CConstaterende datReusel-De Mierden
Koppel je AI →
Document · PDF

[22.17184] - Programmabegroting 2023-2026

Gemeenteraad 8 november 2022, gemeente Reusel-De MierdenBij agendapunt: Programmabegroting 2023-202637.092 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Indien de gemeente de planschade moet vergoeden, wordt deze opgevangen binnen de grondexploitatie. Daarnaast vormt de grondexploitatie zelf, als gemeentelijke activiteit, een voortdurend risico (economische ontwikkelingen, kredietbeleid van banken, stagnerende markten, veranderende wetgeving, fluctuerende rentes en dergelijke). Het feit dat deze activiteit in principe in vier kernen en op een kleinschalige wijze wordt uitgevoerd, versterkt dit risico. De markt is voor zowel woningbouwgrond als bedrijfsgrond op dit moment gunstig, hetgeen zich uit in een toegenomen vraag. De diverse crises in de wereld zorgen wel voor iets meer onzekerheid, maar we zien dat nog niet terug in de vraag. 20

De grondexploitaties worden jaarlijks opnieuw berekend, waarbij ook een inventarisatie plaatsvindt van risico’s dan wel te optimistische inschattingen. Op basis van de meest recente berekeningen zijn voorzieningen gevormd voor de gecalculeerde nadelige saldi. In rapportages, zoals die voor alle grondexploitaties zijn opgesteld, is een risicoanalyse en risicoberekening opgenomen. Het gaat dan om risico’s zoals extra hoge kostenstijgingen, grondprijsverlaging, rentestijgingen e.d. Voor zover risico’s binnen de (positieve) resultaten van de grondexploitatie kunnen worden opgevangen, is geen aanvullend weerstandsvermogen nodig. Bij de plannen voor De Leeuwerik, Kleine Hoeven en Hart van Reusel is dat niet het geval. De risico’s voor die plannen zijn berekend op: De Leeuwerik Hart van Reusel Kleine Hoeven Totaal

€ € € €

44.000 174.000 639.000 857.000

Doordat jaarlijks een actualisatie van de grondexploitatieprojecten plaatsvindt, inclusief een analyse van risico’s en kansen, zijn risico’s goed in beeld en kan tijdig gestuurd worden op risicobeperking. De meeste grondexploitaties zijn ook zover gevorderd dat de risico’s kleiner worden. Immers aan het begin van een grondexploitatieproject moeten gronden nog verworven worden, kunnen planschades optreden, kunnen er tegenvallers zijn in kosten van bouwrijp maken enz. De risico’s zijn dan groter. De nu actieve grondexploitaties zijn zover gevorderd dat daarin geen grondverwerving meer hoeft plaats te vinden, bouwrijp maken al achter de rug is en zelfs woonrijp maken deels al heeft plaatsgevonden. Daardoor zijn de risico’s afgenomen. Bij het opstarten van nieuwe grondexploitatieprojecten kunnen de risico’s weer toenemen. Intergemeentelijke samenwerking Onze gemeente neemt deel in een aantal verbonden partijen.

Voor deze paragraaf zijn de belangrijkste:  GGD Brabant-Zuidoost  GRSK (Samenwerking Kempengemeenten)  MRE (Metropoolregio Eindhoven)  VRBZO (Veiligheidsregio Brabant Zuidoost)  KempenPlus  ODZOB (Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant)  KBP (Kempisch Bedrijven Park)  Stichting Bizob (Bureau inkoop en aanbestedingen zuidoost Brabant)  BeneGo (Belgisch Nederlands Grensoverleg)  Zorg- en Veiligheidshuis Brabant Zuidoost In de paragraaf verbonden partijen treft u meer gegevens aan over de gemeenschappelijke regelingen. Het betreft deels verplichte samenwerkingen (VRBZO, ODZOB), deels samenwerkingen die weliswaar vrijwillig zijn, maar waar nauwelijks een reëel alternatief voor bestaat (GGD, MRE), maar ook deels volledig vrijwillige samenwerkingsvormen (GRSK, KempenPlus, KBP enz.). Ook al zijn samenwerkingen vrijwillig, kunnen er wel ingrijpende gevolgen kleven aan uittreding uit betreffende partij. Samenwerking binnen gemeenschappelijke regelingen geeft een risico in de vorm van beheersbaarheid van de eigen organisatie. Door deelname in de verschillende bestuurslagen van gemeenschappelijke regelingen heeft onze gemeente invloed op die organen, maar de gemeente moet zich aansluiten bij besluiten die in gezamenlijkheid genomen worden. Minderheidsstandpunten kunnen, hoe belangrijk deze voor individuele gemeenten ook mogen zijn, in het grote geheel te licht bevonden worden.

Samenwerken is daarmee altijd een stukje inleveren van invloed. Overigens leert de ervaring dat de ‘winst’ van het samen optrekken vooral zit in de toename van professionaliteit en kwaliteit die wordt bereikt en in het borgen van de continuïteit op vitale bedrijfsprocessen en dus niet primair in kostenvermindering. Net als bij gemeenten worden ook door besturen van Gemeenschappelijke Regelingen besluiten genomen inzake wijzigingen in ambitieniveaus op basis van allerlei ontwikkelingen. Daardoor bestaat het risico, dat gemeentelijke bijdragen aan Gemeenschappelijke Regelingen (GR) sterker dan trendmatig gaan stijgen. Voor zover die ontwikkelingen meelopen in het begrotingsproces van de betreffende GR zijn deze tijdig in beeld. In die gevallen moeten de financiële gevolgen worden opgenomen in de gemeentebegroting. Er is dan dus geen sprake meer van risico. Daarnaast houden sommige verbonden partijen zelf een vorm van weerstandsvermogen aan. De vier grootste Gemeenschappelijke Regelingen (GGD, VRBZO, MRE en ODZOB) hebben samen afspraken gemaakt over het aan te houden weerstandsvermogen. Een verbonden partij als de GRSK houdt echter zelf helemaal geen weerstandsvermogen aan, maar KempenPlus doet dat wel. De ene verbonden partij legt in 21

haar stukken een relatie tussen (gekwantificeerde) risico’s en de ander doet dat niet of slechts in beperkte mate. Dit is van belang voor de inschatting van de gemeentelijke risico’s. Immers als een verbonden partij haar risico’s zelf op kan vangen, is er geen risico voor de gemeente. Heeft een verbonden partij slechts deels of geen weerstandsvermogen, dan ontstaat er een risico voor de gemeente naar rato van haar deelname in die partij (bijvoorbeeld naar rato van inwonertal). Het risicobedrag waarmee de gemeente rekening moet houden, is dus afhankelijk van de mate waarin verbonden partijen zelf weerstandsvermogen aanhouden. Dat is per partij verschillend. Om toch een inschatting te doen van risico’s voor de gemeente, gaan we uit van de jaarbijdrage van onze gemeente aan de diverse verbonden partijen. De meest recente gegevens (begrotingen 2023), afgerond op € 1.000, zijn:          

GGD Brabant-zuidoost GRSK (Samenwerking Kempengemeenten) MRE (Metropoolregio Eindhoven) VRBZO (Veiligheidsregio Brabant Zuidoost) KempenPlus ODZOB (Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant) KBP (Kempisch Bedrijven Park) Stichting Bizob (Bureau inkoop en aanbestedingen zuidoost Brabant BeNeGo (Belgisch Nederlands Grensoverleg) Zorg- en Veiligheidshuis Brabant Zuidoost TOTAAL

€ 510.000 € 3.618.000 € 190.000 € 874.000 € 3.196.000 € 389.000 €0 € 84.000 € 1.000 € 3.000 € 8.865.000

We schatten het algemene risico in op kostenoverschrijdingen tot 10% met een kans op voordoen van 25%, hetgeen het risico bepaalt op 25% x 10% x € 8.865.000 = € 222.000 (afgerond). Omgevingswet De invoering van de nieuwe Omgevingswet is opnieuw uitgesteld. Als datum voor inwerkingtreding geldt nu 1 januari 2023. Zowel in de begroting van organisaties als ODZOB, VRBZO, GGD en GRSK als in onze eigen begroting is rekening gehouden met extra lasten als gevolg van de Omgevingswet. Wij achten het niet nodig om daarop aanvullend nog extra risico’s in te calculeren. Informatiebeveiliging en privacy De gemeente verwerkt en beheert voor de uitvoering van haar taken informatie en persoonsgegevens. Informatie moet beschikbaar, integer en vertrouwelijk zijn. Daarnaast mogen informatie en persoonsgegevens alleen voor bevoegden inzichtelijk zijn. Door het nemen van passende beveiligingsmaatregelen verlagen we het risico op beveiligingsincidenten en beperken we mogelijke negatieve impact van dergelijke incidenten op privacy en de gemeentelijke informatievoorziening, in de vorm van het risico op imago- en financiële schade. De hoogte van mogelijke, niet verzekerde, financiële schade is op voorhand uitermate moeilijk in te schatten en kan, afhankelijk van het optredende risico en het tijdsverloop, zeer divers zijn.

Als we kijken naar wat er de afgelopen tijd in Nederland is voorgevallen in overheidsland, dan kunnen daar indicaties uit afgeleid worden: - hack gemeente Hof van Twente: kosten € 3,9 miljoen; - hack gemeente Lochem: kosten € 200.000 (veel lagere kosten dan Hof van Twente omdat Lochem in tegenstelling tot Hof van Twente niet alle gegevens kwijt was); - boete gemeente Enschede vanwege wifitracking: € 600.000. Verder zijn er relatief kleinere boetes opgelegd vanwege privacyschendingen of het niet melden van een datalek. Dan gaat het om bedragen van € 500 tot € 7.500, welke in het kader van deze paragraaf niet substantieel zijn. De kans op een hack zoals bij Hof van Twente of Lochem wordt ingeschat op 1 gemeente in Nederland per jaar. Dat hangt echter ook af van de mate waarin gemeenten hun beveiliging op orde hebben. Wij zijn van mening dat wij het beveiligingsniveau beter op orde te hebben dan Hof van Twente destijds. Maar de wereld verandert vrijwel dagelijks, zowel op het gebied van de bedreigingen als op het gebied van beveiliging. Daarom richten wij ons vooral op preventieve acties. Kijkend naar de bovenstaande risico-indicaties zou een weerstandsbedrag van € 11.000 berekend kunnen worden (€ 3,9 miljoen gedeeld door 344 gemeenten). Dat komt erg laag over.

Mede omdat er een grote variëteit zit in de bedreigingen en de daaraan verbonden kosten, gaan wij uit van een weerstandsbedrag van € 50.000. 22

Het afgelopen jaar zijn verschillende maatregelen uitgevoerd om de technische en organisatorische beveiliging te ondersteunen. Omdat menselijk handelen van de medewerkers een van de grootste risico’s blijft, zijn naast technische en organisatorische beveiligingsmaatregelen verschillende acties opgepakt om ook het bewustzijn voor informatiebeveiliging en privacybescherming te vergroten. Hierbij is gebruik gemaakt van online training, nieuwsbrieven, berichten op intranet en het aanspreken op onveilig gedrag. Ook is er een wachtwoordenkluis beschikbaar gesteld om het gebruik van sterkere wachtwoorden te stimuleren. Gegarandeerde geldleningen De gemeente staat garant voor de betaling van rente en aflossing over een aantal door derden aangegane geldleningen. Daarbij is een onderscheid te maken tussen garantstellingen aan woningcorporaties op basis van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) en overige garantstellingen. Voor geldleningen onder het regime van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw geldt dat bij problemen eerst het WSW aangesproken wordt en pas als deze niet meer aan haar verplichtingen kan voldoen, staan Rijk en gemeenten ieder voor 50% garant. Het totaalbedrag waarvoor onze gemeente onder het regime van het WSW een afgeleide garantstelling heeft afgegeven bedroeg per 31 december 2021 € 29 miljoen.

De totale marktwaarde van de onroerende zaken waarop de garantie betrekking heeft, bedroeg in 2021 bijna € 113 miljoen. Wij hebben geen signalen, die zouden kunnen duiden op een concreet risico dat wij binnen afzienbare termijn aangesproken worden op onze waarborgverplichtingen. In het kader van het WSW is de verhouding tussen afgegeven garanties in relatie tot de waarde van het daar tegenover staande woningbezit nog dermate gunstig, dat de risico’s in de praktijk erg klein zijn. Daarom is het niet nodig hiermee in de berekening van de weerstandscapaciteit rekening mee te houden. Er is geen sprake meer van overige garantstellingen. De gemeente is terughoudend in het afgeven van garanties. Claims Attero i.v.m. aanbod brandbaar huishoudelijk afval Voor de periode 1-2-1997 t/m 1-2-2017 hebben de 6 Brabantse gewesten (vertegenwoordigd door de Vereniging van Contractanten (VvC)), namens de Brabantse gemeenten, een overeenkomst gesloten met Afvalsturing Brabant (nu: Attero) voor de verwerking van huishoudelijk restafval. Daarbij is o.a. afgesproken dat de Brabantse gemeenten jaarlijks tenminste 510 kiloton (de volumeplicht) restafval ter verwerking (verbranding) aan moeten leveren. Omdat het afvalbeleid steeds meer gericht is op het terugdringen van de hoeveelheid restafval, werd in 2011 voor het eerst niet meer aan die volumeplicht voldaan.

Dat is voor Attero reden geweest om aan de Brabantse gewesten een naheffing op te leggen wegens het niet nakomen van de volumeverplichting over de periode 2011 t/m 2014. In een arbitraal eindvonnis heeft het Nederlands Arbitrage Instituut (NAI) Attero m.b.t. die naheffing in het ongelijk gesteld. Deze kwestie was hiermee afgedaan. Voor de jaren 2015, 2016 en januari 2017 (einde contractperiode) heeft Attero een nieuwe naheffing opgelegd voor het niet nakomen van de volumeplicht. Tot veler verrassing heeft het NAI in een eindvonnis nu Attero in het gelijk gesteld. Het NAI heeft geoordeeld dat, in tegenstelling tot de jaren 2011-2014, de Brabantse gewesten en gemeenten verplicht zijn een naheffing te betalen voor de minderlevering. Naar aanleiding hiervan is de VvC een procedure gestart bij het Gerechtshof om het vonnis te vernietigen. De uitspraak van deze vernietigingsprocedure heeft plaatsgevonden en was in het voordeel van de gewesten c.q. de gemeenten. Tegen deze uitspraak is Attero in cassatie gegaan. Dat betekent dat die uitspraak weer afgewacht moet worden. Maar wij zijn gesterkt in ons vertrouwen op een goede afloop. Dat betekent dat wij geen rekening houden met weerstandsvermogen in deze casus. Sociaal domein Voor de Wmo zorgt het abonnementstarief voor de eigen bijdragen voor een aanzuigende werking op de vraag.

Op de ontwikkeling van de kosten van met name Jeugdzorg is de invloed van de gemeenten niet altijd voldoende groot. Hoewel er zowel vanuit het Loket van A tot Z als vanuit het CJG+ een sterke inzet is op preventie van (dure) zorgkosten, is dat niet altijd door de gemeente te beïnvloeden. Vanuit bijv. de huisartsen en rechtbanken is er een zelfstandige verwijsbevoegdheid van jeugdigen naar zorgaanbieders. Hoewel het de voorkeur heeft om alle zorgvragen via het CJG+ te laten verlopen, is dat in de praktijk soms anders, ondanks het feit dat de contacten met huisartsen en andere partijen zo goed mogelijk onderhouden worden (inmiddels voor alle partijen gereguleerd en vereenvoudigd door digitale uitwisseling). Ook de min of meer toevallige noodzaak van een of meer dure zorgtrajecten kan een grote invloed hebben op het kostenpatroon. Tot slot is niet uit te sluiten dat de coronapandemie zal leiden tot een hogere zorgvraag. Er is dan ook sprake van een open-eind systeem, waaraan in de kostensfeer risico’s zijn verbonden. Wij schatten het risico in op 50% kans op € 250.000 aan extra kosten. Claims intensieve dierhouderij Rondom de intensieve dierhouderij spelen al geruime tijd tal van ontwikkelingen, welke doorwerken in regelgeving vanuit de landelijke en provinciale overheid, maar ook in gemeentelijk beleid, zoals 23

omgevingsvisie, bestemmingsplannen en dergelijke. Al deze ontwikkelingen kunnen wellicht beperkingen inhouden voor de ontwikkeling van een aantal bedrijven in die sector. Daarbij zullen sommige ondernemers zich benadeeld voelen door de nieuwe regelgeving en proberen dat nadeel gecompenseerd te krijgen door daartoe claims in te dienen. Het is op dit moment geenszins in te schatten wat de slagingskans voor dat soort claims zal zijn en om hoeveel gevallen het zou kunnen gaan. Desalniettemin moeten we rekening houden met de kosten van afhandeling van eventuele claims en bestaat altijd het risico dat claims toegewezen worden. Op basis van min of meer vergelijkbare toegekende schadevergoedingen in 2021 en 2022 kan een gemiddelde schade berekend worden van circa € 100.000 per casus. Vooralsnog maken wij een inschatting op 2 casussen per jaar, waarvoor naast de schadevergoedingen ook afhandelingskosten worden gemaakt. Wij houden daarom rekening met een risico van in totaal € 250.000. Wij merken op dat er claims zijn waarvoor een beroep kan worden gedaan op de aansprakelijkheidsverzekering van de gemeente. Daarbij geldt dan wel een eigen risico en een maximumbedrag per claim.

Indien er sprake is van dit soort claims en de inschatting van de verzekeringsmaatschappij is dat de claim binnen de grenzen van de verzekering valt, wordt er voor die claims geen weerstandsvermogen berekend omdat er dan per saldo geen sprake is van een financieel risico, behoudens een beperkt eigen risicobedrag. Voorzieningen De voorzieningen worden bij de opstelling van de jaarrekening herrekend op basis van de dan bekende, meest recente informatie. Dat zijn echter altijd momentopnamen, zodat er altijd een risico bestaat dat voorzieningen onvoldoende hoog zijn. De onzekerheid over het al dan niet toereikend zijn van voorzieningen kan toe- of afnemen door tijdsverloop of door de aard van de voorziening. De voorzieningen voor wegen en gebouwen en riolering worden eens in de 4 à 5 jaar geactualiseerd. Voor wegen en riolering is dat recent gebeurd. De actualisering van de onderhoudsvoorziening gebouwen heeft in 2019 plaatsgevonden. Voorzieningen voor wachtgeld- en Appa-verplichtingen worden jaarlijks geactualiseerd voorafgaand aan de samenstelling van de jaarrekening. De voorziening wachtgelden is gebaseerd op inschattingen ten aanzien van met name de duur van de Appa- en wachtgeldverplichting. Omdat alle voorzieningen op basis van de meest recente gegevens zijn berekend, achten wij het niet nodig om hiervoor een aanvullend risicokapitaal aan te houden.

Kostenstijgingen In de begroting is rekening gehouden met inflatiecijfers zoals deze zijn vermeld in de meicirculaire 2022. Er is echter van alles aan de hand in de wereld, zoals de oorlog in Oekraïne, de schaarsheid van personeel enz. We zien dat onder meer energiekosten op dit moment exorbitant hoog zijn. Maar ook bijvoorbeeld kosten in de bouwwereld (wegenbouw, De Kei enz.) zijn zeer sterk gestegen, waardoor ook kapitaallasten toe zullen nemen. Het gehanteerde inflatiepercentage voldoet dan niet meer. Daarom is in 2023 op de algemene uitkering al een voorzichtheidsstelpost van € 433.000 opgenomen. Of dat voldoende is, kan niemand zeggen. Dat betekent dat er een risico bestaat. Ook dat laat zich moeilijk inschatten, maar vooralsnog nemen we hier € 500.000 aan risicobedrag op. 3.3.4. Resumé risicobedragen Samenvatting beschreven risico

Benodigde weerstand

Grondexploitaties Intergemeentelijke samenwerking Informatiebeveiliging / privacy Sociaal domein Intensieve dierhouderij Kostenstijgingen Totaal

857.000 222.000 50.000 125.000 250.000 500.000 2.004.000

(Bedragen in €)

Het geblokkeerde deel van de algemene reserve dient op basis van het in juli 2020 door uw raad vastgestelde beleid bepaald te worden op 1,8 maal de gekwantificeerde risico’s, dus op 1,8 x € 2.004.000 = € 3.607.000,- (afgerond). 3.3.5. Kengetallen Op basis van artikel 11 van het Bbv moet de begroting en ook de jaarrekening in de risicoparagraaf een tabel met een aantal kengetallen bevatten. De volgende cijfers kunnen gegeven worden:

24

Kengetallen

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2023

2024

2025

2026

Solvabiliteit

35,3%

34,2%

34,4%

33,0%

Netto schuldquote

57,2%

58,4%

63,8%

67,5%

Netto schuldquote, gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

57,3%

58,4%

63,8%

67,5%

Grondexploitatie

45,6%

39,7%

41,7%

46,6%

Structurele exploitatieruimte

0,2%

1,3%

3,1%

-0,7%

77,75%

77,75%

77,75%

77,75%

Belastingcapaciteit

Enige uitleg over de betekenis van deze kengetallen is nodig. De netto schuldquote en de netto schuldquote, gecorrigeerd voor verstrekte leningen, weerspiegelen het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten op de exploitatie. Omdat onze gemeente nauwelijks gelden heeft uitgeleend, zijn de beide percentages nagenoeg gelijk. In beginsel is een zo laag mogelijke quote het meest gunstig. De solvabiliteit geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is haar financiële verplichtingen te voldoen. Een hoge schuld hoeft bijvoorbeeld geen probleem te zijn als er ook sprake is van veel eigen vermogen. De solvabiliteitsratio drukt het eigen vermogen uit als percentage van het totale vermogen. Hoe hoger deze quote, hoe beter de gemeente er voorstaat. Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond in exploitatie) is ten opzichte van de totale geraamde baten. Aan deze quote is eigenlijk geen kwalificatie goed of slecht te hangen. Wel is een hoge quote een teken van grotere voorraad nog uit te geven grond, waardoor het risico op dat gebied groter is. Een lagere quote voor grondexploitatie betekent dus in het algemeen dat de gemeente minder risico’s loopt op dat gebied. De structurele exploitatieruimte geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is.

Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken (begrotingsoverschot). Uiteraard is hier een hogere quote altijd gunstiger. Het kengetal belastingcapaciteit geeft inzicht in de gemeentelijke woonlasten (OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing) ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Hierbij zijn de woonlasten voor een meerpersoonshuishouden met eigen woning leidend. De kwalificatie van deze quote is afhankelijk van politieke keuzes c.q. voorkeuren. Het hoeft geen doel te zijn om een lager belastingniveau te hebben dan het landelijk gemiddelde. Een score van 100% zou betekenen dat de gemeente precies op het landelijk gemiddelde zit. Als we de kengetallen bezien, dan zien we over de gehele linie ten opzichte van de begroting 2022 een verbetering van de ratio’s, hetgeen goed verklaarbaar is vanwege onder meer de verbeterde reservepositie. Ook ten aanzien van de grondexploitaties zien we aan de ratio dat de voorraad uit te geven grond afneemt. Dat zal toenemen op het moment dat nieuwe grondexploitaties worden vastgesteld. De belastingdruk is niet alleen afhankelijk van eigen beleid, maar ook van de landelijke gemiddelde. Een grotere landelijke stijging leidt tot een gunstiger score voor onze gemeente.

Het overall beeld ten aanzien van de financiële kengetallen mag tot tevredenheid stemmen, maar vraagt tevens om waakzaamheid ten aanzien van de toekomst, want ratio’s kunnen door omstandigheden snel veranderen. Er mag een redelijke verwachting zijn dat er de komende jaren nog winstnemingen uit grondexploitaties zullen optreden, waardoor de quotes voor solvabiliteit en schulden weer zullen verbeteren. Maar ook ons investeringsniveau zal zijn weerslag hebben op met name de schuldpositie. In die zin geven dit soort kengetallen goede indicaties voor ontwikkelingen, maar ze moeten wel bezien worden in het licht van allerlei andere ontwikkelingen.

25

3.4 Financiering 3.4.1. Algemeen De gemeente maakt gebruik van zogenaamde totaalfinanciering (geen projectfinanciering). Dat betekent dat zowel de lopende uitgaven als de investeringen worden gedekt door de lopende inkomsten en eigen (financierings)middelen (liquide middelen, reserves e.d.) en opgenomen kort- en langlopende geldleningen. De zorg voor het permanent aanwezig zijn van voldoende financiële middelen behoort tot de treasuryfunctie. De treasuryfunctie van de gemeente dient tot:  het tijdig aantrekken van voldoende middelen om de programma’s binnen de door de raad vastgestelde kaders van de begroting uit te kunnen voeren (beschikbaarheid);  het beheersen van de risico’s verbonden aan de treasuryfunctie (risicominimalisatie);  het zoveel mogelijk beperken van de rentekosten van de leningen en het bereiken van voldoende rendement op overtollige middelen (rente-optimalisatie);  het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities (kostenminimalisatie). De gemeentelijke liquiditeiten worden beïnvloed door de uitgaven- en de inkomstenstromen. Bij de uitgavenstromen is er naast de redelijk constante stroom van min of meer dagelijkse uitgaven, sprake van beïnvloeding door grote projecten, welke voor tijdelijke pieken in de uitgaven zorgen.

Bij de inkomstenstromen zorgen de uitkeringen van het Rijk en de belastinginkomsten voor de redelijk constante stroom van inkomsten. Echter ook de inkomsten uit bijvoorbeeld bouwgrondverkopen hebben een grote invloed op de liquiditeitspositie. De situatie op de financiële markten heeft een aantal jaren achtereen geleid tot een ongekend lage rente op aan te trekken financieringsmiddelen. Dat geldt voor zowel de langlopende geldleningen (looptijd > 1 jaar) als voor kort geld (looptijd < 1 jaar). Inmiddels zijn negatieve rentepercentages verleden tijd, maar nog altijd is sprake van lage percentages. Met behulp van prognoses van onze geldstromen proberen we continu onze behoefte aan geld of kapitaal zo slim mogelijk af te dekken, waardoor we zoveel mogelijk profiteren van de huidige lage rentestand. 3.4.2. Treasury en renteontwikkeling Voor de te hanteren rentepercentages gelden op basis van het Bbv regels die er eenvoudig gezegd op neer komen dat de rente die de gemeente hanteert meer geënt moet zijn op de werkelijke rente. Het Bbv maakt daarbij onderscheid tussen de rente die aan de grondexploitatie mag worden toegerekend en de rente die aan producten wordt toegerekend (middels de kapitaallasten).

Dat onderscheid heeft te maken met het feit dat de gemeente gebruik maakt van totaalfinanciering, dus alle investeringen worden gefinancierd met een mix van eigen vermogen en vreemd vermogen. Eenvoudig gezegd komt het erop neer dat aan grondexploitaties uitsluitend rente mag worden toegerekend van opgenomen geldleningen en dus niet indirect een rentevergoeding voor het ingezette eigen vermogen. Voor de berekening van de te hanteren rentepercentages heeft het Bbv een standaard model ontwikkeld, dat gebruik maakt van gegevens uit de geprognosticeerde balans. Daaruit volgen de volgende cijfers: Externe rentelast (lasten minus baten) Externe rente % (=rentelast/schulden) Externe rente projectfinancieringen Externe rente % excl. projecten Rente eigen vermogen Rente voorzieningen Rente% grondexploitaties Rente grondexploitaties

€ 153.421 0,933% €0 0,933% €0 €0 0,53% € 65.831

Omslagrente Om de rente die wordt gebruikt bij de berekening van kapitaallasten enigszins stabiel te houden, wordt ook nog gewerkt met een omslagrente. Die wordt berekend door de geraamde netto te betalen rente in 2023 te delen door de boekwaarde van de investeringen per 1 januari 2023. De uitkomst daarvan mag naar boven afgerond worden op een veelvoud van 0,5%. Aangezien er sprake is van een per saldo te betalen rente, bedraagt de renteomslag 0,5%. Inclusief afronding op een veelvoud van 0,5% is dat het kleinst mogelijke percentage voor de rente-omslag.

26

Renteresultaat Met de eerder in deze paragraaf vermelde gegevens kan het renteresultaat berekend worden, dat als baat in de begroting is opgenomen.

a. b.

c. d.

e. f.

Schema rentetoerekening 2023 Externe rentelasten over korte en lange financiering Externe rentebaten Saldo rentelasten en rentebaten

€ 153.421 €0 € 153.421

Rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend Aan taakvelden toe te rekenen externe rente Rente over eigen vermogen Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente

-/- € 65.831 € 87.590 €0 € 87.590

De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) Renteresultaat op taakveld treasury

-/- 184.970 -/- € 97.380

3.4.3. Leningenportefeuille Onze gemeente heeft per 1 januari 2023 naar verwachting voor een bedrag van afgerond € 16,5 miljoen aan opgenomen langlopende geldleningen. Afhankelijk van wanneer we inkomsten ontvangen uit met name grondverkopen zou de leningenportefeuille kunnen afnemen. Een toename is echter meer voor de hand liggend vanwege de grote investeringen die de komende jaren op stapel staan. 3.4.4. Kasgeldlimiet Onder kasgeldlimiet wordt verstaan het maximale bedrag dat de gemeente met kortlopend geld mag financieren. Dit kan bijvoorbeeld door ‘rood’ staan bij de bank of door het aantrekken van kasgeld. Wettelijk is vastgesteld dat de kasgeldlimiet 8,5% van de jaarbegroting (exclusief btw) is. De gemeente is verplicht om per kwartaal de kasgeldlimiet te toetsen en de provincie te informeren als deze meer dan twee achtereenvolgende kwartalen wordt overschreden. Berekening kasgeldlimiet op basis van de begroting 2023: € 38.191.000 8,50% € 3.246.000

Omvang begroting Toegestane limiet Ruimte kasgeldlimiet

3.4.5. Renterisiconorm De renterisiconorm op basis van de Wet FIDO (Financiering Decentrale Overheden) heeft als doel om het renterisico bij herfinanciering te beheersen. De renterisiconorm houdt in dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. Er mag dus maximaal 1/5e deel van de langlopende schulden aan rentegevoeligheid onderhevig zijn. In onderstaand overzicht is deze norm voor de komende begrotingsjaren afgezet tegen de ingeschatte aflossingen.

Renterisiconorm

2023

2024

2025

2026

0

0

0

0

2 Aflossingen

5.136

4.313

2.323

1.429

3 Renterisico (1+2)

5.136

4.313

2.323

1.429

4a Begrotingstotaal van betreffend jaar

38.191

37.094

34.687

35.565

0

0

0

0

4 Renterisiconorm (20% van het begrotingstotaal)

7.638

7.419

6.937

7.113

5a Ruimte onder de renterisiconorm (4>3)

2.502

3.106

4.614

5.684

5b Ruimte boven de renterisiconorm (3>4)

0

0

0

0

Bedragen x € 1.000

1 Renteherzieningen

4b Percentage regeling

Zichtbaar is dat we alle jaren onder de renterisiconorm blijven. Overigens trachten wij renterisico’s zoveel mogelijk te beperken door nieuwe leningen zoveel mogelijk in looptijd te spreiden. Zodoende voorkomen we dat veel leningen op hetzelfde moment moeten worden geherfinancierd, waarbij we dan afhankelijk zijn van de rentestand op dat moment. 27

3.4.6. EMU-saldo Het Economische en Monetaire Unie (EMU)-saldo is het vorderingensaldo van de totale overheid (Rijk, decentrale overheden en premie gefinancierde sectoren als zorg en sociale zekerheid). Het EMU-tekort mag maximaal 3% van het Bruto Binnenlands Product (BBP) bedragen. Hiermee wil men voorkomen dat de overheidsfinanciën van EMU-landen ontsporen. Zolang de uitkomst van onderstaand overzicht positief is, levert de gemeente geen bijdrage aan een (te) hoog Europees begrotingstekort, want dan zijn de uitgaven in EMU-opzicht lager dan de inkomsten. Er is geen directe sanctie op overschrijding van het EMU-saldo door een individuele gemeente. Op basis van de Wet Hof (Wet Houdbare overheidsfinanciën) komt een sanctie pas in beeld als sprake is van structurele overschrijding van de norm én na uitgebreid overleg. Zoals in onderstaand overzicht ook goed zichtbaar is, spelen de (geraamde) opbrengsten van grondverkopen in de grondexploitaties een grote rol in de bepaling van het EMU-saldo. De individuele referentiewaarde van het EMU-saldo voor Reusel-De Mierden is voor 2023 bepaald op 1.441. Deze individuele referentiewaarde betreft geen norm, maar een indicatie van het aandeel dat onze gemeente heeft in de gezamenlijke (landelijke) norm.

In de referentiewaarden van individuele overheden is naast het eigen aandeel ook het aandeel van openbare lichamen (verbonden partijen) opgenomen. Pas als nationaal blijkt dat de gemeenten en hun verbonden partijen gezamenlijk het plafond van het EMUtekort gaan overschrijden, kan van gemeenten worden gevraagd het individuele EMU-tekort van de lopende begroting te verminderen. EMU-saldo Omschrijving

2022

2023

2024

x € 1000,Volgens realisatie tot en met sept. 2022, aangevuld met raming resterende periode -800

x € 1000,Volgens begroting 2023

x € 1000,Volgens meerjarenraming in begroting 2023

-171

-310

1.

Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c)

2.

Mutatie (im)materiële vaste activa

896

1.359

2.933

3.

Mutatie voorzieningen

400

0

0

4.

Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie)

-1.500

358

-1.810

5.

Verwachte boekwinst/verlies bij de verkoop van financiële vaste activa en (im)materiële vaste activa, alsmede de afwaardering van financiële vaste activa

0

0

0

204

-1.888

-1.433

Berekend EMU-saldo (=1-2+3-4-5)

28

3.5

Verbonden partijen

3.5.1. Algemeen Een verbonden partij is een instelling, buiten de eigen organisatie, waarin de gemeente een bestuurlijk en financieel belang heeft (Bbv, art. 1b). Met een zetel in het bestuur van een instelling of met stemrecht heeft de gemeente een ‘bestuurlijk belang’. Onder een ‘financieel belang’ wordt verstaan het ter beschikking stellen van middelen die de gemeente kwijtraakt bij faillissement van de verbonden partij of die bij financiële problemen van de verbonden partij op de gemeente verhaald kunnen worden. We kunnen een verbonden partij zien als één van de drie vormen waarmee gemeenten hun taken (laten) uitvoeren: door een eigen dienst, een commerciële partij of door een verbonden partij. Er kan een aantal redenen zijn, waarom een gemeente samenwerkt met een verbonden partij. Bijvoorbeeld vanwege de mogelijkheden van spreiding van risico’s over de verschillende deelnemers of om een efficiëntere uitoefening van een wettelijke taak te realiseren. De gemeente blijft verantwoordelijk voor het realiseren van de beoogde doelstellingen in de programma’s. De raad dient hiervoor kaders te stellen en de verbonden partijen te controleren op de realisatie van de doelstellingen. Naast bovengenoemde taken is deze paragraaf belangrijk voor de raad vanwege de kosten en de financiële risico’s die de gemeente kan lopen met verbonden partijen.

De wijze waarop de raad in voldoende mate invloed kan hebben op verbonden partijen is onderwerp van voortdurende aandacht. Mogelijke verbeteracties vinden mede plaats op basis van rekenkameronderzoek en landelijke ontwikkelingen. 3.5.2. Onderscheid gemeenschappelijke regelingen, stichtingen en privaatrechtelijke verbondenheden Op een aantal gebieden is binnen de gemeente sprake van verbonden partijen. Het belangrijkste onderscheid dat daarbij gemaakt kan worden, is dat in gemeenschappelijke regelingen, stichtingen en andere privaatrechtelijke verbondenheden. Bij gemeenschappelijke regelingen betaalt onze gemeente jaarlijks een bedrag voor exploitatiekosten van die gemeenschappelijke regeling naar rato van deelname in de regeling. Evenals bij stichtingen is bij de oprichting bijgedragen in de oprichtingskosten. Naar rato van de bijdragen loopt onze gemeente risico in een eventueel liquidatiesaldo van een gemeenschappelijke regeling/stichting. Verder lopen wij het risico dat een andere partij, die deelneemt in een gemeenschappelijke regeling/stichting, uittreedt. Op dat moment zal die partij uittreedkosten moeten betalen, die meestal bestaan uit kosten in de vorm van wachtgelden aan personeel.

Voor de achterblijvende deelnemende partijen zal de bijdrage in de exploitatiekosten dan veelal stijgen, doordat algemene kosten, bijvoorbeeld overheadkosten, over minder deelnemers omgeslagen kunnen worden. Ook kan het draagvlak van een gemeenschappelijke regeling/stichting verminderen bij uittreding van een partner. Een volgend risico is er voor ons wanneer wij zelf uit een gemeenschappelijke regeling stappen. Op dat moment zijn wij ook verplicht tot het betalen van de eerder genoemde kosten. Via de afvaardiging van leden in besturen van gemeenschappelijke regelingen kunnen risico’s beïnvloed worden. De stem van de gemeente is meestal naar rato van de verhouding ten opzichte van het totaal aantal bestuursleden. Naast gemeenschappelijke regelingen/stichtingen heeft onze gemeente ook belangen in partijen op privaatrechtelijke grondslag. Het financiële risico van dit soort belangen is beperkt tot de waarde van de effecten c.q. de geaccepteerde verantwoordelijkheid. 3.5.3. Overzicht verbonden partijen Hieronder volgt een overzicht van de verbonden partijen van onze gemeente. Naast het openbaar belang worden ook de relevante ontwikkelingen toegelicht.

29

Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang: Financieel belang:

GGD Brabant-Zuidoost Eindhoven Programma 6: Sociaal Domein De gemeente is vertegenwoordigd in het algemeen bestuur. Belangenbehartiging op het gebied van gezondheidszorg. Gemeentelijke bijdrage 2023: Eigen vermogen (1-1-2023 / 31-12-2023):* € 4.400.000 Vreemd vermogen (1-1-2023 / 31-12-2023):* € 14.840.000 *Geprognosticeerde balans

Ontwikkelingen:

De ontwikkelingen waarmee de GGD te maken heeft zijn beschreven in de kadernota en het meerjarenbeleidsplan van de GGD. De belangrijkste ontwikkelingen zijn:           

Risico’s:

€ € 4.160.000 € 15.720.000

Bestrijden van de gezondheidskundige effecten van de Coronacrisis. Het borgen van publieke gezondheid in de omgevingswet en -plannen van de gemeenten. Het verkleinen van sociaal-economische gezondheidsverschillen. Optimaal inzetten van Jeugdgezondheidszorg als collectieve basisvoorziening in de jeugdzorgketen en in het sociale domein. Ondersteunen van onze gemeenten bij de lokale preventie akkoorden. Uitvoeren van de meerjaren agenda m.b.t. monitoring en onderzoek. Het doorontwikkelen van het Meldpunt niet acute zorg/Wvggz waar burgers en professionals hun zorgen kunnen melden over personen die verward of onbegrepen gedrag tonen. Tekorten op de arbeidsmarkt aan verpleegkundigen en artsen. Hogere eisen aan informatieveiligheid Implementatie van het Lean gedachtengoed (continu verbeteren) binnen de GGD Uitvoeren van de bestuursopdracht aan de GGD is gegeven.

(NB: verdere ontwikkelingen agv de corona-crisis waren ten tijde van het opstellen van de begroting 2023 nog niet bekend, en effecten voor 2023 zijn ook nu nog niet in te schatten; deze ontwikkelingen zullen afzonderlijk aan bestuur en gemeenten worden gerapporteerd)

Jaarlijks wordt voor het bestuur, bij het aanbieden van de programmabegroting, een actuele financiële risico-inventarisatie opgesteld. De recente inventarisatie resulteert in een benodigde weerstandscapaciteit voor PG van ca. € 2.250.000. Het bestuur heeft echter eerder vastgesteld dat de algemene reserve niet tot dat bedrag hoeft te worden aangevuld maar dat de kaders en staffels zoals vastgesteld in de beleidsnotitie Kaders P&C-documenten 4GR-deel 2 hiervoor leidend zijn. Gegeven de verwachte omzet is dan voor PG (incl. JGZ 0-4) een kader stellende bandbreedte van toepassing van minimaal € 1.500.000 en maximaal € 2.000.000. De Algemene Reserve PG bedraagt, inclusief het resultaat 2021, ca € 1.100.000 en naar verwachting bedraagt die begin 2023 € 1.500.000. Voor een bedrag van € 2.250.000 -/- € 1.500.000 = € 750.000 lopen de gemeenten dan dus een risico. Zie onderstaande tabel voor de evt. verdeling daarvan over de gemeenten. De risico-inventarisatie resulteert voor AZ in een benodigde weerstandscapaciteit van ca. € 2.200.000. Gegeven de verwachte omzet is dan een kaderstellende bandbreedte van min. € 1.200.000 en max. € 1.500.000 voor de algemene reserve over te nemen. De Algemene Reserve AZ bedraagt, inclusief het resultaat 2021, ca. € 1.400.000; voor 2022 wordt geen noemenswaardige mutatie verwacht. Voor een bedrag van € 2.200.000 -/- € 1.400.000 = ca.

€ 800.000 (afgerond) lopen de gemeenten dus een risico. Zie onderstaande tabel voor de evt. verdeling daarvan over de gemeenten.

Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang:

Financieel belang:

Kempisch Bedrijvenpark (KBP) Bladel Programma 3: Economie Vertegenwoordiging in dagelijks en algemeen bestuur. Het ontwikkelen en realiseren van een kwalitatief hoogwaardig en uit financieeleconomisch oogpunt aanvaardbaar bedrijvenpark gelegen binnen het rechtsgebied, binnen de door het bevoegd gezag te stellen ruimtelijke en andere publiekrechtelijke randvoorwaarden. Bovenstaande met inachtneming van de nader te formuleren sectorale doelstellingen en uitganspunten. Gemeentelijke bijdrage 2023: €0 Eigen vermogen (1-1-2023 / 31-12-2023):* € 15.391.000 € 15.776.000 Vreemd vermogen (1-1-2023 / 31-12-2023):* €0 €0 Resultaat 2023: € 385.000 *Geprognosticeerde balans

30

Ontwikkelingen:

Risico’s:

Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang:

Financieel belang:

Ontwikkelingen:

Risico’s:

Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma:

Bestuurlijk belang: Openbaar belang:

Financieel belang:

Ontwikkelingen:

De betrokkenen participeren risicodragend in de realisatie van het plan. Eventuele verliezen of winsten worden gelijkelijk door de gemeenten gedragen of over de deelnemende gemeenten verdeeld. Actuele grondexploitatieberekeningen tonen aan dat exploitatie sluitende is. Er wordt geen voorziening voor negatieve exploitatie nodig geacht. Van de uitgeefbare grond (69 ha) zijn nagenoeg alle kavels verkocht (94% medio 2022). Drie kavels zijn gereserveerd. De planning voor uitgifte in 2022 is 7,9 ha. In 2022 vindt de eerste winstuitkering aan de deelnemende gemeenten plaats. Eind 2022 wordt een besluit genomen over de liquidatie van de Gemeenschappelijke regeling. In het Woonbos zijn medio 2022 alle kavels verkocht en geleverd. Het belangrijkste risico was vertraging in de gronduitgifte. Aangezien alle kavels zijn verkocht of gereserveerd is dit risico niet meer aan de orde. Mogelijk leidt de huidige netcongestie wel nog tot vertraging in de verkoop. De gevolgen van deze netcongestie en hoelang dit probleem blijft is op dit moment nog niet bekend. Gemeenschappelijke Regeling Samenwerking Kempengemeenten (GRSK) Reusel Programma 0: Bestuur en ondersteuning / diversen voor programmakosten. De gemeente is vertegenwoordigd in het algemeen en dagelijks bestuur.

Het, met behoud van de huidige bestuurlijke schaal, vergroten van de bestuurskracht door bundeling van ambtelijke expertise op strategisch, tactisch en operationeel niveau, met als resultaat verhoogde kwaliteit, continuïteit en efficiëntie. Gemeentelijke bijdrage 2023: € 3.618.000 Eigen vermogen (1-1-2021 / 31-12-2021):* € 860.000 € 295 Vreemd vermogen (1-1-2021 / 31-12-2021):* € 14.611.000 € 6.255.000 Resultaat 2021: -/- € 149.705 Het door het DB en AB genomen besluit om het project “Opnieuw Verbinden’ op te starten, waarbij de organisatie van de SK in zijn geheel vernieuwd wordt, krijgt per 1 januari 2023 een concreet vervolg. Na de voorbereidingen in 2022 zullen op een aantal vlakken (P&O, (deels) VTH) de werkzaamheden in de eigen organisatie uitgevoerd worden. Hierdoor ontstaat een kleinere GRSK organisatie. Besloten is om in het verband van de SK geen eigen vermogen te vormen of aan te houden. Dit impliceert dat de SK niet kan beschikken over weerstandscapaciteit bij onvoorziene omstandigheden. In voorkomende gevallen zal dan teruggevallen moeten worden op de deelnemende gemeenten, conform de overeengekomen regeling Samenwerking Kempengemeenten. Metropoolregio Eindhoven (MRE) Eindhoven Programma 0: Bestuur en ondersteuning Programma 3: Economie Programma 5: Sport, cultuur en recreatie (RhcE) De gemeente is vertegenwoordigd in het algemeen bestuur.

Samenwerken op regionale taken op het terrein van:  Economie  Transitie landelijk gebied  Energietransitie  Mobiliteit Daarnaast is het Regionaal historisch centrum Eindhoven (RhcE) een samenwerkingsitem en overkoepelend is er samenwerking op het gebied van bestuurlijke samenwerking, organisatie, regionale strategie, overhead en landgoed Gulbergen. Gemeentelijke bijdrage 2023 (incl. brainport en stimuleringsfonds) € 134.000 Gemeentelijke bijdrage 2023 RhcE € 56.000 Eigen vermogen (1-1-2023 / 31-12-2023):* € 12.954.000 € 12.327.000 Vreemd vermogen (1-1-2023 / 31-12-2023):* € 13.618.000 € 13.123.000 *Geprognosticeerde balans MRE Vaststellen nieuw samenwerkingsakkoord 2023-2026 (eerste kwartaal 2023). Vaststellen jaarlijks werkprogramma RhcE Andere governance voor RhcE is in voorbereiding.

Risico’s:

Andere governance voor RhcE kan leiden tot financiële gevolgen.

31

Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang:

Financieel belang:

Ontwikkelingen:

Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO) Eindhoven Programma 1: Veiligheid De gemeente is vertegenwoordigd in het algemeen bestuur. Samenwerkingsverband tussen 21 gemeenten in de regio Zuidoost-Brabant. Taken op het terrein van brandweerzorg, gemeenschappelijke meldkamer, geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen, ambulancezorg, rampenbestrijding en crisisbeheersing. Gemeentelijke bijdrage 2023: € 874.000 Eigen vermogen (1-1-2023 / 31-12-2023):* € 4.773.000 € 2.218.000 Vreemd vermogen (1-1-2023 / 31-12-2023):* € 37.577.000 € 33.994.000 *Geprognosticeerde balans Na de taak en rol van de veiligheidsregio in de opschaling, coördinatie en zorg voor uniformiteit gedurende de coronapandemie, kwam daar in het voorjaar 2022 ook nog de coördinerende rol in de opvang van ontheemden uit Oekraïne en de ondersteuning van de asielstroom met crisisnoodopvang bij. Afhankelijk van de ontwikkelingen heeft dit ook nog invloed op de werkzaamheden van VRBZO in 2023. Leerpunten uit de evaluaties van deze crises én de evaluatie van de Wet veiligheidsregio’s worden meegenomen in de herijking van het Regionaal Crisisplan 2023 en de doorontwikkeling van het domein crisisbeheersing. Hiervoor zijn extra incidentele middelen beschikbaar gesteld. Dit is noodzakelijk gezien de wellicht ongekende crises van de toekomst.

Risico’s:

In april 2021 is de Visie 2025 VRBZO vastgesteld. VRBZO gaat op basis van uitvoeringsplannen aan de slag met de in de visie vastgestelde speerpunten en thema's: Samen voor veilig, Weerbare samenleving en Toekomstbestendige organisatie. Eind 2019 is de beleidsnota risicomanagement en weerstandsvermogen 2020 - 2023 vastgesteld. De risico's van de organisatie zijn in de beleidsnota gebundeld tot drie onderwerpen waaraan een risicobedrag voor het weerstandsvermogen is gekoppeld: risico's in algemene bedrijfsvoering € 500.000 - € 1.000.000 risico's model brandweerzorg € 500.000 - € 1.000.000 risico grootschalige ramp/crisis € 500.000 - € 1.000.000 totaal benodigd weerstandsvermogen € 1.500.000 - € 3.000.000 Het is niet reëel dat bovengenoemde risico’s zich gelijktijdig voordoen. Tevens is de impact van een ernstig incident en de majeure wijzigingen in model brandweerzorg (nog) lastig te kwantificeren. Daarom houdt VRBZO rekening met een totaal risicobedrag van € 2,0 miljoen. Het weerstandsvermogen bedraagt € 2,0 miljoen en hoeft derhalve niet te worden aangepast

Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang:

Financieel belang:

Ontwikkelingen:

Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB) Eindhoven Programma 7: Volksgezondheid en milieu Programma 8: VHROSV De gemeente is vertegenwoordigd in het algemeen bestuur en dagelijks bestuur Belangenbehartiging op het gebied van:  Uitvoeren verplichte taken uit het landelijke basistakenpakket op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving;  Advisering over verzoektaken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Gemeentelijke bijdrage 2023: € 389.450 Eigen vermogen (1-1-2023 / 31-12-2023):* € 1.486.451 € 1.486.451 Vreemd vermogen (1-1-2023 / 31-12-2023):* € 8.470.345 € 8.320.345 *Geprognosticeerde balans Deze staan verwoord in de ODZOB-begroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026. De komst van de Omgevingswet zorgt ook in 2023 nog voor investeringen in de organisatie. De ODZOB blijft ook na inwerkingtreding van de Omgevingswet ondersteuning bieden aan de deelnemers in de gemeenschappelijke regeling bij verdere implementatie en uitvoering van deze nieuwe wet. In de begroting 2023 en de daarbij horende meerjarenraming zijn nog een aantal andere speerpunten benoemd, zoals het verder uitvoeren en door ontwikkelen van de Regionale Operationele Kaders en zorgen voor toekomstbestendige veehouderijen. Daarnaast wordt in 2023 een meerjarenvisie 2023-2027 vastgesteld. In deze

32

Risico’s:

Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang:

Financieel belang:

Ontwikkelingen:

Risico’s:

meerjarenvisie staat de koers rondom inhoudelijke thema’s voor de komende jaren. Deze koers kan van invloed zijn op de uit te voeren taken binnen de ODZOB. De belangrijkste risico’s zijn:  De door de gemeenten en provincies ingezette bezuinigingen die leiden tot omzetdaling;  Het verlies van takenpakket aan kleine samenwerkingsverbanden en andere concurrenten;  Het niet realiseren van doelstellingen efficiency, standaardisatie, uitvoeringsbeleid en uniformiteit;  Mutatie in werk, bijvoorbeeld taken Wbb, deregulering, lokaal beleid en de Omgevingswet.

KempenPlus Bladel Programma 6: Sociaal domein De gemeente is vertegenwoordigd in het bestuur. Uitvoering van taken op het gebied van sociale werkvoorziening ingevolge de Wsw, Werk en Inkomen (m.u.v. bijzondere bijstand) ingevolge de Participatiewet, Ioaw, Ioaz en Bbz. Gemeentelijke bijdrage 2023: € 3.273.000 Eigen vermogen (1-1-2023 / 31-12-2023):* Nnb € 3.950.000 Vreemd vermogen (1-1-2023 / 31-12-2023):* Nnb € 13.139.000 *Geraamd resultaat: € 0 In 2023 wordt door KempenPlus verder uitvoering gegeven aan een aantal onderdelen van de Wet Inburgering die dit jaar in werking is getreden. Daarnaast waren dit jaar zowel de netto toegevoegde waarde per medewerker als de aantallen gesubsidieerde medewerkers te optimistisch geraamd. De verwachtte aantallen gesubsidieerde medewerkers is aangepast op basis van de werkelijke uitstroom SW en werkelijke instroom LKS van de afgelopen jaren. Tot slot beraden gemeenten zich voor het onderdeel Groen van de divisie Externe Dienstverlening nog op de definitieve afspraken voor 2023 en daarna. In de begroting van KempenPlus zijn de omzetten in het groen geraamd op basis van de maatwerkafspraken tegen marktconforme prijzen. Naast prijsrisico’s heeft KempenPlus ook te maken met kwantiteits- en kwaliteitsrisico’s: 1. hogere instroom cliënten; 2.

afname van het aantal mensen met een SW indicatie kan niet gecompenseerd worden door de instroom van medewerkers LKS (loonkostensubsidie) of beschut werk; 3. arbeidsvermogen (potentieel) van de medewerkers uit de doelgroep neemt af. In de begroting van KempenPlus wordt ervan uitgegaan dat de uitstroom van de SW gecompenseerd wordt door de medewerkers met een loonkostensubsidie of in Beschut Werken. KempenPlus richt zich vooral op het plaatsen van medewerkers op een zo regulier mogelijke baan. Het risico bestaat dat de medewerkers die binnen de infrastructuur werken minder loonwaarde of productiviteit hebben en meer begeleiding nodig hebben. Het risico op de ontwikkelingen in de doelgroepen wordt geschat op 10% van uitvoeringskosten van Werk & Participatie. Naast de ontwikkelingen in de doelgroepen vormen ook de ontwikkelingen in de markt een risico. Voor de bedrijfsresultaten is KempenPlus afhankelijk van de vraag in de markt en de economische ontwikkelingen. De volgende risico’s hangen hiermee samen: 1. Wegvallen van vaste klanten en goed renderende opdrachten; 2. Aflopende contracten groen met de gemeenten; 3. Aanpassen van de relatie met de gemeenten; 4. Meer instromers dan de markt aan kan waardoor de tarieven onder druk staan; 5. Concurrentie voor laagbetaalde functies door lage loonlanden en robotisering.

Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang:

Stichting Regionaal Bureau Inkoop en aanbestedingen Zuidoost Brabant (Bizob) Oirschot Programma 0: Bestuur en ondersteuning Het verzorgingsgebied wordt ingedeeld in 5 clusters (cluster 1: “BOV en De Kempen”, cluster 2: “A2 gemeenten en Dommelregio”, cluster 3: “Peelgemeenten”, cluster 4: “Noordoost” en cluster 5: “Overig”). Onze gemeente maakt deel uit van het cluster 1. Per cluster worden twee bestuurders gekozen m.u.v. cluster 5 “Overig” (bijv. VRBZO). Daarnaast worden twee secretarissen toegevoegd aan het bestuur en is de voorzitter

33

Openbaar belang:

Financieel belang:

Ontwikkelingen:

Risico’s: Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang:

Financieel belang:

van het bestuur een burgemeester. Tevens neemt één bestuurder van de gemeente zitting in de Vergadering van Aangeslotenen. Het ondersteunen van de deelnemende gemeenten en aangesloten organisaties bij het uitvoeren van diverse inkoopacties voor het behalen van voordelen op zowel financieel, kwalitatief als procesmatig gebied. Gemeentelijke bijdrage 2023: € 84.000 Eigen vermogen (1-1-2021 / 31-12-2021): € 975.000 € 1.421.000 Vreemd vermogen (1-1-2021 / 31-12-2021): € 1.009.000 € 1.009.000 Resultaat 2023: nnb Er zijn vijf actiepunten geformuleerd waar in 2023 extra aandacht naartoe gaat: 1. Inkoopadvies en -begeleiding: MVI Expert Bizob signaleert de afgelopen jaren een verschuiving van procesgeoriënteerde diensten met de nadruk op rechtmatigheid, naar een product- en marktgeoriënteerde dienstverlening met de nadruk op doelmatigheid. Reeds gerealiseerde ontwikkelingen die hiermee verband houden zijn de vorming van het Expertisecentrum Bizob (ECB), instellen van taskforces en het indelen van de inkopers naar expertisegebieden in de domeinen Openbare ruimte, Bedrijfsvoering, ICT en sociaal. In 2023 wordt de nadruk gelegd op het verstevigen van kennis op het gebied van Maatschappelijk verantwoord inkopen.

Door de functie “MVI expert publieke inkoop” centraal te positioneren binnen het ECB wil Bizob een brug slaan tussen het ambitieniveau van de gemeenten en de concrete uitwerking in aanbestedingen. De MVI Expert publieke inkoop wordt doelgericht ingezet op aanbestedingen waarin veel impact gemaakt kan worden. 2. Contractmanagement: Doelgericht en verbreding Naar aanleiding van de decentralisaties in het Sociaal domein in 2015 is de dienstverlening rondom contractbeheer, contractmanagement en leveranciersmanagement in een stroomversnelling geraakt. Deze diensten hebben zich verbreed naar centraal contractmanagement voor gezamenlijke contracten en opzetten en uitvoeren van contractmanagementprocessen voor individuele organisaties. In 2023 verwacht Bizob de contractmanagement-dienstverlening in het sociaal domein verder te kunnen verdiepen. Hiermee wordt de dienstverlening meer doelgericht op vooraf onderkende risicogebieden. Verder haakt Bizob in op de verzoeken om de contractmanagement-diensten te verbreden naar meerjarige overeenkomsten binnen de domeinen ICT, Bedrijfsvoering en Openbare Ruimte. 3. Interne inkoopfunctie: Doorontwikkeling van de eigen organisatie van klanten Bizob ondersteunt klanten graag bij het verbeteren van de eigen inkoopfunctie. Met enige regelmatig krijgt Bizob verzoeken om verbeterprogramma’s te ontwikkelen en te implementeren.

Op basis van modellen vanuit de wetenschap houdt Bizob onderzoek naar de stand van zaken op het gebied van inkoop-/ en contractmanagement in de organisaties van de klanten. Dit geeft een goed beeld vanuit waar de inkoopfunctie van klanten naar een hoger niveau getild kan worden. 4. Training en opleiding: Cursussen voor uw medewerkers Als expertisecentrum en kennisinstituut voor publieke inkoop is het voor Bizob een prioriteit om te blijven investeren in training en opleiding. Verschillende (interne) opleidingen en trainingen, deelname aan een breed scala van inkoop gerelateerde congressen en het collectieve Nevi lidmaatschap dragen bij aan het kennisniveau van de inkopers van Bizob. Deze kennis komt via die medewerkers ook bij de klantorganisaties binnen. Om kennis nog beter te kunnen delen heeft Bizob gewerkt aan een trainingsprogramma voor de klanten. In 2023 kunnen medewerkers van de klantorganisaties deelnemen aan in company-trainingen. Daarmee krijgen de klanten de basisuitgangspunten en generieke inkoopactiviteiten onder de knie. Dit versterkt de kwaliteit van de inkoopactiviteiten die de klantorganisaties uitvoeren en legt een goede basis voor samenwerking bij specialistische complexe activiteiten die worden begeleidt door de inkoopprofessionals van Bizob.

NV Bank Nederlandsche Gemeenten (BNG) Den Haag Programma 0: Bestuur en ondersteuning Aandeelhouder (zeer beperkt aandeel) BNG Bank is de bank van en voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. De bank draagt duurzaam bij aan het laag houden van de kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger. Gemeentelijke bijdrage 2023: €0 Eigen vermogen (1-1-2021 / 31-12-2021):* € 5.097 mln € 5.062 mln Vreemd vermogen (1-1-2021 / 31-12-2021):* € 155.262 mln € 143.995 mln *Jaarrekening 2021

34

Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang: Financieel belang:

Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang: Financieel belang:

NV Brabant Water ’s-Hertogenbosch Raakt diverse programma’s. Aandeelhouder (zeer beperkt aandeel) Het leveren van water en het in stand houden van de benodigde infrastructuur om water te distribueren. Gemeentelijke bijdrage 2023: €0 Eigen vermogen (1-1-2021 / 31-12-2021):* € 674 mln € 685 mln Vreemd vermogen (1-1-2021 / 31-12-2021):* € 523 mln € 534 mln *Jaarrekening 2021

Stichting Zorg- en Veiligheidshuis Brabant Zuidoost Helmond Programma 1. Veiligheid Het ondersteunen van de gemeenten bij zeer complexe zorg-/veiligheidscasussen en het bevorderen van de integrale samenwerking tussen partners. Gemeentelijke bijdrage 2023: € 3.000 Eigen vermogen (1-1-2023 / 31-12-2023): € nnb € nnb Vreemd vermogen (1-1-2023 / 31-12-2023): € nnb € nnb Geraamd resultaat 2023:* € nnb

Ontwikkelingen: Risico’s:

35

3.6 Onderhoud kapitaalgoederen 3.6.1. Algemeen Het is van belang om inzicht te hebben in de beleidskaders omtrent het onderhoud van kapitaalgoederen. Die beleidskaders zijn er zowel inhoudelijk als financieel-administratief. Inhoudelijk gaat het dan bijvoorbeeld om het vastgestelde onderhoudsniveau. Dit is het eindresultaat van enerzijds de kwaliteit die we voor ogen hebben en anderzijds de budgettaire mogelijkheden. Er is ook een financieel beleidskader. Dat gaat over de mate waarin financiële ruimte wordt gecreëerd voor onderhoud en vervanging van kapitaalgoederen. Hiervoor gelden de volgende ‘spelregels’: Alle vaste activa worden tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs geactiveerd. Uitzonderingen zijn:  investeringen in de openbare ruimte die via de grondexploitatie worden verhaald;  kunstvoorwerpen met een historische waarde;  indien sprake is van een ideaalcomplex (aanschaf en afstoot zijn in een zodanig ritme dat elk jaar hetzelfde bedrag wordt besteed). De laatste twee uitzonderingen doen zich binnen onze gemeente niet voor. Op vaste activa met een beperkte levensduur wordt jaarlijks afgeschreven volgens een stelsel dat is afgestemd op de toekomstige gebruiksduur. Een uitzondering hierop is de afschrijvingsduur van immateriële vaste activa. Deze worden incidenteel ten laste gebracht van de exploitatie.

Het beleid rond afschrijving is vastgelegd in een beleidsnota. In het afschrijvingsbeleid (‘Nota reserves, voorzieningen en afschrijvingsbeleid 2020’, vastgesteld 7 juli 2020, sindsdien aangevuld), zijn de volgende afschrijvingstermijnen opgenomen: Soort investering Gebouwen (permanent)

Termijn in jaren 40

Soort investering Riolering (excl. pompen/gemalen drukriolering)

Termijn in jaren 50

Gebouwen (semipermanent)

15

Software

6

Groen (korte levensduur)

40

Speeltoestellen / sportattributen

15

Groen (lange levensduur)

80

Straatmeubilair

25

Hardware

4

Straatverlichting (armaturen)

20

Inrichting

15

Straatverlichting (masten)

40

Kunststof (gras)velden/banen: ondergrond

40

15

Kunststof (gras)velden/banen: toplaag

20

Technische installaties (waaronder pompen/gemalen drukriolering) Vervoermiddelen

Machines

10

Wegen (aanleg, reconstructie) en waterkundige werken

10 40

3.6.2. Wegen en verkeer A. Beleidskader In september 2017 is door de gemeenteraad het Wegenbeleidsplan 2018-2027 vastgesteld. Daarin is vastgelegd hoe we als gemeente invulling geven aan de wettelijke taken en verplichtingen. In lijn met de wettelijke en maatschappelijke verplichtingen hanteren we een sobere doch doelmatige kwaliteitsnorm voor het wegbeheer met een gezonde balans in kwaliteit en kosten. De kwaliteitsnorm van de gemeente sluit hierbij aan op kwaliteitsniveau C van de CROW publicatie 288. Hierbij wordt gestuurd op het beheersen van risico’s (veiligheid en kapitaalvernietiging) van het gehele wegenareaal en is geen differentiatie gemaakt in wegtypen of gebieden. In september 2017 is door de gemeenteraad tevens het Gemeentelijk Verkeers- en VervoersPlan (GVVP) vastgesteld. Daarin wordt met name ingezet op mensgerichte en integrale maatregelen ten behoeve van de verkeersveiligheid in onze gemeente. Gladheidbestrijding op wegen waarvoor de gemeente de verantwoordelijkheid draagt, vindt momenteel plaats door de eigen buitendienst op basis van het beleidsplan gladheidbestrijding 2018-2028.

36

B. Financiële consequenties Exploitatie - Wegen, straten en pleinen + GVVP Bedragen in €

"Klein" onderhoud wegen "Groot" onderhoud wegen (voorziening wegen) GVVP Gladheidsbestrijding Planstudie en uitvoer N284 Kunstwerken Diverse kosten groen Overige kosten (salarissen / belastingen etc) Kapitaallasten Totaal exploitatie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=ReuselDeMierden&id=e35082ff-0530-4d17-949c-d9dfe6df883d