CConstaterende datReusel-De Mierden
Koppel je AI →
Document · PDF

[22.17184] - Programmabegroting 2023-2026

Gemeenteraad 8 november 2022, gemeente Reusel-De MierdenBij agendapunt: Programmabegroting 2023-202637.092 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Programmabegroting 2023 – 2026

Datum 8 november 2022 Bezoekadres Gemeente Reusel-De Mierden Kerkplein 3 5541 KB Reusel Postadres Postbus 11 5540 AA Reusel Inlichtingen Telefoon 0497-650650 email: gemeente@reuseldemierden.nl

22.17184

Inhoudsopgave Aanbiedingsbrief ................................................................................................................................................ 3 Leeswijzer .......................................................................................................................................................... 4 Coalitieprogramma en prioriteiten ..................................................................................................................... 5 Uitgangspunten en begrotingsbeeld 2023-2026 ............................................................................................... 9 Paragrafen 3.1 Bedrijfsvoering .......................................................................................................................................... 11 3.2 Lokale heffingen ....................................................................................................................................... 15 3.3 Weerstandsvermogen en risicobeheersing .............................................................................................. 19 3.4 Financiering ..............................................................................................................................................

26 3.5 Verbonden partijen ................................................................................................................................... 29 3.6 Onderhoud kapitaalgoederen ................................................................................................................... 36 3.7 Grondbeleid .............................................................................................................................................. 41 Programma's Programma 0. Bestuur en ondersteuning ........................................................................................................ 46 Programma 1. Veiligheid ................................................................................................................................. 50 Programma 2. Verkeer en vervoer .................................................................................................................. 52 Programma 3. Economie ................................................................................................................................. 53 Programma 4. Onderwijs ................................................................................................................................. 56 Programma 5. Sport, cultuur en recreatie .......................................................................................................

58 Programma 6. Sociaal Domein ........................................................................................................................ 61 Programma 7. Volksgezondheid en milieu ...................................................................................................... 65 Programma 8. Volkshuisvesting, Ruimtelijke ordening, Stedelijke vernieuwing (VHROSV) .......................... 68 Bijlagen Bijlage 1. Verschillenanalyse ........................................................................................................................... 71 Bijlage 2. Nieuw beleid en vervangingsinvesteringen 2023-2026 ................................................................... 73 Bijlage 3. Geprognosticeerde balans ............................................................................................................... 80 Bijlage 4. Totaal van lasten en baten per programma + staat van incidentele baten en lasten ...................... 81

2

Aanbiedingsbrief Met deze programmabegroting 2023-2026 ligt de eerste begroting in de huidige raadsperiode, die dit voorjaar is gestart, voor u. Een eerste begroting in een nieuwe raadsperiode betekent niet dat deze begroting daarmee een heel andere begroting is dan in de vorige raadsperiode. Veel activiteiten van de gemeente lopen immers altijd door. Ook de uitvoering van besluiten uit de vorige raadsperiode loopt uiteraard gewoon door. De vaststelling van het collegeprogramma voor de nieuwe raadsperiode liep door het begrotingsproces heen; deze begroting is reeds aan de raad verzonden op het moment dat het collegeprogramma nog moet worden vastgesteld. Desalniettemin is getracht deze twee documenten zo goed mogelijk op elkaar af te stemmen. De meeste aandachtspunten uit het collegeprogramma ziet u dus ook terug in de voorliggende begroting. De voorliggende begroting geeft in financiële zin het volgende beeld: Bedragen in € 2023 2024 Structureel saldo 83.000 500.000 Incidenteel saldo -/- 404.000 -/- 376.000 TOTAAL SALDO -/- -321.000 124.000

2025 1.113.000 -/- 167.000 946.000

2026 -/- 241.000 -/- 152.000 -/- 393.000

Met een structureel sluitend beeld in de eerste drie begrotingsjaren en een verklaarbare daling in 2026 (zie 3.1.6 op blz. 13), stemt het begrotingsbeeld tot tevredenheid. We hopen van ganser harte dat we het jaar 2023 door kunnen zonder dat sprake is van beperkingen vanwege de coronapandemie, die iedereen maar wat graag achter zich wil laten. Tegelijkertijd constateren we dat terwijl de ene crisis nog niet is geëindigd, de volgende crises zich al aandienen. De impact van de oorlog in Oekraïne is groot, evenals andere zeer ingrijpende gebeurtenissen in nationaal en internationaal verband. Denk aan de impact van de energiecrisis, de toeslagenaffaire, de perikelen rondom de opvang en huisvesting van asielzoekers, de woningbouwproblematiek, stikstofcrisis enzovoort. Al die crises en daarmee samenhangende problematieken leggen een groot beslag op de capaciteit van de gemeente en haar samenwerkingspartners. Niet alleen omdat ondersteunende regelingen ter uitvoering bij de gemeente zijn en worden gelegd, maar ook omdat een groot scala aan vragen vanuit burgers, verenigingen en bedrijven bij de gemeente en haar samenwerkingspartners terecht komen. Het gaat dan zowel om heel concrete voorzieningen, maar ook om zorgen over gezondheid of welzijn als gevolg van alle ontwikkelingen, vaak ook nog of mede als uitvloeisel van de coronapandemie.

Het zo goed mogelijk luisteren naar die vragen en/of verwijzen van mensen naar de juiste hulp en de juiste instanties achten we van zeer groot belang en daarvoor moeten andere werkzaamheden desnoods even wijken. Alsof dat al niet voldoende capaciteit zou opslurpen, hebben we te maken met personele schaarste, zowel bij onze eigen organisatie als bij allerlei bedrijven en instanties die we hard nodig hebben. Dit leidt ertoe dat bedrijven soms niet eens meer een aanbieding doen omdat ze het werk niet aankunnen, of dat sprake is van slechts een enkele aanbieder. Ook falen zorgsystemen omdat de capaciteit ontoereikend is. Dat alles laat problemen alleen maar groeien, waardoor de uitdagingen nog verder toenemen. Het werkt ook prijsopdrijvend, terwijl prijzen (lonen, energie, materialen) door allerlei andere ontwikkelingen al sterk onder druk staan. Bovendien staan wijzigingen in wet- en regelgeving zeker niet stil en ook dat vraagt telkens weer aanpassingen -soms zelfs ingrijpend van aard- op gemeentelijk niveau. Ook ontwikkelingen zoals “opnieuw verbinden” in Kempenverband zullen in 2023 een behoorlijke impact hebben op de werkzaamheden die we met z’n allen op ons bordje hebben en krijgen. De bovengenoemde ontwikkelingen maken het lastig om daarop in een begroting voor te sorteren en betrouwbare ramingen te maken.

Prijsontwikkelingen zijn dermate rigoureus, dat daar eigenlijk nauwelijks tegenop te ramen is. Wij hebben daar toch een poging toe gedaan en daarbij via een stelpost enige ruimte gecreëerd voor tegenvallers. Ook in de risicoparagraaf gaan we in op deze ontwikkelingen die de toekomst onzeker maken, zowel voor 2023 maar zeker ook voor de jaren daarna. Met de voorliggende begroting, die structureel sluitend is in de jaren 2023 t/m 2025, hebben we de overtuiging u een evenwichtig document voor te leggen waarvan we denken dat het ook allemaal uitvoerbaar is. We zijn daarbij echter afhankelijk van heel veel factoren, waarvan we er veel zelf niet kunnen beïnvloeden. Zekerheid is wel dat we met z’n allen daarvoor aan de bak moeten: bestuur, organisatie, maar ook en vooral onze inwoners, partners en instellingen. Alléén sámen kunnen we de uitdagingen van deze tijd aan. Burgemeester en wethouders van Reusel-De Mierden, de secretaris, de burgemeester, dhr. J.P.P.S. Ruyters. mw. A.J.M.H. van de Ven. 3

Leeswijzer In hoofdstuk 1, coalitieprogramma en prioriteiten, wordt vooral ingegaan op zaken die vanuit het collegeprogramma 2022-2026 ‘Samen werken aan een vitale samenleving’ op de voorgrond staan en op andere relevante zaken die van belang zijn in relatie tot de prioriteiten die in deze begroting hun beslag hebben gekregen. In hoofdstuk 2 worden de uitgangspunten voor de voorliggende programmabegroting weergegeven. De uitgangspunten worden met een korte opsomming aangehaald. Ook het meerjarenbegrotingsbeeld vindt u in dit hoofdstuk. Hoofstuk 3 bevat de paragrafen. De gemeente dient op basis van het Bbv (Besluit begroting en verantwoording) 7 verplichte paragrafen op te nemen in de begroting. In de paragrafen wordt als een soort van dwarsdoorsnede over alle programma’s heen informatie gegeven over een aantal belangrijke thema’s. De programma’s komen in hoofdstuk 4 aan bod. Een programma is een geheel van activiteiten om beoogde maatschappelijke effecten te bereiken. In een programma is dus een bepaalde samenhang tussen de activiteiten aanwezig. In onze gemeente is ervoor gekozen om de programma-indeling gelijk te laten zijn aan de wettelijk voorgeschreven indeling in taakvelden. De programmabegroting bestaat uit 9 programma’s, die in onze situatie overeenkomen met de taakvelden die vanuit het Bbv zijn voorgeschreven.

Ieder programma is onderverdeeld in producten en heeft een vaste indeling, waarin het volgende is opgenomen:  Ambitie: Hier is een korte samenvatting opgenomen van wat de ambitie is.  Maatschappelijk resultaat: Hier wordt kort aangegeven welke maatschappelijke effecten we verwachten van ons handelen.  Inspanning 2023: De verwachte inspanningen die we in 2023 gepland hebben om de gestelde ambitie c.q. het maatschappelijke resultaat te bereiken (of daar naar toe te groeien). We hebben getracht daarbij zoveel mogelijk rekening te houden met zaken die in het collegeprogramma zijn opgenomen. Bij de bovenstaande onderwerpen moet bedacht worden dat het reguliere werk niet in deze beschrijvingen is meegenomen. Er zijn dus bijvoorbeeld geen omschrijvingen opgenomen van paspoorten of omgevingsvergunningen die we afgeven, want dat is regulier werk. 

Beleidsindicatoren: Per programma is een aantal verplichte beleidsindicatoren opgenomen. Voor de indicatoren wordt een beroep gedaan op bestaande cijfers, veelal vanuit de site waarstaatjegemeente.nl. Die indicatoren zijn niet altijd even actueel en daarom is het jaar vermeld waarop de indicator betrekking heeft. Indien een indicator niet beschikbaar is, wordt dit aangegeven met ‘gegevens niet beschikbaar’. Naast de verplichte indicatoren voor Reusel-De Mierden zijn de vergelijkende gemiddelde indicatoren voor gemeenten tot 25.000 inwoners uit heel Nederland vermeld. Wij wijzen erop dat een eenvoudige vergelijking tussen gemeentelijke cijfers en de landelijke gemiddelden vaak lastig zal zijn omdat verschillende gemeenten anders in elkaar steken. Wat mag het kosten? Hier worden de kosten van het programma weergegeven, gesplitst per product.

Middels bijlagen worden enkele aspecten nog nader uitgediept of toegelicht. Een van de belangrijkste bijlagen is ongetwijfeld de bijlage ‘Nieuw beleid en vervangingsinvesteringen’. De begroting gaat uit van bestaand beleid en in de ‘lijst nieuw beleid en vervangingsinvesteringen’ brengen we de consequenties in beeld van nieuwe beleidsvoornemens. Nieuw beleid kan noodzakelijk zijn vanuit Rijksbeleid, maar kan ook ingestoken worden vanuit prioriteiten of wensen vanuit de raad. Op de lijst nieuw beleid staan ook de vervangingsinvesteringen vermeld. Ofschoon vervanging van afgeschreven activa geen nieuw beleid is, brengen we ze toch op deze lijst in beeld omdat het vervangingsmoment vaak een goed moment is om na te denken of doelstellingen wellicht op een andere wijze beter zouden kunnen worden gerealiseerd. De geprognosticeerde balans en het totaaloverzicht van baten en lasten met staat van incidentele baten en lasten zijn verplichte bijlagen.

4

5

Coalitieprogramma en prioriteiten 1.1. Coalitieakkoord 2022-2026: ‘Samen werken aan een vitale samenleving’ De uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2022 in Reusel-De Mierden was duidelijk. Inwoners hebben gekozen voor het voortzetten van het beleid van de afgelopen jaren. De partijen Samenwerking Reusel-De Mierden en VVD hebben wederom de handen ineengeslagen en een coalitie gevormd. Deze partijen hebben hun ambities voor de jaren 2022-2026 vastgelegd in het coalitieakkoord. Met het coalitieakkoord wordt richting gegeven aan de bestuurlijke koers van de gemeente Reusel-De Mierden voor de komende vier jaar. Belangrijke thema’s uit het coalitieprogramma zijn:  Aandacht voor de schaalsprong-ontwikkelingen die in de Brainportregio op ons afkomen We proberen van deze krachtige economische ontwikkeling te profiteren en daarmee juist een hefboomeffect te creëren om onze samenleving een impuls te geven. We trekken daarin gezamenlijk op met andere gemeenten. Dit vergt een integrale benadering waarbij wonen, mobiliteit, economie en energietransitie zich in samenhang met elkaar ontwikkelen. Dit alles kan bijdragen aan het verhogen van de leefbaarheid in onze kernen op allerlei gebieden, zoals meer woningbouw, voorzieningen en verbeteren bereikbaarheid.

 Behoud van leefbare kernen staat voorop Dat betekent dat er in elke kern voldoende woningbouw naar behoefte moet zijn, elke kern een gemeenschapshuis en basisschool moet hebben en dat de bereikbaarheid zowel in de kern als daarbuiten goed moet zijn. Nu de meeste omleidingsroutes gereed zijn gaan we echt werk maken van het weren van het zwaar vracht- en landbouwverkeer uit de kernen. In onze kernen zit veel vitaliteit en kracht die op een positieve wijze bijdraagt aan het nemen van meer verantwoordelijkheid door inwoners zelf om de leefbaarheid en het welzijn van de eigen kern te behouden. Als gemeente betekent dit dat we willen luisteren naar ideeën van inwoners en ruimte willen geven om te experimenteren om mooie dingen in onze samenleving te laten ontstaan. Dat is voor ons ‘Samen Doen’. Hierdoor wordt de eigen kracht van onze inwoners alleen maar beter benut.  Voorkomen is beter dan genezen We richten onze aandacht op preventie en vroeg-signalering en op het stimuleren van een gezonde leefstijl in het kader van vitaliteit. Hiermee willen we voorkomen dat inwoners in een situatie komen die deelname aan de maatschappij in de weg staat. Een integrale aanpak is nodig zodat de beweging van nazorg naar voorzorg vanuit alle beleidsvelden actief en met overtuiging wordt ingezet.

Speciale aandacht gaat hierbij uit naar onze jongeren, die hun hele toekomst nog voor zich hebben, maar ook naar onze ouderen en mensen met een beperking. ‘Iedereen doet mee’, wat ons betreft. In de afgelopen jaren heeft het gemeentebestuur hard gewerkt om de basis op orde te krijgen, in de komende vier jaren bouwen we samen verder aan een vitale samenleving. Want dat is nodig. De coronapandemie en de huidige ontwikkelingen in de wereld vragen om een samenleving die vitaal is en kijkt naar de toekomst. 1.2. Collegeprogramma 2022-2026 Op basis van het coalitieakkoord is door het college een meerjarig uitvoeringsprogramma opgesteld in de vorm van een collegeprogramma. Het collegeprogramma bevat de nadere uitwerking op de aspecten te bereiken resultaten, inhoud en planning. De financiële uitwerking is terug te vinden in de jaarlijkse programmabegroting. Het college wil met het collegeprogramma aan de raad een leidraad bieden voor haar kaderstellende en controlerende rol. Het college wil aanspreekbaar zijn en werken vanuit verbinding met inwoners, organisaties en ondernemers en aanwezig zijn waar de energie in de samenleving is om zaken voor elkaar te krijgen. We stellen ons ten doel ondernemerschap in de samenleving te stimuleren en kennis en ervaring te benutten.

We hebben regelmatig overleg met onze verschillende partners in de kernen en vragen hen mee te denken over het gemeentelijk beleid. Zij weten doorgaans heel goed wat er in hun omgeving speelt en wat de gemeente daarin kan betekenen. Daarnaast werken we aan een goede samenwerking met andere (Kempen) gemeenten en Verbonden Partijen en focussen daarbij op wat we in verbinding met elkaar kunnen bereiken. Het college wil transparant zijn en in begrijpelijke taal communiceren met de inwoners. Daarbij is persoonlijk contact altijd mogelijk maar ook onze digitale dienstverlening willen we op een goed niveau houden. 6

We geven daarbij uitvoering aan onze servicenormen. Zo weet een inwoner wat hij of zij mag verwachten en wat hij of zij zelf kan doen om snel en goed geholpen te worden. Op het gebied van ruimtelijke ontwikkelingen liggen er veel mooie plannen, zoals het centrumplan Reusel, die naar verwachting in de komende periode tot uitvoering komen. Daarnaast biedt onze mooie groene omgeving veel uitdagingen in het samenspel tussen bedrijvigheid, recreatie en vervoer. Ook in die trajecten biedt het college aan inwoners en ondernemers de mogelijkheid om mee te denken. Het Sociaal Domein is en blijft een aandachtspunt. Het Rijk vraagt gemeenten om steeds meer zelf op te lossen en dat is niet altijd gemakkelijk. Gelukkig hebben we in onze gemeente een groot aantal vrijwilligers die hulp wil bieden aan mensen die een steuntje in de rug nodig hebben. Dit sociale netwerk verbetert de kwaliteit van zorg en leven. Hulp dicht bij huis is belangrijk, bovendien kan het eventuele mantelzorgers en naasten ontlasten. Het is voor iedereen met een hulpvraag belangrijk om zoveel mogelijk op eigen kracht te kunnen blijven doen. Daarom gaan we samen op zoek naar wat het beste past bij de hulpvraag. Ook dat is Samen Doen. Preventie is belangrijk om problemen in de toekomst te voorkomen.

Het college zet in op tijdig signaleren en bieden van zorg, omdat dit mede ten goede kan komen aan de veiligheidsbeleving van onze inwoners. Want inwoners voelen zich in het algemeen in onze gemeente veilig en letten op elkaar. De meldingsbereidheid op het gebied van veiligheid is laag. We stimuleren onze inwoners om eerder een signaal af te geven als er zaken niet ‘pluis’ voelen. Het is in het kader van vitaliteit belangrijk om jong en oud, met of zonder beperking, in beweging te krijgen. Bewegen is gezond en vergroot ook het sociale netwerk, zodat iedereen voortaan echt mee kan doen. Tenslotte streeft het college naar het gezond houden van de gemeentelijke financiën. De laatste jaren is dat moeilijk doordat het Rijk veel uitgaven op het bordje van de gemeente heeft geschoven en tegelijkertijd heeft gekort op de bijbehorende budgetten. Bovendien is de verwachting dat de kosten blijven stijgen. Daar hebben we helaas erg weinig invloed op. Het zal dan ook een enorme uitdaging blijven om in de komende jaren te blijven zorgen voor een structureel sluitende begroting. Het college vertrouwt erop dat het collegeprogramma 2022-2026 een goede basis biedt om in de komende vier jaren samen verder te bouwen aan een vitale samenleving en de doelstellingen uit het coalitieakkoord in concrete daden om te zetten.

Ontwikkelingen in en buiten onze gemeente kunnen leiden tot een tussentijdse bijstelling van doelen en plannen. Dit komt dan tot uitdrukking in de jaarlijkse programmabegroting.

7

8

Uitgangspunten en begrotingsbeeld 2023-2026 2.1. Uitgangspunten In deze paragraaf staan de uitgangspunten, die bij de samenstelling van de begroting 2023-2026 zijn gehanteerd. Vanzelfsprekend sluiten deze zoveel mogelijk aan bij de uitgangspunten, zoals die in voorgaande jaren zijn vastgesteld. Wij volstaan hier met een korte opsomming: 1. Bestaand beleid uit de begroting 2022-2025 inclusief inflatie Het vertrekpunt voor het opstellen van de begroting wordt gevormd door ongewijzigd beleid zoals opgenomen in de begroting 2022-2025. Bij het opstellen van de begroting wordt rekening gehouden met prijsontwikkelingen (inflatie). De meicirculaire houdt inflatiecijfers aan voor de berekening van de hoogte van de algemene uitkering. Het is dan ook voor de hand liggend om in de meerjarenbegroting dezelfde percentages te hanteren. In de meicirculaire is de inflatie 3% voor materiële zaken, 2,3% voor overheid en 3,6% voor lonen. 2. Personeelsbudget In de begroting 2023-2026 vormt het bestaande personeelsbudget op basis van de huidige formatieomvang het uitgangspunt voor de raming van de personeelsbudgetten in de komende jaren (exclusief nieuw beleid). De loonkostenontwikkeling op basis van de CAR/UWO zal gevolgd moeten worden. Tevens zijn de algemene salariskostenontwikkelingen van invloed op de personeelskosten.

Bij de meerjarige berekeningen van de loonkosten gaan wij uit van het stijgingspercentage zoals is opgenomen in de meicirculaire 2022. 3. Rente A. Omslagrente (= rente die aan taakvelden toegerekend wordt) De omslagrente dient te worden berekend aan de hand van de geraamde rentelasten en de geraamde boekwaarden van investeringen, afgerond op een veelvoud van 0,5%. Wij gaan uit van 0,5%. Dat is hetzelfde percentage als in 2022. Omdat we als gemeente per saldo nog steeds rentelasten hebben, zal het omslagpercentage altijd hoger zijn dan 0 en dus afgerond worden op 0,5%. B. Rente toe te rekenen aan alléén de grondexploitatie In onze gemeente is de grondexploitatie (net als alle andere activa) gefinancierd door een mix van vreemd vermogen (geldleningen) en eigen vermogen (reserves). Echter, aan de grondexploitatie mag op basis van het Bbv (Besluit begroting en verantwoording) géén rente worden toegerekend over het eigen vermogen. Dit betekent dat op de gemiddelde rente, zoals die hiervoor bij A. is berekend, nog een correctie moet worden toegepast naar rato van de verhouding eigen vermogen (reserves) en vreemd vermogen (geldleningen) van de gemeente. In de eerstvolgende calculaties moet gerekend worden met een percentage van 0,53. 4. Algemene uitkering In de begroting 2023-2026 is de algemene uitkering opgenomen op basis van de meicirculaire.

Dat betekent dat de herverdeling van het gemeentefonds en de effecten daarvan in deze begroting zijn verwerkt. Het nadelige herverdeeleffect bedraagt voor onze gemeente in 2023 afgerond € 100.000 en vanaf 2024 afgerond € 300.000. Omdat een aantal prijzen -onder meer van energie en materialen- onder invloed van de Oekraïne-oorlog en andere ontwikkelingen in de wereld zeer sterk stijgen, is het aannemelijk dat de indexpercentages zoals die vanuit de meicirculaire zijn overgenomen in onze begroting te laag zullen zijn. Daarom hebben wij uit voorzichtigheidsoogpunt een stelpost opgenomen van afgerond € 434.000 als dekking voor hoger uitvallende kosten. De septembercirculaire is net iets later verschenen dan gebruikelijk. Dat betekent dat deze niet meer kon worden verwerkt in deze begroting. Via de 2e Berap 2022 zullen wij u nader informeren. 5. Belastingen en heffingen Ten aanzien van de afvalstoffenheffing en de rioolheffing wordt een kostendekkende tariefstelling aangehouden, waarbij voor de rioolheffing het in december 2016 vastgestelde VGRP (Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan) 2017-2021 als basis wordt genomen voor de lasten en voor de tariefstijgingen. De werking van het VGRP zal ook voor 2023 voorgezet worden. Verschillen worden geëgaliseerd via de egalisatiereserve riolering. Inmiddels is een nieuw VGRP in voorbereiding.

Voor de OZB-opbrengst gaan wij in de komende begrotingsperiode vooralsnog uit van uitsluitend een correctie met het inflatiepercentage (naar huidige inschatting 2,3%).

9

Behalve de inflatieaanpassing vindt zoals altijd aanpassing plaats op basis van de waardeontwikkeling. Om te kunnen komen tot een gelijkblijvende opbrengst zal bij dalende waardes sprake zijn van hogere tarieven en bij stijgende waardes zal sprake zijn van een daling van de tarieven. Toeristenbelasting Voor de Toeristenbelasting heeft de raad bij amendement besloten om het tarief niet jaarlijks te verhogen met het inflatiepercentage maar eens in de paar jaren met iets grotere stappen verhogingen te verwerken, voor het eerst ingaande het jaar 2025. Het tarief 2023 wordt dus gehandhaafd op € 1,60 per overnachting. Woonforensenbelasting Ook voor de Woonforensenbelasting gaan wij uit van een inflatiecorrectie van 2,3%. Leges Voor de leges geldt het uitgangspunt van kostendekkendheid. Winst maken op samenhangende groepen van leges is niet toegestaan. Vooralsnog wordt alleen gerekend met inflatiecorrectie (2,3%), maar vanuit het uitgangspunt van kostendekkendheid kunnen sommige tarieven tot andere uitkomsten leiden, omdat dan ook indexeringen van salarissen moeten worden meegenomen. 6. Basisgegevens Voor de aantallen inwoners en woningen vormen de werkelijke aantallen per 1 januari 2022 het uitgangspunt. Ramingen voor aantallen inwoners en woningen worden gebaseerd op globale inschattingen vanuit ervaringsgegevens.

Bovendien wordt voor iedere begrotingscyclus de uitgangssituatie bepaald op de laatst bekende werkelijke aantallen. Er wordt voor het aantal woningen niet gekeken naar bijvoorbeeld concrete woningbouwplannen en de status van die plannen. De financiële impact van dit soort relatief geringe inschattingsafwijkingen zijn dermate klein, dat het niet lonend is om veel tijd te steken in een verdere nauwkeurigheid van de schattingen. 2.2. Methodiek De meerjarenbegroting wordt op basis van lopende prijzen vastgesteld. Dit wil zeggen dat in de verschillende jaren de verwachte inflatie, loonontwikkelingen en inkomensmutaties verwerkt zijn. Resultaat is een begroting die een reëler inzicht in het meerjarenperspectief geeft. De begroting maakt onderscheid tussen structurele en incidentele middelen. Structurele middelen zijn jaarlijks terugkerende middelen. Incidentele middelen zijn eenmalig of voor een beperkt aantal jaren terugkerende middelen en welke naar hun aard in elk geval een zeker eindmoment hebben. Om het huishoudboekje van de gemeente gezond te houden is het van belang om de jaarlijks terugkerende lasten te kunnen betalen uit de jaarlijks terugkerende inkomsten. Dat heet dan een structureel en reëel sluitende begroting. Omdat veel gemeenten creatief waren in de duiden van lasten als incidentele lasten, hebben de gezamenlijke provincies de regels wat dat betreft aangescherpt.

Uitgangspunt blijft dat structureel de regel is en incidenteel de uitzondering. Verder is vooral de aard van de last (of baat) bepalend voor de vraag of sprake is van incidenteel of structureel. Als tweede uitgangspunt is ook de looptijd van de last (of baat) van belang. In zijn algemeenheid geldt dat een langere looptijd eerder aanleiding geeft om een last of baat als structureel te moeten beschouwen. Het stuk van de gezamenlijke provincies is voorzien van tal van voorbeelden, die de regels verder duiden. 2.3. Begrotingsbeeld De meerjarenbegroting laat het volgende begrotingsbeeld zien (inclusief nieuw beleid en de verwachte effecten van de herverdeling van het gemeentefonds). Bedragen in €

Structureel saldo Incidenteel saldo TOTAAL SALDO

2023 83.000 -/- 404.000 -/- -321.000

2024 500.000 -/- 376.000 124.000

2025 1.113.000 -/- 167.000 946.000

2026 -/- 241.000 -/- 152.000 -/- 393.000

Voor een verklaring van de verschillen verwijzen wij naar de analyse daarvan in bijlage 1 van deze programmabegroting. In bijlage 4 is een overzicht van baten en lasten per programma opgenomen alsmede een nadere toelichting bij het incidentele saldo. Met name is sprake van een stijging van de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Via de Raadsinformatienota van 30 juni 2022 (corsanr. 22.12338) bent u daar uitgebreider over geïnformeerd.

10

11

3.1

Bedrijfsvoering

3.1.1. Inleiding De afdeling Bedrijfsvoering heeft een belangrijke rol in het ontzorgen van de organisatie in de realisatie van de beleidsdoelen van de gemeente. Het ondersteunt de primaire processen, dienstverlening aan burgers en beleids- en bestuurlijke processen. Wij streven naar een bedrijfsvoering die zodanig is ingericht, dat de uitvoering van de programmabegroting door de ambtelijke organisatie op een zo efficiënt mogelijke wijze kan gebeuren. In deze paragraaf geven we inzicht in de belangrijkste ontwikkelingen en ambities in 2023 op het gebied van bedrijfsvoering. De belangrijkste ambities vanuit de raad en het college met betrekking tot de bedrijfsvoering zijn:  Vergroten van de bestuurskracht;  Samen Doen is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van inwoners, gemeenteraad, college en ambtelijke organisatie;  Verbeteren van de communicatie;  Adequate en zorgvuldige dienstverlening;  Financiële huishouding gemeente op orde. 3.1.2. Vergroten van de bestuurskracht Als kleine gemeente is de zeggenschap in de regio, richting provincie, het rijk en ook internationaal beperkt. Daarom is het voor Reusel-De Mierden belangrijk om continu de samenwerking met anderen op te zoeken om haar doelen te bereiken en onze inwoners beter te vertegenwoordigen in de regio, richting de provincie, het rijk en internationaal.

Dit doen we door kansen te benutten van (internationale) samenwerking met aangrenzende gemeenten. Internationaal blijven we deelnemen aan Benego (Belgisch Nederlands grensoverleg). Daarnaast werken we zoveel mogelijk samen op gebieden waar dit de kwaliteit van de dienstverlening aan onze inwoners ten goede komt, gebaseerd op drie pijlers: kwaliteit, efficiency en het voorkomen van kwetsbaarheid. Tot slot zijn we sinds 2022 aangesloten bij de K-80 (kleine gemeentes) met als doel een grotere stem richting het Rijk te hebben en vinden er samenwerkingsvormen op allerlei gebied plaats met andere Kempengemeentes.

3.1.3. Samen Doen is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van inwoners, gemeenteraad, college en ambtelijke organisatie Samen Doen is een begrip binnen onze manier van werken. Voor veel van onze medewerkers is het onderdeel van hun dagelijks werk. Samen met onze inwoners hebben we al veel projecten op kunnen pakken en dit zal ook in 2023 een vervolg krijgen. Doorontwikkeling van Samen Doen is en blijft belangrijk om nog beter te kunnen voorzien in wat onze inwoners van ons nodig hebben. 3.1.4. Verbeteren van de communicatie We gebruiken zowel analoge als digitale communicatiemiddelen om onze doelgroepen op maat te kunnen voorzien van informatie. In 2023 blijft er extra aandacht voor de Digi-toegankelijkheid van onze website. Zo kunnen ook inwoners met een beperking op een goede manier van onze digitale kanalen gebruik maken. Communicatie wordt ook steeds meer onderdeel van ieders werk. Niet alleen om (lopende) zaken adequaat met onze inwoners te communiceren maar ook om mooie resultaten te delen van de gezamenlijke inspanningen tussen gemeente en inwoners. Ook zijn we aan het experimenteren met nieuwe vormen van communicatie. Het gebruik maken van filmpjes is hier een passend voorbeeld bij. 3.1.5. Adequate en zorgvuldige dienstverlening In 2023 geven we een vervolg aan het uitvoeringsprogramma dienstverlening.

Per team staan hierop actiepunten om de goede dienstverlening te behouden en verbeterpunten door te voeren. Zo proberen we nog meer invulling te geven aan de visie op dienstverlening, waarbij we dat stapje extra willen zetten als goede gastheer/-vrouw. Ook blijven wij de digitale ontwikkelingen volgen om blijvend te voldoen aan de wens van de inwoner om zaken snel en eenvoudig vanuit huis te regelen. Dit blijft uiteraard ook fysiek vanuit het gemeentehuis mogelijk. Daarnaast gaan we bekijken hoe we invulling kunnen geven aan nieuwe wetgeving in het kader van de Wet open overheid, de digitale overheid en de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer. Dit alles om onze dienstverlening richting de inwoners en het zijn van een transparante overheid verder te verbeteren. Tot slot is de werkgroep dienstverlening, die tijdelijk was gestopt vanwege Covid-19, weer actief.

12

3.1.6. Financiële huishouding gemeente op orde Het meerjarenbeeld in de voorliggende begroting geeft een wisselend beeld: de jaren 2023, 2024 en 2025 zijn structureel sluitend. Het jaar 2026 toont nog een structureel tekort. Daarbij merken wij echter op dat dit veroorzaakt wordt door een daling van de algemene uitkering, zoals die op basis van de meicirculaire is berekend. Extra middelen die toegevoegd zijn aan het gemeentefonds zijn door de regering niet doorgerekend naar de jaren na 2025, waardoor de daling ontstaat. De verwachting is dat dit nog wel een keer gaat gebeuren, maar daar kunnen we op dit moment niet mee rekenen. Belangrijk te vermelden is dat alle gelden die ter bestrijding van de effecten van corona aan de gemeente beschikbaar zijn/worden gesteld -onder meer via de algemene uitkering- ook voor dat doel beschikbaar worden gehouden. Eveneens is het belangrijk om te vermelden dat wij vanwege sterk oplopende prijzen (veel sterker dan de inflatiepercentages, welke wij op basis van de meicirculaire hebben geraamd) een stelpost voor extra lastenstijgingen hebben opgenomen van € 433.000 in 2023, oplopend naar € 605.000 in 2025 en daarna weer afnemend naar € 325.000.

Conform advies van de deskundigen die de programmatuur onderhouden waarmee wij de algemene uitkering berekenen is deze stelpost gebaseerd op 17,5% (advies 15 à 20%) van het voordelige verschil van de meicirculaire. 3.1.7. Informatiebeveiliging Informatiebeveiliging betreft het totale pakket aan maatregelen om de beschikbaarheid, integriteit en vertrouwelijkheid van de gemeentelijke informatiesystemen te waarborgen. Vanaf 1 januari 2020 is de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) van kracht, het uniforme normenkader informatiebeveiliging voor de gehele Nederlandse overheid. Na het vaststellen van dit nieuwe beleid, heeft de gemeente in samenwerking met de andere Kempengemeenten, de GRSK en Kempenplus, een informatiebeveiligingsplan opgesteld waarin actiepunten zijn opgenomen die voortkomen uit de BIO. Daarnaast wordt een ISMS (Information Security Management System) ingericht, zodat inzichtelijk wordt gemaakt welke risico’s we lopen en verbeterplannen kunnen worden opgesteld. De gemeente verantwoordt zich jaarlijks aan de gemeenteraad en stelselhouders/betrokken ministeries over informatiebeveiliging via het verantwoordingsstelsel ENSIA (Eenduidige Normatiek Single Information Audit). Omdat een van de belangrijkste factoren die van invloed is op de mate van informatieveiligheid de factor ‘mens’ is, wordt er nog steeds veel tijd gestoken in bewustwording.

Naast dat de online training iBewustzijn is verlengd, krijgen nu ook alle nieuwe medewerkers een fysieke training informatiebeveiliging en privacy. Het blijft namelijk belangrijk om medewerkers bewust te maken van goed informatiebeheer en ze te leren waar ze op moeten letten, zodat we grote incidenten hopelijk kunnen voorkomen. 3.1.8. Duurzame Digitale Opslagvoorziening (DDO) archief De gemeente is krachtens de gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Eindhoven (MRE) aangesloten bij de gemeenschappelijke archiefdienst, het Regionaal Historisch Centrum Eindhoven (RHCe). De Duurzame Digitale Opslagvoorziening (DDO) van het RHCe is inmiddels volledig operationeel en in 2022 zijn alle bouwvergunningen van de gemeente Reusel-De Mierden tot 1997 digitaal overgebracht naar dit edepot. De kosten voor opname van archiefbescheiden in het DDO vallen onder de begroting van het RHCe. Daarbij moet benoemd worden dat de kosten voor de in het DDO opgenomen archiefbescheiden op termijn, wanneer de totale omvang van het DDO substantieel toeneemt, doorberekend worden aan de afzonderlijke gemeenten, zoals dat nu ook gedaan wordt voor het aantal strekkende meters analoog archief.

Afhankelijk van de toename van digitale archiefbescheiden in het DDO is het nog onduidelijk wanneer het RHCe deze doorbelasting invoert en wat de financiële consequenties daarvan zijn voor de gemeente, afhankelijk van de omvang van de opgenomen digitale archiefbescheiden. De gemeente dient tevens rekening te houden met extra kosten voor de eigen informatiesystemen, om opname van informatie vanuit de gemeentelijke informatiesystemen in het DDO op termijn mogelijk te maken. Omdat het RHCe een vreemde eend in de bijt is van de MRE, wordt er gesproken over een ontvlechting van het RHCe uit de MRE. Het RHCe heeft aangegeven door te willen gaan in een andere bestuursvorm. De precieze uitwerking hiervan is nog onduidelijk. Het uitgangspunt is dat dit niet gepaard moet gaan met kostenverhoging voor de deelnemende gemeenten. Tegelijk is het nog onduidelijk of er regiogemeenten zullen afhaken en wat hiervan de financiële consequenties zijn voor de achterblijvende gemeenten. Ook is er nog geen duidelijkheid over de kosten voor het gebouw waar het RHCe in zit, wat nu eigendom is van de MRE. Deze ontwikkelingen zorgen voor (financiële) onduidelijkheden voor de toekomst. 3.1.9. Personeel & Organisatie Ook in 2022 waren de gevolgen van Covid-19 nog merk- en voelbaar in onze organisatie.

Hybride werken heeft meer en meer vorm gekregen en is inmiddels niet meer weg te denken in onze manier van werken. De krapte op de arbeidsmarkt zal ook in 2023 aanhouden en heeft als consequentie dat het soms langer duurt voordat openstaande vacatures ingevuld kunnen worden. Tegelijkertijd wordt meer en meer ingezet op ‘binden en boeien’ teneinde uitstroom te voorkomen. Samen met P&O worden hiervoor thema’s benoemd die verder uitgewerkt en ingezet zullen worden. Tot slot is een begin gemaakt met meer procesmatig te 13

werken door het in kaart brengen van processen, deze te optimaliseren, implementeren en bij te sturen. Dit krijgt in 2023 een vervolg. 3.1.10. Personeelsbudget Onderstaand een overzicht van het begrote personeelsbudget per 1 januari 2023, zoals dat in deze meerjarenbegroting is opgenomen: Organisatieonderdeel / team:

Loonkosten inclusief sociale lasten Bedragen in €

Gemeenteraad

2023

2024

2025

2026

241.000

249.000

258.000

267.000

Burgemeester en wethouders

403.000

417.000

432.000

448.000

Griffie

125.000

130.000

135.000

140.000

Gemeentesecretaris

137.000

142.000

148.000

153.000

Afdeling Ontwikkeling en Dienstverlening 115.000

119.000

123.000

128.000

Team Maatschappelijke en Ruimtelijke ontwikkeling

Hoofd afdeling Ontwikkeling en Dienstverlening

2.049.000

2.117.000

2.187.000

2.259.000

Team Ruimtelijk beheer

1.003.000

1.039.000

1.077.000

1.115.000

499.000

516.000

535.000

555.000

Team Externe dienstverlening Afdeling Bedrijfsvoering Hoofd afdeling Bedrijfsvoering Team Concern en control Team Interne dienstverlening Totale loonkosten inclusief sociale lasten

112.000

116.000

120.000

125.000

1.180.000

1.219.000

1.259.000

1.301.000

611.000

633.000

656.000

679.000

6.475.000

6.697.000

6.930.000

7.170.000

14

3.2 Lokale heffingen 3.2.1. Algemeen De lokale heffingen zijn een integraal onderdeel van het gemeentelijk beleid. De uitvoering van gemeentelijk beleid raakt daarmee elke burger, bedrijf of instelling direct in zijn/haar portemonnee. Zij wensen -terechtwaar voor hun geld. Lokale belastingen en heffingen staan dan ook sterk in de belangstelling. Het doel van deze paragraaf is om integraal informatie te geven over alles wat met lokale heffingen te maken heeft. 3.2.2. Geraamde opbrengsten Een totaaloverzicht van de opbrengsten belastingen en heffingen. Soort Bedragen in €

Rekening 2021 2.874.000 149.000 40.000 662.000 1.362.000 28.000 559.000 49.000 205.000

2022* 2.945.000 184.000 26.000 784.000 1.324.000 37.000 501.000 72.000 132.000

2023 3.012.000 140.000 26.000 780.000 1.440.000 37.000 605.000 72.000 136.000

Begroot 2024 3.054.000 143.000 27.000 803.000 1.489.000 37.000 606.000 73.000 176.000

2025 3.097.000 147.000 27.000 827.000 1.525.000 38.000 610.000 74.000 178.000

2026 3.140.000 150.000 28.000 852.000 1.560.000 39.000 617.000 75.000 181.000

5.928.000

6.005.000

6.248.000

6.408.000

6.523.000

6.642.000

Onroerende zaakbelasting Toeristenbelasting Woonforensenbelasting Afvalstoffenheffing Rioolheffing Marktgelden Leges omgevingsvergunningen Leges bestemmingsplannen Overige leges (burgerzaken, rijbewijzen, reisdocumenten, bijzondere wetten enz.) Totaal * Inclusief nieuw beleid en begrotingswijzigingen

Doordat onderliggende aantallen in de loop van de tijd wijzigen, zijn de bedragen in bovenstaande tabel niet altijd te herleiden naar een bijstelling met het inflatiepercentage van 2,3%. 3.2.3. Ontwikkelingen Wet Waardering onroerende zaken (WOZ) De WOZ-waarde wordt vastgesteld naar het waardepeil per 1 januari van het jaar voorafgaande aan het belastingjaar. In 2023 wordt de waarde dus vastgesteld naar het peil van 1 januari 2022. Er is een flinke stijging van het aantal verkochte woningen, bovendien is er sprake van een waardestijging. Wat al die ontwikkelingen precies gaan betekenen voor de OZB-tarieven is nog niet duidelijk. In de periode 2018 tot en met 2022 zijn de gemeenten op last van de Waarderingskamer overgaan op het onderbouwen van de waardering van de woningen op basis van m² gebruiksoppervlakte in plaats van m³ inhoud. Dit is bepaald om een betere aansluiting met de BAG (Basisregistratie Adressen en Gebouwen) te realiseren en omdat de makelaars ook uitgaan van m² gebruiksoppervlakte Leges De kostendekkendheid van de legestarieven wordt jaarlijks gevolgd. Tevens wordt er nadrukkelijker gekeken of alles wat doorberekend kan worden, ook daadwerkelijk via de leges wordt verhaald. Het is niet toegestaan dat de gemeente winst maakt op legesopbrengsten. Daarmee wordt rekening gehouden bij de bepaling van de tarieven.

In 2021 is in het kader van een afstudeerstage een methodiek ontwikkeld om de kosten en opbrengsten van de leges nauwkeuriger in kaart te brengen. De bedoeling was om die systematiek ten behoeve van de begroting 2022 uitgebreid toe te passen. Voor het grootste deel van de legesopbrengsten (en dus ook voor de daaraan ten grondslag liggende kosten) is de Omgevingswet erg belangrijk. De ingangsdatum van de nieuwe Omgevingswet is echter voorlopig uitgesteld naar 1 januari 2023, een definitief besluit over de inwerkingtreding is gepland voor 1 november 2022. Vanuit een oogpunt van efficiency hebben wij ervoor gekozen de nieuwe systematiek pas toe te passen op de leges na invoering van de nieuwe Omgevingswet omdat dan zowel het vergunningenstelsel als de kosten die in de leges mogen worden meegerekend, gaan veranderen. In de begroting 2023 is nog gebruik gemaakt van de oude systematiek, maar wij hebben wel de uitvraag voor de nieuwe systematiek gedaan, zodat we voorbereid zijn zodra er duidelijkheid bestaat over de ingang van de nieuwe wetgeving. In de kosten, die ten grondslag liggen aan de legestarieven wordt rekening gehouden met de te betalen BTW én met de overheadkosten. De overheadkosten en de BTW worden niet geraamd en verantwoord op de programma’s en producten. De overhead wordt centraal inzichtelijk gemaakt op het taakveld ‘overhead’ in de begroting.

Zoals bij dat taakveld is beschreven, worden de overheadkosten extracomptabel bepaald ten behoeve van de tariefbepaling. De systematiek, welke daarvoor wordt gebruikt, is beschreven in de ‘Financiële Verordening’ en komt erop neer dat de overheadkosten worden verdeeld naar rato van het aantal uren dat aan een product wordt besteed.

15

Berekening kostendekkendheid leges

Bedragen in €

(kosten incl. overhead)

Omgevingsvergunningen Bestemmingsplannen Burgerzaken c.a. Overige Totaal lasten

588.367 110.375 70.171 51.427 820.340

Opbrengst leges Dekkingspercentage

813.421 99,16%

3.2.4. Beleid en tariefstelling Algemene uitgangspunten De algemene uitkering uit het gemeentefonds is de belangrijkste inkomstenbron van de gemeente. De gemeentelijke belastingen en heffingen zijn de belangrijkste, door de gemeente te beïnvloeden, inkomstenbronnen. Bij de riool- en afvalstoffenheffing en de leges is 100% kostendekking het uitgangspunt. De tarieven worden dus bepaald door de raming van de kosten. De overige tarieven stijgen in beginsel met het inflatiepercentage van 2,3%, waarmee ook in de algemene uitkering wordt gerekend. OZB-tarieven Het OZB-tarief wordt uitgedrukt in een percentage van de WOZ-waarde. De nieuwe WOZ-waardes voor 2023 zijn nog niet allemaal bekend. Bij de definitieve vaststelling van de verordeningen met de tarieven voor 2023 zullen de tarieven uiteraard aangepast worden aan de waardemutaties (lagere tarieven bij een waardestijging of hogere tarieven bij een waardedaling). Voor de OZB-opbrengst wordt in deze begroting uitgegaan van een aanpassing met inflatiecorrectie (2,3%). Tarief afvalstoffenheffing Voor de afvalstoffenheffing 2023 worden de ervaringen van de afgelopen jaren meegenomen bij het vaststellen van de nieuwe tarieven. De tarieven voor 2023 worden zoals gebruikelijk in de raadsvergadering van december vastgesteld.

Op basis van huidige inzichten gaan we uit van € 3,10 voor een tariefzak voor restafval (ongewijzigd ten opzichte van 2022) en € 2,30 per lediging van een 140-liter GFT-container (was € 2,25). Het vastrecht daalt een klein beetje, van € 96,48 in 2022 naar € 96,24 per jaar in 2023. Berekening kostendekkendheid Afvalstoffenheffing Kosten taakveld incl. (omslag)rente Inkomsten taakveld excl. heffingen Netto kosten taakveld

Bedragen in € 851.431 261.997 589.434

Toe te rekenen kosten: Overhead incl. (omslag)rente BTW en Vpb Totale kosten

65.324 125.540 780.298

Opbrengst heffingen Dekkingspercentage

779.665 99,92%

Tarief rioolheffing Voor de rioolheffing geldt als algemene regel dat de lasten worden gebaseerd op het vastgestelde VGRP en dat het verschil tussen lasten en baten wordt geëgaliseerd via de egalisatievoorziening riolering. Zodoende worden grote pieken en dalen in de tarieven voorkomen. Voor 2023 wordt een tarief voorgesteld van € 1,98 per m³ (was in 2022 € 1,92). De stijging van 2022 naar 2023 is hoger dan de inflatiecorrectie van 2,3%. Dat komt vooral door gewijzigde kosten, die nodig zijn om het rioolareaal op voldoende niveau te houden. In 2023 zal er een nieuw Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (VGRP) worden opgesteld. De voorbereidingen hiervoor zijn al gestart. Hierbij zullen ook nadrukkelijker de nieuwe wettelijke taken met betrekking tot de watertaken worden betrokken. Het bredere takenpakket heeft ook gevolgen voor de 16

Verordening Rioolheffing. In 2023 zal er in samenhang met het nieuwe Rioleringsplan een onderzoek plaatsvinden, waarbij gekeken wordt of de huidige systematiek van heffen (gebaseerd op het waterverbruik) nog voldoende aansluit op het uitgebreide takenpakket. Ook speelt mee dat er momenteel te veel afwijkende gevallen zijn (zoals eigen waterwinningsinstallaties) die de uitvoering van de rioolheffing complexer maken. Berekening kostendekkendheid Rioolheffing Kosten taakveld incl. (omslag)rente Inkomsten taakveld excl. heffingen Netto kosten taakveld

Bedragen in € 1.102.581 1.102.581

Toe te rekenen kosten: Overhead incl. (omslag)rente BTW Totale kosten

222.455 184.805 1.509.841

Opbrengst heffingen Onttrekking egalisatievoorziening riolering Totaal inkomsten Dekkingspercentage

1.431.540 78.301 1.509.841 100,00%

Voorzieningen riolering en afvalstoffenheffing Voor de rioolheffing en voor de afvalstoffenheffing bestaan egalisatievoorzieningen waaraan eventuele overschotten in de opbrengsten worden toegevoegd of waaruit eventuele tekorten worden gedekt. Kosten en opbrengsten worden dus verevend. In de begroting lijken de opbrengsten de uitgaven te overstijgen. Dat komt doordat de BTW-component en de overhead wel worden doorberekend middels de tarieven, maar niet worden geraamd en verantwoord op deze producten. Toeristenbelasting en woonforensenbelasting Voor de Toeristenbelasting heeft de raad in 2021 bij amendement besloten om de tarieven niet jaarlijks met de inflatiecorrectie aan te passen, maar periodiek te verhogen met iets grotere stappen, voor het eerst ingaande 2025. Voor 2023 blijft het tarief dan gelijk aan het tarief in 2022, derhalve € 1,60 per overnachting. Voor de opbrengst houden we ingaande 2022 rekening met een daling van de inkomsten. Dat heeft te maken met de bezetting van vakantieparken door toeristen en onder meer arbeidsmigranten. Voor het tarief voor de Woonforensenbelasting houden we rekening met inflatiecorrectie van 2,3%. Omdat de waarde hier mede bepalend is voor het tarief, kunnen we het exacte tarief nu nog niet melden.

3.2.5. Lokale lastendruk 2023 per huishouden Uitgangspunten:  OZB: gemiddelde woningwaarde € 377.000 (schatting), tarief eigenaren 0,0841% (schatting op basis tarief 2022, gecorrigeerd voor gemiddelde stijging woningwaarde en inflatie);  Afval: 7,34 GFT-ledigingen à € 2,30 + 3 restafvalzakken à € 3,10 + vastrecht € 96,24;  Riool: 133 m³ waterverbruik à € 1,98. Op basis van de meest actuele gegevens is een inschatting gemaakt van de basisgegevens, zoals gemiddelde woningwaarde, aantal GFT-ledigingen en afvalzakken en gemiddeld waterverbruik. De gegeven uitgangspunten leiden tot het volgende beeld van de gemiddelde belastingdruk per huishouden: Bedragen in €

Onroerende zaakbelastingen eigenarengedeelte Afvalstoffenheffing Rioolheffing Totaal per huishouden

Werkelijk 2021* 351,86 123,45 244,40 719,71

Raming 2022* 345,35 122,32 251,52 719,19

Raming 2023 317,06 122,22 263,34 702,62

*Werkelijk 2021 en raming 2022 afkomstig uit respectievelijk jaarstukken 2021 en het raadsvoorstel belastingtarieven 2022 (RA 21.086).

17

3.2.6. Kwijtscheldingsbeleid Algemeen De wettelijke regels gaan ervan uit dat een belastingplichtige een aanslag moet betalen. Alleen in een aantal uitzonderlijke situaties kan kwijtschelding worden verleend. Dat kan alleen als de gemeenteraad die mogelijkheid heeft vastgesteld. De raad doet dat in het gemeentelijk kwijtscheldingsbeleid. Dit beleid bepaalt de belastingen waarvoor kwijtschelding mogelijk is en de voorwaarden waaronder kwijtschelding plaatsvindt. De gemeenteraad is hierbij gebonden aan landelijk voorgeschreven regels. Deze regels komen erop neer dat alleen belastingplichtigen met een inkomen tot ongeveer bijstandsniveau en zonder vermogen voor kwijtschelding in aanmerking komen. Kwijtscheldingsbeleid van onze gemeente Het beleid van onze gemeente is opgenomen in raadsvoorstel 016a-2015. De belangrijkste punten van dat beleid zijn:  Kwijtschelding kan alleen verleend worden voor aanslagen van onroerende zaakbelastingen, afvalstoffenheffing en rioolheffing. Hierbij wordt opgemerkt dat voor de afvalstoffenheffing de kwijtschelding is beperkt tot het vastrecht en maximaal 5 ledigingen van GFT-containers per kalenderjaar.  De kosten van bestaan zijn gesteld op 100% van de bijstandsnorm (beleidskeuze; standaard is dit 90% van de bijstandsnorm).

 De kosten van bestaan van AOW-gerechtigden zijn gesteld op 100% van de toepasselijke netto AOWbedragen (beleidskeuze; standaard is dit 90% van de bijstandsnorm).  Er wordt rekening gehouden met de kosten voor kinderopvang (beleidskeuze; standaard is dit € 0,00).  Er wordt geen kwijtschelding verleend aan ondernemers (beleidskeuze). Voor de bijstandsnorm werd rekening gehouden met de zgn. kostendelersnorm voor jongeren vanaf 21 jaar. Dat wordt per 1-1-2023 gewijzigd in 27 jaar.

18

3.3 Weerstandsvermogen en risicobeheersing 3.3.1. Algemeen Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de weerstandscapaciteit (de middelen waarover de gemeente beschikt / kan beschikken om niet begrote kosten te dekken) en het totaal aan gekwantificeerde risico’s, waarvoor geen voorzieningen zijn getroffen, verzekeringen zijn afgesloten of waar ook anderszins geen beheersmaatregelen tegenover staan. Voor de raad is het weerstandsvermogen van belang omdat er nooit een situatie zal zijn, waarin geen risico’s meer bestaan. De raad moet vanuit de kaderstellende en controlerende taak inzicht hebben in de ruimte die er is om eventuele tegenvallers op te kunnen vangen. Als die ruimte onvoldoende groot is, moeten aanvullende maatregelen genomen worden. 3.3.2. Beleid Bij raadsbesluit van 7 juli 2020 is de nota ‘Reserves, voorzieningen & afschrijvingsbeleid’ herzien. Hierin zijn onder andere regels opgenomen over hoe om te gaan met reserves en voorzieningen en op welke wijze afschrijving plaatsvindt op activa. In het kader van deze paragraaf is van belang dat in het beleid is bepaald dat de algemene reserve bestaat uit 2 delen:  Een niet besteedbaar deel wat nodig is ter dekking van de gekwantificeerde risico’s, vermenigvuldigd met de vastgestelde ratio (1,8);  Een vrij besteedbaar deel. Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de volgende onderdelen: a.

Algemene reserve b. Post onvoorzien c. Onbenutte belastingcapaciteit d. Begrotingsruimte Ad a. Algemene reserve De stand van de algemene reserve per 31-12-2022 schatten wij op dit moment in op € 7.591.000 en deze wordt uitgesplitst in: - Niet besteedbaar ter afdekking van risico’s (incl. ratio) € 3.607.000 - Vrij besteedbaar € 3.984.000 Voor de bepaling van het niet besteedbare deel van de algemene reserve zijn de regels toegepast uit het in juli 2020 vastgestelde beleid op dit gebied. De gekwantificeerde risico’s, zoals die in deze paragraaf zijn beschreven, belopen een bedrag ad € 2.004.000. Dat bedrag vermenigvuldigen we op basis van het in juli 2020 vastgestelde beleid met een factor 1,8, hetgeen tot een bedrag leidt van afgerond € 3.607.000. De bestemmingsreserves laten we buiten de berekening van de weerstandscapaciteit. Bestemmingsreserves moeten meer gezien worden als een soort verplichtingen (er staat een bestedingsdoel tegenover). Daarom nemen we die niet mee in de berekening. Ad b. Post onvoorzien Jaarlijks wordt in de begroting een post onvoorzien opgenomen ter grootte van € 13.000 (€ 1 per inwoner), bedoeld voor bijzondere, niet voorziene kosten. Ad c.

Onbenutte belastingcapaciteit De omvang van de belastingcapaciteit is de ruimte tussen de feitelijk te verwachten opbrengst en de opbrengst die de gemeente zou moeten realiseren wanneer zij een beroep doet op artikel 12 van de Financiële-verhoudingswet (de zogenaamde artikel 12-norm). Volgens die norm moeten de afvalstoffenheffing en het rioolrecht kostendekkend zijn. Dat uitgangspunt hanteren wij ook. Dan blijft de onbenutte capaciteit van de onroerende zaakbelasting over. Voor 2023 geldt daarvoor een factor van 0,1729% van de totale WOZ-waarde, hetgeen resulteert in een onbenutte belastingcapaciteit voor ReuselDe Mierden van afgerond € 1,344 miljoen. Ad d. Begrotingsruimte Indien sprake is van een positief begrotingssaldo wordt dit meegerekend in de weerstandscapaciteit. Stille reserves Stille reserves zijn activa die te laag of tegen nul zijn gewaardeerd, maar die in principe direct verkoopbaar zijn. Van de omvang van de stille reserves is de volgende indicatie te geven: 19

Object Oppervl. Boekwaarde Aanduiding boekwaarde Waarde Basis waardeberekening Verschil Landbouwgrond, geliberaliseerde pacht 36,4 ha € Boekwaarde 31-12-2021 € 3.094.000 364.000m² x € 8,50 € 3.094.000 Landbouwgrond, vaste pacht 102,7 ha € Boekwaarde 31-12-2021 € 4.364.750 1.027.000 m² x € 8,50 x 0,5 € 4.364.750 Bossen, visvijver, landschapelementen 950 ha € Boekwaarde 31-12-2021 € 8.075.000 9.500.000 m² x 0,85 € 8.075.000 Gemeentehuis/bibliotheek € 1.920.244 Boekwaarde 31-12-2021 € 3.212.000 WOZ-waarde 1-1-2021 € 1.291.756 Gemeentewerf € Boekwaarde 31-12-2021 € 464.000 WOZ-waarde 1-1-2021 € 464.000 Sportzaal Den Houtert Lage Mierde € Boekwaarde 31-12-2021 € 676.000 WOZ-waarde 1-1-2021 € 676.000 Sporthuis Reusel € 1.996.487 Boekwaarde 31-12-2021 € 2.370.000 WOZ-waarde 1-1-2021 € 373.513 Brede School Plus Lage Mierde (Opstap+Ster) € 2.238.537 Boekwaarde 31-12-2021 € 2.800.000 WOZ-waarde 1-1-2021 € 561.463 Basisschool De Akkerwinde Hooge Mierde € 463.473 Boekwaarde 31-12-2021 € 1.330.000 WOZ-waarde 1-1-2021 € 866.527 Basisschool St.

Clemens Hulsel € 2.048 Boekwaarde 31-12-2021 € 584.000 WOZ-waarde 1-1-2021 € 581.952 Basisschool De Torelaar Reusel € 254.483 Boekwaarde 31-12-2021 € 1.220.000 WOZ-waarde 1-1-2021 € 965.517 Basisschool De Leilinde Reusel € 1.472.358 Boekwaarde 31-12-2021 € 3.010.000 WOZ-waarde 1-1-2021 € 1.537.642 Basisschool De Klimop Reusel € 1.128.401 Boekwaarde 31-12-2021 € 1.380.000 WOZ-waarde 1-1-2021 € 251.599 CC De Kei Reusel € 44.706 Boekwaarde 31-12-2021 € 788.000 WOZ-waarde 1-1-2021 € 743.294 Brandweerkazerne Reusel € 131.128 Boekwaarde 31-12-2021 € 340.000 WOZ-waarde 1-1-2021 € 208.872 Sportpark Den Hoek Reusel € 1.197.100 Boekwaarde 31-12-2021 € 2.370.000 WOZ-waarde 1-1-2021 € 1.172.900 Sportpark De Leeuwerik Hooge Mierde € 190.129 Boekwaarde 31-12-2021 € 438.000 WOZ-waarde 1-1-2021 € 247.871 Sportpark D'n Daalacker Lage Mierde € 24.903 Boekwaarde 31-12-2021 € 635.000 WOZ-waarde 1-1-2021 € 610.097 Sportpark 't Kantje Hulsel € 59.226 Boekwaarde 31-12-2021 € 549.000 WOZ-waarde 1-1-2021 € 489.774 Gildeterrein Broekkant Lage Mierde € Boekwaarde 31-12-2021 € 179.000 WOZ-waarde 1-1-2021 € 179.000 Woning Sportpark 1 Reusel € Boekwaarde 31-12-2021 € 399.000 WOZ-waarde 1-1-2021 € 399.000 Kinderdagverblijf Dooleg Reusel € 122.620 Boekwaarde 31-12-2021 € 294.000 WOZ-waarde 1-1-2021 € 171.380 Gronden Kleine Hoeven voormalige fase 2 € 850.000 Boekwaarde 31-12-2021 € 850.000 taxatie 2017 € €

12.095.843 € 39.421.750 € 27.325.907

De stille reserves hebben dus een omvang van afgerond € 27,3 miljoen. Het is op basis van het Besluit begroting en verantwoording (Bbv) niet toegestaan om een waarde aan stille reserves toe te kennen en die waarde vervolgens mee te rekenen in de reservepositie. De reservepositie kan vanuit de stille reserves dus alleen toenemen door deze stille reserves om te zetten in geld (te gelde maken middels verkoop). 3.3.3. Risico’s De samenloop van risico’s is een ander aspect van het vermogen van de gemeente om financiële tegenvallers op te vangen (=weerstandsvermogen). Inventariseren van risico’s, een inschatting maken van de kans op deze risico’s en het beheersen en managen van risico’s is hierbij van wezenlijk belang. Hierna wordt een overzicht gegeven van de risico’s in het licht van het weerstandsvermogen. De weerstandscapaciteit kan dan afgezet worden tegen de samenloop van de geïnventariseerde risico’s, zodat ‘beoordeeld’ kan worden of het weerstandsvermogen afdoende is. De vertaling van deze risico’s in bedragen is gebaseerd op inschattingen. Indien er sprake is van nauwkeurige berekeningen van concrete verplichtingen is vorming van voorzieningen nodig. Deze paragraaf geeft dan ook geen raming van budgetten die worden aangehouden om tegenvallers op te vangen, maar slechts een indicatie van het vermogen om tegenvallers op te kunnen vangen.

Dat vermogen zit dan vooral in de reserves. De gemeente Reusel-De Mierden raamt altijd zo reëel mogelijk. Het blijven echter ramingen, zodat er altijd een risico is, dat de werkelijkheid anders is dan de ramingen. Wij achten dat risico niet dusdanig dat daarmee in de sfeer van weerstandsvermogen rekening moet worden gehouden. Reëel ramen betekent echter ook dat er geen ‘lucht’ in de ramingen zit ‘voor het geval dat’. Als bepaalde risico’s, zoals bijvoorbeeld inbraakschade, verzekerd zijn, dan ramen wij geen kosten voor die schade, óók niet voor een eventueel (beperkt) eigen risico. Mochten zich dan onverhoopt toch schades voordoen, dan kunnen ramingen dus tekort schieten. Daarover wordt dan gerapporteerd via bestuursrapportages. Hetzelfde geldt voor bijzondere omstandigheden. Zo kunnen extreme weersomstandigheden tot extra kosten leiden (extra gladheidbestrijding, stormschades enz.). Gelet op onze ervaringen achten wij het niet nodig om op dit gebied in het kader van het weerstandsvermogen met bijzondere risico’s rekening te houden. Grondexploitatie / Bestemmingsplannen Op grond van artikel 6.1 van de Wet op de ruimtelijke ordening bestaat de mogelijkheid dat onevenredige schade als gevolg van bestemmingswijziging moet worden vergoed. Hiervoor zijn geen specifieke middelen gereserveerd. In principe worden eventuele claims op de ontwikkelaars van een plan afgewenteld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=ReuselDeMierden&id=e35082ff-0530-4d17-949c-d9dfe6df883d