2024-07-18 - Nota van zienswijzen BP Buitengebied 2023
Tekst van het document
Bovendien kan bij een onderzoek worden aangegeven waarom een gedeelte niet nader wordt onderzocht. Het bevoegd gezag kan dat dan beoordelen en in de besluitvorming meenemen. De archeologisch waardenkaart wordt jaarlijks herzien en is op de website te raadplegen. De aanpassing van die kaart het geen directe doorwerking op het bestemmingsplan, maar kan wel ter motivatie gebruikt worden om de verstoorde gronden aan te tonen. Op de archeologische beleidskaart zijn alle gebouwen van na 1980 opgenomen. Het is zeker niet dat alle gebouwen en/of stallen onderkelderd zijn en tot welke diepte. Om die reden is een uitzondering niet standaard opgenomen. Als op basis van bewijsvoering aannemelijk gemaakt kan worden welke verstoring heeft plaatsgevonden, kan de aanduiding in de Archeologische waardenkaart worden gewijzigd, zoals hierboven is aangegeven. Ambtshalve aanpassingen: In de regels worden verschillende benamingen gehanteerd voor de adviescommissie die advies uitbrengt over de beoordeling van de cultuurhistorische waarden. Genoemd zijn (gemeentelijke) monumentencommissie en gemeentelijke adviescommissie. De Verordening gemeentelijke Adviescommissie omgevingskwaliteit Reusel-De Mierden, vastgesteld op 18 april 2023, heeft de ‘Adviescommissie omgevingskwaliteit Reusel-De Mierden’ in het leven geroepen.
Ter voorkoming van misverstanden wordt de terminologie in de betreffende artikelen worden aangepast. Het betreft: - 38.3.onder e.2: deskundige instantie of Monumentencommissie; - 38.6.3 onder f. : deskundige instantie of Monumentencommissie; - 39.2.2. onder c.: gemeentelijke adviescommissie; - 39.3.3. onder c.: gemeentelijke adviescommissie; - 39.4.3. onder d.: gemeentelijke adviescommissie; - 40.4.3. onder c.: gemeentelijke monumentencommissie. A003 Landschappelijke inpassing De gemeente werkt al jaren met het uitgangspunt dat bij bebouwing in het buitengebied sprake moet zijn van een zorgvuldige landschappelijke inpassing. Dat betekent niet dat de bebouwing verstopt moet worden, maar wel dat de bebouwing ingepast moet worden in de omgeving. De overgang naar de bebouwing toe wordt daardoor minder hard. Om het beleid te verduidelijken is Nota Ruimtelijke Kwaliteit, deel buitengebied (NRK) opgesteld. De NRK is gefaseerd opgesteld, waarbij het deel voor het buitengebied als eerste is uitgewerkt. De NRK, deel buitengebied is op 2 november 2021 door de gemeenteraad vastgesteld. De NRK is als bijlage aan dit bestemmingsplan toegevoegd. De afgelopen jaren is gebleken dat de feitelijke realisering van landschappelijke inpassingen en de controle daarvan, niet consequent heeft plaatsgevonden. Dit komt mede door onduidelijkheid wanneer inpassing wel en wanneer het niet moet.
Om dat concreter te maken is in het bestemmingsplan bepaald dat bij een agrarische bouwontwikkeling
31
van meer dan 100 m2 voorzien moet worden in een landschappelijke inpassing. De NRK kan daarbij helpen op welke manier dat mogelijk is. Als de locatie al voorzien is van een zorgvuldige landschappelijke inpassing, dan is die eis niet meer van toepassing. In diverse zienswijzen is aangegeven dat bij niet-agrarische bedrijfsbestemmingen ook sprake moet zijn van een zorgvuldige landschappelijke inpassing. De gemeente deelt die mening. Anders dan bij agrarische bouwvlakken zijn bij de overige bestemmingen geen mogelijkheden om extra te bouwen, zonder aanpassing van de bestemming of een omgevingsvergunning. Dus de situatie is daarmee niet vergelijkbaar. Bij uitbreiding van of een nieuwe niet-agrarische bedrijfsbestemming in het buitengebied door omschakeling, wordt altijd bij de planvorming hiervan de voorwaarde gesteld dat voorzien moet worden in een zorgvuldige landschappelijke inpassing. Daarnaast is ook bij de binnenplanse afwijkingsmogelijkheden opgenomen, dat er voorzien moet worden in een zorgvuldige landschappelijke inpasing. Op die manier wordt ervoor gezorgd dat bij alle uitbreidingen van bebouwing van enige omvang landschappelijk inpassing aan de orde is. Daarmee gaan steeds meer locaties beter op in de omgeving en verbeterd hierdoor de landschappelijke kwaliteit.
Aan de diverse verzoeken om de norm, dat bij realisatie vanaf 100 m2 bebouwing een zorgvuldige landschappelijke inpassing gerealiseerd moet worden, te verhogen of te laten vervallen wordt omwille het bovenstaande niet tegemoet gekomen. A004 Gewasbescherming Zoals in de toelichting in paragraaf 5.1.1.8 staat beschreven, is er in dit bestemmingsplan een regeling opgenomen voor agrarische spuitvrije zones. Dit is gedaan om voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelige functies in het kader van gezondheid een bufferzone te creëren. De definitie van ‘voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelige functies’ is opgenomen in de begrippen, artikel 1.168. In de planregels is vervolgens in artikel 3.5.1 onder f, 4.5.1 onder f en 5.4.1 onder d bepaald dat er een afstand van minimaal 50 meter aangehouden moet worden tot ‘voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelige functies’. Enkel binnen de bestemming ‘Agrarisch’ in artikel 3.6.3 is een binnenplanse afwijking opgenomen om onder voorwaarden die afstandsmaat te verkleinen. Over dit onderwerp zijn diverse zienswijzen ingediend. Naar aanleiding hiervan worden enkele aanpassingen gemaakt aan de regeling. Er volgt een aanvulling dat er geen minimale aan te houden afstand geldt in geval er sprake is van biologische teelt (dus zonder gebruik van gewasbeschermingsmiddelen).
Bedrijfswoningen worden daarnaast uitgezonderd van de genoemde definitie in artikel 1.168. Terecht werd in de zienswijzen opgemerkt dat er geen binnenplanse afwijking is opgenomen van de beschermende regeling in artikel 4 en 5, ‘Agrarisch met waarden – Landschap’ en ‘Agrarisch met waarden – Natuur en landschap’. Die worden alsnog toegevoegd. Voor een correcte omgekeerde werking worden de artikel 3.5.1 onder g, 4.5.1 onder g en 5.4.1 onder e aangepast zodat duidelijk is dat een ‘kleinschalige kampeerterrein’ minimaal 50 meter afstand moet houden tot ‘bestaande vollegrondsfruit- en boomteelt. Op deze wijze is de gemeente van mening dat er voldoende bescherming wordt geboden op dit onderwerp in het kader van gezondheid, terwijl er op individueel niveau ook ruimte is om met een binnenplanse afwijking een nieuwe afweging te maken. A005 Werkwijze nieuwe initiatieven Het bestemmingsplan is in principe conserverend van aard en voorziet voornamelijk in het actualiseren van de (wettelijke) beleidskaders. Het voorliggende bestemmingsplan buitengebied moet een nieuwe solide basis gaan vormen straks voor het Omgevingsplan. Hoewel dit uitgebreid gecommuniceerd is, hebben diverse zienswijzen betrekking op een nieuwe ontwikkeling.
In lijn met de Nota van Uitgangspunten en de beantwoording van de inspraakreacties is het niet gewenst nieuwe ontwikkelingen te verwerken in het bestemmingsplan Buitengebied 2023. Het is onmogelijk binnen de beschikbare capaciteit een zorgvuldige afweging te maken van deze verzoeken/ontwikkelingen, zoals de externe effecten, landschappelijke inpassingen en exploitatieovereenkomst. Initiatiefnemers zullen in veel gevallen nog de gewenste omgevingsdialogen moeten voeren en de resultaten terugkoppelen. Daarnaast is het van belang om zorgvuldig wettelijke vooroverleg te voeren met onder andere de provincie, waterschap en andere instanties. Dit alles met als doel te komen tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
32
In het kader van zorgvuldigheid kan voor nieuwe ontwikkelingen op eigen initiatief via maatwerk een aparte procedure(s) gestart worden. Of het planvoornemen wenselijk en kansrijk is, moet dus nog worden afgewogen. De beantwoording van de zienswijzen is geen positief principebesluit of dergelijke. Als indiener voornemens is om het planvoornemen separaat voort te zetten, wordt verzocht om dit formeel in te dienen zodat het juiste proces en procedure doorlopen kan worden. Via www.reuseldemierden.nl/principeverzoek kan nagelezen worden hoe een principeverzoek ingediend kan worden.
33
4. Individuele zienswijzen Z001 Hooge Mierde, De Baan 3 (23IK.1323 en 23IK.1387) Samenvatting 1. Geitenhouderij. Verzocht wordt om artikel 3.5.1 onder c te schrappen. 2. Geitenhouderij. Verzocht wordt om in artikel 43.3.1 ‘niet zijnde een geitenhouderij(tak)’ te schrappen. 3. Geitenhouderij. Verzocht wordt een regeling te ontwerpen die de ontwikkeling van bedrijfsactiviteiten mogelijk maakt. 4. Stikstofregeling. Verzocht wordt om niet de feitelijke, bestaande, planologische legale situatie als referentiesituatie te nemen voor de bepaling of er sprake is van een toename van stikstofemissie, maar de natuurtoestemming. Met een aanvulling op de zienswijze wordt verzocht de natuurtoestemming d.d. 24-04-2018 één op één in het bestemmingsplan in te passen. 5. Archeologie. Verzocht wordt de dubbelbestemming van het bouwperceel te schrappen. 6. Landschappelijke inpassing. Verzocht wordt om de eis van een landschappelijke inpassing bij nieuwe bedrijfsgebouwen groter dan 100m2 te laten vervallen. Of op zijn minst pas bij een grotere omvang. Daarnaast is het vreemd dat dit wel voor agrarische bestemmingen geldt en niet voor niet-agrarische bestemmingen. Reactie 1. Geitenhouderij.
De Omgevingsverordening van de Provincie Noord-Brabant schrijft in artikel 5.61 voor dat een bestemmingsplan/omgevingsplan moet regelen dat een toename van de bestaande oppervlakte dierenverblijf voor geiten is uitgesloten. Als ijkdatum is daarvoor 7 juli 2017 opgenomen. In de genoemde artikelen is dit in het ontwerpbestemmingsplan Buitengebied 2023 geregeld en voldoet daarmee aan de regels van de provincie Noord-Brabant. Mocht in de toekomst de regelgeving over geitenhouderijen wijzigen in Noord-Brabant, dan kan met een buitenplanse procedure overwogen worden of uitbreiding op deze locatie alsnog mogelijk is. In de toelichting wordt wel naar aanleiding van de zienswijze een aanvulling opgenomen, waarbij verwezen wordt naar de betreffende uitspraken van de Raad van State. Hierin wordt bevestigd dat de provincie in het kader van het voorzorgsbeginsel zich terughoudend mag opstellen ten opzichte van generieke ontwikkelingsmogelijkheden van een geitenhouderij. 2. Geitenhouderij. Zie reactie op punt 1 van deze zienswijze. 3. Geitenhouderij. Zie reactie op punt 1 van deze zienswijze. 4. Stikstofregeling. Voor de beantwoording van dit punt wordt verwezen naar hoofdstuk 4 “Algemeen antwoord” onder A001. 5. Archeologie. Voor de beantwoording van dit punt wordt verwezen naar hoofdstuk 4 “Algemeen antwoord” onder A002. 6. Landschappelijke inpassing.
Voor de beantwoording van dit punt wordt verwezen naar hoofdstuk 4 “Algemeen antwoord” onder A003. Aanpassingen - Toelichting: De toelichting wordt in paragraaf 6.5 aangevuld met een verwijzing naar recente uitspraken van de Raad van State over geitenhouderijen. Z002
Hooge Mierde, De Gagel 11 en 11a (23IK.1129)
Samenvatting Verruimen woonbestemming. Verzocht wordt om de woonbestemmingen van De Gagel 11 en 11a te verruimen tot maximaal 1.000m2. Reactie Verruimen woonbestemming. Beide woonbestemmingen hebben een relatief kleine oppervlakte, respectievelijk 791 m2 en 469 m2. Het is mogelijk om bestaande woonbestemmingen in het buitengebied te verruimen. De impact hiervan op de directe omgeving, landschappelijk en functioneel, is nihil. De voorgestelde uitbreiding behoort
34
daarnaast al tot eigendom van de bewoners en heeft nu de bestemming Agrarisch, zonder bebouwing. Bij dergelijke uitbreidingen is de afstemmingsnotitie ‘Landschapsinvesteringsregeling De Kempen’ van toepassing. Die stelt dat bij uitbreiding van bestemmingsvlak wonen tot 1.000 m2 geen (extra) kwaliteitsverbetering voor het landschap noodzakelijk is. Gelet op het voorgaande worden de beide woonbestemmingen, zoals in de zienswijze is voorgesteld, verruimd. Aanpassingen - Verbeelding: De woonbestemmingen Gagel 11 en Gagel11a te vergroten tot elk 1.000 m2. - Verbeelding: de grens tussen ‘overige zone – primaat landschap’ en ‘overige zone primaat water en klimaatadaptatie verleggen’ zodat perceel volledig binnen ‘primaat landschap’ valt.
Z003 Hooge Mierde, De Gagel 16 (23IK.1152) Samenvatting 1. Aanduiding opnemen. Verzocht wordt om aan de Aanrijten 2 een aanduiding op te nemen om het huisvesten van graasdieren toe te staan. Hier zijn namelijk 40 schapen gehuisvest. 2. Vormverandering agrarisch bouwvlak. Aan de voorzijde worden bestaande stallen gesloopt en is er een vergunning voor het bouwen van nieuwe stallen. Hierdoor ontstaat ruimte in het bouwvlak aan de voorzijde om met een vormverandering bouwwerken en gebouwen die buiten het bouwvlak vallen op te nemen binnen het bouwvlak. Verzocht wordt daarom om met een vormverandering van het agrarisch bouwvlak alle bebouwing binnen het bouwvlak te laten vallen. 3. Erfverharding. Verzocht om met de aanduiding ‘specifieke aanduiding – erfverharding’ bestaande verhardingen vast te leggen. Reactie 1. Aanduiding opnemen. De locatie aan de Aanrijten 2 te Hooge Mierde is er een vergunning voor het houden van 40 schapen. In het geldende bestemmingsplan “Buitengebied Gagel 16 en Aanrijten 2 Hooge Mierde” is het houden van schapen toegestaan. Conform systematiek van dit bestemmingsplan wordt de aanduiding ‘grondgebonden veehouderij’ opgenomen voor de locatie Aanrijten 2. 2. Vormverandering agrarisch bouwvlak. De gangbare regels voor agrarische bedrijven is, dat alle voorzieningen ten behoeve van het agrarisch bedrijf binnen het bouwvlak moeten vallen.
Dit geldt dus ook voor luchtwassers, silo’s en verhardingen. Er is hier sprake van een historisch gegroeide locatie, waar geen uitbreiding meer mogelijk is. Zoals in de zienswijze is aangegeven kan met een vormverandering gezorgd worden dat alle bebouwing binnen het bouwvlak komen te liggen, zoals ook de bedoeling is. Tegen een dergelijke aanpassing bestaan geen bezwaren. Normaal gesproken wordt bij vormverandering van een agrarisch bouwvlak gevraagd om een landschappelijke inpassing van de locatie. Afspraken over de landschappelijke inpassing van de bedrijfslocatie zijn al vastgelegd in het recentelijk vastgesteld bestemmingsplan ‘Buitengebied, De Gagel 16 en Aanrijten 2 Hooge Mierde’. In het ontwerpbestemmingsplan Buitengebied 2023 is de landschappelijke inpassing per ongeluk niet overgenomen. Dit gebeurt alsnog. Daarom wordt de bijlage landschappelijke inpassing uit het geldende bestemmingsplan voor deze locatie overgenomen. Daarnaast wordt de bestemming achter het bedrijf aangepast van ‘Groen – Landschapselement’ naar ‘Groen – Landschappelijke inpassing’. Ten aanzien van de erfverharding wordt verwezen naar punt 3. 3. Erfverharding. Om de juridisch-planologische situatie overeen te laten komen met de feitelijke situatie is een aanpassing van de vorm van het bouwvlak noodzakelijk zoals onder punt 2 staat omschreven.
De overige gronden aan de noordwest- en zuidwestzijde krijgen de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – erfverharding’. Binnen deze gronden is uitsluitend de bestaande erfverharding toegestaan. Daarmee zijn nieuwe vormen van bebouwing en erfverharding verder uitgesloten.
35
Aanpassingen - Verbeelding: Aanrijten 2 Hooge Mierde, aanduiding ‘grondgebonden veehouderij’ opnemen. - Verbeelding: De Gagel 16, Hooge Mierde, bestemming ‘Groen – Landschapselement’ wijzigen in de bestemming ‘Groen – Landschappelijke inpassing’. - Verbeelding: De Gagel 16, Hooge Mierde, vormverandering toepassen. - Verbeelding: De Gagel 16, Hooge Mierde, rondom bouwvlak, waar bestaande verharding aanwezig is de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – erfverharding’ opnemen. - Regels: aan artikel 47.5 wordt de voorwaardelijke verplichting van de landschappelijke inpassing De Gagel 16 toegevoegd. - Regels: aan de Bijlagen bij de regels toevoegen de “Bijlage landschappelijke inpassing De Gagel 16 en Aanrijten 2, Hooge Mierde” conform geldend bestemmingsplan “Buitengebied, De Gagel 16 en Aanrijten 2 Hooge Mierde”. Z004 Hooge Mierde, De Gagel 20 (23IK.1397) Samenvatting 1. Doorontwikkeling dierhouderij. Aangegeven wordt dat eigenaar van locatie al jaren bezig is en in gesprek is met de gemeente om de locatie uit te breiden en te optimaliseren. De gemeente is daarvan op de hoogte. Met het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2023’ worden de mogelijkheden beperkt, doordat beperkingen zijn opgenomen die er eerder niet waren, zoals aanduiding ‘cultuurhistorisch waardevol gebied’. Er is onvoldoende rekening gehouden met belangen van eigenaar. 2. Goede ruimtelijke ordening.
Aangegeven wordt dat bevoegd gezag niet deugdelijk heeft gemotiveerd waarom sprake is van een goede ruimtelijke ordening, hetgeen in strijd is met artikel 3:46 en 3:47 Awb. Op grond van de zorgvuldigheidsbeginsel (artikel 3:2 Awb) wordt voorts aangegeven dat het bevoegd gezag onvoldoende blijk heeft gegeven van een deugdelijke belangenafweging. 3. Rechtszekerheidsbeginsel. De uitbreiding van de bestaande zeugenhouderij wordt beperkt door opgelegde gebiedsaanduidingen en dubbelbestemmingen, waardoor ze niet weten waar ze aan toe zijn. Dit terwijl de gemeente bekend is met de beoogde uitbreiding van de zeugenhouderij. Dit is in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel. Eveneens wordt in de planregels het volgende opgeschreven “ter plaatse van …. Is het beleid gericht op …”. Het is onduidelijk wat dat inhoudt en daardoor ook in strijd met rechtszekerheidsbeginsel. 4. Gebiedsaanduidingen. Een nadere onderbouwing of motivatie ontbreekt voor diverse gebiedsaanduidingen. Daarnaast zijn er extra gebiedsaanduidingen opgenomen zonder onderbouwing. Ook zijn de aanduidingen niet aangepast zoals in de inspraakreactie gevraagd was. 5. Omgevingsvisie. Het beleid ten aanzien van intensieve veehouderijen is onvoldoende doorvertaald naar het bestemmingsplan, waardoor geen rechtszekerheid wordt geboden. 6. Archeologie/Cultuurhistorie.
Aangegeven wordt dat eigenaar zich niet kan vinden in de archeologische dubbelbestemmingen die opgenomen zijn en hoe die ook terugkomen via de aanduiding ‘cultuurhistorisch waardevol gebied’. 7. Stikstof. Aangegeven wordt dat eigenaar zich niet kan vinden in de stikstofregeling en dat deze te beperkend is voor de bedrijfsvoering. Er wordt uitgegaan van een emissieplafond, dat veel beperkende is dan een depositieplafond. 8. Nieuwe ontwikkeling. Er is hier sprake van een concreet plan dat voldoende concreet is en tijdig kenbaar is gemaakt. Er hebben hier ook diverse gespreken over plaatsgevonden. Reactie 1. Doorontwikkeling dierhouderij. In de zienswijze wordt meermaals gerefereerd dat de gemeente op de hoogte is van een ontwikkelwens. Dat is gedeeltelijk waar. In het verleden is een uitgebreide procedure gestart om met een omgevingsvergunning de dierhouderij te kunnen uitbreiden. Die vergunningsaanvraag is destijds ingetrokken. Sindsdien hebben enkele gesprekken plaatsgevonden onder andere met de wethouder om over de toekomst van de locatie te spreken. Volgens afspraak is daar vervolgens door de gemeente op gereageerd. Dat ging met name over de wijze waarop de Omgevingsvisie geïnterpreteerd moest worden. Sindsdien heeft de gemeente niets meer
36
2.
3.
4.
5.
6. 7. 8.
vernomen over een concreet initiatief. Er ligt bij de gemeente geen concreet verzoek om wel of niet in te stemmen met een bepaalde ontwikkeling. Ten aanzien van de opmerking over ‘cultuurhistorisch waardevol gebied’, verwijzen wij naar hoofdstuk 4 “Algemeen antwoord” onder A002. Goede ruimtelijke ordening. In beginsel komt de gemeente in ruime mate beleidsvrijheid toe. Die beleidsvrijheid heeft de gemeente ook genomen met het vaststellen van de Omgevingsvisie d.d. 22-5-2018 (plus addendum op 28-5-2019) en de Erfgoednota d.d.13 juli 2021. In die beleidsstukken is op zorgvuldige wijze gekeken naar gebieden en is daar met een gebieds- en lagenbenadering een visie en beleid aan toegekend. Deze documenten zijn in het bestemmingsplan Buitengebied 2023 doorvertaald en krijgen hiermee een juridisch-planologische regeling. Die zegt niet zo zeer dat bepaalde activiteiten nooit meer kunnen, maar wel dat bij ontwikkelingen rekening gehouden moet worden met bepaalde waarden en beleidsopvattingen. Een en ander staat duidelijk omschreven in de toelichting, behorende bij het bestemmingsplan. Naar onze mening is daardoor wel degelijk sprake van een goede ruimtelijke ordening en voldoet de gemeente aan het zorgvuldigheidsbeginsel. De gemeente heeft daarbovenop altijd een afweging te maken tussen het algemeen belang en het individuele belang.
Vanuit het algemene belang hecht de gemeente aan een bescherming van de archeologische en cultuurhistorische waarden en is de wens sturing te geven door ‘de juiste ontwikkeling op de juiste plek’ te krijgen via de Omgevingsvisie. Vanuit het individueel belang is eenduidigheid in de regels wel van belang. Ten aanzien van gebieden uit de Omgevingsvisie, wordt, gelet op het lijnenspel van diverse aanduidingen over het bouwvlak, daar met het ontwerpbestemmingsplan niet aan voldaan. Richting de vaststelling wordt dit verbeterd en zal de gebiedsaanduiding ‘overige zone – primaat landschap’ worden gewijzigd, zodat het gehele bouwvlak hierbinnen valt. De gebiedsaanduidingen ‘primaat landbouw 2’ en ‘primaat water en klimaatadaptatie’ komen hierdoor te vervallen binnen het bouwvlak. Rechtszekerheidsbeginsel. Zoals ook onder 2 is aangegeven, worden de gebiedsaanduidingen aangepast, zodat het eenduidiger wordt binnen het bouwperceel. Of en in hoeverre de uitbreiding van de zeugenhouderij kan en past, is afhankelijk van de aanvraag of het plan die daarvoor ingediend moet worden. Ten aanzien van de regels waarin staat “is het beleid gericht op” het volgende. Rechtszekerheidsbeginsel. De mening dat de regel onduidelijk is en hierdoor sprake is van strijd met rechtszekerheidsbeginsel wordt niet gedeeld.
Deze aanduidingen staan voor een bepaalde door de gemeentelijke Omgevingsvisie ingegeven beleidslijn. Die is van toepassing voor het al dan niet toestaan van bepaalde ontwikkelingen. Daar waar dit van toepassing is, staat dat in de regels nader bepaald. Hiervoor wordt onder andere verwezen naar artikel 43.2. Om echter meer duidelijkheid te bieden, is ambtshalve een aanhef van artikel 47.3 toegevoegd. Gebiedsaanduidingen. Zoals ook onder 2 is aangegeven, worden de gebiedsaanduidingen aangepast. Verder is er wel degelijk een onderbouwing opgenomen van de diverse gebiedsaanduidingen in de toelichting behorende bij het bestemmingsplan en in de Erfgoednota. Hierin zijn de begrenzing van de gebieden en het doel naar onze mening voldoende gemotiveerd. Omgevingsvisie. Het beleid van de gemeente is erop gericht dat de juiste ontwikkelingen op de juiste plek plaatsvinden. Het doel van de Omgevingsvisie ten aanzien van intensieve veehouderijen is niet zozeer het onmogelijk maken hiervan, maar wel op de juiste plaatsen nog groeiruimte te bieden. Hiervoor is in de Omgevingsvisie een verdeling gemaakt tussen duurzame locaties, voortzettingslocaties en transformatielocaties. Hiervan is geen generieke regeling te maken welke in het bestemmingsplan toegepast kan worden. Het is per geval, per locatie, maatwerk om te bepalen wat de kansen zijn op basis van de Omgevingsvisie.
Vervolgens is het van belang om te weten dat uitbreiding niet compleet uitgesloten is. Maar, er zijn daarbij wel extra inspanningen noodzakelijk. Dit is de reden dat het in de toelichting wel is uitgelegd, maar niet in de regels is opgenomen. Dit biedt ruimte voor een nadere afweging bij een buitenplanse procedure, waardoor maatwerk geleverd kan worden. Archeologie/Cultuurhistorie. Voor de beantwoording van dit punt verwijzen wij naar hoofdstuk 4 “Algemeen antwoord” onder A002. Stikstof. Voor de beantwoording van dit punt wordt verwezen naar hoofdstuk 4 “Algemeen antwoord” onder A001. Nieuwe ontwikkeling. Voor de beantwoording van dit punt wordt verwezen naar de reactie op punt 1 van deze zienswijze. Met dit bestemmingsplan worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Daarvoor is een
37
apart maatwerktraject nodig. Hiervoor wordt verwezen naar hoofdstuk 4 “Algemeen antwoord” onder A005. Het is raadzaam om, eventueel met behulp van een adviesbureau, via een principeverzoek de gemeente te vragen om medewerking te verlenen aan een passende herbestemming van de locatie. Via de website https://www.reuseldemierden.nl/principeverzoek is na te lezen hoe dat kan. Aanpassingen - Verbeelding: De Gagel 20, Hooge Mierde: aanpassen van gebiedsaanduidingen, zodat ‘overige zone – primaat landschap’ over het volledige bouwvlak valt. Z005 Hooge Mierde, De Luther 4 (23IK.1304) Samenvatting Cultuurhistorie. Aangegeven wordt dat de aanduiding ‘cultuurhistorisch waardevol gebied’ is opgenomen over deel van de landbouwpercelen. Die zouden voortkomen uit de Cultuurhistorische waardenkaart van de provincie NoordBrabant of uit de cultuurhistorische beleidskaart van 2020 van de gemeente. Op beide kaarten staat dit niet aangegeven, waardoor afgevraagd wordt of de aanduiding hier wel terecht ligt. Reactie Cultuurhistorie. Voor de beantwoording van dit punt wordt verwezen naar hoofdstuk 4 “Algemeen antwoord” onder A002. Aanpassingen Geen aanpassingen. Z006 Hooge Mierde, De Luther 8 (23IK.1348 en 23.21072) Samenvatting 1. Maximum bebouwd oppervlak.
In de toelichting van het recent vastgestelde bestemmingsplan “Buitengebied Herziening 2022” is aangegeven dat het bedrijf wil uitbreiden met een rijhal van 1.820 m2. Onduidelijk is echter wat de totale bebouwing op de locatie zou worden. In het genoemde veegplan is 2.900 m2 bebouwing toegestaan. Verzocht wordt om dit, in lijn met de aanvulling op de zienswijze d.d. 30 november 2023, uit te breiden tot 3.244 m2. 2. (Vollegronds) fruit- en boomteelt. Er wordt verzocht om een duidelijke begripsomschrijving voor gewasbeschermingsgevoelige functies en ook begripsbepalingen voor (vollegronds) fruitteelt en -boomteelt. 3. Spuitzones. Verzocht wordt de afwijkingsmogelijkheid voor spuitzones vergelijkbaar met artikel 3.6.3 ook in andere artikelen opnemen. 4. Landschappelijke openheid. Wat wordt verstaan onder landschappelijke openheid. 5. Regels. In artikel 6.4.2 komt een inconsistentie voor wat betreft de terminologie. In de aanhef wordt gesproken over uitbreiden bedrijfsbebouwing en onder lid g. onder 2. wordt de term bouwvlak genoemd. Verzoek om dit aan te passen. Reactie 1. Maximum bebouwd oppervlak. Met het verzoek om wijziging van de maximum oppervlakte van de bebouwing kan worden ingestemd. De uitbreiding heeft geen ingrijpende gevolgen en past binnen het beeld en de bedoeling van het genoemde veegplan. Het maximum aan bebouwing zal daarom worden verhoogd naar 3.244 m2. 2.
(Vollegronds) fruit- en boomteelt. Voor de beantwoording van dit punt wordt verwezen naar Hoofdstuk 4 “Algemeen antwoord” onder A005. 3. Spuitzones. Voor de beantwoording van dit punt wordt verwezen naar het antwoord in Hoofdstuk 4 “Algemeen antwoord”, onder A004. 4. Landschappelijke openheid. In de Erfgoednota wordt de term openheid nader toegelicht. Ook in de toelichting van dit plan is in paragraaf 5.3.3.2 Landschappelijke openheid toegelicht. Dit zijn gronden die onderdeel uitmaken van de jonge heide ontginningen, zoals onderscheiden in de NRK, zie ook paragraaf 3.4.2.2, waar geen nadere
38
5.
beschermingsregeling is opgenomen. Voor deze gronden wordt gestreefd naar behoud en bescherming van openheid, rust en ruimte. Ter bescherming van de mogelijke aantasting van de landschappelijke openheid geldt een omgevingsvergunningplicht voor aanleg van opgaande beplanting, zonder agrarische productiefunctie. De begrenzing van de aanduiding 'overige zone - openheid' wordt gebaseerd op de jonge heide ontginningen en wordt alleen opgenomen voor zover op betreffende gronden geen andere waarden-aanduiding van toepassing is. Regels. De aangehaalde inconsistentie in terminologie is aanwezig. Dit wordt aangepast door de term ”bouwvlak” onder 6.4.2 lid g onder 2 te vervangen door “bedrijfsbebouwing”.
Aanpassingen - Verbeelding: De Luther 8, Hooge Mierde: De maatvoeringsaanduiding 'maximum bebouwd oppervlak' wordt aangepast van 2.900m2 naar 3.244 m2. - Regels: Artikel 6.4.2., lid g onder 2. “vergroting van het bouwvlak en bij vormverandering” wordt gewijzigd in “bij uitbreiding oppervlakte bedrijfsbebouwing”. - Regels ambtshalve: aan artikel 3.7.1 onder d wordt uitzondering gemaakt voor landschappelijke inpassingen. Z007 De Luther 10-12, Hooge Mierde (23IK.1282) Samenvatting Nieuwe ontwikkeling. Verzoek: conform de feitelijke situatie en in overeenstemming met gedane milieumeldingen de volgende functieaanduidingen toe te voegen: - 'specifieke vorm van agrarisch - statische opslag' met een maximale oppervlakte van 1.850 m²; - 'specifieke vorm van agrarisch - hondenkennel'. Reactie Nieuwe ontwikkeling. Op de locatie De Luther 10-12 te Hooge Mierde geldt het bestemmingsplan ‘De Baan 1 – De Luther 12. Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 17 december 2013. Dit bestemmingsplan staat toe dat op deze locatie een grondgebonden agrarisch bedrijf is toegestaan, met een statische opslag van 500 m2 en een bestaande nevenactiviteit, zijnde een ‘kampeerboerderij’. Op basis van de definitie uit het bestemmingsplan zou het hoofdgebruik ofwel (vollegronds)teeltbedrijf ofwel een grondgebonden veehouderij zijn.
Uit dossieronderzoek is niet gebleken dat sindsdien een vergunning is verkregen voor het houden van een hondenkennel of ook een statische opslag met een omvang van meer dan 500 m2. Via deze zienswijze en de eerdere inspraakreactie is ook niet aangetoond dat dit wel zo is. Met dit bestemmingsplan worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Daarvoor is een apart maatwerktraject nodig. Hiervoor wordt verwezen naar hoofdstuk 4 “Algemeen antwoord” onder A005. Het is raadzaam om, eventueel met behulp van een adviesbureau, via een principeverzoek de gemeente te vragen om medewerking te verlenen aan een passende herbestemming van de locatie. Via de website https://www.reuseldemierden.nl/principeverzoek is na te lezen hoe dat kan. Aanpassingen Geen aanpassingen. Z008 De Luther 14, Hooge Mierde (23IK.1345) Samenvatting 1. Aanduiding intensieve veehouderij. Verzocht wordt de functie intensieve veehouderij toe te kennen om meer mogelijkheden voor bedrijfsontwikkeling te hebben. 2. Nevenactiviteiten. Gelet op de toelichting van de gebiedsaanduiding 'overige zone - primaat landbouw 2' onder de tabel in paragraaf 5.1.1.17 van de toelichting wordt gevreesd dat deze voor een belemmering van de gewenste ontwikkelingen van nevenactiviteiten bij het bestaande agrarische bedrijf zorgt.
Gestreefd wordt naar een multifunctioneel agrarisch bedrijf om in te kunnen spelen op marktontwikkelingen. Daarom wordt verzocht om ook het gebruik van andere activiteiten toe te staan binnen de gebiedsaanduiding 'overige zone - primaat landbouw 2'.
39
Reactie 1. Aanduiding intensieve veehouderij. In het geldende bestemmingsplan Buitengebied 2009 geldt voor deze locatie de bestemming ‘Bedrijf - Agrarisch’, met de aanduiding ‘intensieve veehouderij’. Op basis van de KRD NoordBrabant is te zien dat er nog een vergunning is voor deze locatie voor het houden van vee. Op basis hiervan wordt de aanduiding ‘intensieve veehouderij’ alsnog opgenomen voor deze locatie. 2. Nevenactiviteiten. In de gebiedsaanduiding overige zone - primaat landbouw 2 zijn nevenactiviteiten niet uitgesloten. Wel moeten de nevenactiviteiten gekoppeld zijn aan een toegestane hoofdactiviteit ter plaatse, in dit geval een (vollegronds)teeltbedrijf of een dierhouderij. In artikel 3.6.1 van de planregels is opgenomen welke nevenactiviteiten met omgevingsvergunning mogelijk zijn en onder welke voorwaarden. Andere nevenactiviteiten dan genoemd in artikel 3.6.1 van de planregels of in een andere omvang zijn op basis van het bestemmingsplan Buitengebied 2023 niet rechtstreeks mogelijk. Dit wil niet zeggen dat niets mogelijk is. Voor een ontwikkeling, kan een aparte maatwerktraject doorlopen worden. Het is dan raadzaam om, eventueel met behulp van een adviesbureau, via een principeverzoek de gemeente te vragen om medewerking te verlenen aan een doorontwikkeling en/of passende herbestemming van de locatie.
Via de website https://www.reuseldemierden.nl/principeverzoek is na te lezen hoe dat kan. Aanpassingen - Verbeelding: De Luther 14, Hooge Mierde: Opnemen aanduiding ‘intensieve veehouderij’. Z009 Luther 29, Hooge Mierde (23IK.1284) Samenvatting 1. Vormverandering agrarisch bouwvlak. Indiener stemt niet in met de vorm van het bouwvlak zoals opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan, omdat die voor de bedrijfsvoering en bedrijfsontwikkeling zeer bepalend is. Alleen binnen het bouwvlak mogen gebouwen en bouwwerken geen gebouw zijnde worden opgericht en mogen gebouwen en bouwwerken worden gebruikt voor de agrarische bedrijfsvoering. Met de voorgestelde vormverandering van het bouwvlak worden de ontwikkelingsmogelijkheden aan de oostzijde ernstig beperkt. Gewezen wordt op het feit dat al sinds 6 januari 2014 een milieuvergunning is verleend voor het bouwen van een nieuwe varkensstal op deze locatie, zie bijlage 1. Echter zijn de plannen in de tussentijd gewijzigd. Men is nu voornemens om een akkerbouwloods te bouwen. Dit blijkt onder meer uit de lopende procedure melding AIM welke op 10 oktober 2022 is ingediend (zie bijlage 2).
Verzoek: de huidige ruimte voor toekomstige ontwikkelingen aan de oostzijde te behouden en het bouwvlak op een andere wijze te vervormen, zoals aangegeven in bijlage 3, zodat zowel de bestaande bebouwing en erfverharding maar ook de vergunde nieuwbouw binnen het bouwvlak wordt gesitueerd. De oppervlakte van het bouwvlak is neutraal is ten opzichte van het geldende bouwvlak. Reactie 1. Vormverandering agrarisch bouwvlak. Zoals in de inspraakreactie reeds is meegegeven, heeft er een vormverandering van het bouwvlak plaatsgevonden. Dit is gedaan, omdat geconstateerd is dat een gedeelte van de bebouwing buiten het bouwvlak is gerealiseerd. Bij het bepalen van een bouwvlak wordt gezocht naar een zo logisch mogelijke vorm. Bij het bepalen van de aangepaste vorm is geen rekening gehouden met milieuvergunningen voor de bouw van een nieuwe stal. Het milieu- en ruimtelijk spoor van vergunningsaanvragen gaan regelmatig niet tegelijk, maar gefaseerd. Om eerdere mogelijkheden niet te ontnemen, maar wel tot een passend bouwvlak te komen, wordt op basis van de zienswijze een ander bouwvlak opgenomen. Hiermee komen alsnog alle voorzieningen binnen het bouwvlak te liggen. Ten overvloede wijzen wij u erop dat op de grond dat buiten het bouwvlak wordt gelaten, geen bouwwerken, verhardingen of voorzieningen anderzijds gerealiseerd mogen worden.
Tevens wijzen wij u erop dat op basis van artikel 4.3.3 voorzien moet worden in een zorgvuldige landschappelijke inpassing van de locatie, als er nieuwe bedrijfsbebouwing wordt gerealiseerd groter dan 100 m2.
40
Aanpassingen - Verbeelding: De Luther 29, Hooge Mierde: Vormverandering bouwvlak, waarbij oorspronkelijke diepte van bouwvlak wordt aangehouden en minimaal 5 meter behouden blijft tussen de bebouwing en de bouwgrens. Z010 De Luther 31, Hooge Mierde (23IK.1239) Samenvatting 1. Vormverandering agrarisch bouwvlak. In de reactie op de inspraakreactie is aangegeven dat vormverandering onder voorwaarden mogelijk zou zijn, mede afhankelijk van het grondeigendom en de landschappelijke inpassing. In het ontwerpbestemmingsplan is het bouwvlak echter niet aangepast, maar enkel verkleind tot 1,2 ha. In de ‘Nota van Inspraak’ is vermeld dat een vormverandering van het bouwvlak niet leidt tot beperking van andere functies. Tevens wordt aangegeven dat hier geen overkoepelende regels van toepassing zijn. Indiener is van mening dat het bouwvlak niet verkleind hoeft te worden. De verkleining beperkt het bedrijf in de uitbreidingsmogelijkheden en hierdoor lijdt het bedrijf schade. Het kadastrale perceel met nummer 1335 is in eigendom van het bedrijf en grenst aan de kadastrale percelen met nummers 925 en 926. Verzoek: het bouwvlak van vorm te veranderen op het kadastrale perceel, met nummer 1335 tot een oppervlakte van 1,5 ha (zie afbeelding 3). Reactie 1. Vormverandering agrarisch bouwvlak.
Het bouwvlak zoals het in het ontwerpbestemmingsplan is opgenomen, ten opzichte van het voorontwerpbestemmingsplan is inderdaad kleiner. Dit was 1,5 ha en is 1,22 ha geworden. Het verkleinen van het bouwvlak was niet wat beoogd werd om te regelen. De locatie is daarom opnieuw overwogen. Om het bouwvlak binnen de grenzen van eigendom te wijzigen, zou betekenen dat het bouwvlak circa 40 m dieper moet worden dan nu het geval is. Zonder dat daar een goede motivering onder zit, is de gemeente van mening dat dit een te ruime verandering is van het oorspronkelijke bouwvlak. Dit is mede ingegeven door de ligging in de groenblauwe mantel en het nabijgelegen natuurgebied van het Beleven. Ter kennis is gegeven dat de gronden met perceelnummer G1136 eveneens tot de familie behoort, echter is het onder een andere naam geregistreerd. Op basis van die informatie en de ruimtelijke afweging dat hierdoor een vormverandering plaatsvindt zonder nadelige effecten op omgeving, wordt de vorm van het bouwvlak veranderd ten opzichte van het voorontwerpbestemmingsplan. Aan de noordzijde wordt het bouwvlak verkleind, aan de zuidzijde vergroot. Ten overvloede merken wij nog wel op, dat hier geen tweede bedrijf kan ontstaan. Planologisch is het één geheel. Gesplitste eigendommen doet daar niets aan af.
Aanpassingen - Verbeelding: De Luther 31 Hooge Mierde: veranderen bouwvlak, zoals op afbeelding voorgesteld. Z011 De Luther ongenummerd (23IK.1231) Samenvatting 1. Wijziging bestemmingsgrens. Het perceel G1053 is aan de westzijde voor een klein gedeelte bestemd als 'Bos' en niet volledig bestemd tot “Agrarisch met waarden - Landschap”. De gronden zijn al jarenlang in gebruik voor landbouwdoeleinden en bevatten geen landschapselementen. Verzoek: de bestemming op dit gedeelte van het perceel te wijzigen. 2. Wijziging bestemmingsgrens. De percelen G440, G520, G519 en G1016 grenzen aan de noordzijde aan het natuurgebied 'Zwartven'. Dit gebied heeft de bestemming 'Natuur'. Op de grens van beide percelen is de bestemming 'Natuur' gedeeltelijk gelegen op de landbouwpercelen. Ook hier geldt dat de gronden al jarenlang in gebruik zijn voor de teelt van gewassen en dat de gronden geen primaire natuurwaarden hebben.
41
3.
4.
5.
Dubbelbestemming en NNB. Naast de foutieve enkelbestemming is er op de percelen G1053, G440, G520, G519 en G1016 ook de dubbelbestemming 'Waarde - Attentiezone waterhuishouding' en de gebiedsaanduiding 'overige zone - Natuur Netwerk Brabant' opgenomen. Verzoek: de bestemming en aanduiding aan te passen zodat deze gelijk liggen aan de kadastrale perceelsgrens. Spuitzone. In artikelen 3.5.1 en 3.6.3 zijn regels opgenomen voor gewasbeschermingsmiddelen op landbouwpercelen. In deze artikelen wordt gesproken over 'gewasbeschermingsmiddelen gevoelige functie'. Er is echter geen duidelijk begrip vermeld voor 'gewasbeschermingsmiddelen gevoelige functie'. Momenteel is het bijvoorbeeld niet duidelijk of een opslagloods voor een recreatiebedrijf een gevoelige functie is. Als de definitie letterlijk wordt gelezen zou dit namelijk wel het geval zijn, maar feitelijk gezien is dit uiteraard niet het geval. Verzoek: een nadere duidelijkere begripsbepaling op nemen. (Vollegrond) fruitteelt en boomteelt. Er is geen definitie opgenomen voor (vollegronds)fruitteelt en boomteelt. Er kan momenteel discussie ontstaan over wat deze begrippen (artikel 3.5.1) nu exact inhouden. Verzoek: deze definities op te nemen in het bestemmingsplan. Er is geen uitzondering opgenomen voor een bedrijfswoning. Verzoek: de uitzondering voor bedrijfswoning op te nemen.
Een andere uitzondering welke opgenomen kan worden, is een uitzondering voor biologisch geteelde producten, omdat daar namelijk geen gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. Verzoek: uitzondering voor percelen met biologische teelten op nemen. Opmerking: de afwijkingsbevoegdheid in het kader van spuitzones is enkel opgenomen in artikel 3 van de regels. Verzoek: deze afwijkingsbevoegdheid opnemen in alle bestemmingen waar de regel over spuitzones van toepassing is. Daarnaast valt hierbij op te merken dat het reeds mogelijk is om de gewassen te bespuiten met gewasbeschermingsmiddelen zonder omgevingsvergunning, dit geeft een aanzienlijke beperking voor grondeigenaren. Als laatste valt hierbij op te merken dat met betrekking tot een kampeerterrein enkel rekening wordt gehouden met een boomgaard en niet met bijvoorbeeld vollegrondsfruit- en/of boomteelt. Waarom is hierin een onderscheid gemaakt?
Reactie 1. Wijziging bestemmingsgrens. De bestemming ‘Bos’ loopt inderdaad net te ver door ten opzichte van de eigendomsgrens. Het betreft hier een tekenfout. De bestemming en de bijbehorende (gebieds)aanduidingen worden hierop aangepast en op de kadastrale grens gelegd. 2. Wijziging bestemmingsgrens. De bestemming Natuur loopt inderdaad net te ver door ten opzichte van de eigendomsgrens. Het betreft hier een tekenfout. De bestemming en de bijbehorende (gebieds)aanduidingen worden hierop aangepast en op de kadastrale grens gelegd. 3. Dubbelbestemming en NNB. De begrenzing van de dubbelbestemming 'Waarde - Attentiegebied waterhuishouding’ en de gebiedsaanduiding ‘overige zone – Natuur Netwerk Brabant’ komen voort uit de begrenzingen zoals opgenomen in de (Interim) Omgevingsverordening. Er is ter plaatse sprake van een kennelijke onjuistheid in de begrenzing. Het ontwerpbestemmingsplan wordt hierop aangepast. De provincie wordt gevraagd om een correctie door te voeren van het werkingsgebied. 4. Spuitzones. Voor de beantwoording van dit punt wordt verwezen naar hoofdstuk 4 “Algemeen antwoord”, onder A004. 5. Vollegronds) fruit- en boomteelt. Voor de beantwoording van dit punt wordt verwezen naar hoofdstuk 4 “Algemeen antwoord” onder A005.
Aanpassingen - Verbeelding: Grenzen van de bestemmingen ‘Agrarisch met waarden – Landschap’, ‘Bos’ en ‘Natuur’ aanpassen op basis van kadastrale grenzen G1053, G440, G520, G519 en G1016. - Verbeelding: Dubbelbestemming ‘Waarde – Attentiezone waterhuishouding’ en gebiedsaanduiding ‘overige zone – Natuur Netwerk Brabant’ aanpassen op basis van kadastrale grenzen G1053, G440, G520, G519 en G1016. - Verbeelding ambtshalve: Dezelfde wijziging tevens doorvoeren bij perceel G1017.
42
Z012 De Wildert 2, Hooge Mierde (23IK.1291) Samenvatting 1. Nieuwe ontwikkeling. Er is sprake van een woonbestemming. Daarom is de maximale oppervlakte aan bebouwing niet geregeld in artikel 41.1.2, lid c, maar in artikel 28.6.1. De inspraakreactie is daarom niet correct. De uitvoering van dagbesteding is niet vermeld in bijlage 3. Niet vermeld is dat dit zonder vergunning mogelijk is. Een oppervlakte van 45m2 is niet realistisch. Verzocht wordt om dagbesteding mogelijk te maken vanaf minimaal 100 tot 200 m2, omdat dat een maatschappelijke meerwaarde voor de gemeenschap heeft. 2. Verruimen woonbestemming. Gevraagd wordt om uitbreiding van de bestemming ‘Wonen’ door middel van een wijzigingsbevoegdheid/buitenplanse afwijking en de toezegging dat daarvan ook gebruik kan worden gemaakt over een aan te kopen strook grond van De Wildert 4 om een berghok/afhang te bouwen ten behoeve van dagbesteding. Zie ook de inspraakreactie met bijlage. 3. Aan-huis-verbonden beroep of -bedrijf. Dagbesteding aan te merken en op te nemen als een aan huis gebonden beroep. 4. Cultuurhistorie. De woningen De Wildert 2, 4 en 4a zijn recent verbouwd en hebben geen cultuurhistorisch waarden. Er is ook geen cultuurhistorisch samenhang. De aanduiding geeft beperkingen bij het huidige en beoogde gebruik en leidt tot waardevermindering. 5. Verkeer.
Verzocht wordt de verkeerssituatie zodanig te wijzigen dat er geen doorgaand verkeer door De Wildert kan, met uitzondering van fietsers en voetgangers. De staat van de bermen is zeer slecht. Een goed alternatief is een route over de Poppelsedijk. 6. Doorlooptijd. De lange duur van de procedure van dit plan leidt tot veel onzekerheid. Dit leidt tot onvrede en vermindert de motivatie en het vertrouwen om met initiatieven te komen die een maatschappelijke meerwaarde hebben. Graag duidelijk communiceren. Reactie 1. Nieuwe ontwikkeling. Artikel 41.1.2 is inmiddels vernummerd. Het klopt dat in dit geval artikel 28.6.1 van toepassing is. In de Lijst van rechtstreeks toelaatbare aan-huis-verbonden beroepen en -bedrijven is aangegeven welke activiteiten mogelijk zijn. Hoewel de lijst niet uitputtend is, is duidelijk dat het om kleinschalige activiteiten gaat, die de woonbestemming niet aantasten en waarbij slechts enkele personen actief zijn. Groepsmatige activiteiten van 3 of meer personen zijn expliciet uitgezonderd onder de uitsluitingen. Er is geen aanleiding om dagbesteding met een veel groter maatvoering op te nemen.
Als u andere activiteiten wil starten op uw locatie die niet passen binnen de regels van het bestemmingsplan, dan raden wij u aan om, eventueel met behulp van een adviesbureau, via een principeverzoek de gemeente te vragen om medewerking te verlenen aan een passende herbestemming van de locatie. Via de website https://www.reuseldemierden.nl/principeverzoek kunt u nalezen hoe u dat moet doen. 2. Verruimen woonbestemming. Het bouwen ten dienste van dagbesteding is niet aan de orde, zonder een nadere procedure waarbij deze toelaatbaarheid van de functie beoordeeld kan worden, zoals onder punt 1 van deze zienswijze is beschreven. De aanpassing die gevraagd wordt betreft maatwerk op de betreffende locatie. Daarnaast behoren wijzigingsbevoegdheden door de landelijke invoering van de Omgevingswet niet meer tot één van de instrumenten van dit bestemmingsplan om kaartaanpassingen te maken. Een overkapping kan alleen gebouwd worden als er nog bijbehorende bouwwerken gebouwd kunnen worden, al dan niet vergunningsvrij. 3. Aan-huis-verbonden beroep. Zie reactie op punt 1 van deze zienswijze. 4. Cultuurhistorie. Voor de beantwoording van dit punt wordt verwezen naar hoofdstuk 4 “Algemeen antwoord” onder A002. 5. Verkeer. Verkeerstechnische zaken maken geen deel uit van het bestemmingsplan.
De opmerking is ter kennisgeving doorgegeven aan de betreffende afdeling binnen de gemeentelijke organisatie. 6. Doorlooptijd. Wij beamen dat het bestemmingsplan Buitengebied een lange doorlooptijd heeft. Daarom is van het begin af aan aangegeven dat nieuwe initiatieven niet worden meegenomen in dit bestemmingsplan, juist om frustraties te voorkomen. Nieuwe initiatieven kunnen zich het beste kenbaar maken via de route zoals onder punt 1 van deze zienswijze is beschreven.
43
Aanpassingen Geen aanpassingen. Z013 De Wildert 4, Hooge Mierde (23.17460 en 23.17461) Samenvatting 1. Vormverandering woonbestemming. De vergunde Vlaamse schuur van 160m2 is zodanig gesitueerd waardoor het uitzicht op het achterliggend gebied wegvalt. Door de Vlaamse schuur verder aan de kant van het perceel te situeren blijft de zichtlijnen in tact. De oppervlakte Wonen blijft precies gelijk. 2. Aanpassen landschappelijke inpassing. Tevens heeft de eigenaar van de Wildert 2 (buren) gevraagd of ze een kleine strook grond van ons aan de achterkant van hun perceel kunnen kopen. Dit is om hun plannen te kunnen realiseren. Door het veranderen van het bestemmingsvlak en de verkoop van 62 m2 grond vervalt er oppervlakte die bestemd is voor ‘Groen’ en landschappelijke inpassing. Dit wordt ruimschoots gecompenseerd zoals u kunt zien op de nieuwe verbeelding. Per saldo is er 92 m2 Groen en landschappelijke inpassing extra. Reactie 1. Vormverandering woonbestemming. Bij de beoordeling van de zienswijze is gebleken dat het geldende plan nog niet volledig is gerealiseerd. In de bestemming ‘Groen’ is een gebouwtje aanwezig en op het achterterrein vindt de opslag van materiaal en materieel plaats. De groenstrook tussen nummer 4 en 4a is niet gerealiseerd. Het is van belang dat dit alsnog in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan wordt gebracht.
De voorgestelde wijzigingen, vanwege de verschuiving van de locatie van de schuur, zijn beperkt van aard. Daarmee kan worden ingestemd, omdat dit slechts zeer beperkte gevolgen heeft voor de omvang van de bestemmingsvlakken. Er is wel een aanpassing nodig van de eerder overeengekomen landschappelijke inpassing, dat als een voorwaardelijke verplichting is gekoppeld aan het gebruik van de locatie. In artikel 48.2 van het bestemmingsplan Buitengebied 2023 is een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid opgenomen om de nog niet gerealiseerde landschappelijke inpassing op een andere manier vorm te geven. Voorts is bij de beoordeling gebleken dat de regels uit het geldende bestemmingsplan voor het bouwen van de Vlaamse schuur niet volledig zijn overgenomen. Dit wordt alsnog aangepast. Aanpassen landschappelijke inpassing. Het is onzeker of de extra bebouwing bij de Wildert 2 mogelijk is. Verwezen wordt naar de beoordeling van zienswijze Z012. Met de aanpassing zoals bedoeld onder 1 van deze zienswijze blijft een eventuele verkoop mogelijk. Met het genoemde artikel 48.2 is in ieder geval de mogelijkheid opgenomen om met een afwijkingsbevoegdheid de landschappelijke inpassing op een alternatieve manier in te richten.
Aanpassingen - Verbeelding, De Wildert 4 Hooge Mierde: begrenzing aanpassen van de bestemmingen “Wonen”, “Groen Landschap” en “Agrarisch met waarden - landschapswaarden 1” zoals aangegeven op de bij zienswijze bijgaande situatieschets. - Verbeelding, De Wildert 4 Hooge Mierde: de aanduiding ‘maximum oppervlakte bijgebouwen (m 2)’ opnemen met een omvang van 446 m2. - Regels: Artikel 28.4 wordt aangevuld met: ‘ter plaatse van De Wildert 4 te Hooge Mierde gelden bij het realiseren van een vrijstaand bouwwerk met de typologie Vlaamse schuur de volgende bepalingen: 1) de goothoogte varieert tussen de 2 tot 3,5 m, 2) de bouwhoogte bedraagt maximaal 9 m, 3) de omvang van de Vlaamse schuur bedraagt maximaal 160 m2. Z014 De Wildert 4a, Hooge Mierde (23IK.1328) Samenvatting 1. Nieuwe ontwikkeling. Op de percelen 2535, 2536 en 2546 staan 3 gebouwen: een woonhuis, berging en een loods/opslag. De bestemde situatie is niet in overeenstemming met de werkelijke. Daarom de bestemming ‘Agrarisch’ aan de westzijde te veranderen in ‘Bedrijf’. Een deel van de gronden met de bestemming ‘Bedrijf’
44
2.
(oostelijk) te veranderen in de bestemming ‘Groen – landschappelijke inpassing’. Een voorstel voor de nieuwe indeling maakt deel uit van de zienswijze. Verzoek: het bestemmingsplan aan te passen aan de feitelijke situatie. Archeologie/cultuurhistorie. De dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ en ‘Waarde – Cultuurhistorisch ensemble’ te verwijderen.
Reactie 1. Nieuwe ontwikkeling. Aan de totstandkoming van de bestemming ‘Bedrijf’ is meegewerkt vanwege de sanering van een intensieve veehouderij. Uit de zienswijze blijkt dat het bedrijf feitelijk anders functioneert en veel meer ruimte gebruikt dan het geldende plan toelaat. Aan de noordzijde is het bedrijf uitgebreid door aankoop van grond. Ook uit de luchtfoto 2023 blijkt dat er sprake van een grote mate van strijdig gebruik. De landschappelijke inpassing is niet gerealiseerd. In feite is hier sprake van een nieuwe ontwikkeling c.q. uitbreiding van het bedrijf. Dit vergt een aparte beoordeling. Logischer lijkt het om het bedrijf te verplaatsen naar een bedrijventerreinen of het huidige perceel te gebruiken overeenkomstig de bestemmingen. Voor het voeren van een procedure om te komen tot verandering van de bestemming verwijzen wij naar hoofdstuk 4 “Algemeen antwoord” onder A005. 2. Archeologie/cultuurhistorie. Voor de beantwoording van dit punt wordt verwezen naar hoofdstuk 4 “Algemeen antwoord” onder A002. Aanpassingen Geen aanpassingen. Z015 De Wildert 6a, Hooge Mierde (23IK.1298) Samenvatting 1. Cultuurhistorie. Er wordt ter plaatse niet voldaan aan de voorwaarden uit het MER rapport over cultuurhistorische ensembles en cultuurhistorische waardevolle gebieden. Waarom zijn deze waarden toegekend. Verzocht wordt de toegekende aanduidingen te schrappen. Reactie 1.
Cultuurhistorie. Voor de beantwoording van dit punt wordt verwezen naar hoofdstuk 4 “Algemeen antwoord” onder A002. Aanpassingen Geen aanpassingen. Z016 De Wildert 6b/c, Hooge Mierde (23IK.1297) Samenvatting Cultuurhistorie. Er wordt ter plaatse niet voldaan aan de voorwaarden uit het MER rapport over cultuurhistorische ensembles en cultuurhistorische waardevolle gebieden. Waarom zijn deze waarden toegekend. Verzocht wordt de toegekende aanduidingen te schrappen. Reactie Cultuurhistorie. Voor de beantwoording van dit punt wordt verwezen naar hoofdstuk 4 “Algemeen antwoord” onder A002. Aanpassingen Geen aanpassingen.
45
Z017 De Wildert 10, Hooge Mierde (23IK.1340) Samenvatting Cultuurhistorie. Er wordt ter plaatse niet voldaan aan de voorwaarden uit het MER rapport over cultuurhistorische ensembles en cultuurhistorische waardevolle gebieden. Waarom zijn deze waarden toegekend. Verzocht wordt de toegekende aanduidingen te schrappen. Reactie Cultuurhistorie. Voor de beantwoording van dit punt wordt verwezen naar hoofdstuk 4 “Algemeen antwoord” onder A002. Aanpassingen Geen aanpassingen. Z018 Haarweg 2, Hooge Mierde (23IK.1301) Samenvatting 1. Algemene zienswijze. De zienswijze namens belanghebbende komt in grote mate overeen met de algemene zienswijze van diens adviesbureau. De samenvatting van de onderwerpen staan verwerkt in hoofdstuk 3 “Zienswijzen algemeen”, zienswijze Z077, respectievelijk onder punt 1, 2, 3, 4, 7, 8, 9 en 12. 2. Belang indiener. Indiener wil de toekomst van zijn bedrijf beschermen en zeker weten dat zij een toekomstbestendig bedrijf kunnen blijven exploiteren op deze locatie. 3. Natuurbeschermingsvergunning. Voor de veehouderij aan de Haarweg 2 te Hooge Mierde geldt de Wet natuurbeschermingsvergunning met kenmerk Z/001159 d.d. 30-06-2015. Verzocht wordt deze vergunning op een correcte manier te borgen in het bestemmingsplan. Reactie 1. Algemene zienswijze. Voor de beantwoording van dit punt wordt verwezen naar hoofdstuk 3 “Zienswijzen algemeen” zienswijze Z077. 2.
Belang indiener. De gemeente heeft met dit bestemmingsplan een afweging te maken tussen algemeen en individueel belang. Er is begrip voor de zorgen over de toekomstbestendigheid van dierhouderijen binnen het landelijk gebied. Met dit bestemmingsplan wordt de bestaande vergunde situaties vastgelegd in de regels en de verbeelding. Dit gebeurt binnen de ruimte die ten aanzien van milieu op dit moment geboden wordt. Daar waar mogelijk is geprobeerd flexibiliteit in te bouwen, maar dat is op dit moment minimaal. Dit betekent dat bij veranderingen van het agrarische bedrijf of een vrij specifieke binnenplanse afwijkingsbevoegdheid gebruikt moet worden, of een buitenplanse procedure doorlopen moet worden. De ingebrachte zienswijze is verder uitvoerig samengevat en beantwoord in hoofdstuk 3 “Zienswijzen algemeen”, zienswijze Z077. 3. Natuurbeschermingsvergunning. Voor de beantwoording van dit punt wordt verwezen naar hoofdstuk 4 “Algemeen antwoord” A001. Hierin staat uitgelegd waarom geen Wet natuurbeschermingsvergunningen meegenomen worden in dit bestemmingsplan. Aanpassingen Geen aanpassingen. Z019 Haarweg 4, Hooge Mierde (23IK.1296) Samenvatting 1. Algemene zienswijze. De zienswijze namens belanghebbende komt in grote mate overeen met de algemene zienswijze van diens adviesbureau.
De samenvatting van de onderwerpen staan verwerkt in hoofdstuk 3 “Zienswijzen algemeen”, zienswijze Z077, respectievelijk onder punt 1, 2, 7, 9 en 12. 2. Nieuwe ontwikkeling. Verzocht wordt om ontwikkeling voor deze locatie mee te nemen in het bestemmingsplan, omdat sprake is van een ‘voldoende concreet initiatief dat tijdig kenbaar is gemaakt’ en op basis van de nu bekende gegevens beoordeeld kan worden op de ruimtelijke aanvaardbaarheid. Eigenaar van locatie wenst het
46
3.
4.
bedrijf volledig om te schakelen naar een volledig biologisch bedrijf, waarbij gericht wordt op het houden van biologische leghennen. Eigenaar heeft deze ontwikkeling meerdere keren kenbaar gemaakt als 23 augustus 2016 als principeverzoek om het plan mee te nemen in bestemmingsplan Buitengebied 2017 en middels inspraakreactie op 19 februari 2021 over het bestemmingsplan Buitengebied 2021. Dit is op 4 mei 2022 aangevuld met een ruimtelijke onderbouwing. Tot slot wordt via deze zienswijze opnieuw verzocht om de ontwikkeling mee te nemen in het bestemmingsplan. Natuurbeschermingsvergunning. Voor de veehouderij aan de Haarweg 4 te Hooge Mierde geldt de Wet natuurbeschermingsvergunning met kenmerk Z/0066677/22282 d.d. 09-12-2015. Verzocht wordt deze vergunning op een correcte manier te borgen in het bestemmingsplan. Omgevingsvisie. Op locatie geldt de aanduidingsregel ‘overige zone – bestendigen bestaande situatie’. Er staat geregeld dat hier het beleid gericht is op het behouden van de bestaande natuur- en landschapswaarden. Onduidelijk is wat hiermee wordt bedoeld. Het lijkt erop dat hierdoor geen bouwvlakvergroting of vormveranderingen meer mogelijk zijn. Dat vormt een extra belemmering voor de dierhouderij ter plaatse.
Reactie 1. Algemene zienswijze. Voor de beantwoording van dit punt wordt verwezen naar hoofdstuk 3 “Zienswijzen algemeen” zienswijze Z077. 2. Nieuwe ontwikkeling. Voor de beantwoording van dit punt wordt verwezen naar hoofdstuk 4 “Algemeen antwoord” onder A005. In aanvulling daarop is er wel begrip voor het verzoek. Er is daarom meermaals door de jaren heen geadviseerd om de gevraagde ontwikkeling via een eigen ruimtelijke procedure mogelijk te maken. 3. Natuurbeschermingsvergunning. Voor de beantwoording van dit punt wordt verwezen naar Hoofdstuk 4 “algemeen antwoord” A001. Hierin staat uitgelegd waarom geen Wet natuurbeschermingsvergunningen meegenomen worden in dit bestemmingsplan. 4. Omgevingsvisie. De aanduiding ‘overige zone – bestendigen bestaande situatie’ betreft een doorvertaling van de vastgestelde gemeentelijke Omgevingsvisie. Uitgangspunt voor deze gebieden is het behouden van de bestaande waarden en het doorzetten van huidige beleidslijnen, namelijk ontwikkelingen, waarbij aangetoond moet worden dat een eventuele negatieve invloed van de ontwikkeling op het functioneren van het gebied worden gecompenseerd of voorkomen. Als voldaan kan worden aan de binnenplanse afwijkingsmogelijkheid is bouwvlakvergroting of vormverandering mogelijk. Past het niet binnen die regels, dan kan met een buitenplanse procedure onderzocht worden of de ontwikkeling mogelijk is.
Hierbij wordt de ontwikkeling ook getoetst aan de Omgevingsvisie. Aanpassing Geen aanpassingen. Z020 Hoogstraat/Kattestraat ongenummerd, Hooge Mierde (23IK.1303) Samenvatting 1. Natuur Netwerk Brabant. De gronden van indiener zijn in gebruik als landbouwgrond, maar zijn voor een klein deel anders bestemd. Het betreft MDE02 G-947, 948 en 1079: aan de westzijde van de kadastrale percelen is de grond voor een klein gedeelte bestemd met de gebiedsaanduiding 'Overige zone - Natuur Netwerk Brabant'. 2. Gebiedsaanduiding primaat bos en natuur. De percelen MDE02-G 1200 en 1203: aan de westzijde van de kadastrale percelen met nummer 1200 en 1203 is de grond voor een klein gedeelte bestemd met de gebiedsaanduiding 'Overige zone - primaat bos en natuur'. De gronden zijn al jarenlang en onafgebroken in gebruik voor landbouwdoeleinden, Op kaartjes in de zienswijze is een en ander verduidelijkt. Verzoek: de aanduidingen aan te passen zodat deze gelijk lopen met de kadastrale begrenzing van de bestemming 'Bos' aan de zuidwestzijde van de landbouwgronden.
47
Reactie 1. Natuur Netwerk Brabant. Naar aanleiding van de inspraak is de bestemming op de betreffende perceelsgedeelte van de percelen G 947, 948 en 1079 veranderd in Agrarisch. Ondanks toezegging in de inspraakreactie is de gebiedsaanduiding “overige zone – Natuur Netwerk Brabant” niet aangepast. Dit wordt alsnog hersteld, omdat hier sprake is van een kennelijke onjuistheid in de begrenzing. De aanpassing wordt kenbaar gemaakt aan de provincie met het verzoek om het werkingsgebied in Omgevingsverordening te wijzigen. 2. Gebiedsaanduiding primaat bos en natuur. Zoals toegezegd in de nota inspraak wordt dit alsnog aangepast in het bestemmingsplan. Aanpassingen Verbeelding: - Nabij Hoogstraat/Kattestraat, Hooge Mierde: aan de westzijde van de percelen MDE02 G-947, 948, 1079 de gebiedsaanduiding 'Overige zone - Natuur Netwerk Brabant' verwijderen. - Nabij Hoogstraat/Kattestraat, Hooge Mierde: aan de westzijde van de percelen MDE02-G 1200 en 1203 de gebiedsaanduiding 'Overige zone - primaat bos en natuur' verwijderen.