CConstaterende datReusel-De Mierden
Koppel je AI →
Document · PDF

[24.10258] Aanvulling MER BP Buitengebied 2023

Gemeenteraad 24 september 2024, gemeente Reusel-De MierdenBij agendapunt: Bestemmingsplan Buitengebied 202324.631 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

5.2 Haalbaarheid uitbreiding veehouderijen Uit de resultaten van het planMER komt naar voren, dat mede vanwege de huidige strenge milieuregelgeving met name binnen de aangeduide gebieden met primaat landbouw nog enige milieugebruiksruimte aanwezig is. In vrijwel alle andere gebieden is de milieugebruiksruimte voor agrarische ontwikkelingen zeer beperkt of ontbreekt. Delen van het buitengebied waar nog milieugebruiksruimte aanwezig is, liggen ook buiten de provinciale zone beperkingen veehouderij.

26

Aanvulling MER bestemmingsplan Buitengebied 2023 gemeente Reusel-De Mierden

P

İROYEN NNAER

P199237.010.R1

Mogelijkheden ontwikkelingen veehouderijen volgens de Omgevingsvisie Op 22 mei 2018 is de Omgevingsvisie voor de gemeente Reusel-De Mierden vastgesteld. In de omgevingsvisie is nadrukkelijk aandacht gegeven aan de toekomst van dierhouderijen binnen de gemeente, waarbij een visie is gegeven op de mogelijkheden tot doorontwikkeling en herontwikkeling. Op basis daarvan is in de Omgevingsvisie een onderscheid gemaakt in transformatielocaties, voortzettingslocaties en duurzame locaties. In de toelichting van het bestemmingsplan staat de visie toegelicht, maar dit heeft geen juridische-planologische waarde. In dit bestemmingsplan is ervoor gekozen om het onderscheid in transformatielocaties, voortzettingslocaties en duurzame locaties nu niet verder uit te werken in een juridische kader. Dit komt onder andere doordat de toegepaste criteria in de visie (zoals een afstandsnorm van 250 meter tot een woonbestemming) vanuit juridisch oogpunt onvoldoende onderbouwd kunnen worden. De beoordeling van criteria die te maken hebben met de concentratie van geur en endotoxinen uit stallen van veehouderij en de ontsluiting en verkeersbewegingen van veehouderijen is geen vast gegeven, maar afhankelijk van de omgeving en de ontwikkeling van de veehouderij zelf. Het is per geval, per locatie, maatwerk om te bepalen wat de kansen zijn op basis van de Omgevingsvisie.

Uitbreiding is niet compleet uitgesloten, maar er zijn daarbij wel extra inspanningen noodzakelijk. Dit biedt ruimte voor een nadere afweging bij een buitenplanse procedure, waardoor maatwerk geleverd kan worden. Het toevoegen van extra regels, zones en aanduidingen in het bestemmingsplan weegt niet op tegen de risico's op ongewenste ontwikkelingen of de risico's op extra kosten voor planschade. Bij afzonderlijke, buitenplanse ruimtelijke procedures kan deze informatie wel door de gemeente worden betrokken. In plaats van een generieke regeling of het planologisch aanduiden van de diverse locaties, is maatwerk beter op zijn plaats. Bestaande rechten worden met dit bestemmingsplan gerespecteerd. Binnen bestaande rechten hebben bepaalde bedrijven nog mogelijkheden om een modernisering van het bedrijf met emissiearme technieken of met optimalisatie van emissiepunt-parameters gepaard te laten gaan met een uitbreiding. Ook kunnen veehouderijen uitbreiden in oppervlakte dierenverblijf, omdat meer ruimte nodig is vanwege het overstappen op een dierwelzijnsconcept zoals het Beter Leven keurmerk. Dit hoeft niet gepaard te gaan met (een grote) uitbreiding in aantallen dieren. Stikstof Er is een stikstofplafondregeling in het bestemmingsplan opgenomen, omdat significant nadelige effecten op stikstofgevoelige habitattypen in Natura2000 gebieden moeten zijn uitgesloten.

Dit stikstofplafond zorgt ervoor dat de planologische ontwikkelingsmogelijkheden van alle veehouderijen ten aanzien van stikstof beperkt zijn tot het bestaand planologisch legaal gebruik en dat een omgevingsvergunning nodig is als -kortgezegd - sprake is van een toename van stikstofdepositie op Natura2000 gebieden ten opzichte van de bestaande planologisch legale situatie. Door het stikstofplafond kunnen ontwikkelingen die het bestemmingsplan planologisch mogelijk maakt nauwelijks gepaard gaan met een uitbreiding in ammoniakemissie zonder dat de stikstofdepositie toeneemt op de Natura2000 gebieden. Interne saldering binnen het bestaand planologisch bestaand gebruik is niet strijdig met het bestemmingsplan. Interne saldering is alleen mogelijk door de ammoniakemissie in de bestaande situatie te reduceren, door in bestaande stallen emissiearme stalsystemen toe te passen, minder dieren te houden of door te wisselen van diercategorie.

Aanvulling MER bestemmingsplan Buitengebied 2023 gemeente Reusel-De Mierden

27

P199237.010.R1

In sommige situaties kunnen de emissiepunt-parameters nog geoptimaliseerd worden. Voor veehouderijen die nog verouderde stallen moeten aanpassen aan de provinciale staleisen in de periode 2024-2028 zal door inzet van emissiearme stalsystemen voor de bestaande stallen stikstofruimte vrijkomen die ingezet kan worden voor een uitbreiding van de veestapel (intern salderen). Hoe groot de uitbreiding kan zijn hangt af van de specifieke situatie. Ook het geurbeleid van de gemeente speelt hierin een belangrijke rol. Het kan zijn dat voor een specifieke veehouderij de uitbreidingsmogelijkheden te klein zijn om te komen tot een rendabel ontwikkelingsplan, maar dan zal dit óf het gevolg zijn van het aspect geur en/of het niet kunnen aankopen van ammoniakrechten voor externe saldering. De stikstofplafondregeling in het bestemmingsplan staat hier los van. Het kan dus zijn dat intern salderen niet voldoende ontwikkelruimte oplevert en dat ammoniakrechten verworven moeten worden ten behoeve van externe saldering. Hiervoor is een buitenplanse omgevingsvergunning in afwijking van het stikstofplafond nodig. Externe saldering is niet mogelijk binnen de stikstofplafondregeling, omdat een algemene mogelijkheid tot extern salderen niet voldoet aan specifieke voorwaarden die hieraan gesteld worden.

Op 30 september 2020 heeft de Raad van State inzake Logistiek Park Moerdijk hierover een belangrijke uitspraak gedaan over de (on)mogelijkheid van extern salderen binnen het planspoor (ECLI:NL:RVS:2020:2318). Externe saldering die nog niet concreet is (ofwel niet aan de voorwaarden in genoemde uitspraak voldoet) kan alleen maar via een buitenplanse omgevingsplanactiviteit vergunning (bopa) geregeld worden en valt daardoor buiten de scope van het plan-MER. Bedrijven die beschikken over een onherroepelijke natuurvergunning, waarin al is voorzien in de benodigde ontwikkelruimte (niet-gerealiseerde vergunde ruimte) kunnen deze natuurvergunning gewoon benutten, echter moeten zij ook een buitenplanse omgevingsplanactiviteit vergunning (bopa) voor afwijken van het stikstofplafond aanvragen. Zie ook de uitwerkingen in hoofdstuk 6 met betrekking tot stikstof. Geur De gemeentelijke geurnorm van 0,1 Ou voor de kern Reusel zorgt ervoor dat alle intensieve veehouderijen binnen de gemeentegrens overbelast zijn ten aanzien van de voorgrondbelasting en dat een uitbreiding van een intensieve veehouderij (dieren waarvoor geuremissiefactoren zijn vastgesteld; met name varkens, pluimvee en vleeskalveren) altijd gepaard moet gaan met een afname van de geurbelasting.

Voor het buitengebied is de geurnorm van 5 Ou ook laag, maar binnen de primaire landbouwgebieden zijn weinig geurgevoelige objecten aanwezig waarvoor deze geurnorm geldt. In de uitspraak Reusel-De Mierden van 16 juni 2023 van de Rechtbank Oost-Brabant (ECLI:NL:RBOBR:2023:2931) heeft de rechtbank overwogen dat toepassing van artikel 3, vierde lid, van de Wgv kan leiden tot een nog grotere geurbelasting die het bevoegd gezag niet mag weigeren vanwege het exclusieve kaderstellende karakter van de wet. De mogelijke milieueffecten van artikel 3, vierde lid, van de Wgv zijn niet vooraf beoordeeld (dit artikel betreft de zogenaamde '50%regeling' in de Wgv). De wetgever had een strategische milieubeoordeling moeten verrichten voordat artikel 3, vierde lid van de Wgv werd aangenomen, maar heeft deze beoordeling niet gemaakt en dat is in strijd met de SMB-richtlijn (2001/42/EG). De gemeente is in hoger beroep gegaan tegen deze uitspraak. Op 16 februari 2024 heeft de Rechtbank Oost-Brabant deze lijn in jurisprudentie voortgezet (ECLI:NL:RBOBR:2024:600).

28

Aanvulling MER bestemmingsplan Buitengebied 2023 gemeente Reusel-De Mierden

P

İROYEN NNAER

P199237.010.R1

De Wet geurhinder en veehouderij is echter per 1 januari 2024 komen te vervallen. Vergunningaanvragen die zijn ingediend na deze datum moeten getoetst worden aan de geurregels in de bruidsschat en het (tijdelijk) omgevingsplan. In de bruidsschat en het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staat een soortgelijke '50%-regeling' opgenomen. Voor verschillende milieuregels in de bruidsschat, waaronder de geurregels, moet ook een strategische milieubeoordeling (planMER) uitgevoerd zijn. Hiervoor is door het Rijk een Programma bruidsschat met een plan-MER procedure opgestart. Naar verwachting zal het ontwerp Programma bruidsschat in het voorjaar van 2024 worden vastgesteld. Vanaf dat moment kunnen de geurregels in de bruidsschat toegepast worden bij vergunningaanvragen en kan de gemeente de instructieregels uit het Bkl overnemen in het definitieve omgevingsplan. De gemeente Reusel-De Mierden heeft geen gemeentelijk beleid vastgesteld om af te wijken van de 50%-regeling met toepassing van artikel 7af, dertiende lid, van het Besluit Crisis- en herstelwet. In het ontwerp-bestemmingsplan had de gemeente invulling gegeven aan 'artikel 7af, dertiende lid, van het Besluit Crisis- en herstelwet', maar de gemeente heeft vanwege het risico op nadeelcompensatie besloten deze regeling uit het bestemmingsplan te halen en niet vast te stellen.

Dit betekent niet dat de gemeente hier niets meer mee zal gaan doen. De gemeente is nog steeds van plan om een maatwerkaanpak voor overbelaste situaties uit te werken met onder andere de mogelijkheid om in ernstig overbelaste situaties gemotiveerd af te wijken van de 50%-regeling in de bruidsschat. Dit kan geregeld worden in een beleidsregel. Voor melkveehouderijen bevat de gemeentelijke geurverordening een staffeling ten aanzien van de minimale afstand die aangehouden moet worden tot geurgevoelige objecten. Of een melkveehouderij kan uitbreiden en in welke omvang is afhankelijk van de ligging van het bedrijf. In de primaire landbouwgebieden kunnen melkveehouderijen groter worden dan in gemengde gebieden en nabij woongebieden. Dit is ook de bedoeling van de gemeente. Melkveehouderijen hoeven geen emissiereducerende technieken toe te passen ten aanzien van geur, maar kunnen in sommige gevallen nog ontwikkelingsruimte creëren door het vergroten van de afstand van de stallen (of het emissiepunt van stallen) tot geurgevoelige objecten. Voor de melkveehouderij is meestal stikstof de meest beperkende factor. Veehouderijen die nog willen groeien in het aantal dierplaatsen zullen gebruik moeten maken van geuremissie reducerende technieken en/of andere geur reducerende maatregelen moeten treffen of de afstand tussen stallen/emissiepunten en geurgevoelige objecten moeten vergroten.

Uitbreiding is voor de meeste intensieve veehouderijen alleen mogelijk als er nog verouderde stallen aanwezig zijn. Door het strenge geurbeleid zullen er zeker veehouderijen zijn die onvoldoende geurruimte hebben om nog uit te breiden en waardoor een investering in emissiearme stalsystemen niet rendabel is. En in de primaire landbouwgebieden hebben de meeste grote veehouderijen al geïnvesteerd in emissiearme stalsystemen in combinatie met schaalvergroting (ondanks het strenge geurbeleid). Of deze bedrijven nog een keer een ontwikkelingsstap kunnen zetten hangt af van de specifieke situatie. Mogelijk kunnen luchtwassers met 30% geurreductie nog vervangen worden door luchtwassers met 45% geurreductie, of kan een combinatie van emissiearme systemen zorgen voor nog een extra geurreductie. In sommige gevallen is er toch nog een oude leegstaande stal met vergunde rechten behouden, die ingezet kan worden voor een uitbreiding.

Aanvulling MER bestemmingsplan Buitengebied 2023 gemeente Reusel-De Mierden

29

P199237.010.R1

Wat de ontwikkelmogelijkheden zijn hangt af van het specifieke bedrijf, het type veehouderij en de locatie. Toekomstige ontwikkelingen omtrent de werking van gecombineerde luchtwassers en andere emissiearme stalsystemen bieden mogelijk meer ontwikkelmogelijkheden. Er lopen meerdere onderzoeken om de werking van gecombineerde luchtwassers te verbeteren (en te kunnen waarborgen, contoleren en handhaven). Met als doel de geurreductie weer te verhogen en de geuremissiefactoren te verlagen. Verder zijn er nog allerlei (integrale) emissiearme stalsystemen in ontwikkeling.

Fijnstof en endotoxinen In het plangebied is geen sprake van een (dreigende) normoverschrijding ten aanzien van fijnstof. Overal wordt ruimschoots voldaan aan de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Er is in het plangebied voldoende milieugebruiksruimte aanwezig. Fijnstof en de landelijke fijnstof normen zijn geen sterk beperkende factor voor de ontwikkelingsmogelijkheden van de veehouderijen. Bij toepassing van het endotoxine-toetsingskader betekent dat de veehouderijbedrijven met woningen van derden binnen de vergunde endotoxine risicocontour uit voorzorg niet mogen toenemen in fijnstof emissie als ze gaan ontwikkelen. Hiermee wordt een toename van het blootstellingsrisico voorkomen. In gebieden met primaat landbouw zijn veel bedrijfswoningen bij veehouderijen aanwezig en kan het voorkomen dat er op basis van het endotoxine toetsingskader nog wel een emissie toename mogelijk is, doordat de 'eigen' bijdrage aan de endotoxine blootstelling buiten beschouwing gelaten kan worden. De gemeente stuurt op het voorkomen en beperken van een te hoge blootstelling aan fijnstof en endotoxinen door in het bestemmingsplan omschakeling naar pluimvee en geiten niet toe te staan.

Omschakelen binnen intensieve veehouderijsectoren naar varkens en uitbreiding van dierenverblijven kan alleen onder de voorwaarde dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat en een goede leefkwaliteit en daarbij dient aangetoond te worden dat voldaan wordt aan de wet- en regelgeving en gemeentelijk beleid, onder andere op gebied van gezondheid en fijnstof. Dit geeft de gemeente ook meer mogelijkheden om nieuwe inzichten ten aanzien van volksgezondheid en omwonenden te betrekken bij een nieuwe afweging. Omschakeling van grondgebonden veehouderij naar intensieve veehouderij wordt in dit bestemmingsplan niet toegestaan. Conclusies De ontwikkelruimte voor de (intensieve) veehouderij bevindt zich vooral in de gebieden met primaat landbouw, maar ook hier geldt dat bij grootschalige ontwikkeling alleen uitgebreid kan worden als er nog ammoniak- en geuremissie reducerende maatregelen genomen kunnen worden, eventueel in combinatie met optimalisatie van de emissiepunten. Dat het ontwerp-bestemmingsplan ten aanzien van de planologische ontwikkelingsmogelijkheden niet uitvoerbaar zou zijn zoals de Commissie m.e.r. stelt is niet juist. Er zijn nog steeds veehouderijen binnen de gemeente met ontwikkelingsmogelijkheden en er zijn veehouderijen die vanwege de Brabantse staleisen in de periode 2024-2028 ook nog zullen ontwikkelen. Het onderhavige bestemmingsplan voorziet hierin.

30

Aanvulling MER bestemmingsplan Buitengebied 2023 gemeente Reusel-De Mierden

«ötľi

P UDEROYEN JPNNAER

P199237.010.R1

6 Onzekerheden stikstof 6.1 Advies Commissie voor de m.e.r. Commissie geeft afsluitend nog een aanbeveling ten aanzien van stikstof. Vanuit juridisch perspectief begrijpt de Commissie de keuze om geen natuurvergunningen in te passen, maar beveelt aan om de genoemde onzekerheden te duiden (onzekerheden rondom de houdbaarheid van externe saldering en rondom emissiearme stalsystemen) in het bestemmingsplan een adequate juridische oplossing voor deze onzekerheid te bieden en vervolgens te beoordelen of voor het plan toch een passende beoordeling nodig is voor het onderwerp stikstof.

6.2 Toelichting stikstof Inpassing natuurvergunningen Omwille van de juridische houdbaarheid van het bestemmingsplan is ervoor gekozen om in het ontwerp-bestemmingsplan niet actief de onherroepelijke natuurvergunningen (Nbwet of Wnb) van veehouderijen één-op-één in te passen, om te dienen als uitgangssituatie voor het stikstofplafond (i.p.v. de feitelijke planologische legale situatie). Niet iedere onherroepelijke natuurvergunning kan namelijk één op één ingepast worden: ^ De Wnb-vergunningen die zijn verleend met toepassing van de Programmatische Aanpak Stikstof (met toepassing van de PAS-referentiedatum en/of PAS-ontwikkelruimte) kunnen niet ingepast worden. ^ Bij één op één inpassing van natuurvergunningen (Nbwet en Wnb) met vergunde, nietgerealiseerde ruimte (latente ruimte) moet beoordeeld zijn of een nieuwe passende beoordeling kan leiden tot andere inzichten waardoor significant nadelige gevolgen voor Natura2000 gebieden niet zijn uitgesloten. Gezien het grote aantal veehouderijen in de gemeente Reusel-De Mierden is besloten om voor dit bestemmingplan niet alle onherroepelijke natuurvergunningen één voor één inhoudelijk te beoordelen.

Een aantal veehouderijen hebben in een zienswijze verzocht om een onherroepelijke natuurvergunning op te nemen in het bestemmingsplan, echter daarbij hebben ze niet onderbouwd waarom de specifieke natuurvergunning wél inpasbaar zou zijn op basis van de actuele lijn in jurisprudentie en ook geen nieuwe passende beoordeling aangeleverd. Dus zijn ook deze specifieke natuurvergunningen niet één op één ingepast in het bestemmingsplan. Het niet opnemen van de natuurvergunning in het bestemmingsplan doet overigens niets af aan het onherroepelijke karakter van de natuurvergunning. Dit betekent alleen dat veehouderijen die hun latente stikstof ruimte in de natuurvergunning willen gaan benutten moeten afwijken van de stikstofregeling in het bestemmingsplan en daarvoor een omgevingsplanactiviteit-vergunning (omgevingsvergunning) moeten aanvragen en op basis van actuele inzichten onderbouwen dat de aangevraagde situatie het aspect stikstof niet leidt tot significant nadelige effecten voor Natura2000 gebieden. Dit gaat in de praktijk samen met andere activiteiten waarvoor toch al een omgevingsvergunning met stikstofonderbouwing nodig is, zoals milieubelastende activiteiten en bouwactiviteiten.

Aanvulling MER bestemmingsplan Buitengebied 2023 gemeente Reusel-De Mierden

31

P199237.010.R1

Extern salderen Externe saldering is niet mogelijk binnen de stikstofplafondregeling, omdat een algemene mogelijkheid tot extern salderen niet voldoet aan specifieke voorwaarden die hieraan gesteld worden. Op 30 september 2020 heeft de Raad van State inzake Logistiek Park Moerdijk hierover een belangrijke uitspraak gedaan over de (on)mogelijkheid van extern salderen binnen het planspoor (ECLI:NL:RVS:2020:2318). Externe saldering die nog niet concreet is (ofwel niet aan de voorwaarden in genoemde uitspraak voldoet) kan alleen maar via een buitenplanse omgevingsplanactiviteit vergunning (bopa) geregeld worden en valt daardoor buiten de scope van het plan-MER. Het niet opnemen van de natuurvergunning in het bestemmingsplan doet overigens niets af aan het onherroepelijke karakter van de natuurvergunning. Bedrijven die beschikken over een onherroepelijke natuurvergunning met niet-gerealiseerde vergunde (ontwikkel)ruimte kunnen deze natuurvergunning gewoon benutten. Ze moeten daarvoor wel een buitenplanse omgevingsplanactiviteit vergunning (bopa) voor afwijken van het stikstofplafond aanvragen en op basis van actuele inzichten onderbouwen dat de voorgenomen ontwikkeling niet leidt tot significant nadelige effecten voor stikstofgevoelige habitattypen in Natura2000 gebieden.

Dit gaat in de praktijk meestal samen met andere activiteiten waarvoor toch al een omgevingsvergunning met stikstofonderbouwing nodig is, zoals milieubelastende activiteiten en bouwactiviteiten. In het planMER staat in paragraaf 7.5 al toegelicht dat de vergunningverlening voor emissiearme stalsystemen is stilgevallen omdat de effectiviteit onvoldoende zeker is. De Raad van State heeft geoordeeld dat emissie van het emissiearme stalsysteem A1.23 niet met behulp van de emissiefactor die in de Regeling ammoniak en veehouderij voor dat systeem is opgenomen met de vereiste zekerheid in beeld kan worden gebracht en dat er een extra onderbouwing nodig is. Een berekening van de emissie met de Rav-emissiefactor voor dit stalsysteem kan daarom nu niet zonder meer worden gebruikt in een voortoets of passende beoordeling voor een natuurvergunning. De Afdeling kwam eerder in haar uitspraken van 7 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2557 en ECLI:NL:RVS:2022:2624 tot dezelfde conclusie voor de stalsystemen A1.13 en A1.28. Deze uitspraken betreffen emissiearme vloeren voor melkrundveestallen. In een Raad van State uitspraak van 31 januari 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:371) oordeelt de Afdeling dat over de werking van een chemische luchtwasser geen twijfel hoeft te zijn.

De uitspraken waarin werd geoordeeld dat er twijfels bestaan over de juistheid van de emissiefactoren voor een aantal emissiearme vloeren is gebaseerd op het rapport 'Stikstofverlies uit opgeslagen mest' van het CBS en een advies van de Commissie Deskundigen Meststoffenwet (CMD). Volgens de afdeling zijn de chemische, maar ook de biologische of gecombineerde, luchtwassystemen niet betrokken in de aangevoerde publicaties. Opmerkingen over twijfels bij luchtwassystemen in het algemeen vindt de Afdeling onvoldoende. Het kabinet constateerde in oktober 2022 op basis van de voornoemde jurisprudentie over emissiearme vloeren en het onderzoek naar gebruik van Rav- emissiefactoren, dat de emissiefactoren voor ammoniak onvoldoende betrouwbaar zijn om op basis hiervan nieuwe natuurvergunningen voor emissiearme stalsystemen te kunnen verlenen. Veehouders die van plan zijn om een nieuw emissiearm stalsysteem te bouwen moeten daarom een passende beoordeling uitvoeren. De staatssecretaris heeft in een kamerbrief aangegeven dat er in 2024 een landelijke handreiking voor de passende beoordeling van emissiearme stalsystemen gemaakt zal worden.

32

Aanvulling MER bestemmingsplan Buitengebied 2023 gemeente Reusel-De Mierden

P

İROYEN NNAER

P199237.010.R1

De provincie Brabant heeft hier niet op gewacht en zelf een Handreiking passende beoordeling voor luchtwassers ontwikkeld om de vergunningverlening weer op gang brengen. In de vergunningaanvraag moet aangegeven worden welke maatregelen getroffen worden ten aanzien van de installatievereisten, controle van de werking en onderhoud van de installatie. De adviezen voor maatregelen zijn ingedeeld in categorieën, gebaseerd op het belang van de maatregel. De Rechtbank Oost-Brabant gaat in een uitspraak van 16 februari 2024 (ECLI:NL:RBOBR:2024:600) in op extra beschermingsmaatregelen voor luchtwassers om de goede werking en effectiviteit van de luchtwassers te waarborgen. Extra maatregelen moeten opgenomen moeten worden in het besluit op de omgevingsvergunning en daar voor is instemming (voorheen was dit een verklaring van geen bedenkingen) van de provincie nodig, zodat de provincie als bevoegd gezag kan beoordelen of de extra maatregelen voldoende zijn. Agrarisch grondgebruik Uit zienswijzen kwam naar voren dat de stikstofplafondregeling binnen de plantaardige teelten geen vruchtwisseling toestaat als het feitelijk, planologisch legaal gebruik van de gronden het uitgangspunt is. Dit is geen correcte constatering.

Het feitelijk planologisch legaal gebruik van landbouwgrond gaat uit van feitelijk agrarisch grondgebruik en niet van het specifieke gewas dat op moment van vaststelling van het bestemmingsplan op de landbouwgrond aanwezig is. Hiervoor is geen noodzaak gezien de actuele jurisprudentie over beweiden en bemesten en dit zou ook niet controleerbaar en handhaafbaar zijn. Daarbij leidt het tot onnodige administratieve lasten als voor iedere vruchtwisseling een omgevingsvergunning voor strijdigheid met het bestemmingsplan aangevraagd zou moet worden. Daarbij is de capaciteit om vergunningaanvragen te beoordelen te beperkt. Het weiden van vee heeft op twee manieren een stikstofreducerend effect. De stalemissies nemen af en weilanden waar koeien staan worden minder bemest met stalmest dan weilanden die niet voor beweiden worden gebruikt. Bij een vergunning voor een melkveehouderij waarbij wordt beweid moeten de emissies van het beweiden echter wel worden beoordeeld. De Afdeling zet in de uitspraak van 202106903/1/R2 uiteen op welke wijze de emissie van het weiden van vee kan worden beoordeeld. De emissie van het weiden van vee kan worden weggestreept (intern gesaldeerd) tegen de afname van de emissie van het uitrijden van mest (bemesten) die daarvan het gevolg is.

In een uitspraak van 12 oktober 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:2874) heeft de Raad van State het toetsingskader voor stikstof voor beweiden en bemesten toegelicht. De Afdeling hecht veel waarde aan de planologische situatie bij het bepalen van de referentiesituatie. Dit betreft niet alleen de geldende bestemming, maar ook dat wat volgens het overgangsrecht geoorloofd is. Dat laatste ligt op zich wel voor de hand, omdat ook het gebruik dat valt onder het overgangsrecht planologisch legaal is. De vraag welke intensiteit het bemesten had (welke type gewas), laat de Afdeling bij het bepalen van de referentiesituatie buiten beschouwing. Ook als een beroep wordt gedaan op planologisch overgangsrecht, is alleen van belang of de gronden op het moment van de referentiesituatie agrarisch werden gebruikt, niet hoe het agrarische gebruik was en met welke intensiteit werd bemest en/of beweid. Uitgegaan mag worden van de hoogste stikstofgebruiksnorm voor enig gewas dat mag worden geteeld.

Aanvulling MER bestemmingsplan Buitengebied 2023 gemeente Reusel-De Mierden

33

P199237.010.R1

7 Totaaloverzicht milieugevolgen 7.1 Advies commissie m.e.r. In hoofdstuk 7 van het MER van 8 juni 2023 is per thema een effectscore en -beoordeling met korte toelichting opgenomen en per thema verwerkt in de samenvatting. Commissie m.e.r. adviseert om in een aanvulling op het MER een samenvattende scoretabel van alle milieugevolgen op te nemen exclusief mitigerende maatregelen. Verder zijn in de samenvatting inconsistenties vastgesteld ten aanzien van de effectbeoordeling en -score voor landschap, cultuurhistorie en archeologie in het MER-rapport.

7.2

Beoordeling effecten onderzochte scenario's per thema

In hoofdstuk 7 van het MER van 8 juni 2023 zijn de effecten van de onderzochte scenario's op verschillende aspecten in beeld gebracht en vergeleken met de referentiesituatie. De effecten worden kwalitatief beoordeeld met de zevenpunts-beoordelingsschaal zoals weergegeven in navolgende tabel. Tabel 2: Zevenpunts-beoordelingsschaal effecten

Score ++ + 0/+ 0 0/--

7.2.1

Omschrijving Zeer positief ten opzichte van de referentiesituatie Positief ten opzichte van de referentiesituatie Licht positief ten opzichte van de referentiesituatie Neutraal Licht negatief ten opzichte van de referentiesituatie Negatief ten opzichte van de referentiesituatie Zeer negatief ten opzichte van de referentiesituatie

Effectscores verkeer

Tabel 3: Effectscores verkeer

Criterium Gevolgen voor de verkeersafwikkeling Gevolgen voor de verkeersveiligheid

Trendmatig scenario 0/0/-

Worstcase scenario -

De toename van het aantal verkeersbewegingen als gevolg van de ontwikkelingsmogelijkheden van de agrarische bedrijven en de andere in het buitengebied aanwezige functies is beperkt, maar kan voor de capaciteit van de lokale wegen tot problemen leiden. Op specifieke bestaande locaties kunnen door plaatselijke schaalvergroting en de toename van het aantal vrachtverkeersbewegingen op de smalle lokale wegen zonder vrij liggende fietspaden, mogelijke onveilige situaties ontstaan.

34

Aanvulling MER bestemmingsplan Buitengebied 2023 gemeente Reusel-De Mierden

•CTUC PCÍUDEROYEN ĩp NNAER

P199237.010.R1

Uitbreiding en schaalvergroting heeft de afgelopen jaren geresulteerd in een toename van transportbewegingen. De wegenstructuur is echter niet aangepast op deze schaalvergroting. Zonder maatregelen is het niet zeker dat de wegenstructuur in het buitengebied voldoende capaciteit heeft om een mogelijke toename van (vracht)verkeer veroorzaakt door uitbreiding van veehouderijen in het trendmatig scenario en worstcase scenario te verwerken zonder dat dit leidt tot knelpunten. Door de toename van aan landbouw gerelateerd verkeer neemt de verkeersveiligheid af. De effecten zijn het grootst bij het worstcase scenario dat de meeste planologische ruimte biedt. Ingeschat is dat er bij het trendmatig scenario en het worstcase scenario sprake is van een toename van vrachtautobewegingen en daarmee een afname van de verkeersveiligheid. De invloed van overige functies en bedrijvigheid met een verkeersgeneratie is vanwege de kleinschaligheid en beperkte ontwikkelingsmogelijkheden als minder zwaar beoordeeld, mede omdat er sprake is van lichtere.

7.2.2

Effectscores natuur

Tabel 4: Effectscores natuur

Criterium

Trendmatig scenario

Stikstofdepositie op Natura2000-gebieden* Stikstofdepositie op (voormalige) Wav-gebieden en Natuurnetwerk * Verdroging in Natura2000-gebieden en Natuurnetwerk Soortenbescherming (flora en fauna)

+ +

Worstcase scenario ---

0 -

0 --

Scorer = zeer positief; + = positief; 0/+ = licht positief; 0 = neutraal; 0/- = licht negatief; — negatief; - - = zeer negatief * geen rekening houdend met de stikstof(plafond)regeling in het bestemmingsplan

Uitbreiding van een veehouderij kan in het plangebied nauwelijks gepaard gaan met een uitbreiding in ammoniakemissie zonder dat de stikstofdepositie toeneemt op de Natura2000 gebieden. Voor veehouderijen die nog verouderde stallen moeten aanpassen aan de provinciale staleisen in de periode 2024-2028 zal het mogelijk zijn binnen het huidige emissieplafond een uitbreiding in dieren te realiseren. Uitbreiden zal waarschijnlijk gepaard gaan met investeringen in emissiearme stalsystemen. Veehouders kunnen intern salderen om te zorgen dat per saldo geen toename in stikstofdepositie ontstaat. Veehouderijen die niet-gerealiseerde vergunde ruimte binnen een onherroepelijke natuurvergunning willen benutten moeten afwijken van de stikstofregeling in het bestemmingsplan en daarvoor een omgevingsplanactiviteit-vergunning (omgevingsvergunning) aanvragen. Externe saldering kan ten gevolge van jurisprudentie alleen via een buitenplanse omgevingsplanactiviteit-vergunning (bopa) en valt daarom buiten de scope van het MER. Binnen het plangebied is ten aanzien van stikstof(di)oxiden (NO2/NOX) enige milieugebruiksruimte aanwezig. Kanttekening is dat ontwikkelingen met verkeersaantrekkende werking en/of tijdelijk bouwverkeer op korte afstand van 'Kempenland-West' al snel tot een depositietoename kan leiden.

De uitgangssituatie voor de plantoets voor Natura2000-gebieden is de bestaande, planologisch legale situatie ten tijde van vaststelling van het bestemmingsplan. De bestaande situatie (vergund met CBS correctie) vormt de referentiesituatie in het MER.

Aanvulling MER bestemmingsplan Buitengebied 2023 gemeente Reusel-De Mierden

35

P199237.010.R1

Het trendmatig scenario resulteert ten opzichte van de bestaande situatie in een afname van de ammoniakemissie en stikstofdepositie. De provinciale staleisen zorgt voor een verdere afname van de ammoniakemissie, maar naar verwachting gaat de verplichte investering in emissiereductie gepaard met een uitbreiding in dieren om de investering terug te kunnen verdienen. Dit zie je terug in het trendmatig scenario. In het worstcase scenario neemt de ammoniakemissie licht toe ten opzichte van de bestaande situatie. De (milieu)vergunde ruimte wordt volledig benut in dit scenario. Een maximale benutting van de geboden planologische mogelijkheden kan in theorie leiden tot een toename van stikstofemissie en -depositie op Natura2000-gebieden. Hierdoor is het noodzakelijk om een stikstofplafondregeling op te nemen in het bestemmingsplan.

Effecten door verdroging Om te voorkomen dat de huidige hydrologische situatie van hydrologisch kwetsbare natuurgebieden verder verslechtert wordt een beschermingsbeleid gevoerd. Er mogen in het gebied of in de omgeving geen activiteiten plaatsvinden die een verslechtering van de hydrologische situatie tot gevolg hebben. Conform de provinciale omgevingsverordening is in het bestemmingsplan voor betreffende gronden de aanduiding 'Overige zone - attentiegebied natuur netwerk brabant' opgenomen en voorzien van een omgevingsvergunningplicht. Dit betreft werkzaamheden en ingrepen, die mogelijk van invloed kunnen zijn op de waterhuishouding. Agrarische bouwvlakken worden uitgezonderd van deze vergunningplicht. Binnen de natuurgebieden en de bufferzones (beschermingsgebieden c.q. attentiegebieden) worden alleen vergunningen voor extra onttrekkingen verleend indien de onttrekking geen negatief hydrologisch effect op verdrogingsgevoelige natuur heeft, dan wel indien deze negatieve effecten door compenserende maatregelen worden voorkomen. Nieuwe of grootschalige onttrekkingen (vanaf 10 mYuur) in de beschermingszones zijn op grond van de provinciale omgevingsverordening uitgesloten. In gebieden waar nieuwe boomteelt en teelt van vaste planten bij recht en zonder beperkingen wordt toegestaan kan dit leiden tot een toename van de watervraag en meer grondwateronttrekkingen.

Het is niet aannemelijk dat een grootschalige uitbreiding van boomteelt zal gaan plaatsvinden. De agrarische landbouwgronden in de gemeente Reusel-De Mierden zijn vanwege de geomorfologische kenmerken niet optimaal voor boomteelt. Vanaf 2014 tot 2017 is daarbij sprake van een dalende trend en sindsdien is het oppervlakte boomteelt min of meer stabiel. Verder heeft een groot deel van de landbouwgronden planologische randvoorwaarden ten gevolge van een dubbelbestemming (bijvoorbeeld voor archeologische waarden) of gebiedsaanduiding (bijvoorbeeld voor open gebied) op basis waarvan een teeltwisseling naar boomteelt niet vanzelfsprekend toegestaan kan worden en een omgevingsvergunning voor nodig is.

Effecten soorten In het kader van de soortenbescherming (flora en fauna) kunnen vooral de kap van bomen, de aanpassing van bestaande bebouwing en de realisatie van nieuwe bebouwing mogelijk leiden tot effecten. Hoe groter de aanpassing, hoe groter de kans dat beschermde soorten hier hinder van ondervinden. Bij het worstcase scenario kan het grootste effect ontstaan door uitbreidingen binnen bestaand bouwvlakken en uitbreidingen van bouwvlakken.

36

Aanvulling MER bestemmingsplan Buitengebied 2023 gemeente Reusel-De Mierden

•CTUC PCÍUDEROYEN ĩp NNAER

7.2.3

P199237.010.R1

Effectscores geur

Tabel 5: Effectscores geur

Criterium

Trendmatig Worstcase scenario scenario Leefklimaat binnen de bebouwde kom 0 0/+ Leefklimaat buiten de bebouwde kom 0/+ 0/Scorer = zeer positief; + = positief; 0/+ = licht positief; 0 = neutraal; 0/- = licht negatief; — negatief; - - = zeer negatief In delen van woonkernen, het buitengebied en kernrandzones is in de bestaande situatie sprake van een overschrijding van de gemeentelijke geurnormen en provinciale geurgebiedsnorm van 10 Ou (woonkernen) respectievelijk 20 Ou (buitengebied). Op een aantal plaatsen is lokaal sprake van een verhoogde geurbelasting ter plaatse van de direct naastgelegen woningen. In de bebouwde kom voldoet 96% van de woningen aan de provinciale geurnorm van 10 Ou en 17% aan de GGDadvieswaarde van 5 Ou. In het buitengebied voldoet 89% aan de provinciale geurnorm van 20 Ou en 48% aan de GGD-advieswaarde van 10 Ou. Tabel 6: Aantal verblijfsobjecten (BAG met woonfunctie) met overschrijding van de normen voor achtergrondbelasting geur in vergunde situatie, op basis van de normen van de provincie (rood) en op basis van de advieswaarden van GGD GHOR Nederland (oranje en rood). Aantal objecten Aantal Percentag Totaal Klasse Percentage achtergrond­ bebouwde kom objecten objecten e objecten belasting geur bebouwde kom buitengebied buitengebi ed

0-5 Ou 5-10 Ou 10-20 Ou Meer dan 20 Ou Totaal

849 4.044 215 0 5.108

79% 4% 0% 100%

85 223 262 75 645

35% 4^ 100%

934 4.267 477 75 5.753

Er zijn drie gebieden te onderscheiden waar sprake is van een hoge achtergrondbelasting door een concentratie aan intensieve veehouderijbedrijven: 1. het gebied tussen Hooge Mierde en Reusel, en 2. het gebied ten zuidoosten van Hulsel. Hier zorgt de strenge geurnorm voor de woonkernen ervoor dat er geen verslechtering van de geursituatie zal optreden. 3. Het zuidelijke deel van de gemeente (Laarakkerdijk, Neterselsedijk, Postelsedijk). Dit gebied heeft de primaat landbouw. Hier liggen de bedrijven niet in de provinciale zone beperkingen veehouderij en zijn nauwelijks burgerwoningen of niet-veehouderij bedrijven aanwezig. Het trendmatig scenario zorgt ten opzichte van de bestaande situatie voor een lichte afname van de geuremissie en geurbelasting en een lichte verbetering van het woon- en leefklimaat. Vanwege de strenge geurnormen hebben bedrijven geen of nauwelijks ruimte om nog te groeien in geuremissie. Stoppers en toepassen van ammoniakemissie reducerende maatregelen in het kader van de provinciale omgevingsverordening resulteren ook in een afname van de geuremissie.

Aanvulling MER bestemmingsplan Buitengebied 2023 gemeente Reusel-De Mierden

37

P199237.010.R1

Het worstcase scenario geeft een beperkte toename in geuremissie ten opzichte van de bestaande situatie. In het buitengebied is er vrijwel geen verschil in de geurbelasting en woon- en leefklimaat. Door de gemeentelijke geurnormen is de kans op een toename in geurbelasting en verslechtering van het leefklimaat zeer beperkt. In de worstcase situatie wordt latente ruimte maximaal opgevuld en in overbelaste situaties gebruik gemaakt van de zogenaamde 50%-regel. In beide ontwikkelscenario's geldt dat de toename beperkt is vanwege de strenge geurnormen en het hierdoor ontbreken van groeimogelijkheden (van de geuremissie).

7.2.4

Effectscores fijn stof en endotoxinen

Tabel 7: Effectscores fijn stof en endotoxinen

Criterium

Trendmatig scenario

Worstcase scenario

Trendmatig Worstcase scenario scenario met toepassing endotoxine toetsingskader Bedrijfsvoering - fijn stof en endotoxinen 0 0/0/Verkeer - fijn stof 0/0/Scoren = zeer positief; + = positief; 0/+ = licht positief; 0 = neutraal; 0/- = licht negatief; — negatief; - - = zeer negatief In het plangebied is geen sprake van een (dreigende) normoverschrijding ten aanzien van fijn stof. De ontwikkeling van de fijn stof concentratie wordt met name bepaald door de bestaande pluimveehouderijen. Het bestemmingsplan sluit omschakelen naar pluimvee uit, maar bestaande pluimveehouderijen kunnen wel uitbreiden. Nieuwe pluimveestallen moeten voldoen aan de maximale emissiewaarden van het (voormalige) Beh, bijvoorbeeld door nageschakelde technieken. Dit kan betekenen dat uitbreiding resulteert in een daling van de fijnstof emissies. Dit is niet meegenomen in de scenario's (lastig te vóórspellen), maar kan voor een vermindering van de concentratie fijnstof zorgen of voor een beperking van een toename van de fijnstofemissies uit stallen van veehouderijen. Het beeld van het trendmatig scenario wijkt hierdoor weinig af van de referentiesituatie. In het worstcase scenario is sprake van een toename van de fijn stof concentratie. Hierbij ontstaat met name een verslechtering van het woon- en leefklimaat in de primaire agrarische gebieden en in het buitengebied rondom Reusel.

In deze delen van het plangebied zitten enkele pluimveehouderijen en zijn op relatief korte afstand meerdere woningen aanwezig. Afhankelijk van de ligging zijn er ook veehouderijen aanwezig die geen of weinig milieugebruiksruimte hebben ten aanzien van ammoniak en geur en bij uitbreidingsplannen emissie reducerende maatregelen moeten treffen. Bij varkenshouderijen worden dan voornamelijk luchtwassers toegepast en deze reduceren ook fijnstof (het verwijderingsrendement is afhankelijk van het type luchtwasser). Als door de gemeente het voorlopig toetsingskader voor endotoxinen wordt toegepast, zal de theoretische ontwikkeling van de fijnstof belasting in het trendmatig en het worstcase scenario minder negatief zijn dan als dit toetsingskader niet wordt toegepast. Op enkele plaatsen liggen woningen van derden binnen endotoxine risico-contouren. Dit zijn met name woningen naast pluimveehouderijen. Bij toepassing van het endotoxine-toetsingskader betekent mogen deze veehouderijbedrijven uit voorzorg niet toenemen in fijnstof emissie als ze gaan ontwikkelen. In gebieden met primaat landbouw zijn veel bedrijfswoningen bij veehouderijen aanwezig en kan het voorkomen dat er op basis van het endotoxine toetsingskader nog wel een

38

Aanvulling MER bestemmingsplan Buitengebied 2023 gemeente Reusel-De Mierden

•CTUC PCÍUDEROYEN ĩp NNAER

P199237.010.R1

emissie toename mogelijk is, doordat de 'eigen' bijdrage aan de endotoxine blootstelling buiten beschouwing gelaten kan worden.

7.2.5

Effectscores geluid

Tabel 8: Effectscores geluid

Criterium Invloed op geluidhinder Aantasting rust en stilte in stiltegebieden

Trendmatig scenario 0/0

Worstcase scenario 0

Scorer = zeer positief; + = positief; 0/+ = licht positief; 0 = neutraal; 0/- = licht negatief; — negatief; - - = zeer negatief

Uitbreiding binnen bestaand bouwblok van veehouderijen is mogelijk. In de gebieden waar uitbreiding van veehouderijen kan plaatsvinden wordt de kans op een lokale toename van de geluidbelasting vanwege stationaire bronnen (de ventilatoren die worden toegepast in de intensieve veehouderij) en in mindere mate geluidbelasting door verkeer (zoals vrachtauto's) op woningen en geluidgevoelige gebouwen en terreinen vergroot. Dit is met name aan de orde bij de intensieve veehouderij (pluimvee, varkens en vleeskalveren). Bij de melkveehouderij en andere veehouderij met natuurlijk geventileerde stallen, wordt de kans op een lokale toename aan geluidbelasting door ventilatoren als niet aanwezig verondersteld, omdat deze stallen natuurlijk geventileerd worden. De verkeersgeneratie van melkveehouderijen is daarbij ook zeer beperkt. Een groot deel van het plangebied is aangewezen als Zone Beperkingen Veehouderij (ZBV), rondom natuur, de woonkernen en de kernrandzones. Dit zijn de voormalige extensiveringsgebieden. Hier heeft de intensieve veehouderij geen uitbreidingsmogelijkheden. Alleen in het buitengebied buiten de ZBV kan uitbreiding van intensieve veehouderij plaatsvinden en zorgen van een toename van de geluidsbelasting. De te verwachten toename aan geluidsbelasting is bij het worstcase scenario groter dan bij het trendmatig scenario.

De regels voor stiltegebieden in de provinciale omgevingsverordening voorkomen dat rust en stilte in de stiltegebieden kan worden aangetast.

7.2.6

Effectscores gezondheid

Tabel 9: Effectscores gezondheid

Criterium Effecten door veehouderijen Effecten door gewasbeschermingsmiddelen Overige gezondheidseffecten

Trendmatig scenario 0/0 0

Worstcase scenario 0 0

Scorer = zeer positief; + = positief; 0/+ = licht positief; 0 = neutraal; 0/- = licht negatief; — negatief; - - = zeer negatief

De adviezen van de GGD hebben onder meer betrekking op het hanteren van gezondheidskundige advieswaarden over geur uit stallen van veehouderijen, luchtkwaliteit, endotoxinen en geluid. Voor met name geur, fijnstof, endotoxinen en geluid is ten gevolge van ontwikkelingen bij veehouderijen een verslechtering van de milieukwaliteit niet uit te sluiten, hetgeen kan leiden tot nadelige gezondheidseffecten. Deze milieuaspecten zijn afzonderlijk beoordeeld.

Aanvulling MER bestemmingsplan Buitengebied 2023 gemeente Reusel-De Mierden

39

P199237.010.R1

Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen kan nadelige effecten voor de gezondheid hebben. Dit is binnen het plangebied met name relevant ten aanzien van boomteelt en teelt van vaste planten op open grond. In de gebruiksregels van het bestemmingsplan wordt met betrekking tot spuitvrije zones volgens de huidig gangbare normen een beschermingsregeling opgenomen en is gewaarborgd dat de aanleg van nieuwe boomgaarden niet tot onevenredige afbreuk van het woon- en leefklimaat leidt. De regels in het bestemmingsplan waarborgen dat de situatie niet kan verslechteren en het aantal blootgestelden niet verder kan toenemen.

7.2.7

Effectscores bodem en water

Tabel 10: Effectscores bodem en water

Criterium Invloed op bodemstructuur en geomorfologische waarden Effect op het grond- en oppervlaktewatersysteem Effect op bodemkwaliteit en grond- en oppervlaktewaterkwaliteit

Trendmatig scenario 0/0 0/-

Worstcase scenario 0 -

Scoren = zeer positief; + = positief; 0/+ = licht positief; 0 = neutraal; 0/- = licht negatief; — negatief; - - = zeer negatief

Een toename van de oppervlakte/omvang van bouwvlakken zorgt mogelijk voor een aantasting van de bodemstructuur en geomorfologische waarden. De effecten zijn het grootst bij het scenario dat de meeste planologische ruimte biedt. Doordat ruimtelijke ontwikkelingen waterneutraal uitgevoerd moeten worden en er beschermingszones zijn ten aanzien van de hydrologisch gevoelige natuur zijn beide scenario's voor effecten op het grond- en oppervlaktewatersysteem als neutraal beoordeeld. Door de mogelijkheden in het bestemmingsplan voor tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen is het trendmatig scenario voor effecten op bodemkwaliteit en grond- en oppervlaktewaterkwaliteit beoordeeld als licht negatief en in het worstcase scenario als negatief (-).

7.2.8

Effectscores klimaat

Tabel 13: Effectscores klimaatadaptatie en duurzame energie

Criterium

Trendmatig Worstcase scenario scenario Klimaatadaptatie 0 0/Duurzame energie 0/+ 0/+ Scoren = zeer positief; + = positief; 0/+ = licht positief; 0 = neutraal; 0/- = licht negatief; — negatief; - - = zeer negatief

40

Aanvulling MER bestemmingsplan Buitengebied 2023 gemeente Reusel-De Mierden

•CTUC PCÍUDEROYEN ĩp NNAER

P199237.010.R1

Klimaatadaptatie Het is zaak water goed vast te houden en vertraagd af te voeren. Bij individuele plannen wordt beoordeeld of het toekomstige grond- en bodemwatersysteem de beoogde functie wel duurzaam kan blijven faciliteren. In het bestemmingsplan buitengebied 2023 zijn de enkelbestemmingen 'Water' en 'Water - Natuur' overgenomen. Ook zijn de gebieden voor gereserveerd voor waterberging in 'Waterstaat - Waterberging' en 'Waterstaat - waterkering'. In deze gebieden kunnen geen gebouwen of bouwwerken worden opgericht of werkzaamheden worden verricht zoals ophogen van gronden of wijzigen van de kade, zonder omgevingsvergunning. De gronden in het bestemmingsplan buitengebied 2009 bestemd als "Natte parel" vallen in het bestemmingsplan buitengebied 2023 onder de waarde 'Attentiegebied Natuur Netwerk Brabant'. Aanvullend is in het bestemmingplan buitengebied de zone 'Primaat water en klimaatadaptatie' uit de gemeentelijke omgevingsvisie (2018) opgenomen. Het bestemmingsplan heeft de principes van de handreiking 'hydrologisch neutraal ontwikkelen' van het waterschap opgenomen, dat ingaat op de rol van water bij een toename van verstening. Hierdoor worden de effecten als neutraal beoordeeld. Duurzame energie De gemeente Reusel-De Mierden heeft de ambitie om in 2025 energieneutraal te zijn (Klimaatvisie 2007-2025).

Het bestemmingsplan buitengebied 2023 voorziet niet in nieuwe grootschalige ontwikkelingen ten aanzien van opwekking van duurzame energie. Het project (windturbinepark) Agro-Wind maakt geen onderdeel uit van dit bestemmingsplan. Het bestemmingsplan staat binnen het bouwvlak wel kleine windmolens toe van maximaal 15 m. Bij sloop van vrijkomende agrarische bebouwing (Vab-locaties) met bestaande zonnepanelen op dak staat het bestemmingsplan toe om binnen het bouwvlak de zonnepanelen van het dak naar de grond te verplaatsen tot maximaal 0,5 ha. Dit leidt niet tot nieuw ruimtebeslag, aangezien de zonnepanelen binnen de bestaande bebouwingscontouren moeten worden gesitueerd. Ook is er geen nieuwe netaansluiting nodig.

7.2.9

Effectscores landschap, cultuurhistorie en archeologie

Tabel 11: Effectscores landschap

Criterium

Trendmatig scenario

Beïnvloeding van specifieke landschappelijke patronen/objecten en elementen.

0/-

Worstcase scenario -

Scorer = zeer positief; + = positief; 0/+ = licht positief; 0 = neutraal; 0/- = licht negatief; — negatief; - - = zeer negatief

In beide scenario's is de invloed van de ontwikkelingsruimte voor met name de agrarische bedrijven op landschap zeer beperkt, omdat ruimtelijke ontwikkelingen alleen mogelijk zijn wanneer voldaan wordt aan een breed scala aan landschappelijke en ruimtelijke kwaliteitseisen. Het rechtstreeks toestaan van boomteelt en tijdelijke en overige teeltondersteunende voorzieningen binnen de bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschap' maakt dat negatieve effecten voor landschappelijke waarden niet helemaal kunnen worden uitgesloten. Het bestemmingsplan staat alleen binnen bestaand bouwvlak kleine windmolens van maximaal 15 meter toe, waardoor er geen sprake van nadelige effecten voor het landschap.

Aanvulling MER bestemmingsplan Buitengebied 2023 gemeente Reusel-De Mierden

41

P199237.010.R1

Tabel 12: Effectscores cultuurhistorie en archeologie

Criterium

Trendmatig scenario

Beïnvloeding cultuurhistorische waarden Beïnvloeding van archeologische waarden

0 0

Worstcase scenario 0 0

Scorei+t = zeer positief; + = positief; 0/+ = licht positief; 0 = neutraal; 0/- = licht negatief; — negatief; - - = zeer negatief

De gemeente heeft een uitgebreide inventarisatie uitgevoerd en een uitgebreide regeling in het bestemmingsplan opgenomen ter bescherming van archeologische en cultuurhistorische waarden. Het erfgoedbeleid is door vertaald in het bestemmingsplan. De archeologische en de cultuurhistorische beleidskaart zijn vertaald in het bestemmingsplan met een beschermingsregeling. De scenario's zijn beoordeeld als neutraal ten opzichte van de referentiesituatie vanwege de bescherming die in het bestemmingsplan is opgenomen.

42

Aanvulling MER bestemmingsplan Buitengebied 2023 gemeente Reusel-De Mierden

«ötľi

P UDEROYEN NNAER

P199237.010.R1

7.3 Samenvattende scoretabel Tabelx: Samenvattende scoretabel effectbeoordelingen (t.o.v. de referentiesituatie)

Criterium

Trendmatig scenario

Worstcase scenario

Gevolgen voor de verkeersafwikkeling

0/-

-

Gevolgen voor de verkeersveiligheid

0/-

-

Stikstofdepositie op Natura2000 gebieden

+

--

Stikstofdepositie op overige natuurgebieden

+

Verdroging in beschermde natuurgebieden

0

-0

Effecten voor beschermde soorten

-

--

Verkeer

Natuur

Geur Leefklimaat binnen de bebouwde kom

0/+

0

Leefklimaat buiten de bebouwde kom

0/+

0/-

0/0

-

met toepassing endotoxine toetsingskader

0/-

Effecten door verkeer

0/-

-

0/0

0

Effecten door gewasbeschermingsmiddelen

0/0

0

Overige gezondheidseffecten

0

0

Effecten op grond- en oppervlaktewatersysteem

0/0

0

Effecten op bodem- en waterkwaliteit

0/-

-

Klimaatadaptatie

0

0/-

Duurzame energie

0/+

0/+

elementen

0/0

0

Beïnvloeding van cultuurhistorische waarden

0

0

Fijnstof en endotoxinen Effecten door bedrijfsvoering

Geluid Invloed op geluidhinder Aantasting stiltegebieden Gezondheid Effecten door veehouderijen

Bodem en water Invloed op bodemstructuur en geomorfologische waarden

Klimaat

Landschap, cultuurhistorie en archeologie Beïnvloeding van landschappelijke patronen, objecten en

Beïnvloeding van archeologische waarden

Scorer = zeer positief; + = positief; 0/+ = licht positief; 0 = neutraal; 0/- = licht negatief; -= negatief; - - = zeer negatief

Aanvulling MER bestemmingsplan Buitengebied 2023 gemeente Reusel-De Mierden

43

P199237.010.R1

8 Bijlagen Bijlage 1: Toetsingsadvies Commissie m.e.r., nr. 3761, 2 november 2023 Bijlage 2: Kaarten fijnstof en endotoxinen Bijlage 3: Bureauonderzoek beschermde soorten, Staro, 5 april 2024

44

Aanvulling MER bestemmingsplan Buitengebied 2023 gemeente Reusel-De Mierden

PďüDEROYEN ^PNNAER

P199237.010.R1

BIJLAGE 1: TOETSINGSADVIES COMMISSIE M.E.R., NR. 3761, 2 NOVEMBER 2023

Aanvulling MER bestemmingsplan Buitengebied 2023 gemeente Reusel-De Mierden

45

(Jer Commissie voor de

milieueffectrapportage

Bestemmingsplan buitengebied 2023 gemeente Reusel - De Mierden Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 2 november 2023 7 projectnummer: 3761

1

Advies over het MER in het kort De gemeente Reusel-De Mierden stelt een nieuw bestemmingsplan voor het buitengebied op. Voordat de gemeenteraad besluit over het bestemmingsplan, zijn de milieugevolgen onderzocht in een milieueffectrapport (MER).1 De gemeente heeft de Commissie voor de milieueffectrapportage (de Commissie) gevraagd het rapport te beoordelen. In dit advies spreekt de Commissie zich uit over de juistheid en de volledigheid van het MER.

Wat staat in het MER? Volgens het MER is het bestemmingsplan gericht op het beheer van bestaande kwaliteiten en functies. Tegelijkertijd biedt het plan randvoorwaarden voor nieuwe ontwikkelingen, waarbij het voornamelijk gaat om uitbreidingsruimte voor agrarische bedrijven. In het buitengebied bevinden zich immers vooral agrarische bedrijven (zie figuur 1 voor een kaart van de gemeente). Hier focust het MER zich ook op. Omdat niet bekend is welke bedrijven gaan stoppen of juist groeien werkt het MER met een ‘worst-case-scenario’ en een ‘trendmatig scenario’. Het worst-case-scenario geeft de milieugevolgen als de planologische mogelijkheden van het bestemmingsplan maximaal benut worden. Het trendmatig scenario gaat ervan uit dat kleine agrarische bedrijven stoppen en dat grotere bedrijven 10 tot 20 procent groeien. In het worst-case-scenario zijn er veel negatieve milieugevolgen. De stikstofuitstoot en -neerslag op beschermde en stikstofgevoelige natuurgebieden nemen toe; als reactie daarop verbiedt het bestemmingsplan een toename van stikstofuitstoot. Fijnstof- en endotoxineblootstelling, geluidhinder, gevolgen voor beschermde dieren en aantasting van bodemstructuur en van geomorfologische waarden nemen toe. Geurhinder neemt beperkt toe omdat eerder vastgestelde geurnormen de groeimogelijkheden van bedrijven beperken.

De bodem- en waterkwaliteit neemt af, net als de doorstroming van verkeer en de verkeersveiligheid. Het trendmatig scenario veroorzaakt alleen negatieve effecten op het landschap en beschermde diersoorten. De stikstofneerslag neemt in dit scenario af.

Wat is het advies van de Commissie? Het MER is goed leesbaar en biedt veel nuttige milieu-informatie. Desondanks signaleert de Commissie bij de toetsing dat belangrijke informatie ontbreekt. Het aanvullen van die informatie is essentieel om het belang van de leefomgeving volwaardig mee te kunnen wegen bij het besluit over het bestemmingsplan. Het gaat om de volgende punten: » Gezondheidsgevolgen (fijnstof en endotoxinen) niet volledig beoordeeld. Voor fijnstof geeft het MER de toekomstige bijdrage door veehouderijen op kaart weer. Vooral in het worst-case-scenario kan deze bijdrage zeer groot zijn, zodanig dat de wettelijke grenswaarden en de WHO-advieswaarden nog verder overschreden kunnen worden. Een kaart die de totale fijnstofconcentratie weergeeft (de huidige concentratie plus de toekomstige bijdrage) ontbreekt echter. Ook wordt niet beschreven hoe groot de totale overschrijding is, op welke locatie(s) en bij welke woningen. Voor endotoxinen ontbreken ook kaarten en een beschrijving van de contouren bij beide scenario’s. Een beoordeling is hierdoor niet mogelijk.1 1

MER bestemmingsplan Buitengebied 2023 Gemeente Reusel-De Mierden, Pouderoyen Tonnaer, juni 2023.

1

-

-

»

*

»

*

»

Effecten op watersysteem en beschermde natuur onderschat. Het bestemmingsplan staat toe dat boomteelt met bijna 5000 hectare toeneemt. Het MER stelt dat dit geen gevolgen heeft voor het watersysteem en dat geen verdroging optreedt van beschermde natuurgebieden. In deze conclusie is echter geen rekening gehouden met de specifieke kenmerken van het watersysteem in het gebied. Aannemelijk is dat een dermate grote uitbreiding van het aantal hectares aanzienlijke verdrogingseffecten veroorzaakt. Dit effect is niet in beeld, waardoor het bestemmingsplan nu ook niet uitvoerbaar is binnen de natuurwetgeving. Door uitbreiding van agrarische bedrijven of andere vormen van landbouw kan daarnaast de waterkwaliteit afnemen en kunnen knelpunten ontstaan in het kader van de Kaderrichtlijn Water. Het MER geeft hier geen informatie over. Milieugevolgen windturbines en zonnevelden niet in beeld. Het bestemmingsplan staat windturbines van 1 5 meter hoog en zonnevelden toe, maar het MER brengt de negatieve milieugevolgen hiervan niet in beeld. Op voorhand zijn negatieve gevolgen voor beschermde soorten, het landschap en de leefkwaliteit voor omwonenden echter niet uit te sluiten. Beoordeling beschermde diersoorten te algemeen. Het MER geeft geen specifieke informatie over beschermde soorten of hun leefgebieden in het gebied.

Daardoor zijn de aard en omvang van mogelijke effecten niet goed in beeld, ontbreekt inzicht in maatregelen om negatieve effecten te voorkomen en is het plan nog niet uitvoerbaar binnen de natuurwetgeving. Haalbaarheid uitbreidingen veehouderijen nog niet aannemelijk. De haalbaarheid van mogelijke bedrijfsuitbreidingen is afhankelijk van diverse factoren, zoals strikte wet- en regelgeving over met name stikstofdepositie en geurhinder, de toekomstige milieukwaliteit in het gebied (die nadert voor geur nu al de grenswaarden) en de beschikbaarheid van effectieve, emissiearme staltechnieken (waar nu veel onzekerheid over is). Het MER maakt in het licht van dergelijke factoren niet aannemelijk of de in het plan geboden mogelijkheden voor bedrijfsuitbreiding wel realistisch zijn. Geen totaaloverzicht milieugevolgen. Besluitvormers en insprekers lezen in de eerste plaats de samenvatting van het MER. Een totaaloverzicht van milieugevolgen is een belangrijk onderdeel daarvan, maar die ontbreekt nu in het MER. Ook ontbreken de tabellen met scores voor gezondheid en klimaatadaptatie. Bij landschap en cultuurhistorie klopt de samenvatting niet met de hoofdtekst.

De Commissie adviseert deze informatie in een aanvulling op het MER op te nemen, en dan pas een besluit te nemen over het bestemmingsplan. In hoofdstuk 2 licht de Commissie haar oordeel toe en geeft ze aandachtspunten voor het vervolgtraject. Ook gaat ze specifiek in op de onzekerheden rond de stikstofeffecten van het plan.

2

-

-

Figuur 1: Kaart gemeente Reusel-De Mierden (bron: MER, p. 26). Aanleiding MER Gemeente Reusel-De Mierden wíl een nieuw bestemmingsplan voor het volledige buitengebied vaststellen. Het plan borduurt voort op het ontwerpbestemmingsplan ‘Buitengebied 2017' en neemt de nieuwe gemeentelijke en provinciale omgevingsvisies en de (Interim) omgevingsverordening NoordBrabant in het plan mee. Doel is om de regelgeving (met name voor agrarische ondernemers) in het hele plangebied te harmoniseren.

3

-

-

Het nieuwe plan kent uitbreidingsmogelijkheden van bouwvlakken toe, afhankelijk van locatie en type bedrijvigheid. Omschakeling naar ander type agrarische bedrijven en functieverandering naar wonen, zorg of kleinschalige bedrijvigheid worden onder voorwaarden bínnen het plan mogelijk gemaakt, maar daarvoor geldt wel een vergunníngplícht. Het bestemmingsplan is kaderstellend voor activiteiten waar (mogelijk) een MER voor opgesteld moet worden, zoals veehouderijen. Om díe reden is voor besluitvorming over het bestemmingsplan een plan-MER opgesteld.

Rol van de Commissie De Commissie is onafhankelijk, bíj wet ingesteld en adviseert over de inhoud en de kwaliteit van het MER. Zij stelt voor ieder project een werkgroep samen van onafhankelijke deskundigen. Ze schrijft geen mílíeueffectrapporten, dat doet de initiatiefnemer. Het bevoegd gezag - in dít geval de gemeenteraad van Reusel-De Mierden - besluit over het bestemmingsplan. De samenstelling en de werkwijze van de werkgroep van de Commissie en verdere projectgegevens staan in bijlage 1 van dít advies. De projectstukken díe bíj het advies zijn gebruikt staan op de website. Deze zijn te vínden door nummer 3761 op vww.commissiemer.nl in te vullen in het zoekvak.

2

Toelichting op het advies In dit hoofdstuk licht de Commissie haar oordeel toe en geeft zij adviezen voor de op te stellen aanvulling. Deze adviezen zijn opgenomen in een tekstkader. Naar het oordeel van de Commissie is het uitvoeren ervan essentieel om het milieubelang volwaardig mee te wegen bij de besluitvorming door de gemeenteraad van Reusel-De Mierden. In de tekst wordt ook een aantal aanbevelingen gedaan. Deze zijn bedoeld om de kwaliteit van de besluitvorming, nu en in de toekomst, te verbeteren.

2.1

Gezondheidsgevolgen (fijnstof en endotoxinen) niet volledig beoordeeld Het MER brengt de milieugevolgen voor fijnstof en endotoxinen van het bestemmingsplan in beeld, zowel in de referentiesituatie als in de scenario’s.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=ReuselDeMierden&id=2592f411-54cc-4f99-a62c-c0056028c29b