[22.13482] - ontwerpbestemmingsplan Buitengebied herziening 2022 regels
Tekst van het document
welke onderdeel uitmaken van de werkzaamheden zoals benoemd in het plan 'Cultuurhistorie en natuurontwikkeling De Utrecht' dat als Bijlage 9 bij dit bestemmingsplan is opgenomen. 16.2.3 Voorwaarden De in 16.2.1 bedoelde vergunning wordt slechts verleend indien voldaan wordt aan de criteria als opgenomen in het schema onder 16.2.4. Alvorens te beslissen over het verlenen van een omgevingsvergunning wint het bevoegd gezag advies in bij het betrokken waterschapsbestuur. 16.2.4 Schema omgevingsvergunning Omgevingsvergunningplichtige werken, geen Criteria voor verlening van de bouwwerk zijnde, en werkzaamheden omgevingsvergunning voor werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden a. het verzetten van grond van meer dan 100 m3 of indien met de betreffende werken/ werkzaamheden op een diepte van meer dan 60 cm onder dan wel door de directe of indirecte gevolgen van maaiveld, een en ander voor zover geen vergunning deze werken/werkzaamheden de vereist is in het kader van de Ontgrondingenwet; waterhuishoudkundige situatie van de binnen het b. de aanleg van drainage ongeacht de diepte attentiegebied gelegen Natuur Netwerk Brabant niet tenzij het gaat om vervanging van een reeds onevenredig wordt aangetast of kan worden aanwezige drainage; aangetast. c.
het verlagen van de waterstand anders dan door middel van het graven van sloten of het toepassen de werken/werkzaamheden mogen geen aantasting van drainagemiddelen met uitzondering van geven van de ecologische waarden en kenmerken grondwateronttrekkingen; van het Natuur Netwerk Brabant. d. het aanbrengen van niet-omkeerbare verhardingen en/of verharde oppervlakten
Regels (ontwerp)
69
bestemmingsplan Buitengebied Herziening 2022
Artikel 17 17.1
Waterstaat – Waterberging
Functies
De voor Waterstaat - Waterberging aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud van het waterbergend vermogen van de gronden. Deze bestemming werkt primair ten opzichte van de andere (enkel)bestemmingen. 17.2
Bouwregels
Voor het bouwen gelden de volgende bepalingen: a. uitsluitend bouwwerken ten dienste van de waterberging zijn toegestaan; b. de bouwhoogte bedraagt maximaal 2 m. 17.3
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 17.2 om het oprichten van gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde toe te staan voor deze bestemming en de hoofdbestemming, mits het behoud van het waterbergend vermogen verzekerd is. 17.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 17.4.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het ophogen van gronden; b. het aanbrengen of wijzigen van kaden. 17.4.2 Uitzonderingen omgevingsvergunningplicht Het onder 17.4.1 opgenomen verbod geldt niet: a. voor werken en werkzaamheden in het kader van het normale beheer en onderhoud; b. voor werken en werkzaamheden in de bodem waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan een aanlegvergunning of omgevingsvergunning voor werken of werkzaamheden in dit kader is verleend. 17.4.3 Voorwaarden Ten aanzien van de onder 17.4.1 genoemde vergunning gelden de volgende beoordelingscriteria: a. de vergunning kan slechts worden verleend mits het behoud van het waterbergend vermogen verzekerd is; b. er wordt advies gevraagd aan het betrokken waterschapsbestuur.
70
Regels (ontwerp)
bestemmingsplan Buitengebied Herziening 2022
Artikel 18 18.1
Wonen
Functies
18.1.1 Algemene bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen; b. aan-huis-verbonden beroep of aan-huis-verbonden bedrijf; c. kleinschalig logeren, uitsluitend: 1. na een melding als bedoeld in 18.2, dan wel 2. na verlening van een omgevingsvergunning als bedoeld in 18.5.2; d. kleinschalig kamperen, uitsluitend na verlening van omgevingsvergunning als opgenomen in 21.2; e. groenvoorzieningen; f. erfbeplanting; g. voorzieningen voor verkeer en verblijf, waaronder wegen en paden, erven en parkeervoorzieningen; h. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; 18.1.2 Nadere detaillering van de bestemmingsomschrijving a
Aantal woningen
Per bestemmingsvlak is maximaal één woning met daarbij behorende bijbehorende bouwwerken toegestaan, met dien verstande dat: a. ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' het met deze aanduiding aangegeven aantal woningen als maximum aantal woningen geldt; b. hiervan kan worden afgeweken bij omgevingsvergunning als opgenomen in 18.5.1. b
Aan-huis-verbonden beroep of aan-huis-verbonden bedrijf
De uitoefening van een aan-huis-verbonden beroep of een aan-huis-verbonden bedrijf, zoals opgenomen in Bijlage 1 Lijst van rechtstreeks toelaatbare aan-huis-verbonden beroepen en bedrijven, is toegestaan als ondergeschikte activiteit bij de woonfunctie, waarbij de volgende bepalingen van toepassing zijn: 1. de omvang van de activiteit bedraagt maximaal 30% van de gezamenlijke oppervlakte van de bebouwing tot een maximum van 45 m²; 2. het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en mag geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken; 3. de activiteit dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn in de woonomgeving; 4. detailhandel is niet toegestaan; 5. de activiteit wordt uitgeoefend door een bewoner. 18.2
Functies toegestaan na melding
a. Ter plaatse van de gronden met de bestemming 'Wonen' is het aanvangen van of het veranderen naar de navolgende functies uitsluitend toegestaan na een melding als bedoeld in 24.1: b. een bed & breakfast met maximaal 2 kamers/logeereenheden (4 bedden) in een woning; c. In afwijking van het bepaalde onder a. is een melding niet vereist indien de functie als bedoeld onder a. is toegestaan ingevolge het bepaalde in 18.1. 18.3
Bouwregels
18.3.1 Algemeen a. Op de binnen deze bestemming gelegen gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van deze bestemming. b. De breedte van een bouwperceel bedraagt minimaal 15 m. 18.3.2 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. Per bestemmingsvlak is maximaal één woning toegestaan, tenzij de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' is opgenomen. Indien een aanduiding 'bouwvlak' is opgenomen, dan geldt het voorgaande per aanduiding 'bouwvlak'.
Regels (ontwerp)
71
bestemmingsplan Buitengebied Herziening 2022 b. Indien een aanduiding 'bouwvlak' is opgenomen, dan is het hoofdgebouw uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'. c. De afstand tot de bestemmingsgrens bedraagt minimaal 5 m. d. De inhoud van een hoofdgebouw bedraagt maximaal 600 m3, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'maximum volume (m3)' de met deze aanduiding aangegeven inhoudsmaat als maximum geldt. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - ruimte voor ruimte' geldt geen maximum inhoudsmaat; e. De goothoogte bedraagt maximaal 5 m. f. De bouwhoogte bedraagt maximaal 10 m. g. De dakhelling bedraagt minimaal 20° en maximaal 60°, met uitzondering van ondergeschikte delen, zoals serres. h. Bij vervangende nieuwbouw mogen de gebouwen uitsluitend gesitueerd worden ter plaatse van de bestaande funderingen en, in geval van uitbreiding, daar direct op aansluitend, met dien verstande dat de herbouw van gesplitste hoofdgebouwen niet (rechtstreeks) is toegestaan. 18.3.3 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van aangebouwde en/of vrijstaande bijbehorende bouwwerken, inclusief carports (maximaal 1 per bouwperceel) en overkappingen, gelden de volgende bepalingen: a.
Indien en voor zover binnen het bestemmingsvlak de aanduiding 'bijgebouwen' is opgenomen, mogen bijbehorende bouwwerken uitsluitend binnen de aanduiding en/of een aangeduid bouwvlak worden gebouwd. b. Bijbehorende bouwwerken dienen op een afstand van minimaal 3 m achter de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw te worden gebouwd, met dien verstande dat carports achter de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw mogen worden gebouwd. c. De afstand tot de bestemmingsgrens bedraagt minimaal 2 m. d. De gezamenlijke oppervlakte bedraagt maximaal 50% van het bouwperceel binnen de bestemming 'Wonen' tot een maximum van 150 m2, met dien verstande dat op bouwpercelen groter dan 1.000 m2 een maximum van 200 m2 is toegestaan. In afwijking van deze bepaling geldt dat de bebouwde oppervlakte aan bijgebouwen ter plaatse van de aanduiding 'maximum oppervlakte bijgebouwen (m2)' niet meer mag bedragen dan de met deze aanduiding aangegeven bebouwde oppervlakte; e. De oppervlakte van een carport bedraagt maximaal 30 m2 en wordt in mindering gebracht op het toegestane gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken als bedoeld onder c.; f. In afwijking van het bepaalde onder d.
geldt ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwde oppervlakte overkapping' de met deze aanduiding aangegeven bebouwde oppervlakte als maximale bebouwde oppervlakte voor overkappingen, met dien verstande dat dit uitsluitend voor hobbymatige activiteiten mag worden gebruikt; g. De goothoogte bedraagt maximaal 3,2 m. h. De bouwhoogte bedraagt maximaal 5,5 m, met dien verstande dat de bouwhoogte van carports maximaal 3,2 m bedraagt; i. De afstand van vrijstaande bijbehorende bouwwerken tot de woning bedraagt maximaal 20 m. j. De dakhelling bedraagt minimaal 20° en maximaal 60°. k. Bij sloop van de overtollige bedrijfsbebouwing geldt dat ofwel 10% van de oppervlakte van de overtollige bedrijfsgebouwen mag worden toegevoegd aan de oppervlakte van de woning tot een maximum van 900 m3 ofwel 25% van de oppervlakte van de overtollige bedrijfsgebouwen mag worden toegevoegd aan de maximale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken tot een maximum van 400 m² per woning. De sloop van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - cultuurhistorisch waardevolle bebouwing' is niet toegestaan. 18.3.4 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende bepalingen: a.
De bouwhoogte van terreinafscheidingen bedraagt maximaal 2 m, met dien verstande dat de bouwhoogte vóór de voorgevelrooilijn maximaal 1 m bedraagt. b. De bouwhoogte van kleinschalige windmolens bedraagt maximaal 12 m. c. De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde, bedraagt maximaal 4 m. d. Voor de bouw van onoverdekte zwembaden geldt dat:
72
Regels (ontwerp)
bestemmingsplan Buitengebied Herziening 2022 1. 2. 3. 4. 18.4
het zwembad uitsluitend achter de achtergevelrooilijn van de woning mag worden gesitueerd; de afstand tot de woning bedraagt maximaal 20 m; de afstand tot de zijdelingse en achterste bestemmingsgrens bedraagt minimaal 2 m; de oppervlakte bedraagt maximaal 10% van de oppervlakte van het bouwperceel tot een maximum van 100 m². Afwijken van de bouwregels
18.4.1 Omgevingsvergunning voor het afwijken van de maatvoering Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning, mits het past bij de stedenbouwkundige en architectonische uitstraling van de omgeving, afwijken van het bepaalde in: a. 18.3.2 voor het bouwen op een kortere afstand tot de zijdelingse bestemmingsgrens mits: 1. het stedenbouwkundig en landschappelijk beeld niet worden aangetast; 2. de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad; b. 18.3.3 voor het bouwen van een bijbehorend bouwwerk op een afstand van meer dan 20 m van het hoofdgebouw indien dit noodzakelijk is in verband met een doelmatige inrichting van het perceel; c. 18.3.4 voor de bouw van kleinschalige windmolens tot een hoogte van maximaal 15 m. 18.4.2 Omgevingsvergunning herbouw op andere locatie Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 17.3.2 voor het herbouwen van de woning op een andere locatie, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. De herbouw dient op de andere locatie stedenbouwkundig aanvaardbaar te zijn. b. De afstand tot de weg waaraan wordt gebouwd bedraagt minimaal 15 m. Indien de bestaande afstand minder bedraagt dan 15 m dient bij herbouw op een andere locatie de afstand tot de weg groter te zijn dan de bestaande afstand. c.
De afstand tot de bestemmingsgrens bedraagt minimaal 5 m. d. De breedte van een bouwperceel mag niet worden verruimd. e. De ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende (agrarische) bedrijven mogen niet onevenredig worden beperkt. f. De in het gebied aanwezige waarden mogen niet onevenredig worden aangetast. g. Er moet voldaan worden aan de eisen die gelden ingevolge de Wet geluidhinder. h. Bij de herbouw van een gesplitste woning, mogen maximaal twee volwaardige woningen ontstaan, met beide een inhoud van minimaal 400 m3. 18.4.3 Omgevingsvergunning herbouw gesplitst hoofdgebouw Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 18.3.2 voor het herbouwen van een gesplitst hoofdgebouw, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. gesplitste hoofdgebouwen mogen uitsluitend worden herbouwd, indien de beeldkwalitatieve en de cultuurhistorisch waardevolle vormgeving van het te herbouwen hoofdgebouw op die locatie behouden blijven dan wel hersteld worden; b. indien er niet kan worden voldaan aan het bepaalde onder a, dan mag slechts worden herbouwd ten behoeve van één hoofdgebouw met één woning; c. beoordeling vindt plaats door een ter zake deskundige. 18.5
Afwijken van de gebruiksregels
18.5.1 Omgevingsvergunning woningsplitsing woonboerderij Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken als bedoeld in 18.1.2 onder a voor het splitsen van de voormalige boerderij met woning ofwel woonboerderij indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. splitsing is alleen toegestaan indien het een cultuurhistorisch waardevol gebouw in de vorm van een woonboerderij is en de splitsing plaatsvindt ter instandhouding van dit cultuurhistorisch waardevolle gebouw; b. de bouwmassa van de te splitsen woonboerderij dient een inhoud te hebben van minimaal 900 m3; c. bij splitsing mogen maximaal twee volwaardige woningen ontstaan, met beide een inhoud van
Regels (ontwerp)
73
bestemmingsplan Buitengebied Herziening 2022
d.
e. f. g. h.
i.
minimaal 400 m3; het bestaande architectonische karakter van de boerderij en de daaraan te onderkennen cultuurhistorische waarden, mogen niet worden aangetast. Beoordeling vindt plaats door een ter zake deskundige organisatie; voldaan dient te worden aan de eisen die gelden ingevolge de Wet geluidhinder; de vestiging van de nieuwe woning mag geen onevenredige beperking opleveren van de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende (agrarische) bedrijven; de nieuwe woning dient aanvaardbaar te zijn uit een oogpunt van een milieuhygiënisch verantwoord woon- en leefklimaat; voor zover er sprake is van de aanwezigheid van meer bedrijfsgebouwen/bijbehorende bouwwerken dan de 100 m² die als bijgebouw per woning zijn toegestaan, dienen die gebouwen te worden gesloopt. Sloop van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - cultuurhistorisch waardevolle bebouwing' is niet toegestaan; bij sloop van de overtollige bedrijfsbebouwing geldt dat 10% van de oppervlakte van de overtollige bedrijfsgebouwen mag worden toegevoegd aan de maximale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken tot een maximum van 240 m² voor beide woningen tezamen. Sloop van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding cultuurhistorisch waardevolle bebouwing' is niet toegestaan.
18.5.2 Omgevingsvergunning kleinschalig logeren Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken als bedoeld in 18.1.1 voor het realiseren van kleinschalig logeren (onder andere Bed&Breakfast) indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. De kamers/logeereenheden dienen een plek te krijgen binnen de bestaande bebouwing. b. Het totaal aantal kamers/logeereenheden bedraagt maximaal 5. c. De totale oppervlakte voor logeereenheden bedraagt maximaal 50% van de gezamenlijke vloeroppervlakte bedragen tot een maximum van 150 m². d. Er moet sprake zijn van een zorgvuldige landschappelijke inpassing. e. Omringende agrarische bedrijven mogen niet onevenredig worden beperkt als gevolg van het kleinschalig logeren. 18.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 18.6.1 Omgevingsvergunningplicht Het is verboden op de ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - Natuur Netwerk Brabant' gelegen gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden) de in het schema onder 18.6.4 opgenomen omgevingsvergunningplichtige werken en werkzaamheden uit te (doen) voeren. 18.6.2 Uitzonderingen omgevingsvergunningplicht Het onder 18.6.1 vervatte verbod geldt niet voor werken en werkzaamheden: a.
waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan aanlegvergunning of omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden is verleend; b. welke ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan legaal in uitvoering waren; c. welke betreffen het normale onderhoud en/of landschapsbeheer; d. het kappen/vellen van bomen in het kader van de bosbouw en houtproductie, mits vervangende herplant plaatsvindt. 18.6.3 Voorwaarden De in 18.6.1 bedoelde vergunning wordt slechts verleend indien na een belangenafweging blijkt dat er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de aanwezige natuurwaarden. Voor de belangenafweging zijn in het schema onder 18.6.4 de toetsingscriteria weergegeven.
74
Regels (ontwerp)
bestemmingsplan Buitengebied Herziening 2022
18.6.4 Schema omgevingsvergunning Omgevingsvergunningplichtige werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden
Criteria voor verlening van de omgevingsvergunning voor werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden
het aanbrengen van oppervlakteverhardingen en - de verhardingen zijn noodzakelijk voor het op de halfverhardingen bestemming gerichte gebruik; - de verhardingen mogen geen blijvende aantasting betekenen van de aanwezige natuurwaarden, tenzij natuurcompensatie plaatsvindt voor deze aantasting;*) het verwijderen van houtopstanden
er mag geen blijvende aantasting plaatsvinden van de aanwezige natuurwaarden, tenzij natuurcompensatie plaatsvindt voor deze aantasting*)
*) a. er moet een nieuwe gelijkwaardige ecologische samenhang worden bereikt; b. de nieuwe natuurwaarden moeten van gelijke aard zijn; c. de compenserende maatregelen moeten een areaal beslaan dat minimaal even groot is als het gebied waarover de ingreep zich uitstrekt; d. de aard en omvang van de compensatie worden mede bepaald door de invloeden die de ingreep uitoefent op zijn omgeving en de aard van het gebied waar compensatie plaatsvindt; e. de compenserende maatregelen moeten in beginsel plaatsvinden in de omgeving van de ingreep; f. de compenserende maatregelen moeten passen binnen (inter)gemeentelijke landschapsbeleidsplannen; g. een duurzame inrichting en beheer van het compensatiegebied moeten gewaarborgd zijn; h. er moet worden gestreefd naar robuustheid in groene structuren; i. de compenserende maatregelen moeten worden zeker gesteld voorafgaand aan de instemming van de provincie met de ingreep, zowel op het punt van de planologische regeling als op het punt van de feitelijke uitvoering.
Regels (ontwerp)
75
bestemmingsplan Buitengebied Herziening 2022
Hoofdstuk 3 Artikel 19
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
76
Regels (ontwerp)
bestemmingsplan Buitengebied Herziening 2022
Artikel 20 20.1
Algemene bouwregels
Bestaande afwijkende maatvoering
In die gevallen, dat de bestaande (goot-/bouw)hoogte, de bestaande oppervlakte, de bestaande inhoud, een bestaand bebouwingspercentage en/of de bestaande afstand tot de as van de weg, bouwperceelgrenzen of de bestemmingsgrens, en andere bestaande maten, op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van het plan minder respectievelijk meer bedraagt dan in de bouwregels in Hoofdstuk 2 van deze regels als minimum is voorgeschreven respectievelijk als maximum is toegestaan, geldt die bestaande maatvoering in afwijking daarvan als minimaal respectievelijk maximaal toegestaan. 20.2
Waterberging
a. Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk is verzekerd dat in voldoende mate in het bergen van hemelwater wordt voorzien, overeenkomstig het "Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan Reusel-De Mierden 2017-2021” (vastgesteld d.d. 20-12-2016); b. Indien het "Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan Reusel-De Mierden 2017-2021” als bedoeld onder a. wordt gewijzigd of herzien, moet rekening worden gehouden met deze wijziging dan wel herziening.
Regels (ontwerp)
77
bestemmingsplan Buitengebied Herziening 2022
Artikel 21 21.1
Algemene gebruiksregels
Strijdig gebruik
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend: a. het gebruik van gronden, gebouwen, bouwwerken en onderkomens voor een seksinrichting en/of escortbedrijf, raamprostitutie en straatprostitutie; b. het gebruik van gronden voor evenementen, tenzij dit op grond van de regels expliciet is toegestaan; c. het gebruik van gronden voor kleinschalig kamperen, tenzij dit op grond van de regels expliciet is toegestaan; d. het gebruik voor wonen van vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij een woning; 21.2
Afwijken gebruiksverbod
a. Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van de regels voor het realiseren van kleinschalig kamperen, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: 1. Het aantal kampeermiddelen bedraagt maximaal 25. 2. De oppervlakte bedraagt maximaal 0,5 ha. 3. Kleinschalig kamperen is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' binnen de bestemming Agrarisch, Agrarisch met waarden - Landschap en/of de bestemming Wonen en/of de bestemming Bedrijf uitsluitend voorzover het kleinschalig kamperen bij als paardenhouderij aangeduide bedrijven betreft. 4. Indien er hierbinnen onvoldoende ruimte is, is kleinschalig kamperen toegestaan in de direct aangrenzende agrarische bestemming. 5. De in de bestemmingsomschrijving aangegeven waarden mogen niet onevenredig worden aangetast. 6. Per terrein is 50 m² aan bebouwing mogelijk ten behoeve van kleinschalig kamperen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' binnen de bestemming Agrarisch, Agrarisch met waarden - Landschap en/of de bestemming Wonen. 7. Er dient een erfbeplantingsplan opgesteld te worden waaruit een zorgvuldige landschappelijke inpassing blijkt. 8. Permanente bewoning is niet toegestaan. b.
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van de regels voor het realiseren van een paardenbak, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: 1. Het betreft uitsluitend een hobbymatig gebruik van de paardenbak. 2. Situering van de paardenbak binnen de bestemming ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' binnen de bestemming Agrarisch, Agrarisch met waarden - Landschap en/of de bestemming Bedrijf en/of Wonen is niet mogelijk. 3. Paardenbakken zijn uitsluitend toegestaan in de direct aangrenzende agrarische bestemming, bij voorkeur aan de achterzijde, mits dit geen Natuur Netwerk Brabant betreft. 4. De oppervlakte bedraagt maximaal 1.000 m². 5. De voorziening moet zorgvuldig landschappelijk worden ingepast door de opstelling van een goed te keuren landschappelijk inpassingsplan.
78
Regels (ontwerp)
bestemmingsplan Buitengebied Herziening 2022
Artikel 22 22.1
Algemene aanduidingsregels
Milieuzones
22.1.1 milieuzone - stiltegebied Ter plaatse van de aanduiding milieuzone - stiltegebied zijn de gronden mede bestemd voor het behoud van stilte en rust in het gebied. 22.2
Overige zones conform Interim Omgevingsverordening Noord Brabant
22.2.1 overige zone - bebouwingsconcentratie Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - bebouwingsconcentratie' is het beleid gericht op verdere functiemenging in het gebied. 22.2.2 overige zone - beperking veehouderij Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - beperking veehouderij' geldt (in afwijking van het bepaalde in de andere daar voorkomende bestemmingen) het volgende: a. uitbreiding van, vestiging van en omschakeling naar een veehouderij zijn niet toegestaan; b. toename van de bestaande oppervlakte van gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning, is niet toegestaan; c. als bestaande oppervlakte van gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, als bedoeld onder b. geldt de oppervlakte die: 1. op 21 september 2013 legaal aanwezig of in uitvoering waren; of 2. gebouwd mogen worden krachtens een vóór 21 september 2013 verleende omgevingsvergunning; d. het bepaalde onder a. en b. is niet van toepassing is als sprake is van een grondgebonden veehouderij die voldoet aan de voorwaarden zoals opgenomen in de Nadere regels zorgvuldige veehouderij, zoals vastgesteld door Gedeputeerde Staten. 22.2.3 overige zone - cultuurhistorisch waardevol gebied Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - cultuurhistorisch waardevol gebied' gelden specifieke regels.
Deze specifieke regels zijn opgenomen in de bestemming waarbinnen dit geldt. 22.2.4 overige zone - ecologische verbindingszone Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - ecologische verbindingszone' gelden specifieke regels. Deze specifieke regels zijn opgenomen in de bestemming waarbinnen dit geldt. 22.2.5 overige zone - groenblauwe mantel Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - groenblauwe mantel' gelden specifieke regels. Deze specifieke regels zijn opgenomen in de bestemming waarbinnen dit geldt. 22.2.6 overige zone - zoekgebied waterberging Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - zoekgebied waterberging' is de bestemming mede gericht op het behoud van het waterbergend vermogen van het gebied. 22.3
Overige zones conform omgevingsvisie Reusel-De Mierden
22.3.1 overige zone - bestendigen bestaande situatie Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - bestendigen bestaande situatie' is het beleid gericht op het behouden van de bestaande natuur- en landschapswaarden 22.3.2 overige zone - buurtschap Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - buurtschap' is het beleid gericht op de instandhouding van de historische bebouwingsclusters met een menging van functies een kleinschalige schaalgrootte.
Regels (ontwerp)
79
bestemmingsplan Buitengebied Herziening 2022
22.3.3 overige zone - primaat landbouw 1 Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - primaat landbouw 1' is het beleid gericht op de verdere ontwikkeling en het stimuleren van innovaties in grootschalige intensieve dierhouderij, rekening houdend met milieu- en gezondheidsrisico's, alsmede grootschalige energieopwekking, in combinatie met het tegengaan van nieuwe gevoelige functies zoals wonen. 22.3.4 overige zone - primaat landbouw 2 Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - primaat landbouw 2' is het beleid gericht op zowel de verdere ontwikkeling en het stimuleren van innovaties in de dierhouderij, rekening houdend met milieuen gezondheidsrisico's, alsmede grootschalige energieopwekking. Nieuwe gevoelige functies, zoals wonen, worden echter niet uitgesloten. 22.3.5 overige zone - primaat landschap Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - primaat landschap' is het beleid gericht op de versterking van het Kempisch kleinschalig karakter in landschappelijke en cultuurhistorische zin, met bebouwing en functies die passen bij de omgeving. 22.3.6 overige zone - primaat water en klimaatadaptatie Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - primaat water en klimaatadaptatie' is het beleid gericht op het vergroten van de wisselwerking tussen de functies waterberging, waterkwaliteit en natuur (ecologische verbinding) in combinatie met een betere recreatieve beleving.
22.3.7 overige zone - ruimte voor gebiedsontwikkeling Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - ruimte voor gebiedsontwikkeling' is het beleid gericht op het bieden van ruimte aan niet belastende “rode” functies onder harde voorwaarden, waaronder tegelijkertijd aanleg van bos en/of natuur en een goede, landschappelijke inpassing. 22.4
Overige zones
22.4.1 overige zone - openheid Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - openheid' gelden specifieke regels. Deze specifieke regels zijn opgenomen in de bestemming waarbinnen dit geldt. 22.5
Overige zones - voorwaardelijke verplichtingen
22.5.1 voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing Rouwenbogt 10 en 12 Het gebruik van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing Rouwenbogt 10 en 12' is alleen toegestaan als de landschappelijke inpassing zoals opgenomen in Bijlage 2 binnen 1 jaar is gerealiseerd en duurzaam in stand wordt gehouden. 22.5.2 voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing Heikant 1 Het gebruik van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing Heikant 1' is alleen toegestaan als de landschappelijke inpassing zoals opgenomen in Bijlage 3 binnen 1 jaar is gerealiseerd en duurzaam in stand wordt gehouden. 22.5.3 voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing Heikant 8 Het gebruik van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing Heikant 8' is alleen toegestaan als de landschappelijke inpassing zoals opgenomen in Bijlage 4 binnen 1 jaar is gerealiseerd en duurzaam in stand wordt gehouden.
22.5.4 voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing De Luther 8 Het gebruik van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing De Luther 8' is alleen toegestaan als de landschappelijke inpassing zoals opgenomen in Bijlage 5 binnen 1 jaar is gerealiseerd en duurzaam in stand wordt gehouden.
80
Regels (ontwerp)
bestemmingsplan Buitengebied Herziening 2022
22.5.5 voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing Langvoort 2a en 4 Het gebruik van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing Langvoort 2a en 4' is alleen toegestaan als de landschappelijke inpassing zoals opgenomen in Bijlage 6 binnen 1 jaar is gerealiseerd en duurzaam in stand wordt gehouden. 22.5.6 voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing Postelsedijk 11a Het gebruik van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing Postelsedijk 11a' is alleen toegestaan als de landschappelijke inpassing zoals opgenomen in Bijlage 7 binnen 1 jaar is gerealiseerd en duurzaam in stand wordt gehouden. 22.5.7 voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing Dunsedijk 3 Het gebruik van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing Dunsedijk 3' is alleen toegestaan als de landschappelijke inpassing zoals opgenomen in Bijlage 8 binnen 1 jaar is gerealiseerd en duurzaam in stand wordt gehouden.
Regels (ontwerp)
81
bestemmingsplan Buitengebied Herziening 2022
Artikel 23
Algemene afwijkingsregels
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van: a. de bestemmingsbepalingen en toestaan dat bebouwingsgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; b. de bestemmingsbepalingen en toestaan dat openbare nutsgebouwtjes, wachthuisjes voor het openbaar vervoer, telefooncellen, gebouwtjes voor de bediening van kunstwerken, toiletgebouwtjes, en naar aard daarmee gelijk te stellen gebouwtjes worden gebouwd, mits: 1. de oppervlakte per gebouwtje bedraagt maximaal 20 m²; 2. de bouwhoogte bedraagt maximaal 3,5 m; 3. het bouwwerk mag geen aantasting geven van de ecologische waarden en kenmerken van het Natuur Netwerk Brabant, c. de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, en toestaan dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, wordt vergroot: 1. voor kunstwerken, geen gebouwen zijnde, tot maximaal 20 m; 2. voor tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen tot maximaal 3,50 m; 3. voor vrijstaande antennemasten tot maximaal 18 m; 4. voor lichtmasten en vlaggenmasten tot maximaal 8 m; d. het bepaalde ten aanzien van de maximale bouwhoogte van gebouwen en toestaan dat de bouwhoogte van gebouwen voor plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers, lichtkappen en technische ruimten, mits: 1.
de maximale oppervlakte van de vergroting maximaal 10% van het betreffende bouwvlak bedraagt; 2. de bouwhoogte maximaal 1,50 maal de maximale bouwhoogte van het betreffende gebouw bedraagt; e. de bepalingen voor de bouw van gebouwtjes voor bancaire dienstverlening, met dien verstande, dat: 1. de bebouwde oppervlakte maximaal 5 m² bedraagt; 2. de bouwhoogte maximaal 2,5 m bedraagt. f. de bepalingen met betrekking tot bouwwerken, geen gebouw zijnde voor kleinschalige windmolens tot een hoogte van maximaal 15 m. g. de bepalingen om trekkershutten te kunnen realiseren, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: 1. Het aantal trekkershutten bedraagt maximaal 3. 2. De totale oppervlakte bedraagt maximaal 100 m². 3. Trekkershutten zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' binnen de bestemming Agrarisch, Agrarisch met waarden - Landschap en/of Agrarisch met waarden Natuur en landschap en/of de bestemming Wonen. 4. In afwijking van het bepaalde onder sub 3 zijn er - indien er hierbinnen onvoldoende ruimte is trekkershutten als kleinschalige voorziening toegestaan in de direct aangrenzende agrarische bestemming, mits: er sprake is van een kernrandzone, dan wel een gebied dat gezien de ligging en het feitelijk gebruik gerekend kan worden tot de kernrandzone; de totale oppervlakte bedraagt maximaal 90 m2; 5.
De in de bestemmingsomschrijving aangegeven waarden mogen niet onevenredig worden aangetast. 6. Er dient een erfbeplantingsplan opgesteld te worden waaruit een zorgvuldige landschappelijke inpassing blijkt. 7. Het mag geen aantasting geven van de ecologische waarden en kenmerken van het Natuur Netwerk Brabant; h. de onder a tot en met g genoemde afwijkingen kunnen uitsluitend verleend worden, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; 2. de verkeersveiligheid; 3. de sociale veiligheid; 4. de milieusituatie; en
82
Regels (ontwerp)
bestemmingsplan Buitengebied Herziening 2022 5. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
Regels (ontwerp)
83
bestemmingsplan Buitengebied Herziening 2022
Artikel 24 24.1
Overige regels
Melding
Onderstaande regels met betrekking tot meldingen gelden uitsluitend in combinatie met de regels in de betreffende bestemming. In de betreffende bestemmingen is verwezen naar 24.1. 24.1.1 Meldingsplicht a. het is verboden om zonder voorafgaande melding een functie als bedoeld in 3.2 onder a., 4.2 onder a., 5.2 onder a., 9.2 onder a., en/of 18.2 onder a. aan te vangen; b. het verbod als bedoeld onder a. is niet van toepassing indien de functie is toegestaan ingevolge het bepaalde in 3.1, 4.1, 5.1 en/of 18.1. 24.1.2 Voorwaarden De meldingsplichtige functie als bedoeld onder 24.1.1 is uitsluitend toegestaan indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: Functie
Voorwaarden
bed & breakfast met max. 2 kamers/logeereenheden (4 bedden) in een (bedrijfs)woning
- de bed & breakfast wordt uitgeoefend in de (bedrijfs)woning en niet in een vrijstaand bijbehorend bouwwerk bij de (bedrijfs)woning; - het aantal kamers/logeereenheden voor de bed & breakfast bedraagt maximaal 2 (4 bedden); - de bed & breakfast wordt geëxploiteerd door de (hoofd)bewoner van de (bedrijfs)woning.
24.1.3 Procedureregels a. De melding als bedoeld in 24.1.1 wordt tenminste zes weken voor aanvang van de functie gedaan bij het college van burgemeester en wethouders. b. Bij de melding worden de volgende gegevens verstrekt: 1. een duidelijke omschrijving van de aard, de omvang en de locatie (inclusief begrenzing) van de functie en de datum waarop de functie aanvangt; 2. naam en adres van degene die de functie gaat uitoefenen; c. De functie die wordt gemeld, dient te voldoen aan de voorwaarden die daarvoor zijn opgenomen in 24.1.2 24.2
Bestemmingsplanactiviteit
De regels in 24.3 met betrekking tot een omgevingsvergunning voor een bestemmingsplanactiviteit gelden uitsluitend in combinatie met de regels in de betreffende bestemming. In de betreffende bepalingen is verwezen naar 24.3. 24.3
Omgevingsvergunning voor een bestemmingsplanactiviteit
24.3.1 Omgevingsvergunning a. het is verboden om zonder voorafgaande omgevingsvergunning voor een bestemmingsplanactiviteit een functie als bedoeld in 3.3 onder a., 4.3 onder a. en/of 5.3 onder a. aan te vangen; b. het verbod als bedoeld onder a. is niet van toepassing indien de functie is toegestaan ingevolge het bepaalde in 3.1, 4.1 en/of 5.1. 24.3.2 Beoordelingsregels Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning als bedoeld onder 24.3.1 verlenen indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: Functies en gebiedsaanduidingen a. de betreffende functie ter plaatse van de betreffende gebiedsaanduiding kan uitsluitend worden toegestaan indien in onderstaande tabel 'X1', 'X2' of 'X3' is opgenomen;
84
Regels (ontwerp)
bestemmingsplan Buitengebied Herziening 2022
Gebiedsaanduiding
Functie(*) Wonen NietStatisc Recreatiebed Horec Maatschap Duurza in agraris he rijf a- pelijkeme voormalig ch opslag bedrijf en/of zorg- energie e (agraris bedrijf, voorziening in de che) anders en vorm bedrijfs- dan van woning recreati zonnee- of panelen horecaop bedrijf gronden en/of daken
overige zone - primaat landbouw 1
-
-
-
-
-
-
-
overige zone - primaat landbouw 2
-
-
-
-
-
-
-
overige zone - primaat landschap
X1
X1
X1
X1
X1
X1
X3
Overige zones
X2
-
-
X2
-
X2
X3
overige zone X1 ruimte voor gebiedsontwikkeling
X2
-
X1
X2
X1
X3
overige zone - bestendigen bestaande situatie
X2
X2
X2
X2
X2
X2
X3
Overige zones conform omgevingsvisie Reusel-De Mierden
X1
X2
X2
X2
X2
X2
X3
overige zone - buurtschap
X1
-
-
X2
-
X2
X3
(*) X1/X2/X3 = de functie kan onder voorwaarden worden toegestaan. Voorwaarden voor alle functies b. aangetoond moet zijn dat het (agrarisch) bedrijf ter plaatse definitief is beëindigd; c. de betreffende functie is passend op de locatie en passend in de omgeving: 1. de functie mag geen onevenredige beperking opleveren van de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende (agrarische) bedrijven; 2. de in het gebied aanwezige waarden mogen niet onevenredig worden aangetast; 3. de functie mag geen onevenredige publieks- en/of verkeersaantrekkende werking tot gevolg hebben; 4. de functie past qua aard, omvang en ruimtelijke uitstraling in de omgeving; 5. de beoogde ontwikkeling leidt niet tot splitsing van het bouwperceel; 6. externe veiligheid: indien sprake is van het realiseren van een (beperkt) kwetsbaar object binnen het invloedsgebied van een risicobron vindt een verantwoording van het groepsrisico plaats; 7. bodem: de bodemkwaliteit is geschikt voor de functie; 8. water: er is sprake van hydrologisch neutraal ontwikkelen; d. er is sprake van een verbetering van de omgevingskwaliteit: 1.
de oppervlakte aan bedrijfsbebouwing dient door sloop van overtollige bedrijfsbebouwing binnen een daarvoor in de omgevingsvergunning op te nemen termijn teruggebracht te zijn tot maximaal 400 m², met dien verstande dat sloop van cultuurhistorische waardevolle bebouwing ter plaatse
Regels (ontwerp)
85
bestemmingsplan Buitengebied Herziening 2022 van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - cultuurhistorisch waardevolle bebouwing' niet is toegestaan; 2. voor de functies ter plaatse van de gebiedsaanduidingen waarbij in de tabel onder a. 'X1' is aangegeven, geldt dat in aanvulling op het bepaalde onder 1. de toegestane oppervlakte aan bedrijfsbebouwing mag worden vermeerderd met 20% van de oppervlakte aan te slopen overtollige bedrijfsbebouwing tot een maximum van 1.000 m2; 3. voor de functies ter plaatse van de gebiedsaanduidingen waarbij in de tabel onder a. 'X2' is aangegeven, geldt dat in aanvulling op het bepaalde onder 1. de toegestane oppervlakte aan bedrijfsbebouwing mag worden vermeerderd met 15% van de oppervlakte aan te slopen overtollige bedrijfsbebouwing tot een maximum van 800 m2; 4. voor de functies ter plaatse van de gebiedsaanduidingen waarbij in de tabel onder a. 'X3' is aangegeven, geldt dat in afwijking van het bepaalde onder 1. alle voormalige bedrijfsbebouwing gesloopt dient te zijn binnen een daarvoor in de omgevingsvergunning op te nemen termijn; 5. de gebruiksoppervlakte bedraagt maximaal 60% van de oppervlakte van de aanduiding 'bouwvlak', met dien verstande dat voor de functie duurzame energie in de vorm van zonnepanelen op gronden en/of daken tevens een absoluut maximum van 5.000 m2 geldt; 6.
er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een erfbeplantingsplan en er vindt een kwaliteitswinst van het landschap plaats; 7. de functie mag niet leiden tot een toename van stikstofemissie vanuit de betreffende gronden of bouwwerken; e. de volgende functies zijn niet toegestaan: 1. buitenopslag; 2. opslag voor een elders gevestigd niet-agrarisch bedrijf; 3. een kantoorvoorziening met een baliefunctie; 4. mestbewerking; 5. lawaaisport; Specifieke voorwaarden voor wonen in een voormalige (agrarische) bedrijfswoning f.
voor de functie wonen in een voormalige (agrarische) bedrijfswoning gelden in aanvulling op het bepaalde onder a t/m e de volgende specifieke voorwaarden: 1. de functie dient aanvaardbaar te zijn uit een oogpunt van een milieuhygiënisch verantwoord woon- en leefklimaat; 2. splitsing van de voormalige (agrarische) bedrijfswoning in twee woningen is uitsluitend toegestaan indien: splitsing plaatsvindt ter instandhouding van het cultuurhistorisch waardevolle gebouw; het bestaande architectonische karakter van het pand en de daaraan te onderkennen cultuurhistorische waarden niet worden aangetast. Beoordeling vindt plaats door een ter zake deskundige organisatie; de bouwmassa van het te splitsen pand een inhoud heeft van minimaal 900 m3; bij splitsing maximaal twee volwaardige woningen ontstaan, met beide een inhoud van minimaal 400 m3;
Specifieke voorwaarden voor niet-agrarisch bedrijf, anders dan recreatie- of horecabedrijf g. voor de functie niet-agrarisch bedrijf, anders dan recreatie- of horeca bedrijf, geldt in aanvulling op het bepaalde onder a t/m e dat detailhandel uitsluitend is toegestaan als ondergeschikte functie bij de te vestigen hoofdfunctie tot een maximale verkoopvloeroppervlakte van 200 m2; Specifieke voorwaarden recreatiebedrijf h. voor de functie recreatiebedrijf gelden in aanvulling op het bepaalde onder a t/m e de volgende specifieke voorwaarden: 1. indien er recreatiewoningen op een verblijfsrecreatief terrein worden mogelijk gemaakt, dienen de recreatiewoningen bedrijfsmatig te worden beheerd; 2. detailhandel is uitsluitend toegestaan als ondergeschikte functie bij de te vestigen hoofdfunctie tot een maximale verkoopvloeroppervlakte van 200 m2; Aanvullende voorwaarden maatschappelijke- en/of zorgvoorzieningen i.
86
voor de functie maatschappelijke- en/of zorgvoorzieningen gelden in aanvulling op het bepaalde onder a t/m e de volgende specifieke voorwaarden:
Regels (ontwerp)
bestemmingsplan Buitengebied Herziening 2022 1. detailhandel is uitsluitend toegestaan als ondergeschikte functie bij de te vestigen hoofdfunctie tot een maximale verkoopvloeroppervlakte van 200 m2; 2. ondersteunende horeca aan de hoofdfunctie is toegestaan; 24.3.3 Voorschriften a. Aan de omgevingsvergunning als bedoeld onder 24.3.1 kunnen voorschriften worden verbonden, gericht op het borgen van de onder 24.3.2 genoemde voorwaarden. b. Aan de omgevingsvergunning als bedoeld onder 24.3.1 wordt in ieder geval een voorschrift verbonden waarin wordt opgenomen binnen welke termijn de sloop van overtollige bedrijfsbebouwing als bedoeld in 24.3.2 onder d. voltooid dient te zijn. 24.4
Ontwikkelingsmogelijkheden veehouderijen
Onderstaande regels met betrekking tot ontwikkelingsmogelijkheden voor veehouderijen gelden uitsluitend in combinatie met de regels in de betreffende bestemming. In de betreffende bestemmingen is verwezen naar de hieronder opgenomen bepaling(en): 24.4.1 Omgevingsvergunning toename bestaande oppervlakte dierenverblijf Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken zoals bedoeld 3.1.2 onder d en/of 4.1.2 onder d ten behoeve van een toename van de bestaande oppervlakte dierenverblijf voor een veehouderij, niet zijnde een geitenhouderij(tak), ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij' en/of de aanduiding 'grondgebonden veehouderij' door het oprichten van bebouwing en/of door het in gebruik nemen van aanwezige bebouwing als dierenverblijf, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. er wordt voldaan aan de algemene voorwaarden voor een veehouderij, zoals opgenomen in 24.4.2; b. indien sprake is van een toename van de bestaande oppervlakte dierenverblijf ten behoeve van een hokdierhouderij, wordt voldaan aan de aanvullende voorwaarden voor hokdierhouderijen zoals opgenomen in 24.4.3; c. ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - beperking veehouderij' wordt voldaan aan de regels, zoals opgenomen in 22.2.2; d.
de uitbreiding is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij' en/of de aanduiding 'grondgebonden veehouderij' en uitsluitend ten behoeve van de ter plaatse toegestane diersoort(en) (omgevingsvergunning milieu c.q. melding in het kader van het activiteitenbesluit) en met dien verstande: 1. een toename van de bestaande oppervlakte dierenverblijf voor een pluimveehouderij(tak) uitsluitend is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch pluimvee'; e. er dient sprake te zijn van een volwaardig agrarisch bedrijf; f. de uitbreiding is noodzakelijk uit een oogpunt van doelmatige agrarische bedrijfsvoering en/of -ontwikkeling; g. advies kan worden gevraagd aan de AAB over het bepaalde onder f. en g.; h. voldaan wordt aan de bouwregels voor bedrijfsgebouwen als opgenomen in 3.4 respectievelijk 4.4; i. binnen gebouwen mogen dieren -al dan niet in hokken- alleen op de begane grondlaag worden gehouden, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar een tweede bouwlaag gebruikt mag worden; j. de ontwikkeling is vanuit een goede leefomgeving en gelet op de volgende aspecten, inpasbaar in de omgeving: 1.
er is rekening gehouden met de gevolgen van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling voor de in het plan begrepen gronden en de naaste omgeving, in het bijzonder wat betreft de bodemkwaliteit, de waterhuishouding, de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten, de cultuurhistorische waarden, de ecologische waarden, de aardkundige waarden en de landschappelijke waarden; 2. de omvang van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling, de omvang van de bebouwing en de beoogde functie, past in de omgeving gelet op de bestaande en toekomstige functies in de omgeving en de effecten die de ontwikkeling op die functies heeft, waaronder de effecten vanwege milieuaspecten en volksgezondheid; 3. een op de beoogde ruimtelijke ontwikkeling afgestemde afwikkeling van het personen- en goederenvervoer is verzekerd; Regels (ontwerp)
87
bestemmingsplan Buitengebied Herziening 2022 k. er dient sprake te zijn van een zorgvuldige landschappelijke inpassing van de bedrijfsbebouwing op basis van een door de gemeente goedgekeurd erfbeplantingsplan; l. de milieu-planologische haalbaarheid van het initiatief dient te worden aangetoond. Hierbij dient tenminste te worden voldaan aan navolgende voorwaarden: 1. er wordt voldaan aan de stikstofbepaling zoals opgenomen in 3.7.2 respectievelijk 4.7.2; 2. er dient minimaal hydrologisch neutraal te worden gebouwd. 24.4.2 Algemene voorwaarden veehouderijen Voor een uitbreiding van een veehouderij en/of een toename van de bestaande oppervlakte dierenverblijf voor een veehouderij gelden de volgende bepalingen: a. er worden maatregelen getroffen en in stand gehouden die invulling geven aan een zorgvuldige veehouderij, welke zijn opgenomen in de Nadere regels zorgvuldige veehouderij, zoals vastgesteld door Gedeputeerde Staten; b.
er is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige objecten, in de bebouwde kom niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er -indien blijkt dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentagesmaatregelen worden getroffen door de veehouderij die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, welke minimaal de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert, waarbij eveneens geldt: 1. er wordt voldaan aan de vastgestelde normen uit de gemeentelijke geurverordening; 2. bij een intensieve veehouderij bedraagt dat de achtergrondbelasting maximaal 10 ou/m3; bij een hogere achtergrondbelasting wordt een geurbelastingreducerende maatregel toegepast, waarbij de 50%-regeling uit artikel 3 lid 4 Wet geurhinder en veehouderij van overeenkomstige toepassing is en moet hieraan worden voldaan; c. er is een zorgvuldige dialoog gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving in de planontwikkeling. 24.4.3 Aanvullende voorwaarden hokdierhouderijen In het kader van staldering gelden de volgende bepalingen: a. Een toename van de bestaande oppervlakte dierenverblijf voor een hokdierhouderij is uitsluitend toegestaan indien bewijs is overlegd dat: 1.
binnen het stalderingsgebied als bedoeld in de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant dierenverblijf van een hokdierhouderij is gesaneerd door sloop of herbestemming waarbij het gebruik als dierenverblijf juridisch en feitelijk is beëindigd; 2. de te saneren oppervlakte dierenverblijf voor hokdieren bedraagt: ingeval van sloop, tenminste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen; ingeval van herbestemming, minimaal 200% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen; 3. voor de sanering geen gebruik is gemaakt van een provinciale saneringsregeling; b. als bestaande oppervlakte dierenverblijf als bedoeld onder a. geldt het gebouw, inclusief inpandige voorzieningen, dat gebruikt mag worden voor het houden van hokdieren krachtens een omgevingsvergunning milieu, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder e, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of de omgevingsvergunning beperkte milieutoets, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder i, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of melding, bedoeld in artikel 1.10 Activiteitenbesluit milieubeheer; c. het te saneren dierenverblijf als bedoeld onder a. voldoet aan de volgende voorwaarden: 1. het betreft een legaal opgericht dierenverblijf; 2. het dierenverblijf is voorafgaand aan 17 maart 2017 drie jaar onafgebroken bedrijfsmatig gebruikt voor het houden van hokdieren. d.
het bewijs dat aan de voorwaarden van het bepaalde onder a. tot en met c. is voldaan, is uitgegeven door of namens Gedeputeerde Staten; e. er dient sprake te zijn van een duurzame locatie; indien geen sprake is van een duurzame locatie kan alleen medewerking worden verleend, indien sprake is van 'duurzame ontwikkeling plusplus'. 24.5
Parkeren en laden en lossen
a. Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen en/of een omgevingsvergunning voor 88
Regels (ontwerp)
bestemmingsplan Buitengebied Herziening 2022 wijziging van het gebruik moet op eigen terrein voldoende parkeergelegenheid worden gerealiseerd en vervolgens in stand worden gehouden. b. Er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid als bedoeld onder a. als wordt voldaan aan het beleid zoals opgenomen in 'Module 8. Ruimtelijke Ontwikkelingen' van het 'Gemeentelijk Verkeersen VervoersPlan (GVVP)' d.d. 19 september 2017, dan wel als dit beleid wordt gewijzigd of herzien, wordt voldaan aan het actuele beleid op het moment dat de aanvraag omgevingsvergunning wordt ingediend. c. Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen en/of een omgevingsvergunning voor wijziging van het gebruik moet, als het beoogde gebruik van een bouwwerk en/of gronden aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat bouwwerk, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat bouwwerk behoort, en vervolgens in stand worden gehouden. d. Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder a. en c. als bij de aanvraag omgevingsvergunning wordt aangetoond dat anderszins is geborgd dat onevenredige parkeeroverlast en onevenredige verkeersoverlast als gevolg van het laden en lossen van goederen in het openbaar gebied wordt voorkomen. 24.6
Voorrangsregeling
Ten aanzien van de onderlinge relatie tussen de dubbelbestemmingen geldt dat in afnemende mate prioriteit wordt verleend aan de dubbelbestemming: a. b. c. d.
Leiding - Riool; Waarde - Attentiegebied Natuur Netwerk Brabant; Waterstaat - Waterberging; Waarde - Archeologie 3, Waarde - Archeologie 4.1, Waarde - Archeologie 4.2, Waarde Archeologie 5.1, Waarde - Archeologie 5.2, Waarde - Archeologie 6;
Regels (ontwerp)
89
bestemmingsplan Buitengebied Herziening 2022
Hoofdstuk 4 Artikel 25 25.1
Overgangsrecht en slotregel
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
25.1.1 Algemeen Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 25.1.2 Omgevingsvergunning Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in 25.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in 25.1.1 met maximaal 10%. 25.1.3 Uitzondering Het bepaalde in 25.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 25.2
Overgangsrecht gebruik
25.2.1 Algemeen Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 25.2.2 Strijdig gebruik Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in 25.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 25.2.3 Onderbroken gebruik Indien het gebruik, bedoeld in 25.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 25.2.4 Strijd met voorheen geldend bestemmingsplan Het bepaalde in 25.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
90
Regels (ontwerp)
bestemmingsplan Buitengebied Herziening 2022
Artikel 26
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Buitengebied Herziening 2022'
Regels (ontwerp)
91