[22.19256] - 221025 Bijlagen toelichting
Tekst van het document
Zand, matig fijn, matig humeus, zwak siltig, zwak grindig, donker grijsbruin, Edelmanboor
1
1
50
50
gras
2 70
50
50
Zand, matig fijn, zwak humeus, zwak siltig, zwak grindig, resten wortels, donker beigebruin, Edelmanboor Zand, matig grof, zwak siltig, neutraal oranjebeige, Edelmanboor
3
100
100
Zand, matig grof, matig siltig, neutraal grijsbeige, Edelmanboor
4
150
150
Boring 05
Boring 06
Datum: 13-3-2020 Veldwerker:
Datum: 13-3-2020
Ruud van Galen
Veldwerker: 0
0
gras
Ruud van Galen 0
0
Zand, matig fijn, matig humeus, zwak siltig, resten wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor
Zand, matig fijn, matig humeus, matig siltig, zwak grindig, resten wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor
1
50
1
50
gras
50
50
Projectnaam:
Buitenman 3
Plaatsnaam:
Lage Mierde
Projectcode:
20201303
Projectleider:
Jos van Gemert
Pagina:
3 van 4
Boring 07
Boring 08
Datum: 13-3-2020 Veldwerker:
Datum: 13-3-2020
Ruud van Galen
Veldwerker: 0
0
gras
Ruud van Galen 0
0
Zand, matig fijn, zwak humeus, zwak siltig, resten wortels, neutraal beigebruin, Edelmanboor
Zand, matig fijn, matig humeus, matig siltig, zwak grindig, resten wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor
1
1
50
50
50
50
Boring 09
Boring 10
Datum: 13-3-2020 Veldwerker:
Datum: 13-3-2020
Ruud van Galen
Veldwerker: 0
0
gras
Ruud van Galen 0
0
Zand, matig fijn, zwak humeus, zwak siltig, resten wortels, donker beigebruin, Edelmanboor
1
50
50
gras Zand, matig fijn, zwak humeus, zwak siltig, resten wortels, donker beigebruin, Edelmanboor
1
50
50
Boring 11
Boring 12
Datum: 13-3-2020 Veldwerker:
gras
Datum: 13-3-2020
Ruud van Galen
Veldwerker: 0
0
klinker
Ruud van Galen 0
0
Ramguts, Verhardingslaag, zandcement
1
1 20
Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraal oranjebeige, Edelmanboor
30
Zand, matig fijn, zwak humeus, zwak siltig, donker grijsbruin, Edelmanboor
2 50
2
50 60
groenstrook Zand, matig fijn, matig humeus, zwak siltig, resten wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor
6
50
Projectnaam:
Buitenman 3
Plaatsnaam:
Lage Mierde
Projectcode:
20201303
Projectleider:
Jos van Gemert
Pagina:
4 van 4
Boring 13 Datum: 13-3-2020 Veldwerker:
Ruud van Galen 0
0
groenstrook Zand, matig fijn, matig humeus, zwak siltig, resten wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor
1 20
Zand, matig fijn, zwak siltig, resten wortels, neutraal beigebruin, Edelmanboor
2
50
50
Projectnaam:
Buitenman 3
Plaatsnaam:
Lage Mierde
Projectcode:
20201303
Projectleider:
Jos van Gemert
Pagina:
1 van 1
Proefgat
A01
Proefgat
Datum: 13-3-2020
A02
Datum: 13-3-2020
Veldwerker:
Reinoud de Jong
Veldwerker:
Reinoud de Jong
lengte (m):
0,30
lengte (m):
0,30
breedte (m):
0,30
breedte (m):
0,30
0
0
tegel
0
0
20
Proefgat
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, donker grijsbruin, Schep
A03
Datum: 13-3-2020 Veldwerker:
Reinoud de Jong
lengte (m):
0,30
breedte (m):
0,30
0
0
tegel Zand, matig grof, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, donker grijsbruin, Schep
20
tegel Zand, matig grof, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, donker grijsbruin, Schep
5
20
Bijlage 4
SYNLAB Analytics & Services B.V. Correspondentieadres Steenhouwerstraat 15 · 3194 AG Rotterdam Tel.: +31 (0)10 231 47 00 · Fax: +31 (0)10 416 30 34 www.synlab.nl
Analyserapport
MILON bv Mark Bergmans Rembrandtlaan 4 5462 CH VEGHEL
Uw projectnaam Uw projectnummer SYNLAB rapportnummer Rapport-verificatienummer
Blad 1 van 6
: Buitenman 3 : 20201303 : 13218451, versienummer: 1. : GS547JZ4
Rotterdam, 19-03-2020
Geachte heer/mevrouw, Hierbij ontvangt u de analyse resultaten van het laboratoriumonderzoek ten behoeve van uw project 20201303. Het onderzoek werd uitgevoerd conform uw opdracht. De gerapporteerde resultaten hebben uitsluitend betrekking op de geteste monsters. De door u aangegeven omschrijvingen voor de monsters, het project en de monsternamedatum (indien aangeleverd) zijn overgenomen in dit analyserapport. SYNLAB is niet verantwoordelijk voor de gegevens verstrekt door de opdrachtgever. Het onderzoek is uitgevoerd door SYNLAB Analytics & Services B.V., gevestigd aan de Steenhouwerstraat 15 in Rotterdam (NL). Indien het onderzoek is uitgevoerd door derden of het SYNLAB laboratorium in Frankrijk (99-101 Avenue Louis Roche, Gennevilliers) is dit in het rapport aangegeven. Dit analyserapport bestaat inclusief bijlagen uit 6 pagina's. In geval van een versienummer van '2' of hoger vervallen de voorgaande versies. Alle bijlagen maken onlosmakelijk onderdeel uit van het rapport. Alleen vermenigvuldiging van het hele rapport is toegestaan. Mocht u vragen en/of opmerkingen hebben naar aanleiding van dit rapport, bijvoorbeeld als u nadere informatie nodig heeft over de meetonzekerheid van de analyseresultaten in dit rapport, dan verzoeken wij u vriendelijk contact op te nemen met de afdeling Customer Support. Wij vertrouwen er op u met deze informatie van dienst te zijn. Hoogachtend,
Jaap-Willem Hutter Technical Director
SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
MILON bv Mark Bergmans Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Blad 2 van 6
Analyserapport Buitenman 3
Orderdatum 16-03-2020 Startdatum 16-03-2020 Rapportagedatum 19-03-2020
20201303 - 1
13218451
Nummer
Monstersoort
Monsterspecificatie
001 002 003
Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000)
MMBG1 01 (0-50) 02 (0-25) 09 (0-50) 10 (0-50) 11 (30-60) 12 (0-20) 13 (0-20) MMBG2 03 (0-50) 04 (0-50) 05 (0-50) 06 (0-50) 07 (0-50) 08 (0-50) MMOG 01 (50-100) 01 (150-200) 02 (50-100) 02 (100-150) 03 (70-100) 03 (100-150)
Analyse
Eenheid
Q
droge stof gewicht artefacten aard van de artefacten
gew.-% g -
S S S
84.6 <1 geen
82.9 <1 geen
87.3 <1 geen
organische stof (gloeiverlies)
% vd DS
S
4.6
2.3
<0.5
KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem) % vd DS
S
2.2
4.3
3.6
METALEN barium cadmium kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink
S S S S S S S S S
<20 0.26 <1.5 6.4 <0.05 17 <0.5 <3 24
<20 0.26 <1.5 5.2 <0.05 13 <0.5 <3 20
<20 <0.2 <1.5 <5 <0.05 <10 <0.5 4.7 <20
<0.01 <0.01 <0.01 0.15 0.09 0.09 0.05 0.07 0.06 0.06 1) 0.591
<0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 1) 0.07
<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1 1) 4.9
<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1 1) 4.9
mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds
001
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen mg/kgds S <0.01 fenantreen mg/kgds S 0.03 antraceen mg/kgds S <0.01 fluoranteen mg/kgds S 0.11 benzo(a)antraceen mg/kgds S 0.04 chryseen mg/kgds S 0.05 benzo(k)fluoranteen mg/kgds S 0.04 benzo(a)pyreen mg/kgds S 0.05 benzo(ghi)peryleen mg/kgds S 0.05 indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kgds S 0.05 1) pak-totaal (10 van VROM) mg/kgds S 0.434 (0.7 factor) POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28 µg/kgds PCB 52 µg/kgds PCB 101 µg/kgds PCB 118 µg/kgds PCB 138 µg/kgds PCB 153 µg/kgds PCB 180 µg/kgds som PCB (7) (0.7 factor) µg/kgds
S S S S S S S S
<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1 1) 4.9
002
003
De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning.
Paraaf : SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
MILON bv Mark Bergmans Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Blad 3 van 6
Analyserapport Buitenman 3
Orderdatum 16-03-2020 Startdatum 16-03-2020 Rapportagedatum 19-03-2020
20201303 - 1
13218451
Nummer
Monstersoort
Monsterspecificatie
001 002 003
Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000)
MMBG1 01 (0-50) 02 (0-25) 09 (0-50) 10 (0-50) 11 (30-60) 12 (0-20) 13 (0-20) MMBG2 03 (0-50) 04 (0-50) 05 (0-50) 06 (0-50) 07 (0-50) 08 (0-50) MMOG 01 (50-100) 01 (150-200) 02 (50-100) 02 (100-150) 03 (70-100) 03 (100-150)
Analyse
Eenheid
MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40
mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds
Q
S
001
<5 <5 <5 <5 <20
002
<5 <5 <5 <5 <20
003
<5 <5 <5 <5 <20
De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning.
Paraaf : SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
MILON bv Mark Bergmans Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Blad 4 van 6
Analyserapport Buitenman 3 20201303 13218451
- 1
Orderdatum 16-03-2020 Startdatum 16-03-2020 Rapportagedatum 19-03-2020
Monster beschrijvingen
001
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
002
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
003
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
Voetnoten 1
De sommatie na verrekening van de 0.7 factor voor <-waarden volgens BoToVa.
Paraaf : SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
MILON bv Mark Bergmans Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Blad 5 van 6
Analyserapport Buitenman 3
Orderdatum 16-03-2020 Startdatum 16-03-2020 Rapportagedatum 19-03-2020
20201303 13218451
- 1
Analyse
Monstersoort
Relatie tot norm
droge stof
Grond (AS3000)
gewicht artefacten
Grond (AS3000)
aard van de artefacten
Grond (AS3000)
organische stof (gloeiverlies)
Grond (AS3000)
lutum (bodem)
Grond (AS3000)
barium
Grond (AS3000)
cadmium
Grond (AS3000)
kobalt
Grond (AS3000)
koper
Grond (AS3000)
kwik
Grond (AS3000)
lood
Grond (AS3000)
molybdeen
Grond (AS3000)
nikkel
Grond (AS3000)
zink
Grond (AS3000)
naftaleen
Grond (AS3000)
fenantreen
Grond (AS3000)
antraceen
Grond (AS3000)
fluoranteen
Grond (AS3000)
benzo(a)antraceen
Grond (AS3000)
chryseen
Grond (AS3000)
benzo(k)fluoranteen
Grond (AS3000)
benzo(a)pyreen
Grond (AS3000)
benzo(ghi)peryleen
Grond (AS3000)
indeno(1,2,3-cd)pyreen
Grond (AS3000)
pak-totaal (10 van VROM) (0.7 factor) PCB 28
Grond (AS3000)
Grond: Gelijkwaardig aan ISO 11465 en gelijkwaardig aan NEN-EN 15934 (monstervoorbehandeling conform NEN-EN 16179). Grond (AS3000): conform AS3010-2 en gelijkwaardig aan NEN-EN 15934 Conform AS3000 en conform NEN-EN 16179 Idem Grond: gelijkwaardig aan NEN 5754. Grond (AS3000): conform AS3010-3 Grond: eigen methode. Grond (AS3000): conform AS3010-4 Conform AS3010-5 en conform NEN 6950 (ontsluiting conform NEN 6961, meting conform NEN-EN-ISO 17294-2) Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Conform AS3010-6 Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem
PCB 52
Grond (AS3000)
PCB 101
Grond (AS3000)
PCB 118
Grond (AS3000)
PCB 138
Grond (AS3000)
PCB 153
Grond (AS3000)
PCB 180
Grond (AS3000)
som PCB (7) (0.7 factor)
Grond (AS3000)
totaal olie C10 - C40
Grond (AS3000)
Grond (AS3000)
Conform AS3010-8 Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Conform AS3010-7 en conform NEN-EN-ISO 16703
Monster
Barcode
Aanlevering
Monstername
Verpakking
001 001 001 001 001
Y8235204 Y8235200 Y8235427 Y8235424 Y8235190
13-03-2020 13-03-2020 13-03-2020 13-03-2020 13-03-2020
13-03-2020 13-03-2020 13-03-2020 13-03-2020 13-03-2020
ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201
Paraaf : SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
MILON bv Mark Bergmans Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Blad 6 van 6
Analyserapport Buitenman 3
Orderdatum 16-03-2020 Startdatum 16-03-2020 Rapportagedatum 19-03-2020
20201303 13218451
- 1
Monster
Barcode
Aanlevering
Monstername
Verpakking
001 001 002 002 002 002 002 002 002 002 002 003 003 003 003 003 003
Y8235928 Y8235197 Y8235199 Y8235419 Y8235414 Y8235201 Y8235916 Y8235410 Y8235194 Y8235934 Y8235198 Y8235919 Y8235420 Y8235203 Y8235188 Y8235202 Y8235905
13-03-2020 13-03-2020 13-03-2020 13-03-2020 13-03-2020 13-03-2020 13-03-2020 13-03-2020 13-03-2020 13-03-2020 13-03-2020 13-03-2020 13-03-2020 13-03-2020 13-03-2020 13-03-2020 13-03-2020
13-03-2020 13-03-2020 13-03-2020 13-03-2020 13-03-2020 13-03-2020 13-03-2020 13-03-2020 13-03-2020 13-03-2020 13-03-2020 13-03-2020 13-03-2020 13-03-2020 13-03-2020 13-03-2020 13-03-2020
ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201
Paraaf : SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
SYNLAB Analytics & Services B.V. Correspondentieadres Steenhouwerstraat 15 · 3194 AG Rotterdam Tel.: +31 (0)10 231 47 00 · Fax: +31 (0)10 416 30 34 www.synlab.nl
Analyserapport
MILON bv Jos van Gemert Rembrandtlaan 4 5462 CH VEGHEL
Uw projectnaam Uw projectnummer SYNLAB rapportnummer Rapport-verificatienummer
Blad 1 van 5
: Buitenman 3 : 20201303 : 13221180, versienummer: 1. : VNUAKGZG
Rotterdam, 28-03-2020
Geachte heer/mevrouw, Hierbij ontvangt u de analyse resultaten van het laboratoriumonderzoek ten behoeve van uw project 20201303. Het onderzoek werd uitgevoerd conform uw opdracht. De gerapporteerde resultaten hebben uitsluitend betrekking op de geteste monsters. De door u aangegeven omschrijvingen voor de monsters, het project en de monsternamedatum (indien aangeleverd) zijn overgenomen in dit analyserapport. SYNLAB is niet verantwoordelijk voor de gegevens verstrekt door de opdrachtgever. Het onderzoek is uitgevoerd door SYNLAB Analytics & Services B.V., gevestigd aan de Steenhouwerstraat 15 in Rotterdam (NL). Indien het onderzoek is uitgevoerd door derden of het SYNLAB laboratorium in Frankrijk (99-101 Avenue Louis Roche, Gennevilliers) is dit in het rapport aangegeven. Dit analyserapport bestaat inclusief bijlagen uit 5 pagina's. In geval van een versienummer van '2' of hoger vervallen de voorgaande versies. Alle bijlagen maken onlosmakelijk onderdeel uit van het rapport. Alleen vermenigvuldiging van het hele rapport is toegestaan. Mocht u vragen en/of opmerkingen hebben naar aanleiding van dit rapport, bijvoorbeeld als u nadere informatie nodig heeft over de meetonzekerheid van de analyseresultaten in dit rapport, dan verzoeken wij u vriendelijk contact op te nemen met de afdeling Customer Support. Wij vertrouwen er op u met deze informatie van dienst te zijn. Hoogachtend,
Jaap-Willem Hutter Technical Director
SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
MILON bv Jos van Gemert Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Blad 2 van 5
Analyserapport Buitenman 3
Orderdatum 20-03-2020 Startdatum 20-03-2020 Rapportagedatum 28-03-2020
20201303 13221180
- 1
Nummer
Monstersoort
Monsterspecificatie
001
Grondwater (AS3000)
01 01 (130-230)
Analyse
Eenheid
Q
001
METALEN barium cadmium kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink
µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l
S S S S S S S S S
65 1) <0.20 1) <2 1) 15 <0.05 1) 2.4 1) <2 1) 6.2 1) 23
VLUCHTIGE AROMATEN benzeen tolueen ethylbenzeen o-xyleen p- en m-xyleen xylenen (0.7 factor) styreen
µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l
S S S S S S S
<0.2 <0.2 <0.2 <0.1 <0.2 2) 0.21 <0.2
1)
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen µg/l S <0.02 GEHALOGENEERDE KOOLWATERSTOFFEN 1,1-dichloorethaan µg/l S 1,2-dichloorethaan µg/l S 1,1-dichlooretheen µg/l S cis-1,2-dichlooretheen µg/l S trans-1,2-dichlooretheen µg/l S som (cis,trans) 1,2µg/l S dichloorethenen (0.7 factor) dichloormethaan µg/l S 1,1-dichloorpropaan µg/l S 1,2-dichloorpropaan µg/l S 1,3-dichloorpropaan µg/l S som dichloorpropanen (0.7 µg/l S factor) tetrachlooretheen µg/l S tetrachloormethaan µg/l S 1,1,1-trichloorethaan µg/l S 1,1,2-trichloorethaan µg/l S trichlooretheen µg/l S chloroform µg/l S vinylchloride µg/l S tribroommethaan µg/l S
<0.2 <0.2 <0.1 <0.1 <0.1 2) 0.14 <0.2 <0.2 <0.2 <0.2 2) 0.42 <0.1 <0.1 <0.1 <0.1 <0.2 <0.2 <0.2 <0.2
De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning.
Paraaf : SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
MILON bv Jos van Gemert Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Blad 3 van 5
Analyserapport Buitenman 3
Orderdatum 20-03-2020 Startdatum 20-03-2020 Rapportagedatum 28-03-2020
20201303 13221180
- 1
Nummer
Monstersoort
Monsterspecificatie
001
Grondwater (AS3000)
01 01 (130-230)
Analyse
Eenheid
MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40
µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l
Q
S
001
<25 <25 <25 <25 <50
De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning.
Paraaf : SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
MILON bv Jos van Gemert Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Blad 4 van 5
Analyserapport Buitenman 3 20201303 13221180
- 1
Orderdatum 20-03-2020 Startdatum 20-03-2020 Rapportagedatum 28-03-2020
Monster beschrijvingen
001
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
Voetnoten 1 2
Geanalyseerd m.b.v.ICP-MS, conform NEN-EN-ISO 17294-2 i.p.v. ICP-AES De sommatie na verrekening van de 0.7 factor voor <-waarden volgens BoToVa.
Paraaf : SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
MILON bv Jos van Gemert Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Blad 5 van 5
Analyserapport Buitenman 3
Orderdatum 20-03-2020 Startdatum 20-03-2020 Rapportagedatum 28-03-2020
20201303 13221180
- 1
Analyse
Monstersoort
Relatie tot norm
barium
Grondwater (AS3000)
cadmium
Grondwater (AS3000)
kobalt
Grondwater (AS3000)
koper
Grondwater (AS3000)
kwik
Grondwater (AS3000)
lood
Grondwater (AS3000)
molybdeen
Grondwater (AS3000)
nikkel
Grondwater (AS3000)
zink
Grondwater (AS3000)
benzeen
Grondwater (AS3000)
tolueen
Grondwater (AS3000)
ethylbenzeen
Grondwater (AS3000)
o-xyleen
Grondwater (AS3000)
p- en m-xyleen
Grondwater (AS3000)
xylenen (0.7 factor)
Grondwater (AS3000)
styreen
Grondwater (AS3000)
naftaleen
Grondwater (AS3000)
1,1-dichloorethaan
Grondwater (AS3000)
1,2-dichloorethaan
Grondwater (AS3000)
1,1-dichlooretheen
Grondwater (AS3000)
cis-1,2-dichlooretheen
Grondwater (AS3000)
trans-1,2-dichlooretheen
Grondwater (AS3000)
som (cis,trans) 1,2dichloorethenen (0.7 factor) dichloormethaan
Grondwater (AS3000)
Conform AS3110-3 en conform NEN 6966 en conform NEN-EN-ISO 11885 Idem Idem Idem Conform AS3110-3 en conform NEN-EN-ISO 17852 Conform AS3110-3 en conform NEN 6966 en conform NEN-EN-ISO 11885 Idem Idem Idem Conform AS3130-1 Idem Idem Idem Idem Idem Idem Conform AS3110-4 Conform AS3130-1 Idem Idem Idem Idem Idem
1,1-dichloorpropaan
Grondwater (AS3000)
1,2-dichloorpropaan
Grondwater (AS3000)
1,3-dichloorpropaan
Grondwater (AS3000)
som dichloorpropanen (0.7 factor)
Grondwater (AS3000)
tetrachlooretheen
Grondwater (AS3000)
tetrachloormethaan
Grondwater (AS3000)
1,1,1-trichloorethaan
Grondwater (AS3000)
1,1,2-trichloorethaan
Grondwater (AS3000)
trichlooretheen
Grondwater (AS3000)
chloroform
Grondwater (AS3000)
vinylchloride
Grondwater (AS3000)
tribroommethaan
Grondwater (AS3000)
totaal olie C10 - C40
Grondwater (AS3000)
Grondwater (AS3000)
Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Conform AS3110-5
Monster
Barcode
Aanlevering
Monstername
Verpakking
001 001 001
G6521490 B1839496 G6620765
20-03-2020 20-03-2020 20-03-2020
20-03-2020 20-03-2020 20-03-2020
ALC236 ALC204 ALC236
Paraaf : SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
SYNLAB Analytics & Services B.V. Correspondentieadres Steenhouwerstraat 15 · 3194 AG Rotterdam Tel.: +31 (0)10 231 47 00 · Fax: +31 (0)10 416 30 34 www.synlab.nl
Analyserapport
MILON bv Jos van Gemert Rembrandtlaan 4 5462 CH VEGHEL
Uw projectnaam Uw projectnummer SYNLAB rapportnummer Rapport-verificatienummer
Blad 1 van 5
: Buitenman 3 : 20201303 : 13218422, versienummer: 1. : V3S9U68D
Rotterdam, 24-03-2020
Geachte heer/mevrouw, Hierbij ontvangt u de analyse resultaten van het laboratoriumonderzoek ten behoeve van uw project 20201303. Het onderzoek werd uitgevoerd conform uw opdracht. De gerapporteerde resultaten hebben uitsluitend betrekking op de geteste monsters. De door u aangegeven omschrijvingen voor de monsters, het project en de monsternamedatum (indien aangeleverd) zijn overgenomen in dit analyserapport. SYNLAB is niet verantwoordelijk voor de gegevens verstrekt door de opdrachtgever. Het onderzoek is uitgevoerd door SYNLAB Analytics & Services B.V., gevestigd aan de Steenhouwerstraat 15 in Rotterdam (NL). Indien het onderzoek is uitgevoerd door derden of het SYNLAB laboratorium in Frankrijk (99-101 Avenue Louis Roche, Gennevilliers) is dit in het rapport aangegeven. Dit analyserapport bestaat inclusief bijlagen uit 5 pagina's. In geval van een versienummer van '2' of hoger vervallen de voorgaande versies. Alle bijlagen maken onlosmakelijk onderdeel uit van het rapport. Alleen vermenigvuldiging van het hele rapport is toegestaan. Mocht u vragen en/of opmerkingen hebben naar aanleiding van dit rapport, bijvoorbeeld als u nadere informatie nodig heeft over de meetonzekerheid van de analyseresultaten in dit rapport, dan verzoeken wij u vriendelijk contact op te nemen met de afdeling Customer Support. Wij vertrouwen er op u met deze informatie van dienst te zijn. Hoogachtend,
Jaap-Willem Hutter Technical Director
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
MILON bv Jos van Gemert Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Blad 2 van 5
Analyserapport Buitenman 3
Orderdatum 16-03-2020 Startdatum 16-03-2020 Rapportagedatum 24-03-2020
20201303 13218422
- 1
Nummer
Monstersoort
Monsterspecificatie
001
Asbestverdacht
MMASB A01, A02, A03 (0-1)
Analyse
Eenheid
ANALYSES UITGEVOERD DOOR DERDEN Asbest in grond conform Nen 5898
Q
001
zie bijlage
Paraaf :
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
MILON bv Jos van Gemert Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Blad 3 van 5
Analyserapport Buitenman 3
Orderdatum 16-03-2020 Startdatum 16-03-2020 Rapportagedatum 24-03-2020
20201303 13218422
- 1
Analyse
Monstersoort
Relatie tot norm
Asbest in grond conform Nen 5898
Asbestverdacht
Analyse uitbesteed
Monster
Barcode
Aanlevering
Monstername
Verpakking
001
E1857439
13-03-2020
13-03-2020
ALC291
Paraaf :
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
SYNLAB rapportnummer
13218422 - 1
Blad 4 van 5
SYNLAB rapportnummer
13218422 - 1
Blad 5 van 5
Bijlage 5
Tabel 1: Gemeten gehalten in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Grondmonster Certificaatcode Deelmonsters Monstertraject (m -mv) Humus % ds Lutum % ds Datum van toetsing Monsterconclusie
MMBG1 13218451 01, 02, 09, 10, 11, 12, 13 0,00 - 0,60 4,60 2,20 20-3-2020 Voldoet aan Achtergrondwaarde
MMBG2 13218451 03, 04, 05, 06, 07, 08 0,00 - 0,50 2,30 4,30 20-3-2020 Voldoet aan Achtergrondwaarde
Meetw =0,5
Meetw =0,5
MMOG 13218451 01, 01, 02, 02, 03, 03 0,50 - 2,00 0,50 3,60 20-3-2020 Voldoet aan Achtergrondwaarde
Monstermelding 1 Monstermelding 2 Monstermelding 3
OVERIG Droge stof Lutum Organische stof (humus) Artefacten Aard artefacten
GSSD
% w/w % %
84,6 2,2 4,6
g -
<1 0
METALEN barium cadmium kobalt koper kwik molybdeen nikkel lood zink
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
<20 0,26 <1,5 6,4 <0,05 <0,5 <3 17 24
<53 (6) 0,40 <3,6 12,1 <0,05 <0,4 <6 25 53
MINERALE OLIE Minerale olie C10 - C12 Minerale olie C30 - C40 Minerale olie C22 - C30 Minerale olie C12 - C22 minerale olie
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
<5 <5 <5 <5 <20
8 (6) 8 (6) 8 (6) 8 (6) <30
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
<0,01 0,03 <0,01 0,11 0,04 0,05 0,04 0,05 0,05 0,05
<0,01 0,03 <0,01 0,11 0,04 0,05 0,04 0,05 0,05 0,05
PAK naftaleen fenanthreen anthraceen fluorantheen benzo(a)anthraceen chryseen benzo(k)fluorantheen benzo(a)pyreen benzo(g,h,i)peryleen indeno-(1,2,3c,d)pyreen PAK PCB`S PCB 28 PCB 52 PCB 101
Projectcode: 20201303
mg/kg ds
µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds
85,0 (6)
82,9 4,3 2,3
GSSD
Index
83,0 (6)
<2 <2 <2
<20 0,26 <1,5 5,2 <0,05 <0,5 <3 13 20
<42 (6) 0,43 <2,9 9,9 <0,05 <0,4 <5 20 42
-0,03
<5 <5 <5 <5 <20
15 (6) 15 (6) 15 (6) 15 (6) <61
<0,01 <0,01 <0,01 0,15 0,09 0,09 0,05 0,07 0,06 0,06
<0,01 <0,01 <0,01 0,15 0,09 0,09 0,05 0,07 0,06 0,06 0,59
<1 <1 <1
GSSD
Index
87,0 (6)
<1 0
-0,02 -0,07 -0,19 -0 -0,01 -0,45 -0,05 -0,15
-0,03
Meetw =0,5
87,3 3,6 <0,5
<1 0
0,43
<1 <1 <1
Index
<3 <3 <3
-0,01 -0,07 -0,2 -0 -0,01 -0,46 -0,06 -0,17
<20 <0,2 <1,5 <5 <0,05 <0,5 4,7 <10 <20
<45 (6) <0,2 <3,1 <7 <0,05 <0,4 12,1 <11 <31
-0,03 -0,07 -0,22 -0 -0,01 -0,35 -0,08 -0,19
-0,03
<5 <5 <5 <5 <20
18 (6) 18 (6) 18 (6) 18 (6) <70
-0,02
<0,01 <0,01 <0,01 <0,01 <0,01 <0,01 <0,01 <0,01 <0,01 <0,01
<0,01 <0,01 <0,01 <0,01 <0,01 <0,01 <0,01 <0,01 <0,01 <0,01
-0,02
<0,070 -0,04
<1 <1 <1
<4 <4 <4
Grondmonster Certificaatcode Deelmonsters Monstertraject (m -mv) Humus % ds Lutum % ds Datum van toetsing Monsterconclusie PCB 118 PCB 138 PCB 153 PCB 180 PCB (som 7)
----< 8,88 <=T 8,88 8,88 6 # GSSD Index
µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds
MMBG1 13218451 01, 02, 09, 10, 11, 12, 13 0,00 - 0,60 4,60 2,20 20-3-2020 Voldoet aan Achtergrondwaarde <1 <2 <1 <2 <1 <2 <1 <2 <11,00 -0,01
MMBG2 13218451 03, 04, 05, 06, 07, 08 0,00 - 0,50 2,30 4,30 20-3-2020 Voldoet aan Achtergrondwaarde <1 <3 <1 <3 <1 <3 <1 <3 <21,0
0
: Geen toetsnorm aanwezig : kleiner dan de detectielimiet : <= Achtergrondwaarde : Kleiner of gelijk aan Tussenwaarde : <= Interventiewaarde : > Interventiewaarde : Heeft geen normwaarde : verhoogde rapportagegrens : Gestandaardiseerde meetwaarde : (GSSD - AW) / (I - AW) - Getoetst via de BoToVa service, versie 2.0.0 -
Tabel 2: Normwaarden conform de Wet Bodembescherming AW
WO
IND
I
METALEN cadmium kobalt koper kwik molybdeen nikkel lood zink
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
0,6 15 40 0,15 1,5 35 50 140
1,2 35 54 0,83 88 39 210 200
4,3 190 190 4,8 190 100 530 720
13 190 190 36 190 100 530 720
MINERALE OLIE minerale olie
mg/kg ds
190
190
500
5000
PAK PAK
mg/kg ds
1,5
6,8
40
40
PCB`S PCB (som 7)
mg/kg ds
0,02
0,04
0,5
1
Projectcode: 20201303
MMOG 13218451 01, 01, 02, 02, 03, 03 0,50 - 2,00 0,50 3,60 20-3-2020 Voldoet aan Achtergrondwaarde <1 <4 <1 <4 <1 <4 <1 <4 <25,0
0,01
Tabel 3: Gemeten concentraties in grondwater met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Watermonster Datum Filterstelling (m -mv) Datum van toetsing Monsterconclusie Monstermelding 1 Monstermelding 2 Monstermelding 3
01 20-3-2020 1,30 - 2,30 30-3-2020 Overschrijding Streefwaarde
Meetw =0,5
GSSD
Index
METALEN barium cadmium kobalt koper kwik molybdeen nikkel lood zink
µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l
65 <0,20 <2 15 <0,05 <2 6,2 2,4 23
65 <0,14 <1 15 <0,04 <1 6,2 2,4 23
0,03 -0,05 -0,24 0 -0,04 -0,01 -0,15 -0,21 -0,06
MINERALE OLIE Minerale olie C10 - C12 Minerale olie C30 - C40 Minerale olie C22 - C30 Minerale olie C12 - C22 minerale olie
µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l
<25 <25 <25 <25 <50
18(6) 18(6) 18(6) 18(6) <35
-0,03
PAK naftaleen PAK
µg/l -
<0,02
<0,01 0 <0,00020(11)
µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l
<0,2 <0,2 <0,2
<0,1 <0,1 <0,1 <0,21 <0,1
µg/l µg/l µg/l
<0,1 <0,2
<0,1 <0,1 -0,02 <0,77(2,14)
µg/l
<0,2
<0,1
µg/l µg/l µg/l µg/l
<0,2 <0,2
<0,1 <0,1 <0,42
-0
<0,14
0,01
<0,1
0,01
AROMATISCHE VERBINDINGEN benzeen ethylbenzeen tolueen xylenen (som) meta-/para-xyleen (som) ortho-xyleen styreen (Vinylbenzeen) som 16 aromatische oplosmiddelen FREONEN 1,2-dichloorpropaan GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN 1,3-dichloorpropaan 1,1-dichloorpropaan dichloorpropaan dichloorpropanen (0,7 som, 1,1+1,2+ cis + trans-1,2dichlooretheen 1,1-dichlooretheen
Projectcode: 20201303
<0,2
0,42
µg/l µg/l
-0 -0,03 -0,01 0
<0,1
Watermonster Datum Filterstelling (m -mv) Datum van toetsing Monsterconclusie cis-1,2-dichlooretheen trans-1,2dichlooretheen dichloormethaan trichloormethaan (Chloroform) tribroommethaan (bromoform) tetrachloormethaan (Tetra) 1,1-dichloorethaan 1,2-dichloorethaan 1,1,1-trichloorethaan 1,1,2-trichloorethaan trichlooretheen (Tri) tetrachlooretheen (Per) vinylchloride
----< 8,88 8,88 8,88 >T 11 14 2 6 # GSSD Index
µg/l µg/l
01 20-3-2020 1,30 - 2,30 30-3-2020 Overschrijding Streefwaarde <0,1 <0,1 <0,1 <0,1
µg/l µg/l
<0,2 <0,2
<0,1 <0,1
0 -0,01
µg/l
<0,2
<0,1(14)
µg/l
<0,1
<0,1
0,01
µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l
<0,2 <0,2 <0,1 <0,1 <0,2 <0,1 <0,2
<0,1 <0,1 <0,1 <0,1 <0,1 <0,1 <0,1
-0,01 -0,02 0 0 -0,05 0 0,02
: Geen toetsnorm aanwezig : kleiner dan de detectielimiet : <= Streefwaarde : > Streefwaarde : > Interventiewaarde : Groter dan Tussenwaarde : Enkele parameters ontbreken in de berekening van de somfractie : Streefwaarde ontbreekt zorgplicht van toepassing : Enkele parameters ontbreken in de som : Heeft geen normwaarde : verhoogde rapportagegrens : Gestandaardiseerde meetwaarde : (GSSD - S) / (I - S) - Getoetst via de BoToVa service, versie 2.0.0 -
Tabel 4: Normwaarden conform de Wet Bodembescherming S METALEN barium cadmium kobalt koper kwik molybdeen nikkel lood zink
Projectcode: 20201303
µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l
50 0,4 20 15 0,05 5 15 15 65
S Diep
200 0,06 0,7 1,3 0,01 3,6 2,1 1,7 24
Indicatief
I
625 6 100 75 0,3 300 75 75 800
S
S Diep
Indicatief
I
MINERALE OLIE minerale olie
µg/l
50
600
PAK naftaleen
µg/l
0,01
70
AROMATISCHE VERBINDINGEN benzeen ethylbenzeen tolueen xylenen (som) styreen (Vinylbenzeen) som 16 aromatische oplosmiddelen
µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l
0,2 4 7 0,2 6
30 150 1000 70 300
GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN dichloorpropaan cis + trans-1,2-dichlooretheen 1,1-dichlooretheen dichloormethaan trichloormethaan (Chloroform) tribroommethaan (bromoform) tetrachloormethaan (Tetra) 1,1-dichloorethaan 1,2-dichloorethaan 1,1,1-trichloorethaan 1,1,2-trichloorethaan trichlooretheen (Tri) tetrachlooretheen (Per) vinylchloride
µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l
0,8 0,01 0,01 0,01 6
Projectcode: 20201303
150
0,01 7 7 0,01 0,01 24 0,01 0,01
80 20 10 1000 400 630 10 900 400 300 130 500 40 5
RAPPORT Quickscan Buitenman 3, Lage Mierde Toetsing in het kader van de Soortenbescherming van de Wet natuurbescherming Klant:
Waterschap De Dommel
Referentie: BG3628_T&P_RP_2102021447 Status:
Definitief/1.0
Datum:
2 februari 2021
Projectgerelateerd
HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.
Larixplein 1 5616 VB EINDHOVEN Transport & Planning Trade register number: 56515154 +31 88 348 42 50 T info@rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W
Titel document: Quickscan Buitenman 3,
Lage Mierde Ondertitel: Qs Buitenman 3, Lage Mierde Referentie: BG3628_T&P_RP_2102021447 Status: 1.0/Definitief Datum: 2 februari 2021 Projectnaam: NNP De Utrecht en Reusel Projectnummer: BG3628 Auteur(s): Pauline Maas
Gecontroleerd door: Chantal Posthouwer Datum: 4 december 2020 Goedgekeurd door: Niek van Enckevort Datum: 8 december 2020
Classificatie Projectgerelateerd
Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever.Let op: dit document bevat persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V. en dient voor publicatie of anderszins openbaar maken te worden geanonimiseerd. 2 februari 2021
QS BUITENMAN 3, LAGE MIERDE
BG3628_T&P_RP_2102021447
i
Projectgerelateerd
Inhoud 1
Inleiding
1
1.1
Achtergrond van het project
1
1.2
Aanleiding van het onderzoek
1
1.3
Doel van de quickscan
1
1.4
Leeswijzer
2
2
Beschrijving van het plangebied en voornemen
3
2.1
Ligging en begrenzing van het plangebied
3
2.2
Beschrijving en impressie van het plangebied
4
2.3
Voorgenomen ingreep
7
2.4
Optredende effecten
7
3
Werkwijze
8
3.1
Inventarisatie van beschermde soorten
8
3.2
Effectbeoordeling soorten
8
3.3
Vervolgstappen
8
4
Voorkomende soorten en effectbeoordeling
9
4.1
Vaatplanten
9
4.2
Grondgebonden zoogdieren
9
4.3
Vleermuizen
10
4.4
Broedvogels
12
4.5
Amfibieën
14
4.6
Reptielen
15
4.7
Vissen
15
4.8
Ongewervelden
15
4.9
Samenvatting
16
5
Conclusie en advies
19
5.1
Conclusie
19
5.2
Vervolgstappen
20
Geraadpleegde bronnen
21
Bijlage 1. Beknopt kader natuurwet en regelgeving
2 februari 2021
QS BUITENMAN 3, LAGE MIERDE
BG3628_T&P_RP_2102021447
ii
Projectgerelateerd
1
Inleiding
1.1
Achtergrond van het project
Langs de Reusel (tussen Reusel en Baarschot), de Raamsloop (nabij Lage Mierde) en Landgoed De Utrecht liggen voor Waterschap De Dommel verschillende opgaven vanuit het beheerplan voor Natura 2000-gebied Kempenland-West en de Kaderrichtlijn Water (KRW). Door kanalisering van de beken Reusel en Raamsloop is geen sprake meer van een natuurlijk peilbeheer waardoor de beken onnatuurlijk grote peilfluctuaties en een lager peil kennen. Water wordt hierdoor minder goed vastgehouden wat leidt tot verdroging van de beekdalen, natuurgebieden en (in steeds frequenter terugkerende droge tijden) landbouwgronden. Naast verdroging is tevens sprake van een verminderde waterkwaliteit in de beken Raamsloop en Reusel en het stroomafwaarts gelegen natuurgebied Landgoed De Utrecht. Om de waterkwaliteit te verbeteren en de natuurwaarden in het gebied te versterken, zijn doelen gesteld die een bijdrage leveren aan de versterking van de natuurwaarden in het gebied. De KRW richt zich hierbij op de waterkwaliteit en morfologie van de beken, terwijl het Natura 2000-beheerplan is gericht op behoud en versterking van natuurwaarden in Natura 2000-gebied Kempenland-West. Daarnaast worden in het gebied aanverwante doelen nagestreefd vanuit Natuurnetwerk Brabant (NNB), het beleid rond Natte Natuurparels (NNP), recreatie en klimaat.
Waterschap De Dommel wil de doelen die voor het projectgebied zijn vastgesteld behalen met behulp van beekherstel en maatregelen om de grondwaterstand te verhogen en de kwelflux te verbeteren: ofwel vernatting van het gebied. Globaal kan in het projectgebied onderscheid gemaakt worden tussen het deelgebied De Utrecht, De Reusel – de Mierden en Raamsloop. Voorliggend initiatief is gelegen in deelgebied De Reusel – de Mierden.
1.2
Aanleiding van het onderzoek
Om maatregelen voor beekherstel De Reusel uit te kunnen voeren is ervoor gekozen om ter hoogte van de Buitenman 3 in Lage Mierde meer ruimte te maken voor de beek. Hier wordt ten oosten van de beek bestaande bebouwing (woning en zorgatelier) gesloopt en verder ten oosten van de beek wordt de nieuwbouw van een woning mogelijk gemaakt. Op dit moment is het bestemmingsplan "Buitengebied 2009" van de gemeente Reusel-de Mierden het vigerende bestemmingsplan in het plangebied. Ter plaatse van het projectgebied geldt thans de bestemming "Maatschappelijk". Het deel van het plangebied dat direct aan de beek ligt krijgt de bestemming natuur en het andere deel, dat verder van de beek ligt, krijgt de woonbestemming (zie figuur 2.1). Om deze wijziging mogelijk te maken, worden verschillende onderzoeken ten behoeve van een nieuw bestemmingsplan opgesteld, zodat de gemeente Reusel-de Mierde een goede afweging kan maken, waaronder deze quickscan Ecologie.
1.3
Doel van de quickscan
Het herinrichten van de locatie en het slopen van de aanwezige bebouwingen is een ruimtelijke ingreep zoals bedoeld in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb). Om na te gaan of (negatieve) effecten op onder de Wnb beschermde soorten kunnen optreden, is een toets nodig in het kader van de Soortenbescherming (Hoofdstuk 3 van de Wnb). De gegevens voortvloeiend uit de quickscan geven duidelijkheid of een aanvullend onderzoek en een daaruit volgende toetsing aan het onderdeel Soortenbescherming van de Wnb (natuurtoets) noodzakelijk is. De voorgenoemde ontwikkeling wordt in de onderhavige rapportage niet getoetst aan de Gebiedsbescherming (Hoofdstuk 2 van de Wnb) en Houtopstanden (Hoofdstuk 4 van de Wnb) en/of het planologische beschermingsregime van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Een beknopte beschrijving van de natuurwet en -regelgeving is in bijlage 1 opgenomen.
2 februari 2021
QS BUITENMAN 3, LAGE MIERDE
BG3628_T&P_RP_2102021447
1
Projectgerelateerd
Dit rapport geeft een algemene indruk van het plangebied en de daar mogelijk voorkomende juridisch beschermde soorten. De onderzoeksvragen zijn als volgt: • Welke beschermde soorten kunnen in of rondom het plangebied binnen de invloedsfeer van de voorgenomen ingreep verwacht worden of zijn op basis van aanwezige biotopen niet uit te sluiten? • Is voor het uitvoeren van de ingreep aanvullend onderzoek nodig om de aanwezigheid van beschermde soorten na te gaan? Zo ja, voor welke soorten? • En welke effecten kunnen deze beschermde soorten ondervinden als gevolg van de voorgenomen activiteit? • Is voor het uitvoeren van de ruimtelijke ingreep een ontheffing voor overtreding van de verbodspalingen ten aanzien van de soortenbescherming aan de orde?
1.4
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 is de ligging en begrenzing van het plangebied en de voorgenomen ingreep beschreven, ook is een impressie gegeven van het plangebied ten tijde van het veldbezoek. In hoofdstuk 3 is de onderzoeksmethode opgenomen. In hoofdstuk 4 zijn per soortgroep de resultaten beschreven, inclusief de mogelijk optredende effecten en effectbeoordeling. Indien nader onderzoek noodzakelijk is, is dat in dit hoofdstuk aangegeven. Hoofdstuk 5 beschrijft de conclusie en aanbevelingen. Tot slot is de geraadpleegde literatuur weergegeven. In Bijlage 1 is het juridisch kader opgenomen.
2 februari 2021
QS BUITENMAN 3, LAGE MIERDE
BG3628_T&P_RP_2102021447
2
Projectgerelateerd
2
Beschrijving van het plangebied en voornemen
2.1
Ligging en begrenzing van het plangebied
Het plangebied bevindt zich aan de Buitenman 3 te Lage Mierde, ten noorden van de kern de Lage Mierde, in de provincie Noord-Brabant. Op onderstaande afbeelding is de globale ligging van het plangebied met rood omkaderd (Figuur 2-1). Het plangebied ligt ten zuiden van de ‘Buitenman’ (Figuur 2-2). Ten oosten ligt een perceel waar ook bestaande bebouwingen aanwezig zijn, ten zuiden een deel dat in gebruik is als tuin bij de woning en het zorgatelier dat hier in de huidige situatie is gevestigd, met daarachter open agrarische akkerlanden en ten slotte ten westen de beekloop van de Reusel.
Figuur 2-1: overzicht van de ligging van het plangebied aan de Buitenman 3 te Lage Mierde (rood omkaderd), gelegen direct ten oosten van de NNP de Reusel (blauwe beekloop); in de inzet linksboven) is de conceptverbeelding van de voorgenomen bestemmingsplanwijziging opgenomen, het oostelijke deel van het plangebied wordt bestemd zijnde ‘Wonen’, en het westelijke deel zijnde ‘Natuur’.
Figuur 2-2: ligging en begrenzing van het plangebied aan de Buitenman 3 te Lage Mierde (rood omkaderd) ten noorden van het plangebied is de Buitenman gelegen, ten oosten een perceel waar ook bebouwingen aanwezig zijn, ten zuiden open agrarische akkerlanden en ten slotte ten westen de beekloop van de Reusel.
2 februari 2021
QS BUITENMAN 3, LAGE MIERDE
BG3628_T&P_RP_2102021447
3
Projectgerelateerd
2.2
Beschrijving en impressie van het plangebied
In het plangebied zijn verschillende biotopen aanwezig (Figuur 2-3). Ten eerste zijn er een aantal bebouwingen in het plangebied aanwezig. Het betreft een woonhuis (1), zorgatelier (2), carport (3), opslagschuur (4) en extra hobbyruimte (5). Achter het woonhuis (1) is een kleine vijver gelegen. Verder zijn langs de Buitenman en langs de Reusel bomen aanwezig. Aan de achterzijde van het woonhuis (1) en zorgatelier (2) zijn verschillende bomen aanwezig. Ten zuiden hiervan, buiten de begrenzing van het plangebied dat voor het bestemmingsplan wordt gewijzigd, is een poel aanwezig, met riet, en een half open schuur met meerdere bijenkasten. Hier staat een forse eik.
Figuur 2-3: weergave van de verschillende type bebouwingen in het plangebied, met het woonhuis (1), zorgatelier (2), carport (3), opslagschuur (4) en extra hobbyruimte (5). Rondom het plangebied en in de achtertuin ten zuiden van de woning en het zorgatelier zijn verschillende opgaande structuren aanwezig.
In de afbeeldingen op de volgende pagina is een impressie van het plangebied ten tijde van het veldonderzoek te zien (Figuur 2-4 en Figuur 2-5).
2 februari 2021
QS BUITENMAN 3, LAGE MIERDE
BG3628_T&P_RP_2102021447
4
Projectgerelateerd
A
B
C
D
E
F
G
H
Figuur 2-4: impressie van het plangebied, van links naar rechts en van boven naar beneden is achtereenvolgens te zien A: de woning (1) en het zorgatelier (2), vanaf de Buitenman, B: de beekloop van de Reusel in zuidelijke richting, C: voorzijde van het zorgatelier (2), de ingang bevindt zich naar links, D: bovenwoning en zolder van het woonhuis (1), vanaf de voorzijde van de woning, E: open carport (3) aan de voorzijde van het woonhuis(1), F: opslagschuur (4), G: extra hobbyruimte (5) en H: open schuur met bijenkasten buiten het plangebied, ten zuiden van de tuin achter de woning (1) – de nummering van de gebouwen is corresponderend met Figuur 2-3.
2 februari 2021
QS BUITENMAN 3, LAGE MIERDE
BG3628_T&P_RP_2102021447
5
Projectgerelateerd
A
B
C
D
E
F
G
H
Figuur 2-5: impressie van het plangebied, van links naar rechts en van boven naar beneden is achtereenvolgens te zien A: achterliggende open tuin achter zorgatelier (2), B: de tuin achter de woning (1) en het zorgatelier (2), C: een van de aanwezige nestkasten in het plangebied, D: grasveld ten zuiden van de woning (1), E: nestkast voor steenuil, F: grasveld in zuidelijke deel van het plangebied, G: oeverzone langs de Reusel, in zuidelijke richting langs het plangebied en H: impressie van de oude eik ten zuiden van het plangebied, met in de verte zicht op de extra hobbyruimte (5) in het plangebied – de nummering van de gebouwen is corresponderend met Figuur 2-3.
2 februari 2021
QS BUITENMAN 3, LAGE MIERDE
BG3628_T&P_RP_2102021447
6
Projectgerelateerd
2.3
Voorgenomen ingreep
Het plangebied wordt deels bestemd als ‘Natuur’ (zie Figuur 2-1) en opnieuw ingericht. Dit houdt hoofdzakelijk in dat de in het plangebied aanwezige woonhuis, zorgatelier, carport en de twee bijgebouwen in de toekomst worden gesloopt (Figuur 2-3, gebouwen 1 t/m 5). Het slopen van het woonhuis en zorgatelier is gepland in het voorjaar van 2021, van de overige bebouwingen is de planning nog niet bekend. Binnen de bestemming natuur zullen geen bouwwerken zijn toegestaan. Na de sloop wordt het terrein ingericht als natuurgebied. Er vinden geen graafwerkzaamheden plaats in het kader van dit bestemmingsplan. De werkzaamheden die plaatsvinden aan de oevers van de Reusel in het kader van beekherstel de Reusel zijn eerder al beoordeeld (bijlage toevoegen). De bomen aan de Buitenman en langs de Reusel worden niet gekapt. Mogelijk wordt wel de aanwezige tuin omgevormd naar grasland/natuurgebied. De vijver zal worden geschoond.
2.4
Optredende effecten
De mogelijke effecten van de voorgenomen ruimtelijke ingreep zijn onder te verdelen in tijdelijke en permanente effecten. Tijdelijke effecten treden alleen op tijdens de uitvoering van de werkzaamheden. Permanente effecten kunnen een gevolg zijn van de uitvoering van de werkzaamheden en daarnaast ook van gebruik van het gebied na afronding. Tijdelijke effecten Tijdelijke effecten treden alleen op tijdens de uitvoering van de werkzaamheden. Bij de uitvoering van het project worden diverse werkzaamheden uitgevoerd waarbij materieel wordt ingezet. Tijdens de uitvoering van de (sloop)werkzaamheden kunnen mogelijk storingsfactoren optreden in het plangebied, zoals geluidseffecten door materieel, lichtuitstraling door materieel en bouwlampen, optische effecten door rijdend materieel, beweging van materialen en mensen, trillingen door rijdend materieel en beweging van materialen en/of stikstofdepositie uit de lucht. Veel van deze factoren kunnen dieren belemmeren in het foerageren en rusten, wat nadelig is voor onder andere de energiebalans en de ongestoorde voortplanting. Daarnaast kan de afschrikkende werking ertoe leiden dat verblijfplaatsen worden verlaten of juist niet worden bereikt. Hierdoor kunnen bijvoorbeeld eieren onvoldoende bebroed worden of jongen onvoldoende gevoed of beschermd worden en daardoor sterven. Ook kunnen dieren worden gedood tijdens de werkzaamheden.
Permanente effecten Permanente effecten kunnen een gevolg zijn van de uitvoering van de werkzaamheden en daarnaast ook van gebruik van het gebied na afronding. In de huidige situatie is het perceel in gebruik om te wonen en als zorgatelier, waar mensen met nietaangeboren hersenletselschade creatieve dagbesteding en fysiotherapie volgen. Na afloop van de werkzaamheden worden de huidige activiteiten op het perceel beëindigd, en is dan geen sprake meer van bewoning en activiteiten in en rondom het perceel. Er is potentieel sprake van een positief effect, voor veel diersoorten zal sprake zijn van een vergroting van het beschikbare leefgebied. Indien in te slopen bebouwingen onder de Wet natuurbescherming beschermde soorten voorkomen, heeft de ontwikkeling als gevolg dat er sprake is van een afname en/of verstoring van het leefgebied en de vaste rust- en/of verblijfplaatsen van soorten. De ontwikkeling heeft dan negatieve effecten en leidt dan mogelijk tot overtreding van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming Er moet dan worden onderzocht of en zo ja hoe negatieve effecten te voorkomen zijn, en/of een ontheffing voor het voornemen noodzakelijk is.
2 februari 2021
QS BUITENMAN 3, LAGE MIERDE
BG3628_T&P_RP_2102021447
7
Projectgerelateerd
3
Werkwijze
Hieronder is de werkwijze beschreven, welke gebruikt is om na te gaan wat het belang is van het plangebied voor de wettelijk beschermde soorten die in of nabij het plangebied voorkomen.
3.1
Inventarisatie van beschermde soorten
Er zijn op 12 november 2020 verspreidingsgegevens van beschermde soorten opgevraagd uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) voor het plangebied en enkele kilometers rondom dit plangebied, van de afgelopen 10 jaar. Daarnaast is de verspreidingsatlas geraadpleegd, en aanvullend enkele relevante bronnen met betrekking tot de ecologie van soorten of soortgroepen (zie literatuurlijst). Door deze bestaande gegevens te raadplegen, wordt inzicht verkregen in de aanwezige beschermde soorten in of in de directe omgeving van het plangebied. Aanvullend is op 12 november 2020 een veldbezoek uitgevoerd (ca. 13°C, licht bewolkt tot bewolkt, hoge luchtvochtigheid, lichte regen, windkracht tot 2 Bft.) door P. Maas, een deskundig ecoloog werkzaam bij Royal HaskoningDHV. Tijdens het veldonderzoek is het plangebied al lopende onderzocht. Daarnaast is uitvoerig gesproken met één van de huidige bewoonsters van het woonhuis/zorgatelier. Aan de hand van de verspreidingsgegevens en het veldbezoek is beoordeeld voor welke beschermde soorten geschikt leefgebied aanwezig is in het plangebied.
3.2
Effectbeoordeling soorten
Door middel van een beknopte analyse van mogelijk optredende verstoring vanuit het project in relatie tot de biotoopeisen van de beschermde soorten uit het plangebied , is beoordeeld welke negatieve effecten de voorgenomen werkzaamheden kunnen hebben op mogelijk in het plangebied voorkomende beschermde soorten. In hoeverre het mogelijk is om een complete effectanalyse te maken, is afhankelijk van de volledigheid en bruikbaarheid van de beschikbare verspreidingsgegevens en duidelijkheid over de uit te voeren werkzaamheden en uitvoeringsplanning. Indien de onderzoeksresultaten voldoende zekerheid geven over het voorkomen van beschermde soorten, zijn de mogelijke (negatieve) effecten van de voorgenomen ingreep op deze soorten bepaald. Vervolgens is beoordeeld of overtreding van de verbodsbepalingen van de Wnb aan de orde is. Indien op basis van het onderzoek niet voldoende zekerheid over het voorkomen of de afwezigheid van beschermde soorten te geven is, is nader soortgericht onderzoek noodzakelijk, alvorens een effectenanalyse gedaan kan worden. Indien dit van toepassing is, is dit beschreven in het rapport. Het nader onderzoek moet uitwijzen of beschermde soorten daadwerkelijk aanwezig zijn in het plangebied en welke functies het plangebied voor deze soorten vervuld.
Op basis van de uitkomst van het aanvullend onderzoek kan vervolgens bepaald worden of en zo ja, welke maatregelen nodig zijn en of een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming verplicht is.
3.3
Vervolgstappen
Optredende negatieve effecten op beschermde planten en dieren dienen zo veel mogelijk te worden voorkomen. Indien negatieve effecten door de voorgenomen effecten aan de orde zijn, worden in eerste instantie voorzorgsmaatregelen opgenomen om de negatieve effecten alsnog te voorkomen. Wanneer voorzorgsmaatregelen niet afdoende zijn om overtreding van de verbodsbepalingen te voorkomen, dienen mitigerende en/of compenserende maatregelen in een aparte natuurtoets opgenomen te worden. Mogelijk is het aanvragen van een ontheffing noodzakelijk.
2 februari 2021
QS BUITENMAN 3, LAGE MIERDE
BG3628_T&P_RP_2102021447
8
Projectgerelateerd
4
Voorkomende soorten en effectbeoordeling
Hieronder is per soortgroep beschreven welke beschermde soorten in het plangebied voorkomen of verwacht kunnen worden. In dit hoofdstuk worden ook de mogelijk negatieve effecten op beschermde soorten in het plangebied besproken, en welke maatregelen genomen moeten worden om effecten te voorkomen.
4.1
Vaatplanten
Voorkomen Uit de NDFF is gebleken dat in de directe en ruime omgeving van het plangebied waarnemingen bekend zijn van beschermde vaatplanten. Het betreft drijvende waterweegbree, welke voorkomt in de beekloop van de Reusel. Drijvende waterweegbree is gebonden aan helder, voedselarm tot matig voedselrijk (fosfaatarm), zwak zuur water, en komt daarbuiten niet voor. Het voorkomen van drijvende waterweegbree, anders dan in de beekloop van de Reusel, in het plangebied is derhalve uitgesloten. Vrijwel alle beschermde vaatplanten zijn gebonden aan natuurgebieden, schrale gronden of extensief beheerde gronden. Dergelijk habitat is niet aanwezig in de directe omgeving van het plangebied. Het plangebied betreft deels verhardingen en deels een redelijk goed onderhouden (achter)tuin, waar veel ruigtekruiden aanwezig zijn. Hierdoor kan het voorkomen van vrijwel alle overige beschermde vaatplanten worden uitgesloten binnen het plangebied. Effectbeoordeling Het plangebied voorziet op grond van de geraadpleegde verspreidingsgegevens en de aanwezige habitats niet in groeiplaatsen van krachtens de Wnb beschermde vaatplanten. Het is uitgesloten dat negatieve effecten op beschermde vaatplanten optreden. Het uitvoeren van een nader onderzoek is niet noodzakelijk. In de Reusel komt drijvende waterweegbree voor.
Omdat voor deze bestemmingsplanwijziging geen graafwerkzaamheden worden uitgevoerd in de Reusel of aan de oevers van de beekloop, is het optreden van negatieve effecten op drijvende waterweegbree op voorhand uitgesloten. Het aanvragen van een ontheffing is niet aan de orde.
4.2
Grondgebonden zoogdieren
Voorkomen Uit de NDFF is gebleken dat in de directe omgeving van het plangebied één waarneming bekend is van een beschermd grondgebonden zoogdier, namelijk konijn. Vanuit het gesprek met de bewoonster van het woonhuis/zorgatelier is het voorkomen van egel, eekhoorn en bunzing gemeld. Het plangebied biedt voor deze, maar ook voor andere beschermde grondgebonden zoogdiersoorten, geschikt leef- en foerageergebied. Ook is het zeer waarschijnlijk dat het plangebied onderdeel uitmaakt van een groter leefgebied voor algemeen voorkomende grondgebonden zoogdiersoorten, zoals muizen. Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde zoogdieren waargenomen. De bunzing heeft een voorkeur voor een structuurrijk kleinschalig (cultuur-)landschap met voldoende schuilmogelijkheden in de nabijheid. Als verblijfplaats maken ze daarbinnen gebruik van elementen als holen, houtstapels, schuurtjes en hooibalen. Als jachtgebied maken kleine marters, als bunzing, gebruik van landschapselementen zoals overhoekjes, bosjes en hagen. Ook delen van weilanden die direct grenzen aan dekking biedende structuren worden als jachtgebied benut. Buiten de dekking van vegetatie zijn kleine marters kwetsbaar voor andere predatoren. Open veld wordt dan ook vermeden. In het plangebied kan niet worden uitgesloten dat vaste voortplantings- of verblijfplaatsen van kleine marterachtigen zijn.
2 februari 2021
QS BUITENMAN 3, LAGE MIERDE
BG3628_T&P_RP_2102021447
9
Projectgerelateerd
Eekhoorns komen voor in loofbos, naaldbos of gemengd bos maar ook in tuinen, parken en houtwallen in de buurt van bos. In het plangebied zijn geen voor eekhoorn geschikte nesten in bomen waargenomen. wel kan het plangebied onderdeel zijn van het leef- en foerageergebied van de eekhoorn. Effectbeoordeling Door de voorgenomen werkzaamheden, welke onder meer de sloop van de bebouwingen inhouden, kunnen aanwezige grondgebonden zoogdiersoorten verstoord en/of mogelijk gedood worden. Voor deze soorten, met uitzondering van de bunzing, geldt dat ze beschermd zijn onder de Wnb, maar dat ze door de provincie Noord-Brabant zijn vrijgesteld van verbodsbepalingen bij ruimtelijke ingrepen. Wel geldt voor deze soorten de algemene zorgplicht, en moeten optredende negatieve effecten zo veel als mogelijk voorkomen worden. Voor bunzing en eekhoorn geldt in provincie Noord-Brabant geen vrijstelling bij het uitvoeren van ruimtelijke ingrepen. Negatieve effecten op de bunzing en eekhoorn zijn niet te verwachten, doordat deze soorten legio geschikte uitwijkmogelijkheden heeft om tijdens de sloopwerkzaamheden heen te vluchten. Het is niet te verwachten dat de werkzaamheden op enige manier een negatief effect hebben, anders dan tijdelijke verstoring van een klein deel van het leefgebied.
Na afloop van de werkzaamheden is het plangebied weer beschikbaar voor grondgebonden zoogdieren om te foerageren en/of te verblijven. Belangrijke voorwaarde is dat de opgaande structuren in het plangebied, welke schuilgelegenheid bieden, zo veel als mogelijk behouden blijven. Dit is ook van toepassing voor de opgaande structuren ten zuiden van de woning, welke buiten het plangebied vallen. Er treden dan naar verwachting ook geen overtreding van de verbodsbepalingen ten aanzien van bunzing en eekhoorn op. Indien echter ook opgaande structuren en/of bomen worden gekapt, buiten de gecultiveerde tuinen aan de achterzijde van de woning en het zorgatelier, moet eerst aanvullend onderzoek worden gedaan naar de aanwezigheid van kleine marterachtigen in het plangebied.
4.3
Vleermuizen
Voorkomen Uit de NDFF is gebleken dat in of in de ruimere omgeving van het plangebied waarnemingen bekend zijn van verschillende soorten beschermde vleermuizen. Het gaat om gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en rosse vleermuis. Uit de algemene verspreidingsgegevens blijkt dat ook vleermuissoorten als gewone grootoorvleermuis laatvlieger, meervleermuis en watervleermuis kunnen voorkomen. Van deze soorten hebben rosse vleermuis en ruige dwergvleermuis verblijfplaatsen in bomen. In de paarperiode wordt door ruige dwergvleermuis daarentegen ook gebruikt gemaakt van gebouwen. De laatvlieger, meervleermuis en gewone dwergvleermuis, hebben hun verblijfplaats in gebouwen. De gewone dwergvleermuis wordt daarnaast in de paarperiode ook in bomen aangetroffen. De watervleermuizen en baardvleermuizen maken zowel van (ondergrondse) gebouwen als bomen gebruik. Verblijfplaatsen Tijdens het veldbezoek zijn de bomen in het plangebied, gecontroleerd op mogelijke verblijfplaatsen. Daarin zijn geen geschikte inrottingsholten, loszittend schors of spechtengaten waargenomen. Het voorkomen van verblijfplaatsen van vleermuizen in de bomen in het plangebied wordt daarom niet verwacht. In het woonhuis zijn op zolder sporen van vleermuizen waargenomen (uitwerpselen, zie Figuur 4-1).
Daarnaast zijn achter een opgehangen fotolijst naast de ingang van het zorgatelier duidelijk sporen van een of meerdere vleermuizen waargenomen. De zolder van het woonhuis en de spouwmuren van het zorgatelier zijn voor vleermuizen geschikt als verblijfplaats. Gezien de duidelijk verse sporen van vleermuizen, moet worden uitgegaan van een waarschijnlijke verblijfplaats van vleermuizen in zowel het woonhuis als het zorgatelier.
2 februari 2021
QS BUITENMAN 3, LAGE MIERDE
BG3628_T&P_RP_2102021447
10
Projectgerelateerd
Vliegroute en foerageergebied De beekloop van de Reusel ten westen van het plangebied en de bomen ten noorden en aan de randen van het plangebied, maken onderdeel uit van aaneengeschakelde, lijnvormige elementen. Vleermuizen kunnen deze lijnvormige elementen gebruiken als vaste vliegroute waarlangs de dieren zich in de richting van foerageergebied vliegen. Het plangebied zelf vormt daarnaast een voor vleermuizen potentieel geschikt foerageergebied in de vorm van de aanwezige bomenrijen, de kruidenrijke begroeiing en de aanwezige watergang en poel ten zuiden van het plangebied. Dit is echter niet essentieel vanwege de mogelijkheid om uit te wijken naar vergelijkbaar gebied met bomen en watergangen rondom het plangebied.
A
B
C
D
E
F F
G F
Figuur 4-1: weergave van de sporen van vleermuizen, van links naar rechts en van boven naar beneden is achtereenvolgens te zien A: (verse) keutels op de vloer van de zolder, duidelijk gecentreerd, onder de nok van het dak, B: omhoogkijkend in de nok een duidelijk voor vleermuizen geschikte kier, waar zij kunnen verblijven, C: een opening in de dakisolatie geeft direct zicht op de achterkant van de dakpannen, ook hier zijn voor vleermuizen geschikte verblijfsmogelijkheden aanwezig, D: keutels van vleermuizen op een onder de opening in foto C aanwezige verhuisdoos. Tot slot zijn in de foto’s E, F en G de fotolijst bij de ingang van het zorgatelier weergegeven, met duidelijke sporen van aanwezigheid van vleermuizen zichtbaar.
2 februari 2021
QS BUITENMAN 3, LAGE MIERDE
BG3628_T&P_RP_2102021447
11
Projectgerelateerd
Effectbeoordeling Het woonhuis en zorgatelier is, op basis van de bevindingen van het verkennende veldonderzoek, in gebruik als verblijfplaats van vleermuizen. Indien de bebouwing van het woonhuis en zorgatelier wordt gesloopt, is het niet uitgesloten dat vleermuizen negatieve effecten ondervinden. Gezien de bevindingen in het veld is te verwachten dat meerdere vleermuizen in de woning en nabij het zorgatelier verblijven (kolonie). Omdat op basis van een verkennend veldbezoek niet kan worden geconcludeerd of het om één of meerdere vleermuissoorten gaat en/of om welk type vaste rust- en/of verblijfplaatsen (zomer-, kraam, paar- en/of winterverblijfplaatsen) gaat, is een nader onderzoek noodzakelijk om de functie van het gebouw (woning en zorgatelier) vast te stellen. Het soortgerichte onderzoek dient conform de eisen uit het Vleermuizenprotocol uitgevoerd te worden. De overige bebouwing (carport, opslagloods en extra hobbyruimte) zijn in potentie niet geschikt voor vleermuizen. Er worden geen verblijfplaatsen verwacht omdat deze bebouwingen of te open zijn, of vanwege het ontbreken van voor vleermuizen geschikte spouwmuren e.d. De bomen in het plangebied worden niet gekapt, hoogstens wordt de achter de woning en zorgatelier liggende tuin omgevormd (naar natuur).