CConstaterende datReusel-De Mierden
Koppel je AI →
Document · PDF

[22.13986] - 220607 Toelichting

Gemeenteraad 18 april 2023, gemeente Reusel-De MierdenBij agendapunt: Bestemmingsplan Witrijt 3, Reusel26.561 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Uit de adviezen blijkt dat bijvoorbeeld de aan te leggen landschappelijke inpassing in de vorm van beplantingszones rondom het bedrijf en de aanleg van groene oevers rondom de Wadi een leefgebied kunnen zijn voor kleine marterachtigen. Uit advies 4 volgt ten aanzien van de kleine marterachtigen tevens dat het voedselaanbod kan worden vergroot door het graven van een poel, vandaar dat er ook een watervoerende poel is opgenomen in de natuurcompensatie. Om de ambities ten aanzien van de patrijs en andere akkervogels in het NNB gebied te ondersteunen wil de initiatiefnemer zich conformeren aan het inzaaien van een akkerrand van 5 meter breed. Deze zal parallel aan het beoogde wandelpad in oost-west richting jaarlijks worden aangelegd. Op basis van advies 5 in bijlage 6 van het ecologisch onderzoek is hierdoor een positief effect op de akkervogels te verwachten ten opzichte van de reguliere maisteelt op dit perceel.

18 MEI 2022

52 

Bestemmingsplan Buitengebied, Witrijt 3 Reusel Voorontwerp

4.9.4

Conclusie

Er zijn geen effecten ten aanzien van gebiedsbescherming (Natura 2000 en Natuurnetwerk Brabant) te verwachten. Een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming voor het bedrijf in het plangebied is niet noodzakelijk, zo blijkt uit de uitgevoerde stikstofberekeningen van bouw/sloop en gebruiksfase. Als de kapwerkzaamheden buiten het broedseizoen (grofweg 15 maart – 15 juli) worden uitgevoerd dan kunnen effecten op broedvogels worden voorkomen en is er voor de vogels geen ontheffing op de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Er is voor de overige natuurwaarden geen ontheffing noodzakelijk.

18 MEI 2022

 53

Bestemmingsplan Buitengebied, Witrijt 3 Reusel Voorontwerp

WATERPARAGRAAF 4.10.1

Inleiding

Het doel van de watertoets is te waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundig relevante plannen en besluiten. De watertoets is in het leven geroepen omdat met name het waterbeleid een wezenlijk andere oriëntatie heeft gekregen: van reageren naar anticiperen. Water heeft een aantal specifieke kwantitatieve en kwalitatieve eigenschappen waar de ruimtelijke ordening rekening mee moet houden. Een watertoets maakt de mogelijke negatieve invloeden van de oprichting van de woning binnen het plangebied inzichtelijk. Tevens geeft de watertoets oplossingsrichtingen aan waarmee mogelijke optredende negatieve invloeden beperkt of ongedaan gemaakt kunnen worden. Het waterschap heeft een aantal principes gedestilleerd, die van belang zijn als vertrekpunt van het overleg tussen initiatiefnemer en waterbeheerder. Het plangebied valt onder het beheer van waterschap De Dommel. 4.10.2

Relevant beleid

KEUR Voor waterhuishoudkundige ingrepen in het plangebied is de “Keur Waterschap De Dommel 2015” van toepassing. De Keur is een waterschapsverordening die gebods- en verbodsbepalingen bevat met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. Op grond van de Keur is het onder andere verboden om handelingen te verrichten waardoor het onderhoud, aanvoer, afvoer en/of berging van water kan worden belemmerd, zonder een ontheffing van het waterschap.

Figuur 4-8 Uitsnede kaart ‘Beschermde gebieden Keur’ Waterschap de Dommel (1-6-2021)

Bovenstaande figuur geeft een beeld van de ligging van het plangebied op de keurkaart beschermingsgebieden van de ‘Keur’. Hieruit blijkt dat de locatie is gelegen in het grondwaterdeelgebied: ‘Westelijke zandgronden’. Uit onderstaande figuur van de legger ‘oppervlaktewaterlichamen 2018’ blijk dat ten zuiden en oosten van het plangebied leen A-watergang

18 MEI 2022

54 

Bestemmingsplan Buitengebied, Witrijt 3 Reusel Voorontwerp

ligt in de vorm van een sloot die afwatert in noordelijke richting. Aan de noordzijde en westzijde liggen B-watergangen die afwateren op de A-watergangen rondom het plangebied. Langs de Awatergangen liggen beschermingszones van 5 meter breed en aan de oostzijde ligt een ambitie voor de realisatie van een natuurvriendelijke oever. Voor de realisatie van de natuurvriendelijke oever is een profiel van vrije ruimte van 5 meter vanaf de insteek van de sloot van toepassing. Ten oosten van het plangebied liggen beschermde gebieden voor de waterhuishouding en attentiegebieden ter plaatse van de natuurgebieden (NNB). De A-watergang aan de oostzijde van het plangebied tevens een beekdal van de rouwenbogtloop, dit betreft een beekje dat ontspringt in dit gebied en uitmond in de Raamloop.

Figuur 4-9 Uitsnede legger ‘Oppervlaktewaterlichamen 2018’, locatie Witrijt 3

In figuur 4-10 is een uitsnede weergegeven van de kaart ‘Algemene regel versnelde afvoer regenwater’ door verhard oppervlak. Uit deze keurkaart blijkt dat het plangebied is gelegen in een voor verharding gevoelig oppervlak gezien het feit dat er een factor 1 aan wordt toegekend. Deze factor is bepalend bij het berekenen van de benodigde waterbergende voorziening voor de gecontroleerde afvoer van regenwater vanaf de verharding.

18 MEI 2022

 55

Bestemmingsplan Buitengebied, Witrijt 3 Reusel Voorontwerp

Figuur 4-10 Uitsnede keurkaart algemene regel versnelde afvoer regenwater door verhard oppervlak (blauw is plangebied)

WATERBEHEERPROGRAMMA 2022-2027 - WATER ALS BASIS VOOR EEN TOEKOMSTBESTENDIGE LEEFOMGEVING. Het water- en bodemsysteem is onontbeerlijk voor een gezonde en leefbare ruimtelijke inrichting van Noord-Brabant. Meer dan ooit is het belangrijk om rekening te houden met het concept van de lagenbenadering om een toekomstbestendige leefomgeving te waarborgen. Door klimaatverandering en ruimtelijke druk, staat immers de veerkracht van het water en bodemsysteem onder druk. De lagenbenadering beschrijft de ruimte in drie lagen. De eerste laag bestaat uit de fysieke ondergrond, het water- en bodemsysteem. De tweede laag bevat netwerken van infrastructuur met onder meer wegen, spoorlijnen en waterwegen. Tot slot de derde laag met de menselijke activiteiten zoals wonen, werken en recreëren en de fysieke neerslag daarvan. Ruimtelijke planning en gebiedsontwikkeling is een proces waarin continu keuzes worden gemaakt. De lagenbenadering helpt in dit keuze- en afwegingsproces en dient als kwaliteitskader voor alle (ruimtelijke) plannen. Elke laag draagt bij aan de ontwikkeling. De lagenbenadering betekent wel dat een onderliggende laag voorwaarden stelt aan andere lagen. Zeker vanuit een perspectief van duurzame ontwikkeling zijn veerkracht en omkeerbaarheid van ingrepen belangrijke gegevenheden.

Met het Waterbeheerprogramma 2022-2027 start Waterschap De Dommel met de ‘watertransitie’; op weg naar een toekomstbestendige waterhuishouding. Uiterlijk in 2050 is de waterhuishouding in ons hele beheergebied toekomstbestendig. Dit betekent een waterhuishouding die in een goede waterkwaliteit voorziet. En een waterhuishouding die robuust, wendbaar en in balans is met de omgeving. Zowel in het bebouwde als het landelijke gebied en van de beekdalen tot en met de hoge zandruggen. Het grond- en oppervlaktewatersysteem kan de grotere weersextremen opvangen door maximaal gebruik te maken van de dempende sponswerking van de bodem/ondergrond en de natuurlijke hoogteverschillen voor het vasthouden van water.

18 MEI 2022

56 

Bestemmingsplan Buitengebied, Witrijt 3 Reusel Voorontwerp

We hanteren drie principes die inhoudelijke sturing geven aan de watertransitie: • Elke druppel vasthouden en infiltreren waar deze valt • Functies passen zich aan het bodem- en watersysteem aan • Wat schoon is moet schoon blijven We moeten ons, nog meer dan voorheen, aanpassen aan de veranderende leefomgeving en op zoek gaan naar nieuwe oplossingen en antwoorden. Juist de voor Midden-Brabant zo karakteristieke verwevenheid van bebouwing, landbouw en natuur is een kans om de wateropgaven slim in te passen. Dit vereist een integrale, gebiedsgerichte aanpak samen met alle partijen. Een gebiedsgerichte aanpak is alleen succesvol als naast de wateropgaven ook de opgaven vanuit natuur, stikstof, economie, landbouwtransitie, energietransitie, biodiversiteit, mobiliteit en woningbouw onderdeel van de aanpak zijn. Niet sectoraal, maar integraal. Alleen dan gaan we oplossingen vinden voor een leefbaar Midden-Brabant met een duurzaam en toekomstbestendig watersysteem dat goed is voor inwoners, bedrijven, landbouw en natuur. De grote uitdaging zit hem vooral in de vraag hoe we dit gaan bereiken. Meer dan voorheen gaan we daarbij: ▪ van beekdalgericht naar gebiedsgericht; onze aandacht gaat naast het beekdal ook uit naar de flanken, de hoge zandruggen en bebouwd gebied.

▪ van sectoraal naar integraal; samen met overheden en gebiedspartners maken we keuzes over meerdere opgaven in een gebied. ▪ van water afvoeren naar elke druppel telt; maximaal water conserveren, minder grondwater gebruiken en slimmer sturen.

GEMEENTELIJK RIOLERINGSPLAN 2017-2021 Het waterbeleid van de gemeente Reusel-De Mierden is opgenomen in het (verbreed) gemeentelijk rioleringsplan 2017-2021 (vGRP). Het vGRP beschrijft het beleid, de ambities en de te nemen maatregelen ten aanzien van afvalwater, grondwater en hemelwater binnen de gemeente. Hemelwater mag niet worden geloosd op het vuilwaterriool. Het hemelwater dient daarom in de bodem te infiltreren of te worden afgevoerd naar oppervlaktewater. Op plaatsen waar sprake is van grote dakoppervlakken wordt rechtstreekse (gebufferde) lozing van dakwater naar de bodem of het oppervlaktewater voorgeschreven (Bouwbesluit). Op deze manier wordt vervuiling van afstromend hemelwater door contact met verontreinigde oppervlakken (straatvuil) voorkomen. Voor de verwerking van afstromend hemelwater van intensief gebruikte terrein- en wegverhardingen streeft de gemeente naar het toepassen van zuiverende voorzieningen, zoals een bodem/bermpassage, voordat lozing naar het oppervlaktewater plaatsvindt. Bij een toename van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk neutraal worden uitgevoerd.

Het doel hierbij is te voorkomen dat hemelwater als gevolg van uitbreiding van het verhard oppervlak versneld op het oppervlaktewater wordt geloosd.Onder een uitbreiding wordt verstaan een ruimtelijke ontwikkeling waarbij wordt gebouwd aan de grenzen van bestaande bebouwing (direct langs de bebouwde kom). Onder inbreiding wordt verstaan een ruimtelijke ontwikkeling waarbij wordt gebouwd binnen bestaande bebouwing (in de bebouwde kom). Bij nieuwe in- en uitbreidingen wordt te allen tijde het proces van de watertoets gevolgd. In dit geval is sprake van een uitbreiding zoals bedoeld in het gemeentelijke rioleringsplan.

18 MEI 2022

 57

Bestemmingsplan Buitengebied, Witrijt 3 Reusel Voorontwerp

Ten aanzien van dimensionering van de hemelwatervoorzieningen worden de keurregels gevolgd en de gemeentelijke eisen voor de verschillende fasen van het project zoals opgenomen in het gemeentelijke PVE. De gemeente toetst op basis van onderstaande criteria, waarbij deze ook gelden voor burgerlijke initiatieven: • •

•

Ontwerp hemelwaterafvoer: bui 8, aandacht voor vormgeving van de openbare ruimte zodanig dat zoveel mogelijk extra water bij zwaardere buien kan worden geborgen; Ontwerp compensatieberging: 20 mm indien het verhard oppervlak kleiner is dan 500 m2, zorgdragen voor een noodoverloop van de compensatieberging naar een laagte, watergang of regenwaterriool; Ontwerp compensatieberging: 60 mm indien het verhard oppervlak groter is dan 500 m2, zorgdragen voor lediging van de voorziening in circa 24 uur.

Voor verwerking van hemelwater als gevolg van wijziging van verhard oppervlak gelden dezelfde, bovenstaande eisen zoals gesteld aan in- en uitbreidingen. 4.10.3

Bodemsamenstelling en geohydrologische situatie

In onderstaande figuur is de geomorfologische situatie in het plangebied in beeld gebracht. Het westelijke deel van het plangebied bestaat uit een ‘peervormige’ dekzandrug, aangegeven met een gele kleur. Richting de oostzijde loopt het plangebied over in een beekdal glooiing (legergroen) en rondom de Rouwenbogt loop en ten westen hiervan ligt een beekdalbodem zonder veen (grasgroen).

Figuur 4-11 Geormorfologische kaart van het Waterschap De Dommel (aangeleverd door het Waterschap)

Het plangebied loopt af naar de oostzijde, hierdoor is er sprake van een lagere grondwaterstand in het westen van het plangebied dan aan de natter oostzijde. Aan de westzijde is sprake van een

18 MEI 2022

58 

Bestemmingsplan Buitengebied, Witrijt 3 Reusel Voorontwerp

Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) van 80 – 100 cm beneden maaiveld. Naarmate het plangebied dichter bij het beekdal in de oostzijde komt is de grondwatertrap lager. Hier is de GHG 20-40 centimeter onder het maaiveld.

Figuur 4-12 Uitsnede digitale GHG kaart van het Waterschap De Dommel (aangeleverd door het Waterschap), met de rode lijn is het plangebied aangeduid.

Uit de uitsnede van de actuele hoogtekaart blijkt het aflopende terrein richting de Rouwenbogtloop. Op de hoogste gelegen delen van het plangebied (ter plaatse van de woning en bestaand bijgebouw) is de hoogte ruim 31 meter boven NAP. Op het meest laagste gelegen gebied aan de oostzijde langs de beek is de hoogte 29 meter boven NAP.De bodem ter plaatse van het plangebied bestaat uit een zwarte enkeerdgrond met leemarm en zwak lemig fijn zand.

Figuur 4-13 Uitsnede digitale Hoogtekaart van het Waterschap De Dommel (aangeleverd door het Waterschap)

18 MEI 2022

 59

Bestemmingsplan Buitengebied, Witrijt 3 Reusel Voorontwerp

4.10.4

Hydrologisch neutraal bouwen

De drie Brabantse waterschappen Aa en Maas, De Dommel en Brabantse Delta hanteren sinds 1 maart 2015 dezelfde (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt. Deze (beleids)uitgangspunten zijn geformuleerd in de “Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen”. De 4e herziening van deze beleidsregels is toegepast in dit plan. Bij een toename en afkoppelen van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. De waterschappen maken bij het beoordelen van plannen met een toegenomen verhard oppervlak onderscheid tussen grote en kleine plannen. Hoewel er relatief veel kleine plannen zijn, veroorzaken deze op deelstroomgebiedsniveau nauwelijks een toename van de maatgevende afvoer. Het waterschap maakt grofweg onderscheid in projecten met een toename van verhard oppervlak van 500 m² tot 10.000 m² en meer dan 10.000 m². Toename verhard oppervlakte In onderstaande tabel is op basis van de inventarisatie van het verharde oppervlakte in de situatieschetsen in bijlage 1 en 2 de toename van het verhard oppervlakte berekend. Hierbij is buiten beschouwing gelaten het onverharde pad richting het ten zuiden gelegen agrarische perceel.

Deen half verhard aangelegde parkeerplaatsen aan de voorzijde en achterzijde van het bedrijf zijn wel meegenomen als verhard oppervlakte, als ‘worst case’ benadering.

Bestaande situatie Verharding Bebouwing

Nieuwe situatie Verharding bestaand Verharding nieuw Halfverharding Bebouwing bestaand (minus sloop) Bebouwing nieuw

m2 711 566 + 1277 m2 711 4991 467 472 4470 + 11.111

Toename verhard oppervlakte Bestaand Nieuw Toename

m2 1277 11.111 + 9834

Tabel 4-7 Berekening toename van verhard oppervlakte

18 MEI 2022

60 

Bestemmingsplan Buitengebied, Witrijt 3 Reusel Voorontwerp

Bij ontwikkelingen waarbij de toename van het verhard oppervlak 500 m2 of groter is, wordt vanuit het waterschap retentie geëist. Hiervoor geldt de volgende formule: Benodigde retentiecapaciteit (in m3) = toename verhard oppervlak (in m 2) x gevoeligheidsfactor x 0,06. Daarnaast gelden er de volgende voorwaarden: •

•

•

Daarbij dient de voorziening te voldoen aan de volgende voorschriften: De bodem van de voorziening dient boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te liggen; De afvoer uit de voorziening via een functionele bodempassage naar het grondwater en/of via een functionele afvoerconstructie naar het oppervlaktewater plaatsvindt. Indien een afvoerconstructie wordt toegepast, dient deze een diameter van 4 cm te hebben; Daarnaast moet er altijd een overloopconstructie zijn, om uitspoeling naar de sloot te voorkomen.

Voor de toename van verhard oppervlakte zullen waterbergende voorzieningen worden aangelegd binnen het plangebied. Het waterretentiegebied dient een retentiecapaciteit te hebben van 590 m3 op basis van de ingevulde volgende formule: Benodigde retentiecapaciteit (in m3) = toename verhard oppervlak (in m2) x 1 x 0,06. 4.10.5

Waterberging

In overleg met deskundige van het waterschap en gemeente is samen met de initiatiefnemers een plan opgezet om te komen tot een waterberging in het plangebied. Uitgangspunt bij de voorzieningen is om zoveel mogelijk water te laten infiltreren op de hoogste delen van het plangebied (westzijde). Daarnaast is het plan om een deel van het hemelwater van de loods direct te lozen op een te realiseren poel, hiermee wordt de poel gevoed met het schoonste hemelwater, wat ten gunste komt aan de natuurkwaliteit van de poel. In drogere tijden kan het eens in de paar jaar voorkomen dat de poel alsnog droog valt, dit is in principe positief voor het beoogd gebruik als amfibieën poel. Het droogvallen voorkomt dat er vissen in de poel komen, die de amfibieën(eitjes) opeten. Als randvoorwaarde bij het ontwikkelen van de waterberging is het beheer van de Rouwenbogt aan de oostzijde van het plangebied van belang. De Rouwenbogt wordt via het plangebied beheerd (geschouwd) door het Waterchap. Hiervoor wordt een strook van 5 meter vrijgehouden tussen de aan te leggen wadi/poel en de insteek van de Rouwenbogt voor het beheer en onderhoud van de Rouwenbogt. De waterbergende voorzieningen zijn in figuur 4-14 weergegeven door de landschapsarchitect en bestaat uit een gekoppeld watersysteem gebaseerd op zo langzaam mogelijke afvoer en zoveel mogelijk infiltratie.

18 MEI 2022

 61

Bestemmingsplan Buitengebied, Witrijt 3 Reusel Voorontwerp

Figuur 4-14 Uitsnede bijlage 10 van waterbergende voorzieningen

In figuur 4-14 zijn met de blauwe lijntjes de hemelwater afvoeren in beeld gebracht vanaf het bedrijf, komende vanaf de verharding en het hoofdgebouw. De paarse lijn geeft de hemelwaterafvoer weer vanaf de noordelijke loods, deze loost direct op de watervoerende poel. Het hemelwater vanaf de verharding op de 10 meter brede erfbeplantingzones. Vervolgens zal het water twee brede greppels bereiken aan de buitenzijdes van de erfbeplantingzones. Het hemelwater vanaf het dak van het hoofdgebouw wordt direct geloosd op de greppels. Om gebruik te maken van de lagere GHG aan de westzijde van het plangebied wordt de zuidelijke sloot opgedeeld in twee zones, gescheiden door een dam die zo is ontworpen dat de greppel praktisch geheel kan worden gebruikt als waterberging. Centraal tussen gebouwen B en C wordt een molgoot aangelegd in de verharding, deze goot watert in oostelijke richting af richting de erfbeplanting. In bijlage 10 zijn technische doorsneden opgenomen van de verschillende voorzieningen, in onderstaande figuur is hier een uitsnede van gegeven.

Figuur 4-15 Uitsnede Si-03 bijlage 10 met waterbergende voorzieningen en aanduidingen 18 MEI 2022

62 

Bestemmingsplan Buitengebied, Witrijt 3 Reusel Voorontwerp

In figuur 4-16 zijn de doorsneden van de greppels weergegeven. Hieruit blijkt dat het westelijke deel van de zuidelijke greppel de breedste en diepste greppel wordt, om hier zoveel mogelijk water te kunnen bergen. Deze berging zal vervolgens overstromen richting het oostelijke deel van de zuidelijke greppel via de dam. Hierbij is rekening gehouden met een waking van 10 centimeter. De oostelijke greppel is tevens ontworpen conform doorsnede 1-1. Alle greppels hebben een gemiddeld watervoerend pakket van 1,5 meter breed. In deze greppels zal het merendeel van de infiltratie plaatsvinden.

Figuur 4-16 Doorsneden Si-03 bijlage 10 van waterbergende greppels

Bij zware buien zullen de greppels gaan lozen op de wadi via een PVC buis die op voldoende diepte wordt gelegd maar waarbij gebruik gemaakt wordt van een soort van cyflon constructie die pas vol loopt op het moment dat de wakingsgrens in de greppel wordt overschreden. In de wadi voorziening is tevens gebruikt gemaakt van twee dammen om te komen tot een trapsgewijze afvoer richting zone C waarin de poel ligt. Er wordt onderscheid gemaakt in de tekening in zones A, B en C. In de zones A en B is sprake van een GHG van 0,4 meter, hier wordt rekening gehouden met een waking van 0,2 meter. Hier kan dus een waterberging gerealiseerd worden van 0,2 meter. Als zone A vol staat met 0,2 meter water dan loopt het water over de dam richting zone B enz. Zie onderstaande doorsnede van zones A en B. Omdat het maaiveld afloopt naar het oosten wordt een kleine dam aan de oostzijde van de wadi opgericht om de gehele wadi te kunnen benutten.

Figuur 4-17 Doorsneden Si-03 bijlage 10 van de Wadi zone A en B

18 MEI 2022

 63

Bestemmingsplan Buitengebied, Witrijt 3 Reusel Voorontwerp

In zone C is de permanent watervoerende poel gelegen, dit is het natste deel van het terrein en dit heeft een GHG van 0,3 meter onder maaiveld. Ook hier wordt rekening gehouden met een waking van 0,2 meter, waardoor er hier 0,1 meter water kan worden geborgen. Aan de noordoostzijde is een noodoverstort voorziening opgenomen die in extreme omstandigheden kan voorzien in een noodoverstort van de wadi naar de Rouwenbogtloop. Op basis van het gemeentelijke advies heeft de noodoverstort een diameter van 315 mm. Het doel hiervan is om in extreme omstandigheden wateroverlast in het plangebied en daarbuiten te voorkomen. Zie onderstaande doorsnede van zone C.

Figuur 4-18 Doorsneden Si-03 bijlage 10 van de Wadi zone C

In bijlage 10 is een tabel opgenomen met berekeningen van de hoeveelheid te bergen water in de diverse waterbergende voorzieningen. Hieruit blijkt dat er in het plan in totaal 636,4 m3 water kan worden geborgen en worden geïnfiltreerd. Dit is 46,36 m3 meer dan noodzakelijk op basis van de eisen van gemeente en waterschap, naast de overige maatregelen is hiermee een extra buffer opgebouwd in het systeem om een noodoverstort te voorkomen, ook bij zwaardere buien dan van 60 mm. In overleg met gemeente en waterschap is geïnventariseerd of het plangebied geschikt is voor infiltratie. De bodemsoort betreft op basis van de informatie van Bodemdata.nl uit een Hoge zwarte enkeerdgronden met leemarm en zwak lemig fijn zand (code zEZ21). In deze gronden zit het leemgehalte op 0-17,5 μm (bron: https://landschapsleutel.wur.nl), deze gronden hebben normaal

gesproken een hoge K-waarde en zijn geschikt voor infiltratie. Ter bevestiging van deze algemene informatie zijn begin december 2021 een drietal indicatieve boringen gezet in het plangebied met een edelmanboor. De boringen zijn gezet ter plaatse van de zuidelijke infiltratiegreppel (boring 1), ter plaatse van de oostelijke infiltratiegreppel (boring 2) en ter plaatse van de Wadi (boring 3). In figuur 4-19 zijn in drie foto’s de profielen inzichtelijk gemaakt.

18 MEI 2022

64 

Bestemmingsplan Buitengebied, Witrijt 3 Reusel Voorontwerp

Figuur 4-19 Foto’s drie profielen tot 1,7 meter diepte geboord van links naar rechts boring 1-3.

Uit bovenstaande figuur valt op dat met name in boringen 1 en 2 het profiel van de enkeerdgronden met een dikke zwarte teeltlaag op zand goed te herkennen is. In boring 1 zit het gele zand op 1 meter diepte, daarna volgt leemarm fijn gelig zand. De teeltlaag is in boring 2 het dikste tot ongeveer 1,4 meter diep, daarna volgt leemarm en witter zand. Boring 3 is, zoals verwacht, verreweg de natste boring waar op ongeveer 1 meter onder het maaiveld grondwater werd aangetroffen. Hierdoor is ook de overgang van de teeltaarde naar het wittere zand moeilijk te onderscheiden, mogelijk is de grond hier ook verstoort en oogt het wat moerderiger. Ongeveer op 0,7 meter onder het maaiveld wordt hier voor het eerst wit zand waargenomen. Er zijn tijdens de boringen geen dichte leemlagen aangetroffen die een verticale of horizontale infiltratie van regenwater in de weg staat. De foto’s van de boringen zijn ter controle toegestuurd naar gemeente en waterschap. 4.10.6

Waterkwaliteit

Enkel schoon regenwater mag worden geïnfiltreerd. Om de kwaliteit van het hemelwater te garanderen, dienen onderdelen welke met regenwater in aanraking kunnen komen, te worden vervaardigd of te bestaan uit niet-uitloogbare bouwmaterialen, zoals kunststoffen, gecoat staal, gecoat zink of aluminium (in plaats van lood, asfalt, et cetera). Door het gebruik van niet-uitlogende materialen komen geen verhoogde concentraties verontreinigende stoffen (DuBo-maatregelen) voor in het te infiltreren water. Infiltratie van afgekoppelde verhardingen, zoals opritten, parkeerplaatsen en terrassen, mag niet verontreinigd zijn met chemische bestrijdingsmiddelen, olie, agressieve reinigingsmiddelen of andere verontreinigende stoffen.

18 MEI 2022

 65

Bestemmingsplan Buitengebied, Witrijt 3 Reusel Voorontwerp

4.10.7

Hergebruik hemelwater

Er is in het bouwplan een voorziening opgenomen om hemelwater te hergebruiken dat afkomstig is vanaf het dakoppervlakte van de loods D. Deze voorziening bestaat uit een put of silo van ongeveer 100 m3 waar het hemelwater direct op wordt geloosd, als de voorziening vol is wordt het niet gebruikte hemelwater afgevoerd richting de poel. Hiermee worden meerdere doelen bereikt. Enerzijds kan hemelwater worden gebruikt voor de spoelplaats, hiervoor hoeft dan geen leidingwater of grondwater te worden gebruikt. Anderzijds kan het water worden gebruikt in droge perioden voor beregening van de tuin, erfbeplanting of de agrarische gronden ter plaatse van het demoveld. In de berekeningen van de berging van de waterberging wordt geen rekening gehouden met deze opvang, hierdoor ontstaat er extra marge in de dimensionering van de waterberging. In andere woorden zal er in de praktijk door deze voorziening minder water direct lozen op de poel dan waar in de berekeningen de Wadi op is gedimensioneerd. 4.10.8

Afvoer (huishoudelijk)afvalwater

In de nieuwe situatie wordt het huishoudelijk afvalwater van de woning, het huishoudelijk afvalwater uit het nieuwe hoofdgebouw en het spoelwater van de spuitplaats geloosd op de bestaande drukriolering. Het hemelwater van de nieuwe bebouwing en verharding is afgekoppeld van het riool en wordt overwegend geïnfiltreerd in de bodem zoals omschreven in de vorige subparagraaf. In de bestaande situatie was ter plaatse van het plangebied sprake van een camping met ongeveer 30 plaatsen. Uitgaande van 2-3 bezoekers per plaats was er de afgelopen decennia sprake van een belasting op het drukriool overeenkomstig het gebruik van 60-80 personen van douches en toiletten. In de beoogde situatie worden er in het hoofdgebouw 3 toiletten gerealiseerd en een douche. De spoelplaats zal, conform de uitgangspunten in het geluidsrapport, maximaal 30 minuten per dag worden gebruikt. Er zal in de spoelplaats gebruik gemaakt worden van een hogedrukreiniger met een relatief hoge druk en daardoor een relatief laag waterverbruik van maximaal 25 liter per minuut. Het gebruik van 30 minuten x 25 liter komt neer op 750 liter spoelwater per dag. Dit kan eventueel gebufferd worden afgevoerd op het hogedrukriool in overleg met de gemeente. Er wordt in ieder geval een vet/olieafscheider en een slibopvangput toegepast.

Deze aspecten worden in het kader van milieu en bij de omgevingsvergunning nader getoetst door de gemeente. 4.10.9

Conclusie

In deze waterparagraaf zijn uitvoerig de wateraspecten van de planontwikkeling beschreven. Hiervoor is gebruik gemaakt van de deskundige kennis van de gemeente en het waterschap en er is hierover meermaals vooroverleg gevoerd met deze partijen. Op basis hiervan is een degelijk infiltratieplan ontwikkeld dat aansluit bij de ambities van het waterschap en de gemeente om te komen tot waterinfiltratie op de hoge gronden, benutten van de erfbeplanting als infiltratievoorziening, het hergebruik van hemelwater voor spoelwater en zorgvuldige afvoer van afvalwater. Daarnaast zijn er maatregelen genomen die aansluiten bij de natuurambities in en rondom het plangebied, zoals de aanleg van een poel en het lozen van hemelwater van de loods direct op de poel om te komen tot de best mogelijke waterkwaliteit in de poel.

18 MEI 2022

66 

Bestemmingsplan Buitengebied, Witrijt 3 Reusel Voorontwerp

VERKEER EN PARKEREN Het beperken van de nadelige milieugevolgen van het verkeer van personen of goederen naar een inrichting is een te beschermen milieubelang. In deze paragraaf beschouwen wij wat het effect is van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling op dit aspect. De te behandelen onderwerpen zijn: parkeerbehoefte, de inrit tot het bedrijf, verkeersaantrekkende werking van de inrichting en verkeersveiligheid. 4.11.1

Parkeren

Het parkeren van alle voertuigen geschiedt op eigen terrein. Ten behoeve van de nieuwbouw wordt aangesloten bij de eis van 9 parkeerplaatsen per 1000 m 2 industriefunctie oppervlakte. Het hoofdgebouw bestaat uit 3.420 m2 industriefunctie, hiervoor zijn dus 31 parkeerplaatsen verplicht. De overige bedrijfsgebouwen hebben een opslagfunctie. Er worden 5 parkeerplaatsen aangelegd voor kort parkeren van bezoekers aan de voorzijde van het hoofdgebouw, hier wordt ook de hoofdingang van het bedrijf gesitueerd. Er worden 26 parkeerplaatsen aangelegd voor lang parkeren van bijvoorbeeld het persoon. Deze parkeervoorzieningen worden aan de oostzijde van de loods gerealiseerd, zie bijlage 2 voor de positionering van de parkeervoorzieningen. Hiervoor wordt nieuwe waterdoorlatende verharding aangelegd (Quarzitische Grauwacke Flachkorn 0/12 in een 100% gebroken natuursteen ). Ten behoeve van de nieuw te bouwen loods en rondom het hoofdgebouw dient nieuwe erfverharding aangelegd te worden om de loods te bereiken en om te kunnen draaien op het binnenplein. Hiervoor zijn de minimaal benodigde breedtes aangehouden op basis van de CROW. 4.11.2

Nieuw aan te leggen zuidelijke inrit

In het onderzoek industrielawaai is beoordeeld dat een seperate zuidelijke inrit, zonder al te veel scherpe bochten, leidt tot minder geluidsbelasting dan het gebruik van de noordelijke inrit. De zuidelijke inrit is aangelegd in een gebogen richting op verzoek van omwonenden aan de Denestraat. Door de nieuwe zuidelijke inrit kan het privé verkeer naar de bedrijfswoning worden gescheiden van het bedrijfsverkeer. Door de zuidelijke inrit kan het verkeer dus rustig en gecontroleerd het bedrijf bereiken zonder klem te rijden op de smalle noordelijke inrit met veel haakse bochten.

4.11.3

Verkeersaantrekkende werking

De voorgenomen ontwikkeling heeft een verkeersaantrekkende werking die groter is dan de verkeersaantrekkende werking van de bestaande camping. In tabel 4-8 zijn de vervoersbewegingen in de beoogde situatie van en naar het bedrijf weergegeven. Voor de duidelijkheid: waar er 50 vervoersbewegingen voor bezoekers staat, dat zijn dus 25 individuele bezoeken die heen en terug naar het bedrijf gaan. Daarnaast zijn er in het geluidsrapport rekening gehouden met incidentele aantrekkende bewegingen in de avond of nacht, deze bewegingen zullen zich slechts een beperkt aantal keer per jaar voordoen.

18 MEI 2022

 67

Bestemmingsplan Buitengebied, Witrijt 3 Reusel Voorontwerp

Tabel 4-8 Verkeersbewegingen beoogde situatie (tabel 2 geluidsrapport in bijlage 5)

Uit bovenstaande tabel blijkt dat er door de herbestemming naar verwachting meer verkeersbewegingen zullen zijn van en naar de locatie Witrijt 3 dan in de bestaande situatie. Voor de ontsluiting van het bedrijf wordt op dit moment gebruik gemaakt van de noordelijke inrit vanaf de Witrijt. Dit is een doodlopende weg die stopt bij deze inrit, voor het landbouwverkeer naar de agrarische gronden in het plangebied en ten zuiden van het plangebied ligt aan de westzijde van het plangebied een ventweg. Deze weg is niet berekend op zwaar verkeer qua breedte. Om te komen tot een betere verkeersveiligheid dient de Witrijt verbreed te worden, hiervoor zijn tussen initiatiefnemer en gemeente afspraken gemaakt in de anterieure overeenkomst. Het bedrijf wordt verlaten via de zuidelijke gebogen inrit die aansluit op de Witrijt. Hierbij hoeft alleen het agrarische bedrijf aan de Witrijt 1 worden gepasseerd voordat er een directe aansluiting is op de randweg-oost van Reusel via een rotonde met een vrij liggend fietspad. De randweg is een provinciale weg met een 80km per uur regime: de N269. Via deze weg kan in noordelijke richting Hilvarenbeek worden bereikt. Via deze weg kan in zuidelijke richting via de Sleutelstraat de agrarische gebieden ten westen en zuiden van Reusel worden bereikt.

Het bedrijfsperceel is hierdoor van alle kanten te bereiken zonder door kwetsbare dorpskommen zoals de kern van Reusel te rijden.

18 MEI 2022

68 

Bestemmingsplan Buitengebied, Witrijt 3 Reusel Voorontwerp

4.11.4

Verkeersveiligheid

Het aspect verkeersveiligheid is van wezenlijk belang in het kader van een goede ruimtelijke ordening. In algemeen draagt dit plan bij aan de verbetering van de verkeersveiligheid aan de Lensheuvel omdat ter plaatse van een fietsstraat een bedrijf met verkeersaantrekkende werking wordt verplaatst naar de Witrijt. De verkeersveiligheid dient echter ook ter plaatse van de Witrijt niet in het geding te komen door de verkeersaantrekkende werking van het bedrijf Wagricom. Onderdeel van de verkeersbewegingen zijn ook zware verkeersbewegingen in de vorm van tractoren en vrachtwagens. In tabel 4-8 is een inventarisatie van de verkeersbewegingen opgenomen. In deze subparagraaf wordt beoordeeld of er sprake is van een verkeersveilige situatie ten aanzien van het bereiken van het bedrijf. Het verkeer van- en naar het bedrijf zal voor het overgrote deel afkomstig zijn vanaf de randweg, zijnde vanaf de noordelijke of zuidelijke richting. Het verkeer zal hiervoor afslaan vanaf de oostzijde van de rotonde richting de Rouwenbogt. Deze afslag is in figuur 4-20 in beeld gebracht, vanaf hier is het regime 60 km per uur. In figuur 4-21 is het vervolg in beeld gebracht met rechts het vrij liggende fietspad met haaientanden en met een flauwe rechterbocht de afslag naar de Witrijt. Het verkeer op de Rouwenbogt heeft voorrang ten opzichte van het verkeer komende vanaf de Witrijt.

Figuur 4-20 Oostelijke afslag rotonde randweg richting Rouwenbogt (bron: GoogleEarth)

18 MEI 2022

 69

Bestemmingsplan Buitengebied, Witrijt 3 Reusel Voorontwerp

Figuur 4-21 Vervolg na oostelijke afslag rotonde randweg richting Rouwenbogt en Witrijt (bron: GoogleEarth)

Uit het rapport ‘Naar meer veiligheid op kruispunten’ van de SWOV (R-2014-21) is duidelijk op te maken dat een rotonde voor zwaar verkeer de meest veilige optie is voor het afslaande verkeer. Het vrij liggende fietspad geeft ruimte aan een van de meest kwetsbare deelnemers in het verkeer (fietsers). Afslaand verkeer vanaf de rotonde naar de Witrijt heeft voorrang op dit verkeer, duidelijk aangegeven door de haaientanden op het fietspad. Dit is een veilige constructie en ook al gebaseerd op het zware verkeer richting de (voormalige) veehouderij bedrijven aan de Rouwenbogt. Er zijn geen aanpassingen nodig ten aanzien van de verkeersveiligheid ter plaatse van de rotonde aan de randweg. Er zullen wel aanpassingen nodig zijn aan de Witrtijt zelf in de vorm van een verbreding van de weg om schade aan de weg te voorkomen bij het passeren en om voor een betere verkeersveiligheid ter plaatse van de Witrijt te zorgen.

18 MEI 2022

70 

Bestemmingsplan Buitengebied, Witrijt 3 Reusel Voorontwerp

JURIDISCHE PLANBESCHRIJVING INLEIDING Het bestemmingsplan kan, afhankelijk van het gevoerde beleid van de gemeente, een meer of minder globaal karakter dragen. Met voorliggend bestemmingsplan wordt een planologischjuridische regeling gegeven voor de ten behoeve van de bedrijfsverplaatsing te realiseren herontwikkeling van het plangebied. Voor de gronden is een relatief gedetailleerde bedrijfsbestemming opgenomen die specifiek gericht is op het beoogde gebruik. Er is een verkeersbestemming opgenomen ter plaatse van de beoogde bedrijfsinrit, waar tevens een privaatrechterlijk recht van overpad geldt. Tevens is er een agrarische bestemming opgenomen en een specifieke bestemming voor het realiseren van natuurontwikkeling aan de oostzijde van het plangebied. Voor deze plansystematiek aansluiting gezocht bij het meest recent vastgestelde bestemmingsplan ‘Buitengebied, herziening 2019’. De planregels zijn verder afgestemd op de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012), d.d. 18 april 2012. ALGEMENE TOELICHTING VERBEELDING De verbeelding heeft een belangrijke rol bij het bepalen van de gebruiksmogelijkheden en de bebouwingsmogelijkheden in het plangebied. Daartoe zijn op de verbeelding onder meer bestemmings- en bouwvlakken opgenomen.

Op de verbeelding zijn een aantal zaken weergegeven die de bouw- en gebruiksmogelijkheden van de gronden in het plangebied beperken ten opzichte van de huidige verbeelding zoals opgenomen in het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2009’. Het gaat om de volgende bestemmingen en aanduidingen die afwijken van het vigerende bestemmingsplan:        

Bedrijfsbestemming; Natuurbestemming; Verkeersbestemming; Bouwvlak binnen bouwperceel; Functieaanduiding ‘hoofdgebouw’; Maatvoeringsaanduiding ‘goot- en nokhoogten’; Functieaanduiding ‘demoveld’. Gebiedsaanduiding ‘overige zone – voorwaardelijke verplichting’

In paragraaf 5.4 wordt nader toegelicht wat de functie is van het opnemen van deze bestemmingen en aanduidingen in het bestemmingsplan. NADERE TOELICHTING OP DE REGELS De SVBP2012 geeft een verplichte indeling van de hoofdstukken van de regels uit oogpunt van leesbaarheid en raadpleegbaarheid:  Hoofdstuk 1 Inleidende regels (begrippen en wijze van meten).  Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels (bestemmingen).

18 MEI 2022

 71

Bestemmingsplan Buitengebied, Witrijt 3 Reusel Voorontwerp

 Hoofdstuk 3 Algemene regels (anti-dubbeltelregel en algemene afwijkingsregels).  Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels (overgangsrecht en slotregel). 5.3.1

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

ARTIKEL 1: BEGRIPPEN Het opnemen van begripsbepalingen is beperkt tot die begrippen, waarbij sprake is van een (mogelijke) afwijkende betekenis in het algemeen spraakgebruik en/of technische begrippen, waarbij een vereenvoudigde omschrijving de leesbaarheid bevordert. Begrippen die zijn voorgeschreven in de SVBP2012 zijn conform overgenomen.

ARTIKEL 2: WIJZE VAN METEN Ter adstructie van de in de regels aangegeven afmetingen is aangegeven waar en hoe deze worden gemeten. 5.3.2

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

De regels van een bestemming zijn als volgt opgebouwd en benoemd, waarbij een bestemmingsregel niet alle elementen hoeft te bevatten:  bestemmingsomschrijving;  bouwregels;  nadere eisen;  afwijken van de bouwregels;  specifieke gebruiksregels;  afwijken van de gebruiksregels;  omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden;  wijzigingsbevoegdheid.

BESTEMMINGSOMSCHRIJVING De bestemmingsomschrijving omvat een opsomming van de functies/ gebruiksmogelijkheden binnen de gegeven bestemming. Deze opsomming is van wezenlijk belang, aangezien zij de basis vormt voor de overige op de bestemming betrekking hebbende regels.

BOUWREGELS In de bouwregels zijn objectieve regels gesteld met betrekking tot de plaats en de afmetingen van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

NADERE EISEN Hierin zijn onderdelen opgenomen waarin het college van burgemeester en wethouders nadere eisen kan stellen.

AFWIJKEN VAN DE BOUWREGELS Hierin zijn mogelijkheden opgenomen om in beperkte mate af te wijken van de opgenomen bouwregels indien aan de opgenomen voorwaarden wordt voldaan.

18 MEI 2022

72 

Bestemmingsplan Buitengebied, Witrijt 3 Reusel Voorontwerp

OMGEVINGSVERGUNNING VOOR HET UITVOEREN VAN WERKEN, GEEN BOUWWERKEN ZIJNDE EN WERKZAAMHEDEN Om de kwaliteiten van een bestemming te beschermen, is een aantal werken en werkzaamheden niet zonder meer toegestaan, maar alleen nadat een omgevingsvergunning is verkregen. De desbetreffende werken en werkzaamheden en de toetsingscriteria voor de beoordeling van een aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn hier opgenomen.

WIJZIGINGSBEVOEGDHEID Naast afwijkingen van de regels kan een bestemmingsplan wijzigingsbevoegdheden bevatten om flexibiliteit te bieden. Het wijzigen van een plan is een bevoegdheid die aan burgemeester en wethouders toekomt. 5.3.3

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat bij opeenvolgende aanvragen om omgevingsvergunning waarbij een bepaalde oppervlakte aan grond als voorwaarde is geformuleerd, dezelfde grond opnieuw bij de afweging omtrent vergunningverlening wordt betrokken. De antidubbeltelregel wordt conform art. 3.2.4 Bro overgenomen in het bestemmingsplan. Daarnaast zijn ook algemene gebruiks- en afwijkingsregels opgesteld. Er is in de regels geen aparte gebruiksbepaling met gebruiksverbod opgenomen. De Wet algemene bepaling omgevingsrecht voorziet daarin (art. 2.1 lid 1 Wabo). 5.3.4

Hoofdstuk 4 Overgangsrecht en slotregel

In het bestemmingsplan is het overgangsrecht conform de artikelen 3.2.1 en 3.2.2 Besluit ruimtelijke ordening opgenomen. In de slotregel is aangegeven onder welke benaming het bestemmingsplan wordt aangehaald. SPECIFIEKE BESTEMMINGEN EN AANDUIDINGEN De bestemmingsregels in dit plan sluiten aan bij het bestemmingsplan Buitengebied 2009 (inclusief herziening fase 1a) van de gemeente Reusel-De Mierden. Wel zijn de bestemmingen en begrippen bijgewerkt aan de hand van het bestemmingsplan ‘Buitengebied, herziening 2019’. Hiermee is getracht de begrippen en plansystematiek in lijn te brengen met de Wabo en het provinciale beleid zoals neergelegd in de interim omgevingsverordening van de provincie. In deze paragraaf wordt ingegaan op de plan specifieke wijzigingen ten opzichte van de hiervoor genoemde plannen die zijn doorgevoerd in deze partiele herziening. 5.4.1

Plan specifieke begrippen

De niet van toepassing zijnde begrippen uit de hiervoor genoemde bestemmingsplannen zijn niet opgenomen. Alleen begrippen die ook terug komen in de regels zijn in principe opgenomen onder artikel 1. Het begrip ‘demoveld’ is als enige plan specifiek afwijkend, dit begrip wordt gedefinieerd als: ‘Agrarische grond, bedoeld voor het uittesten van landbouwvoertuigen of landbouwwerktuigen, zoals door het inregelen van GPS systemen of het uittesten van de werking van de landbouwvoertuigen en/of landbouwwerktuigen’. Er wordt in de definitie bewust onderscheid gemaakt tussen landbouwvoertuigen (tractoren e.d.) en landbouwwerktuigen (spuit/ploeg), omdat dit de belangrijkste machines zijn die worden gerepareerd en verkocht op een agrarisch technisch

18 MEI 2022

 73

Bestemmingsplan Buitengebied, Witrijt 3 Reusel Voorontwerp

hulpbedrijf zoals het bedrijf van de initiatiefnemer. Het is niet mogelijk dat hier andere machines worden uitgetest/ingeregeld op het demoveld die geen binding hebben met de agrarische sector. 5.4.2

Bestemmingen en aanduidingen

Agrarisch met waarden – landschapswaarden 1 In artikel 3 is de enkelbestemming ‘Agrarisch met waarden – landschapswaarden 1’ opgenomen conform de bestaande planologische situatie buiten de voormalige minicamping aan de Witrijt 3. De gronden zijn op de eerste plaats aangewezen voor agrarische doeleinden. Er is een specifieke regeling opgenomen voor het gebruik als demoveld in artikel 3.1 onder g. Bouwwerken en gebouwen in de agrarische bestemmingen worden, op een kleine schuilstal uitgezonderd, niet mogelijk gemaakt. Ook wordt geen mogelijkheid geboden voor het oprichten van opgaande beplantingen of teelt ondersteunende voorzieningen, dit zou in strijd zijn met het beoogde gebruik als ‘demoveld’ en met de specifieke landschappelijke waarden die hier gelden. Bedrijf – Agrarisch technisch hulpbedrijf In artikel 4 is de enkelbestemming ‘Bedrijf – Agrarisch technisch hulpbedrijf’ opgenomen. In artikel 4.1.2 onder a is de bestemmingsomschrijving nader begrenst op het beoogde gebruik van de locatie als landbouwmechanisatiebedrijf. De begrenzing bestaat uit een specifieke omschrijving van de toegelaten bedrijfsactiviteit, de maximaal toelaatbare milieucategorie die het bedrijf mag hebben en de maximale oppervlakte aan bedrijfsgebouwen die mogen worden opgericht. Er is in afwijking van het bestemmingsplan Buitengebied 2009 (incl.

fase 1a) maar in aansluiting op de herziening uit 2019, een bouwvlak opgenomen binnen het bouwperceel (de bedrijfsbestemming). Het bouwvlak heeft dezelfde oppervlakte (9.030 m2) als het bouwperceel in het vigerende bestemmingsplan. Daarnaast mag op basis van de regels in artikel 4.1.2 onder a, binnen het bouwvlak maximaal 4.920 m2 aan bedrijfsgebouwen worden opgericht (waarvan bovendien al een 450 m2 bestaat uit een aanwezige loods). Deze beperking zit niet in het vigerende bestemmingsplan, hiermee wordt een toename van verhard oppervlakte ten opzichte van de vigerende planologische situatie voorkomen. Er zijn twee functieaanduidingen/maatvoeringstekens opgenomen op de verbeelding ter plaatse van het hoofdgebouw van het bedrijf. Deze twee aanduidingen hebben betrekking op een planspecifieke regeling voor het toestaan van een plat dak ter plaatse van het hoofdgebouw en voor afwijkende goot- en nokhoogten. Hiermee wordt afgeweken van de standaardregel in het buitengebied dat de minimale dakhelling 20 graden moet zijn. Er is wel geborgd dat een groot deel van het gebouw een minimale dakhelling krijgt van 20 graden. Alleen het centrale gedeelte van het gebouw wordt aangeduid als ‘hoofdgebouw’ en mag worden voorzien van een plat dak. De standaardregel voor goothoogten in het buitengebied is 5 meter en 10 meter voor de totale bouwhoogte (nok).

Hier kan binnenplans van worden afgeweken tot maximaal 7 meter voor goothoogten en 13 meter voor nokhoogten (bouwhoogte). De maximale benodigde goothoogte voor het hoofdgebouw is 6,4 meter en 11 meter voor de bouwhoogte (nokhoogte). Deze hoogte is nodig om een zogenaamde doorloopkraan te kunnen realiseren in het gebouw. Middels een doorloopkraan kunnen motoren en dergelijke uit machines worden getild. Dit is een essentieel bedrijfsonderdeel.

18 MEI 2022

74 

Bestemmingsplan Buitengebied, Witrijt 3 Reusel Voorontwerp

Om te voorkomen dat bij de omgevingsvergunning voor het oprichten van het hoofdgebouw een binnenplanse afwijking moet worden toegepast is een specifieke maatvoeringsaanduiding toegevoegd voor de maximaal toegestane goot- en bouwhoogten van het hoofdgebouw. Hiermee is in combinatie met artikel 4.2.3 onder f geborgd dat niet hoeft te worden afgeweken van de standaard bepaling omtrent goot- en bouwhoogte. In artikel 4.4.2 is een voorwaardelijke verplichting opgenomen die aansluit bij de bestemming ‘Groen – Landschapselementen’. Met deze voorwaardelijke verplichting wordt het gebruik van de bedrijfsbestemming ten behoeve van een landbouwmechanisatiebedrijf gekoppeld aan het binnen 1 jaar na vaststelling van het bestemmingsplan aanleggen en blijvend onderhouden van de landschappelijke inpassing. De landschappelijke inpassing zoals is opgenomen in het plan dat is bijgevoegd aan bijlage 2 van de regels en bijlage 3 van deze toelichting. Groen - Landschapselementen In artikel 5 is een bestemming ‘Groen - Landschapselementen’ opgenomen. Deze bestemming is toegepast ter plaatse van de landschappelijke inpassing rondom het bedrijf (bouwvlak). Hiermee wordt de duurzame instandhouding van de landschappelijke inpassing planologisch-juridisch geborgd Natuur In artikel 6 is een bestemming ‘Natuur’ opgenomen.

Deze bestemming is toegepast ter plaatse van de beoogde natuurontwikkeling aan de oost en zuidzijde van het plangebied. Hiermee wordt de duurzame instandhouding van deze landschappelijke kwaliteitsverbetering geborgd. Verkeer In artikel 7 is de enkelbestemming ‘Verkeer’ opgenomen, met de bijbehorende regels. Deze bestemming is neergelegd ter plaatse van de beoogde inrit parallel aan de rondweg. Hier ligt een recht van overpad voor toegang tot de zuidelijke landbouwgronden van derden en is in de praktijk een ‘zandpad’ gelegen. Een passende bestemming ‘verkeer’ voorkomt dat hier in de toekomst bebouwing kan worden opgericht en sluit aan bij de feitelijke situatie. Waarde – Archeologie 4.2 In artikel 8 is een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4.2’ opgenomen. Deze bestemming is opgenomen ter bescherming van de hoge archeologische waarde van het plangebied. Artikel 9-13 zijn de algemene regels uit het plan Buitengebied 2009 (incl. fase1a). Artikel 14 is het standaard overgangsrecht inzake bouwen en gebruik. Artikel 15 is de standaard slotregel. Er zijn twee bijlagen bij de regels. Bijlage 1 betreft de standaard staat van bedrijfsactiviteiten zoals ook opgenomen bij het bestemmingsplan ‘Buitengebied, herziening 2019’. Bijlage 2 betreft het beplantingsplan.

18 MEI 2022

 75

Bestemmingsplan Buitengebied, Witrijt 3 Reusel Voorontwerp

UITVOERBAARHEID ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID Op 1 juli 2008 is samen met de Wet ruimtelijke ordening (Wro) de Grondexploitatiewet (Grexwet) in werking getreden. In deze Grexwet is bepaald dat een gemeente bij het vaststellen van een planologische maatregel, die mogelijkheden biedt voor de bouw van één of meer hoofdgebouwen, verplicht is maatregelen te nemen die verzekeren dat de kosten die gepaard gaan met de ontwikkeling van de locatie worden verhaald op de initiatiefnemer van het plan. Voor de ontwikkeling van dit plan is er sprake van een particulier initiatief. De gemeente Reusel-De Mierden zal in het kader van het bepaalde in de Grexwet daarom alle door de gemeente te maken kosten verhalen op de initiatiefnemer. De initiatiefnemer zal derhalve met de gemeente Reusel-De Mierden een anterieure overeenkomst sluiten. In deze overeenkomst zijn onder andere de verplichtingen van de initiatiefnemer met betrekking tot het planschadeverhaal opgenomen. De economische uitvoerbaarheid is hiermee voldoende aangetoond. Derhalve is het opstellen van een exploitatieplan niet aan de orde. MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID Het bestemmingsplan zal conform de wettelijke vereisten kenbaar worden gemaakt.

Naar aanleiding van inspraakreacties en eventuele zienswijzen op het bestemmingsplan vindt een heroverweging op deze onderdelen plaats en kan besloten worden onderhavig bestemmingsplan op een aantal punten te wijzigen. In het kader van een zorgvuldige omgevingsdialoog is met de omwonenden aan de Witrijt en Denestraat een uitgebreid voortraject geweest. De start hiervan was op 20 juni 2018 met een informatiebijeenkomst georganiseerd door de initiatiefnemers. Hierbij waren de omwonenden, het College, raadsleden en ambtenaren uitgenodigd. Tijdens deze informatiebijeenkomst is een presentatiefilm getoond en door initiatiefnemers een presentatie gegeven. Ook was er ruimte voor vragen en opmerkingen. Hierbij waren enkele raadsleden aanwezig en een vertegenwoordiging vanuit de ambtelijke organisatie. Het College was niet aanwezig. Naar aanleiding van de bezwaren vanuit de omwonenden op het plan is een traject opgezet van overleggen en bijeenkomsten om de mogelijke alternatieven te bespreken. Uiteindelijk heeft dit geleid tot een aangescherpt ruimtelijk plan. Hiermee is gehandeld in lijn met de gedachte van de omgevingswet om in \de voorfase een dialoog te voeren met de omgeving. Uiteindelijk ligt de bestuurlijke afweging bij het College van Burgemeester en Wethouders om de verschillende belangen tegen elkaar af te wegen in een principebesluit.

Het College heeft dit zorgvuldig gedaan en op 19 oktober 2019 een besluit genomen om mee te werken aan deze bedrijfsverplaatsing. De uiteindelijke besluitvorming omtrent het bestemmingsplan ligt bij de Gemeenteraad. De gemeenteraad weegt hier de belangen van de plannen af en zet deze af tegen de vraag of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening door het uitvoeren van het plan.

18 MEI 2022

76 

Bestemmingsplan Buitengebied, Witrijt 3 Reusel Voorontwerp

Op 22 september 2020 heeft de Gemeenteraad voor het eerst geoordeeld over het Concept 1.0 bestemmingsplan. Omdat het plan toen niet voldeed aan de randvoorwaarden uit het principebesluit van 22 oktober 2019 is besloten het bestemmingsplan niet vast te stellen. Naar aanleiding van dit besluit is meermaals en intensief overleg gevoerd tussen partijen om te komen tot een aangepast plan. Onderhavig voorontwerp bestemmingsplan is de uitkomst van dit overleg. De belangrijkste wijzigingen zijn de stedenbouwkundige opzet (verdere beperking van de breedte van het bouwperceel), aanvullende en verbeterde landschappelijke inpassing, verlaging van de benodigde hoogte van bedrijfsgebouwen en architectonische wijziging van de opzet van de bedrijfsgebouwen om aansluiting te krijgen bij het gewenste ‘schuurtype’ en de landelijke uitstraling van het bedrijf. Met de doorgevoerde wijzigingen wordt beter aangesloten bij de randvoorwaarden om medewerking te kunnen verlenen in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Het voorontwerp zal in een inloopbijeenkomst worden gepresenteerd aan belanghebbenden zoals de omliggende bewoners. Hiervoor zal, conform de dan geldende mogelijkheden vanwege Corona, samen met de gemeente Reusel-De Mierden een passende vorm worden gevonden tijdens de inzage termijn van het voorontwerp.

Belanghebbenden die hebben geparticipeerd in het voortraject zullen over de inloopbijeenkomst worden geïnformeerd.

18 MEI 2022

 77

Bestemmingsplan Buitengebied, Witrijt 3 Reusel Voorontwerp

PROCEDURE INSPRAAKPROCEDURE In de Gemeentewet is bepaald dat de gemeenteraad een inspraakverordening dient vast te stellen, waarin geregeld wordt op welke wijze ingezetenen en andere belanghebbenden bij de voorbereiding van een bestemmingsplan worden betrokken. In de inspraakverordening is aangegeven dat inspraak wordt verleend wanneer dit wettelijk verplicht is. Daarnaast kan elk bestuursorgaan ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden besluiten of inspraak wordt verleend.

OVERLEG EX ARTIKEL 3.1.1. BRO Artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro) geeft aan dat bij de voorbereiding van een bestemmingsplan burgemeester en wethouders overleggen met het bestuur van het bij het plan betrokken waterschap. Waar nodig plegen zij tevens overleg met besturen van andere gemeenten, met de provincie, de inspecteur voor de ruimtelijke ordening en met eventuele andere diensten van Rijk en provincie die belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. Conform artikel 3.1.1 Brozijn Waterschap De Dommel en de provincie Noord-Brabant in het kader van dit bestemmingsplan betrokken in het vooroverleg. Daarnaast is door initiatiefnemers en gemeente contact gezocht met het Brabants Landschaps als beheerder van natuurgronden ten oosten van de Rouwenbogt. Van het gevoerde vooroverleg wordt in navolgende subparagrafen verslag gedaan. 7.2.1

Vooroverleg Waterschap De Dommel

Het waterschap heeft per email in het kader van het formele vooroverleg meermaals gereageerd op het concept bestemmingsplan. Aanvullend hierop is op 21 juli 2021 een veldbezoek afgelegd door een vertegenwoordiger van het Waterschap. De conceptwaterparagraaf is vervolgens beoordeeld, per mail zijn op 11 en 16 november 2021 enkele opmerkingen gemaakt en over deze opmerkingen is op 6 december 2021 een digitaal vooroverleg gevoerd. Hieraan hebben ook vertegenwoordigers van de gemeente deelgenomen ten aanzien van het aspect ruimtelijke ordening en het gemeentelijke waterbeheer en riolering. Samenvattend is door het waterschap gevraagd de volgende opmerkingen te verwerking in het bestemmingsplan: Overstort vanuit de Wadi Een reguliere overstort vanuit de Wadi zou niet nodig hoeven te zijn omdat de dimensionering voldoende is en de infiltratie een overstort overbodig maakt. Er wordt geadviseerd om als er een nood overstort wordt bedoeld, dit ook zo aan te duiden op de tekeningen, als positie hiervan wordt de noordzijde van de wadi aanbevolen. Er was in deze inderdaad een nood overstort voorziening bedoeld, deze voorziening is verduidelijkt op de tekeningen in bijlage 10 en de positie hiervan is opgeschoven naar het noorden. In de aan te vragen watervergunning zal dit aspect verder worden getoetst.

18 MEI 2022

78 

Bestemmingsplan Buitengebied, Witrijt 3 Reusel Voorontwerp

Afstand tot de A watergang Het waterschap wijst op de minimaal benodigde afstand van 5 meter tussen de Wadi en de Rouwenbogtloop (A watergang) in verband met het beheer van de watergang vanaf het plangebied. In het veldbezoek is aangegeven dat de afstand minimaal 5 meter zou bedragen, feitelijk is de afstand tussen de insteek van de Wadi en van de A watergang 6,1 meter. Van het plangebied tussen Wadi en de A watergang is een specifieke doorsnede toegevoegd in het tekenwerk in bijlage 10 van deze toelichting om dit te verhelderen. Uit het beplantingsplan in bijlage 3 bij de toelichting volgt tevens dat er aan deze zijde van het plangebied geen opgaande beplanting zal worden opgericht die het beheer belemmerd, zoals is afgestemd in het veldbezoek. Halfverharde parkeerplaatsen Er wordt gewezen op het feit dat halfverharde parkeerplaatsen in eerste instantie niet zijn meegenomen als te compenseren verharding. Het waterschap heeft meer informatie nodig om te kunnen beoordelen of de toegepaste halfverharding en de onderliggende fundering voldoende water doorlatend zijn. De opmerking van het waterschap heeft aanleiding gegeven om de halfverharding in de bijgevoegde berekeningen in bijlage 10 te aanmerken als normale verharding. De halfverharding wordt in dit geval geheel gecompenseerd, conform het beleid van gemeente en waterschap.

7.2.2

Vooroverleg Provincie Noord-Brabant

De provincie Noord-Brabant heeft tevens gereageerd per brief (d.d. 10 september 2021) op het conceptbestemmingsplan. De provincie heeft samenvattend de volgende opmerking geplaatst, met daaronder aangegeven hoe gevolg is gegeven aan de opmerkingen: Berekening kwaliteitsverbetering Het plan voorziet in een goede landschappelijke inpassing en er wordt ook goed geïnvesteerd in de aanleg van natuur. Echter ontbreekt een berekening van de kwaliteitsverbetering op basis van de gemeentelijke Landschapsinvesteringsregeling. Deze zou de provincie graag toegevoegd zien aan het ontwerpbestemmingsplan. Naar aanleiding van deze opmerking is een berekening van de kwaliteitsverbetering opgesteld conform het Landschapsinvesteringsbeleid van De Kempen (2012). Deze berekening zal bij het ontwerp worden bijgevoegd in bijlage 11 bij deze toelichting. Gebruik demoveld Een deel van de agrarische gronden kan worden gebruikt als demoveld. Wij kunnen ons goed voorstellen dat deze ruimte er moet zijn, maar dit moet wel gepaard gaan met een goede planregeling. Het is onduidelijk of dat er sprake is van de intensiteit van het gebruik, eventuele verharding en verlichting en of er voertuigen worden opgeslagen. Het demoveld is een belangrijk onderdeel aan de bedrijfsvoering van dit agrarisch technisch hulpbedrijf. De aanleg hiervan is gericht op toekomstige ontwikkelingen in de verdere automatisering

18 MEI 2022

 79

Bestemmingsplan Buitengebied, Witrijt 3 Reusel Voorontwerp

van agrarische machines. Het feitelijk beoogde gebruik betreft blijvend grasland, er zal geen verharding of verlichting voor worden aangelegd. De intensiteit van het gebruik is beperkt tot maximaal 66 minuten per dag (afgerond ruim 1 uur per dag, tijdens werktijden), hierbij wordt aansluiting gezocht bij de uitgangspunten in het geluidsrapport. De planregels zijn aangevuld om het voorgaande te borgen. Het begrip demoveld is aangepast, waarbij het woord ‘terrein’ vervangen is door ‘Agrarische grond’. In de bouwregels is een algemene bouwregel opgenomen dat er op deze gronden geen gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde mogen worden opgericht. In artikel 3.4.1 (verboden werken of werkzaamheden) onder c en d toegevoegd dat het aanleggen van oppervlakteverharding en permanente verlichting is verboden. Afsluitend is in artikel 3.3.1 (strijdig gebruik) onder e toegevoegd dat er onder het verbod op opslag van materialen ook verstaan moet worden de opslag of stalling van (agrarische) voertuigen en machines. 7.2.3

Vooroverleg met Brabants Landschap

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=ReuselDeMierden&id=78bdb867-7dbb-4a28-90e6-50156b6f322b