CConstaterende datReusel-De Mierden
Koppel je AI →
Document · PDF

[22.13986] - 220607 Toelichting

Gemeenteraad 18 april 2023, gemeente Reusel-De MierdenBij agendapunt: Bestemmingsplan Witrijt 3, Reusel26.561 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Toekomstvisie “Gezamenlijk, Grenzeloos en Groen”

Op 24 september 2013 heeft de gemeenteraad de toekomstvisie “Gezamenlijk, Grenzeloos en Groen” vastgesteld. Het document is de stip op de horizon voor Reusel-De Mierden en beschrijft het gewenste beeld van de gemeente in 2030. Om het gewenste beeld te krijgen bevat de toekomstvisie twaalf ambities, waaronder ‘(a) Landelijk karakter’ en ‘(b) Dorps wonen’. De uitvoeringsopties die hierbij horen, zijn:  herbestemming bestaande bebouwing (a);  herstellen Kempisch landschap (a);  versterken landelijk karakter (a);  wonen in het buitengebied (a);  megastallen uit de dorpen (b). Uit de toelichting blijkt dat het buitengebied in verandering is. Een herontwerp van het gebied is gewenst. Daarnaast moet bestaande bebouwing landschappelijk ingepast worden en willen mensen landelijk wonen. Op basis van de hiervoor genoemde uitgangspunten past het initiatief binnen de uitgangspunten van de toekomstvisie “Gezamenlijk, Grenzeloos en Groen”.

18 MEI 2022

 23

Bestemmingsplan Buitengebied, Witrijt 3 Reusel Voorontwerp

3.4.2

Woonvisie 2018-2023

De gemeente Reusel-De Mierden heeft de Woonvisie 2018-2023 opgesteld en deze visie in december 2017 vastgesteld. Binnen deze visie zijn vijf thema's opgenomen: Prioriteiten stellen voor nieuwbouw; Voldoende betaalbare huur; Investeren in de bestaande voorraad; Wonen en zorg; Passende huisvesting voor arbeidsmigranten. De gemeente wil graag als eerste nieuwe prioriteiten stellen om versneld nieuwbouw te kunnen realiseren dat passend is binnen de bevolkingsprognoses. Nieuwe stedelijke ontwikkelingen dienen getoetst te worden aan de Ladder voor Duurzame verstedelijking. Dit betekent dat er sprake moet zijn van een aantoonbare behoefte aan het geplande aantal woningen. Daarnaast dienen nieuwe ontwikkelingen in eerste instantie op inbreidingslocaties plaats te vinden, voordat gekeken wordt naar uitbreidingslocaties. Deze visie ligt ook in lijn met de Brabantse Agenda Wonen. Doordat de bedrijfsverplaatsing van Wagricom B.V. van de Lensheuvel naar de Witrijt, wordt een transformatielocatie vrijmaakt en kan hier een woningbouwplan worden gerealiseerd. Hiermee past het plan geheel binnen de 'Woonvisie 2018-2023' en draagt het bovendien bij aan het versneld kunnen realiseren van een bouwplan voor woningbouw in de kern op korte afstand van voorzieningen.

18 MEI 2022

24 

Bestemmingsplan Buitengebied, Witrijt 3 Reusel Voorontwerp

3.4.3

Omgevingsvisie gemeente Reusel-De Mierden (22-05-2018)

In deze sub paragraaf wordt het plan getoetst aan de uitgangspunten van de omgevingsvisie waarin onder andere de toekomstvisie zoals opgesteld in 2013 is verwerkt. De omgevingsvisie heeft de status van Structuurvisie zoals bedoeld in de Wabo en van omgevingsvisie in de nieuwe Omgevingswet. Kwaliteitskaart In figuur 3-2 is een uitsnede van de kwaliteitskaart opgenomen. Hierin is te zien dat het plangebied is gelegen in een landschap dat wordt omschreven als ‘oud agrarisch cultuurlandschap met afwisselend open kamers, laanbeplanting, houtwallen en bosrestanten en linten’. Ten oosten van het plangebied ligt een klein beekdal langs de Rouwenbogtloop. Het beekdal vormt de natuurlijke grens van het bebouwd gebied.

Figuur 3-2 Uitsnede Kwaliteitskaart omgevingsvisie ( O = plangebied)

Visiekaart De verschillen tussen het beekdal en het oud agrarisch cultuurlandschap zijn in dit geval goed herkenbaar. De locatie is gelegen in een open gebied op de overgang van agrarisch bouwland naar hooiland aan de beek. De locatie bestaat uit een waardevol esdek en is in het verleden waarschijnlijk vanuit boerderijen aan de Denestraat of Rouwenbogt gebruikt als akkerbouw en dichter bij de beek als hooiland. De locatie is gezien de ligging gelegen in een ‘oud agrarisch cultuurlandschap in een open kamer.

18 MEI 2022

 25

Bestemmingsplan Buitengebied, Witrijt 3 Reusel Voorontwerp

In onderstaande visiekaart is goed te zien wat de visie is van de gemeente op het plangebied aan Lensheuvel en aan de Witrijt zijn naar aanleiding van de hiervoor geformuleerde knelpunten. Voor de bestaande locatie aan de Lensheuvel heeft de gemeente de visie om de locatie te transformeren middels inbreiding op het gebied van woningbouw. Het plangebied aan de Witrijt ligt in een oud agrarisch cultuurlandschap en aan het eind/begin van het buurtschap ‘Rouwenbogt’. Dit buurtschap bestaat uit veel voormalige agrarische bedrijven. Waaronder dus ook de locatie aan de Witrijt 3. De gemeente stelt zich tot doel om dit kleinschalige agrarische cultuurlandschap te versterken. Het beekdal ten oosten van het plangebied wil de gemeente ontwikkelen.

Figuur 3-3 Uitsneden Visiekaart omgevingsvisie Reusel-De Mierden ( O = plangebied)

Er is ter plaatse van het plangebied geen sprake van een krans van bossen en heidecomplexen of van een bebouwingsvrije buffer als overgang naar waardevolle landschappen. In de oude agrarische cultuurlandschappen ligt het accent op een aantrekkelijk woon-, werk en recreatiemilieu en het versterken van de relatie met de kernen. Vrijkomende agrarische bedrijfsbebouwing (VAB) in deze zone wordt omgezet (via sloop en nieuwbouw) naar nieuwe erven voor wonen, werken en recreatie.

18 MEI 2022

26 

Bestemmingsplan Buitengebied, Witrijt 3 Reusel Voorontwerp

De herontwikkeling van het plangebied aan de Witrijt 3 past binnen deze visie voor dit gebied en kan middels het realiseren van specifieke landschappelijke en natuurelementen bijdragen aan de visie, door het versterken van het kleinschalige landschap en door beekdalontwikkeling. Op basis van de visie van de gemeente neergelegd in deze omgevingsvisie is een strategie opgesteld. In de strategie wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende deelgebieden. In onderstaande figuur is een uitsnede opgenomen van de strategiekaart.

Figuur 4-3 Uitsnede strategiekaart omgevingsvisie Reusel-De Mierden (O=plangebied)

In de strategiekaart worden voor het plangebied de strategie ‘ruimte voor gebiedsontwikkeling’ opgenomen. Hier wil de gemeente ruimte bieden voor niet belastende “rode” functies onder de harde voorwaarde dat tegelijkertijd bos en/of natuur wordt aangelegd, landschappelijke inpassing wordt gerealiseerd en permanent in stand gehouden en (recreatieve) langzaamverkeersroutes worden aangelegd, verbeterd en langjarig onderhouden. In dit geval wordt aan alle voorwaarden voldaan die door de gemeente worden geëist bij een gebiedsontwikkeling. Er is sprake van een robuuste landschappelijke inpassing, het realiseren van natuur waarbij tevens een koppeling wordt gemaakt met de ambities op het gebied van water, en het realiseren van een ommetje voor de omgeving. Uit hoofdstuk 4 van deze toelichting van zal blijken dat het bedrijf geen belastende ‘rode’ functie is voor de omgeving gezien het feit dat de ligging op voldoende afstand is van omliggende woningen.

18 MEI 2022

 27

Bestemmingsplan Buitengebied, Witrijt 3 Reusel Voorontwerp

Maatschappelijke meerwaarde Uit hoofdstuk 8 in de omgevingsvisie blijkt dat de initiatieven die een maatschappelijke meerwaarde opleveren voor landschap en samenleving welwillend worden behandeld. Er is daarom in de voorbereiding van dit plan onderzocht in hoeverre dit plan kan bijdragen aan maatschappelijke doelen om op die manier te komen tot meervoudig ruimtegebruik van het plangebied. Dit heeft geleid tot de volgende extra investeringen in de inrichting van het plangebied: • • • • • •

Ruim 5.000 m2 nieuwe natuur en wijzigen agrarische bestemming naar natuurbestemming; Over gedimensioneerde waterbergende voorziening (Wadi); Permanent watervoerende poel in Wadi als leef- en foerageergebied voor amfibieën en kleine marterachtigen; Aanleg jaarlijkse akkerrand voor bijdrage aan ambities ten aanzien van akkervogels in nabijgelegen NNB gebied; Aanleg van ommetje rondom het terrein voor o.a. uitlaat hond van omwonenden, met daarbij een rustvoorziening en informatiebord; Hergebruik voorziening voor regenwater ten behoeve van spoelwater in de spoelplaats;

Hiermee investeert deze initiatiefnemer in de landschappelijke kwaliteit, ecologische kwaliteit, duurzaamheid en in de omgevingskwaliteit van omwonenden. Dit doet de initiatiefnemer naast aanleg en het beheer van de verplichte ruime landschappelijke inpassing rondom het bedrijf. Conclusie: De locatie is gelegen in een oud agrarisch cultuurlandschap op de rand van een beekdal. De locatie is aangewezen als een gebied waar ruimte is voor een gebiedsontwikkeling in de omgevingsvisie. Vrijkomende agrarische bedrijfsbebouwing (VAB) in deze zone kan worden omgezet (via sloop en nieuwbouw) naar nieuwe erven voor wonen, werken en recreatie. Een verbetering van de landschappelijke kwaliteit en beleefbaarheid van het landschap staat hier ten doel. Door de bedrijfsverplaatsing van het bedrijf van de Lensheuvel naar de Witrijt wordt bijgedragen aan de doelen in de omgevingsvisie en met de herbestemming wordt bijgedragen aan de doelen en strategie zoals geformuleerd in de omgevingsvisie. Door een zorgvuldige landschappelijke inpassing kan het plangebied beter ingepast worden in de omgeving en kan de landschappelijke kwaliteit van het gebied worden verbeterd. Daarnaast wordt er extra geïnvesteerd in de maatschappelijke meerwaarde in landschap, ecologische waarde en omgevingskwaliteit voor omwonenden.

3.4.1

Nota ruimtelijke kwaliteit

Het onderliggende landschappelijk inpassingsplan is opgesteld in overleg met de gemeentelijke stedenbouwkundige/Landschapsarchitect. Het plan is in lijn met de nota ruimtelijke kwaliteit, zie paragraaf 4.3 voor een nadere toelichting van de landschappelijke analyses en de landschappelijke inpassing. Naast aandacht aan landschap is er in het voortraject uitgebreid aandacht besteed aan de beeldkwaliteit, stedenbouw en architectuur van het bouwwerk zoals aan de orde gekomen in paragraaf 2.5. De nota ruimtelijke kwaliteit heeft hiervoor de grondslag gevormd.

18 MEI 2022

28 

Bestemmingsplan Buitengebied, Witrijt 3 Reusel Voorontwerp

MILIEUHYGIËNISCHE + PLANOLOGISCHE ASPECTEN BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING 4.1.1

Niet-agrarische bedrijven

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Om te komen tot een verantwoorde, ruimtelijk relevante toetsing van nieuwe ontwikkelingen, in milieuhygiënisch opzicht, wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde milieuzonering. Hieronder wordt verstaan het aanbrengen / handhaven van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds milieubelastende bedrijven of inrichtingen en anderzijds milieugevoelige functies als wonen en verblijfsrecreatieve voorzieningen. De (indicatieve) lijst “Bedrijven en Milieuzonering” uitgegeven door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) geeft de richtafstanden weer voor milieubelastende activiteiten. In de lijst “Bedrijven en Milieuzonering” worden richtafstanden gegeven voor de aspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden zijn afgestemd op twee omgevingstypen: ‘rustige woonwijk’ en ‘gemengd gebied’. In het gemengd gebied gaat het om bestaande gebieden met functiemenging en om gebieden waar bewust functiemenging wordt nagestreefd, bijvoorbeeld om een grotere levendigheid tot stand te brengen. De richtafstanden in de VNG-publicatie kunnen in ‘gemengd gebied’, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandsstap verlaagd worden.

De omgeving van het plangebied betreft, gezien de bestaande menging van functies op korte afstand van elkaar, een gemengd gebied. Binnen het plangebied is in de huidige situatie een agrarische bedrijfsbestemming, tot op heden in gebruik als minicamping. De minicamping is beëindigd. In de beoogde situatie zal er sprake van een herbestemming naar een agrarisch-technisch hulpbedrijf. Dit is een bedrijfsactiviteit in de categorie ‘dienstverlening t.b.v. de landbouw’ (SBI-2008 code: 016) volgens de lijst 1 van ‘bedrijven en milieuzonering’. Voor bedrijfsvloeroppervlakten groter dan 500 m 2 wordt in de tabel van de VNG (2009) aangegeven dat deze bedrijvigheid valt in de milieucategorie 3.1. Hiervoor worden de volgende minimale afstanden per milieucategorie gegeven: 1. Geur:

30 meter;

2. Stof:

10 meter;

3. Geluid:

50 meter;

4. Gevaar:

10 meter.

De grootste afstand is 50 meter. Hieruit blijkt dat de omliggende woningen aan de Witrijt, Rouwenbogt en Denestraat ruim buiten deze zonering vallen. De meest dichtbij gelegen woning is de woning aan de Witrijt 1 op ruim 70 meter afstand. De woningen aan de Denestraat liggen op minimaal 90 meter afstand van het beoogde bouwvlak. Hiermee wordt ten aanzien van de milieuzonering voldoende afstand aangehouden ten opzichte van de beoogde bedrijfsactiviteiten in milieucategorie 3.1. Ook vergelijkbare mechanisatiebedrijven hebben dezelfde milieucategorie blijkt uit bureauonderzoek op dit punt.

18 MEI 2022

 29

Bestemmingsplan Buitengebied, Witrijt 3 Reusel Voorontwerp

Ondanks dat er vanuit de milieuzonering geen directe aanleiding is om onderzoek te doen naar de milieueffecten van het bedrijf, is toch extra aanvullend onderzoek gedaan naar de gevolgen van het bedrijf ten aanzien van geluid en fijn stof. Aanleiding voor deze onderzoeken zijn opmerkingen gemaakt door omwonenden in het vooroverleg/dialoog voorafgaand aan het opstellen van dit bestemmingsplan. Deze onderzoeken richten zich ook op de twee mogelijke inrichtingen van het bedrijfskavel. Voor de aspecten externe veiligheid en geur zal geen extra onderzoek worden gedaan omdat deze afstand tot omliggende woningen meer dan voldoende groot is om milieugevolgen op deze aspecten te kunnen ondervinden. 4.1.2

Agrarische bedrijven

In de omgeving van het plangebied zijn naast het bedrijf aan de Witrijt 3 ook andere bedrijven gelegen. Met name agrarische bedrijven liggen in de directe omgeving van het plangebied. Uit figuur 4-1 blijkt dat er relatief veel agrarische bestemmingen op korte afstand van het plangebied liggen. De veehouderijen aan de Rouwenbogt 4 en 6 hebben op basis van de bestemming en/of milieuvergnning een milieucategorie 4.1 en dus een milieuzonering van minimaal 200 meter rondom het bedrijf. Rouwenbogt 12 Rouwenbogt 10 Gildepad 2 Rouwenbogt 5 Rouwenbogt 1 Rouwenbogt 6 Rouwenbogt 4 Witrijt 1

Plangebied Witrijt 3

Buspad 2

Figuur 4-1 Uitsnede verbeelding bestemmingsplan Buitengebied 2009 met de omliggende agrarische bedrijfsbestemmingen

Aangezien het bestemmingsplan Buitengebied uit 2009 stamt is het zinvol te inventariseren voor welke bedrijven er nog daadwerkelijk een milieutoestemming is om vee te houden of waarvan bekend is dat deze op korte termijn gaan stoppen met de agrarische activiteiten. In de tabel op de volgende pagina is deze inventarisatie uitgevoerd.

18 MEI 2022

30 

Bestemmingsplan Buitengebied, Witrijt 3 Reusel Voorontwerp

Adres

Type agrarisch bedrijf

Gildepad 2

Pluimveehouderij

Rouwenbogt 1 Witrijt 1 Buspad 2

Varkenshouderij

Rouwenbogt 4

Gemengde veehouderij

Rouwenbogt 5 Rouwenbogt 6 Rouwenbogt 10 Rouwenbogt 12

Gemengde veehouderij Gemengde veehouderij Gemengde veehouderij Paardenhouderij

Akkerbouw Varkenshouderij

Grondgebonden of intensieve veehouderij bestemming in 2009 Intensieve veehouderij

Actuele milieutoestemming voor veehouderij op 5-3-2021 (bron: web-bvb) Ja (tot eind 2021)

Intensieve veehouderij Grondgebonden Intensieve veehouderij Intensieve veehouderij

Nee

Grondgebonden

Ingetrokken

Grondgebonden

Ja

Intensieve veehouderij Grondgebonden

Ja

Nee Ja Ja

Overige informatie

Locatie herbestemd naar bedrijf, IV gedoogd tot eind 2021 Ingetrokken 12-092020 Geen vee vergund

Alleen nog paarden en schapen vergund Herbestemd naar wonen

Allleen nog pony’s

Ja

Tabel 4-1 Inventarisatie omliggende agrarische bedrijven in het kader van de milieuzonering

Uit bovenstaande inventarisatie blijkt dat een aantal van de agrarische bedrijfsbestemmingen reeds feitelijk gestopt is of zal stoppen in 2021. Een aantal locaties worden herbestemd naar wonen/bedrijvigheid en in andere gevallen is omgeschakeld naar een (hobbymatige) grondgebonden veehouderij. Er zijn ook nog enkele locaties die wel agrarisch zijn en voor zover bekend ook blijven, de meest dichtstbijzijnde worden hier beoordeeld. De meest dichtbij gelegen agrarische bestemming aan de Witrijt 1 betreft een akkerbouwlocatie waar geen vee mag worden gehouden. Dit is een bedrijf in milieucategorie 2 waarvoor een grootste afstand van 30 meter geldt. Aangezien de afstand tussen beide bouwvlakken 60 meter is, belemmert de herontwikkeling van de Witrijt 3 dit akkerbouwbedrijf niet. Bovendien komt door deze ontwikkeling het bestaande bouwperceel niet dichter bij het bouwperceel van de locatie Witrijt 1. De grondgebonden veehouderijbedrijven met een milieutoestemming voor het houden van vee vallen in milieucategorie 3.1. Hiervoor geldt een grootste afstand van 50 meter ten aanzien van geur in het kader van de milieuzonering. Al deze bedrijven liggen op een grotere afstand van 50 meter van de locatie Witrijt 3. Het meest dichtbij gelegen bedrijf met een milieutoestemming voor het houden van dieren waarvan de geuremissie dient te worden berekend, is het bedrijf aan de Rouwenbogt 6.

Hoewel hier een

18 MEI 2022

 31

Bestemmingsplan Buitengebied, Witrijt 3 Reusel Voorontwerp

grondgebonden bestemming van toepassing is, is er een milieutoestemming voor het houden van een beperkt aantal varkens. Hierdoor zou er sprake zijn van een bedrijf in milieucategorie 4.1 waarvoor een afstand van 200 meter aangehouden moet worden ten aanzien van geur. De bouwvlakken liggen op 180 meter afstand van elkaar. Daarom kan in het kader van de milieuzonering niet bij voorbaat worden uitgesloten dat er een goed woon- en leefklimaat wordt gegarandeerd op de locatie Witrijt 3. In de paragraaf 4.4, zal hier nader op worden ingegaan. Onder andere worden hier gemaakte voor- en achtergrondberekeningen op het gebied van geurhinder worden besproken. 4.1.3

Driftzonering

Kenmerkend voor de land- en tuinbouw zijn de intensieve teeltsystemen met een relatief hoog gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Bij het spuiten van gewasbeschermingsmiddelen komt drift vrij. Drift is een term die gebruikt wordt voor de spuitvloeistof die tijdens de bespuiting buiten het te behandelen gebied terecht komt als gevolg van wind- en luchtstromen. Drift is hoger bij toepassing in fruitteelt dan bij de akkerbouw en lage bomenteelt, waarbij voornamelijk neerwaarts wordt gespoten. Derhalve dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening afstand te worden gehouden tussen gevoelige objecten en boomgaarden. Er zijn geen wettelijke bepalingen over de aan te houden afstand. Door de Raad van State wordt bij beoordeling van nieuwe ruimtelijke situaties vanwege drift een afstand van 50 meter aangehouden. In dit geval zal er geen opgaande teelt worden aangelegd op het demoveld. Dit is geborgd in de regels met een aanlegverbod. Ook zal er niet bedrijfsmatig worden gespoten met chemicaliën. Als er een spuitmachine wordt uitgetest op het demoveld, dan zal dat alleen met water zijn. Ook op naastgelegen is geen sprake van opgaande percelen waardoor een spuitzone zou moeten worden gehanteerd ten opzichte van nieuwe bedrijfsgebouwen. Dit aspect vormt dus geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

MILIEUEFFECTRAPPORT Het instrument milieueffectrapportage (m.e.r.) is ontwikkeld om het milieubelang volwaardig in de besluitvorming te betrekken. In de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage zijn de activiteiten genoemd waarvoor een m.e.r.-plicht of een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. Andere activiteiten zijn in principe niet m.e.r.- (beoordelings)plichtig. De herstemming van een agrarisch bedrijf naar een agrarisch-technisch hulpbedrijf is geen plan dat wordt genoemd onder een van de beschreven activiteiten in onderdeel C of D van het Besluit milieueffectrapportage. Op grond van de selectiecriteria als bedoeld in bijlage III bij de EEG-richtlijn milieu-effectbeoordeling is niet gebleken dat er belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn die leiden tot een m.e.r.- beoordelingsplicht. Hierbij wijzen wij op wat wij elders in deze toelichting over de afzonderlijke milieuaspecten hebben opgemerkt. Er bestaat dan ook geen aanleiding tot het uitvoeren van een m.e.r.- beoordeling of het opstellen van een volledig Milieueffectrapport.

18 MEI 2022

32 

Bestemmingsplan Buitengebied, Witrijt 3 Reusel Voorontwerp

ARCHEOLOGIE 4.1.1

Verdrag van Valletta

In 1992 is in het Verdrag van Valetta door de landen van de Europese Unie, waaronder Nederland, ondertekend. Dit verdrag verplicht de Europese overheden tot het beschermen van archeologisch erfgoed. Hierbij wordt als uitgangspunt gehanteerd dat archeologische waarden in situ bewaard moeten blijven. Dat wil zeggen, dat ernaar gestreefd moet worden om de waarden op de locatie te behouden. Als dit niet mogelijk blijkt, bijvoorbeeld bij realisatie van bouwplannen, dan moeten de waarden worden opgegraven en ex situ worden bewaard. 4.1.2

Wet op de archeologische monumentenzorg

Op 1 september 2007 is de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) van kracht geworden. In de Wamz zijn de uitgangspunten van het Verdrag van Valletta voor Nederland nader uitgewerkt. Eén van de uitgangspunten van de Wamz is dat op gemeentelijk niveau op verantwoorde wijze wordt opgegaan met het archeologisch erfgoed. De Wamz heeft dan ook een decentraal karakter en heeft gemeenten tot bevoegd gezag gemaakt wat betreft de zorg voor het archeologische bodemarchief binnen hun grondgebied. 4.1.3

Archeologiebeleid gemeente Reusel-De Mierden

De vijf Kempengemeenten Bladel, Eersel, Bergeijk, Oirschot en Reusel-De Mierden en anderzijds de vier A2 gemeenten Waalre, Heeze-Leende, Valkenswaard en Cranendonck hebben in het kader van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg en de Wet ruimtelijke ordening SRE Milieudienst opdracht gegeven een regionale erfgoedkaart op te stellen. De erfgoedkaart bestaat uit drie delen: de inventarisatiekaarten, de verwachtingen- en waardenkaarten voor archeologie en cultuurhistorie en de beleidskaarten voor archeologie en cultuurhistorie. In figuur 4-2 is een uitsnede van de archeologische beleidskaart weergeven.

Figuur 4-2 Uitsnede beleidskaart archeologie (Bron: https://atlas.odzob.nl/erfgoed/) ( O = plangebied)

18 MEI 2022

 33

Bestemmingsplan Buitengebied, Witrijt 3 Reusel Voorontwerp

Volgens de archeologische beleidskaart van de gemeente Reusel-De Mierden ligt het plangebied in een gebied met een hoge archeologische verwachting met esdek. In het vigerende bestemmingsplan Buitengebied 2009 is een dubbelbestemming ‘Archeologische verwachtingswaarde’ opgenomen ter plaatse van het gehele plangebied. De grond wordt niet als mogelijk verstoord gezien. De Denestraat ten westen van het plangebied is een historisch bebouwingslint. De kans op het aantreffen van archeologische vondsten bij bodemingrepen in het plangebied is dus groot. Om die reden is een archeologisch onderzoek vereist bij bodemingrepen en te bebouwen oppervlakten die groter zijn dan 500 m² en dieper gaan dan 0,3 m onder maaiveld of 0,5 m onder maaiveld bij esdek en agrarisch bestemde gronden. In dit geval vinden er geen ingrepen in de bodem plaats die zullen leiden tot dieper dan 0,5 meter onder het maaiveld van het esdek. Omdat sprake is van zandgronden kan op poeren worden gefundeerd. Bij de omgevingsvergunning voor het oprichten van een bouwwerk kan dit aspect in de vergunningprocedure nogmaals worden getoetst. Er is hiervoor een regeling opgenomen in deze partiele herziening van het bestemmingsplan. Het aspect archeologie staat niet in de weg voor het voornemen tot herbestemming.

Bij de omgevingsvergunning voor het onderdeel bouw van de beoogde bouwwerken wordt getoetst aan de dubbelbestemming voor Archeologie binnen het plangebied. CULTUURHISTORIE Op de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) van de omgevingsdienst zuidoost Brabant (odzob) zijn de cultuurhistorische (landschaps)waarden van bovenlokaal belang aangegeven. Het plangebied aan de Witrijt 3 is gelegen in de Kempen. De bewoningsgeschiedenis en de inrichting van deze regio zijn in hoge mate bepaald door de natuurlijke terreingesteldheid. De indeling in agrarische gebruikseenheden (akkers, graslanden en woeste gronden) is op veel plaatsen nog goed herkenbaar. Vooral de beekdalen zijn hier en daar buitengewoon goed bewaard gebleven. In combinatie met de dorpen en buurtschappen en de plaatselijk aanwezige kleinschaligheid verleent dit het gebied een grote landschappelijke en cultuurhistorische waarde. Het plangebied is gelegen in het cultuurhistorisch landschap Kempenland. Dit landschap omvat een groot deel van het relatief hoog gelegen zandlandschap ten zuidwesten van Eindhoven. Het landschap wordt doorsneden door verschillende beken en zijbeken. In het westen zijn dat de Reusel en de Groote en Kleine Beerze die in noordelijke richting afwateren. In het oostelijke deel liggen de Ekkersrijt, de Gender en de Run, die in noordoostelijke richting uitmonden in het riviertje de Dommel.

Tussen de beekdalen liggen verschillende licht glooiende dekzandruggen die (vooral) langs de beekdalen bedekt zijn met uitgebreide complexen van oude bouwlanden. Verder komen reliëfrijkere zones voor met stuifduinen uit de late middeleeuwen.

18 MEI 2022

34 

Bestemmingsplan Buitengebied, Witrijt 3 Reusel Voorontwerp

In onderstaande figuur is een uitsnede opgenomen uit de Cultuurhistorische waardenkaart:

Figuur 4-3 Uitsnede cultuurhistorische waardenkaart Kempen (https://atlas.odzob.nl/erfgoed/)

Uit bovenstaande figuur blijkt dat een gedeelte van het plangebied is aangewezen als een object of gebied met een hoge cultuurhistorische waarde. Dit betreft oude open akker (id: 7.21.3.018) ook in paragraaf 2.1.2 is het gebied al aangeduid als lage dekzandrug op de overgang naar een beekdal. Doel van de cultuurhistorische waardenkaart is dat de informatie in de kaart de mogelijkheid biedt om in de planvorming te adviseren over het bewaren en eventueel herstellen van cultuurhistorische waarden. Daarbij moet niet alleen gedacht worden aan stedenbouwkundige plannen, maar ook aan de planning rond landinrichting en natuurbeheer en natuurbouw. In het stedenbouwkundig en beplantingsplan is met de cultuurhistorische waarde van het plangebied nadrukkelijk rekening gehouden. Hierover meer in de volgende paragraaf.

18 MEI 2022

 35

Bestemmingsplan Buitengebied, Witrijt 3 Reusel Voorontwerp

LANDSCHAPPELIJKE INPASSING Door een gespecialiseerde landschapsarchitect is een voorstel gemaakt voor een landschappelijke inpassing van het bedrijf en de omliggende gronden. Hiervoor is onder andere een veldbezoek afgelegd en is overleg gevoerd met de gemeentelijke stedenbouwkundige/landschapsdeskundige. Hierbij is gekeken naar de mogelijkheden van het bestaande sortiment. De minicamping heeft een landschappelijke inpassing bestaand uit siersortiment zoals in vorm gesnoeide bomen. De als landschappelijke beplanting te rangschikken elementen betreffen;  enkele hagen bestaande uit beuk en liguster aan de oostkant van het gebied,  een groep paardenkastanjes ten westen van de woning en een notenboom ten oosten van de woning,  groepjes platanen op het kampeerterrein. Momenteel wordt de beeldvorming van het plangebied gedomineerd door de aanwezigheid van siergroen. Met name de ver richting dal reikende coniferenhagen dissoneren door aard en diepte met de structuur van het bebouwingslint en de landschappelijke context. De hagen lijken aansluiting bij het urbane gebied ten westen van de rondweg te zoeken. Zie onderstaand aanzicht kijkende in noordoostelijke richting vanaf de rondweg:

Figuur 4-4 Aanzicht bedrijfscomplex Witrijt 3

Voor de bouw van de beoogde bedrijfsgebouwen moet de gemengde haag en drie platanen worden gerooid. De landschapsarchitect en de ecoloog hebben hier geen bijzondere natuur- of landschapswaarden in aangetroffen bij hun veldbezoeken. Conceptueel kader beplantingsplan Betreffende de landschappelijke inpassing worden bij het voorerf en het achtererf verschillende middelen ingezet om de bebouwing in het landschap te verankeren: ► De bedrijfsgebouwen zullen worden afgeschermd door groenstroken; ► Het gebied ten westen van de bedrijfsgebouwen, ten zuiden van de woning zal worden gekleurd door een notengaard; ► De uitstroomruimte rond de poel zal worden ingericht en beheerd als kruidenrijk grasland;

18 MEI 2022

36 

Bestemmingsplan Buitengebied, Witrijt 3 Reusel Voorontwerp

► Ruimte bieden voor een 'ommetje' en een uitkijkpunt met een infobord en een bankje (zicht op landschap ten oosten plangebied en natuurontwikkeling rond de infiltratiepoel). In onderstaande figuur uit bijlage 3 zijn de vier landschappelijke elementen globaal weergegeven.

Figuur 4-5 Uitsnede beplantingsplan met de vier landschappelijke elementen

Kwaliteitsbijdrage In het kader van de herhuisvesting van Wagricom zullen de navolgende kwaliteitsbijdrages worden geleverd; a) Het oostelijk deel van het plangebied zal worden ingericht en beheerd als grasland zodat de gewenste openheid hier kan worden gegarandeerd. b) Aan de oostkant van het plangebied zal de natte natuur worden versterkt door een deel van het plangebied in te richten en te beheren als kruidenrijk grasland met een permanent watervoerende poel.

18 MEI 2022

 37

Bestemmingsplan Buitengebied, Witrijt 3 Reusel Voorontwerp

c) Aan de zuidkant en oostkant van het plangebied zal ruimte worden vrijgemaakt voor een wandelpad om een ommetje te maken, hier wordt ook voorzien in een rustvoorziening en informatiebord over de omgeving. d) De oostkant van het plangebied zal in de geest van het oorspronkelijk profiel worden geherprofileerd en verlaagd; deze laagte zal zo worden ingebed in de omgeving dat deze kan worden benut als bufferruimte voor overtollige neerslag tijdens zware buien (wadi). e) Er zal een blijvend wandelpad worden aangelegd en beheerd (blijvend grasland) met bebording, een of meerdere bankjes en een informatiebord. Hiermee wordt bestaand feitelijk gebruik van bewoners in de omgeving van het plangebied voor het lopen van een ommetje verder versterkt en wordt het gebruik voor de omgeving verzekerd. f) Aan de zuidkant van het plangebied zal een strook bloemrijkgrasland worden aangelegd gericht op patrijzen en andere akkervogels. Voorstel voor landschappelijke inpassing Witrijt 3 In onderstaande figuur 4-6 is het globale plan uit figuur 4-5 vertaald naar een concreet voorstel voor toe te passen sortiment. In het voorerf worde typische voorerf elementen gebruikt zoals hagen en een bomenweide (boomgaard) van notenbomen. Aan de noord, zuid en oostzijde worden stevige elementen voorgesteld in de vorm van brede groensingels tot.

Aan de oostzijde wordt aangesloten bij het natte abiotische klimaat en worden vooral water en bloemrijkgrasland vormen voorgesteld. Hiermee wordt ook de openheid van dit deel van het gebied geborgd. In bijlage 4 zijn gevisualiseerde beelden opgenomen van het eindbeeld van de landschappelijke inpassing en het effect hiervan vanuit verschillende kijkrichtingen op het plangebied.

Figuur 4-6 Uitsnede beplantingsplan met de verschillende elementen

18 MEI 2022

38 

Bestemmingsplan Buitengebied, Witrijt 3 Reusel Voorontwerp

GEURHINDER 4.4.1

Geurgebiedsvisie gemeente Reusel-De Mierden

Op 17 december 2013 heeft de gemeenteraad van de gemeente Reusel-De Mierden de “Gebiedsvisie gemeente Reusel-De Mierden 2013 ten behoeve van de verordening geurhinder en veehouderij” vastgesteld. In deze gebiedsvisie zijn op grond van de gegevens over geurbelasting en hinder streefwaarden voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat per gebied vastgesteld. In de geurgebiedsvisie (bijlage 18 – omgekeerde werking) zijn bij de oprichting van nieuwe geurgevoelige objecten, zoals woningbouw, de volgende streefwaarden aangegeven:  Achtergrondbelasting: - voor de bebouwde kom een hinderpercentage van 12%, wat overeenkomt met een achtergrondbelasting van 10 ou en een goede milieukwaliteit; - voor de kernrandzones een hinderpercentage van 16%, wat overeenkomt met een achtergrondbelasting van 14 ou en een matige milieukwaliteit; - voor het buitengebied een hinderpercentage van 20%, wat overeenkomt met achtergrondbelasting van 20 ou en een matige milieukwaliteit.  Voorgrondbelasting (uitgaande van de hiervoor aangehaalde hinderpercentages voor de achtergrondbelasting): - voor de bebouwde kom 0,1 odour units (12% hinder); - voor de kernrandzones 5 odour units (16% hinder); - voor het buitengebied 10 odour units (20% hinder). Als niet aan deze waarden (achtergrond- en voorgrondbelasting) kan worden voldaan, dan is het oprichten van de nieuwe woning niet toestaan.

Daarmee wordt voorkomen dat een nieuwe overbelaste situatie ontstaat. 4.4.2

Geuronderzoek voor de bestemmingsplanwijziging

Er is een geuronderzoek uitgevoerd naar de achtergrondbelasting op het beoogde bouwvlak. De uitkomsten van de modelberekeningen van de achtergrondbelasting zijn opgenomen in bijlage 8. In deze subparagraaf bespreken wij de belangrijkste bevindingen. In het onderzoek zijn twee onderzoeksvragen gesteld:  Is ter plaatse een goed woon- en leefklimaat gegarandeerd? (belang geurgevoelig object);  Wordt niet iemand onevenredig in zijn belangen geschaad? (belangen veehouderij en derden). In het onderzoek de achtergrondbelasting berekend. Dat is de geurhinder die kan ontstaan door de geurhinder van alle omliggende bedrijven samen. In het onderzoek wordt de geurhinder getoetst op de hoekpunten van het beoogde bouwvlak. Beide onderzoeksresultaten zullen wij bespreken waarna wij afsluiten met een antwoord op de onderzoeksvragen.

18 MEI 2022

 39

Bestemmingsplan Buitengebied, Witrijt 3 Reusel Voorontwerp

Met het verspreidingsmodel V-Stacks gebied is berekend wat de huidige achtergrondbelasting op de hoekpunten van het hoofdgebouw is, op basis van het actuele vergunde veebestand van de gemeente Reusel-De Mierden. Hiervoor zijn alle veehouderijbedrijven binnen een straal van 2 kilometer om de te splitsen woonboerderij aan de Witrijt 3 te Reusel ingevoerd met de (default-) waarden afkomstig uit Web-BVB Noord-Brabant. De resultaten hiervan zijn opgenomen in bijlage 8 en weergegeven in onderstaande tabel:

Tabel 4-2 Uitkomsten geurberekeningen Vstacks gebied van de achtergrondbelasting

Uit bovenstaande figuur blijkt dat op 7 hoekpunten van het bouwvlak de achtergrondbelasting van geur is berekend. Hieruit blijkt dat op toetspunt 1 de hoogte geurbelasting van afgerond 3,5 OU wordt berekend. Dit komt overeen met een goed woon- en leefklimaat. Op punten vijf, zes en zeven is sprake van een zeer goed woon en leefklimaat. Een achtergrondbelasting van maximaal 20 Ou wordt aanvaardbaar geacht. Hier kan dus ruim aan worden voldaan. Conclusie In het uitgevoerde geuronderzoek stonden de volgende onderzoeksvragen centraal: • •

Is ter plaatse een goed woon- en leefklimaat gegarandeerd? (belang geurgevoelig object); Wordt niet iemand onevenredig in zijn belangen geschaad? (belangen veehouderij en derden). Uit de uitgevoerde berekeningen ten aanzien van de voor- of achtergrondbelasting blijkt dat de er ter plaatse van het bouwvlak sprake is van een goed tot zeer goed woon- en leefklimaat. Geen van de omliggende agrariërs wordt in zijn belangen geschaad, ook toekomstige uitbreidingen van bedrijven hoeven niet te leiden tot problemen met het woon- en leefklimaat gezien de lage berekende waarden van de achtergrondbelasting.

18 MEI 2022

40 

Bestemmingsplan Buitengebied, Witrijt 3 Reusel Voorontwerp

GELUIDSHINDER Geluidshinder kan meerdere oorzaken hebben. In de Wet geluidhinder wordt onderscheid gemaakt tussen geluidhinder door industriefuncties en door wegverkeerslawaai. In dit geval wordt geen nieuwe geluidsgevoelige functie toegevoegd zoals een woning, waarvoor een onderzoek wegverkeerslawaai verplicht is gesteld. Wel wordt een bestaand bedrijf herbestemd naar een agrarisch-technisch hulpbedrijf. Dit is een vorm van aan het buitengebied gelieerde industrie waarvoor een geluidsonderzoek industrielawaai verplicht is om te kunnen beoordelen wat de effecten zijn van de herbestemming op het woon- en leefklimaat van omwonenden. Hierbij wordt het aspect verkeer en de geluidsbelasting die hier mee samenhangt op het bedrijf en het demoveld in meegenomen. Er is door het gespecialiseerde en onafhankelijke onderzoeksbureau Geurts Technisch adviseurs B.V. een akoestisch onderzoek industrielawaai uitgevoerd. Hiervoor is op basis van de bestaande bedrijfssituatie en gezien de toekomstige mogelijkheden van de bedrijfslocatie een inschatting gemaakt van de verwachte verkeersbewegingen. Tevens zijn op basis van de milieutekening van het bedrijf zoals bijgevoegd in bijlage 1 bij het onderzoek, de geluidsbronnen ter plaatse van de inrichting meegenomen in de modelberekeningen met het programma Geomilieu (V2020.2).

In bijlage 5 is het rapport (15 september 2021, nummer 8-5476) opgenomen dat de onderzoeksgegevens samenvat en waarin de uitkomsten van het akoestisch onderzoek zijn opgenomen. Het akoestisch onderzoek wordt uitgevoerd middels modelberekeningen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen directe en indirecte geluidhinder. 4.5.1

Directe geluidhinder

De resultaten van de overdrachtsberekeningen voor de bepaling van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT en het maximale geluidsniveau LAmax zijn in tabel weergegeven. Hierbij is rekening gehouden met de bestaande omliggende woningen alsmede de voorziene woningen, waaronder een appartementencomplex. Het geluidsbureau concludeert op basis van de berekeningen het volgende ten aanzien van de verwachte directe geluidhinder:

“Uit de berekeningen blijkt dat in de aangevraagde situatie ter plaatse van de woningen van derden in de directe omgeving en ter plaatse van de controlepunten op 50 meter ten aanzien van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT geen overschrijdingen ontstaan ten opzichte van de richtwaarde van 45 dB(A) etmaalwaarde. De geluidbelasting wordt met name bepaald door verkeersbewegingen met tractoren en landbouwwerktuigen. De hoogst berekende waarde bedraagt 43 dB(A) in de dagperiode, 39 dB(A) in de avondperiode en 34 dB(A) in de nachtperiode waarbij op de woningen Denestraat 21 t/m 31 de hoogste geluidbelasting wordt berekend. Ten aanzien van het maximale geluidniveau (LAmax) wordt voldaan aan de richtwaarde van 65 dB(A) in de dagperiode, 60 dB(A) in de avondperiode en 55 dB(A) in de nachtperiode ter plaatse van woningen van derden en ter plaatse van de controlepunten op 50 meter. De piekniveaus worden met name veroorzaakt door het optrekken en passeren van voertuigen”.

18 MEI 2022

 41

Bestemmingsplan Buitengebied, Witrijt 3 Reusel Voorontwerp

Tabel 4-3 Berekende geluidsniveaus in de representatieve bedrijfssituatie Wagricom B.V. (tabel 4, bijlage 5, Geurts)

]

18 MEI 2022

42 

Bestemmingsplan Buitengebied, Witrijt 3 Reusel Voorontwerp

4.5.2

Indirecte geluidhinder

Indirecte hinder als gevolg van aan‐ en afrijdend verkeer is berekend op de voorgevel van de woning Witrijt 1. De ontsluiting van het bedrijf vindt in zijn geheel via deze route plaats. In onderstaande tabel zijn de resultaten van de berekeningen verkeerslawaai weergegeven.

Tabel 4-4 Resultaten berekening wegverkeerslawaai (indirecte geluidhinder) (Tabel 5, bijlage 5, Geurts)

Het onderzoeksbureau concludeert dat in dit geval voldaan kan worden aan de voorkeurs-

grenswaarde zoals gesteld in de circulaire "Beoordeling geluidhinder wegverkeer met betrekking tot vergunningen" d.d. 8 september 1994, van 50, 45 en 40 dB(A) etmaalwaarde. Indirecte hinder is hierdoor niet te verwachten. 4.5.3

Conclusie

Uit de uitgevoerde berekeningen concludeert Geurts Technisch Adviseurs B.V. blijkt dat voldaan kan worden aan de eisen in de Wet geluidhinder. Hiermee is het plan ten aanzien van het onderdeel geluid niet in strijd met een goede ruimtelijke ordening. De geluidsaspecten zijn onderzocht maar overschrijden niet de wettelijke grenswaarden. Er is ook geen hoger grenswaarde besluit noodzakelijk voor deze plannen.

BODEM De bodem ter plaatse van het bedrijf is opgebouwd uit zandgronden (Hoge enkeerdgronden). In de Nederlandse Richtlijn Bodembescherming bedrijfsmatige activiteiten (NRB) is een lijst opgenomen met activiteiten die als bodembedreigend worden beschouwd. Zo worden bijvoorbeeld de opslag van dieselolie in een bovengrondse tank, de opslag van oliën in emballage, de opslag van ruwvoer en bijproducten (CCM) en de opslag van dierlijke meststoffen in een put/bassin op grond van de NRB als bodembedreigende activiteiten aangemerkt. In de omgevingsvergunning worden gedragsregels en voorzieningen met het oog op de bescherming van de bodem voorgeschreven. Op grond van artikel 8 van de Woningwet bevat de bouwverordening voorschriften omtrent het tegengaan van bouwen op verontreinigde bodem. Deze voorschriften hebben uitsluitend betrekking op bouwwerken waarin voortdurend of nagenoeg voortdurend mensen aanwezig zullen zijn. Voor de erfverharding en de beoogde bedrijfsgebouwen zullen niet voortdurend of nagenoeg voortdurend mensen aanwezig zijn. Conclusie Het aspect bodem staat niet in de weg voor het planvoornemen.

18 MEI 2022

 43

Bestemmingsplan Buitengebied, Witrijt 3 Reusel Voorontwerp

LUCHTKWALITEIT De Eerste Kamer heeft op 9 oktober 2007 het wetsvoorstel voor de wijziging van de Wet milieubeheer goedgekeurd (Staatsblad 2007, 414). Met name hoofdstuk 5, titel 2 uit genoemde wet is veranderd. Omdat titel 2 handelt over luchtkwaliteit, staat de nieuwe titel 2 bekend als de Wet luchtkwaliteit. Deze wet is op 15 november 2007 (Staatsblad 2007, 434) in werking getreden en vervangt het Besluit luchtkwaliteit 2005. De Wet luchtkwaliteit voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Binnen het NSL werken het Rijk, de provincies en gemeenten samen om de Europese eisen voor luchtkwaliteit te realiseren. Het NSL is op 1 augustus 2009 in werking getreden. De programma aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. 4.7.1

Onderzoek luchtkwaliteit PM 10

In de Wet Luchtkwaliteit 2007 worden eisen gesteld aan de kwaliteit van de lucht. Eén van de eisen is een maximumwaarde voor de hoeveelheid stof die zich in de lucht bevindt. Het Milieu- en Natuur Planbureau beschikt over kaarten met informatie over de luchtkwaliteit in Nederland. Deze gegevens dateren uit 2019. De concentratie fijn stof (PM10) in de omgeving van het plangebied is circa 18,4 μg per m3. Het plan mag geen nadelige gevolgen hebben voor de luchtkwaliteit in de planomgeving. Er moet sprake blijven van een goed woon- en leefklimaat. Volgens de wettelijke normen is dit het geval als de achtergrondconcentratie fijnstof de norm van 40,0 μg/m3 niet overschrijdt, waarbij het aantal overschrijdingsdagen niet meer mag bedragen dan 35 per jaar. In het kader van een worst-case analyse is de bijdrage van de herbestemming ten aanzien van de achtergrondconcentratie fijn stof berekend. Ook is berekend of het plan zal leiden tot meer overschrijdingsdagen per jaar. In bijlage 9 zijn de uitkomsten van de berekeningen opgenomen. In tabel 4-5 zijn de uitkomsten van de berekeningen opgenomen zoals deze zijn uitgevoerd met het rekenprogramma Isl3-a. Voor de input is aangesloten bij het model dat ook is gebruikt voor het akoestisch onderzoek.

Hierbij beperken wij ons tot het onderzoek naar het voorkeursmodel vanuit de initiatiefnemer omdat uit het geluidsonderzoek is gebleken dat dit model de milieutechnisch voorkeur heeft ten aanzien van het aspect geluid.

18 MEI 2022

44 

Bestemmingsplan Buitengebied, Witrijt 3 Reusel Voorontwerp

Tabel 4-5 Uitkomsten isl3-a berekeningen fijn stof PM 10

Deelconclusie PM 10 De achtergrondconcentratie fijn stof (PM10) en het maximale aantal toegestane overschrijdingsdagen voldoet ook na de herbestemming ter plaatse van omliggende getoetste woningen aan de wettelijke normen en er is daarom ter plaatse van de omliggende woningen aan de Witrijt, Rouwenbogt en Denestraat sprake van een goed woon- en leefklimaat ten aanzien van fijn stof (PM10). Dit woon- en leefklimaat wordt ook niet substantieel slechter door deze herbestemming, gezien het verschil tussen de bestaande achtergrondconcentratie en de berekende achtergrondconcentratie in de beoogde situatie. 4.7.2

Onderzoek luchtkwaliteit PM 2,5

Naast aan fijn stof (PM 10) moet er sinds 1 januari 2015 ook getoetst worden aan de grenswaarde voor zeer fijn stof van PM2,5. Dat speelt bijvoorbeeld bij het verlenen van een omgevingsvergunning of bij het opstellen van een bestemmingsplan. In het besluit moet een gemeente of provincie onderbouwen, dat aan de grenswaarde voor PM2,5 wordt voldaan. Voor de vergunningverlening en de ruimtelijke ordening is alleen de jaargemiddelde grenswaarde voor PM2,5 van belang. Deze grenswaarde is 25 µg/m³ (microgram per kubieke meter). De concentratie van zeer fijn stof (PM2,5) in de omgeving van het plangebied aan de Witrijt, Rouwenbogt en Denestraat verschilt weinig en is circa 11 μg/m3 zo blijkt uit de geraadpleegde kaarten van de RIVM (geodata.rivm.nl). Er wordt in dit plan dus in de bestaande situatie ruim voldaan aan deze norm ten aanzien van het woon- en leefklimaat op het gebied van fijn stof (Pm 10) en zeer fijn stof (PM 2,5). Het plan mag geen nadelige gevolgen hebben voor de luchtkwaliteit in de planomgeving. Er moet ook met betrekking tot zeer fijn stof sprake blijven van een goed woon- en leefklimaat. In het kader van een worst-case analyse is ook de bijdrage van de herbestemming ten aanzien van de achtergrondconcentratie zeer fijn stof berekend. Ook is berekend of het plan zal leiden tot meer overschrijdingsdagen per jaar.

In bijlage 9 zijn de uitkomsten van de berekeningen opgenomen. In

18 MEI 2022

 45

Bestemmingsplan Buitengebied, Witrijt 3 Reusel Voorontwerp

tabel 4-6 zijn de uitkomsten van de berekeningen opgenomen zoals deze zijn uitgevoerd met het rekenprogramma Isl3-a.

Tabel 4-6 Uitkomsten isl3-a berekeningen fijn stof PM 2,5

Deelconclusie PM 2,5 De achtergrondconcentratie zeer fijn stof (PM2,5) ook na de herbestemming ter plaatse van omliggende getoetste woningen aan de wettelijke normen en er is daarom ter plaatse van de omliggende woningen aan de Witrijt, Rouwenbogt en Denestraat sprake van een goed woon- en leefklimaat ten aanzien van zeer fijn stof (PM2,5). Dit woon- en leefklimaat wordt ook niet substantieel slechter door deze herbestemming, gezien het verschil tussen de bestaande achtergrondconcentratie en de berekende achtergrondconcentratie in de beoogde situatie. 4.7.3

Conclusie met betrekking tot fijn stof

Het aspect fijn stof is onderzocht voor de beoogde bedrijfsopzet van de initiatiefnemer. Ter plaatse van omliggende woningen rondom het plangebied aan de Witrijt, Rouwenbogt en Denestraat is de fijn stof concentratie in de huidige als beoogde situatie ver onder de wettelijke normen (PM 10 en PM 2,5). Ook komt ten aanzien van fijn stof (PM 10) er niet meer overschrijdingsdagen bij ten opzichte van de bestaande situatie. Het aspect fijn stof is hiermee uitgebreid onderzocht en staat niet in de weg voor de herbestemming van dit bedrijf. De herbestemming leidt niet tot een verslechtering van het woon- en leefklimaat van omwonenden op het gebied van fijn stof.

18 MEI 2022

46 

Bestemmingsplan Buitengebied, Witrijt 3 Reusel Voorontwerp

EXTERNE VEILIGHEID Het externe veiligheidsbeleid in Nederland is gericht op het verminderen en beheersen van risico’s en effecten van calamiteiten, alsmede het bevorderen van de veiligheid van personen in de omgeving van activiteiten (bedrijven en transport) met gevaarlijke stoffen. Dat gebeurt door te voorkomen dat te dicht bij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden, door de zelfredzaamheid te bevorderen en door de calamiteitenbestrijding te optimaliseren. Ten aanzien van externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt in: 1. Plaatsgebonden risico (PR):  Dit is een maat voor de kans dat iemand dodelijk getroffen kan worden door een calamiteit met een gevaarlijke stof. De gestelde norm is een ten minste in acht te nemen grenswaarde (PR 10-6/jr) die niet mag worden overschreden ten aanzien van kwetsbare objecten, alsmede een zoveel mogelijk te bereiken richtwaarde (PR 10 -6/jr) ten aanzien van beperkt kwetsbare objecten. 2. Groepsrisico (GR):  Dit is een maat voor de kans dat een grotere groep tegelijkertijd dodelijk getroffen kan worden door een calamiteit met gevaarlijke stoffen. De gestelde norm is een oriënterende waarde waarvan gemotiveerd mag worden afgeweken. De aanwezige risico’s zijn zeer afhankelijk van het brontype.

De relevante typen zijn:  Bedrijven;  Vervoer van gevaarlijke stoffen (per spoor, over de weg, het water);  Hoogspanningslijnen;  Ondergrondse (gas)leidingen (c.q. buisleidingen). 4.8.1

Onderzoek

Het plangebied is op de risicokaart van de provincie Noord-Brabant niet aangewezen als gelegen in een risicogebied van een bedrijf met betrekking tot de externe veiligheid of in de nabijheid daarvan. Het meest nabijgelegen object (Gasdepot Zuid - Bladel "de Sleutel") is gelegen op 1,4 kilometer. Navolgend figuur geeft een uitsnede van de risicokaart weer. Het plangebied is blauw omcirkeld.

Figuur 4-7 Uitsnede risicokaart externe veiligheid (blauw is plangebied) (nederland.risicokaart.nl)

18 MEI 2022

 47

Bestemmingsplan Buitengebied, Witrijt 3 Reusel Voorontwerp

Uit de risicokaart blijkt dat in de omgeving van de deelgebieden geen risicovolle activiteiten worden uitgevoerd, ook wordt geen nieuw kwetsbaar object toegevoegd door dit plan. Een nadere toetsing aan het aspect externe veiligheid is niet aan de orde. 4.8.2

Conclusie

Het aspect externe veiligheid vormt geen planologische belemmering voor het plan. Het bedrijf zelf vormt tevens geen risico voor de veiligheid van de omgeving. ECOLOGIE Bij ruimtelijke ingrepen, zoals nieuwbouw, dient rekening te worden gehouden met de natuurwaarden ter plaatse. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen soortenbescherming en gebiedsbescherming. De gebiedsbescherming komt voort uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. De Wet natuurbescherming is het Nationale beleidskader en bepalend voor de soorten- als gebiedsbescherming. Er is in het kader van dit bestemmingsplan een Natuurtoets uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming door Fopma Natuuradvies (28 mei 2021, rapport 2021-492). Dit rapport is bijgevoegd in bijlage 5. Wij zullen de bevindingen van deze ervaren veldecoloog bespreken in deze paragraaf. In de natuurtoets is onderzocht of er een ontheffing nodig is voor het verstoren van soorten in het kader van de Wet natuurbescherming. Ook is onderzocht of er een verklaring van geen bedenkingen moet worden aangevraagd bij de provincie. De volgende onderzoeksvragen zijn geformuleerd: 1.

Komen er natuurwaarden voor, waarvoor het noodzakelijk is om een uitgebreide natuurtoets met mitigatieplan te laten uitvoeren om te beoordelen in hoeverre het project handelingen bevat die in strijd zijn met de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming (soortenbescherming). 2. Zijn er mogelijke effecten op de Natura2000-instandhoudingsdoelen waardoor er een passende beoordeling gemaakt moet worden (gebiedsbescherming / Wet natuurbescherming). In de navolgende sub paragrafen gaan wij in op deze onderzoeksvragen. 4.9.1

Vogel- en Habitatrichtlijn

Nederland kreeg in 1967 voor het eerst een Natuurbeschermingswet. Deze wet maakte het mogelijk om natuurgebieden en soorten te beschermen. Op den duur voldeed de wet niet meer aan de eisen die internationale verdragen en Europese verordeningen stellen aan natuurbescherming. Daarom is in 1998 een nieuwe Natuurbeschermingswet gemaakt die alleen gericht is op gebiedsbescherming. De natuurbeschermingswet 1998 is op 1 oktober 2005 gewijzigd. Sindsdien zijn de bepalingen vanuit de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn in de Natuurbeschermingswet verwerkt. Op grond van de Natuurbeschermingswet zijn Natura 2000-gebieden, beschermde natuurmonumenten en wetlands aangewezen en beschermd. Per 1 januari 2017 is dit beschermingsregime opgenomen in de Wet natuurbescherming.

18 MEI 2022

48 

Bestemmingsplan Buitengebied, Witrijt 3 Reusel Voorontwerp

Natura 2000 is het Europese netwerk van beschermde natuurgebieden in de Europese Unie. Dit netwerk verbindt bestaande natuurgebieden die vallen onder de Europese Vogelrichtlijn- of de Habitatrichtlijngebieden. De Vogel- en Habitatrichtlijn is bedoeld ter bescherming van bedreigde levensgemeenschappen van planten en dieren en bedreigde soorten van planten en dieren en hun leefgebieden. Voor wat betreft de soortenbescherming zijn de Vogel- en Habitatrichtlijn geïmplementeerd in de Wet natuurbescherming. Ten aanzien van de gebiedsbescherming is het de bedoeling dat plannen en projecten eenduidig en integraal worden getoetst op hun invloed op de te beschermen natuurwaarden in deze Vogel- en Habitatrichtlijngebieden. Binnen de gemeente Reusel-De Mierden het Natura 2000-gebied ‘Kempenland-West’ gelegen. Figuur 4-8 geeft de ligging van het plangebied (rode pijl) ten opzichte van dit gebied weer. Het plangebied ligt niet in de nabijheid van dit gebied.

Figuur 4-8 Ligging plangebied ten opzichte van het Natura 2000-gebied Kempenland-West

Doordat het plangebied op meer dan 500 meter afstand van het meest dichtbij gelegen Natura-2000 gebied ligt kunnen ‘overige effecten’ van gebruik, bouw en sloop op het gebied bij voorbaat worden uitgesloten. Dit geldt niet voor de mogelijke effecten van bouw/sloop fase en de gebruiksfase met betrekking tot stikstofdepositie. Middels het modelprogramma Aerius zijn voor de bouw/sloop en de gebruiksfase zogenaamde Worst case berekeningen gemaakt om te beoordelen of de uitstoot van NOx door de werkzaamheden kan leiden tot stikstofdepositie die groter is dan 0,00 mol/hectare/jaar. De berekeningen zijn opgenomen in een rapport dat is bijgevoegd in bijlage 7. Uit de berekeningen blijkt dat er geen effecten groter dan 0,00 mol/hectare/jaar zijn te verwachten in de aanleg- als gebruiksfase.

18 MEI 2022

 49

Bestemmingsplan Buitengebied, Witrijt 3 Reusel Voorontwerp

4.9.2

Soortenbescherming

Soortenbescherming wordt gewaarborgd door de Wet natuurbescherming. Deze wet is op 1 januari 2017 in werking getreden en beschermt inheemse dier- en plantensoorten waarbij onderscheid wordt gemaakt in verschillende bescherming categorieën. Voor alle activiteiten met een mogelijk effect op beschermde dier- en plantensoorten is toetsing aan de Wet natuurbescherming noodzakelijk. De provincie is hierbij het bevoegde gezag, indien noodzakelijk kan de gemeente bij de provincie een ontheffing aanvragen. Door de veldecoloog Albert Fopma van Fopma Natuuradvies is op 5 december 2018 een veldbezoek gepleegd en een tweede bezoek op 25 mei 2021, waarin de eventuele effecten op soorten zijn beoordeeld. De bevindingen zijn opgenomen in een natuurtoets zoals bijgevoegd in bijlage 6 bij deze toelichting. In onderstaande tabel zijn de belangrijkste bevindingen samengevat:

Tabel 4-7 Overzicht aangaande verstoring en de eventueel te nemen vervolgstappen

18 MEI 2022

50 

Bestemmingsplan Buitengebied, Witrijt 3 Reusel Voorontwerp

De ecoloog concludeert (Natuurtoets, 28 mei 2021, pg. 27) dat er geen effecten op jaarrond beschermde vogelsoorten zijn te verwachten. De aanwezigheid en effecten op vleermuizen worden uitgesloten. Desalniettemin wordt aangeraden de kapwerkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Denk aan het verbouwen van de langgevelboerderij en sloop bijgebouwen. Het broedseizoen loopt grofweg van 15 maart – 15 juli.

Het terrein is geschikt voor grondgebonden zoogdieren zoals huisspitsmuis, huismuis, Bruine rat, Bosmuis etc. Deze soorten zijn niet aangetroffen tijdens het veldbezoek. Voor overige soorten geldt volgens de ecoloog ook dat er geen ontheffing noodzakelijk is. Tijdens de werkzaamheden moet wel rekening worden gehouden met deze soorten, zodat zo min mogelijk verstoord zal worden. Er worden voor dit plan een aantal bomen gekapt, maar ergens anders binnen het plangebied worden nieuwe bomen geplant. Voor het plangebied geldt dat alle (in functie zijnde) nesten alleen tijdens het broedseizoen zijn beschermd. Als richtlijn kan voor het plangebied een broedperiode van 15 maart tot en met 15 augustus worden aangehouden. Het verdient aanbeveling de kapwerkzaamheden buiten deze periode uit te voeren. Een ontheffingsaanvraag in het kader van de Wet natuurbescherming is dan niet noodzakelijk. Naar aanleiding van de opmerkingen vanuit de gemeente en omgevingsdienst op het eerste rapport van de ecoloog uit 2018 zijn aanvullende foto’s toegevoegd van de te slopen gebouwen en de te kappen beplanting. Deze foto’s zijn recent en gemaakt in het veldbezoek van 25 mei 2021. Daarnaast is een specifiek advies (5) opgenomen voor de aanleg en inrichting van akkerlanden gericht op patrijzen of akkervogels.

Het Waterschap heeft geadviseerd om waterbergende voorzieningen aan te leggen rondom het erf op de hoger gelegen gronden. Er is hierbij aansluiting gezocht bij advies 4 van de ecoloog inzake natuur inclusief bouwen om droge greppels direct aansluitend aan de beplanting aan te leggen. De infiltratievoorzieningen zullen veelvuldig droogstaan en hiermee geschikt zijn voor kleine marterachtigen. De poel en de wadi aan de oostzijde van het plangebied draagt bij aan het voedselaanbod voor kleine marterachtigen. Met voorgaande opmerkingen wordt gevolg gegeven aan de opmerkingen van de Odzob als aan opmerkingen van interne ecologisch deskundige binnen de gemeente Reusel-De Mierden. De conclusie is, zoals ook bevestigd door de deskundige van de Odzob en gemeente dat de conclusie van de veldecoloog zoals weergegeven in tabel 4-5 aannemelijk en navolgbaar zijn. Hiermee staat het aspect soortenbescherming niet in de weg voor realiseren van het planvoornemen.

18 MEI 2022

 51

Bestemmingsplan Buitengebied, Witrijt 3 Reusel Voorontwerp

4.9.3

Natuur netwerk Brabant

Het plangebied is buiten maar wel aangrenzend aan het Natuur netwerk Brabant gelegen. De externe werking van de planontwikkeling op dit gebied is beoordeeld door de Ecoloog in het kader van het ecologisch onderzoeksrapport zoals opgenomen in bijlage 6 onder hoofdstuk 6 van het rapport. De ecoloog concludeert het volgende: “Het direct aangrenzende water valt onder het beheertype ‘N03.01 Beek en Bron’ en de daarnaast houtopstanden onder het beheertype ‘N14.01 Rivier- en beekbegeleidend bos’. Binnen de houtopstanden en in het open gebied liggen nog een drietal poelen, welke vallen onder het beheertype ‘L01.01 Poel en kleine historische wateren’. Brabant kent een externe werking voor NNB (muv emissies via lucht en water). Als demoveld zal het gebruik van het akkerperceel vergelijkbaar zijn of mogelijk iets intensiever dan nu. Maar door de aanleg van de poel met wadi grenzend aan NNB (die de bestemming natuur krijgt), wordt met het demoveld afstand gehouden tov bestaande NNB. Door deze buffer zijn geen negatieve effecten op de wezenlijk kenmerken en waarden van de NNB te verwachten. De verwachting is dat dit mogelijk zelfs een positief effect kan hebben. Een extra poel kan de migratie van amfibieën in het gebied bevorderen. Er wordt als het ware een extra stapsteen aan het gebied toegevoegd.

Opgaande beplanting zou een afschermde werking kunnen hebben, echter dit is gezien de vereiste openheid cf. de voorgenomen planregels niet toegestaan. Negatieve effecten kunnen dan ook worden uitgesloten. Verdere toetsing aan het NNB is niet nodig”. Het ecologisch onderzoek in combinatie met de voorgestelde landschappelijke inpassing is beoordeeld door specialisten van de Omgevingsdienst zuid oost Brabant (Odzob), hun conclusie is ten aan zien van de plannen en waterbergende voorziening: “Door deze buffer zijn geen negatieve effecten op de wezenlijk kenmerken en waarden van de NNB te verwachten. […] Kortom, NNB-toets met compensatie is niet aan de orde”. Op basis van het uitgevoerde ecologische onderzoek zijn negatieve effecten niet verwacht ten opzichte van het nabijgelegen natuurnetwerk Brabant. Om niet alleen geen afbreuk te doen maar om in het kader van maatschappelijke meerwaarde bij te dragen aan de ambities ten aanzien van de natuurontwikkeling in het natuurgebied worden extra maatregelen voorgesteld in het plangebied. Hiervoor is de ecoloog gevraagd om advies uit te brengen over natuur inclusief bouwen. In het ecologisch rapport is in bijlage 6 een lijst met adviezen opgenomen ten aanzien van de diverse soorten in de omgeving van het plangebied.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=ReuselDeMierden&id=78bdb867-7dbb-4a28-90e6-50156b6f322b