[22.19256] - 221025 Bijlagen toelichting
Tekst van het document
De bomen in de tuin zijn niet groot genoeg en/of hebben geen potentieel voor vleermuizen geschikte holtes, spleten of kieren waarin zij kunnen verblijven. Het ‘rooien’ van de tuin leidt naar verwachting niet tot negatieve effecten op vleermuisverblijfplaatsen. Vleermuizen maken daarnaast gebruik van de lijnvormige structuur om zich te oriënteren en/of te foerageren. Indien kap van bomenlanen plaatsvindt (de bomen langs de Reusel en/of de bomen langs de Buitenman), dient nader onderzoek de aanwezigheid van vleermuizen en het gebruik van het landschap door vleermuizen in beeld te brengen. Indien echter geen voor vleermuizen (potentieel) geschikte bomen gekapt worden, is nader soortgericht onderzoek niet noodzakelijk.
4.4
Broedvogels
Voorkomen Uit de verspreidingsgegevens van de NDFF is gebleken dat in of in de omgeving van het plangebied waarnemingen bekend zijn van verschillende soorten broedvogels met zowel jaarrond als niet-jaarrond beschermde nesten. Soorten broedvogels met jaarrond beschermde nesten waarvan in de omgeving van het plangebied waarnemingen bekend zijn, zijn huismus. Van de soort zijn in de omgeving 2 territoria bekend, namelijk bij het woonerf van de Buitenman 2 en bij de woning aan de Hogeweg 1, ten oosten van het plangebied. Tijdens het veldonderzoek is gelet op huismus, deze soort is in het plangebied niet waargenomen. Vanuit het gesprek met de bewoonster van het woonhuis/zorgatelier is het voorkomen van ander vogelsoorten waarvan de nestplaats jaarrond beschermd is bekend, te weten: buizerd, sperwer, torenvalk, steenuil en bosuil. Tijdens het veldbezoek zijn onder andere de volgende algemeen voorkomende broedvogels waargenomen: putter, zwarte kraai, houtduif en meerkoet. De nesten van deze soorten zijn niet jaarrond beschermd, maar de nesten van zwarte kraai kunnen worden uitgebouwd en gebruikt door soorten als de buizerd, boomvalk en sperwer. De nesten van deze soorten zijn wel jaarrond beschermd. Daarnaast is de zwarte kraai opgenomen als soort waarvan de nestplaats beschermd is als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen (categorie 5-soort).
Tijdens het veldbezoek is ook een overvliegende buizerd waargenomen. De bomen in het plangebied zijn geïnspecteerd op de aanwezigheid van grote nesten (horsten), deze zijn niet waargenomen. De jonge bomen in en langs het plangebied zijn ongeschikt als broedlocatie voor boombroedende soorten als buizerd, havik, ransuil omdat deze nog te laag zijn en zodoende verstoringsgevoelig zijn. Er zijn ook verschillende grotere/hogere bomen in het plangebied aanwezig, welke wel geschikt kunnen zijn. 2 februari 2021
QS BUITENMAN 3, LAGE MIERDE
BG3628_T&P_RP_2102021447
12
Projectgerelateerd
Daarnaast zijn voor meerdere (roof)vogels geschikte nestkasten in de bomen opgehangen, voor steenuilen, torenvalk en bosuil is een goede kast aanwezig. De torenvalk heeft hier gebroed, maar is (vermoedelijk) verplaatst naar de woning aan de Buitenman 2, ten oosten van het plangebied. Ook heeft de steenuil op de locatie 8 jaar gebroed, maar de laatste 3 jaar is deze niet meer gezien. Een nest van sperwer wordt niet verwacht in het plangebied, de soort broedt in bossen, soms tuinen en parken, meestal in een dicht, jong bos met naaldbomen (fijnspar, lariks), het liefst in halfopen landschappen. Jaarrond beschermde nesten van deze boombroedende soorten in het plangebied kunnen daarom voorhand worden uitgesloten. Een dergelijk voor sperwer geschikte broedbiotoop bevindt zich direct ten noordwesten van het plangebied. De sperwer jaagt wel regelmatig over de akkerlanden. Tot slot komen er vele algemene broedvogels in en rondom het plangebied voor, o.a. boomkruiper, geelgors, grasmus, heggenmus, holenduif, houtduif, koolmees, merel, patrijs, pimpelmees, roodborst, vink en winterkoning. Effectbeoordeling Indien in de nestkasten wordt gebroed door vogels waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn, kunnen we de werkzaamheden leiden tot verstoring van deze nesten.
De steenuil is sinds 3 jaar niet meer gezien in of bij de nestkast, het is daarom aan te nemen dat de kast niet (langer) deel uit maakt van een bezet territorium. Er treden naar verwachting geen negatieve effecten op steenuil op. Tijdens het veldonderzoek is gelet op huismus, deze soort is in het plangebied niet waargenomen. De bebouwing kan in potentie geschikt zijn als nestlocatie, het heeft daarom de aanbeveling om gericht de aanwezigheid nader te onderzoeken om uit te sluiten dat negatieve effecten optreden. Bosuil, torenvalk zwarte kraai, ekster, boomkruiper en koolmees zijn soorten van categorie 5 van de jaarrond beschermde nesten. Deze nesten zijn van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Deze zijn buiten het broedseizoen niet beschermd. Categorie 5-soorten zijn wel jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Indien dit het geval is, is een omgevingscheck benodigd. Voor de genoemde soorten is dit echter niet het geval. Ongeacht de uitvoeringsperiode van de werkzaamheden kunnen broedende vogels aanwezig zijn in of rondom het plangebied.
Een (wettelijke) vaste broedperiode bestaat namelijk niet; het risico op in gebruik zijnde nestplaatsen is het grootst in de periode half maart tot en met juli. De periode en duur van het broeden zijn afhankelijk van de vogelsoort en de weersomstandigheden. Broedende vogels worden met name verwacht aan de randen van de percelen en in de tuinen rondom de woningen in het plangebied en/of de bomen langs de wegen. Wanneer de werkzaamheden waarbij vegetatie en opgaande structuren en/of bomen verwijderd worden, buiten het broedseizoen worden uitgevoerd, wordt geen overtreding van de verbodsbepalingen van de Wnb verwacht. Indien tijdens de uitvoering een in gebruik zijnde nestplaats wordt waargenomen, moeten de werkzaamheden worden gestaakt en een ter zake kundige ecoloog worden geraadpleegd ten aanzien van de voortzetting van het werk.
2 februari 2021
QS BUITENMAN 3, LAGE MIERDE
BG3628_T&P_RP_2102021447
13
Projectgerelateerd
4.5
Amfibieën
Voorkomen Uit de NDFF is gebleken dat in de ruimere omgeving van het plangebied waarnemingen bekend zijn van beschermde amfibiesoorten. Het betreft Alpenwatersalamander, bastaardkikker en gewone pad. Uit algemene verspreidingsgegevens blijkt dat het voorkomen van algemene amfibieën als bruine kikker niet uit te sluiten is. Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde amfibieën waargenomen. Op basis van het gesprek met de bewoonster van het woonhuis/zorgatelier is het voorkomen van amfibieën in het plangebied bekend, het is niet bekend om welke soort of soorten het gaat. Alpenwatersalamander is niet kieskeurig wat betreft zijn voortplantingsbiotoop. In het voorjaar is hij in allerlei typen water te vinden, zolang het niet snel stromend of rijk aan vis is. De beekloop van de Reusel is hiervoor geschikt. Ten zuiden van het plangebied bevindt zich in potentie een geschikte poel. Ze overwinteren op land. Hier is bijvoorbeeld ten westen van de Reusel potentieel geschikte mogelijkheden voor in het bos. Het voorkomen van Alpenwatersalamander in de Reusel en/of het plangebied is niet uitgesloten. Het plangebied kan onderdeel uitmaken van een groter leefgebied voor algemeen voorkomende amfibieën, zoals gewone pad en bruine kikker. Zij kunnen door de werkzaamheden verstoord en/of mogelijk gedood worden.
Voor deze soorten geldt dat ze beschermd zijn onder de Wnb, maar dat ze door de provincie NoordBrabant zijn vrijgesteld van verbodsbepalingen bij ruimtelijke ingrepen. Wel geldt voor deze soorten de algemene zorgplicht, en moeten optredende negatieve effecten zo veel als mogelijk voorkomen worden. Effectbeoordeling De verhardingen en de bebouwingen maken geen onderdeel uit van het leefgebied van amfibieën. Het is daardoor uitgesloten dat de sloop negatieve effecten heeft op beschermde amfibiesoorten. De bomen in het plangebied worden niet gekapt, hoogstens wordt de achter de woning en zorgatelier liggende tuin omgevormd (naar natuur). Het ‘rooien’ van de tuin kan leiden tot negatieve effecten ten aanzien van voorkomende amfibieën op het terrein. Voor deze soorten, met uitzondering van de Alpenwatersalamander, geldt dat ze beschermd zijn onder de Wnb, maar dat ze door de provincie NoordBrabant zijn vrijgesteld van verbodsbepalingen bij ruimtelijke ingrepen. Wel geldt voor deze soorten de algemene zorgplicht, en moeten optredende negatieve effecten zo veel als mogelijk voorkomen worden. Voor Alpenwatersalamander geldt in provincie Noord-Brabant geen vrijstelling bij het uitvoeren van ruimtelijke ingrepen.
Negatieve effecten op de Alpenwatersalamander zijn niet te verwachten, indien niet gewerkt wordt in of aan de beekloop van de Reusel, de oevers en de aanwezige poel ten zuiden van het plangebied. Daarnaast dienen de werkzaamheden in de tuin om deze om te vormen naar natuur buiten de winterperiode (globaal van eind oktober tot januari, met uitloop naar maart) van deze soort te worden uitgevoerd, om zo negatieve effecten en een overtreding van de verbodsbepalingen op voorhand uit te sluiten. Na afloop van de werkzaamheden is het plangebied weer beschikbaar voor amfibieën. Belangrijke voorwaarde is dat de opgaande structuren in het plangebied, welke schuilgelegenheid bieden, zo veel als mogelijk behouden blijven. Dit is ook van toepassing voor de opgaande structuren ten zuiden van de woning, welke buiten het plangebied vallen.
2 februari 2021
QS BUITENMAN 3, LAGE MIERDE
BG3628_T&P_RP_2102021447
14
Projectgerelateerd
4.6
Reptielen
Voorkomen Uit de verspreidingsgegevens van de NDFF is gebleken dat in of in de nabije omgeving van het plangebied geen waarnemingen bekend zijn van reptielen. Reptielen hebben voldoende oppervlakte nodig met afwisseling in structuur en aanwezigheid van kale, zanderige plekken en anderzijds voldoende dekking in de winter. Het plangebied ligt buiten de algemene verspreiding van reptielsoorten. Het voorkomen is redelijkerwijs uitgesloten. Effectboordeling Geschikt leefgebied voor reptielensoorten is afwezig in het plangebied. Daarnaast is het plangebied gelegen buiten de bekende algemene verspreiding van beschermde reptielen. Het is hierdoor uitgesloten dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot negatieve effecten op beschermde reptielen.
4.7
Vissen
Voorkomen De NDFF bevat geen waarnemingen van beschermde vissoorten binnen of in de omgeving van het plangebied. Er is in Nederland maar een beperkt aantal vissoorten beschermd. Deze zijn afhankelijk van specifieke habitats als grote rivieren, stenige en stromende beekjes of verlandende sloten. Dergelijk habitats zijn niet aanwezig binnen het plangebied. Het voorkomen van beschermde vissen is niet te verwachten. Effectenbeoordeling Het plangebied en de directe omgeving daarvan voorziet op grond van de geraadpleegde verspreidingsgegevens en de aanwezige habitats niet in geschikt leefgebied van beschermde vissen. Er worden in het kader van deze bestemmingswijziging geen graafwerkzaamheden aan de beekloop van de Reusel uitgevoerd. Het is uitgesloten dat negatieve effecten op beschermde vissen optreden. Het uitvoeren van een nader onderzoek is niet noodzakelijk.
4.8
Ongewervelden
Voorkomen Uit de NDFF is gebleken dat meerdere waarnemingen van beschermde ongewervelden binnen of in de omgeving van het plangebied zijn gedaan. Het betreft bosbeekjuffer. Op basis van de aanwezige biotopen in de nabijheid van het plangebied wordt het voorkomen van strenger beschermde dagvlinders, libellen en overige ongewervelden verder uitgesloten. Effectenbeoordeling Het plangebied en de directe omgeving daarvan voorziet op grond van de geraadpleegde verspreidingsgegevens en de aanwezige habitats in een voor bosbeekjuffer geschikte biotoop. De voorgenomen werkzaamheden betreffen het slopen van de bebouwingen en mogelijk het ontruimen van de achtertuinen behorende bij het woonhuis en zorgatelier. Bosbeekjuffer is een mobiele soort, welke voor de voortplanting gebonden is aan oppervlaktewateren. Het planvoornemen heeft geen betrekking op oppervlaktewateren, het is daardoor uitgesloten dat negatieve effecten optreden. Het uitvoeren van een nader onderzoek als ook het aanvragen van een ontheffing is niet noodzakelijk.
2 februari 2021
QS BUITENMAN 3, LAGE MIERDE
BG3628_T&P_RP_2102021447
15
Projectgerelateerd
4.9
Samenvatting
Het onderstaande overzicht geeft weer welke beschermde soorten (mogelijk) kunnen voorkomen in het plangebied op basis van hun algemeen bekende verspreidingsgegevens en/of aanwezige biotopen (Tabel 4-1). Voor de mogelijk voorkomende beschermde soort(groep)en is aangeven of negatieve effecten vanuit het voorkomen kunnen optreden of op voorhand zijn uit te sluiten. Indien effecten kunnen optreden is aangeven of dit kan leiden tot overtreding van een verbodsbepaling. Tot slot is onder het kopje vervolgstappen aangegeven of deze effecten (en overtreding) voorkomen kunnen worden door het treffen van voorzorgsmaatregelen, of dat er nader onderzoek en/of een ontheffing noodzakelijk is. Tabel 4-1: samenvatting van het mogelijke voorkomen de soorten/soortgroepen en de mogelijk optredende effecten op beschermde soorten in het plangebied, in de laatste kolom zijn de te nemen vervolgstappen weergegeven. Soortgroep
Mogelijk voorkomende soorten
Effectbeoordeling
Overtreding Wnb
Vervolgstappen
Vaatplanten
Drijvende waterweegbree komt voor in de Reusel
Er vinden geen werkzaamheden aan de beekloop en/of oevers van de Reusel plaats, het optreden van negatieve effecten is uitgesloten
Overtreding van de verbodsbepalingen ten aanzien van beschermde vaatplanten is uitgesloten
Geen, er is geen nader onderzoek of ontheffing noodzakelijk
Grondgebonden zoogdiersoorten
Bunzing, eekhoorn, kleine marterachtigen
Er vinden werkzaamheden plaats in een geschikt leefgebied; dit betreft niet essentieel leefgebied, er zijn vele geschikte uitwijkmogelijkheden aanwezig, er worden geen verblijfplaatsen verwacht
Nee, mits de opgaande structuren ten zuiden van de tuin achter het woonhuis en zorgatelier worden behouden
Indien werkzaamheden worden voorzien aan opgaande structuren, dienen zij nader beoordeeld te worden op de geschiktheid als vaste verblijfplaats van kleine marterachtigen
Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdiersoorten als egel, konijn, mogelijk ook vos en muizen
Aanwezige grondgebonden zoogdiersoorten kunnen mogelijk verstoord en/of mogelijk gedood worden
Mogelijk, er geldt echter een algemene vrijstelling voor ruimtelijke ontwikkelingen, het aanvragen van een ontheffing is daarom niet noodzakelijk
Houd bij de uitvoering van de werkzaamheden, met name wanneer in de groene structuren gewerkt wordt, rekening met de geldende zorgplicht (art. 1.11)
Vaste rust- en/of verblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en/of gewone grootoorvleermuis in de te slopen bebouwing
Indien de woning en het zorgatelier worden gesloopt, leidt dit tot negatieve effecten op verblijfplaatsen (vernietiging) en mogelijk tot het doden en/of verwonden als geen maatregelen worden genomen; er worden geen voor vleermuizen geschikte bomen gekapt
Mogelijk, er is nader onderzoek nodig om na te gaan om welke soorten het gaat en om hoeveel individuen het gaat. Indien aanwezig leidt de sloop tot overtreding van art.3.5, lid 1 en art. 3.5, lid 4
Voer in de winter nog een controle uit van de zolder met de inspectiecamera, en herhaal dit in het voorjaar (april)
Foerageergebied en vaste vliegroutes van vleermuizen
De ontwikkeling leidt niet tot significant negatieve effecten potentieel aanwezig foerageergebied en/of vaste vliegroutes van vleermuizen
Nee, met de voorwaarde dat geen gebruik gemaakt wordt van inzet van verlichting gedurende de nacht in de actieve periode van vleermuizen en dat geen bomen langs de Reusel en/ in het noordelijke
Er hoeft geen nader onderzoek plaats te vinden naar foerageergebied en/of vliegroutes
Vleermuizen
2 februari 2021
QS BUITENMAN 3, LAGE MIERDE
Uitvoeren van een onderzoek cf. Vleermuizenprotocol
BG3628_T&P_RP_2102021447
16
Projectgerelateerd
Soortgroep
Mogelijk voorkomende soorten
Effectbeoordeling
Overtreding Wnb
Vervolgstappen
deel van het plangebied worden gekapt
Jaarrond beschermde nesten
Gebouwbewonend: huismus
Op basis van het veldonderzoek kan niet worden uitgesloten dat huismus nesten heeft in de te slopen woning
Mogelijk, er is nader onderzoek nodig om uit te sluiten dat nesten van huismus aanwezig zijn
Uitvoeren van nader onderzoek volgens voorschriften uit het Kennisdocument Huismus
Boombewonend: buizerd, sperwer
Het is mogelijk dat boombewonende vogelsoorten in of nabij het plangebied broeden, het uitvoeren van werkzaamheden kan leiden tot verstoring van in gebruik zijnde nesten
Nee, mits buiten het algemene broedseizoen wordt gewerkt, is geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen of een risico daarop
Er is geen nader onderzoek naar het voorkomen van vogels, er dient wel buiten het broedseizoen gewerkt te worden om verstoring te voorkomen
Categorie 5soorten: o.a. bosuil en torenvalk
Vogels van categorie 5 kunnen aanwezig zijn, echter zijn er geen zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden die een jaarronde bescherming van de aanwezige nesten rechtvaardigen
Nee, mits buiten het algemene broedseizoen wordt gewerkt, is geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen of een risico daarop
Er is geen nader onderzoek naar het voorkomen van vogels, er dient wel buiten het broedseizoen gewerkt te worden om verstoring te voorkomen
Algemene broedvogels
Algemene soorten als: ekster, zwarte kraai, houtduif, merel, fuut en meerkoet
Wanneer de werkzaamheden waarbij vegetatie en opgaande structuren en/of bomen verwijderd worden, buiten het broedseizoen worden uitgevoerd, wordt geen verstoring van in gebruik zijnde nestplaatsen verwacht
Nee, mits buiten het broedseizoen gewerkt wordt is een overtreding van de verbodsbepalingen van de Wnb niet te verwachten
Geen, er is geen nader onderzoek of ontheffing noodzakelijk
Vissen
Het voorkomen van beschermde vissen is uitgesloten
Vanwege afwezigheid van beschermde vissen, is het uitgesloten dat de ontwikkeling leidt tot negatieve effecten
Nee, het is uitgesloten dat de voorgenomen ingreep leidt tot een overtreding
Geen, er is geen nader onderzoek of ontheffing noodzakelijk
Amfibieën
Alpenwatersalamander
Negatieve effecten op de Alpenwatersalamander zijn niet te verwachten, indien niet gewerkt wordt in of aan de beekloop van de Reusel, de oevers en de aanwezige poel ten zuiden van het plangebied
Nee, mits niet gewerkt wordt in of aan de beekloop van de Reusel, de oevers en de aanwezige poel ten zuiden van het woonhuis
Advies is om de werkzaamheden ten zuiden van de tuin buiten de winterperiode (globaal van eind oktober tot januari, met uitloop naar maart) uit te voeren, om zo negatieve effecten en een overtreding van de verbodsbepalingen op voorhand uit te sluiten
Algemeen voorkomende amfibieën als bruine kikker en gewone pad
Het plangebied kan onderdeel uitmaken van een groter leefgebied voor algemeen voorkomende amfibieën,
Mogelijk, er geldt echter een algemene vrijstelling voor ruimtelijke ontwikkelingen, het
Houd bij de uitvoering van de werkzaamheden, met name wanneer in de groene structuren
2 februari 2021
QS BUITENMAN 3, LAGE MIERDE
BG3628_T&P_RP_2102021447
17
Projectgerelateerd
Soortgroep
Mogelijk voorkomende soorten
Effectbeoordeling
Overtreding Wnb
Vervolgstappen
zoals gewone pad en bruine kikker; zij kunnen door de werkzaamheden verstoord en/of mogelijk gedood worden
aanvragen van een ontheffing is daarom niet noodzakelijk
gewerkt wordt, rekening met de geldende zorgplicht (art. 1.11)
Reptielen
Het voorkomen van reptielen is uitgesloten
Vanwege afwezigheid van reptielen, is het uitgesloten dat de ontwikkeling leidt tot negatieve effecten
Nee, het is uitgesloten dat de voorgenomen ingreep leidt tot een overtreding
Geen, er is geen nader onderzoek of ontheffing noodzakelijk
Ongewervelde diersoorten
Bosbeekjuffer
Het planvoornemen heeft geen betrekking op oppervlaktewateren, het is daardoor uitgesloten dat negatieve effecten optreden
Nee, mits niet aan oppervlaktewateren (de Reusel en de poel ten zuiden van het woonhuis) wordt gewerkt
Het uitvoeren van een nader onderzoek als ook het aanvragen van een ontheffing is niet noodzakelijk
2 februari 2021
QS BUITENMAN 3, LAGE MIERDE
BG3628_T&P_RP_2102021447
18