[23.17120] - Programmabegroting 2024-2027
Tekst van het document
22
praat te krijgen. Verder schaden beveiligings- en privacy-incidenten het vertrouwen van inwoners in de overheid en de reputatie van de gemeente en haar bestuurders. Het aantal cyberaanvallen op Nederlandse gemeenten is het afgelopen jaar sterk toegenomen. De afgelopen twee jaar waren er vijf grote cyberincidenten. Ook zijn er twee keer zo veel risicovolle, zwakke plekken in de software van gemeenten opgespoord. Dat blijkt uit het recente Dreigingsbeeld 2023-2024 van de Informatiebeveiligingsdienst (IBD) van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). Het aantal incidenten neemt dus toe, het wordt steeds complexer om ze het hoofd te bieden en de impact is steeds ernstiger. Criminelen aarzelen niet om privacygevoelige gegevens van inwoners, bedrijven en medewerkers online te publiceren. Door het nemen van passende beveiligingsmaatregelen proberen we het risico op beveiligingsincidenten te verlagen en beperken we de mogelijke negatieve impact van dergelijke incidenten op privacy en de gemeentelijke informatievoorziening en daarmee ook het risico op imagoen financiële schade. De hoogte van mogelijke financiële schade is op voorhand echter moeilijk in te schatten en kan, afhankelijk van de omvang, het soort en het tijdsverloop van een incident, zeer divers zijn. Om die reden nemen we voor dit risico in 2024 geen concreet bedrag aan weerstandsvermogen op.
Het afgelopen jaar zijn er binnen onze gemeente verschillende beveiligingsmaatregelen uitgevoerd. Omdat menselijk handelen een van de grootste risico’s blijft, zijn naast technische en organisatorische beveiligingsmaatregelen verschillende acties opgepakt om ook de bewustwording op het gebied van informatiebeveiliging en privacybescherming te vergroten. Dit onderwerp heeft voortdurend de aandacht binnen onze organisatie, door uitleg en training, nieuwsbrieven, berichten op intranet en het elkaar aanspreken op onveilig gedrag. Vooral het laagdrempelig melden en bespreken van incidenten en datalekken wordt gestimuleerd. Als een van de technische maatregelen is overal 2-factorauthenticatie nodig om in te loggen op het netwerk. Gegarandeerde geldleningen De gemeente staat garant voor de betaling van rente en aflossing over een aantal door derden aangegane geldleningen. Daarbij is een onderscheid te maken tussen garantstellingen aan woningcorporaties op basis van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) en overige garantstellingen. Er is echter geen sprake meer van overige garantstellingen. De gemeente is terughoudend in het afgeven van nieuwe garanties.
Voor geldleningen onder het regime van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw geldt dat bij problemen eerst het WSW aangesproken wordt en pas als deze niet meer aan haar verplichtingen kan voldoen, staan Rijk en gemeenten ieder voor 50% garant. Het totaalbedrag waarvoor onze gemeente onder het regime van het WSW een afgeleide garantstelling heeft afgegeven bedroeg per 31 december 2022 € 29,5 miljoen. De totale marktwaarde van de onroerende zaken waarop de garantie betrekking heeft, bedroeg in 2022 bijna € 123,5 miljoen. Wij hebben geen signalen, die zouden kunnen duiden op een concreet risico dat wij binnen afzienbare termijn aangesproken worden op onze waarborgverplichtingen. In het kader van het WSW is de verhouding tussen afgegeven garanties in relatie tot de waarde van het daar tegenover staande woningbezit nog dermate gunstig, dat de risico’s in de praktijk erg klein zijn. Daarom is het niet nodig hiermee in de berekening van de weerstandscapaciteit rekening mee te houden. Sociaal domein Binnen het sociaal domein is vrijwel altijd sprake van open-eind regelingen. Wie inkomensondersteuning nodig heeft en aan de voorwaarden voldoet, krijgt een uitkering. Wie zorg of een voorziening nodig heeft in het kader van de Wmo krijgt, zal dat ook krijgen en ook bij Jeugdhulp wordt de hulp verleend die nodig is. De hoogte van budgetten werken daar niet beperkend in.
De kosten voor de gemeenten hangen af van de vraag naar en de prijs van zorgproducten. Getracht wordt om zo goed mogelijk de vraag in te schatten en op basis daarvan zo nauwkeurig mogelijk te ramen. Maar sommige zorgtrajecten zijn erg duur, soms wel € 100.000 per persoon per jaar. Als een relatief kleine gemeente geconfronteerd wordt met een afwijkend vraagpatroon, kunnen dit soort zorgtrajecten een grote impact hebben op de kosten.
23
Gemeenten hebben bovendien de plicht om zorgverleners realistische tarieven te betalen. Als de kostenontwikkelingen als gevolg van bij voorbeeld inflatie of CAO-ontwikkelingen buitensporig stijgen, dan heeft dat direct invloed op de door gemeenten te betalen tarieven voor afgenomen zorg. Ook kunnen zorgverleners in financiële problemen komen. Als dat het geval is bij zeer specialistische zorg waarvoor eigenlijk geen andere zorgverlener bestaat, dan zullen gemeenten financieel bij moeten springen om te voorkomen dat de zorgvrager de dupe wordt. In hoeverre de zorgkostenstijgingen worden gecompenseerd door hogere uitkeringen van het Rijk is niet op voorhand te zeggen. Er is dus sprake van een risico op kostenoverschrijdingen, waar tegenover geen compenserende uitkeringen va het Rijk staan. Wij schatten het risico op basis van de huidige marktomstandigheden in op € 500.000 met een kans op voordoen van 50%, waardoor een weerstandsvermogen van € 250.000 aangehouden wordt. Claims Gemeenten worden met enige regelmaat geconfronteerd met (schade)claims omdat burgers van mening zijn dat zij door beslissingen (bijv. een wijziging in een bestemmingsplan) of door handelen of nalaten van de gemeente (bijvoorbeeld een diep gat in de weg) worden benadeeld. Vaak zijn dit soort zaken verzekerd in het kader van de aansprakelijkheidsverzekering, maar niet altijd.
Rondom de intensieve dierhouderij spelen al geruime tijd tal van ontwikkelingen, welke doorwerken in regelgeving vanuit de landelijke en provinciale overheid, maar ook in gemeentelijk beleid, zoals omgevingsvisie, bestemmingsplannen en dergelijke. Al deze ontwikkelingen kunnen wellicht beperkingen inhouden voor de ontwikkeling van een aantal bedrijven in die sector. Daarbij zullen sommige ondernemers zich benadeeld voelen door de nieuwe regelgeving en proberen dat nadeel gecompenseerd te krijgen door daartoe claims in te dienen. Het is op dit moment geenszins in te schatten wat de slagingskans voor dat soort claims zal zijn en om hoeveel gevallen het zou kunnen gaan. Desalniettemin moeten we rekening houden met de kosten van afhandeling van eventuele claims en bestaat altijd het risico dat claims toegewezen worden. Op basis van min of meer vergelijkbare toegekende schadevergoedingen in 2021 en 2022 kan een gemiddelde schade berekend worden van circa € 100.000 per casus. Vooralsnog maken wij een inschatting op 2 casussen per jaar, waarvoor naast de schadevergoedingen ook afhandelingskosten worden gemaakt. Wij houden daarom rekening met een risico van in totaal € 250.000. Wij merken op dat er claims zijn waarvoor een beroep kan worden gedaan op de aansprakelijkheidsverzekering van de gemeente. Daarbij geldt dan wel een eigen risico en een maximumbedrag per claim.
Indien er sprake is van dit soort claims en de inschatting van de verzekeringsmaatschappij is dat de claim binnen de grenzen van de verzekering valt, wordt er voor die claims geen weerstandsvermogen berekend omdat er dan per saldo geen sprake is van een financieel risico, behoudens een beperkt eigen risicobedrag. Op dit moment is sprake van één schadeclaim, welke buiten de verzekering valt en waarvan inmiddels in een gerechtelijke procedure is vast komen staan dat er sprake is van schade. Hoe hoog die schade is, moet nog worden bepaald. Betrokkene moet daarvoor gegevens aanleveren en in dat proces zit vertraging. Het is daarom nog onduidelijk in welke orde van grootte van schadebedragen wij moeten denken. Wellicht moet voor deze claim in de toekomst een voorziening gevormd worden als meer duidelijkheid is over de (mogelijke) hoogte van het bedrag. De tijd waarbinnen mensen claims kunnen indienen is vrij lang. Daardoor kunnen er claims komen die eerder niet voorzien zijn. Het is dan afwachten in hoeverre die in rechte tot daadwerkelijk te betalen schadevergoedingen gaan leiden. Voorzieningen De voorzieningen worden bij de opstelling van de jaarrekening herrekend op basis van de dan bekende, meest recente informatie. Dat zijn echter altijd momentopnamen, zodat er altijd een risico bestaat dat voorzieningen onvoldoende hoog zijn.
De onzekerheid over het al dan niet toereikend zijn van voorzieningen kan toe- of afnemen door tijdsverloop of door de aard van de voorziening. De voorzieningen voor wegen en gebouwen en riolering worden eens in de 4 à 5 jaar geactualiseerd. Voor wegen is een herziening in 2024 aanstaande en voor riolering zal een herzien plan nog in 2023 ter besluitvorming worden voorgelegd. De actualisering van de onderhoudsvoorziening gebouwen heeft in 2019 plaatsgevonden. Voorzieningen voor wachtgeld- en Appa-verplichtingen worden jaarlijks geactualiseerd voorafgaand aan de samenstelling van de jaarrekening. De voorziening wachtgelden is gebaseerd op inschattingen ten aanzien van met name de duur van de Appa- en wachtgeldverplichting.
24
Indien zich tussentijds belangrijke ontwikkelingen voordoen die tot te verwachten betalingsverplichtingen leiden, kan (of moet) tussentijds aanpassing van de voorzieningen plaatsvinden. Op dit moment zijn dat soort ontwikkelingen niet bekend c.q. aan de orde. Omdat alle voorzieningen op basis van de meest recente gegevens zijn berekend, achten wij het niet nodig om hiervoor een aanvullend risicokapitaal aan te houden. Kostenstijgingen In de begroting is rekening gehouden met inflatiecijfers zoals deze zijn vermeld in de meicirculaire 2023 en is van een geactualiseerde basis uitgegaan (zoals bijv. de CAO-afspraken ten aanzien van de salarissen). Er is echter van alles aan de hand in de wereld, zoals de oorlog in Oekraïne, de schaarsheid van personeel, de stikstof- en PFAS-problematiek enz. Die ontwikkelingen kunnen tot kosteneffecten leiden die niet worden afgedekt door de toegepaste inflatiepercentages. Het is onmogelijk om voor dit soort ontwikkelingen een soort van berekening te maken, waardoor het opnemen van weerstandsvermogen voor dit doel ondoenlijk is.
3.3.4. Resumé risicobedragen Samenvatting beschreven risico
Benodigde weerstand
Grondexploitaties Intergemeentelijke samenwerking Sociaal domein Claims Totaal
891.000 251.000 250.000 250.000 1.642.000
(Bedragen in €)
Het geblokkeerde deel van de algemene reserve dient op basis van het in juli 2020 door uw raad vastgestelde beleid bepaald te worden op 1,8 maal de gekwantificeerde risico’s, dus op 1,8 x € 1.642.000 = € 2.956.000 (afgerond). 3.3.5. Kengetallen Op basis van artikel 11 van het Bbv moet de begroting en ook de jaarrekening in de risicoparagraaf een tabel met een aantal kengetallen bevatten. De volgende cijfers kunnen gegeven worden: Kengetallen Begroting Begroting Begroting Begroting 2024
2025
2026
2027
Solvabiliteit
42,2%
42,8%
42,4%
41,6%
Netto schuldquote
47,1%
53,4%
61,5%
61,9%
Netto schuldquote, gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
47,1%
53,4%
61,5%
61,9%
Grondexploitatie
3,8%
2,6%
1,3%
1,3%
Structurele exploitatieruimte
0,1%
-0,9%
-5,9%
-5,7%
78,70%
78,70%
78,70%
78,70%
Belastingcapaciteit
Enige uitleg over de betekenis van deze kengetallen is nodig. De netto schuldquote en de netto schuldquote, gecorrigeerd voor verstrekte leningen, weerspiegelen het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten op de exploitatie. Omdat onze gemeente nauwelijks gelden heeft uitgeleend, zijn de beide percentages nagenoeg gelijk. In beginsel is een zo laag mogelijke quote het meest gunstig. De solvabiliteit geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is haar financiële verplichtingen te voldoen. Een hoge schuld hoeft bijvoorbeeld geen probleem te zijn als er ook sprake is van veel eigen vermogen. De solvabiliteitsratio drukt het eigen vermogen uit als percentage van het totale vermogen. Hoe hoger deze quote, hoe beter de gemeente er voorstaat. Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond in exploitatie) is ten opzichte van de totale geraamde baten. Aan deze quote is eigenlijk geen kwalificatie goed of slecht te hangen. Wel is een hoge quote een teken van grotere voorraad nog uit te geven grond, waardoor het risico op dat gebied groter is. Een lagere quote voor grondexploitatie betekent dus in het algemeen dat de gemeente minder risico’s loopt op dat gebied.
25
De structurele exploitatieruimte geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken (begrotingsoverschot). Uiteraard is hier een hogere quote altijd gunstiger. Het kengetal belastingcapaciteit geeft inzicht in de gemeentelijke woonlasten (OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing) ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Hierbij zijn de woonlasten voor een meerpersoonshuishouden met eigen woning leidend. De kwalificatie van deze quote is afhankelijk van politieke keuzes c.q. voorkeuren. Het hoeft geen doel te zijn om een lager belastingniveau te hebben dan het landelijk gemiddelde. Een score van 100% zou betekenen dat de gemeente precies op het landelijk gemiddelde zit. Als we de kengetallen bezien, dan zien we ten opzichte van de begroting 2023 een verbetering van de ratio’s voor solvabiliteit en schuldquotes, hetgeen goed verklaarbaar is vanwege onder meer de verbeterde reservepositie en de afgenomen schuldposities. Naar de verdere toekomst toe is wel een toename van de schuldpositie zichtbaar omdat we nu inschatten dat we vanwege onze investeringsniveau waarschijnlijk extra geldleningen zullen moeten aangaan. Dat doen we pas als de noodzaak daartoe echt aanwezig is.
Ten aanzien van de grondexploitaties zien we aan de ratio een sterke afname van de grondpositie. Dat heeft te maken met het feit dat de lopende exploitaties de komende jaren worden afgesloten. Daar komen zeer waarschijnlijk nieuwe exploitaties voor in de plaats, maar dat is nu nog niet concreet te maken en daardoor niet zichtbaar in dit kengetal. De ratio voor belastingdruk is niet alleen afhankelijk van eigen beleid, maar ook van het landelijke gemiddelde. Een grotere landelijke stijging leidt tot een gunstiger score voor onze gemeente. Het overall beeld ten aanzien van de financiële kengetallen mag tot tevredenheid stemmen, maar vraagt tevens om waakzaamheid ten aanzien van de toekomst, want ratio’s kunnen door omstandigheden snel veranderen. Er mag een redelijke verwachting zijn dat er de komende jaren nog winstnemingen uit grondexploitaties zullen optreden, waardoor de quotes voor solvabiliteit en schulden weer zullen verbeteren. Maar ook ons investeringsniveau zal zijn weerslag hebben op met name de schuldpositie. In die zin geven dit soort kengetallen goede indicaties voor ontwikkelingen, maar ze moeten wel bezien worden in het licht van allerlei andere ontwikkelingen.
26
3.4 Financiering 3.4.1. Algemeen De gemeente maakt gebruik van zogenaamde totaalfinanciering (geen projectfinanciering). Dat betekent dat zowel de lopende uitgaven als de investeringen worden gedekt door de lopende inkomsten en eigen (financierings)middelen (liquide middelen, reserves e.d.) en opgenomen kort- en langlopende geldleningen. De zorg voor het permanent aanwezig zijn van voldoende financiële middelen behoort tot de treasuryfunctie. De treasuryfunctie van de gemeente dient tot: het tijdig aantrekken van voldoende middelen om de programma’s binnen de door de raad vastgestelde kaders van de begroting uit te kunnen voeren (beschikbaarheid); het beheersen van de risico’s verbonden aan de treasuryfunctie (risicominimalisatie); het zoveel mogelijk beperken van de rentekosten van de leningen en het bereiken van voldoende rendement op overtollige middelen (rente-optimalisatie); het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities (kostenminimalisatie). De gemeentelijke liquiditeiten worden beïnvloed door de uitgaven- en de inkomstenstromen. Bij de uitgavenstromen is er naast de redelijk constante stroom van min of meer dagelijkse uitgaven, sprake van beïnvloeding door grote projecten, welke voor tijdelijke pieken in de uitgaven zorgen.
Bij de inkomstenstromen zorgen de uitkeringen van het Rijk en de belastinginkomsten voor de redelijk constante stroom van inkomsten. Echter ook de inkomsten uit bijvoorbeeld bouwgrondverkopen hebben een grote invloed op de liquiditeitspositie. De situatie op de financiële markten heeft een aantal jaren achtereen geleid tot een ongekend lage rente op aan te trekken financieringsmiddelen. Dat geldt voor zowel de langlopende geldleningen (looptijd > 1 jaar) als voor kort geld (looptijd < 1 jaar). Inmiddels is de situatie op de geld- en kapitaalmarkt meer genormaliseerd, zijn negatieve rentepercentages verleden tijd en vertonen rentetarieven een stijgende trend. Met behulp van prognoses van onze geldstromen proberen we continu onze behoefte aan geld of kapitaal zo slim mogelijk af te dekken. 3.4.2. Treasury en renteontwikkeling Voor de te hanteren rentepercentages gelden op basis van het Bbv regels die er eenvoudig gezegd op neer komen dat de rente die de gemeente hanteert meer geënt moet zijn op de werkelijke rente. Het Bbv maakt daarbij onderscheid tussen de rente die aan de grondexploitatie mag worden toegerekend en de rente die aan producten wordt toegerekend (middels de kapitaallasten). Dat onderscheid heeft te maken met het feit dat de gemeente gebruik maakt van totaalfinanciering, dus alle investeringen worden gefinancierd met een mix van eigen vermogen en vreemd vermogen.
Eenvoudig gezegd komt het erop neer dat aan grondexploitaties uitsluitend rente mag worden toegerekend van opgenomen geldleningen en dus niet indirect een rentevergoeding voor het ingezette eigen vermogen. Voor de berekening van de te hanteren rentepercentages heeft het Bbv een standaard model ontwikkeld, dat gebruik maakt van gegevens uit de geprognosticeerde balans. Daaruit volgen de volgende cijfers:
27
RENTESCHEMA 2024 1 Externe rentelasten over de korte en lange financiering (te betalen rente)
206.825
2 Externe rentebaten over de korte en lange financiering
0
3 SALDO rentelasten en rentebaten
206.825
4 Doorbelaste rente naar grondexplotatie
81.572
5 Doobelaste rente aan projectfinanciering naar taakvelden
0
6 Rentebaat van doorverstrekte leningen in het kader van projectfinanciering naar taakvelden
0
7 AAN TAAKVELDEN TOE TE REKENEN RENTE
125.253
8 Rente over eigen vermogen
0
9 Rente over voorzieningen
0
10 TOTAAL AAN TAAKVELDEN TOE TE REKENEN RENTE
125.253
11 De aan taakvelden toegerekende rente
248.376
12 RENTERESULTAAT op taak veld treasury
-123.123
13 Aan taakvelden toe re rekenen externe rente (= 10)
125.253
14 Vast activa boekwaarde 1-1-2024
69.367.923
15 GEMIDDELDE RENTE
0,1806%
OMSLAGRENTE (= gemiddelde rente, afgerond naar boven op 0,5%)
0,5%
RENTE GRONDEXPLOITATIES (naar verhouding vreemd vermogen en totaal vermogen)
0,35%
Omslagrente Om de rente die wordt gebruikt bij de berekening van kapitaallasten enigszins stabiel te houden, wordt gewerkt met een omslagrente. Die wordt berekend door de geraamde netto te betalen rente in 2024 te delen door de (geraamde) boekwaarde van de investeringen per 1 januari 2024. De uitkomst daarvan mag naar boven afgerond worden op een veelvoud van 0,5%. De berekende omslagrente (zie renteschema) bedraagt 0,5%. Renteresultaat Met de eerder in deze paragraaf vermelde gegevens wordt ook het renteresultaat berekend, dat als baat in de begroting is opgenomen. Het renteresultaat in 2024 bedraagt € 123.000. 3.4.3. Leningenportefeuille Onze gemeente heeft per 1 januari 2024 naar verwachting voor een bedrag van afgerond € 9,7 miljoen aan opgenomen langlopende geldleningen. Afhankelijk van wanneer we inkomsten ontvangen uit met name grondverkopen zou de leningenportefeuille kunnen afnemen. Een toename is echter meer voor de hand liggend vanwege de grote investeringen die de komende jaren op stapel staan. 3.4.4. Kasgeldlimiet Onder kasgeldlimiet wordt verstaan het maximale bedrag dat de gemeente met kortlopend geld mag financieren. Dit kan bijvoorbeeld door ‘rood’ staan bij de bank of door het aantrekken van kasgeld. Wettelijk is vastgesteld dat de kasgeldlimiet 8,5% van de jaarbegroting (exclusief btw) is.
De gemeente is verplicht om per kwartaal de kasgeldlimiet te toetsen en de provincie te informeren als deze meer dan twee achtereenvolgende kwartalen wordt overschreden. Berekening kasgeldlimiet op basis van de begroting 2024: Omvang begroting Toegestane limiet Ruimte kasgeldlimiet
€ 41.747.000 8,50% € 3.548.000
28
3.4.5. Renterisiconorm De renterisiconorm op basis van de Wet FIDO (Financiering Decentrale Overheden) heeft als doel om het renterisico bij herfinanciering te beheersen. De renterisiconorm houdt in dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. Er mag dus maximaal 1/5e deel van de langlopende schulden aan rentegevoeligheid onderhevig zijn. In onderstaand overzicht is deze norm voor de komende begrotingsjaren afgezet tegen de ingeschatte aflossingen.
Renterisiconorm 1 2 3 4a 4b 4 5a 5b
Bedragen x € 1.000
Renteherzieningen Aflossingen Renterisico (1+2) Begrotingstotaal van betreffend jaar Percentage regeling Renterisiconorm (20% van het begrotingstotaal) Ruimte onder de renterisiconorm (4 > 3) Ruimte boven de renterisiconorm (3 > 4)
2024
2025
2026
2027
0 4.313 4.313 42.121 0 8.424 4.111 0
0 2.323 2.323 39.219 0 7.844 5.521 0
0 1.429 1.429 39.762 0 7.952 6.523 0
0 150 150 40.783 0 8.157 8.007 0
Zichtbaar is dat we alle jaren onder de renterisiconorm blijven. Overigens trachten wij renterisico’s zoveel mogelijk te beperken door nieuwe leningen zoveel mogelijk in looptijd te spreiden. Zodoende voorkomen we dat veel leningen op hetzelfde moment moeten worden geherfinancierd, waarbij we dan afhankelijk zijn van de rentestand op dat moment. 3.4.6. EMU-saldo Het Economische en Monetaire Unie (EMU)-saldo is het vorderingensaldo van de totale overheid (Rijk, decentrale overheden en premie gefinancierde sectoren als zorg en sociale zekerheid). Het EMU-tekort mag maximaal 3% van het Bruto Binnenlands Product (BBP) bedragen. Hiermee wil men voorkomen dat de overheidsfinanciën van EMU-landen ontsporen. Zolang de uitkomst van onderstaand overzicht positief is, levert de gemeente geen bijdrage aan een (te) hoog Europees begrotingstekort, want dan zijn de uitgaven in EMU-opzicht lager dan de inkomsten. Er is geen directe sanctie op overschrijding van het EMU-saldo door een individuele gemeente. Op basis van de Wet Hof (Wet Houdbare overheidsfinanciën) komt een sanctie pas in beeld als sprake is van structurele overschrijding van de norm én na uitgebreid overleg. Zoals in onderstaand overzicht ook goed zichtbaar is, spelen de (geraamde) opbrengsten van grondverkopen in de grondexploitaties en het investeringsniveau een grote rol in de bepaling van het EMU-saldo.
De individuele referentiewaarde van het EMU-saldo voor Reusel-De Mierden is voor 2023 bepaald op 1.441. Voor 2024 is geen referentiewaarde meer bepaald omdat men zoekt naar een betere systematiek. Gebleken is dat gemeenten niet of nauwelijks kunnen sturen op het EMU-saldo in relatie tot een individuele referentiewaarde. Deze individuele referentiewaarde betreft overigens geen norm, maar een indicatie van het aandeel dat de gemeente heeft in de gezamenlijke (landelijke) norm. In de referentiewaarden van individuele overheden is naast het eigen aandeel ook het aandeel van openbare lichamen (verbonden partijen) opgenomen. Pas als nationaal blijkt dat de gemeenten en hun verbonden partijen gezamenlijk het plafond van het EMU-tekort gaan overschrijden, kan van gemeenten worden gevraagd het individuele EMU-tekort van de lopende begroting te verminderen. EMU-saldo Omschrijving
2023
2024
2025
x € 1000,-
x € 1000,-
x € 1000,-
x € 1.000
x € 1.000
Volgens realisatie tot en met sept. 2023, aangevuld met raming resterende periode -1.577
Volgens begroting 2024
Volgens meerjarenraming in begroting 2024-2027
Volgens meerjarenraming in begroting 2024-2027
Volgens meerjarenraming in begroting 20242027
-1.009
-698
-2493
-2427
649
2026
2027
1.
Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c)
2.
Mutatie (im)materiële vaste activa
3.295
1.007
1.264
908
3.
Mutatie voorzieningen
928
928
928
928
928
4.
Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie)
-416
-1.260
493
548
1344
5.
Verwachte boekwinst/verlies bij de verkoop van financiële vaste activa en (im)materiële vaste activa, alsmede de afwaardering van financiële vaste activa
0
0
0
-3.528
172
-1.527
-3.021
-3.492
Berekend EMU-saldo (=1-2+3-4-5)
29
3.5
Verbonden partijen
3.5.1. Algemeen Een verbonden partij is een instelling, buiten de eigen organisatie, waarin de gemeente een bestuurlijk en financieel belang heeft (Bbv, art. 1b). Met een zetel in het bestuur van een instelling of met stemrecht heeft de gemeente een ‘bestuurlijk belang’. Onder een ‘financieel belang’ wordt verstaan het ter beschikking stellen van middelen die de gemeente kwijtraakt bij faillissement van de verbonden partij of die bij financiële problemen van de verbonden partij op de gemeente verhaald kunnen worden. We kunnen een verbonden partij zien als één van de drie vormen waarmee gemeenten hun taken (laten) uitvoeren: door een eigen dienst, een commerciële partij of door een verbonden partij. Er kan een aantal redenen zijn, waarom een gemeente samenwerkt met een verbonden partij. Bijvoorbeeld vanwege de mogelijkheden van spreiding van risico’s over de verschillende deelnemers of om een efficiëntere uitoefening van een wettelijke taak te realiseren. De gemeente blijft verantwoordelijk voor het realiseren van de beoogde doelstellingen in de programma’s. De raad dient hiervoor kaders te stellen en de verbonden partijen te controleren op de realisatie van de doelstellingen. Naast bovengenoemde taken is deze paragraaf belangrijk voor de raad vanwege de kosten en de financiële risico’s die de gemeente kan lopen met verbonden partijen.
De wijze waarop de raad in voldoende mate invloed kan hebben op verbonden partijen is onderwerp van voortdurende aandacht. Mogelijke verbeteracties vinden mede plaats op basis van rekenkameronderzoek en landelijke ontwikkelingen. 3.5.2. Onderscheid gemeenschappelijke regelingen, stichtingen en privaatrechtelijke verbondenheden Op een aantal gebieden is binnen de gemeente sprake van verbonden partijen. Het belangrijkste onderscheid dat daarbij gemaakt kan worden, is dat in gemeenschappelijke regelingen, stichtingen en andere privaatrechtelijke verbondenheden. Bij gemeenschappelijke regelingen betaalt onze gemeente jaarlijks een bedrag voor exploitatiekosten van die gemeenschappelijke regeling naar rato van deelname in de regeling. Evenals bij stichtingen is bij de oprichting bijgedragen in de oprichtingskosten. Naar rato van de bijdragen loopt onze gemeente risico in een eventueel liquidatiesaldo van een gemeenschappelijke regeling/stichting. Verder lopen wij het risico dat een andere partij, die deelneemt in een gemeenschappelijke regeling/stichting, uittreedt. Op dat moment zal die partij uittreedkosten moeten betalen, die meestal bestaan uit kosten in de vorm van wachtgelden aan personeel.
Voor de achterblijvende deelnemende partijen zal de bijdrage in de exploitatiekosten dan veelal stijgen, doordat algemene kosten, bijvoorbeeld overheadkosten, over minder deelnemers omgeslagen kunnen worden. Ook kan het draagvlak van een gemeenschappelijke regeling/stichting verminderen bij uittreding van een partner. Een volgend risico is er voor ons wanneer wij zelf uit een gemeenschappelijke regeling stappen. Op dat moment zijn wij ook verplicht tot het betalen van de eerder genoemde kosten. Via de afvaardiging van leden in besturen van gemeenschappelijke regelingen kunnen risico’s beïnvloed worden. De stem van de gemeente is meestal naar rato van de verhouding ten opzichte van het totaal aantal bestuursleden. Naast gemeenschappelijke regelingen/stichtingen heeft onze gemeente ook belangen in partijen op privaatrechtelijke grondslag. Het financiële risico van dit soort belangen is beperkt tot de waarde van de effecten c.q. de geaccepteerde verantwoordelijkheid. 3.5.3. Overzicht verbonden partijen Hieronder volgt een overzicht van de verbonden partijen van onze gemeente. Naast het openbaar belang worden ook de relevante ontwikkelingen toegelicht.
30
Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang: Financieel belang:
GGD Brabant-Zuidoost Eindhoven Programma 6: Sociaal Domein De gemeente is vertegenwoordigd in het algemeen bestuur. Belangenbehartiging op het gebied van gezondheidszorg. Gemeentelijke bijdrage 2024: Eigen vermogen (1-1-2024 / 31-12-2024):* € 4.310.000 Vreemd vermogen (1-1-2024 / 31-12-2024):* € 15.490.00 *Geprognosticeerde balans
Ontwikkelingen:
De ontwikkelingen waarmee de GGD te maken heeft zijn beschreven in de kadernota en het meerjarenbeleidsplan van de GGD. De belangrijkste ontwikkelingen zijn: De gevolgen van Covid-19 voor de volksgezondheid. Verkleinen van gezondheidsverschillen. Bevorderen van een gezonde leefstijl in een gezonde leefomgeving. Bevorderen van een mentaal gezonde samenleving. Een sluitende aanpak voor mensen met verward of onbegrepen gedrag. Zorg coördinatie bij spoedeisende hulp (waaronder Ambulancezorg). Vernieuwing van de Jeugdgezondheidszorg. Het eerder in gang gezette programma Nu Niet Zwanger krijgt de komende jaren zijn vervolg. Versterking Infectieziektebestrijding en Pandemische Paraatheid. Er wordt landelijk onderzocht of de uitvoering van het rijksvaccinatieprogramma (RVP) voor volwassenen bij de GGD'en kan worden ondergebracht. Ondersteunen van gemeenten bij het uitwerken en implementeren van het Gezond en Actief Leven Akkoord en Integraal Zorg Akkoord. Het op orde brengen van informatieveiligheid, de informatiehuishouding en risicomanagement. Toenemende samenwerking met GGD Hart van Brabant bij forensische geneeskunde. Extra inspanningen nodig door de groeiende groep nieuwkomers/immigranten. De omgevingswet betekent een taakuitbreiding (ondersteunende rol) van de GGD.
Toenemende arbeidsmarktkrapte bij specifieke functies betekent dat vaker tijdelijk een andere invulling van de taakuitvoering moet worden georganiseerd (bv duurder personeel van derden / ZZP inhuren) om de noodzakelijke dienstverlening op peil te houden. Het risico dat er zich beveiligingsproblemen voordoen. Hierbij te denken aan risico's van stroomuitval, cybercrime en andere situaties waarin systemen uitvallen en/of gegevens (tijdelijk) niet beschikbaar zijn of dat er schade ontstaat vanwege misbruik. Vanwege toegenomen (inzicht in de) externe dreiging en ervaringen (o.a. datalek covid), de geconstateerde achterstand in informatiebeveiliging in combinatie met de grote hoeveelheid persoonsgegevens die de GGD zowel bij PG (Publieke Gezondheidszorg) als AZ (Ambulancezorg) beheert, wordt de omvang van dit risico hoger ingeschat. O.a. vanwege de nog af te sluiten nieuwe CAO per 2023, is het risico van stijging van de salariskosten boven de indexering actueel, hoewel de verwachting is dat gemeenten dit gezien de omvang zullen compenseren. De Corona-, M-Pox en Oekraïne-crises maken duidelijk dat rampen en pandemieën een enorme impact op de werkzaamheden van de GGD kunnen hebben.
Veelal zal het Rijk de kosten daarvan echter vergoeden, zoals ze nu ook voor de genoemde crises heeft toegezegd; de daarvoor toegekende vergoedingsregeling vanuit VWS geeft op dit moment vertrouwen dat alle extra kosten vergoed worden. Er bestaat echter wel het risico op meer werk en kosten op de langere termijn als gevolg van een verslechterde algemene gezondheidssituatie van de burgers in onze regio.
Risico’s:
Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang:
€ 579.021 € 4.287.000 € 13.802.000
Kempisch Bedrijvenpark (KBP) Bladel Programma 3: Economie Vertegenwoordiging in dagelijks en algemeen bestuur. Het ontwikkelen en realiseren van een kwalitatief hoogwaardig en uit financieeleconomisch oogpunt aanvaardbaar bedrijvenpark gelegen binnen het rechtsgebied, binnen de door het bevoegd gezag te stellen ruimtelijke en andere publiekrechtelijke
31
Financieel belang:
Ontwikkelingen:
Risico’s:
Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang:
Financieel belang:
Ontwikkelingen:
Risico’s:
Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma:
Bestuurlijk belang: Openbaar belang:
Financieel belang:
Ontwikkelingen:
randvoorwaarden. Bovenstaande met inachtneming van de nader te formuleren sectorale doelstellingen en uitganspunten. Gemeentelijke bijdrage 2024: €0 Eigen vermogen (31-12-2021 / 31-12-2022):* € 16.460.000 € 14.043.000 Vreemd vermogen (31-12-2021 / 31-12-2022):* € 7.000.000 € 3.500.000 Resultaat 2024: € N.t.b. *Jaarrekening 2022 KBP Het KBP wordt per 1-1-2024 geliquideerd. Het definitieve besluit wordt eind 2023 in het Algemeen Bestuur KBP genomen. In 2023 zijn er nog drie kavels niet verkocht, eind 2023 zal dit wel het geval zijn. De definitieve einduitkering vindt in het voorjaar van 2024 plaats. Het eerste kwartaal 2024 zal in het teken staan van afhandelen van de (kleine) nog lopende zaken. Het belangrijkste risico is dat de laatste kavel niet verkocht wordt. Deze kavel wordt middels een openbare procedure verkocht (conform Didam-arrest). De energiecongestie kan een rol spelen in eventuele mindere interesse. De voortekenen van geïnteresseerde bedrijven zijn echter positief te noemen. Gemeenschappelijke Regeling Samenwerking Kempengemeenten (GRSK) Reusel Programma 0: Bestuur en ondersteuning / diversen voor programmakosten. De gemeente is vertegenwoordigd in het algemeen en dagelijks bestuur.
Het, met behoud van de huidige bestuurlijke schaal, vergroten van de bestuurskracht door bundeling van ambtelijke expertise op strategisch, tactisch en operationeel niveau, met als resultaat verhoogde kwaliteit, continuïteit en efficiëntie. Gemeentelijke bijdrage 2024: € 3.495.648 Eigen vermogen (1-1-2022 / 31-12-2022):* € 295 € 856.952 Vreemd vermogen (1-1-2022 / 31-12-2022):* € 14.610.973 € 12.601.953 Resultaat 2022: € 709.670 De gewijzigde gemeenschappelijke regeling Samenwerking Kempengemeenten is per 15 juli 2023 in werking getreden. De aanleiding voor deze wijziging was het verwerken van de wijzigingen als gevolg van: het proces Opnieuw Verbinden; de nieuwe Wet gemeenschappelijke regelingen; een wijziging in het takenpakket. In 2023 is gestart met de nieuwe bestuursstructuur (met voorbereidings- en bestuurscommissies) van de GRSK en de deelnemende gemeenten. Vierde kwartaal 2023 wordt dit geëvalueerd of dit in 2024 een vervolg gaat krijgen. Gemeente Oirschot is zich aan het oriënteren op haar toekomst. Hierbij komt ook de vraag aan de orde of de samenwerking binnen de GRSK voor deze gemeente nog past. Metropoolregio Eindhoven (MRE) Eindhoven Programma 0: Bestuur en ondersteuning Programma 3: Economie Programma 5: Sport, cultuur en recreatie (RhcE) De gemeente is vertegenwoordigd in het algemeen bestuur.
Samenwerken op regionale taken op het terrein van: Economie Transitie landelijk gebied Energietransitie Mobiliteit Daarnaast is het Regionaal historisch centrum Eindhoven (RhcE) een samenwerkingsitem en overkoepelend is er samenwerking op het gebied van bestuurlijke samenwerking, organisatie, regionale strategie, overhead en landgoed Gulbergen. Gemeentelijke bijdrage 2024 (incl. brainport en stimuleringsfonds) € 138.676 Gemeentelijke bijdrage 2024 RhcE € 57.139 Eigen vermogen (1-1-2024 / 31-12-2024):* € 13.704.219 € 13.512.219 Vreemd vermogen (1-1-2024 / 31-12-2024):* € 13.432.815 € 11.966.526 *Geprognosticeerde balans
Aanpassen van de gemeenschappelijke regeling vóór 1 juli 2024.
32
Risico’s:
Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang:
Financieel belang:
Ontwikkelingen:
Risico’s:
Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang:
Financieel belang:
Ontwikkelingen:
Risico’s:
Doorontwikkeling van de ambtelijke uitvoeringsorganisatie van de MRE. Deze doorontwikkeling is gewenst om vanuit kansen, krachtig en toekomstbestendig (ambtelijk) uitvoering te kunnen geven aan het vastgestelde Samenwerkingsakkoord 2023 - 2026: ‘In goede banen. Uitwerken bereikbaarheidsopgave schaalsprong Brainport. Doelvermogen eeuwigdurende nazorg Landgoed Gulbergen is ontoereikend. Op de uitbreiding van de taken in het samenwerkingsakkoord 2023-2026 is de organisatie MRE qua personeel en middelen niet ingericht. Het risico bestaat dat beoogde externe financiering niet wordt gerealiseerd. Bezuinigingen bij gemeenten met als gevolg lagere gemeentelijke bijdragen MRE/RHCe. Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO) Eindhoven Programma 1: Veiligheid De gemeente is vertegenwoordigd in het algemeen bestuur. Samenwerkingsverband tussen 21 gemeenten in de regio Zuidoost-Brabant. Taken op het terrein van brandweerzorg, gemeenschappelijke meldkamer, geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen, ambulancezorg, rampenbestrijding en crisisbeheersing.
Gemeentelijke bijdrage 2024: € 893.131 Eigen vermogen (1-1-2024 / 31-12-2024):* € 2.167.498 € 2.167.498 Vreemd vermogen (1-1-2024 / 31-12-2024):* € 40.926.085 € 35.599.562 *Geprognosticeerde balans Uitvoeren Visie 2025; Versteviging crisisbeheersing en informatiemanagement; Implementeren wet- regelgeving op gebied van bedrijfsvoering (BIO, rechtmatigheidsverklaring, WOO, WGR); Zie verder ook hoofdstuk 2 begroting 2024. Op basis van de gekwantificeerde actuele risico's is de benodigde weerstandscapaciteit bepaald op € 4.717.500. De benodigde weerstandscapaciteit ligt boven het weerstandsvermogen van € 2.000.000. Het is niet reëel dat bovengenoemde risico's zich gelijktijdig voordoen. Tevens zijn kans en impact van enkele risico’s lastig in te schatten. In het uiterste geval, indien risico's zich daadwerkelijk voordoen en het beschikbare vermogen overschrijden, zal VRBZO terugvallen op de gemeenten in de gemeenschappelijke regeling om de kosten te dekken. Voor nadere toelichting van de risico’s wordt verwezen naar hoofdstuk 6 begroting 2024 van de VRBZO.
Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB) Eindhoven Programma 7: Volksgezondheid en milieu Programma 8: VHROSV De gemeente is vertegenwoordigd in het algemeen bestuur en dagelijks bestuur Belangenbehartiging op het gebied van: Uitvoeren verplichte taken uit het landelijke basistakenpakket op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving; Advisering over verzoektaken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Gemeentelijke bijdrage 2024: € 480.390 Eigen vermogen (1-1-2024 / 31-12-2024):* € 1.936.805 € 1.936.805 Vreemd vermogen (1-1-2024 / 31-12-2024):* € 6.398.406 € 6.248.406 *Geprognosticeerde balans Deze staan verwoord in de ODZOB-begroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027. In 2023 is de Meerjarenvisie 2023-2027 vastgesteld. Deze visie is het uitgangspunt voor de te volgen koers van de ODZOB. Per 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking. Gelet op alle voorbereidingen wordt de invoering van deze wetswijziging met vertrouwen tegemoet gezien. Een speerpunt in de begroting is het traject om te komen tot een fitte organisatie (onder andere terugdringing ziekteverzuim). Daarnaast wordt geïnvesteerd op een verdere verbetering van de dienstverlening (kwaliteitsmanagement) en informatie gestuurd werken.
Bezuinigingen van de deelnemers met als gevolg een omzetverlaging; Ransomware (gevaar van hackers); Kostenontwikkeling ICT voorzieningen; Hoog ziekteverzuim;
33
Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang:
Financieel belang:
Ontwikkelingen:
Risico’s:
Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang:
Openbaar belang:
Financieel belang:
Ontwikkelingen:
Risico’s:
Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang:
Financieel belang:
Niet kunnen beschikken over voldoende gekwalificeerd personeel / kennisverlies als gevolg van uitstroom.
KempenPlus Bladel Programma 6: Sociaal domein De gemeente is vertegenwoordigd in het bestuur. Uitvoering van taken op het gebied van sociale werkvoorziening ingevolge de Wsw, Werk en Inkomen (m.u.v. bijzondere bijstand) ingevolge de Participatiewet, Ioaw, Ioaz en Bbz. Gemeentelijke bijdrage 2024: € 4.306.000 Eigen vermogen (1-1-2024 / 31-12-2024):* € 7.241.000 € 6.010.000 Vreemd vermogen (1-1-2024 / 31-12-2024):* € 7.966.000 € 8.771.000 *Geprognosticeerde balans In 2024 zal de toekomstverkenning KempenPlus vanuit BMC zijn afgerond. Dan wordt duidelijk welke keuzes het bestuur gaat maken en of dit ook financiële gevolgen zal gaan hebben. Per 1 januari zal de bijzondere bijstand overgaan naar KempenPlus. Op dit moment worden er gesprekken gevoerd over de uitvoering hiervan. In 2023 is de verordening Participatiewet Breed offensief in werking getreden. Nog onduidelijk is wat dit gaat betekenen voor de begroting van 2024. Onduidelijk is wat bovenstaande punten gaan betekenen voor de begrotingen. Ook is nog onduidelijk of de toekomstverkenning invloed gaat hebben op de gemeentelijke bijdrage.
Stichting Regionaal Bureau Inkoop en aanbestedingen Zuidoost Brabant (Bizob) Oirschot Programma 0: Bestuur en ondersteuning Het verzorgingsgebied wordt ingedeeld in 5 clusters (cluster 1: “BOV en De Kempen”, cluster 2: “A2 gemeenten en Dommelregio”, cluster 3: “Peelgemeenten”, cluster 4: “Noordoost” en cluster 5: “Overig”). Onze gemeente maakt deel uit van het cluster 1. Per cluster worden twee bestuurders gekozen m.u.v. cluster 5 “Overig” (bijv. VRBZO). Daarnaast worden twee secretarissen toegevoegd aan het bestuur en is de voorzitter van het bestuur een burgemeester. Tevens neemt één bestuurder van de gemeente zitting in de Vergadering van Aangeslotenen. Het ondersteunen van de deelnemende gemeenten en aangesloten organisaties bij het uitvoeren van diverse inkoopacties voor het behalen van voordelen op zowel financieel, kwalitatief als procesmatig gebied. Gemeentelijke bijdrage 2024: € 99.666 Eigen vermogen (1-1-2024 / 31-12-2024):* € 1.405.000 € 977.000 Vreemd vermogen (1-1-2024 / 31-12-2024):* € 1.140.000 € 1.210.000 *Geprognosticeerde balans € 614.000 Concreet zijn er actiepunten geformuleerd waar in 2024 extra aandacht naar toe gaat: Lokale en regionale economie; Verkorten doorlooptijd en afstemmen vraag en aanbod; Inkoop- en contractmanagement data; ICT opdrachten.
De 36 aangesloten organisaties (24 gemeenten en 12 aan deze gemeenten gelieerde organisaties) zijn aansprakelijk voor eventuele exploitatie tekorten. NV Bank Nederlandsche Gemeenten (BNG) Den Haag Programma 0: Bestuur en ondersteuning Aandeelhouder (zeer beperkt aandeel) BNG Bank is de bank van en voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. De bank draagt duurzaam bij aan het laag houden van de kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger. Gemeentelijke bijdrage 2024: € Eigen vermogen (1-1-2022 / 31-12-2022):* € 5.062 mln € 4.615 mln Vreemd vermogen (1-1-2022 / 31-12-2022):* € 143.995 mln € 107.096 mln
34
*Jaarrekening 2022 Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang: Financieel belang:
Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang:
Financieel belang:
Ontwikkelingen
Risico’s:
NV Brabant Water ’s-Hertogenbosch Raakt diverse programma’s. Aandeelhouder (zeer beperkt aandeel) Het leveren van water en het in stand houden van de benodigde infrastructuur om water te distribueren. Gemeentelijke bijdrage 2024: €0 Eigen vermogen (1-1-2022 / 31-12-2022):* € 685 mln € 690 mln Vreemd vermogen (1-1-2022 / 31-12-2022):* € 534 mln € 576 mln *Jaarrekening 2022 Stichting Zorg- en Veiligheidshuis Brabant Zuidoost (ZVHBZO) Helmond Programma 1. Veiligheid Het ondersteunen van de gemeenten bij zeer complexe zorg-/veiligheidscasussen en het bevorderen van de integrale samenwerking tussen partners. Bij veroorzakers van ernstige overlast of criminaliteit met complexe problemen op diverse gebieden zijn vaak meerdere partijen (zorgorganisaties, justitiële organisaties en/of gemeente) betrokken. Bij de aanpak van deze personen is het effectiever om de inspanningen van deze verschillende partijen op elkaar af te stemmen. Het ZVHBZO verzorgt onder andere de procesregie op complexe casuïstiek met het doel (nieuwe) strafbare feiten te verminderen en te voorkomen. En om te komen tot passende zorg voor de betrokken personen. Met deze aanpak levert het Zorg- en Veiligheidshuis een belangrijke bijdrage aan de veiligheid in alle 21 gemeenten in de regio Zuidoost-Brabant.
Gemeentelijke bijdrage 2024: € 4.496 Eigen vermogen (1-1-2024 / 31-12-2024):* € 532.000 € 353.000 Vreemd vermogen (1-1-2024 / 31-12-2024):* €0 €0 *Geprognosticeerde balans Er wordt uitvoering gegeven aan de landelijke meerjarenagenda zorg- en veiligheidshuizen 2021-2024. Daarbij is ruimte voor regionale invulling en inkleuring van de (basis-)taken. Daarbij wordt de AVE aanpak veelal gebruikt als uitgangspunt voor de samenwerking, waardoor duidelijk is welke taken iedere organisatie heeft in iedere fase. In 2024 wordt verder ingezet op het bestaande dienstverleningspakket zoals dat recent door het ZVHBZO is uitgebreid. Daarbinnen vallen de volgende taken: Casuïstiek-op-maat; procesregie in complexe casuïstiek met een knelpunt en een veiligheidsrisico; de PGA Radicalisering, deze is gericht op personen die (mogelijk) radicaliseren; de PGA Jeugd, die zich richt op jongeren met overlast gevend en/of crimineel gedrag; de PGA Personen met onbegrepen gedrag, die een gevaar (kunnen) zijn voor zichzelf of de omgeving; MDA++, gericht op huishoudens waarin het niet lukt om de cirkel van geweld duurzaam te doorbreken. Na de (door)ontwikkeling van dit dienstenpakket staat 2024 in het teken van het uitvoeren van de genoemde dienstverlening.
De organisatie gaat hiervoor zelfstandig personeel in dienst nemen om de continuïteit van de bedrijfsvoering te borgen en de kosten te verlagen. Dat kon voorheen enkel op basis van detachering of payroll. Verder wordt projectmatig ingezet op het vereenvoudigen en versterken van de regionale samenwerking tussen bestuur, zorg en veiligheid in Oost-Brabant. Die samenwerking is erg complex en er is sprake van een enorme bestuurlijke en operationele overlegdrukte. Door wisselingen in de organisatie en krapte op de arbeidsmarkt bestaat het risico dat de bezetting van het Zorg- & Veiligheidshuis niet snel genoeg op sterkte komt óf dat er langere tijd geïnvesteerd moet worden om nieuwe medewerkers op te leiden en in te werken. Daarmee zouden de activiteiten onder druk komen te staan.
35
Het is voor het ZVHBZO van belang om focus te houden op de bestaande activiteiten en het verder optimaliseren daarvan. Hiermee komt er stabiliteit in de organisatie die afgelopen jaren door wisselingen in de bezetting en introductie van nieuwe thema’s onder druk heeft gestaan. Wanneer partners eventueel dringend verzoeken om toch nieuwe taken op te pakken kan dat verstorend werken. Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang: Financieel belang:
Ontwikkelingen:
Risico’s:
Belgisch Nederlands Grensoverleg (BENEGO) Baarle-Hertog Programma 0. Bestuur en Ondersteuning De gemeente is vertegenwoordigd in het algemeen bestuur. BENEGO heeft aandacht voor een aantal thema’s aan de grens en het oppakken van knelpunten. Gemeentelijke bijdrage 2023: € 988,13 Eigen vermogen (1-1-2022 / 31-12-2022):* € 187.856 € 204.345 Vreemd vermogen (1-1-2022 / 31-12-2022):* €0 €0 *Jaarrekening 2022 De aanbevelingen van het rapport “BENEGO, hét grensnetwerk” op te pakken met als doel BENEGO te ontwikkelen tot een lerend netwerk. Dit doel wordt bereikt door het: actueel houden van de website en regelmatig een nieuwsbrief uit te brengen; organiseren van netwerkbijeenkomsten; opvolgen van bovenlokale aanpak van grensobstakels; opsporen en het signaleren van(Europese) subsidiemogelijkheden; initiëren van projecten. Geen risico’s
36
3.6 Onderhoud kapitaalgoederen 3.6.1. Algemeen Het is van belang om inzicht te hebben in de beleidskaders omtrent het onderhoud van kapitaalgoederen. Die beleidskaders zijn er zowel inhoudelijk als financieel-administratief. Inhoudelijk gaat het dan bijvoorbeeld om het vastgestelde onderhoudsniveau. Dit is het eindresultaat van enerzijds de kwaliteit die we voor ogen hebben en anderzijds de budgettaire mogelijkheden. Er is ook een financieel beleidskader. Dat gaat over de mate waarin financiële ruimte wordt gecreëerd voor onderhoud en vervanging van kapitaalgoederen. Hiervoor gelden de volgende ‘spelregels’: Alle vaste activa worden tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs geactiveerd. Uitzonderingen zijn: investeringen in de openbare ruimte die via de grondexploitatie worden verhaald; kunstvoorwerpen met een historische waarde; indien sprake is van een ideaalcomplex (aanschaf en afstoot zijn in een zodanig ritme dat elk jaar hetzelfde bedrag wordt besteed). De laatste twee uitzonderingen doen zich binnen onze gemeente niet voor. Op vaste activa met een beperkte levensduur wordt jaarlijks afgeschreven volgens een stelsel dat is afgestemd op de toekomstige gebruiksduur. Een uitzondering hierop is de afschrijvingsduur van immateriële vaste activa. Deze worden incidenteel ten laste gebracht van de exploitatie.
Het beleid rond afschrijving is vastgelegd in een beleidsnota. In het afschrijvingsbeleid (‘Nota reserves, voorzieningen en afschrijvingsbeleid 2020’, vastgesteld 7 juli 2020, sindsdien aangevuld), zijn de volgende afschrijvingstermijnen opgenomen: Soort investering Gebouwen (permanent)
Termijn in jaren 40
Soort investering Riolering (excl. pompen/gemalen drukriolering)
Termijn in jaren 50
Gebouwen (semipermanent)
15
Software
6
Groen (korte levensduur)
40
Speeltoestellen / sportattributen
15
Groen (lange levensduur)
80
Straatmeubilair
25
Hardware
4
Straatverlichting (armaturen)
20
Inrichting
15
Straatverlichting (masten)
40
Kunststof (gras)velden/banen: ondergrond
40
15
Kunststof (gras)velden/banen: toplaag
20
Technische installaties (waaronder pompen/gemalen drukriolering) Vervoermiddelen
Machines
10
Wegen (aanleg, reconstructie) en waterkundige werken
10 40
3.6.2. Wegen en verkeer A. Beleidskader In september 2017 is door de gemeenteraad het Wegenbeleidsplan 2018-2027 vastgesteld. Daarin is vastgelegd hoe we als gemeente invulling geven aan de wettelijke taken en verplichtingen. In lijn met de wettelijke en maatschappelijke verplichtingen hanteren we een sobere doch doelmatige kwaliteitsnorm voor het wegbeheer met een gezonde balans in kwaliteit en kosten. In 2023 is een (financiële) actualisatie uitgevoerd, deze wordt in 2024 in de P&C cyclus verwerkt. De kwaliteitsnorm van de gemeente sluit hierbij aan op kwaliteitsniveau C van de CROW publicatie 288. Hierbij wordt gestuurd op het beheersen van risico’s (veiligheid en kapitaalvernietiging) van het gehele wegenareaal en is geen differentiatie gemaakt in wegtypen of gebieden. In september 2017 is door de gemeenteraad tevens het Gemeentelijk Verkeers- en VervoersPlan (GVVP) vastgesteld. Daarin wordt met name ingezet op mensgerichte en integrale maatregelen ten behoeve van de verkeersveiligheid in onze gemeente.
37
Gladheidbestrijding op wegen waarvoor de gemeente de verantwoordelijkheid draagt, vindt momenteel plaats door de eigen buitendienst op basis van het beleidsplan gladheidbestrijding 20182028. B. Financiële consequenties Exploitatie - Wegen, straten en pleinen + GVVP Bedragen in €
"Klein" onderhoud wegen "Groot" onderhoud wegen (voorziening wegen) GVVP Gladheidsbestrijding Planstudie en uitvoer N284 Kunstwerken Diverse kosten groen Overige kosten (salarissen / belastingen etc) Kapitaallasten Totaal exploitatie
2024 218.000 473.000 128.000 42.000 70.000 23.000 61.000 378.000 634.000 2.027.000
Begroting 2024 2025 2026 221.000 226.000 473.000 473.000 130.000 132.000 43.000 43.000 7.000 62.000 398.000 631.000 1.965.000
13.000 63.000 418.000 628.000 1.996.000
2027 229.000 473.000 135.000 44.000 23.000 64.000 439.000 625.000 2.032.000
C. (Geplande) investeringen Investeringsoverzicht - Wegen, straten en pleinen + GVVP Bedragen in €
Lopende investeringen (restant budgetten 2023):* Rehabilitatiekrediet wegen 2019 Rehabilitatiekrediet wegen 2020 Rehabilitatiekrediet wegen 2021 Rehabilitatiekrediet wegen 2022 Rehabilitatiekrediet wegen 2023 GVVP deel 2018 en 2019 GVVP deel 2019 en 2020 GVVP 2021 GVVP 2022 GVVP 2023 Reconstructie Turnhoutseweg N284 Nieuwe aansluiting N284 en opwaardering infrastructuur Kleine Hoeven Vervangen wegen dorpskern Lage Mierde KTM Randweg A2 incl. mobiliteitshub en F67 Nieuwe investeringen (lijst nieuw beleid 2024-2027):** Rehabilitatiekrediet wegen 2023 t/m 2026 Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan (GVVP) 2023 t/m 2025 Fietspad Sleutelstraat-Weijereind Kwaliteitsimpuls dorpspleinen
Begroting 2023
2024
Begroting 2024 2025 2026
2027
144.000 -210.000 -150.000 767.000 287.000 363.000 682.000 501.000 185.000 497.000 4.000 113.000 1.000.000 602.000
950.000 497.000
950.000 497.000 pm 200.000
950.000 pm pm 150.000
950.000 pm pm
Totaal investeringen 4.785.000 1.447.000 1.647.000 1.100.000 950.000 *Stand per 9 september 2023 ** Kapitaallasten zijn nog niet doorgerek end naar het product wegen en GVVP, omdat de lijst nieuw beleid nog vastgesteld moet worden.
3.6.3. Gebouwen A. Beleidskader Het beheerplan gebouwen is in 2019 volledig geactualiseerd en door de raad vastgesteld. De dotaties aan de onderhoudsvoorziening gebouwen zijn reeds afgestemd op dit onderhoudsplan. Daarbij wordt opgemerkt dat inmiddels een nieuwe Kei in aanbouw is. Het onderhoudsbedrag is in verband daarmee niet aangepast, dus we houden het onderhoud voor De Kei op het bestaande niveau. Zodra de nieuwe Kei gereed is, zal daarvoor een onderhoudsplanning opgesteld worden. Voor zover er sprake is van achterstallig onderhoud is daarin voorzien bij de vaststelling van het plan. Het achterstallig onderhoud moet in 2024 zijn ingelopen omdat dit op basis van het Bbv binnen 4 jaren moet gebeuren.
38
B. Financiële consequenties Exploitatie - Dotaties voorziening onderhoud gebouwen Bedragen in €
Dotatie voorziening onderhoud Brandweerkazerne Reusel Dotatie voorziening onderhoud De Kei Dotatie voorziening onderhoud Schuilhut Reusel Dotatie voorziening onderhoud Den Houtert Dotatie voorziening onderhoud Gemeentehuis Dotatie voorziening onderhoud Gemeentewerf Dotatie voorziening onderhoud Kdv de Paraplu Reusel Dotatie voorziening onderhoud Oeverzwaluwwand Reusel Dotatie voorziening onderhoud Kapel, pomp, vvv-bord HoLaHu Dotatie voorziening onderhoud VOV halte Reusel Dotatie voorziening onderhoud Pompgemalen Reusel (gebouwtjes) Dotatie voorziening onderhoud Beheerderswoning sportpark Dotatie voorziening onderhoud De Ster Dotatie voorziening onderhoud pergola Totaal exploitatie
2024 13.000 1.000 26.000 221.000 21.000 13.000 250 2.000 8.000 250 2.000 26.000 500 334.000
Begroting 2024 2025 2026 13.000 13.000 33.000 34.000 1.000 1.000 26.000 26.000 221.000 221.000 21.000 21.000 13.000 13.000 250 250 2.000 2.000 8.000 8.000 250 250 2.000 2.000 26.000 26.000 500 500 367.000 368.000
2027 13.000 34.000 1.000 26.000 221.000 21.000 13.000 250 2.000 8.000 250 2.000 26.000 500 368.000
2024
Begroting 2024 2025 2026
2027
C. (Geplande) investeringen Investeringsoverzicht - Onderhoud gebouwen Bedragen in €
Lopende investeringen (restant budgetten 2023):* De Kei
Begroting 2023 6.933.000
Nieuwe investeringen (lijst nieuw beleid 2024-2027):** Vervangen toegangscontrolesysteem gemeentehuis
32.000
Totaal investeringen 6.933.000 32.000 *Stand per 9 september 2023 ** Kapitaallasten zijn nog niet doorgerek end naar het product riolering, omdat de lijst nieuw beleid nog vastgesteld moet worden.
-
3.6.4. Riolering en watertaken A. Beleidskader Het oude VGRP heeft een looptijd van 2017-2021 en de werking is doorgezet tot en met 2023. In 2024 zullen de riolering en watertaken worden uitgevoerd op basis van het nieuwe programma water en riolering. In dit programma zijn de benodigde budgetten bepaald voor het onderhoud, vervanging en aanvullende ambitie. Op basis hiervan is ook de rioolheffing bepaald. B. Financiële consequenties Exploitatie - Riolering Bedragen in €
"Klein" onderhoud riolering Planvorming Onderzoek Energiekosten Overige kosten (salarissen/ inhuur / applicatie etc.) Voorzieningen Kapitaallasten Totaal exploitatie
2024 257.000 56.000 46.000 105.000 254.000 -37.000 390.000 1.071.000
Begroting 2024 2025 2026 265.000 273.000 57.000 79.000 83.000 49.000 105.000 105.000 264.000 262.000 -58.000 7.000 389.000 387.000 1.105.000 1.162.000
2027 291.000 61.000 51.000 105.000 273.000 51.000 385.000 1.217.000
39
C. (Geplande) investeringen Investeringsoverzicht - Riolering Bedragen in €
Lopende investeringen (restant budgetten 2023):* Vervanging riolering 2019 Vervanging riolering 2020 Vervanging riolering 2021 Vervanging riolering 2022 Vervanging riolering 2023 Renovatie vacuümstation Voort Renovatie vacuümgemaal Wilhelminalaan Regionale KRW maatregelen 2019 Regionale KRW maatregelen 2020 Regionale KRW maatregelen 2022 Rioolrenovaties (relining) Rioolrenovaties 2023 (relining)
Begroting 2023
2024
Begroting 2024 2025 2026
2027
51.000 -1.401.000 617.000 608.000 617.000 36.000 7.000 50.000 41.000 99.000 -1.000 75.000
Nieuwe investeringen (lijst nieuw beleid 2024-2027):** Vervanging riolering 2024 t/m 2027 (conform VGRP 2018-2021) Vervanging mechanische drukriolering
617.000
617.000 71.000
617.000
617.000
Totaal investeringen 799.000 617.000 688.000 617.000 617.000 *Stand per 9 september 2023. Vanuit het budget Vervanging 2020 moeten nog correctieboek ingen plaatsvinden naar andere budgetten. Het negatieve bedrag geeft derhalve een vertek end beeld. ** Kapitaallasten zijn nog niet doorgerek end naar het product riolering, omdat de lijst nieuw beleid nog vastgesteld moet worden.
3.6.5. Openbare verlichting A. Beleidskader Onderhoud van de openbare verlichting gebeurt op basis van het Beleidsplan Openbare Verlichting 2018-2030 en vormt de basis voor het vervangen en aanpassen van de openbare verlichting. We streven naar het realiseren en in stand houden van een duurzame en betrouwbare openbare verlichting, waarbij de gebruiker zich veilig voelt in het openbaar gebied. Hierbij wordt de benodigde verlichtingskwaliteit gerealiseerd tegen economisch en maatschappelijk verantwoorde kosten en levert de gemeente een bijdrage om de doelstellingen van het Energieakkoord te halen. B. Financiële consequenties Exploitatie - Openbare verlichting Bedragen in €
"Klein" onderhoud openbare verlichting Beheerkosten Energiekosten Overige kosten (salarissen / overige kosten etc.) Kapitaallasten Totaal exploitatie
2024 30.000 11.000 102.000 21.000 54.000 218.000
Begroting 2024 2025 2026 30.000 31.000 11.000 11.000 102.000 102.000 22.000 23.000 54.000 54.000 219.000 221.000
2027 31.000 11.000 102.000 24.000 53.000 221.000
2024
Begroting 2024 2025 2026
2027
5.000 11.800
16.500 40.500
40.500 135.000
C. (Geplande) investeringen Investeringsoverzicht - Openbare verlichting Bedragen in €
Lopende investeringen (restant budgetten 2023):* Vervanging openbare verlichting door LED (masten) 2018 Vervanging openbare verlichting door LED (armaturen) 2019 Vervanging openbare verlichting door LED (masten) 2019 Vervanging openbare verlichting door LED (armaturen) 2020 Vervanging openbare verlichting door LED (masten) 2020 Vervanging openbare verlichting door LED (armaturen) 2021 Vervanging openbare verlichting door LED (masten) 2021 Vervanging openbare verlichting door LED (armaturen) 2023 Vervanging openbare verlichting door LED (masten) 2023 Nieuwe investeringen (lijst nieuw beleid 2024-2027):** Vervanging openbare verlichting door LED (armaturen) Vervanging openbare verlichting door LED (masten)
Begroting 2023 52.000 350 69.000 63.000 77.000 61.000 93.000 69.000 90.000
141.500 153.000
Totaal investeringen 574.350 16.800 57.000 294.500 175.500 *Stand per 9 september 2023 ** Kapitaallasten zijn nog niet doorgerek end naar het product openbare verlichting, omdat de lijst nieuw beleid nog vastgesteld moet worden.