[23.21502] 230918 Toelichting ontwerpbestemmingsplan Laarakkerdijk 2-2a en Voorste Heikant 3 Reusel
Tekst van het document
Voorste Heikant 3 (Akkerbouw, SBI-2008:011,012, 013) milieucategorie 2 1.
Geur:
10 meter;
2.
Stof:
10 meter;
3.
Geluid:
30 meter;
4.
Gevaar:
10 meter.
De maatgevende afstandsnorm vanaf het bedrijf in het kader van milieuzonering is 30 meter voor het aspect geluid. Uit onderstaande luchtfoto blijkt dat alleen de nabijgelegen woning Voorste Heikant 2 aan de overzijde van de straat binnen de milieuzonering (30 meter) van het bedrijf valt, en dan alleen met betrekking tot geluid. Overige woningen, zoals de bedrijfswoning Voorste Heikant 1 liggen op grotere afstand. Omdat het gebied te kenmerken valt als een ‘gemengd gebied’ mogen de afstandsnormen zoals hierboven worden weergegeven met 1 trede worden verlaagd. Dit betekent dat er ten aanzien van geluid geen rekening hoeft te worden gehouden met een zonder van 30 meter maar met 10 meter. De reden hiervoor is met name gelegen in de geluidsbelasting vanaf de weg, omliggende bedrijven zoals aan de Voorste Heikant 1 en 6 en vanaf het achterliggende (honden)pension. Omdat aan de minimale afstand van 10 meter tussen de inrichting aan de Voorste Heikant 3 en de woning Voorste Heikant 2 wordt voldaan kan op basis van de milieuzonering worden verzekerd dat deze woning geen hinder zal ondervinden van de bedrijvigheid.
Figuur 4-1 inventarisatie milieuzonering Voorste Heikant 3, afstand in beeld gebracht tot woning Voorste Heikant 2
12 SEPTEMBER 2023
^ 27
AGRA-MATIC
4.2
Bestemmingsplan Buitengebied, Laarakkerdijk 2-2a en Voorste Heikant 3 Reusel Toelichting
MILIEUEFFECTRAPPORT
Het instrument milieueffectrapportage (m.e.r.) is ontwikkeld om het milieubelang volwaardig in de besluitvorming te betrekken. In de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage zijn de activiteiten genoemd waarvoor een m.e.r.-plicht of een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. Andere activiteiten zijn in principe niet m.e.r.- (beoordelings)plichtig. Omdat het in dit bestemmingsplan gaat om twee bedrijven wordt voor elke bedrijfsontwikkeling getoetst of hiervoor een milieueffect noodzakelijk is. Laarakkerdijk 2 De bedrijfsontwikkeling aan de Laarakkerdijk 2 betreft het beëindigen van de pluimveehouderrij (vleeskuikenouderdieren) en de uitbreiding van de varkenshouderij. Hiervoor wordt het bouwvlak oppervlakteneutraal vervormd en worden de dieraantallen gewijzigd ten opzichte van de vergunde situatie. De nieuw te bouwen stal krijgt een capaciteit van 896 vleesvarkens of 1.736 gespeende biggen. Op basis van artikel 7.2, eerste lid onder b, van de Wet milieubeheer, in samenhang met artikel 2, vijfde lid onder b van het Besluit milieueffectrapportage, is de oprichting van een installatie voor het fokken, mesten of houden van dieren met 2.000 vleesvarkens of 3.750 gespeende biggen onderworpen aan de m.e.r.-beoordelingsplicht.
De activiteit (nieuwbouw van een stal) overschrijdt dus niet de drempelwaarden uit categorie 14 onderdeel D van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage. In het kader van het milieuspoor is ter voorbereiding van de aanvraag voor een Revisievergunning een vormvrije m.e.r.-beoordelingsnotitie opgesteld door Agra-Matic B.V. De notitie (d.d. 17 juli 2020) is beoordeeld door het Bevoegd gezag, vertegenwoordigd door VTH de Kempen. In bijlage 3 is de notitie en de beoordeling opgenomen. De beoordeling heeft geleid tot een Besluit Milieueffectrapportage (d.d. 27 augustus 2020, zaaknummer REU-2020-0664) waarin is geoordeeld dat geen volledige MER hoeft te worden opgesteld omdat het plan leidt tot een verbetering van de milieugevolgen. Op 11 november 2020 is naar aanleiding van het besluit de aanvraag ingediend voor de Revisievergunning. Dit bestemmingsplan betreft een een-op-een inpassing van de in het Besluit beoordeelde situatie en sluit aan bij de aangevraagde Revisievergunning. Om te borgen dat onderhavig bestemmingsplan niet leidt tot een toename van stikstofdepositie wordt in de planregels geborgd dat een toename van de stikstofdepositie niet is toegestaan. Derhalve is op voorhand duidelijk dat onderhavig plan geen significante gevolgen kan hebben en dat geen passende beoordeling hoeft te worden opgesteld.
Omdat het plan niet zorgt voor een toename van de oppervlakte van het bouwvlak, de stalvloeroppervlakte en bovendien zorgt voor een afname van geuremissie, fijn stof emissies en ammoniakemissies hoeft op grond van de selectiecriteria als bedoeld in bijlage III bij de EEG-richtlijn milieu-effectbeoordeling geen MER te worden opgesteld voor dit project. Voorste Heikant 3 De verwijdering van de aanduiding ‘intensieve veehouderij’ ter plaatse van de Voorste Heikant 3 en het resteren van een akkerbouwbedrijf is geen plan dat wordt genoemd onder een van de beschreven activiteiten in onderdeel C of D van het Besluit milieueffectrapportage. Omdat de bouw en sloopwerkzaamheden zijn vrijgesteld in het kader van de Wet stikstofreductie en
12 SEPTEMBER 2023
28
Bestemmingsplan Buitengebied, Laarakkerdijk 2-2a en Voorste Heikant 3 Reusel Toelichting
AGRA-MATIC
natuurontwikkeling is er ook geen aanleiding voor een passende beoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming. Op grond van de selectiecriteria als bedoeld in bijlage III bij de EEG-richtlijn milieu-effectbeoordeling is tevens niet gebleken dat er belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn die leiden tot een m.e.r.- beoordelingsplicht. Hierbij wijzen wij op wat wij elders in deze toelichting over de afzonderlijke milieuaspecten hebben opgemerkt. Er bestaat dan ook geen aanleiding tot het uitvoeren van een m.e.r.- beoordeling of het opstellen van een volledig Milieueffectrapport. Conclusie De bedrijfsontwikkelingen op beide locaties leiden niet tot een m.e.r.-plichtig bestemmingsplan. Wel is er een vormvrije m.e.r.-beoordelingsnotitie uitgevoerd voor de bedrijfsontwikkelingen aan de Laarakkerdijk 2, zoals opgenomen in bijlage 3 bij dit bestemmingsplan. Hierin is methodisch getoetst of het plan zal leiden tot milieugevolgen die aanleiding geven tot het uitvoeren van een volledige MER, op 27 augustus 2020 is besloten dat deze aanleiding er niet is. Dit bestemmingsplan beoogt te komen tot een een-op-een inpassing van dit besluit. 4.1
ARCHEOLOGIE 4.1.1
Verdrag van Valletta
In 1992 is in het Verdrag van Valetta door de landen van de Europese Unie, waaronder Nederland, ondertekend. Dit verdrag verplicht de Europese overheden tot het beschermen van archeologisch erfgoed. Hierbij wordt als uitgangspunt gehanteerd dat archeologische waarden in situ bewaard moeten blijven. Dat wil zeggen, dat ernaar gestreefd moet worden om de waarden op de locatie te behouden. Als dit niet mogelijk blijkt, bijvoorbeeld bij realisatie van bouwplannen, dan moeten de waarden worden opgegraven en ex situ worden bewaard. 4.1.2
Wet op de archeologische monumentenzorg
Op 1 september 2007 is de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) van kracht geworden. In de Wamz zijn de uitgangspunten van het Verdrag van Valletta voor Nederland nader uitgewerkt. Eén van de uitgangspunten van de Wamz is dat op gemeentelijk niveau op verantwoorde wijze wordt opgegaan met het archeologisch erfgoed. De Wamz heeft dan ook een decentraal karakter en heeft gemeenten tot bevoegd gezag gemaakt wat betreft de zorg voor het archeologische bodemarchief binnen hun grondgebied. 4.1.3
Archeologiebeleid gemeente Reusel-De Mierden
De vijf Kempengemeenten Bladel, Eersel, Bergeijk, Oirschot en Reusel-De Mierden en anderzijds de vier A2 gemeenten Waalre, Heeze-Leende, Valkenswaard en Cranendonck hebben in het kader van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg en de Wet ruimtelijke ordening SRE Milieudienst opdracht gegeven een regionale erfgoedkaart op te stellen. De erfgoedkaart bestaat uit drie delen: de inventarisatiekaarten, de verwachtingen- en waardenkaarten voor archeologie en cultuurhistorie en de beleidskaarten voor archeologie en cultuurhistorie. Voor beide plangebieden zal een beoordeling worden gemaakt van de verwachtingswaarde.
12 SEPTEMBER 2023
^ 29
AGRA-MATIC
Bestemmingsplan Buitengebied, Laarakkerdijk 2-2a en Voorste Heikant 3 Reusel Toelichting
Laarakkerdijk 2 In figuur 4-2 is een uitsnede van de erfgoedkaart weergeven voor de locatie Laarakkerdijk 2.
Legend Archeologische beleidskaart Mogelijlce verstoringen
Esdekken
Archeologisch beleid Categor'e 1: Archeologisch monument | Categore 2: Gebied van archeologische waarde Categorie 3: Gebied met hoge verwachting ® (historische kernen en linten) Categorie 4: Gebied met hoge verwachting Categor e 5: Gebied met middelhoge verwachting Categor e ó: Gebied met lage verwachting Categor e 7: Gebied zonder archeologische verwachting Water
Figuur 4-2 Uitsnede beleidskaart archeologie (Bron: https://atlas.odzob.nl/erfgoed/) ( O = plangebied)
Volgens de archeologische beleidskaart van de gemeente Reusel-De Mierden ligt het plangebied in een gebied met een lage archeologische verwachtingswaarde (categorie 6). In het ontwerpbestemmingsplan Buitengebied is een dubbelbestemming ‘Waarde Archeologie 6’ opgenomen ter plaatse van het plangebied. Met uitzondering van de zuidoosthoek van het plangebied, hier ligt een hoge archeologische verwachtingswaarde (Categorie 4). Echter in dit deel van het plangebied zijn geen fysieke wijzigingen (bouw of sloop) voorzien. De kans op het aantreffen van archeologische vondsten ter plaatse van de te vervangen stal of de te vervangen luchtwasser is bij bodemingrepen in het plangebied klein. Om die reden is een archeologisch onderzoek vereist bij bodemingrepen en te bebouwen oppervlakten die groter zijn dan 25.000 m2 en dieper gaan dan 0,4 m onder maaiveld. In dit geval vinden er geen ingrepen in de bodem plaats die groter zijn dan 25.000 m2 en is geen nader archeologisch onderzoek uitgevoerd. De bouwwerkzaamheden vinden plaats op reeds bebouwde of verstoorde gronden op het agrarische erf. Bij de omgevingsvergunning voor het oprichten van een bouwwerk kan dit aspect in de vergunningprocedure nogmaals worden getoetst. Er is hiervoor een dubbelbestemming opgenomen in deze partiele herziening van het bestemmingsplan die aansluit bij het ontwerpbestemmingsplan Buitengebied.
12 SEPTEMBER 2023
30
Bestemmingsplan Buitengebied, Laarakkerdijk 2-2a en Voorste Heikant 3 Reusel Toelichting
AGRA-MATIC
Voorste Heikant 3
Figuur 4-3 Uitsnede beleidskaart archeologie (Bron: https://atlas.odzob.nl/erfgoed/) ( O = plangebied)
Volgens de archeologische beleidskaart van de gemeente Reusel-De Mierden ligt het plangebied Voorste Heikant in een gebied met een hoge archeologische verwachtingswaarde (categorie 4) en is er sprake van een esdek. De kans op het aantreffen van archeologische vondsten ter plaatse van de te vervangen stal of de te vervangen luchtwasser is bij bodemingrepen in het plangebied klein. Om die reden is een archeologisch onderzoek vereist bij bodemingrepen en te bebouwen oppervlakten die groter zijn dan 500 m2 en dieper gaan dan 0,4 m onder maaiveld. In dit geval vinden er geen ingrepen in de bodem plaats die groter zijn dan 500 m2 of dieper gaan dan 0,4 meter op niet verstoorde gronden. Er is op basis van deze toets geen nader archeologisch onderzoek uitgevoerd. De bouwwerkzaamheden vinden plaats op reeds bebouwde of verstoorde gronden op het agrarische erf. Bij de omgevingsvergunning voor het oprichten van een bouwwerk kan dit aspect in de vergunningprocedure nogmaals worden getoetst. Er is hiervoor een dubbelbestemming opgenomen in deze partiele herziening van het bestemmingsplan die aansluit bij het ontwerpbestemmingsplan Buitengebied.
In het ontwerpbestemmingsplan Buitengebied is een dubbelbestemming ‘Waarde Archeologie 5’ opgenomen ter plaatse van het plangebied. Op basis daarvan is een archeologisch onderzoek vereist bij bodemingrepen en te bebouwen oppervlakten die groter zijn dan 500 m2 en dieper gaan dan 0,4 m onder maaiveld. Conclusie
12 SEPTEMBER 2023
^ 31
AGRA-MATIC
Bestemmingsplan Buitengebied, Laarakkerdijk 2-2a en Voorste Heikant 3 Reusel Toelichting
Het aspect archeologie staat niet in de weg voor het voornemen tot herbestemming. Bij de omgevingsvergunning voor het onderdeel bouw van de beoogde bouwwerken wordt getoetst aan de dubbelbestemming voor Archeologie binnen het plangebied. 4.2
CULTUURHISTORIE
Op de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) van de omgevingsdienst zuidoost Brabant (odzob) zijn de cultuurhistorische (landschaps)waarden van bovenlokaal belang aangegeven. Het plangebied aan de Witrijt 3 is gelegen in de Kempen. De bewoningsgeschiedenis en de inrichting van deze regio zijn in hoge mate bepaald door de natuurlijke terreingesteldheid. De indeling in agrarische gebruikseenheden (akkers, graslanden en woeste gronden) is op veel plaatsen nog goed herkenbaar. Vooral de beekdalen zijn hier en daar buitengewoon goed bewaard gebleven. In combinatie met de dorpen en buurtschappen en de plaatselijk aanwezige kleinschaligheid verleent dit het gebied een grote landschappelijke en cultuurhistorische waarde. Het plangebied is gelegen in het cultuurhistorisch landschap Kempenland. Dit landschap omvat een groot deel van het relatief hoog gelegen zandlandschap ten zuidwesten van Eindhoven. Het landschap wordt doorsneden door verschillende beken en zijbeken. In het westen zijn dat de Reusel en de Groote en Kleine Beerze die in noordelijke richting afwateren. In het oostelijke deel liggen de Ekkersrijt, de Gender en de Run, die in noordoostelijke richting uitmonden in het riviertje de Dommel. Tussen de beekdalen liggen verschillende licht glooiende dekzandruggen die (vooral) langs de beekdalen bedekt zijn met uitgebreide complexen van oude bouwlanden.
Verder komen reliëfrijkere zones voor met stuifduinen uit de late middeleeuwen. Laarakkerdijk 2 In figuur 4-4 is een uitsnede van de Cultuurhistorische waardenkaart weergeven voor de locatie Laarakkerdijk 2. Legend
X
~ 5. Historische Geografie 5. Historische Geografie (lijn)
— Zeer hoog — Hoog Redellijk hoog Leag 5. Historische Geografie (vlak)
| Rijksmonument | Gemeemelijk monument /ļ Zeer hoog 1
1 Hoog | Redelijk hoog
Provinciaal Cultuurhistorisch Vlak
0 ć. Historisch Groen Monumentale domen Monumentale Bomen Historisch groen (vlek) pij Historisch Groen (vlak) 7. Aardkundig waardevolle gebieden
Figuur 4-4 Uitsnede cultuurhistorische waardenkaart Kempen (https://atlas.odzob.nl/erfgoed/)
Uit voorgaande figuur blijkt dat een gedeelte van het plangebied is aangewezen als een vlak met een redelijk hoge waarde, de te beschermen waarde betreft de historie van het landschap als
12 SEPTEMBER 2023
32
Bestemmingsplan Buitengebied, Laarakkerdijk 2-2a en Voorste Heikant 3 Reusel Toelichting
heideontginning. De Laarakkerdijk wordt gezien als een waardevolle historische lijn (redelijk hoog). Het zandpad in zuidwestelijke richting wordt nog hoger gewaardeerd in historische waarde (hoog). Aangezien de bedrijfsontwikkeling en de oppervlakte neutrale vervorming geen effect heeft op deze beide lijnen of op het landschap, zal de bedrijfsontwikkeling niet leiden tot aantasting van de cultuurhistorische waarden in het gebied. Door de landschappelijke inpassing van het bedrijf, op basis van de NRK zal een bijdrage geleverd worden aan de betere landschappelijke inpassing van het bedrijf. Hierdoor wordt bijgedragen aan herstel van de landschappelijke en cultuurhistorische waarden van het plangebied. Voorste Heikant 3 In figuur 4-5 is een uitsnede van de Cultuurhistorische waardenkaart weergeven voor de locatie Voorste Heikant 3. Er liggen binnen het plangebied geen cultuurhistorische waarden. De locatie wordt omringd door oude akkers (type besloten akker).
L
Figuur 4-5 Uitsnede cultuurhistorische waardenkaart Kempen (https://atlas.odzob.nl/erfgoed/)
Conclusie Doel van de cultuurhistorische waardenkaart is dat de informatie in de kaart de mogelijkheid biedt om in de planvorming te adviseren over het bewaren en eventueel herstellen van cultuurhistorische waarden. Daarbij moet niet alleen gedacht worden aan stedenbouwkundige plannen, maar ook aan de planning rond landinrichting en natuurbeheer en natuurbouw. In het beplantingsplan is per locatie met de cultuurhistorische waarde van het plangebied nadrukkelijk rekening gehouden. Hierover meer in de volgende paragraaf.
12 SEPTEMBER 2023
^ 33
AGRA-MATIC
4.3
Bestemmingsplan Buitengebied, Laarakkerdijk 2-2a en Voorste Heikant 3 Reusel Toelichting
LANDSCHAPPELIJKE INPASSING
Door een gespecialiseerde landschapsarchitect is een voorstel gemaakt voor een landschappelijke inpassing van het bedrijf en de omliggende gronden. Hiervoor is onder andere een veldbezoek afgelegd. De landschappelijke inpassingsplannen zijn opgenomen in bijlage 2 bij deze de toelichting en tevens als bijlage bij de regels. Voor de inhoud van de analyses verwijzen wij naar deze bijlagen, in deze paragraaf wordt de toelichting beperkt tot de voorgestelde landschappelijke inpassing van beide plangebieden. Laarakkerdijk 2 In het landschappelijk inpassingsplan in bijlage 2 voor de Laarakkerdijk 2-2a is op pagina 16 een conclusie opgenomen na een analyse van het plangebied, de ontstaansgeschiedenis en de plannen. Op basis van de Nota Ruimtelijke kwaliteit is de locatie gelegen in een ‘jonge heideontginningslandschap’. Op basis hiervan stelt de landschapsarchitect een concept voor dat inzet op het revitaliseren van de ondergroei van de landschappelijke singel aan de noordzijde van het plangebied. De huidige beplanting hier is een bomenrij langs de veldweg en is slechts een overblijfsel van een voormalige brede landschappelijke singel. Deze landschappelijke zone is van oudsher van betekenis als ruimtelijk drager voor het voorliggende plangebied.
Revitaliseren van de singel door aanplant van struikvormers en bomen zou ruimtelijke en ecologische kwaliteitsverbetering opleveren, aldus de landschapsarchitect. Zie onderstaande foto voor een beeld van de huidige situatie van de Singel.
Het tweede element wat voorgesteld wordt om toe te voegen is een forse strook kruidenrijk grasland met solitaire bomen en bomengroepen aan de zuidzijde van het hoofdgebouw, zie figuur 4-6. Doordat de zuidzijde van het gebouw recent voorzien is van zonnepanelen moet schaduwvorming op het dakvlak worden voorkomen. Daarnaast is ook het gebruik van de sleufsilo voor bijproducten van de varkenshouderij gevoelig voor vervuiling met bladeren. Dergelijke vervuiling van het voeder kan leiden tot problemen met de diergezondheid (insleep van ziekten en bacterien) en dient de ondernemer vanuit een voorzorgsbeginsel te voorkomen. Om toch tot een robuuste landschappelijke inpassing te komen aan de zuidzijde wordt daarom voorgesteld om een zone kruidenrijk grasland aan te leggen met strategisch geplaatste bomen(groepen) om het zicht op de gevel te breken. Het derde voorgestelde element betreft het landschappelijk beter inpassen van het voorerf langs de Laarakkerdijk. Voorgesteld wordt om door het plaatsen van enkele strategische elementen zoals Leilindes voor de gevel en met blokhagen in de erfverharding, de overgang tussen weg en erf te verzachten. Hiervoor zal de brede inrit worden ‘gebroken’ en ontstaan feitelijk twee bedrijfsinritten, hierdoor blijft sprake van een praktisch te gebruiken voorerf waarbij vrachtwagens kunnen draaien of rondrijden op het erf.
12 SEPTEMBER 2023
34
AGRA-MATIC
Bestemmingsplan Buitengebied, Laarakkerdijk 2-2a en Voorste Heikant 3 Reusel Toelichting
1) revitaliseren van de ondergroei van de ruimtelijke drager
CONCEPT 1) Revitaliseren van de ondergroei van de drager van het erf, de singel aan de noordwestkant. 2) Realisatie van een strook kruidenrijk grasland met solitaire bomen en bomen groepen. Deze zijn zo te plaatsen dat dit geen opbrengstverlies betreffende de zonnepanelen oplevert! 3) Verzachten van de overgang naar de Laarakkerdijk door de aanleg van stroken met blokhagen en een plantvak met leibomen nabij de gevel.
2) kruidenrijk grasland en bomen
3) plantvakken met leibomen en hagen
Figuur 4-6 Uitsnede voorgestelde landschappelijke elementen Laarakkerdijk 2-2a (pg 16, LIP Guido Paumen, bijlage 2a)
Voorste Heikant 3 Op de volgende pagina is in figuur 4-7 de conceptuele conclusie van de landschappelijke inpassing van het bedrijf Voorste Heikant 3 weergegeven. Ook hier komt de Landschapsarchitect tot een aantal voorstellen voor het verbeteren van de landschappelijke en ecologische kwaliteit aan het erf. Op basis van de Nota Ruimtelijke kwaliteit is de locatie gelegen in een ‘oud agrarisch cultuurlandschap’. Op basis hiervan stelt de landschapsarchitect een concept voor bestaande uit vier elementen. Op de eerste plaats het behouden en verbeteren van de soortenrijkdom door het toevoegen van bomen aan een groensingel op de hoek Voorste Heikant en Herdersdreef. Op de tweede plaats wordt een reeds feitelijk aanwezige grondwal tussen de erven Voorste Heikant 1 en 3 voorzien van een struweelbeplanting. Hiermee wordt het ruimtelijk onderscheid tussen beide erven hersteld en beter herkenbaar in het landschap. Als derde element wordt voorgesteld om de gehele zuidzijde van het erf, waar het erf niet verhard is, te voorzien van bloemrijk grasland. Als vierde element wordt een losse bomenrij toegevoegd aan het erf. Met deze elementen wordt het erf beter landschappelijk ingepast, wordt het zicht op de nieuwe en bestaande bebouwing beter gebroken en zal de ecologische kwaliteit van het plangebied worden versterkt.
12 SEPTEMBER 2023
^ 35
AGRA-MATIC
Bestemmingsplan Buitengebied, Laarakkerdijk 2-2a en Voorste Heikant 3 Reusel Toelichting
1) verbeteren soortenrijkdom, bomen toevoegeni
2) beplanten van de wal met struweel
WĒNĒtWBB^KĚĒĚÈĒIMĒKĒ
CONCEPT 1) Verbeteren van de soortenrijkdom en toevoegen van bomen aan de groensingel op de hoek van de Herdersdreef en de Voorste Heikant.
'*
* ^
2) Beplanten van de aarden wal aan de oostkant met inheems struweel. 3) Inzaaien van de strook tussen de loods en de infiltratiesloot met kruidenrijk grasland. 4) Aanplanten van een losse bomenrij langs de sloot.
3) inzaaien van de strook met kruidenrijk grasland
4) aanplanten van een losse bomenrij
Figuur 4-7 Uitsnede voorgestelde landschappelijke elementen Voorste Heikant 3 (pg 17, LIP Guido Paumen, bijlage 2b)
Conclusie Voor beide plangebieden is door een gespecialiseerde landschapsarchitect een voorstel gedaan voor een verbetering van de ruimtelijke en ecologische kwaliteit. De plannen zijn gemaakt op basis van de maatwerkmethode zoals is voorgeschreven in de Nota ruimtelijke kwaliteit en zijn gericht op een praktische inrichting en gebruik van beide agrarische erven. Hiermee wordt voldaan aan de vereiste voor een goede landschappelijke inpassing van beide bedrijven, op basis van het gemeentelijk en provinciaal beleid. De uitvoering en instandhouding van de landschappelijke elementen wordt geborgd middels een voorwaardelijke verplichting in het bestemmingsplan en door het toekennen van de enkelbestemming ‘groen - landschapselement’ op de grotere landschappelijke elementen op elk plangebied. Tevens zijn er anterieure afspraken gemaakt met de gemeente op dit punt. Hiermee is de uitvoering van de landschappelijke inpassing verzekerd.
12 SEPTEMBER 2023
36
Bestemmingsplan Buitengebied, Laarakkerdijk 2-2a en Voorste Heikant 3 Reusel Toelichting
4.4
AGRA-MATIC
GEURHINDER
Op 17 december 2013 heeft de gemeenteraad van de gemeente Reusel-De Mierden de “Gebiedsvisie gemeente Reusel-De Mierden 2013 ten behoeve van de verordening geurhinder en veehouderij” vastgesteld. In deze gebiedsvisie zijn op grond van de gegevens over geurbelasting en hinder streefwaarden voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat per gebied vastgesteld. Op basis van de milieuzoneringstoets is gebleken dat alleen ten behoeve van de bedrijfsontwikkeling aan de Laarakkerdijk 2 een nadere toets op het aspect geur noodzakelijk is, desalniettemin zal het aspect geurhinder ook worden beschouwd voor de Voorste Heikant 3 in het kader van de omgekeerde werking. Geuronderzoek Laarakkerdijk 2 In de toekomstige situatie kunnen op het bedrijf 1.736 gespeende biggen en 4.472 vleesvarkens (situatie1) of 5.368 vleesvarkens (situatie 2) worden gehuisvest. Beide stallen worden voorzien van één grote luchtwasser achter stal B, namelijk de BWL 2009.12.V6 luchtwasser. Hiervoor is op 19 september 2022 een Revisievergunning milieu (of/of vergunning) verleend. In de vormvrije m.e.r.beoordelingsnotitie en het Besluit hierop van 27 augustus 2020 is het onderdeel geurhinder opgenomen. Ten behoeve van de revisievergunning zijn geurberekeningen opgesteld, deze zijn bijgevoegd in bijlage 4 (situatie 1) en 5 (situatie 2).
In deze paragraaf beperken wij ons tot het bespreken van de resultaten van de berekeningen. Het meest dichtbijgelegen voor geur gevoelige object ligt op een afstand van circa 460 meter. Dit betreft de woning aan de Voorste Heikant 9. Dichterbij gelegen woningen zijn bedrijfswoningen gelegen behorende bij veehouderijen, waardoor deze niet als geurgevoelige objecten worden aangemerkt. De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt vanaf 1 januari 2007 het beoordelingskader voor geurhinder van veehouderijen. Deze wet geeft normen voor de geurbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een voor geur gevoelig object (bijvoorbeeld een woning). In de Wet zijn concentratie gebieden en niet-concentratie gebieden aangewezen, waarbij een hogere geurnorm is toegekend voor de concentratiegebieden. Onderhavige locatie is gelegen in het buitengebied van een concentratiegebied. Voor gemeenten is het, door middel van het vaststellen van een geurverordening, mogelijk om af te wijken van wettelijke normen uit de Wgv. De gemeente Reusel heeft een eigen geurverordening vastgesteld: voor de bebouwde kom een grens van 0,1 OU/s en voor buiten de bebouwde kom een grens van 5 OU/s toepassing zijn. In de vergunde situatie (Wm) van 24 oktober 2010 is de geuremissie (uitstoot) 78.115,81 OU/sec.
In de beoogde situatie 1 (gelijk aan de vergunning van 19 september 2022) is de geuremissie 64.259,2 OU/sec, voor situatie 2 (gelijk aan de vergunning van 19 september 2022) is dit 68.173,6 OU/sec. De emissiefactor voor geur is gebaseerd op de actuele Regeling geur en veehouderij (Rgv). De bedrijfsontwikkeling leidt dus tot een afname van de geuremissie van minimaal 9.942,21 OU/sec. Met onderhavige locatie wordt niet voldaan aan de gestelde norm voor de berekende belasting op geurgevoelige objecten. Voor dergelijke situaties is artikel 3 lid 4 Wgv van toepassing. Deze regeling
12 SEPTEMBER 2023
^ 37
AGRA-MATIC
Bestemmingsplan Buitengebied, Laarakkerdijk 2-2a en Voorste Heikant 3 Reusel Toelichting
biedt de mogelijkheid om uit te breiden in het aantal landbouwhuisdieren wanneer geurbelastingreducerende maatregelen getroffen worden en de overbelaste situatie afneemt. De regeling werkt als volgt: de ondernemer bepaald aan de hand van het aantal vergunde dieren de effecten van de reducerende maatregelen. Maximaal de helft van dit effect mag de ondernemer gebruiken voor uitbreiding van het aantal landbouwhuisdieren, de andere helft komt ten goede aan het geurgevoelig object (vermindering geurbelasting). Door toepassing van de 500Zo regeling wordt binnen de geurnormen gebleven. Met behulp van het rekenprogramma V-stacks Vergunning kan een geurberekening worden gemaakt om de geuremissie vanuit de inrichting op de omgeving te toetsen. In figuur 4-8 is de berekende geurbelasting in de vergunde en aangevraagde situatie in beeld gebracht. Uit kolommen 1 en 2 blijkt dat er in de bestaande situatie op de kern (Beemden 31 en Lensheuvel 91) sprake is van een overbelaste situatie. Met behulp van de 500Zo regeling uit de Wet geurhinder en veehouderij zijn aangepaste geurnormen berekend (derde kolom). In de vierde kolom is de geurbelasting van de variant met de hoogste geuremissies berekend (situatie 2 van de of/of vergunning). Uit onderstaande figuur blijkt dat de bedrijfsontwikkeling leidt tot een forse reductie van de geurbelasting veroorzaakt door dit bedrijf.
Bovendien blijkt hieruit dat het bedrijf kan voldoen aan de berekende geurnormen met behulp van de 5007o regeling, hiermee is het plan uitvoerbaar.
Gevoelige objecten Beemden 31
Geurnorm Geurbelasting Geurnorm VERGUND (wettelijk) (berekend)
Geurbelasting AANVRAAG
0,1 5
0,7
0,5
0,3
Laarakkerdijk 5
2,9
5,0
1,1
Voorste heikant 6a
5
2,3
5,0
Voorste heikant 7b
5
3,9
5,0
1,1 2,0
Voorste heikant 8
5
2,3
5,0
1,2
Voorste heikant 8a
5
2,5
5,0
1,3
Voorste heikant 9
5
5,0
Voorste heikant 10
5
4,1 2,9
2,1 1,5
Voorste heikant 12
5
3,0
5,0
Lensheuvel 91
0,1 5
0,8
0,6
1,6 0,4
2,8
5,0
1,6
Pikoreistraat 10
5,0
Tabel 4-8 Uitkomsten geurberekeningen Vstacks gebied van de voorgrondbelasting (situatie 2)
Uit bovenstaande tabel blijkt de hoogste geurbelasting door dit plan wordt berekend op de meest dichtbij gelegen woning aan de Voorste Heikant 9. Hier is een geurbelasting van 2,1 Oudeur (OU) berekend in de aangevraagde situatie welke reeds vergund is. Dit komt overeen met een goed woonen leefklimaat op basis van de voorgrondbelasting. Omdat het plan sterk bijdraagt aan vermindering van de voorgrondbelasting zal het plan ook bijdragen aan een vermindering van de achtergrondbelasting. Hier is echter geen aanvullend onderzoek naar gedaan.
12 SEPTEMBER 2023
38
Bestemmingsplan Buitengebied, Laarakkerdijk 2-2a en Voorste Heikant 3 Reusel Toelichting
AGRA-MATIC
Geuronderzoek Voorste Heikant 3 De sanering van de intensieve veehouderij aan de Voorste Heikant 3 draagt sterk bij aan de geurbelasting in de omgeving, zie onderstaande uitsnede van de achtergrondkaart geurhinder van de Odzob. Samen met het naastgelegen bedrijf Voorste Heikant 1 zorgt het bedrijf voor een hoge achtergrondbelasting en voor een matig tot slecht woon- en leefklimaat voor omwonenden. Een aantal woningen, zoals bijvoorbeeld de Voorste Heikant 2 hebben een achtergrondgeurbelasting van 28-35 O^m3 en zijn overbelast. In bijlage 6 bij de toelichting is de berekening opgenomen van de voorgrondbelasting veroorzaakt door dit bedrijf. Deze berekening met behulp van V-stacks stamt uit 2016 en laat nog een onderschatting zien van het feitelijke probleem omdat de geurnormen voor een aantal van de gebruikte stalsystemen later omhoog zijn bijgesteld. Maar ook zonder die bijstelling was er in de bestaande situatie sprake van een overbelaste situatie van de norm van 5 OU in het buitengebied. Deze overbelaste situatie is ook de reden voor de mogelijkheid die het bedrijf heeft gekregen voor deelname aan de Warme saneringsregeling varkenshouderij.
Figuur 4-9 Uitsnede kaart achtergrondgeurbelasting Odzob (geraadpleegd d.d. 15-11-202) (O=plangebied)
Omdat de bestaande bedrijfswoning een voormalige bedrijfswoning bij een veehouderij betreft, zullen omliggende veehouderijen zoals de Voorste Heikant 1 niet belemmerd worden door deze ontwikkeling. De reden hiervoor is dat voormalige bedrijfswoningen bij veehouderij in het kader van de wet geurhinder en veehouderij niet meegenomen hoeven te worden bij toekomstige toetsen in het kader van de omgevingsvergunning milieu van omliggende veehouderijen. Het woon- en leefklimaat op de bedrijfswoning Voorste Heikant 3 zal naar verwachting sterk verbeteren, maar zal waarschijnlijk tamelijk slecht tot matig blijven. De reden hiervoor is de naastgelegen varkenshouderij Voorste Heikant 1. Omdat het een woning in het buitengebied betreft en omdat het plan bijdraagt aan een sterke verbetering van het woon- en leefklimaat op omliggende woningen, wordt dit aanvaardbaar geacht.
12 SEPTEMBER 2023
^ 39
AGRA-MATIC
Bestemmingsplan Buitengebied, Laarakkerdijk 2-2a en Voorste Heikant 3 Reusel Toelichting
Conclusie In het uitgevoerde geuronderzoek stonden de volgende onderzoeksvragen centraal: ^ ^
Is ter plaatse een goed woon- en leefklimaat gegarandeerd? (belang geurgevoelig object); Wordt niet iemand onevenredig in zijn belangen geschaad? (belangen veehouderij en derden).
Uit de uitgevoerde berekeningen ten aanzien van de voorgrondbelasting blijkt dat de er ter plaatse van de beoogde situatie aan de Laarakkerdijk 2 sprake is van een goed tot zeer goed woon- en leefklimaat. Geen van de omliggende agrariërs wordt in zijn belangen geschaad, ook toekomstige uitbreidingen van bedrijven hoeven niet te leiden tot problemen met het woon- en leefklimaat gezien de lage berekende waarden van de achtergrondbelasting. De beëindiging van de intensieve veehouderij aan de Voorste Heikant 3 draagt sterk bij aan een verbetering van het woon- en leefklimaat in de omgeving. Hiervoor is gekeken naar de achtergrondbelasting op basis van het beschikbare kaartmateriaal en tevens is de vergunde situatie beoordeeld. Omliggende bedrijven worden niet belemmerd door de verwijdering van de aanduiding intensieve veehouderij aangezien de bedrijfswoning een voormalige bedrijfswoning bij een veehouderij blijft en als zodanig niet wordt gezien als een geurgevoelig object. 4.5
GELUIDSHINDER
Geluidshinder kan meerdere oorzaken hebben. In de Wet geluidhinder wordt onderscheid gemaakt tussen geluidhinder door industriefuncties en door wegverkeerslawaai. In dit geval wordt geen nieuwe geluidsgevoelige functie toegevoegd zoals een woning, waarvoor een onderzoek wegverkeerslawaai verplicht is gesteld. De geluidshinder vanaf beide bedrijven in dit bestemmingsplan is in paragraaf 4.1 in het kader van de milieuzonering aan de orde geweest. Hieruit is gebleken dat omdat de locatie Voorste Heikant 3 is gelegen in een ‘gemengd gebied’. De afstand tot omliggende geluidsgevoelige objecten voldoende is om geluidsgevolgen vanaf de inrichting bij voorbaat uit te sluiten. Deze paragraaf beperkt zich daarom tot de geluidseffecten van de bedrijfsontwikkeling aan de Laarakkerdijk 2. De bedrijfsontwikkeling van de intensieve veehouderij aan de Laarakkerdijk 2 is een vorm van een aan het buitengebied gelieerde industrie waarvoor een geluidsonderzoek industrielawaai verplicht is. Het doel van het geluidsonderzoek is om te kunnen beoordelen wat de effecten zijn van de sloopnieuwbouwplannen op het woon- en leefklimaat van omwonenden. Hierbij wordt het aspect verkeer en de geluidsbelasting die hier mee samenhangt meegenomen.
Er is door het gespecialiseerde en onafhankelijke onderzoeksbureau G&O adviseurs een akoestisch onderzoek industrielawaai uitgevoerd, de rapportage is opgenomen in bijlage 7. Hiervoor is op basis van de bestaande bedrijfssituatie en gezien de toekomstige mogelijkheden van de bedrijfslocatie een inschatting gemaakt van de verwachte verkeersbewegingen. Tevens zijn op basis van de milieutekening van de aangevraagde Revisievergunning van 11 november 2020, de geluidsbronnen ter plaatse van de inrichting meegenomen in de modelberekeningen met het programma Geomilieu (V2020.2).
12 SEPTEMBER 2023
40
Bestemmingsplan Buitengebied, Laarakkerdijk 2-2a en Voorste Heikant 3 Reusel Toelichting
AGRA-MATIC
In bijlage 7 is het rapport (18 mei 2021, nummer 2760ao25321 opgenomen dat de onderzoeksgegevens samenvat en waarin de uitkomsten van het akoestisch onderzoek zijn opgenomen. Het akoestisch onderzoek wordt uitgevoerd middels modelberekeningen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen directe en indirecte geluidhinder. De meest dichtbij gelegen geluidsgevoelige objecten zijn getoetst, namelijk de bedrijfswoningen aan de Pikoreistraat 12 en aan de Laarakkerdijk 1. De meest representatieve (zwaarste) situatie zoals opgenomen in de aanvraag van 11 november 2020 is door het geluidsbureau doorgerekend. 4.5.1
Directe geluidhinder
De resultaten van de overdrachtsberekeningen voor de bepaling van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT en het maximale geluidsniveau LAmax zijn in tabel weergegeven. Hierbij is rekening gehouden met de bestaande omliggende woningen. In onderstaande tabel 4-1 zijn de uitkomsten van het geluidsonderzoek opgenomen:
Tabel 4-1 Berekende geluidsniveaus in de representatieve bedrijfssituaties (tabel 5.1 en 5.2 geluidsrapport G&O bijlage 7)
Het geluidsbureau concludeert op basis van de berekeningen het volgende ten aanzien van de verwachte directe geluidhinder: “Het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau van 45/50 dB(A) etmaalwaarde wordt ter hoogte van de geluidsgevoelige objecten en op 100 meter afstand van de inrichting niet overschreden. Voor wat betreft het maximaal geluidsniveau, hier wordt op de rekenpunten voldaan aan de grenswaarde van 70 dB(A) etmaalwaarde.
12 SEPTEMBER 2023
^ 41
AGRA-MATIC
Bestemmingsplan Buitengebied, Laarakkerdijk 2-2a en Voorste Heikant 3 Reusel Toelichting
Ten tijde van de regelmatige afwijking (afvoer van varkens in de nachtperiode), vinden overschrijdingen plaats van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau van 45 dB(A) etmaalwaarde ter hoogte van de woning Laarakkerdijk 1 en op het rekenpunt 100 meter oosten van de inrichtingsgrens in de nachtperiode. Voor wat betreft het maximale geluidniveau, hier vindt een overschrijding plaats van de grenswaarde van 70 dB(A) etmaalwaarde ter hoogte van de woning Laarakkerdijk 1 tijdens de nachtperiode”. In het rapport is onderzocht welke geluidsreducerende maatregelen op het bedrijf zijn getroffen en welke overige maatregelen zijn te treffen om de overschrijdingen te voorkomen. In deze analyse wordt geconcludeerd dat niet alle overschrijdingen zijn te voorkomen. Dit heeft geleid tot het volgende verzoek: ‘Verzocht wordt om de afvoer van varkens in de nachtperiode 1 keer per week als regelmatige afwijking van de representatieve bedrijfssituatie te beschouwen. De aangevraagde situatie wordt, met in achtneming van het bovenstaande, op het punt van akoestiek vergunbaar geacht’. Door gebruik te maken van de systematiek in de Wet geluidhinder leidt de beoogde situatie niet tot overschrijding van de geluidsnormen. 4.5.2
Indirecte geluidhinder
Indirecte hinder als gevolg van aan- en afrijdend verkeer is berekend op de voorgevel van de woning Laarakkerdijk 1. De ontsluiting van het bedrijf vindt in zijn geheel via deze route plaats. In onderstaande tabel zijn de resultaten van de berekeningen verkeerslawaai weergegeven.
Dag
Avond
Nacht
Etmaal
LAr, LT
LAr, LT
LAr, LT
LEtmaal
dB(A)
dB(A)
dB(A)
dB(A)
Grenswaarde
50
45
40
50
T07
41
--
30
43
Toetspunt
Laarakkerdijk 1 IH
Tabel 4-4 Resultaten berekening wegverkeerslwaai (indirecte geluidhinder) (Tabel 5.4, bijlage 7, G&O)
Het onderzoeksbureau concludeert dat in dit geval voldaan kan worden aan de voorkeurs grenswaarde zoals gesteld in de circulaire "Beoordeling geluidhinder wegverkeer met betrekking tot vergunningen" d.d. 8 september 1994, van 50, 45 en 40 dB(A) etmaalwaarde. Indirecte hinder is hierdoor niet te verwachten. 4.5.3
Conclusie
Uit de uitgevoerde berekeningen concludeert G&O dat voldaan kan worden aan de eisen in de Wet geluidhinder. Hiermee is het plan ten aanzien van het onderdeel geluid niet in strijd met een goede ruimtelijke ordening. De geluidsaspecten zijn onderzocht maar overschrijden niet de wettelijke grenswaarden. Er is ook geen hoger grenswaarde besluit noodzakelijk voor deze plannen.
12 SEPTEMBER 2023
42
Bestemmingsplan Buitengebied, Laarakkerdijk 2-2a en Voorste Heikant 3 Reusel Toelichting
4.6
AGRA-MATIC
BODEM
De bodem ter plaatse van het bedrijf is opgebouwd uit zandgronden. In de Nederlandse Richtlijn Bodembescherming bedrijfsmatige activiteiten (NRB) is een lijst opgenomen met activiteiten die als bodembedreigend worden beschouwd. Zo worden bijvoorbeeld de opslag van dieselolie in een bovengrondse tank, de opslag van oliën in emballage, de opslag van ruwvoer en bijproducten (CCM) en de opslag van dierlijke meststoffen in een put/bassin op grond van de NRB als bodembedreigende activiteiten aangemerkt. In de omgevingsvergunning worden gedragsregels en voorzieningen met het oog op de bescherming van de bodem voorgeschreven. Op grond van artikel 8 van de Woningwet bevat de bouwverordening voorschriften omtrent het tegengaan van bouwen op verontreinigde bodem. Deze voorschriften hebben uitsluitend betrekking op bouwwerken waarin voortdurend of nagenoeg voortdurend mensen aanwezig zullen zijn. Voor de erfverharding en de beoogde bedrijfsgebouwen zullen niet voortdurend (meer dan 2 uur per dag) of nagenoeg voortdurend mensen aanwezig zijn. Een bodemonderzoek is dan ook niet noodzakelijk. Conclusie Het aspect bodem staat niet in de weg voor het planvoornemen. 4.7
LUCHTKWALITEIT
Op 15 november 2007 is de regelgeving voor luchtkwaliteit in werking getreden. In de Wet milieubeheer is tevens een hoofdstuk opgenomen over luchtkwaliteit. In de Wet Luchtkwaliteit 2007 worden eisen gesteld aan de kwaliteit van de lucht. Eén van de eisen is een maximumwaarde voor de hoeveelheid stof die zich in de lucht bevindt. Het plan mag geen nadelige gevolgen hebben voor de luchtkwaliteit in de planomgeving. Er moet sprake blijven van een goed woon- en leefklimaat. Volgens de wettelijke normen is dit het geval als de achtergrondconcentratie fijnstof de norm van 40,0 ^g/m3 niet overschrijdt, waarbij het aantal overschrijdingsdagen niet meer mag bedragen dan 35 per jaar. De Europese richtlijn voor luchtkwaliteit is op 11 juni 2008 van kracht geworden. Fijn stof wordt ook wel aangeduid als PM10, dit zijn deeltjes met een doorsnede van maximaal 10 micrometer. Er worden ook wel deeltjes gemeten met een diameter van maximaal 2,5 micrometer. Deze deeltjes PM2,5 zijn fijner en schadelijker dan PM10. Per 1 januari 2015 is een grenswaarde voor PM2,5 van 25 microgram per m3 lucht opgenomen in de Nederlandse Wet milieubeheer. De bedrijfsbeëindiging aan de Voorste Heikant 3 leidt tot een reductie van de fijn stof verspreiding veroorzaakt door de veehouderij naar 0.
Hierdoor heeft dit plan een grote bijdrage aan de vermindering van de fijn stof belasting in de omgeving van de Voorste Heikant 3 en hiermee dus direct aan het verbeteren van het woon- en leefklimaat op het gebied van fijn stof. De herontwikkeling van het bedrijf richting een akkerbouwbedrijf zorgt voor fors minder emissies en is daarom verder buiten beschouwing gelaten. In navolgende subparagrafen wordt het aspect luchtkwaliteit daarom alleen beschouwd in relatie tot het plangebied Laarakkerdijk 2. In de vormvrije m.e.r.-beoordelingsnotitie in bijlage 3 bij deze toelichting is een dierfabel opgenomen met daarin de overzichten van de vergunde en beoogde situaties. Hierin staat ook uitgewerkt hoeveel de emissies in de vergunde als in de beoogde situatie zijn op het gebied van PM10 en PM2,5
12 SEPTEMBER 2023
^ 43
AGRA-MATIC
Bestemmingsplan Buitengebied, Laarakkerdijk 2-2a en Voorste Heikant 3 Reusel Toelichting
In de vergunde situatie (Wet milieubeheer 2010) mag het bedrijf maximaal 421.443 gram (gr) fijn stof (PM10) en 31.542 gr zeer fijn stof (PM2,5) per jaar uitstoten. In situatie 1 van de aangevraagde Revisievergunning daalt de fijn stof emissie naar 164.672 gr fijn stof (PM10) en 10.880 gr zeer fijn stof (PM2,5). In situatie 2 daalt de emissie tevens, maar dan naar 166.408 gr fijn stof (PM10) en 11.809 gr zeer fijn stof (PM2,5). De bedrijfssituatie 2 leidt tot de meeste emissies in fijn stof en kan dan als maatgevend worden beschouwd. In de m.e.r.-beoordelingsnotities zijn beide situaties beschouwd en berekend, in deze paragraaf beperken wij ons tot de maatgevende situatie. In beide situaties neemt de emissie sterk af. In de maatgevende situatie is sprake van een reductie van de fijn stof (PM10) van 61,5 “/o en in het kader van zeer fijn stof (PM2,5) van 62,5 “/o. Deze reductie wordt bereikt doordat de pluimveehouderij op het bedrijf wordt beëindigd. In navolgende subparagrafen komen de berekeningen aan de orde van de berekende fijn stof belasting op omliggende woningen. 4.7.1
Onderzoek luchtkwaliteit PM 10
In het kader van een worst-case analyse is de bijdrage van de herbestemming ten aanzien van de achtergrondconcentratie fijn stof berekend. Ook is berekend of het plan zal leiden tot meer overschrijdingsdagen per jaar. In bijlage 3 zijn de uitkomsten van de berekeningen opgenomen. In tabel 4-5 zijn de uitkomsten van de berekeningen opgenomen zoals deze zijn uitgevoerd met het rekenprogramma Isl3-a. Voor de input is aangesloten bij het model dat ook is gebruikt voor het akoestisch onderzoek. Hierbij beperken wij ons tot het onderzoek naar de maatgevende situatie (situatie 2). Te beschermen object Naam:
RD X Coord.
RD Y Coord.
Concentratie
Overs chrijding
[microgramZm3]
[dagen]
m
m
Voorste heikant 15
138125
372 554
18.98
6.8
Pikoreistraat 12
137 911
372 470
18.89
6.7
Laarakkerdijk 1
137 984
372 247
18.83
6.7
Beemden 31
139 221
373 861
19,12
6.9
Laarakkerdijk 5
138 016
371 329
19.22
7.0
Voorste heikant Sa
138 541
372 974
18,96
6.3
Voorste heikant 7b
138 372
372 701
18.97
6.8
Voorste heikant 8
138 504
372 979
18.96
6.8
Voorste heikant 8a
138 497
372 927
18.96
6.8
Voorste heikant 9
138 355
372 703
18.97
6.8
Voorste heikant 10
138 432
372 875
18.96
6.8
Voorste heikant 12
138 419
372 868
18.96
6.8
Lensheuvel 91
139 038
373 305
19,12
6.9
Pikoreistraat 10
137 937
373 126
18.91
6.8
Tabel 4-5 Uitkomsten isl3-a berekeningen fijn stof PM 10, bedrijfssituatie 2, Laarakkerdijk 2
Deelconclusie PM 10 De achtergrondconcentratie fijn stof (PM10) en het maximale aantal toegestane overschrijdingsdagen voldoet ook na de herbestemming ter plaatse van omliggende getoetste woningen aan de wettelijke normen en er is daarom ter plaatse van de omliggende woningen aan sprake van een goed woon- en leefklimaat ten aanzien van fijn stof (PM10). Dit woon- en leefklimaat wordt gezien de afname van de emissies naar alle waarschijnlijkheid beter in de beoogde situatie.
12 SEPTEMBER 2023
44 -4
AGRA-MATIC
Bestemmingsplan Buitengebied, Laarakkerdijk 2-2a en Voorste Heikant 3 Reusel Toelichting
4.7.2
Onderzoek luchtkwaliteit PM 2,5
Naast aan fijn stof (PM 10) moet er sinds 1 januari 2015 ook getoetst worden aan de grenswaarde voor zeer fijn stof van PM2,5. Dat speelt bijvoorbeeld bij het verlenen van een omgevingsvergunning of bij het opstellen van een bestemmingsplan. In het besluit moet een gemeente of provincie onderbouwen, dat aan de grenswaarde voor PM2,5 wordt voldaan. Voor de vergunningverlening en de ruimtelijke ordening is alleen de jaargemiddelde grenswaarde voor PM2,5 van belang. Deze grenswaarde is 25 ^g/m3 (microgram per kubieke meter). In bijlage 3 zijn de uitkomsten van de berekeningen opgenomen. In tabel 4-6 zijn de uitkomsten van de berekeningen opgenomen zoals deze zijn uitgevoerd met het rekenprogramma Isl3-a voor zeer fijn stof.
RD X Coord.
RD Y Coord.
Concentratie
Overschrijding
[m]
[m]
[microgramZm3]
[dagen]
Voorste heikant 15
138 125
372 554
12.740
n.v.t.
Pikoreistraat 12
137 911
372 470
12.690
n.v.t.
Laarakkerdijk 1
137 984
372 247
12.690
n.v.t.
Beemden 31
139 221
373 861
13.040
n.v.t.
Laarakkerdijk 5
138 016
371 329
12.740
n.v.t.
Voorste heikant 6a
138 541
372 974
12.740
n.v.t.
Voorste heikant 7b
138 372
372 701
12.740
n.v.t.
Voorste heikant 8
138 504
372 979
12.740
n.v.t.
Voorste heikant 8a
138 497
372 927
12.740
n.v.t.
Voorste heikant 9
138 355
372 703
12.740
n.v.t.
Voorste heikant 10
138 432
372 875
12.740
n.v.t.
Voorste heikant 12
138 419
372 868
12.740
n.v.t.
Lensheuvel 91
139 038
373 305
13.040
n.v.t.
Pikoreistraat 10
137 937
373 126
12.700
n.v.t.
Te beschermen object Naam:
Tabel 4-6 Uitkomsten isl3-a berekeningen fijn stof PM 2,5 bedrijfssituatie 2, Laarakkerdijk 2
Deelconclusie PM 2,5 De achtergrondconcentratie zeer fijn stof (PM2,5) zal in de maatgevende bedrijfssituatie ook na de bedrijfsontwikkeling ter plaatse van omliggende getoetste woningen ruim voldoen aan de wettelijke norm van 25 microgram per m3. Er is daarom ter plaatse van de omliggende woningen aan de sprake van een goed woon- en leefklimaat ten aanzien van zeer fijn stof (PM2,5). Dit woon- en leefklimaat wordt gezien de afname van de emissies naar alle waarschijnlijkheid beter in de beoogde situatie. 4.7.3
Conclusie met betrekking tot fijn stof
Voor dit initiatief zijn voor beide situaties luchtkwaliteit berekeningen uitgevoerd. Hierin is de fijn stofverspreiding van grotere deeltjes (PM10) en kleinere deeltjes (PM2,5) voor beide situaties van het voorgenomen plan in kaart gebracht middels het rekenprogramma ISL3a. Uit het onderzoek blijkt dat met onderhavig plan in 2020 aan de grenswaarde van 40 Įjg per m3 (jaargemiddelde) zal voldoen en bedraagt de concentratie maximaal 19,22jgZm3 voor situatie 1 en 2 en is het aantal overschrijdingsdagen van 7,0 voor situatie 1 en 2 lager dan maximaal 35 dagen die zijn toegestaan.
12 SEPTEMBER 2023
^ 45
AGRA-MATIC
Bestemmingsplan Buitengebied, Laarakkerdijk 2-2a en Voorste Heikant 3 Reusel Toelichting
De berekende PM2,5 belasting bedraagt 13,04 ^g/m3 voor situatie 1 en 2 waardoor ook ruimschoots aan de normen voor PM2,5 wordt voldaan. Dat betekent dat de voorgenomen activiteit aan de grenswaarde van luchtkwaliteit voldoet. 4.8
EXTERNE VEILIGHEID
Het externe veiligheidsbeleid in Nederland is gericht op het verminderen en beheersen van risico’s en effecten van calamiteiten, alsmede het bevorderen van de veiligheid van personen in de omgeving van activiteiten (bedrijven en transport) met gevaarlijke stoffen. Dat gebeurt door te voorkomen dat te dicht bij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden, door de zelfredzaamheid te bevorderen en door de calamiteitenbestrijding te optimaliseren. Ten aanzien van externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt in: 1. Plaatsgebonden risico (PR): ^ Dit is een maat voor de kans dat iemand dodelijk getroffen kan worden door een calamiteit met een gevaarlijke stof. De gestelde norm is een ten minste in acht te nemen grenswaarde (PR 10-6j) die niet mag worden overschreden ten aanzien van kwetsbare objecten, alsmede een zoveel mogelijk te bereiken richtwaarde (PR 10-6j) ten aanzien van beperkt kwetsbare objecten. 2. Groepsrisico (GR): ^ Dit is een maat voor de kans dat een grotere groep tegelijkertijd dodelijk getroffen kan worden door een calamiteit met gevaarlijke stoffen. De gestelde norm is een oriënterende waarde waarvan gemotiveerd mag worden afgeweken. De aanwezige risico’s zijn zeer afhankelijk van het brontype.
De relevante typen zijn: ^ Bedrijven; ^ Vervoer van gevaarlijke stoffen (per spoor, over de weg, het water); ^ Hoogspanningslijnen; ^ Ondergrondse (gas)leidingen (c.q. buisleidingen). 4.8.1
Onderzoek
Beide plangebieden zijn op de risicokaart niet aangewezen als gelegen in een risicogebied van een bedrijf met betrekking tot de externe veiligheid of in de nabijheid daarvan. Navolgend figuur geeft een uitsnede van de risicokaart weer. Uit de risicokaart blijkt dat in de omgeving van de deelgebieden geen risicovolle activiteiten worden uitgevoerd, ook wordt geen nieuw kwetsbaar object toegevoegd door dit plan. Een nadere toetsing aan het aspect externe veiligheid is niet aan de orde.
12 SEPTEMBER 2023
46
Bestemmingsplan Buitengebied, Laarakkerdijk 2-2a en Voorste Heikant 3 Reusel Toelichting
AGRA-MATIC
Figuur 4-10 Uitsnede risicokaart externe veiligheid (blauw is plangebied Laarakkerdijk 2 en in oranje Voorste Heikant 3) (nederland.risicokaart.nl)
4.8.2
Conclusie
Het aspect externe veiligheid vormt geen planologische belemmering voor het plan. Het bedrijf zelf vormt tevens geen risico voor de veiligheid van de omgeving.
12 SEPTEMBER 2023
^ 47
AGRA-MATIC
Bestemmingsplan Buitengebied, Laarakkerdijk 2-2a en Voorste Heikant 3 Reusel Toelichting
4.9
ECOLOGIE 4.9.1
Inleiding
Bij ruimtelijke ingrepen, zoals nieuwbouw, dient rekening te worden gehouden met de natuurwaarden ter plaatse. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen soortenbescherming en gebiedsbescherming. De gebiedsbescherming komt voort uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. De Wet natuurbescherming is het Nationale beleidskader en bepalend voor de soorten- als gebiedsbescherming. Er is in het kader van dit bestemmingsplan een Natuurtoets uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming door Brabant Eco (d.d. 18 november 2021, nr 2021-BE-0973). Het ecologisch rapport is bijgevoegd in bijlage 8. Wij zullen de bevindingen van deze veldecoloog bespreken in deze paragraaf. In de natuurtoets is onderzocht of er een ontheffing nodig is voor het verstoren van soorten in het kader van de Wet natuurbescherming. Ook is onderzocht of er een verklaring van geen bedenkingen moet worden aangevraagd bij de provincie. De volgende onderzoeksvragen zijn geformuleerd: 1.
Komen er natuurwaarden voor, waarvoor het noodzakelijk is om een uitgebreide natuurtoets met mitigatieplan te laten uitvoeren om te beoordelen in hoeverre het project handelingen bevat die in strijd zijn met de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming (soortenbescherming).
2.
Zijn er mogelijke effecten op de Natura2000-instandhoudingsdoelen waardoor er een passende beoordeling gemaakt moet worden (gebiedsbescherming / Wet natuurbescherming).
In de navolgende sub paragrafen gaan wij in op deze onderzoeksvragen. 4.9.2
Vogel- en Habitatrichtlijn
Nederland kreeg in 1967 voor het eerst een Natuurbeschermingswet. Deze wet maakte het mogelijk om natuurgebieden en soorten te beschermen. Op den duur voldeed de wet niet meer aan de eisen die internationale verdragen en Europese verordeningen stellen aan natuurbescherming. Daarom is in 1998 een nieuwe Natuurbeschermingswet gemaakt die alleen gericht is op gebiedsbescherming. De natuurbeschermingswet 1998 is op 1 oktober 2005 gewijzigd. Sindsdien zijn de bepalingen vanuit de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn in de Natuurbeschermingswet verwerkt. Op grond van de Natuurbeschermingswet zijn Natura 2000-gebieden, beschermde natuurmonumenten en wetlands aangewezen en beschermd. Per 1 januari 2017 is dit beschermingsregime opgenomen in de Wet natuurbescherming. Natura 2000 is het Europese netwerk van beschermde natuurgebieden in de Europese Unie. Dit netwerk verbindt bestaande natuurgebieden die vallen onder de Europese Vogelrichtlijn- of de Habitatrichtlijngebieden. De Vogel- en Habitatrichtlijn is bedoeld ter bescherming van bedreigde levensgemeenschappen van planten en dieren en bedreigde soorten van planten en dieren en hun leefgebieden. Voor wat betreft de soortenbescherming zijn de Vogel- en Habitatrichtlijn geïmplementeerd in de Wet natuurbescherming. Ten aanzien van de gebiedsbescherming is het de
12 SEPTEMBER 2023
48
Bestemmingsplan Buitengebied, Laarakkerdijk 2-2a en Voorste Heikant 3 Reusel Toelichting
AGRA-MATIC
bedoeling dat plannen en projecten eenduidig en integraal worden getoetst op hun invloed op de te beschermen natuurwaarden in deze Vogel- en Habitatrichtlijngebieden. Binnen de gemeente Reusel-De Mierden het Natura 2000-gebied ‘Kempenland-West’ gelegen. Het plangebied Voorste Heikant 3 ligt op 4,45 kilometer van dit gebied en de locatie Laarakkerdijk 2 op ruim 5 kilometer. De referentiesituatie bij bestemmingsplannen betreft de feitelijk aanwezige, planologisch legale situatie. Een bestemmingsplan dat voorziet in een ruimtelijke ontwikkeling die ten opzichte van de feitelijk aanwezige, planologisch legale situatie ten tijde van de vaststelling van het plan leidt tot een toename van stikstofdepositie op overbelaste stikstofgevoelige natuurwaarden in een Natura 2000gebied, is een plan dat significante gevolgen kan hebben en dat passend beoordeeld moet worden. Om te borgen dat onderhavig bestemmingsplan niet leidt tot een toename van stikstofdepositie wordt in de planregels geborgd dat een toename van de stikstofdepositie niet is toegestaan. Derhalve is op voorhand duidelijk dat onderhavig plan geen significante gevolgen kan hebben en dat geen passende beoordeling hoeft te worden opgesteld.
Wel wordt een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid opgenomen dat een toename van stikstofdepositie, ten behoeve van de realisatie van de verleende bouwvergunning (kenmerk REU2020-0974), is toegestaan indien er sprake is van een onherroepelijke natuurvergunning waarvoor een passende beoordeling is gemaakt. 4.9.3
Soortenbescherming
Soortenbescherming wordt gewaarborgd door de Wet natuurbescherming. Deze wet is op 1 januari 2017 in werking getreden en beschermt inheemse dier- en plantensoorten waarbij onderscheid wordt gemaakt in verschillende bescherming categorieën. Voor alle activiteiten met een mogelijk effect op beschermde dier- en plantensoorten is toetsing aan de Wet natuurbescherming noodzakelijk. De provincie is hierbij het bevoegde gezag, indien noodzakelijk kan de gemeente bij de provincie een ontheffing aanvragen. Door de veldecoloog is op 11 november 2021 een veldbezoek afgelegd aan beide plangebieden, waarin de effecten op eventuele aanwezige flora en fauna zijn beoordeeld. De bevindingen zijn opgenomen in een natuurtoets zoals bijgevoegd in bijlage 8 bij deze toelichting. In onderstaande opsomming zijn de belangrijkste bevindingen samengevat (pg 30-31): ^
^
^
De ingreep zal naar verwachting niet leiden tot verlies van leefgebied van beschermde soorten. De ingreep heeft geen invloed op de gunstige staat van instandhouding. Een ontheffing Wet natuurbescherming is daarom niet noodzakelijk. Door voor aanvang van het voorjaar te beginnen met bouwen van de akkerbouwloodsen of door de kuilen met plassen op te hogen met zand kan voorkomen worden dat amfibieën er hun eieren in afzetten. In de nabije omgeving van het plangebied komt Natura 2000 gebied en Natuurnetwerk Nederland voor. Omdat bij Voorste Heikant 3 de intensieve varkenshouderij is verdwenen en de te herbouwen varkensstal bij Laarakkerdijk 2-2a wordt gecompenseerd door het
12 SEPTEMBER 2023
^ 49
AGRA-MATIC
Bestemmingsplan Buitengebied, Laarakkerdijk 2-2a en Voorste Heikant 3 Reusel Toelichting
^
^
^
slopen van de pluimveestal, zal er juist een verbetering optreden ten aanzien van Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland. Een nadere toetsing is dus niet aan de orde. Voor alle beschermde, inheemse (ook de algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt vanuit de Wet natuurbescherming een verbod op handelingen die nesten of eieren beschadigen of verstoren. Ook handelingen die een vaste rust- of verblijfplaats van beschermde vogels verstoren zijn niet toegestaan. In de praktijk betekent dit dat verstorende werkzaamheden alleen buiten het broedseizoen uitgevoerd mogen worden. In het kader van de Vogelrichtlijn wordt voor het broedseizoen geen standaardperiode gehanteerd. Van belang is of een broedgeval verstoord wordt, ongeacht de datum. Globaal gaat het om de periode 15 maart tot 15 juli. Werkzaamheden binnen het broedseizoen zijn mogelijk indien is vastgesteld dat er met de werkzaamheden geen nesten van broedvogels worden verstoord. In het kader van de zorgplicht dient men tijdens de uitvoering van werkzaamheden alert te zijn op aanwezige fauna en daarbij, indien noodzakelijk, mitigerende maatregelen te treffen, alert te zijn op aanwezige fauna en daarbij, indien noodzakelijk, mitigerende maatregelen te treffen. Deze maatregelen dienen ervoor om negatieve gevolgen voor beschermde soorten te voorkomen of te verzachten.
Dit kan bijvoorbeeld door buiten kwetsbare periodes (het voortplantings- en winterslaapseizoen) te starten met werkzaamheden en het gefaseerd werken om dieren de kans te geven om te vluchten. Bij onvoorziene omstandigheden dient er direct contact opgenomen te worden met een ter zake deskundige.
Beide plangebieden zijn door een ter zake kundige veldecoloog beoordeeld. Effecten op flora en fauna in de plangebieden zijn niet te verwachten. Omliggende natuurgebieden zullen een positief effect ondervinden van de sanering van de intensieve veehouderij aan de Voorste Heikant 3 en de bedrijfsontwikkeling aan de Laarakkerdijk 2. Hiermee staat het aspect soortenbescherming niet in de weg voor realisatie van het planvoornemen.
12 SEPTEMBER 2023
50
AGRA-MATIC
Bestemmingsplan Buitengebied, Laarakkerdijk 2-2a en Voorste Heikant 3 Reusel Toelichting
4.9.4
Natuur netwerk Brabant
Laarakkerdijk 2 Het plangebied is buiten maar wel aangrenzend aan het Natuur netwerk Brabant gelegen. De externe werking van de planontwikkeling op dit gebied is beoordeeld door de Ecoloog in het kader van het ecologisch onderzoeksrapport zoals opgenomen in bijlage 8 onder hoofdstuk 5 van het rapport. PLEKINFO Ŷ
DOCUMENTEN
KENMERKEN
137991.5,372424.7
Kaart 4: Instructieregels voor gemeenten: natuur en stiltegebieden
D
Attentiezone waterhuishouding Thema: natuur Gebiedsbegrenzing: exact Verwijzing 1 Verwijzing 2
Natuur Netwerk Brabant Thema: natuur Gebiedsbegrenzing: exact Verwijzing 1 Verwijzing 2 Verwijzing ĩ Verwijzing 4
Omgevingswaa rden Thema: water Gebiedsbegrenzing: exact
instructieregels voor waterschappen Thema: instructieregels Gebiedsbegrenzing: exact
Figuur 4-15 Uitsnede kaart 4 Interim omgevingsverordening (IOV) (O=plangebied)
Op basis van het uitgevoerde ecologische onderzoek zijn negatieve effecten niet verwacht ten opzichte van het nabijgelegen natuurnetwerk Brabant. Onder subparagraaf In het ecologisch rapport is een lijst met adviezen opgenomen ten aanzien van de diverse soorten in de omgeving van het plangebied. Hier wordt waar mogelijk gevolg aan gegeven. Voorste Heikant 3 Het plangebied is aan de Voorste Heikant 3 buiten maar wel aangrenzend aan het Natuur netwerk Brabant gelegen. De externe werking van de planontwikkeling op dit gebied is beoordeeld door de Ecoloog in het kader van het ecologisch onderzoeksrapport zoals opgenomen in bijlage 8 onder hoofdstuk 5 van het rapport. Op basis van het uitgevoerde ecologische onderzoek zijn negatieve effecten niet verwacht ten opzichte van het nabijgelegen natuurnetwerk Brabant. De ecologische verbinding in noord-zuid richting is aan de westzijde van het plangebied reeds gerealiseerd en de beëindiging van de intensieve veehouderij zal bij kunnen dragen aan de werking van deze verbindingszone. In het ecologisch rapport is een lijst met adviezen opgenomen ten aanzien van de diverse soorten in de omgeving van het plangebied. Hier wordt waar mogelijk gevolg aan gegeven.