat is de impact op het watersysteem').
^
In de beschermde natuurgebieden in Zuidoost-Brabant is bouwen niet mogelijk. Bovendien willen we de niet-beschermde landschappen tussen stads- en dorpsrand en natuurgebieden behouden. Dat zijn juist ook de plekken waar diverse activiteiten (recreatie, sport, zorg etc.) kunnen plaatsvinden die bijdragen aan de beleving van het wonen in verbinding met het landschap.
^
Nieuwe ontwikkelingen in bebouwd gebied of daarbuiten zullen bijdragen aan het versterken van het watersysteem (waterkwaliteit, waterkwantiteit, oppervlakte- en grondwatersysteem), versterking van natuur/biodiversiteit en de relatie tussen dorp/stad en landschap. Transformaties in dorpen en steden gaan gepaard met herinrichting van de buitenruimte met meer ruimte voor groen en water; niet als losse postzegels, maar in verbinding
^
met het landschap en watersysteem. Zo ontstaan ook mogelijkheden om
Richtinggevende keuzes ten aanzien van ontwikkelprincipe 2:
het ommeland (weer) te ontsluiten voor de bewoners.
woningbouw als hefboom voor vitale kernen en dorpen
Bij stedelijke ontwikkelingen binnen en buiten bestaande stedelijke en
We streven minimaal naar behoud, maar liever nog naar versterking van de
dorpse gebieden hanteren we de ‘Landelijke maatlat voor een Groene
leefbaarheid in de dorpen en kernen in Zuidoost-Brabant. De fysieke (energie,
en Klimaatadaptieve omgeving'. Met name bij inbreidingslocaties geeft
klimaat, aanbod van voorzieningen) en maatschappelijke (vereenzaming, zorg)
de maatlat invulling aan het vertrekpunt ‘water en bodem sturend' als
opgaven gecombineerd met de demografische ontwikkelingen van vergrijzing
aanvulling op de signaleringskaart. Het gebruik van de signaleringskaart
en kleinere huishoudens noodzaken ons tot een grootschalige aanpak,
blijft overeind, maar de signaleringskaart gaat vooral over waar te
waarbij het niet langer gaat over het uitbreiden van de contouren van onze
bouwen (en waar niet), en de maatlat is gericht op de wijze van inrichting.
kernen, maar over het investeren in de kwaliteit van de bestaande buurten en
Beide - signaleringskaart en maatlat - hebben een klimaatbestendige
wijken. We grijpen deze woningbouwopgave aan (nu kan het nog, na 2040 is
leefomgeving als doel. Dit zijn daardoor instrumenten die elkaar aanvullen
het maar de vraag of we als regio nog groeien in aantal inwoners) en zetten
9
de woningbouw in als hefboom in onze bestaande bebouwde omgeving.
De mogelijkheden tot verdichting, inbreiding, revitalisering of transformatie
Bovendien zijn we op zoek naar de beste plek om woningbouw te realiseren,
zijn per kern verschillend. Eigendomssituatie (huur of koop), ruimtelijke
kijkend naar het geheel van de regio en de ontwikkelingen binnen de bestaande
kwaliteit of structurele groen- en waterstructuren zijn daarin bijvoorbeeld
steden en dorpen.
belangrijke factoren voor het kunnen behalen van resultaten op dit gebied in de periode 2030-2040. De aard van de lokale opgave in combinatie
In het Verstedelijkingsakkoord is naast het maken van ‘stad', het
met de kwalitatieve oplossing bepaalt de kwantitatieve omvang van de
verstedelijken aan de OV-structuur op te hangen en ook wordt gewerkt
inbreiding, transformatie en revitalisering. Wij schatten de omvang van
aan grote uitleglocaties met onderscheidende en kwalitatief hoogwaardige
deze opgave in op 10 tot 150z0 van de bestaande woningvoorraad.
woonmilieus in een groene suburbane setting. Waar mogelijk wordt ook op
^
groene suburbane locaties in het SGE ontwikkeld met de principes die in het
Bij de inpassing van deze ontwikkelruimte zijn maat en schaal - zowel ruimtelijk als sociaal-maatschappelijk - van het dorp richtinggevend, gaat
MIRT zijn afgesproken, zoals in Nuenen-West, wat ontwikkeld wordt langs
inbreiding boven uitbreiding en wordt deze ingezet om ruimtelijke kwaliteit,
de HOV-lijn tussen Nuenen en Eindhoven, of in Best Aarlesche Erven dat op
mobiliteitstransitie, verduurzaming en klimaatadaptatie een impuls te
vijf fiietsminuten van het station ligt. Er wordt onder meer gewerkt aan de
geven. In het vervolgproces is uitwerking van de strategie (ruimtelijk en
regionale woningbouwlocaties Castiliëlaan (buurtschap Te Veld; tijdelijke
ontwikkelstrategisch) per dorp nodig.
woningbouw) en Eindhovensedijk/De Kemmer (als onderdeel van de groene
^
We hanteren het nabijheidsprincipe. Door de woningbouwopgave zoveel
gebiedsontwikkeling aan de Groene Corridor). Deze locaties zijn volop in
mogelijk te realiseren binnen het bestaand bebouwd gebied in nabijheid
ontwikkeling. Het SGE constateert dat na het afronden van de majeure locaties
van bestaande voorzieningen vergroten we het draagvlak voor deze
en tot ten minste 2040 geen uitleglocaties meer nodig zijn.
voorzieningen en maken we het mogelijk om andere opgaven gelijktijdig
Dit leidt tot de volgende richtinggevende keuzes:
aan te pakken vanuit het principe ‘werk met-werk-maken' (denk daarbij
^
We benutten de woningbouwopgave om in te spelen op de demografische
aan draagvlak voor lokale voorzieningen als winkelaanbod en zorg,
ontwikkeling en als hefboom voor de revitalisering, verduurzaming van
maar ook OV). Maatgevend voor het bepalen van het bereik is primair de
bestaande buurten en wijken. Dit betekent het realiseren van kleinere
bereikbaarheid van een voorziening op loop- en/of fietsafstand.
woningen voor kleinere huishoudens en een grote diversiteit aan
^
^
Bij uitbreiding geldt dat deze plaats kan vinden als na zorgvuldige afweging,
zorgwoningen, zoals beschermd/beschut wonen, geclusterd/aangepast
inbreiding onvoldoende mogelijkheden biedt of als er zich door uitbreiding
wonen, en nultredenwoningen. De opgave is bij een verouderende bevolking en minder intramurale zorg (dus meer zorg in de wijk/in eigen huis) enorm!
een bijzondere kans voordoet voor kwaliteitsverbetering in bestaand stedelijk/dorps-gebied (bijvoorbeeld transformatie van bedrijf met een
Elke gemeente binnen Zuidoost-Brabant krijgt de ruimte om een deel van
milieucirkel aan de rand van het dorp naar woningbouw). Uitbreiding is
de woningbouwopgave in te vullen. Op deze manier zijn zij in staat om op
alleen mogelijk onder de voorwaarden vanuit het principe bodem, water,
een kwalitatieve manier invulling te geven aan het behouden en versterken
natuur en landschap sturend en als de uitbreiding bijdraagt aan het
van de leefbaarheid en de revitalisering en/of transformatie van stads- en
versterken van kwaliteiten voor de bestaande stad of dorp. Een uitbreiding
dorpscentra, ouder wordende buurten en wijken en leegvallende plekken.
is een regionale afweging, af te stemmen via de meerjarenprogrammering
10
11
wonen, omdat de inzet van het (wonenMerk)programma voor uitbreiding
bestaande voorzieningen en gericht op het stimuleren van de subregionale
de mogelijkheid om woningbouw in te zetten als hefboom voor een betere
economie (innovatie, scholing, ontmoeting) en leefbaarheid (zorg en
leefbaarheid kleiner kan maken. Op subregionaal niveau vindt uitwerking
gezondheid, commercieel). Voor de subregio's ontstaat zo een nieuwe schaal
binnen die afspraken plaats (en niet omgekeerd).
in stedelijkheid - tussen dorp en stad - met een aantrekkingskracht voor bewoners uit de omliggende kernen en gemeenten.
Richtinggevende keuzes ten aanzien van ontwikkelprincipe 3:
In de huidige situatie bestaan deze mobiliteitsknopen deels al (station
subregionale knopen vergroten de netwerkkracht van de regio
Deurne, station Maarheeze), maar wordt de potentie nog niet benut. Voor de
Met de noodzaak om in Zuidoost-Brabant zowel de mobiliteitstransitie als
te verbeteren route van de HOV4 (centrum Eindhoven - De Run/ASML) zijn in
de subregionale economische ecosystemen te stimuleren, sturen we op
het MIRT onlangs financiële middelen ter beschikking gesteld. De bestaande
een nieuwe laag in het netwerk van de regio. Met het stimuleren van de
aansluiting richting Eersel gaat profiteren van deze aanpassingen, waardoor er
mobiliteitstransitie in de subregio's willen we de mogelijkheid geven om
- na het realiseren van een aansluitende HOV verbinding - kansen ontstaan om
woon-werkmilieus te ontwikkelen die goed zijn aangesloten op toekomstige
ook bij Eersel een subregionale knoop te realiseren.
bereikbaarheid van het stedelijk gebied. De afhankelijkheid van de auto in de subregio's zal door het verspreide patroon van herkomst en bestemming
Dit leidt tot de volgende richtinggevende keuzes:
blijven, ook voor bewoners in en nabij de subregionale knopen.
^
We benutten de bestaande en nieuw aan te leggen (én mogelijk toekomstige) OV-structuur als sturend principe voor het concentreren van
De concentratie en intensivering van een bouwprogramma rond de knopen betekent echter ook kansen voor een meer geconcentreerd woon-werkverkeer
verstedelijking. ^
Knopen in dit netwerk bieden kansen voor het aanbieden van aantrekkelijke
via OV richting de centrale steden - en daarmee een gedeeltelijke ontlasting
woon- en werkmilieus en voorzieningen die een aanvulling vormen
van het wegenstelsel. We sluiten aan op het Verstedelijkingsakkoord, waarbij
op het aanbod in de regio. Hierbij zetten we in op hoogwaardige, vaak
naast binnenstedelijke verdichting, ook verstedelijking zal plaatsvinden langs
dichtere stedenbouwkundige oplossingen met woningen passend bij de
de bestaande en nog nieuw te realiseren OV-assen, zoals de HOV4-as van
toekomstige woningvraag, gecombineerd met kleinschalige werkplekken, in
Eindhoven centrum richting de ASML-campus en De Run in Veldhoven. Naast
een aantrekkelijk vormgegeven openbaar gebied, en met een bij de locatie
de assen wordt ook ingezet op bestaande regionale centra nabij hoogwaardige
passende parkeernorm.
OV-knopen, zoals Best, Veldhoven, Geldrop, Helmond BSD en Woensel. Met
^
de subregionale knopen maken we knooppunten waar een op- of overstap op
Knopen vormen ook aanleidingen om deze te verbinden met onderliggende OV-, (snel)fiets- en auto-structuren. Zij dragen zodoende bij aan de
een snelle verbinding (intercity, sprinter, HOV) met het centrum van Eindhoven
mobiliteitstransitie, doordat reizigers worden ‘verleid' om gebruik te maken
en Helmond mogelijk is. Naast dit mobiliteitsaanbod zetten we ook specifiek
van het OV Dit vraagt ook om uitstekende stallingsmogelijkheden voor de
in op de plaatswaarde van deze plekken. We verdichten met woningbouw,
(snel)fiets.
combineren met kleinschalige werkplekken en zetten in op voorzieningen in deze omgevingen. De voorzieningen op de knopen zijn aanvullend op de
^
Naast de al in de verstedelijkingsstrategie SGE opgenomen (H)OV-knopen, zoals Best, Veldhoven, Geldrop, Helmond BSD en Woensel, bieden met
12
name Deurne, Maarheeze en de beoogde mobiliteitshub in de omgeving Eersel kansen tot ontwikkeling tot regionale knopen met plaatswaarde. DEFINITIES. Knooppunten: in lijn met de richtinggevende keuze zijn dit drie plekken (Deurne, Maarheeze en Omgeving Eersel) aanvullend aan de ontwikkelingen rondom stationsgebieden in het SGE, waar een woningbouw/werk/ voorzieningen programma is voorzien in combinatie met openbaar vervoer. We ontwikkelen daar plaatswaarde. Om deze knooppunten levensvatbaar te maken is een minimum programma nodig. Mobiliteitshubs: zijn overstappunten van lopen, fiets, auto naar (H)OV en vice versa. Hier is geen programma (dus geen plaatswaarde doelstelling) aan toegekend.
De subregionale knopen in Deurne, Maarheeze en de omgeving Eersel hebben de potentie een rol te spelen in de mobiliteitstransitie en het bevorderen van efficiënte en duurzame vervoerssystemen, doordat zij als overstappunt fungeren. De hubs in deze plaatsen verschillen onderling sterk, omdat zij verschillende plaatswaarden hebben. Deurne is groter en kan meer voorzieningen en diensten aanbieden dan Maarheeze en de omgeving Eersel vanwege de schaalgrootte. Ook de aard van de vervoersmodaliteiten verschilt
Richtinggevende keuzes ten aanzien van ontwikkelprincipe 4: Een internationale
van IC-station tot (H)OV-halte.
toppositie voor de Brainport vraagt om een kwalitatieve agenda voor werklocaties
Meer dan ooit doet de kwaliteit van de werkomgeving ertoe. In de strijd om arbeidskrachten wordt een bereikbare en aantrekkelijke plek steeds meer een voorwaarde voor het succes van de economie van de Brainport. We zien dat niet alleen bij de campusontwikkelingen in het SGE, ook - weliswaar tot nu toe op meer individuele basis - in de andere subregio's is er een ontwikkeling waarbij bedrijven interactie met andere bedrijven, presentatie en een prettig ingerichte omgeving inzetten om personeel te binden en innovatie en ontwikkeling te stimuleren. Bovendien noodzaken de energietransitie en mobiliteit ons ook om op een andere manier naar bedrijventerreinen te kijken.
13
De beschikbaarheid van energie is randvoorwaardelijk voor de vestiging van
regionale bedrijventerreinen en lokale bedrijventerreinen. We hanteren deze
bedrijven. Lange tijd leek het aanbod van ruimte voor industrie en logistiek
indeling om waar nodig te sturen op het juiste werkmilieu en ‘het juiste
oneindig en we konden ons daarom veroorloven om ruimte-extensieve bedrijventerreinen te ontwikkelen. De energiecrisis verandert dit waarschijnlijk
bedrijf op de juiste plek'. ^
We zetten nieuwe regionale bedrijventerreinen strategisch in voor de
radicaal. De beschikbaarheid van energie voor de industrie (elektriciteit van
vestiging van nieuwe ‘stuwende bedrijven' die het ecosysteem versterken,
het net, waterstof, autonome systemen) is schaars en dat dwingt ons tot
of het uitplaatsen van bedrijven die niet meer passen in stedelijke
strategische keuzes. Clustering rondom energiehubs, samenwerking en
transformatiegebieden, of te intensiveren of revitaliseren bestaande
het meekoppelen gaan leiden tot intensievere vormen van huisvesting van
bedrijventerreinen, en realiseren zodoende ‘schuifruimte' voor bedrijven.
industriële activiteiten. Een slimmere industrie binnen het HTSM-cluster of de
^
We maken afspraken over hoe om te gaan met de schaarse ruimte, de
mkb's vraagt bovendien om meer interactie en contact met kennisinstellingen,
beoogde transformatie van bedrijvenlocaties en met de inzet van regionale
opdrachtgevers en potentieel talent (stagiaires). Een bijkomend gevolg van een
bedrijvenlocaties.
sterkere clustering is dat er meer draagvlak ontstaat voor alternatieven voor de
^
We sturen op het ruimte bieden voor die activiteiten die bijdragen
auto (zoals kwalitatieve fietsinfrastructuur, deelmobiliteit, OV). Het behoud van
aan het bestaande en geambieerde economische ecosysteem; we
de toppositie van de Brainport vraagt om de groei van werklocaties en om het
faciliteren dus niet alle ruimtevragen die zich voordoen.
beter benutten van de bestaande locaties.
^
We bieden op passende plekken ruimte voor bedrijven met hogere milieucategorieën.
Dit leidt tot de volgende richtinggevende keuzes: ^
We zetten in op kwalitatieve groei van de economische activiteiten om daarmee zowel de mondiale als nationale toppositie te behouden én ervoor
^
^
^
We staan alleen logistieke activiteiten toe die hoofdzakelijk bijdragen aan het Brainport-ecosysteem.
^
De beschikbaarheid van energie is een belangrijk vraagstuk in
te zorgen dat alle inwoners van de regio profiteren van de versterking van
de Brainportregio. Er worden stappen gezet om hernieuwbare
de brede welvaart.
energieopwekking te stimuleren met zonne- en windenergieprojecten.
We geven prioriteit aan het intensiveren, revitaliseren en het naar de
Er liggen kansen voor toepassing van geothermie, waterstof, en het
huidige eisen aanpassen van bestaande bedrijventerreinen. Bovendien
benutten van restwarmte. Ook moet het aanbod aan energie-infrastructuur
zijn er nieuwe terreinen nodig om de gewenste groei te kunnen faciliteren.
aansluiten op de vraag. Hierin zijn (net als in het hele land) nog forse
We houden aandacht voor voldoende ruimte voor lokaal mkb omwille van
stappen te zetten. Daarnaast wordt er ingezet op energie-efficiëntie en
leefbaarheid, en benutten de hefboom van de groei van bedrijvigheid om
het verminderen van het energieverbruik in zowel de industrie als de
deze opgave in te vullen.
gebouwde omgeving. Hier ligt een nauwe relatie met het Provinciaal
We zetten daarbij in op een gedifferentieerd aanbod van complementaire
Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie & Klimaat (P-MIEK) en de
werkmilieus die ruimte bieden voor de grote diversiteit van economische
doorvertaling in het Ruimtelijk Voorstel.
activiteiten die de motor van onze regio vormen: (hoog)stedelijke woonwerkmilieus, campussen en toplocaties, grootschalige gemengde terreinen,
^
Het streven naar een circulaire economie in de Brainportregio brengt ook de noodzaak met zich mee om ruimte te bieden aan circulaire
14
activiteiten en infrastructuur. Het implementeren van circulaire processen
werklocaties.
en het faciliteren van de recycling en hergebruik van materialen vereisen specifieke ruimtelijke oplossingen. Dit kan bijvoorbeeld betrekking hebben
Met name in het stedelijk gebied, maar ook in een aantal regionale kernen is
op de inrichting van recyclingfaciliteiten, opslagruimtes voor gerecyclede
het wenselijk om de openbare ruimte veel meer in te richten, om het lopen
materialen en ruimte voor grootschalige circulaire productie. Dit vergt een
en fietsen veel meer te stimuleren. Hiermee wordt ook een impuls in de
zorgvuldige inpassing.
leefbaarheid bereikt.
Richtinggevende keuzes ten aanzien van ontwikkelprincipe 5: (H)OV en fiets als
Dit leidt tot de volgende richtinggevende keuzes:
mobiliteitsdragers voor de regio; auto-infrastructuur is aanvullend
^
Het MIRT-onderzoek uit 2020 heeft prioriteit gegeven aan het tot stand brengen
plannen opgenomen (H)OV-assen als dragers van een duurzaam
van een mobiliteitstransitie om de regio bereikbaar te houden; een dergelijke transitie is, ook gelet op de ambities op het gebied van duurzaamheid en
We zetten in op de versterking van de bestaande en al in de huidige mobiliteitssysteem.
^
leefbaarheid onomkeerbaar.
Aanvullend op deze keuzes en die in het MIRT 2022 zetten we in op: ^
de realisatie van HOV4 tussen Eindhoven Centraal en De Run met daarbij een verbinding - via HOV - met een beoogde knoop (met
Voor de gehele regio betekent dit dat met kracht wordt ingezet op het
plaatswaarde) in de omgeving Eersel. Dit biedt meekoppelkansen
versterken van een robuust OV-, mobiliteitshub- en fietsnetwerk. Daarmee
voor de OV-verbinding met De Kempen. De grootste vertraging in de
worden zowel de bereikbaarheid van woon- en werklocaties en knooppunten
huidige lijn zit in de binnenstedelijke knelpunten. Met de vrijliggende
van OV binnen de stedelijke gebieden, als tussen de kernen in de gehele
busbaan van HOV4 in stedelijk gebied en maatregelen gericht op het
regio versterkt. De bereikbaarheidsprofielen van stedelijke voorzieningen en
borgen van doorstroming tussen De Run en de beoogde knoop nabij
werklocaties veranderen en zullen daarmee meer gericht zijn op fiets en OV.
Eersel wordt aan snelheid en betrouwbaarheid gewonnen.
Woon- en werklocaties buiten de stedelijke gebieden zijn en blijven grotendeels
^
afhankelijk van de autobereikbaarheid. Door in te zetten op alternatieven voor
het versterken van de treinstations van Maarheeze en Deurne als infrastructurele knoop en ze (mogelijk) ook meer plaatswaarde geven,
de auto om naar en binnen de stedelijke gebieden te reizen, behouden we
zoals onder ontwikkelprincipe 3 beschreven, omdat we constateren
ruimte op het wegennet voor auto-afhankelijke kriskras-relaties binnen de
dat de opgave alleen ‘verstandig' valt te realiseren door een flinke
regio. Om stedelijke en regionale voorzieningen bereikbaar te houden voor de
opgave te realiseren in enkele knopen.
hele bevolking (brede welvaart, voorkomen mobiliteitsarmoede) is een goed OV-systeem in de kleinere kernen van belang.
^
We zetten in op een kwaliteitssprong OV en versterken, conform de Ontwikkelagenda op hoofdlijnen, behorende bij ‘OV in 2040: de zuidelijke hink-stap-sprong' het bestaande HOV-netwerk rondom Eindhoven. Het
De verdere uitbouw van een regionaal fietsnetwerk zorgt voor snelle
doorontwikkelen van dit netwerk en de verknoping met het OV-netwerk
verbindingen vanuit de kernen richting de knooppunten van OV (zowel in het
dragen bij aan de bereikbaarheid per OV tussen de diverse regio's en
stedelijk gebied als richting de drie subregionale knopen) én richting een aantal
kernen.
15
We versterken de bereikbaarheid vanuit de subregio's door verbetering van
We monitoren of de mobiliteitstransitie voldoende tot stand komt en bepalen
de kwaliteit van de drie subregionale knopen. In dat opzicht is het waardevol
aan de hand van de resultaten onze volgende stappen. Ondertussen houden
om bij de concessieverlening van het regionaal busvervoer goed af te
we ook aandacht voor (auto)bereikbaarheid omdat een aantal kernen voor
wegen welke lijnen direct verbinding maken met de centra van Eindhoven en
hun leefbaarheid hiervan afhankelijk is, ook als hier (nog) geen concrete
Helmond en welke verbindingen gericht worden op de subregionale knoop.
projecten voor zijn in het Regionale Mobiliteitsprogramma.
We investeren in het uitbreiden van het fietsnetwerk, waardoor een netwerk
We blijven werken aan de mobiliteitsmaatregelen, met name ook aan de
ontstaat - ook tussen kernen - voor alternatieven voor de auto. Op de
verbinding met het oostelijk deel van Brainport, gericht op het creëren
schaal van de subregio's, de wijze van verstedelijking en de dichtheden die
van robuuste randen, bundelroutes en inprikkers. We actualiseren de
daar gelden is er geen andere modaliteit dan de fiets die aan een werkelijke
Regionale Mobiliteitsagenda (2020), in de vorm van regionale multimodale
modal shift kan bijdragen.
bereikbaarheidspakketten.
16
5.
WE STEMMEN IN MET HET VOORGESTELDE VERVOLG
de daarmee samenhangende (extra) druk op het mobiliteitssysteem. Met de casus-uitwerkingen is een aantal lessen geformuleerd, voor meer zicht op
Een volgende stap is van een strategie voor wonen, werken en mobiliteit van
wat de mogelijkheden voor de individuele kernen zijn is een nadere uitwerking
Zuidoost-Brabant naar een integrale strategie. Hiervoor verbinden we deze
nodig. Ten tweede verdient de ontwikkelpotentie of mogelijke plaatswaarde
ontwikkelstrategie aan het Ruimtelijk Voorstel en verbreden we de scope in de
van de drie regionale (H)OV-knopen nadere uitwerking. Deurne, Eersel en
volgende periode met het ontwikkelperspectief voor de NOVEX-gebieden De
Maarheeze zijn qua potentie onvergelijkbaar en onderzoek naar verplaatsingen,
Peel en Stedelijk Brabant en de bouwstenen Brabants Programma Landelijk
groeipotentie van de knoop en rol in het totale eco- en mobiliteitssysteem
Gebied (BPLG), en P-MIEK. Het resultaat is een integrale strategie met
vraagt nadere analyse. Dit hangt samen met het derde punt, namelijk het
visiekaart ten aanzien van alle aspecten - dus inclusief landbouw, energie et
succes van de mobiliteitstransitie. We monitoren wat de effecten zijn van de
cetera - waarin fysieke, milieu en sociaal-maatschappelijke keuzes (inclusief
mobiliteitsingrepen, leggen verbanden met richtinggevende keuzes in deze
brede welvaart) in balans worden gebracht. Bij de balans wordt gekeken naar
strategie en monitoren of en waar/welke interventies mogelijk nog (aanvullend)
de gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde voor Zuidoost-
nodig zijn.
Brabant. Raden/Staten/Algemeen Bestuur (AB) zijn nadrukkelijk bij het gehele integratie
De ontwikkelstrategie wordt de komende jaren gebruikt als gezamenlijk
en vaststellingsproces betrokken. Ook vindt een brede participatie plaats.
regionaal uitgangspunt voor lokale beleidsontwikkeling (omgevingsvisies,
Hiermee sluit het toewerken naar een integrale regionale planfiguur aan bij
verordeningen, gebiedsplannen, etc.). Bovendien gaan we de zachte plannen
het Ruimtelijk Voorstel dat nu, onder aanvoering van de provincie (zie brief
die in de pijplijn zitten nog afzetten tegen de richtinggevende keuzes van deze
d.d. 31 januari 2023), wordt gemaakt, en kunnen een integrale afweging en
ontwikkelstrategie. Hierbij leggen we ook de verbinding met de zachte plannen
fysiek ruimtelijke keuzes worden gemaakt vanuit de sporen uit het Ruimtelijk
die opgenomen zijn in de aantallen van de Woondeal. Dit kan resulteren in
Voorstel (BPLG, NOVEX De Peel, P-MIEK) en de Verstedelijkingsstrategie
aanpassing van de pijplijnplannen, zowel in programmering als kwalitatieve
Brabant. Het doel is om de richtinggevende uitspraken te concretiseren in
keuzes.
programma's en agenda's, waarbij in de uitwerking de opgaven in jaarschijven en ontwikkelpaden in beeld komen. Hierbij wordt rekening gehouden met de
De ontwikkelstrategie is opgesteld voor de periode 2030 - 2040, maar het
programmeringsafspraken die de provincie Noord-Brabant hanteert.
handelen op dit moment doet ertoe. Om die reden stellen we als partijen een meerjarenprogramma op voor wonen, werken en mobiliteit om adaptief te
Inhoudelijke verdieping is nodig op een aantal opgaven, zodat we de
kunnen programmeren en daarmee regie te voeren op de juiste volgorde der
richtinggevende hoofdkeuzes verder kunnen uitwerken. Dit gaat in de
dingen, ook in het geval dat de economische groei stagneert én ontwikkelingen
eerste plaats om de dorpenstrategie (maat en schaal ruimtelijk en sociaal
in de tijd vooruitschuiven.
maatschappelijk, handelingsperspectief). Op dit moment is onvoldoende beeld van de inbreidingsopgaven en -mogelijkheden in de kleine kernen en
17
We maken de volgende afspraken:
We monitoren wat de effecten zijn, leggen verbanden met richtinggevende
^
We leggen de verbinding met het Ruimtelijk Voorstel en verbreden de scope
keuzes in deze strategie en monitoren of en waar/welke interventies
in de volgende periode met bouwstenen BPLG, P-MIEK, het NOVEX-gebied
mogelijk nog nodig zijn.
De Peel en het NOVEX-gebied Stedelijk Brabant, gericht op een integrale afweging voor ruimtelijke en sociaal-maatschappelijke keuzes voor de
6.
ruimtelijke inrichting van Zuidoost-Brabant om brede welvaart voor alle
WE KIEZEN VOOR DE VOLGENDE UITGANGSPUNTEN VOOR DE ORGANISATIE EN FINANCIERING VAN HET VERVOLG
inwoners te vergroten. Daarbij worden ook sociaal-maatschappelijke en ^
ecologische keuzes meegenomen.
De gezamenlijke ontwikkelstrategie is van de 21 gemeenten, provincie Noord-
We betrekken in de komende periode actief gemeenteraden, Provinciale
Brabant, waterschap De Dommel en waterschap Aa en Maas. Samen bepalen
Staten en het AB van de waterschappen in het uitwerkingsproces én
we de inhoudelijke koers. Dit betekent echter niet dat we alles samen moeten
denken na over een formele besluitvormende rol voor de 21 raden, AB en
doen en we samen over alles beslissen. We onderscheiden:
Staten. ^
We werken de komende periode op subregionale schaal drie
variërend van licht tot intensief. In het flexibele arrangement zetten we
regionale uitgangspunten wordt door de regio begeleid. Over de resultaten
gezamenlijk de koers uit en maken we afspraken over programmering,
vindt regionale afstemming plaats. De uitwerkingen zijn:
strategie, organisatie, uitvoering en financiering;
dorpenstrategie (ruimtelijk, sociaal-maatschappelijk en
^
de formele planprocedures waarin de overheid formeel zaken moet
handelingsperspectief);
borgen in de daarvoor bedoelde planvormen en regels. De daadwerkelijke
^
drie (H)OV-knopen;
projecten en maatregelen belanden altijd fysiek ruimtelijk op een plek
^
zachte plannen die in de pijplijn zitten. Hierbij leggen we ook de
in een bestemmingsplan/omgevingsplan/omgevingsverordening van
verbinding met de zachte plannen die opgenomen zijn in de aantallen
de gemeente. Daarnaast zullen de ambities en ontwikkelrichtingen ook
van de Woondeal;
de basis vormen van de strategische plannen zoals structuurvisie/
regionale multimodale bereikbaarheidspakketten.
omgevingsvisie. Bij de plannen en de visies geldt de lijn van Thorbecke
^
^
het flexibele arrangement waarin alle participanten een rol hebben,
richtinggevende hoofdkeuzes verder uit. Deze uitwerking van gezamenlijke
^
^
^
We benutten de ontwikkelstrategie als gezamenlijk regionaal uitgangspunt
met de formele planologisch-juridische procedures met de overheidsrollen
voor lokale beleidsontwikkeling (omgevingsvisies, verordeningen,
waarbij de gemeenteraad het plan vaststelt en er een participatie- en
gebiedsplannen, etc.) en voor (sub)regionaal en provinciaal beleid.
inspraakmogelijkheid voor burgers is. Zo behoudt de gemeente haar
We stellen een meerjarenprogramma voor wonen, werken en mobiliteit
democratische legitimiteit.
op om adaptief te kunnen programmeren en daarmee regie te voeren op
^
de juiste volgorde der dingen, ook in het geval dat de economische groei
Het één-ecosysteem denken en handelen maakt dat ook op het front van
stagneert én ontwikkelingen in de tijd vooruitschuiven.
financiering samenwerking geïntensiveerd moet worden. Investeringen ergens
We zetten extra energie op het uitvoeren van het mobiliteitsprogramma.
in de regio leiden vaak tot sociaal-maatschappelijke en ruimtelijke meerwaarde,
18
maar in sommige gevallen ook tot financiële meerwaarden. Tegelijkertijd is
^
het omgekeerde ook waar: de onrendabele top van gebiedsontwikkeling leidt
Samen bepalen we de inhoudelijke koers. Dit betekent echter niet dat we alles samen doen en we samen over alles beslissen. We onderscheiden:
vaak tot een extra financieringsvraag, terwijl de ontwikkeling als zodanig
^
het flexibele arrangement waarin alle participanten een rol hebben,
meerwaarde heeft voor de hele regio. Een (sub)regionaal gebiedsfonds kan een
variërend van licht tot intensief. In het flexibele arrangement
uitkomst bieden om het handelingsperspectief voor richtinggevende keuzes
zetten we gezamenlijk de koers uit en maken we afspraken over
te vergroten. Dit vraagt een nadere uitwerking en leren van goede voorbeelden
programmering, strategie, organisatie, uitvoering en financiering;
(ontwikkelmaatschappij EIKXL).
^
de formele planprocedures waarin de overheid formeel zaken moet borgen in de daarvoor bedoelde planvormen en regels. De
De komende jaren zal een verkenning uitwijzen op welke wijze we een regionaal
daadwerkelijke projecten en maatregelen belanden altijd fysiek
financieel gebiedsfonds kunnen inrichten. Hier ligt overigens een relatie met
ruimtelijk op een plek in een bestemmingsplan/omgevingsplan/
de investeringsagenda voor het NOVEX-gebied Stedelijk Brabant en NOVEX-
omgevingsverordening van de gemeente.
gebied De Peel. Keuzes worden gemaakt ten aanzien van het vehikel: een regionaal fonds, een ontwikkelfonds, een ontwikkelbedrijf, inclusief bijbehorend
^
financieel instrumentarium (subsidieregeling o.i.d.).
We continueren de ambtelijke voorbereidingsgroep in de rol van regiegroep, onder leiding van de Metropoolregio Eindhoven (MRE), met daarin de vier subregionale trekkers, de provincie en de waterschappen. De taken van de
We maken de volgende afspraken:
regiegroep zullen de komende tijd uitgewerkt moeten worden, vooralsnog
^
De regio staat voor de taak om met andere partners wezenlijke
denken we aan het voorbereiden en coördineren van de inhoudelijke
ruimtelijke keuzes te maken en aan een langetermijnvisie concrete
uitwerkingen en procesmatige vervolgstappen, het continueren van
uitvoeringsopgaven te koppelen. Dit vraagt om goed stuurmanschap
de betrokkenheid, en het zorgen voor uitwisseling van informatie over
en doet een beroep op de evenwichtskunsten van allen. Het doel is een
ontwikkelingen tussen de partijen.
toekomstbestendige ontwikkeling met als belangrijkste pijlers: kwaliteit en
We gebruiken het PoHo Ruimte&Wonen om regie te voeren op de
samenwerking. De afspraken die we maken zijn ‘niet-vrijblijvenď, omdat
uitwerking. Hierbij sluiten provincie en de twee waterschappen aan.
het een pakket aan onderling samenhangende maatregelen is. Met het niet
Themagewijs sluiten ook wethouders Wonen, Economie en/of Mobiliteit
nakomen van afspraken worden anderen gedupeerd. Wanneer afspraken
aan.
achterhaald blijken en/of nieuwe inzichten ontstaan, dienen hiervoor ^
^
^
We houden het zo simpel als mogelijk is. Het verminderen van de
nieuwe gezamenlijke integrale afwegingen te worden gemaakt.
complexiteit van beleid en regelgeving is hard nodig, want de huidige
De zoektocht naar werkbare vormen van gezamenlijke besluitvorming
trend om zaken te verfijnen, stapelingen van beleid en regels en reparaties
en partnerschap vraagt om wederkerigheid tussen de overheid, private
blokkeert elke ontwikkeling.
partijen, maatschappelijke organisaties en inwoners. Dit is nodig voor
^
We sturen (bij) in plaats van dat we verantwoorden. Een andere oproep
een goede informatie-uitwisseling, inzicht in belangen en het maken en
is: stop vooral energie in het sturen en bijsturen in plaats van in het
hanteren van duidelijke spelregels.
verantwoorden achteraf. Hierdoor hebben inspanningen nog effect, en
19
komen de wijze woorden niet als het al te laat is. ^
We hebben te maken met personeelstekort en gaan daarom slim organiseren, boren nieuw talent aan en zetten in op het binden en boeien van medewerkers. Over de onderlinge verdeling van vereiste inzet vindt waar nodig afstemming plaats met de ambtelijke organisaties.
^
We gaan een verkenning uitvoeren naar een regionaal financieel fonds, ontwikkelfonds en/of ontwikkelbedrijf, inclusief bijbehorend financieel instrumentarium (subsidieregeling o.i.d.) en richten hiervoor een werkgroep in.
13 juli 2023
BMC | Dona Stedenbouw | Studio Bereikbaar
reg,e
u,doost-Brai)ant
Ontwikkelstrategie -
Perspectief en koers
- Gebiedsuitwerkingen - Werken met...
Ontwikkelagenda X -
Langjarig
- Uitwerking en programmering
Uitvoeringsprogramma's - Actiegericht - Iteratief en adaptief - Jaarschijven
Inhoudsopgave ^
Hoofdstuk 1. Vertrekpunt; Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant, een evenwichtige schaalsprong
^
Hoofdstuk 2. Opgave voor Zuidoost-Brabant
^
Hoofdstuk 3. Ontwerpend onderzoek
^
Hoofdstuk 4. Lessen en afweegkader
^
Hoofdstuk 5. Richtinggevende keuzes en ontwikkelprincipes
^
Hoofdstuk 6. Haalbaarheid en realisatiestrategie
y” --- --Jat' I ' xÀ ■HHİ - É .'-^ľ-jsaaaŵįs: ■*ss‘ ís *»ii j~,i ---- —t*'- —Z1— N ’ » . » —« ' . ':
1
IļK ļ ľjLİĮh^-UvJ
5
g JW 1J-ĩ ■H -v
11
üū
5
1.
Vertrekpunt; Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant, een evenwichtige schaalsprong
1.1
Achtergrond
Rijk en regio zijn al enkele jaren met elkaar in dialoog over de economische
bestaande subregionale ontwikkelstrategieën, zonder verder onderzoek te verrichten.
kracht van de Brainportregio, via verschillende (beleids)agenda's. In 2018 zijn Rijk (kabinet-Rutte III), provincie Noord-Brabant en regio Brainport met
Een belangrijke afspraak die in juni 2022 werd gemaakt tussen de gemeenten,
de Brainport Nationale Actieagenda een langjarig partnership met elkaar
provincie en waterschappen was dat er behoefte was aan verdere verdieping
aangegaan om de economische kracht van Brainport Eindhoven te behouden
van de regionale ontwikkelstrategie. De ambitie van de regio is namelijk niet
en te versterken. Vervolgens spraken Rijk en regio in november 2019 af een
alleen om de mainportstatus voor Nederland te behouden en te versterken,
integraal gebiedsgericht MIRT-onderzoek (MIRT=Meerjarenprogramma
maar ook om dit te laten bijdragen aan de brede welvaart voor alle groepen
Infrastructuur, Ruimte en Transport) uit te voeren, met het oog op versterking
bewoners en bedrijven in de regio. Om deze ambitie te realiseren zijn
van de internationaal concurrerende economische positie van Brainport
strategische keuzes nodig op het gebied van wonen, werken en bereikbaarheid,
Eindhoven. De belangrijkste vraag daarbij is: hoe kunnen we investeren in een
met het oog op de toekomst, de periode 2030-2040. Gemeenten, provincie en
hoogwaardig vestigingsklimaat, zodat het zowel het nationale verdienmodel als de regio ten goede komt?
waterschappen hebben tevens vastgesteld dat deze keuzes worden gemaakt vanuit het uitgangspunt dat de Brainportregio functioneert als één ecosysteem.
In 2020 vond het MIRT-onderzoek Verstedelijking en Bereikbaarheid Brainport
De Brainportregio versterkt de Nederlandse internationale concurrentiepositie,
2040 plaats. Dit onderzoek was voornamelijk gericht op het Stedelijk Gebied
de Europese interne markt en het nastreven van een geopolitiek speelveld,
Eindhoven (SGE) en had als doel om een aanzienlijke toename van het
waarbij Europa minder afhankelijk wordt van andere werelddelen. Het
aantal woningen en arbeidsplaatsen als gevolg van de economische groei te
behoud van deze internationale positie is van vitaal belang voor de positie
realiseren. In die tijd is al geconstateerd dat de Brainportregio in feite bestaat
van Nederland in Europa en de rest van de wereld, maar is zeker geen
uit alle 21 gemeenten binnen Zuidoost-Brabant. Een van de afspraken die
vanzelfsprekendheid.
destijds is gemaakt, is dat niet alleen het SGE, maar ook de andere deelregio's (De Kempen, De Peel, A2-gemeenten) een regionale ontwikkelstrategie zouden opstellen.
De maakindustrie in de Brainportregio is goed voor 11,3X van de Nederlandse bruto toegevoegde waarde en levert daarmee de hoogste toegevoegde waarde van Nederland. De regio trekt ook veel talent aan; bijna 200z0 van het
De vier regio's hebben afgesproken om in het eerste halfjaar van 2022
Nederlandse Research en development-talent werkt in de Brainportregio.
gezamenlijk een samenhangende regionale ontwikkelstrategie op te stellen,
Voor de Nederlandse export levert dat veel op, want 360z0 van de landelijke
inclusief enkele verplichte afspraken gericht op de uitwerking en uitvoering van
hightech export komt uit de Brainportregio. Door breed vertakte netwerken en
deze strategie. In juni 2022 werd op de Omgevingsdag een eerste versie van
toeleverende ketens heeft de Brainport-economie ook positieve effecten op
de Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant vastgesteld. Deze ontwikkelstrategie
andere kennis- en innovatieregio's (wisselwerking). In de Brainportregio wordt
werd in korte tijd tot stand gebracht door het integreren van de inhoud van
geld verdiend voor Nederland.
In Cijfers - Metropoolregio Eindhoven Regio Peel -
Stedelijk Gebied Eindhoven - 519.000 inwoners
- 42.000 banen
- 234.300 woningen
- 0,70 banen/werknemer
- 313.000 banen -
122.000 inwoners
- 51.000 woningen
1,25 banen/werknemer
mprt-Ralrpf
Deurne Cijfers uit CBS jaartal 2020
Onderstaande tabel geeft de verhouding aan tussen banen en werknemers per gemeente. Rood geeft aan die rato hoog is, groen dat de ratio laag is.
Reusel De Mierden Blade! Eersel
t
u,
ĩ
I
Asten
Bergeijk
Regio Kempen
Regio A2
16,721
1 c
I
l ét
8,2
5,1
1 1 !
s
ŗ
«0
*
0,74
6.853
18.635
9,3
6,1
0,66
7,870
Best
29.588
0,97
12.535
20.390
15.4 10,7
14.9
Bladel
11,2
1,05
8.618
Cramendanck
21.138
9,4
6,7
0.71
S.%2
Oeume
32,471
15,6
13,2
0,85
13.887
Eerael
19,313
73
0,81
8.277
Eindhoven
234.3,54
3,3 114.4
17S2
133
111.295
39.726
18,6
12,6
0,67
17.640
Bergeljfc
- 71.000 inwoners
- 68.000 inwoners
Gefcfrop-Mterlo
9,1
0,60
- 30.200 woningen
- 30.400 woningen
Heere-Leende
16,152
73
5,4
0,72
6.817
Helmond
92.423
43,8
413
0,95
40.319
- 28.000 banen
- 22.000 banen
- 0,78 banen/werknemer
- 0,69 banen/werknemer
Gemarl-B»M
30.723
15,2
12.754
laarbeek
22.523
11
6,7
0,61
9.446
Nutftfcn, Gerwenen Nederweiten
23,383
10,6
63
0,51
10-165
Olrschũt
18.714
9.5
11
1.16
7.861
ReuselDe Mierden
13,112
6,8
32
0,48
5,422
Someren
19,368
93
7
0,71
8,057
Son en Breugel
17.322
8,1
14.8
1.83
7.112
Valkenswaard
31.193
14,6
93
0,68
14.647
Veldhoven
45,466
22,2
32,4
1,46
19.722
Waal re
17.456
7,7
4,2
0,55
7.607
7
We kunnen dan ook met recht constateren dat de Brainport geen ‘regionale
1.2
economie' vertegenwoordigt, maar een krachtige motor van de hele
In de voorliggende ontwikkelstrategie ligt de focus op de drie genoemde
Nederlandse economie is, met bovendien nog een enorme groeipotentie.
kernthema's: wonen, werken en bereikbaarheid, in de wetenschap dat er
Focus en doel
meer opgaven om keuzes vragen. Gedurende het proces is oog gehouden Tegelijk piept en kraakt het in de regio behoorlijk. Om de ontwikkeling van
voor de opgaven en uitdagingen in het landelijk gebied én rondom de
bedrijven als ASML, DAF, VDL en Philips regionaal in te blijven passen, de
energie-infrastructuur. Deze opgaven worden echter via afzonderlijke
toeleveranciersketen daarachter voor Nederland te behouden en de Europese
trajecten verder in beeld gebracht en uitgewerkt. De provincie is begin
strategische autonomie van de hightech maakindustrie voldoende te
2023 gestart met het Ruimtelijk Voorstel dat moet leiden tot een integrale
beschermen, is een brede blik nodig. Zo kan de regio haar groeicijfers alleen
visie waarin de drie bouwstenen verstedelijking, landelijk gebied (Brabants
consolideren als er voldoende aantrekkelijke woningen zijn, de regio voldoende
Programma Landelijk Gebied (BPLG), NOVEX De Peel) én energie (het
bereikbaar is, er voldoende ruimte is voor de huisvesting en opschaling van
Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie & Klimaat (P-MIEK))
nieuwe innovatieve bedrijven, er voldoende talent beschikbaar is en iedereen in
bijeengebracht worden. Dit wordt uitgewerkt in een ‘Ruimtelijk Voorstel' met
staat is mee te doen.
daarbij een ‘Ruimtelijk Arrangement' dat als basis dient voor afspraken met het Rijk en - voor de NOVEX-gebieden De Peel en Stedelijk Brabant - in
De gezamenlijke ambities richting 2030 waarover Rijk en regio de
bestuurlijke afspraken tussen Rijk en regio.
beleidsdialoog voeren zijn, dat: ^
a. de regio een ruimtelijke schaalsprong kan maken;
Op de Omgevingsdag van 13 juli 2023 streven we ernaar om overeenstemming
^
b. voldoende talent beschikbaar is;
te bereiken over deze ontwikkelstrategie als een gezamenlijk beleidsvoornemen
^
c. het technologisch concurrentievermogen wordt versterkt;
en richtinggevende koers. Het resultaat bestaat uit richtinggevende keuzes
^
d. er sprake is van veerkrachtige toeleverende ketens.
en ontwikkelprincipes, en niet uit een definitief beeld of een structuurkaart met locaties. De ontwikkelstrategie is adaptief en via iteratieve processen
Bron: Strategische Agenda Brainport, maart 2023
werken we verder en sturen we bij. Een continu proces van herwaardering van de relatie tussen gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde is nodig om evenwicht in de regio te bewaken en de fysieke en sociale grenzen in de leefomgeving te kunnen bepalen. Bij deze ontwikkelstrategie hoort een afsprakenkader dat gericht is op niet-vrijblijvende afspraken om de komende jaren - in opmaat naar 2040 - de ontwikkeling van de regio verder vorm te geven.
9
2.
Opgave voor Zuidoost-Brabant
2.1.
Opgave 1: Voorkomen van wateroverlast, droogte en hittestress
toegenomen drinkwatervraag tijdens droge perioden zet het grondwater
Het klimaat verandert: de zeespiegel stijgt, het wordt warmer en ook droger en
verder onder druk. De agrarische bodems zijn op veel plaatsen uitgeput als
natter. De extremen worden groter. De hetere zomers, de heftigere zomerbuien
gevolg van het jarenlange intensieve agrarische gebruik. De bodemkwaliteit
en nattere winters hebben effecten op een groot aantal terreinen, waarvan
is slecht door verregaande eutrofiëring, vervuiling en verdichting door zwaar
sommige effecten zichtbaar zijn (zoals wateroverlast, schade in land- en
landbouwmaterieel. Het bodemleven en het organische stofgehalte zijn
tuinbouw, en hittestress) en andere op het eerste gezicht misschien minder
hierdoor teruggelopen, waardoor de capaciteit om water vast te houden sterk
opvallen (zoals de stijging van het aantal allergiedagen, droogte, veranderingen
is afgenomen. De natuurlijke sponswerking en buffercapaciteit is niet langer