CConstaterende datReusel-De Mierden
Koppel je AI →
Document · PDF

[22.13482] - ontwerpbestemmingsplan Buitengebied herziening 2022 regels

Gemeenteraad 14 maart 2023, gemeente Reusel-De MierdenBij agendapunt: Veegplan buitengebied 202234.726 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Nadere detaillering van de bestemmingsomschrijving

a. Staat van bedrijven Op de gronden met deze bestemming zijn overeenkomstig de onderstaande aanduidingen uitsluitend toegestaan de bedrijven genoemd in de navolgende Staat van bedrijven: Afkortin Aanduiding g

Soort bedrijf

(ph)

Paardenhouderij

paardenhouderij

(sb-ath) specifieke vorm van bedrijf - agrarisch technisch hulpbedrijf

Agrarisch technisch hulpbedrijf

(cs)

Caravanstalling

caravanstalling

Regels (ontwerp)

Catego Adres rie bedrijf

3.1

Max. oppervlakte bedrijfsbebouwing (excl. woning) in m²

Hooge Mierde, De Luther 8

2.900 m2

Reusel, Heikant 8

1.357 m2

Reusel, 748 m² Rouwenbogt 10

43

bestemmingsplan Buitengebied Herziening 2022

(kp)

kampeerboerderij

Kampeerboerderij + educatieve instructieruimte

Reusel, 160 m2 Rouwenbogt kampeerboerd 12 erij, 100 m2 instructieru imte

(ph)

paardenhouderij

Paardenhouderij

Reusel, 762 m² Rouwenbogt 12

b. Nevenactiviteit bij een paardenhouderij Ter plaatse van de aanduiding 'paardenhouderij' zijn de gronden mede bestemd voor: 1. productiegebonden detailhandel, waarbij de totale gezamenlijke verkoopvloeroppervlakte per bedrijf niet meer mag bedragen dan 100 m²; 2. statische opslag, waarbij de totale gezamenlijke oppervlakte per bedrijf niet meer mag bedragen dan 1.000 m²; 3. boerenterrassen, waarbij de totale gezamenlijke oppervlakte per bedrijf niet meer mag bedragen dan 50 m². c. Aantal bedrijven Per bestemmingsvlak is maximaal één bedrijf toegestaan. d. Bedrijfswoningen Per aanduiding bestemmingsvlak is maximaal één bedrijfswoning met daarbij behorende bijbehorende bouwwerken toegestaan. e. Aan-huis-verbonden beroep of aan-huis-verbonden bedrijf De uitoefening van een aan-huis-verbonden beroep of een aan-huis-verbonden bedrijf, zoals opgenomen in Bijlage 1 Lijst van rechtstreeks toelaatbare aan-huis-verbonden beroepen en bedrijven, is toegestaan als ondergeschikte activiteit bij de woonfunctie, waarbij de volgende bepalingen van toepassing zijn: 1. de omvang van de activiteit bedraagt maximaal 30% van de gezamenlijke oppervlakte van de bebouwing tot een maximum van 45 m²; 2. het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en mag geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken; 3.

de activiteit dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn in de woonomgeving; 4. detailhandel is niet toegestaan; 5. de activiteit wordt uitgeoefend door een bewoner. 5.2

Functies toegestaan na melding

a. Ter plaatse van de gronden met de bestemming 'Bedrijf' is het aanvangen van of het veranderen naar de navolgende functies uitsluitend toegestaan na een melding als bedoeld in 23.1: 1. een bed & breakfast met maximaal 2 kamers/logeereenheden (4 bedden) in een bedrijfswoning bij een bedrijf ter plaatse van de aanduiding 'paardenhouderij'; b. In afwijking van het bepaalde onder a. is een melding niet vereist indien de functie als bedoeld onder a. is toegestaan ingevolge het bepaalde in 5.1. 5.3

Functies toegestaan na verlening omgevingsvergunning bestemmingsplanactiviteit

a. Ter plaatse van de gronden met de bestemming 'Bedrijf' is het aanvangen van of het veranderen naar de navolgende functies uitsluitend toegestaan na verlening van een omgevingsvergunning voor een bestemmingsplanactiviteit als bedoeld in 23.3: 1. wonen in een voormalige bedrijfswoning; 2. een recreatiebedrijf in de vorm van dag- en/of verblijfsrecreatie; b. In afwijking van het bepaalde onder a. is een omgevingsvergunning voor een bestemmingsplanactiviteit niet vereist indien de functie als bedoeld onder a. is toegestaan ingevolge het bepaalde in 5.1.

44

Regels (ontwerp)

bestemmingsplan Buitengebied Herziening 2022

5.4

Bouwregels

5.4.1

Algemeen

Op de binnen deze bestemming gelegen gronden mag uitsluitend worden gebouwd voor deze bestemming. 5.4.2

Gebouwen algemeen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. Gebouwen mogen niet vóór de voorgevel van de bedrijfswoning en het verlengde daarvan worden gesitueerd. Indien geen bedrijfswoning aanwezig is, dan mogen gebouwen niet op een kleinere afstand dan 15 m tot de as van de weg worden gesitueerd. b. De afstand van bouwwerken tot de zijdelingse en achterste bestemmingsgrens bedraagt minimaal 5 m. 5.4.3

Bedrijfsgebouwen

Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. De bebouwde oppervlakte bedrijfsbebouwing bedraagt maximaal de oppervlakte zoals aangegeven in de 'Staat van bedrijven', zoals opgenomen in 5.1.2 onder a. b. Indien en voor zover binnen het bestemmingsvlak de aanduiding 'bouwvlak' is opgenomen, mogen bedrijfsgebouwen uitsluitend binnen het aangeduide bouwvlak worden gebouwd. c. De goothoogte bedraagt maximaal 5 m. d. De bouwhoogte bedraagt maximaal 10 m. e. De dakhelling bedraagt minimaal 20° en maximaal 60°. 5.4.4

Bedrijfswoningen

Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende bepalingen: De inhoud bedraagt maximaal 750 m3. De goothoogte bedraagt maximaal 5 m. De bouwhoogte bedraagt maximaal 10 m. De dakhelling bedraagt minimaal 20° en maximaal 60°, met uitzondering van ondergeschikte delen, zoals serres. e. Bij inpandige bedrijfswoningen geldt de maatvoering van bedrijfsgebouwen. f. Bij vervangende nieuwbouw van de bedrijfswoning(en) mag het hoofdgebouw uitsluitend gesitueerd worden ter plaatse van de bestaande funderingen en, in geval van uitbreiding, daar direct op aansluitend; de bouwwijze (d.w.z. vrijstaand, halfvrijstaand of aaneengebouwd) van de te herbouwen woning(en) wijkt niet af van de bouwwijze van de oorspronkelijke woning(en). a. b. c. d.

5.4.5

Bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen

Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen gelden de volgende bepalingen: a. Bijbehorende bouwwerken dienen op een afstand van minimaal 3 m achter de voorgevelrooilijn van de bedrijfswoning te worden gebouwd. b. De gezamenlijke oppervlakte bedraagt maximaal 100 m². c. De goothoogte bedraagt maximaal 3,2 m. d. De bouwhoogte bedraagt maximaal 5,5 m. e. De afstand van vrijstaande bijbehorende bouwwerken tot de bedrijfswoning bedraagt maximaal 20 m. f. De dakhelling bedraagt minimaal 20° en maximaal 60°. g. Bij afbraak van (een) legaal bestaand(e) vrijstaand(e) bijbehorend(e) bouwwerk(en) met een oppervlakte van meer dan 100 m², mag het in sub b genoemde oppervlakte worden verhoogd met 50% van het oppervlak van de te slopen vrijstaande bijbehorende bouwwerk c.q. bijbehorend bouwerk, met dien verstande dat het in sub b genoemde oppervlakte niet bij de berekening mag worden betrokken. Het maximaal toegestane gezamenlijke oppervlak van de bijbehorende bouwwerken na afbraak bedraagt 200 m². De sloop van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - cultuurhistorisch waardevolle bebouwing' is niet toegestaan.

Regels (ontwerp)

45

bestemmingsplan Buitengebied Herziening 2022

5.4.6

Bouwwerken, geen gebouw zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde gelden de volgende bepalingen: a. In het algemeen geldt dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde vóór de voorgevelrooilijn van de bedrijfswoning maximaal 1 m bedraagt. Daarnaast geldt het volgende: 1. De bouwhoogte van terreinafscheidingen bedraagt maximaal 2 m. 2. De bouwhoogte van kleinschalige windmolens bedraagt maximaal 12 m. 3. De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde, bedraagt maximaal 4 m. 4. De oppervlakte bedraagt maximaal 30 m2 ; met dien verstande dat deze maximale oppervlakte niet geldt voor paardenbakken ter plaatse van de functieaanduiding 'paardenhouderij' . b. Voor de bouw van onoverdekte zwembaden geldt dat: 1. het zwembad uitsluitend achter de achtergevelrooilijn van de bedrijfswoning mag worden gesitueerd; 2. de afstand tot de bedrijfswoning bedraagt maximaal 20 m; 3. de afstand tot de zijdelingse en achterste bestemmingsgrens bedraagt minimaal 2 m; 4. de oppervlakte bedraagt maximaal 10% van de oppervlakte van het bestemmingsvlak tot een maximum van 100 m². c. Carports mogen worden gebouwd, mits aan de volgende eisen wordt voldaan: 1. Carports mogen niet vóór de voorgevel van het hoofdgebouw worden gebouwd. 2. De bouwhoogte bedraagt maximaal 3,2 m. 3. De oppervlakte bedraagt maximaal 30 m².

5.5 Bouwregels functies toegestaan na verlening omgevingsvergunning bestemmingsplanactiviteit Voor het bouwen voor de functies als bedoeld in 5.3, die zijn toegestaan na verlening van een omgevingsvergunning voor een bestemmingsplanactiviteit als bedoeld in 23.3, gelden de maatvoeringsen situeringseisen zoals bepaald in 5.4. De voorschriften die zijn opgenomen in de omgevingsvergunning als bedoeld in 23.3 moeten daarbij in acht worden genomen. 5.6

Afwijken van de bouwregels

5.6.1

Omgevingsvergunning voor het afwijken van de maatvoering

Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning, mits het past bij de stedenbouwkundige en architectonische uitstraling van de omgeving, afwijken van het bepaalde in: a. 5.4.2 voor het bouwen van gebouwen op kleinere afstand van de as van de weg mits: 1. het stedenbouwkundig en landschappelijk beeld niet worden aangetast; 2. de verkeersveiligheid niet wordt aangetast; 3. de wegbeheerder wordt gehoord; 4. indien het een woning of ander geluidsgevoelig object betreft, wordt voldaan aan de Wet geluidhinder; 5. de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad. b. 5.4.2 voor het bouwen op een kortere afstand tot de zijdelingse bestemmingsgrens mits: 1. het stedenbouwkundig en landschappelijk beeld niet worden aangetast; 2. de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad; c. 5.4.3 voor een maximale goothoogte van 7 m en een maximale bouwhoogte van 13 m; d. 5.4.3 voor een lagere dakhelling, indien dit beter past bij de stedenbouwkundige en architectonische uitstraling van het gebouw ten opzichte van de omgeving. e. 5.4.5 voor het bouwen van een bijbehorende bouwwerken op een afstand van meer dan 20 m van de bedrijfswoning indien dit noodzakelijk is in verband met een doelmatige inrichting van het perceel; f.

5.4.6 voor het bouwen van terreinafscheidingen met een hoogte van 2 m mits hierdoor het stedenbouwkundig beeld en de verkeersveiligheid niet wordt aangetast; g. 5.4.6 voor het bouwen van kleinschalige windmolens tot een hoogte van maximaal 15 m; h. 5.4.6 voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde tot een hoogte van maximaal 6 m.

46

Regels (ontwerp)

bestemmingsplan Buitengebied Herziening 2022

5.6.2

Omgevingsvergunning voor uitbreiding oppervlakte bedrijfsbebouwing

Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.4.3 om de in de 'Staat van bedrijven' in artikel 5.1.2 onder a opgenomen bebouwde oppervlakte bedrijfsbebouwing te kunnen vergroten, mits: a. het een eenmalige uitbreiding van maximaal 15% van de maximale oppervlakte als opgenomen in artikel 5.1.2 onder a laatste kolom, betreft; b. indien sprake is van de sloop van bedrijfsgebouwen op een andere locatie binnen het plangebied zijn in aanvulling op het bepaalde onder a. de volgende uitbreidingen toegestaan: 1. ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - primaat landschap': een uitbreiding van de maximale oppervlakte als opgenomen in 5.1.2 onder a laatste kolom met maximaal 25% van de oppervlakte van de elders binnen het plangebied gesloopte bedrijfsgebouwen, met dien verstande dat de gezamenlijke oppervlakte van deze uitbreiding en de uitbreiding als bedoeld onder a. maximaal 1.000 m2 bedraagt; 2.

ter plaatse van de aanduidingen 'overige zone - bestendigen bestaande situatie', 'overige zone - ruimte voor gebiedsontwikkeling', Overige zones conform omgevingsvisie Reusel-De Mierden': een uitbreiding van de oppervlakte als opgenomen in 5.1.2 onder a laatste kolom met maximaal 25% van de oppervlakte van de elders binnen het plangebied gesloopte bedrijfsgebouwen, met dien verstande dat: de gezamenlijke oppervlakte van deze uitbreiding en de uitbreiding als bedoeld onder a. maximaal 750 m2 bedraagt; c. er geen sprake is van een toename van de bestaande oppervlakte voor mestbewerking; d. de beoogde uitbreiding in redelijke verhouding staat tot de bestaande omvang en/of bestaande aantallen bezoekers/ overnachtingen; e. vestiging op een bedrijventerrein redelijkerwijs niet mogelijk is; f. er wordt voldaan aan de volgende landschappelijke en ruimtelijke kwaliteitseisen: 1. Landschappelijke inpassing: er dient sprake te zijn van een zorgvuldige landschappelijke inpassing van de bedrijfsbebouwing op basis van een door de gemeente goedgekeurd erfbeplantingsplan. 2. Kwaliteitswinst: er vindt een kwaliteitswinst van het landschap plaats bij vergroting van het bouwvlak en bij vormverandering; g. de (situering van de) uitbreiding geen onevenredige afbreuk doet aan de in de directe omgeving aanwezige functies en waarden; h.

de afwijking niet leidt tot een onevenredige aantasting van de in de directe omgeving voorkomende waarden. 5.6.3

Omgevingsvergunning herbouw bedrijfswoning op andere locatie

Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.4.4 voor het herbouwen van een bedrijfswoning op een andere locatie, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. De herbouw dient op de andere locatie stedenbouwkundig aanvaardbaar te zijn. b. De afstand tot de weg waaraan wordt gebouwd bedraagt minimaal 15 m. Indien de bestaande afstand minder bedraagt dan 15 m dient bij herbouw op een andere locatie de afstand tot de weg groter te zijn dan de bestaande afstand. c. De afstand tot de bestemmingsgrens bedraagt minimaal 5 m. d. De breedte van een bouwperceel mag niet worden verruimd. e. Er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. f. De ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende (agrarische) bedrijven mogen niet onevenredig worden beperkt. g. De in het gebied aanwezige waarden mogen niet onevenredig worden aangetast. h. Er moet voldaan worden aan de eisen die gelden ingevolge de Wet geluidhinder. i. Overtollige bebouwing wordt gesloopt, waaronder sloop van de oude bedrijfswoning. 5.7

Specifieke gebruiksregels

5.7.1

Strijdig gebruik

Als met de bestemming strijdig gebruik geldt in ieder geval gebruik van gronden en/of opstallen:

Regels (ontwerp)

47

bestemmingsplan Buitengebied Herziening 2022 a. geluidzoneringsplichtige inrichtingen; b. risicovolle inrichtingen; c. de opslag van gevaarlijke stoffen, zoals kunstmeststoffen en propaan, die een 10-6 risicocontour hebben die de bestemmingsgrens overschrijdt; d. detailhandel, met uitzondering van de in 5.1.2 onder a toegestane detailhandel; e. mestbewerking is niet toegestaan, met uitzondering van de reeds bestaande bebouwing voor mestbewerking en het reeds bestaande gebruik voor van mestbewerking. 5.8

Afwijken van de gebruiksregels

5.8.1

Omgevingsvergunning ander soort bedrijf

Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.1.2 onder a voor het vestigen van een ander soort bedrijf dan op basis van de Staat van bedrijven is toegestaan, onder de volgende voorwaarden: a. De oppervlakte bedrijfsbebouwing zoals opgenomen in de Staat van bedrijven mag niet worden vergroot. b. Het nieuw te vestigen bedrijf mag naar aard en invloed niet meer milieuhinder voor de omgeving opleveren dan de oorspronkelijk toegestane bedrijfssoort. c. Het andere bedrijf mag geen onevenredige beperking opleveren van de bestaande bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende (agrarische) bedrijven tot gevolg hebben. d. Het nieuw te vestigen bedrijf mag geen grotere publieks- en/of verkeersaantrekkende werking hebben dan de oorspronkelijk toegestane bedrijfssoort. e. Er mag geen uitbreiding van bestaande detailhandel of nieuwvestiging van detailhandel plaatsvinden; detailhandel als ondergeschikte functie bij de hoofdfunctie is toegestaan met een verkoopvloeroppervlakte van maximaal 200 m2. f. Er is aangetoond dat de ruimtelijke ontwikkeling ook op langere termijn past binnen de onder a genoemde maximale omvang. g. Overtollige bebouwing wordt gesloopt. h. De beoogde ontwikkeling leidt niet tot een splitsing van het bouwperceel. i.

De beoogde ontwikkeling leidt niet tot een kantoorvoorziening met een baliefunctie; j. De beoogde activiteit niet leidt tot een grootschalige ontwikkeling. 5.8.2

Omgevingsvergunning nevenactiviteit

Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken zoals bedoeld in 5.1 voor het toestaan van nevenactiviteiten, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. Nevenfuncties kunnen uitsluitend worden toegestaan bij bedrijven ter plaatse van de aanduiding 'paardenhouderij'. b. De paardenhouderij blijft op het perceel als hoofdfunctie aanwezig en herkenbaar. c. Voor nevenactiviteiten geldt dat de volgende functies zijn toegestaan: 1. statische opslag met een maximum van 2.000 m²; 2. recreatieve voorzieningen met een maximum van 750 m²; 3. zorgboerderij met een maximum van 375 m²; 4. kleinschalig logeren, anders dan een bed & breakfast als bedoeld in 6.2 onder a., met maximaal 5 kamers/logeereenheden tot een maximum van in totaal 150 m²; 5. een overig niet-agrarisch bedrijf met een maximum van 400 m²; met dien verstande dat bij cumulatie van meerdere vormen van nevenactiviteiten, met uitzondering van opslag/kleinschalig kamperen, het totale daarvoor te gebruiken bedrijfsvloeroppervlakte niet mag meer bedragen dan 25% van het bedrijfsvloeroppervlakte tot een maximum van 750 m². d. De in het gebied aanwezige waarden mogen niet onevenredig worden aangetast. e. De nevenactiviteit mag geen onevenredige publieks- en/of verkeersaantrekkende werking tot gevolg hebben. f.

De nevenactiviteit mag geen onevenredige beperking opleveren van de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende (agrarische) bedrijven. g. Het woon- en leefklimaat mag niet onevenredig worden aangetast.

48

Regels (ontwerp)

bestemmingsplan Buitengebied Herziening 2022

Artikel 6

Groen - Landschappelijke inpassing

6.1

Functies

6.1.1

Algemeen

De voor 'Groen - Landschappelijke inpassing' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het aanbrengen en instandhouden van gebiedseigen (erf)beplanting ter landschappelijke inpassing van gebouwen, verhardingen en andere voorzieningen; b. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; c. geluidwerende voorzieningen van minimaal 1,5 meter hoogte ter plaatse van de aanduiding 'geluidwerende voorziening'; een en ander met bijbehorende voorzieningen. 6.2

Bouwregels

6.2.1

Algemeen

Op de binnen deze bestemming gelegen gronden mag uitsluitend worden gebouwd voor deze bestemming. Uitsluitend zijn bouwwerken, geen gebouw zijnde, toegestaan en uitsluitend in de vorm van een erfafscheiding. 6.2.2

Bouwregels erfafscheidingen

Voor erfafscheidingen gelden de volgende bepalingen: a. de erfafscheiding mag uitsluitend in de vorm van een open constructie worden opgericht; b. de bouwhoogte van erfafscheidingen bedraagt maximaal 1 m. 6.3

Specifieke gebruiksregels

6.3.1

Strijdig gebruik

In ieder geval geldt als strijdig met de bestemming gebruik van gronden en opstallen: c. voor het opslaan, storten of bergen van materialen, producten en mest, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; d. het aanbrengen van verhardingen, anders dan bedoeld in 6.4.4. 6.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.4.1

Omgevingsvergunningplicht

Het is verboden op de in dit artikel bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden) de in het schema onder 6.4.4 omgevingsvergunningsplichtige werken en werkzaamheden uit te (doen) voeren. 6.4.2

Uitzonderingen omgevingsvergunningplicht

Het onder 6.4.1 vervatte verbod geldt niet voor werken en werkzaamheden: a. waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden is verleend; b. welke ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan legaal in uitvoering waren; c. welke betreffen het normale onderhoud en/of landschapsbeheer. 6.4.3

Voorwaarden

De in 6.4.1 bedoelde vergunning wordt slechts verleend indien na een belangenafweging blijkt dat er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de aanwezige waarden als opgenomen in 6.1. Voor de belangenafweging zijn in het schema onder 6.4.4 de toetsingscriteria weergegeven.

Regels (ontwerp)

49

bestemmingsplan Buitengebied Herziening 2022

6.4.4

Schema omgevingsvergunning

Omgevingsvergunningplichtige werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden

Criteria voor verlening van de omgevingsvergunning voor werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden

het aanleggen van wegen en het de wegen en overige verhardingen moeten noodzakelijk zijn voor aanbrengen van overige verhardingen het (agrarisch) gebruik, behorende bij de naastgelegen als doorgang bestemming; de wegen en overige verhardingen betekenen geen aantasting van de aanwezige landschappelijke inpassing, danwel er wordt anderszins voorzien in een zorgvuldige landschappelijke inpassing; het verwijderen van houtopstanden voor een doorgang

50

het verwijderen moet noodzakelijk zijn voor het (agrarisch) gebruik, behorende bij de naastgelegen bestemming; het verwijderen betekent geen aantasting van de aanwezige landschappelijke inpassing, danwel er wordt anderszins voorzien in een zorgvuldige landschappelijke inpassing;

Regels (ontwerp)

bestemmingsplan Buitengebied Herziening 2022

Artikel 7 7.1

Leiding – Riool

Functies

De voor Leiding - Riool aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de aanleg en instandhouding van een ondergrondse rioolpersleiding. Deze bestemming werkt primair ten opzichte van de andere (enkel)bestemmingen. 7.2

Bouwregels

7.2.1

Toegestane bebouwing

In afwijking van hetgeen elders in deze regels is bepaald ten aanzien van het bouwen krachtens de overige bestemmingen van deze gronden, mogen op of in deze bestemming begrepen grond uitsluitend worden gebouwd: a. bouwwerken tot een maximale (nok)hoogte van 3 m voor de aanleg en instandhouding van de ondergrondse rioolleiding. 7.3

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 7.2 voor het bouwen ten behoeve van de overige bestemmingen van deze gronden, met dien verstande dat: a. het behoud van een veilige ligging en de continuïteit van de energie- en afvalwatervoorziening dient te zijn gewaarborgd; b. het bevoegd gezag schriftelijk advies heeft ingewonnen bij de betreffende leidingbeheerder. 7.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.4.1

Omgevingsvergunningplicht

Het is verboden op de in dit artikel bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. b. c. d. e. f.

het aanleggen van wegen of paden en/of andere oppervlakteverhardingen; het uitvoeren van graafwerkzaamheden; het uitvoeren van heiwerken of het anderszins indrijven van voorwerpen in de bodem; het aanbrengen van diepwortelende beplanting en/of bomen; het ophogen, verlagen, afgraven of egaliseren van de bodem, of anderszins wijzigen in maaiveld- of weghoogte; het rooien en vellen van houtgewas.

7.4.2

Uitzonderingen omgevingsvergunningplicht

Het onder 7.4.1 vervatte verbod geldt niet voor werken en werkzaamheden: a. waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan aanlegvergunning of omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden is verleend; b. welke ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan legaal in uitvoering waren; c. welke betreffen het normale onderhoud van leidingen. 7.4.3

Voorwaarden

a. De in 7.4.1 bedoelde vergunning kan slechts worden verleend, indien het behoud van een veilige ligging en de continuïteit van de rioolleiding, zijn gewaarborgd. b. Alvorens te beslissen omtrent een vergunning als bedoeld in dit lid 7.4.1 wint het bevoegd gezag advies in bij de betreffende leidingbeheerder.

Regels (ontwerp)

51

bestemmingsplan Buitengebied Herziening 2022

Artikel 8

Natuur

8.1

Functies

8.1.1

Algemene bestemmingsomschrijving

De voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. behoud, herstel en/of ontwikkeling van de natuur/landschapselementen en de bijbehorende groeiplaats; b. behoud van (onverharde) paden, wegen en parkeervoorzieningen; c. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; d. extensief recreatief medegebruik; e. behoud, herstel en ontwikkeling van de landschappelijke waarden en natuurwaarden; f. behoud, herstel en/of ontwikkeling van de hydrologische waarden en de hydrologische betekenis; g. behoud en/of herstel van de cultuurhistorische waarden; h. extensief agrarisch grondgebruik gericht op natuurbeheer in de vorm van het laten grazen van dieren; één en ander met bijbehorende voorzieningen. 8.1.2

Nadere detaillering van de bestemmingsomschrijving

a

Landschappelijke waarden

Behoud, herstel en ontwikkeling van landschappelijke waarden in het algemeen en in het bijzonder de volgende landschappelijke waarden: 1. de aardkundige waarden en kenmerken ter plaatse van de aanduiding 'overige zone aardkundig waardevol gebied'. b

Natuurwaarden

Gestreefd wordt naar behoud, herstel en ontwikkeling van natuurwaarden. Dit houdt in dat: 1. ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - behoud en herstel watersystemen' het beleid is gericht op de verwezenlijking en het behoud, beheer en herstel van watersystemen. Maatregelen worden uitgevoerd op het gebied van de morfologie, zoals het laten hermeanderen van beken, het aanleggen van plas-draszones en het herstel van kwel. Naast de waterloop is ruimte nodig om de maatregelen goed te kunnen uitvoeren; 8.2

Bouwregels

8.2.1

Algemeen

Op de binnen deze bestemming gelegen gronden mag uitsluitend worden gebouwd voor deze bestemming. 8.2.2

Toegestane bebouwing

Op of in deze gronden mogen geen gebouwen en/of bouwwerken worden gebouwd, behoudens: a. gebouwen voor bos- en natuurbeheer en extensief recreatief medegebruik, mits: 1. de goothoogte bedraagt maximaal 3,2 m en de bouwhoogte bedraagt maximaal 4 m; 2. de oppervlakte bedraagt maximaal 20 m² per 2,5 ha bosgebied en de inhoud bedraagt maximaal 60 m3, mits dit geen aantasting geeft van de ecologische waarden en kenmerken van het Natuur Netwerk Brabant; b. eenvoudige voorzieningen in de vorm van bouwwerken, geen gebouw zijnde, voor extensief recreatief medegebruik, zoals informatieborden, picknickplekken, banken en afvalbakken, mits geen onevenredige schade wordt aangericht aan de aanwezige waarden en de hoogte maximaal 3 m bedraagt;

52

Regels (ontwerp)

bestemmingsplan Buitengebied Herziening 2022

8.3

Afwijken van de bouwregels

8.3.1

Omgevingsvergunning bouwwerk of gebouw

Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 8.2.2 voor het bouwen van bouwwerken in een grotere maatvoering. Hiervoor gelden de volgende bepalingen: a. De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde bedraagt maximaal 5 m waarbij geldt dat de bouwhoogte van een brandtoren/uitkijktoren maximaal 30 m bedraagt. b. De oppervlakte bedraagt maximaal 50 m² en de bouwhoogte bedraagt maximaal 5 m. c. Het bouwwerk mag geen aantasting geven van de ecologische waarden en kenmerken van het Natuur Netwerk Brabant. d. Het bevoegd gezag dient advies te hebben ingewonnen bij een onafhankelijke natuur- en landschapsdeskundige met betrekking tot de vraag of de aanwezige landschappelijke waarden en natuurwaarden door het verlenen van de omgevingsvergunning niet onevenredig c.q. onherstelbaar worden aangetast. 8.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.4.1

Omgevingsvergunningplicht

Het is verboden op de in dit artikel bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden) de onderstaande omgevingsvergunningplichtige werken en werkzaamheden uit te (doen) voeren. a. in het algemeen: 1. het verzetten of vergraven van grond waarbij het maaiveld over meer dan 100 m² per perceel of met meer dan 0,40 m wordt gewijzigd of waarbij maaiveldniveaus (steilranden) worden gewijzigd; 2. het omzetten van grond of uitvoeren van bodemingrepen dieper dan 0,40 m onder maaiveld; 3. het uitvoeren van heiwerken of het anderszins indringen van voorwerpen in de bodem; 4. het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten, of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels; 5. aanleg van drainage; 6. het verlagen van de waterstand anders dan door sloten/greppels of drainage m.u.v. grondwateronttrekkingen; 7. het vellen of rooien van bos en/of het verwijderen van houtopstanden; 8. het verwijderen van natuur- en landschapselementen die ten tijde van het van kracht worden van het plan aanwezig waren; 9. het verwijderen van perceelsindelingen, paden en onverharde wegen; 10. het aanleggen en/of verharden van wegen of paden, dan wel aanbrengen van andere niet omkeerbare oppervlakteverhardingen. b. Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - aardkundig waardevol gebied': 1.

het verzetten of vergraven van grond waarbij het maaiveld over meer dan 100 m² per perceel of met meer dan 0,40 m wordt gewijzigd of waarbij de maaiveldniveaus van een steilrand worden gewijzigd; 2. het omzetten van grond of uitvoeren van bodemingrepen dieper dan 0,60 m onder maaiveld; 3. het verlagen van de grondwaterstand door aanleg van drainage of bemaling; 4. het aanleggen, dempen of wijzigen van (oevers, profiel, doorstroom- of bergingscapaciteit van) oppervlaktewateren. 8.4.2

Uitzonderingen omgevingsvergunningplicht

Het onder 8.4.1 vervatte verbod geldt niet voor werken en werkzaamheden: a. waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden is verleend; b. welke ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan legaal in uitvoering waren; c. welke betreffen het normale onderhoud en/of landschapsbeheer; d. die worden verricht in het kader van vruchtwisseling;

Regels (ontwerp)

53

bestemmingsplan Buitengebied Herziening 2022 e. welke onderdeel uitmaken van de werkzaamheden zoals benoemd in het plan 'Cultuurhistorie en natuurontwikkeling De Utrecht' dat als Bijlage 9 bij dit bestemmingsplan is opgenomen. 8.4.3

Voorwaarden

De in 8.4.1 bedoelde vergunning wordt slechts verleend indien na een belangenafweging blijkt dat er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de aanwezige waarden als opgenomen in 8.1.

54

Regels (ontwerp)

bestemmingsplan Buitengebied Herziening 2022

Artikel 9

Recreatie

9.1

Functies

9.1.1

Algemene bestemmingsomschrijving

De voor 'Recreatie - Verblijfsrecreatie 1'aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bedrijfsmatige exploitatie van verblijfsrecreatieve voorzieningen met daarbij behorende voorzieningen zoals aangegeven in de Staat van verblijfsrecreatie zoals opgenomen in 9.1.2 onder a; b. de aan sub a ondergeschikte voorzieningen; c. nevenactiviteiten, uitsluitend na een melding als bedoeld onder 9.2; d. bedrijfswoningen; e. paden en wegen; f. parkeervoorzieningen; g. groenvoorzieningen; h. erfbeplanting; i. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; met bijbehorende bouwwerken en voorzieningen en overeenkomstig de in 9.1.2 opgenomen Nadere detaillering van de bestemmingsomschrijving. 9.1.2

Nadere detaillering van de bestemmingsomschrijving

a

Staat van verblijfsrecreatie

Op de gronden met deze bestemming zijn overeenkomstig de onderstaande aanduidingen uitsluitend toegestaan de bedrijven genoemd in de navolgende Staat van verblijfsrecreatie: Afkorting

Aanduiding

(kt)

kampeerterrein Camping “Den Aanloop”

b

Soort bedrijf

Adres

Maximale bebouwde oppervlakte bedrijfsbebouwing (excl. woning en bijbehorende bouwwerken) in m2

Lage Mierde, Dunsedijk 3

1007 m²

Bedrijfswoningen

Per bestemmingsvlak is maximaal 1 bedrijfswoning toegestaan. 9.2

Functies toegestaan na melding

a. Ter plaatse van de gronden met de bestemming 'Recreatie - Verblijfsrecreatie 1' is het aanvangen van of het veranderen naar de navolgende functies uitsluitend toegestaan na een melding als bedoeld in 24.1: 1. een bed & breakfast met maximaal 2 kamers/logeereenheden (4 bedden) in een bedrijfswoning. 9.3

Bouwregels

9.3.1

Algemeen

Op de binnen deze bestemming gelegen gronden mag uitsluitend worden gebouwd voor deze bestemming. 9.3.2

Algemeen gebouwen

a. Gebouwen mogen niet vóór de voorgevel van de bedrijfswoning en het verlengde daarvan worden gesitueerd. Indien geen bedrijfswoning aanwezig is, dan mogen gebouwen niet op een kleinere afstand dan 15 m tot de as van de weg worden gesitueerd. b. De afstand tot de bestemmingsgrens bedraagt minimaal 3 m.

Regels (ontwerp)

55

bestemmingsplan Buitengebied Herziening 2022

9.3.3

Kampeerboerderijen

Voor het bouwen van kampeerboerderijen gelden de volgende bepalingen: a. Per bestemmingsvlak mag maximaal één kampeerboerderij gebouwd worden. b. De oppervlakte kampeerboerderij bedraagt maximaal de oppervlakte, zoals die is opgenomen in de tabel Staat van verblijfsrecreatie. c. De goothoogte bedraagt maximaal 6 m. d. De bouwhoogte bedraagt maximaal 10 m. 9.3.4

Bedrijfswoningen

Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende bepalingen: a. b. c. d. e.

Per bestemmingsvlak is maximaal één bedrijfswoning toegestaan. De inhoud van de bedrijfswoning bedraagt maximaal 750 m3. De goothoogte bedraagt maximaal 5. De bouwhoogte bedraagt maximaal 10 m. De dakhelling bedraagt minimaal 20° en maximaal 60°.

9.3.5

Bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen

Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen gelden de volgende bepalingen: a. Bijbehorende bouwwerken dienen op een afstand van minimaal 3 m achter de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw te worden gebouwd. b. De gezamenlijke oppervlakte bedraagt maximaal 100 m². c. De goothoogte bedraagt maximaal 3,2 m. d. De bouwhoogte bedraagt maximaal 5,5 m. e. De afstand van vrijstaande bijbehorende bouwwerken tot de bedrijfswoning bedraagt maximaal 20 m. f. De dakhelling bedraagt minimaal 20° en maximaal 60°. g. Bij afbraak van (een) legaal bestaand(e) vrijstaand(e) bijbehorend(e) bouwwerk(en) met een oppervlakte van meer dan 100 m², mag het in sub b genoemde oppervlakte worden verhoogd met 50% van het oppervlak van de te slopen vrijstaande bijbehorende bouwwerken c.q. bijbehorend bouwwerk met dien verstande dat het in sub b genoemde oppervlakte niet bij de berekening mag worden betrokken. Het maximaal toegestane gezamenlijke oppervlak van de bijbehorende bouwwerken na afbraak bedraagt 200 m². De sloop van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - cultuurhistorisch waardevolle bebouwing' is niet toegestaan. 9.3.6

Bouwwerken, geen gebouw zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. De bouwhoogte van terreinafscheidingen bedraagt maximaal 2 m, met dien verstande dat de bouwhoogte vóór de voorgevelrooilijn maximaal 1 m bedraagt. b. De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde bedraagt maximaal 4 m.

56

Regels (ontwerp)

bestemmingsplan Buitengebied Herziening 2022

Artikel 10 10.1

Waarde – Archeologie 3

Functies

De voor 'Waarde – Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en bescherming van (potentieel) aanwezige archeologische waarden. Deze bestemming werkt primair ten opzichte van de andere (enkel)bestemmingen. 10.2

Bouwregels

Voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde gelden de volgende regels: a. de aanvrager van een omgevingsvergunning die betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder a Wabo (bouwen) dient voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 250 m² en bouwwerken die dieper gaan dan 0,3 meter onder het maaiveld, een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld; b. indien uit het onder a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen of kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag de omgevingsvergunning weigeren of één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties; 3.

het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in lid a indien de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. 10.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 10.3.1 Omgevingsvergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op en in de gronden de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te (laten) voeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 0,3 meter onder het maaiveld, zoals afgraven, diepploegen, egaliseren, indrijven, frezen, aanleg of rooien van bos, boomgaard of diepwortelende beplanting, aanbrengen van oppervlakteverhardingen, aanleggen van drainage, verwijderen van funderingen; b. het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten, poelen en greppels; c. het aanleggen van leidingen dieper dan 0,3 meter onder het maaiveld. 10.3.2 Uitzonderingen omgevingsvergunningplicht Het in 9.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; b. de bodem verstoren over een oppervlakte kleiner dan 250 m²; c.

reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. 10.3.3 Voorwaarden Voor het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in 10.3.1 gelden de volgende regels: a. de genoemde vergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden; b. alvorens over de aanvraag wordt beslist, dient de aanvrager een rapport te overleggen waarin de

Regels (ontwerp)

57

bestemmingsplan Buitengebied Herziening 2022 archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; c. een rapport is niet noodzakelijk indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Deze informatie wordt dan als een rapport beschouwd.

58

Regels (ontwerp)

bestemmingsplan Buitengebied Herziening 2022

Artikel 11 11.1

Waarde – Archeologie 4.1

Functies

De voor 'Waarde – Archeologie 4.1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en bescherming van (potentieel) aanwezige archeologische waarden. Deze bestemming werkt primair ten opzichte van de andere (enkel)bestemmingen. 11.2

Bouwregels

Voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde gelden de volgende regels: a. de aanvrager van een omgevingsvergunning die betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder a Wabo (bouwen) dient voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 500 m² en bouwwerken die dieper gaan dan 0,3 meter onder het maaiveld, een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld; b. indien uit het onder a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen of kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag de omgevingsvergunning weigeren of één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties; 3.

het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in lid a indien de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. 11.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 11.3.1 Omgevingsvergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op en in de gronden de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te (laten) voeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 0,3 meter onder het maaiveld, zoals afgraven, diepploegen, egaliseren, indrijven, frezen, aanleg of rooien van bos, boomgaard of diepwortelende beplanting, aanbrengen van oppervlakteverhardingen, aanleggen van drainage, verwijderen van funderingen; b. het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten, poelen en greppels; c. het aanleggen van leidingen dieper dan 0,3 meter onder het maaiveld. 11.3.2 Uitzonderingen omgevingsvergunningplicht Het in 11.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; b. de bodem verstoren over een oppervlakte kleiner dan 500 m²; c.

reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. 11.3.3 Voorwaarden Voor het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in 11.3.1 gelden de volgende regels: a. de genoemde vergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden; b. alvorens over de aanvraag wordt beslist, dient de aanvrager een rapport te overleggen waarin de

Regels (ontwerp)

59

bestemmingsplan Buitengebied Herziening 2022 archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; c. een rapport is niet noodzakelijk indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Deze informatie wordt dan als een rapport beschouwd.

60

Regels (ontwerp)

bestemmingsplan Buitengebied Herziening 2022

Artikel 12 12.1

Waarde – Archeologie 4.2

Functies

De voor 'Waarde – Archeologie 4.2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en bescherming van (potentieel) aanwezige archeologische waarden. Deze bestemming werkt primair ten opzichte van de andere (enkel)bestemmingen. 12.2

Bouwregels

Voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde gelden de volgende regels: a. de aanvrager van een omgevingsvergunning die betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder a Wabo (bouwen) dient voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 500 m² en bouwwerken die dieper gaan dan 0,5 meter onder het maaiveld, een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld; b. indien uit het onder a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen of kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag de omgevingsvergunning weigeren of één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties; 3.

het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in lid a indien de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. 12.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 12.3.1 Omgevingsvergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op en in de gronden de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te (laten) voeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 0,5 meter onder het maaiveld, zoals afgraven, diepploegen, egaliseren, indrijven, frezen, aanleg of rooien van bos, boomgaard of diepwortelende beplanting, aanbrengen van oppervlakteverhardingen, aanleggen van drainage, verwijderen van funderingen; b. het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten, poelen en greppels; c. het aanleggen van leidingen dieper dan 0,5 meter onder het maaiveld. 12.3.2 Uitzonderingen omgevingsvergunningplicht Het in 11.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; b. de bodem verstoren over een oppervlakte kleiner dan 500 m²; c.

reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. 12.3.3 Voorwaarden Voor het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in 12.3.1 gelden de volgende regels: a. de genoemde vergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden; b. alvorens over de aanvraag wordt beslist, dient de aanvrager een rapport te overleggen waarin de

Regels (ontwerp)

61

bestemmingsplan Buitengebied Herziening 2022 archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; c. een rapport is niet noodzakelijk indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Deze informatie wordt dan als een rapport beschouwd.

62

Regels (ontwerp)

bestemmingsplan Buitengebied Herziening 2022

Artikel 13 13.1

Waarde – Archeologie 5.1

Functies

De voor 'Waarde – Archeologie 5.1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en bescherming van (potentieel) aanwezige archeologische waarden. Deze bestemming werkt primair ten opzichte van de andere (enkel)bestemmingen. 13.2

Bouwregels

Voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde gelden de volgende regels: a. de aanvrager van een omgevingsvergunning die betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder a Wabo (bouwen) dient voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 2.500 m² en bouwwerken die dieper gaan dan 0,3 meter onder het maaiveld, een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld; b. indien uit het onder a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen of kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag de omgevingsvergunning weigeren of één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties; 3.

het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in lid a indien de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. 13.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 13.3.1 Omgevingsvergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op en in de gronden de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te (laten) voeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 0,3 meter onder het maaiveld, zoals afgraven, diepploegen, egaliseren, indrijven, frezen, aanleg of rooien van bos, boomgaard of diepwortelende beplanting, aanbrengen van oppervlakteverhardingen, aanleggen van drainage, verwijderen van funderingen; b. het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten, poelen en greppels; c. het aanleggen van leidingen dieper dan 0,3 meter onder het maaiveld. 13.3.2 Uitzonderingen omgevingsvergunningplicht Het in 12.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; b. de bodem verstoren over een oppervlakte kleiner dan 2.500 m²; c.

reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. 13.3.3 Voorwaarden Voor het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in 13.3.1 gelden de volgende regels: a. de genoemde vergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden; b. alvorens over de aanvraag wordt beslist, dient de aanvrager een rapport te overleggen waarin de

Regels (ontwerp)

63

bestemmingsplan Buitengebied Herziening 2022 archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; c. een rapport is niet noodzakelijk indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Deze informatie wordt dan als een rapport beschouwd.

64

Regels (ontwerp)

bestemmingsplan Buitengebied Herziening 2022

Artikel 14 14.1

Waarde – Archeologie 5.2

Functies

De voor 'Waarde – Archeologie 5.2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en bescherming van (potentieel) aanwezige archeologische waarden. Deze bestemming werkt primair ten opzichte van de andere (enkel)bestemmingen. 14.2

Bouwregels

Voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde gelden de volgende regels: a. de aanvrager van een omgevingsvergunning die betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder a Wabo (bouwen) dient voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 2.500 m² en bouwwerken die dieper gaan dan 0,5 meter onder het maaiveld, een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld; b. indien uit het onder a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen of kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag de omgevingsvergunning weigeren of één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties; 3.

het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in lid a indien de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. 14.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 14.3.1 Omgevingsvergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op en in de gronden de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te (laten) voeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 0,5 meter onder het maaiveld, zoals afgraven, diepploegen, egaliseren, indrijven, frezen, aanleg of rooien van bos, boomgaard of diepwortelende beplanting, aanbrengen van oppervlakteverhardingen, aanleggen van drainage, verwijderen van funderingen; b. het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten, poelen en greppels; c. het aanleggen van leidingen dieper dan 0,5 meter onder het maaiveld. 14.3.2 Uitzonderingen omgevingsvergunningplicht Het in 13.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; b. de bodem verstoren over een oppervlakte kleiner dan 2.500 m²; c.

reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. 14.3.3 Voorwaarden Voor het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in 14.3.1 gelden de volgende regels: a. de genoemde vergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden; b. alvorens over de aanvraag wordt beslist, dient de aanvrager een rapport te overleggen waarin de

Regels (ontwerp)

65

bestemmingsplan Buitengebied Herziening 2022 archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; c. een rapport is niet noodzakelijk indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Deze informatie wordt dan als een rapport beschouwd.

66

Regels (ontwerp)

bestemmingsplan Buitengebied Herziening 2022

Artikel 15 15.1

Waarde – Archeologie 6

Functies

De voor 'Waarde – Archeologie 6' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en bescherming van (potentieel) aanwezige archeologische waarden. Deze bestemming werkt primair ten opzichte van de andere (enkel)bestemmingen. 15.2

Bouwregels

Voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde gelden de volgende regels: a. de aanvrager van een omgevingsvergunning die betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder a Wabo (bouwen) dient voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 2.500 m² en bouwwerken die dieper gaan dan 0,4 meter onder het maaiveld, een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld; b. indien uit het onder a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen of kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag de omgevingsvergunning weigeren of één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties; 3.

het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in lid a indien de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. 15.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 15.3.1 Omgevingsvergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op en in de gronden de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te (laten) voeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 0,4 meter onder het maaiveld, zoals afgraven, diepploegen, egaliseren, indrijven, frezen, aanleg of rooien van bos, boomgaard of diepwortelende beplanting, aanbrengen van oppervlakteverhardingen, aanleggen van drainage, verwijderen van funderingen; b. het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten, poelen en greppels; c. het aanleggen van leidingen dieper dan 0,4 meter onder het maaiveld. 15.3.2 Uitzonderingen omgevingsvergunningplicht Het in 14.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; b. de bodem verstoren over een oppervlakte kleiner dan 2.500 m²; c.

reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. 15.3.3 Voorwaarden Voor het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in 15.3.1 gelden de volgende regels: a. de genoemde vergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden; b. alvorens over de aanvraag wordt beslist, dient de aanvrager een rapport te overleggen waarin de

Regels (ontwerp)

67

bestemmingsplan Buitengebied Herziening 2022 archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; c. een rapport is niet noodzakelijk indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Deze informatie wordt dan als een rapport beschouwd.

68

Regels (ontwerp)

bestemmingsplan Buitengebied Herziening 2022

Artikel 16 16.1

Waarde – Attentiegebied Natuur Netwerk Brabant

Functies

De voor Waarde - Attentiegebied Natuur Netwerk Brabant aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en bescherming van de nabijgelegen natte natuurparel. Deze bestemming werkt primair ten opzichte van de andere (enkel)bestemmingen. 16.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 16.2.1 Omgevingsvergunningplicht Het is verboden binnen deze bestemming zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden) de in het schema onder 16.2.4 opgenomen omgevingsvergunningplichtige werken en werkzaamheden uit te (doen) voeren. 16.2.2 Uitzonderingen omgevingsvergunningplicht Het onder 15.2.1 vervatte verbod geldt niet voor werken of werkzaamheden: a. waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan reeds een aanlegvergunning of omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden is verleend; b. welke ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan legaal in uitvoering waren; c. welke betreffen het normale onderhoud en/of plaatsvinden in het kader van het normale beheer en gebruik van de gronden; d. die plaatsvinden ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'; e.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=ReuselDeMierden&id=08339edb-a4d1-4840-a6a9-efb062f2c120