CConstaterende datReusel-De Mierden
Koppel je AI →
Document · PDF

[21.10000] - jaarstukken 2020

Commissie Inwoners 22 juni 2021, gemeente Reusel-De MierdenBij agendapunt: Jaarrekening 202046.753 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 6

Het kengetal belastingcapaciteit geeft inzicht in de gemeentelijke woonlasten (OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing) ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Hierbij zijn de woonlasten voor een 16

meerpersoonshuishouden met eigen woning leidend. De kwalificatie van deze quote is afhankelijk van politieke keuzes c.q. voorkeuren. Het hoeft geen doel te zijn om een lager belastingniveau te hebben dan het landelijk gemiddelde. Een score van 100% zou betekenen dat de gemeente precies op het landelijk gemiddelde zit. Als we de kengetallen bezien, dan zien we bij alle kengetallen een verbetering. Met een lager schuldrestant op leningen en een verbeterde reservepositie zijn de verbeterde getallen voor schuldquote en solvabiliteit goed verklaarbaar. Het percentage voor grondexploitatie loopt ook terug, hetgeen verklaarbaar is vanuit de verkopen in met name Molen Akkers, Hasselt-II en Kerkekkers, maar ook de voortgang binnen het plan Kleine Hoeven. Het percentage voor belastingcapaciteit laat zien dat de woonlasten voor een meerpersoonshuishouden in Reusel-De Mierden in 2020 iets onder het gemiddelde liggen, zoals het Coelo dat berekent als gemiddeld bedrag voor Nederland. Het totaalbeeld van de financiële kengetallen laat opnieuw een verbetering zien.

17

2.4. Financiering 2.4.1. Algemeen De treasuryfunctie van de gemeente dient tot:  het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities;  het beschermen van gemeentelijke vermogens- en renteresultaten tegen ongewenste financiële risico’s, zoals renterisico, koersrisico, kredietrisico en liquiditeitsrisico;  het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities;  het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet FIDO (Financiering Decentrale Overheden) respectievelijk de limieten en richtlijnen volgens het Treasurystatuut. 2.4.2. Treasury en renteontwikkeling Er is op dit moment nog steeds sprake van een ongekend lage rente op aan te trekken financieringsmiddelen. Dat geldt zowel voor de langlopende geldleningen als voor kort geld. Met behulp van een prognose van onze geldstromen kunnen we onze behoefte aan geld of kapitaal zo slim mogelijk afdekken, waardoor we optimaal profiteren van de huidige lage rentestand. Het Bbv maakt onderscheid tussen de rente die aan de grondexploitatie mag worden toegerekend en de rente die aan producten wordt toegerekend (middels de kapitaallasten).

Dat onderscheid heeft te maken met het feit dat de gemeente gebruik maakt van totaalfinanciering, dus alle investeringen worden gefinancierd met een mix van eigen vermogen en vreemd vermogen. Voor de kapitaallasten moet gerekend worden met de reële rente (omslagrente). Die rente wordt berekend aan de hand van de te betalen rente in en de boekwaarde van de investeringen. In 2020 bedroeg de omslagrente 0,5%. Voor de grondexploitatie is het hiervoor berekende percentage het uitgangspunt, maar dan moet nog wel correctie plaatsvinden voor de verhouding vreemd vermogen – eigen vermogen. In de grondexploitaties zoals die recent opnieuw zijn berekend, is een rente van 0,37% aangehouden. Renteresultaat Aan investeringen en aan de grondexploitaties wordt een fictieve rente (rekenrente) toegerekend. Die rekenrente is niet gelijk aan de werkelijke rente die de gemeente betaalt op de opgenomen geldleningen. Het voor- of nadeel dat we hierdoor hebben is het renteresultaat. In 2020 is het renteresultaat als volgt verlopen:

Renteresultaat (bedragen x € 1.000)

   

Betaalde rente Toegerekend aan investeringen Toegerekend aan grondexploitaties Renteresultaat

Begroting 2020

Rekening 2020

-/- 180 459 376 655

-/- 167 369 287 489

Het verschil tussen het begrote renteresultaat en het gerealiseerde werkelijke renteresultaat komt door:  lagere betaalde rente (mix van verschillende rentepercentages op vaste geldleningen);  verschillen tussen de werkelijke boekwaarden en de begrote boekwaarden van zowel investeringen als grondexploitaties;  lagere toegerekende rente aan investeringen vanwege een lager investeringsniveau dan geraamd;  lagere toegerekende rente aan grondexploitaties vanwege lager percentage toe te rekenen rente. 2.4.3. Leningenportefeuille Onze gemeente heeft per 31 december 2020 voor een bedrag van € 14,9 miljoen aan opgenomen langlopende geldleningen. In de loop van 2020 zijn de langlopende geldleningen met € 1,9 miljoen teruggelopen. 2.4.4. Kasgeldlimiet Onder kasgeldlimiet wordt verstaan het maximale bedrag dat een gemeente met kortlopend krediet mag financieren. Dit kan bijvoorbeeld door ‘rood’ staan bij de bank of door het aangaan van kasgeldleningen. 18

Wettelijk is vastgesteld dat de kasgeldlimiet 8,5% van de jaarbegroting (exclusief BTW) is. De gemeente is verplicht om per kwartaal de kasgeldlimiet te toetsen en de provincie hiervan verslag te doen. In het jaarverslag wordt de geraamde kasgeldlimiet getoetst aan de werkelijke omvang. € 36.749.000 8,50% € 3.123.665

Omvang begroting Toegestane limiet Ruimte kasgeldlimiet

In 2020 is de kasgeldlimiet niet overschreden, hetgeen betekent dat het totaal aan korte schulden (kwartaalgemiddelde) niet groter was dan -/- € 3.123.665. De kwartaalsaldi bedroegen: -/- € 744.651 (1e kwartaal), -/- € 1.112.014 (2e kwartaal), -/- € 990.169 (3e kwartaal) en -/- € 1.134.282 (4e kwartaal). 2.4.5. Renterisiconorm De renterisiconorm op basis van de Wet FIDO heeft als doel om het renterisico bij herfinanciering te beheersen. Dit is vooral van belang bij stijgende rentepercentages omdat dan de rentekosten bij herfinanciering stijgen. De renterisiconorm houdt in, dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. Er mag dus maximaal 1/5 e deel van de langlopende schulden aan rentegevoeligheid onderhevig zijn. Conform de verwachting in de begroting is de renterisiconorm in 2020 overschreden, maar wel minder dan was geraamd. Hoewel het risico bij rentestijging zeker aanwezig is en we dat risico ook niet willen bagatelliseren, zegt de renterisiconorm niet alles. De overschrijding van de norm wordt voor een belangrijk deel veroorzaakt doordat er meer is afgelost op leningen dan was geraamd. En juist door een lager schuldrestant wordt een afnemend renterisico bereikt.

Rekening 2019

Renterisiconorm (bedragen x € 1.000)

1

Renteherzieningen

0

2

Aflossingen

10.895

3

Renterisico (1+2)

10.895

4a Begrotingstotaal

39.538

4b Percentage regeling

20%

4

7.908

Renterisiconorm (20% van het begrotingstotaal)

5a Ruimte onder de renterisiconorm (4>3) 2.987

5b Overschrijding van de renterisiconorm (3>4)

EMU-saldo Het Economische en Monetaire Unie (EMU)- saldo is het vorderingensaldo van de totale overheid (Rijk, decentrale overheden en premie gefinancierde sectoren zoals zorg en sociale zekerheid). Het EMU-tekort mag maximaal 3% van het Bruto Binnenlands Product (BBP) bedragen. Hiermee wil men voorkomen dat de overheidsfinanciën van de EMU-landen ontsporen. Zolang de uitkomst van onderstaand overzicht positief is, levert de gemeente geen bijdrage aan een (te) hoog Europees overheidstekort. Voor gemeenten worden op basis van begrotingstotalen individuele EMU-referentiewaarden berekend. Voor Reusel-De Mierden is de laatst bekende referentiewaarde (over 2021) berekend op € 1.292.000,-. In deze referentiewaarde is tevens het gemeentelijke aandeel in het EMU-saldo van gemeenschappelijke regelingen verdisconteerd. De referentiewaarde is dan ook geen norm, maar meer een indicator. Pas als nationaal blijkt dat gemeenten het plafond van het EMU-tekort gaan overschrijden, kan van gemeenten worden gevraagd het individuele EMU-tekort van de lopende begroting te verminderen.

19

EMU-saldo

Begroting 2020

Jaarrekening 2020

Omschrijving 1. Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c)

x € 1.000,-

x € 1.000,-

2.

Mutatie (im)materiële vaste activa

3.

Mutatie voorzieningen

4.

Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie)

5.

Verwachte boekwinst/verlies bij de verkoop van financiële vaste activa en (im)materiële vaste activa, alsmede de afwaardering van financiële vaste activa

Berekend EMU-saldo (=1+2+3-4+5)

20

-414

1.267

-1.501

-4.164

226

16

7.073

3.284

0

0

5.384

403

2.5. Verbonden partijen 2.5.1. Algemeen Een verbonden partij is een instelling buiten de eigen organisatie, waarin de gemeente een bestuurlijk en financieel belang heeft (Bbv, artikel 1). Met een zetel in het bestuur van een instelling of met stemrecht heeft de gemeente een ‘bestuurlijk belang’. Onder een ‘financieel belang’ wordt verstaan het ter beschikking stellen van middelen die de gemeente kwijtraakt bij faillissement van de verbonden partij of die bij financiële problemen van de verbonden partij op de gemeente verhaald kunnen worden. We kunnen een verbonden partij zien als één van de drie vormen waarmee gemeenten hun taken (laten) uitvoeren: door een eigen dienst, een commerciële partij of door een verbonden partij. Er kan een aantal redenen zijn waarom een gemeente samenwerkt met een verbonden partij. Bijvoorbeeld vanwege de mogelijkheden van spreiding van risico’s over de verschillende deelnemers of om een efficiëntere uitoefening van een wettelijke taak te realiseren. De gemeente blijft verantwoordelijk voor het realiseren van de beoogde doelstellingen in de programma’s. De raad dient hiervoor kaders te stellen en de verbonden partijen te controleren op de realisatie van de doelstellingen. Naast bovengenoemde taken is deze paragraaf belangrijk voor de raad vanwege de kosten en de financiële risico’s die de gemeente kan lopen met verbonden partijen. 2.5.2.

Onderscheid gemeenschappelijke regelingen, stichtingen en privaatrechtelijke verbondenheden Op een aantal gebieden is binnen de gemeente sprake van verbonden partijen. Het belangrijkste onderscheid dat daarbij gemaakt kan worden is dat tussen gemeenschappelijke regelingen, stichtingen en privaatrechtelijke verbondenheden. Bij gemeenschappelijke regelingen betaalt onze gemeente jaarlijks een bedrag voor exploitatiekosten van die gemeenschappelijke regeling naar rato van deelname in de regeling. Evenals bij stichtingen is bij de oprichting bijgedragen in de oprichtingskosten. Naar rato van de bijdragen loopt de gemeente Reusel-De Mierden risico in een eventueel liquidatiesaldo van een gemeenschappelijke regeling/stichting. Verder lopen wij het risico dat een andere partij, die deelneemt in een gemeenschappelijke regeling/stichting, uittreedt. Op dat moment zal die partij uittreedkosten moeten betalen die meestal bestaan uit kosten in de vorm van wachtgelden aan personeel. Voor de achterblijvende deelnemende partijen zal de bijdrage in de exploitatiekosten dan veelal stijgen, doordat algemene kosten, bijvoorbeeld overheadkosten, over minder deelnemers omgeslagen kunnen worden. Ook kan het draagvlak van een gemeenschappelijke regeling/stichting verminderen bij uittreding van een partner. Hiervan is sprake als bijvoorbeeld de gemeente Eindhoven uit de MRE zou stappen.

Een volgend risico is er voor ons wanneer wij zelf uit een gemeenschappelijke regeling stappen. Op dat moment zijn wij ook verplicht tot het betalen van de eerder genoemde kosten. Via de afvaardiging van leden in besturen van gemeenschappelijke regelingen kunnen risico’s beïnvloed worden. De stem van de gemeente is naar rato van de verhouding ten opzichte van het totaal aantal bestuursleden. Naast gemeenschappelijke regelingen/stichtingen heeft onze gemeente ook belangen in partijen op privaatrechtelijke grondslag. Het financiële risico van dit soort belangen is beperkt tot de waarde van de aandelen c.q. de geaccepteerde verantwoordelijkheid. 2.5.3. Overzicht verbonden partijen Hieronder volgt een overzicht van de verbonden partijen van onze gemeente. Naast het openbaar belang worden ook de relevante ontwikkelingen toegelicht.

21

Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang: Financieel belang:

Ontwikkelingen:

Risico’s: Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang:

Financieel belang:

Ontwikkelingen:

Risico’s:

Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma:

GGD Brabant-Zuidoost Eindhoven Programma 6: Sociaal Domein Programma 7: Volksgezondheid en milieu De gemeente is vertegenwoordigd in het algemeen bestuur. De GGD heeft tot doel een bijdrage te leveren aan de publieke gezondheidszorg (PG) en de ambulancezorg (AZ). Gemeentelijke bijdrage 2020: € 242.000 Eigen vermogen (1-1-2020 / 31-12-2020): € 2.864.000 € 4.420.000 Vreemd vermogen (1-1-2020 / 31-12-2020): € 14.879.000 € 30.835.000 Resultaat 2020: € 940.000 De belangrijkste ontwikkelingen waarmee de GGD te maken heeft gekregen in 2020 zijn:  Coronabestrijding (testen, broncontactonderzoek, vaccineren, informeren publiek en professionals);  Implementatie van het paraatheid- en spreidingsplan ambulancezorg;  Het borgen van publieke gezondheid in de omgevingsvisies en omgevingsplannen van gemeenten;  Programmatische aanpak voor preventie van suïcide- en depressie;  Optimaal inzetten van Jeugdgezondheidszorg (JGZ) als collectieve basisvoorziening in de jeugdzorgketen en in het sociale domein;  Integratie JGZ 0 – 4 binnen de GGD (per 1.1.2021 gerealiseerd);  Tekorten op de arbeidsmarkt van verpleegkundigen en artsen (extra inzet op werving en aantrekkelijk werkgeverschap);  Implementatie van het LEAN gedachtengoed (continu verbeteren) binnen de GGD;  Implementeren van zelforganisatie en tweelagenstructuur.

Kempisch Bedrijvenpark (KBP) Bladel Programma 3: Economie De gemeente is vertegenwoordigd in het algemeen bestuur en dagelijks bestuur. Het ontwikkelen en realiseren van een kwalitatief hoogwaardig en uit financieeleconomisch oogpunt aanvaardbaar bedrijvenpark gelegen binnen het rechtsgebied, binnen de door het bevoegd gezag te stellen ruimtelijke en andere publiekrechtelijke randvoorwaarden. Bovenstaande met inachtneming van de nader te formuleren sectorale doelstellingen en uitgangspunten. Gemeentelijke bijdrage 2020: €0 Eigen vermogen (1-1-2020 / 31-12-2020): € 10.588.000 € 11.683.000 Vreemd vermogen (1-1-2020 / 31-12-2020): € 19.500.000 € 21.100.000 Resultaat 2020* € 1.094.000 In 2020 is de uitgifte van bouwkavels vanwege corona achtergebleven bij de oorspronkelijke raming. Uiteindelijk is toch 4,6ha verkocht en geleverd in 2020. Vanaf de herfst 2020 is het tij echter weer gekeerd en is de interesse in de kavels toegenomen. Er is sprake van nieuwe belangstelling, met name uit sectoren die geen invloed van de coronacrisis ondervinden. Er staan eind 2020 diverse opties uit. Inmiddels eind 2020 62% van de 69 hectare verkocht. In 2020 is ook gestart met de verkoop van de tweede fase van de woonkavels, aan de burgemeester Gremstraat. 7 van de 15 kavels zijn verkocht en geleverd. Er is nog één kavel beschikbaar aan de burgemeester Swachtenstraat.

Uiterlijk op 1 januari 2023 worden alle kavels afgenomen door de ontwikkelaar. Het tempo van de uitgifte heeft beperkte invloed op het eindresultaat van de exploitatie. Er worden jaarlijks diverse scenario’s qua uitgiftetempo uitgewerkt. Deze eindigen allen ruim met een positief saldo. Doordat de rente erg laag is neemt de fiscale winst toe. Dit levert een hogere Vennootschapsbelastinglast op. In de nieuwe grondexploitatieberekeningen is rekening gehouden met deze hogere VPB last en blijkt het eindresultaat beperkt wordt beïnvloed. In de jaarrekening van KBP wordt dit nader toegelicht. De overige risico’s zijn beperkter in omvang en worden nader toegelicht in de jaarrekening van het KBP. Gemeenschappelijke Regeling Samenwerking Kempengemeenten (GRSK) Reusel Programma 0: Bestuur en ondersteuning Diverse programma’s voor programmakosten

22

Bestuurlijk belang: Openbaar belang:

Financieel belang:

De gemeente is vertegenwoordigd in het algemeen en dagelijks bestuur. De regeling wordt getroffen ter gezamenlijke behartiging van de afzonderlijke en gemeenschappelijke belangen van de colleges op het gebied van:  Informatie en communicatie technologie waaronder geografische informatievoorziening (SSC);  Werk, inkomen en zorg (MD);  Personeel & Organisatie (P&O);  Jeugdhulp (JH);  Vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). Gemeentelijke bijdrage 2020: € 3.239.000 Eigen vermogen (1-1-2020 / 31-12-2020): € 315.295 € 859.571 Vreemd vermogen (1-1-2020 / 31-12-2020): €0 €0 Resultaat 2020: € 459.572

Ontwikkelingen: Risico’s: Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang:

Financieel belang:

Ontwikkelingen:

Metropoolregio Eindhoven (MRE) Eindhoven Programma 0: Bestuur en ondersteuning Programma 3: Economie De gemeente is vertegenwoordigd in het algemeen bestuur. Samenwerkingsverband tussen 21 gemeenten in de regio Zuidoost-Brabant. Het takenpakket is vastgelegd in artikel 4 van de Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven. De kerntaken zijn strategische netwerksamenwerking op de thema’s economie, transitie landelijk gebied, energietransitie en mobiliteit. Tevens het fungeren als archiefbewaarplaats van de overgebrachte archieven van de overheidsorganen binnen de regio Zuidoost-Brabant, met uitzondering van de gemeente Gemert-Bakel. Gemeentelijke bijdrage 2020: € 183.000 Eigen vermogen (1-1-2020 / 31-12-2020): € 5.821.000 € 5.967.000 Vreemd vermogen (1-1-2020 / 31-12-2020): € 18.050.000 € 26.299.000 Resultaat 2020 (ingeschat resultaat): € 1.531.000 Algemeen  De uitbraak van COVID-19 speelt een grote rol in de huidige samenleving. Ook de werkzaamheden van de Metropoolregio Eindhoven worden hierdoor beïnvloed. Werknemers werken zoveel mogelijk vanuit huis, het publiekstoegankelijke deel is op het moment van deze rapportage gesloten, bijeenkomsten worden in digitale vorm gehouden.

Ondanks dit alles heeft de Metropoolregio Eindhoven alle werkzaamheden uit het Samenwerkingsakkoord kunnen uitvoeren en zijn de wettelijke verplichtingen in het kader van begroting en jaarrekening nagekomen. 

Er is een eindvonnis in het geschil tussen Attero en de Brabantse gewesten over de garantieplicht van aanlevering van brandbaar restafval over de jaren 2015januari 2017. Het NAI heeft geoordeeld dat, in tegenstelling tot de jaren 20112014, de Brabantse gewesten en gemeenten verplicht zijn een naheffing te betalen voor de minderlevering. De Metropoolregio Eindhoven heeft als contractpartner namens de 21 gemeenten uitvoering gegeven aan het financiële deel van het vonnis wat betrekking heeft op deze regio. Er is een procedure gestart bij het Gerechtshof om het vonnis te vernietigen. Wij wachten de uitkomst af.

Dienst Metropoolregio Eindhoven  Op meerdere momenten zijn in 2020 (digitale) bijeenkomsten georganiseerd waar gemeenten (raden en colleges) input konden leveren t.b.v. de realisatie van het Werkprogramma 2021. Na afronding van de zienswijzeprocedure hierop zal besluitvorming door het Algemeen Bestuur plaatvinden in de vergadering van 24 februari 2021. Dienst Regionaal Historisch Centrum Eindhoven (RHCe)  Het Algemeen Bestuur heeft op 16 december 2020 ingestemd met het toekomstperspectief RHCe: o De taken van het RHCe zoals deze uit wet- en regelgeving en de gemeenschappelijke regeling voortvloeien, worden onverkort voortgezet. o De huidige uitvoeringsactiviteiten, dienstverlening en werkwijze van het RHCe worden gecontinueerd.

23

o o

Risico’s:

Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang:

Financieel belang:

Ontwikkelingen:

De advisering aan gemeente, met name informatica en archivistiek, wordt geïntensiveerd. Met zusterinstellingen wordt samengewerkt ten voordele van dienstverlening aan gemeenten, instellingen en burgers.

Gulbergen  De erfpachtconstructie met Attero is per 21 december 2020 beëindigd. Vanaf deze datum heeft de Metropoolregio weer het volledige eigendom van het gebied Landgoed Gulbergen. Op basis van de nota Risicomanagement en weerstandsvermogen Metropoolregio Eindhoven (vastgesteld AB juli 2018) wordt bepaald wat de organisatie onder risicomanagement verstaat en welke uitgangspunten hierbij worden gehanteerd. Tevens is bepaald welke risico’s door de Metropoolregio Eindhoven worden gedragen en welke door de deelnemende gemeenten. Als uitwerking van de nota zijn voor de organisatie de risico’s in beeld gebracht, geclassificeerd en financieel inzichtelijk gemaakt. Jaarlijks worden bij het opstellen van de begroting en jaarrekening deze risico’s opnieuw beoordeeld. Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO) Eindhoven Programma 1: Veiligheid De gemeente is vertegenwoordigd in het algemeen bestuur. VRBZO is een organisatie waarin de brandweer, de geneeskundige hulpverleningsorganisatie in de regio (GHOR) en de regionale ambulancevoorziening (RAV) samenwerken om incidenten en rampen te voorkomen, te beperken en te bestrijden. VRBZO is een samenwerkingsverband tussen 21 gemeenten in de regio ZuidoostBrabant.

Gemeentelijke bijdrage 2020: € 802.000 Eigen vermogen (1-1-2020 / 31-12-2020): € 6.887.000 € 2.483.000 Vreemd vermogen (1-1-2020 / 31-12-2020): € 39.485.000 € 42.499.000 Resultaat 2020 (ingeschat resultaat): € 265.000 COVID-19 Corona zette dit jaar de hele wereld op z’n kop. Het betekende voor VRBZO een onverwachte uitdaging, omdat veiligheidsregio’s een grote rol hebben in het weer veilig maken en houden van de samenleving. De Coronacrisis in Nederland begon in februari en daarmee had deze ruim 10 maanden van 2020 een grote impact op de samenleving en onze organisatie. De crisisorganisatie ging 7 dagen per week aan de slag om de steeds veranderende omgeving van de benodigde informatie en middelen te voorzien. Veel collega’s verruilden hun reguliere taken voor het werk binnen de crisisorganisatie. Anderen zorgden ervoor dat het noodzakelijke reguliere werk van de collega’s zoveel mogelijk kon doorgaan. Daarnaast werd de GHOR tijdens de eerste golf verantwoordelijk voor het distributiecentrum ‘verspreiding beschermingsmiddelen’ dat werkte voor alle zorgverleners in heel Brabant. Na de eerste coronamelding versterkten we direct onze samenwerking met de GGD en de andere Brabantse regio’s. Al snel kwam daar de landelijke samenwerking en afstemming bij. Er waren veel partners betrokken bij het bestrijden van deze crisis. De samenwerking met hen was intensief.

Gemeenten, GGD, Defensie, Bevolkingszorg, OM, Politie, GHOR, Marchaussee; ieders inbreng was enorm belangrijk en noodzakelijk. Samen werkten we aan onder andere noodverordeningen, handhavingskaders, bewaken van de zorgcontinuïteit. Ook beantwoordden we nonstop vragen van ondernemers, bewoners en media. Na een korte adempauze in de zomerperiode kwam de tweede golf. De crisisorganisatie ging op volle sterkte weer aan de slag. Terwijl in het najaar een aantal keer nieuwe maatregelen werden doorgevoerd, werd ook de Tijdelijke wet maatregelen COVID-19 (Twm) voorbereid. De wet ging in op 1 december. Hoewel de veiligheidsregio en de voorzitter een andere rol kregen, besloten we een groot deel van de processen in stand te houden. De ernst van de situatie vroeg daarom, we wisten dat het zo goed werkte en het was belangrijk om in de regio uniformiteit uit te stralen. Eind 2020 kwam er langzaam zicht op de goedkeuring van enkele vaccins en een start van de vaccinaties. Hoewel dat enig perspectief gaf, eindigden we het jaar in een lockdown. De verwachting is dan ook dat deze crisis de organisatie nog ten minste de eerste helft van 2021 zal beheersen.

24

Vervolgtraject denktank rechtspositie brandweervrijwilligers Het Veiligheidsberaad, het ministerie van Justitie en Veiligheid (J&V) en de Brandweerkamer onderzoeken op welke wijze de brandweerorganisatie opnieuw kan worden vormgegeven, op zo'n manier dat er nadrukkelijk en fundamenteel verschil is tussen vrijwilligers en beroepskrachten. Dat is namelijk nodig vanuit juridisch oogpunt. In landelijk verband wordt bekeken hoe de brandweer hieraan invulling kan geven. Het was de bedoeling om dit traject voor de zomerperiode af te ronden. Het Veiligheidsberaad en de minister hebben echter samen besloten om, in verband met de Coronacrisis en de inzet van veiligheidsregio’s hierop, de werkzaamheden voor het traject rechtspositie brandweervrijwilligers op te schorten. Na afstemming met het Veiligheidsberaad informeert de minister de Kamer over de nieuwe planning. Visie 2025 Na de regionalisering breekt er een nieuwe fase aan voor veiligheidsregio’s. VRBZO ontwikkelt de komende jaren tot een hoogwaardige advies- en dienstverleningsorganisatie op het gebied van fysieke veiligheid en crisisbeheersing. Risicogericht, flexibel, professioneel en verbindend zijn daarin belangrijke begrippen. VRBZO wil investeren in netwerkmanagement, business intelligence en de professionaliteit van onze medewerkers om toegevoegde waarde te blijven leveren in een veeleisende maatschappij.

De Visie 2025 laat de thema’s en het pad zien aan de hand waarvan we deze volgende fase inzetten. Het proces rondom de Visie 2025 lag door de focus op de Coronacrisis korttijdig stil waardoor vertraging is ontstaan. Inmiddels is de Visie 2025 besproken tijdens de bestuursvergadering op 17 december. Aansluitend kunnen de burgemeesters de visie in het eerste kwartaal van 2021 met hun gemeenteraden bespreken. Indien gewenst biedt VRBZO ondersteuning bij uitleg van de visie en toelichting op beoogde uitwerkingen. VRBZO beoogt de Visie 2025 in april 2021 vast te laten stellen door het Algemeen Bestuur. Evaluatie Wet veiligheidsregio’s In de zomer van 2019 heeft de ministerraad ingestemd met de instelling van de Evaluatiecommissie Wet veiligheidsregio’s (Wvr). De evaluatiecommissie heeft tot taak de doeltreffendheid en de effecten van de Wvr en onderliggende regelgeving in de praktijk te onderzoeken en daarbij ook te bezien of de huidige wet bruikbaar is in het licht van actuele en toekomstige dreigingen, maatschappelijke ontwikkelingen en ontwikkelingen in de crisisbeheersing. De evaluatiecommissie heeft eind 2020 gerapporteerd aan de minister van J&V. De ontwikkelrichting in de Visie 2025 past bij de uitkomsten van de evaluatie.

Reorganisatie sector Incidentbestrijding De reorganisatie moet leiden tot een brandweerorganisatie die voldoet aan de huidige én toekomstige eisen op het gebied van kwaliteit, capaciteit en continuïteit. De reorganisatie heeft vooral betrekking op medewerkers van de sector Incidentbestrijding, uitgezonderd de vrijwilligers en de parate dienst. Het gaat dan om de medewerkers die werkzaam zijn als leidinggevende of in het werkgebied van preparatie zoals bijvoorbeeld trainen en oefenen, planvorming, facilitaire ondersteuning etc. De ontwikkeling past in de Visie 2025 waarin een toekomstbestendige organisatie een van de ontwikkelthema’s is. Het reorganisatieplan houdt rekening met het in 2020 vastgestelde sociaal statuut van VRBZO. De reorganisatie wordt voor de zomer 2021 afgerond. Overig  Tijdens de brand in de Deurnese Peel is de brandweer met ruim 40 personen volcontinu voor anderhalve week aan het werk geweest bij de grootste natuurbrand ooit in Nederland. Ook in de weken daarna laaide de brand op en zijn nog diverse eenheden bezig geweest met bluswerkzaamheden. Dit resulteert in ongeveer € 270.000 aan inzetkosten voor vergoedingen aan vrijwilligers en overuren van functionarissen. Ook waren er ruim € 60.000 kosten voor verbruikt materiaal, materiele schades en diverse facilitaire voorzieningen (catering e.d.).

 Medewerkers van de parate dienst van de brandweer die voor 2006 in dienst waren hebben recht op de overgangsregeling functioneel leeftijdsontslag (FLO). Deze overgangsregeling is de afgelopen jaren enkele malen herzien. Recent heeft er weer een aanpassing plaatsgevonden. Individuele veiligheidsregio’s hebben geen eigen beleidsvrijheid met betrekking tot deze regeling. Onderhandelingen vinden plaats op landelijk niveau vanuit de brandweerkamer van VNG. De meest recente wijziging zorgt ervoor dat de kosten voor onze organisatie vanaf 2020 sterk stijgen, om daarna weer te dalen. Om die reden heeft de adviescommissie financiën en bedrijfsvoering geadviseerd een

25

Risico’s:

Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang:

Financieel belang:

3.437Ontwikkelingen:

voorziening FLO in te stellen, waaruit we de incidentele meerkosten kunnen opvangen. Eind 2020 bedraagt de voorziening € 4.237.000.  Investeringen in dienstvoertuigen en hoogwerkers zijn vertraagd door langer dan verwachte aanbestedingslooptijden en leveringstijden. Investeringen in huisvesting en redgereedschap zijn uitgesteld. Hierdoor is het investeringsprogramma in 2020 niet volledig gerealiseerd. In de paragraaf Risicobeheersing en weerstandsvermogen van de Begroting 2020 zijn de risico’s en de bijbehorende weerstandcapaciteit benoemd. In het jaarverslag 2020 is deze paragraaf geactualiseerd. Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB) Eindhoven Programma 7: Volksgezondheid en milieu De gemeente is vertegenwoordigd in het algemeen bestuur. De Omgevingsdienst is ingesteld om ten behoeve van de deelnemers taken uit te voeren op het gebied van het omgevingsrecht en daarmee als uitvoeringsdienst van het lokaal en provinciaal bestuur een bijdrage te leveren aan het realiseren en borgen van de door de verantwoordelijke overheden in de regio Zuidoost-Brabant aangegeven kwaliteit van de fysieke leefomgeving (zie artikel 2 lid 3 van de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant 2015).

Gemeentelijke bijdrage 2020: € 430.000 Eigen vermogen (1-1-2020 / 31-12-2020): € 2.429.000 € 2.429.000 Vreemd vermogen (1-1-2020 / 31-12-2020): € 3.437.000 € 4.523.000 Resultaat 2020: € 354.000 

Het ROK (Regionaal Operationeel Kader) handhaving en toezicht en het ROK vergunningverlening zijn inmiddels vastgesteld door het Algemeen Bestuur. De implementatie van het ROK is in gang gezet en er zijn financiële kaders opgesteld. Een verdere professionalisering volgt in 2021. Hiertoe is een klankbordgroep met onze deelnemers opgericht. De ODZOB gaat voor alle gemeenten het ROK-VV toepassen bij het beoordelen van vergunningen en meldingen voor het onderdeel milieu. De inwerkingtreding van de Omgevingswet is verschoven naar 1-7-2022, maar verder uitstel kan niet worden uitgesloten. De nieuwe wet leidt tot een stelselherziening met een grote impact op de bevoegde gezagen en organisaties die bij de wet betrokken zijn. Dit vraagt om regionale afstemming en samenwerking; vandaar dat de ODZOB zich samen optrekt met haar deelnemers en de andere gemeenschappelijke regelingen (MRE, GGD en VRBZO). Het ODZOB-programma Omgevingswet heeft enige vertraging opgelopen door de verschuiving van de aanvangsdatum van de nieuwe wet. Met name de opleidingsactiviteiten verschuiven naar 2021. In 2020 is, in samenwerking een grote groep deelnemers en enkele ketenpartners, een succesvol aanbestedingstraject doorlopen voor een nieuwe VTH-applicatie. De implementatie hiervan heeft vertraging opgelopen wegens het uitstel van de start van de Omgevingswet.

Het Klimaatakkoord van Parijs heeft een grote impact op de activiteiten van de ODZOB, onder andere door toezicht op energiebesparing bij controles en door invulling te geven aan de uitvoering van de RES (Regionale Energiestrategie). Onze toezichthouders zijn inmiddels bekend met de informatieplicht van bedrijven die hiermee gepaard gaat. Enkele duizenden bedrijven zijn aangeschreven op hun mogelijke informatieplicht. Het aantal informatie-plichtige bedrijven bleek lager te liggen dan werd ingeschat. Door de Corona-maatregelen is er een achterstand ontstaan in de uit te voeren controles. Bedrijven weten de ODZOB steeds beter te vinden als het gaat om het inwinnen van adviezen. Het nieuwe provinciale bestuursakkoord en de Interim Omgevingsverordening (IOV) heeft grote impact op de zorgvuldige duurzame veehouderij. De taskforce transitie veehouderij, waarin ook de ODZOB vertegenwoordigd is, heeft een herijking van het eerder opgestelde maatregelenpakket uitgevoerd. In afstemming met de andere 2 Brabantse omgevingsdiensten zullen de gevolgen hiervan in 2021 aan het Algemeen Bestuur worden voorgelegd. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet verschuift een deel van de bevoegdheden die nu bij de provincie liggen naar de gemeenten. De ODZOB zorgt samen met de deelnemers ervoor dat ze goed voorbereid zijn op de uitvoering van de bodemtaken onder de Omgevingswet.

In 2020 is een regionaal projectplan opgesteld dat deze transitie gaat ondersteunen. Bij de uitvoering van het takenpakket streeft de ODZOB voortdurend naar

26

Risico’s:

Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang: Financieel belang:

kwaliteitsverbetering en verdere efficiency in gezamenlijkheid met de deelnemers. Onder de noemer ‘staat van het mandaat’ is in 2020 een belangrijke stap gezet door mandaat en machtiging van deelnemers naar de ODZOB in 3 varianten uit te werken. Tevens is een aanvang gemaakt met het in beeld brengen van concrete efficiencymaatregelen. Target voor 2021 is 1% en voor 2022 aanvullend 2%. Ten behoeve van Ontwerpbegroting 2022 en jaarrekening 2020 zijn de risico’s opnieuw geïnventariseerd. Uit deze inventarisatie blijkt dat de verwachtingswaarde van de risico’s € 1.802.000 bedraagt. Van bovengenoemde risico’s betreft € 136.000 het risico op verlaging van baten als gevolg van mogelijke bezuinigingen bij deelnemers. Aangezien dit laatste risico meer in de invloedsfeer van de deelnemers dan van de ODZOB ligt, is besloten dit risico niet af te dekken. Het restant bedrag van € 1.666.000 wordt afgedekt door de algemene reserve van de ODZOB, welke ultimo 2020 € 1.760.414 bedraagt.

KempenPlus Bladel Programma 6: Sociaal domein De gemeente is vertegenwoordigd in het bestuur Uitvoering Participatiewet Gemeentelijke bijdrage 2020: Eigen vermogen (1-1-2019 / 31-12-2019) *: Vreemd vermogen (1-1-2019 / 31-12-2019) *: Resultaat 2020 *: Door het afhandelen van de fraudezaak is de jaarrekening 2020 van KempenPlus nog niet opgesteld/vastgesteld.

€ 3.461.000 € 18.610.363 € 940.239 €

€ 7.169.833 € 822.045 ?

Ontwikkelingen: Risico’s: Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang:

Financieel belang:

Ontwikkelingen:

Stichting Regionaal Bureau Inkoop en aanbestedingen Zuidoost Brabant (Bizob) Oirschot Programma 0: Bestuur en ondersteuning De gemeente is vertegenwoordigd in de Vergadering van Aangeslotenen. Bizob is de partner voor inkoop en contractmanagement voor ruim 30 gemeenten en publieke instellingen. In nauwe samenwerking met de aangesloten partijen regelt Bizob inkoop, aanbestedingen, contractmanagement en – beheer voor het sociaal domein, openbare ruimte, bedrijfsvoering en ICT. Gemeentelijke bijdrage 2020: € 78.000 Eigen vermogen (1-1-2020 / 31-12-2020): € 868.000 € 975.000 Vreemd vermogen (1-1-2020 / 31-12-2020): € 945.000 € 886.000 Resultaat 2020 (concept jaarrekening 2020) € 569.000 Ook op het gebied van inkoop en contractmanagement was de impact van het coronavirus merkbaar. Om ervoor te zorgen dat we zo min mogelijk economische schade zouden oplopen, streefde Bizob ernaar lopende aanbestedingen zo goed mogelijk doorgang te laten vinden en nieuwe trajecten op te starten. Hiervoor richtte Bizob, vrijwel meteen na het ingaan van de coronamaatregelen een Corona Taskforce in. Alle corona gerelateerde vragen werden via de bekende concerninkoper of contractmanager doorgespeeld naar deze Taskforce. Ook de vragen vanuit ondernemers werden centraal opgepakt. Zo ontstond er één punt voor vraag en antwoord over inkoop en corona.

Daarnaast onderzocht Bizob of we door middel van inkoop en contractmanagement risico’s in de toekomst kunnen verminderen. Welke kansen zijn er om de economische impact van verstoringen (bijvoorbeeld door een pandemie) te beperken? In een position paper is beschreven hoe inkoopactiviteiten binnen de publieke sector een grote bijdrage kunnen leveren om meer weerbaar en sterker uit de economische crisis te komen. Naast corona gerelateerde zaken, ging ook de standaard bedrijfsvoering binnen Bizob door. Vanuit de ruim 50 ‘thuiswerk’ kantoren werkten we samen met onze aangesloten organisaties aan ruim 416 doorlopen aanbestedingstrajecten. Daarbij blijft Bizob hoog inzetten op collectieve inkoop en contractbeheer, want samen kunnen we veel voordelen behalen en inkoopkosten reduceren. Ook duurzaamheid staat bij Bizob, net als in vele coalitieakkoorden hoog op de ambitieladder. In 2020 werd in meer dan de helft van de aanbestedingen social return toegepast en in 93% werd er rekening gehouden met het milieu (o.a. circulaire inkoop). Om de positie van het lokale en

27

Risico’s:

Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang:

Financieel belang:

Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang: Financieel belang:

regionale MKB te verbeteren heeft Bizob in 2020 verder invulling gegeven aan de 18 punten uit de intentieverklaring “Samenwerking bouw en gemeenten: ieder draagt zijn steentje bij”. Ook werd meer dan twee derde van de aanbestedingen die door Bizob zijn begeleid, gegund aan het MKB en ruim 60 procent aan lokale of regionale bedrijven. De aangesloten gemeenten zijn aansprakelijk voor eventuele exploitatie tekorten.

NV Bank Nederlandsche Gemeenten (BNG) Den Haag Programma 0: Bestuur en ondersteuning Aandeelhouder (zeer beperkt aandeel) De BNG is de bank van en voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. De bank draagt duurzaam bij aan het laag houden van de kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger. Gemeentelijke bijdrage 2020: €0 Eigen vermogen (1-1-2020 / 31-12-2020): € 4.887 mln. € 5.097 mln. Vreemd vermogen (1-1-2020 / 31-12-2020): € 144.802 mln. € 155.262 mln. Resultaat 2020: € 221 mln.

NV Brabant Water ‘s-Hertogenbosch Raakt diverse programma’s Aandeelhouder (zeer beperkt aandeel) Het leveren van water en het in stand houden van de benodigde infrastructuur om water te distribueren. Gemeentelijke bijdrage 2020: €0 Eigen vermogen (1-1-2020 / 31-12-2020) *): € € Vreemd vermogen (1-1-2020 / 31-12-2020) *): € € Resultaat 2020: € nog onbekend Gegevens over 2020 zijn nog niet bekend.

Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang:

Financieel belang:

Belgisch Nederlands Grensoverleg (BeNeGo) Baarle Hertog Programma 0: Bestuur en ondersteuning De gemeente is vertegenwoordigd in het algemeen bestuur. Het bevorderen van grensoverschrijdend overleg en de grensoverschrijdende samenwerking tussen de deelnemende gemeenten en het behartigen van de gemeenschappelijke belangen van de deelnemende gemeenten. Gemeentelijke bijdrage 2020: € Eigen vermogen (1-1-2020 / 31-12-2020): € niet bekend € niet bekend Vreemd vermogen (1-1-2020 / 31-12-2020): € niet bekend € niet bekend Resultaat 2020: € niet bekend

Ontwikkelingen: Risico’s:

28

2.6. Onderhoud kapitaalgoederen

2.6.1. Algemeen Het onderhoud van kapitaalgoederen legt een relatief fors beslag op de gemeentelijke middelen. Het is van belang om inzicht te hebben in de beleidskaders omtrent dat onderhoud. Die beleidskaders zijn er zowel inhoudelijk als financieel-administratief. Inhoudelijk gaat het dan bijvoorbeeld om het vastgestelde onderhoudsniveau. Dit is het eindresultaat van enerzijds de kwaliteit die we voor ogen hebben en anderzijds de budgettaire mogelijkheden. Er is ook een financieel beleidskader. Dat gaat over de mate waarin financiële ruimte wordt gecreëerd voor onderhoud en vervanging van kapitaalgoederen. Hiervoor gelden de volgende ‘spelregels’. Alle vaste activa worden tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs geactiveerd. Uitzonderingen zijn:  investeringen in de openbare ruimte die via de grondexploitatie worden verhaald;  kunstvoorwerpen met een historische waarde;  indien er sprake is van een ideaalcomplex (aanschaf en afstoot zijn in een zodanig ritme dat elk jaar hetzelfde bedrag wordt besteed). De laatste twee uitzonderingen doen zich binnen onze gemeente niet voor. Op vaste activa met een beperkte levensduur wordt jaarlijks afgeschreven volgens een stelsel dat is afgestemd op de toekomstige gebruiksduur. Een uitzondering hierop is de afschrijvingsduur van immateriële vaste activa (bijvoorbeeld een bestemmingsplan).

Deze worden incidenteel ten laste gebracht van de exploitatie. Het beleid rond afschrijving is vastgelegd in een beleidsnota. In de Nota reserves, voorzieningen en afschrijvingsbeleid 2020 zijn de volgende afschrijvingstermijnen opgenomen: Soort investering

Termijn in jaren

 Gebouwen (permanent)  Gebouwen (semipermanent)  Inrichting

40 15 15

 Technische installaties (waaronder pompen/gemalen drukriolering)  Straatverlichting: masten

15

 Straatverlichting: armaturen

20

 Straatmeubilair  Speeltoestellen, sportattributen

25 15

40

Soort investering

 Machines  Vervoermiddelen  Kunststof (gras)velden/banen: ondergrond  Kunststof (gras)velden/banen: toplaag  Riolering (excl. pompen/gemalen drukriolering)  Wegen (aanleg, reconstructie) waterkundige werken  Hardware  Software

Termijn in jaren 10 10 40 20 50 40 4 6

2.6.2. Wegen en verkeer In 2017 is door de raad het ‘Wegenbeleidsplan 2018-2027’ vastgesteld. Onze gemeente hanteert in lijn met de wettelijke en maatschappelijke verplichtingen een sobere doch doelmatige kwaliteitsnorm voor haar wegbeheer met een gezonde balans in kwaliteit en kosten. De kwaliteitsnorm van de gemeente sluit hierbij 1 op 1 aan op kwaliteitsniveau C van de CROW publicatie 288. Daarbij sturen we op het beheersen van risico’s (veiligheid en kapitaalvernietiging) van het gehele wegenareaal en maken geen differentiatie in wegtypen of gebieden. Het wegenbeheerplan bevat de onderhoudscijfers voor een looptijd van 10 jaren, waarbij de eerste 5 jaren meer gespecificeerd zijn berekend. Voor de dotatie aan de onderhoudsvoorziening wegen hebben we ons gebaseerd op de ramingen voor de eerste 5 jaren van het plan (t/m 2022), hetgeen neerkomt op een dotatie van € 345.000 (excl. Inflatiecorrectie). Voor laatste 5 jaren (2023 t/m 2027) van het plan is de dotatie berekend op € 472.500,- per jaar, maar daar moet bij worden aangetekend dat voor 2023 een actualisatie van het onderhoudsplan is voorzien, waarop de dotaties aangepast moeten worden. De gekozen werkwijze heeft geleid tot een opmerking van de provincie bij de toetsing van de begroting 2020-2023 omdat daarin voor het jaar 2023 een dotatie aan de onderhoudsvoorziening is opgenomen die niet in overeenstemming is 29

met het onderhoudsplan. De accountant moet zich bij de controle van de jaarrekening een oordeel vormen over de toereikendheid van de onderhoudsvoorziening. Kijkend naar de looptijd van het onderhoudsplan zou dat niet het geval zijn. Echter op basis van een letterlijke interpretatie van de Notitie materiële vaste activa van de commissie Bbv van december 2017, hoeft de scope niet verder te gaan dan de 4 jaren van de meerjarenbegroting. Inmiddels kan uit de begroting opgemaakt worden dat vanaf 2023 de verhoogde dotaties aan de voorziening structureel zijn geraamd. Op basis van de stand van de voorziening is er geen aanleiding te veronderstellen dat de voorziening de komende jaren ontoereikend zal zijn. 2.6.3. Gebouwen Op 5 november 2019 is het beheerplan gebouwen 2019-2022 vastgesteld en zijn de onderhoudsbudgetten in overeenstemming gebracht met dat beheerplan. Vanaf 2014 wordt gewerkt met een onderhoudsvoorziening voor gebouwen, waarin de stortingen plaatsvinden op basis van het vastgestelde beheerplan. Deze werkwijze wordt gecontinueerd. Naast de onderhoudsvoorziening is er –op basis van het Bbv– ook een voorziening voor achterstallig onderhoud gevormd. Onder deze voorziening vallen alle elementen die in de meerjarenonderhoudsplanning 2019-2033 als “achterstallig onderhoud” zijn aangemerkt.

Het achterstallig onderhoud moet binnen 4 jaren worden, dus uiterlijk in 2023, worden ingelopen. 2.6.4. Riolering en watertaken In december 2016 heeft de gemeenteraad het VGRP (Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2017-2021) vastgesteld. In het VGRP zijn beleid en bijbehorende middelen opgenomen, waarmee we de taken uitvoeren. Speerpunt in de planperiode is inzicht krijgen in de kwaliteit van ons areaal, eind 2019 is ca. 80-85% van het areaal geïnspecteerd. De inspecties zijn vanaf 2016 ook beoordeeld en waar nodig hersteld. Uit het Kallisto-onderzoek is gebleken dat de bijdrage vanuit de waterketen op de kwaliteit van het ontvangende oppervlaktewater zeer gering is. Voor de Kaderrichtlijn Water zullen daarom geen maatregelen worden genomen. Voor de wateroverlast bij hevige neerslag ter plaatse van De Reusel wordt samen met Waterschap De Dommel een oplossing gezocht. De middelen voor de KRW worden daarvoor ingezet omdat ze impliciet een bijdrage leveren aan de waterkwaliteit. Door invoering van de wet DPRA (DeltaPlan Ruimtelijke Adaptatie) hebben we de verplichte Klimaatstresstest als eerste van de zeven stappen uitgevoerd. 2.6.5. Openbare verlichting In 2018 is het beleidsplan Openbare Verlichting 2018-2030 vastgesteld. Uitgangspunt voor de openbare verlichting is behoud van kwaliteit en waar mogelijk verbetering. Toepassing van duurzame materialen is vanzelfsprekend.

Het streven is om in 2030 te voldoen aan de doelstelling uit het Energieakkoord. Bij herinrichting, reconstructie en nieuwe ontwikkelingen worden oude lichtmasten en armaturen vervangen en de verlichtingskwaliteit conform de richtlijnen gerealiseerd. Daarbij is het plan om een inhaalslag te maken in de vervangingsachterstand bij masten en armaturen waarvan de theoretische levensduur ruimschoots is overschreden. Een integrale aanpak vormt de basis voor de uitvoeringsplannen. 2.6.6. Groenvoorziening In 2012 heeft de gemeenteraad met betrekking tot het beheer van het openbaar groen op basis van het Beleidsplan Groen en Verzorging scenario 2 ‘Sober, en genuanceerde kwaliteit’ vastgesteld. Per structuurelement is de kwaliteit gespecificeerd als volgt:  Centra: hoog  Hoofdwegen en woongebieden: basis  Bedrijventerreinen en buitengebied: laag In 2019 is het areaal met bijbehorende budgetten op basis van dit beleid geactualiseerd. In 2021 zal er nieuw beleid op groen worden geformuleerd.

30

2.7. Grondbeleid 2.7.1. Algemeen Het grondbeleid heeft invloed op en samenhang met de realisatie van beleidsvoornemens op het terrein van ruimtelijke ordening en volkshuisvesting, verkeer en vervoer en de economische structuur. Daarnaast heeft het grondbeleid een grote financiële impact. De eventuele baten, maar vooral de financiële risico’s zijn van belang voor de algemene financiële positie van de gemeente. Grondbeleid richt zich op exploitatiegebieden voor het bouwen van woningen en bedrijven. Deze paragraaf geeft hoofdzakelijk de stand van zaken en (toekomstige) ontwikkelingen weer van de bouwgrondexploitaties. In de ‘Nota Grondbeleid 2013’ zijn de beleidsuitgangspunten voor het te voeren grondbeleid binnen de gemeente Reusel-De Mierden geformuleerd. Deze uitgangspunten vormen samen een integraal beleidskader voor een verbetering van de beheersing en onderlinge afstemming van de verschillende binnen het grondexploitatieproces te onderkennen uitvoeringstrajecten. De gemeente bepaalt middels haar beleid wat, wanneer en waar gebouwd kan worden. De gemeente wil regie op ontwikkeling voeren om haar ruimtelijke doelstellingen te realiseren. De gemeente kan op verschillende manieren invulling geven aan deze rol. Denk hierbij aan actief grondbeleid, passief grondbeleid en vele tussenvormen hierin.

Afhankelijk van de economische uitvoerbaarheid van een ontwikkeling en de mogelijke risico’s, maakt de gemeente per locatie / deelgebied een keuze voor het type grondbeleid. In het tweede kwartaal van 2021 gaat er een geactualiseerde nota grondbeleid worden aangeboden aan de gemeenteraad ter vaststelling. In alle woonkernen zijn de afgelopen jaren volop bouwmogelijkheden gecreëerd. De gemeente heeft diverse uitbreidingslocaties voor woningbouw, zijnde Molen Akkers en Den Horst in Reusel, De Leeuwerik in Hooge Mierde, De Hasselt-II in Lage Mierde en Kerkekkers in Hulsel. In het plan Kerkekkers worden de laatste 6 woningen die in aanbouw zijn in het eerste halfjaar van 2021 opgeleverd. Inmiddels is er voor Hulsel een nieuwe uitbreidingslocatie beschikbaar. Het gaat om het bestemmingsplan Stedelijk gebied woningbouwlocatie Hulsel (voormalig voetbalveld). Voor de grondexploitatie krijgt dit plan de naam ’t Kantje te Hulsel. De plan wordt in twee fases gebouwd. In de eerste fase worden 14 kavels verkocht. Deze kavels gaan via loting uitgegeven worden. De uitgifte vind plaats in het tweede kwartaal van 2021. De start van de bouw wordt begin 2022 verwacht. Voor bedrijven kennen we lokaal het exploitatieplan Kleine Hoeven in Reusel en regionaal het Kempisch Bedrijven Park (KBP). 2.7.2.

Beleidskaders grondbeleid De ruimte voor het voeren van een daar waar mogelijk actief grondbeleid wordt bepaald door een aantal wetten en beleidskaders. De belangrijkste wetten zijn:  de Wet ruimtelijke ordening (Wro);  de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg);  de Onteigeningswet;  de Pachtwet. De belangrijkste beleidskaders worden gevormd door:  Interim omgevingsverordening Noord-Brabant;  de Structuurvisie ruimtelijke ordening van de Provincie Noord-Brabant;  het regionaal Woningbouwprogramma;  de gemeentelijke omgevingsvisie;  de op 17 december 2017 vastgestelde gemeentelijke woonvisie 2018-2023;  de Nota Grondbeleid 2013, vastgesteld door de raad op 11 juni 2013;  de regionale visie detailhandel De Kempen (2015);  Uitvoeringsprogramma Kempische Visie Bedrijventerreinen (2014). 2.7.3. Financieel kader Het financiële kader wordt gevormd door de richtlijnen die door het Rijk en de provincie zijn opgelegd en de eigen kaders van de gemeente. De door het Rijk opgelegde richtlijnen zijn gebaseerd op het Bbv. Het Bbv kent een driedeling als het gaat om de rubricering van gronden. Deze driedeling bestaat uit: 1. bouwgronden in exploitatie; 2. materiële vaste activa; 3. faciliterend grondbeleid. 31

ad. 1: Bouwgronden in exploitatie (BIE) Voortaan is het startpunt van een Bouwgrond in exploitatie (BIE) het raadsbesluit met de vaststelling van het grondexploitatiecomplex, inclusief grondexploitatiebegroting. Vanaf dat moment wordt de BIE geopend en kunnen kosten worden geactiveerd en bijgeschreven op de voorraadpositie op de balans. ad. 2: Materiële vaste activa Gronden die in de toekomst getransformeerd gaan worden naar bouwrijpe grond maar waarvoor nog geen grondexploitatiebegroting is vastgesteld, worden als materieel vast actief aangemerkt en verantwoord. ad. 3: Faciliterend grondbeleid Bij gronden die in bezit zijn van een private partij waarbij deze grond wordt ontwikkeld door deze private partij is er sprake van faciliterend grondbeleid. De gemeente treedt in deze gevallen op als overheid die de plannen van private partijen faciliteert als daarvoor een bestemmingswijziging noodzakelijk is. Bouwgrondexploitaties Jaarlijks geven wij in het kader van de jaarrekening een toelichting op de financiële positie van de ‘grondexploitatie-activiteiten’ per 31 december van het afgesloten boekjaar. Dit gebeurt op basis van de meest actuele grondexploitatieberekeningen van de complexen en de tot deze datum gerealiseerde inkomsten en uitgaven.

Het financiële kader is van belang voor:  jaarlijkse prognoses grondexploitatie;  winstnemingen grondexploitaties;  het afdekken van de financiële risico’s. Tussentijdse winstneming Bij het stelsel van baten en lasten zoals geformuleerd in het Bbv zijn het toerekeningbeginsel, het voorzichtigheidsbeginsel en het realisatiebeginsel essentiële uitgangspunten. Baten en lasten -en het daaruit vloeiende resultaat- moeten worden toegerekend aan de periode waarin deze zijn gerealiseerd. Bij meerjarige projecten betekent dit dat (de verwachte) winst niet pas aan het eind van het project als gerealiseerd moet worden beschouwd maar dat deze naar rato van de voortgang van het project tussentijds moet worden genomen. Voor de projecten Molenakkers, Kerkekkers en het plan Hasselt hebben we in 2020 tussentijd winst kunnen nemen. Het plan Den Horst is in 2020 afgerond met een winst van € 133.053,-. Voor de geactualiseerde grondexploitaties zijn de volgende parameters gehanteerd: Parameter Gehanteerd Inflatiecorrectie Voor de kosten hanteren we een inflatiecorrectie van 2% per jaar. Voor de opbrengsten hanteren we voor Kleine Hoeven, vanuit het voorzichtigheidsprincipe, geen inflatiecorrectie. Voor de woningbouwlocaties hanteren we een inflatiecorrectie van 1% voor de opbrengsten (vanaf het boekjaar 2022) tenzij er contractuele afspraken liggen onder de opbrengsten.

In dat geval wordt de contractwaarde opgenomen in de grondexploitatie. Rente Voor 2020 en verder 0,37% van de boekwaarde. Fasering Er is rekening gehouden met een reële fasering in tijd op basis van de woningbouwbehoefte per kern gebaseerd op migratiesaldo 0. Resultaat Gebaseerd op eindwaarde. Kosten Alle kosten zijn gebaseerd op geactualiseerde kostenramingen per februari 2021 met als prijspeil 2021. Voor het bepalen van de kosten in de grondexploitatie zijn er door de vakafdeling kostenramingen gemaakt. Deze kostenramingen zijn gebaseerd op de hoeveelheden die voortvloeien uit inrichtingstekeningen behorende bij de desbetreffende grondexploitatie. De fasering van de werkzaamheden en de kosten in de verschillende jaarschijven zijn gekoppeld aan de verwachte uitgifte van grond per fase. Opbrengsten Ten aanzien van de geraamde nog te realiseren opbrengsten heeft het college gronduitgifte op basis van de nota Grondbeleid 2013 de volgende uitgangspunten woningbouw gehanteerd: De basisgrondprijs bedraagt € 295,- per m² voor de kern Reusel en € 275,- per m² voor de overige kernen. De uitgifte in de verschillende jaarschijven vloeit voort uit het woningbouwprogramma welke door het college is vastgesteld. Hierbij wordt ook rekening gehouden met afspraken welke voortvloeien uit

32

Opbrengsten bedrijventerrein

Disconteringsvoet

uitgiftecontracten. Bij kavels groter dan 750m² en kleiner dan 1.250 m² wordt rekening gehouden met een grondopbrengst van 50% van de basisgrondprijs. In 2021 is een nieuwe nota grondbeleid vastgesteld. Voor de opbrengst van de gronden voor het bedrijventerrein Kleine Hoeven zijn de volgende grondprijzen aangehouden:  € 202,50 per m2 voor de kavels aan de rotonde;  € 180,- per m2 voor de percelen aan de Hoeven;  € 162,- per m2 voor de percelen aan de Hamelendijk;  € 157,50 per m2 voor percelen die grenzen aan de percelen op de zichtlocaties aan de Hamelendijk en de Hoeven;  € 148,50 per m2 voor percelen die aan bovenstaande percelen grenzen;  € 135,- per m² voor percelen gelegen in het meest oostelijke gelegen deel. De disconteringsvoet die is gehanteerd in de berekening van de contante waarde ten behoeve van het treffen van een verliesvoorziening voor negatieve grondexploitaties is voor alle gemeenten gelijk gesteld aan het maximale meerjarig streefpercentage van het Europese Centrale Bank voor de inflatie binnen de Eurozone (voor 2020: 2,0%).

Vennootschapsbelasting voor grondexploitatie Voor het onderdeel grondexploitatie is bij de uitwerking van de Vennootschapsbelasting (Vpb)-plicht voor gemeenten de afbakening van het begrip grondexploitaties en de kosten die hieraan worden toegerekend lang onduidelijk geweest. Op basis van de huidige gegevens is voor onze gemeente op dit moment geen sprake van winstverwachting voor de totale grondexploitaties, waardoor er voor de grondexploitaties geen Vpb afgedragen behoeft te worden. Dit is afgestemd met de Belastingdienst. De winstgevendheid van de grondexploitaties als geheel zal voortdurend moeten worden bezien, want de kans bestaat dat parameters dusdanig veranderen (in positieve zin) dat daarmee wel Vpb-plicht kan gaan ontstaan. 2.7.4. Bedrijventerreinen Bedrijventerrein Kleine Hoeven Reusel In 2020 zijn er in totaal 6 kavels verkocht en geleverd waarbij 1,2 hectare grond is uitgegeven. De hiermee gepaard gaande opbrengsten bedroegen € 1.836.122,-. In totaal is er nog 6,3 hectare grond uit te geven. Voor de toekomstig te maken kosten hebben we een herberekening gedaan, kijkende naar welke werkzaamheden we nog verwachten. Daarnaast is de rekenrente verlaagd. Per saldo kan de verliesvoorziening verlaagd worden met een bedrag van € 87.719,-. De totale verliesvoorziening komt daarmee uit op € 12,498 miljoen.

Kempisch Bedrijven Park Het jaar 2020 was een bijzonder jaar voor het Kempisch Bedrijvenpark. Het jaar startte positief, met diverse opties en concrete bouwplannen. De economische situatie was gunstig en de uitgifteplanning was goed. Helaas werd deze economische situatie als gevolg van Covid-19 onzeker. Dit heeft geleid tot uitstel van investeringen bij bedrijven en het intrekken van opties. Vanaf de herfst 2020 is het tij echter weer gekeerd en is de interesse in de kavels weer toegenomen. Er is sprake van nieuwe belangstelling, met name uit sectoren die geen invloed van de coronacrisis ondervinden. Er staan eind 2020 diverse opties uit. Inmiddels is 62% van de 69 hectare verkocht. De raming van uitgifte van kavels in 2020 was conform de grondexploitatie 2020 gesteld op 7,2 ha. Die raming is uiteindelijk niet gehaald. Bij de Tussentijdse Rapportage 2020 werd de begroting aangepast en de uitgifteplanning bijgesteld naar 4,6 ha. In totaal is in 2020 4,6 ha daadwerkelijk geleverd. De gemiddelde uitgifte in de afgelopen zeven jaren is 4,7 ha per jaar. 2.7.5. Woningbouw Hart van Reusel In 2020 zijn een aantal belangrijke besluiten genomen over het centrumplan van Reusel.

Over de toekomstige verkeerskundige situatie is een besluit genomen door de gemeenteraad en het college heeft besloten een koop-ontwikkelovereenkomst te sluiten met een ontwikkelcombinatie voor de Markt Zuid en Noord. Daarnaast is de uitwerking van de openbare ruimte een stap verder gebracht en zijn er diverse informatiebijeenkomsten geweest. De verliesvoorziening voor het Hart van Reusel kan worden verlaagd met een bedrag van € 22.076,-. De opbrengsten voor de Markt Zuid en Noord vallen enigszins hoger uit dan begroot. Daarentegen hebben we 33

de verwachte planschade verhoogd op basis van de planschaderisicoanalyse die heeft plaats gevonden. De totale verliesvoorziening komt daarmee op € 1.987.531,-. Kerkekkers Hulsel Alle kavels in het plan Kerkekkers zijn verkocht. De laatste woningen worden in 2021 opgeleverd. Het woonrijpmaken is in 2019 afgerond met uitzondering van het gedeelte waar de laatste 6 kavels die opgeleverd gaan worden. De laatste werkzaamheden in de openbare ruimte kunnen dan worden afgewerkt. Voor het plan Kerkekkers is reeds een bedrag van € 725.875,- winst genomen. Volgens de methode van tussentijds winstnemen moeten we in 2020 een winst nemen van € 2.470,-. Het totaal aan tussentijds genomen winst komt daarmee uit op een bedrag van € 728.345,-. Het totale verwachte resultaat einde looptijd is begroot op € 735.000,-. De Hasselt-II Lage Mierde In 2020 zijn er 16 kavels verkocht met een opbrengst van € 769.170,-. De bijgestelde kostenramingen laten zien dat er nog € 518.000,- aan kosten gemaakt moet worden. Aan grondopbrengsten verwachten we de komende jaren nog een bedrag van € 1.232.000,- te ontvangen. Gezien de optieovereenkomsten die inmiddels gesloten zijn, verwachten we in 2021 een groot deel van de opbrengsten die we nog moeten realiseren te ontvangen. Volgens de methode van tussentijds winstnemen moeten we in 2020 een winst nemen van € 78.491,-.

Het totaal aan tussentijds genomen winst komt daarmee uit op een bedrag van € 145.276,-. Het totale verwachte resultaat einde looptijd is begroot op € 407.000,-. De Leeuwerik Hooge Mierde In het plan De Leeuwerik is het afgelopen jaar 2.071 m² grond verkocht voor in totaal 9 woningen. Er is nog ruim 7.800 m² grond te verkopen voor een totaalbedrag van € 1.086.000,- (dit is uitsluitend het gemeentelijke aandeel in de verkoopopbrengst; de ontwikkelende partij die net als de gemeente 50% participeert in het plan Leeuwerik ontvangt zijn aandeel in de opbrengst rechtstreeks). De nog te maken kosten komen uit op een bedrag van € 657.000,-. De verliesvoorziening komt uit op een bedrag van € 632.719,,- op basis van netto contante waarde (€ 51.282,- lager dan vorig jaar). Molen Akkers Reusel In 2020 zijn er in het plan Molen Akkers 24 kavels geleverd. De totale opbrengsten in 2020 waren € 1.372.108,-. Alle kavels zijn inmiddels verkocht. De resterende 2.032 m² zullen in 2021 worden geleverd. Volgens de methode van tussentijds winstnemen moeten we in 2020 een winst nemen van € 503.909,-. Het totaal aan tussentijds genomen winst komt daarmee uit op een bedrag van € 2.590.412,-. Het totale verwachte resultaat einde looptijd is begroot op € 3.394.000,-. Den Horst Reusel Het plan Den Horst is in 2020 afgerond. Alle 8 woningen zijn opgeleverd en het woonrijpmaken is afgewerkt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=ReuselDeMierden&id=8692de47-39fb-4093-86d1-cdd780beefec