[23.21499] 230918 Regels Bestemmingsplan Laarakkerdijk 2-2a en Voorste Heikant 3 Reusel
Tekst van het document
4.1.4 Functies toegestaan na verlening omgevingsvergunning bestemmingsplanactiviteit Het aanvangen van of het veranderen naar de hierna genoemde nieuwe functies, ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' is uitsluitend toegestaan na verlening van een omgevingsvergunning voor een bestemmingsplanactiviteit als bedoeld in 14.2:
51
1. wonen in een voormalige agrarische bedrijfswoning 2. een niet-agrarisch bedrijf; 3. statische opslag; 4. een recreatiebedrijf in de vorm van dag- en/of verblijfsrecreatie; 5. een horecabedrijf; 6. maatschappelijke- en/of zorgvoorzieningen; 7. duurzame energie in de vorm van zonnepanelen op gronden en/of daken.
4.2 Bouwregels 4.2.1 Toegestane bebouwing Op de binnen deze bestemming gelegen gronden mogen uitsluitend bouwwerken worden gebouwd passende binnen deze bestemming
4.2.2 Algemeen a. b. c. d.
Gebouwen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'. Er mogen uitsluitend bouwwerken voor reëel agrarische bedrijven worden gebouwd. Hiertoe kan advies van een agrarisch adviseur worden ingewonnen. Per aanduiding 'bouwvlak' is maximaal één bedrijf toegestaan. Per aanduiding 'bouwvlak' is maximaal één bedrijfswoning met daarbij behorende bijgebouwen toegestaan
4.2.3 Maatvoering en situering bouwwerken binnen bouwvlak
Bouwwerken algemeen Situering bouwwerken algemeen
niet vóór de voorgevel van de bedrijfswoning en het verlengde daarvan indien geen bedrijfswoning aanwezig is, dan minimaal 15 m tot de as van de weg
bovenstaande situeringseisen gelden niet voor erfscheidingen met een bouwhoogte van max. 1 m
Afstand van bouwwerken tot de
min. 5 m
zijdelingse en achterste bouwgrens
Bedrijfsgebouwen
52
Goothoogte
max. 5 m
Bouwhoogte
max . 12 m
Dakhelling
minimaal 12" en maximaal 60"
Gezamenlijke oppervlakte
max. zoals aangeduid ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwd
bedrijfsgebouwen voor
oppervlak nevenactiviteit (m2)'
nevenactiviteiten Ruimtelijke kwaliteitsborging
nieuwe bedrijfsgebouwen met een bebouwde oppervlakte groter dan 100 m2 zijn uitsluitend toegestaan onder de voorwaarde dat het bouwvlak is voorzien van een zorgvuldige landschappelijke inpassing en deze ook duurzaam in stand wordt gehouden.
Kassen glastuinbouwbedrijf Situering
ter plaatse van de aanduiding 'glastuinbouw'
Goothoogte
max. 5 m
Bouwhoogte
max. 7,5 m
Oppervlakte
max. 3 ha
Teeltondersteunende kassen Situering
binnen een bouwvlak
53
Bouwhoogte
max. 5 m
Oppervlakte
max. 5.000 m 2
Bedrijfswoningen Goothoogte
max. 4 m
Bouwhoogte
max 10 m
Dakhelling
minimaal 20" en maximaal 60" met uitzondering van ondergeschikte delen, zoals serres
ínhoud
max. 750 m3 indien de feitelijk aanwezige, legale inhoudsmaat meer bedraagt dan de hiervoor aangegven maximaal toegestane inhoud, geldt de feitelijk aanwezige, legale inhoudsmaat als de maximale toegestane inhoud
Situering
bij vervangende nieuwbouw van de bedrijfswoning(en) mag de bedrijfswoning uitsluitend gesitueerd worden ter plaatse van de bestaande funderingen en, in geval van uitbreiding, daar direct op aansluitend; de bouwwijze (d.w.z. vrijstaand, halfvrijstaand of aaneengebouwd) van de te herbouwen woning(en) wijkt niet af van de bouwwijze van de oorspronkelijke woning(en) en de maximale inhoud van de nieuw te bouwen bedrijfswoning bedraagt 750 m3
54
Bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen Situering
min. 3 m achter de voorgevelrooilijn van de bedrijfswoning max. 20 m van de bedrijfswoning
Goothoogte
max. 3,2 m
Bouwhoogte
max 5,5 m
Dakhelling
minimaal 20° en maximaal 60° met uitzondering van ondergeschikte delen, zoals serres
Gezamelijke oppervlakte
max. 150 m2
Sloop bonus regeling
bij sloop van een legal feitelijk aanwezig bijbehorend bouwwerk, mag de maximale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken worden verruimd met 50'^ van de te slopen oppervlakte tot een maximum van 200m2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Bouwhoogte erf- en
max. 1 m
terreinafscheidingen vóór de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw
Bouwhoogte overige erf- en
max. 2 m
terreinafscheidingen
Bouwhoogte teeltondersteunende
max. 3,5 m
voorzieningen, anders dan
55
teeltondersteunende kassen
Bouwhoogte van kleinschalige
max. 12 m
windmolens
Bouwhoogte torensilo's en
max. 12 m
voedersilo's
Bouwhoogte mestsilo's
max. 6 m
Bouwhoogte sleufsilo's
max. 2,5 m
Bouwhoogte
max. 12 m
mestbewerkingsinstallatie
Bouwhoogte overige bouwwerken,
max. 4 m
geen gebouw zijnde
Ruimtelijke kwaliteitsborging
nieuwbouw van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met een bebouwde oppervlakte groter dan 100 m2 zijn uitsluitend toegestaan onder de voorwaarde dat het bouwvlak is voorzien van een zorgvuldige landschappelijke inpassing en deze ook duurzaam in stand wordt gehouden
Onoverdekte zwembaden Situering
achter de achtergevelrooilijn van de bedrijfswoning max. 20 m van de bedrijfswoning af
56
Oppervlakte
max. 100 m2
Carports Situering
achter de voorgevel van de bedrijfswoning
Bouw- en goothoogte
max. 3,2 m
Oppervlakte
max. 30 m2
4.3 Afwijken van de bouwregels 4.3.1 Omgevingsvergunning voor het afwijken van de maatvoering Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning, mits het past bij de stedenbouwkundige en architectonische uitstraling van de omgeving, afwijken van het bepaalde in 4.3.3.: a. voor het bouwen van gebouwen op kleinere afstand van de as van de weg mits: 1. het stedenbouwkundig en landschappelijk beeld niet worden aangetast; 2. de verkeersveiligheid niet wordt aangetast; 3. de wegbeheerder wordt gehoord; 4. indien het een woning of ander geluidsgevoelig object betreft, wordt voldaan aan de Wet geluidhinder 5. de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad. b. voor het bouwen op een kortere afstand tot de zijdelingse en/of achterste bouwperceelgrens mits: 1. het stedenbouwkundig en landschappelijk beeld niet worden aangetast; 2. de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad; 3. aannemelijk kan worden gemaakt dat voldoende ruimte aanwezig is rondom het nieuw te bouwen gebouw voor eventueel benodigde erfverharding, silo's en luchtwassers. c. voor het bouwen van gebouwen/bouwwerken vóór de voorgevel van de bedrijfswoning en het verlengde daarvan worden gesitueerd; 1. het stedenbouwkundig en landschappelijk beeld niet worden aangetast; 2. indien het een woning of ander geluidsgevoelig object betreft, wordt voldaan aan de Wet geluidhinder; 3.
de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad
57
d. voor het bouwen met een hogere goot- en bouwhoogte voor bedrijfsgebouwen tot maximaal 7 m respectievelijk 13 m; e. voor het bouwen van kassen bij een glastuinbouwbedrijf met een grotere hoogte tot maximaal 7 m goothoogte en een bouwhoogte van maximaal 10 m; f. voor het bouwen van teeltondersteunende kassen met een grotere hoogte tot maximaal 7 m; g. voor een lagere dakhelling bij bedrijfswoningen, indien dit beter past bij de stedenbouwkundige en architectonische uitstraling van het gebouw ten opzichte van de omgeving; h. voor het bouwen van een bijbehorend bouwwerk op een afstand van meer dan 20 m van de bedrijfswoning indien dit noodzakelijk is in verband met een doelmatige inrichting van het perceel; i. voor het bouwen van terreinafscheidingen voor de voorgevelrooilijn met een hoogte van maximaal 2 m mits hierdoor het stedenbouwkundig beeld en de verkeersveiligheid niet wordt aangetast; j. voor het bouwen van kleinschalige windmolens tot een hoogte van maximaal 15 m; k. voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde tot een hoogte van maximaal 6 m.
4.3.2 Omgevingsvergunning voor het afwijken van de maatvoering Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning, mits het past bij de stedenbouwkundige en architectonische uitstraling van de omgeving, afwijken van het bepaalde in 4.3.3.: a. voor het bouwen van gebouwen op kleinere afstand van de as van de weg mits: 1. het stedenbouwkundig en landschappelijk beeld niet worden aangetast; 2. de verkeersveiligheid niet wordt aangetast; 3. de wegbeheerder wordt gehoord; 4. indien het een woning of ander geluidsgevoelig object betreft, wordt voldaan aan de Wet geluidhinder 5. de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad. b. voor het bouwen op een kortere afstand tot de zijdelingse en/of achterste bouwperceelgrens mits: 1. het stedenbouwkundig en landschappelijk beeld niet worden aangetast; 2. de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad; 3. aannemelijk kan worden gemaakt dat voldoende ruimte aanwezig is rondom het nieuw te bouwen gebouw voor eventueel benodigde erfverharding, silo's en luchtwassers. c. voor het bouwen van gebouwen/bouwwerken vóór de voorgevel van de bedrijfswoning en het verlengde daarvan worden gesitueerd; 1. het stedenbouwkundig en landschappelijk beeld niet worden aangetast; 2. indien het een woning of ander geluidsgevoelig object betreft, wordt voldaan aan de Wet geluidhinder; 3.
de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad d. voor het bouwen met een hogere goot- en bouwhoogte voor bedrijfsgebouwen tot maximaal 7 m respectievelijk 13 m; e. voor het bouwen van kassen bij een glastuinbouwbedrijf met een grotere hoogte tot maximaal 7 m goothoogte en een bouwhoogte van maximaal 10 m; f. voor het bouwen van teeltondersteunende kassen met een grotere hoogte tot maximaal 7 m; g. voor een lagere dakhelling bij bedrijfswoningen, indien dit beter past bij de stedenbouwkundige en architectonische uitstraling van het gebouw ten opzichte van de omgeving;
58
h. voor het bouwen van een bijbehorend bouwwerk op een afstand van meer dan 20 m van de bedrijfswoning indien dit noodzakelijk is in verband met een doelmatige inrichting van het perceel; i. voor het bouwen van terreinafscheidingen voor de voorgevelrooilijn met een hoogte van maximaal 2 m mits hierdoor het stedenbouwkundig beeld en de verkeersveiligheid niet wordt aangetast; j. voor het bouwen van kleinschalige windmolens tot een hoogte van maximaal 15 m; k. voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde tot een hoogte van maximaal 6 m.
4.3.3 Omgevingsvergunning inpandige uitbreiding bedrijfswoning Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.3.3 teneinde een inhoud groter dan 750 m2 toe te staan, indien een bedrijfswoning onderdeel is van een woonboerderijpand, waarbij de voormalige agrarische inpandige stalgedeelten bij de woning kunnen worden gevoegd, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. Er is uitsluitend sprake van inpandige verbouw. b. Er dient sprake te zijn van een volwaardig agrarisch bedrijf. c. Het woon- en leefklimaat mag niet onevenredig worden aangetast. d. De ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende (agrarische) bedrijven mogen niet onevenredig worden beperkt. e. De in het gebied aanwezige waarden mogen niet onevenredig worden aangetast. f. Er moet voldaan worden aan de eisen die gelden ingevolge de Wet geluidhinder.
4.3.4 Omgevingsvergunning herbouw bedrijfswoning Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.3.3. voor het herbouwen van een bedrijfswoning op een andere locatie, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. b. c. d. e. f. g.
Bij herbouw van de bedrijfswoning zijn de bouwregels van artikel 4.3.3. onverminderd van toepassing. De herbouw dient op de andere locatie stedenbouwkundig aanvaardbaar te zijn. Het woon- en leefklimaat mag niet onevenredig worden aangetast. De ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende (agrarische) bedrijven mogen niet onevenredig worden beperkt. De in het gebied aanwezige waarden mogen niet onevenredig worden aangetast. Er moet voldaan worden aan de eisen die gelden ingevolge de Wet geluidhinder. De voormalige bedrijfswoning dient te worden gesloopt.
4.3.5 Omgevingsvergunning bouwwerken voor tijdelijke werknemers Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in de bouwregels voor het realiseren van een logieverblijf voor tijdelijke werknemers in bestaande of te realiseren bedrijfsgebouwen onder de volgende voorwaarden: a.
De huisvesting is nodig voor een doelmatige bedrijfsvoering. De huisvesting dient te worden gebruikt voor de huisvesting van personen, wier huisvesting daar ter plaatse gelet op de bestemming van het gebouw of terrein noodzakelijk is vanwege een tijdelijk grote arbeidsbehoefte op het eigen bedrijf. b. De huisvesting kan niet plaats vinden in de eigen bedrijfswoning. 59
c.
d.
e.
f. g.
h. i. j. k.
Huisvesting in bestaande bedrijfsbebouwing is toegestaan tot een oppervlakte van maximaal 160 m2 per bedrijf (incl. sanitair en gemeenschappelijk verblijf) gedurende maximaal 8 maanden. In afwijking van het bepaalde onder c. kunnen maximaal 3 woonunits worden toegestaan, indien de bestaande bedrijfsbebouwing ontoereikend is, waarbij de volgende voorwaarden gelden: 1. de woonunits zijn gedurende een periode van maximaal 8 maanden toegestaan; 2. de gezamenlijke oppervlakte van de woonunits bdraagt maximaal 90 m2 Er dient te worden voldaan aan de regels van het SNF keurmerk; eisen aan huisvesting gesteld door de Stichting Normering Flexwonen (SNF) of diens rechtsopvolger(s), aan te tonen door een certificaat. Permanente bewoning is niet toegestaan. Er dient vooraf advies te worden ingewonnen van een agrarisch adviseur inzake de noodzaak van de huisvesting van tijdelijke werknemers in het licht van een doelmatige bedrijfsvoering. Er mag geen sprake zijn van milieuhygiënische belemmeringen. Er dient te worden voorzien in een zorgvuldige landschappelijke inpassing. Er dient op eigen terrein te worden voldaan aan de parkeerbehoefte. De verkeersaantrekkende werking dient afgestemd te zijn op de feitelijke ontsluitingssituatie.
4.3.6 Omgevingsvergunning bouwen buiten bouwvlak Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 4.3.2 onder a en artikel 4.3.4 voor het bouwen van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouw zijnde buiten de aanduiding 'bouwvlak', mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a.
b. c. d. e.
f. g. h. i.
er dient te worden voldaan aan de volgende landschappelijke en ruimtelijke kwaliteitseisen: 1. Landschappelijke inpassing: er dient sprake te zijn van een zorgvuldige landschappelijke inpassing van de bedrijfsbebouwing op basis van een door de gemeente goedgekeurd erfbeplantingsplan. Voor veehouderijen ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij' en/of 'grondgebonden veehouderij'geldt dat de oppervlakte van de inpassing minimaal 100Zo van de gezamenlijke oppervlakte van de aanduiding 'bouwvlak' en de bebouwing waarvoor de omgevingsvergunning wordt verleend dient te bedragen. Voor de landschappelijke inpassing vormen de gebiedspaspoorten van de Nota Ruimtelijke Kwaliteit het toetsingskader. 2. kwaliteitswinst: er vindt een kwaliteitswinst van het landschap plaats; er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de in geding zijnde belangen, waaronder die van omwonenden en omliggende (agrarische) bedrijven; de in het gebied aanwezige waarden mogen niet onevenredig worden aangetast; er dient sprake te zijn van een volwaardig agrarisch bedrijf; het oprichten van bebouwing buiten de aanduiding 'bouwvlak' is noodzakelijk uit een oogpunt van doelmatige agrarische bedrijfsvoering en/of -ontwikkeling, waaronder begrepen het kunnen plaatsen van permanente teeltondersteunende voorzieningen; advies kan worden gevraagd aan een agrarisch adviseur over het bepaalde onder d.
en e.; voldaan wordt aan de maatvoeringseisen als opgenomen in 4.3.3 de ontwikkeling mag niet leiden tot een toename van stikstofemissie vanuit de betreffende gronden of bouwwerken; er is sprake van hydrologisch neutraal bouwen;
60
j.
voor (vollegronds)teeltbedrijven gelden de volgende bepalingen: 1. de gezamenlijke oppervlakte van de aanduiding 'bouwvlak' en de bebouwing buiten het bouwvlak waarvoor omgevingsvergunning wordt verleend bedraagt maximaal 2,0 ha; 2. indien de aanduiding 'bouwvlak' groter is dan 2,0 ha, kan in afwijking van het bepaalde onder 1. een omgevingsvergunning voor het oprichten van bebouwing buiten het bouwvlak met een oppervlakte van maximaal 250Zo van de oppervlakte van de aanduiding 'bouwvlak' worden verleend; 3. indien de aanduiding 'bouwvlak' groter is dan 2,0 ha, kan in afwijking van het bepaalde onder 1. een omgevingsvergunning voor het plaatsen van permanente teeltondersteunende voorzieningen buiten het bouwvlak worden verleend indien dit noodzakelijk is en met dien verstande dat de gezamenlijke omvang van permanente teeltondersteunende voorzieningen binnen en buiten de aanduiding 'bouwvlak' maximaal 3,0 ha mag bedragen; 4. de bouw of uitbreiding van kassen is niet toegestaan;
4.4 Specifieke gebruiksregels 4.4.1 Strijdig gebruik In ieder geval geldt als strijdig met de bestemming gebruik van gronden en/of opstallen voor: a.
b. c. d. e. f.
g.
het houden van dieren op meer dan één bouwlaag binnen bedrijfsgebouwen, met uitzondering van: 1. volière- en scharrelstallen voor legkippen waar maximaal twee bouwlagen gebruikt mogen worden 2. legaal bestaande situaties tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen voor zover deze geen bouwwerken zijn; mestbewerking anders dan voor ter plaatse, op het eigen bedrijf, geproduceerde mest, is niet toegestaan; uitbreiding voor een geitenhouderij(tak) is niet toegestaan; opslag buiten de aanduiding 'bouwvlak', met dien verstande dat opslag ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - veldschuur' is toegestaan; de uitoefening van vollegrondsfruit- en/of boomteelt, behoudens bestaand gebruik van de gronden ten behoeve van vollegrondsfruit en/of boomteelt, binnen een afstand van 50 m tot de bestemmingsgrens van voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelige functies, alsmede binnen een afstand van 50 m tot kleinschalige kampeerterreinen; een kleinschalig kampeerterrein binnen 50 m van een aanwezige boomgaard;
4.4.2 Stikstof Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend het gebruik van gronden en bouwwerken en/of het bouwen van bouwwerken, waarbij een toename van stikstofdepositie plaatsvindt afkomstig van de betreffende gronden of bouwwerken.
4.4.3 Aan huis-verbonden-beroep- en bedrijf De uitoefening van een aan-huis-verbonden beroep of een aan-huis-verbonden bedrijf, zoals opgenomen in Bijlage 1 Lijst van rechtstreeks toelaatbare aan-huis-verbonden beroepen en bedrijven, is toegestaan als ondergeschikte activiteit in bedrijfswoningen en bijbehorende bouwwerken, waarbij de volgende bepalingen van toepassing zijn: a.
de omvang van de activiteit bedraagt maximaal 3007o van de gezamenlijke oppervlakte van de bebouwing tot een maximum van 45 m2; 61
b.
het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en mag geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken; c. de activiteit dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn in de woon- en bedrijfsomgeving; d. detailhandel is niet toegestaan; e. de activiteit wordt uitgeoefend door een bewoner.
4.4.4 Overig gebruik overeenkomstig de bestemming Het hiernavolgende gebruik van gronden en opstallen is gebruik overeenkomstig de bestemming: a. b.
het bouwen van carnavals- en corsowagens binnen het bouwvlak; het verharden van gronden voor perceelsontsluiting binnen de aanduiding 'bouwvlak' alsmede tussen de voorzijde van de aanduiding 'bouwvlak' en de openbare weg waarop het bouwperceel ontsloten wordt; c. productiegebonden detailhandel als nevenactiviteit, waarbij de totale gezamenlijke verkoopvloeroppervlakte per agrarisch bedrijf maximaal 100 m2 bedraagt; d. statische opslag als nevenactiviteit en uitsluitend inpandig, waarbij de totale gezamenlijke vloeroppervlakte per agrarisch bedrijf maximaal 1.000 m2 bedraagt; e. het inrichten en gebruiken van een boerenterras met een totale gezamenlijke oppervlakte per agrarisch bedrijf van maximaal 50 m2, waarbij parkeren voor het boerenterras op eigen terrein dient plaats te vinden. f. bestaande verhardingen ten behoeve van perceelsontsluitingen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden - perceelsontsluiting';
4.5 Afwijken van de gebruiksregels 4.5.1 Omgevingsvergunning nevenactiviteit Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken zoals bedoeld in 4.1 voor het toestaan van andere nevenactiviteiten, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. De agrarische functie blijft op het perceel als hoofdfunctie aanwezig en herkenbaar. b. Voor verbrede landbouw en nevenactiviteiten geldt dat de volgende functies bij het agrarische bedrijf zijn toegestaan: 1. statische opslag met een maximum van 2.000 m2 uitsluitend in bestaande bebouwing; 2. recreatieve voorzieningen met een maximum van 750 m2; 3. zorgboerderij met een maximum van 375 m2; 4. bed à breakfast, anders dan bedoeld in 4.2.1, met maximaal 5 kamers/logeereenheden tot een maximum van in totaal 150 m2; 5. een overig niet-agrarisch bedrijf met een maximum van 400 m2. met dien verstande dat bij cumulatie van meerdere vormen van verbrede landbouw en/of nevenactiviteiten, met uitzondering van opslag/kleinschalig kamperen, het totale daarvoor te gebruiken bedrijfsvloeroppervlakte niet mag meer bedragen dan 2507o van het bedrijfsvloeroppervlakte tot een maximum van 750 m2. c. d.
De in het gebied aanwezige waarden mogen niet onevenredig worden aangetast. De verbrede landbouw en/of nevenactiviteit mag geen onevenredige publieks- en/of verkeersaantrekkende werking tot gevolg hebben.
62
e.
f.
De verbrede landbouw en/of nevenactiviteit mag geen onevenredige beperking opleveren van de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende (agrarische) bedrijven. Het woon- en leefklimaat mag niet onevenredig worden aangetast.
4.5.2 Omgevingsvergunning stikstof Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.4.2 voor het toestaan van een toename vanstikstofdepositie mits sprake is van een onherroepelijke vergunning Wet natuurbescherming, waarvoor een passende beoordeling is gemaakt.
4.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.6.1 Omgevingsvergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op en in de gronden de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te (laten) voeren: a. Algemeen: 1. het aanbrengen van oppervlakteverhardingen. 2. het verwijderen van perceelrandbegroeiingen in de vorm van bomen en struiken; 3. het aanbrengen van lage en hoge (voorzover het geen bouwwerken betreft) tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen uitsluitend zolang de teelt het vereist met een maximum van 6 maanden, in de vorm van insectengaas, afdekfolies, tunnels, wandelkappen, schaduwhallen, hagelschermen e.d., waarbij: - de oppervlakte bedraagt maximaal 2,5 ha; 4. afgraven, vergraven, ophogen en egaliseren van de bodem; 5. vellen of rooien van houtgewas; 6. het dempen van poelen, sloten en greppels; 7. het graven van poelen, sloten en greppels 8. de aanleg van drainage.
4.6.2 Uitzonderingen omgevingsvergunningplicht Het onder 4.7.1 vervatte verbod geldt niet voor werken en werkzaamheden: a. welke plaatshebben ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'; b. waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden is verleend; c. welke ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan legaal in uitvoering waren; d. welke betreffen het normale onderhoud en/of landschapsbeheer; e. die worden verricht in het kader van vruchtwisseling
4.6.3 Voorwaarden De in 4.7.1 bedoelde vergunning wordt slechts verleend indien: a.
het bepaalde in 4.7.1 noodzakelijk is voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering dan wel voor landschapsbeheer;
63
b.
na een belangenafweging blijkt dat er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de aanwezige waarden als opgenomen in 4.1.
Artikel 5 Groen - Landschappelijke inpassing 5.1 Bestemmingsomschrijving
5.1.1 Toegestane functies De voor 'Groen - Landschappelijke inpassing' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
het aanbrengen en instandhouden van gebiedseigen (erf)beplanting ter landschappelijke inpassing van gebouwen, verhardingen en andere voorzieningen; b. water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
met bijbehorende bouwwerken en voorzieningen.
5.1.2 Te beschermen waarden a Nota Ruimtelijke Kwaliteit Bij de beoordeling van initiatieven, waaronder de beoordeling van de landschappelijke inpassing, vormen - met betrekking tot de bescherming en ontwikkeling landschapswaarden/ landschappelijke waarden - de gebiedspaspoorten, als opgenomen in de Nota Ruimtelijke Kwaliteit, mede het toetsingskader.
5.2 Bouwregels
5.2.1 Toegestane bebouwing Op de binnen deze bestemming gelegen gronden mogen uitsluitend bouwwerken worden gebouwd passende binnen deze bestemming.
5.2.2 Algemeen a. Uitsluitend zijn bouwwerken, geen gebouw zijnde, toegestaan in de vorm van een erfafscheiding.
5.2.3 Maatvoering bouwwerken Erfafscheiding Bouwhoogte max. 1 m
Vorm
uitsluitend in de vorm van een open constructie
64
5.3 Specifieke gebruiksregels
5.3.1 Strijdig gebruik In ieder geval geldt als strijdig met de bestemming gebruik van gronden en opstallen: a. voor het opslaan, storten of bergen van materialen, producten en mest, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b. het aanbrengen van verhardingen, anders dan bedoeld in 5.4.4.
5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.4.1 Omgevingsvergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op en in de gronden de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te (laten) voeren: a. b.
het aanleggen van wegen en het aanbrengen van overige verhardingen als doorgang; het verwijderen van houtopstanden voor een doorgang.
5.4.2 Uitzonderingen omgevingsvergunningplicht Het onder 5.4.1 vervatte verbod geldt niet voor werken en werkzaamheden: a. waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden is verleend; b. welke ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan legaal in uitvoering waren; c. welke betreffen het normale onderhoud en/of landschapsbeheer.
5.4.3 Voorwaarden De in 5.4.1 bedoelde vergunning wordt slechts verleend indien na een belangenafweging blijkt dat er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de landschappelijke inpassing als opgenomen in 5.1. Voor de belangenafweging zijn in het schema onder 5.4.4 de toetsingscriteria weergegeven.
5.4.4 Schema omgevingsvergunning Omgevingsvergunningplichtige werken,
Criteria voor verlening van de omgevingsvergunning voor
geen bouwwerk zijnde, en
werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden
werkzaamheden het aanleggen van wegen en het aanbrengen de wegen en overige verhardingen moeten noodzakelijk zijn van overige verhardingen als doorgang
voor het (agrarisch) gebruik, behorende bij de naastgelegen bestemming; de wegen en overige verhardingen betekenen geen aantasting
65
van de aanwezige landschappelijke inpassing, danwel er wordt anderszins voorzien in een zorgvuldige landschappelijke inpassing; het verwijderen van houtopstanden voor
het verwijderen moet noodzakelijk zijn voor het (agrarisch)
een doorgang
gebruik, behorende bij de naastgelegen bestemming; het verwijderen betekent geen aantasting van de aanwezige landschappelijke inpassing, danwel er wordt anderszins voorzien in een zorgvuldige landschappelijke inpassing.
Artikel 6 Verkeer 6.1 Bestemmingsomschrijving
6.1.1 Toegestane functies De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor verkeersdoeleinden in de vorm van een: a. voorzieningen voor verkeer en verblijf, waaronder wegen, paden en parkeervoorzieningen, met maximaal het bestaande aantal rijstroken; b. de instandhouding van een onverharde weg ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - onverharde weg'; c. groenvoorzieningen; d. nutsvoorzieningen; e. kabels en leidingen; f. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; g. behoud van landschappelijke en/of cultuurhistorische waarden in de vorm van wegbeplanting of laan beplanting. een en ander met bijbehorende voorzieningen zoals wildbegeleidende en wildbeschermingsvoorzieningen, geluidwerende voorzieningen, bermen, sloten en wegbeplantingen.
6.2 Bouwregels 6.2.1 Toegestane bebouwing Op de binnen deze bestemming gelegen gronden mogen uitsluitend bouwwerken worden gebouwd passende binnen deze bestemming.
66
6.2.2 Algemeen Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, met uitzondering van nutsgebouwen.
6.2.3 Maatvoering en situering bouwwerken
Nutsgebouwen
Bouwhoogte
max . 5 m
Oppervlakte gebouwen
max. 50 m2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Bouwhoogte palen, masten en portalen voor geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer
max. 12 m
Bouwhoogte overige bouwwerken, geen gebouw zijnde
max. 4 m
6.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.3.1 Omgevingsvergunningplicht Het is verboden op de in dit artikel bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden) de in het schema onder 6.3.4 opgenomen omgevingsvergunningplichtige werken en werkzaamheden uit te (doen) voeren.
6.3.2 Uitzonderingen omgevingsvergunningplicht Het onder 6.3.1 vervatte verbod geldt niet voor werken en werkzaamheden: a. waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan aanlegvergunning of omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden is verleend; b. welke ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan legaal in uitvoering waren; c. welke betreffen het normale onderhoud en/of landschapsbeheer.
6.3.3 Voorwaarden De in 6.3.1
67
bedoelde vergunning wordt slechts verleend indien na een belangenafweging blijkt dat er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de aanwezige waarden als opgenomen in 6.1 . Voor de belangenafweging zijn in het schema onder 6.3.4 de toetsingscriteria weergegeven.
6.3.4 Schema omgevingsvergunning Omgevingsvergunningplichtige werken, geen
Criteria voor verlening van de omgevingsvergunning
bouwwerk zijnde, en werkzaamheden
voor werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden
het verharden van onverharde wegen
indien de cultuurhistorische waarden niet onevenredig worden aangetast
Artikel 7 Waarde - Archeologie 4 7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en bescherming van (potentieel) aanwezige archeologische waarden. Deze bestemming werkt primair ten opzichte van de andere (enkel)bestemmingen.
7.2 Bouwregels Voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde gelden de volgende regels: a.
de aanvrager van een omgevingsvergunning die betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder a Wabo (bouwen) dient voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 500 m2 en bouwwerken die dieper gaan dan 0,4 meter onder het maaiveld, een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld; b. indien uit het onder a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen of kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag de omgevingsvergunning weigeren of één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties; 3. het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in lid a indien de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld.
68
7.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.3.1 Omgevingsvergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op en in de gronden de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te (laten) voeren: a.
het uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 0,4 meter onder het maaiveld zoals afgraven, diepploegen, egaliseren, indrijven, frezen, aanleg of rooien van bos, boomgaard of diepwortelende beplanting, aanbrengen van oppervlakteverhardingen, aanleggen van drainage. b. het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten, poelen en greppels; c. het aanleggen van leidingen dieper dan 0,4 meter onder het maaiveld.
7.3.2 Uitzonderingen omgevingsvergunningplicht Het in 7.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a.
het normale onderhoud en/of gebruik betreffen, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; b. de bodem verstoren over een oppervlakte kleiner dan 500 m2; c. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan.
7.3.3 Voorwaarden Voor het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in 7.3.1 gelden de volgende regels: a.
de genoemde vergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden; b. alvorens over de aanvraag wordt beslist, dient de aanvrager een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; c. een rapport is niet noodzakelijk indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Deze informatie wordt dan als een rapport beschouwd.
Artikel 8 Waarde - Archeologie 5 8.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 5' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en bescherming van (potentieel) aanwezige archeologische waarden. Deze bestemming werkt primair ten opzichte van de andere (enkel)bestemmingen.
69
8.2 Bouwregels Voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde gelden de volgende regels: a.
de aanvrager van een omgevingsvergunning die betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder a Wabo (bouwen) dient voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 2.500 m2 en bouwwerken die dieper gaan dan 0,4 meter onder het maaiveld, een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld; b. indien uit het onder a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen of kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag de omgevingsvergunning weigeren of één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties; 3. het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in lid a indien de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld.
8.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.3.1 Omgevingsvergunningsplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op en in de gronden de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te (laten) voeren: a.
het uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 0,4 meter onder het maaiveld zoals afgraven, diepploegen, egaliseren, indrijven, frezen, aanleg of rooien van bos, boomgaard of diepwortelende beplanting, aanbrengen van oppervlakteverhardingen, aanleggen van drainage. b. het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten, poelen en greppels; c. het aanleggen van leidingen dieper dan 0,4 meter onder het maaiveld.
8.3.2 Uitzonderingen omgevingsvergunningplicht Het in 8.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a.
het normale onderhoud en/of gebruik betreffen, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; b. de bodem verstoren over een oppervlakte kleiner dan 2.500 m2; c. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan.
70
8.3.3 Voorwaarden Voor het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in 36.3.1 gelden de volgende regels: a.
de genoemde vergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden; b. alvorens over de aanvraag wordt beslist, dient de aanvrager een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; c. een rapport is niet noodzakelijk indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Deze informatie wordt dan als een rapport beschouwd.
71
3 Algemene regels Artikel 9 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 10 Algemene bouwregels 10.1 Bestaande afwijkende maatvoering In die gevallen, dat de (goot)hoogte, de oppervlakte, de inhoud, een bebouwingspercentage en/of de afstand tot de weg of perceelsgrenzen, en andere maten, in overeenstemming met het bepaalde in de Woningwet dan wel Wet algemene bepalingen omgevingswet tot stand is gekomen, op het tijdstip van ter-inzage-legging van het ontwerp van het plan minder dan wel meer bedraagt dan in de bouwregels in hoofdstuk 2 van deze regels is voorgeschreven respectievelijk toegestaan, geldt die bestaande maatvoering in afwijking daarvan als minimaal respectievelijk maximaal toegestaan.
10.2 Waterberging a.
Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk is verzekerd dat in voldoende mate in het bergen van hemelwater wordt voorzien, overeenkomstig het "Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan Reusel-De Mierden 2017 2021” (vastgesteld d.d. 20-12-2016); b. Indien het "Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan Reusel-De Mierden 2017-2021” als bedoeld onder a. wordt gewijzigd of herzien, moet rekening worden gehouden met deze wijziging dan wel herziening.
Artikel 11 Algemene gebruiksregels 11.1 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend: a. b. c. d.
het gebruik van gronden, gebouwen, bouwwerken en onderkomens voor een seksinrichting en/of escortbedrijf, raamprostitutie en straatprostitutie; het gebruik van gronden voor evenementen, tenzij dit op grond van de regels expliciet is toegestaan; het gebruik van gronden voor kleinschalig kamperen, tenzij dit op grond van de regels expliciet is toegestaan; het gebruik voor wonen van vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij een woning;
11.2 Afwijken gebruiksverbod a. Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van de regels voor het realiseren van kleinschalig kamperen, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: 1. Het aantal kampeermiddelen bedraagt maximaal 25. 2. De oppervlakte bedraagt maximaal 0,5 ha.
72
3.
Kleinschalig kamperen is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' binnen de bestemming Agrarisch en Agrarisch met waarden Landschap. 4. Indien er hierbinnen onvoldoende ruimte is, is kleinschalig kamperen toegestaan in de direct aangrenzende agrarische bestemming. 5. De in de bestemmingsomschrijving aangegeven waarden mogen niet onevenredig worden aangetast. 6. Per terrein is 50 m2 aan bebouwing mogelijk ten behoeve van kleinschalig kamperen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' binnen de bestemming Agrarisch en Agrarisch met waarden - Landschap. 7. er dient sprake te zijn van een zorgvuldige landschappelijke inpassing van de bedrijfsbebouwing op basis van een door de gemeente goedgekeurd erfbeplantingsplan; voor een zorgvuldige landschappelijke inpassing vormt de Nota Ruimtelijke Kwaliteit het toetsingskader; 8. Permanente bewoning is niet toegestaan. b. Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van de regels voor het realiseren van een paardenbak, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: 1. Het betreft uitsluitend voor hobbymatig gebruik van de paardenbak. 2. Aangetoond wordt dat situering van de paardenbak binnen de bestemming ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' binnen de bestemming Agrarisch en Agrarisch met waarden - Landschap niet mogelijk is 3.
Paardenbakken zijn uitsluitend toegestaan in de agrarische bestemmingen Agrarisch en Agrarisch met waarden - Landschap , bij voorkeur aan de achterzijde, mits dit geen Natuur Netwerk Brabant betreft. 4. Lichtmasten, geluidsinstallaties en andere aan de paardenbak verwante bouwwerken zijn niet toegestaan. 5. De oppervlakte bedraagt maximaal 1.000 m2. 6. Er dient sprake te zijn van een zorgvuldige landschappelijke inpassing van de bedrijfsbebouwing op basis van een door de gemeente goedgekeurd erfbeplantingsplan; voor een zorgvuldige landschappelijke inpassing vormt de Nota Ruimtelijke Kwaliteit het toetsingskader.
Artikel 12 Algemene aanduidingsregels 12.1 Overige zones conform Interim Omgevingsverordening Noord Brabant
12.1.1 Overige zone - cultuurhistorisch waardevol gebied Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - cultuurhistorisch waardevol gebied' gelden specifieke regels. Deze specifieke regels zijn opgenomen in de bestemming waarbinnen dit geldt.
12.1.2 Overige zone - groenblauwe mantel Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - groenblauwe mantel gelden specifieke regels. Deze specifieke regels zijn opgenomen in de bestemming waarbinnen dit geldt.
12.2 Overige zones conform omgevingsvisie Reusel-De Mierden Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - ruwvoeropslag' gelden specifieke regels. Deze specifieke regels zijn opgenomen in de bestemming waarbinnen dit geldt.
73
12.2.1 Overige zone - buurtschappen en linten Ter plaatse van de aanduiding 'Overige zone - buurtschappen en linten' is het beleid gericht op de instandhouding van de historische bebouwingsclusters met een menging van functies een kleinschalige schaalgrootte.
12.2.2 Overige zone - primaat landbouw 1 Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - primaat landbouw 1' is het beleid gericht op de verdere ontwikkeling en het stimuleren van innovaties in grootschalige intensieve dierhouderij, rekening houdend met milieu- en gezondheidsrisico's, alsmede grootschalige energieopwekking, in combinatie met het tegengaan van nieuwe gevoelige functies zoals wonen.
12.2.3 Overige zone - primaat landschap Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - primaat landschap' is het beleid gericht op de versterking van het Kempisch kleinschalig karakter in landschappelijke en cultuurhistorische zin, met bebouwing en functies die passen bij de omgeving.
12.3 Overige zones 12.3.1 Overige zone - openheid Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - openheid' gelden specifieke regels. Deze specifieke regels zijn opgenomen in de bestemming waarbinnen dit geldt.
12.3.2 Overige zone - ruwvoeropslag Ter plaatse van de aanduiding 'Overige zone - ruwvoeropslag' gelden specifieke regels. Deze specifieke regels zijn opgenomen in de bestemming waarbinnen dit geldt.
12.4 Overige zones - voorwaardelijke verplichting 12.4.1 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing Laarakkerdijk 2-2a Het gebruik van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - voorwaardelijke verplichting - landschappelijke inpassing Laarakkerdijk 2-2a is alleen toegestaan als de landschappelijke inpassing zoals opgenomen in bijlage 2 binnen 1 jaar is gerealiseerd en duurzaam in stand wordt gehouden.
12.4.2 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing Voorste Heikant 3 Het gebruik van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - voorwaardelijke verplichting - landschappelijke inpassing Voorste Heikant 3 is alleen toegestaan als de landschappelijke inpassing zoals opgenomen in bijlage 3 binnen 1 jaar is gerealiseerd en duurzaam in stand wordt gehouden.
Artikel 13 Algemene afwijkingsregels 13.1 Algemeen Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van:
74
a. b.
c.
d.
e.
f.
g.
de bestemmingsbepalingen en toestaan dat bebouwingsgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; de bestemmingsbepalingen en toestaan dat openbare nutsgebouwtjes, wachthuisjes voor het openbaar vervoer, telefooncellen, gebouwtjes voor de bediening van kunstwerken, toiletgebouwtjes, en naar aard daarmee gelijk te stellen gebouwtjes worden gebouwd, mits: 1. de oppervlakte per gebouwtje bedraagt maximaal 20 m2; 2. de bouwhoogte bedraagt maximaal 3,5 m 3. het bouwwerk mag geen aantasting geven van de ecologische waarden en kenmerken van het Natuur Netwerk Brabant, de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, en toestaan dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, wordt vergroot: 1. voor kunstwerken, geen gebouwen zijnde, tot maximaal 20 m; 2. voor tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen tot maximaal 3,50 m; 3. voor vrijstaande antennemasten tot maximaal 18 m 4. voor lichtmasten en vlaggenmasten tot maximaal 8 m; het bepaalde ten aanzien van de maximale bouwhoogte van gebouwen en toestaan dat de bouwhoogte van gebouwen voor plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers, lichtkappen en technische ruimten, mits: 1. de maximale oppervlakte van de vergroting maximaal 100Zo van het bouwwerk bedraagt 2.
de bouwhoogte maximaal 1,50 maal de maximale bouwhoogte van het betreffende gebouw bedraagt; de bepalingen voor de bouw van gebouwtjes voor bancaire dienstverlening, met dien verstande, dat: 1. de bebouwde oppervlakte maximaal 5 m2 bedraagt 2. de bouwhoogte maximaal 2,5 m bedraagt; de bepalingen om trekkershutten te kunnen realiseren, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: 1. Het aantal trekkershutten bedraagt maximaal 3. 2. De totale oppervlakte bedraagt maximaal 100 m2. 3. Trekkershutten zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' binnen de bestemming Agrarisch en Agrarisch met waarden Landschap. Agrarisch en Agrarisch met waarden - Landschap 4. In afwijking van het bepaalde onder sub 3 zijn er - indien er hierbinnen onvoldoende ruimte is - trekkershutten als kleinschalige voorziening toegestaan in de direct aangrenzende agrarische bestemming, mits: - er sprake is van een kernrandzone, dan wel een gebied dat gezien de ligging en het feitelijk gebruik gerekend kan worden tot de kernrandzone; - de totale oppervlakte bedraagt maximaal 90 m2. 5. De in de bestemmingsomschrijving aangegeven waarden mogen niet onevenredig worden aangetast. 6.
Er dient sprake te zijn van een zorgvuldige landschappelijke inpassing van de bedrijfsbebouwing op basis van een door de gemeente goedgekeurd erfbeplantingsplan; voor een zorgvuldige landschappelijke inpassing vormt de Nota Ruimtelijke Kwaliteit het toetsingskader 7. Het mag geen aantasting geven van de ecologische waarden en kenmerken van het Natuur Netwerk Brabant. de onder a tot en met f genoemde afwijkingen kunnen uitsluitend verleend worden, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; 2. de verkeersveiligheid;
75
3. 4. 5.
de sociale veiligheid; de milieusituatie; en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden
13.2 Wijziging erfinrichtingsplan voor landschappelijke inpassing Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van de vereiste landschappelijke inpassing, zoals bepaald in een erfinrichtingsplan dat onderdeel is van de planregels (bijlage bij de regels) of een verleende omgevingsvergunning, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a.
uit een door burgemeester en wethouders goed te keuren (erf)inrichtingsplan blijkt dat wordt voldaan aan het volgende: 1. de landschappelijke inpassing heeft een minimale omvang van 200Zo van de omvang van het bestemmingsvlak; 2. de landschappelijke inpassing voldoet aan de richtlijnen zoals opgenomen in de Nota Ruimtelijke kwaliteit; 3. de landschappelijke inpassing mag zowel binnen als buiten het bouwvlak worden gerealiseerd.
Artikel 14 Overige regels 14.1 Melding Bed&Breakfast Onderstaande regels met betrekking tot meldingen gelden uitsluitend in combinatie met de regels in de betreffende bestemming waar is verwezen naar 14.1
14.1.1 Voorwaarden De meldingsplichtige functie is uitsluitend toegestaan indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: Functie
Voorwaarden
bed ä breakfast met max. 2
de bed ä breakfast wordt uitgeoefend in de (bedrijfs)woning
kamers/logeereenheden (4 bedden) in een
en niet in een vrijstaand bijbehorend bouwwerk bij de
(bedrijfs)woning
(bedrijfs)woning; het aantal kamers/logeereenheden voor de bed ä breakfast bedraagt maximaal 2 (4 bedden); de bed ä breakfast wordt geëxploiteerd door de (hoofd)bewoner van de (bedrijfs)woning; er wordt voorzien de parkeerbehoefte op eigen terrein.
14.1.2 Procedureregels a.
De melding wordt tenminste zes weken voor aanvang van de functie gedaan bij het college van burgemeester en wethouders. 76
b.
c.
Bij de melding worden de volgende gegevens verstrekt: 1. een duidelijke omschrijving van de aard, de omvang en de locatie (inclusief begrenzing) van de functie en de datum waarop de functie aanvangt; 2. een situatietekening; 3. naam en adres van degene die de functie gaat uitoefenen. De functie die wordt gemeld, dient te voldoen aan de voorwaarden die daarvoor zijn opgenomen in 14.1.1
14.2 Omgevingsvergunning voor een bestemmingsplanactiviteit De regels in 14.2 met betrekking tot een omgevingsvergunning voor een bestemmingsplanactiviteit gelden uitsluitend in combinatie met de regels in de betreffende bestemming waarin verwezen is naar 14.2. De aanvraag betreft het aanvangen van of het veranderen naar de volgende nieuwe functies ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak': a. wonen in een voormalige agrarische bedrijfswoning; b. een niet-agrarisch bedrijf; c. statische opslag; d. een recreatiebedrijf in de vorm van dag- en/of verblijfsrecreatie; e. een horecabedrijf; f. maatschappelijke- en/of zorgvoorzieningen; g. duurzame energie in de vorm van zonnepanelen op gronden.
14.2.1 Omgevingsvergunning a. b.
het is verboden om zonder voorafgaande omgevingsvergunning voor een bestemmingsplanactiviteit een functie als bedoeld in 3.1.5 en 4.1.5 aan te vangen; het verbod als bedoeld onder a. is niet van toepassing indien de functie volgens de regels van het is toegestaan ingevolge het bepaalde in de bestemmingen Agrarisch en Agrarisch met waarden
14.2.2 Beoordelingsregels Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning als bedoeld onder 14.2.1 verlenen indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
Functies en gebiedsaanduidingen debetreffende functie ter plaatse van de betreffende gebiedsaanduiding kan uitsluitend worden toegestaan indien in onderstaande tabel 'X1', 'X2' of 'X3' is opgenomen; Gebieds-
Functie(*)
aanduiding
Wonen in
Niet-
Statische Recreatiebedrijf Horeca- Maatschap-
Duurzame
voormalige
agrarisch
opslag
pelijke- en/of
energie in
(agrarische)
bedrijf,
zorg-
de vorm van
bedrijf
77
bedrijfs
anders dan
voorzieningen
zonne
woning
recreatie-
panelen op
of horeca
gronden
bedrijf
en/of daken
overige zone primaat landbouw 1
overige zone -
X1
X1
X1
X1
X1
X1
X3
X1
X2
X2
X2
X2
X2
X3
primaat landschap
overige zone buurtschappen en linten
(*) X1/X2/X3 =: de functie kan onder voorwaarden worden toegestaan.
Voorwaarden voor alle functies a. b.
c.
aangetoond moet zijn dat het (agrarisch) bedrijf ter plaatse definitief is beëindigd; de betreffende functie is passend op de locatie en passend in de omgeving: 1. de functie mag geen onevenredige beperking opleveren van de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende (agrarische) bedrijven; 2. de in het gebied aanwezige waarden mogen niet onevenredig worden aangetast; 3. de functie mag geen onevenredige publieks- en/of verkeersaantrekkende werking tot gevolg hebben; 4. de functie past qua aard, omvang en ruimtelijke uitstraling in de omgeving; daartoe vormt mede de Nota Ruimtelijke Kwaliteit het toetsingskader; 5. er dient sprake te blijven van maximaal één bedrijf: de beoogde ontwikkeling leidt niet tot splitsing van het bouwperceel; 6. externe veiligheid: indien sprake is van het realiseren van een (beperkt) kwetsbaar object binnen het invloedsgebied van een risicobron vindt een verantwoording van het groepsrisico plaats; 7. bodem: de bodemkwaliteit is geschikt voor de functie; 8. water: er is sprake van hydrologisch neutraal ontwikkelen er is sprake van een verbetering van de omgevingskwaliteit: Bij de beoordeling van initiatieven vormen - met betrekking tot de bescherming en ontwikkeling landschapswaarden/ landschappelijke waarden - de gebiedspaspoorten, als opgenomen in de Nota Ruimtelijke Kwaliteit, mede het toetsingskader: 78
1.
d.
de oppervlakte aan bedrijfsbebouwing dient door sloop van overtollige bedrijfsbebouwing binnen een daarvoor in de omgevingsvergunning op te nemen termijn teruggebracht te zijn tot maximaal 400 m2, 2. voor de functies ter plaatse van de gebiedsaanduidingen waarbij in de tabel onder a. 'X1' is aangegeven, geldt dat in aanvulling op het bepaalde onder 1. de toegestane oppervlakte aan bedrijfsbebouwing mag worden vermeerderd met 207o van de oppervlakte aan te slopen overtollige bedrijfsbebouwing tot een maximum van 1.000 m2; 3. voor de functies ter plaatse van de gebiedsaanduidingen waarbij in de tabel onder a. 'X2' is aangegeven, geldt dat in aanvulling op het bepaalde onder 1. de toegestane oppervlakte aan bedrijfsbebouwing mag worden vermeerderd met 157o van de oppervlakte aan te slopen overtollige bedrijfsbebouwing tot een maximum van 800 m2; 4. voor de functies ter plaatse van de gebiedsaanduidingen waarbij in de tabel onder a. 'X3' is aangegeven, geldt dat in afwijking van het bepaalde onder 1. alle voormalige bedrijfsbebouwing gesloopt dient te zijn binnen een daarvoor in de omgevingsvergunning op te nemen termijn; 5. de gebruiksoppervlakte bedraagt maximaal 6007o van de oppervlakte van de aanduiding 'bouwvlak', met dien verstande dat voor de functie duurzame energie in de vorm van zonnepanelen op gronden en/of daken tevens een absoluut maximum van 5.000 m2 geldt; 6.
er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een erfbeplantingsplan en er vindt een kwaliteitswinst van het landschap plaats; 7. de functie mag niet leiden tot een toename van stikstofemissie vanuit de betreffende gronden of bouwwerken; de volgende functies zijn niet toegestaan: 1. buitenopslag; 2. opslag voor een elders gevestigd niet-agrarisch bedrijf; 3. een kantoorvoorziening met een baliefunctie; 4. mestbewerking; 5. lawaaisport; 6. detailhandel;
Specifieke voorwaarden voor wonen in een voormalige (agrarische) bedrijfswoning e. voor de functie wonen in een voormalige (agrarische) bedrijfswoning gelden in aanvulling op het bepaalde onder a t/m e de volgende specifieke voorwaarden: 1. de functie dient aanvaardbaar te zijn uit een oogpunt van een milieuhygiënisch verantwoord woon- en leefklimaat; 2. splitsing van de voormalige (agrarische) bedrijfswoning in twee woningen is uitsluitend toegestaan indien: - splitsing plaatsvindt ter instandhouding van het cultuurhistorisch waardevolle gebouw; - het bestaande architectonische karakter van het pand en de daaraan te onderkennen cultuurhistorische waarden niet worden aangetast. Beoordeling vindt plaats door een ter zake deskundige organisatie; - de bouwmassa van het te splitsen pand een inhoud heeft van minimaal 900 m3; - bij splitsing maximaal twee volwaardige woningen ontstaan, met beide een inhoud van minimaal 400 m3; Specifieke voorwaarden voor niet-agrarisch bedrijf, anders dan recreatie- of horecabedrijf
79
f.
voor de functie niet-agrarisch bedrijf, anders dan recreatie- of horeca bedrijf, geldt in aanvulling op het bepaalde onder a t/m e dat detailhandel uitsluitend is toegestaan als ondergeschikte functie bij de te vestigen hoofdfunctie tot een maximale verkoopvloeroppervlakte van 200 m2;
Specifieke voorwaarden recreatiebedrijf g. voor de functie recreatiebedrijf gelden in aanvulling op het bepaalde onder a t/m e de volgende specifieke voorwaarden: 1. indien er recreatiewoningen op een verblijfsrecreatief terrein worden mogelijk gemaakt, dienen de recreatiewoningen bedrijfsmatig te worden beheerd; 2. detailhandel is uitsluitend toegestaan als ondergeschikte functie bij de te vestigen hoofdfunctie tot een maximale verkoopvloeroppervlakte van 200 m2; Aanvullende voorwaarden maatschappelijke- en/of zorgvoorzieningen h. voor de functie maatschappelijke- en/of zorgvoorzieningen gelden in aanvulling op het bepaalde onder a t/m e de volgende specifieke voorwaarden: 1. detailhandel is uitsluitend toegestaan als ondergeschikte functie bij de te vestigen hoofdfunctie tot een maximale verkoopvloeroppervlakte van 200 m2; 2. ondersteunende horeca aan de hoofdfunctie is toegestaan;
14.2.3 Voorschriften a. Aan de omgevingsvergunning als bedoeld onder 14.2.1 kunnen voorschriften worden verbonden, gericht op het borgen van de onder 14.2.2 genoemde voorwaarden. b. Aan de omgevingsvergunning als bedoeld onder 14.2.1 wordt in ieder geval een voorschrift verbonden waarin wordt opgenomen binnen welke termijn de sloop van overtollige bedrijfsbebouwing als bedoeld in 14.2.2 onder c. voltooid dient te zijn.
14.3 Ontwikkelingsmogelijkheden veehouderijen Onderstaande regels met betrekking tot ontwikkelingsmogelijkheden voor veehouderijen gelden uitsluitend in combinatie met de regels in de betreffende bestemming. In de betreffende bestemmingen is verwezen naar de hieronder opgenomen bepaling(en):
14.3.1 Omgevingsvergunning toename bestaande oppervlakte dierenverblijf Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het plan ten behoeve van een toename van de bestaande oppervlakte dierenverblijf voor een veehouderij, niet zijnde een geitenhouderij(tak), ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij' en/of de aanduiding 'grondgebonden veehouderij' door het oprichten van bebouwing en/of door het in gebruik nemen van aanwezige bebouwing als dierenverblijf, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a.
er wordt voldaan aan de algemene voorwaarden voor een veehouderij, zoals opgenomen in 14.3.2; b. indien sprake is van een toename van de bestaande oppervlakte dierenverblijf ten behoeve van een hokdierhouderij, wordt voldaan aan de aanvullende voorwaarden voor hokdierhouderijen zoals opgenomen in 14.3.3; c. de uitbreiding is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij' en/of de aanduiding 'grondgebonden veehouderij' en uitsluitend ten
80
behoeve van de ter plaatse toegestane diersoort(en) (omgevingsvergunning milieu c.q. melding in het kader van het activiteitenbesluit) en met dien verstande: 1. een toename van de bestaande oppervlakte dierenverblijf voor een pluimveehouderij(tak) uitsluitend is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - pluimvee'; d. er dient sprake te zijn van een volwaardig agrarisch bedrijf; e. de uitbreiding is noodzakelijk uit een oogpunt van doelmatige agrarische bedrijfsvoering en/of -ontwikkeling; f. advies kan worden gevraagd aan een agrarisch adviseur over het bepaalde onder d. en e.; g. voldaan wordt aan de bouwregels voor bedrijfsgebouwen als opgenomen in de desbetreffende bestemmingen; h. binnen gebouwen mogen dieren -al dan niet in hokken- alleen op de begane grondlaag worden gehouden, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar een tweede bouwlaag gebruikt mag worden; i. er dient te worden voldaan aan de volgende landschappelijke en ruimtelijke kwaliteitseisen: 1. landschappelijke inpassing: er dient sprake te zijn van een zorgvuldige landschappelijke inpassing van de bedrijfsbebouwing op basis van een door de gemeente goedgekeurd erfbeplantingsplan.