[22.13485] - ontwerpbestemmingsplan Buitengebied herziening 2022 bijlagen bij toelichting
Tekst van het document
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ROUWENBOGT 10 EN 12 REUSEL
Planlocatie:
Rouwenbogt 10 en 12 5541 RM Reusel
Adviseur/contact
FarmConsult Postbus 91 7241 CW Lochem
ZLTO Postbus 100 5201 AC ’s-Hertogenbosch
Opsteller
SRo
AvS
Status:
Ontwerp
Datum:
December 2021
Versie:
2.1
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Rouwenbogt 10 en 12 Reusel
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ROUWENBOGT 10 EN 12 REUSEL
Inhoudsopgave INHOUDSOPGAVE ....................................................................................................... 1 1
INLEIDING .......................................................................................................... 2 1.1 Aanleiding....................................................................................................................... 2 1.2 Plangebied ...................................................................................................................... 2 1.3 Leeswijzer ...................................................................................................................... 3
2
PLANBESCHRIJVING .............................................................................................. 4 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
3
Gebiedsprofiel ................................................................................................................. 4 Planlocatie ...................................................................................................................... 4 Beoogde ontwikkeling ...................................................................................................... 8 Beoogde planologische situatie ........................................................................................ 9 Landschappelijke inpassing .............................................................................................10
BELEIDSKADER .................................................................................................. 12 3.1 Rijksbeleid .....................................................................................................................12 3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.1.4
Nationale Omgevingsvisie ................................................................................................. 12 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening ...................................................................... 12 Regeling algemene regels ruimtelijke ordening ................................................................... 13 Ladder voor duurzame verstedelijking ................................................................................ 13
3.2 Provinciaal beleid ...........................................................................................................14 3.2.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant .......................................................................................... 14 3.2.2 Interim Omgevingsverordening ......................................................................................... 14
3.3 Gemeentelijk beleid ........................................................................................................18 3.3.1 Bestemmingsplan Buitengebied ......................................................................................... 18 3.3.2 Omgevingsvisie ................................................................................................................ 21 3.3.3 Beleidsnotitie voor bebouwingsconcentraties ...................................................................... 22
4
PLANOLOGISCHE- EN MILIEUHYGIËNISCHE ONDERZOEKSASPECTEN ............................ 25 4.1 Milieuaspecten ...............................................................................................................25
4.2 4.3 4.4 4.5
Bodem ............................................................................................................................ 25 Geluidhinder .................................................................................................................... 26 Luchtkwaliteit .................................................................................................................. 26 Externe veiligheid ............................................................................................................. 28 Bedrijven en milieuzonering .............................................................................................. 29 Geurhinder ...................................................................................................................... 31
M.e.r.-plicht ...................................................................................................................34 Gezondheid....................................................................................................................34 Brabantse Zorgvuldigheidscore Veehouderij (BZV)............................................................35 Archeologie en Cultuurhistorie.........................................................................................36 4.5.1 Archeologie ..................................................................................................................... 36 4.5.2 Cultuurhistorie ................................................................................................................. 36
4.6 Leidingen en infrastructuur .............................................................................................37 4.7 Ecologie.........................................................................................................................37 4.8 Verkeer en Parkeren .......................................................................................................38 4.8.1 Verkeer ........................................................................................................................... 38 4.8.2 Parkeren ......................................................................................................................... 39
4.9 Waterhuishouding ..........................................................................................................39
5
UITVOERBAARHEID ............................................................................................. 42 5.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ....................................................................................42 5.2 Economische uitvoerbaarheid ..........................................................................................42
6
PROCEDURE, OVERLEG EN PLANSTUKKEN ................................................................ 43 6.1 Procedure ......................................................................................................................43 6.2 Overleg .........................................................................................................................43 6.3 Planstukken ...................................................................................................................43
BIJLAGEN ................................................................................................................ 44 1
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Rouwenbogt 10 en 12 Reusel
4.1.1 4.1.2 4.1.3 4.1.4 4.1.5 4.1.6
1 Inleiding 1.1
Aanleiding
Onderhavige ruimtelijke onderbouwing is opgesteld ten behoeve van de functiewijziging en herontwikkeling van Rouwenbogt 10 en 12 te Reusel. Ter plaatse van Rouwenbogt 10 is in de huidige situatie sprake van een woonhuis met een voormalig agrarisch bedrijfsgebouw die op dit moment dienst doet ten behoeve van opslag en stalling van materieel. Ter plaatse van Rouwenbogt 12 is sprake van een paardenhouderij. Eigenaren van Rouwenbogt 12 zijn voornemens om een eerste bedrijfswoning op het perceel F973 te Reusel te realiseren en verdere ontwikkeling van de bedrijfsvoering zoals uitbreiding van pensionstalling en een en ander met behoud van de huidige voorzieningen, waaronder recreatieve (B&B) en educatieve activiteiten. Voor een nadere uitleg zie hoofdstuk 2.2. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken wordt tevens de juridisch planologische situatie gewijzigd ter plaatse van Rouwenbogt 10, aangezien het feitelijke gebruik niet overeenkomt met het vigerende bestemmingsplan. De gemeente Reusel – De Mierden heeft aangegeven dat er in beginsel geen bezwaar is tegen de voorgenomen ontwikkeling (brief d.d. 17 december met kenmerk 20.21895 en 20.21907). Voorwaarde hierbij is dat de ontwikkeling meegenomen zal worden in het in voorbereiding zijnde veegplan ‘Buitengebied 2021’.
De gemeente heeft hierbij aangegeven dat de beoogde ontwikkeling een ruimtelijke onderbouwing moet bevatten, welke aantoont dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Deze ruimtelijke onderbouwing voorziet hierin en geeft een verantwoording van de nieuwe bouw- en gebruiksmogelijkheden voor het genoemde perceel. Om de beide plannen mogelijk te maken hebben beide initiatiefnemers elkaar gevonden. Gezamenlijk hierna te noemen cliënt. Om de toekomstige situatie vast te leggen is een wijziging van het ter plaatse geldende juridisch planologisch noodzakelijk.
1.2
Plangebied
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Rouwenbogt 10 en 12 Reusel
Het plangebied is gelegen aan de Rouwenbogt te Reusel. Het plangebied ligt op enkele honderden meters van de kern Reusel. Het plangebied ter plaatse van Rouwenbogt 10 staat kadastraal bekend als Reusel, sectie F, nummers 1030 en 585 (ged.) en heeft een oppervlakte van circa 4.600 m 2. Het plangebied ter plaatse van Rouwenbogt 12 staat kadastraal bekend als Reusel, sectie F, nummers 972, 973 en 1035 en heeft een oppervlakte van circa 3 ha (19.111 + 7.546 en 1.177 m2).
Uitsnede luchtfoto met kadastrale gegevens met ligging projectgebied (rood omlijnd) en omgeving
2
1.3
Leeswijzer
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Rouwenbogt 10 en 12 Reusel
De voorliggende ruimtelijke onderbouwing is als volgt opgebouwd: in hoofdstuk 2 wordt het plan omschreven op basis van het gebiedsprofiel, de planlocatie, de beoogde ontwikkeling en beoogde planologische situatie. Vervolgens komt in hoofdstuk 3 het rijks- provinciaal- en gemeentelijk beleidskader aan de orde. In hoofdstuk 4 komt de toetsing aan de milieu- en overige onderzoekaspecten aan bod. In hoofdstuk 5 wordt de uitvoerbaarheid van het planvoornemen omschreven en in hoofdstuk 6 wordt nader ingegaan op de te voeren procedure en overleg.
3
2 Planbeschrijving 2.1
Gebiedsprofiel
Het plangebied is gelegen in het buitengebied van de gemeente Reusel-De Mierden. De gemeente is te karakteriseren als een groene Brabantse plattelandsgemeente in de Kempen, tegen de Belgische grens. Het is een rustige woongemeente met een afwisselend landschap, bestaande uit landbouwgronden, beekdalen en bossen. Het grondgebied van de gemeente heeft een uitgesproken landelijk karakter, waarin, naast de landbouw, de natuur- en bosgebieden domineren. Dit biedt aantrekkelijke recreatieve mogelijkheden. De landbouwgronden zijn veelal ontstaan als bos- en heideontginningen, in het beekdallandschap gevormd door de rivier de Reusel. De van oorsprong arme zandgronden werden agrarisch in gebruik genomen, dat mogelijk werd gemaakt door bemesting door de veehouderijen die zich hier hebben gevestigd.
Uitsnede topografische kaart met globale aanduiding plangebied (rode pijl)
2.2
Planlocatie
De planlocatie bestaat uit twee locaties, namelijk Rouwenbogt 10 en Rouwenbogt 12. Het plangebied ligt op enkele honderden meters van de kern van Reusel. De omgeving van het plangebied ligt aan de rand van de bebouwde kom en betreft een gemengd gebied waar sprake is van een verscheidenheid aan functies. De omgeving kan worden getypeerd als een bebouwingslint en bebouwingsconcentratie aan de rand van de kern van Reusel.
4
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Rouwenbogt 10 en 12 Reusel
De belangrijkste ontsluiting van de gemeente zijn de provinciale wegen N269 (richting Tilburg, waar aangesloten wordt op de A58) en de N284 (richting Eersel, waar aangesloten wordt op de A67).
Uitsnede voorontwerpbestemmingsplan van omgeving plangebied (rood omlijnd) met impressie diverse functies in omgeving Rouwenbogt
Uitsnede luchtfoto met ligging projectgebied (rood omlijnd) en omgeving. Rouwenbogt 10 (blauwe stippellijn) betreft het zuidelijke perceel en Rouwenbogt 12 (gele stippellijn) betreft het noordelijke perceel.
5
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Rouwenbogt 10 en 12 Reusel
In de omgeving komen diverse functies voor zoals woonfuncties, bedrijfsfuncties, agrarische veehouderijen, agrarische gronden, natuur en sportvoorzieningen. Zie hiertoe bovenstaande afbeelding ter impressie. De dichtstbijzijnde gelegen functies betreffen woningen. Het plangebied is ontsloten op de Rouwenbogt, die in zuidelijke richting een aansluiting heeft op de N269.
Rouwenbogt 10
Uitsnede Streetview opname met het woonhuis en voortuin Rouwenbogt 10 (bron: Google Maps, 2019)
Uitsnede Streetview opname met de loods en deel erfbeplanting Rouwenbogt 10 (bron: Google Maps, 2019)
Het perceel is ruim opgezet met veel ruimte voor de tuin en erfbeplanting. De loods en het woonhuis zijn beiden afzonderlijk bereikbaar door middel van een oprit. Op het achtererf, binnen het kadastraal perceel, bezit initiatiefnemer een weide. Deze weide behoort ook tot het perceel F585. In deze weide grazen de paarden van initiatiefnemer. De weide wordt in het kader van onderhavige ontwikkeling verder buiten beschouwing gelaten.
6
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Rouwenbogt 10 en 12 Reusel
Het plangebied bestaat uit een bouwvlak, circa 4.630 m2, bestaande uit een vrijstaande woning en een loods. Het perceel is ruim opgezet waarbij er veel ruimte is voor de omliggende tuin. De woning ligt op het noordelijke gedeelte van het erf en de loods op het zuidelijke gedeelte van het erf. In het verleden was binnen het plangebied sprake van een paardenhouderij waar ruimte was voor het houden van maximaal 30 paarden in de aanwezige loods. Deze activiteit is gestaakt en de stalinrichtingen is voor het grootste gedeelte verwijderd. In de huidige situatie dient de loods ten behoeve van statische opslag in de vorm van een caravanstalling. De loods biedt ruimte aan maximaal 10 caravans en het hobbymatig houden van vier paarden. De loods heeft een bebouwd oppervlak van 440 m 2.
Rouwenbogt 12
Locatie gewenste bedrijfswoning Rouwenbogt 12
De eigenaar van Rouwenbogt 12 exploiteren al 40 jaar zelfstandig, de laatste jaren samen met hun zoon, een slagerij in Reusel. Wegens tijdgebrek hebben zij de activiteiten op de bedrijfslocatie op de Rouwenbogt tot hun spijt nooit verder kunnen uitbouwen. Een andere belangrijke reden voor het slechts beperkt ontwikkelen van activiteiten ter plekke betreft het feit dat er geen woning aanwezig is. Het ontbreken van permanent toezicht en aanwezigheid maakt dat het houden van paarden en het aantrekken van klanten lastig is. De ambitie is om het paardenbedrijf verder te ontwikkelen op de Rouwenbogt, zodanig dat er een volwaardig inkomen kan worden verdiend. Om dit te kunnen realiseren is het noodzakelijk dat er op het perceel een bedrijfswoning gerealiseerd kan worden. Zie hiervoor het bedrijfsplan in de bijlage dat reeds ingediend is met het principeverzoek.
7
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Rouwenbogt 10 en 12 Reusel
In 1995 is de locatie aan de Rouwenbogt 12 te Reusel aangekocht. Destijds was hier alleen een verouderde konijnenstal op 1 ha grond aanwezig. In de loop der tijd is het huidige bedrijf opgebouwd bestaande uit een handelsstal, fokkerij en pensionstal met educatieve ruimte en 3 B&B appartementen. De educatieve ruimte wordt gebruikt als locatie voor theorielessen, workshops en vergaderruimte. In de loop van de jaren is door grondruil en aankoop van grond het perceel uitgegroeid tot ruim 3 ha (cultuurgrond), hier worden de paarden geweid.
Aanzicht vanaf de weg op de B&B en stallen Rouwenbogt 12
2.3
Aanzicht vanaf de weg op de werktuigenloods met een inpandige de werktuigloods/educatieve ruimte Rouwenbogt 12
Beoogde ontwikkeling
Het voorliggende plan heeft betrekking op zowel Rouwenbogt 10 als Rouwenbogt 12. Ter plaatse van beide locaties vinden ontwikkelingen plaats en kunnen elkaar daarbij helpen en versterken. Het gaat over het legaliseren van de niet-agrarische activiteiten ter plaatse van de locatie Rouwenbogt 10 enerzijds. In het kader van het planvoornemen vinden geen wijzigingen van de gebouwen plaats en is enkel sprake van een planologische juridische functiewijziging. Hierbij krijgt Rouwenbogt 10 een bedrijfsbestemming met passende functieaanduidingen die recht doen aan het gebruik als zijnde statische opslag ten behoeve van de caravanstalling.
Voor wat betreft de maatvoering en omvang van de bedrijfswoning wordt aangesloten op de beleidskaders in het vigerende bestemmingplan, namelijk de inhoud is niet meer dan 750 m3, de goothoogte blijft onder de 5 m, de bouwhoogte blijft onder de 10 m en de dakhelling blijft tussen de 20 en 60.
Impressie toekomstige nieuwbouw Rouwenbogt 12
8
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Rouwenbogt 10 en 12 Reusel
Anderzijds zijn initiatiefnemers van Rouwenbogt 12 voornemens om een eerste bedrijfswoning te realiseren op het perceel F973 te Reusel zodat er een toekomstbestendig bedrijf kan worden gemaakt. De woning wordt gerealiseerd en gepositioneerd aansluitend op de reeds bestaande zuidelijk gelegen werktuigenloods. Hierdoor wordt dit gebouw direct aangesloten op de bedrijfswoning en kan deze ook in de toekomstige situatie blijven dienen als educatieve ruimte, hobbyruimte en werktuigenloods. De bestaande voorgevelrooilijn van de stallen, B&B en werktuigenloods wordt met de realisatie van de bedrijfswoning gerespecteerd. De ontwikkeling van de bedrijfswoning is mogelijk via de ontheffingsmogelijkheid in artikel 12.3.2 van het bestemmingsplan, zie paragraaf 3.3 voor een verder toelichting.
Impressies toekomstige nieuwbouw Rouwenbogt 12
Doordat de eigenaar bij het bedrijf zal komen te wonen, zal het aantal verkeersbewegingen afnemen.
Beoogde planologische situatie
In de beoogde planologische situatie is aan het plangebied ter plaatse van Rouwenbogt 10 een bestemmingsvlak ‘Bedrijf’ toegekend. De overige gronden, zoals de achtergelegen weiden, behouden de bestemming ‘Agrarisch’. Ter plaatse van Rouwenbogt 10 wordt de functieaanduiding ‘bedrijf tot en met categorie 2’ toegekend. Binnen deze aanduiding is statische opslag toegestaan. Ter plaatse van de bedrijfswoning is het mogelijk om een beroep aan huis uit te oefenen. Ter plaatse van Rouwenbogt 12 krijgt een deel van het perceel, grenzend aan Rouwenbogt 10, de functieaanduiding ‘bedrijf tot en met categorie 2’ toegekend en het oostelijke deel van het perceel blijft de functieaanduiding ‘bedrijf tot en met categorie 3.1’ houden. Binnen de aanduiding ‘bedrijf tot en met categorie 2’ zijn de activiteiten wat betreft een werktuigloods, educatieve ruimte en de realisatie van de bedrijfswoning toegestaan. Binnen de functieaanduiding ‘bedrijf tot en met categorie 3.1’ blijven de activiteiten wat betreft de paardenhouderij en kampeerboerderij toegestaan. De lettertekenaanduiding “aantal bedrijfswoningen 0” wordt van de plankaart gehaald. Om Rouwenbogt 10 en Rouwenbogt 12 elkaar niet te belemmeren wat betreft de activiteiten en ontwikkelingsmogelijkheden wordt tussen beide percelen een zone ‘bedrijfsactiviteiten uitgesloten’ danwel ‘bebouwingsvrije zone’ toegekend.
Ter plaatse van deze aanduiding is wel de bouw van bouwwerken geen gebouwen zijnde toegestaan, zoals een carport. Navolgende figuur geeft de toekomstige planologische situatie ter plaatse van het plangebied weer. Een verbeelding op schaal maakt onderdeel uit van onderhavig bestemmingsplan.
9
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Rouwenbogt 10 en 12 Reusel
2.4
2.5
Landschappelijke inpassing
Een voorwaarde voor planmatige ontwikkelingen in het buitengebied is dat de waardevermeerdering van de planlocatie deels wordt geïnvesteerd in landschappelijke kwaliteit. Deze kwaliteitsverbetering wordt beschreven in artikel 3.9 van het Interim omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant. Het artikel stelt dat ‘een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt in Landelijk
Gebied bepaalt dat die ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving’. Daarnaast moet worden aangetoond hoe deze fysieke verbetering financieel, juridisch en feitelijk wordt verzekerd. Een verbetering kan o.a. bestaan uit een landschappelijke inpassing, behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen, het slopen van bebouwing of aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden. Deze vormen van kwaliteitsverbetering moeten worden geborgd in het bestemmingsplan.
i.
ii.
iii.
Categorie 1. Ruimtelijke ontwikkelingen waarvoor geen eisen worden gesteld voor wat betreft de ruimtelijke kwaliteit van het landschap (artikel 3.2 Vr niet van toepassing): a. Ontwikkelingen die primair kwaliteitsverbetering van het landschap ten doel of gevolg hebben. b. b. Kleinschalige ontwikkelingen die plaatsvinden binnen bestaande en/of binnen de vigerende planologische regeling passende bebouwing. Categorie 2. Ruimtelijke ontwikkelingen waarbij wel zorg wordt gedragen voor behoud en bevordering van de ruimtelijke kwaliteit, maar waar geen sprake hoeft te zijn van aanvullende kwaliteitsverbetering van het landschap (artikel 3.2 Vr niet van toepassing): a. Ontwikkelingen die een relatief beperkte invloed op de omgeving hebben en (traditioneel) als passend binnen en eigen aan het landelijk gebied worden beschouwd. Als deze ontwikkelingen al gepaard gaan met het oprichten van nieuwe bebouwing, past deze bebouwing binnen de vigerende bouwmogelijkheden, is hiervoor geen vergroting van het bestemmingsvlak of bouwvlak nodig en/of is er geen sprake van een waardevermeerdering van enige omvang. Categorie 3. Ruimtelijke ontwikkelingen waarbij een investering in de kwaliteitsverbetering van het landschap wordt verlangd (artikel 3.2 Vr van toepassing): a. Alle ontwikkelingen die niet passen in de categorieën 1 of 2.
Het gaat hierbij om ontwikkelingen waarbij de basisinspanning voor kwaliteitsverbetering van het landschap genormeerd wordt.
Rouwenbogt 10 Gelet op de ontwikkeling ter plaatse van Rouwenbogt 10 is het initiatief aan te merken als een categorie 2 ontwikkeling. Op basis van het vigerende bestemmingsplan geldt ter plaatse de enkelbestemming ‘Bedrijf – Agrarisch bedrijf’. In de huidige situatie is binnen het erf geen sprake meer van een agrarisch bedrijf, waardoor het gebruik in strijd is met de gebruiksregels van het vigerende bestemmingsplan. Binnen het erf is enkel sprake van een bedrijfswoning en een loods. In de huidige situatie dient de loods ten behoeve van statische opslag in de vorm van een caravanstalling. De loods heeft een bebouwd oppervlak van 440 m2. Op basis van artikel 10.1 sub e in het vigerende bestemmingsplan geldt dat statische opslag is toegestaan waarbij het gezamenlijke oppervlak niet meer mag bedragen dan 1.000 m2 binnen een bebouwingsconcentratie en 500 m2 daarbuiten. De statische opslag in de huidige situatie valt formeel binnen deze kaders. Echter, doordat op locatie geen sprake is van een agrarisch bedrijf wordt in het kader van onderhavig initiatief de bestemming gewijzigd naar een enkelbestemming ‘Bedrijf’. De functiewijziging is een dusdanig kleinschalige ontwikkeling, waarbij de gebruiksmogelijkheden op locatie verder worden ingeperkt ten opzichte van hetgeen reeds was toegestaan op basis van het vigerende bestemmingsplan.
Dit mede door de voorwaarden in de planregels van het nieuwe juridisch planologisch kader. Ter plaatse van het bedrijfsperceel Rouwenbogt 10 is namelijk enkel caravanstalling toegestaan in de toekomst. 10
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Rouwenbogt 10 en 12 Reusel
Over de exacte invulling van de kwaliteitsverbetering zijn in het regionaal ruimtelijk overleg tussen gemeenten in de Kempen en provincie afspraken gemaakt. De afspraken zijn omvat in de Afstemmingsnotitie Landschapsinvesteringsregeling De Kempen (2012). De afstemmingsnotitie is een handreiking waarin wordt geschetst op welke manieren met de eisen omtrent kwaliteitsverbetering uit het provinciaal beleidskader wordt omgegaan en wat het verwachtingsniveau is ten aanzien van de verwachte inspanning. In de notitie worden drie categorieën gehanteerd. Namelijk:
In lijn met de criteria onder categorie 2 is met onderhavige ontwikkeling sprake van een ontwikkeling met een beperkte invloed op de omgeving, vinden er geen gebouwelijke wijzigingen plaats, wordt geen nieuwe bebouwing opgericht en vindt geen vergroting plaats van het bestemmingsvlak of bouwvlak. Daarnaast is de statische opslag in de bestaande loods van dusdanig beperkte omvang en vindt er geen verdere uitbreiding van deze activiteit plaats. Derhalve is in het kader van de functiewijziging ter plaatse van Rouwenbogt 10 te motiveren dat er sprake is van een categorie 2 ontwikkeling in lijn met de Afstemmingsnotitie Landschapsinvesteringsregeling De Kempen. Doordat de functiewijziging van Rouwenbogt 10 een categorie 2 ontwikkeling betreft, is enkel landschappelijke inpassing vereist. In het kader van het de ruimtelijke onderbouwing is een erfinrichtingsplan opgesteld. Een gedetailleerde impressie van het erfinrichtingsplan is weergeven in bijlage 3. Een samenvatting van het erfinrichtingsplan is hieronder kort beschreven.
Impressies erfbeplantingsplan Rouwenbogt 10 te Reusel
Rouwenbogt 12 De ontwikkeling van een eerste bedrijfswoning is een categorie 3 ontwikkeling. Voor de bouw van een eerste bedrijfswoning is in de in de Afstemmingsnotitie Landschapsinvesteringsregeling De Kempen (2012) een bedrag voor waardevermeerdering vastgesteld per vierkante meter. Op basis van deze regeling is het landschappelijk inpassingplan voor Rouwenbogt 12 gemaakt en als bijlage 2 toegevoegd.
11
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Rouwenbogt 10 en 12 Reusel
Het besluitgebied kent reeds een uitgebreide erfbeplanting met diverse groen elementen. De randen van het erf en het binnenterrein zijn groen ingepast. Binnen het erf zijn diverse solitaire bomen aanwezig, knip- en scheerhagen, en een grasveld op een groot deel van het erf. Navolgende afbeelding geeft een impressie van het erfinrichtingsplan weer. Het onderhouden en in stand houden van de erfbeplanting wordt geborgd in de regels behorende tot het op te stellen veegplan.
3 Beleidskader Om te oordelen of de in het vorige hoofdstuk beschreven ontwikkeling mogelijk en wenselijk is, is deze getoetst aan het relevante rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid.
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie
In het kader van de invoering van de Omgevingswet, die nu gepland staat voor 1 juli 2022, heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Op die manier wordt invulling gegeven aan de verplichting tot het opstellen van zo’n visie zoals die is vastgelegd in art. 3.1 lid 3 Ow. Tot de invoering van de Omgevingswet heeft dit document de status van structuurvisie in de zin van art. 2.3 Wro. Inhoudelijk gezien bevat de NOVI een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak.
Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten: • ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; • duurzaam economisch groeipotentieel; • sterke en gezonde steden en regio’s; • toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Op basis van de vier verschillende prioriteiten en de drie afwegingsprincipes zijn 21 nationale belangen geformuleerd, waarmee het Rijk aangeeft waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. Relevante nationale belangen voor onderhavig project zijn als volgt: • bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; • realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit; • waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; • zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften.
Afweging Met het planvoornemen ter plaatse van Rouwenbogt 10 en 12 wordt ingespeeld op de geformuleerde nationale belangen. Bovendien geldt voor het plangebied dat er geen nationale belangen uit de NOVI in het geding zijn, mede gezien de kleinschaligheid en de aard van het project.
3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 in werking getreden en op 1 oktober 2012 zijn enkele wijzigingen in werking getreden. In de AMvB zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van de nationale belangen in bestemmingsplannen. De onderwerpen in het Barro betreffen: Rijksvaarwegen, Project Mainportontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, Grote Rivieren, Ruimtereservering parallelle 12
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Rouwenbogt 10 en 12 Reusel
Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzes. Die zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteren van verschillende belangen en opgaven: 1. combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. afwentelen wordt voorkomen.
Kaagbaan, Waddenzee en waddengebied, Defensie, Nationaal Natuurnetwerk, erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en het IJsselmeergebied.
Afweging Geen van de bovengenoemde nationale belangen zijn in het geding bij de voorgenomen ontwikkeling in het plangebied. Vanuit het Barro bestaan er hiermee geen belemmeringen.
3.1.3
Regeling algemene regels ruimtelijke ordening
De Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) is gebaseerd op het Barro. In het Barro is bepaald dat bij ministeriële regeling verschillende militaire terreinen en objecten, hoofdwegen en NNNgebieden worden aangewezen, waar gemeenten bij de vaststelling van bestemmingsplannen rekening mee moeten houden. In de Rarro wordt daar uitvoering aan gegeven. Volgens bijlage 8.4 bij de Rarro beslaat het radarverstoringsgebied behorende bij de radar bij Herwijnen en de radar op de militaire vliegbasis Volkel ook de gemeente Reusel – De Mierden.
Afweging Aangezien dit bestemmingsplan geen windturbines of andere bouwwerken hoger dan 90 meter boven NAP toestaat vormt dit geen belemmering voor het radarverstoringsgebied.
3.1.4
Ladder voor duurzame verstedelijking
Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is een motiveringsinstrument dat verplicht moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ mogelijk maakt. De ladder is van toepassing op alle stedelijke ontwikkelingen. De definitie voor een stedelijke ontwikkeling (artikel 1.1.1, lid 1, Bro) luidt als volgt: ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein
of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. In de Handreiking staat dat er geen ondergrens is bepaald voor wat een ‘stedelijke
Afweging
Rouwenbogt 10 Met het planvoornemen wordt bestaande niet-agrarische bedrijvigheid juridisch planologisch geborgd. De bestaande planologische mogelijkheden worden wegbestemd en wordt het huidige gebruik, zijnde statische opslag in de bestaande loods, geborgd. In de loods vindt statische opslag plaats in de vorm van een caravanstalling. De loods biedt ruimte aan maximaal 10 caravans en het hobbymatig houden van vier paarden. De loods heeft een bebouwd oppervlak van 440 m 2. In het kader van onderhavig initiatief blijft de bestaande bedrijfswoning gehandhaafd en wordt geen nieuwe woning mogelijk gemaakt. Er is dan ook geen sprake van een stedelijke ontwikkeling als opgenomen in artikel 3.1.6 Bro. Een verantwoording van de ladder voor duurzame verstedelijking is dan ook niet noodzakelijk.
Rouwenbogt 12 De ontwikkeling ter plaatse van Rouwenbogt 12 betreft de realisatie van een bedrijfswoning. De extra bedrijfswoning ter plaatse van Rouwenbogt 12 is noodzakelijk voor de goede bedrijfsvoering van de paardenhouderij. In het voorliggende geval is sprake van een dermate kleinschalige ontwikkeling dat in lijn met de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro. In het voorliggende geval wordt een bedrijfswoning toegevoegd aan de bestaande woningvoorraad. Toetsing 13
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Rouwenbogt 10 en 12 Reusel
ontwikkeling’ is. Op basis van jurisprudentie blijkt dat één of enkele woningen niet gezien worden als een stedelijke ontwikkeling: • Drie woningen rechtstreeks, drie woningen via een wijzigingsbevoegdheid bij bestaande lintbebouwing (ABRvS 18 december 2013, 201302867/1/R4 (Weststellingerwerf) • Één woning (ABRvS 14 januari 2014, nr. 201308263/2/R4 (Midden-Delfland).
aan de ladder voor duurzame verstedelijking is gezien de beperkte toename en de directe behoefte niet noodzakelijk. De ladder duurzame verstedelijking is dan ook niet van toepassing op onderhavige ontwikkeling.
3.2
Provinciaal beleid
Voor wat betreft het provinciaal ruimtelijk beleid zijn de Omgevingsvisie Noord-Brabant en de Interim Omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant van belang.
3.2.1
Omgevingsvisie Noord-Brabant
Provinciale Staten hebben op 14 december 2018 de Omgevingsvisie Noord-Brabant vastgesteld. Deze volgt de Structuurvisie 2010- partiële herziening 2014 op. Met deze omgevingsvisie geeft de provincie richting aan wat zij voor Brabant wil bereiken en biedt daarmee handvatten voor haar handelen in de praktijk. De omgevingsvisie bevat de ambities voor de Brabantse leefomgeving tot 2050. Daarnaast zijn mobiliserende tussendoelen opgesteld voor de periode tot 2030. De basisopgave van de omgevingsvisie is werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Daarnaast zijn de volgende vier hoofdopgaven geformuleerd: • Werken aan de Brabantse energietransitie; • Werken aan een klimaatproof Brabant; • Werken aan de slimme netwerkstad; • Werken aan een concurrerende, duurzame economie. De provincie blijft inzetten op duurzame verstedelijking door middel van herbestemming en transformatie in het bestaand bebouwd gebied. Hier liggen tevens kansen voor het toekomstbestendig maken van het stedelijk gebied en voor het creëren van ruimte voor nieuwe economische ontwikkelingen en woningbouw. Afweging
Rouwenbogt 10 Ter plaatse van Rouwenbogt 10 is sprake van een functiewijziging waarbij het huidige gebruik wordt gelegaliseerd. De functiewijziging draagt bij aan de leefbaarheid van het landelijk gebied, doordat nieuwe passende functies hun plek vinden in voormalige agrarische bedrijven. Hierdoor wordt toekomstperspectief gecreëerd voor bedrijven en mensen die in het buitengebied wonen. Voor de ontwikkeling is geen extra ruimtebeslag nodig, zodat sprake is van zorgvuldig en efficiënt ruimtegebruik. Hierdoor draagt het initiatief bij aan de hoofdopgave ‘Werken aan een veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit’. Het planvoornemen is derhalve in lijn met de provinciale Omgevingsvisie. Met de ontwikkeling van een bedrijfswoning op de locatie Rouwenbogt 12 kan de paardenhouderij op de locatie uitgroeien tot een volwaardig bedrijf met een duurzaam toekomstperspectief. Het planvoornemen past daarmee binnen de opgave ‘Werken aan een concurrerende, duurzame economie’. Het planvoornemen is derhalve in lijn met de provinciale Omgevingsvisie.
3.2.2
Interim Omgevingsverordening
Naast één Omgevingsvisie moet de provincie ook één Omgevingsverordening vaststellen voor haar grondgebied. In de Omgevingsvisie staat beschreven wat de provincie wil bereiken en wat ze wil doen om dat te bereiken. Soms vraagt dat om een nadere uitwerking van beleid en maatregelen in een (beleids)programma, soms zijn er regels nodig om de ambities te realiseren. Als er regels nodig zijn dan worden die opgenomen in de Omgevingsverordening. Een verordening is een wet die regels bevat waaraan anderen zich moeten houden. Daarom wordt de verordening vastgesteld door Provinciale Staten. Net zoals de Omgevingswet een groot aantal wetten vervangt, zo vervangt de Brabantse omgevingsverordening een aantal provinciale verordeningen (zoals de provinciale Milieuverordening, de Verordening natuurbescherming en de Verordening ruimte). De omgevingsverordening bevat straks alle provinciale regels op het gebied van de fysieke leefomgeving. Dat betekent dat er regels in komen die vrijwel alle beleidsvelden van de provincie raken.
14
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Rouwenbogt 10 en 12 Reusel
Rouwenbogt 12
Behalve regels bevat de omgevingsverordening ook omgevingswaarden. Dat zijn normen die voor de kwaliteit van de fysieke omgeving gelden. De Brabantse Omgevingsvisie, programma’s en Omgevingsverordening horen bij elkaar. De verordening helpt bij het realiseren van de opgaven en doelen die in de visie en programma’s zijn opgenomen. Daarom stelt de provincie eerst de omgevingsvisie op. Daarna volgen een uitwerking van beleid en maatregelen in de programma’s en de Omgevingsverordening. Voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt de definitieve Brabantse Omgevingsverordening vastgesteld. Daarin worden zowel aanpassingen vanwege de Omgevingswet meegenomen, als ook beleidswijzigingen gebaseerd op programma’s. Uitgaande van de huidige planning van de Omgevingswet wordt de definitieve Omgevingsverordening in november 2020 vastgesteld. Vooruitlopend hierop is er een Interim Omgevingsverordening vastgesteld op 25 oktober 2019, en later enkele malen gewijzigd. Deze Interim Omgevingsverordening is grotendeels een beleid neutrale omzetting van (onder meer) de Verordening ruimte Noord-Brabant en de overige provinciale verordeningen. De Omgevingsverordening kent een aantal rechtstreeks werkende regels (zoals ten aanzien van de bescherming van grondwater, bodem, natuur, milieu, water).
En er zijn instructieregels voor gemeenten, waaraan zij zich moeten houden bij het opstellen van nieuwe plannen of het toestaan van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Bij deze instructieregels geldt een aantal basisprincipes die gehanteerd worden: • Zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit; • Zorgvuldig ruimtegebruik; • Toepassing van de lagenbenadering; • Meerwaardecreatie; • Kwaliteitsverbetering landschap. Bij de beoordeling van ruimtelijke ontwikkelingen dient uitgegaan te worden van deze basisprincipes. De regels zijn vastgelegd in de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant.
Uitsnede web viewer Interim omgevingsverordening Noord-Brabant met globale aanduiding plangebied (rood omlijnd)
Toetsing De locaties zijn volgens de kaarten behorende bij de Interim omgevingsverordening gelegen binnen de aanduidingen: 15
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Rouwenbogt 10 en 12 Reusel
De planlocatie is gesitueerd binnen het Gemengd Landelijk Gebied. In het Gemengd Landelijk Gebied bestaan mogelijkheden voor agrarische ontwikkelingen en andere aan het buitengebied gerelateerde functies. Specifiek gelden voor onderhavige ontwikkeling de volgende regels. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen rechtstreeks werkende regels en instructieregels.
- Landelijk gebied - Gemengd landelijk gebied - Stalderingsgebied - Verbod uitbreiding veehouderij Grenzend aan het plangebied zijn ook de volgende aanduidingen te vinden: - Ten westen de aanduiding ‘Natuur netwerk Brabant – ecologische verbindingszone’, deze ligt deels over het plangebied; - Ten oosten ‘Natuur netwerk Brabant’; - Ten oosten ‘Behoud en herstel van watersystemen’, ‘regionale waterberging’, ‘reservering waterberging’ en ‘attentiezone waterhuishouding’. Naast de basisprincipes zijn de artikelen in afdeling 3.6 ‘Vitaal platteland’ van belang in het plangebied. Onderstaand zijn per locatie de belangrijkste artikelen weergegeven en is cursief aangegeven hoe de ontwikkeling hieraan voldoet. Doorwerking plangebied Hieronder volgend de voor onderhavige ontwikkeling relevante artikelen:
Artikel 3.5 zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit Lid 1. Een bestemmingsplan geeft bij de evenwichtige toedeling van functies invulling aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Lid 2. Voor een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving wordt rekening gehouden met: a. zorgvuldig ruimtegebruik; b. de waarden in een gebied met toepassing van de lagenbenadering; c. meerwaardecreatie.
Artikel 3.73 Vestiging niet-agrarische functie in Landelijk gebied Lid 1. Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied kan voorzien in de vestiging van een niet-agrarische functie op een bestaand bouwperceel als aan de volgende voorwaarden is voldaan: a. de vestiging past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied waarbij de volgende aspecten zijn betrokken: 1. een gebiedsgerichte benadering welke activiteiten en functies passen in de omgeving; 2. welke effecten de mogelijke ontwikkeling heeft op andere aspecten, waaronder mobiliteit, agrarische ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders; 3. hoe de vestiging bijdraagt aan het versterken van de omgevingskwaliteit, waaronder een bijdrage aan de sloop van overtollig en leegstaand vastgoed in het Landelijk gebied. b. er vindt geen splitsing plaats van het bouwperceel; c. overtollige bebouwing wordt gesloopt; d. de vestiging heeft geen betrekking op: 1. een kantoor met baliefunctie; 2. lawaaisport; 3. mestbewerking. Lid 2. Het bestemmingsplan dat de vestiging mogelijk maakt, borgt dat de functie, ook op langere termijn, past binnen de ontwikkelingsrichting en stelt daartoe regels: a. over een bij de omgeving passende omvang en publieksaantrekkende werking; b. welke specifieke gebruiksactiviteit is toegestaan; 16
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Rouwenbogt 10 en 12 Reusel
Artikel 3.9: Kwaliteitsverbetering landschap Lid 1. Een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt in Landelijk Gebied bepaalt dat die ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. Lid 2. Het bestemmingsplan motiveert dat de verbetering past binnen de gewenste ontwikkeling van het gebied én op welke wijze de uitvoering is geborgd door dat: a. dit financieel, juridisch en feitelijk is geborgd in het plan; of b. de afspraken uit het regionaal overleg, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken, a. worden nagekomen. Lid 3. (…) Lid 4. (…)
c. dat opslag en stalling plaatsvindt in gebouwen; d. dat de ontwikkeling verplaatst naar een passende locatie als deze niet langer past binnen de maximaal toegestane omvang. Lid 3. Als een binnen de omgeving passende omvang geldt voor: a. bedrijvigheid, dat deze kleinschalig is en past binnen een gemengde omgeving waardoor het niet doelmatig is om deze te vestigen op een bedrijventerrein; b. een detailhandelsvoorziening, een omvang van het verkoopvloeroppervlak van ten hoogste 200 m²; c. een voorziening ten dienste van vrije-tijd en zorg, een omvang van de bebouwing van ten hoogste 1 hectare. Afweging
Rouwenbogt 10 Ter plaatse van Rouwenbogt 10 is sprake van een functiewijziging waarbij het huidige gebruik wordt gelegaliseerd. In het verleden was binnen het plangebied sprake van een paardenhouderij waar ruimte was voor het houden van maximaal 30 paarden. Deze activiteit is echter recent gestaakt en de stalinrichting is reeds verwijderd. In de huidige situatie dient de loods ten behoeve van statische opslag in de vorm van een caravanstalling voor maximaal 10 caravans en het hobbymatig houden van vier paarden. Initiatiefnemer wenst dit gebruik voort te zetten. Hiertoe dient het juridisch planologisch kader herzien te worden. Met de functiewijziging wordt een knelpunt opgelost en wordt een duidelijk toekomstperspectief geboden voor beide locaties. De omgeving van het plangebied ligt aan de rand van de bebouwde kom en betreft een gemengd gebied waar sprake is van een verscheidenheid aan functies. In de omgeving komen diverse functies voor zoals woonfuncties, bedrijfsfuncties, agrarische veehouderijen, agrarische gronden, natuur en sportvoorzieningen. Zoals uit paragraaf 2.4 blijkt wordt het toekomstig planologisch regime dusdanig ingericht zodat beide locaties elkaar als ook de omgeving niet belemmeren wat betreft de activiteiten, ontwikkelingsmogelijkheden en een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het initiatief voldoet daarmee aan de voorwaarden van artikel 3.73.
Voor de ontwikkeling ter plaatse van Rouwenbogt 10 is geen extra ruimtebeslag nodig en er is geen sprake van sloop of nieuwbouw, zodat sprake is van zorgvuldig en efficiënt ruimtegebruik. Het erf is ruim opgezet met veel ruimte voor bestaand groen en erfbeplanting. Het plangebied is dan ook reeds landschappelijk ingepast. Met het planvoornemen wordt dit bestaande groen en erfbeplanting niet gewijzigd. De voorwaarden in artikel 3.9 vormen daarmee geen belemmering voor de ontwikkeling ter plaatse van Rouwenbogt 10. Voor meer informatie zie paragraaf 2.5.
Rouwenbogt 12 Zoals in paragraaf 2.5 al beschreven, voldoet Rouwenbogt 12 aan artikel 3.9 middels een landschappelijk inpassingplan. Zoals hierboven is beschreven bij Rouwenbogt 10, wordt in hoofdstuk 4 ook onderbouwd dat de Rouwenbogt 12 voldoet aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving zoals in artikel 3.5 van de IOV wordt geëist. Verder is voor de locatie Rouwenbogt 12 artikel 3.70 ‘Afwijkende regels bedrijfswoningen’ van belang.
17
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Rouwenbogt 10 en 12 Reusel
Voor een ontwikkeling is het van belang dat er een invulling wordt gegeven aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. In hoofdstuk 4 wordt onderbouwd waarom de beoogde ontwikkeling ter plaatse van Rouwenbogt 10 geen negatieve invloed heeft op een veilige en gezonde leefomgeving en hoe een goede omgevingskwaliteit gewaarborgd is. Het initiatief voldoet daarmee aan de voorwaarden van artikel 3.5.
Artikel 3.70 Afwijkende regels bedrijfswoningen Lid 1. In afwijking van artikel 3.68 Wonen in Landelijk gebied kan een bestemmingsplan voorzien in de nieuwbouw van ten hoogste één bedrijfswoning binnen het bouwperceel van een op grond van deze verordening toegelaten bedrijf als de toelichting een verantwoording bevat dat: a. de noodzaak vanwege de aard van de bedrijfsvoering aanwezig is;
Om de locatie te ontwikkelen tot een volwaardig bedrijf is het noodzakelijk om een bedrijfswoning te ontwikkelen op de locatie. De ontwikkeling van een bedrijfswoning zorgt ervoor dat er continue monitoring van paarden mogelijk is op de locatie. Hierdoor wordt het voor nieuwe pensionklanten aantrekkelijker om hun paard op de locatie Rouwenbogt 12 te stallen. b. de noodzaak van deze nieuwbouw niet het gevolg is van een eerder aanwezige, inmiddels afgestoten bedrijfswoning.
Er is niet eerder sprake geweest van een bedrijfswoning op de locatie. Lid 2. Voor een grootschalig verblijfsrecratief bedrijf zijn onder overeenkomstige toepassing van het eerste lid ten hoogste twee bedrijfswoningen toegestaan.
Niet van toepassing. Er is geen sprake van een grootschalig verblijfsrecreatief bedrijf, daarnaast maakt een tweede bedrijfswoning geen onderdeel uit van de beoogde ontwikkeling. Lid 3. Een bestemmingsplan kan voorzien in het gebruik van een bestaande burgerwoning als bedrijfswoning, als de woning binnen het bouwperceel van het bedrijf wordt gebracht en daarmee een ruimtelijke eenheid vormt.
Niet van toepassing. Er is geen bestaande burgerwoning aanwezig op de locatie. De ontwikkeling van een nieuwe bedrijfswoning aan de Rouwenbocht 12 past binnen de kaders van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Conclusie provinciaal beleid Gezien het voorgaande kan geconcludeerd worden dat de voorgenomen ontwikkeling binnen het plangebied een passende ontwikkeling is binnen de provinciale beleidskaders. Gelet op de aard en omvang van het planvoornemen wordt geen negatieve invloed uitgeoefend op de in de omgeving aanwezige natuur- en waterwaarden. Voor meer informatie zie paragraaf 4.7 en 4.9.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Bestemmingsplan Buitengebied
Het plangebied is gelegen binnen het vanaf 8 december 2011 vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied 2009’. De locaties hebben de volgende bestemmingen en aanduidingen:
Rouwenbocht 10 Enkelbestemming Dubbelbestemming Lettertekenaanduiding Gebiedsaanduiding “ “ Bouwvlak
Rouwenbocht 12 Enkelbestemming Dubbelbestemming Lettertekenaanduiding Gebiedsaanduiding “ “ Bouwvlak
: Bedrijf – Agrarisch : Archeologische verwachtingswaarde : niet grondgebonden (mi) : Bebouwingsconcentratie : Extensiveringsgebied : ca. 4.620 m2 : Bedrijf – Paardenhouderij : Archeologische verwachtingswaarde : aantal bedrijfswoningen 0 (obw) : Bebouwingsconcentratie : Extensiveringsgebied : ca. 3.625 m2 18
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Rouwenbogt 10 en 12 Reusel
Bij de beschrijving van het gemeentelijk ruimtelijk beleid wordt ingegaan op de ‘Omgevingsvisie’, ‘Beleidsnotities bebouwingsconcentraties’ en het vigerende bestemmingsplan.
Uitsnede vigerend bestemmingsplan ‘Buitengebied 2009’ met globale aanduiding plangebied (rood omlijnd)
Op basis van het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan ‘Buitengebied 2021’ gelden op het plangebied de volgende bestemmingen en aanduidingen:
Rouwenbocht 10 Enkelbestemming Dubbelbestemming Functieaanduiding Gebiedsaanduiding “ “ “ “ “ “ Bouwvlak
: Agrarisch : Waarde – Archeologie 5.1 : specifieke vorm van agrarisch – overig agrarisch : overige zone – bebouwingsconcentratie : overige zone – beperking veehouderij : overige zone – openheid : overige zone – ruimte voor gebiedsontwikkeling : ca. 4.620 m2 RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Rouwenbogt 10 en 12 Reusel
Rouwenbocht 12 Enkelbestemming Dubbelbestemming Functieaanduiding “ “ “ “ Gebiedsaanduiding “ “ “ “ “ “ Bouwvlak
: Bedrijf : Waarde – Archeologie 5.1 : bedrijfswoning uitgesloten : kampeerboerderij : paardenhouderij : overige zone – bebouwingsconcentratie : overige zone – beperking veehouderij : overige zone – openheid : overige zone – ruimte voor gebiedsontwikkeling : ca. 3.625 m2
19
Uitsnede van het voorontwerp bestemmingsplan ‘Buitengebied 2021’ met globale aanduiding plangebied (rood omlijnd)
Rouwenbogt 10 Ter plaatse van Rouwenbogt 10 is sprake van een vrijstaande woning en een loods. In het verleden was binnen het plangebied sprake van een paardenhouderij waar ruimte was voor het houden van maximaal 30 paarden. Deze activiteit is echter recent gestaakt en de stalinrichting is reeds verwijderd. In de huidige situatie dient de loods ten behoeve van statische opslag in de vorm van een caravanstalling en het hobbymatig houden van vier paarden. Initiatiefnemer wenst dit gebruik voort te zetten. Het huidige gebruik is in strijd met de gebruiksregels van het vigerende bestemmingsplan, omdat met het feitelijke gebruik geen sprake meer is van een agrarisch bedrijf. Het huidige gebruik ter plaatse van Rouwenbogt 10 is tevens in strijd met de gebruiksregels ter plaatse van het bouwvlak op basis van voorontwerp bestemmingsplan ‘Buitengebied 2021’. Initiatiefnemer wenst het huidige gebruik voort te zetten.
Voor de bouw van een eerste bedrijfswoning aan de Rouwenbogt 12 is een ontheffingsmogelijkheid opgenomen in artikel 12.3.2 van het bestemmingsplan. Zie hieronder de voorwaarden van de ontheffingsmogelijkheid met cursief een globale toetsing. Artikel 12.3.2 Bouwen bedrijfswoning Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ontheffing te verlenen van het bepaalde in lid 12.1 onder b voor het bouwen van een nieuwe bedrijfswoning, waarbij de volgende bepalingen gelden: a. De ontheffing kan alleen worden verleend op gronden met de aanduiding 'geen woning' op de plankaart. Met de lettertekenaanduiding “aantal bedrijfswoningen 0” is aangetoond dat er nog geen sprake is van een bedrijfswoning op deze locatie. b. De ontheffing alleen kan worden verleend bij een volwaardig agrarisch bedrijf. In bijlage 1 is een bedrijfsplan opgenomen waaruit blijkt dat er sprake is van een volwaardig agrarisch bedrijf. c. De nieuwe bedrijfswoning moet noodzakelijk zijn, wat betekent dat het bedrijf zonder bedrijfswoning ter plaatse op langere termijn redelijkerwijs niet te exploiteren is. Om de paardenhouderij als duurzaam en functioneel bedrijf te ontwikkelen is een bedrijfswoning noodzakelijk. Om de paarden goed te kunnen verzorgen en hulp te bieden in geval van geboortes en calamiteiten is het noodzakelijk dat de bedrijfswoning dichtbij de paardenhouderij gerealiseerd kan worden.
Meer informatie is te vinden in het bijgevoegde bedrijfsplan (Bijlage 1).
20
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Rouwenbogt 10 en 12 Reusel
Rouwenbogt 12
d. De nieuwe bedrijfswoning mag geen onevenredige beperking opleveren voor de bedrijfsvoering en bedrijfsontwikkeling van omliggende (agrarische) bedrijven. Zie hiervoor de verschillende onderdelen van hoofdstuk 4. e. Er dient vooraf advies te worden ingewonnen van de AAB inzake de noodzaak van de bedrijfswoning en de volwaardigheid van het agrarische bedrijf. De gemeente heeft advies ingewonnen bij de AAB. Samenvattend is de Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen van oordeel dat er een reëel perspectief is op de ontwikkeling van een volwaardig bedrijf aan de Rouwenbogt 12 te Reusel en dat voor deze bedrijfsvoering een bedrijfswoning noodzakelijk is.
Algemeen Om het gebruik van Rouwenbogt 10 en 12 te legaliseren is een wijziging van het ter plaatse geldende juridisch planologisch noodzakelijk. De gemeente Reusel – De Mierden heeft aangegeven dat er in beginsel geen bezwaar is tegen de voorgenomen ontwikkeling (brief d.d. 17 december met kenmerk 20.21895 en 20.21907). Voorwaarde hierbij is dat de ontwikkeling meegenomen zal worden in het in voorbereiding zijnde veegplan ‘Buitengebied 2021’. De gemeente heeft hierbij aangegeven dat de beoogde ontwikkeling een ruimtelijke onderbouwing moet bevatten, welke aantoont dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. In navolgend hoofdstuk worden de van toepassing zijnde planologische- en milieuhygiënische onderzoeksaspecten behandeld.
3.3.2
Omgevingsvisie
Gezamenlijk, grenzeloos en groen is en blijft het uitgangspunt in de Omgevingsvisie. De Omgevingsvisie geeft verder richting aan de ingezette koers, in ruimtelijke zin en schetst een panorama voor de toekomst. De ‘Omgevingsvisie’ bevat een kwaliteitenkaart, een knelpuntenkaart, een visiekaart en een strategiekaart: a) Kwaliteitenkaart: Op de kwaliteitenkaart is het plangebied aangewezen als gelegen in een ‘Oud agrarisch cultuurlandschap met afwisselend open kamers, laanbeplanting, houtwallen, bosrestanten en linten’ met de Rouwenbogt aangeduid als ‘historische bomenlaan als verbinding tussen de verschillende landschappen’. b) Knelpunten: Op de knelpuntenkaart is het plangebied gelegen in een gebied ten westen van ‘onderbenutte ecologische, recreatieve en waterhuishoudkundige potentie beekdalen’ in een ‘matige herkenbaarheid (verschillen tussen) landschapstypen’ en ten westen van het plangebied ligt een ‘dominantie van groot aantal agrarische bedrijfslocaties in het landschap’. c) Visiekaart: Op de visiekaart is het plangebied aangewezen als gelegen binnen een ‘versterking kleinschalig agrarisch cultuurlandschap’ en grenst het plangebied aan de ‘beekdalontwikkeling’.
In de visie op het grondgebied van de gemeente Reusel-De Mierden is aangegeven dat binnen de oude agrarische cultuurlandschappen het accent ligt op een aantrekkelijk woon-, werk en recreatiemilieu en het versterken van de relatie met de kernen. Vrijkomende agrarische bedrijfsbebouwing (VAB) in deze zone wordt omgezet (via sloop en nieuwbouw) naar nieuwe erven voor wonen, werken en recreatie. d) Strategiekaart: op de strategiekaart is het plangebied aangewezen als gelegen binnen een gebied met ‘ruimte voor gebiedsontwikkeling’. De strategie binnen dit gebied is ruimte bieden voor niet belastende “rode” functies onder de harde voorwaarde dat tegelijkertijd bos en/of natuur wordt aangelegd, landschappelijke inpassing wordt gerealiseerd en permanent in stand gehouden en (recreatieve) langzaamverkeersroutes worden aangelegd, verbeterd en langjarig onderhouden. De totale visie zoals opgenomen in de ‘Omgevingsvisie’ is samen te vatten in 10 keuzes. Eén van deze keuzes is dat de gemeente Reusel-De Mierden initiatieven behandelt die passen binnen de strategieën en vooral toekomstbestendige oplossingen zijn voor locaties die nu een knelpunt vormen of die in de nabije toekomst een knelpunt gaan vormen voor de volksgezondheid. 21
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Rouwenbogt 10 en 12 Reusel
Op 22 mei 2018 is de ‘Omgevingsvisie’ door de gemeenteraad vastgesteld. De ‘Omgevingsvisie’ borduurt voort op de in 2013 vastgestelde toekomstvisie. Op 28 mei 2019 is een addendum Omgevingsvisie Reusel – De Mierden vastgesteld. Dit addendum voorziet in enkele aanpassingen op de Omgevingsvisie met betrekking tot de Vereniging High Tech Agrocampus, Toekomstige Gebiedsfondsen en de Landschapsinvesteringsregeling.
Afweging
Rouwenbogt 10 Ter plaatse van Rouwenbogt 10 is sprake van een functiewijziging waarbij het huidige gebruik wordt gelegaliseerd. De functiewijziging draagt bij aan de leefbaarheid van het landelijk gebied. Met de functiewijziging wordt een knelpunt opgelost en wordt een duidelijk toekomstperspectief geboden voor beide locaties. Voor de ontwikkeling is geen extra ruimtebeslag nodig en er is geen sprake van sloop of nieuwbouw, zodat sprake is van zorgvuldig en efficiënt ruimtegebruik. Het erf is ruim opgezet met veel ruimte voor bestaand groen en erfbeplanting. Het plangebied is dan ook reeds landschappelijk ingepast. Met het planvoornemen wordt dit bestaande groen en erfbeplanting niet gewijzigd.
Rouwenbogt 12 De visie van Reusel de Mierden ziet met name toe op een versterking van het woon-, werk- en recreatieklimaat binnen de oude agrarische cultuurlandschappen. Daarnaast zoeken ze naar een versterking van de relatie met de kernen. De ontwikkeling van de paardenhouderij aan de Rouwenbogt 12 draagt hieraan bij. Een pensionstalling is een goede functie om de relatie tussen de kern en het buitengebied te realiseren, doordat mensen uit de kernen er hun paard kunnen stallen. Tevens draagt de ontwikkeling van een bedrijfswoning waarmee het bedrijf toekomstbestendig wordt ook bij aan het woon-, werk- en recreatieklimaat in de omgeving. De beoogde ontwikkeling ter plaatse van Rouwenbogt 10 en 12 geeft invulling aan de gemeentelijk visie zoals opgenomen in de ‘Omgevingsvisie’.
3.3.3
Beleidsnotitie voor bebouwingsconcentraties
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Rouwenbogt 10 en 12 Reusel
Op 24 juni 2010 heeft de gemeenteraad de ‘Beleidsnotitie voor bebouwingsconcentraties’ vastgesteld. Het plangebied is gelegen in de bebouwingsconcentratie ‘Rouwenbogt’. De visie op dit gebied is gericht op het behoud van het contrast tussen de ‘open’ en ‘gesloten’ landschapsstructuren aan weerszijden van de Rouwenbogt. De visie zet in op het behouden van het waardevolle zicht op de Rouwenbogtloop en haar beekdal. Het versterken van de karakteristiek kan versterkt worden door aan de gesloten, beboste zijde, sporadisch nieuwe bebouwingsmogelijkheden toe te staan. Ter plaatse van het zicht op de Rouwenbogtloop wordt dan ook geen extra bebouwingsmogelijkheden geboden, behalve tussen de bestaande bebouwing aan de Rouwenbogt. Navolgende afbeeldingen geven een beeld van de ligging van het plangebied binnen de bebouwingsconcentratie ‘Rouwenbogt’, waarbij de huidige situatie en de ruimtelijke visie zijn weergeven.