CConstaterende datReusel-De Mierden
Koppel je AI →
Document · PDF

[22.13482] - ontwerpbestemmingsplan Buitengebied herziening 2022 regels

Gemeenteraad 14 maart 2023, gemeente Reusel-De MierdenBij agendapunt: Veegplan buitengebied 202234.726 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Carports mogen niet vóór de voorgevel van het hoofdgebouw worden gebouwd. 2. De bouwhoogte bedraagt maximaal 3,2 m.

Regels (ontwerp)

25

bestemmingsplan Buitengebied Herziening 2022 3. De oppervlakte bedraagt maximaal 30 m². d. Het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde met een bebouwde oppervlakte groter dan 100 m2 kan uitsluitend worden toegestaan onder de voorwaarde dat voorzien wordt in een zorgvuldige landschappelijke inpassing van het bouwvlak. 3.4.7

Bouwregels windturbine

Voor het bouwen van windturbines gelden de volgende regels: a. b. c. d. e.

de bouwhoogte van een windturbine bedraagt maximaal 100 m; de rotordiameter van een windturbine bedraagt maximaal 100 m; de tiphoogte van een windturbine bedraagt maximaal 150 m; een windturbine heeft 3 rotorbladen; de rotordiameter, de bouwhoogte en de vormgeving van de windturbines onderling dienen hetzelfde te zijn.

3.4.8

Maatvoering bebouwing buiten bouwvlak

Buiten de aanduiding 'bouwvlak' mogen, met uitzondering van het bepaalde in 3.4.7, uitsluitend de volgende bouwwerken, geen gebouw zijnde worden opgericht: a. tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen, waarbij de bouwhoogte maximaal 3 m bedraagt en waarbij geldt dat de oppervlakte maximaal 2,5 ha mag bedraagt; b. overige teeltondersteunende voorzieningen, waarbij de bouwhoogte maximaal 3 m bedraagt en waarbij geldt dat de oppervlakte maximaal 2,5 ha bedraagt, met dien verstande dat dit niet is toegestaan ter plaatse van de aanduiding overige zone - cultuurhistorisch waardevol gebied; c. erfafscheidingen met een bouwhoogte van maximaal 1 m. 3.5 Bouwregels functies toegestaan na verlening omgevingsvergunning bestemmingsplanactiviteit Voor het bouwen voor de functies ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' als bedoeld in 3.3, die zijn toegestaan na verlening van een omgevingsvergunning voor een bestemmingsplanactiviteit als bedoeld in 23.3, gelden de maatvoerings- en situeringseisen zoals bepaald in 3.4. De voorschriften die zijn opgenomen in de omgevingsvergunning als bedoeld in 23.3 moeten daarbij in acht worden genomen. 3.6

Afwijken van de bouwregels

3.6.1

Omgevingsvergunning voor het afwijken van de maatvoering

Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning, mits het past bij de stedenbouwkundige en architectonische uitstraling van de omgeving, afwijken van het bepaalde in: a. 3.4.2 voor het bouwen van gebouwen op kleinere afstand van de as van de weg mits: 1. het stedenbouwkundig en landschappelijk beeld niet worden aangetast; 2. de verkeersveiligheid niet wordt aangetast; 3. de wegbeheerder wordt gehoord; 4. indien het een woning of ander geluidsgevoelig object betreft, wordt voldaan aan de Wet geluidhinder; 5. de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad. b. 3.4.2 voor het bouwen op een kortere afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrens mits: 1. het stedenbouwkundig en landschappelijk beeld niet worden aangetast; 2. de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad; c. 3.4.3 voor het bouwen met een hogere goot- en bouwhoogte voor bedrijfsgebouwen tot maximaal 7 m respectievelijk 13 m; d. 3.4.3 voor het bouwen van kassen met een grotere hoogte tot maximaal 7 m goothoogte en een bouwhoogte van maximaal 10 m; e. 3.4.3 voor het bouwen van teeltondersteunende kassen met een grotere hoogte tot maximaal 7 m; f. 3.4.3 voor een lagere dakhelling indien dit beter past bij de stedenbouwkundige en architectonische uitstraling van het gebouw ten opzichten van de omgeving. g.

3.4.4 voor een dakhelling van minimaal 12° indien dit beter past bij de stedenbouwkundige en architectonische uitstraling van het gebouw ten opzichten van de omgeving; h. 3.4.5 voor het bouwen van een bijbehorend bouwwerk op een afstand van meer dan 20 m van de

26

Regels (ontwerp)

bestemmingsplan Buitengebied Herziening 2022 bedrijfswoning indien dit noodzakelijk is in verband met een doelmatige inrichting van het perceel; 3.4.6 voor het bouwen van terreinafscheidingen met een hoogte van maximaal 2 m mits hierdoor het stedenbouwkundig beeld en de verkeersveiligheid niet wordt aangetast; j. 3.4.6 voor het bouwen van kleinschalige windmolens tot een hoogte van maximaal 15 m; k. 3.4.6 voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde tot een hoogte van maximaal 6 m. i.

3.6.2

Omgevingsvergunning herbouw bedrijfswoning

Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.4.4 voor het herbouwen van een bedrijfswoning op een andere locatie, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. De herbouw dient op de andere locatie stedenbouwkundig aanvaardbaar te zijn. b. De afstand tot de weg waaraan wordt gebouwd bedraagt minimaal 15 m. Indien de bestaande afstand minder bedraagt dan 15 m dient bij herbouw op een andere locatie de afstand tot de weg groter te zijn dan de bestaande afstand. c. De afstand tot de bouwperceelgrens bedraagt minimaal 5 m. d. Het woon- en leefklimaat mag niet onevenredig worden aangetast. e. De breedte van een bouwperceel mag niet worden verruimd. f. De ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende (agrarische) bedrijven mogen niet onevenredig worden beperkt. g. De in het gebied aanwezige waarden mogen niet onevenredig worden aangetast. h. Er moet voldaan worden aan de eisen die gelden ingevolge de Wet geluidhinder. Overtollige bebouwing wordt gesloopt, waaronder sloop van de oude bedrijfswoning. 3.6.3

Omgevingsvergunning bouwwerken voor seizoensarbeiders

Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in de bouwregels voor het realiseren van huisvesting van tijdelijke werknemers in bestaande of te realiseren bedrijfsgebouwen onder de volgende voorwaarden: a. De huisvesting is nodig voor een doelmatige bedrijfsvoering. De huisvesting dient te worden gebruikt voor de huisvesting van personen, wier huisvesting daar ter plaatse gelet op de bestemming van het gebouw of terrein noodzakelijk is vanwege een tijdelijk grote arbeidsbehoefte op het eigen bedrijf. b. De huisvesting kan niet plaats vinden in reguliere woningen (koop-/huurwoningen), andere reguliere verblijfsvormen (hotel of pension), wooneenheden in gebouwencomplexen/grotere gebouwen (MOB complexen, oude scholen, oude kloosters) en/of de eigen bedrijfswoning. c. Huisvesting in bestaande bedrijfsbebouwing is toegestaan tot een oppervlakte van maximaal 160 m² per bedrijf (incl. sanitair en gemeenschappelijk verblijf) gedurende maximaal 8 maanden. d. Per aanduiding 'bouwvlak' zijn maximaal 3 woonunits toegestaan, gedurende een periode van maximaal 8 maanden. De overige maanden worden deze verwijderd. De oppervlakte mag maximaal 30 m2 per woonunit bedragen. e. Zelfstandige bewoning is niet toegestaan. f.

Er dient vooraf advies te worden ingewonnen van de AAB inzake de noodzaak van de huisvesting van seizoensarbeiders in het licht van een doelmatige bedrijfsvoering. g. Er mag geen sprake zijn van milieuhygiënische belemmeringen. h. Er dient te worden voorzien in een zorgvuldige landschappelijke inpassing. i. De verkeersaantrekkende werking dient afgestemd te zijn op de feitelijke ontsluitingssituatie. 3.6.4

Omgevingsvergunning schuilhutten

Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.4.2 om een schuilhut toe te staan, onder de volgende voorwaarden: a. b. c. d.

het perceel is gelegen binnen de kernrandzone; de bebouwde oppervlakte bedraagt maximaal 20 m2 per 1,5 ha; de goot- en bouwhoogte bedraagt maximaal 3 m; aangetoond moet zijn dat het noodzakelijk is de schuilhut buiten de aanduiding 'bouwvlak', dan wel bestemmingsvlak Bedrijf, Wonen te situeren; e. uitsluitend hobbymatig gebruik is toegestaan; f. de in de bestemmingsomschrijving opgenomen waarden mogen niet onevenredig worden aangetast.

Regels (ontwerp)

27

bestemmingsplan Buitengebied Herziening 2022 g. er dient te worden voorzien in een zorgvuldige landschappelijke inpassing. 3.6.5

Omgevingsvergunning tijdelijke en overige teeltondersteunende voorzieningen

Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.4.8, voor het bouwen van tijdelijke en/of overige teeltondersteunende voorzieningen ter plaatse van de aanduidingen ' en/of overige zone - cultuurhistorisch waardevol gebied, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. De bouwhoogte bedraagt maximaal 3 m. b. De oppervlakte bedraagt maximaal 2,5 ha. c. De in 3.1.2 onder n en o aangegeven waarden mogen niet onevenredig worden aangetast. 3.6.6

Omgevingsvergunning bouwen buiten bouwvlak

Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.4.2, onder a en/of artikel 3.4.8 voor het bouwen van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouw zijnde buiten de aanduiding 'bouwvlak', mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. er dient te worden voldaan aan de volgende landschappelijke en ruimtelijke kwaliteitseisen: 1. Landschappelijke inpassing: er dient sprake te zijn van een zorgvuldige landschappelijke inpassing van de bedrijfsbebouwing op basis van een door de gemeente goedgekeurd erfbeplantingsplan. Voor veehouderijen ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij' en/of 'grondgebonden veehouderij' geldt dat de oppervlakte van de inpassing minimaal 10% van de gezamenlijke oppervlakte van de aanduiding 'bouwvlak' en de bebouwing waarvoor de omgevingsvergunning wordt verleend dient te bedragen; 2. kwaliteitswinst: er vindt een kwaliteitswinst van het landschap plaats; b. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de in geding zijnde belangen, waaronder die van omwonenden en omliggende (agrarische) bedrijven; c. de in het gebied aanwezige waarden mogen niet onevenredig worden aangetast; d. er dient sprake te zijn van een volwaardig agrarisch bedrijf; e.

het oprichten van bebouwing buiten de aanduiding 'bouwvlak' is noodzakelijk uit een oogpunt van doelmatige agrarische bedrijfsvoering en/of -ontwikkeling, waaronder begrepen het kunnen plaatsen van permanente teeltondersteunende voorzieningen; f. advies kan worden gevraagd aan de AAB over het bepaalde onder f. en g.; g. voldaan wordt aan de bouwregels voor bedrijfsgebouwen als opgenomen in 3.4; h. de ontwikkeling mag niet leiden tot een toename van stikstofemissie vanuit de betreffende gronden of bouwwerken; i. er is sprake van hydrologisch neutraal bouwen; j. voor agrarische bedrijven ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij' en/of 'grondgebonden veehouderij' gelden de volgende bepalingen: 1. er wordt voldaan aan de algemene voorwaarden voor een veehouderij, zoals opgenomen in 23.4.2; 2. indien sprake is van een toename van de bestaande oppervlakte dierenverblijf voor een hokdierhouderij, wordt voldaan aan de aanvullende voorwaarden voor hokdierhouderijen zoals opgenomen in 23.4.3; 3. ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - beperking veehouderij' wordt voldaan aan de regels, zoals opgenomen in overige zone - beperking veehouderij; 4. de bebouwing is uitsluitend toegestaan voor de ter plaatse toegestane diersoort als bedoeld in 3.1.2 onder c; 5.

de gezamenlijke oppervlakte van de aanduiding 'bouwvlak' en de bebouwing waarvoor de omgevingsvergunning wordt verleend bedraagt maximaal 1,5 ha, waarbij de oppervlakte van een eventueel differentiatievlak bij deze oppervlakte meetelt; 6. in afwijking van het bepaalde onder 5. mag de gezamenlijke oppervlakte van de aanduiding 'bouwvlak' en de bebouwing waarvoor de omgevingsvergunning wordt verleend maximaal 2,0 ha bedragen, waarbij de oppervlakte van een eventueel differentiatievlak bij deze oppervlakte meetelt, mits: de veehouderij vanwege de bedrijfsvoering in overwegende mate is aangewezen op de opslag van ruwvoer; de toegestane oppervlakte boven de 1,5 ha uitsluitend wordt gebruikt voor voorzieningen -

28

Regels (ontwerp)

bestemmingsplan Buitengebied Herziening 2022 geen gebouwen zijnde - voor de opslag van ruwvoer, aansluitend aan de aanduiding 'bouwvlak'; 7. binnen gebouwen mogen dieren -al dan niet in hokken- alleen op de begane grondlaag worden gehouden, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar een tweede bouwlaag gebruikt mag worden; 8. mestbewerking anders dan voor ter plaatse, op het eigen bedrijf, geproduceerde mest, is niet toegestaan; 9. uitbreiding voor een geitenhouderij(tak) is niet toegestaan; k. voor (vollegronds)teeltbedrijven gelden de volgende bepalingen: 1. de gezamenlijke oppervlakte van de aanduiding 'bouwvlak' en de bebouwing buiten het bouwvlak waarvoor omgevingsvergunning wordt verleend bedraagt maximaal 2,0 ha; 2. indien de aanduiding 'bouwvlak' groter is dan 2,0 ha, kan in afwijking van het bepaalde onder 1. een omgevingsvergunning voor het oprichten van bebouwing buiten het bouwvlak met een oppervlakte van maximaal 25% van de oppervlakte van de aanduiding 'bouwvlak' worden verleend; 3. indien de aanduiding 'bouwvlak' groter is dan 2,0 ha, kan in afwijking van het bepaalde onder 1. een omgevingsvergunning voor het plaatsen van permanente teeltondersteunende voorzieningen buiten het bouwvlak worden verleend indien dit noodzakelijk is; l.

voor glastuinbouwbedrijven ter plaatse van de aanduiding 'glastuinbouw' gelden de volgende bepalingen: 1. de gezamenlijke oppervlakte van de aanduiding 'bouwvlak' en de bebouwing buiten het bouwvlak waarvoor omgevingsvergunning wordt verleend bedraagt maximaal 4,0 ha, met dien verstande dat hiervan maximaal 3,0 ha met kassen mag worden bebouwd; m. voor overige agrarische bedrijven ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch overig agrarisch' gelden de volgende bepalingen: 1. de gezamenlijke oppervlakte van de aanduiding 'bouwvlak' en de bebouwing waarvoor de omgevingsvergunning wordt verleend bedraagt maximaal 1,5 ha, waarbij de oppervlakte van een eventueel differentiatievlak bij deze oppervlakte meetelt. 3.7

Specifieke gebruiksregels

3.7.1

Strijdig gebruik

In ieder geval geldt als strijdig met de bestemming gebruik van gronden en/of opstallen voor: a. het houden van dieren op meer dan één bouwlaag binnen bedrijfsgebouwen, met uitzondering van: 1. volière- en scharrelstallen voor legkippen waar maximaal twee bouwlagen gebruikt mogen worden; 2. legaal bestaande situaties; b. tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen voor zover deze geen bouwwerken zijn; c. opslag buiten de aanduiding 'bouwvlak', met dien verstande dat opslag ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - veldschuur' alsmede opslag conform het bepaalde in 3.1.2 onder a is toegestaan. d. de uitoefening van vollegrondsfruit- en/of boomteelt, behoudens bestaand gebruik van de gronden ten behoeve van vollegrondsfruit en/of boomteelt, binnen een afstand van 50 m tot de bestemmingsgrens van voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelige functies, zijnde de bestemmingsvlakken met de bestemmingen Bedrijf, Horeca, Maatschappelijk, Recreatie 1, Recreatie - 2, Recreatie - 3, Recreatie - 4, Recreatie - Dagrecreatie, Recreatie Recreatiewoning, Recreatie - Verblijfsrecreatie 1,Recreatie - Verblijfsrecreatie 2, Sport, Wonen, Wonen - Landgoed, alsmede binnen een afstand van 50 m tot kleinschalige kampeerterreinen; e. een kleinschalig kampeerterrein binnen 50 m van een aanwezige boomgaard; f. ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel' is geen supermarkt toegestaan. 3.7.2

Stikstof

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend het gebruik van gronden en bouwwerken, waarbij een toename van stikstofemissie plaatsvindt vanuit de betreffende gronden of bouwwerken.

Regels (ontwerp)

29

bestemmingsplan Buitengebied Herziening 2022

3.8

Afwijken van de gebruiksregels

3.8.1

Omgevingsvergunning nevenactiviteit

Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken zoals bedoeld in 3.1 ten behoeve van het toestaan van andere nevenactiviteiten, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. De agrarische functie blijft op het perceel als hoofdfunctie aanwezig en herkenbaar. b. Voor verbrede landbouw en nevenactiviteiten geldt dat de volgende functies bij het agrarische bedrijf zijn toegestaan: 1. statische opslag met een maximum van 2.000 m²; 2. recreatieve voorzieningen met een maximum van 750 m²; 3. zorgboerderij met een maximum van 375 m²; 4. kleinschalig logeren, anders dan een bed & breakfast als bedoeld in 3.2 onder a., met maximaal 5 kamers/logeereenheden tot een maximum van in totaal 150 m²; een overig niet-agrarisch bedrijf met een maximum van 400 m²; met dien verstande dat bij cumulatie van meerdere vormen van verbrede landbouw en/of nevenactiviteiten, met uitzondering van opslag/kleinschalig kamperen, het totale daarvoor te gebruiken bedrijfsvloeroppervlakte niet mag meer bedragen dan 25% van het bedrijfsvloeroppervlakte tot een maximum van 750 m². c. De in het gebied aanwezige waarden mogen niet onevenredig worden aangetast. d. De verbrede landbouw en/of nevenactiviteit mag geen onevenredige publieks- en/of verkeersaantrekkende werking tot gevolg hebben. e.

De verbrede landbouw en/of nevenactiviteit mag geen onevenredige beperking opleveren van de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende (agrarische) bedrijven. f. Het woon- en leefklimaat mag niet onevenredig worden aangetast. 3.8.2

Omgevingsvergunning spuitzone

Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.7.1 onder d en e voor het verkleinen van de in dat artikel opgenomen afstand van 50 m mits het gebruik niet leidt tot een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat of van het verblijfsklimaat van voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelige functies. 3.9 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.9.1

Omgevingsvergunningplicht

Het is verboden op de in dit artikel bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden) de onderstaande omgevingsvergunningplichtige werken en werkzaamheden uit te (doen) voeren. a. Algemeen: 1. Het aanbrengen van oppervlakteverhardingen; b. Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - cultuurhistorisch waardevol gebied': 1. het verzetten of vergraven van grond waarbij het maaiveld over meer dan 100 m² per perceel of met meer dan 0,40 m wordt gewijzigd of waarbij de maaiveldniveaus van een steilrand worden gewijzigd; 2. het aanleggen, dempen of wijzigen van (oevers, profiel, doorstroom- of bergingscapaciteit van) oppervlaktewateren; 3. het verwijderen of rooien van bos-, natuur- en landschapselementen en ander opgaand houtgewas zonder agrarische productiefunctie; 4. het aanleggen of aanplanten van bos-, natuur- en landschapselementen of ander opgaand houtgewas zonder agrarische productiefunctie; 5. het verwijderen van perceelsindelingen, zoals tot uiting komend in greppels, sloten, steilrand en het verwijderen van paden of onverharde wegen; 6. het aanleggen en/of verharden van wegen, paden, parkeerterreinen of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen.

30

Regels (ontwerp)

bestemmingsplan Buitengebied Herziening 2022

3.9.2

Uitzonderingen omgevingsvergunningplicht

Het onder 3.9.1 vervatte verbod geldt niet voor werken en werkzaamheden: a. welke plaatshebben ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'; b. waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden is verleend; c. welke ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan legaal in uitvoering waren; d. welke betreffen het normale onderhoud en/of landschapsbeheer; e. die worden verricht in het kader van vruchtwisseling. 3.9.3

Voorwaarden

De in 3.9.1 bedoelde vergunning wordt slechts verleend indien: a. het bepaalde in 3.9.1 onder a noodzakelijk is voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering; b. na een belangenafweging blijkt dat er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de aanwezige waarden als opgenomen in 3.1.

Regels (ontwerp)

31

bestemmingsplan Buitengebied Herziening 2022

Artikel 4

Agrarisch met waarden - Landschap

4.1

Functies

4.1.1

Algemene bestemmingsomschrijving

De voor 'Agrarisch met waarden - Landschap' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de uitoefening van het agrarisch bedrijf ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak', al dan niet in combinatie met een aan-huis-verbonden beroep of een aan-huis-verbonden bedrijf; b. agrarisch grondgebruik; c. nevenactiviteiten uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak', tenzij in de regels anders is vermeld, en uitsluitend: 1. voor zover genoemd in 4.1.2, dan wel 2. na een melding als bedoeld in 4.2, dan wel 3. na verlening van een omgevingsvergunning als bedoeld in 4.8; d. functieverandering in het kader van VAB-beleid na verlening van een omgevingsvergunning voor een bestemmingsplanactiviteit als bedoeld in 4.3; e. het bouwen van carnavals- en corsowagens ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'; f. behoud, herstel en duurzame ontwikkeling van het watersysteem en de daarmee samenhangende ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - groenblauwe mantel'; g. behoud en bescherming van de landschappelijke waarden; h. behoud en bescherming van de natuurwaarden; i. behoud en bescherming van de cultuurhistorische waarden; j. behoud van bestaande (onverharde) paden, wegen en parkeervoorzieningen; k. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; l. extensief recreatief medegebruik; m. doeleinden van openbaar nut; n.

mestbewerking; o. erfbeplanting; Een en ander met bijbehorende voorzieningen, zoals perceelsontsluitingen, en overeenkomstig de in 4.1.2 opgenomen Nadere detaillering van de bestemmingsomschrijving. 4.1.2

Nadere detaillering van de bestemmingsomschrijving

a

Voorzieningen binnen en buiten bouwvlak

Voor voorzieningen voor het eigen agrarisch bedrijf, zoals mestsilo's, sleufsilo's, paardenbakken, opslag, waterbassins, permanente teeltondersteunende voorzieningen e.d. gelden de volgende bepalingen: 1. de voorzieningen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'; 2. in afwijking van het bepaalde onder 1. zijn deze voorzieningen buiten de aanduiding 'bouwvlak' toegestaan, uitsluitend ter plaatse van het de aanduiding 'overige zone - voorzieningen buiten bouwvlak' en uitsluitend in het bestaande type voorziening en met de bestaande hoogte als maximum; 3. in afwijking van het bepaalde onder 1 en 2 is ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - ruwvoeropslag' uitsluitend ruwvoeropslag voor een veehouderij toegestaan; 4. in afwijking van het bepaalde onder 1 en 2 is ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden - mestbassin' uitsluitend een mestbassin voor de opslag van mest afkomstig van het agrarisch bedrijf toegestaan. b

Agrarisch bouwvlak

Uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' is één agrarisch bedrijf toegestaan. Indien blijkens de aanduiding 'relatie' sprake is van een gekoppeld bouwvlak dan zijn hierop de bepalingen met betrekking tot een "enkel" agrarisch bouwvlak van overeenkomstige toepassing. c

Agrarisch bedrijf

Als agrarisch bedrijf is uitsluitend een (vollegronds) teeltbedrijf toegestaan, met dien verstande dat:

32

Regels (ontwerp)

bestemmingsplan Buitengebied Herziening 2022 1. ter plaatse van de aanduiding 'glastuinbouw' tevens glastuinbouwbedrijven zijn toegestaan; 2. ter plaatse van de aanduiding 'grondgebonden veehouderij' tevens een grondgebonden veehouderij' is toegestaan. uitsluitend voor de ter plaatse toegestane diersoort(en) (omgevingsvergunning milieu c.q. melding in het kader van het activiteitenbesluit); 3. ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij' tevens een intensieve veehouderij alsmede een grondgebonden veehouderij is toegestaan, uitsluitend voor de ter plaatse toegestane diersoort(en) (omgevingsvergunning milieu c.q. melding in het kader van het activiteitenbesluit) en met dien verstande dat: a. een pluimveehouderij(tak) uitsluitend is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - pluimvee'; b. een geitenhouderij(tak) uitsluitend is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - geiten'; 4. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - overig agrarisch' tevens een overige agrarisch bedrijf is toegestaan. d

Ontwikkelingsmogelijkheden veehouderijen

Ten aanzien van de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen gelden de volgende bepalingen: 1. Ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij' en/of de aanduiding 'grondgebonden veehouderij' is een toename van de bestaande oppervlakte dierenverblijf voor een veehouderij door het oprichten van bebouwing en/of door het in gebruik nemen van aanwezige bebouwing als dierenverblijf uitsluitend toegestaan na verlening van een omgevingsvergunning als bedoeld in 23.4.1. 2. Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - beperking veehouderij' geldt het bepaalde in overige zone - beperking veehouderij. e

Bedrijfswoning

Per aanduiding 'bouwvlak' is maximaal één bedrijfswoning met daarbij behorende bijbehorende bouwwerken toegestaan, met dien verstande dat: 1. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten' géén bedrijfswoning is toegestaan; 2. ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' het met deze aanduiding aangegeven aantal woningen als maximum aantal bedrijfswoningen geldt. f

Perceelsontsluitingen

Verhardingen ten behoeve van perceelsontsluitingen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' alsmede tussen de voorzijde van de aanduiding 'bouwvlak' en de openbare weg waarop het bouwperceel ontsloten wordt. g

Aan-huis-verbonden beroep of aan-huis-verbonden bedrijf

De uitoefening van een aan-huis-verbonden beroep of een aan-huis-verbonden bedrijf, zoals opgenomen in Bijlage 1 Lijst van rechtstreeks toelaatbare aan-huis-verbonden beroepen en bedrijven, is toegestaan als ondergeschikte activiteit bij de woonfunctie, waarbij de volgende bepalingen van toepassing zijn: 1. de omvang van de activiteit bedraagt maximaal 30% van de gezamenlijke oppervlakte van de bebouwing tot een maximum van 45 m²; 2. het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en mag geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken; 3. de activiteit dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn in de woon- en bedrijfsomgeving; 4. detailhandel is niet toegestaan; 5. de activiteit wordt uitgeoefend door een bewoner. h

Productiegebonden detailandel

Productiegebonden detailhandel is uitsluitend als nevenactiviteit toegestaan, waarbij de totale gezamenlijke verkoopvloeroppervlakte per agrarisch bedrijf bedraagt maximaal 100 m2. i

Statsche opslag

Statische opslag is uitsluitend als nevenactiviteit toegestaan en uitsluitend inpandig, waarbij de totale gezamenlijke vloeroppervlakte per agrarisch bedrijf bedraagt maximaal 1.000 m². j

Boerenterrassen

Regels (ontwerp)

33

bestemmingsplan Buitengebied Herziening 2022

Een boerenterras is toegestaan met een totale gezamenlijke oppervlakte per agrarisch bedrijf bedraagt maximaal 50 m2, waarbij parkeren ten behoeve van het boerenterras op eigen terrein dient plaats te vinden. k

Kampeerterrein

Een kampeerterrein/ kleinschalig kamperen is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'kampeerterrein'. l

Mestbewerking

Mestbewerking is uitsluitend toegestaan voor ter plaatse, op het eigen bedrijf, geproduceerde mest. m

Landschappelijke waarden

Behoud, herstel en ontwikkeling van landschappelijke waarden in het algemeen en in het bijzonder de volgende landschappelijke waarden: 1. de aardkundige waarden en kenmerken ter plaatse van de aanduiding 'overige zone aardkundig waardevol gebied'; 2. de beslotenheid ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - beslotenheid'; 3. de landschappelijke openheid ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - openheid'; 4. de cultuurhistorische gebiedswaarden ter plaatse van de aanduiding 'overige zone cultuurhistorisch waardevol gebied'; 5. behoud, herstel en duurzame ontwikkeling van het watersysteem en de daarmee samenhangende ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - groenblauwe mantel'. n

Natuurwaarde

Gestreefd wordt naar behoud, herstel en ontwikkeling van natuurwaarden. Dit houdt in dat: 1. ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - behoud en herstel watersystemen' het beleid is gericht op de verwezenlijking en het behoud, beheer en herstel van watersystemen. Maatregelen worden uitgevoerd op het gebied van de morfologie, zoals het laten hermeanderen van beken, het aanleggen van plas-draszones en het herstel van kwel. Naast de waterloop is ruimte nodig om de maatregelen goed te kunnen uitvoeren; 2. ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - ecologische verbindingszone' het beleid is gericht op de verwezenlijking, het behoud en het beheer van een ecologische verbindingszone als onderdeel van het Natuur Netwerk Brabant; o

Recreatief medegebruik

Het gehele gebied mag worden gebruikt voor extensief recreatief medegebruik. Ter ondersteuning van het recreatief medegebruik worden beperkte recreatieve voorzieningen toegestaan in het gehele gebied zoals paden, banken, picknicktafels, bewegwijzering e.d. 4.2

Functies toegestaan na melding

a. Ter plaatse van de gronden met de bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschap' is het aanvangen van of het veranderen naar de navolgende functies uitsluitend toegestaan na een melding als bedoeld in 23.1: 1. een bed & breakfast met maximaal 2 kamers/logeereenheden (4 bedden) in een bedrijfswoning; b. In afwijking van het bepaalde onder a. is een melding niet vereist indien de functie als bedoeld onder a. is toegestaan ingevolge het bepaalde in 4.1. 4.3

Functies toegestaan na verlening omgevingsvergunning bestemmingsplanactiviteit

a. Ter plaatse van de gronden met de bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschap' is het aanvangen van of het veranderen naar de navolgende functies ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' uitsluitend toegestaan na verlening van een omgevingsvergunning voor een bestemmingsplanactiviteit als bedoeld in 23.3: 1. wonen in een voormalige agrarische bedrijfswoning; 2. een niet-agrarisch bedrijf; 3. statische opslag;

34

Regels (ontwerp)

bestemmingsplan Buitengebied Herziening 2022 4. een recreatiebedrijf in de vorm van dag- en/of verblijfsrecreatie; 5. een horecabedrijf; 6. maatschappelijke- en/of zorgvoorzieningen; 7. duurzame energie in de vorm van zonnepanelen op gronden en/of daken; b. In afwijking van het bepaalde onder a. is een omgevingsvergunning voor een bestemmingsplanactiviteit niet vereist indien de functie als bedoeld onder a. is toegestaan ingevolge het bepaalde in 4.1. 4.4

Bouwregels

4.4.1

Algemeen

Op de binnen deze bestemming gelegen gronden mag uitsluitend worden gebouwd voor deze bestemming. 4.4.2

Gebouwen algemeen

Voor gebouwen gelden de volgende algemene bepalingen: a. Gebouwen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'. b. Gebouwen mogen niet vóór de voorgevel van de bedrijfswoning en het verlengde daarvan worden gesitueerd. Indien geen bedrijfswoning aanwezig is, dan mogen gebouwen niet op een kleinere afstand dan 15 m tot de as van de weg worden gesitueerd. c. De afstand van bouwwerken tot de zijdelingse en achterste bouwperceelgrens bedraagt minimaal 5 m. d. Er mogen uitsluitend bouwwerken voor reëel agrarische bedrijven worden gebouwd. Hiertoe kan AAB-advies worden ingewonnen. 4.4.3

Bedrijfsgebouwen

Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. b. c. d.

De goothoogte bedraagt maximaal 5 m. De bouwhoogte bedraagt maximaal 10 m. De dakhelling bedraagt minimaal 20° en maximaal 60°. Kassen mogen uitsluitend worden gebouwd voor glastuinbouwbedrijven ter plaatse van de aanduiding 'glastuinbouw', waarbij de oppervlakte maximaal 3 ha bedraagt, de goothoogte maximaal 5 m bedraagt en de bouwhoogte maximaal 7,5 m bedraagt. e. Buiten de aanduiding 'glastuinbouw' mogen geen kassen worden gebouwd of uitgebreid. f. Ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwd oppervlak', mag de oppervlakte bedrijfsgebouwen, met uitzondering van de bedrijfswoning met bijbehorende bijgebouwen, niet meer bedragen dan het aangegeven maximum; g. Bedrijfsgebouwen met een bebouwde oppervlakte groter dan 100 m2 zijn uitsluitend toegestaan onder de voorwaarde dat voorzien wordt in een zorgvuldige landschappelijke inpassing van het bouwvlak. 4.4.4

Bedrijfswoningen

Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende bepalingen: a. De inhoud van de bedrijfswoning bedraagt maximaal 750 m3. b. In aanvulling op het bepaalde onder a. geldt dat indien een bedrijfswoning onderdeel is van een bestaand woonboerderijpand, dan is verbouw en gebruik van de voormalige agrarische inpandige stalgedeelten voor de bedrijfswoning toegestaan; c. De goothoogte bedraagt maximaal 5. d. De bouwhoogte bedraagt maximaal 10 m. e. De dakhelling bedraagt minimaal 20° en maximaal 60°, met uitzondering van ondergeschikte delen, zoals serres. f. Bij vervangende nieuwbouw van de bedrijfswoning(en) mag het hoofdgebouw uitsluitend gesitueerd worden ter plaatse van de bestaande funderingen en, in geval van uitbreiding, daar direct op aansluitend; de bouwwijze (d.w.z. vrijstaand, halfvrijstaand of aaneengebouwd) van de te herbouwen woning(en) wijkt niet af van de bouwwijze van de oorspronkelijke woning(en) en de maximale inhoud van de nieuw te bouwen bedrijfswoning bedraagt 750 m3.

Regels (ontwerp)

35

bestemmingsplan Buitengebied Herziening 2022

4.4.5

Bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen

Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen gelden de volgende bepalingen: a. Bijbehorende bouwwerken dienen op een afstand van minimaal 3 m achter de voorgevelrooilijn van de bedrijfswoning te worden gebouwd. b. De gezamenlijke oppervlakte bedraagt maximaal 100 m². c. De goothoogte bedraagt maximaal 3,2 m. d. De bouwhoogte bedraagt maximaal 5,5 m. e. De afstand van vrijstaande bijbehorende bouwwerken tot de bedrijfswoning bedraagt maximaal 20 m. f. De dakhelling bedraagt minimaal 20° en maximaal 60°. g. Bij afbraak van (een) legaal bestaand(e) vrijstaand(e) bijbehorend(e) bouwwerk(en) met een oppervlakte van meer dan 100 m², mag het in sub b genoemde oppervlakte worden verhoogd met 50% van het oppervlak van de te slopen vrijstaande bijbehorende bouwwerken c.q. bijbehorend bouwwerk, met dien verstande dat de in sub b genoemde oppervlakte niet bij de berekening mag worden betrokken. Het maximaal toegestane gezamenlijke oppervlak van de bijbehorende bouwwerken na afbraak bedraagt 200 m². De sloop van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - cultuurhistorisch waardevolle bebouwing' is niet toegestaan. 4.4.6

Bouwwerken, geen gebouw zijnde ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' gelden de volgende bepalingen: a. In het algemeen geldt dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde vóór de voorgevelrooilijn van de bedrijfswoning maximaal 1 m bedraagt. Daarnaast geldt het volgende: 1. De bouwhoogte van terreinafscheidingen bedraagt maximaal 2 m. 2. De bouwhoogte van teeltondersteunende voorzieningen, anders dan teeltondersteunende kassen, bedraagt maximaal 3,5 m. 3. De bouwhoogte van kleinschalige windmolens bedraagt maximaal 12 m. 4. De bouwhoogte van torensilo's en voedersilo's bedraagt maximaal 12 m. 5. De bouwhoogte van mestsilo's bedraagt maximaal 6 m. 6. De bouwhoogte van sleufsilo's bedraagt maximaal 2,5 m. 7. De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde, bedraagt maximaal 4 m. b. Voor de bouw van onoverdekte zwembaden geldt dat: 1. het zwembad uitsluitend achter de achtergevelrooilijn van de bedrijfswoning mag worden gesitueerd; 2. de afstand tot de bedrijfswoning bedraagt maximaal 20 m; 3. de afstand tot de zijdelingse en achterste bouwperceelgrens bedraagt minimaal 2 m; 4. de oppervlakte bedraagt maximaal 10% van de oppervlakte van het bouwperceel tot een maximum van 100 m². c. Carports mogen worden gebouwd, mits aan de volgende eisen wordt voldaan: 1. Carports mogen niet vóór de voorgevel van het hoofdgebouw worden gebouwd. 2.

De hoogte bedraagt maximaal 3,2 m. 3. De oppervlakte bedraagt maximaal 30 m². d. Het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde met een bebouwde oppervlakte groter dan 100 m2 kan uitsluitend worden toegestaan onder de voorwaarde dat voorzien wordt in een zorgvuldige landschappelijke inpassing van het bouwvlak. 4.4.7

Maatvoering bebouwing buiten bouwvlak

Buiten de aanduiding 'bouwvlak' mogen uitsluitend de volgende bouwwerken, geen gebouw zijnde worden opgericht: a. Erfafscheidingen met een bouwhoogte van maximaal 1 m.

36

Regels (ontwerp)

bestemmingsplan Buitengebied Herziening 2022

4.5 Bouwregels functies toegestaan na verlening omgevingsvergunning bestemmingsplanactiviteit Voor het bouwen voor de functies ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' als bedoeld in 4.3, die zijn toegestaan na verlening van een omgevingsvergunning voor een bestemmingsplanactiviteit als bedoeld in 23.3, gelden de maatvoerings- en situeringseisen zoals bepaald in 4.4. De voorschriften die zijn opgenomen in de omgevingsvergunning als bedoeld in 23.3 moeten daarbij in acht worden genomen. 4.6

Afwijken van de bouwregels

4.6.1

Omgevingsvergunning voor het afwijken van de maatvoering

Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning, mits het past bij de stedenbouwkundige en architectonische uitstraling van de omgeving, afwijken van het bepaalde in: a. 4.4.2 voor het bouwen van gebouwen op kleinere afstand van de as van de weg mits: 1. het stedenbouwkundig en landschappelijk beeld niet worden aangetast; 2. de verkeersveiligheid niet wordt aangetast; 3. de wegbeheerder wordt gehoord; 4. indien het een woning of ander geluidsgevoelig object betreft, wordt voldaan aan de Wet geluidhinder; 5. de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad. b. 4.4.2 voor het bouwen op een kortere afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrens mits: 1. het stedenbouwkundig en landschappelijk beeld niet worden aangetast; 2. de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad; c. 4.4.3 voor het bouwen met een hogere goot- en bouwhoogte voor bedrijfsgebouwen tot maximaal 7 m respectievelijk 13 m; d. 4.4.3 voor het bouwen van kassen met een grotere hoogte tot maximaal 7 m goothoogte en een bouwhoogte van maximaal 10 m; e. 4.4.3 voor het bouwen van teeltondersteunende kassen met een grotere hoogte tot maximaal 7 m; f. 4.4.3 voor een lagere dakhelling indien dit beter past bij de stedenbouwkundige en architectonische uitstraling van het gebouw ten opzichten van de omgeving. g.

4.4.4 voor een dakhelling van minimaal 12° indien dit beter past bij de stedenbouwkundige en architectonische uitstraling van het gebouw ten opzichten van de omgeving; h. 4.4.5 voor het bouwen van een bijbehorend bouwwerk op een afstand van meer dan 20 m van de bedrijfswoning indien dit noodzakelijk is in verband met een doelmatige inrichting van het perceel; i. 4.4.6 voor het bouwen van terreinafscheidingen met een hoogte van maximaal 2 m mits hierdoor het stedenbouwkundig beeld en de verkeersveiligheid niet wordt aangetast; j. 4.4.6 voor het bouwen van kleinschalige windmolens tot een hoogte van maximaal 15 m; k. 4.4.6 voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde tot een hoogte van maximaal 6 m. 4.6.2

Omgevingsvergunning bouwen bedrijfswoning

Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.1.2 onder f voor het bouwen van een nieuwe bedrijfswoning, waarbij de volgende bepalingen gelden: a. Deze bevoegdheid geldt uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten'. b. De omgevingsvergunning kan alleen worden verleend bij een volwaardig agrarisch bedrijf. c. De nieuwe bedrijfswoning moet noodzakelijk zijn, wat betekent dat het bedrijf zonder bedrijfswoning ter plaatse op langere termijn redelijkerwijs niet te exploiteren is. De noodzaak van deze woning mag niet het gevolg zijn van een eerder aanwezig, doch afgestoten bedrijfswoning. d. De nieuwe bedrijfswoning mag geen onevenredige beperking opleveren voor de bedrijfsvoering en bedrijfsontwikkeling van omliggende (agrarische) bedrijven. e. Er dient vooraf advies te worden ingewonnen van de AAB inzake de noodzaak van de bedrijfswoning en de volwaardigheid van het agrarische bedrijf.

Regels (ontwerp)

37

bestemmingsplan Buitengebied Herziening 2022

4.6.3

Omgevingsvergunning herbouw bedrijfswoning

Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.4.4 voor het herbouwen van een bedrijfswoning op een andere locatie, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. De herbouw dient op de andere locatie stedenbouwkundig aanvaardbaar te zijn. b. De afstand tot de weg waaraan wordt gebouwd bedraagt minimaal 15 m. Indien de bestaande afstand minder bedraagt dan 15 m dient bij herbouw op een andere locatie de afstand tot de weg groter te zijn dan de bestaande afstand. c. De afstand tot de bouwperceelgrens bedraagt minimaal 5 m. d. Het woon- en leefklimaat mag niet onevenredig worden aangetast. e. De breedte van een bouwperceel mag niet worden verruimd. f. De ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende (agrarische) bedrijven mogen niet onevenredig worden beperkt. g. De in het gebied aanwezige waarden mogen niet onevenredig worden aangetast. h. Er moet voldaan worden aan de eisen die gelden ingevolge de Wet geluidhinder. i. Overtollige bebouwing wordt gesloopt, waaronder sloop van de oude bedrijfswoning. 4.6.4

Omgevingsvergunning bouwwerken voor seizoensarbeiders

Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in de bouwregels voor het realiseren van huisvesting van tijdelijke werknemers in bestaande of te realiseren bedrijfsgebouwen onder de volgende voorwaarden: a. De huisvesting is nodig voor een doelmatige bedrijfsvoering. De huisvesting dient te worden gebruikt voor de huisvesting van personen, wier huisvesting daar ter plaatse gelet op de bestemming van het gebouw of terrein noodzakelijk is vanwege een tijdelijk grote arbeidsbehoefte op het eigen bedrijf. b. De huisvesting kan niet plaats vinden in reguliere woningen (koop-/huurwoningen), andere reguliere verblijfsvormen (hotel of pension), wooneenheden in gebouwencomplexen/grotere gebouwen (MOB complexen, ouden scholen, oude kloosters) en/of de eigen bedrijfswoning. c. Huisvesting in bestaande bedrijfsbebouwing is toegestaan tot een oppervlakte van maximaal 160 m² per bedrijf (incl. sanitair en gemeenschappelijk verblijf) gedurende maximaal 8 maanden. d. Per aanduiding 'bouwvlak' zijn maximaal 3 woonunits toegestaan, gedurende een periode van maximaal 8 maanden. De overige maanden worden deze verwijderd. De oppervlakte mag maximaal 30 m2 per woonunit bedragen. e. Zelfstandige bewoning is niet toegestaan. f.

Er dient vooraf advies te worden ingewonnen van de AAB inzake de noodzaak van de huisvesting van seizoensarbeiders in het licht van een doelmatige bedrijfsvoering. g. Er mag geen sprake zijn van milieuhygiënische belemmeringen. h. Er dient te worden voorzien in een zorgvuldige landschappelijke inpassing. 4.6.5

Omgevingsvergunning schuilhutten

Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.4.2 om een schuilhut toe te staan, onder de volgende voorwaarden: a. b. c. d.

het perceel is gelegen binnen de kernrandzone; de bebouwde oppervlakte bedraagt maximaal 20 m2 per 1,5 ha; de goot- en bouwhoogte bedraagt maximaal 3 m; aangetoond moet zijn dat het noodzakelijk is de schuilhut buiten de aanduiding 'bouwvlak', dan wel bestemmingsvlak Bedrijf, Wonen te situeren; e. uitsluitend hobbymatig gebruik is toegestaan; f. de in de bestemmingsomschrijving opgenomen waarden mogen niet onevenredig worden aangetast. g. er dient te worden voorzien in een zorgvuldige landschappelijke inpassing. 4.6.6

Omgevingsvergunning tijdelijke en overige teeltondersteunende voorzieningen

Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.4.7, voor het bouwen van tijdelijke en/of overige teeltondersteunende voorzieningen, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. De bouwhoogte bedraagt maximaal 3 m.

38

Regels (ontwerp)

bestemmingsplan Buitengebied Herziening 2022 b. De oppervlakte bedraagt maximaal 2,5 ha c. het oprichten van voorzieningen is noodzakelijk uit een oogpunt van doelmatige agrarische bedrijfsvoering en/of ontwikkeling; d. advies kan worden gevraagd aan de AAB over het bepaalde onder b. e. De in 4.1.2 onder n en o aangegeven waarden mogen niet onevenredig worden aangetast. 4.6.7

Omgevingsvergunning bouwen buiten bouwvlak

Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 4.4.2 onder a en/of artikel 4.4.7 voor het bouwen van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouw zijnde buiten de aanduiding 'bouwvlak', mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - ecologische verbindingszone' mag het realiseren en toekomstig functioneren van de geprojecteerde ecologische verbindingszone niet worden geschaad; b. ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - behoud en herstel watersystemen' mag het toekomstig herstel van het natuurlijk watersysteem, niet worden geschaad; c. er dient te worden voldaan aan de volgende landschappelijke en ruimtelijke kwaliteitseisen: 1. Landschappelijke inpassing: er dient sprake te zijn van een zorgvuldige landschappelijke inpassing van de bedrijfsbebouwing op basis van een door de gemeente goedgekeurd erfbeplantingsplan. Voor veehouderijen ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij' en/of 'grondgebonden veehouderij' geldt dat de oppervlakte van de inpassing minimaal 10% van de gezamenlijke oppervlakte van de aanduiding 'bouwvlak' en de bebouwing waarvoor de omgevingsvergunning wordt verleend dient te bedragen; 2. kwaliteitswinst: er vindt een kwaliteitswinst van het landschap plaats; d.

er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de in geding zijnde belangen, waaronder die van omwonenden en omliggende (agrarische) bedrijven; e. de in het gebied aanwezige waarden mogen niet onevenredig worden aangetast; f. er dient sprake te zijn van een volwaardig agrarisch bedrijf; g. het oprichten van bebouwing buiten de aanduiding 'bouwvlak' is noodzakelijk uit een oogpunt van doelmatige agrarische bedrijfsvoering en/of -ontwikkeling, waaronder begrepen het kunnen plaatsen van permanente teeltondersteunende voorzieningen; h. advies kan worden gevraagd aan de AAB over het bepaalde onder f. en g.; i. voldaan wordt aan de bouwregels voor bedrijfsgebouwen als opgenomen in 4.4; j. de ontwikkeling mag niet leiden tot een toename van stikstofemissie vanuit de betreffende gronden of bouwwerken; k. er is sprake van hydrologisch neutraal bouwen; l. voor agrarische bedrijven ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij' en/of 'grondgebonden veehouderij' gelden de volgende bepalingen: 1. er wordt voldaan aan de algemene voorwaarden voor een veehouderij, zoals opgenomen in 23.4.2; 2. indien sprake is van een toename van de bestaande oppervlakte dierenverblijf voor een hokdierhouderij, wordt voldaan aan de aanvullende voorwaarden voor hokdierhouderijen zoals opgenomen in 23.4.3; 3.

ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - beperking veehouderij' wordt voldaan aan de regels, zoals opgenomen in overige zone - beperking veehouderij; 4. de bebouwing is uitsluitend toegestaan voor de ter plaatse toegestane diersoort als bedoeld in 4.1.2 onder c; 5. de gezamenlijke oppervlakte van de aanduiding 'bouwvlak' en de bebouwing waarvoor de omgevingsvergunning wordt verleend bedraagt maximaal 1,5 ha, waarbij de oppervlakte van een eventueel differentiatievlak bij deze oppervlakte meetelt; 6. in afwijking van het bepaalde onder 5. mag de gezamenlijke oppervlakte van de aanduiding 'bouwvlak' en de bebouwing waarvoor de omgevingsvergunning wordt verleend maximaal 2,0 ha bedragen, waarbij de oppervlakte van een eventueel differentiatievlak bij deze oppervlakte meetelt, mits: de veehouderij vanwege de bedrijfsvoering in overwegende mate is aangewezen op de opslag van ruwvoer; de toegestane oppervlakte boven de 1,5 ha uitsluitend wordt gebruikt voor voorzieningen geen gebouwen zijnde - voor de opslag van ruwvoer, aansluitend aan de aanduiding

Regels (ontwerp)

39

bestemmingsplan Buitengebied Herziening 2022 'bouwvlak'; 7. binnen gebouwen mogen dieren -al dan niet in hokken- alleen op de begane grondlaag worden gehouden, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar een tweede bouwlaag gebruikt mag worden; 8. mestbewerking anders dan voor ter plaatse, op het eigen bedrijf, geproduceerde mest, is niet toegestaan; 9. uitbreiding voor een geitenhouderij(tak) is niet toegestaan; m. voor (vollegronds)teeltbedrijven gelden de volgende bepalingen: 1. de gezamenlijke oppervlakte van de aanduiding 'bouwvlak' en de bebouwing buiten het bouwvlak waarvoor omgevingsvergunning wordt verleend bedraagt maximaal 2,0 ha; 2. indien de aanduiding 'bouwvlak' groter is dan 2,0 ha, kan in afwijking van het bepaalde onder 1. een omgevingsvergunning voor het oprichten van bebouwing buiten het bouwvlak met een oppervlakte van maximaal 25% van de oppervlakte van de aanduiding 'bouwvlak' worden verleend; 3. indien de aanduiding 'bouwvlak' groter is dan 2,0 ha, kan in afwijking van het bepaalde onder 1.

een omgevingsvergunning voor het plaatsen van permanente teeltondersteunende voorzieningen buiten het bouwvlak worden verleend indien dit noodzakelijk is en met dien verstande dat de gezamenlijke omvang van permanente teelondersteunende voorzieningen binnen en buiten de aanduiding 'bouwvlak' maximaal 3,0 ha mag bedragen; 4. de bouw of uitbreiding van kassen is niet toegestaan; n. voor glastuinbouwbedrijven ter plaatse van de aanduiding 'glastuinbouw' geldt dat een uitbreiding van het glastuinbouwbedrijf niet is toegestaan; o. voor overige agrarische bedrijven ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch overig agrarisch' gelden de volgende bepalingen: 1. de gezamenlijke oppervlakte van de aanduiding 'bouwvlak' en de bebouwing waarvoor de omgevingsvergunning wordt verleend bedraagt maximaal 1,5 ha, waarbij de oppervlakte van een eventueel differentiatievlak bij deze oppervlakte meetelt. 4.7

Specifieke gebruiksregels

4.7.1

Strijdig gebruik

In ieder geval geldt als strijdig met de bestemming gebruik van gronden en/of opstallen voor: a. het houden van dieren op meer dan één bouwlaag binnen bedrijfsgebouwen, met uitzondering van: 1. volière- en scharrelstallen voor legkippen waar maximaal twee bouwlagen gebruikt mogen worden; legaal bestaande situaties; b. tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen voor zover deze geen bouwwerken zijn; c. opslag buiten de aanduiding 'bouwvlak', met dien verstande dat opslag ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - veldschuur' alsmede opslag conform het bepaalde in 4.1.2 onder a is toegestaan. d. de uitoefening van vollegrondsfruit- en/of boomteelt, behoudens bestaand gebruik van de gronden voor vollegrondsfruit en/of boomteelt, binnen een afstand van 50 m tot de bestemmingsgrens van voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelige functies, zijnde de bestemmingsvlakken met de bestemmingen Bedrijf, Horeca, Maatschappelijk, Recreatie - 1, Recreatie - 2, Recreatie 3, Recreatie - 4, Recreatie - Dagrecreatie, Recreatie - Recreatiewoning, Recreatie Verblijfsrecreatie 1, Recreatie - Verblijfsrecreatie 2, Sport, Wonen, Wonen - Landgoed, alsmede binnen een afstand van 50 m tot kleinschalige kampeerterreinen; e. een kleinschalig kampeerterrein binnen 50 m van een aanwezige boomgaard. 4.7.2

Stikstof

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend het gebruik van gronden en bouwwerken, waarbij een toename van stikstofemissie plaatsvindt vanuit de betreffende gronden of bouwwerken.

40

Regels (ontwerp)

bestemmingsplan Buitengebied Herziening 2022

4.8

Afwijken van de gebruiksregels

4.8.1

Omgevingsvergunning nevenactiviteit

Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken zoals bedoeld in 4.1 voor het toestaan van andere nevenactiviteiten, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. De agrarische functie blijft op het perceel als hoofdfunctie aanwezig en herkenbaar. b. Voor verbrede landbouw en nevenactiviteiten geldt dat de volgende functies bij het agrarische bedrijf zijn toegestaan: 1. statische opslag met een maximum van 2.000 m²; 2. recreatieve voorzieningen met een maximum van 750 m²; 3. zorgboerderij met een maximum van 375 m²; 4. kleinschalig logeren, anders dan een bed & breakfast als bedoeld in 4.2 onder a., met maximaal 5 kamers/logeereenheden tot een maximum van in totaal 150 m²; 5. een overig niet-agrarisch bedrijf met een maximum van 400 m². met dien verstande dat bij cumulatie van meerdere vormen van verbrede landbouw en/of nevenactiviteiten, met uitzondering van opslag/kleinschalig kamperen, het totale daarvoor te gebruiken bedrijfsvloeroppervlakte niet mag meer bedragen dan 25% van het bedrijfsvloeroppervlakte tot een maximum van 750 m². c. De in het gebied aanwezige waarden mogen niet onevenredig worden aangetast. d. De verbrede landbouw en/of nevenactiviteit mag geen onevenredige publieks- en/of verkeersaantrekkende werking tot gevolg hebben. e.

De verbrede landbouw en/of nevenactiviteit mag geen onevenredige beperking opleveren van de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende (agrarische) bedrijven. f. Het woon- en leefklimaat mag niet onevenredig worden aangetast. 4.9 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.9.1

Omgevingsvergunningplicht

Het is verboden op de in dit artikel bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden) de onderstaande omgevingsvergunningplichtige werken en werkzaamheden uit te (doen) voeren. a. Algemeen: 1. het aanbrengen van oppervlakteverhardingen. 2. het verwijderen van perceelrandbegroeiingen in de vorm van bomen en struiken; 3. het aanbrengen van lage en hoge (voorzover het geen bouwwerken betreft) tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen uitsluitend zolang de teelt het vereist met een maximum van 6 maanden, in de vorm van insectengaas, afdekfolies, tunnels, wandelkappen, schaduwhallen, hagelschermen e.d., waarbij: de oppervlakte bedraagt maximaal 2,5 ha; de tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen niet zijn toegestaan ter plaatse van de aanduiding ´overige zone - cultuurhistorisch waardevol gebied´; 4. afgraven, vergraven, ophogen en egaliseren van de bodem; 5. vellen of rooien van houtgewas; 6. het dempen van poelen, sloten en greppels; 7. het graven van poelen, sloten en greppels; 8. de aanleg van drainage. b. Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - ecologische verbindingszone ': 1. het aanbrengen van oppervlakteverhardingen of verharde oppervlaktes. c. Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - behoud en herstel watersystemen ': 1.

het aanbrengen van oppervlakteverhardingen of verharde oppervlaktes; 2. het ophogen van gronden; Hiertoe wordt het betrokken waterschapsbestuur gehoord. d. Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - aardkundig waardevol gebied':

Regels (ontwerp)

41

bestemmingsplan Buitengebied Herziening 2022 1. het verzetten of vergraven van grond waarbij het maaiveld over meer dan 100 m² per perceel of met meer dan 0,40 m wordt gewijzigd of waarbij de maaiveldniveaus van een steilrand worden gewijzigd; 2. het omzetten van grond of uitvoeren van bodemingrepen dieper dan 0,60 m onder maaiveld; 3. het verlagen van de grondwaterstand door aanleg van drainage of bemaling; 4. het aanleggen, dempen of wijzigen van (oevers, profiel, doorstroom- of bergingscapaciteit van) oppervlaktewateren. e. Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - beslotenheid : 1. het verwijderen of rooien van bos-, natuur- en landschapselementen en ander opgaand houtgewas zonder agrarische productiefunctie. f. Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - cultuurhistorisch waardevol gebied': 1. het verzetten of vergraven van grond waarbij het maaiveld over meer dan 100 m² per perceel of met meer dan 0,40 m wordt gewijzigd of waarbij de maaiveldniveaus van een steilrand worden gewijzigd; 2. het aanleggen, dempen of wijzigen van (oevers, profiel, doorstroom- of bergingscapaciteit van) oppervlaktewateren; 3. het verwijderen of rooien van bos-, natuur- en landschapselementen en ander opgaand houtgewas zonder agrarische productiefunctie; 4.

het aanleggen of aanplanten van bos-, natuur- en landschapselementen of ander opgaand houtgewas zonder agrarische productiefunctie; 5. het verwijderen van perceelsindelingen, zoals tot uiting komend in greppels, sloten, steilrand en het verwijderen van paden of onverharde wegen; 6. het aanleggen en/of verharden van wegen, paden, parkeerterreinen of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen. g. Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - openheid': 1. het aanleggen of aanplanten van bos-, natuur- en landschapselementen of ander opgaand houtgewas zonder agrarische productiefunctie; 2. het aanleggen of aanplanten van hoger dan 1,5 m opgaand of dieper dan 0,40 m wortelend houtgewas met agrarische productiefunctie. 4.9.2

Uitzonderingen omgevingsvergunningplicht

Het onder 4.9.1 vervatte verbod geldt niet voor werken en werkzaamheden: a. welke plaatshebben ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'; b. waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden is verleend; c. welke ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan legaal in uitvoering waren; d. welke betreffen het normale onderhoud en/of landschapsbeheer; e. die worden verricht in het kader van vruchtwisseling. 4.9.3

Voorwaarden

De in 4.9.1 bedoelde vergunning wordt slechts verleend indien: a. het bepaalde in 4.9.1 onder a sub 1, b en c noodzakelijk is voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering; b. na een belangenafweging blijkt dat er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de aanwezige waarden als opgenomen in 4.1.

42

Regels (ontwerp)

bestemmingsplan Buitengebied Herziening 2022

Artikel 5

Bedrijf

5.1

Functies

5.1.1

Algemene bestemmingsomschrijving

De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. niet-agrarische bedrijven, agrarisch verwante bedrijven en agrarisch technisch hulpbedrijven conform de in 5.1.2 opgenomen Staat van bedrijven; b. nevenactiviteiten, uitsluitend: 1. voor zover opgenomen in 5.1.2, dan wel 2. na een melding als bedoeld onder 5.2, dan wel 3. na verlening van een omgevingsvergunning als bedoeld in 5.8.2; c. functieverandering na verlening van een omgevingsvergunning voor een bestemmingsplanactiviteit als bedoeld in 5.3; d. aan-huis-verbonden beroep of aan-huis-verbonden bedrijf; e. paden, wegen en parkeervoorzieningen ten behoeve van het bedrijf; f. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; g. erfbeplanting; h. behoud, herstel en duurzame ontwikkeling van het watersysteem en de daarmee samenhangende ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - groenblauwe mantel'; i. het behoud, herstel en de duurzame ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken van het Natuur Netwerk Brabant ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - Natuur Netwerk Brabant'; j. ter plaatse van de aanduiding “milieuzone – woon- en leefklimaat” geldt in het kader van het woonen leefklimaat van de woning aan Rouwenbogt 12 tevens een verbod op bedrijfsactiviteiten.

met bijbehorende bouwwerken en voorzieningen en overeenkomstig de in 5.1.2 opgenomen Nadere detaillering van de bestemmingsomschrijving. 5.1.2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=ReuselDeMierden&id=08339edb-a4d1-4840-a6a9-efb062f2c120