CConstaterende datReusel-De Mierden
Koppel je AI →
Document · PDF

[23.17120] - Programmabegroting 2024-2027

Gemeenteraad 7 november 2023, gemeente Reusel-De MierdenBij agendapunt: 1e termijn Programmabegroting 2024-202735.651 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Programmabegroting 2024 – 2027

Datum 7 november 2023 Bezoekadres Gemeente Reusel-De Mierden Kerkplein 3 5541 KB Reusel Postadres Postbus 11 5540 AA Reusel Inlichtingen Telefoon 0497-650650 email: gemeente@reuseldemierden.nl

Corsa 23.17120

Inhoudsopgave Aanbiedingsbrief ...................................................................................................................................... 2 Leeswijzer ................................................................................................................................................ 3 Coalitieprogramma en prioriteiten ........................................................................................................... 6 Uitgangspunten en begrotingsbeeld 2024-2027…………………………………………………………… 9 Paragrafen 3.1 Bedrijfsvoering ................................................................................................................................. 12 3.2 Lokale heffingen .............................................................................................................................. 15 3.3 Weerstandsvermogen en risicobeheersing ..................................................................................... 19 3.4 Financiering ..................................................................................................................................... 27 3.5 Verbonden partijen ..........................................................................................................................

30 3.6 Onderhoud kapitaalgoederen .......................................................................................................... 37 3.7 Grondbeleid ..................................................................................................................................... 42 3.8 Openbaarheidsparagraaf................................................................................................................. 46 Programma's Programma 0. Bestuur en ondersteuning ............................................................................................. 49 Programma 1. Veiligheid ....................................................................................................................... 52 Programma 2. Verkeer en vervoer ........................................................................................................ 54 Programma 3. Economie ....................................................................................................................... 56 Programma 4. Onderwijs ....................................................................................................................... 58 Programma 5. Sport, cultuur en recreatie ............................................................................................. 60 Programma 6.

Sociaal Domein.............................................................................................................. 63 Programma 7. Volksgezondheid en milieu ............................................................................................ 68 Programma 8. Volkshuisvesting, Ruimtelijke ordening, Stedelijke vernieuwing (VHROSV) ................ 71 Bijlagen Bijlage 1. Verschillenanalyse ................................................................................................................. 75 Bijlage 2. Nieuw beleid en vervangingsinvesteringen 2024-2027 ......................................................... 77 Bijlage 3. Geprognosticeerde balans .................................................................................................... 84 Bijlage 4. Totaal van lasten en baten per programma .......................................................................... 85 Bijlage 5. Staat van incidentele baten en lasten inclusief toelichting .................................................... 86 Bijlage 6. Meerjaren staat van reserves en voorzieningen ................................................................... 88 Bijlage 7. Beleidsindicatoren ................................................................................................................. 89

1

Aanbiedingsbrief De begroting 2023-2026 toonde een relatief gunstig begrotingsbeeld over meerdere jaren. Maar de wereld verandert snel, en dat zien we ook terug in het beeld van de nu voorliggende programmabegroting 2024-2027. Daarin is het jaar 2024 nog net structureel sluitend, maar vertonen de jaren daarna fors oplopende tekorten. Dat alles heeft natuurlijk zijn oorzaken. Het begrotingsbeeld in de voorliggende begroting ziet er als volgt uit: Bedragen in € 2024 2025 2026 Structureel saldo 51.271 -336.791 -2.215.500 Incidenteel saldo -596.500 -152.000 -81.000 TOTAAL SALDO -545.229 -488.791 -2.296.500

2027 -2.184.461 -47.000 -2.231.461

De focus moet liggen op het structurele begrotingssaldo. Dat saldo wordt de komende jaren behoorlijk beïnvloed door enerzijds grote stijgingen van energie- en brandstofkosten en daarvan afgeleide kosten, zoals vervoerskosten, maar anderzijds ook door de toename van de veelheid en complexheid aan taken die aan gemeenten worden opgedragen. Dat laatste maakt het nodig om een flinke impuls te geven aan de organisatie, zodat al bestaande achterstanden niet verder oplopen c.q. worden ingelopen en geen nieuwe achterstanden ontstaan. We willen de organisatie robuuster maken, zodat we beter ingericht zijn op de taken die we moeten en willen uitvoeren. We schrijven hier bewust ‘moeten en willen’ omdat we enerzijds verplicht taken uit moeten voeren, maar dat doen we ook graag op het niveau dat wij passend vinden, maar anderzijds hebben we ook genoeg eigen ambities waarmee we aan de slag zijn en willen om onze inwoners en bedrijven nog beter te kunnen dienen. We kunnen u een ambitieuze begroting aanbieden, waarbij we de lasten voor de burgers in 2024 niet meer dan trendmatig hoeven te verhogen. Het jaar 2026 wordt al even het ‘ravijnjaar’ genoemd omdat het Rijk vanaf dat jaar minder middelen aan de gemeenten gaat verstrekken. Dat is ook in deze begroting goed zichtbaar.

Daarom proberen wij, samen met de VNG en andere gemeenten het Rijk voldoende argumenten te geven om gemeenten structureel van voldoende financiële middelen te voorzien, passend bij het steeds groter wordende takenpakket. Als die pogingen geen of onvoldoende resultaat opleveren, zullen wij -en met ons heel veel gemeenten- er niet aan ontkomen om onze inkomsten te verhogen en/of ons ambitieniveau bij te stellen. Dat doen we uiteraard liever niet en daarom hebben we onze ambities zoveel als mogelijk financieel vertaald in de voorliggende begroting, ondanks het feit dat daardoor minder fraaie saldi ontstaan. Kortom: onze ambities blijven hoog. We willen zoveel mogelijk goede zaken bereiken voor onze gemeente. Dat doen we natuurlijk weer zoveel mogelijk vanuit de uitgangspunten van ‘samen doen’. We beseffen dat we onder andere qua personele capaciteit in moeilijke tijden zitten, waardoor het maar de vraag is of we het benodigde personeel kunnen vinden, zowel wat betreft de kwantiteit als qua kwaliteit. Wij zijn niet de enige vragende partij in een uitermate krappe arbeidsmarkt. Dat is een potentiële beperking in hetgeen we allemaal willen. Maar we gaan er voor de volle 100% voor.

Burgemeester en wethouders van Reusel-De Mierden, de secretaris, de burgemeester, dhr. J.P.P.S Ruyters. mw. A.J.M.H. van de Ven.

2

Leeswijzer In hoofdstuk 1, coalitieprogramma en prioriteiten, wordt vooral ingegaan op zaken die vanuit het collegeprogramma 2022-2026 ‘Samen werken aan een vitale samenleving’ op de voorgrond staan en op andere relevante zaken die van belang zijn in relatie tot de prioriteiten die in deze begroting hun beslag hebben gekregen. In hoofdstuk 2 worden de uitgangspunten voor de voorliggende programmabegroting weergegeven. De uitgangspunten worden met een korte opsomming aangehaald. Ook het meerjarenbegrotingsbeeld vindt u in dit hoofdstuk. Hoofstuk 3 bevat de paragrafen. De gemeente dient op basis van het Bbv (Besluit begroting en verantwoording) 7 verplichte paragrafen op te nemen in de begroting. In de paragrafen wordt als een soort van dwarsdoorsnede over alle programma’s heen informatie gegeven over een aantal belangrijke thema’s. Vanuit de Wet open overheid (Woo) is de verplichting ontstaan voor een extra paragraaf, de openbaarheidparagraaf. De programma’s komen in hoofdstuk 4 aan bod. Een programma is een geheel van activiteiten om beoogde maatschappelijke effecten te bereiken. In een programma is dus een bepaalde samenhang tussen de activiteiten aanwezig. In onze gemeente is ervoor gekozen om de programma-indeling gelijk te laten zijn aan de wettelijk voorgeschreven indeling in taakvelden.

De programmabegroting bestaat uit 9 programma’s, die in onze situatie overeenkomen met de taakvelden die vanuit het Bbv zijn voorgeschreven. Ieder programma is onderverdeeld in producten en heeft een vaste indeling, waarin het volgende is opgenomen:  Ambitie: Hier is een korte samenvatting opgenomen van wat de ambitie is.  Maatschappelijk resultaat: Hier wordt kort aangegeven welke maatschappelijke effecten we verwachten van ons handelen.  Inspanning 2024: De verwachte inspanningen die we in 2024 gepland hebben om de gestelde ambitie c.q. het maatschappelijke resultaat te bereiken (of daar naar toe te groeien). We hebben getracht daarbij zoveel mogelijk rekening te houden met zaken die in het collegeprogramma zijn opgenomen. Bij de bovenstaande onderwerpen moet bedacht worden dat het reguliere werk niet in deze beschrijvingen is meegenomen. Er zijn dus bijvoorbeeld geen omschrijvingen opgenomen van paspoorten of omgevingsvergunningen die we afgeven, want dat is regulier werk.  Wat mag het kosten? Hier worden de kosten van het programma weergegeven, gesplitst per product. Middels bijlagen worden enkele aspecten nog nader uitgediept of toegelicht. Een van de belangrijkste bijlagen is ongetwijfeld de bijlage ‘Nieuw beleid en vervangingsinvesteringen’.

De begroting gaat uit van bestaand beleid en in de ‘lijst nieuw beleid en vervangingsinvesteringen’ brengen we de consequenties in beeld van nieuwe beleidsvoornemens. Nieuw beleid kan noodzakelijk zijn vanuit Rijksbeleid, maar kan ook ingestoken worden vanuit prioriteiten of wensen vanuit de raad. Op de lijst nieuw beleid staan ook de vervangingsinvesteringen vermeld. Ofschoon vervanging van afgeschreven activa geen nieuw beleid is, brengen we ze toch op deze lijst in beeld omdat het vervangingsmoment vaak een goed moment is om na te denken of doelstellingen wellicht op een andere wijze beter zouden kunnen worden gerealiseerd. De geprognosticeerde balans en het totaaloverzicht van baten en lasten met staat van incidentele baten en lasten zijn verplichte bijlagen. Als laatste is er een bijlage met beleidsindicatoren. Voor de indicatoren wordt een beroep gedaan op bestaande cijfers, veelal vanuit de site waarstaatjegemeente.nl. Die indicatoren zijn niet altijd even actueel en daarom is het jaar vermeld waarop de indicator betrekking heeft. Indien een indicator niet beschikbaar is, wordt dit aangegeven met ‘gegevens niet beschikbaar’. Naast de verplichte indicatoren voor Reusel-De Mierden zijn de vergelijkende gemiddelde indicatoren voor gemeenten tot 25.000 inwoners uit heel Nederland vermeld. Wij wijzen erop dat een eenvoudige vergelijking tussen

3

gemeentelijke cijfers en de landelijke gemiddelden vaak lastig zal zijn omdat verschillende gemeenten anders in elkaar steken.

4

5

Coalitieprogramma en prioriteiten 1.1. Coalitieakkoord 2022-2026: ‘Samen werken aan een vitale samenleving’ Na de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2022 hebben de partijen Samenwerking Reusel-De Mierden en VVD een coalitie gevormd en hun ambities voor de jaren 2022-2026 vastgelegd in het coalitieakkoord. Met het coalitieakkoord wordt richting gegeven aan de bestuurlijke koers van de gemeente Reusel-De Mierden voor de huidige raadsperiode. Belangrijke thema’s uit het coalitieprogramma zijn:  Aandacht voor de schaalsprong-ontwikkelingen die in de Brainportregio op ons afkomen We proberen van deze krachtige economische ontwikkeling te profiteren en daarmee juist een hefboomeffect te creëren om onze samenleving een impuls te geven. We trekken daarin gezamenlijk op met andere gemeenten. Dit vergt een integrale benadering waarbij wonen, mobiliteit, economie en energietransitie zich in samenhang met elkaar ontwikkelen. Dit alles kan bijdragen aan het verhogen van de leefbaarheid in onze kernen op allerlei gebieden, zoals meer woningbouw, voorzieningen en verbeteren bereikbaarheid.  Behoud van leefbare kernen staat voorop Dat betekent dat er in elke kern voldoende woningbouw naar behoefte moet zijn, elke kern een gemeenschapshuis en basisschool moet hebben en dat de bereikbaarheid zowel in de kern als daarbuiten goed moet zijn.

Nu de meeste omleidingsroutes gereed zijn gaan we echt werk maken van het weren van het zwaar vracht- en landbouwverkeer uit de kernen. In onze kernen zit veel vitaliteit en kracht die op een positieve wijze bijdraagt aan het nemen van meer verantwoordelijkheid door inwoners zelf om de leefbaarheid en het welzijn van de eigen kern te behouden. Als gemeente betekent dit dat we willen luisteren naar ideeën van inwoners en ruimte willen geven om te experimenteren om mooie dingen in onze samenleving te laten ontstaan. Dat is voor ons ‘Samen Doen’. Hierdoor wordt de eigen kracht van onze inwoners alleen maar beter benut.  Voorkomen is beter dan genezen We richten onze aandacht op preventie en vroeg-signalering en op het stimuleren van een gezonde leefstijl in het kader van vitaliteit. Hiermee willen we voorkomen dat inwoners in een situatie komen die deelname aan de maatschappij in de weg staat. Een integrale aanpak is nodig zodat de beweging van nazorg naar voorzorg vanuit alle beleidsvelden actief en met overtuiging wordt ingezet. Speciale aandacht gaat hierbij uit naar onze jongeren, die hun hele toekomst nog voor zich hebben, maar ook naar onze ouderen en mensen met een beperking. ‘Iedereen doet mee’, wat ons betreft.

In de afgelopen jaren heeft het gemeentebestuur hard gewerkt om de basis op orde te krijgen, in de komende vier jaren bouwen we samen verder aan een vitale samenleving. Want dat is nodig. De coronapandemie en de huidige ontwikkelingen in de wereld vragen om een samenleving die vitaal is en kijkt naar de toekomst. 1.2. Collegeprogramma 2022-2026 Op basis van het coalitieakkoord is door het college een meerjarig uitvoeringsprogramma opgesteld in de vorm van een collegeprogramma. Het collegeprogramma bevat de nadere uitwerking op de aspecten te bereiken resultaten, inhoud en planning. De financiële uitwerking is terug te vinden in de jaarlijkse programmabegroting. Het college wil met het collegeprogramma aan de raad een leidraad bieden voor haar kaderstellende en controlerende rol. Het college wil aanspreekbaar zijn en werken vanuit verbinding met inwoners, organisaties en ondernemers en aanwezig zijn waar de energie in de samenleving is om zaken voor elkaar te krijgen. We stellen ons ten doel ondernemerschap in de samenleving te stimuleren en kennis en ervaring te benutten. We hebben regelmatig overleg met onze verschillende partners in de kernen en vragen hen mee te denken over het gemeentelijk beleid. Zij weten doorgaans heel goed wat er in hun omgeving speelt en wat de gemeente daarin kan betekenen.

Daarnaast werken we aan een goede samenwerking met andere (Kempen)gemeenten en verbonden partijen en focussen daarbij op wat we in verbinding met elkaar kunnen bereiken.

6

Het college wil transparant zijn en in begrijpelijke taal communiceren met de inwoners. Daarbij is persoonlijk contact altijd mogelijk maar ook onze digitale dienstverlening willen we op een goed niveau houden. We geven daarbij uitvoering aan onze servicenormen. Zo weet een inwoner wat hij of zij mag verwachten en wat hij of zij zelf kan doen om snel en goed geholpen te worden. Op het gebied van ruimtelijke ontwikkelingen liggen er veel mooie plannen, zoals het centrumplan Reusel, waarvoor het bestemmingsplan nu onherroepelijk is, zodat we komende jaren ook daadwerkelijk de realisatie ter hand kunnen gaan nemen. Daarnaast biedt onze mooie groene omgeving veel uitdagingen in het samenspel tussen bedrijvigheid, recreatie en vervoer. Ook in die trajecten biedt het college aan inwoners en ondernemers de mogelijkheid om mee te denken. Het Sociaal Domein is en blijft een aandachtspunt. Het Rijk vraagt gemeenten om steeds meer zelf op te lossen en dat is niet altijd gemakkelijk. Gelukkig hebben we in onze gemeente een groot aantal vrijwilligers die hulp wil bieden aan mensen die een steuntje in de rug nodig hebben. Dit sociale netwerk verbetert de kwaliteit van zorg en leven. Hulp dicht bij huis is belangrijk, bovendien kan het eventuele mantelzorgers en naasten ontlasten. Het is voor iedereen met een hulpvraag belangrijk om zoveel mogelijk op eigen kracht te kunnen blijven doen.

Daarom gaan we samen op zoek naar wat het beste past bij de hulpvraag. Ook dat is Samen Doen. Preventie is belangrijk om problemen in de toekomst te voorkomen. Het college zet in op tijdig signaleren en bieden van zorg, omdat dit mede ten goede kan komen aan de veiligheidsbeleving van onze inwoners. Want inwoners voelen zich in het algemeen in onze gemeente veilig en letten op elkaar. De meldingsbereidheid op het gebied van veiligheid is laag. We stimuleren onze inwoners om eerder een signaal af te geven als er zaken niet ‘pluis’ voelen. Het is in het kader van vitaliteit belangrijk om jong en oud, met of zonder beperking, in beweging te krijgen. Bewegen is gezond en vergroot ook het sociale netwerk, zodat iedereen voortaan echt mee kan doen. Het college streeft naar het gezond houden van de gemeentelijke financiën. Dat wordt steeds moeilijker doordat steeds meer nieuwe taken op het bordje van de gemeente worden geschoven en die taken ook toenemen in complexiteit. Daarbij kort het Rijk op bijbehorende budgetten. De huidige economische situatie maakt op Rijksniveau bezuinigingen noodzakelijk, terwijl gemeenten zich inspannen om van het Rijk méér middelen te ontvangen, zodat taken en middelen weer meer met elkaar in evenwicht komen.

Samen met oplopende kostenniveaus op heel veel terreinen, maakt dat we voor immens grote uitdagingen staan om de begroting de komende jaren sluitend te houden c.q. te krijgen. Het college vertrouwt erop dat het collegeprogramma 2022-2026 en de uitwerking daarvan in de voorliggende programmabegroting 2024-2027 een goede basis biedt om in de komende vier jaren samen verder te bouwen aan een vitale samenleving en de doelstellingen uit het coalitieakkoord in concrete daden om te zetten. Ontwikkelingen in en buiten onze gemeente leiden niet zelden tot doorkruising van plannen en beperkingen in de realisatiemogelijkheden. Daar zullen we flexibel op moeten inspelen indien en voor zover dat mogelijk is.

7

8

Uitgangspunten en begrotingsbeeld 2024-2027 2.1. Uitgangspunten In dit hoofdstuk worden de uitgangspunten geformuleerd, die bij de samenstelling van de begroting 2024-2027 worden gehanteerd. Vanzelfsprekend sluiten deze zoveel mogelijk aan bij de uitgangspunten, zoals die in voorgaande jaren zijn vastgesteld. Wij volstaan hier met een korte opsomming: 1. Bestaand beleid uit de begroting 2023-2026 inclusief inflatie Het vertrekpunt voor het opstellen van de begroting wordt gevormd door ongewijzigd beleid zoals opgenomen in de begroting 2023-2026. Bij het opstellen van de begroting wordt rekening gehouden met prijsontwikkelingen (inflatie). De meicirculaire houdt inflatiecijfers aan voor de berekening van de hoogte van de algemene uitkering. Het is dan ook voor de hand liggend om in de meerjarenbegroting dezelfde percentages te hanteren. In de meicirculaire is de inflatie 3,0% voor materiële zaken, 3,9% voor overheid en 5,2% voor lonen. 2. Personeelsbudget In de begroting 2024-2027 zal de huidige formatieomvang het uitgangspunt zijn voor de raming van de personeelsbudgetten (exclusief nieuw beleid). De loonkostenontwikkeling op basis van de CAR/UWO zal gevolgd moeten worden. Tevens zijn de algemene salariskostenontwikkelingen van invloed op de personeelskosten.

Bij de meerjarige berekeningen van de loonkosten gaan wij uit van het stijgingspercentage zoals is opgenomen in de meicirculaire 2023. 3. Rente A. Omslagrente (= rente die aan taakvelden toegerekend wordt) De omslagrente dient te worden berekend aan de hand van de geraamde rentelasten en de geraamde boekwaarden van investeringen, afgerond op een veelvoud van 0,5%. De omslagrente bedraagt 0,5% en de berekening treft u aan in paragraaf 3.4. B. Rente toe te rekenen aan alléén de grondexploitatie In onze gemeente is de grondexploitatie (net als alle andere activa) gefinancierd door een mix van vreemd vermogen (geldleningen) en eigen vermogen (reserves). Echter, aan de grondexploitatie mag op basis van het Bbv (Besluit begroting en verantwoording) géén rente worden toegerekend over het eigen vermogen. Dit betekent dat op de gemiddelde rente, zoals die hiervoor bij A. is berekend, nog een correctie moet worden toegepast naar rato van de verhouding tussen vreemd vermogen en totaal vermogen van de gemeente. 4. Algemene uitkering In de begroting 2024-2027 is de algemene uitkering opgenomen op basis van de meicirculaire 2023. 5. Belastingen en heffingen Ten aanzien van de afvalstoffenheffing en de rioolheffing wordt een kostendekkende tariefstelling aangehouden.

In de raadsvergadering van 14 november zal waarschijnlijk een nieuw rioleringsplan (Visie Water en Riolering) ter vaststelling voorliggen bij uw raad. Op dit moment zijn de ramingen van de rioleringslasten en de voorlopige tarieven voor de rioolheffing gebaseerd op het huidige (‘oude’) Verbreed Gemeentelijke Rioleringsplan (VGRP). Uiteindelijk zullen de tarieven echter bepaald gaan worden op basis van de nieuwe visie. Voor de OZB-opbrengst gaan wij in de komende begrotingsperiode vooralsnog uit van een correctie met het inflatiepercentage (naar huidige inschatting 3,9%). Mogelijk is een extra verhoging van de OZB in latere jaren noodzakelijk om te komen tot een sluitende begroting. Behalve de inflatieaanpassing vindt zoals altijd aanpassing plaats op basis van de waardeontwikkeling. Om te kunnen komen tot een gelijkblijvende opbrengst zal bij dalende waardes sprake zijn van hogere tarieven en bij stijgende waardes zal sprake zijn van een daling van de tarieven. Ook is gerekend met een toename van het areaal, hetgeen geen invloed heeft de hoogte van het tarief, maar wel leidt tot een hogere opbrengstenraming.

9

Toeristenbelasting Voor de Toeristenbelasting heeft de raad bij amendement besloten om het tarief niet jaarlijks te verhogen met het inflatiepercentage maar eens in de paar jaren met iets grotere stappen verhogingen te verwerken, voor het eerst ingaande het jaar 2025. Het tarief 2024 wordt dus gehandhaafd op € 1,60 per overnachting. Woonforensenbelasting Ook voor de Woonforensenbelasting gaan wij uit van een inflatiecorrectie van 3,9%. Leges Voor de leges geldt het uitgangspunt van kostendekkendheid. Winst maken op samenhangende groepen van leges is niet toegestaan. Vooralsnog wordt alleen gerekend met inflatiecorrectie (3,9%), maar vanuit het uitgangspunt van kostendekkendheid kunnen sommige tarieven tot andere uitkomsten leiden, omdat dan ook indexeringen van salarissen moet worden meegenomen. 6. Basisgegevens Voor de aantallen inwoners en woningen vormen de werkelijke aantallen per 1 januari 2023 het uitgangspunt. Ramingen voor aantallen inwoners en woningen worden gebaseerd op globale inschattingen vanuit ervaringsgegevens. Bovendien wordt voor iedere begrotingscyclus de uitgangssituatie bepaald op de laatst bekende werkelijke aantallen. Er wordt voor het aantal woningen niet gekeken naar bijvoorbeeld concrete woningbouwplannen en de status van die plannen.

De financiële impact van dit soort relatief geringe inschattingsafwijkingen zijn dermate klein, dat het niet lonend is om veel tijd te steken in een verdere nauwkeurigheid van de schattingen. Als concrete bouwprojecten zover gevorderd zijn dat deze in het begrotingsjaar gereed zijn, wordt daar rekening mee gehouden indien dat substantieel afwijkt van de reguliere inschattingen. 2.2. Methodiek De meerjarenbegroting wordt op basis van lopende prijzen vastgesteld. Dit wil zeggen dat in de verschillende jaren de verwachte inflatie, loonontwikkelingen en inkomensmutaties verwerkt zijn. Resultaat is een begroting die een reëler inzicht in het meerjarenperspectief geeft. De begroting maakt onderscheid tussen structurele en incidentele middelen. Structurele middelen zijn jaarlijks terugkerende middelen. Incidentele middelen zijn eenmalig of voor een beperkt aantal jaren terugkerende middelen en welke naar hun aard in elk geval een zeker eindmoment hebben. Om het huishoudboekje van de gemeente gezond te houden is het van belang om de jaarlijks terugkerende lasten te kunnen betalen uit de jaarlijks terugkerende inkomsten. Dat heet dan een structureel en reëel sluitende begroting. Uitgangspunt is dat de begroting bestaat uit structurele lasten en baten. Incidenteel is de uitzondering en de uitzondering moet altijd goed gemotiveerd worden.

Verder is vooral de aard van de last (of baat) bepalend voor de vraag of sprake is van incidenteel of structureel. Als tweede uitgangspunt is ook de looptijd van de last (of baat) van belang. In zijn algemeenheid geldt dat een langere looptijd eerder aanleiding geeft om een last of baat als structureel te (moeten) beschouwen. 2.3. Begrotingsbeeld De meerjarenbegroting laat het volgende begrotingsbeeld zien (inclusief nieuw beleid). Bedragen in €

Structureel saldo Incidenteel saldo TOTAAL SALDO

2024 51.271 -596.500 -545.229

2025 -336.791 -152.000 -488.791

2026 -2.215.500 -81.000 -2.296.500

2027 -2.184.461 -47.000 -2.231.461

Voor een verklaring van de verschillen verwijzen wij naar de analyse daarvan in bijlage 1 van deze programmabegroting. In bijlage 4 is een overzicht van baten en lasten per programma opgenomen en in bijlage 5 een nadere toelichting bij het incidentele saldo.

10

11

3.1

Bedrijfsvoering

3.1.1. Inleiding De afdeling Bedrijfsvoering heeft een belangrijke rol in het ontzorgen van de organisatie in de realisatie van de beleidsdoelen van de gemeente. Het ondersteunt de primaire processen, dienstverlening aan burgers en beleids- en bestuurlijke processen. Wij streven naar een bedrijfsvoering die zodanig is ingericht, dat de uitvoering van de programmabegroting door de ambtelijke organisatie op een zo efficiënt mogelijke wijze kan gebeuren. In deze paragraaf geven we inzicht in de belangrijkste ontwikkelingen en ambities in 2024 op het gebied van bedrijfsvoering. De belangrijkste ambities vanuit de raad en het college met betrekking tot de bedrijfsvoering zijn:  Vergroten van de bestuurskracht;  Samen Doen is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van inwoners, gemeenteraad, college en ambtelijke organisatie;  Verbeteren van de communicatie;  Adequate en zorgvuldige dienstverlening;  Financiële huishouding gemeente op orde. 3.1.2. Vergroten van de bestuurskracht Als kleine gemeente is de zeggenschap in de regio, richting provincie, het rijk en ook internationaal beperkt. Daarom is het voor Reusel-De Mierden belangrijk om continu de samenwerking met anderen op te zoeken om haar doelen te bereiken en onze inwoners beter te vertegenwoordigen in de regio, richting de provincie, het rijk en internationaal.

Dit doen we door kansen te benutten van (internationale) samenwerking met aangrenzende gemeenten. Internationaal blijven we deelnemen aan Benego (Belgisch Nederlands grensoverleg). Daarnaast werken we zoveel mogelijk samen op gebieden waar dit de kwaliteit van de dienstverlening aan onze inwoners ten goede komt, gebaseerd op drie pijlers: kwaliteit, efficiency en het voorkomen van kwetsbaarheid. Tot slot zijn we sinds 2022 aangesloten bij de K-80 (kleine gemeentes) met als doel een grotere stem richting het Rijk te hebben en vinden er samenwerkingsvormen op allerlei gebied plaats met andere Kempengemeenten. 3.1.3. Samen Doen is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van inwoners, gemeenteraad, college en ambtelijke organisatie Samen Doen is een begrip binnen onze manier van werken. Voor veel van onze medewerkers is het onderdeel van hun dagelijks werk. Samen met onze inwoners hebben we al veel projecten op kunnen pakken en dit zal ook in 2024 een vervolg krijgen. Doorontwikkeling van Samen Doen is en blijft belangrijk om nog beter te kunnen voorzien in wat onze inwoners van ons nodig hebben. Na de coronaperiode heeft het gedachtengoed van Samen Doen in 2023 binnen onze organisatie hernieuwd de aandacht gekregen. Hier gaan we ook in 2024 mee verder. 3.1.4. Verbeteren van de communicatie In 2024 blijft de focus op proactieve communicatie.

Voor doorlopende optimalisatie van de website vragen we onze inwoners naar hun ervaring en mening over begrijpelijkheid en toegankelijkheid. Door toevoeging van nieuwe tools, zoals ReadSpeaker (voorleessoftware in meerdere talen), en nieuwe communicatiemiddelen, zoals een podcast, aan het communicatiearsenaal vergroten we de bereikbaarheid van onze gemeentelijke communicatie. Ook bieden we onze communicatie daarmee op een toegankelijke manier aan ‘nieuwe’ groepen inwoners (anderstaligen, inwoners met een leesbeperking, jongeren). We zijn altijd op zoek naar nieuwe manieren om te laten zijn wie we zijn, waar we voor staan en wat we doen. Zodat we enerzijds vernieuwend blijven en anderzijds aanhaken bij en tegemoet blijven komen aan de behoefte van de inwoners. 3.1.5. Adequate en zorgvuldige dienstverlening In 2024 geven we een vervolg aan het uitvoeringsprogramma dienstverlening. Per team staan hierop actiepunten om de goede dienstverlening te behouden en verbeterpunten door te voeren. Zo proberen we nog meer invulling te geven aan de visie op dienstverlening, waarbij we net dat stapje extra willen zetten. Ook blijven wij de digitale ontwikkelingen volgen om blijvend te voldoen aan de wens van de inwoner om zaken snel en eenvoudig vanuit huis te regelen. Deze dienstverlening blijft uiteraard ook fysiek vanuit het gemeentehuis mogelijk.

12

3.1.6. Financiële huishouding De meerjarige financiële doorkijk in de voorliggende begroting geeft een substantieel ander beeld dan dat van de begroting 2023-2026. Uitsluitend het jaar 2024 is structureel sluitend met een klein positief saldo. De jaren daarna laten oplopende tekorten zien. Grote kostenstijgingen, zoals onder meer voor de energiekosten en de doorwerking van de CAO in de personele lasten, zijn daar debet aan. Ook het robuuster maken van de organisatie trekt een wissel op het financiële beeld. Wij rekenen erop dat het Rijk mogelijkheden vindt om vanaf 2026 de gemeentefondsuitkering meer in verhouding te brengen met het takenpakket van de gemeenten. Maar ook voor onze eigen organisatie staan we voor de uitdaging om voor de jaren na 2024 te kijken naar beperking van lasten en waar mogelijk verhoging van inkomsten. 3.1.7. Informatiebeveiliging Informatiebeveiliging betreft het totale pakket aan maatregelen om de beschikbaarheid, integriteit en vertrouwelijkheid van de gemeentelijke informatiesystemen te waarborgen. Vanaf 1 januari 2020 is de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) van kracht, het uniforme normenkader informatiebeveiliging voor de gehele Nederlandse overheid.

Na het vaststellen van dit nieuwe beleid, heeft de gemeente in samenwerking met de andere Kempengemeenten, de GRSK en KempenPlus, een informatiebeveiligingsplan opgesteld waarin actiepunten zijn opgenomen die voortkomen uit de BIO. Daarnaast wordt een ISMS (Information Security Management System) ingericht, zodat inzichtelijk wordt gemaakt welke risico’s we lopen en verbeterplannen kunnen worden opgesteld. De gemeente verantwoordt zich jaarlijks aan de gemeenteraad en betrokken ministeries over informatiebeveiliging via het verantwoordingsstelsel ENSIA (Eenduidige Normatiek Single Information Audit). Omdat een van de belangrijkste factoren die van invloed is op de mate van informatieveiligheid de factor ‘mens’ is, wordt er veel tijd gestoken in bewustwording onder medewerkers. Om dit te kunnen realiseren wordt begin 2024 een nieuw bewustwordingsplatform in gebruik genomen. Het blijft namelijk belangrijk om medewerkers voortdurend te trainen op actuele beveiligingsrisico’s, het veilig omgaan met informatiesystemen, toegangsbeheer en ze te leren waar ze op moeten letten, zodat we grote incidenten hopelijk kunnen voorkomen.

3.1.8. Personeel & Organisatie Binnen diverse onderdelen van onze organisatie is sprake van een flinke werkdruk. We merken dat we op verschillende onderdelen steeds maar aan het prioriteren zijn en aan verschillende belangrijke taken niet toekomen. Ook het leidinggevend kader wordt steeds meer de inhoud in gezogen door het grote aantal taken wat er ligt vanuit de wetgever, provincie en vanuit raad en inwoners. Hierdoor komen zij niet toe aan taken op het gebied van organisatieontwikkeling en strategische trajecten die nodig zijn binnen onze organisatie. Onder leiding van een extern bureau hebben we het afgelopen jaar gekeken wat er nodig is aan personeel binnen onze organisatie om alle taken, vragen, verzoeken e.d. van de diverse doelgroepen die een beroep doen op onze gemeente te kunnen realiseren. De financiële uitwerkingen van dit onderzoek zijn verwerkt in deze begroting. Daarmee hebben we ook de capaciteit om het eerder aangegeven binden en boeien verder uit te werken en het projectmatig werken goed op de kaart te zetten. Voor een verdere toelichting verwijzen wij naar de bijlage “nieuw beleid”. Sinds 1 januari 2023 is P&O weer onderdeel van onze gemeente. Als gevolg van een nieuw E-HRM systeem hebben de eerste maanden vooral in het teken gestaan van deze implementatie.

In 2024 blijven wij inzetten op het invullen van openstaande vacatures en ‘binden en boeien’ teneinde uitstroom te voorkomen. Hierbij blijven wij op zoek naar nieuwe manieren van werven, zoals deelname aan de Open Bedrijvendag. Daarnaast zetten we de eerste stappen met betrekking tot vitaliteit, de overgang naar de landelijke functieprofielen (HR21) en strategisch HR-beleid. Met betrekking tot vitaliteit vindt u een uitgebreidere toelichting in bijlage 2. Nieuw beleid en vervangingsinvesteringen 2024-2027.

3.1.9. Personeelsbudget Onderstaand een overzicht van het begrote personeelsbudget per 1 januari 2024, zoals dat in deze meerjarenbegroting is opgenomen:

13

Organisatieonderdeel / team:

Loonkosten inclusief sociale lasten Bedragen in €

Gemeenteraad

2024

2025

2026

2027

252.000

265.000

293.000

308.000

Burgemeester en wethouders

455.000

479.000

503.000

530.000

Griffie

141.000

148.000

164.000

172.000

Gemeentesecretaris

146.000

154.000

170.000

179.000

Afdeling Ontwikkeling en Dienstverlening Hoofd afdeling Ontwikkeling en Dienstverlening

124.000

130.000

137.000

144.000

Team Maatschappelijke en Ruimtelijke ontwikkeling

2.590.000

2.725.000

2.866.000

3.015.000

Team Ruimtelijk beheer

1.146.000

1.206.000

1.268.000

1.335.000

685.000

720.000

757.000

797.000

124.000

130.000

137.000

144.000

Team Externe dienstverlening Afdeling Bedrijfsvoering Hoofd afdeling Bedrijfsvoering Team Personeel en Organisatie Team Concern en control Team Interne dienstverlening Totale loonkosten inclusief sociale lasten

128.000

134.000

141.000

149.000

1.431.000

1.506.000

1.584.000

1.666.000

744.000

783.000

824.000

867.000

7.966.000

8.380.000

8.844.000

9.306.000

3.1.10 Gebruik gemeentehuis In 2024 worden de mogelijkheden onderzocht wat te doen met de vrijgekomen ruimtes na afronding van de nieuwe Kei. Tegelijkertijd is dit een natuurlijk moment om het gebruik van het gemeentehuis als geheel te analyseren en daar waar mogelijk te optimaliseren. Doel is en blijft een toegankelijk gemeentehuis voor onze inwoners te hebben en te houden.

14

3.2 Lokale heffingen 3.2.1.

Algemeen

De lokale heffingen zijn een integraal onderdeel van het gemeentelijk beleid. De uitvoering van gemeentelijk beleid raakt daarmee elke burger, bedrijf of instelling direct in zijn/haar portemonnee. Zij wensen -terecht- waar voor hun geld. Lokale belastingen en heffingen staan dan ook sterk in de belangstelling. Het doel van deze paragraaf is om integraal informatie te geven over alles wat met lokale heffingen te maken heeft. 3.2.2.

Geraamde opbrengsten

Een totaaloverzicht van de opbrengsten belastingen en heffingen. Soort Bedragen in €

Rekening 2022 2.918.000 139.000 29.000 769.000 1.381.000 33.000 883.000 24.000 326.000

2023* 3.012.000 140.000 27.000 780.000 1.503.000 38.000 605.000 73.000 130.000

2024 3.147.000 145.000 27.000 919.000 1.467.000 38.000 615.000 74.000 173.000

Begroot 2025 3.192.000 149.000 28.000 947.000 1.517.000 38.000 620.000 75.000 175.000

2026 3.238.000 152.000 28.000 975.000 1.577.000 39.000 626.000 76.000 177.000

2027 3.285.000 156.000 28.000 1.005.000 1.640.000 39.000 634.000 77.000 179.000

6.502.000

6.308.000

6.605.000

6.741.000

6.888.000

7.043.000

Onroerende zaakbelasting Toeristenbelasting Woonforensenbelasting Afvalstoffenheffing Rioolheffing Marktgelden Leges omgevingsvergunningen Leges bestemmingsplannen Overige leges (burgerzaken, rijbewijzen, reisdocumenten, bijzondere wetten enz.) Totaal * Inclusief nieuw beleid en begrotingswijzigingen

Doordat onderliggende aantallen in de loop van de tijd wijzigen, zijn de bedragen in bovenstaande tabel niet altijd te herleiden naar een bijstelling met het inflatiepercentage van 3,9%.

3.2.3.

Ontwikkelingen

Wet Waardering onroerende zaken (WOZ) De WOZ-waarde wordt vastgesteld naar het waardepeil per 1 januari van het jaar voorafgaande aan het belastingjaar. In 2024 wordt de waarde dus vastgesteld naar het peil van 1 januari 2023. Volgens de voorlopige waarden 2024 is er nog steeds sprake van een waardestijging Deze is echter veel lager dan vorig jaar. Wat al die ontwikkelingen precies gaan betekenen voor de OZB-tarieven is nog niet duidelijk. Het aantal bezwaar- en beroepsprocedures is in 3 jaar tijd verdrievoudigd. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de no cure-no-pay bureaus. Vanuit het Rijk wordt gekeken naar maatregelen om deze stroom van bezwaarschriften te beteugelen. Leges De kostendekkendheid van de legestarieven wordt jaarlijks gevolgd. Tevens wordt er nadrukkelijker gekeken of alles wat doorberekend kan worden, ook daadwerkelijk via de leges wordt verhaald. Het is niet toegestaan dat de gemeente winst maakt op legesopbrengsten. Daarmee wordt rekening gehouden bij de bepaling van de tarieven. In 2021 is in het kader van een afstudeerstage een methodiek ontwikkeld om de kosten en opbrengsten van de leges nauwkeuriger in kaart te brengen. Wij hebben deze systematiek ten behoeve van de begroting 2024 zo veel mogelijk gebruikt. Voor het grootste deel van de legesopbrengsten (en dus ook voor de daaraan ten grondslag liggende kosten) is de Omgevingswet erg belangrijk.

De ingangsdatum van de nieuwe Omgevingswet is 1 januari 2024. Dat maakt het lastig om voor 2024 nu al nauwkeurige inschattingen te maken van aantallen vergunningen en daarmee verband houdende kosten. In de kosten, die ten grondslag liggen aan de legestarieven wordt rekening gehouden met de te betalen BTW én met de overheadkosten. De overheadkosten en de BTW worden niet geraamd en verantwoord op de programma’s en producten. De overhead wordt centraal inzichtelijk gemaakt op het

15

taakveld ‘overhead’ in de begroting. Zoals bij dat taakveld is beschreven, worden de overheadkosten extracomptabel bepaald ten behoeve van de tariefbepaling. De systematiek, welke daarvoor wordt gebruikt, is beschreven in de ‘Financiële Verordening’ en komt erop neer dat de overheadkosten worden verdeeld naar rato van het aantal uren dat aan een product wordt besteed. Berekening kostendekkendheid leges

Bedragen in €

(kosten incl. overhead)

Omgevingsvergunningen Bestemmingsplannen Burgerzaken c.a. Overige Totaal lasten

382.584 183.057 145.767 159.608 871.016

Opbrengst leges Dekkingspercentage

861.299 98,88%

3.2.4.

Beleid en tariefstelling

Algemene uitgangspunten De algemene uitkering uit het gemeentefonds is de belangrijkste inkomstenbron van de gemeente. De gemeentelijke belastingen en heffingen zijn de belangrijkste, door de gemeente te beïnvloeden, inkomstenbronnen. Bij de riool- en afvalstoffenheffing en de leges is 100% kostendekking het uitgangspunt. De tarieven worden dus bepaald door de raming van de kosten. De overige tarieven stijgen in beginsel met het inflatiepercentage van 3,9%, waarmee ook in de algemene uitkering wordt gerekend. OZB-tarieven Het OZB-tarief wordt uitgedrukt in een percentage van de WOZ-waarde. De nieuwe WOZ-waardes voor 2024 zijn nog niet allemaal bekend. Bij de definitieve vaststelling van de verordeningen met de tarieven voor 2024 zullen de tarieven uiteraard aangepast worden aan de waardemutaties (lagere tarieven bij een waardestijging of hogere tarieven bij een waardedaling). Voor de OZB-opbrengst wordt in deze begroting uitgegaan van een aanpassing met inflatiecorrectie (3,9%) alsmede met een toename van het areaal. Tarief afvalstoffenheffing Voor de afvalstoffenheffing 2024 worden de ervaringen van de afgelopen jaren meegenomen bij het vaststellen van de nieuwe tarieven. De tarieven voor 2024 worden zoals gebruikelijk in de raadsvergadering van december vastgesteld.

Op basis van huidige inzichten gaan we uit van € 3,35 (was € 3,10) voor een tariefzak voor restafval en € 2,48 per lediging (was € 2,30) van een 140-liter GFT-container. Het vastrecht stijgt naar € 120,96 (was € 96,24). Berekening kostendekkendheid Afvalstoffenheffing Kosten taakveld incl. (omslag)rente Inkomsten taakveld excl. heffingen Netto kosten taakveld

Bedragen in € 939.348 272.551 666.797

Toe te rekenen kosten: Overhead incl. (omslag)rente BTW en Vpb Totale kosten

69.465 183.125 919.387

Opbrengst heffingen Dekkingspercentage

919.339 99,99%

16

Tarief rioolheffing Voor de rioolheffing geldt als algemene regel dat de lasten worden gebaseerd op het Programma Water en Riolering 2024-2028, de opvolger van het VGRP. Het verschil tussen lasten en baten wordt geëgaliseerd via de egalisatievoorziening riolering. Zodoende worden grote pieken en dalen in de tarieven voorkomen. Omdat de planning is dat de nieuwe Visie Water en Riolering pas na de vaststelling van de begroting door uw raad zal worden vastgesteld, zijn de ramingen en tariefberekening in de nu voorliggende begroting nog gebaseerd op het bestaande (“oude”) VGRP. Op basis daarvan wordt voor 2024 een tarief voorgesteld van € 2,12 per m³ (was in 2023 € 1,98). De stijging van 2023 naar 2024 is hoger dan de inflatiecorrectie van 3,9%. Dat komt vooral door gewijzigde kosten, die nodig zijn om het rioolareaal op voldoende niveau te houden. In december 2023 komt de Visie Water en Riolering 2024-2028, de opvolger van het VGRP, in de raad. Hierbij zullen ook nadrukkelijker de nieuwe wettelijke taken met betrekking tot de watertaken worden betrokken. Het bredere takenpakket heeft ook gevolgen voor de Verordening Rioolheffing. In 2024 zal er in samenhang met het nieuwe Rioleringsplan een onderzoek plaatsvinden, waarbij gekeken wordt of de huidige systematiek van heffen (gebaseerd op het waterverbruik) nog voldoende aansluit op het uitgebreide takenpakket.

Ook speelt mee dat er momenteel te veel afwijkende gevallen zijn (zoals eigen waterwinningsinstallaties) die de uitvoering van de rioolheffing complexer maken. Berekening kostendekkendheid Rioolheffing Kosten taakveld incl. (omslag)rente Inkomsten taakveld excl. heffingen Netto kosten taakveld

Bedragen in € 1.097.001 1.097.001

Toe te rekenen kosten: Overhead incl. (omslag)rente BTW Totale kosten

246.057 167.203 1.510.261

Opbrengst heffingen Onttrekking egalisatievoorziening riolering Totaal inkomsten Dekkingspercentage

1.473.400 36.861 1.510.261 100,00%

Voorzieningen riolering en afvalstoffenheffing Voor de rioolheffing en voor de afvalstoffenheffing bestaan egalisatievoorzieningen waaraan eventuele overschotten in de opbrengsten worden toegevoegd of waaruit eventuele tekorten worden gedekt. Kosten en opbrengsten worden dus verevend. In de begroting lijken de opbrengsten de uitgaven te overstijgen. Dat komt doordat de BTWcomponent en de overhead wel worden doorberekend middels de tarieven, maar niet worden geraamd en verantwoord op deze producten. Toeristenbelasting en woonforensenbelasting Voor de Toeristenbelasting heeft de raad in 2021 bij amendement besloten om de tarieven niet jaarlijks met de inflatiecorrectie aan te passen, maar periodiek te verhogen met iets grotere stappen, voor het eerst ingaande 2025. Voor 2024 blijft het tarief dan gelijk aan het tarief in 2023, derhalve € 1,60 per overnachting. Voor het tarief voor de Woonforensenbelasting houden we rekening met inflatiecorrectie van 3,9%. Omdat de waarde hier mede bepalend is voor het tarief, kunnen we het exacte tarief nu nog niet melden.

17

3.2.5.

Lokale lastendruk 2024 per huishouden

Uitgangspunten: OZB: gemiddelde woningwaarde € 413.000 (schatting), tarief eigenaren 0,0795% (schatting op basis tarief 2023, gecorrigeerd voor gemiddelde stijging woningwaarde en inflatie);  Afval: 7,5 GFT-ledigingen à € 2,48 + 3 restafvalzakken à € 3,35 + vastrecht € 120,96;  Riool: 125 m³ waterverbruik à € 2,12. Op basis van de meest actuele gegevens is een inschatting gemaakt van de basisgegevens, zoals gemiddelde woningwaarde, aantal GFT-ledigingen en afvalzakken en gemiddeld waterverbruik. De gegeven uitgangspunten leiden tot het volgende beeld van de gemiddelde belastingdruk per huishouden: 

Bedragen in €

Werkelijk 2022*

Raming 2023*

Raming 2024

Onroerende zaakbelastingen eigenarengedeelte

337,82

318,95

328,34

Afvalstoffenheffing

122,22

122,42

149,61

Rioolheffing

242,50

263,34

265,00

Totaal per huishouden

702,54

704,71

742,95

*Werkelijk 2022 en raming 2023 afkomstig uit respectievelijk jaarstukken 2022 en het raadsvoorstel belastingtarieven 2023 (RA 22.088).

18

3.3 Weerstandsvermogen en risicobeheersing 3.3.1. Algemeen Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de weerstandscapaciteit (de middelen waarover de gemeente beschikt / kan beschikken om niet begrote kosten te dekken) en het totaal aan gekwantificeerde risico’s, waarvoor geen voorzieningen zijn getroffen, verzekeringen zijn afgesloten of waar ook anderszins geen beheersmaatregelen tegenover staan. Voor de raad is het weerstandsvermogen van belang omdat er nooit een situatie zal zijn, waarin geen risico’s meer bestaan. De raad moet vanuit de kaderstellende en controlerende taak inzicht hebben in de ruimte die er is om eventuele tegenvallers op te kunnen vangen. Als die ruimte onvoldoende groot is, moeten aanvullende maatregelen genomen worden. 3.3.2. Beleid Bij raadsbesluit van 7 juli 2020 is de nota ‘Reserves, voorzieningen & afschrijvingsbeleid’ herzien. Hierin zijn onder andere regels opgenomen over hoe om te gaan met reserves en voorzieningen en op welke wijze afschrijving plaatsvindt op activa. In het kader van deze paragraaf is van belang dat in het beleid is bepaald dat de algemene reserve bestaat uit 2 delen:  Een niet besteedbaar deel wat nodig is ter dekking van de gekwantificeerde risico’s, vermenigvuldigd met de vastgestelde ratio (1,8);  Een vrij besteedbaar deel. Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de volgende onderdelen: a.

Algemene reserve b. Post onvoorzien c. Onbenutte belastingcapaciteit d. Begrotingsruimte Ad a. Algemene reserve De stand van de algemene reserve per 31-12-2022 bedroeg € 12.624.000 en dat bedrag wordt uitgesplitst in: - Niet besteedbaar ter afdekking van risico’s (incl. ratio) € 2.956.000 - Vrij besteedbaar € 9.668.000 Op basis van deze begroting bedraagt het niet besteedbare deel t.b.v. het weerstandsvermogen € 2.956.000, waardoor het vrij besteedbare deel wijzigt in € 9.668.000. Voor de bepaling van het niet besteedbare deel van de algemene reserve zijn de regels toegepast uit het in juli 2020 vastgestelde beleid op dit gebied. De gekwantificeerde risico’s, zoals die in deze paragraaf zijn beschreven, belopen een bedrag ad € 1.642.000. Dat bedrag vermenigvuldigen we op basis van het in juli 2020 vastgestelde beleid met een factor 1,8, hetgeen tot een bedrag leidt van afgerond € 2.956.000. De bestemmingsreserves laten we buiten de berekening van de weerstandscapaciteit omdat daar een concreet bestedingsdoel tegenover staat en die bedragen specifiek daarvoor zijn gereserveerd. Ad b. Post onvoorzien Jaarlijks wordt in de begroting een post onvoorzien opgenomen ter grootte van € 13.000 (€ 1 per inwoner), bedoeld voor bijzondere, niet voorziene kosten. Ad c.

Onbenutte belastingcapaciteit De omvang van de belastingcapaciteit is de ruimte tussen de feitelijk te verwachten opbrengst en de opbrengst die de gemeente zou moeten realiseren wanneer zij een beroep doet op artikel 12 van de Financiële-verhoudingswet (de zogenaamde artikel 12-norm). Volgens die norm moeten de afvalstoffenheffing en het rioolrecht kostendekkend zijn. Dat uitgangspunt hanteren wij ook. Dan blijft de onbenutte capaciteit van de onroerende zaakbelasting over. Op basis van de meest recente gegevens geldt daarvoor een factor van 0,1614% van de totale WOZ-waarde, hetgeen resulteert in een onbenutte belastingcapaciteit voor Reusel-De Mierden van afgerond € 1,641 miljoen.

19

Ad d. Begrotingsruimte Indien sprake is van een positief totaal begrotingssaldo wordt dit meegerekend in de weerstandscapaciteit. Stille reserves Stille reserves zijn activa die te laag of tegen nul zijn gewaardeerd, maar die in principe direct verkoopbaar zijn. Van de omvang van de stille reserves is de volgende indicatie te geven:

De stille reserves hebben dus een omvang van afgerond € 30 miljoen. Het is op basis van het Besluit begroting en verantwoording (Bbv) niet toegestaan om een waarde aan stille reserves toe te kennen en die waarde vervolgens mee te rekenen in de reservepositie. De reservepositie kan vanuit de stille reserves dus alleen toenemen door deze stille reserves om te zetten in geld (te gelde maken middels verkoop). Dat neemt niet weg dat in relatie tot de capaciteit om onverhoopte tegenvallers op te vangen de stille reserves wel een betekenis hebben. Daarbij onderkennen we het gegeven dat bijvoorbeeld landbouwgronden gemakkelijker te gelde te maken zijn dan bijvoorbeeld een schoolgebouw. 3.3.3. Risico’s De samenloop van risico’s is een ander aspect van het vermogen van de gemeente om financiële tegenvallers op te vangen (=weerstandsvermogen). Inventariseren van risico’s, een inschatting maken van de kans op deze risico’s en het beheersen en managen van risico’s is hierbij van wezenlijk belang. Hierna wordt een overzicht gegeven van de risico’s in het licht van het weerstandsvermogen. De weerstandscapaciteit kan dan afgezet worden tegen de samenloop van de geïnventariseerde risico’s, zodat ‘beoordeeld’ kan worden of het weerstandsvermogen afdoende is. De vertaling van deze risico’s in bedragen is gebaseerd op inschattingen.

Indien er sprake is van nauwkeurige berekeningen van concrete verplichtingen is vorming van voorzieningen nodig. Deze paragraaf geeft dan ook geen raming van budgetten die worden aangehouden om tegenvallers op te vangen, maar slechts een indicatie van het vermogen om tegenvallers op te kunnen vangen. Dat vermogen zit dan vooral in de reserves. De gemeente Reusel-De Mierden raamt altijd zo reëel mogelijk. Het blijven echter ramingen, zodat er altijd een risico is, dat de werkelijkheid anders is dan de ramingen. Wij achten dat risico niet dusdanig dat daarmee in de sfeer van weerstandsvermogen rekening moet worden gehouden. Reëel ramen betekent echter ook dat er geen ‘lucht’ in de ramingen zit ‘voor het geval dat’. Als bepaalde risico’s, zoals bijvoorbeeld inbraakschade, verzekerd zijn, dan ramen wij geen kosten voor die schade, óók niet voor een eventueel (beperkt) eigen risico. Mochten zich dan onverhoopt toch schades voordoen, dan kunnen ramingen dus tekort schieten. Daarover wordt dan gerapporteerd via bestuursrapportages.

20

Hetzelfde geldt voor bijzondere omstandigheden. Zo kunnen extreme weersomstandigheden tot extra kosten leiden (extra gladheidbestrijding, stormschades enz.). Gelet op onze ervaringen achten wij het niet nodig om op dit gebied in het kader van het weerstandsvermogen met bijzondere risico’s rekening te houden. CAO-effecten Onderhandelingen over een nieuwe CAO-gemeenten zijn lopende. Het is onmogelijk om te voorspellen wat de effecten daarvan zullen zijn op de loonkosten en in hoeverre die effecten door het Rijk zullen worden gecompenseerd. Wij nemen vooralsnog dan ook geen bedrag op als weerstandsvermogen. Grondexploitatie / Bestemmingsplannen Op grond van artikel 6.1 van de Wet op de ruimtelijke ordening bestaat de mogelijkheid dat onevenredige schade als gevolg van bestemmingswijziging moet worden vergoed. Hiervoor zijn geen specifieke middelen gereserveerd. In principe worden eventuele claims op de ontwikkelaars van een plan afgewenteld. Indien de gemeente de planschade moet vergoeden, wordt deze opgevangen binnen de grondexploitatie. Daarnaast vormt de grondexploitatie zelf, als gemeentelijke activiteit, een voortdurend risico (economische ontwikkelingen, kredietbeleid van banken, stagnerende markten, veranderende wetgeving, fluctuerende rentes en dergelijke).

Het feit dat deze activiteit in principe in vier kernen en op een kleinschalige wijze wordt uitgevoerd, versterkt dit risico. De markt is voor zowel woningbouwgrond als bedrijfsgrond op dit moment gunstig, hetgeen zich uit in een toegenomen vraag. De diverse crises in de wereld zorgen wel voor iets meer onzekerheid, maar we zien dat nog niet terug in de vraag. De grondexploitaties worden jaarlijks opnieuw berekend, waarbij ook een inventarisatie plaatsvindt van risico’s dan wel te optimistische inschattingen. Op basis van de meest recente berekeningen zijn voorzieningen gevormd voor de gecalculeerde nadelige saldi. In rapportages, zoals die voor alle grondexploitaties zijn opgesteld, is een risicoanalyse en risicoberekening opgenomen. Het gaat dan om risico’s zoals extra hoge kostenstijgingen, grondprijsverlaging, rentestijgingen e.d. Voor zover risico’s binnen de (positieve) resultaten van de grondexploitatie kunnen worden opgevangen, is geen aanvullend weerstandsvermogen nodig. Bij de plannen voor De Leeuwerik, Kleine Hoeven en Hart van Reusel is dat niet het geval. De risico’s voor die plannen zijn berekend op: De Leeuwerik Hart van Reusel Kleine Hoeven Totaal

€ € € €

60.000 68.000 763.000 891.000

Doordat jaarlijks een actualisatie van de grondexploitatieprojecten plaatsvindt, inclusief een analyse van risico’s en kansen, zijn risico’s goed in beeld en kan tijdig gestuurd worden op risicobeperking. De meeste grondexploitaties zijn ook zover gevorderd dat de risico’s kleiner worden. Immers aan het begin van een grondexploitatieproject moeten gronden nog verworven worden, kunnen planschades optreden, kunnen er tegenvallers zijn in kosten van bouwrijp maken enz. De risico’s zijn dan groter. De nu actieve grondexploitaties zijn zover gevorderd dat daarin geen grondverwerving meer hoeft plaats te vinden, bouwrijp maken al achter de rug is en zelfs woonrijp maken deels al heeft plaatsgevonden. Daardoor zijn de risico’s afgenomen. Bij het opstarten van nieuwe grondexploitatieprojecten kunnen de risico’s weer toenemen. Intergemeentelijke samenwerking Onze gemeente neemt deel in een aantal verbonden partijen. Voor deze paragraaf zijn de belangrijkste:  GGD Brabant-Zuidoost  GRSK (Samenwerking Kempengemeenten)  MRE (Metropoolregio Eindhoven)  VRBZO (Veiligheidsregio Brabant Zuidoost)  KempenPlus  ODZOB (Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant)  KBP (Kempisch Bedrijven Park)  Stichting Bizob (Bureau inkoop en aanbestedingen zuidoost Brabant)

21

 

BeneGo (Belgisch Nederlands Grensoverleg) Zorg- en Veiligheidshuis Brabant Zuidoost

In de paragraaf verbonden partijen treft u meer gegevens aan over de gemeenschappelijke regelingen. Het betreft deels verplichte samenwerkingen (VRBZO, ODZOB), deels samenwerkingen die weliswaar vrijwillig zijn, maar waar nauwelijks een reëel alternatief voor bestaat (GGD, MRE), maar ook deels volledig vrijwillige samenwerkingsvormen (GRSK, KempenPlus, KBP enz.). Ook bij vrijwillige samenwerkingen kunnen er ingrijpende gevolgen kleven aan uittreding uit betreffende partij. Samenwerking binnen gemeenschappelijke regelingen geeft een risico in de vorm van beheersbaarheid van de eigen organisatie. Door deelname in de verschillende bestuurslagen van gemeenschappelijke regelingen heeft onze gemeente invloed op die organen, maar de gemeente moet zich aansluiten bij besluiten die in gezamenlijkheid genomen worden. Minderheidsstandpunten kunnen, hoe belangrijk deze voor individuele gemeenten ook mogen zijn, in het grote geheel te licht bevonden worden. Samenwerken is daarmee altijd een stukje inleveren van invloed. Overigens leert de ervaring dat de ‘winst’ van het samen optrekken vooral zit in de toename van professionaliteit en kwaliteit die wordt bereikt en in het borgen van de continuïteit op vitale bedrijfsprocessen en dus niet primair in kostenvermindering.

Net als bij gemeenten worden ook door besturen van Gemeenschappelijke Regelingen besluiten genomen inzake wijzigingen in ambitieniveaus op basis van allerlei ontwikkelingen. Daardoor bestaat het risico, dat gemeentelijke bijdragen aan Gemeenschappelijke Regelingen (GR) sterker dan trendmatig gaan stijgen. Voor zover die ontwikkelingen meelopen in het begrotingsproces van de betreffende GR zijn deze tijdig in beeld. In die gevallen moeten de financiële gevolgen worden opgenomen in de gemeentebegroting. Er is dan dus geen sprake meer van risico. Daarnaast houden sommige verbonden partijen zelf een vorm van weerstandsvermogen aan. De vier grootste Gemeenschappelijke Regelingen (GGD, VRBZO, MRE en ODZOB) hebben samen afspraken gemaakt over het aan te houden weerstandsvermogen. Een verbonden partij als de GRSK houdt echter zelf helemaal geen weerstandsvermogen aan, maar KempenPlus doet dat wel. De ene verbonden partij legt in haar stukken een relatie tussen (gekwantificeerde) risico’s en de ander doet dat niet of slechts in beperkte mate. Dit is van belang voor de inschatting van de gemeentelijke risico’s. Immers als een verbonden partij haar risico’s zelf op kan vangen, is er geen risico voor de gemeente.

Heeft een verbonden partij slechts deels of geen weerstandsvermogen, dan ontstaat er een risico voor de gemeente naar rato van haar deelname in die partij (bijvoorbeeld naar rato van inwonertal). Het risicobedrag waarmee de gemeente rekening moet houden, is dus afhankelijk van de mate waarin verbonden partijen zelf weerstandsvermogen aanhouden. Dat is per partij verschillend. Om toch een inschatting te doen van risico’s voor de gemeente, gaan we uit van de jaarbijdrage van onze gemeente aan de diverse verbonden partijen. Het totaal van de jaarbijdrage van de verbonden partijen is € 10.055.000 in 2024. We schatten het algemene risico in op kostenoverschrijdingen tot 10% met een kans op voordoen van 25%, hetgeen het risico bepaalt op 25% x 10% x € 10.055.000 = € 251.000 (afgerond). Omgevingswet Per 1-1-2024 treedt de nieuwe Omgevingswet in werking. Zowel in de begroting van organisaties als ODZOB, VRBZO, GGD en GRSK als in onze eigen begroting is rekening gehouden met extra lasten als gevolg van de Omgevingswet. Wij achten het niet nodig om daarop aanvullend nog extra risico’s in te calculeren. Informatiebeveiliging en privacy De gemeente verwerkt en beheert voor de uitvoering van haar taken informatie en persoonsgegevens en werkt daarnaast met persoonsgegevens die ook regelmatig worden uitgewisseld met andere partijen. Informatie moet beschikbaar, integer en vertrouwelijk zijn.

Daarnaast mogen informatie en persoonsgegevens alleen voor bevoegden inzichtelijk zijn. Cyberdreigingen komen op gemeenten af in een tijd waarin ze voor steeds meer taken verantwoordelijk zijn en dus ook steeds meer data in beheer hebben. Tegelijkertijd is het beveiligen van de systemen een grote kostenpost geworden die niet iedere gemeente even makkelijk kan betalen. De rekening van preventie staat echter niet in verhouding tot de kosten van een incident. Naast de impact van een incident op medewerkers is een getroffen organisatie vaak weken of maanden bezig om de ICT en de bedrijfsprocessen weer aan de

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=ReuselDeMierden&id=4640dbe0-3893-4270-8859-8910062be611