[24.15742] Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant (deel I Afsprakenkader)
Tekst van het document
Perspectief 1 - Ieder dorp (en stad) een stap AFSPRAKENKADER SGE Best 4.100 Eindhoven 38.300 Geldrop-Mierlo 2.700 Helmond 15.800 Nuenen 2.900 Oirschot 1.600 Son en Breugel 900 Veldhoven 6.100
Let op: in
Waalre 1.900
nevenstaande kaart
Totaal = 74.300
is geen volledigheid betracht en het is geen beleid. De kaart dient alleen als orde van grootte visualisatie voor het ontwerpend onderzoek.
LEGENDA
De Kempen « 1500 harde plarnen t 1370 ontwerp A2 - '233 harde plannen * 75C ontwerp De Ped » 1980 harde plannen 4 2615 ontwerp Totaal - 4710 harde plannen + 473S ontwerp 19465)
AANTAL PLANNEN OVERZICHT Asten * 2628 uitbreiding * 657 inbreidmg (3285) Bergeijk * 2675 uitbreiding * 669 inbreiding (3344) Bladel - ’930 uitbreiding t 73? inbreiding (3662) Cranendonck ^ ’085 uitbreiding * 521 inbreiding (2606) Deurne - 532b uitbreiding * 1332 inbreiding (6657) Eerstl : 2814 uitbreiding * 703 inbreiding (3517)
Gtmert-Bakel» 4802 uitbreiding « 1222 inbreiding (6114) Heize-Ltende « 1587 uitbreiding *39b inbreiding (1983) Laarbeek - 1623 uitbreiding * 905 inbreiding (4528) Reus»l-0e Mierden s 1843 uitbreiding * 461 inbreiding (2304) Someren ^ 3090 uitbreiding * 772 Inbreiding (3862) Valkenswaard * 34C8 uitbreiding * 85? inbreiding (4260)
— M H D D B S —
Spoor Ē Hoofdweg D Bestaande stedelijk gebied 3 Bestaande bednjfsgebíed H Lage dichtheid gebied (sooxsoom) Dichtbevolkt gebied (500x500m) Zeer dichtbevolkt gebied (booxsoom) Bestaande wonmgbouwplannen (20 wo /ha) Beken Geen restncties natuur, bodem en water
a
Beschermde gebieden
Uitbreiding (500 wo725Im.) Inbreiding (500 wciV25ha) Gepland banen hard Gepland banen zacht
48
3.3.2.
Perspectief 2: Knopen in het netwerk
In het perspectief Knopen in het netwerk worden de kansen en kwaliteiten
Naast de kwaliteit van de subregionale knopen testen we in dit perspectief ook
onderzocht van enkele nieuwe/te versterken knooppunten. De verstedelijking
wat de resterende woningbouwopgave blijft voor de overige dorpen en kernen.
in het SGE zal ook plaatsvinden op bestaande regionale centra nabij hoogwaardige OV-knopen, zoals Best, Veldhoven, Geldrop, Helmond BSD en Woensel. De te ontwikkelen knooppunten worden gevormd door twee bestaande stationslocaties (Maarheeze (sprinter) en Deurne (intercity)) en een nieuwe knoop in het verlengde van HOV4 (Eindhoven Centraal - Veldhoven/ ASML - Eersel). De knopen zijn niet alleen multimodaal bereikbaar, maar worden ook programmatisch geladen, zodat er naast knoopwaarde ook plaatswaarde (bijvoorbeeld door toevoeging van voorzieningen op de knoop) ontstaat. Het perspectief test zodoende of het stedelijk netwerk van het SGE kan worden opgerekt en verbonden met de meer landelijke gebieden eromheen. In dit perspectief ontstaat er een nieuwe hiërarchie en positionering van de kernen. Eersel, Deurne en Maarheeze groeien harder (in woningaantallen en ook programmatisch) dan de andere kernen. De knopen worden maximaal geladen (te testen in de casussen), waarbij ook een andere typologie woningen (meer stedelijk) wordt gerealiseerd. Het perspectief gaat uit van 800z0 inbreiden en 20ozo uitbreiden. Buiten de knopen wordt in dit perspectief dus ook in de andere kernen ingezet op kwaliteitsverbetering van de bestaande voorraad.
Uitbreiding van werkmilieus vindt in dit perspectief in eerste instantie plaats door een functiemix in de knopen en intensivering van bestaande bedrijventerreinen. Voor een categorie activiteiten die niet plaats kan vinden in bovenstaande locaties wordt - pas in tweede instantie - ruimte gezocht op uitbreidingslocaties van bedrijventerreinen. De ambitie van dit perspectief is om de mobiliteit in Zuidoost-Brabant beter te organiseren. Subregionale oriëntatie op de OV-knopen moet ruimte maken op de wegen en bijdragen aan verbetering van de leefbaarheid en verkeersveiligheid.
Perspectief 2 - Knopen in het netwerk AFSPRAKENKADER SGE Best 4.100 Eindhoven 38.300 Geldrop-Mierlo 2.700 Helmond 15.800 Nuenen 2.900 Oirschot 1.600 Son en Breugel 900 Veldhoven 6.100
Let op: in
Waalre 1.900
nevenstaande kaart
Totaal = 74.300
is geen volledigheid betracht en het is geen beleid. De kaart dient alleen als orde van grootte visualisatie voor het ontwerpend onderzoek.
LEGENDA
De Kempen « 1500 harde plarnen t 13/0 ontwerp A2 - '233 harde plannen * 75C ontwerp De Ped » 1980 harde plannen * 2615 ontwerp Totaal - 47 lü harde plannen 14735 ontwerp (9445)
AANTAL PLANNEN OVERZICHT Asten * 52C' uitbreiding * 2(H)0 inbreiding (2613) Bergeijk » 356 uitbreiding * 142- inbreiding (1780) Bladel - 390 uitbreiding 1 1559 inbreiding (1949) Cranendonck* - ?05 uitbreiding 11143 inbreiding (1428 * 4000) Deurne* - 1050 uitbreiding * 4236 inbreiding (5295 * 5000)
Gemert-Baktl « 972 uitbreiding * 3890 inbreiding (4863) Heeze-Leend* 217 uitbreiding * 86' inbreiding (1086) Laarbeek - 20 uitbreiding * 2882 inbreiding (3602) Reustl-D» Mierden ~ 245 uitbreiding 1981 inbreiding (1226) Somwen s 614 uitbreiding * 2458 inbreiding (3072)
Earstl* :
Valkenswaard - 467 uitbreiding * 1867 inbreiding (2334)
74 uitbreiding * 1498 inbreiding (1872 * 6000)
— M H D D B H —
Spoor a Hoofdweg Bestaande stedelijk gebied (BI Bestaande bednjfsgebíed m Lage dichtheid gebied (sooxsoom) Dichtbevolkt gebied (500x500m) Zeer dichtbevolkt gebied (booxsoom) Bestaande wonmgbouwplannen (20 wo /ha) Beken Geen restncties natuur, bodem en water
W
Beschermde gebieden
Uitbreiding (500 v»o.z25Im.) Inbreiding (50ū wa/Jhha) Gepland banen hard Gepland banen zacht
50
3.3.3.
Perspectief 3: Pionieren
De drijfveer achter het perspectief Pionieren is het inzicht dat de opgave wonen en werken zo omvangrijk is dat er een grootschalige ruimtelijke interventie noodzakelijk is. Het perspectief borduurt voort op grootschalige ingrepen zoals een regionaal bedrijventerrein met een eigen logica en identiteit. Het perspectief introduceert omvangrijke nieuwe dorpen en werklocaties op strategische plekken (waar het kan vanuit de bodem) en onderzoekt wat dat oplevert voor bestaande ruimtelijke structuren en mobiliteit. Bestaande dorpen en kernen wordt een aandeel in de woningbouwopgave toebedeeld, waarmee zij de huidige ruimtelijke identiteit en karakter kunnen behouden. De nieuwe kernen krijgen juist een meer internationaal milieu, waardoor de diversiteit en keuzemogelijkheden in de hele regio groeien. In dit perspectief zijn de regionale bedrijventerreinen de voornaamste groeimogelijkheden voor bedrijvigheid. Met betrekking tot de mobiliteit is het uitgangspunt van het perspectief dat de huidige structuur voor de huidige dorpen en kernen blijft bestaan. De nieuwe dorpen moeten zodanig worden gepositioneerd dat nabijheid van werken ontstaat, OV-hubs op fietsafstand liggen en er in de community van de nieuwe dorpen nieuwe vormen van collectief vervoer worden georganiseerd (ASMLbusjes, deelauto, etc.).
De regionale bedrijventerreinen zijn hoofdzakelijk snelweggeoriënteerd, of eventueel georiënteerd op water. In dit perspectief testen we de kansen van nieuwe ‘nederzettingen' vanuit de urgentie dat de opgave niet is te realiseren in, en aansluitend aan de bestaande dorpen en kernen, en het SGE niet meer kan opnemen dan is afgesproken in het Verstedelijkingsakkoord.
Perspectief 3 - Pionieren AFSPRAKENKADER SGE
Reken
Best 4.100 Eindhoven 38.300 Geldrop-Mierlo 2.700 Helmond 15.800 Nuenen 2.900 Oirschot 1.600 Son en Breugel 900 Veldhoven 6.100
Let op: in
Waalre 1.900
nevenstaande kaart
Totaal = 74.300
is geen volledigheid betracht en het is geen beleid. De kaart dient alleen als orde van grootte visualisatie voor het ontwerpend onderzoek.
LEGENDA Spoor
De Kempen « 1500 harde plarnen t 1370 ontwerp A2 - '233 harde plannen * 75C ontwerp De Ped » 1*180 harde plannen * 2615 ontwerp Totaal - 4710 harde plannen + 473S ontwerp 19465)
AANTAL PLANNEN OVERZICHT Asten * 382 uitbreiding * 1553 inbreiding (1941) Bergeijk ^ 408 uitbreiding » 163.' inbreiding (2040) Bladel - 446 uitbreiding 1 1788 inbreiding (2234) Cranendonck* - 44 uitbreiding * 1379 inbreiding (1723 * 3000) Deurne*: 786 uitbreiding * 314- inbreiding (3934 * 10000)
Gemert-Baktl « 723 uitbreiding * 2890 inbreiding (3613) Heeze-Leend* 262 uitbreiding * 1048 inbreiding (1310) Laarbeek - 536 uitbreiding * 214C inbreiding (2676) Reustl-D» Mierden ~ 2P2 uitbreiding *1124 inbreiding (1406) Somwen s 456 uitbreiding -f 626 inbreiding (2282)
Eersel* - 43G uitbreiding * 1716 inbreiding (2146 * 5000)
Valkenswaard - 563 uitbreiding * 2253 inbreiding (2816)
II
Hoofdweg Bestaande stedelijk gebied Bestaande bedrijfsgebied Lage dichtheid gebied (oooxòoom) Dichtbevolkt gebied (500x500m) Zeer dichtbevolkt gebied (500*500m) Bestaande woningbouwplannen (20 wa/ha.) Beken
Geen restricties natuur, bodem en water Beschermde gebieden
Nieuwe dorpsuitbreiding (500 woV25ha.) Uitbreiding (500 wo /25ha.) Z) Inbreiding (500 v»oV25ha) m
Gepland banen hard Gepland banen zacht
52
3.3.4.
Perspectief 4: Eindhoven Central Park 7 Centrale stad XXL
Het perspectief Eindhoven Central Park/Centrale stad XXL heeft de volgende
De aantrekkelijkheid van dit perspectief is geworteld in de overtuiging dat de
redenering:
hele regio profiteert van een sterke centrale stad. De omliggende kernen doen
^
De dorpen en kernen blijven tot 2040 vitaal met de bestaande harde
wat nodig is om leefbaar en vitaal te blijven, maar positioneren zich vooral als
plannen en de plannen waarvan kan worden gesteld dat ze op korte termijn
dorpen in een groen landschap waar het goed toeven is.
hard te maken zijn. ^
Een grotere programmering kunnen de subregio's De Kempen, De Peel en de A2-gemeenten met behoud van identiteit en de huidige infrastructuur niet opnemen.
^
Voor een groot deel van de totale opgave tot 2040 zal het SGE daarom meer moeten realiseren dan binnen het huidige Verstedelijkingsakkoord. Dat betekent een extra opgave bovenop de schaalsprong van 62.000 woningen.
^
Die extra opgave geeft het SGE de kans om de stedelijke mobiliteit en het OV een extra impuls te geven. Het voorzieningenniveau van Eindhoven wordt door die extra verdichting binnen de stadsgrenzen nog groter.
Eindhoven realiseert in dit perspectief een grootschalige transformatie van GDC Acht. Dat levert een substantiële groei van het aantal woningen op (tot 20.000). Een belangrijke drijfveer voor deze keuze is dat daarmee een forse stap in OV kan worden gezet: de uitbreiding gaat gepaard met een tweede intercitystation voor Eindhoven, waardoor de Brainportlijn (de verbinding tussen de IC-stations via een lus over de campussen) een sterke structuur wordt. Voor de behoefte aan werkgebieden wordt vooral gekeken naar het intensiveren Het stadsbos Noordwest functioneert in die stedelijke context als een centraal
en uitbreiden van de campusstructuur die gekoppeld is aan OV (Brainportlijn,
park, met daarbinnen ‘De Wielewaal'.
spoorlocaties Helmond), een stedelijke mix in de steden en sturen op het juiste programma op de juiste plek op de andere bedrijventerreinen in de regio,
Met dit perspectief willen we de kansen duiden voor een stevige
eventueel gecombineerd met regionale bedrijventerreinen, om ruimte te maken
mobiliteitstransitie voor het SGE, waarbij de radiale structuur van de HOV-lijnen
in de stedelijke bedrijventerreinen.
wordt verrijkt met een tangent om zodoende het netwerk tussen wonen en werken sterker te maken.
In dit perspectief wordt - vanuit een kwalitatieve overweging - het contrast tussen stad en land groter.
Perspectief 4 - Eindhoven Central Park I Centrale stad XXL AFSPRAKENKADER SGE Best 4.100 Eindhoven 38.300 Geldrop-Mierlo 2.700 Helmond 15.800 Nuenen 2.900 Oirschot 1.600 Son en Breugel 900
Let op: in
Veldhoven 6.100 V
Waalre 1.900 Totaal : 74.300
nevenstaande kaart
)
is geen volledigheid betracht en het is geen beleid. De kaart dient alleen als orde van grootte visualisatie voor het ontwerpend onderzoek.
LEGENDA Spoor Hoofdweg Bestaande stedelijk gebied Bestaande bednjfsgebíed
(ll) Uitbreiding/lnbrerding (3125 woV25tia.)
0
Eindhoven Central Park
Lage dichtheid gebied (booxsoomj © Dichtbevolkt gebied (500x500m) Zeer dichtbevolkt gebied (booxsoom) Bestaande wonirgbouwplannen (20 wo /ha.) Beken
Eindhoven Noordwest IC
Geen restnclies natuur, bodem en water Beschermde gebieden 41» 111 wo rond Eindhoven Central Part
54
3.4.
Acht lessen op basis van subregionale casuïstiek
De afgelopen periode is er in vier subregio's een aantal casussen beproefd; casuïstiek die aansluit bij de zoekrichtingen in de vier perspectieven. Het betreft voor een deel ook casuïstiek die ontwikkeld is op basis van zorgen die tijdens de Omgevingsdag van 21 december 2022 door bestuurders is ingebracht. Onderstaand staat een overzicht van de belangrijkste lessen die we met elkaar hebben geleerd op basis van de acht casussen.
Stedelijk gebied Eindhoven - Casus Kan het SGE meer dan 74.000 woningen plannen Lessen: ^ Meer woningen na de huidige schaalsprong past altijd. De vraag is welke meerwaarde je er mee wilt realiseren. ^
Nieuw programma kan bijdragen aan beter stutten van Schaalsprong OV (bijvoorbeeld door knoop Eindhoven Noord-West)
^
In bestaande buurten liggen grote uitdagingen en kansen die nu nog niet in beeld zijn. Goed om daar substantieel programma aan te koppelen.
Stedelijk gebied Eindhoven - Casus Welke strategie voor groei bedrijventerreinen Lessen: ^ Intensiveren op bedrijventerreinen is goed mogelijk. Dat gaat om slimme combinaties van functies. ^ Wonen combineren met hoge milieucategorieën is bijvoorbeeld moeilijker dan werken optoppen met werk. ^
De IHurk HTCE De Run
Milieucategorieproblematiek kan worden verminderd door slimme aanpak bij de bron.
De Peel - Casus Wat zijn de kansen voor IC-knoop Deurne Lessen: ^ Zorg dat je werkmilieu (milieu cat. 3 aan spoor) behoud. Maar wel meer mix, kwaliteit en beter profileren. Extra 1.000 aan inbreiding mogelijk bovenop de 2.000 die we nu al doen (voor achterkanten, loze hoekjes). Groei naar 10.000 mogelijk maar dan wel uitleglocaties en iets nodig voor auto-infra of forse mobiliteitstransitie (uitleg kan interessant zijn irt ontwikkeling rondom groene wiggen en landbouwtransitie). Schaalsprong van 10.000 woningen is geen gamechanger voor regionale oriëntatie. Stap vraagt extra impuls in werkmilieus. Identiteit zal veranderen bij aantallen van duizenden woningen, dan nodig om ervoor te zorgen dat we de dragende en herkenbare structuren behouden en/of versterken. Per dorp is laadvermogen Z acceptatiegraad anders.
De Peel - Casus Wat is de kwaliteit van een regionaal bedrijventerrein
Lessen: ^ Ook in regionaal bedrijventerrein sturen op kwaliteit, verdichten, intensiveren en clusteren. Niet m2/ prijs goedkoop aanbesteden. ^
Schuifruimte benutten om bijvoorbeeld terrein nabij Deurne ICstation te profilere en intensiveren
^
Intensiveren op bestaande bedrijventerreinen is een no regret. Maar dan wel plotoverstijgend sturen (op mobiliteitsoplossing, wet en regelgeving bijvoorbeeld).
^
Zorg dat er in nieuwe woonmilieus ruimte is voor mixbare bedrijvigheid. Je wil niet dat die landen op plekken waar je milieu-ruimte nodig en beschikbaar hebt.
De Kempen - Casus Wat is de potentie van Hub Eersel
Lm "
Lessen: ^ Knoopwaarde realiseren is niet makkelijk maar kan wel leiden tot kwaliteit voor de gehele regio (logische poortfunctie vanuit de regio richting Eindhoven) ^
Hubfunctie zal toenemen. Dit zorgt ervoor dat er veel parkeren gerealiseerd moet worden. Meekoppelkans Z aanleiding om grote gebouwde parkeervoorziening dubbel te benutten en er nieuw programma aan te koppelen (nabijheid realiseren met wonen, werken, voorzieningen, onderwijs)
^
Een nieuwe knoop bij Eersel hoeft er niet voor te zorgen dat de kwaliteit van het dorp Eersel achteruit gaat. Kan juist zorgen voor specialisatie. Denk aan: XL-supermarkt in nieuwe knoop versus kleinschalig Bourgondisch aan de markt in het dorp)
60
De Kempen - Casus Wat kan een nieuw dorp opleveren Lessen: ^ Bodem, water en natuur zijn zeer sturend. Echte stap naar een groot nieuwe dorp is qua ruimte niet mogelijk (max 5.000 woningen in te passen). Resultaat zal daardoor meer monofunctioneel zijn (woonwijk op afstand), want te weinig massa voor extra voorzieningen. ^
Grote ingreep met geringe omvang, relatief weinig hefboomfunctie voor de totale opgave.
•
Ondanks geringe omvang wel locaties op fietsafstand van de hub Eersel. Kan dat elkaar versterken?
A2 - Casus Wat zijn de kansen voor de Hub Maarheeze Lessen: ^ Lastige opgave om Maarheeze koopwaarde te geven. Gericht sturen op meer kwaliteit Z plaatswaarde is een no regret. ^
Logische plek aan het spoor is de badkuip van Maarheeze. Daar is ruimte nodig voor water.
^
Transformatie van bedrijvenzone richting functiemix (wonen en werken) kan wel maar is een enorme operatie
^
Hubfunctie Maarheeze gaat groeien (dat kan wel aan westkant), hier ook verbinding leggen met Budel en Nyrstar
A2 - Casus Wat is zijn de kansen en kwaliteiten van de wijken rondom Dommeldal (Valkenswaard) Lessen: ^ Door omringing met water en natuur nauwelijks nog ruimte voor uitbreiding. Inbreiding is nodig om niet op slot te gaan maar dat is een complexe en nieuwe opgave (makkelijke locaties gaat eerder om tientallen dan honderdtallen). Zet de nieuwe druk in om te sturen op kwaliteit. Dan nodig om plotoverstijgend te sturen (op buitenruimte, kwaliteit, mobiliteit). ^
Alleen al om huishoudensverdunning (tussen 2020 en 2040) tegen te gaan heb je per kern 5-15X groei nodig binnen bestaand verstedelijkt gebied. Dat kan bijvoorbeeld in buurten aan Dommeldal. Hier liggen grote opgaven met een hoog aandeel corporatiebezit (tot 600z0).
^
Nieuwe inbreidingskansen dienen zich altijd aan (in afgelopen 10 jaar ongeveer 1.000 woningen).
Hoofdstuk 4
Lessen en afweegkader
-*ą * íį
Klľ ai j r-
ļļJĘ
-
tŔįĒ——1 5* R ' -| I I
65
4. Lessen en afweegkader 4.1
Introductie
Tegelijkertijd is het afweegkader niet allesomvattend en niet volledig integraal.
Deze ontwikkelstrategie is ontwikkeld door middel van ontwerpend onderzoek.
Onze opgave richt zich immers ook op de kernopgaven wonen, werken en
Dit hebben we gedaan aan de hand van vier perspectieven en acht uitwerkingen
mobiliteit. We gaan uit van een kwalitatieve beoordeling en zetten in op het
in casuïstiek uit het voorgaande hoofdstuk.
praktisch en begrijpelijk benutten van het middel.
Het doel van de perspectieven, die de hoeken van het speelveld aangeven, en de casuïstiek is om te leren van de waardevolle elementen en de elementen
De impact van de vier perspectieven bepalen we aan de hand van
die we willen voorkomen. Daarom zijn de perspectieven onderling vergeleken
onderstaande afbeelding. De middelste rij met toekomstbestendige
op een aantal criteria. Deze vergelijking is kwalitatief en op basis van expert
welvaart, toekomstbestendige bodem, water, natuur en landschap en
judgement gedaan (‘op de hand gewogen'). We hebben geen wetenschappelijke
toekomstbestendige steden en dorpen is het abstractieniveau waarop met de
onderbouwing voor de effecten.
experts is gesproken. De operationalisatie gebeurt in de sectorale laag eronder.
De effectbepaling is zodanig dat zij: ^
geschikt zijn voor abstracte perspectieven;
^
geschikt zijn voor niet integrale perspectieven;
^
uitspraken zijn voor een breed palet aan aspecten;
^
wel aandacht hebben voor brede welvaart en ‘zachte waarden';
^
niet alle denkbare effecten omvatten;
^
onderscheid inzichtelijk maken van of effecten beïnvloedbaar of niet beïnvloedbaar zijn;
^ 4.2
Toekomstbestendige welvaart
Toekomstbestendige bodem, water, natuur en landschap
Toekomstbestendige steden en dorpen
het gesprek mogelijk maken over de impact van de perspectieven. Afweegkader
We gaan niet één perspectief kiezen en als een soort blauwdruk de komende
Wonen
twintig jaar tot ontwikkeling brengen. Om het lerende effect en het effect van
p M aa
richtinggevende keuzes in de perspectieven maximaal te laten zijn, maken we gebruik van een afweegkader. Het afweegkader heeft tot doel om de perspectieven ten opzichte van elkaar te vergelijken. Het is daarmee een instrument om inzicht en overzicht te geven. In dit stadium van de ontwikkelstrategie is het ‘afwegen' van de perspectieven op een abstract niveau en op basis van expert judgement uitvoerbaar.
Eco(nomisch) systeem
Bereikbaarheid
Energie
66
Opgave/doel Bodem en watersysteem als basis voor
Regionale bereikbaarheid als voorwaarde
•
Bereikbaarheid
voor een vitale regio
•
Mobiliteitstransitie/deelmobiliteit
bodemsysteem bij uitbreiding
•
Goed bereikbare regio-knopen
Ambitiekaart 0/ groen/blauw bij
^
Schaalsprong fiets
Indicator ^
verstedelijking ^
Signaleringskaart voor het water- en
inbreiding
Ontwikkel circulair energienetwerk,
^
Capaciteitstekorten energie
garandeer voldoende netcapaciteit
^
Kansen voor duurzaam
Woningvoorraad die aansluit bij de
^
Meer eenpersoonshuishoudens
toekomstige vraag
•
Meer diversiteit woonmilieus
^
Toegang tot voorzieningen
•
^
Toegang tot werk
•
energiegebruik Kansen voor klimaatadaptatie Kansen voor circulariteit grondstoffen
Versterken van het Brainport-ecosysteem
^
Aantrekkelijke werkomgeving
op regioschaal
^
Bereikbaar met OV
^
Interactie met andere bedrijven en
hebben of ervaren op bijvoorbeeld de
opleidingen
arbeidsmarkt, de woningmarkt en bij
^
Welbevinden
•
hun bezittingen
Aantrekkingskracht voor kennis en talent (knappe koppen en slimme
Brede ontplooiing
^
^
regio met stad/dorp - land relaties als drager en behoud ruimtelijke identieit
Complementariteit van stad/dorp Goede relaties/verbindingen
^
Complementair in recreatief aanbod
• •
Aantrekkelijke randen Behoud en versterking ruimtelijke kwaliteit Z DNA
Versterken regionaal
Sociale waarden
^
•
voorzieningenstructuur
Mogelijkheden versterken regionaal voorzieningenaanbod kwantitatief
•
Mogelijkheden versterken regionaal voorzieningenaanbod kwalitatief (specialisatie)
•
Nabijheid van wonen
Koesteren van sociale en culturele kwaliteit en identiteit
land (landschappelijk) ^
Ruimte voor spelen, bewegen, leren, verwonderen en ontspannen
handen) Versterken ruimtelijke identiteit van de
Kans op tekorten die mensen
Haalbaarheid
^
Potentie tot vernieuwing
^
Uitnodigend en gastvrij
^
Mate van flexibiliteit en toekomstvastheid
67
4.3
Impact op basis van expert judgement
Een belangrijke uitdaging is het aantrekken van talent, en dit betreft zowel de lokale beroepsbevolking als nieuwe bewoners. Dit heeft ook een nationale
Brede welvaart
dimensie, waarbij de koppeling met (internationaal) onderwijs van belang
Vooraf: Onze referentie is gebaseerd op de brede welvaart in het 'hier en nu1
is. De Brainportregio is van betekenis op nationale schaal met een aantal
en gaat over de kwaliteit van leven en van de omgeving waarin mensen leven. Dit betreft welzijn, materiële welvaart, gezondheid, arbeid en vrije tijd, wonen,
wereldspelers. De inzet is om de groeiopgaven binnen de regio op te vangen.
samenleving, veiligheid en milieu. Voor de regio in 2030 - 2040 is de brede
regio te kijken.
welvaart van 'later1 ook relevant. Dit betreft de sociale, economische, menselijke en natuurlijke hulpbronnen die volgende generaties nodig hebben om eenzelfde
De economische groei in de regio wordt voornamelijk gedreven door de
niveau van brede welvaart te kunnen bereiken als de huidige generatie.
hightechsector, wat gevolgen heeft voor andere economische sectoren.
Mocht dat niet lukken, behoud ze dan wel voor Nederland door ook buiten de
Tegelijkertijd is de transitie naar een circulaire economie noodzakelijk, wat ook Voor de liefhebber: Het begrip ‘brede welvaart', zoals dat door onder meer door
zal resulteren in nieuwe ruimteclaims. Dit kan ook kansen bieden, bijvoorbeeld
het CBS gebruikt wordt, heeft een grote overlap met het begrip ‘kwaliteit van
in de vorm van energiehubs voor circulariteit rondom grondstoffen. Deze
de samenleving' dat het SCP hanteert. In beide begrippen is aandacht voor
complexe en samenhangende opgaven vragen om regie van de overheid en het
de materiële en immateriële aspecten van de kwaliteit van leven (welvaart
maken van keuzes over wat wel en niet moet worden gefaciliteerd. De overheid
en welbevinden) en voor de mate waarin sprake is van een rechtvaardige
is hierbij afhankelijk van de economische ontwikkeling en van andere partners.
verdeling. Ook de vraag in hoeverre de kwaliteit van leven hier en nu ten koste
De maakbaarheid van de economie is ingewikkeld. Daarbij speelt ook nog een
gaat van de kwaliteit van leven later en elders in de wereld wordt in beide
marktdynamiek die een eigen koers vaart en lastig is te sturen.
begrippen meegenomen. Water en bodem en natuur en landschap sturend
De openheid of geslotenheid van gemeenschappen en hun identiteit is een
Het positioneren van de Brainportregio binnen het stedelijk weefsel en de
belangrijk aspect bij het bepalen van het draagvermogen van steden en dorpen
stedelijke netwerken, zoals Eindhoven, Aken en Luik, vereist een dynamisch
en gaat ook over sociale aspecten, want de lokale gemeenschap moet in
samenspel op verschillende schaal. Het tabula scripta van de regio
staat en bereid zijn om groei te accommoderen. De dynamiek in de steden
benadrukt het belang van het benutten van de kwaliteiten van de omgeving,
en dorpen bepaalt het tempo van de groei. Het vermogen om nieuwkomers
waaronder de Acht zaligheden van De Kempen, de Peelrandbreuk en de
te accommoderen vraagt om investeringen en aandacht voor zowel de
Dommelvallei. Het is essentieel om een sterke verbinding te leggen tussen de
nieuwkomers (assimilatie) als de al gevestigden (van hen wordt adaptatie/
verstedelijkingsvraagstukken en de opgaven en kwaliteiten van de natuur en
ontvankelijkheid gevraagd).
het landschap. Deze verbinding kan leiden tot een richtinggevende begrenzing, waarbij de regio zich positioneert op basis van haar unieke identiteit en mogelijkheden.
68
69
Steden en dorpen
creëren van een aantrekkelijke, duurzame en gezonde leefomgeving voor nu en
De interactie en afhankelijkheid tussen stad en platteland, en hoe zowel
in de toekomst. Een ontwerp dat zich richt op de behoeften van de doelgroepen
inwoners als bezoekers dit ervaren en benutten, is van groot belang. De
en rekening houdt met de lokale omstandigheden en context (‘tabula scripta'),
bestaande voorraad aan woningen en werkplekken biedt mogelijkheden voor
zal de basis vormen voor leefbare en levendige dorpen en steden.
een verdichting en kwalitatieve transformatie, waardoor opgaven kunnen worden aangepakt en de verstedelijkingsdoelstellingen als hefboom kunnen
3.
Ken je doelgroepen en richt je op hun behoeftes. Het is van groot
dienen. De (geambieerde) transitie op het gebied van mobiliteit heeft ook
belang om te weten wie de doelgroepen zijn van de ontwikkeling, de huidige en
sociale en culturele aspecten. De Brainportregio heeft een sterke oriëntatie
potentiële bewoners, bedrijven en bezoekers. Door dit in kaart te brengen, kan
op autovervoer en zal daarom niet in dezelfde mate overstappen op het
er worden ingespeeld op de wensen en behoeften van deze doelgroepen.
gebruik van OV als inwoners in de Randstad. Deze situatie is ook het resultaat van eerdere ruimtelijke keuzes, zoals de locatie van grote werkgevers langs
4.
snelwegen. Sociale, culturele en economische factoren spelen een rol bij de
is afgestemd op de onder- en bovenliggende schaalniveaus. Wat is de
keuze van vervoermiddelen. Bij verdere verstedelijking moet rekening worden
locatiekeuze op de schaal van de Brainportregio, hoe verhoudt zich dit tot
gehouden met het circulaire energienetwerk.
ontwikkelingen van bijvoorbeeld hightech in Twente en Nijmegen en binnen het
4.4
binnen de eigen subregio? Afstemming is nodig, omdat ontwikkelingen elkaar
Organiseer een estafette door de schalen. Een succesvolle ontwikkeling
Brabantse stedennetwerk, maar ook ten opzichte van andere wijken en dorpen Lessen
Tijdens het proces is de hulp ingeroepen van externe experts die vanuit
kunnen versterken en beconcurreren en daarmee verzwakken.
een eigen discipline hebben gereflecteerd op de opgaven, perspectieven en beoogde keuzes.
5.
Maak gebruik van hefbomen. De schaal van de verstedelijking is
zodanig dat het nieuwe programma kan fungeren als een hefboom. Door De belangrijkste lessen die naar voren zijn gebracht zijn hieronder samengevat.
(huishoudens)verdichting in de wijken en buurten ontstaat draagvlak voor voorzieningen. Door de nieuwbouw kunnen mensen van woning veranderen
1.
Durf stevige uitspraken te doen; adaptief maar niet vaag. De ambities
in hun eigen buurt. Een woonwijk was ooit een afgerond stadsdeel, groot
en doelen die we nastreven zijn klip-en-klaar, de weg erheen is flexibel en
genoeg om het draagvlak te leveren voor de alledaagse voorzieningen en klein
afhankelijk van de daadwerkelijke ontwikkelingen.
genoeg om ze vanuit elke woning binnen redelijke loopafstand te bereiken. Alledaagse voorzieningen zijn kerken, scholen, speelterreinen, parkaanleg
2.
Beschouw de opgave als een kwalitatieve ontwerpopgave. Het is
en vanzelfsprekend winkels en café's, kruisgebouwen, praktijkruimten en
essentieel om de nadruk te leggen op de ontwerpopgave in plaats van de
gevarieerde eenvoudige dienstverlening. Voor een deel van de voorzieningen
kwantitatieve opgave gericht op het realiseren van een x aantal woningen en x
werden wijk(winkel)centra aangelegd. De tijden zijn veranderd en zo ook
hectare bedrijventerrein. Een goede ontwerpopgave is de sleutel tot succesvolle
de maat en ordening van voorzieningen en daarmee de verdeling over
en toekomstbestendige ontwikkeling van de regio. Het gaat hierbij om het
de schaalniveaus. Door gerichte toevoeging van woningen waardoor de
70
gewenste doorstromingsbewegingen ontstaan, bijvoorbeeld door realisatie
8.
Zet in op hoofdstructuren en sluit de ‘achterdeur'; er zijn immers
van woningen voor ouderen, komen eengezinswoningen vrij voor gezinnen.
grenzen aan de planbaarheid van de samenleving. Het is daarom van belang
Door transformatie van verouderde woningen en bedrijven(terreinen) en
om in te zetten op hoofdstructuren, zodat er een stevige basis is voor de
braakliggende gebieden kunnen aantrekkelijke nieuwe woon-, werk- of
ontwikkeling van gebieden. Daarnaast is het van belang om de ‘achterdeur' te
‘mixed use'-gebieden ontstaan. Door ‘slimme' toevoeging van woningen kan
sluiten, door bijvoorbeeld geen nieuwe gebieden meer aan te snijden als er nog
bovendien worden ingespeeld op de warmtetransitie, waardoor collectieve
voldoende ruimte is in bestaande gebieden.
warmtevoorzieningen mogelijk worden of isolatiemaatregelen efficiënter kunnen worden uitgerold. Door gebruik te maken van hefbomen ontstaan
9.
Neem pad-afhankelijkheden mee in ontwikkelingen. Dit betekent dat
positieve ontwikkelingen, ook of misschien juist in de bestaande wijken en
keuzes op dit moment invloed hebben op de ontwikkeling in de toekomst. Het
buurten.
is belangrijk om deze afhankelijkheden mee te nemen bij de ontwikkeling van gebieden. Zo kan er rekening worden gehouden met de gevolgen van eerdere
6.
Kies voor nieuwe coöperatieve samenwerking van stad en land. De
keuzes en kunnen deze waar mogelijk worden aangepast.
steden in de Brainport zijn afhankelijk van het ommeland en vice versa. Een toenemende vraag vanuit de steden en dorpen en een aanbodsontwikkeling
10.
Kies voor kwaliteit, ook voor kwaliteit met het bestaande (dit
vanuit het platteland vragen om een sociale, ecologische, ruimtelijke en
zal investering vragen). Dit betekent niet alleen investeren in nieuwe
culturele inbedding om de kwaliteit van het gebied overeind te houden. Er is
ontwikkelingen, maar ook in het behoud en de verbetering van het bestaande.
een verbond tussen stad en ommeland. De inwoner vraagt naar streekvoedsel,
Hierbij kan gedacht worden aan het verbeteren van de kwaliteit van OV, de
naar een mooi landschap, naar toegang, en wil verkennen en leren. Vragende
openbare ruimte, het verduurzamen van bestaande gebouwen en het behoud
partijen dienen zich aan: zorginstellingen voor het in balans komen, horeca
van groene ruimten.
voor streekproducten, sporters/sportverenigingen voor sportieve en recreatieve ommetjes, scholen en natuurliefhebbers voor excursies, et cetera.
11.
Verken de mogelijkheid van een regionaal transformatiefonds (géén
regionale autoriteit). Een mogelijkheid om deze kwaliteitsverbetering te 7.
Neem afstand van de planologische idefix dat alles kan. Duid de
financieren, is door het instellen van een regionaal transformatiefonds. Dit
dilemma's die grenzen aan de groei stellen. In de planologie heerst soms het
fonds kan worden gebruikt om de kwaliteit van gebieden te verbeteren en
idee dat alles mogelijk en planbaar is. Het is belangrijk om afstand te nemen
duurzame ontwikkeling te stimuleren. Het is daarbij wel belangrijk dat dit fonds
van dit idee en te erkennen dat er grenzen zijn aan de maakbaarheid. Er zijn
geen regionale autoriteit wordt. Het moet worden ingezet als een instrument
diverse dilemma's en autonome ontwikkelingen die deze grenzen stellen,
om regionale ontwikkelingen te ondersteunen en te verbeteren.
zoals de beschikbaarheid van grondstoffen en de druk op het milieu en de stikstofcrisis.
71
12.
Denk in pakketjes (bijvoorbeeld de Utrechtse barcode, Bron: De
'Utrechtse barcode' uit de Ruimtelijke Strategie Utrecht. Beeld: Gemeente
14.
Kies voor gelaagdheid van richtinggevende keuzes (de ‘wedding cake'
of ‘bruidstaart') bestaande uit drie lagen met achtereenvolgens:
Utrecht), maar voorkom simplificatie en generieke aanpakken. Die pakketjes
^
(1) de ecologische (natuur, landschap, cultuurhistorie) laag;
bevatten wonen, werken en mobiliteit en wat er verder allemaal in het gebied
^
(2) de sociale laag (inwoners met hun kenmerken en voorkeuren, de
moet komen en hoeveel ruimte die voorzieningen en functies ongeveer nodig
identiteit van het gebied (verenigingen, politieke en religieuze kleur,
hebben. Het gaat dan om ruimte voor alle voorzieningen, groen, en energie.
maatschappelijke belangstelling/voorkeuren, etc.); ^
13.
Stem en weeg af als partijen onderling en binnen de eigen organisatie.
Onderlinge concurrentie en beleidsconcurrentie tussen programma's is het recept voor falen. Afstemming, afweging en prioritering zijn nodig om dit te voorkomen. Dit betekent keuzes maken, ook bijvoorbeeld ten aanzien van de uitvoeringscapaciteit gezien de tekorten op de huidige arbeidsmarkt.
(3) de ruimtelijk economische stromen die kenmerkend zijn voor de Brainportregio.
73
Richtinggevende keuzes en ontwikkelprincipes
5 5.1
1. Stad maken: Sprong in verstedelijking Eindhoven en Helmond
Vertrekpunt
Een evenwichtige schaalsprong én het op een toekomstbestendige en
2. Hart maken: Verdichten rond OV-knopen en assen
duurzame manier regie voeren op de forse opgaven die op ons af komen vraagt
3. Vitale kernen en afronding uitleglocaties
om richtinggevende keuzes. Niet in de vorm van een blauwdruk, maar als een
4. Brainport Eindhoven als slimme economische topregio
robuust, toekomstbestendig, levend, inspirerend toekomstbeeld; een basis
5. Mobiliteitstransitie is nodig om in beweging te blijven
voor een gezamenlijke agenda en richtinggevende koers naar 2040. Vanuit
6. Gezond leven in het landschap van de toekomst
deze samenhangende afspraken voeren we gezamenlijk regie op de opgaven. Zodoende zijn de afspraken niet-vrijblijvend en is er voldoende ruimte voor
Bovendien hanteren we de groeicijfers die zijn gehanteerd in dit
maatwerk en het kunnen inspelen op een nieuwe situatie.
Verstedelijkingsakkoord, te weten de realisatie van 62.000 woningen en 72.000 nieuwe arbeidsplaatsen tussen 2020 en 2040. De woningbouw
Bij onze keuzes richten we onze pijlen op brede welvaart voor iedereen, een
wordt in die periode onder meer gerealiseerd in de onderstaande gebieden:
vitale en gezonde inclusieve samenleving. We respecteren onze robuuste
^
landschappelijke kwaliteiten met de eigen identiteit van steden, dorpen en kernen.
binnen Eindhoven Internationale Knoop XL (EIK XL); ^ ^
Als vertrekpunt hanteren we het volgende: ^
circa. 21.000 woningen in Eindhoven binnen de ring, waarvan 8.500 circa 10.000 woningen in Helmond centrum^; circa 10.000 woningen langs de ontwikkelas HOV4 (overlappend met overige aantallen Eindhoven en Veldhoven);
We gaan uit van het realiseren van 100.000 woningen tot 2040 in geheel
^
circa 19.000 woningen in Eindhoven buiten de ring;
Zuidoost-Brabant. Om voldoende flexibel te zijn, hanteren we een
^
circa 7.500 woningen bij OV-knopen in de regio, waaronder de OV-
^
circa 17.000 woningen op overige locaties in SGE.
‘overprogrammering', namelijk een totaal te realiseren aantal woningen van 130.000. Dit aantal is geen prognose en geen doel, maar louter een
locaties van Geldrop, Best, Veldhoven en Helmond BSD (*2);
realistisch getal dat gehanteerd wordt om de gevolgen van een forse ontwikkeling in beeld te brengen. Realisatie ervan kan minder of een
^
We onderschrijven dat de ‘harde plannen' die al in de pijplijn zitten én een
langere tijd in beslag nemen, afhankelijk van met name de (regionale)
belangrijke bijdrage leveren aan de in het voorjaar 2023 gesloten Woondeal
economische conjunctuur.
worden gerealiseerd.
We hanteren de keuzes die in het BO-MIRT van 2020 en het Verstedelijkingsakkoord van de SGE zijn gemaakt als uitgangspunt en
(*2) Bovenstaande aantallen in de deelgebieden tellen op tot 84.500 woningen,
sluiten ons aan bij de zes principes voor verstedelijking van het SGE,
omdat sommige deelgebieden een specificatie of uitwerking zijn van
namelijk:
eerdergenoemde getallen. Er is dus sprake van een dubbeltelling.
74
We hanteren de provinciale prognose bedrijventerreinen (d.d. 1 september 2022) en de cijfers in de Regionale Programma's Werklocaties van de vier
^
Voor een aantal knelpunten blijft investeren in de weginfrastructuur nodig, waaronder HWN-OWN en de ZO-ontsluiting Helmond, inclusief
subregio's als uitgangspunt. We zijn ons bewust van het traject van de visie
Kasteeltraverse en mobiliteitstransitie. Dit wordt in regionale multimodale
op werklocaties en het Regionale Programma Werklocaties, waarin we met
bereikbaarheidspakketten uitgewerkt, overigens zonder financiële
elkaar inzetten op een duidelijk economisch profiel als basis voor selectieve
afspraken.
groei en een adaptieve programmering van de bij dit profiel passende werkmilieus. Vooralsnog gaan we uit van de geprognosticeerde groei in het EIB-Hoog-scenario van 700 hectare. We onderschrijven de keuzes met betrekking tot bereikbaarheid uit het MIRT 2020 en nemen de in het MIRT 2022 gemaakte afspraken (EIK XL, HOV4, Verstedelijkingsakkoord SGE, het Bereikbaarheidsakkoord en de Bereikbaarheidsagenda) als uitgangspunt. Rijk en regio hebben besloten gezamenlijk te investeren in een pakket aan maatregelen om de bereikbaarheid van de regio te verbeteren. Met deze afspraak is de inzet van het Rijk voor de komende jaren op het gebied van mobiliteit en bereikbaarheid voor een deel afgebakend. In het Verstedelijkingsakkoord hebben we voor het SGE aangegeven dat de schaalsprong vraagt om het versterken van de radiale verbindingen vanaf station Eindhoven Centraal. De eerste logische stappen in relatie tot de verstedelijking zijn de realisatie van de HOV-radiaal naar Veldhoven (HOV4) en het vernieuwen van het busstation Neckerspoel. Op middellange en langere termijn zullen ook radiale verbindingen naar Woensel, Best, Valkenswaard en Geldrop moeten worden versterkt. Om de bereikbaarheid van de toplocaties met name aan de Westzijde en Eindhoven Airport te verbeteren zou ook de fietsinfrastructuur moeten worden uitgebreid met een snelfietsnetwerk en goede fietsvoorzieningen.
Op termijn willen we de toplocaties onderling goed met elkaar en met de regio verbinden via een HOV-tangent-verbinding (conform het concept van de Brainportlijn). We maken gebruik van bestaande gremia als BO-MIRT, BO-Leefomgeving, WBI, en we doen daar een appel op het Rijk om ook te investeren.
75
5.2.
Bodem, water, natuur, en landschap als leidend principe
Ontwikkelprincipe 1: Bodem, water, natuur, en landschap als leidend principe
plaatsvinden die bijdragen aan de beleving van het wonen in verbinding
Als basis voor verstedelijking in Zuidoost-Brabant geldt dat we bodem
met het landschap.
en water, natuur en cultuurhistorische landschappen leidend laten zijn in
^
Nieuwe ontwikkelingen in bebouwd gebied of daarbuiten dragen bij
onze afwegingen. Deze elementen gaan over de basissystemen die garant
aan het versterken van het watersysteem en de relatie tussen dorp/
staan voor de kwaliteit van leven. Nederland, en dus ook Zuidoost-Brabant,
stad en landschap. Transformaties in dorpen en steden gaan gepaard
moet zich klaar maken voor het veranderende klimaat. Die kwaliteit wordt
met herinrichting van de buitenruimte met meer ruimte voor groen en
bepaald door een veilige omgeving (droge voeten, temperatuurbeheersing,
water; niet als losse postzegels, maar in verbinding met het landschap en
voldoende drinkwater) en een aantrekkelijke leefbare omgeving met een sterke
watersysteem. Zo ontstaan ook mogelijkheden om het ommeland (weer) te
landschappelijke identiteit. We zijn ervan doordrongen dat beide kwaliteiten
ontsluiten voor de bewoners.
(veiligheid en aantrekkelijkheid) van het Brabantse landschap van levensbelang
^
Bij stedelijke ontwikkelingen binnen en buiten bestaande stedelijke en
zijn voor het leefklimaat en internationale concurrentiepositie en daarom ruimte
dorpse gebieden hanteren we de ‘Landelijke maatlat voor een Groene
en aandacht eisen en verdienen. Het beekdalenlandschap, de natuurgebieden
en Klimaatadaptieve omgeving'. Met name bij inbreidingslocaties geeft
en de cultuurhistorische structuren zijn zowel de troeven van de regio in haar
de maatlat invulling aan het vertrekpunt ‘water en bodem sturend' als
internationale positionering ten aanzien van economisch vestigingsklimaat,
aanvulling op de signaleringskaart. Het gebruik van de signaleringskaart
als de plekken waar ruimte is om fundamentele opgaven als waterberging,
blijft overeind, maar waar de signaleringskaart vooral gaat over ‘waar'
luchtkwaliteit, voorkomen hittestress antwoorden te bieden. Bij dit principe
bouwen (en waar niet), richt de maatlat zich op de wijze van inrichting.
is het ‘dansen' tussen de schalen van groot belang. Het bovenregionale
Beide doen dat met als doel een klimaatbestendige leefomgeving. De
schaalniveau, waarin dergelijke systemen vaak functioneren, mag niet vergeten
signaleringskaart en de landelijke maatlat zijn daarmee instrumenten die
worden.
elkaar aanvullen op verschillende momenten van het ontwikkelproces.
Dit leidt tot de volgende richtinggevende keuzes: ^
De signaleringskaart water en bodem van de provincie is sturend. Waar de kaart rood kleurt is bouwontwikkeling niet mogelijk. Oranje geeft aan dat het alleen mogelijk is als er maatregelen worden genomen die voor het bodem- en watersysteem afdoende zijn (het uitgangspunt is daarbij niet alleen ‘hoe houden we de woningen droog' maar ook ‘wat is de impact op het watersysteem'.).
^
In de beschermde natuurgebieden binnen Zuidoost-Brabant is bouwen niet mogelijk. We hechten waarde aan de niet-beschermde landschappen tussen stads- en dorpsrand en natuurgebieden. Dat zijn juist ook de plekken waar wel activiteiten (recreatie, sport, zorg etc.) kunnen
Signaleringskaart nieuwe uitleglocaties De signaleringskaart helpt in het gesprek over de geschiktheid van
gebracht want de haalbaarheid van klimaatrobuust- en veilig bouwen in
uitleglocaties voor wonen en werken in relatie tot een duurzaam watersysteem.
oranje gebied is kostbaar. Om afwentelen in tijd en ruimte te voorkomen
Het is geen toets- of verordeningskaart. Het brengt de mogelijke geschiktheid
moet het al dan niet stedelijk ontwikkelen van oranje gebied onderdeel zijn
van een gebied voor verstedelijking in beeld. Met de signaleringskaart in
van een regiobrede afweging. Rood zijn de gebieden die vanuit het bodem- en watersysteem, en met
de hand wordt sneller duidelijk wat mogelijke risicofactoren vanuit het
O
watersysteem zijn waar mee rekening gehouden moet worden. Zo kan
klimaatverandering in acht genomen, in principe ongeschikt zijn voor
vertraging in de planvorming worden voorkomen.
nieuwe duurzame stedelijke woon-en werkmilieus. Deze gebieden zijn zeer kwetsbaar, onveilig en/of niet gewenst als uitleglocatie vanuit
De signaleringskaart brengt de geschiktheid van een gebied voor stedelijke
het streven naar een klimaatbestendig en waterrobuust systeem met
uitleg in relatie tot een klimaatbestendig en waterrobuust systeem op
voldoende ruimte voor water nu en in de toekomst. Deze gebieden zijn
hoofdlijnen in beeld. De kaart is opgebouwd uit drie indicatoren: (1)
grotendeels al beschermd via de provinciale omgevingsverordening (nl.
Waterveiligheid; (2) Wateroverlast; (3) Ruimte voor robuust watersysteem.
de reserveringsgebieden waterberging, de waterbergingsgebieden, de beekdalen (ecologische verbindingszones en beekherstel) en de primaire dijken met hun beschermingszones). De Rijkskanalen zijn wettelijk
De kaart kent 4 kleuren: 0
Zwart zijn de bestaande steden, dorpen, kernen, bedrijventerreinen (op basis van luchtfoto, 2020). Op deze gebieden is de signaleringskaart niet van toepassing.
O
Groen zijn de gebieden die vanuit het watersysteem bekeken, en met klimaatverandering in acht genomen, afweegbaar zijn voor nieuwe stedelijk woon-en werkmilieus. Klimaatrisico's zijn hier relatief beperkt en toekomstige kosten voor klimaatmaatregelen overzichtelijk. Uiteraard vraagt ieder ontwerp specifieke ingrepen voor de waterhuishouding en klimaatadaptatie (infiltratie hemelwater, circulaire huishoudwatersystemen
O
etc. Oranje zijn de gebieden die vanuit het watersysteem, en met klimaatverandering in acht genomen, beperkt geschikt zijn voor nieuwe stedelijke woon-en werkmilieus. Elke stedelijke ontwikkeling vraagt een goede integrale afweging op regionaalniveau: zijn er binnen de regio alternatieve locaties die geschikter zijn? In de oranje gebieden zijn forse investeringen nodig om duurzame verstedelijking technisch mogelijk te maken. Deze meerkosten moeten in een vroeg stadium in kaart worden
beschermd. O
Grijs zijn de beschermde natuurgebieden (ter oriëntatie)
77
Klimaatadaptatie iC02-opname, verkoeling, waterberging)
©
Gezondheid (luchtkwaliteīt, beweging, gezonde voeding)
O Sociale ontmoeting
©
Vestigingsklimaat en belevingswaarde natuur
Biodiversiteit ä ecologie
Perspectief voor boeren en duurzame (voedsel)productie
Verbinden (Natuur en landschap tot in het hart van de steden en dorpen)
"Het verbinden van verstedelijkt gebied en landschap is een ambitie op drie schaalniveaus"
Landelijke maatlat voor een Groene en Klimaatadaptieve omgeving
Ambitieladder binnenstedelijke en binnendorpse inbreiding De brede ambitie is om regenwater in het eigen gebied vast te houden: dus
gezondheid, aantrekkelijke leefmilieus en het tegengaan van hittestress. Om
geen afwenteling van een effect van binnen naar buiten de stad en niet
de binnenstedelijke en binnendorpse opgave inzichtelijk te maken stellen we
afwentelen van realisatiekosten voor de korte termijn naar hogere beheer en
de ambitieladder binnenstedelijke en binnendorpse inbreiding voor (de beschreven
adaptatiekosten op middellange termijn. Daarbij gaat het niet alleen maar om
maatregelen zijn ter illustratie om gevoel te krijgen voor orde van grootte en
wateroverlast voorkomen, maar zeker ook om infiltratie van water ter aanvulling van het Brabantse grondwater. De laatste droge jaren hebben laten zien hoe
zijn berekend op basis van een aantal casestudies in buurten uit verschillende tijdslagen).
belangrijk dat is. Feit is dat de inrichting van het bestaand stedelijk gebied één
Minimale ambitie voor de buurt is ^0X groen/blauw en k70X verharding. Dat komt
van de hoofdoorzaken voor de huidige druk op het grondwater is.
voor groen opgezette naoorlogse wijken neer op 0-5X vergroenen en betekent voor versteende bedrijventerreinen en centrumgebieden (in stad en dorp)
Binnenstedelijk en binnendorps ligt er daarom urgentie om een groen
minimaal circa W-20% extra groen en blauw.
blauwe opgave te realiseren. Ook in het kader van een positieve bijdrage aan
-
groen/blauw
Denk aan: Ruimte voor
groen en blauw neemt af als gevolg van nieuwe ontwikkelingen.
Ambitie 2
Ambitie 3
Ambitie 4
+ 0-5X groen/blauw
+ 5-15X groen/blauw
+ 15-30X groen/blauw
+ 30-70X groen/blauw
+ ^0X groen/blauw
Denk aan: Vergroening
Denk aan: In hele buurt
Denk aan: In hele buurt
Denk aan: In hele buurt
Denk aan: Stad te gast in
en verblauwing van individuele straten, gebouwen en tuinen
minimaal een vijfde van alle straatverharding vergroenen (nieuwe
transformatie naar groen
(hier en daar tegels
bomen, watervertragende
eruit en groen erin).
groenstroken,
individuele vergroening van tuin en gebouw
alle daken vergroenen, inclusief een deel van de gevels en een vijfde van het straatprofiel.
de natuur. ‘Horizontale stadsdelen' komen ten goede aan groen en blauw. Verticaal ruimte voor groene gevels.
waterdoorlatende verharding, geveltuinen en groene hagen).
blauwe leefstraten en verspreid over de buurt
(groene gevels en daken, waterdaken, waterpleinen, geveltuinen, waterlopen, groenstroken en wadi's).
80
5.3.
Woningbouw als hefboom voor vitale kernen en dorpen
Ontwikkelprincipe 2: woningbouw als hefboom voor vitale kernen en dorpen
Dit leidt tot de volgende richtinggevende keuzes:
We streven minimaal naar behoud, maar liever nog naar versterking van de
^
We benutten de woningbouwopgave om in te spelen op de demografische
leefbaarheid in de dorpen en kernen in Zuidoost-Brabant. De fysieke (energie,
ontwikkeling en als hefboom voor de revitalisering, verduurzaming van
klimaat, voorzieningen) en maatschappelijke (vereenzaming, zorg) opgaven
bestaande buurten en wijken. Dit betekent het realiseren van kleinere
gecombineerd met de demografische ontwikkelingen van vergrijzing en kleinere
woningen voor kleinere huishoudens en een grote diversiteit aan
huishoudens noodzaken ons tot een grootschalige aanpak, waarbij het niet
zorgwoningen, zoals beschermd/beschut wonen, geclusterd/aangepast
langer gaat over het uitbreiden van de contouren van onze kernen, maar over
wonen, en nultredenwoningen. De opgave is bij een verouderende bevolking
het investeren in de kwaliteit van de bestaande buurten en wijken. We grijpen
en minder intramurale zorg (dus meer zorg in de wijk/in eigen huis) enorm!
deze woningbouwopgave aan (nu kan het nog, na 2040 is het maar de vraag
^
of we als regio nog groeien in aantal inwoners) en zetten de woningbouw in als
Elke gemeente binnen Zuidoost-Brabant krijgt de ruimte om een deel van de woningbouwopgave in te vullen. Op deze manier zijn zij in staat om op
hefboom in onze bestaande bebouwde omgeving. Bovendien zijn we op zoek
een kwalitatieve manier invulling te geven aan het behouden en versterken
naar de beste plek om woningbouw te realiseren, kijkend naar het geheel van
van de leefbaarheid en de revitalisering en/of transformatie van stads- en
de regio en de ontwikkelingen binnen de bestaande steden en dorpen.
dorpscentra, ouder wordende buurten en wijken en leegvallende plekken. De mogelijkheden tot verdichting, inbreiding, revitalisering of transformatie
In het Verstedelijkingsakkoord is naast het maken van ‘stad', het
zijn per kern verschillend. Eigendomssituatie (huur of koop), ruimtelijke
verstedelijken aan de OV-structuur op te hangen en ook wordt gewerkt
kwaliteit of structurele groen- en waterstructuren zijn daarin bijvoorbeeld
aan grote uitleglocaties met onderscheidende en kwalitatief hoogwaardige
belangrijke factoren voor het kunnen behalen van resultaten op dit gebied
woonmilieus in een groene suburbane setting. Waar mogelijk wordt ook op
in de periode 2030-2040. De aard van de lokale opgave in combinatie
groene suburbane locaties in het SGE ontwikkeld met de principes die in het
met de kwalitatieve oplossing bepaalt de kwantitatieve omvang van de
MIRT zijn afgesproken, zoals in Nuenen-West, wat ontwikkeld wordt langs
inbreiding, transformatie en revitalisering. Wij schatten de omvang van
de HOV-lijn tussen Nuenen en Eindhoven, of in Best Aarlesche Erven, dat op
deze opgave in op 10 tot 150z0 van de bestaande woningvoorraad.
vijf fietsminuten van het station ligt. Er wordt onder meer gewerkt aan de
^
Bij de inpassing van deze ontwikkelruimte zijn maat en schaal - zowel
regionale woningbouwlocaties Castiliëlaan (buurtschap Te Veld; tijdelijke
ruimtelijk als sociaal-maatschappelijk - van het dorp richtinggevend, gaat
woningbouw) en Eindhovensedijk/De Kemmer (als onderdeel van de groene
inbreiding boven uitbreiding en wordt deze ingezet om ruimtelijke kwaliteit,
gebiedsontwikkeling aan de Groene Corridor). Deze locaties zijn volop in
mobiliteitstransitie, verduurzaming en klimaatadaptatie een impuls te
ontwikkeling. Het SGE constateert dat na het afronden van de majeure locaties
geven. In het vervolgproces is uitwerking van de strategie (ruimtelijk en
en tot ten minste 2040 geen uitleglocaties meer nodig zijn.
ontwikkelstrategisch) per dorp nodig.