CConstaterende datReusel-De Mierden
Koppel je AI →
Document · PDF

[24.11310] Jaarstukken 2023

Gemeenteraad 2 juli 2024, gemeente Reusel-De MierdenBij agendapunt: Jaarstukken 202347.079 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 6

Jaarstukken 2023 Datum: 2-7-2024

Corsa: 24.11310

0

Inhoudsopgave Inhoudsopgave…………………………………………………………………………………………………………………………………………….…………...…

1

Aanbiedingsbrief……………………………………………………………………………...………………………………………………………….………………

2

1.

4

Inleiding…………………………………………………………………………………………………………………………………………….…………………

2. Paragrafen: 2.1

Bedrijfsvoering…………………………………………………………………………………………………….……………………….………….………..

6

2.2

Lokale heffingen………………………………………………………………………………………………………………………………….……………

11

2.3

Weerstandsvermogen en risicobeheersing…………………………………………………………………………………………….

14

2.4

Financiering…………………………………………………………………………………………………………………………………………………..……

21

2.5

Verbonden partijen……………………………………………………………………………………………………………………………………..……

24

2.6

Onderhoud kapitaalgoederen………………………………………………………………………………………………………………………

32

2.7

Grondbeleid………………………………………………………………………….…………………………………………………………………………….

34

2.8

Openbaarheidsparagraaf…………………………………………………………………………………………………………………………...….

39

3. Programma’s: Programma 0. Bestuur en ondersteuning…………………………………………………………………………………………………………..

43

Programma 1. Veiligheid…………………………………………………………………………………………………………………………………………..

50

Programma 2. Verkeer en vervoer………………………………………………………………………………………………………….…………….

53

Programma 3. Economie……………………………………………………………………………………………………………………………….…………

57

Programma 4. Onderwijs………………………………………………………………………………………………………………………………….………

61

Programma 5. Sport, cultuur en recreatie…………………………………………………………………………………………………………..

65

Programma 6. Sociaal domein…………………………………………………………………………………………………………………………….…

72

Programma 7. Volksgezondheid en milieu………………………………………………………………………………………………….……..

79

Programma 8. Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening, Stedelijke Vernieuwing (VHROSV) ………..…

89

4.

Balans met toelichting…………………………………………………………………….………………………………………………………………

96

5.

Overzicht van baten en lasten……………………………………………………………………………………………………………….…….

112

6.

Rechtmatigheid…………………………………………………………………………………………………………………………………………………

116

7.

Verantwoording Wet Normering Topinkomens (WNT)……………………………………………………………………….

118

8.

Schatkistbankieren……………………………………………………………………………………………………………………………………….….

120

9.

Sisa-bijlage………………………………………………………………………………………………………………………………………………………...

122

10.

Beleidsindicatoren……………………………………………………………………………………………………………………..…………………….

136

1

Aanbiedingsbrief Met deze jaarstukken legt het college van burgemeester en wethouders inhoudelijk en financieel verantwoording af over het boekjaar 2023. Dat gebeurt elk jaar, dus wat dat betreft weinig nieuws. Maar toch is deze jaarrekening bijzonder. Het namelijk de eerste jaarrekening waarin het college zelf verantwoording aflegt over de rechtmatigheid van de verantwoorde baten en lasten en balansmutaties, in overeenstemming met het vastgestelde normenkader. De rechtmatigheidsverantwoording treft u aan in de paragraaf bedrijfsvoering. Het jaar 2023 kan zeker weer gekenschetst worden als een jaar waarin we veel hebben gedaan en veel hebben bereikt, sámen met de creativiteit van en inzet door heel veel mensen. Maar 2023 was ook een jaar waarin de toenemende krapte op de arbeidsmarkt zich liet voelen. De jaarstukken zijn ook aanleiding voor een zakelijke weerspiegeling, aan de hand van inhoud (daden en inspanningen, bereikte doelen e.d.) maar ook aan de hand van cijfers. En dan zien we dat veel zaken goed gingen: we hebben veel gedaan, veel bereikt en veel in gang gezet. Maar sommige zaken gingen minder goed of minder vlot dan we graag hadden gewild. Bij jaarstukken vertaalt dat alles zich uiteindelijk in een jaarrekeningsaldo. Het jaar 2023 sluiten we af met een positief saldo van bijna € 9,1 miljoen.

Dat is bijna € 6,8 miljoen meer dan we raamden in de laatste begrotingswijziging van 2023. Dat vraagt om een toelichting. Een meer uitgebreide verschillenanalyse treft u aan bij de staat van baten en lasten (blz. 112). Op hoofdlijnen liggen de volgende oorzaken ten grondslag aan het grotere saldo: - Aangevraagde overhevelingen (resultaatbestemming) ad € 1,3 miljoen - Ingeboekte winstuitkering Kempisch Bedrijven Park (KBP) ad € 2,5 miljoen - Overschot op gelden opvang Oekraïners ad € 2,9 miljoen. Bij het bedrag van € 2,9 miljoen met betrekking tot de opvang van Oekraïners moet aangetekend worden dat daarin óók het overschot ad € 1,3 miljoen uit het boekjaar 2022 is begrepen. Dat bedrag is in 2023 als budget beschikbaar gehouden, maar niet nodig gebleken, zodat het nu opnieuw in het jaarrekeningsaldo terecht komt. In het bij deze jaarstukken behorende raadsvoorstel doen wij een voorstel om hiervoor een bestemmingsreserve te vormen. Het zal de gemiddelde burger wellicht vreemd overkomen dat er opnieuw een jaarrekening voorligt met een fors positief saldo, terwijl we bij de vaststelling van begrotingen ieder jaar opnieuw de tering naar de nering moeten zetten om een noodzakelijk acceptabel structureel begrotingssaldo te hebben. Dat komt voor een belangrijk deel door incidentele zaken, welke pas laat in het jaar zichtbaar worden.

Winstnemingen uit grondexploitaties zijn daar een voorbeeld van, maar ook bijvoorbeeld de Oekraïnegelden, toevoegingen aan en onttrekkingen aan voorzieningen, gelden uit de decembercirculaire welke niet meer in ramingen verwerkt kunnen worden. Voor zover nodig en mogelijk zoomen we op dit soort zaken in en houden we daar in begrotingen rekening mee. Maar dat kan zeker niet altijd. Tot slot merken wij op dat veel gepresteerd is. En hoewel dat alles gebeurt onder de vlag van de “Gemeente Reusel-De Mierden”, zijn de prestaties zeker niet een verdienste van alléén de gemeente. De gemeente werkt voor haar taken veel samen met tal van partners en we kunnen steunen op actief meedenken en meedoen door inwoners en vertegenwoordigers van instellingen en verenigingen. “Samen Doen” noemen we dat, en ook het jaar 2023 toont aan dat deze wijze van werken steeds meer een basisvoorwaarde is om zo optimaal mogelijke resultaten te bereiken. We hebben dus niet alleen een gemeentebestuur nodig en een ambtelijke organisatie, maar vooral ook inwoners, verenigingen, bedrijven en allerlei maatschappelijke organisaties. Het vervult ons met trots en grote dankbaarheid dat wij mogen rekenen op al die enthousiaste hulp en medewerking die we langs de weg van “Samen Doen” krijgen. Burgemeester en wethouders van Reusel-De Mierden, dhr. J.P.P.S. Ruyters, mw. A.J.M.H. van de Ven, secretaris. burgemeester.

2

3

1.

Inleiding

Leeswijzer Hoofdstuk 2 bevat de paragrafen, zoals die op basis van het Bbv voorgeschreven zijn. Deze paragrafen geven op een aantal belangrijke thema’s een soort van dwarsdoorsnede. In deze jaarrekening is daar een nieuwe paragraaf toegevoegd, namelijk de Openbaarheidsparagraaf. In hoofdstuk 3 wordt per programma de beleidsmatige programmaverantwoording gegeven (feitelijk het jaarverslag) met daarbij ook per programma de financiële analyse (de jaarrekening). Op deze wijze worden inhoud en financiën met elkaar verbonden en wordt per programma aangegeven wat we gedaan hebben met de voornemens zoals die in de programmabegroting 2023 waren aangekondigd en wat dat gekost heeft. In de financiële staatjes is getracht op een zo beknopt mogelijke wijze inzicht te bieden in de over- en onderschrijdingen. Tekstueel is daarbij nog een korte omschrijving gegeven ter verklaring van de verschillen. Wij merken op dat er vaak sprake is van een (beperkt) verschil tussen het totale verschil en de optelling van bedragen in de verklaring. In die gevallen is sprake van een samenstel van kleine verschillen, die verder niet toegelicht worden. De jaarrekening moet de wettelijk voorgeschreven beleidsindicatoren bevatten, welke zijn vermeld op basis van de meest actueel beschikbare informatie.

De gegevens voor deze indicatoren moeten geput worden uit beschikbare openbare bronnen (zoals de website waarstaatjegemeente.nl). Die bronnen bieden in lang niet alle gevallen de informatie uit 2023, hetgeen jammer is omdat daardoor de waarde van de indicatoren afneemt. Het is niet de bedoeling dat gemeenten eigen gegevens in de plaats van de gegevens uit de openbare bronnen gaan zetten omdat dan de vergelijkbaarheid van de verplichte indicatoren niet meer geborgd is. De beleidsindicatoren zijn, voorzien van grafiekjes, opgenomen in bijlage 8 van deze jaarrekening. Hoofdstuk 4 bevat de balans met de daarbij behorende toelichting. In hoofdstuk 5 vindt u het overzicht van baten en lasten waaruit het rekeningresultaat voortvloeit. Bij de bepaling van het resultaat wordt onderscheid gemaakt in het resultaat uit de zuivere exploitatie en het resultaat na onttrekkingen uit of toevoegingen aan reserves. Natuurlijk is ook een verschillenanalyse op hoofdlijnen opgenomen. In de hoofdstukken 6 t/m 10 zijn een aantal verplichte verantwoordingen opgenomen, te weten de rechtmatigheidsverantwoording, de verantwoording in het kader van de Wet Normering Topinkomens (WNT), de verklaring op grond van de Wet schatkistbankieren, de verplichte beleidsindicatoren en de Sisaverantwoording.

Sisa staat voor Single Information Single Audit en via deze verantwoording wordt tevens verantwoording afgelegd over de besteding van een aantal specifieke uitkeringen die we ontvangen hebben van andere overheidsorganen (rijk, provincie, gemeenschappelijke regelingen). Tot slot is het van belang te vermelden dat in de jaarrekening wordt gewerkt met afrondingen op meervouden van € 1.000. Daardoor kunnen er afwijkingen optreden in tellingen en vergelijkingen. Verschillen tot zo’n € 3.000 worden veelal door dit soort afrondingen veroorzaakt.

4

5

2.1. Bedrijfsvoering 2.1.1. Inleiding Bedrijfsvoering heeft een belangrijke rol in de realisatie van de beleidsdoelen van de gemeente. Het ondersteunt de primaire processen, dienstverlening aan burgers en beleids- en bestuurlijke processen. Wij streven naar een bedrijfsvoering die zodanig is ingericht, dat de uitvoering van de programmabegroting door de ambtelijke organisatie op een zo efficiënt mogelijke wijze vorm krijgt. In deze paragraaf geven we inzicht in wat er in 2023 is gebeurd op het gebied van bedrijfsvoering. Belangrijke ambities vanuit de raad en het college met betrekking tot de bedrijfsvoering zijn: • Versterken van de bestuurskracht; • Samen Doen is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van inwoners, gemeenteraad, college en ambtelijke organisatie; • Verbeteren van de interne en externe communicatie; • Adequate en zorgvuldige dienstverlening; • Financiële huishouding gemeente op orde. 2.1.2. Versterken van de bestuurskracht Als kleine maar ambitieuze gemeente blijft de zeggenschap in de regio en richting provincie en Rijk beperkt. Daarom is het voor Reusel-De Mierden belangrijk om de samenwerking met anderen op te zoeken om haar doelen te bereiken en onze inwoners beter te vertegenwoordigen in de regio, richting de provincie en het Rijk.

Sinds 2022 nemen we deel aan de netwerkgroep K80 (een samenwerking van de 80 kleinste gemeenten) met als doel samen krachtiger te staan richting de landelijke politiek. 2.1.3. Samen Doen Samen Doen is een belangrijk thema voor onze gemeente en heeft al veel mooie voorbeelden opgeleverd, waarbij inwoners en gemeente de handen ineen slaan. In het voorjaar van 2023 is een bijeenkomst voor alle medewerkers georganiseerd met als thema "verder ontwikkelen Samen doen". Tijdens deze bijeenkomst zijn medewerkers met aansprekende voorbeelden uit de dagelijkse praktijk meegenomen in hoe we nog beter kunnen werken vanuit de bedoeling. 2.1.4. Dienstverlening We vragen voortdurend aandacht voor de dienstverlening naar onze inwoners. De servicenormen die we hanteren, zijn in 2023 opgenomen in onze interne huisregels en werkafspraken. Elke nieuwe medewerker krijgt hierover uitleg bij de introductie. Ook daarna schenken we hier op regelmatige basis aandacht aan in medewerkersbijeenkomsten. 2.1.5. Verbeteren van de zichtbaarheid In 2023 is onze huisstijl opgefrist, waardoor we beter aansluiten bij deze tijd, onze inwoners en waar we als gemeente voor staan (onze kernwaarden). We communiceren actiever via onze social media kanalen (LinkedIn, Instagram en Facebook) en er is een korte visie opgesteld over welk nieuws (wat) we via welk medium (waar) communiceren en plaatsen.

Hierdoor ontstaat er meer eenheid en herkenbaarheid bij nieuwsberichten. We blijven werken aan het verder verbeteren van onze gemeentelijke website. Hiervoor is in 2023 een onderzoek uitgevoerd over de toegankelijkheid en begrijpelijkheid van onze website. Verder gebruiken we steeds vaker bewegend beeld om nieuws onder de aandacht te brengen. 2.1.6. Doorontwikkeling producten beleids-/ planningscyclus In de overleggen met de auditcommissie is gesproken over de aanpassingen, voortkomend uit de behoefte van de raad, in de verschillende P&C producten. Dit heeft geleid tot verdere aanpassingen en verbeteringen zoals het enkel rapporteren van grote afwijkingen in de Berap (afwijkingen in tijd of inhoud die voor de raad belangrijk zijn of afwijkingen in geld van € 10.000 of meer, tenzij er andere bijzondere redenen zijn om te rapporteren). Door met elkaar hierover blijvend in gesprek te gaan werken we samen aan het continu verbeteren van de P&C producten. 2.1.7. Informatiebeveiliging en privacy Onze gemeente werkt op het gebied van informatiebeveiliging nauw samen met de andere Kempengemeenten, de GRSK en Kempenplus. Samen zijn we ervoor verantwoordelijk dat de informatie die ons wordt toevertrouwd, veilig is. Om deze informatie zo goed mogelijk te beschermen, nemen we de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) als uitgangspunt.

Dit is een normenset waar alle overheidsorganisaties aan moeten voldoen. Met het oog op de NIS richtlijn en de BIO 2.0, die naar

6

verwachting in 2024 van kracht zal worden, is in 2023 het bestaande informatiebeveiligingsbeleid Kempenbreed verlengd met één jaar. Ook in 2023 heeft de jaarlijkse audit plaatsgevonden om te zien in hoeverre er wordt voldaan aan de BIO. Dit doen we aan de hand van ENSIA (Eenduidige Normatiek Single Information Audit). Naast een audit, zijn er in ENSIA ook controles uitgevoerd op een aantal basisregistraties, de DigiD aansluitingen, SUWI (structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen) en reis- en waardedocumenten. Door deze verschillende audits en controles houden we inzicht in de stand van zaken voor wat betreft informatiebeveiliging. Tegen de voornemens in zijn we in 2023 niet verder gegaan met het vullen van het ISMS (Information Security Management System). De reden hiervoor is dat de tool die daarvoor Kempenbreed is aangeschaft, voor ons niet gebruiksvriendelijk genoeg is. Er wordt gekeken naar een andere oplossing. Omdat de ontwikkelingen niet stil staan, wordt er continu gekeken naar verbeteringen die mogelijk zijn op het gebied van veilig wachtwoordgebruik. Dit in aanvulling op 2-factor-authenticatie. De wachtwoordenkluis die werd aangeboden om wachtwoorden in op te slaan, bleek in de praktijk door medewerkers erg weinig gebruikt te worden. Om die reden is in 2023 gekeken naar een alternatieve tool die helpt bij veilig wachtwoordgebruik.

Naar verwachting zal deze tool in 2024 in gebruik genomen worden. Naast de technische maatregelen die er genomen worden, is het belangrijk dat medewerkers zich ook bewust zijn van hun handelen om zo beveiligingsincidenten te voorkomen. Alle nieuwe medewerkers van onze gemeente krijgen hier uitleg over. In 2023 is er een nieuw bewustwordingsplatform aanbesteed voor het trainen van medewerkers op het gebied van informatiebeveiliging en privacy. Dit zal in 2024 in gebruik genomen worden. Ook in 2023 is op diverse momenten extra aandacht geweest voor het belang van het melden van datalekken en beveiligingsincidenten door medewerkers. Door middel van het voeren van discussies, het geven van presentaties bij indiensttreding en door het plaatsen van berichten op het Intranet zorgen we ervoor dat de drempel zo laag mogelijk wordt gemaakt. Voor het snel en correct opvolgen van datalekken en beveiligingsincidenten zijn we namelijk afhankelijk van de meldingsbereidheid van onze collega’s. 2.1.8. Personeel & Organisatie We hebben als organisatie in toenemende mate last van de overspannen arbeidsmarkt. Dat vertaalt zich in een groter personeelsverloop en lastig in te vullen vacatures. En als vacatures al ingevuld zijn, is er de nodige tijd verstreken, terwijl nieuwe mensen ook weer een zekere tijd nodig hebben om zich in te werken en in te leven in de materie van onze gemeente.

Hieronder volgt een overzicht van de begrote en werkelijke kosten aan inhuur en salarissen in 2023. Omschrijving Salariskosten Inhuur Totaal

Begroot € 6.926.000 € 1.696.000 € 8.622.000

Werkelijk € 6.696.000 € 1.719.000 € 8.415.000

Verschil € 230.000 € -23.000 € 207.000

2.1.9. Rechtmatigheidsverantwoording door college In 2023 moet het college van Burgemeester en Wethouders voor het eerst een rechtmatigheidsverantwoording opnemen in de jaarrekening. Hiermee wordt verantwoording afgelegd over de naleving van de regels, die relevant zijn voor de financiële gang van zaken in de organisatie. Gedurende het hele jaar is er landelijk nog discussie geweest hoe om te gaan met begrotingsrechtmatigheid. Om de rechtmatigheidsverantwoording mogelijk te maken zijn de volgende documenten vastgesteld;  Financiële verordening  Controleverordening  Controle- en rechtmatigheidsprotocol De spelregels omtrent het afleggen van verantwoording inzake de rechtmatigheid zijn uitgewerkt in hoofdstuk 3 van de financiële verordening. Hierin is onder andere de verantwoordingsgrens van 1% opgenomen. De totale lasten (inclusief dotatie reserves) over het boekjaar zijn € 45.599.000. Met een verantwoordingsgrens van 1% over de totale lasten komt dit neer op € 455.990. De rapporteringsgrens voor afwijkingen is vastgesteld op € 50.000.

7

Door middel van doorlopende interne (verbijzonderde) controles worden eventuele onrechtmatigheden opgespoord. In het nieuwe interne controleplan 2023 zijn processen aangewezen waarop controles uitgevoerd worden. Deze controles worden door middel van een risicoanalyse per proces opgezet. Om vast te stellen dat de financiële handelingen hebben plaatsgevonden binnen de kaders van wet- en regelgeving is binnen de gemeente, naast de Financiële verordening, getoetst op een drietal criteria. De grondslag en uitwerking daarvoor ligt vast in: • Controleverordening; • Controle- en rechtmatigheidsprotocol; • Interne controleplan. De rechtmatigheidsverantwoording van het college is opgenomen in de jaarrekening. De bevinding van het college is gebaseerd op de volgende 3 criteria. Hieronder wordt per criterium toegelicht welke maatregelen daarvoor genomen zijn. Daarnaast worden de bevindingen per criterium toegelicht. Begrotingscriterium Begrotingsrechtmatigheid heeft betrekking op het financiële handelen binnen het kader van de door de raad geautoriseerde begroting.

Dit wordt in de financiële verordening als volgt omschreven: “Het begrotingscriterium is een criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de baten en lasten in de door de raad geautoriseerde begroting van exploitatie en investeringskredieten en de hiermee samenhangende programma’s, waarbinnen de financiële beheershandelingen tot stand moeten zijn gekomen.” Om onrechtmatigheden binnen het begrotingscriterium te voorkomen heeft de gemeente binnen haar eigen P&C-cyclus meetmomenten gedurende het boekjaar gecreëerd. De gemeenteraad ontvangt tweemaal per jaar een tussentijdse rapportage over de realisatie waarbij belangrijke afwijkingen worden toegelicht. De analyse op de begrotingsrechtmatigheid is hieronder opgenomen. Hoewel een afwijking van de begroting in beginsel onrechtmatig is, is het niet verwijtbaar als we het tijdig gemeld hebben conform onze 'financiële verordening'. Dit doen we door middel van onze tussentijdse bestuursrapportages. Daarnaast hebben we in onze financiële verordening afgesproken dat afwijkingen acceptabel zijn wanneer er sprake is van  een overschrijding waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren;  een overschrijding op een open-einde regeling;  de overschrijding is geautoriseerd door middel van de vaststelling van een tussentijdse rapportage.

Overschrijdingen die binnen de beleidskaders van de raad passen, worden in het rechtmatigheidsoordeel niet meegewogen. In de raadsvergadering van april 2024 hebben we daarnaast afgesproken dat we aansluiten bij de brief “Hoe om te gaan met begrotingsonrechtmatigheid”, waarin is beschreven dat het vermelden van overschrijdingen van baten en / of onderschrijdingen van lasten en baten in de jaarrekening tijdig is en om deze reden niet onrechtmatig. In deze brief is ook onderstaande tabel gepresenteerd. Hieronder is deze tabel opgenomen met de cijfers van 2023. Onder de tabel worden deze cijfers toegelicht. Begrotingscriterium 1A. Overschrijding lasten programma's 1B. Overschrijding investeringsbudgetten (kredieten) 2. Ongeautoriseerde reservemutaties 3. Overschrijding van baten en/of onderschrijding van lasten en baten

Bedrag € 156.844 € 71.773 €0 €0

Subtotaal 4. Totaal van de afwijkingen (onderdeel 1 en 2) die passen binnen het vooraf

5.

vastgestelde beleid en daarmee vooraf als acceptabel en niet onrechtmatig zijn geduid Resterend saldo aan begrotingsonrechtmatigheden, afgerond (inhoudelijk worden deze -indien nodig- toegelicht in de paragraaf Bedrijfsvoering).

€ 84.844 € 144.000

1A. Overschrijdingen lasten programma’s (exploitatie) De toets op begrotingsrechtmatigheid richt zich op de beschikbaar gestelde uitgavenbudgetten en de in werkelijkheid besteedde bedragen. Uit het overzicht baten en lasten op de voorgaande pagina’s, en hieronder gecomprimeerd weergegeven, blijkt dat er bij 1 programma een overschrijding op de lasten is. 8

LASTEN Programma 0 Bestuur en ondersteuning (excl. Jaarrekeningsaldo) 1 Veiligheid 2 Verkeer en vervoer 3 Economie 4 Onderwijs 5 Sport, cultuur en recreatie 6 Sociaal domein 7 Volksgezondgheid en milieu 8 Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening, stedelijke vernieuwing (VHROSV)

Raming 18.941.381 1.458.391 2.596.430 3.411.217 922.136 2.718.920 17.361.581 4.615.212 4.869.426 56.894.694

Werkelijk Onderschrijding Overschrijding 14.613.207 4.328.174 1.317.757 140.634 2.398.299 198.131 677.285 2.733.932 825.239 96.897 2.875.764 156.844 15.489.651 1.871.930 3.707.605 907.607 3.695.002 1.174.424 45.599.809 11.451.729 156.844

Programma 5 ( € 156.844) Er is sprake van hogere uitgaven op de onderhoudskosten van gebouwen en terreinen op sportaccommodaties in verban met de BTW. Deze BTW wordt echter gecompenseerd door inkomsten uit de SPUK-sport (compensatie BTW), welke € 129.000 hoger zijn. Met deze compensatie en omdat sprake is van uitvoering binnen bestaande beleidskaders, wordt deze overschrijding als niet onrechtmatig beschouwd. Op openbaar groen is sprake van hogere lasten in verband met hogere tarieven van de uitvoering van het onderhoud door KempenPlus. Dit nadeel bedraagt € 72.000, welke niet in 2023 zijn bijgeraamd, waardoor we deze ook als onrechtmatig kwalificeren. 1B. Overschrijding investeringsbudgetten (kredieten) Bij een tweetal kredieten is sprake van een overschrijding. Het krediet “Vervanging riolering 2020” is overschreden met € 53.429. Dat is al gemeld in de 2e Berap 2023 en heeft te maken met nog te verwachten inkomsten in verband met de kosten inzake (mogelijke) explosieven. Er heeft echter geen bijstelling van de raming plaatsgevonden. Daarom is deze overschrijding als onrechtmatig aangemerkt. Verder is € 18.344 aan kosten gemaakt ter voorbereiding van een mogelijke toekomstige woningbouwlocatie. Normaliter worden deze kosten te zijner tijd opgenomen in een grondexploitatie.

Voor dit project is echter nog geen voorbereidingskrediet aangevraagd, waardoor deze overschrijding als onrechtmatig moet worden gekenmerkt. In de overzichten van kredieten zien we nog twee kredieten waarop een overschrijding zichtbaar is, te weten een overschrijding van € 210.000 op het Rehabilitatiekrediet wegen 2020 en € 150.000 op Rehabilitatiekrediet wegen 2021. Op beide kredieten hebben in 2023 echter geen mutaties plaatsgevonden. De overschrijdingen bestonden dus al in 2022, zodat deze voor de jaarrekening 2023 niet meer als onrechtmatig gelden. 2.Ongeautoriseerde reservemutaties Er zijn geen ongeautoriseerde reservemutaties in 2023. 3. Overschrijding van baten en / of onderschrijding van baten en lasten Zoals in de inleiding van de begrotingsrechtmatigheid vermeld hebben we afgesproken dat het vermelden van overschrijdingen van baten en / of onderschrijdingen van lasten en baten in de jaarrekening tijdig is en om deze reden niet onrechtmatig. Voorwaardencriterium Voldoen aan het voorwaardencriterium wil zeggen dat alle financiële beheershandelingen zijn verricht in overeenstemming met (interne en externe) wet- en regelgeving. Dit wordt in de financiële verordening als volgt omschreven: “Het voorwaardencriterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen.

De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur.” Het voorwaardencriterium heeft voor de gemeente vooral betrekking op de naleving van de aanbestedingswetgeving en uitgaande subsidies. De interne controlewerkzaamheden op inkopen en aanbestedingen zijn primair gericht op het voldoen aan de Europese aanbestedingswetgeving. Enkel constateringen op het gebied van Europese aanbestedingswetgeving hebben een effect op het rechtmatigheidsoordeel. Jaarlijks worden twee keer spendanalyses opgesteld over de inkooplasten van het jaar. De focus ligt hierbij op crediteuren met meerjarige lasten boven de Europese drempels waarbij geen Europese aanbesteding is doorlopen en op nieuwe crediteuren in 2023.

9

Voorwaardencriterium Aanbestedingsonrechtmatigheid

€ 125.000

Bij één crediteur is in 2023 sprake geweest van het niet correct naleven van de Europese aanbestedingsregels uit de Aanbestedingswet. Het gaat om een onrechtmatigheid in 2023 van € 125.000. Met de betreffende crediteur is een raamcontract afgesloten, maar doordat méér opdrachten zijn verstrekt dan was geraamd, wijken de werkelijke kosten teveel af van de contractwaarde die voorafgaande aan de aanbesteding is geraamd. Achteraf bezien had deze inkoop daarom Europees aanbesteed moeten worden, waardoor een deel van de inkoop als onrechtmatig moet worden beschouwd. We trachten dit soort onrechtmatigheden te voorkomen door een betere inschatting te maken van de inkoopwaarde en daar een zekerheidsmarge in aan te houden, waardoor het risico op overschrijding kleiner wordt.

Misbruik & oneigenlijk gebruik (M&O) criterium In de financiële verordening wordt het M&O criterium als volgt omschreven; “Het misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op het voorkomen, detecteren en corrigeren van misbruik en oneigenlijk gebruik van overheidsgelden en gemeentelijke eigendommen bij financiële beheershandelingen.” Onder misbruik wordt verstaan: het opzettelijk niet, niet tijdig, onjuist of onvolledig verstrekken van informatie, met als doel onterecht gemeentelijke subsidies of -uitkeringen krijgen, of niet/een te laag bedrag aan heffingen aan de gemeente betalen. Bij oneigenlijk gebruik gaat het om burgers of organisaties die misbruik maken van gemeentelijke regelingen, doordat ze weliswaar handelen naar de letter van die regelgeving maar dat feitelijk doen in strijd met het doel en de strekking ervan. Misbruik & Oneigenlijk gebruik criterium Uit de interne controles zijn geen bevindingen naar voren gekomen dat het M&O beleid niet is nageleefd.

€0

Totaal onrechtmatigheid 2023 Met een verantwoordingsgrens van € 455.990 (1% over de totale lasten) vallen bovenstaande onrechtmatigheden binnen de tolerantie. Hieronder is een tabel opgenomen met de totale onrechtmatigheden in de jaarrekening 2023. TOTAAL ONRECHTMATIGHEID 2023 Begrotingscriterium Saldo aan begrotingsonrechtmatigheden Voorwaardencriterium Saldo aan Aanbestedingsonrechtmatigheden Misbruik & Oneigenlijk gebruik criterium Saldo aan M&O-onrechtmatigheden TOTAAL ONRECHTMATIGHEID 2023

€ 144.000 € 125.000 €0 € 269.000

10

2.2 Lokale heffingen 2.2.1. Algemeen De lokale heffingen zijn een integraal onderdeel van het gemeentelijk beleid. De uitvoering van het gemeentelijk beleid raakt daarmee elke burger, bedrijf of instelling direct in de portemonnee. Zij wensen -terecht- waar voor hun geld. Lokale belastingen en heffingen staan dan ook sterk in de belangstelling. Het doel van deze paragraaf is om integraal informatie te geven over alles wat met lokale heffingen te maken heeft. 2.2.2. Ontwikkelingen Wet Waardering onroerende zaken (WOZ) De WOZ-waarde wordt vastgesteld naar het waardepeil per 1 januari van het jaar voorafgaand aan het belastingjaar. In 2023 werd de waarde dus vastgesteld naar het peil van 1 januari 2022. Vanaf 2017 zitten de waarden in een stijgende lijn. Inmiddels heeft voor alle woningen de omzetting van inhoud naar gebruiksoppervlakte plaatsgevonden. Vanaf het belastingjaar 2022 zijn alle woningwaarderingen onderbouwd op basis van de gebruiksoppervlakte. Het aantal bezwaarschriften is in 2023 wederom gestegen, dit vooral door de invloed van de ncnp-bureaus (no cure no pay-bureaus). Het aantal formele bezwaarschriften is gestegen van 475 in 2022 naar 552 in 2023. Ook het aantal informele bezwaren is gestegen van 243 naar 312 stuks in 2023. Deze trend is landelijk en zorgt ervoor dat een goede uitvoering van de Wet WOZ onder druk komt te staan.

De Waarderingskamer heeft in 2023 weer een onderzoek gedaan naar de kwaliteit van de uitvoering van de Wet WOZ in onze gemeente en heeft geconcludeerd dat deze de kwalificatie goed heeft. Riolering In december 2016 heeft de gemeenteraad het VGRP (Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2017-2021) vastgesteld. In het VGRP zijn beleid en bijbehorende middelen opgenomen, waarmee we deze taak uitvoeren. In het VGRP is vanuit de benodigde middelen ook een voorspelling opgenomen ten aanzien van het tarief voor de rioolheffing, rekening houdend met een zoveel mogelijk gelijkmatig verloop c.q. aanpassing van de tarieven en egalisatie van meer- of minderopbrengsten via de egalisatievoorziening. Het VGRP is verlengd tot en met 2023. In 2023 is het tarief verhoogd van € 1,92 per m³ naar € 1,98 per m³ waterverbruik. De tarieven voor riolering worden jaarlijks doorgerekend. In 2023 is de opbrengst van de rioolheffing lager dan was geraamd. Dit wordt mede veroorzaakt doordat enkele grootverbruikers veel minder water zijn gaan gebruiken. Daarentegen waren ook de lasten hoger (vooral energiekosten en onderhoudskosten). Per saldo wordt € 141.330 onttrokken aan de voorziening riolering, waardoor het saldo van die voorziening per 31-12-2022 € 462.998 bedraagt. Afvalstoffenheffing Bij de afvalstoffenheffing was de opbrengst in 2023 iets lager dan geraamd.

Daarentegen was sprake van hogere kosten voor inzameling en verwerking van afval. Dat heeft alles te maken met hogere brandstof- en energiekosten en hogere loonkosten. Inmiddels is er ook een definitieve uitspraak inzake de al jaren lopende procedure rondom de claim van Attero met betrekking tot in de jaren 2015-2017 te weinig geleverd restafval aan de verbrandingsovens van Attero. Voor de daarmee verband houdende kosten is in 2022 een voorziening gevormd, waaruit deze kosten zijn betaald. Leges De kostendekkendheid van de legestarieven wordt jaarlijks gevolgd. Tevens wordt er nadrukkelijker gekeken of alles wat doorberekend kan worden ook daadwerkelijk via de leges wordt verhaald. Het is niet toegestaan dat de gemeente winst maakt op groepen van samenhangende legesopbrengsten. In de kosten, die ten grondslag liggen aan de legestarieven wordt rekening gehouden met de te betalen BTW én met de overheadkosten. Vanwege uitstel van de invoering van de Omgevingswet is de nieuwe methode ter onderbouwing van de kostendekkendheid van de leges in 2023 nog niet doorgevoerd. Deze is voor de legesverordening 2024 wel zo veel mogelijk doorgevoerd. 2.2.3. Beleid en tariefstelling De algemene uitkering uit het Gemeentefonds is de belangrijkste inkomstenbron van de gemeente.

Daarnaast zijn de gemeentelijke belastingen en heffingen de belangrijkste, door de gemeente te beïnvloeden, inkomstenbronnen. Bij de riool- en afvalstoffenheffing en de leges is 100% kostendekking het

11

uitgangspunt. De tarieven zijn dus bepaald door de raming van de kosten. De overige tarieven stijgen in beginsel met de inflatiecorrectie, waarmee ook in de algemene uitkering wordt gerekend. Door incidentele oorzaken kunnen de werkelijke lasten en baten afwijken, waardoor ook de kostendekking anders uitvalt. 2.2.4. Toeristenbelasting en woonforensenbelasting De toeristenbelasting is in 2023 hetzelfde gebleven als in 2022, namelijk € 1,60 per persoon per nacht. Qua inkomsten zijn de gevolgen van de coronapandemie hier zichtbaar, evenals het grotendeels ontbreken van toeristen op een vakantiepark. Voor de forensenbelasting hanteren we hetzelfde stijgingspercentage als bij de toeristenbelasting. Het tarief is vastgesteld op een percentage van de WOZ-waarde (in 2023 was dit 0,728%). 2.2.5.

De belangrijkste tarieven

OZB OZB woningen eigenaar OZB niet-woning eigenaar OZB niet-woning gebruiker Afvalstoffenheffing  Vastrecht  140 liter GFT  240 liter GFT  30 liter gemeentelijke tariefzak Rioolheffing Toeristenbelasting Woonforensenbelasting

2022

2023

Heffingsmaatstaf

0,0941% 0,2450% 0,1477%

0,0846% 0,2476% 0,1442%

% van de WOZ-waarde % van de WOZ-waarde % van de WOZ-waarde

€ 96,48 € 2,25 € 3,85 € 3,10 € 1,92 € 1,60 0,711%

€ 96,24 € 2,30 € 3,95 € 3,10 € 1,98 € 1,60 0,728%

per jaar per lediging per lediging per zak per m³ per persoon per nacht % van de WOZ-waarde met een maximum van €1.360,-

2.2.6. Belastingdruk Lokale lastendruk 2023 per huishouden In de begroting of in het raadsvoorstel inzake de belastingtarieven wordt op basis van aannames een berekening gemaakt van de gemiddelde lokale lastendruk per huishouden. In de jaarrekening kan dat nu afgezet worden tegen werkelijke aantallen. In het raadsvoorstel RA22.088 (d.d. 18-12-2022) met betrekking tot de belastingtarieven 2023 is gerekend met de volgende gegevens:  OZB: gemiddelde woningwaarde € 377.000, tarief eigenaren 0,0846%;  Afval: 7,34 GFT-ledigingen à € 2,30 + 3 restafvalzakken à € 3,10 + vastrecht € 96,24;  Riool: 133 m³ waterverbruik à € 1,98 (op basis van VGRP). De werkelijke gegevens over 2023 zijn:  OZB: gemiddelde woningwaarde € 396.000, tarief eigenaren 0,0846%;  Afval: 7,55 GFT ledigingen à € 2,30 + 2,91 restafvalzakken à € 3,10 + vastrecht € 96,24;  Riool: 124,6 m³ waterverbruik à € 1,98 Dat alles geeft het volgende beeld van de gemiddelde belastingdruk per huishouden: Gemiddelde belastingdruk per huishouden

Bedragen in €

Onroerende zaakbelastingen eigenarengedeelte Afvalstoffenheffing Rioolheffing Totaal per huishouden

Raming 2023 € 318,95 € 122,42 € 263,34 € 704,71

Werkelijk 2023 € 335,01 € 122,80 € 246,71 € 704,52

2.2.7. Kwijtschelding Als de belastingplichtige en eventuele partner samen een netto besteedbaar inkomen hebben op bijstandsniveau en er weinig vermogen is, komt deze mogelijk in aanmerking voor kwijtschelding van gemeentelijke belastingen.

12

Voor de bepaling van inkomen en vermogen is wettelijk bepaald wat meegenomen moet worden. Of men daadwerkelijk in aanmerking komt voor (gedeeltelijke) kwijtschelding hangt dus af van de persoonlijke situatie. Het netto besteedbaar inkomen mag niet meer bedragen dan de kosten van bestaan. De volgende beleidskeuzes zijn gemaakt voor het beoordelen van kwijtscheldingsverzoeken:  Alleen kwijtschelding te verlenen voor onroerende zaakbelasting, afvalstoffenheffing en rioolheffing aan natuurlijke personen. De kwijtschelding voor de kosten van het ledigen van GFT-containers is gemaximeerd op 5 ledigingen per jaar;  De kosten van bestaan voor AOW-gerechtigden zijn gesteld op 100% van de netto AOW-bedragen;  De kosten van bestaan van niet-AOW-gerechtigden zijn gesteld op het maximum, te weten: 100% van de bijstandsnorm;  Extra toegestane financiële middelen op vermogensnorm;  De netto kosten kinderopvang worden meegenomen als uitgaven voor de bepaling van het nettobesteedbaar inkomen;  Kwijtschelding mogelijk voor ondernemers die een Bbz-uitkering ontvangen.

2.2.8. Inkomsten uit belastingen en heffingen De inkomsten uit gemeentelijke belastingen en heffingen in 2023 zijn weergegeven in onderstaande tabel. Als vergelijkingscijfer staat ook de opbrengst in 2022 vermeld. Verschillen tussen ramingen en werkelijke opbrengsten zijn in de programma’s toegelicht. Belastingsoort Onroerende zaakbelastingen

Bedragen in €

Rekening 2022

Begroting 2023

Rekening 2023

2.918.000

3.012.000

3.001.000

Toeristenbelasting

139.000

355.000

306.000

Woonforensenbelasting

29.000

27.000

45.000

Leges omgevingsvergunningen

883.000

605.000

462.000

Leges bestemmingsplannen Overige leges (burgerzaken, rijbewijzen, reisdocumenten, bijzondere wetten enz.) Afvalstoffenheffing

24.000

73.000

23.000

326.000

176.000

212.000

Rioolheffing Marktgelden Totaal

769.000

780.000

765.000

1.381.000

1.503.000

1.374.000

33.000

38.000

32.000

6.502.000

6.569.000

6.220.000

13

2.3. Weerstandsvermogen en risicobeheersing 2.3.1. Algemeen Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de weerstandscapaciteit (de middelen waarover de gemeente beschikt / kan beschikken om niet begrote kosten te dekken) en het totaal aan gekwantificeerde risico’s, waarvoor geen voorzieningen zijn getroffen, verzekeringen zijn afgesloten of waar ook anderszins geen beheersmaatregelen tegenover staan. Voor de raad is het weerstandsvermogen van belang omdat er nooit een situatie zal zijn, waarin geen risico’s meer bestaan. De raad moet vanuit de kaderstellende en controlerende taak inzicht hebben in de ruimte die er is om eventuele tegenvallers op te kunnen vangen. Als die ruimte onvoldoende groot is, moeten aanvullende maatregelen genomen worden. 2.3.2. Beleid Bij raadsbesluit van 7 juli 2020 is de nota ‘Reserves, voorzieningen & afschrijvingsbeleid’ herzien. Hierin zijn onder andere regels opgenomen over hoe om te gaan met reserves en voorzieningen en op welke wijze afschrijving plaatsvindt op activa. In het kader van deze paragraaf is van belang dat in het beleid is bepaald dat de algemene reserve bestaat uit 2 delen:  Een niet besteedbaar deel wat nodig is ter dekking van de gekwantificeerde risico’s, vermenigvuldigd met de vastgestelde ratio (1,8);  Een vrij besteedbaar deel. Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de volgende onderdelen: a.

Algemene reserve b. Post onvoorzien c. Onbenutte belastingcapaciteit d. Begrotingsruimte Ad a. Algemene reserve De stand van de algemene reserve per 31-12-2023 is (inclusief het saldo van deze jaarrekening en rekening houdend met de voorgestelde resultaatbestemming):  Niet besteedbaar ter afdekking van risico’s (incl. ratio) € 3.710.000  Vrij besteedbaar € 13.090.000 Voor de bepaling van het niet besteedbare deel van de algemene reserve zijn de regels toegepast uit het in juli 2020 vastgestelde beleid op dit gebied. Daarom zijn de gekwantificeerde risico’s ad € 2.061.000 vermenigvuldigd met een factor 1,8, hetgeen tot een bedrag leidt van afgerond € 3.710.000. De bestemmingsreserves laten we buiten de berekening van de weerstandscapaciteit. Bestemmingsreserves moeten min of meer gezien worden als verplichtingen (er staat een bestedingsdoel tegenover). Daarom nemen we die niet mee in de berekening. De raad is overigens te allen tijde bevoegd om de bestemming van reserves aan te passen. Ad b. Post onvoorzien Jaarlijks wordt in de begroting een post onvoorzien opgenomen ter grootte van € 1,- per inwoner, bedoeld voor bijzondere, niet voorziene kosten (€ 13.000). Ad c.

Onbenutte belastingcapaciteit De omvang van de belastingcapaciteit is de ruimte tussen de feitelijk te verwachten opbrengst en de opbrengst die de gemeente zou moeten realiseren wanneer zij een beroep doet op artikel 12 van de Financiële verhoudingswet (de zogenaamde artikel 12-norm). Volgens die norm moet de afvalstoffenheffing en het rioolrecht kostendekkend zijn. Dat uitgangspunt hanteren wij ook. Dan blijft de onbenutte capaciteit van de onroerende zaakbelasting over. De meest recente factor daarvoor bedraagt 0,1614% van de totale WOZ-waarde, hetgeen resulteert in een onbenutte belastingcapaciteit voor Reusel-De Mierden van afgerond € 1,64 miljoen. Ad d. Begrotingsruimte Niet van toepassing bij de jaarrekening. Het jaarrekeningsaldo is meegerekend bij de algemene reserve.

14

Stille reserves Stille reserves zijn activa die te laag of tegen nul zijn gewaardeerd, maar die in principe direct verkoopbaar zijn. Van de omvang van de stille reserves is de volgende indicatie te geven: Object Oppervlak Boekwaarde Aanduiding boekwaarde Waarde Basis waardeberekening Verschil Landbouwgrond, geliberaliseerde pacht 40,1016 ha € € 3.709.398 401.016m² x € 9,25 € 3.709.398 Landbouwgrond, vaste pacht 103,25 ha € € 5.241.397 1.030.250 m² x € 9,25 x 0,55 € 5.241.397 Bossen, visvijver, landschapelementen 950 ha € € 9.500.000 9.500.000 m² x 1,00 € 9.500.000 Gemeentehuis/bibliotheek € 1.827.156 Boekwaarde 31-12-2023 € 2.949.000 WOZ-waarde 1-1-2023 € 1.121.844 Gemeentewerf € Boekwaarde 31-12-2023 € 494.000 WOZ-waarde 1-1-2023 € 494.000 Sportzaal Den Houtert Lage Mierde € Boekwaarde 31-12-2023 € 727.000 WOZ-waarde 1-1-2023 € 727.000 Sporthuis Reusel € 1.905.738 Boekwaarde 31-12-2023 € 2.495.000 WOZ-waarde 1-1-2023 € 589.262 Brede School Plus Lage Mierde (Opstap+Ster) € 2.153.726 Boekwaarde 31-12-2023 € 3.007.000 WOZ-waarde 1-1-2023 € 853.274 Basisschool De Akkerwinde Hooge Mierde € 441.012 Boekwaarde 31-12-2023 € 1.421.000 WOZ-waarde 1-1-2023 € 979.988 Basisschool St.

Clemens Hulsel € 562 Boekwaarde 31-12-2023 € 591.000 WOZ-waarde 1-1-2023 € 590.438 Basisschool De Torelaar Reusel € 226.216 Boekwaarde 31-12-2023 € 1.304.000 WOZ-waarde 1-1-2023 € 1.077.784 Basisschool De Leilinde Reusel € 1.403.980 Boekwaarde 31-12-2023 € 3.223.000 WOZ-waarde 1-1-2023 € 1.819.020 Basisschool De Klimop Reusel € 1.086.945 Boekwaarde 31-12-2023 € 1.486.000 WOZ-waarde 1-1-2023 € 399.055 CC De Kei Reusel € 37.253 Boekwaarde 31-12-2023 € 529.000 WOZ-waarde 1-1-2023 € 491.747 Brandweerkazerne Reusel € 116.839 Boekwaarde 31-12-2023 € 362.000 WOZ-waarde 1-1-2023 € 245.161 Sportpark Den Hoek Reusel € 473.867 Boekwaarde 31-12-2023 € 2.581.000 WOZ-waarde 1-1-2023 € 2.107.133 Sportpark De Leeuwerik Hooge Mierde € 178.768 Boekwaarde 31-12-2023 € 362.000 WOZ-waarde 1-1-2023 € 183.232 Sportpark D'n Daalacker Lage Mierde € 20.737 Boekwaarde 31-12-2023 € 682.000 WOZ-waarde 1-1-2023 € 661.263 Sportpark 't Kantje Hulsel € 59.036 Boekwaarde 31-12-2023 € 113.000 WOZ-waarde 1-1-2023 € 53.964 Gildeterrein Broekkant Lage Mierde € Boekwaarde 31-12-2023 € 186.000 WOZ-waarde 1-1-2023 € 186.000 Woning Sportpark 1 Reusel € Boekwaarde 31-12-2023 € 433.000 WOZ-waarde 1-1-2023 € 433.000 Kinderdagverblijf Dooleg Reusel € 118.297 Boekwaarde 31-12-2023 € 313.000 WOZ-waarde 1-1-2023 € 194.703 Terrein voormalige werf Denestraat € Boekwaarde 31-12-2023 € 25.000 WOZ-waarde 1-1-2023 € 25.000 Gronden

Kleine Hoeven voormalige fase 2 € 850.000 Boekwaarde 31-12-2023 € 850.000 taxatie 2017 € Willibrordlaan 13, Hulsel € 470.000 Aankoopbedrag € 457.000 WOZ-waarde 1-1-2023 € -13.000 € 11.370.132 € 43.040.795 € 31.670.663

De stille reserves hebben dus een omvang van € 31,7 miljoen. Het is op basis van het Besluit begroting en verantwoording (Bbv) niet toegestaan om een waarde aan stille reserves toe te kennen en die waarde vervolgens mee te rekenen in de reservepositie. De reservepositie kan vanuit de stille reserves dus alleen toenemen door deze stille reserves om te zetten in geld (te gelde maken middels verkoop). Dat neemt niet weg dat in relatie tot de capaciteit om onverhoopte tegenvallers op te vangen de stille reserve wel een betekenis hebben. 2.3.3. Risico’s De samenloop van risico’s is een ander aspect van het vermogen van de gemeente om financiële tegenvallers op te vangen (=weerstandsvermogen). Inventariseren van risico’s, een inschatting maken van de kans op deze risico’s en het beheersen en managen van risico’s is hierbij van wezenlijk belang. Hierna wordt een overzicht gegeven van de risico’s in het licht van het weerstandsvermogen. De weerstandscapaciteit kan dan afgezet worden tegen de samenloop van de geïnventariseerde risico’s, zodat ‘beoordeeld’ kan worden of het weerstandsvermogen afdoende is. De vertaling van deze risico’s in bedragen is gebaseerd op inschattingen. Indien er sprake is van nauwkeurige berekeningen van concrete verplichtingen is vorming van voorzieningen nodig.

Deze paragraaf geeft dan ook geen raming van budgetten die worden aangehouden om tegenvallers op te vangen, maar slechts een indicatie van het vermogen om tegenvallers op te kunnen vangen. Dat vermogen zit dan vooral in de reserves. De gemeente Reusel-De Mierden raamt altijd zo reëel mogelijk. Het blijven echter ramingen, zodat er altijd een risico is, dat de werkelijkheid anders is dan de ramingen. Wij achten dat risico niet dusdanig dat daarmee in de sfeer van weerstandsvermogen rekening moeten worden gehouden. Reëel ramen betekent echter ook dat er geen ‘lucht’ in de ramingen zit ‘voor het geval dat’. Als bepaalde risico’s, zoals bijvoorbeeld inbraakschade, verzekerd zijn, dan ramen wij geen kosten voor die schade, óók niet voor een eventueel (beperkt) eigen risico. Mochten zich dan onverhoopt toch schades voordoen, dan kunnen ramingen dus tekort schieten. Daarover wordt dan gerapporteerd via bestuursrapportages. Hetzelfde geldt voor bijzondere omstandigheden. Zo kunnen extreme weersomstandigheden tot extra kosten leiden (extra gladheidbestrijding, stormschades enz.). Gelet op de ervaringen ter zake achten wij het niet nodig om op dit gebied in het kader van het weerstandsvermogen met bijzondere risico’s rekening te houden. Grondexploitatie / Bestemmingsplannen De mogelijkheid bestaat dat onevenredige schade als gevolg van bestemmingswijziging moet worden vergoed.

Hiervoor zijn geen specifieke middelen gereserveerd. In principe worden eventuele claims op de

15

ontwikkelaars van een plan afgewenteld. Indien de gemeente de planschade moet vergoeden, wordt deze opgevangen binnen de grondexploitatie. Daarnaast vormt de grondexploitatie zelf, als gemeentelijke activiteit, een voortdurend risico (economische ontwikkelingen, kredietbeleid van banken, stagnerende markten, veranderende wetgeving, fluctuerende rentes en dergelijke). Het feit dat deze activiteit in principe in vier kernen en op een kleinschalige wijze wordt uitgevoerd, versterkt dit risico. De markt is voor zowel woningbouwgrond als bedrijfsgrond op dit moment gunstig, hetgeen zich uit in een toegenomen vraag. De grondexploitaties worden jaarlijks opnieuw berekend, waarbij ook een inventarisatie plaatsvindt van risico’s dan wel te optimistische inschattingen. Op basis van de meest recente berekeningen zijn voorzieningen gevormd voor de gecalculeerde nadelige saldi. In rapportages, zoals die voor alle grondexploitaties zijn opgesteld, is een risicoanalyse en risicoberekening opgenomen. Het gaat dan om risico’s als extra hoge kostenstijgingen, grondprijsverlaging, rentestijgingen e.d.. Voor zover risico’s binnen de (positieve) resultaten van de grondexploitatie kunnen worden opgevangen, is geen aanvullend weerstandsvermogen nodig. Bij de plannen voor De Leeuwerik, Kleine Hoeven en Hart van Reusel is dat niet het geval.

De risico’s voor die plannen zijn berekend op: De Leeuwerik Hart van Reusel Kleine Hoeven Totaal

€ € € €

26.000 214.000 469.000 709.000

Doordat jaarlijks een actualisatie van de grondexploitatieprojecten plaatsvindt, inclusief een analyse van risico’s en kansen, zijn risico’s goed in beeld en kan tijdig gestuurd worden op risicobeperking. De meeste grondexploitaties zijn ook zover gevorderd dat de risico’s kleiner worden. Immers aan het begin van een grondexploitatieproject moeten gronden nog verworven worden, kunnen planschades optreden, kunnen er tegenvallers zijn in kosten van bouwrijp maken enz. De risico’s zijn dan groter. De nu actieve grondexploitaties zijn zover gevorderd dat daarin geen grondverwerving meer hoeft plaats te vinden, bouwrijp maken al achter de rug is en zelfs woonrijp maken deels al heeft plaatsgevonden. Daardoor zijn de risico’s afgenomen. Bij het opstarten van nieuwe grondexploitatieprojecten kunnen de risico’s weer toenemen. Intergemeentelijke samenwerking Onze gemeente neemt deel in een aantal verbonden partijen.

Voor deze paragraaf zijn de belangrijkste:  GGD Brabant-Zuidoost  GRSK (Samenwerking Kempengemeenten)  MRE (Metropoolregio Eindhoven)  VRBZO (Veiligheidsregio Brabant Zuidoost)  KempenPlus  ODZOB (Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant)  KBP (Kempisch Bedrijven Park)  Stichting Bizob (Bureau inkoop en aanbestedingen zuidoost Brabant)  BeNeGo (Belgisch Nederlands Grensoverleg)  Zorg- en Veiligheidshuis Brabant Zuidoost In de paragraaf verbonden partijen treft u meer gegevens aan over de gemeenschappelijke regelingen. Het betreft deels verplichte samenwerkingen (VRBZO, ODZOB), deels samenwerkingen die weliswaar vrijwillig zijn, maar waar nauwelijks een reëel alternatief voor bestaat (GGD, MRE), maar ook deels volledig vrijwillige samenwerkingsvormen (GRSK, KempenPlus, KBP enz.). Ook al zijn samenwerkingen vrijwillig, kunnen er wel ingrijpende gevolgen kleven aan uittreding uit de betreffende partij. Samenwerking binnen gemeenschappelijke regelingen geeft een risico in de vorm van beheersbaarheid van de eigen organisatie. Door deelname in de verschillende bestuurslagen van gemeenschappelijke regelingen heeft onze gemeente invloed op die organen, maar de gemeente moet zich aansluiten bij besluiten die in gezamenlijkheid genomen worden. Minderheidsstandpunten kunnen, hoe belangrijk deze voor individuele gemeenten ook mogen zijn, in het grote geheel te licht bevonden worden.

Samenwerken is daarmee altijd een stukje inleveren van invloed. Overigens leert de ervaring dat de ‘winst’ van het samen optrekken vooral zit in de toename van professionaliteit en kwaliteit die wordt bereikt en in het borgen van de continuïteit op vitale bedrijfsprocessen. Net als bij gemeenten worden ook door besturen van Gemeenschappelijke Regelingen besluiten genomen inzake wijzigingen in ambitieniveaus op basis van allerlei ontwikkelingen. Daardoor bestaat het risico, dat gemeentelijke bijdragen aan Gemeenschappelijke Regelingen (GR) sterker dan trendmatig gaan stijgen. Voor zover die ontwikkelingen meelopen in het begrotingsproces van de betreffende GR zijn deze tijdig in

16

beeld. In die gevallen moeten de financiële gevolgen worden opgenomen in de gemeentebegroting. Er is dan dus geen sprake meer van risico. Daarnaast houden sommige verbonden partijen zelf een vorm van weerstandsvermogen aan. De vier grootste Gemeenschappelijke Regelingen (GGD, VRBZO, MRE en ODZOB) hebben samen afspraken gemaakt over het aan te houden weerstandsvermogen. Een verbonden partij als de GRSK houdt echter zelf helemaal geen weerstandsvermogen aan, maar KempenPlus doet dat wel. En de ene verbonden partij legt in haar stukken een relatie tussen (gekwantificeerde) risico’s en de ander doet dat niet of slechts in beperkte mate. Dit is van belang voor de inschatting van de gemeentelijke risico’s. Immers als een verbonden partij haar risico’s zelf op kan vangen, is er geen risico voor de gemeente. Heeft een verbonden partij slechts deels of geen weerstandsvermogen, dan ontstaat er een risico voor de gemeente naar rato van haar deelname in die partij (bijvoorbeeld naar rato van inwonertal). Het risicobedrag waarmee de gemeente rekening moet houden, is dus afhankelijk van de mate waarin verbonden partijen zelf weerstandsvermogen aanhouden. Dat is per partij verschillend. Om toch een inschatting te doen van risico’s voor de gemeente, gaan we uit van de jaarbijdrage van onze gemeente aan de diverse verbonden partijen.

De meest recente gegevens (begrotingen 2024, jaarschijf 2025, afgerond op € 1.000) wat dat betreft zijn:          

GGD Brabant-zuidoost GRSK (Samenwerking Kempengemeenten) MRE (Metropoolregio Eindhoven) VRBZO (Veiligheidsregio Brabant Zuidoost) KempenPlus ODZOB (Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant) KBP (Kempisch Bedrijven Park) Stichting Bizob (Bureau inkoop en aanbestedingen zuidoost Brabant BeNeGo (Belgisch Nederlands Grensoverleg) Zorg- en Veiligheidshuis Brabant Zuidoost TOTAAL

€ 592.000 € 3.475.000 € 203.000 € 928.000 € 4.280.000 € 499.000 €0 € 104.000 € 1.000 € 5.000 € 10.087.000

We schatten het algemene risico in op kostenoverschrijdingen tot 10% met een kans op voordoen van 25%, hetgeen het risico bepaalt op 25% x 10% x € 10.087.000 = € 252.000 (afgerond). Informatiebeveiliging en privacy Het aantal cyberaanvallen op Nederlandse gemeenten is het afgelopen jaar sterk toegenomen. De afgelopen twee jaar waren er vijf grote cyberincidenten. Ook zijn er twee keer zo veel risicovolle, zwakke plekken in de software van gemeenten opgespoord. Dat blijkt uit het recente Dreigingsbeeld 2023-2024 van de Informatiebeveiligingsdienst (IBD) van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). Het aantal incidenten neemt dus toe, het wordt steeds complexer om ze het hoofd te bieden en de impact is steeds ernstiger. Criminelen aarzelen niet om privacygevoelige gegevens van inwoners, bedrijven en medewerkers online te publiceren. Zo werd de gemeente Buren in 2022 getroffen door een ransomware aanval. Bij de hack zijn gegevens van de gemeente gestolen. Vervolgens is een grote hoeveelheid privacygevoelige data gepubliceerd op het darkweb. Cyberdreigingen komen op gemeenten af in een tijd waarin ze voor steeds meer taken verantwoordelijk zijn en dus ook steeds meer data in hun beheer hebben. Gemeenten werken met grote hoeveelheden persoonsgegevens die ook regelmatig worden uitgewisseld met andere partijen. Dat vergroot de kwetsbaarheid.

Tegelijkertijd is het beveiligen van de systemen een grote kostenpost geworden die niet iedere gemeente even makkelijk kan betalen. De rekening van preventie staat echter niet in verhouding tot de kosten van een incident. Het gaat in deze criminaliteit al snel om tonnen tot miljoenen euro’s, waarschuwt de IBD. Naast de impact van een incident op medewerkers is een getroffen organisatie vaak weken of maanden bezig om de ICT en de bedrijfsprocessen weer aan de praat te krijgen. Verder schaden beveiligings- en privacy-incidenten het vertrouwen van inwoners in de overheid en de reputatie van de gemeente en haar bestuurders. Om risico’s in te perken en in geval van een cybercrisis snel te kunnen handelen, is in 2023 Kempenbreed een crisisplan cyberincidenten opgesteld. Gezien de gezamenlijke infrastructuur en de mogelijkheid om procedures en techniek parallel met elkaar te kunnen laten lopen, was het verstandig hierin gezamenlijk op te trekken. Eén Kempenorganisatie gehackt betekent namelijk dat we allemaal gehackt zijn. Door het nemen van passende beveiligingsmaatregelen proberen we het risico op beveiligingsincidenten te verlagen en beperken we de mogelijke negatieve impact van dergelijke incidenten op privacy en de gemeentelijke informatievoorziening en daarmee ook het risico op imago- en financiële schade.

17

Het afgelopen jaar zijn er binnen onze gemeente verschillende beveiligingsmaatregelen uitgevoerd. Omdat menselijk handelen een van de grootste risico’s blijft, zijn naast technische en organisatorische beveiligingsmaatregelen verschillende acties opgepakt om ook de bewustwording op het gebied van informatiebeveiliging en privacybescherming te vergroten. Dit onderwerp heeft voortdurend de aandacht binnen onze organisatie, door uitleg en training, nieuwsbrieven, berichten op intranet en het elkaar aanspreken op onveilig gedrag. Vooral het laagdrempelig melden en bespreken van incidenten en datalekken wordt gestimuleerd, zodat er ook zo snel als mogelijk actie kan worden ondernomen. Gegarandeerde geldleningen De gemeente staat garant voor de betaling van rente en aflossing over een aantal door derden aangegane geldleningen. Daarbij is een onderscheid te maken tussen garantstellingen aan woningcorporaties op basis van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) en overige garantstellingen. Voor geldleningen onder het regime van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw geldt dat bij problemen eerst het WSW aangesproken wordt en pas als deze niet meer aan haar verplichtingen kan voldoen, staan Rijk en gemeenten ieder voor 50% garant.

Het totaalbedrag waarvoor onze gemeente onder het regime van het WSW een afgeleide garantstelling heeft afgegeven bedroeg per 31 december 2023 € 31,8 miljoen. De totale marktwaarde van de onroerende zaken waarop de garantie betrekking heeft, bedroeg in 2023 € 128,3 miljoen. Wij hebben geen signalen, die zouden kunnen duiden op een concreet risico dat wij binnen afzienbare termijn aangesproken worden op onze waarborgverplichtingen. In het kader van het WSW is de verhouding tussen afgegeven garanties in relatie tot de waarde van het daar tegenover staande woningbezit nog dermate gunstig, dat de risico’s in de praktijk erg klein zijn. Daarom is het niet nodig hiermee in de berekening van de weerstandscapaciteit rekening mee te houden. Er is geen sprake meer van overige garantstellingen. De gemeente is terughoudend in het afgeven van garanties. Sociaal domein Binnen het sociaal domein is vrijwel altijd sprake van open-eind regelingen. De kosten voor de gemeente hangen enerzijds af van de prijs zorgproducten en anderzijds van de vraag naar die producten. Getracht wordt om de ontwikkelingen in de vraagzijde zo goed mogelijk in te schatten en op basis daarvan zo realistisch mogelijk te ramen. Maar sommige zorgtrajecten zijn erg duur, soms wel € 100.000 per persoon per jaar.

Als een relatief kleine gemeente dan geconfronteerd wordt met een afwijkend vraagpatroon, is de impact op de ramingen meteen aanzienlijk. Heel actueel is tegenwoordig de indexering van de kostprijs, welke door loon- en prijsontwikkelingen veel hoger is dan we gewend zijn. Ook hiervoor maken we gebruik van de reguliere methodieken om dit soort indexeringen in te schatten. Het is echter niet uit te sluiten dat kosten zich toch in korte tijd anders ontwikkelen dan was ingeschat (bijvoorbeeld als gevolg van CAO-afspraken). Gemeenten hebben de plicht om realistische tarieven te betalen voor afgenomen zorg. Het kan dan ook voorkomen dat zorgaanbieders een beroep doen op aanvullende indexering van tarieven omdat zij anders hun financiën niet meer rond krijgen en daardoor de noodzakelijke zorg niet meer kunnen verlenen. Zeker bij zeer specialistische zorg is er dan al snel een probleem, waarvan de zorgvrager de dupe wordt als gemeenten niet bijspringen. In hoeverre de reguliere en extra indexeringen gecompenseerd worden door hogere uitkeringen van het Rijk is op voorhand niet te zeggen. Er is dus sprake van een risico op kostenoverschrijdingen. Wij ramen 50% kans op € 500.000 aan extra kosten, hetgeen neerkomt op € 250.000.

Claims intensieve dierhouderij Rondom de intensieve dierhouderij spelen al geruime tijd tal van ontwikkelingen, welke doorwerken in regelgeving vanuit de landelijke en provinciale overheid, maar ook in gemeentelijk beleid, zoals omgevingsvisie, bestemmingsplannen en dergelijke. Al deze ontwikkelingen kunnen wellicht beperkingen inhouden voor de ontwikkeling van een aantal bedrijven in die sector. Daarbij zullen sommige ondernemers zich benadeeld voelen door de nieuwe regelgeving en proberen dat nadeel gecompenseerd te krijgen door daartoe claims in te dienen. Het is op dit moment geenszins in te schatten wat de slagingskans voor dat soort claims zal zijn en om hoeveel gevallen het zou kunnen gaan. Desalniettemin moeten we rekening houden met de kosten van afhandeling van eventuele claims en bestaat altijd het risico dat claims toegewezen worden. Op basis van min of meer vergelijkbare toegekende schadevergoedingen kan een gemiddelde schade van circa € 65.000 per casus berekend worden. Vooralsnog maken wij een inschatting op 2 casussen per jaar, waarvoor naast de schadevergoedingen ook afhandelingskosten worden gemaakt. Wij houden daarom rekening met een risico van in totaal € 150.000. Er is op dit moment sprake van een (mogelijke) claim van een dierhouderij. Dat er sprake is van een nadeel voor betrokkene is inmiddels in een procedure bevestigd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=ReuselDeMierden&id=4e7465f3-f643-419c-8091-15ff7092b2e4