CConstaterende datReusel-De Mierden
Koppel je AI →
Document · PDF

[24.10258] Aanvulling MER BP Buitengebied 2023

Gemeenteraad 24 september 2024, gemeente Reusel-De MierdenBij agendapunt: Bestemmingsplan Buitengebied 202324.631 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Aanvulling MER bestemmingsplan Buitengebied 2023

PCTUDEROYEN ^PNNAER pouderoyentonnaer.nl

PCŕUDEROYEN J0NNAER

Aanvulling MER bestemmingsplan Buitengebied 2023 Gemeente Reusel-De Mierden

Rapportnummer:

P199237.010.R1

Opdrachtgever:

Gemeente Reusel-De Mierden Postbus 11 5540 AA REUSEL

Status:

Definitief (t.b.v. vaststelling bestemmingsplan)

Datum:

15 mei 2024

pcŴderoyen

TQNNAER Vestigingen te Nijmegen, Vught, Baexem en Voerendaal

St. Stevenskerkhof 2 6511 VZ Nijmegen T (024) 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl pouderoyentonnaer.nl

Op onze dienstverlening zijn de DNR 2011 van toepassing die u vindt op pouderoyentonnaer.nl

P199237.010.R1

ínhoud Inleiding......................................................................................................................3 Zelfstandig leesbare samenvatting MER...................................................................... 4 1

Gezondheidsgevolgen fijnstof en endotoxinen..................................................... 5 1.1 Advies Commissie voor de m.e.r........................................................................................... 5 1.2 Fijnstof en endotoxinen......................................................................................................... 5

2

1.2.1

Beleidsnormen en wetenschappelijke advieswaarden fijnstof.......................................................... 5

1.2.2

Actuele situatie fijnstof en endotoxinen............................................................................................ 6

1.2.3

Ontwikkelscenario's fijnstof................................................................................................................8

1.2.4

Ontwikkelscenario's endotoxinen.....................................................................................................11

Effecten op watersysteem en beschermde natuur.............................................. 15 2.1 Advies Commissie voor de m.e.r.......................................................................................... 15 2.2 Verdroging beschermde natuurgebieden en het hydrologisch systeem............................ 15 2.3 Gevolgen waterkwaliteit door uitbreiding agrarische bedrijven.........................................17

3

Milieugevolgen windturbines en zonnevelden.................................................... 21 3.1 Advies Commissie voor de m.e.r.......................................................................................... 21 3.2 Milieugevolgen windturbines en zonnevelden....................................................................21

4

Beoordeling beschermde diersoorten................................................................. 23 4.1 Advies Commissie voor de m.e.r.......................................................................................... 23 4.2 Beoordeling beschermde diersoorten..................................................................................23

5

Haalbaarheid uitbreiding veehouderijen............................................................. 26 5.1 Advies Commissie voor de m.e.r.......................................................................................... 26 5.2 Haalbaarheid uitbreiding veehouderijen.............................................................................26

6

Onzekerheden stikstof....................................................................................... 31 6.1 Advies Commissie voor de m.e.r.......................................................................................... 31 6.2 Toelichting stikstof.............................................................................................................. 31

7

Totaaloverzicht milieugevolgen.......................................................................... 34 7.1 Advies commissie m.e.r........................................................................................................34 7.2 Beoordeling effecten onderzochte scenario's per thema....................................................34 7.3 Samenvattende scoretabel.................................................................................................. 43

8

2

Bijlagen...............................................................................................................44

Aanvulling MER bestemmingsplan Buitengebied 2023 gemeente Reusel-De Mierden

«ötľi

P UDEROYEN JPNNAER

P199237.010.R1

Inleiding De gemeente Reusel-De Mierden heeft op 30 juni 2023 het ontwerp-bestemmingsplan Buitengebied 2023 vastgesteld en vanaf 3 juli 2023 voor 8 weken ter inzage gelegd. De milieugevolgen zijn onderzocht in een milieueffectrapport (MER bestemmingsplan Buitengebied 2023, Pouderoyen Tonnaer, 8 juni 2023) dat als bijlage bij het bestemmingsplan is gevoegd. De gemeente heeft de Commissie voor de milieueffectrapportage (hierna 'de Commissie') gevraagd te adviseren over het MER en ook de zienswijzen op het ontwerp hierbij te betrekken. In het toetsingsadvies van 2 november 2023 (projectnummer 3761) spreekt de Commissie zich uit over de juistheid en de volledigheid van het MER. De Commissie signaleert bij de toetsing van het MER dat belangrijke informatie ontbreekt. Het aanvullen van die informatie is essentieel om het belang van de leefomgeving volwaardig mee te kunnen wegen bij het besluit over het bestemmingsplan door de gemeenteraad. Het MER moet op de volgende punten aangevuld worden: 1. Gezondheidsgevolgen fijnstof en endotoxinen; 2. Effecten op watersysteem en beschermde natuur; 3. Milieugevolgen windturbines en zonnevelden; 4. Beoordeling beschermde diersoorten; 5. Haalbaarheid uitbreidingen veehouderijen; 6. Onzekerheden stikstof; 7. Totaaloverzicht milieugevolgen.

De Commissie adviseert deze informatie in een aanvulling op het MER op te nemen, en dan pas een besluit te nemen over het bestemmingsplan. In deze aanvulling op het MER wordt de aanvullende informatie per hoofdstuk uitgewerkt. De samenvatting moet als zelfstandig document leesbaar zijn en een goede afspiegeling zijn van de inhoud van het MER. De samenvatting van het MER voldeed volgens de commissie nog niet aan dit vereiste en wordt aangevuld op basis van het advies en de aanvullingen op het MER.

Aanvulling MER bestemmingsplan Buitengebied 2023 gemeente Reusel-De Mierden

3

P199237.010.R1

Zelfstandig leesbare samenvatting MER De samenvatting moet is leesbaar als een zelfstandig document en is een afspiegeling van de inhoud van het MER inclusief de aanvullingen. Advies Commissie voor de m.e.r. De samenvatting bevat geen totaaloverzicht van de milieugevolgen in beide scenario's, exclusief mitigerende maatregelen, waardoor nu niet in één oogopslag zichtbaar is wat de gevolgen van het bestemmingsplan zijn. Dit totaaloverzicht staat niet op een andere plek in het MER (in een concluderend hoofdstuk bijvoorbeeld). Er zijn ook geen specifieke tabellen met scores voor gezondheid en klimaatadaptatie opgenomen. Bij landschap klopt de samenvatting niet met de hoofdtekst (negatieve gevolgen tot zeer negatieve gevolgen volgens de tabel in de samenvatting, maar licht negatief tot negatieve gevolgen volgens de tabel in paragraaf 7.12.3). Een vergelijkbare inconsistentie speelt op het thema cultuurhistorie. Aanvulling MER Navolgend is de geactualiseerde, zelfstandig leesbare samenvatting van het MER opgenomen. Deze komt in de plaats van de samenvatting die is opgenomen in het MER van 8 juni 2023. In hoofdstuk 7 is een totaaloverzicht van de milieugevolgen in één scoretabel opgenomen en is net zoals in de samenvatting de effectscore per thema van een korte toelichting voorzien.

4

Aanvulling MER bestemmingsplan Buitengebied 2023 gemeente Reusel-De Mierden

«ötľi

P UDEROYEN JPNNAER

P199237.010.R1

1 Gezondheidsgevolgen fijnstof en endotoxinen 1.1 Advies Commissie voor de m.e.r. De Commissie adviseert om voor beide scenario's de totale PMio-concentratie op een kaart weer te geven en contouren voor endotoxinen op kaarten te laten zien. Beschrijf en beoordeel vervolgens hoe groot de bijdrage aan de PM10-concentratie ter plaatse van woningen is en in hoeverre de gezondheidskundige advieswaarden en/of wettelijke grenswaarden voor fijnstof en endotoxinen worden overschreden.

1.2 Fijnstof en endotoxinen 1.2.1 Beleidsnormen en wetenschappelijke advieswaarden fijnstof Beleidsnormen en wetenschappelijke advieswaarden zijn wat vrijblijvender dan de wettelijke grenswaarden. Het gaat bijvoorbeeld om (wettelijke) richtwaarden/streefwaarden, waarop het beleid zich op moet richten (inspanningsplicht). Nederland moet de EU-streefwaarden (de Wet milieubeheer noemt dit richtwaarden) zoveel mogelijk binnen een bepaalde termijn bereiken. Er is dan geen directe resultaatsverplichting, zoals bij grenswaarden wel het geval is. Bij wetenschappelijke advieswaarden staat gezondheidsbescherming centraal. Bronnen van beleidsnormen en wetenschappelijke advieswaarden zijn bijvoorbeeld: ^ Bijlage 2 van de Wet milieubeheer (richtwaarden) ^ Wereldgezondheidsorganisatie (WHO): Air Quality Guidelines (september 2021 geactualiseerd) ^ RIVM-rapport: Luchtnormen geordend (2010) De volgende tabel geeft een overzicht van de fijnstof normen in de regelgeving voor luchtkwaliteit. Ook bevat deze tabel de advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) voor fijnstof. Tabel 1: Toetsingskaders en normstellingen fijnstof PM10 (bronnen: InfoMil en RIVM) PM10

Jaargemiddelde concentratie

40 pg^3

EU-grenswaarde Wet milieubeheer

PM10

24-uurgemiddelde (mag maximaal 35 keer per jaar

50 pg/m3

EU-grenswaarde Z

worden overschreden) Vertaling EU-norm max. 35 overschrijdingsdagen 24-

Wet milieubeheer 31,2 pg/m3

uurgemiddelde naar jaargemiddelde PM10

Jaargemiddelde concentratie

15 pg/m3

WHO advieswaarde

PM10

24-uurgemiddelde (3 a 4 overschrijdingen per jaar)

45 pg/m3

WHO advieswaarde

Aanvulling MER bestemmingsplan Buitengebied 2023 gemeente Reusel-De Mierden

5

P199237.010.R1

1.2.2 Actuele situatie fijnstof en endotoxinen De actuele achtergrondconcentratie fijnstof (PM10) is van het jaar 2022 en ligt volgens de Grootschalige Concentratiekaart Nederland (GCN) in de grootste delen van het plangebied rond de 16-17 ^g/m3. Aan de oostelijke gemeentegrens ligt de achtergrondconcentratie iets hoger, ten gevolge van veehouderijen in de gemeente Bladel. Rondom grote pluimveehouderijen en een concentratie van grootschalige varkenshouderijen ligt lokaal de achtergrondconcentratie PM10 hoger. Dit is zichtbaar in de hogere achtergrondconcentratie ten westen van Reusel (circa 18-19 ^g/m3) en in het zuidelijk deel van het plangebied (circa 17-18 ^g/m3). Zie volgend figuur 1. Er is in de jaren sprake van een licht dalende achtergrondconcentratie fijnstof.

Legenda actiterg rond concentratie fijn stof PM 10 in 2022 (pgftriT

bron GCN, RIVM 2Ū23

,ee -ľi.i :l-; 1

J6.5

Omgevingsplan/Bestemmingsplan Buitengebied 2019 gemeente Reusel - De Mierden

Achtergrondconcentratie fijn stof PM 10 in2022

KkhüI'O Wimlm

Figuur 1: Kaart actuele achtergrondconcentraties PM10, jaar 2022 (Bijlage 2)

De jaargemiddelde achtergrondconcentraties van fijnstof (PM10) in het buitengebied van Reusel - De Mierden benaderd of overschrijdt nergens de wettelijke grenswaarden. De actuele achtergrondconcentratie overschrijdt de gezondheidskundige advieswaarde in grote delen van het buitengebied met ongeveer 0 tot 2 ^g/m3. Lokaal kan de overschrijding groter zijn tot ongeveer een overschrijding van 4 ^g/m3. In deze achtergrondconcentratie zitten ook de bronbijdragen van veehouderijen.

6

Aanvulling MER bestemmingsplan Buitengebied 2023 gemeente Reusel-De Mierden

«ötľi

P UDEROYEN NNAER

P199237.010.R1

De indicatieve, cumulatieve bijdrage door veehouderijen aan deze actuele achtergrondconcentratie ligt in een groot deel van het buitengebied tussen de 0-1 Mg/m3. In gebieden met een concentratie van grootschalige varkens- en pluimveehouderijen zien we een bijdrage variërend van 1 tot 5 Mg/m3. Ten zuiden van Reusel is aan de Lange Dijk en Heibloem de cumulatieve bijdrage door veehouderijen lokaal 5-10 Mg/m3, echter hier zijn alleen de bedrijfswoningen van betreffende veehouderijen aanwezig. Deze gegevens staan in paragraaf 7.7 van het MER van juni 2023. Dit zijn indicatieve cijfers bedoeld voor een effectbeoordeling op gebiedsniveau, bepaald op basis van defaultwaarden voor veehouderijen. Voor het bepalen van de fijnstof-concentratie ter plaatse van woningen moet deze berekend worden op basis van de specifieke (emissiepunt)parameters in de rechtsgeldige vergunning. In de achtergrondconcentratie fijnstof zitten ook bijdragen van natuurlijke bronnen waaronder zeezout. De zeezoutcorrectie die verrekend mag worden in overschrijdingssituaties is staat in de Omgevingsregeling. Deze bedraagt voor de jaargemiddelde concentratie PM10 in de gemeente Reusel-De Mierden 2 Mg/m3 en 2 overschrijdingsdagen in de provincie Noord-Brabant. Endotoxinen In paragraaf 7.7.3 van het MER van juni 2023 is de referentiesituatie ten aanzien van endotoxinen uitgewerkt.

Op enkele plaatsen liggen woningen van derden binnen de individuele en/of cumulatieve risico-contouren. Dit zijn woningen naast pluimveehouderijen: ^ Molenheide 1 Reusel: vleeskuikens ^ Hooge Mierdseweg 5a Reusel: leghennen ^ Neterselsedijk 37 Lage Mierde: vleeskuikens ^ Neterselsedijk 46 Lage Mierde: leghennen ^ Cluster Postelsedijk 5a-7-11-11a en Schepersweijer 2Z2a en 4Z4a Reusel: concentratie van varkens- en pluimveehouderijen. Hier liggen alleen bedrijfswoningen van veehouderijen in de cumulatieve endotoxinecontouren. Legenda veehouderij

objecten veblijfsobject BAG met woonfunctie of logiesfunctīe niet behorend bij bestaande veehouderij risicocontouren volksgezondheid

O

contour 30 EU/mJ (advieswaarde) indicatieve cumulatieve belasting » 30 EU t m3 (advieswaarde)

Omgevingsplan/Bestemmingsplan Buitengebied 2019 gemeente Reusel - De Mierden Risicocontouren volksgezondheid obv fijnstof emissie en omrekening naar advieswaarde voor endotoxine huidige situatie vergund

Figuur 2: Kaart endotoxine risicocontouren in de huidige vergunde situatie (Bijlage 2)

Aanvulling MER bestemmingsplan Buitengebied 2023 gemeente Reusel-De Mierden

7

P199237.010.R1

1.2.3

Ontwikkelscenario's fijnstof

Afhankelijk van de ligging zijn er veehouderijen binnen het plangebied aanwezig die geen of weinig milieugebruiksruimte hebben ten aanzien van ammoniak en geur en bij uitbreidingsplannen emissie reducerende maatregelen moeten treffen. Bij varkenshouderijen worden dan voornamelijk luchtwassers toegepast en deze reduceren ook fijnstof (het verwijderingsrendement is afhankelijk van het type luchtwasser). Nieuwe pluimveestallen moeten voldoen aan de maximale emissiewaarden van het (voormalige) Beh, bijvoorbeeld door nageschakelde technieken. Dit kan betekenen dat uitbreiding resulteert in een daling van de fijnstof emissies. Dit is niet meegenomen in de scenario's (lastig te vóórspellen), maar kan dus voor een vermindering van de concentratie fijnstof zorgen of een beperking van een toename van de fijnstofemissies uit stallen van veehouderijen. Als door de gemeente het voorlopig toetsingskader voor endotoxinen wordt toegepast, zal de theoretische ontwikkeling van de fijnstof belasting in het trendmatig en het worstcase scenario minder negatief zijn dan als dit toetsingskader niet wordt toegepast. In navolgende figuren wordt voor het trendmatig en worstcase scenario, zoals beschreven in paragraaf 7.7. in het MER van juni 2023, aanvullend een indicatie gegeven van de cumulatieve fijnstofconcentraties op gebiedsniveau. Uitgangspunten ontwikkelscenario's (bron: par.

4.3 en bijlage 5, MER 8 juni 2023) Trendmatig scenario intensieve veehouderij (iv) Uitgangspunten: ^ bouwvlakken groeien naar 1,5 ha (tenzij nu al groter) ^ groeien tot maximaal 300 Nge per hectare ^ voor groeiers is uitgegaan van 20% groei op intensieve veehouderij-locaties. ^ blijvers gaan voldoen aan de provinciale staleisen voor bestaande stallen ^ groeiers gaan voldoen aan de provinciale staleisen voor nieuwe stallen Worstcase scenario intensieve veehouderij (iv) Uitgangspunten: ^ bouwvlakken groeien naar 1,5 ha (tenzij nu al groter) ^ groeien tot maximaal 300 Nge per hectare ^ voor groeiers is uitgegaan van 20% groei op intensieve veehouderij-locaties. ^ blijvers gaan voldoen aan de provinciale staleisen voor bestaande stallen ^ groeiers gaan voldoen aan de provinciale staleisen voor nieuwe stallen ^ pluimveebedrijven buiten de zone beperking veehouderij schakelen voor de-worstcase fijnstof emissie om naar leghennen. ^ Overige iv-bedrijven die niet in de zone beperking veehouderij liggen schakelen om naar vleesvarkens voor zowel fijnstof emissie als endotoxinen risicocontouren; Per scenario is steeds gekozen voor een stal die voldoet aan het Besluit emissiearme huisvesting en aan de provinciale staleisen (2024-2028), maar de hoogste emissie voor fijnstof veroorzaakt.

Vervolgens zijn alle bouwvlakken met vee uitgebreid tot de maximale omvang en gevuld met vee van de diersoort die toegestaan is volgens het bestemmingsplan.

8

Aanvulling MER bestemmingsplan Buitengebied 2023 gemeente Reusel-De Mierden

•CTUC PCÍUDEROYEN ĩp NNAER

P199237.010.R1

Het trendmatig scenario wijkt ten aanzien van fijnstof emissie weinig af van de referentiesituatie en heeft daardoor ook geen nadelige gevolgen voor de achtergrondconcentratie fijnstof. De lokaal hogere achtergrondconcentratie ten westen van Reusel en in het zuidelijk deel van het plangebied blijft van dezelfde orde van grootte. Zoals hiervoor al toegelicht is kan er op bedrijfsniveau wel een toename van fijnstofemissie en -concentratie ter plaatse van woningen plaatsvinden. Maar in situaties waar woningen (te) dicht bij de veehouderij liggen zal de toepassing van het endotoxine toetsingskader voorkomen dat er een toename van fijnstofemissie en -concentratie plaatsvindt.

Legenda vee-cucen «

veehoudenj

objecten - -.

veblijfsobject BAG met woonfunctie of logiesfunctìe niet behorend bij bestaande veehoudenj

indicatieve cumulatieve belasting fijnstof PM 10 vanuit veehoudenjbedrijven in Reusel - De Mierden (jjg/mT

‘scenario trendmatig verminderd met de huidige vergunde situatie en opgeteld bij de achtergrondconcentratie 2022 (RIVM)

Omgevingsplan/Bestemmingsplan Buitengebied 2019 gemeente Reusel - De Mierden Indicatieve cumulatieve belasting fijnstof PM 10 vanuit veehoudembedri ven in Reuse - De Mierden

scenario trendmatig

RrutH DrMwrto

Figuur 3: Kaart achtergrondconcentratie PM10 met bronbijdragen veehouderijen in trendmatig scenario, jaar 2022 (Bijlage 2)

In het worstcase scenario zoals weergegeven in figuur 4 zijn er gebieden waar ter plaatse van woningen van derden de wettelijke grenswaarden worden benaderd of overschreden. Dit is aan de orde bij de clusters van veehouderijen ten westen van Reusel ('t Holland, Hooge Mierdseweg en Kattenbos), ten zuidoosten van Reusel (Langedijk, Heibloem) en ten oosten van Lage-Mierde (Neterselsedijk). Overschrijding van de wettelijke grenswaarden is voor een individueel bedrijf niet vergunbaar. In de rekensystematiek voor de toets voor de omgevingsvergunning wordt ook rekening gehouden met cumulatieve effecten. Als een individueel bedrijf de fijnstof grenswaarden overschrijdt is er sprake van een zogenaamd 'fijnstof knelpunt', hetgeen niet aanvaardbaar is. In het worstcase scenario, is geen rekening gehouden met de toepassing van het endotoxine toetsingskader. De gemeente past dit toetsingskader wel toe door middel van de "Beleidsregel Toetsingskader fijnstof-endotoxine vergunningaanvragen in de varkens- en pluimveehouderij",

Aanvulling MER bestemmingsplan Buitengebied 2023 gemeente Reusel-De Mierden

9

P199237.010.R1

vastgesteld in de raadsvergadering van 20 december 2016. Veehouderijen waar een woning binnen de indicatieve endotoxine risicocontour ligt mogen op basis van dit toetsingskader niet uitbreiden in fijnstof emissie. Dit voorkomt over het algemeen dat de achtergrondconcentratie fijnstof de wettelijke grenswaarden zal benaderen. Dit neemt echter niet weg dat er ook veehouderijen gevestigd zijn die niet in hun ontwikkelingsmogelijkheden beperkt worden door het aspect endotoxinen en in een vergunningaanvraag binnen het milieuspoor nog mogen toenemen in fijnstof. Andere milieuaspecten zullen dan beperkend zijn voor de ontwikkelingsmogelijkheden. De veehouderijen met nog traditionele stallen zullen deze moeten aanpassen aan de provinciale staleisen en moeten hiervoor ammoniak reducerende maatregelen treffen. Daarbij zal door varkenshouderijen veelal gekozen (moeten) worden voor een gecombineerde luchtwasser in combinatie met een uitbreiding in dieren. Deze gecombineerde luchtwassers hebben 80% fijnstof reductie. Hoe groot die uitbreiding kan zijn hangt van de specifieke situatie af. Voor pluimveehouderijen resulteert een ammoniak reducerend stalsysteem niet altijd in een fijnstof reductie. Wel moet volgens het sectorplan pluimveehouderij bij alle bestaande pluimveestallen uiterlijk 31 december 2030 minimaal 30% reductie van fijnstof zijn bereikt.

Bij nieuwbouw van pluimveestallen geldt sinds 1 januari 2022 een minimale fijnstof reductie van 50%.

Legenda veehouderij

ueehouocfl

objecten veblijfsobject BAG met woonfunctie of logiesfuncüe met behorend bij bestaande veehouderij

indicatieve cumulatieve belasting íijnstoí PM 10 vanuit veehouderijbedrijven in Reusel - De Mierden (pgmn

scenano worst-case verminderc met de huidige vergunde situatie en opgeteld bij de achtergrondconcentratie 2022 (RIVM)

Omgevingsplan/Bestemmingsplan Buitengebied 2019 gemeente Reusel - De Mierden

XįľSìC

Indicatieve cumulatieve belasting fijnstof PM 10 vanuit veehoudenjbednjven in Reuse - De Mierden - scenano worst-case

Figuur 4: Kaart achtergrondconcentraties PM10 met bronbijdragen veehouderijen in worstcase scenario, jaar 2022 (Bijlage 2)

10

Aanvulling MER bestemmingsplan Buitengebied 2023 gemeente Reusel-De Mierden

•CTUC PCÍUDEROYEN ĩp NNAER

P199237.010.R1

De mogelijkheden voor nieuwe emissiearme stalsystemen in combinatie met een uitbreiding in dieren worden in Reusel-De Mierden met name beperkt door de strenge gemeentelijke geurnormen en door stikstof. Vooral bij varkenshouderijen is het worstcase scenario ten aanzien van fijnstof niet realistisch. Op plekken met woningen op relatief korte afstand van de veehouderij zal het worstcase scenario ook voor pluimveehouderijen niet haalbaar zijn. Omschakelen naar pluimveehouderij niet toegestaan in (ontwerp) bestemmingsplan Er is geen noodzaak om in het bestemmingsplan aan bestaande (pluim)veehouderijen een algemeen verbod op toename van fijnstofemissie op te leggen, maar het is wel aan te bevelen om vanwege het gezondheidsbelang het omschakelen naar een pluimveehouderij uit te sluiten in de regels van het bestemmingsplan. Deze aanbeveling is overgenomen in het (ontwerp) bestemmingsplan door voor bestaande pluimveehouderijen een specifieke functieaanduiding 'pluimveehouderij' op te nemen en ten aanzien van deze aanduiding geen flexibiliteitsbepalingen op te nemen. Het verkrijgen van een nieuwe functieaanduiding pluimveehouderij is niet mogelijk binnen dit bestemmingsplan en zal altijd via een 'buitenplanse' toestemming verkregen moeten worden.

1.2.4 Ontwikkelscenario's endotoxinen De gemeente Reusel-De Mierden past het endotoxine toetsingskader toe bij vergunningverlening aan veehouderij. Dit toetsingskader gaat uit van het voorzorgprincipe en hanteert een worstcase benadering. Op basis van de vergunde fijnstof emissie wordt een worstcase afstand bepaald, waarbuiten de gezondheidskundige advieswaarde van 30 EU/m3 gegarandeerd kan worden. De grafieken in het toetsingskader die zijn opgesteld voor de afstandsbepaling zijn gebaseerd op de worstcase diercategorieën vleesvarkens, leghennen en vleeskuikens. De bepaalde minimum afstand dient aangehouden te worden vanaf het emissiepunt dat het dichtstbij een woning ligt. Er is dus op meerdere aspecten sprake van een worstcase benadering. Van deze worstcase benadering kan gemotiveerd afgeweken worden. Met het toetsingskader worden de zogenaamde endotoxine risicocontouren bepaald. Dit betekent dat de veehouderijbedrijven met woningen van derden binnen de vergunde endotoxine risicocontour in beginsel niet mogen toenemen in fijnstof emissie als ze gaan ontwikkelen (emissie standstill). Omgekeerd kan dit toetsingskader ook gebruikt worden bij planvorming voor woningen en andere te beschermen objecten. Hiermee wordt een toename van het blootstellingsrisico voorkomen.

Aanvullend op de referentiesituatie in het MER zijn in deze aanvulling voor het trendmatig en worstcase scenario de indicatieve endotoxine risicocontouren in beeld gebracht. Omdat het een analyse op gebiedsniveau betreft zijn de endotoxine risicocontouren gesitueerd op het middelpunt van het bedrijf (de coördinaten die per bedrijf geregistreerd zijn in het KRD). Deze kaarten zijn ook bijgevoegd in bijlage 2. In de ontwikkelscenario's is geen rekening met toepassing van het toetsingskader (emissie standstill) in situaties waar een woning in de endotoxine risicocontour ligt of komt te liggen. Ook wordt in deze analyse geen rekening gehouden met de beperkingen ten gevolge van de strenge gemeentelijke geurnormen. Het worstcase ontwikkelscenario zal voor de meeste veehouderijen in de gemeente Reusel-De Mierden een theoretisch ontwikkelscenario zijn. Zie ook de analyse in voorgaande paragraaf over fijnstof. In het trendmatig ontwikkelscenario ontstaan geen wezenlijke verschillen met de huidige vergunde situatie.

Aanvulling MER bestemmingsplan Buitengebied 2023 gemeente Reusel-De Mierden

11

P199237.010.R1

Legenda «ee-cucen .1C I :cr j

objecten veblijfsobject BAG met woonfunctie of logiesfunctie met behorend bij bestaande veenoudenj

nsicocontouren volksgezondheid contour 30 EU I m3 (advieswaarde i indicatieve cumulatieve belasting » 30 EU I rrr (advieswaarde)

Omgevingsplan/Bestemmingsplan Buitengebied 2019 gemeente Reusel - De Mierden Risicocontouren volksgezondheid obv fijnstof emissie en omrekening naar advieswaarde voor endotoxine - scenano trendmatig

Knnel DrUmti

Figuur 5: Kaart endotoxine risicocontouren in trendmatig scenario (Bijlage 2)

Uitgangspunt voor de indicatieve endotoxine risicocontouren in het worstcase scenario is de worstcase fijnstof emissie waarbij vleeskuikens omschakelen naar leghennen. De afstandsgrafieken in het endotoxine toetsingskader zijn voor grote vleeskuikenbedrijven de worstcase benadering. Voor vleeskuikenbedrijven betekent een combinatie van worstcase fijnstof emissie (o.b.v. fictieve omschakeling naar leghennen) en een worstcase endotoxine risicocontour (o.b.v. vleeskuikens) een dubbele worstcase benadering en een overschatting van de maximale mogelijkheden van het plan. Hierdoor worden er op figuur 6 grote contouren zichtbaar ter plaatse van de grote vleeskuikenbedrijven, met name Neterselsedijk 37 Lage Mierde en Schepersweijer 2 Reusel. Daarom is voor vleeskuikenbedrijven gekozen om (met de worstcase fijnstof emissie o.b.v. leghennen) de endotoxine risicocontouren op basis van de afstandsgrafieken voor zowel vleeskuikens (figuur 6) als leghennen (figuur 7) in beeld te brengen.

12

Aanvulling MER bestemmingsplan Buitengebied 2023 gemeente Reusel-De Mierden

•CTUC PCÍUDEROYEN ĩp NNAER

P199237.010.R1

Legenda /eenouderij veehouderij

objecten veblijfsobject BAG met woonfunctie of logiesfunctie niet behorend bij bestaande veehouderij

nsicocontouren volksgezondheid

Omgevingsplan/Bestemmingsplan Buitengebied 2019 gemeente Reusel - De Mierden Risicocontouren volksgezondheid obv fijnstof emissie en omrekening naar advieswaarde voor endotoxine scenario worst-case

Figuur 6: Kaart endotoxine risicocontouren in worstcase scenario; vleeskuikens o.b.v. afstandsgrafiek vleeskuikens (Bijlage 2) Legenda veehoudenj veehouderij

:cec:eof logiesfuncùe met behorend bij bestaande veehouderij

nsicocontouren volksgezondheid

indicatieve cumulatieve belasting » 30 EU I ms (advieswaarde)

Omgevingsplan/Bestemmingsplan Buitengebied 2019 gemeente Reusel - De Mierden^ Risicocontouren volksgezondheid obv fijnstof emissie en omrekening naar advieswaarde voor endotoxine

Figuur 7: Kaart endotoxine risicocontouren in worstcase scenario; vleeskuikens o.b.v. afstandsgrafiek leghennen (Bijlage 2)

Aanvulling MER bestemmingsplan Buitengebied 2023 gemeente Reusel-De Mierden

13

P199237.010.R1

Binnen de worstcase endotoxine risicocontour van Schepersweijer 2 liggen alleen bedrijfswoningen van andere intensieve veehouderijen. Deze woningen worden op basis van de Europese regelgeving beschermd tegen fijnstof van andere veehouderijen en met toepassing van het toetsingskader worden deze woningen ook beschermd tegen endotoxinen van andere veehouderijen. Bij Neterselsedijk 37 liggen binnen de worstcase risicocontour zowel bedrijfswoningen bij veehouderijen als burgerwoningen. Omdat in de bestaande, vergunde situaties van deze veehouderijen al een (bedrijfs)woning binnen de indicatieve endotoxine risicocontour ligt, mogen deze bedrijven nu al op basis van het endotoxine toetsingskader bij uitbreiding niet verder toenemen in fijnstof emissie. In gevallen waar in de huidige vergunde situatie nog geen gevoelige objecten van derden binnen de endotoxine risicocontour liggen, zal in beginsel een vergunning geweigerd worden als de endotoxine risicocontour ten gevolge van de aanvraag over bestaande gevoelige objecten komt te liggen. Zoals al vermeld heeft de gemeente enige beleidsvrijheid om gemotiveerd van het endotoxine toetsingskader af te wijken, maar dit betreft altijd een maatwerkbeoordeling over de aanvaardbaarheid van de situatie. Onder de Omgevingswet heeft het aspect gezondheid een zeer prominente plek gekregen waardoor de gemeente weinig ruimte voor maatwerk heeft.

Kleinschalige nevenactiviteiten op veehouderijen (verbrede landbouw) zijn onder voorwaarden toegestaan, maar voor nieuwe nevenactiviteiten is wel een omgevingsvergunning voor het afwijken van de gebruiksregels nodig. Hiervoor moeten de nevenactiviteiten kleinschalig zijn (in de afwijkingsbevoegdheid worden maximale oppervlaktes gesteld) en mogen onder andere geen beperkende werking hebben voor omliggende bedrijven. Op de kaarten met de endotoxine risicocontouren zijn meerdere veehouderijen te onderscheiden waar geen gevoelig object binnen de risicocontour ligt. Een nieuwe gevoelige nevenactiviteit kan hierdoor alleen in een endotoxinecontour van een naastgelegen veehouderij komen te liggen als er al een ander gevoelig object in de contour ligt, want alleen dan is er geen sprake van een beperkende werking door de nevenactiviteit. Er is als voorwaarde opgenomen dat bij herbouw van een woning en nieuwe kleinschalige nevenactiviteiten (zoals kleinschalig kamperen bij de boer, kampeerboerderij, bed & breakfast of zorgboerderij) sprake moet zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Dit betekent dat deze niet binnen een endotoxine risicocontour van een veehouderij mogen liggen. In de praktijk zullen de grotere, toekomstgerichte pluimvee- en varkensbedrijven niet kiezen voor verbrede landbouw door middel van dit soort kleinschalige nevenactiviteiten.

Verbrede landbouw ontstaat voornamelijk in gebieden met al een bestaande menging van functies. En gebruikers/bezoekers van deze functies bij een veehouderij kiezen bewust voor een 'verblijf bij de boer' in de nabijheid van stallen en daaraan gerelateerde emissies.

14

Aanvulling MER bestemmingsplan Buitengebied 2023 gemeente Reusel-De Mierden

P

İROYEN NNAER

P199237.010.R1

2 Effecten op watersysteem en beschermde natuur 2.1 Advies Commissie voor de m.e.r. Verdroging beschermde natuurgebieden en het hydrologisch systeem Op basis van het ontwerp-bestemmingsplan kan boomteelt in theorie met bijna 5.000 hectare toenemen. Het MER stelt dat dit geen gevolgen heeft voor het watersysteem en dat geen verdroging optreedt van beschermde natuurgebieden. In deze conclusie is echter geen rekening gehouden met de specifieke kenmerken van het watersysteem in het gebied. Aannemelijk is dat een dermate grote uitbreiding van het aantal hectares aanzienlijke verdrogingseffecten veroorzaakt. Dit effect is niet in beeld, waardoor het bestemmingsplan niet uitvoerbaar is binnen de natuurwetgeving. De Commissie adviseert om te onderzoeken wat de consequenties zijn van een maximale uitbreiding van boomteelt voor verdroging in natuurgebieden en voor het hydrologische systeem, en te beoordelen of het bestemmingsplan op dit punt uitvoerbaar is binnen de kaders van de (voormalige) Wet natuurbescherming. Als aanzienlijke/significante gevolgen niet zijn uit te sluiten, moet het MER mitigerende maatregelen in beeld brengen, ook voor de activiteiten buiten de attentiezones waterhuishouding. Betrek deze maatregelen dan in een Passende beoordeling.

Gevolgen waterkwaliteit door uitbreiding agrarische bedrijven Door uitbreiding van agrarische bedrijven of andere vormen van landbouw kan de waterkwaliteit afnemen en kunnen knelpunten ontstaan in het kader van de Kaderrichtlijn Water. Het MER geeft hier geen informatie over. De Commissie adviseert om de huidige kwaliteit van het oppervlaktewater en knelpunten in het kader van de KRW in beeld te brengen. Beoordeel vervolgens de effecten van de uitbreiding van agrarische bedrijven en andere vormen van landbouw op de kwaliteit van het oppervlaktewater. Breng daarbij maatregelen in beeld om eventuele negatieve effecten te voorkomen.

2.2 Verdroging beschermde natuurgebieden en het hydrologisch systeem In het ontwerp-bestemmingsplan zijn de attentiezones rondom verdrogingsgevoelige natuurgebieden opgenomen als dubbelbestemming, op basis waarvan werken en werkzaamheden alleen met een vergunning toegestaan worden indien de directe of indirecte gevolgen van de werken en werkzaamheden geen aantasting geven van de waterhuishoudkundige situatie en de ecologische waarden en kenmerken van het Natuurnetwerk. Dit is in lijn met de provinciale beschermingsregels en op basis hiervan kan er vanuit gegaan worden dat de planologische bescherming van de verdrogingsgevoelige natuurgebieden afdoende geregeld is. Er is geen noodzaak voor de gemeente om verdergaande planologische beperkingen op te nemen ten opzichte van de beschermingsregels die de provincie in haar omgevingsverordening heeft opgenomen. In een MER worden alleen de realistische maximale mogelijkheden van het plan onderzocht. Het theoretische scenario dat uitgaat van maximaal 5.000 ha boomteelt is niet realistisch. Binnen de provincie Noord-Brabant is al van oudsher de boomteeltsector geconcentreerd in het gebied ten noordoosten en ten oosten van Tilburg en rondom Zundert vanwege de vruchtbare leemhoudende

Aanvulling MER bestemmingsplan Buitengebied 2023 gemeente Reusel-De Mierden

15

P199237.010.R1

zandgrond. De voorkeur van de boomkwekerij gaat uit naar goed ontwaterde zandgronden met een relatief hoog organische stof gehalte. Grootste aandeel van de boomteelt in Brabant vind plaats op dekzandlandschap, eventueel uitstrekkend tot in de beekdalen en geïsoleerde laagten. Er zijn binnen de gemeente Reusel - De Mierden wel boomkwekerijen, maar vanwege de geomorfologische kenmerken is het geen optimaal 'boomteelt-gebied' waar grootschalige uitbreidingen van het areaal boomteelt redelijkerwijs te verwachten zijn. De agrarische landbouwgronden in de gemeente Reusel-De Mierden hebben niet de optimale eigenschappen voor boomteelt. Het buitengebied bestaat in het zuiden vooral uit terrassen (terrasafzettingswelvingen en -vlakten) en landduinen. Boomteelt is hier niet uitgesloten, maar komt hierdoor wel minder voor. Ten noordwesten van Hooge Mierde ligt een gebied met dekzandwelvingen, maar dat gebied ligt binnen de attentiezone waterhuishouding. In het planMER (paragraaf 5.1) staat beschreven dat de ontwikkeling van de boomteeltsector (aantal bedrijven en oppervlakte) binnen de gemeente Reusel-De Mierden over de afgelopen 20 jaar bekeken min of meer stabiel is. Het oppervlakte boomteelt nam in de periode 2000 tot 2014 toe. Vanaf 2014 tot 2017 is weer sprake van een dalende trend en sindsdien is het oppervlakte boomteelt min of meer stabiel.

Ook vanuit dit punt gezien is het niet aannemelijk dat er een grootschalige uitbreiding van boomteelt gaat plaatsvinden. Verder heeft een groot deel van de landbouwgronden planologische randvoorwaarden ten gevolge van een dubbelbestemming (bijvoorbeeld voor archeologische waarden) of gebiedsaanduiding (bijvoorbeeld voor open gebied) op basis waarvan een teeltwisseling naar boomteelt niet vanzelfsprekend toegestaan kan worden en een omgevingsvergunning voor nodig is. Gezien voorgaande is er geen noodzaak om het effect van grootschalige uitbreiding van boomteelt te onderzoeken in het MER en/of boomteelt planologisch uit te sluiten op de agrarische percelen buiten de attentiezone waterhuishouding en als gevolg hiervan deze teelt alleen toe te staan via een omgevingsvergunning.

16

Aanvulling MER bestemmingsplan Buitengebied 2023 gemeente Reusel-De Mierden

P

İROYEN NNAER

P199237.010.R1

2.3 Gevolgen waterkwaliteit door uitbreiding agrarische bedrijven Water in het bestemmingsplan Ruimtelijke ontwikkelingen kunnen van grote invloed zijn op de waterhuishouding in een gebied. Ze kunnen gevolgen hebben voor de waterkwantiteit, de waterkwaliteit en de waterveiligheid. In het bestemmingsplan van de gemeente moeten regels worden opgenomen om de waterbelangen te borgen bij ruimtelijke ontwikkelingen. Onder de Omgevingswet vindt een integrale afweging plaats bij vergunningaanvragen voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Hierbij gaat het om de balans tussen de verschillende functies die locaties binnen een gebied kunnen vervullen. Waterbelangen maken hier onderdeel vanuit. Weging van het waterbelang (voorheen de watertoets) houdt voor de relatie tussen water en ruimte in dat de gemeente bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening moet houden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. De gemeente moet daarom de opvattingen van de waterbeheerder betrekken bij het inschatten van de gevolgen voor het watersysteem. Het ontwerp-bestemmingsplan stelt bij ontwikkelingen waarvoor de bouwregels van toepassing zijn als voorwaarde dat er 'geen onevenredige aantasting van in het geding zijnde waarden' mag zijn. Deze bepaling omvat ook waterkwaliteit, waterkwantiteit (hydrologisch neutraal bouwen) en bescherming van aanwezige hydrologische waarden.

Hiermee wordt invulling gegeven aan de verplichting waterbelangen te wegen en daarmee kunnen mogelijk negatieve effecten voor de waterkwaliteit vanuit het bestemmingsplan voorkomen worden. Bij het opstellen van het definitieve omgevingsplan (voor 2032) zal vanuit een bredere benadering gekeken moeten worden naar de fysieke leefomgeving, ook voor het aspect water. De gemeente heeft in het ontwerp-bestemmingsplan algemene bouwregels opgenomen met het oog op het bevorderen van een goede waterkwaliteit. In de algemene bouwregels staat dat bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk moet zijn verzekerd dat in voldoende mate in het bergen van hemelwater wordt voorzien, overeenkomstig het "Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan Reusel-De Mierden 2017-2021" (vastgesteld d.d. 20-12-2016) of een wijziging hiervan. Bedrijven die willen uitbreiden zullen bij bodem- en grondwaterbedreigende activiteiten via het 'milieuspoor' (omgevingsvergunning of melding) moeten zorgen dat er een verwaarloosbaar risico op verontreiniging is en moeten hiervoor bodembeschermende maatregelen treffen. Hiermee wordt ook voorkomen dat er verontreiniging in het oppervlaktewater optreedt ten gevolge van bedrijfsactiviteiten. Verder mag zonder watervergunning geen afvalwater geloosd worden op het oppervlaktewater.

Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zullen ook deze aspecten meegenomen moeten worden bij de verplichte 'weging van waterbelangen' en bij de beoordeling of er geen sprake is van 'geen onevenredige aantasting van in het geding zijnde waarden' conform de planregels.

Aanvulling MER bestemmingsplan Buitengebied 2023 gemeente Reusel-De Mierden

17

P199237.010.R1

Een extra klimaatadaptieve maatregel in het bestemmingsplan kan nog zijn dat de oppervlakte van alle bouwwerken en verhardingen op een perceel samen maximaal (bijv.) 50% van het totale perceeloppervlak mag bedragen. Of door (ook) percentages op te nemen voor oppervlakte groen. In de regel staat dan bijvoorbeeld dat de oppervlakte aan groen ten minste 30% van het totale perceeloppervlak moet bedragen. Ten aanzien van de waterkwaliteit kan de gemeente nog gebieden aanwijzen waar het verboden is om uit te breiden. Of actieve verplichtingen op nemen tot aanleg en instandhouding van natuurvriendelijke oevers langs een stedelijke watergang. Natuurvriendelijke oevers hebben een positief effect op de biodiversiteit en op verschillende natuurdoelen. En dit draagt bij aan een goede waterkwaliteit. Dit zijn echter maatregelen die te ver gaan voor een consoliderend bestemmingsplan voor het buitengebied en passen beter binnen het definitief omgevingsplan dat uiterlijk 2032 gereed moet zijn.

Bestaande waterkwaliteit De huidige waterkwaliteit in Nederland is niet op orde. Dat geldt zowel voor het grondwater als voor het oppervlaktewater. De nitraatconcentraties in het grondwater op veel landbouwbedrijven lopen sinds 2018 op en liggen op veel plaatsen boven de norm. Op de Brabantse zandgronden wordt de nitraatnorm voor het grondwater en oppervlaktewater overschreden. Ook de biologische waterkwaliteit van oppervlaktewater voldoet op de meeste locaties niet. Er zijn meerdere oorzaken voor de slechte kwaliteit van het oppervlaktewater. De landbouwsector heeft veel invloed op de kwaliteit van grondwater en oppervlaktewater. Bemesting draagt substantieel bij aan de belasting van de waterkwaliteit door stikstof en met beheer van oevers en sloten en heeft veel invloed op de belasting door fosfor. De Kaderrichtlijn Water (KRW) verplicht EU-lidstaten uiterlijk in 2027 te voldoen aan de vastgestelde doelen voor onder andere stoffen en biologie. Alle nodige maatregelen zijn vastgelegd in stroomgebied-beheerplannen (SGBP's). Daarin staan ook de ontwikkelingen in de waterkwaliteit, de begrenzing van KRW-waterlichamen en de resterende opgaven. De wateren in alle EU-lidstaten moeten zich uiterlijk in 2027 in een 'goede ecologische en chemische toestand' bevinden.

De 'ecologische kwaliteit' is de biologische toestand plus de toestand voor nutriënten en andere 'ecologie-ondersteunende stoffen'. De meeste waterlichamen voldoen anno 2023 niet aan de KRWnorm. In de meeste gevallen voldoet de chemische kwaliteit niet en is de ecologische kwaliteit matig, ontoereikend of slecht. Dit laatste komt vooral omdat de biologische kwaliteit niet voldoet. De regels voor waterkwaliteit worden in het stroomgebied van Waterschap De Dommel goed nageleefd. Dat blijkt uit cijfers van toezicht en handhaving. Al jaren worden in 90-95% van de controles de wet niet overtreden.

Bemesting De achterblijvende waterkwaliteit heeft geleid tot maatregelen op Europees niveau. Onderdeel daarvan is de intrekking (eind 2022) van de zogeheten derogatie. De Europese Commissie heeft besloten deze tijdelijke uitzonderingsregeling voor Nederlandse boeren vanaf 1 januari 2023 in drie jaar af te bouwen.

18

Aanvulling MER bestemmingsplan Buitengebied 2023 gemeente Reusel-De Mierden

•CTUC PCÍUDEROYEN ĩp NNAER

P199237.010.R1

In het najaar van 2022 heeft de Europese Commissie besloten de derogatieregeling af te bouwen. Vanaf 2026 mogen Nederlandse landbouwbedrijven niet meer stikstof toedienen dan de Europese norm van 170 kg N per hectare. Daarnaast gelden er aanvullende voorwaarden voor de hele Nederlandse landbouwsector. Hierdoor heeft het besluit ook invloed op het stikstofgebruik op akkerbouw- en veehouderijbedrijven die eerder geen gebruik maakten van derogatie. Drie belangrijke aanvullende voorwaarden gaan over de reductie van de maximaal toegestane hoeveelheid stikstof en fosfaat in de dierlijke mest, de verlaging van het toegestane gebruik van stikstof en fosfaat in door mest verontreinigde gebieden, extensivering van bouwplannen en het maken van verplichte bufferstroken langs watergangen waar geen teelt of bemesting is toegestaan. Alleen zo kan Nederland voldoen aan de Europese Nitraatrichtlijn. Die beoogt dat overal de 'goede landbouwpraktijk' wordt uitgeoefend, waardoor de kwaliteit van het oppervlaktewater verbetert. Dit betekent dat moet worden bemest met de juiste mestsoort, met de juiste dosis, op het juiste tijdstip en met de juiste techniek. De maatregelen uit de derogatiebeschikking hebben vooral op de lange termijn grote invloed op het functioneren van landbouwbedrijven. Akkerbouwers moeten mogelijk hun teeltplannen wijzigen.

Melkveehouders moeten kiezen tussen de melkproductie verminderen, extra ruwvoer aankopen (vanuit het buitenland) of grasland gaan vervangen voor eiwitrijke voedergewassen. Grasland is nietuitspoelingsgevoelig en daarom beter voor de waterkwaliteit. Het risico dat in de provincie Brabant veel grasland wordt omgezet naar maïs- of akkerbouw wordt door het STOWA echter als 'laag' ingeschat. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat het mogelijk is om de negatieve effecten zo te beperken dat ook de waterkwaliteit verbetert. Hiervoor zijn meerdere maatregelen inzetbaar zoals het sturen op een lager stikstofbodemoverschot, een goed slootkantbeheer, en inzet op de goede landbouwpraktijk voor bodembeheer en bemesting. De daadwerkelijke risico's voor de waterkwaliteit hangen daarom samen met de manier waarop de agrarische sector om zal gaan met de maatregelen vanuit de derogatiebeschikking. STOWA heeft een inventarisatie gemaakt van de mogelijke gevolgen van de afschaffing van de derogatie. Waterbeheerders hebben de mogelijkheid om te anticiperen op de mogelijk negatieve effecten hiervan. Zo kunnen ze de Keur uitbreiden met ecologische beoordelingscriteria en regels voor goed beheer van sloten, oevers en perceelsranden. Ook kunnen ze eigen maatregelen inzetten (of versnellen) voor verbetering van de waterkwaliteit gezien de veranderende beleidscontext van het NPLG.

En onderzoek stimuleren naar perspectiefvolle maatregelen voor duurzaam bodembeheer en bemestingspraktijk. Verder zal er meer aandacht komen voor monitoring van effecten (zoals de nitraatconcentratie in het grondwater of de slootvegetatie in het oppervlaktewater) of via monitoring van maatregelen.

Rol waterschap en gemeente Als gebiedspartner binnen het NPLG hebben waterschappen en de verschillende overheden een rol om de opgaves te definiëren en betrokken partijen te stimuleren tot een duurzaam beheer van het bodem- en watersysteem. Binnen de samenwerking van het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer en het NPLG heeft het waterschap een rol om de kwaliteit van het watersysteem te bewaken en inhoudelijke input te leveren voor maatregelen die bijdragen aan verbetering van de waterkwaliteit.

Aanvulling MER bestemmingsplan Buitengebied 2023 gemeente Reusel-De Mierden

19

P199237.010.R1

Beekherstel Reusel - De Mierden Waterschap de Dommel werkt onder andere met de gemeente gefaseerd aan het beekherstelproject Reusel- De Mierden. In 2015 is er een vrijwillige ruilverkaveling uitgevoerd tussen boeren, waterschap, gemeenten en andere overheden in de gemeente Reusel- De Mierden. Hierbij zijn gronden langs de beek vrij gemaakt voor realisatie van het Natuurnetwerk én realisatie van waterdoelen en tegelijk te komen tot een betere verkaveling in het gebied ten gunste van de landbouw.

20

Aanvulling MER bestemmingsplan Buitengebied 2023 gemeente Reusel-De Mierden

P

İROYEN NNAER

P199237.010.R1

3 Milieugevolgen windturbines en zonnevelden 3.1

Advies Commissie voor de m.e.r.

Het ontwerp-bestemmingsplan laat windturbines van maximaal 15 meter hoog binnen de bouwvlakken toe. De gevolgen van deze windturbines zijn - net als van de zonnevelden - volgens het MER positief voor klimaatadaptatie en duurzame energie. De Commissie acht echter aannemelijk dat windturbines ook aanzienlijke negatieve milieueffecten kunnen hebben, met name op het gebied van landschap, natuur (beschermde soorten) en leefkwaliteit (met name geluidhinder). Dit is niet toegelicht en de milieugevolgen zijn niet in beeld. Ook de gevolgen van zonnevelden zijn niet beschreven. De Commissie adviseert om de milieueffecten van de maximale mogelijkheden van het bestemmingsplan te onderzoeken voor windturbines en zonnevelden en maatregelen in beeld te brengen om eventuele negatieve milieueffecten te beperken.

3.2

Milieugevolgen windturbines en zonnevelden

Windturbines Het ontwerp-bestemmingsplan staat alleen kleine windmolens toe van maximaal 12 meter hoog, met een afwijkingsmogelijkheid tot 15 meter. Dit wordt gewijzigd naar rechtstreeks toestaan van kleine windmolens tot 15 meter, omdat er voornamelijk kleine windmolens van 15 meter hoog op de markt zijn. Omdat deze kleine windmolens binnen het bouwvlak gesitueerd moeten worden, zullen die aansluitend op bestaande bedrijfsbebouwing worden gesitueerd en is er geen sprake van nadelige milieueffecten voor de leefomgeving. Het effect op het landschap is ook niet anders bij een kleine windmolen van 12m of van 15m. Nadelige effecten voor landschap en beschermde soorten en geluidhinder zijn alleen relevant bij grotere windturbines. Het bestemmingsplan staat geen nieuwe grote windturbines toe. Het project (windturbinepark) Agro-Wind maakt geen onderdeel uit van dit bestemmingsplan. Zonnepanelen: Bij sloop van vrijkomende agrarische bebouwing (Vab-locaties) staat het ontwerp-bestemmingsplan toe om binnen het bouwvlak tot maximaal 5.000 m2 zonnepanelen op de grond te realiseren. Deze regeling komt voort uit de gemeentelijke ambitie om zo snel mogelijk energie neutraal te zijn, waardoor initiatieven ten behoeve van duurzame energievoorzieningen worden gestimuleerd.

Aangezien de regeling uitsluitend betrekking heeft op locaties met een bestaand bouwvlak en binnen bestaand ruimtebeslag, is de regeling niet strijdig met het geldende provinciaal beleid. Vanwege voortschrijdend inzicht wordt binnen alle overheidslagen meer terughoudend omgegaan bij nieuwe initiatieven met zonnepanelen op de grond. Vooraf moeten de alternatieve mogelijkheden binnen stedelijk gebied, met meervoudig ruimtegebruik in het landelijk gebied of andere vormen van duurzame energie nader beschouwd worden. Gelet op de huidige capaciteitsproblemen van het energienetwerk (netwerkcongestie) is het de vraag of realisering van

Aanvulling MER bestemmingsplan Buitengebied 2023 gemeente Reusel-De Mierden

21

P199237.010.R1

grondgebonden zonnepanelen tot maximaal 0,5 ha binnen een (voormalige) agrarische bouwvlak in ruil voor beëindiging en sloop van een agrarisch bedrijf nog haalbaar en wenselijk is. De planregeling wordt voor vaststelling gedeeltelijk aangepast naar aanleiding van dit advies. Bedrijfslocaties met bestaande zonnepanelen op dak mogen binnen het oorspronkelijke bouwvlak op de grond zonnepanelen plaatsen tot maximaal 0,5 ha. Dit leidt niet tot nieuw ruimtebeslag, aangezien de zonnepanelen binnen de bestaande bebouwingscontouren moeten worden gesitueerd. Ook is er geen nieuwe netaansluiting nodig. Ondernemers met zonnepanelen op de bedrijfsgebouwen leveren in de praktijk al zonnestroom terug. Uitbreiden van zonnepanelen is niet rendabel op dit moment, maar de bestaande zonnepanelen kunnen dan in plaats van op het dak op de grond geplaatst en daarmee behouden worden. Deze regeling voorziet niet in een nieuwe economische drager, maar kan wel een extra belemmering wegnemen om te stoppen met het agrarisch bedrijf.

22

Aanvulling MER bestemmingsplan Buitengebied 2023 gemeente Reusel-De Mierden

«ötľi

P UDEROYEN JPNNAER

P199237.010.R1

4 Beoordeling beschermde diersoorten 4.1 Advies Commissie voor de m.e.r. In het MER is het effect van de scenario's op beschermde soorten in algemene zin beoordeeld. Ondanks dat het MER geen gebiedsspecifieke informatie over de aanwezigheid van beschermde soorten in het plangebied bevat, is het effect van het plan als 'zeer negatief' (worst-case) en 'negatief' (trendmatig scenario) beoordeeld. Dit omdat in algemene zin wordt verwacht dat de scenario's effecten zullen hebben op beschermde soorten. Zonder gebiedsspecifieke kennis is het feitelijk onmogelijk om na te gaan welke soorten(groepen) door het plan risico's lopen op aantasting van de staat van instandhouding. Het is nu ook niet mogelijk om na te gaan in welke mate het in het MER als (zeer) negatief beoordeelde effect door inzet van mitigerende maatregelen kan worden beperkt, zodat deze risico's worden beheerst. Het MER maakt dan ook niet aannemelijk dat het bestemmingsplan op dit punt uitvoerbaar is binnen de (voormalige) Wet natuurbescherming. De Commissie adviseert om de risico's van de verschillende ontwikkelingen die het plan mogelijk maakt op beschermde soorten concreter in beeld te brengen. Verken op basis daarvan in hoeverre er effectieve maatregelen zijn om deze risico's te verkleinen, zodanig dat aannemelijk is dat het plan uitvoerbaar is.

4.2 Beoordeling beschermde diersoorten In april 2024 is door ecologisch adviesbureau Staro een bureauonderzoek naar de aanwezigheid van beschermde flora en fauna in het bestemmingsplangebied uitgevoerd. Hierbij is gebruikgemaakt van gegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). In de rapportage zijn verspreidingskaarten opgenomen met waarnemingen uit de NDFF. De rapportage is bijgevoegd als bijlage bij dit rapport (Bureauonderzoek beschermde soorten Bestemmingsplan buitengebied Reusel - De Mierden, 5 april 2024). Dit onderzoek geeft geen aanleiding tot opnemen van extra maatregelen in het bestemmingsplan. Voor het buitengebied van Reusel - De Mierden zijn de gegevens uit de NDFF gefilterd van de afgelopen 5 jaar (2019 t/m 2024). Daarbij is gekeken naar flora en fauna met een beschermingsstatus volgens de Wet natuurbescherming. De hiermee verkregen data is uitgesplitst in de soortgroepen, amfibieën, insecten-kevers, insecten-dagvlinders, insecten-libellen, reptielen, vaatplanten, vogels, zoogdieren-vleermuizen en zoogdieren-overige. Van iedere soortgroep is weergegeven welke soorten zijn waargenomen en tot welk beschermingsregime deze behoren. Van de soortgroep vogels is een uitsplitsing gemaakt in vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest en soorten die dit niet hebben.

Per soortgroep is de verspreiding van de waargenomen soorten over het bestemmingsplangebied in een kaartbeeld weergegeven. Binnen het bestemmingsplangebied liggen natuurgebieden die behoren tot het Natuurnetwerk Brabant (NNB). Tevens behoren delen van het bestemmingsplangebied tot het Natura 2000-gebied Kempenland - West. De begrenzing van het

Aanvulling MER bestemmingsplan Buitengebied 2023 gemeente Reusel-De Mierden

23

P199237.010.R1

NNB en het Natura 2000-gebied is op de verspreidingskaarten weergegeven. Hiermee is te zien of waarnemingen binnen of buiten deze natuurgebieden zijn gedaan. Voor het bestemmingsplangebied geldt dat over het algemeen voor alle soortgroepen de volledigheid van de gegevens in de delen van het bestemmingsplangebied die binnen het NNB en het Natura 2000-gebied liggen als goed wordt beoordeeld. Voor de delen van het bestemmingsplangebied die buiten het NNB en het Natura 2000-gebied liggen wordt de volledigheid van de gegevens als redelijk tot slecht beoordeeld. Behalve voor de soortgroep dagvlinders. Voor deze soortgroep geldt vrijwel het gehele bestemmingsplangebied als goed en redelijk goed onderzocht. Dit houdt in dat er soorten in het gebied aanwezig kunnen zijn die niet als waarneming in de NDFF staan vermeld. Het voorliggende bureauonderzoek geeft zodoende geen volledige zekerheid over de afwezigheid van beschermde flora en fauna binnen het bestemmingsplangebied. Dit onderzoek geeft weer welke waarnemingen in de NDFF staan ten tijde van raadpleging (18 maart 2024). Bij toetsing van nieuwe ontwikkelingen aan de Omgevingswet dient altijd een veldbezoek te worden uitgevoerd naar de actuele situatie in het plangebied. De meeste waarnemingen zijn gedaan in de gebieden die behoren tot het NNB en Natura 2000.

In deze gebieden wordt onderzoek uitgevoerd ten behoeve van de monitoring van de natuurkwaliteit. In totaal zijn de afgelopen 5 jaar binnen het bestemmingsplangebied 10.406 waarnemingen gedaan van 173 verschillende soorten. Deze soorten behoren tot de soortgroepen vleermuizen (5 soorten), vaatplanten (1 soort), overige zoogdieren (18 soorten), vogels (123 soorten), reptielen (3 soorten), amfibieën (12 soorten), vlinders (5 soorten), libellen (5 soorten) en kevers (1 soort). In figuur 1 van de rapportage (als bijlage bijgevoegd) is de verspreiding over het bestemmingsplangebied weergegeven van het totaal aantal waarnemingen van de afgelopen 5 jaar. In deze figuur is eveneens de begrenzing aangegeven van het NNB en het Natura 2000-gebied Kempenland - West. De figuur laat zien dat de meeste waarnemingen zijn gedaan in de gebieden die behoren tot het NNB en Natura 2000. In de rapportage die als bijlage is bijgevoegd is per soortgroep weergegeven welke soorten de afgelopen 5 jaar zijn waargenomen. Per soort is aangegeven welk beschermingsregime vanuit de Omgevingswet, Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) geldt. De verspreiding van de soorten over het bestemmingsplangebied is per soortgroep in een kaart weergegeven.

Waarnemingen van beschermde vleermuizen, amfibieën, reptielen, insecten en jaarrond beschermde nesten van vogels zijn vooral gedaan in de natuurgebieden (Natura2000 en Natuurnetwerk). Overige beschermde vogelsoorten komen verspreid voor binnen de hele gemeente, maar concentreren zich ook voornamelijk in de natuurgebieden. Waarnemingen van beschermde vaatplanten betreft de drijvende waterweegbree die voorkomt in de beken Reusel en Raamsloop. Het ontwerp-bestemmingsplan stelt bij ontwikkelingen waarvoor de bouwregels van toepassing zijn als voorwaarde dat er 'geen onevenredige aantasting van in het geding zijnde waarden' mag zijn. Deze bepaling omvat ook aanwezige beschermde soorten. Op basis van deze bouwregel zal voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen altijd actueel (veld)onderzoek verricht moeten worden naar de aanwezigheid van soorten (flora en fauna). Verder bevatten de bestemmingen 'Natuur' en 'Bos' beperkende regels ter bescherming van beschermde soorten. Tenslotte komen in de bos- en natuurgebieden de meeste beschermde

24

Aanvulling MER bestemmingsplan Buitengebied 2023 gemeente Reusel-De Mierden

P

İROYEN NNAER

P199237.010.R1

soorten voor. Bouwwerken en gebouwen mogen geen aantasting geven van de ecologische waarden en kenmerken van het Natuur Netwerk Brabant en de gemeente moet advies inwinnen bij een onafhankelijke natuur- en landschapsdeskundige met betrekking tot de vraag of de aanwezige landschappelijke waarden en natuurwaarden door het verlenen van de omgevingsvergunning niet onevenredig c.q. onherstelbaar worden aangetast. Het ontwerp-bestemmingsplan biedt voldoende planologische bescherming aan beschermde soorten. Er is geen noodzaak voor het opnemen van extra regels.

Aanvulling MER bestemmingsplan Buitengebied 2023 gemeente Reusel-De Mierden

25

P199237.010.R1

5 Haalbaarheid uitbreiding veehouderijen 5.1 Advies Commissie voor de m.e.r. De Commissie constateert dat het bestemmingsplan in theorie mogelijkheden biedt voor veehouderijen om uit te breiden, maar dat de voorwaarden strikt zijn. Zo bevat het bestemmingsplan de voorwaarde dat bij iedere individuele bedrijfsuitbreiding de stikstofemissie/depositie niet mag toenemen. Het MER moet dan laten zien of de uitbreidingsmogelijkheden binnen die voorwaarden wel te realiseren zijn, bijvoorbeeld doordat er maatregelen voorhanden zijn die dit gestalte kunnen geven. Het MER biedt onvoldoende handvatten om te beoordelen of het plan in de praktijk daadwerkelijk uitvoerbaar is. Bovendien ziet de Commissie dat er uit andere juridische kaders ook beperkingen voor de haalbaarheid volgen, zoals de strenge geurnormen voor woonkernen in de geurverordening van deze gemeente (0,1 odour units) en mogelijk de wettelijke grenswaarden voor fijnstof. Het MER geeft geen totaalbeeld van dergelijke beperkingen en hoe deze verschillen in het plangebied. Daar komt bij dat het MER een aantal onzekerheden buiten beschouwing laat, die gevolgen kunnen hebben voor de haalbaarheid: ^ De wettelijke '50%-regeling' voor bedrijfsuitbreiding in geuroverbelaste situaties mag op dit moment niet toegepast worden.

^ De gebiedsprocessen rond natuur, water en klimaat kunnen in de toekomst tot verbeteringen van de milieukwaliteit leiden, waardoor kansen voor bedrijfsuitbreiding kunnen ontstaan. Onzeker is echter waar en wanneer dit tot kansen leidt. Alle genoemde voorwaarden en onzekerheden samen kunnen aanzienlijke beperkingen leggen op de praktische haalbaarheid van bedrijfsuitbreidingen. Het MER beschouwt niet welke beperkingen en kansen er in totaliteit zijn en in hoeverre de bedrijfsuitbreidingen in de praktijk realistisch zijn. Een berekening op bedrijfsniveau is voor de besluitvorming over het bestemmingsplan op dit moment niet zinvol, precies vanwege die onzekerheden. Wel van belang is een totaalbeeld van milieuknelpunten en -kansen, zodat duidelijk wordt of de bestemmingen die worden gegeven, in de praktijk voor de meeste bedrijven realistisch zijn, of juist voor de meeste bedrijven geen praktische invulling kunnen krijgen. De Commissie adviseert om de haalbaarheidsanalyse uit het MER beter te onderbouwen door deze uit te breiden met actuele inzichten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=ReuselDeMierden&id=2592f411-54cc-4f99-a62c-c0056028c29b