2024-07-18 - Nota van zienswijzen BP Buitengebied 2023
Tekst van het document
15. Regels. Binnen de bestemming “wonen” is opgenomen dat zowel carports en overkappingen maximaal 3,2 meter hoog mogen zijn. 16. Sloop-bonus. In het ontwerpbestemmingsplan is sprake van een nieuwe, verruimde sloop-bonusregeling om sloop van overtollige bebouwing in het buitengebied te stimuleren. Er is geen reden om de regeling over te nemen uit het bestemmingsplan 2009 of het ontwerpbestemmingsplan "Buitengebied 2017", dat geen juridische status heeft gekregen. De ervaring leert dat van die regeling weinig gebruik is gemaakt. 17. Regels. De artikelen 41.3.4. en artikel 6.4.6, lid a. waren opgenomen in het voorontwerpbestemmingsplan. Deze zijn op een andere wijze opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan. De regeling van de carport is in het ontwerpbestemmingsplan overal gelijk geregeld. De voorgestelde aanvulling is daarom niet aan de orde. 18. Milieucategorie. Artikel 48.3.2 was opgenomen in het voorontwerpbestemmingsplan. In het ontwerpbestemmingsplan is dit artikel 43.2.2. Gezien alle gestelde voorwaarden is er geen reden om het voorgestelde voorschrift op te nemen. Aanvullend wordt verwezen naar de motivering onder 11. 19. Sloop overtollige bouwing. Indiener lijkt van mening te zijn dat met rigide regels in de praktijk de beoogde doelen kunnen worden behaald.
De praktijk wijst uit dat vaak maatwerk nodig is om werkbare oplossingen te vinden en om de betrokkenen waar mogelijk te helpen. De gemeente verwacht met de nieuwe regeling, mede in de geest van de Omgevingswet, te komen tot minder verstening in het buitengebied. 20. Lopende procedures. Er kan geen rekening worden gehouden met juridische procedures die nog lopen. Afhankelijk van de uitspraak zal dan worden bepaald hoe die worden verwerkt in de geldende regels. Aanvullende zienswijze: plankaart 21. Verbeelding. Buspad 3 en 5: De verbeelding geeft de bestemmingen en functies weer. Het aangeven van gebouwen is louter figuratief en niet bindend. Overigens kan bij het raadplegen van het bestemmingsplan via de website www.ruimtelijkeplannen.nl gekozen worden tussen verschillende ondergronden, zodat beter zichtbaar is welke bestemming en functies op welke locatie gelden. 22. Archeologie. Verwezen wordt naar hoofdstuk 4 “Algemeen Antwoord” onder A002. Met de ingediende zienswijze is niet aangetoond dat voornoemde bebouwde gronden kunnen worden vrijgegeven, omdat er geen archeologische waarden meer aanwezig zijn. 23. Verbeelding. De Hoeven 11: Zie het antwoord onder 21. 24. Archeologie. Het betreffende gebied is op de archeologische verwachtingenkaart aangemerkt als gebied met hoge archeologische verwachting, maar mogelijk wel verstoord.
Nu verstoring niet is vastgesteld is een archeologische bescherming echter wel aan de orde. Dit wordt aangepast. 25. Aanduiding. Buspad 2: Op het perceel ontbreekt de maatvoering bij de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - agrarisch technisch hulpbedrijf”. Dit zal worden aangepast op de verbeelding (plankaart) met de tekst: “maximum bebouwd oppervlak nevenactiviteit 400 m2”. Zie ook de zienswijze onder Z087. -
98
26. Nevenactiviteit. De opgenomen nevenactiviteiten en de eventueel bijbehorende bouwregeling komen over uit de geldende bestemmingsplannen ofwel vanuit verleende omgevingsvergunningen. Zoals in de nota van uitgangspunten is vastgelegd betreft het hier een consoliderend bestemmingsplan, waarbij bestaande vergunningen zijn overgenomen. Planregels 27. Stikstof. Voor het antwoord wordt verwezen naar het hoofdstuk 4 “Antwoord algemeen” onder A001. 28. Teeltondersteunende voorzieningen. In de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan is in paragraaf 5.1.1.6 onder ‘overige teeltondersteunende voorzieningen (boomteelthek) opgenomen dat de maximale omvang 2,5 ha mag bedragen. Bij nader inzien wordt ambtshalve, in lijn met het provinciaal beleid, de boomteelthekken toegevoegd aan de permanent teeltondersteunende voorzieningen. Hiermee vervallen de regels voor overige teeltondersteunende voorzieningen. 29. Regels. Zie ook de beantwoording onder 10. In artikel 3.4.1.b en 4.4.1.b wordt “bouwgrens” gehanteerd en in artikel 6.4.1.b, 12.4.1.b en 13.4.1.b wordt “bestemmingsgrens” gehanteerd. 30. Regels. De regeling in het ontwerp stelt dat eerst gekeken moet worden of huisvesting van tijdelijke werknemers binnen de bedrijfswoning behorende bij het bedrijf geregeld kan worden.
Als dat niet mogelijk blijkt te zijn, kan overwogen worden om extra huisvesting voor tijdelijke werknemers toe te staan die bij dat betreffende bedrijf ook werkzaam zijn. Het betreft dus geen algemene huisvestingsmogelijkheid. De regeling die in het voorontwerp stond had betrekking op niet alleen de betreffende bedrijfswoning, maar over alle woningen, wooneenheden, en andere verblijfsvormen. Die regel is onvoldoende toepasbaar en toetsbaar gebleken. In het ontwerpbestemmingsplan is het specifieker geregeld en gekoppeld aan de agrarische bestemming. 31. Regels. In artikel 3.4.6 voorwaarden opnemen zoals opgenomen in het voorontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2021 over bouwhoogte en oppervlakte. Er is een planvergelijking gemaakt tussen artikel 3.4.6. (ontwerpbestemmingsplan) en artikel 3.6.5 (Voorontwerpplan) die beide gaan over de bouwmogelijkheden voor wat betreft schuilhutten. Beide artikelen zijn gelijk. Er is geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.. 32. Regels. Beide artikelen zijn met elkaar vergeleken maar hebben een hele andere strekking.
Uit artikel 28.5.1, eerste bullit van het ontwerpbestemmingsplan blijkt dat het bevoegd gezag kan afwijken van de maatvoering (kortere afstand tot de perceelsgrens) als onder de eerste bullit voldaan wordt aan het feit dat het stedenbouwkundig en landschappelijk beeld niet worden aangetast en dat de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad. Dit is in lijn met de beantwoording onder 5. en we zien geen aanleiding om dit aan te passen. Artikel 3.4.1. 1e bullit van het voorontwerpbestemmingsplan bepaalt dat enkel gebouwd mag worden ten behoeve van de bestemming. Dat is een ander onderwerp waarbij het verband met artikel 28.5.1. uit het ontwerpbestemmingsplan niet te herleiden is. Aanpassingen In de regels: - In artikel 3.4.1.b en 4.4.1.b wordt “bouwgrens” gehanteerd. - In artikel 6.4.1.b, 12.4.1.b en 13.4.1.b wordt “bestemmingsgrens” gehanteerd. Op de verbeelding: - Buspad 1 en 3: Op de verbeelding wordt het bestemmingsvlak aangepast overeenkomstig het feitelijk gebruik. - Buspad 2. Op de verbeelding wordt opgenomen de maatvoering: “maximum bebouwd oppervlak nevenactiviteit 400m²”. - Buspad 3 en 5: Op de verbeelding wordt de dubbelbestemming “Waarde – Archeologie 3” opgenomen. - Op het perceel op de situatieschets wordt de dubbelbestemming “Waarde – Archeologie 4” opgenomen.
99
Z091 De Hoeven 17a en 19 Reusel (23IK.1215) Samenvatting 1.
2.
Bestemming Wonen. De woning aan de Hoeven 17a is niet in eigendom van, en heeft geen bedrijfsmatige relatie tot, het agrarisch bedrijf aan de Hoeven 19. In het bestemmingsplan Buitengebied 2009 is aan het perceel De Hoeven 17a de bestemming Wonen toegekend. Nevenactiviteit. Het agrarisch bedrijf aan de Hoeven 19 bevindt zich momenteel in een transitiefase. Een onderdeel van de nieuwe opzet van het bedrijf is het stallen van caravans. Op basis van het geldende bestemmingsplan is op 3 juni 2021 (kenmerk REU-2021-0312) een binnenplanse omgevingsvergunning verleend voor 2.000 m2 statische opslag. de caravanstalling. In bijlage 2 bij deze zienswijze is de verleende omgevingsvergunning opgenomen. Verzoek: de verleende omgevingsvergunning te verwerken in het bestemmingsplan, door de maximaal toegestane oppervlakte voor caravanstalling te vergroten van 400 m2 naar 2.000 m2. De mestsilo, die binnen het bouwvlak is gelegen, zal worden gebruikt voor mestopslag ten behoeve van de eigen akkerbouwgrond.
Reactie 1. Bestemming Wonen. Voor het perceel De Hoeven 17a is in het ontwerpbestemmingsplan een aparte woonbestemming opgenomen, in lijn met het geldende bestemmingsplan. Het is daarmee niet verbonden met het agrarische bedrijf op De Hoeven 19. 2. Nevenactiviteit. Op deze locatie is feitelijk de intensieve veehouderij gestopt, maar blijft de akkerbouwtak met mestopslag in stand en fungeert hier nu als hoofdactiviteit. Het past in de systematiek van het bestemmingsplan om de uitbreiding van de nevenactiviteit naar 2.000 m2 voor statische opslag te vermelden in het bestemmingsplan. De aanduiding ‘caravanstalling’ is hier al opgenomen. De maatvoeringsaanduiding wordt aangepast van 400m2 naar 2.000m2. Aanvullend is vastgesteld dat op de verbeelding een typefout staat in de tekst van de maatvoering nevenactiviteit, die wordt meteen ook aangepast. Aanpassingen - Verbeelding: De aanduiding “Maatvoering bebouwd oppervlakt oppervlak nevenactiviteit 400 m2” wordt vervangen door: Maatvoering maximum bebouwd oppervlak nevenactiviteit: 2.000 m2”. Z092
Gildepad 1, Reusel (23IK.1178)
Samenvatting 1. Sport. In het ontwerpbestemmingsplan is sprake van een schutsboom met maximale hoogte van 13 meter. Op dit moment staan op het Gildeterrein 6 schutsbomen, vijf met een 'normale' hoogte van 12 meter en één 'koningsboom' van 18 meter hoogte. Eerder is voorgesteld om één van de normale schutsbomen op te offeren ten gunste van een schutsboom van 22 meter, voor het schieten met geweer (luchtbuks). Verzoek: de planregels in artikel 23 bij Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, als volgt aan te passen: "ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van sport - schiet- inrichting' 6 schutsbomen max. 22 m" of alleen vermelden van "schutsbomen". Reactie 1. Sport. Uit de zienswijze blijkt dat één schietpaal hoger is dan de toegestane 13 meter en er wordt daarop geschoten met geweren. Het bestemmingsplan biedt in artikel 23.4.1 de mogelijkheid om af te wijken van de toegestane hoogte van de schutsbomen tot maximaal 22 meter. Door de provincie is aangegeven dat aan de beoordeling daarbij ook aandacht moet worden geschonken aan de effecten van die verhoging op het naastgelegen bos-/natuurgebied. Dat aspect wordt toegevoegd aan de beoordeling van artikel 23.4.1. Een aanpassing van het plan is daarom niet aan de orde. Aanpassingen Geen aanpassingen.
100