CConstaterende datReusel-De Mierden
Koppel je AI →
Document · PDF

[24.11310] Jaarstukken 2023

Gemeenteraad 2 juli 2024, gemeente Reusel-De MierdenBij agendapunt: Jaarstukken 202347.079 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 6

Hoe groot die schade is, moet nog worden bepaald. Betrokkene moet daarvoor gegevens aanleveren, hetgeen tot nu toe niet is gebeurd. In welke orde van grootte gedacht moet worden is op dit moment niet te zeggen. Voor zover deze procedure daadwerkelijk eindigt in een te betalen bedrag voor de gemeente, zal dat dus volledig voor rekening van de gemeente

18

komen. Vooralsnog is geen risicobedrag te bepalen. Zodra daarover meer bekend wordt, zal daarvoor wellicht een voorziening moeten worden gevormd. Voorzieningen De voorzieningen worden bij de opstelling van de jaarrekening herrekend op basis van de dan bekende, meest recente informatie. Dat zijn echter altijd momentopnamen, zodat er altijd een risico bestaat dat voorzieningen onvoldoende hoog zijn. De onzekerheid over het al dan niet toereikend zijn van voorzieningen kan toe- of afnemen door tijdsverloop of door de aard van de voorziening. De voorzieningen voor wegen en gebouwen en riolering worden eens in de 4 à 5 jaar geactualiseerd. Voor wegen en riolering is dat recent gebeurd. De actualisering van de onderhoudsvoorziening gebouwen heeft in 2019 plaatsgevonden. Voorzieningen voor wachtgeld- en Appa-verplichtingen worden jaarlijks geactualiseerd voorafgaand aan de samenstelling van de jaarrekening. De voorziening wachtgelden is gebaseerd op inschattingen ten aanzien van met name de duur van de wachtgeldverplichting. Die duur is meestal redelijk nauwkeurig te bepalen, maar kan onzeker worden als zich zaken voordoen als arbeidsongeschiktheid tijdens de wachtgeldperiode. Daardoor kan de wachtgeldverplichting langer doorlopen, terwijl de tijd dan moeilijk in te schatten is. De gemeente Reusel-De Mierden heeft één doorlopende wachtgeldverplichting vanwege arbeidsongeschiktheid.

Op basis van nu bekende gegevens is de duur ingeschat. Omdat alle voorzieningen op basis van de meest recente gegevens zijn berekend, achten wij het niet nodig om hiervoor een aanvullend risicokapitaal aan te houden. Krapte arbeidsmarkt De krapte op de arbeidsmarkt laat zich in toenemende mate voelen, ook in onze organisatie. Mensen maken in deze tijden eerder een overstap maken naar een nieuwe functie, zodat er meer vacatures ontstaan. Afgelopen jaar hebben we een bijna 25% aan personeelsverloop gekend. Dat betekent niet alleen dat we nieuwe mensen moeten werven en inleren, maar ook een bedreiging voor de voortgang van het werk. Daarom moet er meer ingehuurd worden en dat kost geld. Het is de verwachting dat er voorlopig geen verbetering in de arbeidsmarktsituatie op zal treden. Daarom achten wij het wijs om in de bepaling van het weerstandsvermogen rekening te houden met extra lasten ter grootte van 10% van de totale salarissom., derhalve afgerond € 700.000. 2.3.4. Resumé risicobedragen Samenvatting beschreven risico

Benodigde weerstand

(Bedragen in €)

Grondexploitaties Intergemeentelijke samenwerking Sociaal domein Intensieve dierhouderij Krapte arbeidsmarkt Totaal

709.000 252.000 250.000 150.000 700.000 2.061.000

Zoals eerder in deze paragraaf (onder 2.3.2) is aangegeven is voor dit risico een deel van de algemene reserve afgezonderd. Voor dat afgezonderde deel worden de gekwantificeerde risico’s ad € 2.061.000 vermenigvuldigd met een factor 1,8. Buiten het op deze wijze berekende afgezonderde deel van (afgerond) € 3.710.000 bedraagt het vrij besteedbare deel van de algemene reserve per 31-12-2023 bijna € 13,09 miljoen (inclusief resultaat 2023 en rekening houdend met de voorgestelde resultaatbestemming). 2.3.5. Kengetallen Op basis van artikel 11 van het Bbv moet de begroting en ook de jaarrekening in de risicoparagraaf een tabel met een aantal kengetallen bevatten. De volgende cijfers kunnen gegeven worden: Kengetal

Rekening

Rekening

2021

2022

Begroting 2023

Rekening 2023

Netto schuldquote

15,7%

15,0%

69,1%

18,7%

Netto schuldquote, gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

15,2%

14,5%

69,1%

18,2%

Solvabiliteit

43,5%

49,4%

26,2%

54,1%

Grondexploitatie

33,9%

37,5%

46,0%

44,0%

Structurele exploitatieruimte

n.v.t.

n.v.t.

2,4%

n.v.t.

Belastingcapaciteit

77,7%

77,7%

88,6%

74,6%

Enige uitleg over de betekenis van deze kengetallen is nodig. 19

De netto schuldquote en de netto schuldquote, gecorrigeerd voor verstrekte leningen, weerspiegelen het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten op de exploitatie. Omdat onze gemeente nauwelijks gelden heeft uitgeleend, zijn de beide percentages nagenoeg gelijk. In beginsel is een zo laag mogelijke quote het meest gunstig. De solvabiliteit geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Een hoge schuld hoeft bijvoorbeeld geen probleem te zijn als er ook sprake is van veel eigen vermogen. De solvabiliteitsratio drukt het eigen vermogen uit als percentage van het totale vermogen. Hoe hoger deze quote, hoe beter de gemeente er voorstaat. Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond in exploitatie) is ten opzichte van de totale geraamde baten. Aan deze quote is eigenlijk geen kwalificatie goed of slecht te hangen. Wel is een hoge quote een teken van grotere voorraad nog uit te geven grond, waardoor het risico op dat gebied groter is. Een lagere quote voor grondexploitatie betekent dus in het algemeen dat de gemeente minder risico’s loopt op dat gebied. De structurele exploitatieruimte geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is.

Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken (begrotingsoverschot). Uiteraard is hier een hogere quote altijd gunstiger. Het kengetal belastingcapaciteit geeft inzicht in de gemeentelijke woonlasten (OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing) ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Hierbij zijn de woonlasten voor een meerpersoonshuishouden met eigen woning leidend. De kwalificatie van deze quote is afhankelijk van politieke keuzes c.q. voorkeuren. Het hoeft geen doel te zijn om een lager belastingniveau te hebben dan het landelijk gemiddelde. Een score van 100% zou betekenen dat de gemeente precies op het landelijk gemiddelde zit. Als we de kengetallen bezien, dan zien we bij alle kengetallen dat deze in de lijn liggen met de scores in 2021 en 2022. Enkele kengetallen zijn verbeterd, hetgeen verklaarbaar is door vooral de gestegen reservepositie (inclusief het saldo van deze jaarrekening). Er zitten bij schuldquote en solvabiliteit wel aanmerkelijke verschillen tussen begroting 2023 en rekening 2023. Daarbij moet opgemerkt worden dat de ramingen van de kengetallen 2023 gebaseerd zijn op gegevens van medio 2022, terwijl we nu gegevens hebben van ruim 1½ jaar later. De stijging van de reservepositie heeft echter een behoorlijke invloed.

Het kengetal voor de grondexploitaties vertoont niet zoveel afwijking ten opzichte van de begroting.

20

2.4. Financiering

2.4.1. Algemeen De treasuryfunctie van de gemeente dient tot:  het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities;  het beschermen van gemeentelijke vermogens- en renteresultaten tegen ongewenste financiële risico’s, zoals renterisico, koersrisico, kredietrisico en liquiditeitsrisico;  het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities;  het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet FIDO (Financiering Decentrale Overheden) respectievelijk de limieten en richtlijnen volgens het Treasurystatuut.

2.4.2. Treasury en renteontwikkeling De tijd van extreem lage rentepercentages op aan te trekken financieringsmiddelen is voorbij. Er is sprake van een stijgende tendens. Dat geldt zowel voor de langlopende geldleningen als voor kort geld. Met behulp van een prognose van onze geldstromen kunnen we onze behoefte aan geld of kapitaal zo slim mogelijk afdekken, waardoor we proberen onze leningenportefeuille zo optimaal mogelijk te houden. Onder meer de momenten waarop leningen vervallen, proberen we te spreiden in de tijd om niet teveel afhankelijk te zijn van de rentestand op één of slechts enkele momenten. Het Bbv maakt onderscheid tussen de rente die aan de grondexploitatie mag worden toegerekend en de rente die aan producten wordt toegerekend (middels de kapitaallasten). Dat onderscheid heeft te maken met het feit dat de gemeente gebruik maakt van totaalfinanciering, dus alle investeringen worden gefinancierd met een mix van eigen vermogen en vreemd vermogen. Voor de kapitaallasten moet gerekend worden met de reële rente (omslagrente). Die rente wordt berekend aan de hand van de te betalen rente in en de boekwaarde van de investeringen. In 2023 bedroeg de omslagrente 0,5%. Voor de grondexploitatie is het hiervoor berekende percentage het uitgangspunt, maar dan moet nog wel correctie plaatsvinden voor de verhouding vreemd vermogen – eigen vermogen.

In de grondexploitaties zoals die recent opnieuw zijn berekend, is een rente van 0,35% aangehouden.

Renteresultaat Aan investeringen en aan de grondexploitaties wordt een fictieve rente (rekenrente) toegerekend. Die rekenrente is niet gelijk aan de werkelijke rente die de gemeente betaalt op de opgenomen geldleningen. Het voor- of nadeel dat we hierdoor hebben is het renteresultaat. Over 2023 is het renteresultaat als volgt: Schema renteberekening 2023 a Externe rentelasten b Externe rentebaten Rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend

€ 98.303

e

Aan taakvelden toe te rekenen rente Rente over eigen vermogen Rente over voorzieningen Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)

€ 183.387

f

Renteresultaat

c

d1 d2

€ 63.627 -/- € 72.823 -/- € 9.196 -/- € 98.303 -/- € 107.499 €0 €0 -/- € 107.499 -/- € 183.387 -/- € 290.886

Het verschil tussen het begrote renteresultaat (na wijziging bij 2e Berap 2023 ad -/- € 231.250 en het gerealiseerde werkelijke renteresultaat ad € 290.886 komt door de hogere ontvangen rente (vanwege rentevergoeding over schatkistbankieren.

21

2.4.3. Leningenportefeuille Onze gemeente heeft per 31 december 2023 voor een bedrag van € 13,5 miljoen aan opgenomen langlopende geldleningen. De leningenportefeuille per 31 december 2023 is daarmee ongeveer gelijk gebleven met de restant schuld per 31 december 2022. In 2023 is één nieuwe lening aangetrokken voor een bedrag van in totaal € 5,0 miljoen, terwijl er ruim € 5,1 miljoen is afgelost op leningen. 2.4.4. Kasgeldlimiet Onder kasgeldlimiet wordt verstaan het maximale bedrag dat een gemeente met kortlopend krediet mag financieren. Dit kan bijvoorbeeld door ‘rood’ staan bij de bank of door het aangaan van kasgeldleningen. Wettelijk is vastgesteld dat de kasgeldlimiet 8,5% van de jaarbegroting (exclusief BTW) is. De gemeente is verplicht om per kwartaal de kasgeldlimiet te toetsen en de provincie hiervan verslag te doen. In het jaarverslag wordt verantwoord of de geraamde kasgeldlimiet is overschreden. Kasgeldlimiet op basis van begroting 2023

€ 38.239.000 8,50% € 3.250.315

Omvang begroting Toegestane limiet Ruimte kasgeldlimiet

In 2023 is de kasgeldlimiet niet overschreden, hetgeen betekent dat het totaal aan korte schulden (kwartaalgemiddelde) niet groter was dan € 3.250.315. De kwartaalsaldi bedroegen: -/- € 1.891.271 (1e kwartaal), -/- € 2.113.461 (2e kwartaal), -/- € 1.995.058 (3e kwartaal) en -/- € 2.432.698 (4e kwartaal). 2.4.5. Renterisiconorm De renterisiconorm op basis van de Wet FIDO heeft als doel om het renterisico bij herfinanciering te beheersen. Dit is vooral van belang bij stijgende rentepercentages omdat dan de rentekosten bij herfinanciering stijgen. De renterisiconorm houdt in, dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. Er mag dus maximaal 1/5 e deel van de langlopende schulden aan rentegevoeligheid onderhevig zijn. In 2023 is de renterisiconorm niet overschreden. Renterisiconorm

(bedragen x € 1.000)

1

Renteherzieningen

2 3

Begroting 2023 (primitieve begr.)

Rekening 2023

0

0

Aflossingen

5.136

5.136

Renterisico (1+2)

5.136

5.136

4a Begrotingstotaal

38.239

45.567

4b Percentage regeling

20%

20%

4

7.648

9.113

2.512

3.977

Renterisiconorm (20% van het begrotingstotaal)

5a Ruimte onder de renterisiconorm (4>3) 5b Overschrijding van de renterisiconorm (3>4)

EMU-saldo Het Economische en Monetaire Unie (EMU)- saldo is het vorderingensaldo van de totale overheid (Rijk, decentrale overheden en premie gefinancierde sectoren zoals zorg en sociale zekerheid). Het EMU-tekort mag maximaal 3% van het Bruto Binnenlands Product (BBP) bedragen. Hiermee wil men voorkomen dat de overheidsfinanciën van de EMU-landen ontsporen. Zolang de uitkomst van onderstaand overzicht positief is, levert de gemeente geen bijdrage aan een (te) hoog Europees overheidstekort. Voor gemeenten worden op basis van begrotingstotalen individuele EMU-referentiewaarden berekend. Voor Reusel-De Mierden is de laatst bekende referentiewaarde (bron: decembercirculaire 2023) berekend op € 1.938.000,-. In deze referentiewaarde is tevens het gemeentelijke aandeel in het EMU-saldo van gemeenschappelijke regelingen verdisconteerd. De referentiewaarde is dan ook geen norm, maar meer een indicator. Pas als nationaal blijkt dat gemeenten het plafond van het EMU-tekort gaan overschrijden, kan van gemeenten worden gevraagd het individuele EMU-tekort van de lopende begroting te verminderen.

22

EMU-saldo Omschrijving 1. 2. 3. 4. 5.

Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie Bbv art. 17c) Mutatie (im)materiële vaste activa Mutatie voorzieningen Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie) Verwachte boekwinst/verlies bij de verkoop van financiële vaste activa en (im)materiële vaste activa, alsmede de afwaardering van financiële vaste activa

Berekend EMU-saldo (= 1-2+3-4-5)

Begroting 2023

Jaarrekening 2023

x € 1.000

x € 1.000

-171

6.315

1.359 0 358

5.537 -807 960

0

0

-1.888

-989

23

2.5. Verbonden partijen 2.5.1. Algemeen Een verbonden partij is een instelling, buiten de eigen organisatie, waarin de gemeente een bestuurlijk en financieel belang heeft (Bbv, art. 1b). Met een zetel in het bestuur van een instelling of met stemrecht heeft de gemeente een ‘bestuurlijk belang’. Onder een ‘financieel belang’ wordt verstaan het ter beschikking stellen van middelen die de gemeente kwijtraakt bij faillissement van de verbonden partij of die bij financiële problemen van de verbonden partij op de gemeente verhaald kunnen worden. We kunnen een verbonden partij zien als één van de drie vormen waarmee gemeenten hun taken (laten) uitvoeren: door een eigen dienst, een commerciële partij of door een verbonden partij. Er kan een aantal redenen zijn, waarom een gemeente samenwerkt met een verbonden partij. Bijvoorbeeld vanwege de mogelijkheden van spreiding van risico’s over de verschillende deelnemers of om een efficiëntere uitoefening van een wettelijke taak te realiseren. De gemeente blijft verantwoordelijk voor het realiseren van de beoogde doelstellingen in de programma’s. De raad dient hiervoor kaders te stellen en de verbonden partijen te controleren op de realisatie van de doelstellingen. Naast bovengenoemde taken is deze paragraaf belangrijk voor de raad vanwege de kosten en de financiële risico’s die de gemeente kan lopen met verbonden partijen.

De wijze waarop de raad in voldoende mate invloed kan hebben op verbonden partijen is onderwerp van voortdurende aandacht. Mogelijke verbeteracties vinden mede plaats op basis van rekenkameronderzoek en landelijke ontwikkelingen. 2.5.2. Onderscheid gemeenschappelijke regelingen, stichtingen en privaatrechtelijke verbondenheden Op een aantal gebieden is binnen de gemeente sprake van verbonden partijen. Het belangrijkste onderscheid dat daarbij gemaakt kan worden, is dat in gemeenschappelijke regelingen, stichtingen en andere privaatrechtelijke verbondenheden. Bij gemeenschappelijke regelingen betaalt onze gemeente jaarlijks een bedrag voor exploitatiekosten van die gemeenschappelijke regeling naar rato van deelname in de regeling. Evenals bij stichtingen is bij de oprichting bijgedragen in de oprichtingskosten. Naar rato van de bijdragen loopt onze gemeente risico in een eventueel liquidatiesaldo van een gemeenschappelijke regeling/stichting. Verder lopen wij het risico dat een andere partij, die deelneemt in een gemeenschappelijke regeling/stichting, uittreedt. Op dat moment zal die partij uittreedkosten moeten betalen, die meestal bestaan uit kosten in de vorm van wachtgelden aan personeel.

Voor de achterblijvende deelnemende partijen zal de bijdrage in de exploitatiekosten dan veelal stijgen, doordat algemene kosten, bijvoorbeeld overheadkosten, over minder deelnemers omgeslagen kunnen worden. Ook kan het draagvlak van een gemeenschappelijke regeling/stichting verminderen bij uittreding van een partner. Een volgend risico is er voor ons wanneer wij zelf uit een gemeenschappelijke regeling stappen. Op dat moment zijn wij ook verplicht tot het betalen van de eerder genoemde kosten. Via de afvaardiging van leden in besturen van gemeenschappelijke regelingen kunnen risico’s beïnvloed worden. De stem van de gemeente is meestal naar rato van de verhouding ten opzichte van het totaal aantal bestuursleden. Naast gemeenschappelijke regelingen/stichtingen heeft onze gemeente ook belangen in partijen op privaatrechtelijke grondslag. Het financiële risico van dit soort belangen is beperkt tot de waarde van de effecten c.q. de geaccepteerde verantwoordelijkheid. 2.5.3. Overzicht verbonden partijen Hieronder volgt een overzicht van de verbonden partijen van onze gemeente. Naast het openbaar belang worden ook de relevante ontwikkelingen toegelicht.

24

Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang: Financieel belang:

GGD Brabant-Zuidoost Eindhoven Programma 6: Sociaal Domein De gemeente is vertegenwoordigd in het algemeen bestuur. Belangenbehartiging op het gebied van gezondheidszorg. Gemeentelijke bijdrage 2023: Eigen vermogen (1-1-2023 / 31-12-2023):* € 5.465.000 Vreemd vermogen (1-1-2023 / 31-12-2023):* € 29.778.000 *Geprognosticeerde balans Ingeschat resultaat 2023: € 1.290.000

Ontwikkelingen:

De belangrijkste ontwikkelingen waarmee de GGD te maken heeft gekregen in 2023 zijn:  Covid-19 bestrijding (testen, vaccineren, informeren).  HPV vaccinatiecampagne voor 18-26 jarigen.  Voorbereiding op de implementatie van de Omgevingswet.  Ondersteuning van onze gemeenten bij de regionale en lokale planvorming in het kader van GALA en IZA.  Uitbreiding van contracttaken zoals Wvggz-taken en de Wijk GGD’er.  Vernieuwing van de Jeugdgezondheidszorg (gestart met het vernieuwingsprogramma Generatie Gezond).  Opstellen van een nieuw regionaal spreidingsplan voor de ambulanceposten.  Implementatie van intelligente software voor planning en spreiding van ambulances.  Verbetering van de informatieveiligheid en de informatiehuishouding (archiefbeheer).  Intensivering van de samenwerking met GGD Hart voor Brabant bij Forensische Geneeskunde (invulling van de centrumfunctie die de GGD BZO heeft voor de regio Oost-Brabant).  Tekorten op de arbeidsmarkt van verpleegkundigen en artsen i.c.m. een personeelsverloop van 10% (extra inzet op werving en aantrekkelijk werkgeverschap).  Implementatie van het Lean gedachtengoed (continu verbeteren).  Implementeren van zelforganisatie.  Evaluatie en afronding van de bestuursopdracht.

Risico’s:

Jaarlijks wordt voor het bestuur, bij het aanbieden van de programmabegroting, een actuele financiële risico-inventarisatie opgesteld. Eerder is besloten dat, gegeven de financieringsstructuur, voor de beide programma’s PG (Publieke Gezondheidszorg) en AZ (Ambulancezorg) afzonderlijke algemene reserves worden aangehouden. Het bestuur heeft eerder vastgesteld dat het weerstandsvermogen niet direct tot het niveau van de risico-inventarisatie hoeft te worden aangevuld, maar dat de kaders en staffels zoals vastgesteld in de beleidsnotitie Kaders P&C-documenten 4GR-deel 2 hiervoor leidend zijn. Het wordt hierbij echter aan het Algemeen Bestuur van de Verbonden Partij overgelaten of die bandbreedte volledig wordt ingevuld, aangezien dit organisatiespecifiek is en wordt bepaald door de aard van de baten en lasten. Een laag weerstandsvermogen betekent wel dat financiële tegenvallers van een hogere omvang niet uit de algemene reserve kunnen worden opgevangen. Gegeven de omzet 2023 (exclusief crises-financieringen) is dan voor PG een kaderstellende bandbreedte van toepassing van minimaal € 2.000.000 en maximaal € 2.400.000 en voor AZ van minimaal € 1.500.000 en maximaal € 2.000.000. De Algemene Reserve werd/wordt hoofdzakelijk gevuld door middel van eventuele voordelige exploitatieresultaten.

De risico-inventarisatie van begin 2024 resulteert voor PG in een benodigde weerstandscapaciteit van ca. € 2.600.000. De Algemene Reserve PG bedraagt na resultaatbestemming 2022 ca € 1.700.000. Voor een bedrag van € 2.600.000 -/€ 1.700.000 = € 900.000 lopen de gezamenlijke gemeenten dus een risico. De risico-inventarisatie resulteert voor AZ in een benodigde weerstandscapaciteit van ca. € 2.800.000. De Algemene Reserve AZ bedraagt na resultaatbestemming 2022 ca. € 1.350.000. Voor een bedrag van € 2.800.000 -/- € 1.350.000 = ca. € 1.450.000 lopen de gezamenlijke gemeenten dus een risico.

€ 555.000 € 6.980.000 € 34.315.000

25

Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang:

Financieel belang:

Ontwikkelingen:

Risico’s: Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang:

Financieel belang:

Ontwikkelingen:

Risico’s: Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma:

Bestuurlijk belang: Openbaar belang:

Financieel belang:

Kempisch Bedrijvenpark (KBP) Bladel Programma 3: Economie Vertegenwoordiging in dagelijks en algemeen bestuur. Het ontwikkelen en realiseren van een kwalitatief hoogwaardig en uit financieeleconomisch oogpunt aanvaardbaar bedrijvenpark gelegen binnen het rechtsgebied, binnen de door het bevoegd gezag te stellen ruimtelijke en andere publiekrechtelijke randvoorwaarden. Bovenstaande met inachtneming van de nader te formuleren sectorale doelstellingen en uitganspunten. Gemeentelijke bijdrage 2023: €0 Eigen vermogen (1-1-2023 / 31-12-2023):* € 14.043.000 € 892.000 Vreemd vermogen (1-1-2023 / 31-12-2023):* € 3.500.000 €0 Resultaat 2023: € 4.347.000 *Geprognosticeerde balans De betrokkenen participeren risicodragend in de realisatie van het plan. Eventuele verliezen of winsten worden gelijkelijk door de gemeenten gedragen of over de deelnemende gemeenten verdeeld. Actuele grondexploitatieberekeningen tonen aan dat exploitatie sluitende is. Er wordt geen voorziening voor negatieve exploitatie nodig geacht. Het Algemeen Bestuur KBP heeft 8 december 2023 besloten in te stemmen met het liquidatieplan en de Gemeenschappelijke Regeling KBP te liquideren. Dit betekent dat de GR KBP per 1 januari 2024 in liquidatie is. De volledige openbare ruimte is overgedragen aan de gemeente Bladel per 1 januari 2024.

Een gedeelte (2000m²) van een kavel aan de Smaragdweg is inmiddels nog in 2024 geleverd. De nog uit te voeren activiteiten bestaan uit het opstellen van de jaarrekening 2023, de archivering en de laatste financieel-administratieve handelingen. Er volgen nog uitkeringen aan de deelnemende gemeentes. In de pijplijn zit nu nog € 10 miljoen (dat is € 2,5 miljoen per gemeente) die in onze boeken is verwerkt in 2023. Met de afwikkeling medio 2024 wordt er nog een beperkte restant-winst uitgekeerd. Er zijn geen risico’s. Gemeenschappelijke Regeling Samenwerking Kempengemeenten (GRSK) Reusel Programma 0: Bestuur en ondersteuning / diversen voor programmakosten. De gemeente is vertegenwoordigd in het algemeen en dagelijks bestuur. Het, met behoud van de huidige bestuurlijke schaal, vergroten van de bestuurskracht door bundeling van ambtelijke expertise op strategisch, tactisch en operationeel niveau, met als resultaat verhoogde kwaliteit, continuïteit en efficiëntie. Gemeentelijke bijdrage 2023: € 3.356.318 Eigen vermogen (1-1-2023 / 31-12-2023):* € 856.952 € 19.814 Vreemd vermogen (1-1-2023 / 31-12-2023):* € 12.379.599 € 14.891.889 Resultaat 2023: -/- € 100.608 Vanaf 1 januari zijn een aantal werkzaamheden (deels VTH, volledig P&O) vanuit de samenwerking GRSK ondergebracht bij de eigen gemeente.

Tegelijkertijd continueren we alle overige vormen van samenwerking waarbij we in we blijvend in gesprek over de mate van samenwerken binnen zowel de GRSK als de Kempengemeenten vanuit de gedachte dat we elkaar op een aantal thema’s/onderwerpen nodig hebben. Voor zover bekend zijn er geen risico’s. Metropoolregio Eindhoven (MRE) Eindhoven Programma 0: Bestuur en ondersteuning Programma 3: Economie Programma 5: Sport, cultuur en recreatie (RhcE) De gemeente is vertegenwoordigd in het algemeen bestuur. Samenwerkingsverband tussen 21 gemeenten in de regio Zuidoost-Brabant. Het takenpakket is vastgelegd in artikel 4 van de Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven. Strategische bestuurlijke samenwerking op de thema’s Economie (inclusief uitvoering Stimuleringsfonds en betaalautoriteit Brainport Development NV), Landelijk gebied, Energietransitie, Mobiliteit (incl. GGA) en Ruimte en wonen. Het fungeren als archiefbewaarplaats van de overgebrachte archieven van de overheidsorganen binnen de regio Zuidoost-Brabant, met uitzondering van de gemeente Gemert-Bakel. Nazorg van de voormalige stortplaats Gulbergen en ontwikkeling van het Landgoed. Gemeentelijke bijdrage 2023 (incl. Brainport en stimuleringsfonds) € 148.000

26

Gemeentelijke bijdrage 2023 RhcE Eigen vermogen (1-1-2023 / 31-12-2023):* Vreemd vermogen (1-1-2023 / 31-12-2023):* *Geprognosticeerde balans Ingeschat resultaat 2023: € 834.000. Ontwikkelingen:

€ 14.294.000 € 20.546.000

€ 56.000 € 13.903.000 € 21.147.000

Algemeen  Op 1 maart 2023 heeft het Algemeen Bestuur besloten de werkorganisaties MRE en RHCe niet te ontvlechten.  Het dienstverband met de directeur/secretaris is per 1 januari 2024 beëindigd. Inmiddels is een nieuwe directeur gestart. Dienst Metropoolregio Eindhoven  Het Samenwerkingsakkoord 2023-2026 is op 1 maart 2023 vastgesteld door het Algemeen Bestuur.  Het Werkprogramma 2023 is volgens planning uitgevoerd waarbij geen significante afwijkingen plaats hebben gevonden welke de beleidsmatige uitvoering en daaraan gekoppelde budgetten in gevaar hebben gebracht.  Na vaststelling van het Werkprogramma 2023-2024 door het Algemeen Bestuur op 5 juli 2023, is gestart met de invulling van de capaciteitsuitbreiding zoals opgenomen in dit werkprogramma. Medio december 2023 zijn enkele functies ingevuld, het proces loopt verder in 2024.  De Hoge Raad heeft uitspraak gedaan in de zaak Attero over de minderlevering van brandbaar restafval over de periode 2015-januari 2017. Op basis van de uitspraak is de Metropoolregio Eindhoven gehouden een naheffing te betalen van ruim € 6,5 miljoen. Het vonnis is definitief, de Metropoolregio Eindhoven heeft hierop als contractpartner namens de 21 gemeenten de naheffing voldaan. Het Algemeen Bestuur van de Metropoolregio Eindhoven heeft op 20 december 2023 de verdeelsleutel voor de verdeling van de naheffing over de gemeenten vastgesteld.

Alle betreffende gemeenten hebben de vordering voldaan, het dossier is daarmee afgesloten. Dienst Regionaal Historisch Centrum Eindhoven (RHCe)  Het Programma 2023 is beleidsmatig uitgevoerd volgens planning.

Risico’s:

Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang:

Financieel belang:

Gulbergen  Een Ontwikkelvisie voor het Landgoed waarin de gewenste ontwikkeling van het gebied is aangegeven, is via een breed participatietraject vastgesteld. Deze visie wordt verder uitgewerkt, inclusief de financiële haalbaarheid.  Met de Belastingdienst zijn afspraken gemaakt over de Btw-positie van Landgoed Gulbergen. Dit heeft geleid tot een naheffing over de periode 2013-2022. Op basis van de nota Risicomanagement en weerstandsvermogen Metropoolregio Eindhoven (vastgesteld AB juli 2018) wordt bepaald wat de organisatie onder risicomanagement verstaat en welke uitgangspunten hierbij worden gehanteerd. Tevens is bepaald welke risico’s door de Metropoolregio Eindhoven worden gedragen en welke door de deelnemende gemeenten. Als uitwerking van de nota zijn voor de organisatie de risico’s in beeld gebracht, geclassificeerd en financieel inzichtelijk gemaakt. Jaarlijks worden bij het opstellen van de begroting en jaarrekening deze risico’s opnieuw beoordeeld. De huidige stand van de algemene reserves is voldoende om deze risico’s af te dekken. Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO) Eindhoven Programma 1: Veiligheid De gemeente is vertegenwoordigd in het algemeen bestuur.

Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO) is een organisatie waarin de brandweer en de geneeskundige hulpverleningsorganisatie in de regio (GHOR) samenwerken om incidenten en rampen te voorkomen, te beperken en te bestrijden. VRBZO is een samenwerkingsverband tussen 21 gemeenten in de regio ZuidoostBrabant. Taken op het terrein van brandweerzorg, geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen, rampenbestrijding en crisisbeheersing. Het wettelijk kader wordt gevormd door de Wet veiligheidsregio’s. Gemeentelijke bijdrage 2023: € 919.000 Eigen vermogen (1-1-2023 / 31-12-2023):* € 2.251.000 € 4.049.000 Vreemd vermogen (1-1-2023 / 31-12-2023):* € 37.894.000 € 28.272.000 *Geprognosticeerde balans Ingeschat resultaat 2023: € 1.798.000.

27

Ontwikkelingen:

Risico’s:

Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang:

Financieel belang:

Ontwikkelingen:

Belangrijkste ontwikkelingen 2023:  De crisisnoodopvang van asielzoekers (CNO) en eerste opvang van Oekraïense vluchtelingen waren belangrijke crisistaken voor VRBZO in 2023. De CNO stopte in maart, eind 2023 hebben we onze taken voor de eerste opvang van Oekraïense vluchtelingen overgedragen aan de gemeente Eindhoven.  Eind 2022 gaf het Rijk aan dat zij extra BDuR gelden beschikbaar stellen voor veiligheidsregio voor de versterking van het domein van crisisbeheersing en informatiemanagement. Voor VRBZO was dat een extra structureel bedrag van € 1,4 miljoen in 2023. We zijn aan de slag gegaan met plannen voor besteding, voornamelijk door uitbreiding van de formatie. De werving van nieuwe collega’s in de huidige arbeidsmarkt is moeilijk. Toch hebben we gedurende het jaar diverse nieuwe collega’s welkom geheten. In 2024 bouwen we verder aan de versteviging van crisisbeheersing en informatiemanagement.  In 2023 ontving VRBZO een extra gemeentelijke bijdrage om de achterstand in de uitvoering van de visie (ontstaan door corona) in te lopen. Vooral op het domein van crisisbeheersing zijn hierdoor flinke stappen gezet in 2023.

Zo is vorig jaar onder andere een nieuw crisisplan vastgesteld (in samenwerking met Veiligheidsregio Brabant-Noord), is VRBZO bezig met een nieuw regionaal risicoprofiel en is een planningsstaf ingericht waarin permanente risicomonitoring en de eerste regie op de aanpak van risico’s en dreigingen is geborgd.  In 2023 is de Handcrew Zuid Nederland opgericht door de 6 zuidelijke veiligheidsregio’s. dit specialistische brandweerteam wordt inzetbaar bij natuurbrandbestrijding.  Directeur Petra de Kam vond een nieuwe uitdaging en nam afscheid. Zij wordt tijdelijk vervangen door Aart Schoenmaker.  Vooruitkijkend naar 2024 moeten we vooral stappen zetten in het op orde brengen van bedrijfsvoering. De afgelopen jaren zijn er diverse taken bijgekomen. Enerzijds vanuit wet- en regelgeving, anderzijds vanuit maatschappelijke ontwikkelingen. Denk hierbij aan de Woo, informatiebeveiliging (BIO, NIS2), rechtmatigheidsverklaring en diverse HR-ontwikkelingen op het gebied van arbeidsveiligheid en duurzaam personeelsbeleid (diversiteit, inclusiviteit, verlof etc). In de paragraaf Risicobeheersing en weerstandsvermogen van de Begroting 2023 van de VRBZO zijn de risico’s en de bijbehorende weerstandcapaciteit benoemd. In de jaarstukken 2023 VRBZO is deze paragraaf geactualiseerd.

Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB) Eindhoven Programma 7: Volksgezondheid en milieu Programma 8: VHROSV De gemeente is vertegenwoordigd in het algemeen bestuur en dagelijks bestuur Belangenbehartiging op het gebied van:  Uitvoeren verplichte taken uit het landelijke basistakenpakket op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving;  Advisering over verzoektaken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Gemeentelijke bijdrage 2023: € 571.000 Eigen vermogen (1-1-2023 / 31-12-2023):* € 1.012.000 € 2.433.000 Vreemd vermogen (1-1-2023 / 31-12-2023):* € 6.637.000 € 7.755.000 *Geprognosticeerde balans Ingeschat resultaat 2023: € 484.000 In maart 2023 heeft het algemeen bestuur de meerjarenvisie vastgesteld. Deze is gestoeld op de missie en visie van de ODZOB. In tijden van grote transities en opgaven zijn richting, focus en keuzes nodig bij de inzet van de ODZOB voor vier jaar. Door meer richting en focus als collectief te bepalen, kan de ODZOB beter zijn inzet bepalen bij de huidige grote transities en opgaven. Daarmee ook een betere bijdrage leveren aan een veilige, gezonde en duurzame fysieke leefomgeving. In de meerjarenvisie zijn de pijlers veilig, gezond, duurzaam en omgeving verder uitgewerkt. Een belangrijk uitgangspunt bij de meerjarenvisie is het “fundament op orde”.

Alleen aanvullende inzet op de niveaus in samenhang en regionaal platform, daar waar urgentie of bestaande afspraken er specifiek om vragen. De adviescommissie VTH (voorheen: commissie Van Aartsen) heeft geconstateerd dat er sprake is van vermijdbare milieuschade doordat het VTH-stelsel niet overal afdoende functioneert. Dit heeft geleid tot het Programma Versterking VTH-stelsel). Hierin werken gemeenten, provincies, omgevingsdiensten, Unie van Waterschappen en diverse ministeries samen aan de versterking van het VTH-stelsel. Eén van de oorzaken is dat niet alle omgevingsdiensten robuust genoeg zijn en daarmee ook niet kunnen voldoen aan de kwaliteitseisen. Het IBP VTH heeft daarom robuustheidscriteria met kritische prestatie-indicatoren (kpi’s) vastgesteld. Aan de

28

omgevingsdiensten is verzocht om uiterlijk 1 oktober met behulp van een toetsingskader te bepalen of de diensten aan deze kpi’s voldoet. De ODZOB is tot de conclusie gekomen dat nog niet aan alle kpi’s (volledig) wordt voldaan. Hiervoor wordt een plan van aanpak opgesteld. In juli 2023 is de Ontwerpregeling Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant 2024 aan het algemeen bestuur voorgelegd. Er heeft hierbij zoveel als mogelijk afstemming plaatsgevonden met de GGD, Metropoolregio Eindhoven, Veiligheidsregio en de twee andere Brabantse omgevingsdiensten. De ontwerpregeling is toegezonden aan de colleges van de deelnemers met het verzoek een voorgenomen besluit te nemen tot vaststelling van de regeling en dit voorgenomen besluit voor een zienswijzeprocedure aan te bieden aan de raden en Provinciale Staten. In 2024 zal de regeling voor vaststelling worden aangeboden aan de deelnemers. In 2023 is gestart met het Programma voor- en nazorg Omgevingswet; een nieuwe fase in de voorbereiding op de Omgevingswet. Het staat in het teken van de overdracht van programma naar de lijn. Het oefenen en inregelen heeft als resultaat opgeleverd dat de systemen getest zijn en dat er regionaal ketentesten zijn uitgevoerd, op basis waarvan de samenwerkingsafspraken nader zijn gedetailleerd.

In het najaar is vervolgens in samenwerking met deelnemers geoefend met echte (Wabo-)aanvragen.

Risico’s:

Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang:

Financieel belang:

Het stikstofdossier kende, net als de voorgaande jaren, ook in 2023 vele uitdagingen met nieuwe voornemens en regelgeving vanuit Rijk en provincie. Er zijn zeer veel onduidelijkheden en rechtbanken in Nederland deden uitspraken in veel zaken die rechtstreeks de Wnb-vergunningverlening raakt. Indirect is er in veel gevallen ook impact op de Wabo-vergunningverlening en toezicht en handhavingstaken. De nieuwe jurisprudentie zorgt voor veel onzekerheid in de uitvoeringspraktijk. Samen met de andere Brabantse Omgevingsdiensten is er een handelingsperspectief opgesteld dat moet dienen als leidraad voor de uitvoering. De algemene reserve van de ODZOB bedraagt per ultimo 2023 € 1.200.000. Dat is meer dan de verwachtingswaarde van € 1,1 miljoen van de risico’s. Vandaar dat de deelnemers geen ODZOB-risico’s in hun eigen financiële buffers hoeven af te dekken.

KempenPlus Bladel Programma 6: Sociaal domein De gemeente is vertegenwoordigd in het bestuur. Uitvoering van taken op het gebied van sociale werkvoorziening ingevolge de Wsw, Werk en Inkomen (m.u.v. bijzondere bijstand) ingevolge de Participatiewet, Ioaw, Ioaz en Bbz. Gemeentelijke bijdrage 2023: € 4.167.158 Eigen vermogen (1-1-2023 / 31-12-2023):* € 6.803.000 € 8.378.000 Vreemd vermogen (1-1-2023 / 31-12-2023):* € 8.081.000 € 12.362.000 Geraamd resultaat 2023: € 1,84 miljoen

Ontwikkelingen: Risico’s:

In 2023 is er gestart met de voorverkenning van een toekomstbestendig KempenPlus. Doordat de doelgroep (met name Wsw-ers) afneemt, wordt de organisatie van KempenPlus kwetsbaarder. Hiervoor is aandacht in het lopende traject om KempenPlus toekomstbestendig te maken

Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang:

Stichting Regionaal Bureau Inkoop en aanbestedingen Zuidoost Brabant (Bizob) Oirschot Programma 0: Bestuur en ondersteuning Bizob is een stichting en wordt aangestuurd door de gemeenten en aangesloten organisaties. Het bestuur wordt gevormd door een afvaardiging van twee bestuurders per regio. De zittingsduur voor bestuurders is vier jaar. De voorzitter van het bestuur is een burgemeester en heeft een zittingsduur van zes jaar. Daarnaast worden twee secretarissen toegevoegd aan het bestuur. Tevens neemt vanuit elke aangesloten gemeente één bestuurder deel in de Vergadering van Aangeslotenen. Bizob zet zich in voor ruim 35 gemeenten en publieke organisaties als strategisch partner voor inkoop en aanbestedingen. In nauwe samenwerking met de gemeente Reusel-De Mierden regelt Bizob inkoop, aanbestedingen, contractmanagement en contractbeheer voor het sociaal domein, openbare ruimte, bedrijfsvoering en ICT. Het doel is het behalen van voordeel voor alle bij Bizob aangesloten organisaties. De inkoopsamenwerking gaat verder dan het bundelen van inkoopvolumes. Door

Openbaar belang:

29

Financieel belang:

samenwerking wordt kennis opgebouwd van producten, markten en bedrijven, waardoor transactiekosten en inkooprisico’s verminderen en de professionaliteit van de inkoopfunctie toeneemt. Gemeentelijke bijdrage 2023: € 95.000 Eigen vermogen (1-1-2023 / 31-12-2023): € 363.000 € 359.000 Vreemd vermogen (1-1-2023 / 31-12-2023): €0 €0 Resultaat 2023: € 944.000

Ontwikkelingen:

Risico’s: Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang:

Financieel belang:

Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang: Financieel belang:

Jubileum. In 2023 vierde Bizob het 20-jarig bestaan. Wat begon als een initiatief van 10 gemeenten, is uitgegroeid tot een krachtige alliantie van meer dan 35 publieke organisaties. De gezamenlijke aanpak heeft geleid tot winst op alle vlakken. Het bundelen van inkoopvolumes was slechts het begin; we hebben expertise gedeeld en kennis opgebouwd over producten, markten en bedrijven. Het resultaat van deze synergie is duidelijk zichtbaar: lagere kosten, verminderde risico’s, verhoogde kwaliteit en betere voorwaarden voor al onze deelnemende organisaties. De groei van Bizob is niet alleen in omvang, maar ook in invloed. We zijn stevig verankerd in het regionale, nationale en zelfs Europese landschap, met sterke vertegenwoordiging bij de Europese Commissie, VNG, het ministerie van Economische Zaken, NEVI, Bouwend Nederland en MKB-infra.  MVOI. In 2023 werkte Bizob, samen met onze aangesloten organisaties, aan ruim 1.560 aan-bestedingstrajecten. MVOI (Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen) staat bij Bizob, net als in vele coalitieakkoorden hoog op de ambitieladder. In 2023 werd in 80% van de aanbestedingen rekening gehouden met het milieu (o.a. circulaire inkoop) en bij 50% van de aanbestedingen werd social return toegepast.

Om duurzaamheid nog beter te kunnen borgen in het inkoopproces heeft Bizob sinds 2023 een duurzaamheidsadviseur in dienst, die zich volledig richt op het versnellen van het verduurzamingsproces.  Nieuw inkoopbeleid. Het huidige model Inkoopbeleid dateert uit 2016 en is toe aan een update. Bizob heeft in samenwerking met VNG en juristen vanuit verschillende publieke organisaties een nieuw model Inkoopbeleid opgesteld, waarin alle actuele ontwikkelingen op het gebied van inkoop, wetgeving en jurisprudentie zijn meegenomen. Het taalgebruik is modern en er is ruimte voor lokaal beleid en MVOI doelstellingen. Onze aangesloten gemeenten en publieke organisaties maken zelf een keuze tussen vier inkoop ambitieniveaus waarmee zij de komende jaren hun beleidsdoelen gaan realiseren.  MKB ondernemersbijeenkomsten. Om de positie van het lokale en regionale MKB te verbeteren heeft Bizob in 2023 verschillende ondernemersbijeenkomsten georganiseerd waarin er aandacht wordt besteed aan de mogelijkheden voor lokale ondernemers om zaken te doen met de gemeente. Daarnaast organiseerde Bizob kwartaalsessies met Bouwend Nederland om een verder invulling te geven aan de 18 punten uit de intentieverklaring: “Samenwerking bouw en gemeenten: ieder draagt zijn steentje bij”, in navolging op de landelijke actieagenda Beter Aanbesteden.

In 2023 werd 79% van de aanbestedingen die door Bizob zijn begeleid, gegund aan het MKB en 63% aan lokale of regionale bedrijven. De aangesloten gemeenten zijn aansprakelijk voor eventuele exploitatie tekorten. NV Bank Nederlandsche Gemeenten (BNG) Den Haag Programma 0: Bestuur en ondersteuning Aandeelhouder (zeer beperkt aandeel) BNG Bank is de bank van en voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. De bank draagt duurzaam bij aan het laag houden van de kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger. Gemeentelijke bijdrage 2023: €0 Eigen vermogen (1-1-2021 / 31-12-2021): € 4.615 mln € 4.721 mln Vreemd vermogen (1-1-2021 / 31-12-2021): € 107.459 mln € 110.819 mln Resultaat 2023: € 254 mln. NV Brabant Water ’s-Hertogenbosch Raakt diverse programma’s. Aandeelhouder (zeer beperkt aandeel) Het leveren van water en het in stand houden van de benodigde infrastructuur om water te distribueren. Gemeentelijke bijdrage 2023: €0 Eigen vermogen (1-1-2022 / 31-12-2022):* € 685 mln € 690 mln Vreemd vermogen (1-1-2022 / 31-12-2022):* € 534 mln € 575 mln *Jaarrekening 2022

30

Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang: Financieel belang:

Ontwikkelingen:

Stichting Zorg- en Veiligheidshuis Brabant Zuidoost Helmond Programma 1. Veiligheid Het ondersteunen van de gemeenten bij zeer complexe zorg-/veiligheidscasussen en het bevorderen van de integrale samenwerking tussen partners. Gemeentelijke bijdrage 2023: € 4.000 Eigen vermogen (1-1-2023 / 31-12-2023): € nnb € nnb Vreemd vermogen (1-1-2023 / 31-12-2023): € nnb € nnb Geraamd resultaat 2023:* € nnb De landelijke Meerjarenagenda Zorg- en Veiligheidshuizen 2021-2024 beschrijft de essentie van de aanpak in ieder zorg- en veiligheidshuis. In de vastgestelde ’Verkenning taken en activiteiten 2023 e.v.’ hebben de regionale partners deze landelijke lijn vertaald naar de opdracht voor het Zorg- en Veiligheidshuis Brabant Zuidoost. In de kern richt het Zorg- en Veiligheidshuis Brabant Zuidoost zich op de complexe, domein overstijgende casussen waarin de samenwerking tussen partners vastloopt (AVE 3 en 4; AVE is Aanpak Voorkoming Escalatie). Deze taken worden als volgt omschreven: 1. Het faciliteren en regisseren van casus overleggen waar complexe domein overstijgende casuïstiek wordt besproken (ketenregie); zowel geëscaleerde casuïstiek in de vorm van ‘Casus op Maat’ (COM) alsook middels de Persoonsgerichte Aanpak (PGA). 2.

Expertisecentrum voor multidisciplinaire problematiek en vraagbaak; het Zorg- en Veiligheidshuis gaat in Zuidoost Brabant informatie ontsluiten over organisaties en werkprocessen op het gebied van zorg en veiligheid. Hiermee wordt ingezet op het versterken en ondersteunen van de lokale teams én de ketensamenwerking voor de geëscaleerde (domein overstijgende) casuïstiek. 3. Het signaleren van relevante trends en ontwikkelingen en (strategisch) adviseren van bestuurders en sleutelpartners.

Risico’s:

In 2023 zijn vanuit de regio Zuidoost-Brabant 138 complexe zaken aangemeld voor behandeling door het ZVHBZO. Dat betekende een stijging van 20% t.o.v. het voorgaande jaar. In de PGA Radicalisering zijn regionaal 8 nieuwe zaken opgepakt en liepen er 25 door uit voorgaande jaren. Ook is ingezet op de geactualiseerde PGA Jeugd (totaal 36 nieuwe en 62 doorlopende zaken) en de PGA Personen met onbegrepen gedrag (in totaal 19 nieuwe en 5 doorlopende zaken). In de nieuwe regionale aanpak MDA++ gericht op huiselijk geweld en kindermishandeling zijn 4 zaken opgepakt. Om kennis en expertise te delen zijn een eerste training voor procesregisseurs en een werkbezoek aan de jeugdgevangenis georganiseerd. Daarnaast is samen met het Regiobureau Integrale Veiligheid ingezet op het versterken van de samenwerking op het gebied van radicalisering. En verder zijn 2 projecten opgestart om initiatieven op het snijvlak van zorg & veiligheid te ondersteunen en vereenvoudigen. In 2023 is, na gedegen onderzoek, bestuurlijk besloten tot herinrichting van het werkgeverschap waarbij Stichting Zorg- en Veiligheidshuis Brabant Zuidoost zelfstandig personeel in dienst kan nemen.

Door eerdere wisselingen in de organisatie en krapte op de arbeidsmarkt bestaat het risico dat de bezetting van het Zorg- & Veiligheidshuis niet snel genoeg op sterkte komt óf dat het langere tijd gaat duren om nieuwe medewerkers op te leiden en in te werken.

31

2.6. Onderhoud kapitaalgoederen 2.6.1. Algemeen Onderhoudslasten worden gemaakt om een kapitaalgoed in goede, oorspronkelijke staat te houden, zodat het naar behoren kan functioneren. Onderhoudslasten zijn dus niet van invloed op de vastgestelde gebruiksduur of afschrijvingstermijn. Het is van belang om inzicht te hebben in de beleidskaders omtrent dat onderhoud. Die beleidskaders zijn er zowel inhoudelijk als financieel-administratief. Inhoudelijk gaat het dan bijvoorbeeld om het vastgestelde onderhoudsniveau. Dit is het eindresultaat van enerzijds de kwaliteit die we voor ogen hebben en anderzijds de budgettaire mogelijkheden. Er is ook een financieel beleidskader. Dat gaat over de mate waarin financiële ruimte wordt gecreëerd voor onderhoud en vervanging van kapitaalgoederen. Hiervoor gelden de volgende ‘spelregels’. Alle vaste activa worden tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs geactiveerd met uitzondering van investeringen in de openbare ruimte die via de grondexploitatie worden verhaald. Op vaste activa met een beperkte levensduur wordt jaarlijks afgeschreven volgens een stelsel dat is afgestemd op de toekomstige gebruiksduur. Een uitzondering hierop is de afschrijvingsduur van immateriële vaste activa (bijvoorbeeld een bestemmingsplan). Deze worden incidenteel ten laste gebracht van de exploitatie. Het beleid rond afschrijving is vastgelegd in een beleidsnota.

In de Nota reserves, voorzieningen en afschrijvingsbeleid 2020 zijn de afschrijvingstermijnen opgenomen. Deze zijn in 2021 aangevuld met vastgesteld afschrijvingstermijnen voor groen. Soort investering Gebouwen (permanent) Gebouwen (semipermanent) Inrichting Groen (korte levensduur) Groen (lange levensduur) Hardware Software Kunststof (gras)velden/banen: ondergrond Kunststof (gras)velden/banen: toplaag

Termijn in jaren 40 15 15 40 80 4 6 40 20

Soort investering Riolering (excl. pompen/gemalen/drukriool) Technisch installaties (w.o. pompen enz.) Wegen (aanleg, reconstructie) en waterkunde Straatmeubilair Straatverlichting (masten) Straatverlichting (armaturen) Speeltoestellen / sportattributen Vervoermiddelen Machines

Termijn in jaren 50 15 40 25 40 20 15 10 10

2.6.2. Wegen en verkeer In 2017 is door de raad het ‘Wegenbeleidsplan 2018-2027’ vastgesteld. Onze gemeente hanteert in lijn met de wettelijke en maatschappelijke verplichtingen een sobere doch doelmatige kwaliteitsnorm voor haar wegbeheer met een gezonde balans in kwaliteit en kosten. De kwaliteitsnorm van de gemeente sluit hierbij 1 op 1 aan op kwaliteitsniveau C van de CROW publicatie 288. Daarbij sturen we op het beheersen van risico’s (veiligheid en kapitaalvernietiging) van het gehele wegenareaal en maken geen differentiatie in wegtypen of gebieden. Het wegenbeheerplan bevat de onderhoudscijfers voor een looptijd van 10 jaren, waarbij de eerste 5 jaren meer gespecificeerd zijn berekend. Voor de dotatie aan de onderhoudsvoorziening wegen hebben we ons gebaseerd op de ramingen voor de eerste 5 jaren van het plan (t/m 2022), hetgeen neerkomt op een dotatie van € 345.000 (excl. Inflatiecorrectie). Voor laatste 5 jaren (2023 t/m 2027) van het plan is de dotatie berekend op € 472.500 per jaar, maar daar moet bij worden aangetekend dat voor 2023 een actualisatie van het onderhoudsplan is voorzien, waarop de dotaties aangepast moeten worden.

De gekozen werkwijze heeft geleid tot een opmerking van de provincie bij de toetsing van de begroting 2020-2023 omdat daarin voor het jaar 2023 een dotatie aan de onderhoudsvoorziening is opgenomen die niet in overeenstemming is met het onderhoudsplan. De accountant moet zich bij de controle van de jaarrekening een oordeel vormen over de toereikendheid van de onderhoudsvoorziening. Kijkend naar de looptijd van het onderhoudsplan zou dat niet het geval zijn. Echter op basis van een letterlijke interpretatie van de Notitie materiële vaste activa van de commissie Bbv van december 2017, hoeft de scope niet verder te gaan dan de 4 jaren van de meerjarenbegroting. Inmiddels kan uit de begroting opgemaakt worden dat vanaf 2023 de verhoogde dotaties aan de voorziening structureel zijn geraamd. Op basis van de stand van de voorziening is er geen aanleiding te veronderstellen dat de voorziening op basis van het bestaande wegenplan de komende jaren ontoereikend zal zijn. Mocht uit de actualisatie een andere conclusie volgen, dan zullen deze consequenties worden verwerkt.

32

De actualisatie van het wegenbeheerplan die aanvankelijk in 2023 was voorzien, heeft in 2023 nog niet plaats kunnen vinden vanwege personele wisselingen en periode die nodig was om vacatures opgevuld te krijgen. Inmiddels is een aanvang gemaakt met de actualisatie, welke in 2024 verder zijn beslag moet krijgen. Het gemeentelijk Verkeers en Vervoersplan (GVVP) vormt het vaste bestuurlijk vastgestelde kader voor het uitvoeren van de verkeersprojecten. Het GVVP geeft alle verbindingen weer voor zwaar verkeer in de gemeente. Het GVVP loopt tot en met eind 2025. . 2.6.3. Gebouwen Op 5 november 2019 is het beheerplan gebouwen 2019-2022 vastgesteld en zijn de onderhoudsbudgetten in overeenstemming gebracht met dat beheerplan. Conform de aangepaste eis van de provincie zou het beheerplan uiterlijk in 2023 geactualiseerd worden. Actualisering heeft in 2023 niet plaats kunnen vinden vanwege het ontbreken van de daarvoor benodigde personele capaciteit.Vanaf 2014 wordt gewerkt met een onderhoudsvoorziening voor gebouwen, waarin de stortingen plaatsvinden op basis van het vastgestelde beheerplan. Deze werkwijze wordt gecontinueerd. Naast de onderhoudsvoorziening is er – op basis van het Bbv – ook een voorziening voor achterstallig onderhoud gevormd. Onder deze voorziening vallen alle elementen die in de meerjarenonderhoudsplanning 2019-2033 als “achterstallig onderhoud” zijn aangemerkt.

Het achterstallig onderhoud moet binnen 4 jaren worden ingelopen, dus uiterlijk in 2023. Als gevolg van het besluit van de Raad op 16 november 2021 is de voorziening voor achterstallig onderhoud aangevuld met achterstallig onderhoud aan de beheerderswoning op het sportpark in Reusel. Voor de instandhouding van de beheerderswoning vindt tevens jaarlijks een dotatie plaats voor regulier onderhoud (in de voorziening onderhoud gebouwen). Daarnaast is er een krediet beschikbaar gesteld voor “een levensduur verlengende investering” ten behoeve van deze beheerderswoning. Het achterstallig onderhoud is ingelopen. Een deel van de voorziening achterstallig onderhoud is overgezet naar de voorziening (regulier) onderhoud omdat een aantal activiteiten is meegenomen als achterstallig onderhoud, terwijl dat achteraf gezien geen achterstallig onderhoud betreft. 2.6.4. Riolering en watertaken In november 2023 heeft de gemeenteraad het Programma Water en Riolering vastgesteld. Het Programma Water en Riolering verving het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP) wat destijds afliep. De looptijd van het Programma Water en Riolering is tot en met eind 2028. Dit beleidsplan heeft als speerpunten dat de gemeente handelt volgens het principe van water- en bodemsturend.

Door de watergangen en riolering van de gemeente kwalitatief op orde te brengen en klimaatadaptief onze gemeente in te richten hebben we concrete middelen aan onze ambities voor de komende periode gekoppeld. Concrete acties die in dit programma benoemd zijn, behelzen risicogestuurd werken aan de riolering, intensiveren van het toezicht op zogenaamde ‘foutaansluitingen, werken volgens principe ‘besparen, vasthouden, bergen en (dan pas) afvoeren van hemelwater’, intensiveren van het afkoppelen van particuliere woningen en bedrijven qua neerslag en het verhogen van de gemeentelijke eis voor waterbuffering van 20 naar 40 mm per m² verhard oppervlakte zonder compensatie van gesloopte verharding.’ 2.6.5. Openbare verlichting In 2018 is het beleidsplan Openbare Verlichting 2018-2030 vastgesteld. Uitgangspunt voor de openbare verlichting is behoud van kwaliteit en waar mogelijk verbetering. De gemeente brengt haar energiehuishouding met 50% omlaag (ten opzichte van 2013) en heeft in 2030 de installatieverantwoordelijkheid voor lichtmasten geïmplementeerd. Bij herinrichting, reconstructie en nieuwe ontwikkelingen worden oude lichtmasten en armaturen vervangen als de levensduur daar aanleiding toe geeft.

Verder worden nieuwe lichtmasten binnen de looptijd van het beleidsplan geplaatst volgens de Nederlandse verlichtingsrichtlijnen en vormt een integrale aanpak de basis voor (gemeentelijke) de uitvoeringsplannen. 2.6.6. Groenvoorziening In november 2021 is het Beleidsplan Openbaar Groen 2022-2031 vastgesteld en daarmee zijn de visie en kaders bepaald. De bijbehorende middelen voor een kwaliteitsgericht en consistent groenonderhoud (volgens de onderhoudsniveau ’s A, B en C) zijn destijds beschikbaar gesteld. Daarnaast is er sprake van jaarlijkse vervangingsinvesteringen van totaal € 310.000 om het kapitaalgoed groen duurzaam in stand te houden, waarbij sprake is van de gewogen afschrijftermijnen van 40 en 80 jaar.

33

2.7. Grondbeleid 2.7.1. Algemeen Het grondbeleid heeft invloed op en samenhang met de realisatie van beleidsvoornemens op het terrein van ruimtelijke ordening en volkshuisvesting, verkeer en vervoer en de economische structuur. Daarnaast heeft het grondbeleid een grote financiële impact. De eventuele baten, maar vooral de financiële risico’s zijn van belang voor de algemene financiële positie van de gemeente. Grondbeleid richt zich op exploitatiegebieden voor het bouwen van woningen en bedrijven. Deze paragraaf geeft hoofdzakelijk de stand van zaken en (toekomstige) ontwikkelingen weer van de bouwgrondexploitaties. In 2021 is er een geactualiseerde nota Grondbeleid vastgesteld. Daarin zijn de beleidsuitgangspunten voor het te voeren grondbeleid binnen de gemeente Reusel-De Mierden geformuleerd. Deze uitgangspunten vormen samen een integraal beleidskader voor een verbetering van de beheersing en onderlinge afstemming van de verschillende binnen het grondexploitatieproces te onderkennen uitvoeringstrajecten. De gemeente bepaalt middels haar beleid wat, wanneer en waar gebouwd kan worden. De gemeente wil regie op ontwikkeling voeren om haar ruimtelijke doelstellingen te realiseren. De gemeente kan op verschillende manieren invulling geven aan deze rol. Denk hierbij aan actief grondbeleid, passief grondbeleid en vele tussenvormen.

Afhankelijk van de economische uitvoerbaarheid van een ontwikkeling en de mogelijke risico’s, maakt de gemeente per locatie / deelgebied een keuze voor het type grondbeleid. De gemeente heeft diverse uitbreidingslocaties voor woningbouw. Deze grondexploitaties betreffen Molen Akkers en het Centrumplan in Reusel, De Leeuwerik in Hooge Mierde, De Hasselt-II in Lage Mierde en ’t Kantje te Hulsel. In deze grondexploitaties zijn nagenoeg alle gronden verkocht. Als gemeente zijn we daarom op zoek naar nieuwe locaties waar woningbouw kan gaan plaatsvinden. In Lage Mierde zijn inmiddels gronden in het bezit van de gemeente om Hasselt-III mogelijk te gaan maken. In Reusel vinden gesprekken plaats met grondeigenaren voor nieuwe ontwikkelingen. In Hulsel en Hooge Mierde hebben projectontwikkelaars zich gemeld die nieuwe plannen willen realiseren. Daar zijn we als gemeente inmiddels mee in gesprek om te komen tot afspraken, welke worden vastgelegd in een anterieure overeenkomst. Voor bedrijven kennen we lokaal het exploitatieplan Kleine Hoeven in Reusel en regionaal het Kempisch Bedrijven Park (KBP). Ook hier zijn bijna alle gronden verkocht. Voorbereidingen voor de realisatie van Kleine Hoeven fase II zijn al geruime tijd gaande. Ook het KBP is nagenoeg volledig vol.

Voor zowel kleinere bedrijven als voor grotere bedrijfsvestigingen vinden onderzoeken plaats naar locaties welke in de toekomst kunnen gaan dienen als locatie voor bedrijfsterreinen. 2.7.2. Beleidskaders grondbeleid De ruimte voor het voeren van een daar waar mogelijk actief grondbeleid werden voor het jaar 2023 bepaald door een aantal wetten en beleidskaders. De belangrijkste wetten waren:  de Wet ruimtelijke ordening (Deze wet is per Wro);  de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg);  de Onteigeningswet;  de Pachtwet. Al deze wetten maken vanaf 1 januari 2024 onderdeel uit van de Omgevingswet. De belangrijkste beleidskaders worden gevormd door:  Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (per 1 januari 2024 Omgevingsverordening NoordBrabant;  De Brabantse omgevingsvisie 2018;  het regionaal Woningbouwprogramma;  de gemeentelijke omgevingsvisie;  Kempische visie op wonen 2019-2023 vastgesteld op 12 maart 2019;  de Nota Grondbeleid vastgesteld door de raad op 20 april 2021; 2.7.3. Financieel kader Het financiële kader wordt gevormd door de richtlijnen die door het Rijk en de provincie zijn opgelegd en de eigen kaders van de gemeente. De door het Rijk opgelegde richtlijnen zijn gebaseerd op het Bbv. Het Bbv kent een driedeling als het gaat om de rubricering van gronden. Deze driedeling bestaat uit:

34

1. 2. 3.

bouwgronden in exploitatie; materiële vaste activa; faciliterend grondbeleid.

ad. 1: Bouwgronden in exploitatie (BIE) Het startpunt van een Bouwgrond in exploitatie (BIE) is het raadsbesluit met de vaststelling van het grondexploitatiecomplex, inclusief grondexploitatiebegroting. Vanaf dat moment wordt de BIE geopend en kunnen kosten worden geactiveerd en bijgeschreven op de voorraadpositie op de balans. ad. 2: Materiële vaste activa Gronden die in de toekomst getransformeerd gaan worden naar bouwrijpe grond maar waarvoor nog geen grondexploitatiebegroting is vastgesteld, worden als materieel vast actief aangemerkt en verantwoord. ad. 3: Faciliterend grondbeleid Bij gronden die in bezit zijn van een private partij waarbij deze grond wordt ontwikkeld door deze private partij is er sprake van faciliterend grondbeleid. De gemeente treedt in deze gevallen op als overheid die de plannen van private partijen faciliteert als daarvoor een bestemmingswijziging noodzakelijk is. Bouwgrondexploitaties Jaarlijks geven wij in het kader van de jaarrekening een toelichting op de financiële positie van de “bouwgronden in exploitatie” oftewel de grondexploitaties per 31 december van het afgesloten boekjaar. Dit gebeurt op basis van de meest actuele grondexploitatieberekeningen van de complexen en de tot deze datum gerealiseerde inkomsten en uitgaven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=ReuselDeMierden&id=4e7465f3-f643-419c-8091-15ff7092b2e4