2024-07-18 - Nota van zienswijzen BP Buitengebied 2023
Tekst van het document
Primaat Bos/natuur over Agrarisch verwijderen.
Natuur Netwerk Brabant over Agrarisch verwijderen.
Z021 Hoogstraat 10-10a, Hooge Mierde (23IK.1332) Samenvatting Wonen, woningsplitsing. Op 3 oktober 2022 is meegewerkt aan het splitsen van een cultuurhistorische woonboerderij met toepassing van omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan. Verzocht wordt de nieuwe situatie in dit plan over te nemen en ter plaatse 2 bouwvlakken op te nemen, waarvan het rechtergedeelte (noordoostelijk) vergroot wordt tot 1.000m2. Hierdoor blijft sprake van een categorie 1 ontwikkeling op basis van de LIR. Reactie Wonen, woningsplitsing. Het opnemen van 2 aparte bestemmingsvlakken is niet gewenst, omdat het dan in de toekomst mogelijk wordt de woning gedeeltelijk te slopen, zonder behoud van de cultuurhistorische waarden. Het behoud daarvan is een voorwaarde om een woning te mogen splitsen. Op de verbeelding moet nog wel aangegeven worden dat ter plaatse 2 woningen zijn toegestaan. De voorgestelde verruiming van de woonbestemming is om het voorgaande dan ook niet mogelijk. Er is inmiddels al sprake van een woonbestemming van 2.161 m2. Aanpassingen - Verbeelding: Hoogstraat 10-10a, Hooge Mierde: Op het bouwvlak Wonen de aanduiding “maximum aantal wooneenheden” opnemen met een “2 “.
48
Z022 Hoogstraat 14, Hooge Mierde (23IK.1103) Samenvatting 1. Verruimen woonbestemming. Het betreft de percelen kadastraal bekend G 634, 1007 en 1266. Op kavel G1007 is een schuur gepland. Verzocht wordt de genoemde percelen aan te merken als behorend bij huisnummer 14. 2. Bed&Breakfast. Graag aanduiding op nemen, zoals ook is gebeurd bij de buren op nummer 14a. 3. Bestemming recreatie. Op het perceel G1007 de aanduiding recreatie opnemen, omdat daar een camping aanwezig is, waarvoor een WOZ-waarde is opgenomen en belasting wordt betaald. Reactie 1. Verruimen woonbestemming. Voor verruiming van de woonbestemming is de afstemmingsnotitie ‘Landschapsinvesteringsregeling De Kempen’ van toepassing. Die stelt dat bij uitbreiding van bestemmingsvlak boven 1.000 m2 extra kwaliteitsverbetering van het landschap noodzakelijk is. De bestaande woonbestemming heeft een oppervlakte van 950 m2. De gevraagde uitbreiding gaat daar ruim overheen. Een bouwvlak Wonen is maximaal 1.000m2. Op het perceel 1266 is ook bebouwing aanwezig. Bestemmingsplanmatig behoort deze grond tot de Hoogstraat 14a Hooge Mierde. Het is aan te raden om samen met de buren te kijken naar de planologische situatie en hoe de gewenste situatie is. Aan de hand daarvan kan via een principeverzoek gevraagd worden om medewerking te verlenen aan bestemmingsverandering. Kijk hiervoor op www.reuseldemierden.nl/principeverzoek. 2.
Bed&Breakfast. Niet is aangetoond waarom een afzonderlijke aanduiding B&B nodig is of dat daar reeds een vergunning voor is verkregen. In het vast te stellen bestemmingsplan is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen om een vergunning te krijgen voor een bed&breakfast. Daarbij wordt een afweging gemaakt over effect op omliggende functies opgenomen. Dit staat geregeld in artikel 28.7.2. Als de mogelijkheden daarvan niet voldoende zijn kan een herziening van de bestemming worden gevraagd. 3. Bestemming recreatie. Met de zienswijze is niet aangetoond dat hier sprake is van een vergunning voor een vorm van recreatie op deze locatie. Handelen in strijd met de bestemming of zonder dat daar een vergunning voor is verkregen, is niet toegestaan. Dat hiervoor in het kader van de WOZ belasting over wordt betaald is van ondergeschikt belang. Het is dan raadzaam om bezwaar aan tekenen tegen de WOZ beschikking. Het opnemen van de bestemming ‘Recreatie’ of anderszins betekent dat sprake is van een nieuwe ontwikkeling. In het kader van dit bestemmingsplan wordt daaraan niet meegewerkt. Verwezen wordt naar hoofdstuk 4 “Algemeen antwoord” onder A005. Aanpassingen Geen aanpassingen. Z023 Hoolstraat 1, Hooge Mierde (23IK.1259) Samenvatting 1. Algemene zienswijze. De zienswijze namens belanghebbende komt in grote mate overeen met de algemene zienswijze van diens adviesbureau.
De samenvatting van de onderwerpen staan verwerkt in hoofdstuk 3, zienswijze Z077, respectievelijk onder punt 1, 2, 4, 3, 8, 7, 9, 10, 11 en 12. 2. Archeologie. Op 12-3-2019 is een bestemmingsplan vastgesteld dat uitbreiding van het bedrijf mogelijk maakt. In dat kader is aangetoond dat ter plaatse van een nieuwe stal er geen ecologische waarden aanwezig zijn. Daarnaast vragen wij ons af waarom één stal en de bedrijfswoningen zijn vrijgegeven voor de dubbelbestemming en de overige bebouwing welke aanwezig is niet is vrijgegeven. Het grootste gedeelte van de aanwezige bebouwing is namelijk nog wel aangewezen met de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4'. Echter ter plaatse van de bestaande bebouwing is de grond reeds verstoord door de bouw van de gebouwen, er zijn derhalve geen archeologische waarden meer te verwachten op deze plaatsen. Verzoek om de waarde archeologie op de locatie te schrappen. Het betreffende onderzoek is als bijlage bij de zienswijze gevoegd.
49
Reactie 1. Algemene zienswijze. De zienswijze namens belanghebbende komt in grote mate overeen met de algemene zienswijze van diens adviesbureau. De beantwoording van de onderwerpen staan verwerkt in hoofdstuk 3 “Zienswijzen algemeen”, zienswijze Z077. 2. Archeologie. Voor de beantwoording van dit punt wordt verwezen naar hoofdstuk 4 “Algemeen antwoord”, onder A002. Aanpassingen Geen aanpassingen. Z024 Hoolstraat 11, Hooge Mierde (23IK.1305) Samenvatting 1. Algemene zienswijze. De zienswijze namens belanghebbende komt in grote mate overeen met de algemene zienswijze van diens adviesbureau. De samenvatting van de onderwerpen staan verwerkt in hoofdstuk 3 “Zienswijzen algemeen”, zienswijze Z077, respectievelijk onder punt 1, 2, 4, 3, 11 en 12. 2. Archeologie. Op 21-01-2015 is het bestemmingsplan Buitengebied 2009, herziening fase 1A onherroepelijk vastgesteld, waarbij een nieuwe melkrundvee stal wordt mogelijk gemaakt, hiervoor is een bouwvergunning afgegeven ten tijde van het geldende bestemmingsplan Buitengebied 2009 welke op 08-12-2011 onherroepelijk is vastgesteld. Ten tijde van deze bestemmingsplannen was het niet noodzakelijk om een archeologisch onderzoek uit te voeren. Tijdens het bouwen van de stal is de grond zodanig geroerd, dat archeologische vondsten niet meer te verwachten zijn.
Verzoek: om in ieder geval de grond ter plaatse van de nieuw gebouwde stal de dubbelbestemming Archeologie te schrappen, maar ook van de rest van het bouwvlak. 3. Cultuurhistorie. Aan het noordelijke gedeelte van het bouwvlak is de dubbelbestemming Waardecultuurhistorisch ensemble” toegekend. Ter plaatse deze bestemming slechts worden gebouwd als een cultuur-historisch/bouwhistorisch onderzoek plaatsvindt, waaruit blijkt dat de cultuurhistorische waarden niet op onaanvaardbare wijze worden aangetast of passende maatregelen worden genomen om de aanwezige cultuurhistorische waarden veilig te stellen. Onduidelijk is welke cultuurhistorische waarden daadwerkelijk aanwezig zijn binnen het gebied. Het begrip 'cultuurhistorisch/bouwhistorisch onderzoek' is beschreven in het bestemmingsplan. Verzoek: een nadere onderbouwing/begripsbepaling toe te voegen. Het bouwvlak is al jarenlang intensief in gebruik voor de bestaande veehouderij. De kans dat de cultuurhistorische waarden, al járen niet meer aanwezig zijn binnen het bouwvlak is zeer groot. Verzoek: de dubbelbestemming 'Cultuurhistorisch ensemble' van het bouwvlak te verwijderen en om het bouwvlak heen te plaatsen. Reactie 1. Algemene zienswijze. De zienswijze namens belanghebbende komt in grote mate overeen met de algemene zienswijze van diens adviesbureau.
De beantwoording van de onderwerpen staan verwerkt in hoofdstuk 3 “Zienswijzen algemeen”, zienswijze Z077. 2. Archeologie. Voor de beantwoording van dit punt wordt verwezen naar hoofdstuk 4 “Algemeen antwoord”, onder A002. 3. Cultuurhistorie. Voor de beantwoording van dit punt wordt verwezen naar hoofdstuk 4 “Algemeen antwoord”, onder A002. Aanpassingen Geen aanpassingen.
50
Z025 Kailakkers 17, Hooge Mierde (23.116114) Samenvatting Bestemming Tuin. Concreet is het verzoek of er een regeling kan worden opgenomen om de landbouwgrond te gebruiken als tuin waarbij ook kleine bouwwerken mogelijk zijn inherent aan de woonbestemming, zoals een zwembad, overkapping en speeltoestellen. Eventueel als afwijkingsbevoegdheid met voorwaarden. Het perceel 965 grond is momenteel in gebruik als speelweide. Verzocht wordt om een bestemming “Tuin”, zodat cliënt in de toekomst geen problemen krijgt met de gemeente. Reactie Bestemming Tuin. De voorgestelde afwijkingsbevoegdheid is in een eerder stadium overwogen en is uiteindelijk niet opgenomen. Gelet op de overwegend ruime oppervlakten van de woonbestemmingen binnen het buitengebied, is het niet nodig om dit op dit moment met een alternatieve regeling nog verder uit te breiden. Dit werkt daarnaast ook strijdig gebruik in hand en is een goede handhaafbaarheid hiervan onzeker. Verder bedraagt de bestemming ‘Wonen’ op deze locatie 1.334 m2. Het perceel 965 heeft de bestemming ‘Agrarisch’ zonder bouwvlak, waardoor het gevraagde gebruik en het plaatsen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, daarmee in strijd is. Binnen de systematiek van het buitengebied wordt er geen gebruik gemaakt van tuinbestemmingen.
Voor verruiming van de woonbestemming is de afstemmingsnotitie ‘Landschapsinvesteringsregeling De Kempen’ van toepassing. Die stelt dat bij uitbreiding van bestemmingsvlak boven 1.000 m2 extra kwaliteitsverbetering van het landschap noodzakelijk is. De bestaande woonbestemming is reeds ruimer. Er zijn geen planologische argumenten aangegeven die een herziening rechtvaardigen. Aanpassingen Geen aanpassingen. Z026 Koestraat 8, Hooge Mierde (23IK.1424) Samenvatting 1. Veegplan. Ondanks de deels positieve reactie op de inspraak is er nooit het verzoek ontvangen om deel te nemen aan het veegplan. 2. Woningsplitsing. In artikel 43.2.2 is de splitsing van de voormalige agrarische bedrijfswoning geregeld. Als voorwaarde is opgenomen dat de splitsing in twee woningen uitsluitend is toegestaan indien de splitsing plaatsvindt ter instandhouding van het cultuurhistorisch waardevol gebouw. Deze regeling is niet geheel in lijn met de provinciale regelgeving. Artikel 3.69 Iov maakt splitsing ook mogelijk van een beeldbepalende woonboerderij. Het is dus niet noodzakelijk dat sprake moet zijn van een cultuurhistorisch waardevol gebouw. Verzoek: artikel 43.2.2. aan te passen. Het bovenstaande geldt ook voor artikel 28.7.1 3. Bestemming Bedrijf. Er is sprake van een voormalige varkenshouderij. De functie van het bedrijf is veranderd.
Verzoek: de bestemming te veranderen van ‘Agrarisch’ naar ‘Bedrijf’ en te voorzien van de functieaanduidingen ‘paardenhouderij’ en ‘statische opslag’. Waarbij het maximum bebouwd oppervlak 1.478 m2 bedraagt. Het initiatief voorziet in een verkleining van het bouwvlak en in sloop van de voormalige varkensstallen. In bijlage 1 is de tekening van de gewenste situatie opgenomen. 4. Nieuwe ontwikkeling. Dat in dit bestemmingsplan niet meegewerkt kan worden aan nieuwe initiatieven is in strijd met de uitgangspunten van de Wro en vaste jurisprudentie. Het college heeft in algemene zin aangegeven dat men bij de voorbereiding van het ontwerpbestemmingsplan geen medewerking wil verlenen aan nieuwe initiatieven tot wijziging van de bestemming. Zoals ook staat verwoord in de Nota van Uitgangspunten. Gewezen wordt bijvoorbeeld op de jurisprudentie uit het bestemmingsplan ‘Centrum - Zandvoorť (Zaaknummer 201802567/1/R1) waarin duidelijk is omschreven hoe de raad om dient te gaan bij het behandelen van een concreet nieuw initiatief in de zienswijzenfase. Zie rechtsoverweging 6.2 in de uitspraak. Het verzoek van indiener is voldoende concreet en is tijdig kenbaar gemaakt. Op 7 maart 2023 is voor onderhavig initiatief een principeverzoek ingediend (zie bijlage 2). Tot op heden hebben wij alleen een ontvangstbevestiging ontvangen (zie bijlage 3).
Dat onderhavig initiatief voorziet in een goede ruimtelijke ordening wordt aangetoond middels bijgevoegde ruimtelijke onderbouwing (zie bijlage 4). Er zijn geen redenen om niet mee te werken. Ook
51
vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet worden geen nieuwe initiatieven in behandeling genomen Bovendien zorgt de Omgevingswet er voor dat verzoeken tot functieverandering en verkleining bouwvlak buitengewoon complex worden. Er is niet de illusie dat binnen 1 à 2 jaar een omgevingsplan of een Buitenplanse omgevingsactiviteit (Bopa) mogelijk zal zijn. Verzoek: deze ontwikkeling mee te nemen in dit bestemmingsplan Buitengebied. Als dit niet gebeurd volgt een ingebrekestelling en zal beroep worden ingesteld. Reactie 1. Veegplan. Via publicaties in het weekblad D’n Uitkijk is verzocht om contact op te nemen met de gemeente als er sprake was van een gewenste aanpassing van de bestemming. Van indiener is echter geen reactie ontvangen. 2. Woningsplitsing. De Interim omgevingsverordening (IOV) kende twee mogelijkheden. In artikel 3.69 wordt inpandige splitsing van een beeldbepalende woonboerderij toegestaan, mits sprake is van een fysieke tegenprestatie, vergelijkbaar met de tegenprestatie voor een ruimte voor ruimtekavel. Een generieke regeling wordt hier niet voor opgenomen in dit bestemmingsplan. Hiervoor is dan een buitenplanse procedure nodig. Verder staat de IOV in artikel 3.69 toe dat vestiging van of splitsing in meerdere woonfuncties mogelijk is in ‘cultuurhistorisch waardevolle bebouwing’ als dit bijdraagt aan het behoud hiervan.
Dit is wel geregeld in dit bestemmingsplan. Zie over dit onderwerp ook de reactie van de provincie in hoofdstuk 2 “Zienswijzen instanties” onder Z075 op dit onderdeel. Als gevolg van de provinciale reactie wordt artikel 43.2.2 (onder het kopje: Specifieke voorwaarden voor wonen in een voormalige (agrarische) bedrijfswoning), niet aangepast. 3. Bestemming Bedrijf. Ter plaatse was voorheen een intensieve veehouderij gevestigd. De bedrijfsactiviteiten zijn inmiddels beëindigd en een passende herbestemming is daarvoor noodzakelijk. Met dit bestemmingsplan worden echter geen ontwikkelingen meegenomen waarvoor een uitgebreide ruimtelijke motivatie noodzakelijk is, zie ook onderstaande verwijzing. Aangezien op dit moment een principeverzoek voor herontwikkeling in behandeling is, wordt op basis daarvan een ruimtelijke afweging gemaakt over de passendheid van de nieuwe functie. Het bestemmingsplan wordt daar niet vooruitlopend al op aangepast. 4. Nieuwe ontwikkeling. Voor de beantwoording van dit punt wordt verwezen naar Hoofdstuk 4 “Algemeen antwoord” onder A005. In aanvulling daarop wordt meegegeven dat het principeverzoek ambtelijk in behandeling is genomen. Aanpassingen Geen aanpassingen. Z027 Koestraat 19, Hooge Mierde (23IK.1140) Samenvatting Bestemming Wonen.
Het perceel grond, sectie H nummer 2635 heeft in het bestemmingsplan 'Buitengebied 2009' gedeeltelijk de bestemming 'Wonen'. Indiener heeft in 2022 een principeverzoek ingediend om een ruimte-voorruimtewoning in te dienen. In het ontwerpbestemmingsplan is 1.500 m2, het meest het oostelijk gedeelte bestemd tot ‘Agrarisch met waarden- Landschap”. Dit leidt tot een aanzienlijke waardevermindering en vermindering van de gebruikswaarden, voor een burger. Verzoek: de bestemming Wonen over de volledige breedte van het perceel te houden conform het bestemmingsplan uit 2009. Reactie Bestemming Wonen. Het bestemmingsvlak is in het ontwerpbestemmingsplan inderdaad veranderd ten opzichte van het geldende bestemmingsplan 2009. Het bestemmingsvlak ‘Wonen’ in het geldende plan 2009 is ca. 3000 m2. In het voorontwerpbestemmingsplan is het bouwvlak te klein gemaakt Dit had te maken met bebouwing buiten het bestemmingsvlak bij Koestraat 19 Hooge Mierde. Uit nader onderzoek blijkt dat het hier gaat om een tijdelijke woonunit vanwege de verbouwing van de bestaande woning waarvoor een tijdelijke vergunning is verleend (REU2022-0307). In het ontwerpbestemmingsplan is de oppervlakte aangepast naar de bestaande oppervlakte: echter
52
smaller maar dieper. Het bestemmingsvlak terugbrengen naar de oorspronkelijke vorm is dan ook niet bezwaarlijk. De oppervlakte blijft daarmee gelijk. Voor de gewenste Ruimte voor Ruimte woning is onlangs een positief principebesluit genomen door het college. Na de positieve beoordeling kan een afzonderlijke procedure worden doorlopen om op dat perceel dan ook daadwerkelijk een tweede woning te mogen bouwen. Tot dat moment is er binnen het bouwvlak slechts één woning toegestaan. Aanpassingen - Verbeelding: bestemmingsvlak ‘Wonen’ Koestraat 19 aanpassen conform geldend bestemmingsplan.
Figuur 1 Koestraat 19
Z028 Kuilenrode 1, Hooge Mierde (23IK.1275) Samenvatting 1. Algemeen. De percelen 1316, 1317, 1318 en 1319 worden doorkruist door acht verschillende gebiedsaanduidingen. De zienswijze richt zich op het minimaliseren van de aanduidingen die de ontwikkelingsmogelijkheden van indiener aantasten. De volgende gebiedsaanduidingen op de percelen foutief zijn toegekend: 2. Cultuurhistorisch ensemble. Uit bijlage 1 blijkt dat de dubbelbestemming ‘waarde - cultuurhistorisch ensemble’ slechts een klein deel van de percelen overschrijdt. Gezien de omvang van het gebied van de dubbelbestemming en de nabijheid tussen de oostelijke bestemmingsgrens en de westelijke perceelgrenzen wordt er van uitgegaan dat er sprake is van een foutieve begrenzing van de dubbelbestemming. 3. Cultuurhistorisch waardevol gebied. Als benoemd onder artikel 3.1.4 lid a sub 2 is het beleid ter plaatse van de aanduiding ‘overige zone -cultuurhistorisch waardevol gebied’ gericht op het behoud, herstel en ontwikkeling van landschappelijke en cultuurhistorische waarden in het algemeen, evenals de cultuurhistorische gebiedswaarden. Verder vereist de gebiedsaanduiding een omgevingsvergunning voor de werken als in artikel 3.7.1 lid e.
In de toelichting van het bestemmingsplan worden er onder paragraaf 5.2.4 vijf specifieke cultuurhistorische waarden onderscheiden, deze waarden lopen op van “overige zone – cultuurhistorie” tot en met 'overige zone cultuurhistorie 5' en hebben betrekking op het behoud, herstel en de ontwikkeling van specifieke cultuurhistorische entiteiten. Indiener constateert dat de bestemming niet is voorzien van een specifieke cultuurhistorische waarde, derhalve is het onzeker welke waarde van toepassing is. Aangezien geen van de vijf aparte waarden is toegekend aan de bestemming is er sprake van een rechts onzekere planregel. 4. Primaat landschap. In de toelichting wordt er onder o.a. paragrafen 3.4.1, 47.3.6, 6.3, 5.1.1.17 en 5.1.4.2 meer inhoud gegeven aan de aanduiding Primaat Landschap en worden de planologische implicaties ietwat verduidelijkt. Hoewel de toelichting de aanduiding contextueel onderbouwt, zijn wij van mening dat het bestemmingsplan niet genoeg motiverend en onderbouwend is voor de praktische implicaties van de aanduiding. De bepaling onder artikel 47.3.6 is derhalve in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel. Het is onduidelijk wat hiermee wordt bedoeld en wat er geldt ten aanzien van deze aanduiding. Een rechtsregel moet duidelijk zijn. Het is op dit punt onduidelijk wat “beleid gericht op [.. ]” inhoudt.
53
5.
Primaat bestendigen bestaande situatie. In de toelichting wordt de aanduiding ‘bestendigen bestaande situatie’ onder paragraaf 5.1.1.17 verhelderd, de gebiedsaanduiding: “[Betreft] de bosovergangsgebieden. Hergebruik van een VAB-locatie voor een niet-agrarische functie wordt hier mogelijk geacht, mits sprake is van een aanzienlijke omgevingskwaliteitsverbetering, vanwege de landschappelijke kwetsbaarheid van het gebied en ligging in de provinciale groenblauwe mantel. In bijlage 4 wordt de afstand tussen de gebiedsaanduiding op het perceel en het dichtstbijzijnde bos weergegeven, dit bedraagt ca. 840 meter. Derhalve zetten wij vraagtekens bij de relevantie van de aanduiding te Kuilenrode 1, uitgaande van het eerstgenoemde in artikel 5.1.1.17. Ondanks de toelichting van de artikelen 6.4.2 en 43.2.2 in paragraaf 5.1.4.2 van de toelichting, zijn wij van mening dat de bepaling onder 47.3.1 eveneens in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel. Ook hier is het onduidelijk wat er wordt bedoeld met “beleid gericht op [...]”
Reactie 1. Algemeen. Het betreft voornamelijk geen bestemmingen, maar gebiedsaanduidingen, met uitzondering van “Waarde-Cultuurhistorisch ensemble”. Het betreft aanduidingen die veelal geen verbod inhouden, maar een aandachtspunt zijn bij ontwikkelingen. Het bestaande agrarische grondgebruik kan worden voortgezet. Onder omstandigheden biedt een aanduiding ook mogelijkheden om ontwikkelingen mogelijk te maken. Vanwege de ligging is er in dit geval sprake van veel waarden, zoals aardkundige cultuurhistorische, archeologische. De cultuurhistorische waarden zijn weer onderverdeeld. De begrenzingen zijn afkomstig uit de Erfgoednota, de Omgevingsvisie en provinciale bronnen. In de toelichting wordt in paragraaf 3.4.1 verwezen naar de Omgevingsvisie. Daarin is geen eindbeeld vastgelegd, maar zijn er mede op basis van onderliggende landschapstypen zes verschillende gebiedsstrategieën onderscheiden, waaronder Primaat landschap en bestendigen bestaande situatie. 2. Cultuurhistorisch ensemble. Hier lijkt inderdaad sprake van een foutieve begrenzing. Het betreft een zeer smal gedeelte aan de westkant van de percelen van indiener. Hoewel kadastrale grenzen niet maatgevend zijn voor de al dan niet aanwezigheid van waarden lijkt het hier logisch de aanduiding op het perceel van indiener te schrappen.
Op basis van het gelijkheidsbeginsel zal dit ambtshalve ook aangepast worden voor de percelen noordelijk ervan. Aanvullend wordt ten aanzien van cultuurhistorie verwezen naar hoofdstuk 4 “Algemeen antwoord” onder A002. 3. Cultuurhistorisch waardevol gebied. Paragraaf 5.2.4 heeft alleen betrekking op landgoed Wellenseind en niet op de percelen van indiener. Het betreft hier de bestemming “Overige zone- cultuurhistorie” met een getal, afhankelijk van de te beschermen waarden. De aanduiding op de percelen van indiener worden beschreven in paragraaf 5.3.1.1. Het betreft de overige meer lokale gemeentelijke cultuurhistorische waarden, die aangeduid zijn als gebiedsaanduiding. In dit geval betreft het een historisch akkercomplex rondom de kern (e.). Het beschermingsregiem betreft niet het normale gebruik, maar veranderingen die invloed hebben op de cultuurhistorische waarden, zoals teeltondersteunende voorzieningen en werkzaamheden aan de bodem, watergangen, beplanting, paden en indeling van percelen. Met een vergunningstelsel zijn afwijkingen mogelijk. Er is geen reden om de aanduiding te schrappen. 4. Primaat landschap. versterken van het Kempisch kleinschalig karakter in landschappelijke en cultuurhistorische zin, met bebouwing en functies die passen bij de omgeving.
Grootschalige landbouw wordt hier afgeremd, het accent ligt op een aantrekkelijk woon-, werk en recreatiemilieu en het versterken van de relatie met de kernen. Vrijkomende agrarische bedrijfsbebouwing (VAB) wordt in deze zone omgezet (via sloop en nieuwbouw) naar nieuwe erven voor wonen, werken en recreatie Dit betreft de agrarische cultuurlandschappen, die te lijden hebben gehad onder schaalvergroting van de landbouw. Ten aanzien van de regels waarin staat “is het beleid gericht op” het volgende. De mening dat de regel onduidelijk is en hierdoor sprake is van strijd met rechtszekerheidsbeginsel wordt niet gedeeld. Deze aanduidingen staan voor een bepaalde door de gemeentelijke Omgevingsvisie ingegeven beleidslijn. Die is van toepassing voor het al dan niet toestaan van bepaalde ontwikkelingen. Daar waar dit van toepassing is, staat dat in de regels nader bepaald. Hiervoor wordt onder andere verwezen naar artikel 43.2. Om echter meer duidelijkheid te bieden, is ambtshalve een aanhef van artikel 47.3 toegevoegd.
54
5.
Bestendigen bestaande situatie. Dit betreft in het buitengebied onder andere de boscomplexen en de agrarische cultuurlandschappen die nog redelijk ongeschonden zijn. In dit geval is het laatste aan de orde. Voor locaties in landschappelijk kwetsbaardere gebieden in de nabijheid van andere functies (Buurtschappen en linten, Ruimte voor gebiedsontwikkeling) kan ook een extra uitbreiding worden toegestaan, maar geldt een aanvullende omgevingskwaliteitsverbetering. De bestaande bebouwing mag hier verder worden uitgebreid met maximaal 15% van de gesloopte oppervlakte, voor zover de totale bebouwingsoppervlakte niet meer bedraagt dan 750 m2.
Aanpassingen Verbeelding: - Kuilenrode 1, Hooge Mierde: Aan de westgrens van de percelen 1316, 1317 en 1318 de dubbelbestemming “Waarde-Cultuurhistorisch ensemble” te schrappen.
Z029 Kuilenrode 4, Hooge Mierde (23IK.1146 en 23IK.1561) Samenvatting Paardenbak. Er is een rijbak aanwezig ten behoeve van hobbymatig paardrijden. Er wordt voldaan aan de voorwaarden die gesteld worden. Voor de landschappelijke inpassing wordt aan de zuid-, oost en noordzijde een knipen scheerhaag aangebracht van (haag)beuk met een breedte van 0,5 meter en daarmee zal de rijbak volledig aan het zicht worden onttrokken. Verzocht wordt de functieaanduiding “rijbak” op te nemen. Ten behoeve van landschappelijke inpassing kan daaraan de voorwaardelijke verplichting worden gekoppeld. Deze is als bijlage bij de zienswijze gevoegd. Uit de aanvullende zienswijze blijkt dat op 31 augustus 2023 een omgevingsvergunning is verleend voor de rijbak. Reactie Paardenbak. Op 31 augustus 2023 is een omgevingsvergunning verleend voor de paardenbak (zaaknummer 16672594) met toepassing van de voorschriften van het bestemmingsplan Buitengebied 2009. Gelet hierop wordt de paardenbak aangeduid in het onderhavige bestemmingsplan, met dien verstande dat de paardenbak maximaal 1.000 m2 groot mag zijn en wordt voorzien van een landschappelijke inpassing zoals door indiener/vergunninghouder is aangegeven. Dit betekent dat de rijbak in de praktijk moet worden verkleind, omdat de maatvoering op dit moment op basis van de luchtfoto uit 2023 ca. 1.230 m2 bedraagt.
De rijbak is daarmee deels in strijd met het bestemmingsplan en vergunning. Aanpassingen - Verbeelding: Bij Kuilenrode 4, Hooge Mierde een aanduiding “rijbak” op te nemen, zoals aangegeven op onderstaande situatieschets.
55
Z030 Kuilenrode 7a, Hooge Mierde (23IK.1283) Samenvatting Vormverandering woonbestemming. Vanwege een herinrichting van het perceel in combinatie met aankoop van een strook grond wordt verzocht om de begrenzingen van het bouwvlak Wonen aan te passen, zodat een betere indeling van het perceel ontstaat. Reactie Vormverandering woonbestemming. Indiener heeft aangetoond eigenaar te zijn van de bedoelde strook aan de noordzijde van de bestaande woonbestemming. Deze strook is kadastraal bekend met nummer MDE02 G01392. Een oppervlakte neutrale vormverandering is hier mogelijk. De gronden aan de zuidzijde van de woonbestemming wordt aangepast naar de bestemming ‘Agrarisch’. Aanpassingen - Verbeelding: Op Kuilenrode 7a wordt het bestemmingsvlak oppervlakteneutraal aangepast door een gedeelte van perceel MDE02 G01392 te bestemmen als ‘Wonen’. Aan de zuidzijde van de woonbestemming gaat 5 meter af en wordt dit bestemd als ‘Agrarisch’.
Z031 Kuilenrode 11, Hooge Mierde (23IK.1329) Samenvatting Aanduiding recreatie. Verzoek om bestaande mini-camping, camper en caravanterrein, op te nemen in het bestemmingsplan. Recreatie draagt bij aan toerisme en lokale economie. Reactie Aanduiding recreatie. Er is sprake van een gesplitste woonboerderij. In het verleden was ter plaatse ook een kleinschalige camping gevestigd. In het geldende bestemmingsplan Buitengebied 2009 geldt bij Kuilenrode 11 de bestemming Wonen en overigens de bestemming Recreatie-Verblijfsrecreatie. De woning Kuilenrode 13 is de bedrijfswoning van het recreatiebedrijf. In het voorontwerpbestemmingsplan 2023 is dit overgenomen. Vanwege een inspraakreactie hierover van de eigenaar van nummer 13 is in het ontwerpbestemmingsplan 2023 de recreatiebestemming vervallen en is de woonbestemming aanzienlijk uitgebreid. Bij nadere beoordeling is dit voorbarig en niet zorgvuldig genoeg geweest. Er is sprake van een bestemmingsherziening, met effecten die niet nader beoordeeld zijn en waarover geen inspraak met de omgeving heeft plaatsgevonden. Indiener (eigenaar van nummer 11) geeft aan de recreatieactiviteiten toch voort te willen zetten. Naar nu blijkt wensen de verschillende eigenaren dus verschillende bestemmingen.
Helaas heeft er in het verleden te weinig overleg plaatsgevonden tussen de eigenaren onderling en is dat ook het geval met de gemeente en de eigenaren. Gelet op het doel van de huidige bestemmingsplanprocedure wordt alsnog de vergunde en geldende situatie bestemd. Dat betekent een bestemmingsvlak Wonen met de bestemming Recreatie-kampeerterrein voor de omliggende gronden. Dit heeft tot gevolg dat het huidige gebruik van de omliggende gronden voor Wonen en als tuin in strijd zijn met de bestemming. De gewenste bestemmingsverandering wordt beoordeeld als een nieuwe ontwikkeling. Verwezen wordt naar hoofdstuk 4 “Algemeen antwoord” onder A005.
56
Aanpassingen - Verbeelding: Bij Kuilenrode 11-13 de geldende planologische situatie uit het bestemmingsplan “Buitengebied 2009” overnemen: één bestemmingsvlak “Wonen” op Kuilenrode 11 en de bestemming ‘RecreatieVerblijfsrecreatie 1” er omheen op Kuilenrode 13. - Verbeelding: Bij Kuilenrode 13 opnemen maatvoering: “maximum bebouwd oppervlak 35 m2”. - Regels: Artikel 21.1.2 onder a Staat van verblijfsrecreatie in de tabel regel toevoegen: “kampeerterrein, camping, Hooge Mierde, Kuilenrode 13. Z032 Langvoort 1b, Hooge Mierde (23IK.1334) Samenvatting Aan-huis-verbonden beroep of -bedrijf. Verzocht wordt om op de verbeelding de aanduiding “fysiopraktijk” op te nemen, omdat op 19 juli 2023 omgevingsvergunning is verleend voor afwijken bestemmingsplan voor het realiseren van een fysiopraktijk in een bestaand bijgebouw. Reactie Aan-huis-verbonden beroep of -bedrijf. Met zaaknummer 16672401 is op 19 juli 2023 een vergunning verleend voor deze locatie voor een fysiopraktijk. Gelet op de vergunde omvang van de praktijk, past dit niet binnen de regels van een ‘aan-huis-verbonden beroep of – bedrijf. Op de verbeelding wordt een aanduiding opgenomen voor deze locatie. In de regels wordt geregeld dat ter plaatse een fysiopraktijk is toegestaan van maximaal 150 m2. Aanpassingen - Verbeelding: Bij Langvoort 1b een aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – fysiopraktijk’.
- Regels: in artikel 28 toevoegen dat ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – fysiopraktijk’ een fysiopraktijk is toegestaan van maximaal 150 m2. Z033 Poppelsedijk 11 / Twisseltsebaan 10 , Poppelsedijk 7 en 9 en Wildert 6B/C Hooge Mierde (23IK.1254 en 23IK.1426) Samenvatting 1. Agrarisch, intensieve veehouderij. Verzoek om de huidige 2 afzonderlijke bouwvlakken samen te voegen, waarbij aard en omvang van de varkenshouderij niet wijzigt. De effecten van de aanpassing zijn in de zienswijze toegelicht. Bij de zienswijze is een ruimtelijke onderbouwing gevoegd waarin de haalbaar van het verzoek en alternatieven worden toegelicht. Hierin wordt voorgesteld om een voorwaardelijke verplichting op te nemen ten aanzien van de landschappelijke inpassing, zoals aangegeven in de bijlage bij de onderbouwing. 2. Regels. Indiener heeft bezwaar tegen de beperking in artikel 3, lid 3.1.2. (bedoeld wordt artikel 3.1.2.) waardoor geen uitbreiding van dieren c.q. staloppervlakte mogelijk is. Bepalend moet zijn de emissie van de bedrijfsvoering en niet het soort en aantal dieren of staloppervlak. Artikel 3, lid 3.2.3 (bedoeld wordt: artikel 3.2.3.) dient daarvoor ruimte te bieden. 3. Afstand tot de weg/inpassing.
Artikel 3, lid 3.3.3 (bedoeld is artikel 3.3.3) is onnodig bezwarend met de verplichting om nieuwe gebouwen minimaal 15 meter van de as van de weg te plaatsen, nu in de bestaande situatie al gebouwen dichterbij staan. Het eisen van een landschappelijke inpassing is onnodig bezwarend. 4. Bouwen buiten bouwvlak. Artikel 3, lid 3.4.8. (bedoeld is artikel 3.4.8.) geeft onnodige beperking voor het bouwen buiten het bouwvlak, als dit bouwen niet leidt tot hogere emissies. 5. Mestverwerking. Als sprake blijft van 2 bouwvlakken moet het mogelijk zijn de mest van beide locaties op één van beide locaties te bewerken. Er is sprake van één bedrijfsvoering. De huidige regels beperken dit, afhankelijk van de interpretatie van de regels in artikel 3. lid 3.5.1. (bedoeld wordt artikel 3.5.1.). 6. Extern salderen. Artikel 3. Lid 3.5.2. (bedoeld wordt artikel 3.5.2.) maakt het ten onrechte onmogelijk dat extern wordt gesaldeerd. Opgemerkt wordt dat bij salderen de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden uitgangspunt dient te zijn. Andere bedrijven kunnen dit mitigeren. Verder dient de stikstofemissie niet het uitgangspunt te zijn, maar de stikstofdepositie. Het ontwerpbestemmingsplan moet worden aangepast.
57
7.
Ontwikkeling bedrijf. De ontwikkelmogelijkheden in artikel 43, lid 43.3 (bedoeld wordt: artikel 43.3) zijn onnodig bezwarend als deze in de weg staan aan het uitbreiden van het aantal dieren en het omwisselen van diercategorieën. 8. Geur: Artikel 49.2.1 is opgenomen dat minder dan 50% van de behaalde geurreductie kan worden toegepast in geval van een overbelaste situatie. Dit is contraproductief en niet haalbaar omdat de investeringen niet kunnen worden terugverdiend. Hetzelfde geld voor artikel 49.2.2. waarbij rechten van een veehouderij kunnen worden ingeperkt. De betreffende artikel voldoen niet aan artikel 7af, lid16 van het Besluit uitvoering Crises- en herstelwet, omdat deze niet worden ondersteund door beleidsregels. 9. Archeologie. Op de verschillende bouwvlakken is archeologie verschillende geregeld. Niet duidelijk is waarop dat is gebaseerd. Verzoek om één regeling op te leggen. 10. Begripsbepaling. In artikel 1.156 is de toename van stikstof depositie gedefinieerd. Het is niet duidelijk geregeld dat onherroepelijke natuurvergunningen worden gerespecteerd. Graag aanpassen. 11. Bouwvlak. Onduidelijk is waarom het bouwvlak Poppelsedijk 9 is vergroot van 7.000 m2 naar 9.000 m2. Dit strookt niet met eerdere reacties en is nadelig voor de bebouwingsmogelijkheden op nr 11. 12. Bouwvlak.
Op het adres Poppelsedijk 7 is een woning toegevoegd, terwijl deze niet bestemd was in het geldende bestemmingsplan Buitengebied 2009. Daarin was de bestemming “Agrarisch met waardenLandschapswaarden 1”opgenomen, zonder bouwvlak. In procedures over het bedrijf van indiener wordt aangegeven dat sprake is van onaanvaardbare overlast. Dan is een positieve bestemming niet mogelijk en in strijd met de lijn dat geen nieuwe ontwikkelingen worden meegenomen. 13. Bouwvlak. Op het adres Wildert 6B/6C is de bestemming “Bedrijf” toegekend, waar in het bestemmingsplan “Buitengebied 2009” de bestemming “Bedrijf-Agrarisch” geldt. Hierdoor is een niet-agrarisch bedrijf (constructiebedrijf) mogelijk. Ook dit is een nieuwe ontwikkeling waar geuroverlast wordt ervaren en tevens sprake is van een nieuwe ontwikkeling, onder onderbouwing. 14. Gebiedsaanduiding IV. Bij de zienswijze is een ruimtelijke onderbouwing opgenomen. Daarin wordt aangegeven dat op de locaties de gebiedsaanduiding “overige zone - Beperkingen veehouderij” is opgenomen. Dit is een gevolg van een eerdere ontwikkeling (LOG-gebied) die geen doorgang vond. De zonering kan daarom vervallen. Reactie 1. Agrarisch, intensieve veehouderij. De effecten van het samenvoegen van de huidige 2 afzonderlijke bouwvlakken zodanig van aard dat deze niet passen binnen de onderhavige procedure.
Deze verandering wordt aangemerkt als een nieuwe ontwikkeling. Verwezen wordt naar de reactie in hoofdstuk 4 “Algemeen antwoord” onder A005. 2. Regels. Voor de beantwoording van dit punt wordt verwezen naar hoofdstuk 3 “Zienswijzen algemeen”, punt 1 van zienswijze Z077, waardoor in aansluiting op het provinciaal beleid in het bestemmingsplan uitsluitend de oppervlakte dierenverblijven wordt vastgelegd. 3. Afstand tot de weg/inpassing. Gezien de omvang van de agrarische bedrijfsgebouwen is een afstand van 15 meter tot de as van de weg zeker noodzakelijk. Dat in de bestaande situatie al gebouwen dichterbij staan is daarbij een gegeven, mits deze legaal tot stand zijn gekomen. Zowel de afstand tot de weg als de landschappelijke inpassing passen binnen de Nota Ruimtelijke Kwaliteit die de raad heeft vastgesteld. 4. Bouwen buiten bouwvlak. Uitbreidingen buiten het bouwvlak zijn in beginsel ingrijpend. De effecten op de omgeving worden niet alleen bepaald door emissies, maar ook door andere factoren zoals, geluid, verschijningsvorm, verkeersaantrekking en dergelijke. De opgenomen regels zijn daarom noodzakelijk. 5.
Mestverwerking. Zoals onder 1 is aangegeven blijft er sprake van 2 bouwvlakken. Op basis van het huidig provinciaal beleid, wordt de verwerking van ter plaatse van de gevestigde veehouderij geproduceerde mest als onderdeel van de agrarische bedrijfsvoering rechtstreeks toegestaan op de veehouderijlocatie. Mestbewerking van niet ter plaatse geproduceerde mest (mest van derden of elders geproduceerde mest) wordt als een industriële activiteit beschouwd die, in beginsel, thuishoort op een geschikt bedrijventerrein. Er zijn weliswaar onder strenge voorwaarden mogelijkheden voor mestverwerking van derden, maar hierbij is maatwerk noodzakelijk, waarbij aan de hand van een concrete aanvraag alle omgevingsaspecten tegen elkaar
58
afgewogen moeten worden. Aangezien hier sprake is van 2 bouwvlakken, mag op beide locaties de eigen mest verwerkt worden. 6. Extern salderen. Voor de beantwoording van dit punt wordt verwezen naar hoofdstuk 4 “Algemeen antwoord” onder A001. 7. Ontwikkeling bedrijf. Voor de beantwoording van dit punt wordt verwezen naar hoofdstuk 3 “Zienswijzen algemeen”, punt 1 van zienswijze Z077. 8. Geur: Voor de beantwoording van dit punt wordt verwezen naar hoofdstuk 3 “Zienswijzen algemeen”, punt 10 van zienswijze Z077. 9. Archeologie. Gebleken is dat beide bouwblokken hoge archeologische waarden kennen. De bestemming “Waarde- Archeologie 4” is hier van toepassing. Dit zal worden aangepast. Overigens verwijzen wij naar hoofdstuk 4 “Algemeen antwoord” onder A003. 10. Begripsbepaling. Voor de beantwoording van dit punt wordt verwezen naar hoofdstuk 4 “Algemeen antwoord” onder A001. 11. Bouwvlak. Ter plaatse is sprake van een legaal tot stand gekomen agrarische bedrijfsontwikkeling uit 2007, waarbij een agrarische onderneming, zonder dieren, is uitgebreid met daarbij tevens de herbouw van de bedrijfswoning. Dit was abusievelijk nog niet opgenomen in het bestemmingsplan Buitengebied 2009 en wordt nu alsnog als zodanig vastgelegd in dit bestemmingsplan. 12. Bouwvlak. Het betreft hier helaas een omissie in de digitale bestemmingsplankaart zoals die op www.ruimtelijkeplannen.nl is te raadplegen.
Op de papieren kaart is de woonbestemming aan de Poppelsedijk 7 wel degelijk aanwezig. Het bestemmingsplan "Buitengebied 2009" is nog vastgesteld onder de werking van de oude WRO (per 1 juli 2008 vervangen door de nieuwe Wro). Onder de oude WRO is de papieren versie de nog juridisch geldende versie. Het is daarom geen nieuwe ontwikkeling, maar een reparatie van de digitale kaart. 13. Bouwvlak. Het betreft hier helaas eveneens een omissie in de digitale bestemmingsplankaart zoals die op www.ruimtelijkeplannen.nl is te raadplegen. Op de papieren kaart is bij De Wildert 6b/6c een bedrijfsbestemming opgenomen voor een niet-agrarisch bedrijf. Het bestemmingsplan "Buitengebied 2009" is nog vastgesteld onder de werking van de oude WRO (per 1 juli 2008 vervangen door de nieuwe Wro). Onder de oude WRO is de papieren versie de nog juridisch geldende versie. Het is daarom geen nieuwe ontwikkeling, maar een reparatie van de digitale kaart. 14. Gebiedsaanduiding IV. De gebiedsaanduiding “overige zone-Beperking veehouderij” is inderdaad achterhaald vanwege latere ontwikkelingen. De zonering wordt geschrapt. Aanpassingen - Verbeelding: op de bouwvlakken Twisseltsebaan 10 en Poppelsedijk 1 de gebiedsaanduiding “overige zone – beperkingen veehouderij” verwijderen. - Verbeelding: “Waarde - Archeologie 4” opnemen voor het hele bouwvlak.
Z034 Poppelsedijk 1a, Hooge Mierde (23IK.1325) Samenvatting Legaliseren gebouw. Gevraagd wordt om legalisatie van een gebouwtje (garage en hobbyruimte) dat al vanaf ongeveer 1965 aanwezig is. In de zienswijze wordt toegelicht waarom indiener van mening is het gebouw al lang met vergunning aanwezig is. Een kopie van de vergunning kan worden verkregen bij de vorige eigenaar. Graag wil de indiener van de zienswijze het gebouwtje gebruiken voor mantelzorg. Reactie Legaliseren gebouw. Op basis van het bestemmingsplan ‘Buitengebied ’98’ was er sprake van een legale situatie, waar de bebouwing en verharding van percelen MDE02 G 00901 en MDE02 G 00900 onderdeel uitmaakten van het agrarisch bouwperceel. In het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2009’ is perceel G 00901 buiten het bestemmingsvlak gelaten. Uit dossieronderzoek valt niet op te maken, wat daar de reden voor was. Vermoedelijk betreft het hier een omissie bij het digitaliseren van het bestemmingsplan en zijn daar de contouren van enkel perceel G 00900
59
aangehouden. Gelet op het feit dat het langdurig aanwezig is, legaal was, nog steeds in gebruik is bij betreffend bedrijf en het agrarisch bouwvlak, zonder dieren in de nieuwe situatie een omvang heeft van 0,42 ha, wordt de locatie in overeenstemming gebracht met de feitelijk legaal aanwezige situatie. Aanpassingen - Verbeelding: Percelen MDE02 G 00900 en 00901 opnemen binnen agrarisch bouwvlak. Z035 Poppelsedijk 5, Hooge Mierde (23IK.1354) Samenvatting 1. Cultuurhistorie. Er wordt ter plaatse niet voldaan aan de voorwaarden uit het MER rapport over cultuurhistorische ensembles en cultuurhistorische waardevolle gebieden. Verzocht wordt de toegekende aanduidingen te schrappen. Waarom zijn deze waarden toegekend. Verzocht wordt de toegekende aanduidingen te schrappen. 2. Communicatie. Indieners hebben geen persoonlijke melding van het bestemmingsplan ontvangen. Ook digitaal was hierover niets te vinden. Reactie 1. Cultuurhistorische waarde. Voor de beantwoording van dit punt wordt verwezen naar hoofdstuk 4 “Algemeen antwoord” onder A002. 2. Communicatie. De ter inzagelegging van het bestemmingsplan heeft plaatsgevonden zoals wettelijk voorgeschreven. Het is daarbij niet nodig en ook niet gebruikelijk om iedereen persoonlijk aan te schrijven.
Met algemene publicaties, aanvullende berichtgevingen via social media en inloopmiddagen is ruime bekendheid aan de voorbereiding van het bestemmingsplan gegeven. Aanpassingen Geen aanpassingen. Z036 Prins Hendriklaan 2, Hooge Mierde (23IK.1302) Samenvatting 1. Algemene zienswijze. De zienswijze namens belanghebbende komt in grote mate overeen met de algemene zienswijze van diens adviesbureau. De samenvatting van de onderwerpen staan verwerkt in hoofdstuk 3 “Zienswijzen algemeen”, zienswijze Z077, respectievelijk onder nummer 1, 4, 3 en 12. 2. Archeologie. De planlocatie is voorzien van de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 4 en 5, met uitzondering van de bedrijfswoning. De gronden ter plaatse van de sinds lang aanwezige stallen bevatten geen archeologische waarden, omdat sprake is van geroerde grond, waardoor er geen waarden te verwachten zijn. Verzoek: de dubbelbestemming Archeologie 4 en 5 te schrappen. 3. Voorwaardelijke verplichting. In de voorwaardelijke verplichting is sprake van het adres Weeldsebaan 2. Dit moet zijn Prins Hendriklaan 2. Voor die locatie is op 4-11-2014 (kenmerk: C2127476) een vergunning verleend op basis van de Wet Natuurbescherming, welke maatgevend is voor de referentiesituatie.
Op basis van de uitspraak 7-92022 (ECLI:NL:RVS:2022:2557, 2622 en 2624 is het juridisch niet houdbaar om uit te gaan van stikstof emissie, maar wordt geadviseerd uit te gaan van stikstofdepositie. Verzoek: in de voorwaardelijke verplichting het juiste adres te vermelden en geen emissienorm op te nemen, maar uit te gaan van depositie op basis van de verleende Natuurwetvergunning. Reactie 1. Algemene zienswijze. De beantwoording van de onderwerpen staan verwerkt in hoofdstuk 3 “Zienswijzen algemeen”, zienswijze Z077. 2. Archeologie. Voor de beantwoording van dit punt wordt verwezen naar hoofdstuk 4 “Algemeen antwoord”, onder A002.
60
3.
Voorwaardelijke verplichting. De locatie van de voorwaardelijke verplichting wordt aangepast. Voor de reactie op het aspect stikstof wordt verwezen naar Hoofdstuk 4 “Algemeen antwoord” onder A001.
Aanpassingen - Regels: De tekst van artikel 47.4.18 vervangen door: “47.5.18 voorwaardelijke verplichting ammoniakemissie Prins Hendriklaan 2 Het bouwen en het gebruik van de gronden en aanwezige bebouwing met de aanduiding 'overige zone voorwaardelijke verplichting Prins Hendriklaan 2' is alleen dan toegestaan indien een de maximale ammoniakemissie van 2.060 kilogram per jaar (NH3), die is opgenomen in de vergunning Wet Natuurbescherming van 14-11-2014 (C2127476), niet toeneemt. Ontwikkelingen, waaronder het uitbreiden van het aantal dieren en/of stallen, zijn alleen toegestaan als is aangetoond dat de emissie in de nieuwe situatie niet zal toenemen.”. Z037 Twisseltsebaan 2, Hooge Mierde (2316165) Samenvatting Verruimen woonbestemming. Verzoek om het bouwvlak beperkt te vergroten om een overkapping te kunnen bouwen. De gronden aan beide zijden van het perceel zijn eigendom van de indiener. Reactie Verruimen woonbestemming. Vanwege de inspraakreactie is de betreffende locatie zorgvuldig beoordeeld. Onder andere de bouwvergunning REU-2010-0125-OV van 2 juni 2010. Deze vergunning betrof de bouw van een garage/berging. Volgens de bijbehorende bouwtekeningen mocht hier een bijgebouw met een omvang van 100 m² worden gebouwd, met een breedte van 7 meter die volledig binnen de woonbestemming viel. De inspraakreactie heeft geleid tot aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan.
Ten aanzien van de overkapping het volgende. Aangegeven wordt dat de overkapping nodig is voor het onderhoud van het bosperceel dat rondom de woning ligt en ook eigendom is van indiener. Binnen de regels van de bestemming ‘Bos’ (artikel 8) is het toegestaan om een gebouw te plaatsen ten behoeve van bos- en natuurbeheer, met een maximum oppervlak van 20 m2. De bedoelde overkapping past hierbinnen, waardoor het vergroten van de bestemming niet nodig is. Aanpassingen Geen aanpassingen. Z038 Twisseltsebaan 4, Hooge Mierde (23.15429) Samenvatting 1. Archeologie. De aanduiding “Waarde – Archeologie 3” loopt dwars door het perceel heen. Het voor indiener niet duidelijk wanneer er een (extra) vergunning nodig is vanwege de aanduiding archeologie. Indiener is het niet eens met extra (dure) vergunningplichten of onderzoekslasten vanwege archeologie. 2. Cultuurhistorie. Wanneer is een extra vergunning nodig vanwege een cultuurhistorisch ensemble? 3. Herbouw.
Is een vergunning nodig voor de herbouw van een garage, na bijvoorbeeld een brand? Is een vergunning nodig voor het opknappen / aanpassen van de vijver of het leggen van nieuwe leidingen ten behoeve van een beregeningsinstallatie? Geldt hiervoor een uitzondering van artikel 34.3.2.? Wat is normaal onderhoud en/of gebruik? En moet het artikel zo gelezen worden dat je geen vergunning nodig hebt als er gegraven wordt in grond met een oppervlakte van niet meer dan 250 m2? Hoe zit het met het vervangen van een heg als deze bijvoorbeeld dood gaat? Wat is ‘normaal onderhoud’ zoals omschreven in artikel 39.3.2? Voor het slopen gelden ook aanvullende regels (artikel 39.4). Wat als de garage achter de woning gesloopt moet worden? Kan dit van ondergeschikte betekenis zijn of kan dit vallen onder normaal onderhoud / gebruik? Stel dat de garage over 10 jaar verbouwd wordt voor een zorgwoning. Hoe kun je weten of de garage uit het oogpunt van erfgoedwaarden een waarde heeft (artikel 39.4.2.), dus niet zomaar intern verbouwd mag worden.
61
4.
WOZ waarde. Hebben de wijzigingen van het ontwerpbestemmingsplan Buitengebied 2023 nog invloed op de WOZ waarde.
Reactie 1. Archeologie. Voor de beantwoording van dit punt wordt verwezen naar hoofdstuk 4 “Algemeen antwoord” onder A002. In aanvulling daarop worden diverse praktische vragen gesteld in de zienswijze over de toepassing van het artikel. Wanneer moet er wel rekening gehouden worden met archeologie en wanneer niet. Binnen de artikelen is aangegeven wanneer er wel een onderzoek nodig is en wanneer niet. Maatgevend is daarbij de diepte van de bodemactiviteiten tot 40cm en een oppervlakte betreffen groter dan 250m2 (bij waarde archeologie 3) en 500 m2 (bij waarde archeologie 4). Zijn de activiteiten minder diep of minder groot, dan is er geen onderzoek nodig. Bij twijfel kan altijd contact opgenomen worden met team Vergunningen van VTH De Kempen. 2. Cultuurhistorie. Voor de beantwoording van dit punt wordt verwezen naar hoofdstuk 4 “Algemeen antwoord” onder A002. In aanvulling daarop worden diverse praktische vragen gesteld in de zienswijze over dit artikel. Deze dubbelbestemming heeft tot doel om de cultuurhistorische saamhorigheid van een gebied te waarborgen. Op het moment dat activiteiten worden verricht, bijvoorbeeld bouwen of bepaald grondwerk, wordt gevraagd rekening te houden met de beschreven waarden van dat gebied. Dat is uitgebreid terug te vinden in de gemeentelijke Erfgoednota. 3. Herbouw.
Er is sprake van een aantal feitelijke vragen over de toepassing van het bestemmingsplan. Deze kunnen op verzoek door medewerkers van de gemeente of door ter zake deskundige adviseurs worden beantwoord. De zienswijze leiden niet tot inhoudelijke verzoeken. 4. WOZ waarde. De WOZ kent een eigen systematiek van taxeren en waarderen van onroerend goed. De bestemming van een perceel speelt daarbij een rol, maar is niet maatgevend voor de waarde. Aanpassingen Geen aanpassingen. Z039 Twisseltsebaan 6, Hooge Mierde (23IK.1290) Samenvatting Cultuurhistorie. Er wordt ter plaatse niet voldaan aan de voorwaarden uit het MER rapport over cultuurhistorische ensembles en cultuurhistorische waardevolle gebieden. Verzocht wordt de toegekende aanduidingen te schrappen. Waarom zijn deze waarden toegekend. Verzocht wordt de toegekende aanduidingen te schrappen. Reactie Cultuurhistorie. Voor de beantwoording van dit punt wordt verwezen naar hoofdstuk 4 “Algemeen antwoord” onder A002. Aanpassingen Geen aanpassingen. Z040 Weeldsedijk 1, Hooge Mierde (23IK.1292) Samenvatting Recreatieve poort. De feitelijk aanwezige bebouwing bij de Spartelvijver is ca. 380 m2. In het ontwerpbestemmingsplan is 190 m2 opgenomen. Verzocht wordt dit aan te passen. De bestaande omkleedruimte is aan vervanging toe en in combinatie daarmee uit te breiden. Hiervoor is 120 m2 extra bebouwing nodig. In totaal derhalve 500 m2.
Artikel 19.1.1 regelt de gebruiksmogelijkheden van de bestemming ‘Recreatie – Dagrecreatie’. Er is een zwembad met ondersteunende horeca toegestaan. Er is behoefte van verruiming op het gebied van sport, lifestyle en evenementen (incidenteel). Daarom is het verzoek om de gebruiksmogelijkheden op deze locatie te verruimen.
62
Reactie Recreatieve poort. Uit de beoordeling van de zienswijze blijkt dat de huidige situatie in strijd is met het geldend bestemmingsplan en ook het ontwerpbestemmingsplan. Het is van belang de situatie in overeenstemming te brengen met de regels. In overleg kan nagegaan worden of er mogelijkheden zijn tot legalisatie c.q. uitbreiding. Dat gaat het kader voor dit bestemmingsplan te buiten vanwege de daaraan verbonden externe effecten. Het betreft hier feitelijk een nieuwe ontwikkeling dat in het kader van dit bestemmingsplan niet afgewogen kan worden. Kortheidshalve wordt verwezen naar hoofdstuk 4 “Algemeen antwoord” onder A005. Aanpassingen Geen aanpassingen. Z041 Bladelsedijk 8, Hulsel (23IK.1258) Samenvatting 1. Overnemen omgevingsvergunning. Tijdens de bestemmingsplanprocedure zal een omgevingsvergunning worden verleend voor een mestvergistingsinstallatie, inclusief een vormverandering van het bouwvlak. De vergunning zal waarschijnlijk worden verleend voordat het plan wordt vastgesteld. Verzoek is om deze wijziging mee te nemen bij de vaststelling. 2. Archeologie. De dubbelbestemming “Waarde – Archeologie 4” is niet overeenstemming met erfgoedkaart op de viewer van de Omgevingsdienst Zuidoost Brabant. De kaarten zijn ook niet in overeenstemming met de vastgestelde Erfgoednota. Verzoek: aanpassen aan de meest recente kaart. 3.
Archeologie Daarnaast willen wij u wijzen op een onderzoek dat in het verleden is uitgevoerd ten behoeve van archeologische waarden ter plaatse van de bedrijfslocatie. Dit onderzoek is ook gevoegd bij de buitenplanse afwijking d.d. 1 augustus 2023. Dit archeologische onderzoek is niet betrokken bij de totstandkoming van de actualisatie van de erfgoedkaart in 2021. Verzoek de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4' af te stemmen op bijlage 7 van het onderzoeksrapport, welke als bijlage bij deze zienswijze wordt aangeleverd. 4. Erfverharding. In artikel 3.3.2 zijn regels opgenomen voor de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch erfverharding'. Voor de aanduiding zijn geen regels opgenomen. Mogelijk betreft dit een verschrijving. Deze aanduidingen zijn niet in overeenstemming met elkaar. Verzoek: de aanduiding aan te passen aan het gewijzigde bouwvlak of te verwijderden. Reactie 1. Overnemen omgevingsvergunning. De bedoelde vergunning is op 10 januari 2024 verleend. De vergunning is nog niet tijdig onherroepelijk en kan daardoor niet zonder risico in het bestemmingsplan worden verwerkt. 2. Archeologie. Voor de beantwoording van dit punt wordt verwezen naar hoofdstuk 4 “Algemeen antwoord” onder A002. In aanvulling daarop het volgende.
Uit een vergelijking is gebleken dat de aanduiding in het ontwerpbestemmingsplan juist is overgenomen uit interactieve erfgoedkaart Reusel-De Mierden. (atlas.odzob.nl). 3. Archeologie. Voor de beantwoording van dit punt wordt verwezen naar hoofdstuk 4 “Algemeen antwoord” onder A002. In aanvulling daarop het volgende. Gebleken is dat de contour nagenoeg juist is overgenomen. De contour op bijlage 7 van het onderzoeksrapport zal worden overgenomen. 4. Erfverharding. Betreft een smalle strook aan zuidoost zijde van het bouwvlak. In artikel 3.3.2 onder h. wordt term “erfverharding” gebruikt. In de aanduiding op de verbeelding staat “verharding”. Daarom wordt op de verbeelding de beschrijving van de aanduiding aangepast naar “erfverharding”. Aanpassingen - Verbeelding: ter plaatse van Bladelsedijk 8 te Hulsel de aanduiding “specifieke vorm van agrarisch – verharding” te vervangen door: de aanduiding “specifieke vorm van agrarisch – erfverharding”.
63
-
Verbeelding: de contour van de “Waarde - Archeologie - 4” uit bijlage 7 van het onderzoeksrapport over te nemen.
Z042 De Hoef 11, Hulsel (23.16167) Samenvatting Verruimen woonbestemming. Het betreft het perceel sectie K, nummer 401. Een deel van dit perceel is thans bestemd als ‘Wonen’ en een deel als ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden 1’. In het ontwerpbestemmingsplan is het bestemmingsvlak ‘Wonen’ uitgebreid. Het noordoostelijk hoekje van het perceel is in het nieuwe plan echter nog steeds bestemd als ‘Agrarisch’. 13 Jaar geleden is al mondeling besproken dat de uitbreiding van de bestemming ‘Wonen’ mee zou lopen met een bestemmingsplanherziening. Bij de buren is wel het hele perceel herbestemd als ‘Wonen’. Een geurhindercontour kan dus de oorzaak niet zijn. Verzoek: het hele perceel als ‘Wonen’ bestemmen. Reactie Verruimen woonbestemming. Op basis van de inspraak is het bouwvlak aan de noordzijde uitgebreid van 1.770 m2 naar 2.280 m2, omdat er sprake was van legaal aanwezige bebouwing. Indiener heeft niet aannemelijk gemaakt dat er een vergunning is verleend voor het in gebruik nemen van agrarische grond voor het woongenot. Hierdoor is op dit moment sprake van een strijdige situatie. Gezien de oppervlakte van het huidige bestemmingsvlak is er geen aanleiding aan een verdere vergroting mee te werken. Aanpassingen Geen aanpassingen. Z043 De Hoef 12a, Hulsel (23IK.1419) Samenvatting 1. Herzien bestemming.
Op het perceel is een oude varkensstal aanwezig met de specifieke bouwaanduiding “veldschuur”. Er worden nu paarden gehouden. Het voornemen is om een belevingsboerderij te ontwikkelen ten behoeve van publiekseducatie (o.a. workshops), het houden van dieren en recreatie met een moestuin en fruitboomgaard. Indiener is van mening dat het initiatief mogelijk is binnen de regels, een maatschappelijke – sociale meerwaarde heeft en past in het beleid van provincie en gemeente. De ondernemingsstrategie is beredeneerd vanuit het WUR-rapport Verbindingsmaatlat voorde Landbouw (De Jong et al., 2010). Als bijlage was een ruimtelijke onderbouwing toegevoegd. 2. Nieuwe ontwikkeling. Dat in dit bestemmingsplan niet meegewerkt kan worden aan nieuwe initiatieven is in strijd met de uitgangspunten van de Wro en vaste jurisprudentie. Het college heeft in algemene zin aangegeven dat men bij de voorbereiding van het ontwerpbestemmingsplan geen medewerking wil verlenen aan nieuwe initiatieven tot wijziging van de bestemming. Zoals ook staat verwoord in de Nota van Uitgangspunten. Gewezen wordt bijvoorbeeld op de jurisprudentie uit het bestemmingsplan ‘Centrum - Zandvoorť (Zaaknummer 201802567/1/R1) waarin duidelijk is omschreven hoe de raad om dient te gaan bij het behandelen van een concreet nieuw initiatief in de zienswijzenfase. Zie rechtsoverweging 6.2 in de uitspraak.
Het verzoek van indiener is voldoende concreet en is tijdig kenbaar gemaakt, omdat bij de zienswijze een ruimtelijke onderbouwing is gevoegd.. Ook vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet worden geen nieuwe initiatieven in behandeling genomen Bovendien zorgt de Omgevingswet er voor dat verzoeken tot functieverandering en verkleining bouwvlak buitengewoon complex worden. Er is niet de illusie dat binnen 1 à 2 jaar een omgevingsplan of een Buitenplanse omgevingsactiviteit (Bopa) mogelijk zal zijn. Verzoek: deze ontwikkeling mee te nemen in dit bestemmingsplan Buitengebied. Als dit niet gebeurd volgt een ingebrekestelling en zal beroep worden ingesteld. Reactie 1. 2.
Herzien bestemming. Voor de beantwoording van dit punt wordt verwezen naar hoofdstuk 4 “Algemeen antwoord” onder A005. Nieuwe ontwikkeling. Voor de beantwoording van dit punt wordt verwezen naar hoofdstuk 4 “Algemeen antwoord” onder A005.
64
Aanpassingen Geen aanpassingen. Z044 De Hoef 19, Hulsel (23IK.1219) Samenvatting 1. Archeologie. Uit de verbeelding van het ontwerpbestemmingsplan blijkt dat de dubbelbestemmingen ‘Waarde Archeologie 4’ en ‘Waarde - Archeologie 5’ deels over elkaar heen zijn gelegd. Zie bijlage 1. Het geeft een rechtsonzekere en onduidelijke situatie in de uitvoeringspraktijk bij vergunningverlening. In erfgoednota uit 2021 en de digitale erfgoedkaart zijn alleen een zone ‘hoge archeologische verwachtingswaarde’ weergegeven en in zijn geheel geen ‘middelhoge archeologische verwachtingswaarde’. Zie bijlage 2. Verzoek: de dubbelbestemming ‘Archeologie 5’, te verwijderen van het bouwvlak. 2. Archeologie. Ter plaatse van de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 4’ is geen rekening gehouden met alle vergunde en feítelijk aanwezige gebouwen en de daardoor al verstoorde gronden (centrale stallen B en C en loods H). Beide stallen zijn voorzien van diepe mestkelders van 2 tot 2,4 meter onder maaiveld en de archeologische verwachtingswaarden die u wilt beschermen onder het regime van Archeologie 4, zijn dan ook verstoord. In de zienswijze is dit nader toegelicht. Voor de omgevingsvergunning onderdeel milieu loopt op dit bedrijf op dit moment een aanvraag voor een nieuwe vergunning bij uw gemeente om te kunnen voldoen aan het provinciale beleid.
Het betreft zaaknummer 16671608 / 16679432 en/of OLO-nummer 7590027. Bij eventuele sloop of nieuwbouw in de toekomst zou op grond van de bestemmingsplanregels een archeologisch onderzoek moeten worden uitgevoerd. Verzoek: deze onnodige onderzoeken in de toekomst te voorkomen door de dubbelbestemming aan te passen. Reactie 1. Archeologie. Gebleken is dat er inderdaad 2 dubbelbestemming over een deel van het perceel zijn gelegd. Dit wordt aangepast overeenkomstig de archeologische waardenkaart. 2. Archeologie. Voor de beantwoording van dit punt wordt verwezen naar hoofdstuk 4 “Algemeen antwoord” onder A002. In aanvulling daarop het volgende. Het grootste deel van het perceel heeft een lage verwachtingswaarde. Daardoor blijft slechts een klein deel over met een hogere archeologische waarde. Een archeologisch onderzoek zou daardoor niet nodig zijn. De meer recente gebouwde stallen staan als verstoord op de archeologische waardenkaart vermeld, maar zijn abusievelijk niet overgenomen in het ontwerpbestemmingsplan. Dit wordt hersteld. Ook de stallen B en C worden aangemerkt als verstoord archeologisch gebied, waardoor de dubbelbestemming daar vervalt. Dit zal ook gebeuren bij het voorste gedeelte van de stal zuidoostelijk van de stallen B en C. Ter plaatse van de loods is er geen aanleiding de dubbelbestemming te schrappen. Aanpassingen -