CConstaterende datReusel-De Mierden
Koppel je AI →
Document · PDF

[23.21499] 230918 Regels Bestemmingsplan Laarakkerdijk 2-2a en Voorste Heikant 3 Reusel

Gemeenteraad 2 juli 2024, gemeente Reusel-De MierdenBij agendapunt: Bestemmingsplan buitengebied: Voorste Heikant 3 en Laarakkerdijk 2-2a Reusel23.082 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

1.60 evenement: een activiteit in de openlucht, dan wel in al dan niet tijdelijke tenten of paviljoens, gericht op het bereiken van een algemeen of besloten publiek voor informerende, educatieve, culturele en/of levensbeschouwelijke doeleinden/tradities;

1.61 extensief recreatief medegebruik: een recreatief gebruik van gronden, zonder nachtverblijf, dat ondergeschikt is aan de functie van de bestemming waarbinnen dit recreatieve gebruik is toegestaan en waarbij het gebruik weinig invloed heeft op de doeleinden binnen de bestemming;

1.62 functie: doeleinden ten behoeve waarvan gebruik van gebouwen en/of gronden of aangewezen delen daarvan is toegestaan;

1.63 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;

1.64 geluidzoneringsplichtige inrichting: een inrichting, bij welke ingevolge de Wet geluidhinder rondom het terrein van vestiging in een bestemmingsplan een zone moet worden vastgesteld; 21

1.65 gesplitste (woon)boerderij: een (woon)boerderij die bestaat uit meerdere woningen;

1.66 geurgevoelige objecten: gebouw, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt;

1.67 geurverordening 1.68 goed Z aanvaardbaar woon- en leefklimaat: van een goed/aanvaardbaar woon- en leefklimaat is sprake als in ieder geval wordt voldaan aan de wettelijke normen van alle relevante milieuaspecten zoals geluid, bodem, geurhinder, luchtkwaliteit en externe veiligheid;

1.69 groenblauwe mantel: gebieden met een belangrijke nevenfunctie voor natuur en water die overwegend grenzen aan het Natuur Netwerk Brabant en ecologische verbindingszone of die deze verbinden;

1.70 grootschalige ontwikkeling: ontwikkeling waarbij de som van het te verwachten aantal bezoekers en overnachtingen meer dan 150.000 per jaar bedraagt;

1.71 hokdierhouderij: veehouderij met uitzondering van nertsenhouderij, melkrundveehouderij en schapenhouderij;

1.72 hoofdfunctie: een functie waarvoor het hoofdgebouw als zodanig mag worden gebruikt;

1.73 hoofdgebouw: een gebouw dat op een bouwperceel, door zijn constructie, bouwmassa, ruimtelijke uitstraling en/of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als het belangrijkste bouwwerk is aan te merken;

1.74 horecabedrijf: een bedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van logies, dranken, maaltijden en/of geringe etenswaren voor het al dan niet gebruik ter plaatse en/of het exploiteren van zaalaccommodatie, nader te onderscheiden in:

a.

horecabedrijf categorie 1

een bedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van logies (al dan niet met als nevenactiviteit het verstrekken van maaltijden voor de consumptie ter plaatse en het verstrekken van alcoholhoudende en alcoholvrije dranken), zoals een hotel of pension; b.

horecabedrijf categorie 2

22

een bedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van maaltijden voor consumptie ter plaatse (al dan niet met als nevenactiviteit het verstrekken van alcoholhoudende en alcoholvrije dranken), en dat overdag en in de avonduren geopend kan zijn, zoals een restaurant;

c.

horecabedrijf categorie 3

een bedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van (al dan niet voor consumptie ter plaatse) bereide geringe etenswaren (al dan niet met nevenactiviteit het verstrekken van veelal alcoholvrije dranken) en dat zowel overdag als in de avonduren geopend kan zijn, zoals een lunchroom, cafetaria, shoarmazaak; d.

horecabedrijf categorie 4

een bedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van alcoholische dranken voor consumptie ter plaatse (al dan niet met als nevenactiviteit het verstrekken van geringe etenswaren) en het ten gehore brengen van muziek en/of het geven van gelegenheid tot dansbeoefening, als dan niet incidenteel met levende muziek gecombineerd en dat in de avond en het begin van de nacht geopend kan zijn, zoals een (eet)café feestzaal; e.

horecabedrijf categorie 5

een bedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van alcoholische dranken voor consumptie ter plaatse en het ten gehore brengen van muziek en/of het geven van gelegenheid tot dansbeoefening, al dan niet incidenteel met levende muziek gecombineerd en dat aan het eind van de avond en een groot gedeelte van de nacht geopend kan zijn, zoals een discotheek;

1.75 huishouden: persoon of groep personen die een huishouding voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan;

1.76 huisvesten tijdelijke werknemers: het huisvesten van werknemers, die in een periode van grote arbeidsbehoefte op een agrarisch bedrijf werkzaam zijn om naar de aard kortdurend werk te verrichten, voorzover noodzakelijk voor een doelmatige bedrijfsvoering;

1.77 hydrologische waarden: waarden in verband met een specifieke waterhuishoudkundige situatie voor daaraan gebonden organismen (planten en dieren), leefgemeenschappen en potenties voor de ontwikkeling daarvan, met daarbij behorende kwantitatieve aspecten (zoals hoge waterstand, stabiel waterpeil) en/of kwalitatieve aspecten (voedselarm, onvervuild), zowel fzonderlijk als in onderlinge samenhang;

1.78 kampeermiddel: a.

een tent, een tentwagen, een kampeerauto of een caravan;

23

b.

enig ander onderkomen of enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voorzover geen bouwwerk zijnde,

één en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen of gewezen voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf;

1.79 kampeerterrein: terrein of plaats geheel of gedeeltelijk ingericht en blijkens die inrichting bestemd om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen van kampeermiddelen ten behoeve van recreatief nachtverblijf;

1.80 kamperen: overnachten in de vorm van verblijf in de openlucht, bijvoorbeeld in een tent, caravan, camper of een vergelijkbaar recreatief nachtverblijf;

1.81 kas: agrarisch bedrijfsgebouw waarvan de wanden en het dek voornamelijk bestaan uit glas of een ander lichtdoorlatend materiaal en dienend voor de productie van gewassen onder geconditioneerde klimaatomstandigheden waaronder mede begrepen een schuurkas of een permanente tunnel- of boogkas hoger dan 1,5 meter;

1.82 kassen, hoge tunnels: gebouwen en/of bouwwerken, met een hoogte tot maximaal 4 m, waarvan de wanden en het dak of de bedekking voornamelijk bestaan uit glas of ander lichtdoorlatend materiaal, die dienen tot het kweken, trekken, vermeerderen, opkweken of verzorgen van vruchten, groenten, bloemen, bloembollen, planten of bomen alsmede, in voorkomende gevallen, tot bescherming van de omgeving en/of bodem tegen milieubelastende stoffen;

1.83 kelder een geheel of gedeeltelijk ondergronds gelegen ruimte, die grotendeels is gesitueerd onder een bijbehorende bovengronds bouwwerk;

1.84 kernrandzone: overgangsgebied naar het buitengebied, gelegen langs bestaand stedelijk gebied, met daarin relatief veel bebouwing op korte afstand van elkaar en met een ondergeschikte of afnemende agrarische functie, dan wel een gebied dat gezien de ligging en het feitelijk gebruik gerekend kan worden tot de kernrandzone in gemengd landelijk gebied;

1.85 kleinschalig kamperen: kamperen op een terrein waarop ten hoogste 25 kampeermiddelen mogen worden geplaatst;

1.86 kwaliteitswinst van het landschap: kwaliteitswinst van het landschap; in dit kader dient een minimale basisinspanning te worden geleverd van 200Zo van de waardevermeerdering van de grond en/of het object;

1.87 kwetsbaar object de definitie als opgenomen in het Besluit externe veiligheid inrichtingen;

24

1.88 landschappelijke inpassing: een zodanige vormgeving en inpassing dat deze optimaal is afgestemd op bestaande dan wel nog te ontwikkelen landschappelijke (ruimtelijke, natuurlijke en cultuurhistorische) landschapskwaliteiten. Dit kan door middel van: architectuur (vormgeving, situering bebouwing, materiaalgebruik), aanleg van landschappelijke en/of natuurlijke elementen al dan niet in combinatie met sloop;

1.89 landschapselementen groenelementen met landschappelijke waarden die bepalend zijn voor het omliggende landschap en in hoofdzaak bestaan uit met name inheemse beplanting in de vorm van struiken, bomen en kruidenlaag.

1.90 landschapswaarden/landschappelijke waarden: bijzondere landschappelijke kenmerken van een gebied of object in de zin van aantrekkelijkheid, herkenbaarheid/identiteit en diversiteit bestaande uit aardkundige, cultuurhistorische en visueel-ruimtelijke waarden, afzonderlijk of in onderlinge samenhang. Bij de beoordeling van initiatieven vormen - met betrekking tot de bescherming en ontwikkeling landschapswaarden/ landschappelijke waarden - de gebiedspaspoorten, als opgenomen in Nota Ruimtelijke Kwaliteit, mede het toetsingskader;

1.91 maaiveld: gemiddelde hoogte waarop het omliggende terrein aansluit op de woning;

1.92 melkrundveehouderij Onder melk- en rundveeveehouderij worden de volgende diercategorieën uit de Regeling ammoniak en veehouderij verstaan, met tussen haakjes de bijbehorende RAV-code: ^ ^ ^

melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar (A1); vrouwelijk jongvee tot 2 jaar (A3); dieren die worden gehouden uitsluitend of in hoofdzaak voor natuurbeheer;

1.93 mestbewerking: de toepassing van basistechnieken of combinaties daarvan met als doel de aard, samenstelling of hoedanigheid van dierlijke mest te wijzigingen, zoals droging, bezinking, (co)vergisting, scheiding, hygiënisatie of indamping van mest;

1.94 Natura 2000-gebied de definitie als opgenomen in de Wet natuurbescherming;

1.95 Natuur netwerk Brabant: samenhangend netwerk van natuurgebieden van nationaal en internationaal belang met als doel de veiligstelling van ecosystemen met de daarbij behorende soorten bestaande uit de meest waardevolle natuur- en bosgebieden en andere gebieden met belangrijke aanwezige en te ontwikkelen natuurwaarden, zoals door Gedeputeerde Staten is aangewezen in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant en eventuele opvolgers daarvan;

25

1.96 nevenactiviteit: activiteit die naast de hoofdactiviteit plaatsvindt en minder dan de helft van het inkomen genereert;

1.97 niet-agrarische bedrijven: een agrarisch loonwerkbedrijf, een agrarisch-verwant bedrijf, buitengebied-gebonden bedrijf, horecabedrijf, recreatiebedrijf of een ander niet-agraisch bedrijf;

1.98 Nota Ruimtelijke kwaliteit Nota Ruimtelijke Kwaliteit, deel buitengebied, vastgesteld 2 november 2021, alsmede de opvolgers hiervan;

1.99 nutsvoorzieningen: gebouwde voorzieningen van openbaar nut ten behoeve van water, elektriciteit, gas e.d.;

1.100 omgevingskwaliteit de kwaliteit van een plek of gebied die bepaald wordt door een goed samenspel van herkomstwaarde, belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde;

1.101 omschakeling: geheel of gedeeltelijk overstappen van de ene agrarische bedrijfsvorm naar de andere agrarische bedrijfsvorm;

1.102 ondergeschikte activiteit: een activiteit van zeer beperkte bedrijfsmatige en/of ruimtelijke omvang zodat de functie waaraan zij wordt toegevoegd, qua aard, omvang en verschijningsvorm, overwegend of nagenoeg geheel als hoofdfunctie herkenbaar blijft;

1.103 ondergeschikte functie: functie waarvoor maximaal 300Zo van de vloeroppervlakte van het hoofdgebouw als zodanig mag worden gebruikt;

1.104 onderkomens: voor verblijf geschikte al dan niet aan de bestemming onttrokken voer- en vaartuigen, arken, caravans en stacaravans voor zover deze niet als bouwwerken zijn aan te merken, alsook tenten;

1.105 overkapping: een dakconstructie die aan maximaal drie zijden begrensd is door de gevels van belendende gebouwen. Als de overkapping niet gesitueerd wordt tussen belendende gebouwen mag deze maximaal voorzien worden van 2 gevels;

1.106 paardenbak: een onoverdekt al dan niet omheind terrein waarvan de natuurlijke bovenlaag is vervangen door zand of een ander waterdoorlatend materiaal ten behoeve van het africhten, trainen en berijden van paarden en pony's en het anderszins beoefenen van de paardensport;

26

1.107 permanente bewoning: bewoning door eenzelfde persoon of groep van personen buiten het zomerseizoen in een kalenderjaar gedurende meer dan 70 nachten, terwijl elders niet daadwerkelijk over een hoofdwoonverblijf wordt beschikt;

1.108 productiegebonden detailhandel: detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie;

1.109 prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;

1.110 raamprostitutie: een seksinrichting bestemd voor of in gebruik voor het zich vanaf de openbare weg of een andere voor een publiek toegankelijke plaats, zichtbaar ter beschikking stellen tot het tegen betaling verlenen van seksuele diensten aan anderen (prostitutie);

1.111 recreatie: vrijetijdsbesteding zoals dagrecreatie, verblijfsrecreatie en (extensief) recreatief medegebruik;

1.112 recreatiebedrijf: een bedrijf dat het bedrijfsmatig verstrekken van verblijfs- of dagrecreatie tot doel heeft;

1.113 recreatief medegebruik: een recreatief gebruik van gronden dat ondergeschikt is aan de functie van de bestemming waarbinnen dit recreatieve gebruik is toegestaan;

1.114 recreatieve voorziening: voorzieningen bedoeld voor de ondersteuning van het recreatief hoofdgebruik (dagrecreatie en/of verblijfsrecreatie) zoals sport- en speelterreinen, speeltoestellen, picknickplaatsen en sanitaire units;

1.115 reëel agrarisch bedrijf: een agrarisch bedrijf dat jaarrond een arbeidsbehoefte of -omvang heeft van ten minste een halve arbeidskracht, met een daarbij passend jaarinkomen, en waarvan het behoud ook op langere termijn in voldoende mate en op duurzame wijze is verzekerd, dat wil zeggen in zowel bedrijfseconomisch opzicht als op milieuhygiënisch verantwoorde wijze (NB een volwaardig agrarisch bedrijf heeft een omvang van één volledige arbeidskracht);

1.116 rotor het samenstelsel van drie rotorbladen (ook wel wieken genoemd) en hub (ook wel de neus genoemd) van een windturbine;

1.117 rotordiameter de diameter van de cirkel die door de tip (het uiteinde) van een rotorblad (wiek) wordt beschreven;

27

1.118 ruimtelijke kwaliteit: de kwaliteit van de ruimte (woon-, werk- en leefomgeving) als bepaald door de gebruikswaarde,belevingswaarde en toekomstwaarde van die ruimte, deze wordt bepaald door expliciete aandacht voor de ruimtelijk-functionele kwaliteit, stedenbouwkundige kwaliteit, beeldkwaliteit, architectonische kwaliteit, landschappelijke - en cultuurhistorische kwaliteit van objecten en terreinen, mede in relatie tot het streekeigen karakter van de directe omgeving;

1.119 seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een (raam)prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar;

1.120 stacaravan een onderkomen, onder welke benaming ook aangeduid, dat uitsluitend of in hoofdzaak dient of kan dienen tot logiesdag- of nachtverblijf van een of meer personen en dat door de aanwezigheid van een chassis, assenstelsel en wielen wel over korte afstand naar een vaste standplaats kan worden verreden, doch dat niet bestemd is om regelmatig en op normale wijze op de verkeerswegen als aanhangsel van een personenauto te worden voortbewogen. Ook indien dit onderkomen wegens daaraan of daarbij aangebrachte wijzigingen of voorzieningen niet of niet meer geschikt is om te worden verreden, wordt het voor de toepassing van dit plan aangemerkt als stacaravan;

1.121 stalderingsgebied: gebied waarbinnen het oprichten van een dierenverblijf voor een hokdierhouderij is gekoppeld aan de sanering van een bestaand dierenverblijf van een hokdierhouderij met als doel de regionale concentratie van vee te reguleren en verdere leegstand te voorkomen; De gemeente Reusel-De Mierden is in een regio ingedeeld samen met de gemeenten Oirschot, Bladel, Eersel en Bergeijk.

28

Werkendar

‘s-Hertogenbosch Drimmelen

Landerd

Waalwijk

Moerdijk Oosterhout. Sint Anthonis

Haaren

Zundert

ļ Nuenen Gerwen Eindhoven

Helmond

Woensdrecht Waalre

1.122 statische opslag: binnenopslag van goederen die geen regelmatige verplaatsing behoeven, niet bestemd zijn voor handel en niet worden opgeslagen voor een elders gevestigd niet-agrarisch bedrijf, zoals (seizoens)stalling van (antieke) auto's, boten, caravans, campers en dergelijke;

1.123 stedenbouwkundig beeld: het door de omvang, de vorm en de situering van de bouwmassa’s bepaalde beeld inclusief de ter plaatse door de infrastructuur, de begroeiing en andere door de mens aangebrachte (kunstmatige) elementen gevormde ruimte(n);

1.124 steilrand een abrupte overgang in het landschap als gevolg van de werking van water, wind en/of tektoniek, bijvoorbeeld in de vorm van een terrasvormig hoogteverschil tussen vlakgelegen gebieden, breukranden, beekdalranden, etc.;

1.125 straatprostitutie: het door handelingen, houding, woord, gebaar of op andere wijze passanten tot prostitutie bewegen, uitnodigen dan wel aanlokken;

1.126 (teelt)ondersteunende voorzieningen: (teelt)ondersteunende voorzieningen, die onderdeel zijn van de totale agrarische bedrijfsvoering van een (grondgebonden) open- of vollegronds tuinbouwbedrijf(stak), boomof vaste plantenteeltbedrijf(stak) en die gebruikt worden om de bedrijfsvoering te optimaliseren; hierdoor vindt (een deel van) de productie onder meer gecontroleerde omstandigheden plaats, waardoor gezorgd kan worden voor een verbetering van de productiekwaliteit en/of arbeidsomstandigheden, teeltvervroeging of -verlating en het terugdringen van gewasbeschermingsmiddelen en meststoffengebruik; ^

(teelt)ondersteunende kas: een teeltondersteunende voorziening, bestaande uit een agrarisch bedrijfsgebouw waarvan de wanden en het dek voornamelijk bestaan uit glas of een ander

29

^

^

^

lichtdoorlatend materiaal en dienend voor de productie van gewassen onder geconditioneerde klimaatomstandigheden. Hieronder vallen ook schuurkassen en permanente tunnel- en/of boogkassen (M,5 meter). permanente (teeltondersteunende) voorzieningen: teeltondersteunende voorzieningen die voor onbepaalde tijd worden gebruikt, niet zijnde teeltondersteunende kassen. Hieronder vallen permanente containervelden. tijdelijke (teeltondersteunende) voorzieningen: teeltondersteunende voorzieningen die op dezelfde locatie gebruikt kunnen worden zo lang de teelt dit vereist, met een maximum van 6 maanden. Deze tijdelijke voorzieningen hebben een directe relatie met het grondgebruik. Hieronder worden verstaan folies, insectengaas, acryldoek, wandelkappen, schaduwhallen, hagelnetten, met daarbij het volgende onderscheid: 1. hoge tijdelijke (teelt)ondersteunende voorzieningen: teeltondersteunende voorzieningen, anders dan teeltondersteunende kassen, die in de regel hoger zijn dan 1,5 m. Hieronder worden in ieder geval verstaan: teeltbakken in stellingen of teelttafels, eventueel met regenkappen; plastic-foliekassen, -tunnels en -regenkappen 2.

lage tijdelijke (teelt)ondersteunende voorzieningen: (teelt)ondersteunende voorzieningen voor plantaardige teelten, die op nabij de grond worden aangebracht, met een maximale hoogte van 1,5 .m Hieronder wordt in ieder geval verstaan: lage tunnels (halfronde bogen waarover plastic of gaasdoek wordt gespannen) insectengaas, afdekfolies, acryldoek, vlakveldfolies en vraatnetten. overige (teelt)ondersteunende voorzieningen (boomteelthek): een permanente (teelt)ondersteunende voorziening c.q. een bouwwerk in de vorm van een hek met afrastering, met een hoogte van maximaal 1,5 m, op boomteeltpercelen waarmee dieren geweerd kunnen worden.

1.127 toegestane diersoorten onder toegestane diersoorten wordt landbouwhuisdieren zoals rundvee, pluimvee, varkens e.d. verstaan, waarvoor een vergunning is verkregen of melding is gedaan;

1.128 toename van stikstofdepositie er is sprake van een toename van stikstofdepositie als bedoeld in artikel 3.5.2 en artikel 4.5.2 wanneer door het gebruik van gronden en bouwwerken en/of het bouwen van bouwwerken de depositie meer bedraagt dan de depositie afkomstig van het ten tijde van de vaststelling van het plan feitelijke en planologische legale gebruik van de betreffende gronden en bouwwerken binnen het plangebied

1.129 trekkershut een eenvoudig gebouw met beperkte inhoud en beperkte voorzieningen, bestemd voor recreatief nachtverblijf voor personen die hun hoofdverblijf elders hebben;

1.130 tuin de gronden van een (bouw)perceel behorende bij een woning;

1.131 verblijfsrecreatie: een vorm van recreatief verblijf, waarbij sprake is van overnachtingen anders dan met gebruikmaking van een hotel, pension of woning danwel een vaartuig;

30

1.132 verbrede landbouw: activiteiten bij een agrarisch bedrijf die voortvloeien uit de agrarische bedrijfsvoering en die ten dienste staan van het agrarische bedrijf zoals agrotoerisme, boerenterras, agrarisch natuurbeheer, bewerking en waardevermeerdering van ter plaats geproduceerde producten en zorgboerderijen;

1.133 vergisting het omzetten van koolhydraten door micro-organismen door middel van een anaeroob dissimilatieproces (waarbij biogas wordt geproduceerd);

1.134 verkoopvloeroppervlakte: voorkomende hoeveelheid bedrijfsvloeroppervlakte ten behoeve van de uitstalling ten verkoop, het verkopen of leveren van goederen of het verlenen van aanverwante diensten;

1.135 volwaardig agrarisch bedrijf: een agrarisch bedrijf dat de arbeidsomvang heeft van tenminste één volledige arbeidskracht en waarvan het behoud ook op langere termijn in voldoende mate en op duurzame wijze is verzekerd, dat wil zeggen in zowel bedrijfseconomisch opzicht als op milieuhygiënisch verantwoorde wijze;

1.136 voorgevelrooilijn: a. langs een wegzijde met een (nagenoeg) regelmatige ligging van de voorgevels van de bestaande bebouwing: de evenwijdige aan de as van de weg gelegen lijn, welke, zoveel mogelijk aansluitend aan de ligging van de voorgevels van deze bebouwing, een zoveel mogelijk gelijkmatig beloop van de rooilijn overeenkomstig de richting van de weg aangeeft; b. langs een weg zijde waarlangs geen bebouwing als onder a bedoeld aanwezig is en waarlangs mag worden gebouwd tot de lijn gelegen op 15 meter uit de as van de weg;

1.137 voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelige functies de volgende bestemmingen bevatten voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelige functies: Bedrijf, Horeca, Maatschappelijk, Recreatie -1, Recreatie -2, Recreate -3, Recreatie -4, Recreatie - Dagrecreatie, Recreatie - Recreatiewoning, Recratie - Verblijfscreatie 1, Recreatie - Verblijfsrecreatie 2, Sport, Wonen, Wonen-Landgoed, alsmede kleinschalige kampeerterreinen voorzover gelegen binnen een afstand van 50 van de gronden waar gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt;

1.138 vormverandering wijziging van de begrenzing van een aanduiding 'bouwvlak' zonder dat dit gepaard gaat met een vergroting van de totale oppervlakte;

1.139 water en waterhuishoudkundige voorzieningen: Al het oppervlaktewater zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen. Alsmede voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer,waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit, zoals duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen en inlaten;

31

1.140 werk: een constructie geen gebouw of bouwwerk zijnde;

1.141 wonen: het bewonen van een zelfstandige woning of als zodanig bestemd gebouw voor zelfstandige woningen;

1.142 woning/wooneenheid: een verblijfsobject dat wordt ontsloten via een eigen toegang vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte dat bestemd is voor de huisvesting van één huishouden of een groep van maximaal vijf personen die geen gezamenlijk huishouden vormt.

1.143 (woon) boerderij: een gebouw dat bestaat uit een (voormalige) agrarische bedrijfswoning met de in dezelfde bouwmassa opgenomen (voormalige) agrarische bedrijfsruimten;

1.144 zomerseizoen: de periode van 1 mei tot 1 oktober;

1.145 zorgboerderij: een zorgfunctie waarbij de sociaal-medische opvang van personen - al dan niet in de vorm van het ter plaatse woonachtig zijn - gecombineerd wordt met agrarische activiteiten in dié zin dat de personen behulpzaam zijn bij de agrarische of natuurbeherende activiteiten;

1.146 zorgvuldige veehouderij: veehouderij die door het treffen van maatregelen, onder andere gericht op landschap, het verder sluiten van kringlopen op lokaal niveau, emissiebeperking en gezondheid voor mens en dier, ruimtelijk en maatschappelijk optimaal is ingepast in zijn omgeving.

Artikel 2 Wijze van meten Bij toepassing van deze voorschriften wordt als volgt gemeten:

2.1 dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;

2.2 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;

2.3 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; bij toepassing van een dakkapel of dakopbouw met een breedte van meer dan 500Zo van het dakvlak wordt de bovenzijde daarvan als dakvlak aangemerkt;

2.4 de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;

32

2.5 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;

2.6 de hoogte van een windturbine/windmolen: vanaf het peil tot aan de as van de windturbine/windmolen;

2.7 peil: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse vanwaar het gebouw voornamelijk toegankelijk is dan wel de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte bouwperceel;

2.8 toepassing van maten: de in deze regels gegeven bepalingen omtrent plaatsing, afstanden en maten zijn niet van toepassing op goot- en kroonlijsten, schoorstenen, gasafvoer- en ontluchtingskanalen, antennes, balkons, galerijen, noodtrappen, luifels, liftkokers, ventilatiekanalen, afvoerpijpen van hemelwater, zonnepanelen, gevellijsten, pilasters, plinten, stoeptreden, kozijnen, dorpels en dergelijke bouwonderdelen.

33

2 Bestemmingsregels Artikel 3 Agrarisch 3.1 Bestemmingsomschrijving 3.1.1 Algemene bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. agrarisch grondgebruik; b. agrarische bedrijvigheid in de vorm van een (vollegronds) teeltbedrijf; c. wonen in een bedrijfswoning; d. aan-huis-verbonden beroep of aan-huis-verbonden bedrijf; e. mestbewerking voor ter plaatse, op het eigen bedrijf, geproduceerde mest; f. nevenactiviteiten; g. behoud en bescherming van de landschappelijke waarden; h. behoud en bescherming van de natuurwaarden; i. behoud en bescherming van de cultuurhistorische waarden; j. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; k. extensief recreatief medegebruik; l. nutsvoorzieningen; m. erfbeplanting; n. bestaande (onverharde) paden, wegen en parkeervoorzieningen; o. perceelsontsluitingen; met bijbehorende bouwwerken en voorzieningen

3.1.2 Specifieke aanduidingen Ter plaatse van onderstaande aanduidingen zijn naast 3.1.1 ook de volgende functies toegestaan, waarvoor aanvullende regels gelden:

Intensieve veehouderij

Toegestane bedrijvigheid

een grondgebonden veehouderij; en/of een melkrundveehouderij, uitsluitend voor vergunning en/of melding toegestane diersoort(en); en/of

een intensieve veehouderij, uitsluitend voor met een vergunning en/of melding toeg diersoorten. Voorwaarden voor houden geen uitbreiding dierenverblijven van dieren

3.1.3 Te beschermen waarden a Landschappelijke en cultuurhistorische waarden

34

Behoud, herstel en ontwikkeling van landschappelijke en cultuurhistorische waarden in het algemeen en in het bijzonder de volgende waarden: 1. 2.

de landschappelijke openheid ter plaatse van de aanduiding 'overige zone openheid'; de cultuurhistorische gebiedswaarden ter plaatse van de aanduiding 'overige zone cultuurhistorisch waardevol gebied';

b Nota Ruimtelijke Kwaliteit Bij de beoordeling van initiatieven, waaronder de beoordeling van de landschappelijke inpassing, vormen - met betrekking tot de bescherming en ontwikkeling landschapswaarden/ landschappelijke waarden - de gebiedspaspoorten, als opgenomen in de Nota Ruimtelijke Kwaliteit, mede het toetsingskader.

3.1.4 Toegestaan na melding a.

Nieuwe bed & breakfastvoorzieningen zijn toegestaan in elke woning, voor maximaal 2 kamers/logeereenheden (4 bedden) per woning, en na een melding als bedoeld in 14.1. b. In afwijking van het bepaalde onder a. is een melding niet vereist indien de functie als bedoeld onder a. is toegestaan ingevolge het bepaalde in 3.1.3.

3.1.5 Functies toegestaan na verlening omgevingsvergunning bestemmingsplanactiviteit Het aanvangen van of het veranderen naar de hierna genoemde nieuwe functies, ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' is uitsluitend toegestaan na verlening van een omgevingsvergunning voor een bestemmingsplanactiviteit als bedoeld in 14.2: 1. wonen in een voormalige agrarische bedrijfswoning 2. een niet-agrarisch bedrijf 3. statische opslag 4. een recreatiebedrijf in de vorm van dag- en/of verblijfsrecreatie 5. een horecabedrijf 6. maatschappelijke- en/of zorgvoorzieningen; 7. duurzame energie in de vorm van zonnepanelen op gronden en/of daken.

3.1.6 Ontwikkelingsmogelijkheden agrarisch bedrijf Ten aanzien van de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen gelden de volgende bepalingen: 1. Ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij' en/of de aanduiding 'grondgebonden veehouderij' is - in afwijking van het bepaalde in 3.1.2 - een toename van de bestaande oppervlakte dierenverblijf voor een veehouderij door het oprichten van bebouwing en/of door het in gebruik nemen van aanwezige bebouwing als dierenverblijf uitsluitend toegestaan na verlening van een omgevingsvergunning als bedoeld in 14.3.1.

35

3.2 Bouwregels 3.2.1 Toegestane bebouwing Op de binnen deze bestemming gelegen gronden mogen uitsluitend bouwwerken worden gebouwd passende binnen deze bestemming.

3.2.2 Algemeen a.

b. c. d.

Gebouwen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'. Indien blijkens de aanduiding 'relatie' sprake is van een gekoppeld bouwvlak dan zijn hierop de bepalingen met betrekking tot een "enkel" agrarisch bouwvlak van overeenkomstige toepassing. Er mogen uitsluitend bouwwerken voor reëel agrarische bedrijven worden gebouwd. Hiertoe kan advies van een agrarisch adviseur worden ingewonnen. Per aanduiding 'bouwvlak' is maximaal één bedrijf toegestaan. Per aanduiding 'bouwvlak' is maximaal één bedrijfswoning met daarbij behorende bijgebouwen toegestaan.

3.2.3 Maatvoering en situering bouwwerken binnen bouwvlak ouwwerken algemeen Situering bouwwerken algemeen

niet vóór de voorgevel van de bedrijfswoning en het verlengde daarvan indien geen bedrijfswoning aanwezig is, dan minimaal 15 m tot de as van de weg

bovenstaande situeringseisen gelden niet voor erfscheidingen met een bouwhoogte van max. 1 m

Afstand van bouwwerken tot de

min. 5 m

zijdelingse en achterste bouwgrens

Bedrijfsgebouwen Goothoogte

max. 5 m

Bouwhoogte

max . 12 m

36

Dakhelling

minimaal 12” en maximaal 60”

Gezamenlijke oppervlakte

max. zoals aangeduid ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwd

bedrijfsgebouwen

oppervlak nevenactiviteit (m2)'

voor nevenactiviteiten

Ruimtelijke kwaliteitsborging

nieuwe bedrijfsgebouwen met een bebouwde oppervlakte groter dan 100 m2 zijn uitsluitend toegestaan onder de voorwaarde dat het bouwvlak is voorzien van een zorgvuldige landschappelijke inpassing en deze ook duurzaam in stand wordt gehouden. Hiertoe vormen de gebiedspaspoorten van de Nota Ruimtelijke Kwaliteit het toetsingskader

Kassen glastuinbouwbedrijf Situering

ter plaatse van de aanduiding 'glastuinbouw'

Goothoogte

max. 5 m

Bouwhoogte

max. 7,5 m

Oppervlakte

max. 3 ha

Teeltondersteunende kassen

37

Situering

binnen een bouwvlak

Bouwhoogte

max. 5 m

Oppervlakte

max. 5.000 m 2

Bedrijfswoningen Goothoogte

max. 4 m

Bouwhoogte

max. 10 m

Dakhelling

minimaal 20" en maximaal 60" met uitzondering van ondergeschikte delen, zoals serres

ínhoud

max. 750 m3 indien de feitelijk aanwezige, legale inhoudsmaat meer bedraagt dan de hiervoor aangegven maximaal toegestane inhoud, geldt de feitelijk aanwezige, legale inhoudsmaat als de maximale toegestane inhoud

Situering

bij vervangende nieuwbouw van de bedrijfswoning(en) mag de bedrijfswoning uitsluitend gesitueerd worden ter plaatse van de bestaande funderingen en, in geval van uitbreiding, daar direct op aansluitend; de bouwwijze (d.w.z. vrijstaand, halfvrijstaand of aaneengebouwd) van de te herbouwen woning(en) wijkt niet af van de bouwwijze van de oorspronkelijke woning(en) en de maximale inhoud van de nieuw te bouwen bedrijfswoning bedraagt 750 m3

38

Bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen Situering

min. 3 m achter de voorgevelrooilijn van de bedrijfswoning max. 20 m van de bedrijfswoning

Goothoogte

max. 3,2 m

Bouwhoogte

max 5,5 m

Dakhelling

minimaal 20° en maximaal 60° met uitzondering van ondergeschikte delen, zoals serres

Gezamenlijke oppervlakte

max. 150 m2

sloop bonus regeling

bij sloop van een legal feitelijk aanwezig bijbehorend bouwwerk, mag de maximale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken worden verruimd met 50'^ van de te slopen oppervlakte tot een maximum van 200m2.

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Bouwhoogte erf- en

max. 1 m

terreinafscheidingen vóór de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw

Bouwhoogte overige erf- en

max. 2 m

terreinafscheidingen

39

Bouwhoogte teeltondersteunende

max. 3,5 m

voorzieningen, anders dan teeltondersteunende kassen

Bouwhoogte van kleinschalige

max. 12 m

windmolens

Bouwhoogte torensilo's en

max. 12 m

voedersilo's

Bouwhoogte mestsilo's

max. 6 m

Bouwhoogte sleufsilo's

max. 2,5 m

Bouwhoogte

max. 12 m

mestbewerkingsinstallatie

Bouwhoogte overige bouwwerken,

max. 4 m

geen gebouw zijnde

Ruimtelijke kwaliteitsborging

nieuwbouw van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met een bebouwde oppervlakte groter dan 100 m2 zijn uitsluitend toegestaan onder de voorwaarde dat het bouwvlak is voorzien van een zorgvuldige landschappelijke inpassing en deze ook duurzaam in stand wordt gehouden. Hiertoe vormen de gebiedspaspoorten van de Nota Ruimtelijke Kwaliteit het toetsingskader

Onoverdekte zwembaden

40

Situering

achter de achtergevelrooilijn van de bedrijfswoning max. 20 m van de bedrijfswoning af

Oppervlakte

max. 100 m2

Carports Situering

achter de voorgevel van de bedrijfswoning

Bouw- en goothoogte

max. 3,2 m

Oppervlakte

max. 30 m2

3.2.4 Maatvoering en situering bouwwerken, geen gebouwen zijnde buiten bouwvlak

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Bouwhoogte erf- en

max. 1 m

terreinafscheidingen

Tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen Situering

niet ter plaatse van de aanduidingen 'overige zone - cultuurhistorisch waardevol gebied'

Bouwhoogte

max. 3,2 m

41

Oppervlakte

max. 2,5 ha

Overige teeltondersteunende voorzieningen Situering

niet ter plaatse van de aanduidingen 'overige zone - cultuurhistorisch waardevol gebied'

Bouwhoogte

max. 1,5 m

Overige voorzieningen, zoals mestsilo's, sleufsilo's, paardenbakken, opslag, mestbassins, waterbassins, permanente teeltondersteunende voorzieningen e.d. 1. Situering ruwvoeropslag

uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - ruwvoeropslag'

veehouderij 2. Situering mestbassins

uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch mestbassin' een mestbassin voor de opslag van mest afkomstig van het agrarisch bedrijf

3. Situering overige

uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - voorzieningen buiten

voorzieningen

bouwvlak' en uitsluitend in het bestaande type voorziening en met de bestaande hoogte als maximum

Overige bouwwerken geen gebouwen zijnde Bouwhoogte

max. 2 m

3.2.5 Bouwregels windturbine Situering

uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'windturbine'

Bouwhoogte

max. 100 m

42

Rotordiameter

max. 100 m

Tiphoogte

max. 150 m

Aantal rotorbladen

max. 3

Ruimtelijke

de rotordiameter, de bouwhoogte en de vormgeving van de windturbines onderling

kwaliteitsborging

dienen hetzelfde te zijn

3.3 Afwijken van de bouwregels

3.3.1 Omgevingsvergunning voor het afwijken van de maatvoering Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning, mits het past bij de stedenbouwkundige en architectonische uitstraling van de omgeving afwijken van het bepaalde in 3.3.3: a. voor het bouwen van gebouwen op kleinere afstand van de as van de weg mits: 1. het stedenbouwkundig en landschappelijk beeld niet worden aangetast; 2. de verkeersveiligheid niet wordt aangetast; 3. de wegbeheerder wordt gehoord; 4. indien het een woning of ander geluidsgevoelig object betreft, wordt voldaan aan de Wet geluidhinder; 5. de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad. b. voor het bouwen op een kortere afstand tot de zijdelingse en/of achterste bouwperceelgrens mits: 1. het stedenbouwkundig en landschappelijk beeld niet worden aangetast; 2. de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad; 3. aannemelijk kan worden gemaakt dat voldoende ruimte aanwezig is rondom het nieuw te bouwen gebouw voor eventueel benodigde erfverharding, silo's en luchtwassers; c. voor het bouwen van gebouwen/bouwwerken vóór de voorgevel van de bedrijfswoning en het verlengde daarvan, mits: 1. het stedenbouwkundig en landschappelijk beeld niet worden aangetast; 2. indien het een woning of ander geluidsgevoelig object betreft, wordt voldaan aan de Wet geluidhinder; 3.

de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad d. voor het bouwen met een hogere goothoogte voor bedrijfswoningen tot maximaal 5 m, mits gelegen binnen de jonge heideontginningen zoals opgenomen in de Nota Ruimtelijke Kwaliteit;

43

e. voor het bouwen met een hogere goot- en bouwhoogte voor bedrijfsgebouwen tot maximaal 7 m respectievelijk 13 m; f. voor het bouwen van kassen bij een glastuinbouwbedrijf met een grotere hoogte tot maximaal 7 m goothoogte en een bouwhoogte van maximaal 10 m; g. voor het bouwen van teeltondersteunende kassen met een grotere hoogte tot maximaal 7 m; h. voor een lagere dakhelling bij bedrijfswoningen, indien dit beter past bij de stedenbouwkundige en architectonische uitstraling van het gebouw ten opzichte van de omgeving; i. voor het bouwen van een bijbehorend bouwwerk op een afstand van meer dan 20 m van de bedrijfswoning indien dit noodzakelijk is in verband met een doelmatige inrichting van het perceel; j. voor het bouwen van terreinafscheidingen voor de voorgevelrooilijn met een hoogte van maximaal 2 m mits hierdoor het stedenbouwkundig beeld en de verkeersveiligheid niet wordt aangetast; k. voor het bouwen van kleinschalige windmolens tot een hoogte van maximaal 15 m; l. voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde tot een hoogte van maximaal 6 m.

3.3.2 Omgevingsvergunning inpandige uitbreiding bedrijfswoning Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.3.2 teneinde een inhoud groter dan 750 m2 toe te staan, indien een bedrijfswoning onderdeel is van een woonboerderijpand, waarbij de voormalige agrarische inpandige stalgedeelten bij de woning kunnen worden gevoegd, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. b. c. d. e. f.

Er is uitsluitend sprake van inpandige verbouw. Er dient sprake te zijn van een volwaardig agrarisch bedrijf. Het woon- en leefklimaat mag niet onevenredig worden aangetast. De ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende (agrarische) bedrijven mogen niet onevenredig worden beperkt. De in het gebied aanwezige waarden mogen niet onevenredig worden aangetast. Er moet voldaan worden aan de eisen die gelden ingevolge de Wet geluidhinder.

3.3.3 Omgevingsvergunning herbouw bedrijfswoning Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.3.3 voor het herbouwen van een bedrijfswoning op een andere locatie, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. b. c. d. e. f. g.

Bij herbouw van de bedrijfswoning zijn de bouwregels van artikel 3.3.3 onverminderd van toepassing. De herbouw dient op de andere locatie stedenbouwkundig aanvaardbaar te zijn. Het woon- en leefklimaat mag niet onevenredig worden aangetast. De ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende (agrarische) bedrijven mogen niet onevenredig worden beperkt. De in het gebied aanwezige waarden mogen niet onevenredig worden aangetast. Er moet voldaan worden aan de eisen die gelden ingevolge de Wet geluidhinder. De voormalige bedrijfswoning dient te worden gesloopt.

44

3.3.4 Omgevingsvergunning bouwwerken voor tijdelijke werknemers Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in de bouwregels voor het realiseren van een logieverblijf voor tijdelijke werknemers in bestaande of te realiseren bedrijfsgebouwen onder de volgende voorwaarden: a.

b. c.

d.

e.

f. g.

h. i. j. k.

De huisvesting is nodig voor een doelmatige bedrijfsvoering. De huisvesting dient te worden gebruikt voor de huisvesting van personen, wier huisvesting daar ter plaatse gelet op de bestemming van het gebouw of terrein noodzakelijk is vanwege een tijdelijk grote arbeidsbehoefte op het eigen bedrijf. De huisvesting kan niet plaats vinden in de eigen bedrijfswoning. Huisvesting in bestaande bedrijfsbebouwing is toegestaan tot een oppervlakte van maximaal 160 m2 per bedrijf (incl. sanitair en gemeenschappelijk verblijf) gedurende maximaal 8 maanden. In afwijking van het bepaalde onder c. kunnen maximaal 3 woonunits worden toegestaan, indien de bestaande bedrijfsbebouwing ontoereikend is, waarbij de volgende voorwaarden gelden: 1. de woonunits zijn gedurende een periode van maximaal 8 maanden toegestaan; 2. de gezamenlijke oppervlakte van de woonunits bdraagt maximaal 90 m2 Er dient te worden voldaan aan de regels van het SNF keurmerk; eisen aan huisvesting gesteld door de Stichting Normering Flexwonen (SNF) of diens rechtsopvolger(s), aan te tonen door een certificaat. Permanente bewoning is niet toegestaan. Er dient vooraf advies te worden ingewonnen van een agrarisch adviseur inzake de noodzaak van de huisvesting van tijdelijke werknemers in het licht van een doelmatige bedrijfsvoering. Er mag geen sprake zijn van milieuhygiënische belemmeringen.

Er dient te worden voorzien in een zorgvuldige landschappelijke inpassing. Er dient op eigen terrein te worden voldaan aan de parkeerbehoefte. De verkeersaantrekkende werking dient afgestemd te zijn op de feitelijke ontsluitingssituatie.

3.3.5 Omgevingsvergunning tijdelijke en overige teeltondersteunende voorzieningen Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.3.4, voor het bouwen van tijdelijke en/of overige teeltondersteunende voorzieningen ter plaatse van de aanduiding 'overige zone cultuurhistorisch waardevol gebied', waarbij moet worden aangetoond dat de aanwezige waarden niet onevenredig worden aangetast.

3.3.6 Omgevingsvergunning bouwen buiten bouwvlak Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.3.2, onder a en/of artikel 3.3.4 voor het bouwen van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouw zijnde buiten de aanduiding 'bouwvlak', mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a.

er dient te worden voldaan aan de volgende landschappelijke en ruimtelijke kwaliteitseisen: 1. Landschappelijke inpassing: er dient sprake te zijn van een zorgvuldige landschappelijke inpassing van de bedrijfsbebouwing op basis van een door de gemeente goedgekeurd erfbeplantingsplan. Voor veehouderijen ter plaatse

45

b. c. d. e.

f. g. h. i. j.

k.

van de aanduiding 'intensieve veehouderij' en/of 'grondgebonden veehouderij' geldt dat de oppervlakte van de inpassing minimaal 100Zo van de gezamenlijke oppervlakte van de aanduiding 'bouwvlak' en de bebouwing waarvoor de omgevingsvergunning wordt verleend dient te bedragen. Voor de landschappelijke inpassing vormen de gebiedspaspoorten van de Nota Ruimtelijke Kwaliteit het toetsingskader. 2. kwaliteitswinst: er vindt een kwaliteitswinst van het landschap plaats; er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de in geding zijnde belangen, waaronder die van omwonenden en omliggende (agrarische) bedrijven; de in het gebied aanwezige waarden mogen niet onevenredig worden aangetast; er dient sprake te zijn van een volwaardig agrarisch bedrijf; het oprichten van bebouwing buiten de aanduiding 'bouwvlak' is noodzakelijk uit een oogpunt van doelmatige agrarische bedrijfsvoering en/of -ontwikkeling, waaronder begrepen het kunnen plaatsen van permanente teeltondersteunende voorzieningen; advies kan worden gevraagd aan een agrarisch adviseur over het bepaalde onder d.

en e.; voldaan wordt aan de maatvoeringseisen als opgenomen in 3.3.3; de ontwikkeling mag niet leiden tot een toename van stikstofdepositie vanuit de betreffende gronden of bouwwerken; er is sprake van hydrologisch neutraal bouwen; voor agrarische bedrijven ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij' en/of 'grondgebonden veehouderij' gelden de volgende bepalingen: 1. er wordt voldaan aan de algemene voorwaarden voor een veehouderij, zoals opgenomen in 14.3.2; 2. indien sprake is van een toename van de bestaande oppervlakte dierenverblijf voor een hokdierhouderij, wordt voldaan aan de aanvullende voorwaarden voor hokdierhouderijen zoals opgenomen in 14.3.3; 3. de bebouwing en voorzieningen zijn uitsluitend toegestaan voor de ter plaatse toegestane diersoorten als bedoeld in 3.1.2 4. de gezamenlijke oppervlakte van de aanduiding 'bouwvlak' en de bebouwing waarvoor de omgevingsvergunning wordt verleend bedraagt maximaal 1,5 ha, waarbij de oppervlakte van een eventueel differentiatievlak bij deze oppervlakte meetelt; 5. in afwijking van het bepaalde onder 4.

mag de gezamenlijke oppervlakte van de aanduiding 'bouwvlak' en de bebouwing waarvoor de omgevingsvergunning wordt verleend maximaal 2,0 ha bedragen, waarbij de oppervlakte van een eventueel differentiatievlak bij deze oppervlakte meetelt, mits: - de veehouderij vanwege de bedrijfsvoering in overwegende mate is aangewezen op de opslag van ruwvoer; - de toegestane oppervlakte boven de 1,5 ha uitsluitend wordt gebruikt voor voorzieningen - geen gebouwen zijnde - voor de opslag van ruwvoer, aansluitend aan de aanduiding 'bouwvlak'; voor (vollegronds)teeltbedrijven gelden de volgende bepalingen: de gezamenlijke oppervlakte van de aanduiding 'bouwvlak' en de bebouwing buiten het bouwvlak waarvoor omgevingsvergunning wordt verleend bedraagt maximaal 2,0 ha; 1. indien de aanduiding 'bouwvlak' groter is dan 2,0 ha, kan in afwijking van het bepaalde onder 1. een omgevingsvergunning voor het oprichten van bebouwing buiten het bouwvlak met een oppervlakte van maximaal 2507o van de oppervlakte van de aanduiding 'bouwvlak' worden verleend; 2. indien de aanduiding 'bouwvlak' groter is dan 2,0 ha, kan in afwijking van het bepaalde onder 1. een omgevingsvergunning voor het plaatsen van permanente teeltondersteunende voorzieningen buiten het bouwvlak worden verleend indien dit noodzakelijk is;

46

3.3.7 Omzetten bouwvlak naar overig agrarisch bedrijf Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.1.2 voor het omschakelen naar een overig agrarisch bedrijf, niet zijnde een veehouderij- of glastuinbouwbedrijf, binnen een bestaand bouwvlak, waarbij de volgende bepalingen gelden: a. b. c. d. e. f. g. h.

er is geen sprake van toename van de stikstofemissie; de omvang van het bouwvlak mag niet meer bedragen dan 1,5 ha.; er dient vooraf advies te worden ingewonnen bij een agrarisch adviseur inzake de volwaardigheid van het agrarische bedrijf en de noodzaak van een bedrijfswoning; er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat; de in het gebied aanwezige waarden mogen niet onevenredig worden aangetast; er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de in geding zijnde belangen, waaronder die van omwonenden en omliggende (agrarische) bedrijven; op de locatie is geen sprake geweest van een sloopregeling van bedrijfsgebouwen zoals de regeling “Ruimte-voor-ruimte” of RBV; er dient sprake te zijn van een zorgvuldige landschappelijke inpassing.

3.4 Specifieke gebruiksregels

3.4.1 Strijdig gebruik In ieder geval geldt als strijdig met de bestemming gebruik van gronden en/of opstallen voor: a.

b. c. d. e. f.

g. h.

het houden van dieren op meer dan één bouwlaag binnen bedrijfsgebouwen, met uitzondering van: 1. volière- en scharrelstallen voor legkippen waar maximaal twee bouwlagen gebruikt mogen worden 2. legaal bestaande situaties mestbewerking anders dan voor ter plaatse, op het eigen bedrijf, geproduceerde mest, is niet toegestaan; uitbreiding voor een geitenhouderij(tak) is niet toegestaan; tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen voor zover deze geen bouwwerken zijn; opslag buiten de aanduiding 'bouwvlak', met uitzondering van opslag ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - veldschuur'; de uitoefening van vollegrondsfruit- en/of boomteelt, behoudens bestaand gebruik van de gronden ten behoeve van vollegrondsfruit en/of boomteelt, binnen een afstand van 50 m tot de bestemmingsgrens van voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelige functies, alsmede binnen een afstand van 50 m tot kleinschalige kampeerterreinen; een kleinschalig kampeerterrein binnen 50 m van een aanwezige boomgaard; detailhandel, met uitzondering ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel', waarbij detailhandel in de vorm van een supermarkt niet is toegestaan.

3.4.2 Stikstof Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend het gebruik van gronden en bouwwerken en/of het bouwen van bouwwerken, waarbij een toename van stikstofdepositie plaatsvindt afkomstig van de betreffende gronden of bouwwerken.

3.4.3 Aan huis-verbonden-beroep- en bedrijf De uitoefening van een aan-huis-verbonden beroep of een aan-huis-verbonden bedrijf, zoals opgenomen in bijlage 1 Lijst van rechtstreeks toelaatbare aan-huis-verbonden beroepen en

47

bedrijven, is toegestaan als ondergeschikte activiteit in bedrijfswoningen en bijbehorende bouwwerken, waarbij de volgende bepalingen van toepassing zijn: a.

de omvang van de activiteit bedraagt maximaal 3007o van de gezamenlijke oppervlakte van de bebouwing tot een maximum van 45 m2; b. het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en mag geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken; c. de activiteit dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn in de woon- en bedrijfsomgeving; d. detailhandel is niet toegestaan; e. de activiteit wordt uitgeoefend door een bewoner.

3.4.4 Overig gebruik overeenkomstig de bestemming Het hiernavolgende gebruik van gronden en opstallen is gebruik overeenkomstig de bestemming: a. b.

het bouwen van carnavals- en corsowagens binnen het bouwvlak; het verharden van gronden voor perceelsontsluiting binnen de aanduiding 'bouwvlak' alsmede tussen de voorzijde van de aanduiding 'bouwvlak' en de openbare weg waarop het bouwperceel ontsloten wordt;productiegebonden detailhandel als nevenactiviteit, waarbij de totale gezamenlijke verkoopvloeroppervlakte per agrarisch bedrijf maximaal 100 m2 bedraagt; c. statische opslag als nevenactiviteit en uitsluitend inpandig, waarbij de totale gezamenlijke vloeroppervlakte per agrarisch bedrijf maximaal 1.000 m2 bedraagt; d. het inrichten en gebruiken van een boerenterras met een totale gezamenlijke oppervlakte per agrarisch bedrijf van maximaal 50 m2, waarbij parkeren voor het boerenterras op eigen terrein dient plaats te vinden.

3.5 Afwijken van de gebruiksregels 3.5.1 Omgevingsvergunning nevenactiviteit Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken zoals bedoeld in 3.1 ten behoeve van het toestaan van andere nevenactiviteiten, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. De agrarische functie blijft op het perceel als hoofdfunctie aanwezig en herkenbaar. b. Voor verbrede landbouw en nevenactiviteiten geldt dat de volgende functies bij het agrarische bedrijf zijn toegestaan: 1. statische opslag met een maximum van 2.000 m2, uitsluitend in bestaande bebouwing; 2. recreatieve voorzieningen met een maximum van 750 m2; 3. zorgboerderij met een maximum van 375 m2; 4. bed à breakfast, anders dan bedoeld in 3.2.1, met maximaal 5 kamers/logeereenheden tot een maximum van in totaal 150 m2; 5. een overig niet-agrarisch bedrijf met een maximum van 400 m2, met uitzondering van detailhandel; met dien verstande dat bij cumulatie van meerdere vormen van verbrede landbouw en/of nevenactiviteiten, met uitzondering van opslag/kleinschalig kamperen, het totale daarvoor te gebruiken bedrijfsvloeroppervlakte niet mag meer bedragen dan 2507o van het bedrijfsvloeroppervlakte tot een maximum van 750 m2.

48

c. d.

De in het gebied aanwezige waarden mogen niet onevenredig worden aangetast. De verbrede landbouw en/of nevenactiviteit mag geen onevenredige publieks- en/of verkeersaantrekkende werking tot gevolg hebben. e. De verbrede landbouw en/of nevenactiviteit mag geen onevenredige beperking opleveren van de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende (agrarische) bedrijven. f. Het woon- en leefklimaat mag niet onevenredig worden aangetast.

3.5.2 Omgevingsvergunning spuitzone Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.5.1 onder f en g voor het verkleinen van de in dat artikel opgenomen afstand van 50 m mits het gebruik niet leidt tot een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat of van het verblijfsklimaat van voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelige functies.

3.5.3 Omgevingsvergunning stikstof Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.4.2 voor het toestaan van een toename vanstikstofdepositie mits sprake is van een onherroepelijke vergunning Wet natuurbescherming, waarvoor een passende beoordeling is gemaakt.

3.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.6.1 Omgevingsvergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op en in de gronden de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te (laten) voeren: a. Algemeen: 1. Het aanbrengen van oppervlakteverhardingen; b. Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - openheid' : 1. het aanleggen of aanplanten van bos-, natuur- en landschapselementen of ander opgaand houtgewas zonder agrarische productiefunctie 2. het aanleggen of aanplanten van hoger dan 1,5 m opgaand of dieper dan 0,40 m wortelend houtgewas (en bamboe) met agrarische productiefunctie. c. Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone -cultuurhistorisch waardevol gebied': 1. het verzetten of vergraven van grond waarbij het maaiveld over meer dan 100 m2 per perceel of met meer dan 0,40 m wordt gewijzigd of waarbij de maaiveldniveaus van een steilrand worden gewijzigd; 2. het aanleggen, dempen of wijzigen van (oevers, profiel, doorstroom- of bergingscapaciteit van) oppervlaktewateren; 3. het verwijderen of rooien van bos-, natuur- en landschapselementen en ander opgaand houtgewas zonder agrarische productiefunctie; 4. het aanleggen of aanplanten van bos-, natuur- en landschapselementen of ander opgaand houtgewas zonder agrarische productiefunctie; 5.

het verwijderen van perceelsindelingen, zoals tot uiting komend in greppels, sloten, steilrand en het verwijderen van paden of onverharde wegen; 6. het aanleggen en/of verharden van wegen, paden, parkeerterreinen of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen.

49

3.6.2 Uitzondering omgevingsvergunningplicht Het onder 3.7.1 vervatte verbod geldt niet voor werken en werkzaamheden: a. welke plaatshebben ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'; b. waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden is verleend; c. welke ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan legaal in uitvoering waren; d. welke betreffen het normale onderhoud en/of landschapsbeheer; e. die worden verricht in het kader van vruchtwisseling f. die worden verricht in het kader van het realiseren van een landschappelijk inpassingsplan als onderdeel van een omgevingsvergunning

3.6.3 Voorwaarden De in 3.7.1 bedoelde vergunning wordt slechts verleend indien: a. b.

het bepaalde in 3.7.1 noodzakelijk is voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering dan wel voor landschapsbeheer; na een belangenafweging blijkt dat er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de aanwezige waarden als opgenomen in 3.1.

Artikel 4 Agrarisch met waarden - Landschap 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch met waarden - Landschap' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. agrarisch grondgebruik; b. agrarische bedrijvigheid in de vorm van een (vollegronds) teeltbedrijf; c. wonen in een bedrijfswoning; d. aan-huis-verbonden beroep of aan-huis-verbonden bedrijf; e. mestbewerking voor ter plaatse, op het eigen bedrijf, geproduceerde mest; f. nevenactiviteiten; g. behoud en bescherming van de landschappelijke waarden; h. behoud en bescherming van de natuurwaarden; i. behoud en bescherming van de cultuurhistorische waarden; j. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; k. extensief recreatief medegebruik; l. nutsvoorzieningen; m. erfbeplanting; n. bestaande (onverharde) paden, wegen en parkeervoorzieningen; o. perceelsontsluitingen; met bijbehorende bouwwerken en voorzieningen.

4.1.1 Algemene bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch met waarden - Landschap' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.

b.

de uitoefening van het agrarisch bedrijf ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak', al dan niet in combinatie met een aan-huis-verbonden beroep of bedrijfsmatige activiteiten aan huis; agrarisch grondgebruik;

50

c.

nevenactiviteiten uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak', tenzij in de regels anders isvermeld en uitsluitend voor zover genoemd in 4.1.2 dan wel na verlening van omgevingsvergunning als opgenomen in 4.5; d. de bestemming strekt tot behoud, herstel en/of duurzame ontwikkeling van het watersysteem en de ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken van de groenblauwe mantel; e. behoud en bescherming van de landschappelijke waarden; f. behoud en bescherming van de natuurwaarden; g. behoud en bescherming van de cultuurhistorische waarden; h. behoud van bestaande (onverharde) paden, wegen en parkeervoorzieningen; i. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; extensief recreatief medegebruik; j. k. doeleinden van openbaar nut; l. mestbewerking, uitsluitend ten behoeve van ter plaatse geproduceerde mest; m. erfbeplanting Een en ander met bijbehorende voorzieningen, zoals perceelsontsluitingen, en overeenkomstig de in 4.1.2 opgenomen Nadere detaillering van de bestemmingsomschrijving

4.1.2 Te beschermen waarden a Landschappelijke en cultuurhistorische waarden Behoud, herstel en ontwikkeling van landschappelijke en cultuurhistorische waarden in het algemeen en in het bijzonder de volgende landschappelijke en cultuurhistorische waarden: 1.

behoud, herstel en duurzame ontwikkeling van het watersysteem en de daarmee samenhangende ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - groenblauwe mantel';

b Nota Ruimtelijke Kwaliteit Bij de beoordeling van initiatieven, waaronder de beoordeling van de landschappelijke inpassing, vormen - met betrekking tot de bescherming en ontwikkeling landschapswaarden/ landschappelijke waarden - de gebiedspaspoorten, als opgenomen in de Nota Ruimtelijke Kwaliteit, mede het toetsingskader.

4.1.3 Toegestaan na melding a.

Nieuwe bed & breakfastvoorzieningen zijn toegestaan in elke woning, voor maximaal 2 kamers/logeereenheden (4 bedden) per woning, en na een melding als bedoeld in 14.1. b. In afwijking van het bepaalde onder a. is een melding niet vereist indien de functie als bedoeld onder a. is toegestaan ingevolge het bepaalde in 4.1.4.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=ReuselDeMierden&id=5fe534f8-aa18-4269-8325-573c387f63ea