2024-07-18 - Nota van zienswijzen BP Buitengebied 2023
Tekst van het document
Verbeelding: ter plaatse van de Hoef 19, Hulsel de dubbelbestemming “Waarde- Archeologie 5” schrappen en waar nodig vervangen door “Waarde-archeologie 4”; Verbeelding: ter plaatse van De Hoef 19, Hulsel de dubbelbestemming “Waarde- Archeologie 4” schrappen ter plaatse van de stallen B en C en de stal ten zuidoosten daarvan.
65
Z045 Heikant 6, Hulsel (23IK.1308) Samenvatting Cultuurhistorie. Aan het zuidelijke gedeelte van het bouwvlak is de dubbelbestemming “Waarde – Cultuurhistorisch ensemble” toegekend. In de regels van de dubbelbestemming is niet nader beschreven welke cultuurhistorische waarden daadwerkelijk aanwezig zijn binnen het gebied. Het begrip ‘cultuurhistorisch/bouwhistorisch onderzoek’ staat niet in begrippenlijst. Onduidelijk is aan welke waarden er getoetst dienen te worden en op welke manier dit moet worden gedaan. Verzoek: een nadere onderbouwing/begripsbepaling toe te voegen. Het bouwvlak is al jarenlang intensief in gebruik voor de bestaande veehouderij. De kans is zeer groot dat de cultuurhistorische waarden, al járen niet meer aanwezig zijn binnen het bouwvlak. Slechts een gedeelte van het bouwvlak is opgenomen in de dubbelbestemming. Verzoek: de dubbelbestemming ‘Cultuurhistorisch ensemble’ van het bouwvlak te verwijderen en om het bouwvlak heen te plaatsen. Reactie Cultuurhistorie. Voor de beantwoording van dit punt wordt verwezen naar hoofdstuk 4 “Algemeen antwoord” onder A002. Aanpassingen Geen aanpassingen. Z046 Heikant 8, Hulsel (23IK.1306) Samenvatting 1. Buitengebied Herziening 2022. a. Juiste locatie. In de regels van artikel 6.1.2. lid a. het juiste adres op te nemen : Heikant 8 te Hulsel in plaats van te Reusel. b. Toevoegen nevenactiviteit.
Verzoek om een nevenactiviteit in de vorm van 'statische opslag' op te nemen in artikel 6.1. c. Schrappen nevenactiviteit. Verzoek om de nevenactiviteit caravanstalling Heikant 8, Hulsel met een maximale oppervlakte van 450 m2 te schrappen uit artikel 3. 2. Archeologie. Op de verbeelding zijn de arceringen van de dubbelbestemming “Waarde – Archeologie 4” aan te passen, zodat de aanwezige bebouwing uitgezonderd zijn van de dubbelbestemming. Reactie 1.
2.
Buitengebied Herziening 2022. Met het bestemmingsplan Buitengebied Herziening 2022, vastgesteld op 14-32023, is ingestemd met een herbestemming van deze locatie. Daarbij is ook een landschappelijke inpassing en de sloop/herbouw van de bedrijfsbebouwing overeengekomen. Het blijkt dat een belangrijk deel van de afspraken nog niet is gerealiseerd. De zienswijze heeft tot gevolg dat een zeer recent vastgestelde plan alweer relatief ingrijpend wordt aangepast. Het aanpassen van regels en de verbeelding van het ontwerpbestemmingsplan vergt een nadere afweging die niet in het kader van dit plan kan plaatsvinden. Bovendien is er gevaar van doorkruising van procedures en wordt onduidelijkheid geschapen over de afspraken en de termijn waarbinnen die gerealiseerd moeten worden. Voor gewenste aanpassingen van het geldende bestemmingsplan wordt verwezen naar hoofdstuk 4 “Algemeen antwoord” onder A005. Het gevolg is dat de locatie wordt geschrapt uit het onderhavige bestemmingsplan. Het bestemmingsplan Buitengebied 2022 blijft daarmee voor deze locatie het geldende bestemmingsplan. Archeologie. Voor de beantwoording van dit punt wordt verwezen naar hoofdstuk 4 “Algemeen antwoord” onder A002.
Aanpassingen - Verbeelding: De locatie Heikant 8 te Hulsel wordt geschrapt, overeenkomstig de begrenzing van het “bestemmingsplan Buitengebied 2022”. - Regels: Artikel 3.1.3: onder caravanstalling: schrappen de tekst: “Hulsel, Heikant 8”.
66
-
Regels: Artikel 6.1.2., lid a Staat van bedrijven schrappen de regel met de tekst: “specifieke vorm van bedrijfagrarisch technisch hulpbedrijf / Agrarische technisch hulpbedrijf / 3.1 / Reusel, Heikant 8”. Regels: Artikel 47.5.12: Schrappen voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing Heikant 8. Bijlagen bij de regels: verwijderen bijlage 42.
Z047 Kruisdijk 4, Hulsel (23IK.1313) Samenvatting 1. Bijgebouwen. In het ontwerpbestemmingsplan is opgenomen dat er 570m2 aan bijgebouwen aanwezig mag zijn binnen de bestemming 'Wonen'. Echter dient dit te zijn 570m2 extra bijgebouwen bovenop de reeds aanwezige bijgebouwen en de hoeveelheid bijgebouwen die de bestemming 'Wonen' toelaat, zijnde 200m2. Dit omdat indiener de oude stallen gaat saneren en in ruil hiervoor 570m2 aan nieuwe bijgebouwen mag realiseren ter plaatse van het rood omkaderde vlak in afbeelding 1. van de zienswijze (westelijk deel bouwvlak). 2. Bijbehorend bouwwerk. Indiener verzoekt om de maximale afstand van 20 m tot de woning niet van toepassing te laten zijn op zijn locatie. Dit omdat de nieuw te bouwen gebouwen op een ruimere afstand zijn gelegen. Reactie: 1. Bijgebouwen. Ter plaatse van Kruisdijk 4 is sprake van een woonbestemming. Hierbinnen is een woning toegestaan, met bijbehorende bouwwerken. De woonbestemming heeft een omvang van meer dan 1.000m2. Als dit bestemmingsplan door de gemeenteraad op deze manier wordt vastgesteld, dan is er 200m2 aan bijbehorende bouwwerken toegestaan binnen de woonbestemming. Behorend bij het perceel zijn twee oude stallen aanwezig. Het gebruik is destijds beëindigd, maar er zijn geen afspraken gemaakt over de sloop hiervan. Vervolgens zijn deze enkele malen onder het overgangsrecht gebracht. Dit kan niet nog eens.
Dit zou betekenen dat of de oorspronkelijke bestemming teruggelegd moest worden of een aanduiding opgenomen moet worden. In plaats hiervan is bij de inspraak voorgesteld om de woonbestemming te verruimen, samen met een aanduiding om een maximum oppervlakte aan bijgebouwen toe te staan. Hierdoor verdwijnen de verouderde stallen, worden minder m2 teruggebouwd en komt er meer samenhang tussen de woning en bijgebouwen. Vanwege de tijdsduur richting vaststelling van dit bestemmingsplan, is ten tijde van het opstellen van deze nota van beantwoording hiervoor een vergunningsaanvraag ingediend middels een Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit (BOPA). 2. Bijbehorend bouwwerk. artikel 28.5.1 onder c. biedt de een afwijkingsmogelijkheid om bijbehorende bouwwerken verder te bouwen dan 20 meter van de woning. Aanpassingen - Verbeelding/regels: Kruisdijk 4, Hulsel: toevoegen dat aanvullend op generieke regeling voor bijbehorende bouwwerken een bijgebouw van 570m2 is toegestaan. Z048 Molendijk 5, Hulsel (23IK.1327) Samenvatting Verplaatsen bos. Verzoek om mee te werken aan de verplaatsing van een bos om het bedrijf aan de Molendijk aan de kant van Hulsel aan het zicht te onttrekken. Reactie Verplaatsen bos. De ecologische waarde van een bestaand bos zijn niet inwisselbaar voor een inpassing van een agrarisch bedrijf. Aanpassingen Geen aanpassingen.
Z049 Molendijk 10, Hulsel (23.16016) Samenvatting
67
1.
Agrarisch bouwvlak vergroten. Op de locatie Molendijk 10 te Hulsel is een agrarisch bedrijf gevestigd, mede gericht op het houden van geiten. Ten opzichte van het geldende bestemmingsplan is er een stuk uitgehaald. Gevraagd wordt dit te herstellen. De ruwvoeropslag aan de achterzijde van het bouwvlak zou binnen het bouwvlak moeten liggen en daar ligt het nu niet. Daar is in 2006 een vergunning voor verleend en staat ook op de vergunning van 2016. De voerplaten liggen er al sinds 1996. Verzoek: de aanwezige ruwvoeropslag ook in het bestemmingsplan vast te leggen door het verruimen van het bouwvlak.
Reactie 1. Agrarisch bouwvlak vergroten. De oppervlakte van het bouwvlak in het geldende plan en het nieuwe plan is gelijk. Het klopt dat er al lange tijd voerplaten aan de achterzijde (oostzijde) van het bedrijf in gebruik zijn. De omvang van de voerplaten is echter in de loop van de tijd wisselend geweest, maar geleidelijk is de oppervlakte ervan vergoot. Wellicht is het in de toekomst een optie om een gedeelte van het bouwvlak dat niet in gebruik is aan de noordzijde te schrappen en te vervangen door aanduiding ruwvoeropslag op de verbeelding. De totale bedrijfsoppervlakte neemt daardoor niet toe. In het kader van deze procedure vergt dat een verdergaande beoordeling, overleg met de provincie en een landschappelijke inpassing dan binnen deze procedure mogelijk is. Al met al is er sprake van een nieuwe ontwikkeling. Ten aanzien van nieuwe ontwikkelingen wordt verwezen naar hoofdstuk 4 “Algemeen antwoord” onder A005. Aanpassingen Geen aanpassingen. Z050 Reuselsedijk 5, Hulsel (23IK.1295) Samenvatting 1. Vormverandering agrarisch bouwvlak. Het ontwerpbestemmingsplan houdt geen rekening met de vergunde uitbreiding uit 2019 met een loods aan westzijde van het bedrijf. Verzoek om dit te verwerken in het bestemmingsplan. 2. Nieuwe ontwikkeling.
Het bedrijf heeft behoefte aan ontwikkelingsruimte, niet om te groeien maar om een gezonde en duurzame bedrijfsvoering mogelijk te maken en in te kunnen spelen op ontwikkelingen. Het bedrijf werkt mee aan het terugdringen van emissies om de impact op de leefomgeving te verminderen. Ook wordt meegewerkt aan onderzoek in die richting. Gepleit wordt voor een meer individuele benadering waarbij voorlopers meer ruimte krijgen om gunstige ontwikkelingen die leiden tot een groter ruimtebeslag, maar minder emissies, te kunnen faciliteren. De Geurverordening van de gemeente helpt daar niet bij. Het is niet mogelijk om meer ruimte te bieden aan dieren om diervriendelijker produceren mogelijk te maken. Het bestemmingsplan staat verduurzaming in de weg door geen toename dieraantallen c.q. oppervlakte van dierverblijven toe te staan, zelfs als emissies niet toenemen of verlaag worden. Artikel 4.2.3. biedt praktisch geen ruimte om te kunnen schuiven met diersoorten of -aantallen, ook niet als dat nodig is in het kader van dierwelzijn. Deze regels zijn onuitvoerbaar voor bedrijven die in het verleden maximaal geïnvesteerd hebben in BBT-technieken. Opnieuw verzoek om maatwerk voor die gevallen waar positieve effecten gewenst worden. 3. Stikstofregeling. Verzocht wordt om voor het bedrijf een recht zekere situatie vast te leggen.
Een omschrijving van de feitelijk bestaande, planologisch legale situatie ontbreekt. Verzocht wordt om een directe koppeling te maken met als referentie de geldende natuurvergunning. Dat geeft meer rechtszekerheid en is toegestaan. Hieraan kan de eis verbonden dat uitbreiding van emissies en depositie niet is toegestaan. In de zienswijze is een tekstvoorstel opgenomen. Reactie 1. Vormverandering agrarisch bouwvlak. Met vergunning REU-2018-1125 is uitbreiding van de stal aan de voorzijde (noordwestelijk) vergund. Inmiddels is die uitbreiding gerealiseerd. Er vindt een oppervlakte neutrale vormverandering plaats. Normaliter vraagt de gemeente bij vormveranderingen om een zorgvuldige landschappelijke inpassing van de bedrijfslocatie. Aangezien voor de ruimtelijke kwaliteitsborging in het bestemmingsplan is opgenomen dat bij de bouw van nieuwe bedrijfsgebouwen van groter dan 100 m2, een
68
2. 3.
zorgvuldige landschappelijke inpassing moet worden gerealiseerd en dat die ook in stand moet worden gehouden, is het op die manier ook verzekerd dat ook deze locatie in de toekomst op een zorgvuldige wijze is ingepast. Nieuwe ontwikkeling. Voor de beantwoording van dit punt wordt verwezen naar hoofdstuk 3 “Zienswijzen algemeen”, punt 1 van zienswijze Z077. Stikstofregeling. Voor de reactie over dit onderwerp wordt verwezen naar hoofdstuk 4 “Algemeen antwoord” onder A001.
Aanpassingen - Verbeelding: Reuselsedijk 5 Hulsel, oppervlakte neutrale vormverandering van bouwvlak.
Z051 Reuselsedijk 10, Hulsel (23IK.1294) Samenvatting 1. Veldschuur. De bestaande loods wordt gebruik ten dienst van het agrarisch gebruik (opslag bamboe, informatie, extensieve recreatie e.d.). De loods is gesitueerd in de bestemming “Bos”. Verzocht wordt de bestemming te veranderen in “Agrarisch”. 2. Verplaatsing aanduiding. Het gebouw is niet aangesloten op nutsvoorzieningen. Verzocht wordt de loods te kunnen verplaatsen binnen het gebied “overige zone - ruimte voor gebiedsontwikkeling” en daarmee de aanduiding aan te passen. 3. Nieuwe ontwikkeling. In de toekomst is behoefte aan uitbreidingsmogelijkheden ten behoeve van de teelt van bamboe. Verzocht wordt hiervoor een mogelijkheid in het bestemmingsplan op te nemen. Reactie 1. Veldschuur. De loods wordt gebruikt overeenkomstig de bouwaanduiding ‘veldschuur’. Het gebruik van een veldschuur staat in de regels gedefinieerd in artikel 1.160. Alleen inpandige stalling en opslag is mogelijk. Mede vanwege de bestaande ligging in de bestemming ‘Bos’ en kaartlagen van de provinciale Omgevingsverordening is er geen aanleiding om dit te wijzigen. Temeer ook dat in de zienswijze verzocht om de verplaatsing hiervan. 2. Verplaatsing aanduiding. De aansluiting van nutsvoorzieningen is geen reden om te komen tot verplaatsen met dit bestemmingsplan. Technisch is het zeker mogelijk deze aan te brengen op huidige locatie.
De locatie ligt op het grensvlak van ‘ruimte voor gebiedsontwikkeling’ en ‘bestendigen bestaande situaties’. Dit zijn gebieden die voortkomen uit de gemeentelijke Omgevingsvisie en geven daarmee een koers over de ontwikkelingsrichting van gebieden. Artikel 47.3.8 overige zone - ruimte voor gebiedsontwikkeling biedt ruimte aan niet belastende “rode” functies onder harde voorwaarden, waaronder tegelijkertijd aanleg van bos en/of natuur en een goede, landschappelijke inpassing. Op basis van de zienswijze is niet gebleken dat het bedrijf plannen heeft voor verbetering van de kwaliteiten van het bos op de plaats waar de veldschuur nu staat en ook niet voor de landschappelijke inpassing van een nieuwe veldschuur op een andere locatie. Een nieuwe veldschuur zou overigens aangevraagd kunnen worden via artikel 4.4.6 indien aan de gestelde voorwaarden kan worden voldaan. Lukt het niet met dat artikel, dan kan met een principeverzoek de wenselijkheid nader beoordeeld kunnen worden. Voor nieuwe initiatieven wordt verwezen naar hoofdstuk 4 “Algemeen antwoord” onder A005.
69
3.
Nieuwe ontwikkeling. Zie de reactie onder punt 2 van deze zienswijze. Aanvullend daarop nog het volgende. Voor grootschalige uitbreiding van de activiteiten zal gezocht moeten worden naar herinvulling van een vrijkomende locatie in het buitengebied. Er wordt niet meegewerkt aan de vestiging van een nieuwe bouwvlak.
Aanpassingen Geen aanpassingen. Z052 Beekakkersweg 2, Lage Mierde (23IK.1322) Samenvatting 1. Beperking bedrijfsvoering. Het ontwerpbestemmingsplan lijkt er op gericht om alle ontwikkelingen te beperken, terwijl indiener een duurzame ontwikkeling nastreeft. 2. Legaliseren tweede bedrijfswoning. Indiener verzoekt om het aanduiden van de twee aanwezige bedrijfswoningen (Beekakkersweg 2 en Beekakkersweg 4) met de toevoeging van de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden: 2’. De woningen zijn sinds 1987 feitelijk in gebruik. Er is in de verschillende bestemmingsplan steeds sprake geweest van het toepassen van overgangsrecht. Het wederom onder het overgangsrecht brengen van de 2e woning is volgens vaste jurisprudentie niet toegestaan. De aard en omvang van het bedrijf rechtvaardigen de aanwezigheid van 2 bedrijfswoningen (twee volwaardige arbeidskrachten o.a. voor controle en toezicht). En er is bovendien een groot tekort aan woningen. 3. Melkrundveehouderij. Net als de meeste melkrundveehouderijen voldoet het bedrijf niet aan de definitie ‘grondgebonden veehouderij’. Derhalve worden onderdelen van de bedrijfsactiviteiten onder het overgangsrecht geplaatst, terwijl de onderdelen op basis van de bestaande regels wel zijn toegestaan. In de bestemmingsplan systematiek is sprake van tweeslachtigheid.
Indiener verzoekt om in plaats van de aanduiding ‘grondgebonden veehouderij’, de aanduiding ‘melkrundveehouderij’ op het bedrijf te plaatsen en ontwikkelingsruimte te bieden. 4. Stikstofregeling. De formulering van het verbod op toename van stikstofemissie heeft de feitelijke bestaande planologische legale situatie als referentiesituatie. Volgens indiener wordt hiermee geen rekening gehouden met de fluctuaties van dierenaantallen die inherent zijn aan een veehouderij en is derhalve onnodig beperkend. Gevraagd wordt om de Natuurvergunning als ijkpunt te nemen. Gewezen wordt op het bestemmingsplan Buitengebied, herziening 2016 van de gemeente Maasdriel, waarin dat met succes is toegepast (ABRvS 15 december 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2849, Ro 10 en 11). Verzoek: een stikstofregeling opnemen die recht doet aan de Natuurvergunnning van 11-2-12015. Indiener heeft als bijlage de natuurvergunning toegevoegd. 5. Archeologie. De dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’ ligt deels over het bouwvlak. Het betreft een daarmee een onterechte bescherming van reeds geroerde gronden. Verzoek: de dubbelbestemming ter plaatse van het bouwvlak te schrappen. 6. Ontwikkelingsmogelijkheden. Geen uitbreidingsmogelijkheid van dierenverblijven/dierenaantallen (4.1.2.) is te beperkend voor de veehouderij.
Indiener verzoekt om enig ontwikkelingsperspectief mogelijk te maken, waarbij ook extern salderen mogelijk moet worden. 7. Landschappelijke inpassing. De voorwaarde van landschappelijke inpassing bij nieuwbouw van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, vanaf 100 m2 is onredelijk bezwarend. Bovendien merkt indiener op dat deze voorwaarde niet geldt niet-agrarische bestemmingen. Verzoek: de voorwaarde in artikel 4.3.3. te schrappen. Reactie 1. Beperking bedrijfsvoering. Voor de beantwoording van dit punt wordt verwezen naar hoofdstuk 3 “Zienswijzen algemeen”, punt 1 van zienswijze Z077. 2. Legaliseren tweede bedrijfswoning. In de zienswijze wordt aangegeven dat hier kennelijk sprake is van een tweede bedrijfswoning. Een vergunning of een bewijs hiervan anderszins is hierbij niet aangeleverd. Uit nader onderzoek is ook niet gebleken dat een tweede bedrijfswoning ter plaatse legaal tot stand is gekomen. Hierdoor kan het gebruik ook niet onder het overgangsrecht vallen. Bij afwezigheid van enig vorm van bewijs dat hier inderdaad sprake is van een legaal tot stand gekomen tweede bedrijfswoning, wordt in dit bestemmingsplan geen nadere aanduiding opgenomen.
70
3.
4. 5. 6. 7.
Melkrundveehouderij. Ter plaatse van de bedrijfslocatie is in het ontwerpbestemmingsplan de aanduiding ‘grondgebonden veehouderij’ opgenomen. In artikel 1.9 staat omschreven wat daaronder wordt verstaan. De definitie van een melkrundveehouderij is opgenomen in artikel 1.113. In de regels is vervolgens geregeld wat er ter plaatse van een bepaalde aanduiding is toegestaan. Zo is in artikel 4.1.2 geregeld dat bij de aanduiding ‘grondgebonden veehouderij’ zowel een grondgebonden veehouderij als ook een melkrundveehouderij is toegestaan. Er is hierdoor geen sprake van het onder het overgangsrecht brengen van de bestaande bedrijfsactiviteiten. In de zienswijze wordt het voorstel gedaan om rundveehouderijen verder uit te splitsen in grondgebonden veehouderijen en melkrundveehouderijen. Met de systematiek van dit bestemmingsplan is daar niet voor gekozen. Stikstofregeling. Voor de reactie over dit onderwerp wordt verwezen naar hoofdstuk 4 “algemene antwoord” onder A001. Archeologie. Voor de reactie over dit onderwerp wordt verwezen naar Hoofdstuk 4 “Algemeen antwoord” onder A002. Ontwikkelmogelijkheden. Voor de reactie over dit onderwerp wordt verwezen naar Hoofdstuk 4 “Algemeen antwoord” onder A001. Landschappelijke inpassing. Voor de beantwoording van dit punt wordt verwezen naar Hoofdstuk 4 “Algemeen antwoord” onder A003.
Aanpassingen Geen aanpassingen. Z053 Beekakkersweg 3, Lage Mierde (23IK.1250) Samenvatting 1. Terminologie melkveehouderij. Net als de meeste melkrundveehouderijen voldoet het bedrijf niet aan de definitie ‘grondgebonden veehouderij’’. Derhalve worden onderdelen van de bedrijfsactiviteiten onder het overgangsrecht geplaatst, terwijl de onderdelen op basis van de bestaande regels wel zijn toegestaan. In de bestemmingsplan systematiek is sprake van tweeslachtigheid. Verzoek: in plaats van de aanduiding ‘grondgebonden veehouderij’, de aanduiding ‘melkrundveehouderij’ op het bedrijf te plaatsen en ontwikkelingsruimte te bieden. 2. Verruimen agrarisch bouwvlak. Het huidige bouwvlak biedt onvoldoende ruimte voor bestaande vergunde activiteiten (o.a. voeropslag met vergunning d.d. 6-9-2022) en voor het voornemen om een monomestvergistingsinstallatie te plaatsen. Verzoek: de westelijk bouwgrens 20 m westwaarts te verplaatsen. 3. Stiltegebied. Verzoek: de aanduiding ‘milieuzone – stiltegebied’ te schrappen. Het is onduidelijk wat de implicaties van deze open norm zijn en vanwege het feit dat normen met betrekking tot geluid vastgelegd zijn in de verkregen vergunning voor bedrijfsactiviteiten. 4. Cultuurhistorie. Onduidelijk is welke cultuurhistorische waarden moeten worden beschermd. De ligging bij landgoed “De Utrecht” rechtvaardigt niet de aanwijzing.
De bescherming van de waarden verhoudt zich slecht tot de dubbelbestemming “Waarde - Attentiezone waterhuishouding”. Maatregelen voor de waterhuishouding, zoals sloten dempen en water vasthouden, maken ingrepen noodzakelijk. Verzoek: schrap de aanduiding ‘overige zone – cultuurhistorisch waarde’ voor de gronden grenzend aan Landgoed de Utrecht. 5. Stikstof. De formulering van het verbod op toename van stikstofemissie heeft de feitelijke bestaande planologische legale situatie als referentiesituatie. Volgens indiener wordt hiermee geen rekening gehouden met de fluctuaties van dierenaantallen die inherent zijn aan een veehouderij en is derhalve onnodig beperkend. Gevraagd wordt om de Natuurvergunning als ijkpunt te nemen. Gewezen wordt op het bestemmingsplan Buitengebied, herziening 2016 van de gemeente Maasdriel, waarin dat met succes is toegepast (ABRvS 15 december 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2849, Ro 10 en 11). Verzoek: een stikstofregeling opnemen die recht doet aan de Natuurvergunnning van 11-2-12015. Indiener heeft als bijlage de natuurvergunning toegevoegd. 6. Ontwikkelingsmogelijkheden veehouderij. Geen uitbreidingsmogelijkheid van dierenverblijven/dierenaantallen (4.1.2.) is te beperkend voor de veehouderij. Indiener verzoekt om enig ontwikkelingsperspectief mogelijk te
71
7.
8.
9.
maken, waarbij ook extern salderen mogelijk moet worden. De provinciale regeling is niet rechtelijk getoetst en funest voor de bedrijven. Verruiming functieverandering/nevenactiviteiten. Verzocht wordt om alternatieve mogelijkheden voor nevenactiviteiten en functieverandering (niet agrarisch), zoveel mogelijk op te rekken, vanwege het feit dat er met de huidige regels sprake is van een sterfhuisconstructie voor de veehouderijbedrijven. Landschappelijke inpassing. De voorwaarde van landschappelijke inpassing bij nieuwbouw van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, vanaf 100 m2 is onredelijk bezwarend. Bovendien merkt indiener op dat deze voorwaarde niet geldt niet-agrarische bestemmingen. Verzoek: de voorwaarde in artikel 4.3.3. te schrappen Omgevingsvisie. De aanduiding ‘overige zone – bestendigen bestaande situatie’, heeft ter plaatse geen functie. Het betreft agrarisch in gebruik zijnde gronden en dat wil het bedrijf juist voortzetten. Alleen in de bestemming “Bedrijven” heeft de aanduiding juridische implicaties. Verzoek: de aanduiding te schrappen.
Reactie 1. Terminologie Melkrundveehouderij. Ter plaatse van de bedrijfslocatie is in het ontwerpbestemmingsplan de aanduiding ‘grondgebonden veehouderij’ opgenomen. In artikel 1.9 staat omschreven wat daaronder wordt verstaan. De definitie van een melkrundveehouderij is opgenomen in artikel 1.113. In de regels is vervolgens geregeld wat er ter plaatse van een bepaalde aanduiding is toegestaan. Zo is in artikel 4.1.2 geregeld dat bij de aanduiding ‘grondgebonden veehouderij’ zowel een grondgebonden veehouderij als ook een melkrundveehouderij is toegestaan. Er is hierdoor geen sprake van het onder het overgangsrecht brengen van de bestaande bedrijfsactiviteiten. In de zienswijze wordt het voorstel gedaan om rundveehouderijen verder uit te splitsen in grondgebonden veehouderijen en melkrundveehouderijen. Met de systematiek van dit bestemmingsplan is daar niet voor gekozen. 2. Verruimen agrarisch bouwvlak. De aanvraag met nummer 1667829 is op 6 september 2022 van rechtswege vergund. Op basis van de toegestuurde inrichtingstekening is niet op te maken dat er voorzieningen gerealiseerd zouden worden buiten het bestaande bouwvlak. Een vergroting van het bouwvlak is derhalve niet aan de orde. Ditzelfde geldt voor de mestvergistingsinstallatie. Hiervoor is geen vergunning verkregen wat een verruiming van het bouwvlak zou rechtvaardigen.
Overigens biedt dit bestemmingsplan wel de mogelijkheid met artikel 4.4.8 om een omgevingsvergunning te verkrijgen voor bouwen buiten het bouwvlak. Indien aan de gestelde regels kan worden voldaan, biedt dat wellicht een goede mogelijkheid om voorzieningen ten behoeve van het agrarische bedrijf te realiseren. 3. Stiltegebied. De aanduiding stiltegebied is overgenomen vanuit de Interim Omgevingsverordening (IOV). In artikel 3.13 IOV wordt bepaald dat een bestemmingsplan strekt tot behoud van stilte en rust in het gebied, waarmee rekening wordt gehouden bij de toedeling van functies en activiteiten. Om te zorgen dat bij toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen hier voldoende rekening mee te houden, is het als een algemene aanduidingsregel opgenomen in dit bestemmingsplan. 4. Cultuurhistorie. Voor de reactie over dit onderwerp wordt verwezen naar Hoofdstuk 4 “Algemeen antwoord” onder A002. 5. Stikstofregeling. Voor de reactie over dit onderwerp wordt verwezen Hoofdstuk 4 “Algemeen antwoord” onder A001. 6. Ontwikkelingsmogelijkheden veehouderij. Voor de beantwoording van dit punt wordt verwezen naar hoofdstuk 3 “Zienswijzen algemeen”, punt 1 van zienswijze Z077. 7.
Verruiming functieverandering/nevenactiviteiten. De trend dat er in steeds ruimere mate sprake is van een verbrede landbouw is iets wat de gemeente ook signaleert. Daar wordt met dit bestemmingsplan ook ruimte voor geboden. Deels met directe mogelijkheden, deels indirect met een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid. Het blijft daarbij van belang om een goede afweging te maken of de hoofdactiviteit, de agrarische onderneming, als zodanig nog herkenbaar en bepalend is voor de locatie. De nevenactiviteiten, de verbreding, dienen dan als ondersteuning. Ook biedt het de kans om het effect te beoordelen op de omliggende waarden en functies. In artikel 3.6.1 van de planregels is opgenomen welke nevenactiviteiten met omgevingsvergunning mogelijk zijn en onder welke voorwaarden. Andere nevenactiviteiten dan genoemd in artikel 3.6.1 van de planregels of in een andere omvang zijn op basis van het bestemmingsplan Buitengebied 2023 niet rechtstreeks mogelijk. Als
72
8. 9.
activiteiten gewenst zijn die niet passen binnen de regels van het bestemmingsplan, dan raden wij u aan om, eventueel met behulp van een adviesbureau, via een principeverzoek de gemeente te vragen om medewerking te verlenen aan een passende herbestemming van de locatie. Op website https://www.reuseldemierden.nl/principeverzoek is vermeld hoe dat kan. Landschappelijke inpassing. Voor de beantwoording van dit punt wordt verwezen naar Hoofdstuk 4 “Algemeen antwoord” onder A003. Omgevingsvisie. De aanduiding ‘overige zone – bestendigen bestaande situatie’ betreft een doorvertaling van de vastgestelde gemeentelijke Omgevingsvisie. Uitgangspunt voor deze gebieden is het behouden van de bestaande waarden en het doorzetten van huidige beleidslijnen, namelijk ontwikkelingen, waarbij aangetoond moet worden dat een eventuele negatieve invloed van de ontwikkeling op het functioneren van het gebied worden gecompenseerd of voorkomen. Als voldaan kan worden aan de binnenplanse afwijkingsmogelijkheid is bouwvlakvergroting of vormverandering mogelijk. Past het niet binnen die regels, dan kan met een buitenplanse procedure onderzocht worden of de ontwikkeling mogelijk is. Hierbij wordt de ontwikkeling ook getoetst aan de Omgevingsvisie.
Aanpassingen Geen aanpassingen. Z054 Buitenman 1, Lage Mierde (23.16013) Samenvatting 1. Sloopbonus. Artikel 28.5.1 van de planregels bevat de mogelijkheid voor het toestaan van een grotere inhoud van de woning tot maximaal 900 m³. Het is indiener onduidelijk of deze sloop op het eigen perceel moet plaatsvinden of dat dit ook sloop van overtollige bebouwing op een andere locatie kan zijn. Kan de ruimere sloop-bonusregeling ook worden toegepast binnen de bestemming ‘Wonen’ en dus voor het slopen van overtollige bebouwing. 2. Inhoud woning. De maximale inhoud van woningen in het buitengebied is begrensd op 650m3. In de meeste andere gemeenten wordt er uitgegaan van een inhoudsmaat van 750m3. Dat zou meer recht doen aan de behoeften van een vrijstaande woning in het buitengebied. Reactie 1. Sloopbonus. Via de verruimde sloopbonus-regeling kan de inhoud van de woning in het gehele buitengebied worden verruimd. Per sloop van 50 m2 aan legale bebouwing kan een inhoudsvergroting van 10 m3 extra worden toegestaan tot max. 900 m3. Via een aanvullende, afzonderlijke binnenplanse afwijkingsmogelijkheid mogen naast sloop van overtollige bebouwing aanvullend ook overige kwaliteitsverbeteringsmaatregelen worden ingezet, waaronder realisering van extra robuuste groenvoorzieningen en/of versterking van cultuurhistorische waarden.
De sloop mag plaatsvinden in het gehele buitengebied en kan ook worden toegepast binnen de bestemming ‘Wonen’, mits het gaat om legaal tot stand gekomen gebouwen die boven toegestane grens voor bijgebouwen valt. Het doel van deze regeling is immers het ontstenen van het buitengebied. 2. Inhoud woning. Met dit bestemmingsplan wordt voor het buitengebied geregeld dat de inhoudsmaat van een reguliere woning generiek wordt verruimd van 600 m3 naar 650 m3. Daarnaast is het met de sloopbonus-regeling mogelijk om de woning verder te verruimen. Voor een verdere uitbreiding is geen aanleiding. Aanpassingen Geen aanpassingen. Z055 Dunsedijk 3, Lage Mierde (23IK.1278) Samenvatting 1. Diersoort. In artikel 21.1.1 is de aanduiding “specifieke vorm van recreatie-dierverblijf” opgenomen. Daarin opgenomen dat 25 stuks “jongvee” kunnen worden gehouden. Verzocht wordt om deze term te veranderen in
73
2.
3.
4.
“rundvee”, omdat sprake is van runderen (o.a. zoogkoeien met kalveren) die gebruikt worden voor natuurbegrazing. Oppervlakte bebouwing. In artikel 21.3.3 is bij maatvoering en situering bouwwerken bij onderdeel “Sanitaire voorzieningen ter plaatse van de aanduiding “Kampeerterrein de oppervlakte van 2 m2 en bouwhoogte 2,5 meter opgenomen. Dit is de praktijk niet haalbaar, omdat sanitaire voorzieningen alleen leverbaar zijn in een groter formaat. Verzocht wordt de maatvoering aan te passen naar 16m2 en bouwhoogte 3,5 meter. Oppervlakte trekkershutten. De oppervlakte van de Trekkershutten van 25 m2 is onjuist gebleken, De trekkershutten bij inrichtingselement 5 dienen 40 m2 te zijn. Totaal 200 m2. Bij inrichtingselementen 7 en 8 is de oppervlakte van de trekkershutten in het plan 2022 onjuist vermeld. De trekkershutten zijn 80 m2 groot. De aangepast maatvoering geeft geen aantasting van de ecologische waarden en kenmerken van NNB. Bouwvlak. De trekkershutten vallen buiten het bouwvlak. Dat is afwijkend van het geldende plan uit 2022. Graag aanpassen.
Reactie 1. tot en met 4. Met het bestemmingsplan Buitengebied Herziening 2022, vastgesteld op 14-3-2023, is ingestemd met een herbestemming van deze locatie. Daarbij is ook een landschappelijke inpassing en de sloop van een groot gedeelte van de agrarische bedrijfsbebouwing overeengekomen. Het blijkt dat een belangrijk deel van de afspraken nog niet is gerealiseerd. De zienswijze heeft tot gevolg dat een zeer recent vastgestelde plan alweer relatief ingrijpend wordt aangepast. Het aanpassen van regels en de verbeelding van het ontwerpbestemmingsplan vergt een nadere afweging die niet in het kader van dit plan kan plaatsvinden. Bovendien is er gevaar van doorkruising van procedures en wordt onduidelijkheid geschapen over de afspraken en de termijn waarbinnen die gerealiseerd moeten worden. Voor gewenste aanpassingen van het geldende bestemmingsplan wordt verwezen naar hoofdstuk 4 “Algemeen antwoord” onder A005. Het gevolg is dat de locatie wordt geschrapt uit het onderhavige bestemmingsplan. Het bestemmingsplan Buitengebied 2022 blijft daarmee voor deze locatie het geldende plan. Aanpassingen - Verbeelding: De locatie Dunsedijk 3 te Lage Mierde wordt geschrapt, overeenkomstig de begrenzing van het bestemmingsplan “Buitengebied Herziening 2022”.
- Regels: Verwijderen artikel 21.1.2 onder a Staat van verblijfsrecreatie in de tabel de 1e regel met de tekst: ”kampeerterrein / Camping / Lage Mierde, Dunsedijk 3”. - Regels: Verwijderen artikel 47.5.16 voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing Dunsedijk 3. - Bijlage bij de regels: Verwijderen bijlage 46. Z056 Elzenstraat 2, Lage Mierde (23IK.1246) Samenvatting 1. Beekdal. Het perceel H2374 grenst aan de Natte natuurparel. In 2021 heeft waterschap De Dommel mitigerende maatregelen uitgevoerd, zoals ophogen en draineren. Hierdoor is op sommige punten een hoogte verschil ontstaan van 70 cm. Op het genoemd perceel is daarom geen sprake meer van een beekdal. Verzocht wordt om de betreffende aanduidingen om het beekdal te beschermen te schrappen. Reactie 1. Beekdal. In het bestemmingsplan Buitengebied 2023 is het beleid van de gemeentelijke Omgevingsvisie uit 2018 vertaald in regels. Bij de omgevingsvisie behoort een strategiekaart, die in dit bestemmingsplan is opgenomen. Voor de beekdalen is daarvoor het primaat ‘water en klimaatadaptatie’ opgenomen. De contouren daarvan zijn tot stand gekomen door te kijken naar waterstromingen en hoogtekaarten. Als beleidsuitgangspunt hanteert de gemeente de regel dat er binnen het beekdal (primaat water en klimaatadaptatie) niet gebouwd mag worden.
Enerzijds om in de beekdalen voldoende ruimte over te houden voor het vasthouden en/of afvoeren van water. Anderzijds om te voorkomen dat activiteiten of bebouwing last krijgen van veel te natte grond. Bij initiatieven die
74
niet passen binnen de regels van het bestemmingsplan, wordt er naar de Omgevingsvisie gekeken om te bezien of een bepaalde ontwikkeling wel of niet wenselijk is op die locatie. In het bestemmingsplan Buitengebied is de strategiekaart opgenomen in hoofdstuk 3 ‘Ontwikkelingsmogelijkheden’. Hierbij gaat het om al gebouwde locaties binnen een bouwvlak. Hier worden binnenplanse mogelijkheden geboden om een andere activiteit te starten. Per gebied is aangegeven welke functies wel of niet wenselijk zijn. In dit geval ligt de strook met primaat water en klimaatadaptatie over agrarische cultuurgrond, zonder dat daar bouwmogelijkheden zijn. Het wel of niet opnemen van deze aanduiding maakt daarbij niet uit. Het heeft de functie van een signalering. Gelet op de aangrenzende recent aangepaste inrichting van het beekdal afgezet tegen het feit dat er geen bebouwing mogelijk is op deze grond wordt de aanduiding ‘primaat water en klimaatadaptatie’ vervangen door de aangrenzende aanduiding ‘primaat landschap’. Aanpassingen - Verbeelding: De gebiedsaanduiding ‘overige zone – primaat water en klimaatadaptatie’ wordt vervangen door ‘overige zone – primaat landschap’. Z057 Hazenveld 9 en 11, Lage Mierde (23.16166) Samenvatting 1. Recreatiewoning. Bij de recreatiewoningen Het Hazenveld gaat het om particuliere woningen die alleen als eigen vakantiehuisje worden gebruikt.
Het Hazenveld is geen vakantiepark maar een verzameling van singuliere recreatiewoningen. Er is dus geen sprake van bedrijfsmatige exploitatie van een park. Verzoek daarom nogmaals om de bepalingen over bedrijfsmatig beheer van de recreatiewoningen op het Hazenveld te schrappen. 2. Bedrijfswoning. Er is bij het Hazenveld geen sprake van bedrijfsmatige activiteiten en ook geen sprake van een bedrijfswoning. Verzoek daarom om artikel 17.1.1 sub b, artikel 17.2.1, de bepalingen over bedrijfswoning in de tabel behorende bij artikel 17.3.2 en de uitzondering van permanente bewoning in de bestaande bedrijfswoning zoals opgenomen in artikel 17.4.1 van de planregels, te schrappen. 3. MER. Het bestemmingsplan en de MER spreken elkaar tegen ten aanzien van ‘bedrijfsmatige exploitatie’ van het Hazenveld. Verzoek om het bestemmingsplan conform het MER aan te passen in deze. 4. Definitie nieuwe situatie. Verzoek om goed te definiëren wat het bestemmingsplan wel of niet onder een nieuwe situatie verstaat. Dit om bij het aanvragen van een omgevingsvergunning hierover onnodige discussie(s) te voorkomen. 5. Inspraak. Wat betreft de beantwoording van de inspraakreacties nrs. 4 en 72: vraag 4 is niet beantwoord. Het betreft het toestaan van permanente bewoning. De vraag blijft wat het verschil tussen beide parken zijn en waarom dit bij het Zwartven wel mogelijk is en bij het Hazenveld niet.
Met name de passage over een persoonsgebonden gedoogbeschikking is hier niet relevant. 6. Bedrijfswoning. Artikel 1.23 bevat een begripsomschrijving van ‘bedrijfsmatig beheer recreatiewoningen’. In het verlengde van punt 1 van deze zienswijzen gaan wij ervan uit dat deze bepaling niet van toepassing is voor het Hazenveld. 7. Afstand tot perceelsgrens. In artikel 17.3.2 is sprake van twee conflicterende beschrijvingen aangaande de situering bouwwerken :‘Indien geen bedrijfswoning aanwezig is, dan minimaal 15m tot de as van de weg’ versus ‘Afstand van bouwwerken tot de bestemmingsgrens’ van ‘min. 5 m …’. Verzoek om minimaal 5m. tot de as van de weg te hanteren als relevante maatvoering voor een situering van een recreatiewoning. 8. Legale situatie. Op dit moment loopt een vooroverlegtraject om een omgevingsvergunning aan te vragen voor het vervangen van de recreatiewoning Hazenveld 9. Volgens ingewijden staat de huidige te vervangen recreatiewoning er al sinds de jaren 1970. Een van de vragen vanuit de gemeente is dat ik moet aantonen dat er sprake is van een legale situatie. De vraag is dus waarom en hoe ik dit moet/kan aantonen? Reactie 1. Bedrijfsmatig beheer. De gegeven redenatie in de zienswijze is begrijpelijk, maar de regeling wordt niet aangepast. Ondanks dat sprake is van verschillende privaatrechtelijke eigendommen, blijft er planologisch sprake
75
2.
3. 4.
5.
6. 7.
8.
van één bestemmingsvlak en wordt het Hazenveld daarmee gezien als één geheel. Er mag volgens de geldende regels enkel bebouwing worden gerealiseerd voor niet meer dan één recreatief bedrijf. Dat de in deze bestemming vallende recreatiewoningen enkel door de eigenaar aan zichzelf wordt ‘verhuurd’ doet daar niets aan af. Vanuit de Verordening Ruimte van de provincie Noord-Brabant wordt voorgeschreven dat bij verblijfsrecreatie sprake moet zijn van een bedrijfsmatig beheer van terrein en recreatiewoningen. Dit is zo opgenomen in het bestemmingsplan Buitengebied 2023. In artikel 17.4.2 is geregeld dat, daar waar reeds sprake is van een bestaand legaal particulier verhuur, dat in stand gehouden mag worden. De regel voor het bedrijfsmatige beheer gaat dus over nieuwe situaties. De zienswijze leidt op dit punt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Bedrijfswoning. Volgens de nu geldende regels van het bestemmingsplan Buitengebied 2009 is op het Hazenveld één bestaande bedrijfswoning toegestaan. Er is voor ons op dit moment geen aanleiding om dit te veranderen. Voor de helderheid is op basis van de inspraakreacties wel toegevoegd dat het gaat om een bestaande bedrijfswoning. Het toevoegen van een nieuwe bedrijfswoning is dus niet mogelijk. De zienswijze leidt op dit punt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. MER.
In artikel 17 van de planregels zijn de regels opgenomen voor het Hazenveld. Hierin is, net zoals dat in de bijlagen bij de planMER is verwoord, geen verplichting opgenomen voor bedrijfsmatige exploitatie. Definitie nieuwe situatie. Het is onduidelijk wat met dit punt van de zienswijze wordt bedoeld. De systematiek is als volgt. Alles wat je mag doen volgens de regels van het bestemmingsplan is geen nieuwe situatie. Er zijn flexibiliteitsbepalingen opgenomen (binnenplanse afwijking) om iets anders toe te staan. Daarbij staat genoemd aan welke regels je moet voldoen. Daarnaast kan je buiten het bestemmingsplan om met een nieuw plan, ruimtelijk initiatief of vergunning komen, dat afwijkt van wat je nu mag doen. Dat wordt gezien als een nieuwe planologische situatie. De zienswijze leidt op dit punt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Inspraak. Voor de 2 grote vakantieparken binnen de gemeente Reusel-De Mierden is onder de pilot voor vakantieparken ‘één park, één plan’ van de provincie Noord-Brabant onderzoek gedaan naar de levensvatbaarheid van die vakantieparken. Er is geconcludeerd dat het vakantiepark, nu nog bekend als ‘De Hertenwei’ kansen biedt om als vakantiepark te revitaliseren. Daar wordt op dit moment ook hard aan gewerkt.
Over het vakantiepark Zwartven is de conclusie getrokken dat dit niet meer om te zetten is in een rendabel vakantiepark en dat er naar een alternatief plan gekeken moet worden. Het alternatieve plan voor het Zwartven is het stoppen van het vakantiepark, het omvormen naar een woongebied en een aanzienlijke teruggave van grond aan natuurontwikkeling. Hier wordt een uitgebreide procedure voor doorlopen en ligt te zijner tijd aan de gemeenteraad voor om daar een besluit over te nemen. De zienswijze leidt op dit punt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Bedrijfsmatig beheer. Voor de beantwoording van dit punt wordt verwezen naar punt 1 van de zienswijze. Afstand tot perceelsgrens. De algemene regel voor de situering van bouwwerken werkt bij de recreatieterreinen bij nader inzien niet, zoals het zou moeten werken. De afstandsregel wordt teruggebracht in lijn met het geldende bestemmingsplan met de aanvulling dat het moet gaan om een openbare weg en niet de interne wegenstructuur, namelijk “de afstand tot de as van de openbare weg waaraan wordt gebouwd mag niet minder bedragen dan 15m” en “de afstand tot de bestemmingsgrens mag niet minder bedragen dan 5m, tenzij de bestaande afstand reeds minder bedroeg dan 5m”. De zienswijze leidt op dit punt wel tot aanpassing van het bestemmingsplan. Legale situatie.
Op 14 november 2023 is er een omgevingsvergunning verleend voor de (her)bouw van een recreatiewoning. Op basis daarvan is de inschatting dat dit punt van de zienswijze niet meer relevant is. De zienswijze leidt op dit punt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Aanpassingen - Regels: Bestemmingen Recreatie – 1 t/m 4 aanpassen voor wat betreft afstandsmaten (punt 7). Z058 Kruisvelden 3, Lage Mierde (23IK.1222) Samenvatting 1. Communicatie. Geen mogelijkheid gehad om een gesprek aan te gaan over mijn verzoek. Uiteindelijk wel een schriftelijke reactie op inspraakverzoek gekregen. Graag wil hij zijn zienswijze alsnog mondeling toelichten.
76
2.
Recreatie naar wonen. Gevraagd wordt om de enkelbestemming ‘Recreatie -2’ te wijzigen in ‘Wonen’, omdat de indiener van mening is dat er nooit sprake is geweest van een bedrijfswoning en dat zeker de laatste jaren niet meer is, omdat het vakantiepark “De Hertenwei” is verkocht, zonder deze woning De woning is in geldende bestemmingsplan als bedrijfswoning aangegeven, ten onrechte vanwege het verdwijnen van de oorspronkelijke bedrijfswoning Wellenseind 7. Indiener verzoekt om verduidelijking over wanneer een woning een bedrijfswoning is: wat is functionele binding en dient de bedrijfswoning eigendom te zijn (geweest) van het desbetreffende bedrijf?
Reactie 1. Communicatie. Er is geen directe aanleiding om hierover nog uitgebreid te spreken, zoals onder het volgende onderdeel blijkt heeft de bestuursrechter hierover een eindoordeel gegeven. De gemeente houdt dat aan als uitgangspunt. Verder is de beperkte capaciteit van de gemeentelijke organisatie een omstandigheid die een gesprek aangaan bemoeilijken. Hiervoor wordt begrip gevraagd. 2. Recreatie naar Wonen. Tijdens de inspraak is aan dit verzoek al aandacht gegeven. In het bestemmingsplan “Buitengebied 2009” is een woonbestemming toegekend aan dit adres. Hierover heeft de provincie NoordBrabant een reactieve aanwijzing gegeven dat het toevoegen van een burgerwoning zich niet verhield met het provinciale beleid. In beroep heeft de Raad van State zich vervolgens uitgesproken: Het beroep tegen het besluit van de provincie is ongegrond verklaard. Het bestemmingsplan “Buitengebied 2009” is voor dit perceel niet van toepassing en behoudt de bestemmingsregeling uit het bestemmingsplan “Buitengebied 1998”, namelijk een bedrijfswoning behorende bij het recreatiepark. Sindsdien is er geen actie meer ondernomen om hier alsnog een andere bestemming aan toe te kennen. Er is op dit moment geen aanleiding om hier een andere bestemming aan toe te kennen.
In het ontwerpbestemmingsplan “Buitengebied 2023” blijft dit adres daarom onderdeel van het vakantiepark, zijnde een bedrijfswoning behorende bij het recreatiepark. Het is, ondanks alle argumenten, niet mogelijk om de recreatiewoning te bestemmen als ‘Wonen’ omdat dit strijdig is met zowel het gemeentelijke en provinciale beleid. Aanpassingen Geen aanpassingen. Z059 Meirweg 1 / Neterselsedijk 24-24a, Lage Mierde (23IK.1330) Samenvatting 1. Verbeelding. Op het adres Neterselsedijk 24-24a op de verbeelding een relatie met de bouwregels op te nemen voor de bestaande bouwkraan. 2. Zone openheid. Op het bouwvlak en aangelegde tuin achter de bedrijfswoning op de locatie Meirstraat 1 (bedoeld wordt: Meirweg 1) de aanduiding “overige zone - openheid” te schrappen. 3. Zone bestendigen bestaande situatie. Op het bouwvlak van de locatie Meirstraat 1 (bedoeld wordt: Meirweg 1) de aanduiding “overige zone - bestendigen bestaande situatie” te schrappen. Reactie 1.
2.
3.
Verbeelding. In artikel 6.2.1. is opgenomen dat ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – aannemersbedrijf’ het volgende is toegestaan: “Aannemersbedrijf met bouwkraan van max. 23 m hoog met gieklengte van max. 58,5 meter”. Er is geen aanleiding om dit nog specifieker op de verbeelding aan te geven. Zone openheid. De zienswijze is niet gemotiveerd. Kennelijk is indiener van mening dat de openheid niet aanwezig is ter plaatse van de woning met tuin en de bedrijfsgebouwen van een intensieve veehouderij. Dit klopt feitelijk. De ‘overige zone – openheid’ is echter bedoeld als gebiedsaanduiding bij ontwikkelingen en geeft daarvoor aan wat daarbij een belangrijke waarde is. Voor het normale gebruik van het bouwvlak heeft de aanduiding geen gevolgen. Zone bestendigen bestaande situatie. In beginsel komt de gemeente in ruime mate beleidsvrijheid toe. Die beleidsvrijheid heeft de gemeente ook genomen met het vaststellen van de Omgevingsvisie d.d. 22-5-2018 (plus addendum op 28-5-2019). Daarin is op zorgvuldige wijze gekeken naar gebieden en is daar met een gebieds- en
77
lagenbenadering een visie en beleid aan toegekend. Dit document is in het bestemmingsplan Buitengebied 2023 doorvertaald en krijgt hiermee een juridisch-planologische regeling. Een en ander staat duidelijk omschreven in de toelichting, behorende bij het bestemmingsplan. De gemeente heeft een afweging te maken tussen het algemeen belang en het individuele belang. Vanuit het algemene belang hecht de gemeente aan de wens sturing te geven door ‘de juiste ontwikkeling op de juiste plek’ te krijgen via de Omgevingsvisie. Vanuit het individueel belang is eenduidigheid in de regels wel van belang. Ten aanzien van gebieden uit de Omgevingsvisie, wordt, gelet op de diverse aanduidingen over het bouwvlak, daar met het ontwerpbestemmingsplan onvoldoende aan voldaan. Richting de vaststelling wordt dit verbeterd en wordt de gebiedsaanduiding ‘overige zone – primaat landschap’ gewijzigd, zodat het gehele bouwvlak hierbinnen valt. De gebiedsaanduidingen ‘bestendigen bestaande situatie’ komt hierdoor te vervallen binnen het bouwvlak. Aanpassingen - Verbeelding: Op de verbeelding wordt op het bouwvlak Meirweg 1, Lage Mierde de gebiedsaanduiding “overige zone - bestendigen bestaande situatie” geschrapt en de gebiedsaanduiding ‘overige zone – primaat landschap’ verruimd.
Z060 Meirweg 1a, Lage Mierde (23IK.1349) Samenvatting 1. Algemene zienswijze. De zienswijze namens belanghebbende komt in grote mate overeen met de algemene zienswijze van diens adviesbureau. De samenvatting van de onderwerpen staan verwerkt in hoofdstuk 3 “Zienswijzen algemeen”, zienswijze Z077, respectievelijk onder punt 1, 2, 7, 9, 8, 4, 3 en 12. 2. Cultuurhistorische waarden. Op de locatie ligt de aanduiding ‘overige zone – cultuurhistorisch waardevol gebied’. De locatie is echter niet aangeduid op de beleidskaart. Ook komt de locatie niet voor in het Iov als cultuurhistorisch waardevol gebied. Verzoek: de aanduiding ‘overige zone – cultuurhistorisch waardevol gebied’ op de locatie verwijderen. 3. Bouwvlak. Indiener verzoekt om aanpassing van het bouwvlak, overeenkomstig de verleende omgevingsvergunning 05-07-2018. Zowel de vorm als de landschappelijke inpassing komen niet overeen met hetgeen is vergund. (bijlage: tekening behorende bij de omgevingsvergunning). Reactie 1. Algemene zienswijze. Voor de beantwoording van dit punt wordt verwezen naar hoofdstuk 3 “Zienswijzen algemeen”, zienswijze Z077. 2. Cultuurhistorische waarden. De locatie komt wel voor op de Erfgoedkaart. Verwezen wordt naar Hoofdstuk 4 “Algemeen antwoord” onder A002. 3. Bouwvlak. Het klopt dat de verbeelding van het bouwvlak onjuist is.
De door indiener aangegeven beoogde situatie wordt verwerkt op de verbeelding.
78
Aanpassingen - Verbeelding: bij Meirweg 1a Lage Mierde het bouwvlak (1,5 ha) en de landschappelijk inpassing overnemen zoals aangegeven op bijgaande situatieschets onder beoogde situatie. Z061 Meirweg 2, Lage Mierde (23IK.1252) Samenvatting Algemene zienswijze. De zienswijze namens belanghebbende komt in grote mate overeen met de algemene zienswijze van diens adviesbureau. De samenvatting van de onderwerpen staan verwerkt in hoofdstuk 3 “Zienswijzen algemeen”, zienswijze Z077, respectievelijk onder punt 1, 2, 7, 9, 10, 11 en 12. Reactie Algemene zienswijze. Voor de beantwoording van dit punt wordt verwezen naar hoofdstuk 3 “Zienswijzen algemeen”, zienswijze Z077. Aanpassingen Geen aanpassingen Z062 Meirweg 3, Lage Mierde (23IK.1319) Samenvatting 1. Algemene zienswijze. De zienswijze namens belanghebbende komt in grote mate overeen met de algemene zienswijze van diens adviesbureau. De samenvatting van de onderwerpen staan verwerkt in hoofdstuk 3 “Zienswijzen algemeen”, zienswijze Z077, respectievelijk onder punt 1, 2, 7, 9, 8, 4, 3 en 12. 2. Cultuurhistorisch. Op de locatie ligt de aanduiding ‘overige zone – cultuurhistorisch waardevol gebied’. De locatie is echter niet aangeduid op de beleidskaart. Ook komt de locatie niet voor in het Iov als cultuurhistorisch waardevol gebied.
Verzoek: de aanduiding ‘overige zone – cultuurhistorisch waardevol gebied’ op de locatie verwijderen. 79
3.
Archeologie. Een deel van de planlocatie is voorzien van de dubbelbestemming Waarde – Archeologie 4. Er is voor het plaatsen van een nieuwe stal reeds archeologisch onderzoek verricht (bestemmingsplan 12 maart 2019) Het onderzoek is als bijlage bij de zienswijze gevoegd. De gronden ter plaatse van de nieuwe stal bevatten geen archeologische waarden. Bovendien is ter plaatse van de bestaande bebouwing sprake van geroerde grond, waardoor er geen waarden te verwachten zijn. Verzoek: rekening houden met afwezigheid archeologische waarden.
Reactie 1. Algemene zienswijze. Voor de beantwoording van dit punt wordt verwezen naar hoofdstuk 3 “Zienswijzen algemeen”, zienswijze Z077. 2. Cultuurhistorie. Het gebied is aangeduid op de cultuurhistorische waardenkaart en in het ontwerpbestemmingsplan. Overigens wordt verwezen naar Hoofdstuk 4 “Algemeen antwoord” onder A002. 3. Archeologie. Het onderzoek is goed verwerkt op de archeologisch waardenkaart en in het ontwerpbestemmingsplan. Overigens wordt verwezen naar Hoofdstuk 4 “Algemeen antwoord” onder A002. Aanpassingen Geen aanpassingen. Z063 Neterselsedijk 22, Lage Mierde (23IK.1299) Samenvatting 1. Recreatie. Op de woonlocatie is nevenfunctie ‘Bed&Breakfast’ (B&B) aangeduid. Op basis van de tabel in artikel 28.1.2 betreft het: logiesverblijven, kampeerboerderij en minicamping. De term “verblijfsrecreatie” dekt de lading beter. Ook in andere gevallen. Verzoek de aanduiding B&B aan te passen in Verblijfsrecreatie. 2. Recreatie. In artikel 3.1.3 is opgenomen dat de nevenfunctie ‘Kampeerterrein’ is toegestaan binnen het bouwvlak. Echter is er geen bouwvlak opgenomen en dus is de nevenfunctie niet toegestaan. Dit is ook op andere locaties het geval. De locatie is niet opgenomen in artikel 3.1.3 en daarmee onjuist. Wel is een vermelding gemaakt in artikel 28.1.2. Verzoek: De locatie ook op te nemen in artikel 3.1.3. 3. Regels. Artikel 1.92 betreft kampeermiddelen.
Het begrip heeft naar onze mening een vage beschrijving. Graag dit begrip verduidelijken. In het begrip onder a. wordt gesproken over een tent. Beter zou zijn (safari)tent. 4. Bestemming Recreatie. Indien de locatie gelegen zal zijn binnen de bestemming ‘Recreatie’, zullen alle bedrijfsactiviteiten van het bedrijf richting de toekomst planologisch geborgd zijn. Tevens is hiervoor al eerder een principeverzoek bij uw gemeente ingediend. Reactie 1. Recreatie. De term “Verblijfsrecreatie” dekt niet de lading, zoals wordt bedoeld door indiener. Er is sprake van kleinschalige vormen van kamperen en verblijven. Verwezen wordt naar de begripsbepaling van B&B in artikel 1.19 en die van verblijfsrecreatie in 1.161. Er is geen aanleiding om dit aan te passen. Wel wordt in artikel 28.1.2 onder a de term ‘logiesverblijven’ en ‘minicamping’ vervangen door “Bed&Breakfast” en “kleinschalig kamperen”, in het kader van eenduidigheid. De generieke maatvoering voor een bed&breakfast wordt aan de regels toegevoegd. 2. Recreatie. In dit geval is het kampeerterrein opgenomen in artikel 28.1.2.onder b “Kleinschalig kamperen”: “Ter plaatse van onderstaande adressen is kleinschalig kamperen toegestaan op de aangrenzend met ‘kampeerterrein’ aangeduide gronden. De gebouwen ten behoeve van het kleinschalig kamperen zijn uitsluitend ter plaatse van het bestemmingsvlak ‘Wonen’ toegestaan. 3. Regels.
Het begrip kampeermiddel in artikel 1.92 is naar onze mening duidelijk en biedt ook ruimte om safaritenten te plaatsen. Kampeermiddel staat gedefinieerd als een tent, tentwagen, kampeerauto of een caravan. In de zin daaronder staat aangegeven voor zover het onderkomen geheel of gedeeltelijk blijvend is opgericht voor recreatief nachtverblijf. Een safaritent valt onder die definitie. 4. Bestemming Recreatie. Alle ontwikkelingen op deze locatie maken dat er geen sprake meer is van een nevenactiviteit, maar van een bedrijfsmatig recreatief bedrijf, waarvoor inderdaad de bestemming ‘Recreatie’
80
beter op zijn plaats is. Dat betekent dat beoordeeld moet worden of een dergelijk bedrijf op die locatie passend geacht kan worden in relatie met de omgeving en de daarin voorkomende waarden en functies. Op de locatie wordt veel meer ruimte gebruikt voor recreatie dan is geregeld in het ontwerpbestemmingsplan o.a. zuidkant en westkant (parkeren). Er staan ook veel gebouwen buiten de bestemming ‘Wonen’. Al met al is sprake van een nieuwe ontwikkeling. In het kader van het principeverzoek zal dat nader beoordeeld worden, waarvan aangegeven wordt dat die is ingediend. Voor het overige wordt ten aanzien van nieuwe ontwikkelingen verwezen naar het algemeen antwoord A005. Aanpassingen - Regels: artikel 28.1.2 aanpassen van “logiesverblijven, kampeerboerderij en minicamping” naar “bed&breakfast, kampeerboerderij en kleinschalig kamperen” en tabel aanvullen met “maximaal 50% van de gezamenlijke vloeroppervlakte tot een maximum van 150 m2” met een maximaal aantal logeereenheden van “5”. Z064 Neterselsedijk 25a, Lage Mierde (23.16012) Samenvatting Toevoegen woning. Op de locatie is sprake is van 2 afzonderlijke woningen. Deze situatie is omstreeks 1980 ontstaan en gerealiseerd door de ouders van indiener. Destijds heeft een verbouwing plaatsgevonden waarbij 2 wooneenheden zijn gerealiseerd, die via een brandgevel van elkaar zijn gescheiden.
Er is nog wel een tussendeur, maar hier staat een kast voor. Kadastraal is sprake van één geheel. Vraag is om voor deze woningen afzonderlijke woonbestemmingen op te nemen. Reactie Toevoegen woning. Het toestaan van een extra woning is in strijd met het beleid in het buitengebied. Er zijn alleen mogelijkheden als voldaan wordt aan de ruimte-voor-ruimteregeling of de landgoedregeling. Verder kan het behoud van cultuurhistorische waarden een reden zijn om mee te werken aan splitsing. Het langdurig inwonen geeft geen recht op splitsing. Volgens het bestemmingsplan is hier één woning toegestaan, waarbij ook sprake mag zijn van inwoning of mantelzorg. Aanpassing van het bestemmingsplan is niet nodig. Het toekennen van een extra woning vergt een beoordeling die niet in het kader van deze procedure wordt gemaakt. Voor nieuwe ontwikkelingen wordt verwezen naar hoofdstuk 4 “Algemeen antwoord” onder A005. Aanpassingen Geen aanpassingen. Z065 Neterselsedijk 31, Lage Mierde (23IK.1253) Samenvatting 1. Agrarische bedrijfswoning. Indiener wenst de bedrijfswoning op een andere locatie binnen het bouwvlak te kunnen bouwen. Hergebruik van de voormalige bedrijfswoning als bijvoorbeeld kantoor of voor nevenactiviteiten is wenselijk. Verzoek: hergebruik van de voormalige bedrijfswoning als bijvoorbeeld kantoor mogelijk te maken. 2. Landschappelijke inpassing.
De voorwaarde van landschappelijke inpassing bij nieuwbouw van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, vanaf 100 m2 is onredelijk bezwarend. Bovendien merkt indiener op dat deze voorwaarde niet geldt niet-agrarische bestemmingen. Verzoek: de voorwaarde in artikel 3.3.3. te schrappen 3. Stikstofregeling. Indiener is van mening dat de regels met betrekking tot stikstof uit de planregels te beperkend zijn voor de agrarische bedrijfsvoering van haar klanten. In de definiëring van “toename van stikstofemissie”, in artikel 1.156 van de planregels, wordt gebruik gemaakt van een emissieplafond. Een emissieplafond is immers beperkender dan een depositieplafond. Niet alle emissie die wordt uitgestoten wordt ook omgezet naar depositie.
81
In dit geval benut indiener de stikstofruimte nog niet geheel, omdat de nieuwe potstal nog niet is gerealiseerd. Dat maakt de planregeling afgezien van die natuurlijke fluctuatie extra nadelig. Feitelijke activiteiten onmiddellijk voorafgaand aan de vaststelling van het plan veroorzaken daardoor minder stikstofemissie dan op grond van de Wet natuurbescherming mag. Door de stikstofregeling in het plan wordt het via een achterdeur onmogelijk gemaakt die ruimte te benutten. Dit terwijl de geldende wetgeving rond natuurvergunningen de mogelijkheid biedt die omvang te benutten. Dit in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel. Daar komt bij dat uit jurisprudentie blijkt dat ook een 1-op-1 in het plan ingepaste natuurvergunning kan dienen als ijkpunt voor het bepalen van de vraag of sprake is van strijdig gebruik. In dat verband wijs ik u op artikel 3.4.4 en 4.4.4 van het bestemmingsplan ‘Buitengebied herziening 2016’ van de gemeente Maasdriel waarin zo’n 1-op-1 inpassing heeft plaatsgevonden. Dat plan is in een uitspraak van 15 december 2021 getoetst door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en in stand gelaten. Het bedrijf heeft geen natuurvergunning nodig. Daarom kan in dit geval de huidreferentiesituatie die in de bijlage is uitgewerkt 1-op1 worden ingepast. Reactie 1. Agrarische bedrijfswoning.
Herbouw van een bedrijfswoning op een andere locatie is mogelijk met een omgevingsvergunning op basis van artikel 3.4.4 van het bestemmingsplan. Hergebruik van een vrijkomende bedrijfswoning vanwege herbouw vindt de gemeente niet wenselijk en stuurt daarom aan op de sloop hiervan. De inhoudsmaat van een bedrijfswoning is al 100 m3 groter dan van een burgerwoning om een kantoor of nevenfuncties te huisvesten. Als een aparte kantoorruimte noodzakelijk is, dan kan dat binnen de reguliere bouwmogelijkheden binnen het bouwvlak gerealiseerd worden. Het behouden van een voormalig woongebouw uit puur economisch motieven is niet voldoende. 2. Landschappelijke inpassing. Voor de beantwoording van dit punt wordt verwezen naar Hoofdstuk 4 “Algemeen antwoord” A003. 3. Stikstofregeling. Voor de beantwoording op dit punt wordt verwezen naar Hoofdstuk 4 “Algemeen antwoord” onder A001. Aanpassingen Geen aanpassingen. Z066 Neterselsedijk 32, Lage Mierde (23IK.1331) Samenvatting Herbouw woning. Onduidelijk is op welke wijze het ontwerpbestemmingsplan herbouw van de langgevelboerderij mogelijk maakt. Hierbij speelt ook de bestemming “Waarde - cultuurhistorisch ensemble” een rol vanwege de sloop. Het bestemmingsplan Buitengebied 2009 maakt herbouw wel mogelijk. Onder zaaknr. 16671925 wordt nog overleg gevoerd.