CConstaterende datReusel-De Mierden
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-07-18 - Nota van zienswijzen BP Buitengebied 2023

Gemeenteraad 24 september 2024, gemeente Reusel-De MierdenBij agendapunt: Bestemmingsplan Buitengebied 202355.084 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 6 van 7

Verzoek om het bestemmingsplan op deze locatie niet vast te stellen voordat hierover duidelijkheid bestaat. Reactie Herbouw woning. Ter plaatse geldt de bestemming ‘Agrarisch’. Binnen deze bestemming is de mogelijkheid opgenomen voor de herbouw van een bedrijfswoning. Hierin is opgenomen dat “de in het gebied aanwezige waarden niet onevenredig worden aangetast”. Het cultuurhistorisch ensemble is één van die waarden. In het ontwerpbestemmingsplan zijn nieuwe inzichten sinds 2009 verwerkt in het bestemmingsplan. Het beleid op het gebied van cultuurhistorie is op zich niet nieuw en al sinds 2011/2012 bekend. Dit was vertaald in regels onder andere in de Erfgoedverordening. In 2021 is vervolgens de Erfgoednota vastgesteld en geldt inmiddels de Verordening Fysieke Leefomgeving. Het beleid daaruit is opgenomen in dit bestemmingsplan. Bij een aanvraag voor herbouw van de bedrijfswoning wordt onder andere door de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit gekeken of waarden niet onevenredig worden aangetast en of de voorgestelde herbouw past binnen het beeld van de cultuurhistorisch ensemble waar het zich onderdeel van uit maakt.

82

De afronding van de bestemmingsplanprocedure kan niet wachten op afronding van een overleg over de mogelijkheden in een individueel geval. Aanvullend wordt over cultuurhistorie verwezen naar hoofdstuk 4 “Algemeen antwoord” onder A002. Aanpassingen Geen aanpassingen. Z067 Neterselsedijk 34a en 36 , Lage Mierde (23IK.1288) Samenvatting 1. Aanduiding Bijgebouw. Waarom is de benaming voor de functieaanduiding “specifieke vorm van wonen bijgebouwen” veranderd in “bouwaanduiding bijgebouwen”. Mogelijk wordt in het ontwerpbestemmingsplan niet hetzelfde maatwerk mogelijk gemaakt als in het bestemmingsplan “Herziening Neterselsedijk 34a-36 Lage Mierde”. 2. Voorwaardelijke verplichting. Voor het perceel geldt de gebiedsaanduiding “overige zone voorwaardelijke verplichting 25”. Deze is gebaseerd op het onder punt 1 genoemde herzieningsplan. De uitvoering ervan heeft geleid tot andere inzichten, omdat het plan niet uitvoerbaar c.q. wenselijk is. Voorgesteld wordt om het aangepaste plan bij de vaststelling te betrekken. Daarover wil men graag overleg om tot aangepaste afspraken te komen. Reactie 1. Aanduiding Bijgebouw. De terminologie van het geldende plan is aangepast aan het toegepast systeem in het ontwerpbestemmingsplan Buitengebied 2023. Het is de opzet om de rechten uit de recent vastgestelde plannen één op één over te nemen wat betreft de inhoud ervan.

Gebleken is dat dat in deze situatie niet correct is gebeurd, doordat de oppervlakte van de toegestane bijgebouwen (432 m2) niet in het ontwerpbestemmingsplan is opgenomen. Dat wordt hersteld door op de verbeelding ter plaatse van Neterselsedijk 34a de aanduiding: ‘maximum oppervlakte bijgebouwen’ met “432 m2” op te nemen. Ook de naam van de aanduiding in artikel 28.4.3 wordt aangepast aan die op de verbeelding: “bouwaanduiding”. 2. Voorwaardelijke verplichting. Allereerst wijzen wij u erop dat de landschappelijke inpassing binnen 2 jaar na de vaststelling van het bestemmingsplan op 29-6-2021 gerealiseerd had moeten zijn. Als dat nog niet gedaan is, dan handelt u in strijd met het geldende bestemmingsplan. Voorts biedt het bestemmingsplan Buitengebied 2023 in artikel 48.2 een afwijkingsbevoegdheid om af te wijken van de eerder overeengekomen landschappelijke inpassing. Als aan de gestelde regels kan worden voldaan, dan kan op die manier een ander (erf)inrichtingsplan worden afgesproken. Als het binnen die regels niet past, dan moet goedkeuring volgen via een buitenplanse procedure. Overigens is voor dit artikel nog een ambtshalve wijziging opgenomen. De zienswijze leidt op dit punt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Aanpassingen - Verbeelding: Op de verbeelding ter plaatse van Neterselsedijk 34a de aanduiding: ‘maximum oppervlakte bijgebouwen’ met “432 m2” opnemen.

- Regels: In artikel 28.4.3 onder “Bijbehorende bouwwerken bij woningen” bij “Situering” het woord “aanduiding” vervangen door: ”bouwaanduiding”. Z068 Neterselseweg 36, Lage Mierde (23.16124) Samenvatting 1. Bed&breakfast. Indiener geeft aan dat zij een vergunning heeft voor een kleinschalig logeren/Bed&Breakfast. Die staat niet op de verbeelding van het ontwerpbestemmingsplan Buitengebied 2023 aangegeven. Bij andere locaties is wel een aanduiding opgenomen. Indiener verzoekt een aanduiding op te nemen, voor Neterselsedijk 36b (behorende bij Neterselsedijk 36) conform vergunning REU-2017-1133. 2. Bestaande rechten: Verzoek om bestemmingsplan ‘Herziening Neterselsedijk 34a-36’, vastgesteld op 29 juni 2021, één op één over te nemen in het nieuwe bestemmingsplan Buitengebied 2023.

83

Reactie 1. Bed&Breakfast. Uit de verleende vergunning blijkt dat voor het gebouw, bekend als Neterselsedijk 36b een vergunning is verleend voor een kleinschalige logeermogelijkheid, ofwel een Bed & Breakfast. Er wordt hiervoor een aanduiding opgenomen op de verbeelding en in de regels komt een verwijzing daar naartoe. Overigens blijkt uit de luchtfoto 2023 dat niet voldaan is aan de landschappelijke inpassing, zoals die is aangegeven in de onderbouwing bij de aanvraag om afwijkingsvergunning d.d 11-12-2017. 2. Bestaande rechten. Het genoemde bestemmingsplan en het ontwerpbestemmingsplan Buitengebied 2023 zijn opnieuw met elkaar vergeleken naar aanleiding van de zienswijze. De terminologie van het geldende plan is aangepast aan het toegepast systeem in het ontwerpbestemmingsplan Buitengebied 2023. Het is de opzet om de rechten uit de recent vastgestelde plannen één op één over te nemen wat betreft de inhoud ervan. Gebleken is dat dat in deze situatie niet correct is gebeurd, doordat de oppervlakte van de toegestane bijgebouwen (432 m2) niet in het ontwerpbestemmingsplan is opgenomen bij Neterselsedijk 34a. Dat wordt hersteld zoals is aangegeven in de beantwoording van zienswijze Z067. Verder zijn er geen verschillen geconstateerd.

Voorts wordt u erop gewezen dat aan de voorwaardelijke verplichting reeds voldaan had moeten zijn, vanwege de afspraak dat dit binnen 2 jaar na de vaststelling van het bestemmingsplan op 29-62021 gerealiseerd moest worden. Daarmee is de huidige situatie in strijd met het geldende plan. Aanpassingen - Verbeelding: Bestemmingsvlak van Neterseldijk 36a en 36b krijgt de aanduiding ‘’Bed&Breakfast”. - Regels: Artikel 28.1.2 onder a. aanvullen met adres Bed&Breakfast, Bed&Breakfast, Lage Mierde, Neterselsedijk 36a/b, maximaal 50% van de gezamenlijke vloeroppervlakte tot een maximum van 150 m2, 5”. Z069 Neterselsedijk 37, Lage Mierde (23IK.1350) Samenvatting 1. Algemene zienswijze. De zienswijze namens belanghebbende komt in grote mate overeen met de algemene zienswijze van diens adviesbureau. De samenvatting van de onderwerpen staan verwerkt in hoofdstuk 3 “Zienswijzen algemeen”, zienswijze Z077, respectievelijk onder punt 1, 2, 7, 9, 8, 4, 3,10, 11 en 12. 2. Cultuurhistorische waarden. Op de locatie ligt de aanduiding ‘overige zone – cultuurhistorisch waardevol gebied’. De locatie is echter niet aangeduid op de beleidskaart. Ook komt de locatie niet voor in het Iov als cultuurhistorisch waardevol gebied. Verzoek: de aanduiding ‘overige zone – cultuurhistorisch waardevol gebied’ op de locatie verwijderen. Reactie 1. Algemene zienswijze.

Voor de beantwoording van dit punt wordt verwezen naar hoofdstuk 3 “Zienswijzen algemeen”, zienswijze Z077. 2. Cultuurhistorische waarden. De locatie is wel aangeduid op de cultuurhistorische waardenkaart. Voor een uitgebreider algemeen antwoord op dit onderwerp wordt verwezen naar hoofdstuk 4 “Algemeen antwoord” onder A002. Aanpassingen Geen aanpassingen. Z070 Neterselsedijk 38, Lage Mierde (23IK.1192) Samenvatting 1. Agrarisch bouwvlak. Indiener verzoekt de gemeente om de bestaande legaal onafgebroken aanwezige sleufsilo en kuilplaat op perceel sectie K nummer 891 als zodanig aan te duiden, aangezien de gronden ten dienste zijn van het kleinschalig teeltbedrijf (grondgebonden akkerbouwactiviteiten) en noodzakelijk zijn voor de bedrijfsvoering. In de zienswijze en bijlagen wordt uitgebreid aangegeven waarom de bestaande opslagen legaal zijn. Uitbreiding is niet aan de orde. Het tweemaal onder het overgangsrecht brengen van een legale situatie is niet toegestaan. Verzoek ter plaatse de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – ruwvoeropslag’ aan te duiden.

84

2.

Gewasbescherming/spuitzones. Indiener verzoekt om een duidelijker definitie van voor ‘gewasbeschermingsmiddelen gevoelige functies’. Voorts verzoekt indiener om een uitzondering te maken voor de bedrijfswoning van degene die de gewasbeschermingsmiddelen gebruikt. Opgemerkt wordt dat er steeds gespoten kan worden zonder vergunning. Indiener voorziet aanzienlijke beperkingen en ‘administratieve rompslomp’.

Reactie 1. Agrarisch bouwvlak. Ter plaatse is sprake van een nog actief agrarisch akkerbouwbedrijf. Planologisch is hier een vreemde situatie ontstaan die geen recht doet aan de feitelijke situatie ter plaatse. In het digitale versie van het bestemmingsplan Buitengebied 2009 is abusievelijk geen passende bestemming toegekend aan deze locatie. Op de analoge kaart (juridisch leidende versie) is een woonbestemming toegekend. Dat doet geen recht aan het feitelijke gebruik ter plaatse. Dit overwegende wordt voorgesteld om een klein agrarisch bouwvlak op te nemen voor het geheel van circa 4.250m2, daar alle bebouwing en voorzieningen onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Dit betreft dan de (bedrijfs)woning en de agrarische voorzieningen ter plaatse. Dit is mede ingegeven dat het opnemen van een aanduiding voor ruwvoeropslag ter plaatse van een burgerwoning geen recht doet aan een goede ruimtelijke ordening. 2. Gewasbescherming/spuitzones. Voor de beantwoording op dit punt wordt verwezen naar Hoofdstuk 4 “Algemeen antwoord” onder A004. Aanpassingen Verbeelding: Verwijderen bestemming ‘Wonen’ en de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – opslagloods’. Opnemen het voorgestelde agrarische bouwvlak ten behoeve van een akkerbouwbedrijf. Z071 Neterselsedijk 46, Lage Mierde (23IK.1289) Samenvatting Vormverandering bouwvlak.

Eerder heeft de gemeente vastgesteld dat stal 6 van het bedrijf buiten het bouwvlak is gebouwd. Mondeling en schriftelijk (per mail van 21 februari 2021) is aangetoond dat de bouw overeenkomstig de vergunning is gebouwd. Verzoek is om het ontwerpbestemmingsplan aan te passen dat alle bebouwing binnen het bouwvlak is gesitueerd. Reactie Vormverandering bouwvlak. Inderdaad is vastgesteld dat overeenkomstig de vergunning is gebouwd. Er is aanleiding om het bouwvlak zodanig aan te passen dat de bebouwing zich binnen het bouwvlak bevindt. Er is ter plaatse reeds sprake van een bouwvlak van 1,64 ha en is groter dan de provincaal toegestane 1,5 ha. Om die reden wordt met een oppervlakte neutrale vormverandering de planologische situatie in lijn gebracht met de feitelijk legaal aanwezige situatie. Aan de oostzijde wordt de bouwgrens met circa 2 meter verlegd (circa 600 m2). Aan de zuidzijde worden 2 ongebruikte stroken uit het bouwvlak gehaald (gezamenlijk circa 600 m2). Aanpassingen - Verbeelding. Agrarisch bouwvlak Neterselsdijk 46 aan de oostzijde verbreden. Twee stroken aan zuidzijde van bouwvlak van gelijke omvang verkleinen.

85

Z072 Wellenseind 7-9, Lage Mierde (23IK.1317) Samenvatting 1. Aanduiding. Verzoek om op de verbeelding ter plaatse van de aanduiding “Kampeerterrein” de aanduiding aan te vullen met “stacaravans”. 2. NNB. Verzoek om artikel 16.1.2 lid b te schrappen, omdat de betreffende te beschermen natuurwaarden ten behoeve van NNB zich niet bevinden binnen de Park de Hertenwei (Bestemming Recreatie - 2). 3. Bouwregels. Artikel 16.3.3 in de tabel onder Bouwwerken algemeen is opgenomen bouwwerken in het algemeen niet vóór de voorgevel van de bedrijfswoning en het verlengde daarvan mogen worden gebouwd. Waarschijnlijk is dit bedoeld voor bijbehorende bouwwerken bij de bedrijfswoning. Nu geldt het voor alle bouwwerken op Park de Hertenwei, zoals recreatiewoningen. De regel vormt een beperking voor het bouwen, die niet beoogd is. Verzoek om de regel te schrappen of aan te passen dat die alleen geldt voor bijbehorende bouwwerken bij de bedrijfswoning. 4. Bouwregels, goot-/bouwhoogte. Vanuit het bieden van een hoogwaardige recreatieve beleving is het gewenst om accentueringen in het dak/gevel mogelijk te maken. Dit vraagt om een ruimere hoogtemaat van 4,5 meter. Landschappelijk gezien heeft deze beperkte verhoging geen significante impact, vanwege de ligging op een verblijfsrecreatiepark, die aan het zicht onttrokken zijn. Ook deze maatvoering geen ruimte aan een extra verdieping.

Verzoek: goot- en bouwhoogte voor lage recreatiewoningen te wijzigen naar 4.5m, met als voorwaarde maximaal 1 bouwlaag. 5. Recreatie. Er is sprake van een extra eis bij het beheer van het vakantiepark. Niet alleen moeten de recreatieobjecten bedrijfsmatig worden beheerd, maar deze moeten ook wisselend worden verhuurd. Nu kunnen de recreatiewoningen gebruikt worden door vaste recreanten; bijvoorbeeld door een eigenaar. In de praktijk is sprake van beide verhuurvormen. Het verplichten van wisselende verhuur is een aanzienlijke beperking van bestaande rechten en zal leiden tot forse (plan)schade. De verplichte wisselende verhuur wordt van toepassing op nieuw te bouwen recreatiewoningen. Voor bestaande geldt de verplichting niet. Het geldende bestemmingsplan heeft nog een planologische restcapaciteit die met de nieuwe regeling wordt beperkt. Een nieuwe beperking zou alleen moeten gelden aan extra eenheden, boven op de huidige planologische rechten. Verzoek: de eis van wisselende verhuur te laten vervallen door artikel 1.23 te schrappen. 6. Begripsbepaling. Artikel 1.140 bepaald dat een recreatiewoning alleen gebruikt mag worden ten dienste van een huishouden, dat zijn hoofdverblijf elders heeft. In het geldende bestemmingsplan is de term recreant gebruikt in plaats van huishouden. Dit is strijdig met het verblijfsrecreatieve concept.

Verzoek: in artikel 1.140 het woord “huishouden” vervangen door “recreant”. 7. Bouwregels overstekken. Architectonisch en vanuit gebruik is het zeker voor recreatiewoningen noodzakelijk om met grotere overstekken te kunnen werken dan 0.5m, zonder dat het ten koste gaat van de maximale bouwoppervlakte. Verzoek: aan artikel 2.8 toe te voegen dat overschrijdingen van max. 1,5 m buiten beschouwing worden gelaten (conform de geldende regeling). Als dat niet overal gewenst is dient dit in elk geval te gelden voor artikel 16. 8. Afwijkingsbevoegdheid. Vanuit een vitale verblijfsrecreatie (wisselende trends) is meer flexibiliteit in de regeling gewenst. Het stellen van maximale aantallen in artikel 16.3.3. is primair gebaseerd op het borgen van een landschappelijke opzet. Wanneer niet alles gebouwd wordt met de maximale oppervlakte en bouwhoogte, zouden landschappelijk gezien meer eenheden geplaatst kunnen worden, met behoud van landschappelijk kwaliteit. Gepleit wordt voor flexibiliteit door een uitwisselingsregeling op te nemen. Dit kan ook als afwijkingsbevoegdheid met beoordeling van bijvoorbeeld landschap en natuurwaarden, inclusief stikstofdepositie en een maximum bebouwd oppervlak. Een voorbeeldregeling is in de zienswijze opgenomen. 9. Afwijkingsbevoegdheid.

In het geldende plan is opgenomen dat ontheffing mogelijk is tot 10% ten aanzien van maten, afmetingen en percentages, in artikel 48 van het ontwerpbestemmingsplan is dit beperkt tot de bouwhoogte. Dit is een aantasting van de flexibiliteit. Indiener verzoekt om de geldende 10% afwijkingsregeling voor maten afwijkingen en percentages op te nemen in artikel 48. Reactie

86

1.

2.

3.

4.

5.

6.

7.

8.

Aanduiding. De gemeente heeft met het bestemmingsplan Buitengebied 2023 het standpunt ingenomen om geen nieuwe ontwikkelingen mee te nemen in dit bestemmingsplan. In de algemene beantwoording over nieuwe ontwikkelingen, A005, staat dit verder uitgelegd waarom dat is. Hoewel de gemeente een positieve grondhouding heeft ten opzichte van een andere planologische inrichting van ‘Resort De Brabantse Kempen’ (voorheen De Hertenwei), wordt de gevraagde aanpassing niet meegenomen in dit bestemmingsplan. Zonder een duidelijk integraal plan en motivatie over de effecten van de beoogde veranderingen, kan er redelijkerwijs niet beoordeeld worden of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Het wordt daarom aanbevolen om met een eigen procedure de nieuwe gewenste situatie aan te vragen, met daarbij de motivatie waarom die ontwikkeling passend is op die locatie, gelet ook op de effecten op de omgeving. De gemeente kan dan die aanvraag op haar merites beoordelen. NNB. Aan de zuidzijde van het gebied dat is aangeduid als ‘centrale voorzieningen’ bevindt zich een smalle strook van het NNB binnen de bestemming Recreatie – 2. Er is hier sprake van een kennelijke onjuistheid in de begrenzing van het gebied. Op de verbeelding wordt de begrenzing aangepast en komt het aansluitende NNB gebied te liggen tot de bestemmingsgrens. Daarbij wordt artikel 16.1.2 lid b geschrapt.

Hierdoor is het bestemmingsplan niet meer in lijn met de werkingsgebieden uit de provinciale Omgevingsverordening. De provincie wordt gevraagd om een correctie door te voeren van het werkingsgebied. Bouwregels. Artikel 16.3.3 in de tabel onder ‘Bouwwerken algemeen’ is opgenomen dat bouwwerken in het algemeen niet vóór de voorgevel van de bedrijfswoning en het verlengde daarvan mogen worden gebouwd. Deze regel is op zich juist, als de bedrijfswoning zich ook daadwerkelijk aan de voorzijde van het recreatieterrein bevindt. Dat is hier niet het geval. De regel vormt daardoor een beperking voor het bouwen, die niet beoogd is. Artikel 16.3.3 wordt zo aangepast de regel enkel is dat minimaal 15 m tot de as van de weg aangehouden moet worden. Bouwregels, goot-/bouwhoogte. Het verruimen van de goot- en bouwhoogte leidt niet tot effecten in de omgeving, waarvoor een nadere motivatie gemaakt moet worden, mits er nog steeds sprake is van slechts één bouwlaag. De gemeente kan zich vinden in de aangegeven motivering om een ruimere goot- en bouwhoogte tot 4,5 meter. Landschappelijk gezien heeft deze beperkte verhoging geen significante impact, vanwege de ligging op een verblijfsrecreatiepark, die grotendeels aan het zicht onttrokken is. Voorwaarde is nog wel dat slechts één bouwlaag is toegestaan. Recreatie.

In tegenstelling tot het voorontwerpbestemmingsplan, is de verplichte wisselende verhuur van toepassing op nieuw te bouwen recreatiewoningen. Voor bestaande recreatiewoningen geldt deze verplichting niet (al is dat wel wenselijk, want permanent wonen is niet toegestaan). Deze regeling is in lijn met de provinciale Omgevingsverordening. Bovendien is er inmiddels ruim de gelegenheid geweest om de resterende bouwcapaciteit in te vullen binnen de planperiode van het geldende bestemmingsplan. Dat daarvan geen gebruik is gemaakt, doet daar niets aan af. Het belang voor een goede regeling voor recreatief beheer heeft hier voorrang. Begripsbepaling. Bij nader inzien is het begrip huishouden inderdaad te beperkt als het gaat om recreatief gebruik van de woningen. Er wordt aangesloten bij de definitie zoals die in de provinciale Omgevingsverordening is opgenomen, namelijk “woning of enig ander bouwwerk, ten behoeve van tijdelijk recreatief nachtverblijf”. Bouwregels overstekken. De noodzaak wordt niet gezien om voor recreatiewoningen om met grotere overstekken te werken dan 0.5 m, zonder dat het ten koste gaat van de maximale bouwoppervlakte. Daarbij speelt een belangrijke rol dat de recreatiewoningen al een grote oppervlakte hebben (100 m2) een overstek van 1,5 meter zou de maatvoering maximaal ca. 70% kunnen overschrijden.

Daarnaast is het generiek regelen hiervan in dit bestemmingsplan ook niet wenselijk. Verwezen wordt ook naar de beantwoording van punt 1 van deze zienswijze ten aanzien van nieuwe ontwikkelingen. Afwijkingsbevoegdheid. Zoals ook onder punt 1 staat verwoord, heeft de gemeente een positieve grondhouding over de herontwikkeling van ‘Resort De Brabantse Kempen’. De behoefte aan flexibiliteit wordt dan ook herkend. Gepleit wordt voor flexibiliteit door een uitwisselingsregeling op te nemen. Een voorbeeldregeling is in de zienswijze opgenomen. Gelet op de algemene opvatting voor dit bestemmingsplan om geen ontwikkelingen mee te nemen, waarvoor een uitgebreide motivatie noodzakelijk is, wordt een dergelijk afwijkingsbevoegdheid niet opgenomen in dit bestemmingsplan. Er zijn voor een dergelijke afwijkingsbevoegdheid dusdanig veel

87

9.

voorwaarden te stellen dat het de uitvoerbaarheid van dat artikel in het geding komt. Ervaring leert daarnaast dat er met dergelijke bestemmingsplannen het nog een tijd duurt voordat er sprake is van een onherroepelijk bestemmingsplan. De gemeente adviseert om hiervoor via een eigen planologische procedure de gewenste doorontwikkeling te regelen. Dan kan dat plan op haar merites worden beoordeeld. Afwijkingsbevoegdheid. De in het geldende plan opgenomen ontheffing tot 10% ten aanzien van maten, afmetingen en percentages diende niet meer als flexibiliteit, maar er werd standaard mee gerekend. Dat was niet het doel van de regeling. De gemeente heeft daarom besloten om de 10% afwijkingsmogelijkheid te verwijderen uit het bestemmingsplan en in plaats daarvan, diverse hoogtematen generiek te verruimen ter compensatie daarvan.

Aanpassingen - Regels: 16.3.3 onder “situering bouwwerken algemeen”: “niet vóór de voorgevel van de bedrijfswoning en het verlengde daarvan” en “indien geen bedrijfswoning aanwezig is, dan minimaal 15 m tot de as van de weg” verwijderen en vervangen met ”de afstand bedraagt minimaal 15 m tot de as van de weg”. - Regels 16.3.3 onder “ter plaatse van de aanduiding ’specifieke vorm van recreatie – lage recreatiewoningen’” de goothoogte en bouwhoogte aanpassen van 3,5 m naar 4,5 m, met als voorwaarde dat er sprake moet zijn van één bouwlaag. Z073 Agra-Matic (23IK.1346) De samenvatting en beantwoording van de zienswijze is terug te vinden in hoofdstuk 3 “Zienswijzen algemeen”. Z074 GGD (23.16096) De samenvatting en beantwoording van de zienswijze is terug te vinden in hoofdstuk 2 “Zienswijzen instanties”. Z075 Provincie Noord-Brabant (23.16308) De samenvatting en beantwoording van de zienswijze is terug te vinden in hoofdstuk 2 “Zienswijzen instanties”. Z076 Stichting Groen Kempenland (23IK.1261) De samenvatting en beantwoording van de zienswijze is terug te vinden in hoofdstuk 3 “Zienswijzen algemeen”. Z077 Van Dun Advies algemene zienswijze (23IK.1251) De samenvatting en beantwoording van de zienswijze is terug te vinden in hoofdstuk 3 “Zienswijzen algemeen”.

Z078 Waterschap De Dommel (23IK.1218) De samenvatting en beantwoording van de zienswijze is terug te vinden in hoofdstuk 2 “Zienswijzen instanties”. Z079 ZLTO (23IK.1260) De samenvatting en beantwoording van de zienswijze is terug te vinden in hoofdstuk 3 “Zienswijzen algemeen”. Z080 Achterste Heikant 1, Reusel (23IK.1396) Samenvatting 1. Archeologie. De archeologische dubbelbestemmingen kennen een zwaarder regime dan vigerend. Dit leidt tot belemmeringen en extra kosten. Bovendien is het onduidelijk waar deze archeologische waarde op zijn gebaseerd. Door ruilverkaveling zijn de betrokken gronden enorm geroerd. Uit CHW-kaarten van de provincie en de kaart “Archeologie in Nederland blijken geen bijzondere waarden. Verzoek: de geldende regels te behouden en verlaging van de archeologische waarden in het ontwerpbestemmingsplan. 2. Aanduidingsregels. Indiener acht het onredelijk dat ter plaatse van de aanduiding ‘overige zone – beperkingen veehouderij’ ook nieuwe bouwwerken, geen gebouwen zijnde, (sleufsilo, kuilplaat) moeten voldoen aan Nadere regels zorgvuldige veehouderij. Hij verzoekt de aanduiding op zijn bouwvlak te schrappen dan wel het bepaalde in artikel 47.2.2 onder c. met betrekking tot bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te schrappen.

88

3.

Stikstof. De keuze voor het regelen van stikstofemissie in plaats van depositie is onjuist en heeft disproportionele gevolgen. Indiener heeft bezwaar tegen de regeling in 1.156 vanwege het feit dat het te onduidelijk is Verzoek om de (aan hem en anderen verleende) natuurvergunning als referentie op te nemen in het plan en de begripsbepalingen 1.156 te verduidelijken.

Reactie 1. Archeologie. Voor de beantwoording van dit punt wordt verwezen naar hoofdstuk 4 “Algemeen antwoord” onder A002. 2. Aanduidingsregels. De zone ‘beperkingen veehouderij’ vloeien voort uit de provinciale Omgevingsverordening. De gemeente moet deze zones overnemen in het bestemmingsplan. Hierbij is gesteld dat een toename van de bestaande oppervlakte van bouwwerken, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning, is uitgesloten. De regeling en de zone is op een correcte manier overgenomen. Aanpassing is derhalve niet aan de orde. 3. Stikstof. Voor de beantwoording van dit punt wordt verwezen naar hoofdstuk 4 “Algemeen antwoord” onder A001. Aanpassingen Geen aanpassingen. Z081 vervallen. (xxx) Er is sprake van een fout in de doornummering van de zienswijzen. Z082 Bakmannen 5-7, Reusel (23IK.1285) Samenvatting 1.

2.

Mestverwerking. Het is onduidelijk wat de gevolgen van het nieuwe provinciale beleid zijn. Gepleit wordt voor meer zekerheid dat het gemeentelijk beleid de diversifiërings- en ontwikkelingskansen van het agrarisch bedrijf niet onnodig verhindert ofwel dat de gemeente geen strengere eisen stelt. Indiener verzoekt om met betrekking tot het toestaan van mestverwerking van derden, een regel op te nemen in het bestemmingsplan waarin aangegeven wordt dat te allen tijde het provinciale beleid zal worden gevolgd. Indiener doet een voorstel voor een binnenplanse afwijking met eventueel een adviesrol voor de provincie. Rechtszekerheidsbeginsel. De bepaling opgenomen in artikel 47.3.4. is onduidelijk en daarmee ook de aanduiding ‘Overige zone – primaat landbouw 1’. Met name betreft het de tekst: “beleid gericht op”.

Reactie 1. Mestverwerking. Er is momenteel geen concreet zicht op besluitvorming over nieuw provinciaal beleid omtrent mestverwerking. Op basis van het huidig provinciaal beleid, wordt de bewerking van ter plaatse van de gevestigde veehouderij geproduceerde mest als onderdeel van de agrarische bedrijfsvoering rechtstreeks toegestaan op de veehouderijlocatie. Mestbewerking van niet ter plaatse geproduceerde mest (mest van derden of elders geproduceerde mest) wordt als een industriële activiteit beschouwd die, in beginsel, thuishoort op een geschikt bedrijventerrein. Er zijn weliswaar onder strenge voorwaarden mogelijkheden voor mestverwerking van derden, maar hierbij is maatwerk noodzakelijk, waarbij aan de hand van een concrete aanvraag alle omgevingsaspecten tegen elkaar afgewogen moeten worden. Hiervoor is geen generieke regeling te maken in dit bestemmingsplan. 2. Rechtszekerheidsbeginsel. Ten aanzien van de regels waarin staat “is het beleid gericht op” het volgende. De mening dat de regel onduidelijk is en hierdoor sprake is van strijd met rechtszekerheidsbeginsel wordt niet gedeeld. Deze aanduidingen staan voor een bepaalde door de gemeentelijke Omgevingsvisie ingegeven beleidslijn. Die is van toepassing voor het al dan niet toestaan van bepaalde ontwikkelingen. Daar waar dit van toepassing is, staat dat in de regels nader bepaald.

Hiervoor wordt onder andere verwezen naar artikel 43.2. Om echter meer duidelijkheid te bieden, is ambtshalve een aanhef van artikel 47.3 toegevoegd. Aanpassingen Geen aanpassingen.

89

Z083 Buizerd 5, Reusel (23IK.1248) Samenvatting 1. Cultuurhistorie. Verzoek om de aanduiding cultuurhistorische waarde te schrappen voor de percelen G325 G326 G63, omdat er hier sinds de ruilverkaveling omstreeks 1970 geen bolle akkers meer liggen. 2. Archeologie. De gronden zijn door egalisatie, diepwoelen en drainage bij de ruilverkaveling geroerd en er zijn geen archeologische waarden meer. In overleg met het ZLTO is besloten om geen dubbelbestemmingen Archeologie op agrarische bouwvlakken te leggen. Verzoek: de dubbelbestemming voor archeologische waarde te verwijderen op perceel G325, zoals eerder gebeurde voor G326. 3. Water/klimaaatadaptatie. Er bestaat geen gevaar voor overstroming of vergroting van de afvoer van hemelwater. Dit zijn ook volgens het waterschap De Dommel geen waterbergingsgebieden. Verzoek: de aanduiding ‘overige zone – primaat water en klimaatadaptatie’ te verwijderen van de percelen E364 en E 1132. 4. Aanduiding EVZ, landschap. In de directe omgeving zijn geen natuurgebieden, maar zelfs grootschalige glastuinbouw ontwikkelingen. Daarom zijn de aanduidingen/bestemmingen ‘ecologische verbindingszone’, ’overige zone – primaat landschap’ en ‘Agrarisch met waarde – landschap’ voor de percelen E364 en E 1132 overbodig. Reactie 1. Cultuurhistorie. Voor de beantwoording van dit punt wordt verwezen naar hoofdstuk 4 “Algemeen antwoord” onder A002. 2.

Archeologie. Van een algemene afspraak met de ZLTO is op dit onderdeel geen sprake. Voor de beantwoording over het thema archeologie wordt verwezen naar hoofdstuk 4 “Algemeen antwoord” onder A002. 3. Water / Klimaatadaptatie. De bedoelde percelen liggen ten noorden van de Leijenstraat, grenzend aan de kern Reusel. De zonering voor ‘primaat water en klimaatadaptatie’ komt voort uit de strategiekaart van de op 22 mei 2018 door de gemeenteraad vastgestelde Omgevingsvisie Reusel-De Mierden. De doorvertaling in het bestemmingsplan zegt vooral iets over ontwikkelmogelijkheden binnen dat gebied. Dit is geregeld via een gebiedsaanduiding. De hoofdbestemming is ‘Agrarisch met waarden – Landschap’. Er kunnen geen recreatieve mogelijkheden gevestigd worden. Overigens is extensief recreatief medegebruik mogelijk van agrarische gronden wel mogelijk. Er is geen aanleiding om de aanduiding te verwijderen. Anders dan in de zienswijze wordt betoogd, zijn de gevolgen van klimaatverandering wel degelijk van belang om rekening mee te houden. Waaronder de omgang met hemelwater. In de beekdalen binnen onze gemeente is het daarom van belang terughoudend om te gaan met ontwikkelingsmogelijkheden. Er is geen aanleiding om het bestemmingsplan hierop aan te passen. 4.

Aanduiding EVZ/Landschap. De gemeente is verplicht deze aanduiding vanuit de provincie regelgeving over te nemen. Het geldende bestemmingsplan voorziet ook al in aanduidingen voor ecologisch hoofdstructuur en beekherstel. Een watergang is een natuurlijke verbindingszone die het mogelijk maakt gebieden met elkaar te verbinden. De aanwezigheid van andere intensieve functies maakt dat juist nog meer noodzakelijk.

Aanpassingen Geen aanpassingen. Z084 Burgemeester Willekenslaan 1, Reusel (23IK.1247) Samenvatting 1. Correctie locatie. Door hernummering van de woonhuizen klopt de oppervlakte nevenactiviteit van 865 m2 niet. Die geldt voor Burg. Willekenslaan 3, voorheen 1. 2. Bestemming aanpassen. Indieners verzoeken om toelichting c.q. aanpassing, aangezien hun bedrijf in het geldende bestemmingsplan de bestemming “Bedrijf – Agrarisch” hebben en in het ontwerpbestemmingsplan ‘Agrarisch’ 3. Meer gebouwen zichtbaar. Er zijn in het geldende bestemmingsplan veel meer gebouwen zichtbaar dan in het ontwerpbestemmingsplan, indiener vraagt dit aan te passen.

90

4.

Plangebied aanpassen. Er zijn plannen voor herontwikkeling van de locatie. Als daarvoor een bestemmingsplan in procedure wordt gebracht voor de vaststelling van het ontwerpbestemmingsplan buitengebied, is sprake van doorkruising van procedures. Verzoek de locatie dan buiten de vaststelling te laten.

Reactie 1. t/m 4. Het ontwerpbestemmingsplan “Burgemeester Willekenslaan 1, Peel 3 en ‘t Hof ongenummerd, Reusel” lag vanaf 27 december 2023 gedurende zes weken ter inzage. Om doorkruising van procedures te voorkomen wordt het Bestemmingsplan Buitengebied aangepast door het plangebied van het bedoelde bestemmingsplan te schrappen. Aanpassingen - Verbeelding: Locatie Burgemeester Willekenslaan 1 uit de verbeelding te schrappen, conform contour van het (ontwerp)bestemmingsplan “Burgemeester Willekenslaan 1, Peel 3 en ‘t Hof ongenummerd, Reusel”. Z085 Buspad 1, Reusel (23IK.1256) Samenvatting 1. Splitsen woonbestemming. Op basis van een verleende omgevingsvergunning en bevestiging hiervan door de Raad van State d.d. 1 oktober 2014 is ter plaatse sprake is van twee zelfstandige woningen, Buspad 1 en Buspad 1a. Deze woningen zijn feitelijk en juridisch gesplitst. Verzoek om een aparte woonbestemming (bouwvlak) voor zijn woning op nummer 1. 2. Regels. Duidelijker is om in artikel 28.4.3 te spreken over bijgebouwen in plaats van bijbehorende bouwwerken bij woningen, omdat in de tekst van het artikel ook wordt gesproken over bijgebouwen. 3. Vergroting bijgebouwen. Gevreesd wordt dat maximaal 200 m2 aan bijgebouwen mogelijk zijn voor het bouwvlak Buspad 1 en 1a. Verwezen wordt naar situaties in de omgeving.

Verzoek: zekerheid te bieden dat op nummer 1 200 m2 aan bijgebouwen gebouwd kan worden. Als dat niet mogelijk is een zodanige regeling dat beide woningen zelfstandig recht hebben op 200 m2 bijgebouwen, conform het bepaalde in 28.4.3. Reactie 1. Splitsen woonbestemming. Er is hier sprake van langgevelboerderij waar woningsplitsing heeft plaatsgevonden. Woningsplitsing van dit soort gebouwen wordt toegestaan om het voortbestaan van dit type bebouwing te verzekeren. Dat was het motief om in te stemmen met de splitsing. Zoals ook in de inspraakreactie is aangegeven is in het ontwerpbestemmingsplan opgenomen dat binnen de bestemming ‘Wonen’ bij zowel Buspad 1 als Buspad 1a het gebruik van de gronden voor wonen is toegestaan. Met een bouwaanduiding ‘maximum aantal wooneenheden: 2’ hebben we aangegeven dat hier twee wooneenheden zijn toegestaan. Daarmee wordt recht gedaan aan de verleende vergunning en voorkomen we dat er 2 vrijstaande woningen kunnen ontstaan door sloop- en nieuwbouw. Dat is niet gewenst. 2. Regels. Bijbehorende bouwwerken zijn niet altijd bijgebouwen, maar kunnen ook aanbouwen en uitbouwen zijn. De regeling in artikel 28.4.3 is duidelijk. 3. Vergroting bijgebouwen. Het adres Buspad 1 (perceel F, nummer 1314) heeft een oppervlakte van 3.167 m2 . Het adres Buspad 1a (perceel F, nummer 1313) heeft een oppervlakte van 2.100 m2.

Dat betekent dat in deze situatie beide woningen recht hebben op 200 m2 bijbehorende bouwwerken, zodra het plan rechtsgeldig is. Aanpassingen Geen aanpassingen. Z086 Buspad 1a, Reusel (23IK.1257) 1. Splitsen woonbestemming. Op basis van een verleende omgevingsvergunning en bevestiging hiervan door de Raad van State d.d. 1 oktober 2014 is ter plaatse sprake is van twee zelfstandige woningen Buspad 1 en Buspad 1a. Deze woningen zijn feitelijk en juridisch gesplitst. Verzoek om een aparte woonbestemming (bouwvlak) voor zijn woning op nr 1.

91

2. 3.

Regels. Duidelijker is om in artikel 28.4.3 te spreken over bijgebouwen in plaats van bijbehorende bouwwerken bij woningen, omdat in de tekst van het artikel ook wordt gesproken over bijgebouwen. Vergroting bijgebouwen. Gevreesd wordt dat maximaal 200 m2 aan bijgebouwen mogelijk zijn voor het bouwvlak Buspad 1 en 1a. Verwezen wordt naar situaties in de omgeving. Verzoek: zekerheid te bieden dat op nummer 1a 200 m2 aan bijgebouwen gebouwd kan worden. Als dat niet mogelijk is een zodanige regeling dat beide woningen zelfstandig recht hebben op 200 m2 bijgebouwen, conform het bepaalde in 28.4.3.

Reactie 1. Splitsen woonbestemming. Er is hier sprake van langgevelboerderij waar woningsplitsing heeft plaatsgevonden. Woningsplitsing van dit soort gebouwen wordt toegestaan om het voortbestaan van dit type bebouwing te verzekeren. Dat was het motief om in te stemmen met de splitsing. Zoals ook in de inspraakreactie is aangegeven is in het ontwerpbestemmingsplan opgenomen dat binnen de bestemming ‘Wonen’ bij zowel Buspad 1 als Buspad 1a het gebruik van de gronden voor wonen is toegestaan. Met een bouwaanduiding ‘maximum aantal wooneenheden: 2’ hebben we aangegeven dat hier twee wooneenheden zijn toegestaan. Daarmee wordt recht gedaan aan de verleende vergunning en voorkomen we dat er 2 vrijstaande woningen kunnen ontstaan door sloop- en nieuwbouw. Dat is niet gewenst. 2. Regels. Bijbehorende bouwwerken zijn niet altijd bijgebouwen, maar kunnen ook aanbouwen en uitbouwen zijn. De regeling in artikel 28.4.3. is duidelijk. 3. Vergroting bijgebouwen. Het adres Buspad 1 (perceel F, nummer 1314) heeft een oppervlakte van 3.167 m2 . Het adres Buspad 1a (perceel F, nummer 1313) heeft een oppervlakte van 2.100 m2. Dat betekent dat in deze situatie beide woningen recht hebben op 200 m2 bijbehorende bouwwerken, zodra het plan rechtsgeldig is. Aanpassingen Geen aanpassingen. Z087 Buspad 2, Reusel (23IK.1190) Samenvatting Nevenactiviteit.

In artikel 3.1.3 is opgenomen dat nevenactiviteiten zijn toegestaan ter plaatse van de aanduiding. De 2 ontbreekt de aanduiding vergunning voor nevenactiviteiten met een oppervlakte van 400 m2 is verleend op 17 juli 2018. Op de locatie Buspad ‘maximum bebouwd oppervlak nevenactiviteit (m2)’. Verzoek: Het bouwvlak Buspad 2 te voorzien van de aanduiding met een oppervlakte van 400 m². Reactie Nevenactiviteit. Volgens de onherroepelijke omgevingsvergunning van 17 juli 2018 is als nevenactiviteit toegestaan om op deze locatie een agrarisch technisch hulpbedrijf te exploiteren. Het klopt dat de oppervlakte van 400 m² voor de nevenactiviteit agrarisch technisch hulpbedrijf niet is vermeld. Dit zal op de verbeelding worden toegevoegd. Zolang er sprake is van een andere agrarisch hoofdgebruik, mag dit worden voortgezet. Mocht hier geen sprake meer zijn van een agrarisch hoofdgebruik, dan heeft dit consequenties voor de nevenactiviteiten. Het is dan van belang om te komen tot een passende herbestemming van de locatie via een aparte planologische procedure. Aanpassingen - Verbeelding: ter plaatse van Buspad 2 toe te voegen: “Maatvoering maximum bebouwd oppervlak nevenactiviteit: 400 m²”. Z088 Buspad 1 , 1a en 3, Reusel (23IK.1214) Samenvatting 1. Bijgebouwen.

Op de percelen Buspad 1 en 1a werd in 2012 een boerderijsplitsing vergund onder de voorwaarde dat overtollige bijgebouwen zouden worden gesloopt. Daarmee verdraagt zich niet dat in het nieuwe bestemmingsplan Buitengebied toch weer een grotere oppervlakte aan bijgebouwen wordt toegelaten. De motivering uit de Nota Inspraak overtuigt niet en is uit ruimtelijke overwegingen niet aanvaardbaar. In het

92

2.

3.

bijzonder zou de beperking tot 100 m2 moeten worden opgelegd voor de percelen Buspad 1 en 1 a, omdat vrees bestaat voor uitbreiding van reeds bestaande illegale bedrijfsmatige activiteiten, met name op nummer 1a. Verzoek: de oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken binnen de bestemming “Wonen” te beperken tot 100 m2, zoals ook in het geldende bestemmingsplan “Buitengebied 2009” en “Buitengebied 2009, herziening fase 1a” het geval is. Aan huis verbonden beroep. Artikel 28.6.1. bevat gebruiksregels voor aan-huis-verbonden beroep en -bedrijf. Dat kan alleen als de daarbij gestelde voorwaarden voldoende objectief zijn begrensd en geen nadere afweging vergen. Dat is niet aan de orde, omdat de gestelde voorwaarden wel een nadere afweging vergen, voorwaarde b. zelfs een evenredigheidstoets. Verwezen wordt naar de uitspraak ECLI:NL:RVS:2014:2307, r.o. 5.3., waarin deze systematiek niet acceptabel wordt geacht. Verzoek: aan-huis-verbonden beroepen en bedrijven niet of uitsluitend op basis van een afwijkingsbevoegdheid mogelijk te maken. Regels. Het begrip “bijbehorend bouwwerk” in artikel 1.36 komt overeen met artikel 1,1 e lid van bijlage II Besluit omgevingsrecht. Het is onduidelijk welke regels gelden als een woning wordt uitgebreid of een bouwwerk, geen gebouw zijnde, (carport) wordt uitgebreid.

Verzoek: de bouwregels zodanig aan te passen dat een eenduidig en duidelijk onderscheid bestaat tussen hoofdgebouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

Reactie 1. Bijgebouwen. Voor het maximum toegestane oppervlakte aan bijgebouwen is aansluiting gezocht bij de systematiek van het bestemmingsplan “Stedelijk Gebied 2018”. Dit is een algemene regeling die voor het gehele buitengebied gaat gelden en zich niet alleen op dit perceel richt. Er is geen reden om burgers in het buitengebied minder mogelijkheden te bieden dan binnen de bebouwde kommen. Temeer omdat in het buitengebied vaak sprake is van grotere percelen met behoefte aan opslag. De genoemde sloopverplichting vloeit voort uit eerder gevoerde procedures en de daarbinnen geldende eisen. Het koppelen van beide aspecten is niet gewenst. De oppervlakte na de splitsing komt voort uit de toepassing van de saneringsregeling, op grond waarvan het veel te grote oppervlak aan bijgebouwen na de splitsing werd teruggebracht tot redelijke proporties. Bezorgdheid voor overtreding is geen reden om de regeling aan te passen. Er is geprocedeerd over vermeende overtredingen en de uitkomst daarvan was dat er geen overtredingen plaatsvinden. 2. Aan huis verbonden beroep. De bestemming ‘Wonen’ laat aan-huis-verbonden beroep of -bedrijf toe. Daarin staan de voorwaarden waaraan voldaan moet worden.

De verwijzing naar de genoemde uitspraak gaat niet op, omdat daar sprake was van een zeer algemene regeling voor de huisvesting van arbeidsmigranten, waarbij geen criteria aanwezig waren voor de beoordeling de meeste belangrijke aspecten. Het betreft in het onderhavige plan voornamelijk eenmanszaken met een zeer beperkte oppervlakte en uitstralingseffecten. De afweging onder b. heeft betrekking op de verkeersafwikkeling en is zodanig marginaal van belang dat dit geen afzonderlijke afwijkingsprocedure rechtvaardigt. 3. Regels. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan is ervoor gekozen om de terminologie van het Besluit omgevingsrecht (Bor) en het bestemmingsplan, voor wat betreft bouwmogelijkheden bij een woning, bij elkaar te brengen. Hierdoor wordt het onderscheidt tussen vergunningsvrij bouwen en bouwen op basis van het bestemmingsplan verminderd. Volgens de gemeente is het op deze manier duidelijker. Daarnaast staan in de regels overkappingen en carports nog afzonderlijk uitgelegd bij de betreffende artikelen. Aanpassingen Geen aanpassingen. Z089 Buspad 4a, Reusel (23IK.1441) Samenvatting Veldschuur. De bebouwing op het perceel bestaat uit gedateerde losse bouwwerken, die niet meer voldoen aan de eisen van deze tijd. Daarnaast oogt het perceel vanaf de weg rommelig. Er worden grote rijpaarden gehouden. Het welzijn van deze dieren is in het geding.

Ambtelijk is, onder voorwaarden, positief gereageerd op vervanging van de schuur. Later is aangegeven dat medewerking niet mogelijk was. Het ontwerpbestemmingsplan maakt een

93

bouwhoogte van 3 meter mogelijk. Dat is te laag voor grote paarden, er is tenminste 4,5 meter nodig. Het verwijderen van alle bestaande losse bouwwerken is acceptabel als een nieuwe stal van ca. 100 m2 mogelijk is. Reactie Veldschuur. Er is sprake van een nieuwe ontwikkeling die niet in het kader van deze procedure kan worden beoordeeld. In dat kader wordt verwezen naar hoofdstuk 4 “Algemeen antwoord” onder A005. Ten aanzien van de veldschuur en de communicatie daaromtrent het volgende. De gemeente heeft voor deze locatie een aanschrijving gedaan vanwege gebruik en bebouwing in strijd met het bestemmingsplan. Ter plaatse is louter een veldschuur toegestaan op basis van een toegekende aanduiding. De overige voorzieningen die in strijd met het bestemmingsplan en zonder vergunning gerealiseerd zijn, dienen allemaal te worden verwijderd. Daarover is geen onderhandelingsruimte. Wel is ambtelijk gekeken of een andere maat en omvang van de veldschuur mogelijk is, maar tot een besluit is het tot op heden niet gekomen. Er is daarom geen aanleiding om het bestemmingsplan op dit punt te wijzigen. Aanpassingen Geen aanpassingen. Z090 De Hoeven 11 en 11a, Buspad 1, Buspad 2 en Buspad 3-5, Reusel (23IK.1342) Samenvatting 1. Nota inspraak. De samenvatting klopt niet met inspraakreacties over alle betrokken percelen. Verzoek: zienswijze integraal op te nemen en te beoordelen. Hoeven 11-11a 2.

Bouwvlak Bedrijf. Het bouwvlak De Hoeven 11a is verkleind, terwijl volgens 5.1.4. alle positief bestemde bedrijven volgens het huidige bestemmingsplan Buitengebied 2009 bestemd zouden worden. Zie o.a. brief van 14 juni 2018. Verzoek: bouwvlak aanpassen aan omvang uit Buitengebied 2009. 3. Archeologie. Verzoek om de waarde-archeologie 4.2 voor het perceel De Hoeven 11a te schrappen of tenminste een ruimere waarde archeologie op te nemen. Buspad 3-5 4. Archeologie. Op het perceel Buspad 3-5 de waarde Archeologie 3 en overige aanduidingen Archeologie verwijderen. Zoals ook gebeurd is bij Buspad 1 en 1a. of tenminste een ruimere waarde archeologie op te nemen. Buspad 1 5. Bouwvlak Wonen. Vergroting van het bestemmingsvlak ‘Wonen’ bij Buspad 1 heeft terdege gevolgen voor de bebouwings- en gebruiksmogelijkheden van het perceel en daarmee invloed op de omgeving, zowel richting het beekdal als ons woongenot/uitzicht. De begrenzing dient te worden aangepast zoals in het geldende bestemmingsplan Buitengebied 2009 is opgenomen. 6. Aanduiding Overkapping. Op perceel Buspad 1 de bolletjeslijn “aanduiding overkapping” van de plankaart verwijderen. 7. Regels. Het begrip “bijbehorend bouwwerk” in artikel 1.36 komt overeen met artikel 1,1 e lid van bijlage II Besluit omgevingsrecht.

Het is onduidelijk welke regels gelden als een woning wordt uitgebreid of een bouwwerk, geen gebouw zijnde, (carport) wordt uitgebreid. Verzoek: de bouwregels zodanig aan te passen dat een eenduidig en duidelijk onderscheid bestaat tussen hoofdgebouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Buspad 2 8. Bouwvlak Agrarisch. Aan het Buspad 2 is een agrarisch bouwvlak gelegen. Verzocht wordt om het bouwvlak ervan te verkleinen op basis van het gelijkheidsbeginsel, zoals eerder is aangegeven in de inspraakreactie bij de Hoeven 11a. Dat geldt dan ook voor Buspad 1 en alle andere locaties in de gemeente. Planregels 9. Regels. Het opnemen van milieucategorie 1 als maximum heeft als doel de overlast/impact op de omgeving te beperken en een goed woon- en leefklimaat voor de omgeving beter te kunnen waarborgen. Verzoek: milieucategorie 1 op te nemen in artikel 3.3.a onder 2.

94

10. Regels. De aanpassing van het bestemmingsplan is niet consequent doorgevoerd, onder andere niet bij de bestemming “Wonen”. 11. Staat van bedrijven. Het opnemen van een maximale milieucategorie uit de Staat van bedrijfsactiviteiten van categorie 1 en 2, zoals opgenomen was in het ontwerpbestemmingsplan “Buitengebied 2017” bood een helder kader voor zowel initiatiefnemer als de omgeving. Verzoek: Het opnemen van een Staat van bedrijfsactiviteiten te heroverwegen. 12. Aan huis gebonden beroep. Verzoek: 28.1.1 over ‘aan huis verbonden beroep of aan huis verbonden bedrijf’ aan te vullen met ‘uitsluitend in de vorm van bedrijven die zijn genoemd in bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten, onder milieucategorie 1’. Dit stond zo ook al verwoord in het geldend bestemmingsplan ‘Buitengebied 2009’ en het ontwerpbestemmingsplan “Buitengebied 2017”. Daarbij verwijzen we ook naar onze uitleg onder punt 9. 13. Inspraak. In uw nota van antwoord verwijst u naar reactie A3, C4 en E5. Deze verwijzing is niet te herleiden. 14. Regels. Het onderscheid tussen maximaal 1 carport en overkappingen binnen artikel 41.3.3 duidelijk te maken. Artikel 41.3.3, lid e (art 28.4.3 ontwerpbestemmingsplan Buitengebied 2023): er wordt aangegeven dat een carport maximaal 30 m2 mag zijn en dat deze oppervlakte in mindering wordt gebracht op toegestane gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken.

Voor overkappingen wordt deze bepaling niet opgenomen en dat getuigt niet van een goede ruimtelijke ordening. Verzoek: dezelfde bepaling opnemen voor carports. 15. Regels. Een carport kent in het voorontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2021 geen bouwhoogte van 5,5 m maar van 3,2 meter (zie 41.3.3.h). Daarom het verzoek om deze bouwhoogte van 3,2 m ook te hanteren voor overkappingen. 16. Sloop-bonus. De door ons aangehaalde sloopbonus-regeling stond ook in het geldende bestemmingsplan Buitengebied 2009. Daarnaast moet het beleid voor het buitengebied erop zijn gericht onnodige verstening tegen te gaan. 17. Regels. Aan artikel 41.3.4. in het kader van de uniformiteit toevoegen: “De oppervlakte bedraagt maximaal 30 m2’. Zie ook artikel 6.4.6, lid a. 18. Milieucategorie. In artikel 48.3.2 bij ‘niet agrarisch bedrijf, ander dan recreatie- of horecabedrijf’ opnemen dat de maximale milieucategorie 1 is toegestaan. Het opnemen van milieucategorie 1 als maximum heeft als doel de overlast/impact op de omgeving te beperken en een goed woon- en leefklimaat voor de omgeving beter te kunnen waarborgen. 19. Sloop overtollige bouwing. De gemeente ‘beoogt dat minimaal 80% sloop plaatsvindt op een perceel’. De gemeente zou dit niet moeten beogen maar juist middels goede / minder ruime regelingen (bv sloopbonusregeling) moeten uitvoeren.

Dit pleit ervoor om de sloopbonus-regeling zoals opgenomen in het gehele bestemmingsplan naar beneden te worden bijgesteld zoals we in onze algehele inspraakreactie hebben benoemd. Door de tabel aan te passen zoals aangegeven wordt het ‘beogen van 80% sloop’ eerder behaald. 20. Lopende procedures. Verzoek rekening te houden met de juridische procedures die er nog lopen. Aanvullende zienswijze Plankaart 21. Verbeelding. Op de percelen Buspad 3 en 5 de woning en het bijgebouw in te tekenen op de plankaart. 22. Archeologie. Op de percelen De Hoeven 11, Buspad 3 en 5 de archeologisch bestemming te verwijderen, zoals ook bij andere gebouwen in de omgeving is gedaan. 23. Verbeelding. Op het perceel De Hoeven 11 de woning en de garage en berging in te tekenen op de plankaart. 24. Archeologie. Op het aangrenzende gebied aan de noordkant van het perceel De Hoeven 11 is een behoorlijk groot vlak dat geen archeologische aanduiding meer heeft en het omliggende gebied wel. Het gehele gebied betreft landbouwgrond. Wij gaan ervan uit dat dit een kennelijk fout is van uw gemeente. Zo niet, wat is de onderbouwing waarom dit deel geen archeologische bestemming krijgt. 25. Aanduiding. Op het perceel Buspad ontbreekt bij de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – agrarisch technisch hulpbedrijf een maximale oppervlakte. Verzoek: de plankaart daarop aan te passen.

Het betreft een nevenactiviteit.

95

26. Nevenactiviteit. Bij diverse locaties binnen het plangebied waaraan een nevenactiviteit is toegekend, ontbreken op de plankaart het aantal m2. Dit getuigd niet van gelijkheid en goede ruimtelijke ordening. Verzoek: dit op de plankaart aan te passen bij de locaties die het betreft. Planregels 27. Stikstof. Artikel 1.156, 3e bullit: benoemd is dat er geen sprake is van een toename van stikstofemissie als sprake is van een stikstofemissie kleiner dan 0,005 mol/ha/jaar. Dit is in strijd met (internationale) wet- en regelgeving en de jurisprudentie. Verzoek: deze uitzondering uit het begrip verwijderen. 28. Teeltondersteunende voorzieningen. In artikel 3.3.2.: Voor tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen is een maximale oppervlakte van 2,5 ha opgenomen. Bij overige teeltondersteunende voorzieningen ontbreekt een maximale oppervlakte. Verzoek: eenzelfde maximale oppervlakte opnemen in dit artikel en in de rest van het bestemmingsplan voor zover de regeling nog in andere planregels voorkomt. 29. Regels. De term ‘bouwperceelgrens’ in het gehele bestemmingsplan vervangen door ‘bouwgrens’ in het kader van uniformiteit. Zie ook onder 10. 30. Regels. Artikel 3.4.5 2e bullit: art 3.6.4.b uit het voorontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2021. 31. Regels.

In artikel3.4.6 voorwaarden opnemen zoals opgenomen in het voorontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2021 over bouwhoogte en oppervlakte. 32. Regels. In Artikel 28.5.1 opnemen art 3.4.1. 1e bullit uit het voorontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2021 Reactie 1. Nota inspraak. Het betreft een samenvatting van de inspraakreactie, waarin alle belangrijke elementen zijn beantwoord. De hele reactie is bij de beoordeling betrokken. Hetzelfde geldt voor deze zienswijze. De Hoeven 11-11a 2. Bouwvlak Bedrijf. Zoals in de inspraakreactie al is toegelicht is het bestemmingsvlak van de Hoeven 11a inderdaad verkleind ten opzichte van het geldende bestemmingsplan 2009. Hierbij heeft een afstemming met de kadastrale perceelsgrens plaatsgevonden. Uit bestudering van de beschikbare luchtfoto’s tussen 2002 en 2023 blijkt niet dat het achterliggende perceel RSL00 F 175 in deze periode in gebruik is geweest ten dienste van het bedrijf. De noodzaak voor uitbreiding is daarmee kennelijk nooit aan de orde geweest. De beoordeling in de Nota Zienswijze van het genoemde plan 2009 was afwijzend over de het verzoek tot uitbreiding van het bedrijf en ook ten aanzien van het aanmerken van de woning nummer 11 als burgerwoning. Beide aspecten zijn echter wel op de plankaart verwerkt. Het is niet meer na te gaan waarom dit toch gebeurd is.

Gelet op de vroegere besluitvorming en het feit dat van de bestemming nooit gebruikt is gemaakt, is het aannemelijk dat het hier om een kennelijke fout gaat. Vanwege het tijdverloop tussen 2009 en 2023 is het recht tot uitbreiding verwerkt. In paragraaf 5.1.4 van de toelichting is de werkwijze aangegeven dat de feitelijk aanwezige bebouwing, exclusief de bedrijfswoning, op de verbeelding wordt vastgelegd. De verkleining van het bouwvlak aan de achterzijde van het bedrijf is daarmee in overeenstemming. Indiener heeft in de zienswijze geen argumenten aangedragen waarom dit onredelijk zou zijn. De algemene aankondiging van de gemeente dat het plan 2009 als basis geldt voor het onderhavige plan maakt dit niet anders, omdat hier sprake is van bijzondere omstandigheden, namelijk een kennelijke fout tussen de Nota zienswijze en de plankaart van het plan 2009, waarvan indiener op de hoogte was/kon zijn. In de brief van 18 juni 2018 is het ambtelijk gesprek bevestigd dat indiener groot belang hecht aan het overnemen van de rechten uit het geldende plan 2009. Het belang van indiener is daarin ambtelijk erkent. In de brief is geen toezegging opgenomen dat dit ook mogelijk was. Dat was ook niet haalbaar, omdat slechts de raad bevoegd is ter zake toezeggingen te doen. Mede vanwege de inspraakreactie is uitgebreid aandacht besteed aan de bedoelde situatie.

Dat heeft echter niet geleid tot een andere uitkomst. 3. Archeologie. In de inspraak is verwezen naar de algemene werkwijze voor het toekennen van de bestemming Archeologie. Er zijn geen argumenten aangedragen waarom deze aanduiding niet van toepassing zou moeten zijn. Overigens wordt verwezen naar hoofdstuk 4 “Algemeen antwoord” onder A002. Buspad 3-5 4. Archeologie. Uit controle van de archeologisch waardenkaart is gebleken dat inderdaad de dubbelbestemming “Waarde – Archeologie 3”van toepassing is. Dit wordt aangepast.

96

Buspad 1 5. Bouwvlak Wonen. Niet valt in te zien dat de opgenomen vergroting van het bestemmingsvlak ‘Wonen’ bij Buspad 1 gevolgen heeft voor de bebouwings- en gebruiksmogelijkheden van het perceel op Buspad 3-5. Gezien de allang bestaande bebouwing is de invloed op de omgeving nagenoeg nihil, zowel richting het beekdal als ten aanzien van het woongenot/uitzicht. Anderzijds is er geen aanleiding om het bouwvlak ongemotiveerd te vergroten, nu de omvang al groter is dan 1.000m². De begrenzing zal daarom worden aangepast aan het feitelijk gebruik. 6. Aanduiding overkapping. In het ontwerpbestemmingsplan is op het perceel Buspad 1 de bolletjeslijn “aanduiding overkapping” reeds van de verbeelding verwijderd. 7. Regels. Er is sprake van een hypothetische vraag. In de praktijk doen zich geen problemen voor met de toetsing van aanvragen om omgevingsvergunning, zoals door indiener geschetst. Het bestemmingsplan kan bovendien geen regels van hogere overheden opzij zetten. Buspad 2 8. Bouwvlak Agrarisch. Zoals eerder vermeld is bij het bestemmingsvlak aan De Hoeven 11a (zie onder 2.) sprake van een kennelijke fout, welke met dit bestemmingsplan wordt gecorrigeerd. Het vergelijken van bouwvlakken van agrarische bedrijven met die van de bestemming ‘Bedrijf’ of ander bestemmingen is niet mogelijk. Voor agrarische bedrijven wordt een andere systematiek gevolgd.

Aan Buspad 2 is een planologisch legaal bouwvlak aanwezig. Planregels 9. Regels. In het geldende kader wordt categorie 1. en 2. bedrijvigheid generiek toegestaan. De wens van appellant om enkel categorie 1. toe te staan is begrijpelijk vanuit een ideale woonsituatie. In het kader van een goede ruimtelijke ordening en in het belang van een goede toedeling van functies is het van belang om ook andere functies op een goede wijze te regelen. Het huidige provinciale en gemeentelijke beleid laat beide categorieën reeds toe. Er is geen aanleiding om dit te wijzigen. Beide categorieën hebben namelijk weinig effect op de fysieke leefomgeving. De gemeente heeft beleidsvrijheid om deze generieke regeling toe te passen. Onderhavig bestemmingsplan is in principe conserverend van aard en het is dan ook een logisch gevolg om deze bestaande mogelijkheden te behouden. De mix van functies in het buitengebied toestaan draagt positief bij aan de leefbaarheid. Er wordt ook verwezen naar de beantwoording onder 11. en 12. van deze zienswijze. 10. Regels. Het is niet mogelijk om dit generiek te regelen. De gehanteerde begrippen kunnen, afhankelijk van de methodiek, namelijk per bestemming verschillen. Als gevolg van de zienswijze hebben we nog eens kritisch gekeken naar de verschillende gehanteerde begrippen.

De begrippen “Bouwperceelsgrens” en “Bouwgrens” hebben per bestemming echter wel hetzelfde inhoudelijke doel en worden samengevoegd tot eenzelfde definiëring, die van “Bouwgrens”. 11. Staat van bedrijven. De eerder wel toegepaste Staat van bedrijfsactiviteiten van categorie 1 en 2, zoals opgenomen was in het ontwerpbestemmingsplan “Buitengebied 2017" bleek te statisch van aard. Vaak moest hier in de praktijk van afgeweken worden, wat leidde tot schijnzekerheid, extra procedures en kosten. De gemeente heeft ervoor gekozen om per geval de passende omvang van een ontwikkeling te wegen, rekening houdend met de omgeving en overige aspecten als verkeersaantrekkende werking in relatie tot de wegcapaciteit en verkeersveiligheid. Hierdoor is meer sprake van maatwerk, waardoor meer initiatieven gefaciliteerd kunnen worden. Dit past ook in de gedachte van de Omgevingswet, die meer ruimte biedt voor maatwerk afhankelijk van de situatie en op basis van goed overleg met de omgeving. Dit bestemmingsplan geeft daartoe een eerste aanzet. 12. Aan huis gebonden beroep. De gevraagde aanvulling om artikel 28.1.1 bij 'aan huis verbonden beroep of aan huis verbonden bedrijf’ aan te vullen met ‘uitsluitend in de vorm van bedrijven die zijn genoemd in bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten, onder milieucategorie 1' is onnodig, omdat gekozen is voor een andere systematiek.

Bovendien zijn de toegelaten activiteiten zodanig van omvang dat effecten niet onder een milieucategorie te vangen zijn. In artikel 28.6.1. wordt verwezen naar de lijst van toegestane activiteiten. 13. Inspraak. In de inspraaknota wordt verwezen naar reactie A3, C4 en E5. - A3 betreft een reactie over de Hoeven 11-11a (3e onderdeel) over overkappingen, waarin een toelichting wordt gegeven over de toegepast systematiek.

97

C4 betreft feitelijk antwoord C9 (Buspad 1, 4e onderdeel) die ook gaat over het verschil tussen overkappingen en carports. - E5 betreft feitelijk E15 (Planregels 5e onderdeel) waarin toegelicht waarom er aparte regels gelden voor carports en overkappingen. 14. Regels. Verzocht wordt om het onderscheid tussen maximaal 1 carport en overkappingen binnen artikel 28.4.3 duidelijk te maken. Het is niet nodig om het gevraagde onderscheid te maken, omdat de maximale oppervlakte bebouwing geregeld is (150 of 200 m²) en dat een carport maximaal 30 m² mag zijn. Naar aanleiding van de inspraak is de bouwhoogte/goothoogte van een carport gesteld op 3,2 meter. Deze hoogte geldt ook voor overkappingen. De oppervlakte van een overkapping wordt nader niet geregeld, omdat deze gelijkgesteld is met een gebouw. Gesteld kan worden: wie het meerdere mag, mag ook het mindere. Er is geen ruimtelijk of ander belang in het kader van de ordening van de fysieke leefomgeving om dit nader te regelen. Carports worden overwegend zichtbaar vanaf de openbare ruimte gebouwd en heeft hier ook een directe aansluiting op. De ruimtelijke en stedenbouwkundige impact van een carport is daardoor anders dan die van een overkapping, die overwegend op het achtererfgebied wordt gebouwd. Om die reden zien wij geen aanleiding om aanvullende regels op te stellen, anders dan die in het ontwerpbestemmingsplan zijn opgenomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=ReuselDeMierden&id=240d6958-e102-4b69-98c3-b88c4f0a6b60