CConstaterende datReusel-De Mierden
Koppel je AI →
Document · PDF

[22.13485] - ontwerpbestemmingsplan Buitengebied herziening 2022 bijlagen bij toelichting

Gemeenteraad 14 maart 2023, gemeente Reusel-De MierdenBij agendapunt: Veegplan buitengebied 202226.594 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

22

Huidige situatie en analyse Rouwenbogt

Afweging

Rouwenbogt 10 Op basis van de ruimtelijke visie staat de projectlocatie (huisnummers 10 en 12) aangeduid als ‘zoeklocatie voor herschikkingsmogelijkheden’ met aan de wegzijde (Rouwenbogt) de aanduiding ‘versterken laanstructuur’. Ter plaatse van Rouwenbogt 10 is sprake van een functiewijziging waarbij het huidige gebruik wordt gelegaliseerd. Voor wat betreft Rouwenbogt 10 geldt dat er geen gebouwelijke ontwikkelingen plaatsvinden binnen het erf. De ruime uitstraling van het perceel met bestaand groen en erfbeplanting blijft ongewijzigd met het planvoornemen. Het initiatief doet geen afbreuk aan de landschappelijke kwaliteiten. Voor de ontwikkeling is geen extra ruimtebeslag nodig en er is geen sprake van sloop of nieuwbouw, waardoor het planvoornemen de beleidskaders wat betreft (lint)bebouwing respecteert. Ruimtelijk vinden er geen negatieve ontwikkelingen plaats. Functioneel wijzigt het gebruik ter plaatse van de aanwezige loods. Deze wijzigt namelijk formeel van het houden van dieren naar statische opslag in de vorm van een caravanstalling en het hobbymatig houden van vier paarden. De loods heeft een bebouwd oppervlak van 440 m 2 en biedt plek aan Xcaravans, opslag van materieel en enkele werktuigen ten behoeve van het onderhoud van tuin en 23

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Rouwenbogt 10 en 12 Reusel

Ruimtelijke visie Rouwenbogt

omgeving. Zoals uit hoofdstuk 4 blijkt belemmerd de functiewijziging van ‘Agrarisch’ naar ‘Bedrijf’ de omgeving niet. Voor meer informatie hieromtrent zie hoofdstuk 4.

Rouwenbogt 12 De beoogde ontwikkeling van Rouwenbogt 12 voorziet in het toevoegen van bebouwing, dit past omdat de bedrijfswoning zich bevindt binnen een zoeklocatie voor herschikkingsmogelijkheden. De aangeduide zichtrelaties in het gebied worden niet aangetast als gevolg van de ontwikkeling. Vanuit de ‘Beleidsnotitie voor Bebouwingsconcentraties’ zijn er daarom geen belemmeringen voor het initiatief.

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Rouwenbogt 10 en 12 Reusel

De beoogde ontwikkeling ter plaatse van Rouwenbogt 10 en 12 past dan ook binnen de uitgangspunten van de Beleidsnotitie voor bebouwingsconcentraties.

24

4 Planologische- en Milieuhygiënische onderzoeksaspecten In het kader van voorgenomen ontwikkeling dient rekening gehouden te worden met (milieu)- invloeden vanuit de omgeving op de ontwikkeling zelf en met invloeden vanuit de ontwikkeling op de omgeving. Ten behoeve van het onderhavige plan zijn de relevante planologische en milieuhygiënische aspecten uitgewerkt. Deze aspecten komen in navolgende paragrafen aan bod.

4.1

Milieuaspecten

4.1.1

Bodem

Besluit ruimtelijke ordening In het Besluit ruimtelijke ordening is de verplichting opgenomen voor onderzoek naar de bestaande toestand en de gewenste kwaliteit van de bodem. Daarnaast moet de uitvoerbaarheid van het plan inzichtelijk worden gemaakt. Zowel bij het opstellen van bestemmingsplannen als bij een omgevingsvergunning voor het afwijken van bestemmingsplannen zal inzicht moeten worden gegeven in de bodemkwaliteit. Zo moet: • worden beoordeeld of de bodem geschikt is voor de beoogde bestemming; • worden beschreven welke beoogde maatregelen worden getroffen; • in de exploitatieopzet de kosten van eventuele saneringsmaatregelen worden meegenomen. Afweging

Rouwenbogt 10

In de huidige situatie zijn de gronden binnen het plangebied Rouwenbogt 10 bestemd tot ‘Bedrijf – Agrarisch bedrijf’. De beoogde ontwikkeling voorziet enkel in een functiewijziging ten behoeve van statische opslag (caravanstalling). Met de ontwikkeling is er geen sprake van een wijziging naar een voor bodem gevoeliger gebruik. Daarnaast vindt in het kader van het planvoornemen geen gebouwelijke ontwikkeling plaats waarbij de grond wordt geroerd. Binnen het erf hebben daarnaast geen bodembedreigende activiteiten plaatsgevonden, zijn er geen bodembedreigende activiteiten gestaakt en zullen er geen bodembedreigende activiteiten plaats gaan vinden. Derhalve bestaan er gelet op het aspect ‘bodem’ geen belemmeringen voor de beoogde juridisch planologische procedure ten behoeve van Rouwenbogt 10.

Rouwenbogt 12

Op voorhand is enige vorm van bodemverontreiniging niet uit te sluiten. Echter is dit zeer onwaarschijnlijk. Nader verkennend bodemonderzoek ter plaatse van de beoogde locatie voor de bouw van de bedrijfswoning, moet hier uitsluitsel over geven. Dit om vast te stellen of de bodem op de locatie geschikt is voor het beoogde gebruik. Wettelijk is bepaald dat een omgevingsvergunningplichtig bouwwerk niet mag worden gebouwd op een zodanig verontreinigd terrein, dat schade of gevaar is te verwachten voor de gezondheid van de gebruikers of het milieu. Een woning betreft een gevoelige functie. Een bodemonderzoek is derhalve noodzakelijk en is reeds uitgevoerd door Tritium Advies. De resultaten van dit onderzoek zijn hieronder samengevat. Voor meer informatie wordt verwezen naar de volledige onderzoeksrapportage in bijlage 4. Uit de analyseresultaten blijkt dat in de boven- en ondergrond geen verontreinigingen zijn aangetoond. In het grondwater zijn lichte verontreinigingen aangetoond met barium en cadmium. De aangetoonde verontreinigingen in het grondwater zijn in tegenspraak met de hypothese dat de onderzoekslocatie niet-verdacht is. De aangetoonde gehaltes zijn echter dermate laag, dat nader onderzoek hiernaar niet noodzakelijk wordt geacht.

Na vergelijking van de resultaten met de toepassingsnorm boven grondwaterniveau (categorie 4.1.) uit het Tijdelijk handelingskader voor gebruik van PFAS houdende grond- en baggerspecie blijkt dat de bovengrond wordt geclassificeerd als ‘landbouw/natuur’. 25

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Rouwenbogt 10 en 12 Reusel

Voor de locatie Rouwenbogt 12 geldt dat op basis van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening in de planvorming rekening gehouden moet worden met de bodemkwaliteit in relatie tot de gewenste functies. Afhankelijk van hetgeen er op die locatie gebouwd wordt, is dan nog een bodemonderzoek nodig. Dat is niet aan de orde wanneer er ruimtes worden opgericht die niet bestemd zijn voor menselijk verblijf.

De onderzoeksresultaten leveren geen beperkingen op ten aanzien van het voorgenomen gebruik van de locatie en vormen naar mening van Tritium Advies geen belemmering voor de afgifte van een omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit.

Conclusie Op basis van het bodemonderzoek kan geconcludeerd worden dat de milieuhygiënische conditie van de bodem geen belemmering vormt voor de voorgenomen planontwikkeling (realisatie bedrijfswoning). De aangetroffen licht verhoogde gehalten in de grond kunnen wel bij grondafvoer beperkingen opleveren ten aanzien van het (her)gebruik van de grond omdat dan veelal andere normen gelden. Ten aanzien van hergebruik van deze grond elders is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing. Wat betreft het grondwater wordt afgeraden om het freatisch grondwater te gebruiken voor consumptie, besproeiing of proceswater.

4.1.2

Geluidhinder

Een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, waarbij sprake is van de realisatie van geluidsgevoelige objecten dient te worden getoetst aan de Wet geluidhinder. In deze wet wordt aangegeven hoe voor een gebied waar een ruimtelijke ontwikkeling plaatsvindt dient te worden omgegaan met geluidhinder als gevolg van wegverkeer, industrie en spoorwegen. Bij een ruimtelijke ontwikkeling waarbij sprake is van de ontwikkeling van geluidsgevoelige objecten (bijvoorbeeld woningen) binnen een geluidszone, dient een onderzoek te worden uitgevoerd naar de geluidsbelasting op deze gebouwen of terreinen. Afweging

Rouwenbogt 10 Ter plaatse van Rouwenbogt 10 worden geen nieuwe geluidsgevoelige objecten mogelijk gemaakt, waardoor een wegverkeerslawaaionderzoek niet noodzakelijk is. Het plangebied is daarnaast niet gelegen binnen een geluidszone van industrie en spoorwegen. De Wet geluidhinder legt geen restricties aan onderhavig planvoornemen.

Rouwenbogt 12

4.1.3

Luchtkwaliteit

De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5, titel 5.2 Wm). Hierin zijn grenswaarden opgenomen voor luchtvervuilende stoffen. Voor ruimtelijke projecten zijn fijn stof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) de belangrijkste stoffen. Een project is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: • er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; • het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; • het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging; • het project is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een regionaal programma van maatregelen. Om te bepalen of een project ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan de luchtkwaliteit is een algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate' (Besluit NIBM) en een ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) vastgesteld waarin de uitvoeringsregels zijn vastgelegd. Een project kan in twee situaties NIBM bijdragen aan de luchtkwaliteit: • het project behoort tot de lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) die is opgenomen in de Regeling NIBM; 26

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Rouwenbogt 10 en 12 Reusel

Voor de locatie Rouwenbogt 12 geldt dat de bedrijfswoning een geluidgevoelig object is. De locatie ligt aan een 60 km/uur weg. Er is een akoestische beschouwing weg- en railverkeerslawaai opgesteld in het kader van de voorliggende ontwikkeling door Tritium advies. Hieruit blijkt dat het wegverkeerslawaai van de Rouwenbogt voorkeursgrenswaarde van 48 dB op geen enkele gevel van de nieuwe woning overschrijdt. Derhalve is een procedure hogere waarde of een aanvullend onderzoek ter bepaling van de geluidswering van de gevels niet aan de orde. Het volledige akoestisch onderzoek is als bijlage 4 toegevoegd.

•

het project heeft een toename van minder dan 3% van de jaargemiddelde concentratie NO2 en PM10 (1,2μg/m3).

De beoogde ontwikkeling ter plaatse van Rouwenbogt 10 voorziet in een functiewijziging van een voormalig agrarisch bedrijf waar ruimte was voor het houden van maximaal 30 paarden naar een passende bedrijfsbestemming ten behoeve van statische opslag (caravanstalling) en het hobbymatig houden van 4 paarden. Met de functiewijziging is sprake van een verbetering van de omgevingskwaliteit doordat een voormalig agrarisch bedrijf, inclusief bijhorende vergunningen, wordt opgeheven. In het kader van onderhavig planvoornemen voor Rouwenbogt 10 is het aannemelijk dat de NO2- en PM10emissie zal verbeteren. Het oprichten van de nieuwe woning aan de Rouwenbogt 12 levert extra verkeersbewegingen op. De extra verkeer aantrekkende werking als gevolg daarvan zal niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden voor PM10 als NO2 uit de Wet Luchtkwaliteit. Indien het aantal voertuigbewegingen per dag meer bedraagt dan 50 wordt in het kader van zorgvuldigheid wel geadviseerd de verslechtering van de luchtkwaliteit inzichtelijk te maken. Dit is echter niet aan de orde en nader onderzoek is derhalve niet noodzakelijk. De plannen vallen in de categorie “niet in betekenende mate” omdat het gaat om minder dan 1.500 woningen.

Dergelijke plannen hoeven volgens de Wet milieubeheer niet langer getoetst te worden aan de grenswaarden, tenzij een dreigende overschrijding van één of meerdere grenswaarden te verwachten is. Dit is in het voorliggende planvoornemen niet aan de orde. Een overschrijding van de grenswaarden door het onderhavige plan is dan ook niet aan de orde en nader onderzoek is niet nodig.

Achtergrondwaarden

In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient bepaald te worden of de kwaliteit van de lucht ter plaatse goed genoeg is voor de realisatie van het bouwplan. Volgens de Grootschalige Concentratieen Depositiekaarten Nederland (GCN en GDN van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu – RIVM) bedroeg de concentratie PM2,5 in 2020 ter plaatse minder dan 10 µg/m³, de concentratie PM10 minder dan 18 µg/m³ en de concentratie NO2 in tussen de 10 en 15 µg/m³. Volgens de kaarten van het RIVM is de luchtkwaliteit ter plaatse ruimschoots voldoende. Daarnaast zal naar verwachting de luchtkwaliteit in de toekomst nog verder verbeteren door voortschrijdende technologie.

27

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Rouwenbogt 10 en 12 Reusel

Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5.2 luchtkwaliteitseisen van de Wet milieubeheer (ook wel Wet luchtkwaliteit genoemd, Wlk). De Wlk bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijnstof, lood en koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in Nederland met name de grenswaarden voor stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM2,5 en PM10) van belang. De vigerende grenswaarden voor stikstofdioxide en fijnstof zijn in de navolgende tabel weergegeven. De grenswaarden gelden voor de buitenlucht, met uitzondering van een werkplek in de zin van de Arbeidsomstandighedenwet en op plaatsen die niet toegankelijk zijn voor publiek en waar geen vaste bewoning is, zoals akkerland en de rijbaan en ontoegankelijke middenbermen van wegen.

Afweging De voorgenomen ontwikkeling is niet bezwaarlijk in het kader van de luchtkwaliteitseisen uit de Wet milieubeheer.

4.1.4

Externe veiligheid

Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s voor de omgeving vanwege handelingen met gevaarlijke stoffen. De handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de opslag en de productie, als op het transport van gevaarlijke stoffen. Uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), vloeit de verplichting voort om in ruimtelijke plannen in te gaan op de risico's in het plangebied ten gevolge van handelingen met gevaarlijke stoffen. De risico's dienen te worden beoordeeld op twee maatstaven, te weten het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Verder is op 1 april 2015 het Basisnet in werking getreden. De Wet Basisnet voegt een nieuw hoofdstuk toe aan de Wet vervoer gevaarlijke stoffen. Deze toevoeging omvat regels voor het vaststellen van het maximaal toegestane risico door het vervoer van gevaarlijke stoffen.

Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico beschrijft de kans per jaar dat een onbeschermd individu komt te overlijden door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in risicocontouren rondom de risicobron (bedrijf, weg, spoorlijn etc.), waarbij de 10-6 contour (kans van 1 op 1 miljoen op overlijden) de maatgevende grenswaarde is.

Groepsrisico Het groepsrisico beschrijft de kans dat een groep van 10 of meer personen gelijktijdig komt te overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico geeft een indicatie van de maatschappelijke ontwrichting in geval van een ramp. Het groepsrisico wordt uitgedrukt in een grafiek, het overlijden van een bepaalde groep (bijvoorbeeld 10, 100 of 1000 personen) wordt afgezet tegen de kans daarop. Voor het groepsrisico geldt de oriëntatiewaarde als ijkpunt in de verantwoording (géén norm).

28

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Rouwenbogt 10 en 12 Reusel

Beleidskader

Toetsing Er moet getoetst worden aan het Bevi, Bevt en Bevb wanneer bij een ontwikkeling (beperkt) kwetsbare objecten worden toegestaan. Woningen zijn kwetsbare objecten, waarvoor de effecten op het gebied van externe veiligheid moeten worden getoetst. Het planvoornemen is opgesplitst in twee delen. De toevoeging van een kwetsbaar object, namelijk een bedrijfswoning aan de Rouwenbogt 12 en de functiewijziging van een voormalig agrarisch bedrijf naar bedrijfslocatie met statische opslag aan de Rouwenbogt 10. De inrichtingen betreffen geen BEVIinrichtingen en bij onderhavige ontwikkeling is ook geen sprake van het installeren van nieuwe risicobronnen in het kader van externe veiligheid. De voorgenomen ontwikkeling is niet bezwaarlijk van uit het Bevi, Bevt en Bevb.

Uitsnede EV-Signaleringskaart met globale aanduiding plangebied (rood omlijnd)

Risicovol transport over wegen, spoorwegen, water en door buisleidingen Er vindt in de directe omgeving van het plangebied geen transport van gevaarlijke stoffen plaats over wegen, spoorwegen, water of door buisleidingen, dat een belemmering kan vormen voor de voorgenomen ontwikkeling. Afweging Het plangebied is niet gelegen binnen het invloedsgebied van risicovolle inrichtingen of transportroutes. Vanuit het aspect externe veiligheid zijn er dan ook geen belemmeringen voor de onderhavige ontwikkelingen.

4.1.5

Bedrijven en milieuzonering

Goede ruimtelijke ordening voorziet in het voorkómen van hinder en gevaar. Door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en gevoelige functies (zoals woningen) kan goede ruimtelijke ordening gerealiseerd worden. Het is aan de ene kant zaak om te voorkomen dat er hinder en gevaar voor gevoelige bestemmingen ontstaat en aan de andere kant dient aan bedrijven voldoende zekerheid te worden geboden dat zij niet in hun activiteiten worden beperkt door nieuwe gevoelige functies. Om te bepalen of tussen de 29

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Rouwenbogt 10 en 12 Reusel

Inrichtingen Uit de risicokaart blijkt dat er in en in de directe omgeving van het plangebied geen risicovolle inrichtingen zijn gelegen, waarmee in het kader van de voorliggende ontwikkeling rekening mee dient te worden gehouden. Omliggende risicovolle inrichtingen vormen derhalve geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.

milieubelastende activiteiten en de gevoelige functies voldoende afstand in acht wordt genomen, is gebruik gemaakt van de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ uit 2009. In deze publicatie worden de richtafstanden gegeven voor de vier ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. In de onderstaande tabel zijn de richtafstanden van de diverse milieucategorieën weergegeven, zoals deze gelden voor een rustige woonwijk en voor een gemengd gebied. TABEL 4.1:RICHTAFSTAND VOOR DE TWEE GEBIEDSTYPEN PER MILIEUCATEGORIE

(Bron: VNG)

In dit geval dient te worden uitgegaan van het omgevingstype ‘gemengd gebied’, aangezien sprake is van een verscheidenheid aan diverse functies binnen een bebouwingsconcentratie aan de rand van de kern van Reusel. In de omgeving komen diverse functies voor zoals woonfuncties, bedrijfsfuncties, agrarische veehouderijen, agrarische gronden, natuur en sportvoorzieningen. De dichtstbijzijnde gelegen functies betreffen met name woningen. Ter impressie zie de bestemmingsplan uitsnede in paragraaf 2.2. Doordat de omgeving kan worden getypeerd als gemengd gebied mogen de richtafstanden met een afstandstap worden verlaagd.

Op basis van het vigerende bestemmingsplan geldt ter plaatse van Rouwenbogt 10 de enkelbestemming ‘Bedrijf – Agrarisch bedrijf’. Ter plaatse van deze gronden is de uitoefening van een agrarisch bedrijf toegestaan. Ter plaatse van de planlocatie zijn derhalve reeds in het kader van het vigerende bestemmingsplan de belangen en effecten afgewogen wat betreft de uitoefening van een milieucategorie 2 tot en met 3.1 activiteit. Feitelijk was er ter plaatse van Rouwenbogt 10 sprake van een voormalig agrarisch bedrijf waar ruimte was voor het houden van maximaal 30 paarden. Dit betrof een milieucategorie 3.1 activiteit. Bij een milieucategorie 3.1 activiteit hoort een richtafstand van 50 meter in een gemengd gebied. In de toekomstige situatie is enkel nog sprake van statische opslag (caravanstalling = milieucategorie 2) en het hobbymatig houden van 4 paarden. Voor milieucategorie 2 geldt een richtafstand van 10 meter in gemengd gebied. Met de functiewijziging is sprake van een verbetering van de omgevingskwaliteit doordat een voormalig agrarisch bedrijf, inclusief bijhorende vergunningen, wordt opgeheven. In het kader van onderhavig planvoornemen is het aannemelijk dat de milieusituatie voor wat betreft de aspecten geur, stof, geluid en gevaar zal verbeteren.

Ondanks de milieuverbetering kan hoe dan ook beargumenteerd worden dat onderhavige ontwikkeling geen negatieve milieu-invloeden tot gevolg heeft op omliggende milieugevoelige objecten. Omliggende milieugevoelige functies zijn op meer dan voldoende afstand gelegen ten opzichte van onderhavige ontwikkeling. Het dichtstbijzijnde gelegen milieugevoelige object betreft een woonfunctie aan Rouwenbogt 9 op 12 meter ten noordwesten van het plangebied. Op 15 meter afstand ten zuidwesten zijn tevens twee woonfuncties gelegen, namelijk Rouwenbogt 7 en 7a. Dit is een grotere afstand dan de geldende richtafstand van 10 meter in gemengd gebied. Kortom, er wordt voldaan aan de richtafstand op basis van de VNG-brochure. 30

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Rouwenbogt 10 en 12 Reusel

Toetsing Onderhavige ontwikkeling is in beginsel een functie die volgens de (indicatieve) brochure ‘Bedrijven en Milieuzonering’ gezoneerd dienen te worden ten opzichte van milieugevoelige functies in de omgeving. Medewerking aan dit project is pas mogelijk indien blijkt dat een goed woon- en leefklimaat in omliggende woningen gegarandeerd is.

Gelet op het bovenstaande en gelet op de afstand vanaf waar de activiteiten binnen het perceel van Rouwenbogt 10 daadwerkelijk plaatsvinden tot en met de dichtstbijzijnde gelegen gevel van een woning is het aannemelijk dat ter plaatse van omliggende woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en dat de ontwikkelmogelijkheden van Rouwenbogt 10 niet worden belemmerd.

Impressie planologische invulling wat betreft milieuzoneringen

Door het toevoegen van de verschillende aanduidingen op de percelen kan gegarandeerd worden dat de bedrijven op beide locaties op basis van de richtafstanden geen belemmeringen voor elkaar en omliggende gevoelige objecten opleveren op het gebied van geur, geluid en luchtkwaliteit. In de volgende paragrafen worden deze aspecten verder uitgewerkt. Afweging Op basis van het aspect milieuzonering bestaan er geen belemmeringen ten aanzien van het voorgenomen initiatief.

4.1.6

Geurhinder

Beleid De Wet geurhinder en veehouderijen vormt het toetsingskader voor geur afkomstig van veehouderijen. De Wet geurhinder en veehouderijen (hierna Wgv genoemd) en bijbehorende Regeling geurhinder en veehouderijen (hierna Rgv genoemd) zijn relevante wettelijke regelingen. 31

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Rouwenbogt 10 en 12 Reusel

De locatie Rouwenbogt 12 is een paardenhouderij, hiervoor geldt dat het milieucategorie 3.1 is waarvoor een afstand van 30 meter geldt. Het bouwvlak ligt direct tegen de Rouwenbogt 10 aan. Daarnaast is de afstand met Rouwenbocht 9 ook slechts 10 meter. Om de ontwikkeling toch mogelijk te maken krijgt enkel het gedeelte waar de paardenhouderij is gelegen de aanduiding ‘maximaal milieucategorie 3.1’, de rest van het bestemmingsvlak krijgt de aanduiding ‘maximaal milieucategorie 2’. Tevens komt er tussen de twee locaties een strook met de aanduiding ‘bebouwingsvrije zone’ te liggen. Zie hiervoor ook onderstaande afbeelding.

De Wgv geeft normen voor de geurbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object (bijvoorbeeld een woning). De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) biedt gemeenten, binnen een wettelijke vastgestelde bandbreedte, de beleidsvrijheid om zelf geurnormen vast te stellen. Het college van Burgemeester en Wethouders heeft in haar vergadering van 17 december 2013 de verordening geurhinder en veehouderij 2013 en de Geurgebiedsvisie 2013 definitief vast te stellen. Met het actualiseren van de gemeentelijke geurverordening en de beleidsregel ten aanzien van geur en ruimtelijke ontwikkelingen wordt een betere bescherming ten aanzien van geuroverlast door veehouderijen beoogd. Daarnaast blijft het noodzakelijk om ruimte te houden voor gewenste functieveranderingen in het buitengebied en voor een duurzame ontwikkeling van de veehouderij. Toetsing Voorgrondbelasting In de verordening is voor een aantal gebieden afwijkende afstandswaarden en geurnormen gedefinieerd. Op basis van de kaart behorende bij de geurverordening ligt het plangebied binnen het gebied B ‘kernrandzone/buitengebied’. Voor gebied B geldt een maximale waarde voor de geurbelasting van een veehouderij op een geurgevoelig object van 5 OUE/m3. Achtergrondbelasting Woningen zijn geurgevoelige objecten zoals bedoeld in de Wgv, waardoor toetsing aan geurhinder vereist is.

Voor nieuwe bouwplannen binnen het invloedsgebied van veehouderijen geldt dat, alvorens er gebouwd kan worden, verzekerd dient te worden dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat.

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Rouwenbogt 10 en 12 Reusel

De meest dichtbij gelegen intensieve veehouderijen liggen op circa 600 meter ten noordwesten (Hulselsedijk 36) en op circa 700 meter ten westen (Molenheide 1) van het plangebied. Hiermee wordt ruimschoots voldaan aan de vaste afstanden van intensieve veehouderijen. Op meer dan 140 meter ten zuiden van het plangebied is een veehouderij gelegen. Het betreft een kleinschalige melkveehouderij. Gelet op de afwijkende vaste afstanden wat betreft melkveehouderijen (50 meter bij 1-100 dieren in het buitengebied) wordt hier ook voldaan aan de geldende vaste afstanden.

32

Volgens de kaart ‘huidige geursituatie in 2012’ is er ter plaatse van het plangebied sprake van een achtergrondbelasting van 3 tot 6 OUE/m3.

Uitsnede kaart huidige geursituatie met globale aanduiding plangebied (bij rode pijl) (Bron: OZOB, d.d. 26 augustus 2013)

Op basis van voorgaande kaart betekent dit dat er ter plaatse van het plangebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Gezien deze afstanden tot de omliggende veehouderijen en het feit dat andere woningen reeds dichter bij deze veehouderijen zijn gelegen, zijn er voor wat betreft het aspect geur geen belemmeringen voor onderhavige ontwikkelingen.

De beoogde ontwikkeling voorziet in een functiewijziging aan Rouwenbogt 10 van een voormalig agrarisch bedrijf waar ruimte was voor het houden van maximaal 30 paarden naar een passende bedrijfsbestemming ten behoeve van statische opslag (caravanstalling) en het hobbymatig houden van 4 paarden. Met de functiewijziging is sprake van een verbetering van de omgevingskwaliteit doordat een voormalig agrarisch bedrijf, inclusief bijhorende vergunningen, wordt opgeheven. Het planvoornemen belemmert gelet op de aard en omvang van het initiatief omliggende geurgevoelige objecten niet. In het kader van onderhavig planvoornemen is het aannemelijk dat de geuremissie sterk zal verbeteren en dat in de omgeving sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

Rouwenbogt 12 Aan Rouwenbogt 12 wordt een nieuwe woning gerealiseerd. Omdat er sprake is van een nieuwe bedrijfswoning bij een bestaand agrarisch bedrijf hoeft er met het bedrijf op de locatie geen rekening gehouden te worden. Daarbij is er een bestaande vergunning voor het houden van paarden waaraan geen verandering wordt doorgevoerd. De afstandseisen van de paardenhouderij ten opzichte van omliggende geurgevoelige objecten kunnen daarom buiten beschouding worden gelaten. Afweging Geconcludeerd kan worden dat er ter plaatse van omliggende milieugevoelige objecten een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gegarandeerd kan worden. Bovendien wordt onderhavige ontwikkeling niet belemmerd als gevolg van de bouw van een woning. Het aspect geur vormt geen belemmeringen voor onderhavig planvoornemen.

33

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Rouwenbogt 10 en 12 Reusel

Rouwenbogt 10

4.2

M.e.r.-plicht

Het voorliggende initiatief maakt een functiewijziging van een voormalig agrarisch bedrijf mogelijk waar ruimte was voor het houden van maximaal 30 paarden. In de toekomstige situatie zal sprake zijn van een passende bedrijfsbestemming ten behoeve van statische opslag (caravanstalling) en het hobbymatig houden van 4 paarden. Kleinschalige bedrijfsfunctie De beoogde ontwikkeling en de hiervan deel uitmakende onderdelen komen in lijst C van de bijlage van het Besluit m.e.r. niet als activiteit voor. Met betrekking tot de ontwikkeling is in onderdeel D (11.2) van de bijlage van het Besluit m.e.r. het volgende opgenomen: “de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.” De voorgenomen ontwikkeling ligt ver onder de drempelwaarden die is opgenomen in kolom 2, namelijk een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2.000 woningen of meer of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. De ontwikkeling ter plaatse van Rouwenbogt 10 betreft een functiewijziging en ontwikkeling van een woning.

Blijkens jurisprudentie1 dient niet iedere mogelijk gemaakte wijziging of uitbreiding van een stedelijke ontwikkeling te worden aangemerkt als een wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in kolom I, van categorie 11.2, van onderdeel D, van de bijlage bij het Besluit m.e.r. en artikel 2, onderdeel A, van de bijlage bij het Besluit m.e.r. Dat hangt af van de concrete omstandigheden van het geval. Daarbij spelen onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene wijziging of uitbreiding van de stedelijke ontwikkeling een rol. Gelet op de bestaande situatie en de aard en omvang van Rouwenbogt 10 en 12, afgezet tegen de oppervlakten en aantallen die worden genoemd in categorie 11.2, onderdeel D, van de bijlage bij het Besluit m.e.r., is er met onderhavig initiatief sprake van enerzijds een planologische functiewijziging waarbij de oppervlaktematen niet worden overschreden. Daarnaast is er geen sprake is van significante milieueffecten als gevolg van de ontwikkeling en is ook geen sprake van een ligging binnen of in de nabijheid van een kwetsbaar gebied.

Wet natuurbescherming (passende beoordeling en plan-m.e.r.-plicht) Naast het Besluit m.e.r. is de Wet natuurbescherming van belang om te bepalen of een plan-m.e.r. noodzakelijk is. In de Wet natuurbescherming is opgenomen dat wanneer significante effecten op Natura 2000-gebieden niet zijn uit te sluiten een plan-m.e.r. in procedure dient te worden gebracht. Wanneer aangetoond kan worden dat er geen significante effecten zijn te verwachten is een plan-m.e.r. niet noodzakelijk. Uit paragraaf 4.7 ‘Ecologie’ blijkt dat van significante effecten die kunnen leiden tot een noodzaak tot het uitvoeren van een passende beoordeling of plan-m.e.r.-plicht geen sprake is. Conclusie De voorgenomen functiewijziging ter plaatse van Rouwenbogt 10 en de ontwikkeling van een bedrijfswoning ter plaatse van Rouwenbogt 12 betreft geen stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit milieueffectrapportage, vanwege de aard en schaal van het project, het feit dat geen sprake is van significante milieueffecten als gevolg van de ontwikkeling en ook geen sprake is van ligging binnen of in de nabijheid van een kwetsbaar gebied. Er hoeft dan ook geen milieueffectrapport te worden opgesteld en er hoeft ook geen m.e.r.-beoordeling te worden doorlopen. Het initiatief heeft geen significante gevolgen op een Natura 2000-gebied.

Er hoeft derhalve geen passende beoordeling te worden uitgevoerd en vanuit de Wet natuurbescherming geldt geen m.e.r.-plicht.

4.3

Gezondheid

Volksgezondheid in relatie tot veehouderijen 1

O.a. ABRS 22 mei 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1668) en Rechtbank Amsterdam 6 februari 2018 (ECLI:NL:RBAMS:2018:648).

34

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Rouwenbogt 10 en 12 Reusel

Op basis van het bovenstaande dient de voorliggende ontwikkeling niet aangemerkt te worden als (de uitbreiding van) een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in kolom I van categorie 11.2, onderdeel D, van de bijlage bij het Besluit MER. Er hoeft dan ook geen milieueffectrapport te worden opgesteld en er hoeft ook geen MER-beoordeling te worden doorlopen.

‘Notitie Handelingsperspectieven veehouderij en volksgezondheid: Endotoxine toetsingskader 1.0’. Het doel van deze notitie is om, in de periode totdat er een landelijk toetsingskader endotoxine beschikbaar komt, geen nieuw of groter knelpunt op endotoxine gebied te laten ontstaan. Op basis van gegevens uit het provinciale Web-BVB is, vanuit het Ondersteuningsteam Veehouderij en Volksgezondheid, een indicatieve achtergrondkaart endotoxine opgesteld. Rond de pluimvee- en varkenshouderijen in NoordBrabant zijn individuele endotoxine cirkels getrokken, gebaseerd op de fijnstof emissie, de situering en de diersoort volgens Web-BVB, gecombineerd met de afstandsgrafieken uit bijlage 2 van de Notitie. Op basis van de huidige onderzoeksrapporten wordt er voor andere veehouderijsectoren, zoals melkvee, runderen, geiten en schapen, vooralsnog vanuit gegaan dat de emissie van fijnstof en daarmee ook endotoxine verhoudingsgewijs laag is en dit daarom geen verhoogd endotoxine risico veroorzaakt. Aanvullend op de notitie is een Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 (versie mei 2018) gepresenteerd. De Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 bevat een praktisch stappenplan om te beoordelen of nadere advisering vanuit de GGD wenselijk is. De stappen kunnen worden doorlopen om na te gaan of er knelpunten worden gevonden.

Of daadwerkelijk advies wordt ingewonnen bij de GGD is een afweging van het bevoegd gezag. Met dit plan wordt geen nieuwe veehouderij mogelijk gemaakt. Door de ontwikkeling van de woning aan de Rouwenbogt 12 zijn er wel meer mensen aanwezig op de locatie. Omdat deze mensen tevens exploitant van het bedrijf zijn levert dit geen belemmeringen op vanuit het toetsingskader. Het stappenplan uit de Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 is toch doorlopen. Op basis van het ‘Endotoxine toetsingskader 1.0’ is beoordeeld of er sprake is van een verhoogd volksgezondheidsrisico ten aanzien van varkenshouderijen en pluimveehouderijen. Het plangebied ligt buiten de richtafstanden die aangehouden moeten worden rondom de varkens- en pluimveehouderijen in de omgeving. Er is geen sprake van een verhoogd volksgezondheidsrisico. Er is met dit plan geen toename van geur, fijnstof en/of ammoniak. De planlocatie is gelegen in een gebied met een acceptabele geurbelasting (geursituatie optimaal, de hoogst berekende geurbelasting ter plaatse van het plangebied bedraagt ongeveer 1,1 ouE/m3). De afstand tussen de inrichtingsgrenzen van een varkensbedrijf en een pluimveebedrijf bedraagt meer dan 100 meter. Geitenhouderijen liggen op meer dan 2 kilometer afstand. De planlocatie is eveneens niet gelegen binnen een afstand van 1 km van een pluimveebedrijf.

Ook overige veehouderijen liggen buiten 250 meter afstand. Er is geen sprake van een mestbewerkings- of verwerkingsbedrijf (al dan niet als nevenactiviteit).

Geitenhouderijen Uit het VGO-2 onderzoek is gebleken dat zich in een straal van circa 2 km rond geitenbedrijven een verhoogd aantal gevallen van longontsteking voordoet. Binnen 2 km van het plangebied liggen geen geitenhouderijen. Er is geen sprake van een verhoogd volksgezondheidsrisico. Spuitzones In de directe omgeving van het plangebied zijn geen percelen aanwezig met een spuitzone gewasbescherming. Spuitzones vormen geen belemmering voor het plan. Hoogspanningsleidingen In de nabijheid van onderhavige ontwikkeling zijn geen hoogspanningsleidingen gelegen met een bestemmingsplanplichtige beschermingszone die van invloed zou kunnen zijn op de voorgenomen ontwikkeling.

4.4

Brabantse Zorgvuldigheidscore Veehouderij (BZV)

De Brabantse Zorgvuldigheidscore Veehouderij is een onderdeel van de Interim Omgevingsverordening waarbij uitbreiding van veehouderijen enkel mogelijk is als het bedrijf voldoet aan specifieke eisen op het gebied van zorgvuldigheid of duurzaamheid. Een belangrijke basis voor dit beleid is gelegd in het zogenoemde 'Brabant-beraad'. 35

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Rouwenbogt 10 en 12 Reusel

Het stappenplan is hiermee volledig doorlopen. Een advisering van de GGD hoeft niet te worden gevraagd voor dit plan. Er is geen sprake van een verhoogd volksgezondheidsrisico op deze locatie. Dit onderdeel zorgt dan ook niet voor belemmeringen.

De IOV geeft aan dat een veehouderij een agrarisch bedrijf is, gericht op het fokken, mesten en houden van runderen, varkens, schapen, geiten, pluimvee, tamme konijnen en pelsdieren. Omdat het bij deze ontwikkeling geen sprake is van een uitbreiding van een veehouderij, is de BZV niet uitgevoerd.

4.5

Archeologie en Cultuurhistorie

4.5.1

Archeologie

Op basis van de archeologische beleidskaart van de gemeente Reusel – De mierden is het plangebied gelegen in een gebied dat is aangemerkt als categorie 4 ‘Gebied met een middelhoge archeologische verwachting’. Ter plaatste van categorie 4 geldt derhalve een archeologische onderzoeksplicht voor bodemingrepen met een verstoringsdiepte van meer dan 30 cm en een verstoringsoppervlakte van meer dan 2.500 m2. Aangezien in het kader van het planvoornemen aan Rouwenbogt 10 enkel sprake is van een planologische juridische functiewijziging waarbij in het kader van het initiatief geen gebouwelijke wijzigingen plaatsvinden en geen bodemingrepen zullen plaatsvinden, zullen de oppervlakte- en diepteondergrenzen niet worden overschreden en worden archeologische waarden niet aangetast. Ter plaatse van Rouwenbogt 12 is geen sprake van een bodemingreep met een verstoringsoppervlakte van meer dan 2.500 m2. Archeologisch onderzoek is derhalve hier niet noodzakelijk. In het kader van onderhavige ontwikkeling ter plaatse van Rouwenbogt 10 en 12 blijft de archeologische dubbelbestemming uit het vigerende bestemmingsplan gehandhaafd.

Mochten in de toekomst graafwerkzaamheden plaatsvinden binnen het plangebied en mochten tijdens deze graafwerkzaamheden toch archeologische sporen of resten worden aangetroffen, dan dient hiervan melding te worden gemaakt bij de Minister van OCW of bij de gemeente Reusel – De Mierden conform Artikel 5.10 (Archeologische toevalsvondst) en Artikel 5.11 (Waarneming) van de Erfgoedwet 2016.

4.5.2

Cultuurhistorie

Het cultuurhistorisch erfgoed van Nederland bestaat uit monumentale panden, historische zichtlijnen, kenmerkende landschappen en waardevolle lijn- en/of vlakelementen. Het cultuurhistorisch erfgoed geeft een beeld van de geschiedenis van het landschap. Daarom is bescherming van deze elementen van belang.

Uitsnede cultuurhistorische waardenkaart (CHW) met globale aanduiding plangebied (rood omlijnd)

de provinciale cultuurhistorische waardenkaart in het cultuurhistorisch waardevolle archeologisch landschap ‘Kempen’.

Rouwenbogt 10

De beoogde ontwikkeling ter plaatse van Rouwenbogt 10 ziet enkel toe op een planologisch juridische functiewijziging. In het kader van het planvoornemen is geen sprake van een gebouwelijke ontwikkeling 36

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Rouwenbogt 10 en 12 Reusel

De cultuurhistorische waarden van een gebied zijn in kaart gebracht in de zogenaamde cultuurhistorische waardenkaart. Deze wordt door de provincies beheerd. Het plangebied ligt volgens

en blijven bestaande landschapselementen en erfbeplanting behouden. Binnen het plangebied zijn geen cultuurhistorische waarden aanwezig en worden cultuurhistorische waarden in de omgeving niet belemmerd. Binnen het plangebied en in de omgeving van het plangebied zijn verder geen rijks- danwel gemeentelijke monumenten of andere cultuurhistorische waarden die een belemmering vormen voor de uitvoerbaarheid van het wijzigingsplan. Met de functiewijziging ter plaatse van Rouwenbogt 10 wordt geen negatieve invloed uitgeoefend op aanwezige cultuurhistorische waarden.

Rouwenbogt 12 De bouw van een woning op de locatie heeft geen invloed op de cultuurhistorische waarden in de omgeving. Afweging De aspecten cultuurhistorie en archeologie vormen geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling. Hiermee is sprake van een compact geheel samen met de bestaande bebouwing.

4.6

Leidingen en infrastructuur

Er zijn blijkens het geldende bestemmingsplan en de Signaleringskaart-EV in of rond het plangebied geen kabels of leidingen gelegen met een bestemmingsplanplichtige of andere planologische beschermingszone die van invloed zou kunnen zijn op de voorgenomen ontwikkeling.

4.7

Ecologie

Natuurwetgeving

De bescherming van de natuur is per 1 januari 2017 in Nederland vastgelegd in de ‘Wet natuurbescherming’ (Wnb). Deze wet vormt voor wat betreft soortenbescherming en gebiedsbescherming een uitwerking van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Daarnaast vindt beleidsmatige gebieds-bescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS).

Gebiedsbescherming

De beoogde ontwikkeling ter plaatse van Rouwenbogt 10 voorziet in een functiewijziging van een voormalig agrarisch bedrijf waar ruimte was voor het houden van maximaal 30 paarden naar een passende bedrijfsbestemming ten behoeve van statische opslag (caravanstalling) en het hobbymatig houden van 4 paarden. Met de functiewijziging is sprake van een verbetering van de omgevingskwaliteit doordat een voormalig agrarisch bedrijf, inclusief bijhorende vergunningen, wordt opgeheven. De ontwikkeling aan de Rouwenbogt 12 voorziet in de realisering van een bedrijfswoning bij een reeds bestaand bedrijf. Voor het bedrijf zijn de bijbehorende vergunning reeds aanwezig. Gelet op de aard en omvang van het project zullen de externe effecten als gevolg van licht, geluid, trillingen en stikstofdepositie niet toenemen met deze wijziging. Aan de westzijde, deels binnen het plangebied ligt een ecologische verbindingszone van het Natuur netwerk Brabant, deze loopt verder in westelijke richting. Ten oosten van het plangebied ligt het beekdal behorende tot de Rouwenbogtloop. Dit gebied behoort tevens tot het Natuur netwerk Brabant. Gezien de aard van de voorgenomen plannen zullen de omgevingscondities redelijkerwijs gelijk blijven, waardoor de kenmerken en waarden van de omliggende natuurzones niet worden aangetast.

Onderhavig initiatief heeft geen nadelige invloed op de instandhouding van omliggende landschapselementen, groenstructuren en leefgebieden van flora en fauna. Kortom, onderzoek in het kader van de omliggende natuurzones wordt dan ook niet noodzakelijk geacht. 37

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Rouwenbogt 10 en 12 Reusel

Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, “Kempenland-West”, bevindt zich op circa 2,6 kilometer afstand ten noordwesten van het plangebied. Gelet op de aard en omvang van het planvoornemen zijn een toename aan externe effecten als gevolg van licht, geluid, trillingen en stikstofdepositie uitgesloten voor wat betreft de functiewijziging van Rouwenbogt 10.

Beschermde houtopstanden Binnen het plangebied zijn geen beschermde houtopstanden gelegen. Er is geen sprake van een ontwikkeling of werkzaamheden waarbij bomen gekapt of beschadigd worden buiten het plangebied. Daarmee heeft het planvoornemen geen negatieve invloed op omliggende beschermde houtopstanden. Een toetsing aan het onderdeel houtopstanden conform de Wet natuurbescherming is in dit planvoornemen dan ook niet aan de orde.

Soortenbescherming Rouwenbogt 10 Het voornemen ziet niet toe op sloopwerkzaamheden, kappen van bomen, verwijderen van beplanting of dempen van sloten voor wat betreft Rouwenbogt 10. De ontwikkeling van Rouwenbogt 10 betreft enkel een planologisch juridische functiewijziging waarbij het huidige gebruik wordt gelegaliseerd. In het kader van de ontwikkeling vinden geen gebouwelijke ontwikkelingen plaats waarbij bestaande erfbeplanting blijft behouden. Gezien het voorgaande is van een negatief effect van de voorgenomen activiteiten op beschermde flora en fauna is dan ook geen sprake. Voor de voorgenomen activiteiten is geen toestemming op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb) nodig.

Rouwenbogt 12 De locatie Rouwenbogt 12 is reeds sinds jaren in agrarisch gebruik, het is daarom niet te verwachten dat er beschermde soorten aanwezig zijn in het plangebied. Wel wordt er een boom gekapt om de woning te kunnen realiseren. De bouw van de woning zal buiten het broedseizoen plaats vinden zodat aanwezige vogels in het gebied niet geschaad worden. Ook de Effectenindicator soorten van BIJ12 geeft aan dat er geen Wettelijk beschermde soorten voorkomen waarbij schadelijke effecten worden verwacht.

Natura2000-Aerius berekening Het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering is op 1 juli 2021 ingegaan, waarmee vrijstelling is geregeld voor bouw-, aanleg- en sloopactiviteiten. Voor de bouw van de bedrijfswoning is daarom geen depositieberekening nodig in de aanlegfase.

4.8

Verkeer en Parkeren

4.8.1

Verkeer

Het plangebied is en blijft bereikbaar via de Rouwenbogt. De Rouwenbogt is een 60 km/uur-weg. Deze straat is verder ontsloten op de N269.

Rouwenbogt 10 Het is inherent aan statische opslag, zoals onder andere caravanstalling, dat deze activiteit slechts een zeer geringe verkeersaantrekkende en publieksaantrekkende werking heeft. Immers een belangrijk kenmerk van statische opslag is juist dat de goederen waar het om gaat weinig verplaatst hoeven worden, dus weinig verkeersbewegingen veroorzaken terwijl van een publieksaantrekkende werking al helemaal geen sprake is. Desalniettemin is de verwachte verkeersaantrekkende werking van het planvoornemen berekend op basis van de CROW-publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren’. Op basis van de CROW-rekentool ‘Verkeersgeneratie en Parkeren’ is er geen directe categorie ‘statische opslag – caravanstalling’ bekend. Derhalve is wat betreft Rouwenbogt 10 uitgegaan van de categorie ‘Bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief (loods, opslag, transportbedrijf)’. Op basis van de CROWrekentool zal de caravanstalling een verkeersgeneratie van maximaal 25 motorvoertuigbewegingen per etmaal tot gevolg hebben op een gemiddelde weekdag. Hierbij is uitgegaan van de maximale 440 m2 bebouwd oppervlakte van de loods in het gebiedstype ‘buitengebied’ in de gemeente Reusel – De Mierden (weinig stedelijke gemeente).

Hierbij dient de kanttekening geplaatst te worden dat niet het volledige bebouwde oppervlakte van de loods wordt benut voor caravanstalling, aangezien door de beperkte bouwhoogte en dakhelling maximaal 10 caravans gestald kunnen worden. Daarnaast wordt 38

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Rouwenbogt 10 en 12 Reusel

Afweging Vanuit het aspect Ecologie bestaan er geen belemmeringen voor onderhavige ontwikkeling.

een deel van de loods gebruikt voor hobbyruimte en de stalling van maximaal 4 paarden. Een verkeersgeneratie van maximaal 25 motorvoertuigbewegingen per etmaal is derhalve worstcase en valt naar alle waarschijnlijkheid in de praktijk lager uit. De geringe verkeersgeneratie vormt derhalve geen belemmering voor het omliggende wegennet.

Rouwenbogt 12 Voor de ontwikkeling aan Rouwenbogt 12 betekent de bouw van een eerste bedrijfswoning een onveranderde situatie voor wat betreft het aantal transportbewegingen ten behoeve van het bedrijf. Het personenvervoer op de locatie neemt af. Omdat initiatiefnemers als gevolg van de ontwikkeling op de locatie wonen, hoeven zij niet meer dagelijks naar de locatie te komen.

4.8.2

Parkeren

Rouwenbogt 10 Op het erf van Rouwenbogt 10 is een lange oprit aanwezig behorende bij de bedrijfswoning. De oprit biedt plek aan 10 personenauto’s. Deze ruimte is meer dan voldoende om de twee personenauto’s van initiatiefnemer te parkeren bij de bedrijfswoning. Bij de loods ten dienste van de caravanstalling is circa 350 m2 erfverharding aanwezig. De caravanstalling ten behoeve van maximaal 10 caravans vindt plaats in de loods. Het aan- en ontkoppelen van de caravans geschiedt aan de voorzijde van de loods. Hier is voldoende oppervlakte en ruimte aanwezig om de activiteiten veilig plaats te laten vinden.

Rouwenbogt 12

Indicatie mogelijke parkeerplaatsen Rouwenbogt 12

4.9

Waterhuishouding

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 1 onder b van het Bro) dient inzicht te worden gegeven in de gevolgen voor de waterhuishouding die samenhangen met de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt. De laatste jaren heeft het waterbeleid een wezenlijk andere oriëntatie gekregen, namelijk van reageren naar anticiperen. In ruimtelijke plannen dient steeds meer aandacht besteed te worden aan waterhuishoudkundige aspecten. Daarbij staan naast een duurzaam 39

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Rouwenbogt 10 en 12 Reusel

Parkeren vindt plaats binnen de inrichting. Er worden geen personenauto’s en/of vrachtwagens buiten de inrichting, op de openbare weg geparkeerd. Op het erf is voldoende verharding aanwezig om in de parkeerbehoefte te voldoen. In navolgende afbeelding is een indicatie gegeven van mogelijke parkeerplaatsen op de locatie. Naast deze aangegeven parkeerplaatsen is er voldoende erfverharding om in extra parkeerplaatsen te voorzien.

waterbeheer de integrale afweging en het creëren van maatwerk voorop. Water moet altijd bekeken worden in het licht van het watersysteem of stroomgebied waarin een stad of een dorp ligt. Een goede afstemming van waterbeleid (kwantitatieve en kwalitatieve eigenschappen) en ruimtelijke ordening, ook in het direct aangrenzende gebied, is daarom noodzakelijk.

Beleidskader Relevante beleidsstukken op het gebied van water zijn het Provinciaal Milieu- en Waterplan 20162021, het Waterbeheersplan van waterschap Aa en Maas, het Nationaal Waterplan, WB21, Nationaal Bestuursakkoord Water en de Europese Kaderrichtlijn Water. Het belangrijkste gezamenlijke punt uit deze beleidsstukken is dat water een belangrijk sturend element is in de ruimtelijke ordening. De bekende drietrapsstrategieën zijn leidend: • vasthouden-bergen-afvoeren (waterkwantiteit); • voorkomen-scheiden-zuiveren (waterkwaliteit). In de Keur van drie Brabantse waterschappen Aa en Maas, De Dommel en Brabantse Delta is aangegeven dat bij een toename van het verhard oppervlak en het afkoppelen van hemelwater, het uitgangspunt geldt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. Het doel van dit uitgangspunt is om te voorkomen dat hemelwater als gevolg van uitbreiding van het verhard oppervlak versneld op het watersysteem wordt geloosd.

Kenmerken van het watersysteem De kenmerken van de watersystemen, zoals die voorkomen in het plangebied (en omgeving), kunnen het beste beschreven worden door een onderverdeling te maken in de soorten van water die in het gebied aanwezig zijn. De belangrijkste zijn: grondwater, oppervlaktewater, ecosysteem, hemel- en afvalwater.

Grondwater, oppervlaktewater en ecosystemen Het plangebied is niet gelegen in een grondwaterbeschermings- en/of grondwaterwingebied. Op basis van de leggerkaart van het waterschap De Dommel is binnen het plangebied geen oppervlaktewater gelegen met een beschermingszone. Ten oosten van het plangebied ligt de Rouwenbogtloop. Deze waterloop en de directe omgeving (beekdal) hebben een beschermingszone. Onderhavige ontwikkeling is niet van invloed op deze waterloop voor wat betreft de regionale waterberging van het beekdal en de ecologische waarde.

Ter plaatse van de Rouwenbogt is een traditioneel vrij verval gemengd rioolstelsel gelegen. Met het planvoornemen aan de Rouwenbogt 10 wordt niet voorzien in een gebouwelijke ontwikkeling en zal het bestaande rioleringsstelsel binnen het perceel worden gehandhaafd. Bij Rouwenbogt 10 is geen sprake van een nieuwe situatie. Rouwenbogt 12 is daarentegen wel een nieuwe situatie zal worden aangekoppeld op de bestaande riolering. Rouwenbogt 10 In de bestaande situatie is binnen het perceel van de Rouwenbogt 10 sprake van een ruim bouwvlak met twee gebouwen en gedeeltelijke verharding en half verharding. Het totale bouwvlak is circa 4.600 m2 groot. De woning heeft een bebouwd oppervlak van 308 m 2 en de loods een bebouwd oppervlak van 440 m2. Binnen het perceel is een ruime tuin aanwezig met veel groenelementen en erfbeplanting. In de tuin is een vijver aanwezig met een oppervlakte van circa 130 m 2 waardoor ruim voldoende waterberging aanwezig is binnen het plangebied. Rouwenbogt 12 Het perceel van de Rouwenbogt 12 is 3.700 m2 groot, waarvan op dit moment de werktuigenloods/educatieve ruimte 260 m2 en de stallen met B&B 810 m2 in beslag nemen. De bedrijfswoning zal 84 m2 worden. Het regenwater van de daken van Rouwenbogt 12 is aangesloten op de duikers aan de noordzijde van het perceel. Deze loost op de Rouwenbogtloop. Het dak van de bedrijfswoning zal hier ook op worden aangesloten.

40

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Rouwenbogt 10 en 12 Reusel

Hemel- en afvalwater

De rijbaan en de tuin wordt gesproeid met grondwater. Hiervoor is er een hydrofoorpompje aanwezig met een capaciteit van 6m3 per uur. De riolering van Rouwenbogt ligt lager dan de gemeentelijke riolering, waardoor er een pompput met drukriolering is geplaatst. Dit was destijds een vereiste van de gemeente en middels een soort van recht van overpad mag de gemeente te allen tijde onderhoud plegen aan deze put. Op de pompput wordt afvalwater geloosd vanuit de appartementen (douche/toilet/keuken) en de werktuigloods/educatieve ruimte (douche/toilet). De bedrijfswoning wordt hier ook op aangesloten.

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Rouwenbogt 10 en 12 Reusel

Afweging Gezien het bovenstaande zijn er ten aanzien van de waterhuishoudkundige situatie in het plangebied geen belemmeringen voor de beoogde woningbouw.

41

5 Uitvoerbaarheid In dit hoofdstuk wordt de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van het plan toegelicht.

5.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Onderhavige onderbouwing maakt onderdeel uit van het veegplan ‘Buitengebied 2021’. Het ontwerp veegplan inclusief onderhavig initiatief, zal zes weken ter inzage liggen. Eenieder kan hierover schriftelijk of mondeling een zienswijze kenbaar maken bij de gemeenteraad. Binnen twaalf weken na de terinzagelegging wordt het bestemmingsplan vastgesteld door de gemeenteraad. Dit vastgestelde plan wordt eveneens ter inzage gelegd. Gedurende de terinzagelegging kan beroep tegen het plan worden ingesteld bij de Raad van State. Dit kan uitsluitend worden gedaan door personen die ook tijdig een zienswijze tegen het ontwerp hebben ingediend.

5.2

Economische uitvoerbaarheid

Op 1 juli 2008 zijn samen met de Wet ruimtelijke ordening (Wro) bepalingen omtrent de grondexploitatie (Afdeling 6.4 Wro) in werking getreden. In de Grondexploitatiewet is bepaald dat de gemeente bij het vaststellen van een planologische maatregel waarin mogelijkheden voor een bouwplan gecreëerd worden, verplicht is maatregelen te nemen die verzekeren dat de kosten die gepaard gaan met de ontwikkeling van de locatie worden verhaald op de initiatiefnemer van het plan. Indien het kostenverhaal anderszins is verzekerd, dan kan de gemeente afzien van het opstellen van een exploitatieplan. Eveneens is de gemeente niet verplicht een exploitatieplan vast te stellen in bij het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) aangegeven gevallen waar het kostenverhaal minimaal is, of niet opweegt tegen de bestuurlijke lasten (artikel 6.12, lid 2, aanhef, juncto artikel 6.2, lid 1 Bro).

Rouwenbogt 10 Onderhavig initiatief betreft geen bouwplan als bedoeld in artikel 6.12, eerste lid van de wet. Derhalve hoeft geen exploitatieplan te worden vastgesteld. Wel wordt er een planschadeverhaalsovereenkomst afgesloten tussen initiatiefnemer en de gemeente Reusel – De Mierden. De economische uitvoerbaarheid is hiermee in voldoende mate gewaarborgd.

Een bouwplan als bedoeld in artikel 6.12, eerste lid, van de wet, wordt onder andere aangewezen een bouwplan voor de bouw van een of meer woningen. Er is in het geval van Rouwenbogt 12 dus sprake van een bouwplan in de zin van artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening, waardoor een verplichting tot kostenverhaal geldt. Tussen de initiatiefnemer en de gemeente worden hiertoe een anterieure overeenkomst en planschadeovereenkomst afgesloten. De economische uitvoerbaarheid is hiermee in voldoende mate gewaarborgd.

42

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Rouwenbogt 10 en 12 Reusel

Rouwenbogt 12

6 Procedure, overleg en planstukken 6.1

Procedure

De gemeente Reusel – De Mierden heeft aangegeven dat de beoogde ontwikkeling m eegenomen zal worden in het voorbereiding zijnde bestemmingsplan ‘Buitengebied 2021’. De gemeente heeft hierbij aangegeven dat de beoogde ontwikkeling een ruimtelijke onderbouwing moet bevatten, welke aantoont dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Deze ruimtelijke onderbouwing voorziet hierin. Voor wat betreft de te volgen procedure wordt aangesloten op de geldende procedure van het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan ‘Buitengebied 2021’.

6.2

Overleg

In artikel 6.18 van het Besluit omgevingsrecht is artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening van toepassing verklaard. Voor deze procedure dient dan ook vooroverleg te worden gevoerd met diensten van het Rijk, provincie en het waterschap. Deze instanties kunnen aangeven dat in bepaalde gevallen vooroverleg niet noodzakelijk is. Bij de voorbereiding van een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan moeten burgemeester en wethouders, indien niet is aangegeven dat van vooroverleg kan worden afgezien, daarom overleg plegen met het waterschap, met andere gemeenten wiens belangen bij het plan betrokken zijn en met de betrokken rijks- en provinciale diensten. Aangezien er geen Rijksbelangen in het geding zijn kan van vooroverleg met de Rijksoverheid worden afgezien. Het plan is voorgelegd aan belanghebbende partijen zoals de provincie Noord-Brabant en Waterschap De Dommel in het kader van het vooroverleg. De provincie geeft het veegplan te hebben bekeken en over het algemeen is het provinciaal beleid naar onze menin g goed in het bestemmingsplan vertaald. Zij hebben geen opmerkingen.

Dit voorstel wordt niet overgenomen omdat het perceel ligt lager dan de doorgaande weg. Bij overmatig regen vloeit het hemelwater over het perceel. Er is daarom gekozen om dit rechtstreeks af laten vloeien naar de watergang. Dit is niet tegen het beleid van het waterschap en zal daarom in deze ontwikkeling niet wijzigen.

6.3

Planstukken

Deze ruimtelijke onderbouwing behoort tot het Veegplan Buitengebied van de gemeente ReuselDe Mierden (PM). In het kader van het veegplan wordt een regelset opgesteld. In het kader van onderhavige ontwikkeling wordt een bestemmingsplan verbeelding opgesteld. De verbeelding en de regels vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. Verbeelding en regels dienen te allen tijde in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. De regels en verbeelding zijn opgesteld op basis van de landelijk geldende standaarden (SVBP 2012).

43

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Rouwenbogt 10 en 12 Reusel

Het Waterschap geeft aan dat op Rouwenbogt 10 geen verandering plaats vindt aan het verhard oppervlak. Het betreft slechts een planologische juridische functiewijziging. Hiermee wordt ingestemd. Aan Rouwenbogt 12 wordt een woning van 82m2 toegevoegd. Het waterschap stelt voor om voor hemelwaterverwerking vanaf de nieuwe woning te overwegen. De bodem is geschikt en het perceel is ruim genoeg voor oppervlakkige infiltratie.

Bijlagen Bedrijfsplan Rouwenbogt 12 Landschappelijk inpassingsplan Rouwenbogt 12 Rouwenbogt 10 Reusel erfbeplantingsplan_lufo Verkennend bodemonderzoek Rouwenbogt 12 te Reusel (2103/368/RK-01, versie 0) door Tritium Advies d.d. 8 april 2021 5. Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Rouwenbogt 12 te Reusel (2104/034/RV-01, versie 0) door Tritium Advies d.d. 13 april 2021

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Rouwenbogt 10 en 12 Reusel

1. 2. 3. 4.

44

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Rouwenbogt 10 en 12 Reusel

1. Bedrijfsplan Rouwenbogt 12

Los bijgevoegd

45

2. Landschappelijk inpassingsplan Rouwenbogt 12

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Rouwenbogt 10 en 12 Reusel

Los bijgevoegd

46

3. Landschappelijk inpassingsplan Rouwenbogt 10

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Rouwenbogt 10 en 12 Reusel

Los bijgevoegd

47

4. Verkennend bodemonderzoek Rouwenbogt 12 te Reusel (2103/368/RK-01, versie 0) door Tritium Advies d.d. 8 april 2021

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Rouwenbogt 10 en 12 Reusel

Los bijgevoegd

48

5. Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Rouwenbogt 12 te Reusel (2104/034/RV-01, versie 0) door Tritium Advies d.d. 13 april 2021

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Rouwenbogt 10 en 12 Reusel

Los bijgevoegd

49

Bedrijfsplan Januari 2020

In opdracht van: Rouwenbogt 12 5541 RM REUSEL

Uitgevoerd door: ZLTO J.G.P.E. (Anja) Roes-Kuijpers FFP Adviseur Bedrijven Onderwijsboulevard 225 Postbus 100 5201 AC ’s-Hertogenbosch T: 073 217 33 33 M: 06 21 21 24 46 E: anja.roes@zlto.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=ReuselDeMierden&id=487641ba-c72c-4b84-852a-623b3a4a645d