[22.19256] - 221025 Bijlagen toelichting
Tekst van het document
Bestemmingsplan buitengebied, herziening Buitenman 3, Lage Mierde Bijlage Bij Toelichting
Documenttitel: Bestemmingsplan buitengebied, herziening Buitenman 3, Lage Mierde Bijlage Bij Toelichting Status: Datum: oktober 2022 Projectnaam: Buitenman 3, Lage Mierde Projectnummer: BG3628 Opdrachtgever: Waterschap De Dommel Referentie: Auteur(s): FM/JT Collegiale toets: NvE/CvD Datum/paraaf toets: Vrijgegeven door: Datum/paraaf vrijgave:
buitengebied, herziening Buitenman 3, Lage Mierde
Inhoudsopgave
Bijlage bij toelichting Bijlage 1
Akoestisch onderzoek
Bijlage 2
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Buitenman 3 Lage Mierde
Bijlage 3 Onderzoeksrapport toetsing in het kader van de soortenbescherming van de Wet natuurbescherming Bijlage 4
Aanvullend onderzoek
Bijlage 5
Ontheffingsaanvraag Wet natuurbescherming
buitengebied, herziening Buitenman 3, Lage Mierde
1
RAPPORT Buitenman 3, Lage Mierde Akoestisch onderzoek i.h.k.v. wijziging bestemmingsplan Klant:
Waterschap De Dommel
Referentie: BG3628_T&P_RP_2102051108 Status:
Definitief/1.0
Datum:
16 februari 2021
Projectgerelateerd
HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.
Larixplein 1 5616 VB EINDHOVEN Transport & Planning Trade register number: 56515154 +31 88 348 42 50 T harrie.van.lieshout@rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W
Titel document: Buitenman 3, Lage Mierde Ondertitel: Referentie: BG3628_T&P_RP_2102051108 Status: 1.0/Definitief Datum: 16 februari 2021 Projectnaam: Projectnummer: BG3628 Auteur(s): Harrie van Lieshout, Dagmar Bouwman
Gecontroleerd door: Niek van Enckevort Datum: 5 februari 2021 Goedgekeurd door: Chris van Doveren Datum: 16 februari 2021
Classificatie Projectgerelateerd
Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever.Let op: dit document bevat persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V. en dient voor publicatie of anderszins openbaar maken te worden geanonimiseerd. 16 februari 2021
BG3628_T&P_RP_2102051108
1
Projectgerelateerd
Inhoud 1
Inleiding
3
2
Wegverkeerslawaai
4
Wettelijk kader
4
2.1.1 2.1.2 2.1.3 2.1.4 2.1.5
Omvang geluidzones wegen en stedelijk-/buitenstedelijk gebied Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 en geluidbelasting Aftrek conform art. 110g Wgh De plicht tot toetsing aan grenswaarden Gemeentelijk hogere waarden beleid
4 5 5 5 6
3
Uitgangspunten
7
De onderzochte situatie
7
Gebruikte rekenmethode
7
Gegevens wegverkeer
7
3.3.1 3.3.2 3.3.3
Etmaalintensiteiten Verharding wegdek Optrektoeslag
7 7 8
4
Resultaten
9
Wegverkeer
9
4.1.1
Maatregelen aan de gevels
12
5
Conclusie
13
Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2
16 februari 2021
Wegverkeerscijfers Rekenmodel wegverkeer
BG3628_T&P_RP_2102051108
2
Projectgerelateerd
1
Inleiding
Ten noorden van Lage Mierde bevindt zich de locatie van het perceel Buitenman 3. De huidige bestemming is ‘Maatschappelijk’ en zal gedeeltelijk worden gewijzigd naar ‘Wonen’. De locatie ligt aan een 60 km-zone weg, waardoor er een geluidonderzoek gedaan dient te worden in het kader van het veranderen van het bestemmingsplan. Figuur 1 geeft de ligging van het huidige en toekomstige bestemmingsplan van Buitenman 3 weer.
Figuur 1 Huidige en toekomstige situatie Buitenman 3. De ligging van het bestaande pand is aangegeven met de zwarte pin. De ligging van de huidige bestemming ‘Maatschappelijk’ is aangegeven met een vlak met zwart gestippelde lijnen. Het gedeelte dat wordt gewijzigd naar ‘Wonen’ is aangegeven met het gele vlak.
De locatie van de te veranderen bestemming ligt binnen de geluidzone van de wegen Buitenman en Hogeweg. De laatstgenoemde weg is niet meegenomen in dit onderzoek, omdat de verkeersintensiteit (nagenoeg) nul is. Verder ligt de locatie van het bestemmingsplan buiten de zone van de provinciale weg N269, waardoor de geluidbelasting ten gevolge van deze weg niet wordt berekend en getoetst. Vanwege de (relatief grote) afstand tot de spoorwegen en het dichtstbijzijnde industrieterrein zijn deze ook niet relevant. Er wordt alleen een onderzoek verricht betreffende wegverkeerslawaai. De exacte locatie van de nieuwe woning is onbekend. Om deze reden worden in dit geluidonderzoek geluidscontouren bepaald.
16 februari 2021
BG3628_T&P_RP_2102051108
3
Projectgerelateerd
2
Wegverkeerslawaai
Een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai is uitgevoerd. Betreffende wegverkeer gaat het om de Buitenman.
Wettelijk kader Voor de Buitenman is de Wet geluidhinder van toepassing. Wet geluidhinder De Wet geluidhinder (Wgh) biedt het wettelijk kader voor de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting voor nieuwe geluidgevoelige objecten binnen de geluidzone van een weg. Het wettelijke Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 (Rmg2012) stelt de regels voor het bepalen van de geluidbelastingen. Uitgangspunt voor het bepalen van de toekomstige geluidbelasting is volgens het Rmg2012 het zogenoemde maatgevende jaar. Dit doorgaans is het 10de jaar na vaststelling van het bestemmingsplan.
2.1.1
Omvang geluidzones wegen en stedelijk-/buitenstedelijk gebied
In art. 74 Wgh zijn de geluidzones gedefinieerd. De geluidzones zijn te beschouwen als aandachts- of onderzoeksgebieden. De wettelijke breedte van de geluidzone wordt bepaald door het aantal rijstroken van de weg, en het binnen- of buitenstedelijke karakter van de omgeving langs de weg. In de volgende tabel zijn de wettelijke zonebreedten opgesomd die de Wgh kent. Tabel 2-1 Zonebreedten wegverkeer Aantal rijstroken
Breedte van de geluidzone Buitenstedelijk gebied
Stedelijk gebied
1 of 2
250 m
200 m
3 of 4
400 m
350 m
5 of meer
600 m
350 m
In art. 1 Wgh zijn de definities opgenomen van stedelijk en buitenstedelijk gebied. Deze definities luiden: • buitenstedelijk: het gebied buiten de bebouwde kom (bepaald door borden komgrens) en het gebied (binnen en buiten de bebouwde kom) binnen de zone van een autoweg of autosnelweg; • stedelijk: het gebied binnen de bebouwde kom met uitzondering van de gebieden binnen de zone van een autoweg of autosnelweg. Voor de geluidgevoelige objecten is op dit moment sprake van stedelijk gebied. Voor de autosnelwegen is sprake van buitenstedelijk gebied.
16 februari 2021
BG3628_T&P_RP_2102051108
4
Projectgerelateerd
Wegen die geen zone (art. 74,2 Wgh) hebben, en waarop de Wet geluidhinder dus niet van toepassing is, zijn: • wegen die gelegen zijn binnen een als woonerf aangeduid gebied; • wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt.
2.1.2
Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 en geluidbelasting
Reken en meetvoorschrift geluid 2012 In het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 (Rmg2012) is bepaald hoe de geluidbelastingen op geluidgevoelige objecten bepaald moeten worden. Daarbij geldt dat in het rapport de te toetsen geluidbelastingen als afgeronde waarden moeten worden gepresenteerd. Bij het afronden van geluidbelastingen wordt een waarde die precies op 0,50 eindigt afgerond naar het dichtstbijzijnde even getal (art. 1.3 Rmg2012). Geluidbelasting De geluidbelasting wordt berekend als het gemiddelde van een geheel jaar. Overeenkomstig art. 1 Wgh wordt onder de Lden-waarde verstaan het energetisch en naar de tijdsduur van de beoordelingsperiode gemiddelde van de volgende drie waarden: • het equivalente geluidniveau gedurende de dagperiode Lday (van 07:00 uur tot 19:00 uur); • het equivalente geluidniveau gedurende de avondperiode Levening (van 19:00 uur tot 23:00 uur) vermeerderd met 5 dB; • het equivalente geluidniveau gedurende de nachtperiode Lnight (van 23:00 uur tot 07:00 uur) vermeerderd met 10 dB. Op de berekende de Lden-waarden wordt overeenkomstig art. 110g Wgh een aftrek toegepast bij wegverkeerslawaai.
2.1.3
Aftrek conform art. 110g Wgh
Volgens art. 110g Wgh dient de berekende geluidbelasting vanwege het wegverkeer te worden gecorrigeerd voordat wordt getoetst aan de grenswaarden in de Wgh. In art. 3.4,1 Rmg2012 is de aftrek van art. 110g Wgh omschreven. Deze aftrek is: a. 3 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidbelasting vanwege de weg 56 dB bedraagt zonder toepassing van art. 110g Wgh; b. 4 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidbelasting vanwege de weg 57 dB bedraagt zonder toepassing van art. 110g Wgh; c. 2 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidbelasting afwijkt van de onder a. en b. genoemde waarden; d. 5 dB voor de overige wegen.
2.1.4
De plicht tot toetsing aan grenswaarden
In de Wet geluidhinder wordt voor nieuw te bouwen geluidgevoelige objecten binnen de zone van een weg een voorkeurswaarde gehanteerd van 48 dB. Wanneer deze waarde wordt overschreden, zal moeten worden nagegaan welke geluidbeperkende maatregelen kunnen worden getroffen om deze overschrijding terug te brengen, bij voorkeur tot 48 dB.
16 februari 2021
BG3628_T&P_RP_2102051108
5
Projectgerelateerd
Grenswaarden Het is mogelijk hogere geluidbelastingen toe te staan. De ten hoogste toelaatbare geluidsbelastingen zijn weergegeven in onderstaande tabel. Tabel 2-2 Ten hoogste toelaatbare geluidbelasting nieuw object en bestaande weg Geluidgevoelige object
Voorkeurswaarde
Ten hoogste toelaatbare geluidbelasting Buitenstedelijk
Stedelijk
Woning
48 dB
art. 82,1 Wgh
53 dB
art. 83, 1 Wgh
63 dB
art. 83,2 Wgh
Agrarische woning
48 dB
art. 82,1 Wgh
58 dB
art. 83, 4 Wgh
63 dB
art. 83,2 Wgh
Ander geluidgevoelig gebouw
48 dB
art. 3.1,2 Bg
53 dB
art. 3.2,2 Bg
63 dB
art. 3.2,1b Bg
Geluidgevoelig terrein
48 dB
art. 3.1,2 Bg
53 dB
art. 3.2,2 Bg
53 dB
art. 3.2,1c Bg
Vaststellen hogere grenswaarde (art. 110a Wgh) Een hogere waarde dan de voorkeurswaarde kan worden vastgesteld in gevallen waarin de toepassing van maatregelen (bron- en overdrachtsmaatregelen) onvoldoende doeltreffend is, of waarin deze maatregelen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard ontmoeten. Bij bezwaren van financiële aard moet er sprake zijn van bovenmatige kosten, alsmede het ontbreken van alternatieven (art. 110a,5 Wgh). Het bevoegd gezag dat de hogere waarden voor de nieuwbouw dient vast te stellen, is het College van Burgemeester en Wethouders. Binnenwaarde Wanneer een hogere waarde wordt vastgesteld, dienen maatregelen te worden getroffen voor de geluidwering van de gevels om ervoor te zorgen dat de geluidbelasting binnen de geluidgevoelige ruimten van de betreffende objecten niet boven de ten hoogste toelaatbare waarde uitkomt. In de Wet geluidhinder zijn geen grenswaarden opgenomen voor nieuwe geluidgevoelige objecten; deze staan in het Bouwbesluit (BB) onder afdeling 3.1. Deze grenswaarden gelden per geluidbron. De grenswaarde voor woningen en andere geluidgevoelige gebouwen is 33 dB (art 3.3,1 BB).
2.1.5
Gemeentelijk hogere waarden beleid
De gemeente Reusel – De Mierden heeft een Ontheffingsbeleid hogere waardeprocedure Wet geluidhinder (d.d. 21 april 2008), waaraan eveneens moet worden getoetst. In dit beleid staat beschreven dat hogere waarden pas worden verleend als er wordt voldaan aan de hoofdcriteria uit de Wet geluidhinder. Ook wordt de voorwaarde genoemd dat bij iedere ontheffing de woningen zullen beschikken over ten minste één geluidluw gevel en dat bij de indeling rekening wordt gehouden met de geluidbelaste zijde (tenminste één geluidgevoelige ruimte aan de geluidluwe gevel).
16 februari 2021
BG3628_T&P_RP_2102051108
6
Projectgerelateerd
3
Uitgangspunten De onderzochte situatie
De geluidberekeningen voor het nieuwbouwplan zijn uitgevoerd voor het toekomstige maatgevende jaar. Dit betreft het jaar 2030. De in de Wgh gestelde grenswaarden zijn van toepassing op de geluidbelasting vanwege de weg de Buitenman. In dit onderzoek is de geluidbelasting ten gevolge van de Buitenman berekend en getoetst.
Gebruikte rekenmethode De berekening voor de weg is overeenkomstig art. 3.2 Rmg2012 uitgevoerd. Hierin zijn de factoren voorgeschreven waarmee rekening dient te worden gehouden, zoals bijvoorbeeld samenstelling van het verkeer, afstandsreducties, reflecties, afschermingen, bodem- en luchtdemping, hoogteligging. Er is gebruik gemaakt van het rekenprogramma GeoMilieu, versie 2020.1. Dit rekenprogramma voldoet aan Standaardrekenmethode 2 (SRM2) van het Rmg2012. In het akoestisch model zijn alle gebouwen ingevoerd voor zover deze door reflectie of afscherming invloed hebben op de geluidbelasting op de geluidgevoelige objecten.
Gegevens wegverkeer 3.3.1
Etmaalintensiteiten
Met betrekking tot de wegen worden de verkeersintensiteiten uitgedrukt in het gemiddeld aantal motorvoertuigen dat in de betreffende dag-, avond- en nachtperiode per uur over de weg rijdt (weekdagjaargemiddelden). Bijlage 1 geeft de verkeerscijfers van het onderliggend wegennet weer die zijn gebruikt in het rekenmodel. Deze zijn afkomstig uit het verkeersmodel van de gemeente Reusel – De Mierden, waarbij RHDHV de intensiteit op de Buitenman heeft verhoogd met 20% in verband met de mogelijke verkeersaantrekkende werking ten gevolge van de ontwikkeling op deze kavel.
3.3.2
Verharding wegdek
Voor de wegdekverharding van de Buitenman is elementenverharding in keperverband aangehouden. De emissieparameters voor dit wegdektype zijn ontleend aan de CROW-publicatie 316 "De wegdekcorrectie voor geluid van wegverkeer 2012”. Op de website van InfoMil worden de actuele wegdekcorrectiefactoren van verschillende wegdektypen bijgehouden met het toepassingsbereik waarbinnen de wegdekcorrectiefactoren mogen worden toegepast.
16 februari 2021
BG3628_T&P_RP_2102051108
7
Projectgerelateerd
3.3.3
Optrektoeslag
De optrektoeslag is een correctieterm ten gevolge van het afremmen en optrekken van het verkeer door de aanwezigheid van een kruispunt of een situatie die de gemiddelde snelheid van het verkeer sterk beperkt. De optrektoeslag mag alleen worden toegepast als ten gevolge van deze snelheidsbeperkende maatregel de gemiddelde snelheid van de motorvoertuigen ten minste wordt gehalveerd. De optrektoeslag is alleen van toepassing op middelzware en zware motorvoertuigen. In het Rmg2012 wordt de optrektoeslag onderscheiden in een kruispunt- en een obstakeltoeslag. Kruispunttoeslag wordt alleen toegepast bij kruispunten met verkeerregelinstallatie. In dit geluidonderzoek is geen kruispunt- en obstakeltoeslag toegepast.
16 februari 2021
BG3628_T&P_RP_2102051108
8
Projectgerelateerd
4
Resultaten
De resultaten van de geluidscontouren ten gevolge van de Buitenman zijn in dit hoofdstuk per rekenhoogte beschreven. De geluidscontouren zijn bepaald op een rekenhoogte van 1,5 meter, 4,5 meter en 7,5 meter. Dit zijn de rekenhoogten voor respectievelijk de begane grond, eerste verdieping en tweede verdieping. Er wordt hierbij uitgegaan van een nieuw te bouwen woning met ten hoogste 3 verdiepingen.
Wegverkeer Resultaten In Bijlage 2 is het rekenmodel weergegeven. De geluidcontouren weergegeven in deze paragraaf zijn inclusief aftrek conform artikel 110g Wet geluidhinder. De geluidbelasting op de gevels van de nieuwe woning(en) zullen de voorkeurswaarde niet overschrijden als de woning op een grotere afstand tot de weg staat dan de afstand van de as van de weg tot de 48 dB contour. De maximale toelaatbare geluidbelasting zal overschreden worden als de nieuwe woning(en) dichter bij de weg staat dan de afstand van de as van de weg tot de 53 dB contour. De gemeente Reusel – De Mierden houdt in haar geluidbeleid dezelfde voorkeurswaarde en maximale toelaatbare geluidbelasting aan. Rekenhoogte 1,5 meter Uit de resultaten van de geluidcontouren op 1,5 meter hoogte blijkt dat de afstand van de as van de weg tot de 48 dB contour maximaal 18 meter is en dat de afstand van de as van de weg tot de 53 dB contour maximaal 10 meter is. Figuur 2 geeft de geluidcontouren op 1,5 meter rekenhoogte weer.
Figuur 2 Geluidcontouren rekenhoogte 1,5 meter (inclusief aftrek 110g Wet geluidhinder). De zwarte stippellijn geeft de locatie weer.
16 februari 2021
BG3628_T&P_RP_2102051108
9
Projectgerelateerd
Rekenhoogte 4,5 meter Uit de resultaten van de geluidcontouren op 4,5 meter hoogte blijkt dat de afstand van de as van de weg tot de 48 dB contour maximaal 20 meter is en dat de afstand van de as van de weg tot de 53 dB contour maximaal 9 meter is. Figuur 3 geeft de geluidcontouren op 4,5 meter rekenhoogte weer.
Figuur 3 Geluidcontouren rekenhoogte 4,5 meter (inclusief aftrek 110g Wet geluidhinder). De zwarte stippellijn geeft de locatie weer.
Rekenhoogte 7,5 meter Uit de resultaten van de geluidcontouren op 7,5 meter hoogte blijkt dat de afstand van de as van de weg tot de 48 dB contour maximaal 20 meter is en dat de afstand van de as van de weg tot de 53 dB contour maximaal 8 meter is.
16 februari 2021
BG3628_T&P_RP_2102051108
10
Projectgerelateerd
Figuur 4 geeft de geluidcontouren op 7,5 meter rekenhoogte weer.
Figuur 4 Geluidcontouren rekenhoogte 7,5 meter (inclusief aftrek 110g Wet geluidhinder). De zwarte stippellijn geeft de locatie van het huidige bestemmingsplan weer.
Uit bovenstaande geluidcontouren blijkt dat op de gevels van de nieuwe woning(en) geen overschrijdingen van zowel de voorkeurswaarde als de maximale toelaatbare geluidbelasting zullen zijn als de nieuwe woning meer dan 20 meter van de wegas staat. In Tabel 4-1 wordt een overzicht van de afstanden van de wegas tot de geluidcontouren per rekenhoogte weergegeven. Tabel 4-1 Overzicht afstand tot geluidcontouren Rekenhoogte [m]
Afstand wegas tot geluidcontour [m] 48 dB
53 dB
1,5
18
10
4,5
20
9
7,5
20
8
Indien de nieuwe woning binnen 20 meter tot de wegas wordt gebouwd, wordt de voorkeurswaarde overschreden. Indien de nieuwe woning minder dan 10 meter van de wegas wordt gebouwd, dan zal de maximale toelaatbare geluidbelasting worden overschreden. In beide gevallen zal er gekeken moeten worden of geluidbeperkende maatregelen kunnen worden toegepast om de geluidbelasting te verlagen naar de voorkeurswaarde. Indien dit niet mogelijk is, zullen hogere waarden verleend moeten worden. Als voorwaarde dient ten minste één gevel geluidluw te zijn en dient er tenminste één geluidgevoelige ruimte zicht te bevinden aan de geluidluwe gevel. Bij een overschrijding op de gevel van de nieuw te bouwen woning is de achtergevel geluidluw.
16 februari 2021
BG3628_T&P_RP_2102051108
11
Projectgerelateerd
4.1.1
Maatregelen aan de gevels
Indien de nieuwe woning binnen 20 meter van de wegas komt te liggen en het niet haalbaar is met bronof overdrachtsmaatregelen afdoende geluidreductie te behalen, zal het nodig zijn maatregelen aan de gevels te treffen. Het is nodig (bij de Omgevingsvergunningaanvraag Bouwen) een onderzoek gevelgeluidwering te verrichten voor alle woningen waarvoor een hogere waarde wordt verleend.
16 februari 2021
BG3628_T&P_RP_2102051108
12
Projectgerelateerd
5
Conclusie
Een geluidsonderzoek is uitgevoerd voor de wijziging van het bestemminsplan van Buitenman 3. Uit dit onderzoek komen de volgende aandachtpunten. Wegverkeerslawaai en geluidbeleid gemeente Reusel – De Mierden: Vanwege de Buitenman is de maximale afstand tot de 48 dB contour 20 meter en de maximale afstand tot de 53 dB contour 10 meter. Indien de nieuwe woning meer dan 20 meter van de wegas wordt gebouwd, zullen er geen overschrijdingen op de gevels optreden. Wordt de nieuwe woning binnen 20 meter van de wegas gebouwd, zal het verlenen van hogere waarden noodzakelijk zijn. In dit geval zal de achtergevel van de woning geluidluw zijn, waarmee voldaan wordt aan het geluidbeleid van de gemeente Reusel – De Mierden.
16 februari 2021
BG3628_T&P_RP_2102051108
13
Bijlage 1 Wegverkeerscijfers
Projectgerelateerd
Rijsnelheid
Figuur 5 Overzicht maximale rijsnelheid Buitenman toekomstige situatie 2030
16 februari 2021
BIJLAGE
BG3628_T&P_RP_2102051108
A1
Projectgerelateerd
Wegdek
Figuur 6 Overzicht wegdektype Buitenman toekomst situatie 2030
De emissieparameters voor de wegdektypen zijn ontleend aan de CROW-publicatie 316 "De wegdekcorrectie voor geluid van wegverkeer 2012”. Op de website van InfoMil worden de actuele wegdekcorrectiefactoren van verschillende wegdektypen bijgehouden met het toepassingsbereik waarbinnen de wegdekcorrectiefactoren mogen worden toegepast.
16 februari 2021
BIJLAGE
BG3628_T&P_RP_2102051108
A2
Projectgerelateerd
Overzicht wegvakken
Figuur 7 Overzicht wegvakken Buitenman
16 februari 2021
BIJLAGE
BG3628_T&P_RP_2102051108
A3
Projectgerelateerd
mvtg/gemiddeld uur 2030
Dag Wegvak
Etmaalintensiteit in weekdagen
1
Buitenman R en L
Kruisvelden - Hogeweg
260
2
Buitenman R en L
Hogeweg – Wellenseind (N269)
260
Wegvaknr.
Weg
16 februari 2021
BIJLAGE
Bron Verkeersmodel gem. Reusel – De Mierde Verkeersmodel gem. Reusel – De Mierde
BG3628_T&P_RP_2102051108
A4
Avond
Nacht
licht
mvracht
zvracht
licht
mvracht
zvracht
licht
mvracht
zvracht
13
5
2
9
2
0
2
0
0
13
5
2
9
2
0
2
0
0
Bijlage 2 Rekenmodel wegverkeer
Projectgerelateerd
Figuur 8 Overzicht rekenmodel geluidonderzoek Buitenman. De weg wordt aangegeven als rode lijn en de locatie van de te veranderen bestemming is weergeven met zwarte, dikke gestreepte omlijning. De geluidzone, waarbinnen de geluidcontouren zijn bepaald, is aangegeven met zwarte, dunne gestreepte omlijning.
16 februari 2021
BIJLAGE
BG3628_T&P_RP_2102051108
A6
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Buitenman 3 te Lage Mierde Kadastrale gegevens: gemeente Hooge en Lage Mierde, sectie H, nummer 2109
Projectnummer: Datum:
20201303 30 maart 2020
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Buitenman 3 te Lage Mierde Kadastrale gegevens: gemeente Hooge en Lage Mierde, sectie H nummer, 2109
Opdrachtgever Waterschap De Dommel de heer M. van Lokven Postbus 10.001 5283 WB Boxtel Adviesbureau
Auteur
MILON bv
J. van Gemert
Rembrandtlaan 4 5462 CH Veghel info@milon.nl / www.milon.nl 073 - 5477253 Status definitief Datum 30 maart 2020 Projectnummer 20201303
Versie 1
Projectleider en kwaliteitscontrole ing. Mark Bergmans
Inhoudsopgave 1 Inleiding ..................................................................................3 1.1 Algemeen .......................................................................... 3 1.2 Aanleiding en doel .............................................................. 3 1.3 Opbouw van het rapport ...................................................... 3 1.4 Betrouwbaarheid en onafhankelijkheid .................................. 3 2 Milieuhygiënisch vooronderzoek ..............................................4 2.1 Algemeen .......................................................................... 4 2.2 Afbakening en locatiegegevens ............................................. 4 2.3 Gebruik, potentiële bronnen en uitgevoerde onderzoeken ........ 7 2.4 Bodemkwaliteitskaart, bodemopbouw en geohydrologie........... 7 2.5 Hypothese ......................................................................... 7 3 Uitvoering verkennend bodemonderzoek ................................8 3.1 Onderzoeksstrategie ........................................................... 8 3.2 Veldwerkzaamheden ........................................................... 8 3.3 Zintuiglijke waarnemingen ................................................... 9 3.4 Laboratoriumwerkzaamheden...............................................
9 3.5 Analyseresultaten ............................................................. 10 3.6 Bespreking van de resultaten ............................................. 12 4 Uitvoering verkennend asbestonderzoek ............................... 13 4.1 Onderzoeksstrategie ......................................................... 13 4.2 Veldwerkzaamheden ......................................................... 13 4.3 Zintuigelijke waarnemingen ............................................... 13 4.4 Laboratoriumwerkzaamheden............................................. 14 4.5 Interpretatie en toetsing .................................................... 15 4.6 Bespreking van de resultaten ............................................. 15 5 Samenvatting en conclusies .................................................. 16
Bijlagen 1. Topografische overzichtskaart 2. Situatietekening 3. Profielbeschrijvingen 4. Analysecertificaten 5. Toetsing analyseresultaten
1
Inleiding
1.1
Algemeen
MILON bv te Veghel heeft, in opdracht van de heer M. van Lokven namens Waterschap De Dommel te Boxtel, een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd ter plaatse van Buitenman 3 te Lage Mierde. Het verkennend bodemonderzoek wordt uitgevoerd volgens onderzoeksprotocol NEN 5740 en het verkennend asbestonderzoek wordt uitgevoerd volgens onderzoeksprotocol NEN 5707.
1.2
Aanleiding en doel
De aanleiding voor het uitvoeren van de onderzoeken wordt gevormd door de voorgenomen grondtransactie van de locatie. Doel van het verkennend bodemonderzoek is het verkrijgen van inzicht in de bodemopbouw en actuele milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater. Het doel van het asbestonderzoek is, met een relatief geringe onderzoeksinspanning, na te gaan of de verdenking van de bodem met asbest terecht is.
1.3
Opbouw van het rapport
In onderhavige rapportage komen de volgende aspecten aan de orde: ▪ ▪ ▪ ▪
de resultaten van het vooronderzoek (hoofdstuk 2); de resultaten van het verkennend bodemonderzoek (hoofdstuk 3); de resultaten van het verkennend asbestonderzoek (hoofdstuk 4); de conclusies en aanbevelingen (hoofdstuk 5).
De bijbehorende tekening, boorprofielen, analysecertificaten en toetsingstabellen zijn als bijlagen in deze rapportage opgenomen.
1.4
Betrouwbaarheid en onafhankelijkheid
De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd onder de BRL SIKB 2000 “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek”, protocol 2001 “Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen”, protocol 2002 “Het nemen van grondwatermonsters” en protocol 2018 “Maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in bodem”. MILON bv is gecertificeerd volgens dit procescertificaat. Het onderzoek is geheel onafhankelijk uitgevoerd. MILON bv is geen eigenaar van de onderzoekslocatie en is financieel niet gelieerd aan de opdrachtgever. Het onderzoek is met de grootst mogelijke nauwkeurigheid en conform de daarvoor opgestelde normen en richtlijnen uitgevoerd. Hierbij wordt opgemerkt dat een bodemonderzoek slechts bestaat uit een steekproef waarbij een relatief gering aantal boringen en analyses worden uitgevoerd. Daarom kan niet geheel uitgesloten worden dat op de locatie een verontreiniging aanwezig is die bij dit onderzoek niet is aangetroffen. MILON bv acht zich niet aansprakelijk voor eventueel hieruit voortvloeiende (financiële) schade.
Projectnummer: 20201303 Datum: 30 maart 2020
Pagina 3 van 17
2
Milieuhygiënisch vooronderzoek
2.1
Algemeen
Het vooronderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5725:2017 nl Bodem - Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek Het doel van het vooronderzoek is inzicht krijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen ter plaatse van de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Ook kunnen de resultaten van het vooronderzoek worden gebruikt bij de interpretatie van de resultaten van het bodemonderzoek. Om dit doel te bereiken wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie en eventueel de beïnvloeding vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd. Uiteindelijk dienen in het vooronderzoek de onderzoeksvragen uit de NEN 5725 “Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek” beantwoord te worden. Ten behoeve van het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • Informatie opdrachtgever en eigenaar; • Informatie overheid inzake bodemonderzoeken, ophooglagen, vergunningen, (voormalige) brandstoftanks en andere mogelijke relevante informatie; • Website Bodemloket; • Historisch topografisch kaartmateriaal, website topotijdreis; • Actuele luchtfoto’s (Google Earth en Bing Kaarten); • Grondwaterkaart van Nederland/DINOloket; • Kadaster.
Voorafgaand aan de uitvoering van het veldwerk is een terreininspectie uitgevoerd. De resultaten van deze inspectie zijn opgenomen in onderhavig hoofdstuk.
2.2
Afbakening en locatiegegevens
Het onderzoeksgebied voor het vooronderzoek is geografisch afgebakend tot de onderzoekslocatie en de aangrenzende percelen tot 25 meter vanaf de grens van de onderzoekslocatie. In verticale richting is de locatie afgebakend tot 10 meter beneden maaiveld. Gezien de ligging en het gebruik van de locatie in relatie tot het doel van het onderzoek wordt deze afbakening voldoende geacht. De onderzoekslocatie betreft het perceel aan de Buitenman 3 te Lage Mierde. Op de locatie is een zorginstelling voor dagactiviteiten en fysiotherapie voor mensen met niet aangeboren hersenletsel aanwezig. De omgeving bestaat uit landbouwgrond en bos. In tabel 1 zijn de locatiegegevens samengevat.
Projectnummer: 20201303 Datum: 30 maart 2020
Pagina 4 van 17
Tabel 1: Overzicht locatiegegevens Adres locatie
Buitenman 3
Kadastrale gegevens locatie
gemeente Hooge en Lage Mierde, sectie H, perceelnummer 2109
Coördinaten Rijksdriehoekstelsel
x: 137874
Oppervlakte locatie (in m2)
circa 3.200
www.planviewer.nl/kaart
Oppervlakte bebouwd (in m2)
circa 512
www.planviewer.nl/kaart
Huidig gebruik
woonbebouwing met tuin
Verhardingen
tegel- en klinkerverharding
y: 380627
www.planviewer.nl/kaart https://pdokviewer.pdok.nl
De regionale ligging van de onderzoekslocatie is weergegeven op de topografische overzichtskaart in bijlage 1 en de luchtfoto in figuur 1. Voor een indruk van de onderzoekslocatie wordt verwezen naar figuur 2.
Figuur 1: luchtfoto met globale ligging onderzoekslocatie (rood omrand) bron: Google Maps
Projectnummer: 20201303 Datum: 30 maart 2020
Pagina 5 van 17
Figuur 2: huidige situatie (6 foto's)
Projectnummer: 20201303 Datum: 30 maart 2020
bron: locatie-inspectie MILON bv
Pagina 6 van 17
2.3
Gebruik, potentiële bronnen en uitgevoerde onderzoeken
Volgens historisch topografisch kaartmateriaal blijkt dat de huidige bebouwing op het perceel aan de Buitenman 3 is gerealiseerd omstreeks 1970 en 1984. Voor deze periode is de locatie niet bebouwd geweest. De locatie was voorheen in gebruik als weiland. Het schuurtje op het terrein is in 1984 gerealiseerd. Een deel van het dak van het schuurtje is gemaakt van asbesthoudend materiaal. Door erosie is het mogelijk dat dit asbesthoudende materiaal op het maaiveld en in de bodem rondom het schuurtje terecht is gekomen. Voor het overige geldt dat er geen activiteiten zijn uitgevoerd op en nabij het terrein die kunnen duiden op een mogelijk bodemverontreiniging. Binnen en nabij de onderzoekslocatie zijn tot op heden geen bodemonderzoeken uitgevoerd.
2.4
Bodemkwaliteitskaart, bodemopbouw en geohydrologie
De onderzoekslocatie heeft een globale hoogteligging van circa 23,8 m+NAP. De gegevens van de bodemopbouw tot 25 m-mv zijn verkregen van DINOloket (uitgifte portaal van TNO, Geologische Dienst Nederland). Vanaf maaiveld tot circa 1,6 m-mv bestaat de bodem uit Holocene afzettingen (complexe eenheid, bestaande uit een afwisseling van zandige klei, midden en fijn zand, klei en veen en weinig grof zand). Hieronder is de formatie van Sterksel (zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande grof en midden zand, met weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei) aanwezig. Volgens opgave van de Noord-Brabant ligt het onderzoeksgebied niet in een waterwingebied, grondwaterbeschermingsgebied of boringvrije zone. Het aanwezig zijn van ongeregistreerde onttrekkingen in de directe omgeving is niet bekend en wordt derhalve niet uitgesloten. Voor zover bekend wordt binnen het onderzoeksgebied geen grondwater onttrokken. Uit de bodemkwaliteitskaart van de gemeente blijkt dat de onderzoeklocatie is gelegen in een gebied waarin de bodemkwaliteit op onbelaste percelen naar verwachting zal voldoen aan de bodemkwaliteitsklasse AW2000. De onderzoekslocatie is gelegen in de bodemfunctieklasse AW2000 (landbouw/natuur).
2.5
Hypothese
Op basis van de verkregen informatie uit het vooronderzoek is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem binnen de onderzoekslocatie niet eerder vastgesteld. Gelet op het gebruik van de locatie en de afwezigheid van bodembedreigende activiteiten op de locatie en in de directe omgeving is de locatie onverdacht op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging en verdacht op een mogelijke verontreiniging met asbest. Hierom wordt voor het verkennend bodemonderzoek, conform de NEN 5740, de locatie onderzocht met de onderzoeksstrategie voor een onverdachte niet lijnvormige locatie (ONV-NL). Binnen de onderzoekslocatie worden geen andere stoffen verwacht dan de parameters uit het standaardpakket grond en het standaardpakket grondwater. Voor het verkennend asbestonderzoek wordt, conform de NEN 5707, de locatie rondom de schuur onderzocht met de onderzoeksstrategie voor verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld.
Projectnummer: 20201303 Datum: 30 maart 2020
Pagina 7 van 17
3
Uitvoering verkennend bodemonderzoek
3.1
Onderzoeksstrategie
Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5740:2009+A1:2016 nl bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond. Op basis van de verkregen informatie uit het vooronderzoek en gestelde hypothese wordt het bodemonderzoek uitgevoerd conform de onderzoeksstrategie voor een onverdachte niet lijnvormige locatie (ONV-NL). De veldwerkzaamheden en de te analyseren grond- en grondwatermonsters zijn vastgesteld op basis van de totale oppervlakte van de onderzoekslocatie en zijn weergegeven in tabel 2. Tabel 2: Veldwerkzaamheden en analyses oppervlakte
3.200 m2
Boringen en peilbuizen tot 0,5 m-mv
tot 2,0 m-mv
peilbuis
10
2
1
Laboratorium (analyses)* grond 3x standaardpakket
grondwater 1x standaardpakket
*het standaardpakket voor grond bestaat uit barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, PAK, PCB, minerale olie, lutum en organisch stof. Het standaardpakket voor grondwater bestaat uit barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, minerale olie, vluchtige aromatische en vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen.
3.2
Veldwerkzaamheden
De veldwerkzaamheden zijn onder certificaat uitgevoerd door MILON bv, conform de vigerende versie van de BRL SIKB 2000 en protocollen 2001 en 2002. MILON bv is voor deze werkzaamheden gecertificeerd door Normec Certification (nummer EC-SIK-20269) en is erkend door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Op 13 maart 2020 zijn de veldwerkzaamheden uitgevoerd door de heren R.C.J (Reinoud) de Jong en R.P.W.M. (Ruud) van Galen, beiden erkend en ervaren veldwerker en medewerker van MILON bv. Veldwerkers van MILON bv zijn opgeleid voor het herkennen van asbesthoudende materialen. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn de volgende werkzaamheden uitgevoerd: ▪ het verrichten van handboringen en plaatsen van peilbuizen conform tabel 2; ▪ het zintuiglijk beoordelen, beschrijven en het bemonsteren van de grond per 0,5 meter of gelijkwaardige laag; ▪ het afpompen van het grondwater in de peilbuis na plaatsing. Op 20 maart 2020 heeft de bemonstering van het grondwater plaatsgevonden, uitgevoerd door de heer R.P.W.M. (Ruud) van Galen, erkend en ervaren veldwerker en medewerker van MILON bv. Hierbij zijn de volgende werkzaamheden uitgevoerd: ▪ het bepalen van de grondwaterstand; ▪ het afpompen van het grondwater in de peilbuis, waarbij gelijktijdig de zuurgraad, geleiding en troebelheid van het grondwater zijn gemeten; ▪ het bemonsteren van het grondwater.
Ten behoeve van de analyse van zware metalen is het grondwater tijdens de grondwaterbemonstering gefiltreerd middels een 0,45 μm filter. Projectnummer: 20201303 Datum: 30 maart 2020
Pagina 8 van 17
3.3
Zintuiglijke waarnemingen
Ter plaatse van boring 11 is een fundering van zandcement aanwezig. Deze verhardingslaag bevindt zich vanaf onderzijde van de klinkerverharding tot 0,3 m-mv. De boven- en ondergrond bestaat overwegend uit zwak tot matig humeus, zwak tot matig siltig, matig fijn grof zand. In enkele boringen wordt grindhoudend zand aangetroffen. Zintuiglijk zijn bij de boringen in de boven- en/of ondergrond geen zijn geen bijmengingen waargenomen of waarnemingen gedaan die kunnen duiden op een bodemverontreiniging. Specifiek wordt vermeld dat geen asbestverdacht materiaal is aangetroffen. Voor meer informatie betreffende de bodemopbouw en de zintuiglijke waarnemingen wordt verwezen naar de boorbeschrijvingen in bijlage 3. Voor de ligging van de boorpunten wordt verwezen naar de situatietekening in bijlage 2. In tabel 3 zijn de resultaten van de uitgevoerde veldmetingen tijdens de grondwaterbemonstering weergegeven. Tabel 3: Veldmetingen en zintuiglijke waarnemingen Peilbuis 01
Filterstelling (m -mv) 1,30 - 2,30
Grondwaterstand (m -mv) 0,97
pH (-) 6,5
EGV (µS/cm) 1155
Troebelheid (NTU) 100
De gemeten zuurgraad (pH) en geleidingsvermogen (EGV) zijn als normaal te beschouwen voor de waargenomen bodemopbouw en de ligging van de locatie. Opgemerkt wordt dat de troebelheid in het grondwater hoger is dan de waarde die voor grondwater als normaal wordt geacht (< 10 NTU). Een verhoogde troebelheid kan in sommige gevallen leiden tot een overschatting van de concentratie van matig/slecht oplosbare organische parameters. Tijdens de monsterneming van het grondwater zijn zintuiglijk geen bijzonderheden waargenomen die zouden kunnen duiden op een mogelijke bodemverontreiniging.
3.4
Laboratoriumwerkzaamheden
De grond- en grondwatermonsters zijn ter analyse aangeboden aan SYNLAB Analytics & Services B.V. te Rotterdam. SYNLAB Analytics & Services B.V. is door de Raad voor Accreditatie (RvA) geaccrediteerd conform NEN-EN-ISO/IEC 17025:2005 (onder nummer L028) en erkend door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat voor de 'Analyse milieuhygiënisch bodemonderzoek' (AS3000). Van de in het veld genomen en separaat verpakte grondmonsters zijn, in opdracht van de projectleider van MILON bv, in het laboratorium mengmonsters samengesteld. In tabel 4 zijn per mengmonster de individuele grondmonsters en de zintuiglijke waarnemingen weergegeven. Alle analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4.
Projectnummer: 20201303 Datum: 30 maart 2020
Pagina 9 van 17
Tabel 4: Monstersamenstelling en zintuiglijke waarnemingen Analysemonster MMBG1
Monstertraject (m -mv) 0,00 - 0,60
MMBG2
0,00 - 0,50
MMOG
0,50 - 2,00
Deelmonsters
Zintuiglijke waarnemingen
Aangevraagde analyses
01 (0,00 - 0,50) 02 (0,00 - 0,25) 09 (0,00 - 0,50) 10 (0,00 - 0,50) 11 (0,30 - 0,60) 12 (0,00 - 0,20) 13 (0,00 - 0,20) 03 (0,00 - 0,50) 04 (0,00 - 0,50) 05 (0,00 - 0,50) 06 (0,00 - 0,50) 07 (0,00 - 0,50) 08 (0,00 - 0,50) 01 (0,50 - 1,00) 01 (1,50 - 2,00) 02 (0,50 - 1,00) 02 (1,00 - 1,50) 03 (0,70 - 1,00) 03 (1,00 - 1,50)
-
Standaardpakket
-
Standaardpakket
-
Standaardpakket
- : geen bijzonderheden waargenomen.
3.5
Analyseresultaten
Toetsingskader Wet bodembescherming (Wbb) Voor de bepaling of (en in welke mate) bodemverontreiniging aanwezig is, zijn toetsingswaarden opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit en de Circulaire bodemsanering. In deze beleidstukken wordt onderscheid gemaakt in twee verschillende toetsingsniveaus: ▪ het toetsingsniveau waarbij sprake is van een duurzame en goede bodemkwaliteit waarbij geen noemenswaardige risico’s bestaan voor het ecosysteem en er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen. Getalsmatig wordt dit voor grond ingevuld door de achtergrondwaarde (AW), voor grondwater door de streefwaarde (S); ▪ het toetsingsniveau dat aangeeft waarboven ernstige vermindering of dreigende vermindering optreedt van de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant. Getalsmatig wordt dit voor zowel grond als grondwater ingevuld door de interventiewaarde (I). Voor de toetsing van de analyseresultaten is gebruik gemaakt van BOTOVA-gevalideerde software. De analyseresultaten van de grond en het grondwater zijn respectievelijk getoetst aan testcode T12 (Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb) en T13 (Beoordeling kwaliteit van grondwater volgens Wbb).
Voordat de meetwaarden van grond kunnen worden getoetst aan de achtergrond- en interventiewaarden dienen deze op basis van het lutumen/of organisch stofgehalte van de bodem gecorrigeerd te worden naar gestandaardiseerde meetwaarden (GSSD). Voor grondwater vindt geen correctie plaats. Om de mate van verontreiniging aan te geven wordt een indexwaarde berekend (Index grond = (GSSD - AW) / (I - AW) en Index grondwater = (GSSD - S) / (I - S)). In tabel 5 is weergegeven wat deze indexwaarde betekend, welke termen worden gehanteerd en hoe overschrijdingen worden weergeven in de toetsingstabellen. In de tabel wordt de indexwaarde tussenhaakjes achter de verhoogde parameter weergegeven.
Projectnummer: 20201303 Datum: 30 maart 2020
Pagina 10 van 17
Tabel 5: Mate van bodemverontreiniging en weergave in tabellen indexwaarde
betekenis
weergave in tabellen
<0
niet verontreinigd / niet verhoogd Een negatieve waarde voor de index houdt in dat de gestandaardiseerde waarde lager is dan achtergrond- of streefwaarde. Er is sprake van een goede bodemkwaliteit en geen sprake van een verontreiniging.
-
>0 <0,5
licht verontreinigd / licht verhoogd Een indexwaarde tussen de 0 en 0,5 betekend dat de gestandaardiseerde meetwaarde hoger is dan de achtergrond- of streefwaarde, maar (ver) onder de interventiewaarde ligt. Ondanks de lichte verhoging kan voor de parameter uitgegaan worden van verwaarloosbare risico's.
>AW of >S
>0,5 <1,0
matig verontreinigd / matig verhoogd. Een indexwaarde tussen de 0,5 en 1,0 betekend dat de gestandaardiseerde meetwaarde (dicht) bij de interventiewaarde ligt. Mogelijk is sprake van een ernstige verontreiniging. Afhankelijk van de specifieke situatie geeft deze waarde aanleiding voor het uitsplitsen van een mengmonster en/of het uitvoeren van een aanvullend of nader onderzoek.
> index
>1,0
ernstig verontreinigd / sterk verhoogd. Bij een indexwaarde boven de 1 ligt de gestandaardiseerde meetwaarde boven de interventiewaarde. Voor de parameter is sprake van een ernstige vermindering of dreigende vermindering van de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant of dier.
>I
Toetsing van de analyseresultaten De toetsing van de analyseresultaten voor de (boven- en onder)grond en het grondwater is weergegeven in bijlage 5. Een samenvatting van de toetsing is weergegeven in tabel 6 en tabel 7. In deze tabellen zijn uitsluitend de verhoogde parameters en de bijbehorende indexwaarde weergegeven. Tabel 6: Toetsing van de analyseresultaten (grond) Analyse- Monstertraject Deelmonsters monster (m -mv) MMBG1 0,00 - 0,60 01 (0,00 - 0,50) 02 (0,00 - 0,25) 09 (0,00 - 0,50) 10 (0,00 - 0,50) 11 (0,30 - 0,60) 12 (0,00 - 0,20) 13 (0,00 - 0,20) MMBG2 0,00 - 0,50 03 (0,00 - 0,50) 04 (0,00 - 0,50) 05 (0,00 - 0,50) 06 (0,00 - 0,50) 07 (0,00 - 0,50) 08 (0,00 - 0,50) MMOG 0,50 - 2,00 01 (0,50 - 1,00) 01 (1,50 - 2,00) 02 (0,50 - 1,00) 02 (1,00 - 1,50) 03 (0,70 - 1,00) 03 (1,00 - 1,50) -: >AW: Index >0,5: >I: ~:
Zintuiglijke waarnemingen ~
> AW en <= I -
Index >0,5
>I
-
-
~
-
-
-
~
-
-
-
het gehalte is lager of gelijk aan de betreffende toetsingswaarde; het gehalte is hoger dan de achtergrondwaarde, maar de indexwaarde is maximaal gelijk aan 0,5 (licht verontreinigd); het gehalte is hoger dan de achtergrondwaarde en de indexwaarde is hoger dan 0,5, maar maximaal gelijk aan 1 (matig verontreinigd); het gehalte is hoger dan de interventiewaarde (ernstig verontreinigd); zintuiglijk zijn geen noemenswaardige bijmengingen waargenomen.
Projectnummer: 20201303 Datum: 30 maart 2020
Pagina 11 van 17
Tabel 7: Toetsing van de analyseresultaten (grondwater) Analysemonster 01
Filterstelling (m -mv) 1,30 - 2,30
-: >S: Index >0,5:
de concentratie is lager of gelijk aan de betreffende toetsingswaarde; de concentratie is hoger dan de streefwaarde, maar de indexwaarde is maximaal gelijk aan 0,5 (licht verontreinigd); het gehalte is hoger dan de streefwaarde en de indexwaarde is hoger dan 0,5, maar maximaal gelijk aan 1 (matig verontreinigd); het gehalte is hoger dan de interventiewaarde (ernstig verontreinigd).
>I:
3.6
> S (+index)
Index >0,5
>I
barium (0,03)
-
-
Bespreking van de resultaten
Grond Tijdens de veldwerkzaamheden zijn in de boven- en ondergrond zintuiglijk geen zijn geen bijmengingen waargenomen of waarnemingen gedaan die kunnen duiden op een bodemverontreiniging. Analytisch zijn in de bovengrond geen verhoogde gehalten aangetoond. Grondwater Tijdens de veldwerkzaamheden zijn in de bodem geen bijzonderheden waargenomen die duiden op een mogelijke verontreiniging van het grondwater. Analytisch is in het grondwater een licht verhoogde concentratie aan barium gemeten. De overige onderzochte parameters zijn niet in verhoogde concentraties aangetoond. Barium Barium is een zwaar metaal dat als spoorelement van nature in het grondwater voorkomt. Omdat barium in de grond niet verhoogd is gemeten en geen locatie specifieke bron kan worden aangewezen, wordt het waarschijnlijk geacht dat het hier een verhoogde achtergrondconcentratie betreft. De hier aangetroffen concentratie is gering en vormt geen aanleiding tot vervolgonderzoek. Toetsing hypothese Door de aangetoonde licht verhoogde concentraties in het grondwater dient de opgestelde hypothese ‘onverdachte locatie’ formeel gezien verworpen te worden. Echter, omdat er sprake is van een licht verhoogde achtergrondconcentratie voor een zwaar metaal kan de hypothese alsnog bevestigd worden.
Projectnummer: 20201303 Datum: 30 maart 2020
Pagina 12 van 17
4
Uitvoering verkennend asbestonderzoek
4.1
Onderzoeksstrategie
Het verkennend asbestonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5707+C1:2016 Bodem – Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond en NEN 5897+C1:2016 Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat. Op basis van de verkregen informatie uit het vooronderzoek en gestelde hypothese wordt het asbest in bodemonderzoek uitgevoerd conform de onderzoeksstrategie voor een onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld. De veldwerkzaamheden en de te analyseren monsters zijn vastgesteld op basis van de totale oppervlakte van de onderzoekslocatie en zijn weergegeven in tabel 8. Tabel 8: Veldwerkzaamheden en analyses oppervlakte (m2)
Aantal asbestgaten
Laboratorium (analyses)
tot onderzijde verdachte laag (0,5 m-mv)
grond(meng)monsters
3
1x asbest in grond
100 m2
4.2
Veldwerkzaamheden
De veldwerkzaamheden zijn onder certificaat uitgevoerd door MILON bv, conform de vigerende versie van de BRL SIKB 2000 en protocol 2018. MILON bv is voor deze werkzaamheden gecertificeerd door Normec Certification (nummer EC-SIK-20269) en is erkend door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Op 13 maart 2020 zijn de veldwerkzaamheden uitgevoerd door de heren R.C.J. (Reinoud) de Jong en R.P.W.M. (Ruud) van Galen, beiden erkend en ervaren veldwerkers en medewerkers van MILON bv. Veldwerkers van MILON bv zijn opgeleid voor het herkennen van asbesthoudende materialen. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn de volgende werkzaamheden uitgevoerd: ▪ uitvoeren van een visuele maaiveldinspectie; ▪ laagsgewijs graven van gaten conform tabel 8; ▪ zeven en inspecteren van het uitgegraven grondmateriaal; ▪ verzamelen van asbesthoudende materialen (> 20 mm); ▪ samenstellen van verzamelmonsters (< 20 mm); ▪ herstellen van de gegraven gaten. Omdat er ter plaatse van een gedeelte van het dak halverwege een dakgoot aanwezig is met afwatering op de riolering is op deze plaats geen gat gegraven onder de afwatering.
4.3
Zintuigelijke waarnemingen
Maaiveldinspectie Gestart wordt met het uitvoeren van een maaiveldinspectie. Een maaiveldinspectie is essentieel om de locatie op te delen in homogene (deel)locaties zodat de effectiviteit van het onderzoek wordt vergroot. Daarnaast kan de maaiveldinspectie worden gebruikt om een schatting te geven van het asbestgehalte in de toplaag. In de uitvoeringsfase van het asbestonderzoek worden conform de NEN 5707 laagsgewijs gaten gegraven, waarbij de vrijkomende grond wordt gezeefd of uitgeharkt. Eventuele asbestverdachte materialen Projectnummer: 20201303 Datum: 30 maart 2020
Pagina 13 van 17
(>20mm) welke niet door de zeef of hark gaan, worden per gat verzameld en in gesloten plastic zakken aan het laboratorium aangeboden voor onderzoek op de aanwezigheid van asbest. Van de fijne grondfractie (<20mm) wordt een mengmonster samengesteld van minimaal 10 kilogram droge stof en analytisch onderzocht op het gehalte en soort asbest. Indien in één of meer gaten zintuiglijk asbest wordt aangetroffen, zullen de verdachte monsters apart geanalyseerd worden. Het te inspecteren maaiveld van de schuur is vrij van objecten, hogere vegetatie en waterplassen. Een deel van het maaiveld was verhard met tegels. Ten tijde van de visuele inspectie was het droog en was er voldoende daglicht. De geschatte inspectie-efficiëntie voor de schuur is weergegeven in tabel 9. Tabel 9: Schatting van de inspectie-efficiëntie Type grond
Conditie maaiveld
Zand
Droog, los en geen vegetatie
90 % – 100 %
Zand
Vochtig, vastgereden en/of matige vegetatie
70 % – 90 %
Klei/leem en veen
Droog, los en geen vegetatie
70 % – 90 %
Klei/leem en veen
Vochtig, vastgereden en/of matige vegetatie
50 % – 70 %
Inspectie-efficiëntie* klassen
schatting X
De resultaten van de maaiveldinspectie wijken niet af van de gestelde onderzoekshypothese. De onderzoeksopzet hoeft niet te worden aangepast en er hoeft geen overweging plaats te vinden om direct door te gaan tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest. Inspectie en monsterneming bodem Tijdens de maaiveldinspectie zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Rondom de schuur was het maaiveld plaatselijk verhard middels tegels. De bovengrond bestaat uit zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, matig grof zand. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn in de grond geen bodemvreemde bijmengingen waargenomen. Al het ontgraven materiaal uit de gaten is gezeefd en geïnspecteerd, waarbij in geen van de inspectiegaten asbestverdacht materiaal is waargenomen. Voor meer informatie betreffende de bodemopbouw en de zintuiglijke waarnemingen wordt verwezen naar de profielbeschrijvingen in bijlage 3. De ligging van de gaten is weergegeven op de situatietekening in bijlage 2.
4.4
Laboratoriumwerkzaamheden
De verzamelmonsters en eventueel asbestverdacht materiaal zijn ter analyse aangeboden aan SYNLAB Analytics & Services B.V. te Rotterdam. SYNLAB Analytics & Services B.V. is door de Raad voor Accreditatie (RvA) geaccrediteerd conform NEN-EN-ISO/IEC 17025:2005 (onder nummer L028) en erkend door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat voor de 'Analyse milieuhygiënisch bodemonderzoek' (AS3000). De monsters zijn in het laboratorium geanalyseerd op asbest. Eventuele mengmonsters zijn samengesteld in opdracht van de projectleider van MILON bv. In tabel 10 zijn de monsters en de zintuiglijke waarnemingen weergegeven. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4.
Projectnummer: 20201303 Datum: 30 maart 2020
Pagina 14 van 17
Tabel 10: Monstersamenstelling en zintuiglijke waarnemingen Analysemonster
Gaten (traject, cm-mv)
Opmerkingen / veldwaarnemingen
ASB MM
A01 (0,00-0,20) A02 (0,00-0,20) A03 (0,00-0,20)
-
- : geen bijzonderheden waargenomen.
4.5
Interpretatie en toetsing
De analyseresultaten worden geïnterpreteerd conform de NEN 5707. Bij een verkennend asbestonderzoek worden namelijk uitsluitend indicatieve asbestgehalten (gewogen) berekend. Indien het indicatieve gehalte asbest in grond groter is dan 0,5 x interventiewaarde (oftewel 50 mg/kg gewogen asbest) dient een nader onderzoek asbest uitgevoerd te worden conform NEN 5707. Bij lagere indicatieve gehalten (< 50 mg/kg gewogen asbest) mag niet van een verontreiniging met asbest worden gesproken en is een nader onderzoek asbest niet noodzakelijk. Het analysecertificaat is weergegeven in bijlage 4 en de berekening van het gewogen asbestgehalte in bijlage 5. De toetsing van de analyseresultaten is weergegeven in tabel 11. Tabel 11: Analyseresultaten verkennend asbestonderzoek Toetsing van de analyseresultaten Analyse monster
ASB MM
Gaten (m-mv)
A01 (0,00-0,20) A02 (0,00-0,20) A03 (0,00-0,20)
Gemeten asbestgehalte mg/kg ds
Totaal gewogen asbestconcentratie
<20 mm
>20 mm
mg/kg ds
Toetsing
13,0
-
13,0
<½ I
Totaal 13,0
-: geen gehalte boven de detectielimiet aangetoond; >½ I: gehalte > 0,5x interventiewaarden. Een nader asbestonderzoek is noodzakelijk; <½ I: gehalte < 0,5x interventiewaarden. Een nader asbestonderzoek is niet noodzakelijk.
4.6
Bespreking van de resultaten
Tijdens de maaiveldinspectie zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Al het ontgraven materiaal uit de gaten is gezeefd en geïnspecteerd, waarbij in geen van de inspectiegaten asbestverdacht materiaal is waargenomen. Analytisch is in de fijne fractie van het samengestelde mengmonster geen asbestgehalte boven de grenswaarde voor nader onderzoek aangetoond. Toetsing hypothese Doordat het indicatieve gehalte asbest in bodem lager is dan de norm van nader asbestonderzoek dient de opgestelde hypothese ‘verdachte locatie’ te worden verworpen en vervangen te worden door de hypothese ‘onverdachte locatie’. Er wordt niet gesproken van een verontreiniging met asbest. Nader asbestonderzoek is niet noodzakelijk.
Projectnummer: 20201303 Datum: 30 maart 2020
Pagina 15 van 17
5
Samenvatting en conclusies
MILON bv te Veghel heeft, in opdracht van de heer M. van Lokven namens Waterschap De Dommel te Boxtel, een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd ter plaatse van Buitenman 3 te Lage Mierde. Het verkennend bodemonderzoek wordt uitgevoerd volgens onderzoeksprotocol NEN 5740 en het verkennend asbestonderzoek wordt uitgevoerd volgens onderzoeksprotocol NEN 5707. De aanleiding voor het uitvoeren van de onderzoeken wordt gevormd door de voorgenomen grondtransactie van de locatie. Doel van het verkennend bodemonderzoek is het verkrijgen van inzicht in de bodemopbouw en actuele milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater. Het doel van het asbestonderzoek is, met een relatief geringe onderzoeksinspanning, na te gaan of de verdenking van de bodem met asbest terecht is. Vooronderzoek Op de locatie is een zorginstelling voor dagactiviteiten en fysiotherapie voor mensen met niet aangeboren hersenletsel aanwezig. Volgens historisch topografisch kaartmateriaal blijkt dat de huidige bebouwing op het perceel aan de Buitenman 3 is gerealiseerd omstreeks 1970 en 1984. Voor deze periode is de locatie niet bebouwd geweest. De locatie was voorheen in gebruik als weiland. Een deel van het dak van het schuurtje is gemaakt van asbesthoudend materiaal.
Door erosie is het mogelijk dat dit asbesthoudende materiaal op het maaiveld en in de bodem rondom het schuurtje terecht is gekomen. Voor het overige geldt dat er geen activiteiten zijn uitgevoerd op en nabij het terrein die kunnen duiden op een mogelijk bodemverontreiniging. Op basis van de verkregen informatie uit het vooronderzoek is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem binnen de onderzoekslocatie niet eerder vastgesteld. Gelet op het gebruik van de locatie en de afwezigheid van bodembedreigende activiteiten op de locatie en in de directe omgeving is de locatie onverdacht op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging en verdacht op een mogelijke verontreiniging met asbest. Hierom wordt voor het verkennend bodemonderzoek, conform de NEN 5740, de locatie onderzocht met de onderzoeksstrategie voor een onverdachte niet lijnvormige locatie (ONV-NL). Binnen de onderzoekslocatie worden geen andere stoffen verwacht dan de parameters uit het standaardpakket grond en het standaardpakket grondwater. Voor het verkennend asbestonderzoek wordt, conform de NEN 5707, de locatie rondom de schuur onderzocht met de onderzoeksstrategie voor verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld.
Onderzoeksresultaten Verkennend bodemonderzoek Tijdens de veldwerkzaamheden zijn in de boven- en ondergrond zintuiglijk geen zijn geen bijmengingen waargenomen of waarnemingen gedaan die kunnen duiden op een bodemverontreiniging. In tabel 12 zijn de analyseresultaten samengevat. Tabel 12: Onderzoeksresultaten grond en grondwater Bodemlaag
Parameter*
Toetsing
bovengrond
-
niet verhoogd
ondergrond
-
niet verhoogd
grondwater
barium
licht verhoogd
*: uitsluitend de verhoogde parameters zijn weergeven Projectnummer: 20201303 Datum: 30 maart 2020
Pagina 16 van 17
Verkennend asbestonderzoek Tijdens de veldwerkzaamheden is zowel op het maaiveld als in het opgegraven en opgeboorde materiaal geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Analytisch is in de fijne fractie van het samengestelde mengmonster geen asbestgehalte boven de grenswaarde voor nader onderzoek aangetoond. Conclusies en aanbevelingen Het onderzoek heeft geleid tot een goed beeld van de bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie. Ter plaatse is ten hoogste een licht verhoogde concentratie barium aangetoond in het grondwater en er is geen asbestgehalte boven de grenswaarde voor nader onderzoek aangetoond. Aanvullend of nader onderzoek is niet noodzakelijk. Op basis van de vastgestelde bodemkwaliteit wordt geacht dat geen belemmeringen aanwezig zijn voor het huidige gebruik van de locatie en de voorgenomen transactie. Algemeen wordt opgemerkt dat dit verkennend bodemonderzoek geen bewijsmiddel is zoals bedoeld in het Besluit bodemkwaliteit. Afhankelijk van de bestemming en toepassing bij afvoer van de grond kan een partijkeuring (AP04) noodzakelijk zijn.
Projectnummer: 20201303 Datum: 30 maart 2020
Pagina 17 van 17
Bijlagen
Bijlage 1
Topografische overzichtskaart met ligging onderzoekslocatie Deze kaart is noordgericht
Ligging onderzoekslocatie
Bijlage 2
Bijlage 3
Legenda (conform NEN 5104) grind
klei
geur
Grind, siltig
Klei, zwak siltig
Grind, zwak zandig
Klei, matig siltig
geen geur zwakke geur matige geur sterke geur
Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10 Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000
Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
>10000
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
monsters geroerd monster
Zand, uiterst siltig
overige toevoegingen zwak humeus
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
ongeroerd monster volumering
overig bijzonder bestanddeel
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
peilbuis blinde buis
casing
hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand zand afdichting bentoniet/mikoliet/klei afdichting
grind afdichting filter
Projectnaam:
Buitenman 3
Plaatsnaam:
Lage Mierde
Projectcode:
20201303
Projectleider:
Jos van Gemert
Pagina:
1 van 4
Boring 01
Boring 02
Datum: 13-3-2020 Veldwerker:
Datum: 13-3-2020
Reinoud de Jong
Veldwerker: 0
0
gras
Ruud van Galen 0
0
Zand, matig fijn, zwak humeus, zwak siltig, zwak grindig, resten wortels, donker beigebruin, Edelmanboor
Zand, matig fijn, matig humeus, zwak siltig, resten wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor
1 25
1
Zand, matig fijn, matig siltig, neutraal oranjebeige, Edelmanboor
2
50
50
50
50
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, licht grijsbeige, Edelmanboor
Zand, matig grof, matig siltig, matig grindig, neutraal beigegrijs, Edelmanboor
2
3
100
100
100
100
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, neutraal oranjebeige, Zuigerboor
Zand, matig grof, matig siltig, matig grindig, neutraal beigegrijs, Edelmanboor
3
4
150
150
150
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, laagjes klei, neutraal grijsbeige, Zuigerboor
4
200
groenstrook
200
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, licht grijsbeige, Zuigerboor
230
150
Projectnaam:
Buitenman 3
Plaatsnaam:
Lage Mierde
Projectcode:
20201303
Projectleider:
Jos van Gemert
Pagina:
2 van 4
Boring 03
Boring 04
Datum: 13-3-2020 Veldwerker:
Datum: 13-3-2020
Ruud van Galen
Veldwerker: 0
0
gras
Ruud van Galen 0
0
Zand, matig fijn, zwak humeus, zwak siltig, zwak grindig, resten wortels, donker beigebruin, Edelmanboor