CConstaterende datReusel-De Mierden
Koppel je AI →
Document · PDF

[20.19430] - Bijlage 1 Catalogus Cultuurhistorische Inventarisatie Erfgoedkaart Reusel-De Mierden

Gemeenteraad 13 juli 2021, gemeente Reusel-De MierdenBij agendapunt: Raadsvoorstel erfgoedbeleid Reusel-De Mierden36.521 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Tevens werd de huidige west- en zuidgrens toen vastgelegd.22 Dorp Reusel was een hertogsdorp, na 1648 een Statendorp, in het kwartier van Kempenland in de Meierij van ´s-Hertogenbosch. Samen met Bladel en Netersel werd het door één schepenbank bediend, waarin 2 leden uit Reusel zaten. Het dorpsbestuur bestond uit die twee schepenen, twee burgemeesters, collecteurs en twee gezworenen naburen.23 De hoge heerlijkheid behoorde aan de hertog van Brabant, de lage en grondheerlijkheid al vanaf de twaalfde eeuw aan het klooster van Postel.

Wapen

Zowel het eerste (1448) als het in 1598 gesneden tweede schepenbankszegel vertonen een knoestige [eiken]boom - die het symbool van het klooster van Postel zou zijn - en een wapenschild met het wapen Van Eyck, waarop een lam [Gods] zit. Nadat het klooster van Postel in 1621 abdij was geworden, werden de volgende zegels voor de Reuselse schepenbank aangemaakt, slechts afwijkend voor wat betreft het abtswapen. Alle vertonen in een nis het beeld van O.L.V. met het kindje Jezus op de linkerarm en een leliestaf in haar rechterhand. Heraldisch links is een wapenschild te zien met drie molenijzers, gehouden door een engel, rechts een wapenschild van de abt, waarachter 19

Sanders e.a., 1996, 377. Van Berkel en Samplonius, 1995, 194. 21 MIP Hooge en Lage Mierde, p. 10 en 14 , www.rhc-eindhoven.nl (Reusel / Hooge en Lage Mierde), www.reuseldemierden.nl 22 Kaarten van de grens zoals toen vastgelegd in NAG, 4.OSK 36 (ao.1788) 23 Sanders e.a., 1996, 457. 31 20

een kromstaf met sluier. Dergelijke schependomszegels zijn bekend met de wapens van de abten Du Chesne (1628), Van Boesdonck (1636), Janssen (1670) en Sichmans (1685). Uit de tijd van de eerste abt Colibrant (1621-1626) en van abt Gaillard (1679-1685) zijn geen zegelstempels voor Reusel bekend. De gelijkenis van de symboliek uit het abtswapen in het laatste schependomszegel [in zilver drie gouden korenschoven] en het wapen dat de gemeente in 1818 kreeg verleend [zie hierna], is opvallend. De burgemeester schreef in 1815 aan de gouverneur der provincie dat de gemeente voordien met die van Bladel en Netersel was gecombineerd en dat die combinatie over een wapen [lees: zegel] beschikte, dat te Bladel berustte. Hij wenste dan ook een wapen "te mogen aanschaffen" dan wel door het gouvernement "te laten aanleveren". Wie nu op het idee van de korenschoof is gekomen, is niet bekend. Bij Koninklijk Besluit van 31 augustus 1818 nr. 74 werd het volgende wapen verleend: "Zijnde een schild van lazuur, beladen met een koornschoof van goud.-" De kleuren zijn de rijkskleuren. 24

Historische beschrijvingen 1811 "Men vindt opgetekend dat Reusel met Bladel in het jaar 1400 door hertogin Johanna van Brabant bij het kwartier Antwerpen ingedeeld werd, doch deze splitsing van de Meierij van den Bosch. Volgens een oorkonde van Karel V maakte Reusel weer deel uit van het Bossche kwartier. Men heeft hier een koren-windmolen, vier brouwerijen waaronder er een is die om de 14 dagen maar 6 tonnen bier brouwt. Een bakker of dokter is hier onbekend. Men heeft hier enige goede venen waaruit goede turf wordt gegraven." 1900 De gemeente beslaat 3135 bunder. Naast het dorp Reusel liggen er de gehuchten de Peel, Hoeve, Voort, de Lensheuvel, Heikant, Kattenbosch en Weijereind. De inwoners leven er overwegend van de landbouw. 1950 Tot 1940 kende Reusel een constante harmonische ontwikkeling. Reusel leed zwaar onder de bombardementen en beschietingen van de Tweede Wereldoorlog. Het aantal van de bevolking liep terug, maar na de 50-er jaren volgde een snelle groei.

24

Originele wapendiploma in RHCe, THA, Atlantisnr. 24004. Foto wapen (1818) uit Wapenregister Hoge Raad van Adel: RHCe, THA, Zegelkaarten, doos 2. Melssen, 1986, 108-110. Rapport betreffende herziening van de wapens van gemeenten en de instelling van wapens voor de dorpen in de Regio Eindhoven [Noordbrabantse Commissie voor Wapen- en Vlaggenkunde, september 1996]. 32

Afbeelding: de door Thijs van de Zanden gedigitaliseerde kadasterkaart van 1832 van Reusel ingekleurd naar grondgebruik (Naar T. v.d. Zanden).

33

2.2 Thema’s Thema: 12 Oude infrastructuur Dit thema wordt gebruikt voor het onderbrengen van de oudste categorie wegen en routes: de préRomeinse en Romeinse wegen, waarvan het beloop veelal op giswerk en stoute dromen is gebaseerd. Het gaat hier om verbindingsroutes, vaak bundels van banen, die maar met enige vaagheid aan te wijzen zijn als daterend van vóór de Romeinse tijd of van in die Romeinse tijd, met de bijhorende beekovergangen, dat zijn hier dan altijd voorden. Omwille van hun vaak hypothetisch karakter hier apart gezet van de middeleeuwse infrastructuur. 12. 1 Prehistorische wegen Volgen vaak terreinhoogten, soms gemarkeerd door grafheuvels etc. of juist op basis daarvan verondersteld. 12. 2 Romeinse wegen Rechte banen, verondersteld of echt aangetoond. 12. 3 Voorde Voorde horend bij deze oude wegen en routes. Omdat de voorde/brug op drie plaatsen in het systeem voorkomt (zeer oude wegen, doorgaande en lokale wegen), bepaalt het type weg waar de voorde/brug geboekt moet worden. Bovendien zijn veel voorden door grotere of kleinere bruggen vervangen.

12.4 Middeleeuwse hoofdwegen 7.12.4.001 Turnhoutervoort-Kattenrijt De vermoedelijk tot ca 1210 gebruikte doorgaande weg Antwerpen – Turnhoutervoorde – Eersel – Kattenrijt – Roermond is aangegeven.25 Enkele alternatieve routes zijn aangegeven (zie 7.12.4.003 en 7.12.4.004), want we weten natuurlijk niet heel precies waar men langs trok en in de praktijk waren deze oude routes ook echt bundels van banen. 7.12.4.002 Breda – Maastricht, Bredase baan Bladel lag aan de belangrijke handelsbaan die de steden Breda en Bergen op Zoom verbond met Maastricht, Luik en Keulen. De Bredase Baan in Bladel is aangelegd in de 18e eeuw en is de stille getuige van de internationale politiek ten tijde van de Republiek, het Prinsbisdom Luik, de Oostenrijkse Nederlanden en de disputen over de grenzen van Bladel, Reusel en Postel. 26 De baan is het best herkenbaar en geconserveerd daar waar de ontwikkelingsdruk beperkt is gebleven en in het bijzonder daar waar de ondergrond nog steeds niet (her)verkaveld en niet in cultuur is gebracht. Dan hebben we het, op Bladels grondgebied, vooral over de natuurgebieden Mispeleindse en Hapertsche heide.

Daar vormt zij nog een altijd goed waarneembare circa 11 meter 30 brede aarden baan; al naar gelang de ondergrond waar te nemen als verdiepte, ingesloten door brede sloten, of verhoogde 'streep in het landschap'.27 De weg Hilvarenbeek – Bladel, onderdeel van de grote route Breda – Maastricht, volgt hier het tracé volgens de kaart van Verhees, 1794. Dat is in het noorden van Lage Mierde en Netersel erg recht: mogelijk rechtgetrokken of is dat een geheel nieuwe baan? Er loopt tussen Het Goor en De Flaes nog een stukje van deze weg op grondgebied van Reusel-de Mierden. Enkele alternatieve routes zijn aangegeven, want we weten natuurlijk niet heel precies waar men langs trok en in de praktijk waren deze oude routes ook echt bundels van banen.

25

Van Asseldonk en Leenders, 2003. Voor een overzicht van deze geschiedenis: B. Beex., Bredase Baan Bladel – streep in het landschap. 27 B. Beex. Bredase Baan Bladel – streep in het landschap. 34 26

Afbeelding: Bredase Baan zoals deze nog zichtbaar aanwezig is op de Mispeleindse Heide (foto B. Beex). 12.4.003 Alternatieve route Turnhoutervoort-Kattenrijt langs Mierdermeere 12.4.004 Alternatieve route Turnhoutervoort-Kattenrijt langs Langvoort

35

Thema: 13 Doorgaande wegen De gemeenten worden vanouds doorsneden door landwegen verbonden met de rest van Brabant en de wereld. Het beloop van die wegen is in den regel goed bekend, de ouderdom van de wegen van voor 1800 is vaak onduidelijk. De doorgaande wegen verbinden dorpen onderling of met verder weg gelegen steden en streken. Een kenmerk van de middeleeuwse wegen is dat ze zorgvuldig de hogere gronden volgen, enigszins bochtig zijn en hier en daar overgaan in bundels van alternatieve wegen. Dit laatste maakt dat beter van routes gesproken kan worden. Rivieren en beken werden aanvankelijk overgestoken bij een voorde of doorwaadbare plaats. Juist in de doorgaande wegen zijn die het eerste door bruggen vervangen. Zo'n voorde of brug werd vaak de focus van een tweezijdige wegenwaaier. Er zijn echter ook eenzijdige wegenwaaiers: de punten waar alternatieve wegen afsplitsten en punten waar een weg het cultuurland verliet en daar het keurslijf van akkers en heiningen kon afschudden. Dergelijke eenzijdige wegenwaaiers markeren dus het punt tot waar de ontginningen strekten. Bij veren, bruggen en kruisingen verrezen vaak ook herbergen. Nabij steden werden stukjes weg bestraat, maar de vraag is of dat in de 9 gemeenten ook gebeurde.

Vanaf het midden van de zeventiende eeuw werden nieuwe met bomen beplante rechte en tonnerond gelegde wegen (“dijken”) aangelegd ter vervanging van de beroerde middeleeuwse wegen. Het zelfde idee werd vanaf 1810 op een hoger schaalniveau herhaald met de wegen die door Napoleons genie en onder koning Willem I aangelegd werden. Deze "rijkswegen" waren echte interregionale wegen, kaarsrecht, bestraat en beplant. De kosten moesten weer via tollen terug verdiend worden. Opnieuw raakten er zandwegen buiten gebruik. De "provinciale wegen" die in de negentiende eeuw tot stand kwamen waren daarentegen niets anders dan verbeterde interlokale wegen. Ze behielden dus hun bochtig verloop, al werd er hier en daar een lastige bocht opgeruimd of een ontbrekend stuk nieuw aangelegd. Tenslotte (hier vanaf 1863?) verschenen de spoorlijnen op geheel nieuwe spoorbanen en trammetjes (vanaf ca 1880?) die meestal in de berm van bestaande wegen reden. Transport en infrastructuur Vanouds waren de wegen in het gebied onverhard. Tot ver in de 19de eeuw waren er slechts twee verharde doorgaande wegen in de regio Kempenland. Een daarvan liep over het grondgebied van de huidige gemeente Reusel-De Mierden. De andere wegen waren vaak niet meer dan zanderige karrensporen, waarvan de begaanbaarheid sterk afhankelijk was van de weersomstandigheden.

De verharde weg waarvan hier sprake was, betrof de weg van Eindhoven naar Turnhout. Zij liep door Hapert en Bladel en had een bochtig verloop, met bruggen op kruisingen met waterlopen. De weg had nauwelijks een bovenregionale functie, maar was verbonden met een aantal interlokale zandwegen, die dwars door de heidevelden liepen.28 Na 1850 kwam ook met betrekking tot de infrastructuur een moderniseringsproces op gang, mede ten gevolge van de decentralisatie van de zorg voor het wegenstelsel, in 1848. Provincies en gemeenten kregen zelf de taak voor de aanleg en het onderhoud van wegen te zorgen. Een gevolg daarvan was dat nog voor 1900 de grotere dorpen werden aangesloten op het verharde wegennet. Oude wegtracés werden daarbij gehandhaafd. Grind, klinkers, steenslag en leem dienden als verhardingsmaterialen, onder andere voor de verbinding Hapert-Vessem. Rond 1920 werd dit proces doorgezet. Het toenemende en zwaarder wordende verkeer deed de behoefte aan verharde en bredere wegen groeien. Door verdere aanleg van ook nieuwe wegen, soms over de voormalige woeste gronden, waren rond 1940 ook de kleinere plaatsen bereikbaar via een verharde weg.

De uitbreiding van de dorpen waren dikwijls lineair, langs de hoofdwegen, zoals in Reusel het geval was.29 Behalve de verbetering en uitbreiding van het landwegennet, hetgeen een landelijke ontwikkeling was, zien we in het gebied ook de gevolgen van de aanleg van spoor- en tramwegen terug. De niet meer bestaande spoorlijn en twee tramlijnen, die in de regio Kempenland hebben gefunctioneerd, 28 29

Emmens e.a., 2003,15. Emmens e.a., 2003. 36

hebben tijdelijk voor de infrastructurele ontsluiting van de regio gezorgd. Het was een tramlijn die zorgde voor het interlokale verkeer tussen Eindhoven en Turnhout. Deze lijn werd in 1897 aangelegd en volgde de al eerder genoemde weg Eindhoven-Turnhout. Hoewel de tram een tijdlang goed heeft gefunctioneerd, verloor het de concurrentieslag van bus en vrachtwagen. In 1937 werd de lijn opgeheven.30 13.1 Doorgaande weg Min of meer duidelijke baan. Indien er bundels banen optreden, die banen afzonderlijk opnemen, zodat de bundel duidelijk wordt. Uniek nr

Naam

Relict Status

7.13.1.001 7.13.1.002 7.13.1.003 7.13.1.004 7.13.1.005 7.13.1.006 7.13.1.007 7.13.1.008 7.13.1.009 7.13.1.010 7.13.1.011 7.13.1.012 7.13.1.013

Provincialeweg - Turnhoutseweg Sint Cornelisstraat Postelsedijk Baan van Breda naar Maastricht Mispeleind De Lend Beersesedijk Voorste Heistraat Akkerstraat - Vloeieind Sleutelstraat – Lange Dijk Burg. Willekenslaan Dunsedijk Poppelsedijk

bestaat nog deels, deels verwijderd, deels verlegd bestaat nog deels, deels verwijderd, deels verlegd bestaat nog, deels verlegd bestaat nog deels, deels verwijderd bestaat nog deels, deels verwijderd bestaat nog deels, deels verwijderd bestaat nog deels, deels verwijderd, deels verlegd bestaat nog deels, deels verwijderd, deels verlegd bestaat nog deels, deels verwijderd Bestaat nog Bestaat nog Bestaat nog Bestaat nog

7.13.1.001 Provincialeweg - Turnhoutseweg De doorgaande weg vanuit Eindhoven in zuidwestelijke richting over Steensel, Eersel , Duizel, Hapert, Bladel en Reusel naar Turnhout kende omstreeks 1850 een vorm van verharding.31 Rond 1940 waren ook de kleinere plaatsen bereikbaar via een verharde weg. Het was een grindweg en is ook een tijd de Grindweg genoemd. Erin lagen de tramrails. (Dit is nu De Hoeven – Wilhelminalaan Turnhoutseweg). In 1850 richten de gemeenten Reusel, Bladel, Hoogeloon, Duizel, Eersel en Veldhoven zich met een verzoek tot de provincie. Men wil graag een straat- of grindweg vanaf Gestel, door de kommen van de dorpen, naar de Belgische grens. En daarmee een verbinding naar het kanaal in Arendonk en aansluiting op de weg naar Turnhout. In 1855 is men gevorderd tot Steensel. In 1857 is de aarden baan tot Reusel gereed. Uiteindelijk zal de hoofdweg Eindhoven-Reusel 28.525 meter bedragen. Eind jaren ‘50 van de vorige eeuw wordt langs de provinciale weg aldaar een parallelweg aangelegd van Nieuwstraat tot Kerkstraat. Kort daarop wordt een omleiding aangelegd ten noorden van de kom van Hapert.32 7.13.1.002 Sint Corneliusstraat - Hollandsche weg - Neterselsedijk De verbinding Reusel-Hooge Mierde (Kerkstraat) heette in de gemeente Reusel Hollandsche weg (= nu Hoogemierdse weg). Deze weg ligt tussen de Hooge Mierdse dijk en Lage Mierdse dijk.

Het lijkt erop dat de Hollandsche weg eens een turfvaart was die via De Rijtjens in contact stond met de Holstraat.33 7.13.1.003 Groote Baan of Lage Mierdscheweg

30

Emmens e.a., 2003. 1865 volgens Van Limpt, 1971, 9. Dit wordt ook bevestigd door MIP Reusel. 32 B. Beex, Kilometerpaal “19M” herinnert aan realisatie provinciale weg Eindhoven-Reusel, z.j. 33 De Rosdoek nr. 62, p. 25-26 37 31

Het noordelijke stuk van de huidige weg Wellenseind (N269) en het zuidelijk vervolg genaamd Kruisvelden was onderdeel van de aloude verbinding van Reusel naar Hilvarenbeek en Tilburg. In 1891 of 189734 werd de eerste verharding op het noordelijke stuk aangebracht. 7.13.1.004 Baan van Breda naar Maastricht Baan van Breda naar Maastricht. 7.13.1.009 Akkerstraat - Vloeieind De oude interlokale weg van de kerk van Lage Mierde naar Reusel liep via de hoge communicatiemast naar de Akkerstraat (een verdwenen stukje) en vervolgens langs de straat Vloeieind voor zover die tevens ensemblegrens is, en dan verder zuidwaarts. 7.13.1.011 Willekenslaan Rechte laan door de Peelse Heide, met boogjes om de Kleine en Grote Cirkel. Aangelegd na 1828 (niet op kadaster) en voor 1840 (wel op topografische kaart). Rechtgetrokken bij de bebossing van de heide. Genoemd naar Adrianus Antonie Willekens die van 1912 tot 1942 burgemeester van Reusel was. 7.13.1.013 Poppelsedijk Doorgaande weg van De Mierden naar Poppel.

13.2 Halte Paardenwisselstation op postbaan, spoorweg of tramstation, tram of bushalte, busstation. 7.13.2.001 en 002 Tramstation en tramremise, Turnhoutseweg 52 Reusel Tramremise uit ca. 1897. Volgens het MIP rapport Reusel is het grenskantoor gelegen aan de Turnhoutseweg 50 en het tramstation aan de Turnhoutseweg 52. 35

Afbeelding: De feestelijke opening van de tramdienst op 30 juni 1897 (www.cubra.nl)

34

1889 volgens Steen voor Steen 1999, nr. 13, p. 33; 1897 volgens Boerjan en Rijken, 1974, inleiding 35 MIP Reusel, p. 18 38

De lijn die begint in het stadse Eindhoven loopt via Gestel, Meerveldhoven, Veldhoven, Steensel, Duizel, Hapert en Bladel naar Reusel. De Tramwegmaatschappij de Meijerij beheert de lijn. Het is voor de Kempische bevolking in die tijd iets heel bijzonders. Voor velen is het de eerste keer dat ze een vervoermiddel zien dat niet door mens of dier wordt aangedreven. De tram bereikt de fabelachtige snelheid van 20 km per uur buiten de bebouwde kom. De exploitatie geschiedt door tramwegmaatschappij "de Meijerij". Vier maal per dag rijdt er een tram over dit traject. In de hoogtijdagen van deze lijn heeft de maatschappij 74 goederen cq veewagons en 19 personenwagons. De spoorbreedte van het Nederlandse netwerk en het Belgische is verschillend. Daarom moeten reizigers die in Reusel verder richting Arendonk en Turnhout willen overstappen in Reusel aan de grens. Hier werd een remise gebouwd. Een grote draaischijf en een loods voor de tramstellen. De draaischijf is verdwenen, maar het gebouw staat er nog steeds, schuin tegenover het voormalig tramstation. Het gebouw is nagenoeg nog in dezelfde staat als in 1937, toen de tramdienst opgeheven werd. De twee karakteristieke grote houten poorten aan de kop van het gebouw lagen direct achter de cirkel waar de trams op gedraaid konden worden. Opvallend is de 'schoorsteenopening' aan de bovenkant van een van de deuren.

De trams reden achteruit de remise in. Het eerste gedeelte is van steen. De stoomketels werden namelijk de hele nacht op stoom gehouden om in de ochtend weer meteen operationeel te kunnen zijn. De hitte die van zo'n stoomketel afkwam was groot vandaar dat de locs in een stenen gedeelte stonden te dampen. Het achterliggende gedeelte waar de wagons de nacht doorbrachten was gewoon van hout. Aan de rechterkant even naast het gebouw was een grote vijver gegraven voor het benodigde water voor de stoomketels. De remise is in een nog vrij originele staat. Alleen de tweede paar deuren die het houten gedeelte beschermden tegen de hitte van de locs zijn verdwenen. Nu dient het als werkplaats voor de grote collectie antieke tractoren van Cees Michielse, die eigenaar is van de ernaast gelegen woning.

Afbeelding: De tramremise aan de Turnhoutseweg (www.cubra.nl)

39

Het complex is in chaletstijl gebouwd (station, douanegebouw met dienstwoning, woning voor de stationschef en een tramremise).36 De eerste tramlijn binnen deze streek was die van Eindhoven richting Turnhout, aangelegd in 1897. Deze lijn deed de Acht Zaligheden aan. Hierbij werd de verharde weg Eindhoven-Turnhout gevolgd. Ten westen van Reusel kwam aan de rijksgrens een tramstation, tevens douanekantoor. Op de lijn Eindhoven-Reusel waren zelfs rijdende postkantoren in gebruik. In 1937 hield de lijn op te bestaan ten gunste van de bus en vrachtwagen.37 Bij station Reusel-grens werd in 1897 naast de dienstwoning voor de stationschef een houten tramremise gebouwd. Een deel ervan was bestemd als locomotiefloods en werd opgetrokken in baksteen met in de vloer een nu verdwenen smeerput. Het pand op rechthoekige plattegrond is, uitgezonderd een deel van de noordelijke zijgevel dat is versteend (locomotiefloods), opgetrokken uit houten, gerabatte wanden tussen houten muurstijlen, op een bakstenen sokkel en geplaatst onder een zadeldak gedekt met kruispannen. De zijgevels zijn aan de bovenzijde beschoten. Ten gevolge van stormschade is aan de west- en zuidzijde een deel van de houten wand vervangen door een bakstenen muur.

In de zijgevels negenruits schuifvensters met drieruits bovenlichten waarvan één, in de zuidelijke zijgevel, vervangen door een vierruits schuifvenster met dito bovenlicht. Bovendien in de zuidgevel een vernieuwde deur. In het versteende gedeelte een aan de onderzijde gewijzigd venster met oorspronkelijk geometrisch ingedeeld bovenlicht en een opgeklampte deur met identiek bovenlicht, beide onder segmentboog. In de oostelijke, aan de bovenzijde beschoten topgevel, twee opgeklampte vleugeldeuren met gehengen. De deuren zijn gescheiden door een bakstenen stijl die deel uitmaakt van een muur die dit gedeelte verdeelt in twee beuken. In het interieur een met klinkers geplaveide vloer. Het gebint bestaat uit houten muurstijlen met regels en korbelen, de kap bestaat uit eenvoudige houten spanten met dubbele hanebalk. Het pand is uitdrukking van een sociaal-economische en bestuurlijke ontwikkeling die is verbonden met de ontwikkeling van het dorp; het pand is tevens van belang vanwege de bijzondere typologie, het materiaalgebruik en de gaafheid.Het pand is gerelateerd aan de sociaal-economische en bestuurlijke ontwikkeling van het dorp. Het pand is bovendien van belang wegens de ornamentiek. CHW. nr. KL092-000023. Rijksmonumentnr. 518676 (woning) en nr. 518677 (tramremise). Afbeeldingen: - Tramstation Hotel De Palmboom in Reusel in Varia Historica Brabantica X, p.

134 - Tramstation Reusel Grens in Varia Historica Brabantica X, p. 144 - Schets van verharde wegen en tramlijnen eind 19e eeuw Midden-Brabant in in Varia Historica Brabantica X, p. 155 - Foto van de houten tramremise aan de Turnhoutseweg 50-52 in Architectuur en stedebouw in Noord-Brabant1850-1940, p. 157. Door de verschillende spoorbreedten in België en Nederland moesten de reizigers aan de grens overstappen. Reusel-Grens was dan ook een eindstation. 7.13.2.003 en 004 Tramhalte en grenshuisje In de berm van de doorgaande weg naar Turnhout (N248) bevinden zich ter hoogte van het voormalige tramstation annex grenskantoor met grensloods aan de Turnhoutseweg 50 diverse kleine objecten, zoals een tramhalte, ‘grenshuisje’ en AB tableaux. De tramhalte en het grenshuisje maken onderdeel uit van de ontwikkeling van het grensgebied. In 1897 werd de eerste tramlijn binnen deze streek van Eindhoven richting Turnhout, aangelegd door de Tramwegmaatschappij ‘De Meijerij’. Deze lijn deed de Acht Zaligheden aan. Hierbij werd de verharde weg Eindhoven-Turnhout gevolgd. De aanleg van de nieuwe tramlijn was het begin van de stedenbouwkundige ontwikkeling van het buitengebied ten westen van Reusel.

Aan het eind van de 19e eeuw werden er langs de Turnhoutseweg een tramstation annex grensgebouw met dienstwoning en grensloods gerealiseerd en iets verderop bij de grens een woning voor de stationschef en een houten tramremise gebouwd. Het grenshuisje, waarvan de functie onbekend is, stamt mogelijk uit dezelfde periode. De tramhalte is vermoedelijk van latere datum.

36 Kolman e.a., 1997, 283. 37 Cultuurhistorische Inventarisatie Noord-Brabant M.I.P. regio Kempenland, p. 17; Van Limpt, 1971, 17; Van Limpt, 1984, 26. 40

De functie van het grenshuisje, mogelijk gaat het hier om een tramwachthuisje, een transformator- of opslaghuisje. Het eenlaags, bakstenen huisje op rechthoekige plattegrond heeft aan de voorzijde dubbele openslaande deuren en is voorzien van een overstekend zadeldak met pannen en houten, wit geschilderde topgevel. Het huisje is net als het tegenover gelegen tramstation annex grenskantoor met grensloods uitgevoerd in chaletstijl. De tramhalte is in een meer, sobere stijl uitgevoerd. Het gebouw heeft een houten constructie en is voorzien van een lessenaarsdak met golfplaat. De gevels zijn uitgevoerd in glas en staal. Het aanwezige fietsenrek duidt erop, dat het gebouw in het verleden tevens dienst heeft gedaan als fietsenstalling.

Afbeelding: Turnhoutseweg 50 Reusel, grenshuisje (links) en tramhalte (rechts), februari 2020 (ODZOB, foto’s V.Delmee) 7.13.2.005 De Grensloods, Reusel Turnhoutseweg 50. Laat 19e -eeuwse woning met aangebouwde grensloods (ca 1950). Voormalig douanekantoor.

Het oude douanekantoor (december 2011). 13.3 Oude rijksweg Wegen uit het rijksprogramma uit de jaren 1810 – 1935. (Daarna krijgen we de moderne autowegen). 13.4 Railweg Spoorlijnen, trambanen, goederensporen (interlokaal maar ook lokaal!) 7.13.4.001 Tramlijn Eindhoven-Reusel grens De ontsluiting van Noord-Brabant vond plaats in de 19e eeuw: waterwerken, zoals de ZuidWillemsvaart, daarnaast accent op de aanleg en het verharden van de wegen. In de volgende fase een vrij dicht spoorwegennet. In het laatste kwart van de 19e eeuw > tramwegen. Een van de laatste 41

tramlijnen, aangelegd door de N.V. De Meierij in 1897, liep van Veghel via Eindhoven naar de Belgische grens en doorsneed de gemeenten Bladel en Reusel. De tram was een alternatief voor vervoer per paard en wagen over de provinciale weg, die voor het traject Eindhoven-Belgische grens van 28,5 km, tenminste voor 21 km grindweg was.38 Op de stoomtramlijn Eindhoven Reusel-grens werden in mei 1897 proefritten gemaakt. Feestelijk geopend 30-06-1897. Stoomtrammaatschappij “De Meijerij”. De dorpsherbergen fungeerden als tramstation. Onderweg geen vaste haltes. Te duur voor personenvervoer. Goederenvervoer was belangrijker. Door concurrentie van de bus werd op 15-05-1935 het personenvervoer gestaakt en op 10-01-1937 het vrachtvervoer.39

Tramlijn in het centrum van Reusel bij het Kerkeind omstreeks 191640

13.5 Trekpad Trek- of jaagpad: trekpad langs rivier of kanaal. 13.6 Veer Oversteek van een rivier met een bootje: aanlegplaatsen, dalende wegen veerhuis. 13.7 Voorde/brug Oversteek van water via doorwaadbare plaats, vaak later vervangen door een brug, in een doorgaande weg. Doorwaadbare plaatsen heb je in soorten: min of meer dwars op het watert, schuin, zeer schuin of zelfs een heel eind door het water: een “waterstraat” of “langvoort”. Bruggen heb je ook in soorten: een paal in het water om overheen te stappen (‘waterstap”), een balk erover, een vonder, een schoor, een echte houten of stenen brug. Klein water stak met men een gemetseld of houten “heul” over. Omdat de voorde/brug op drie plaatsen in het systeem voorkomt (zeer oude wegen, doorgaande en lokale wegen), bepaalt het type weg waar de voorde/brug geboekt moet worden. Bovendien zijn veel voorden door grotere of kleinere bruggen vervangen. 13.8 Plein Verbreding van een doorgaande weg of samenkomst van wegen die tot een brede open ruimte leidt. De pleinen kunnen allerlei functies hebben. 38

Aben, 1981, 131. Dams e.a. 1989, 263, 272 + 323. 40 http://thijs.heemkundereusel.com/antwoorden/chuijbregts.htm 42 39

7.13.8.001 Langwerpig plein Lensheuvel Lensheuvel heeft een langwerpig plein, ook wel baandorp genoemd.41 Hierop bomen en drie waterpoelen. De bomen zijn onlangs merendeels herplant, enkele grote bomen zijn er nog. De waterpoelen zijn verdwenen. 7.13.8.002 Driehoekig plein De Reuselsche Straet In het andere belangrijke gehucht van Reusel, De Straet was een driehoekig plein waaraan het gemeentehuis lag en waarop een dorpsbron stond. Ook waren er winkels (Mie Vermeulen) en café’s, waaronder De Zwaan en de Reizende Man. 7.13.8.003 Driehoekig plein Hooge Mierde Plein in Hooge Mierde in de vorm van een driehoek begrensd door de Smidsstraat-Kerkstraat-De Baan. 7.13.8.004 Dorpsplein Lage Mierde In het Dorpsplein van Lage Mierde is de oorspronkelijke Plaatse nog herkenbaar. Om deze plaatse stond een aantal boerderijen. Voor 1832 was het een verzamel- en drenkplaats voor het vee.42 Dit plein is nu in tweeën gesplitst. 7.13.8.005 Driehoekig plein Vloeieind Het noordelijke driehoekige plein in Vloeieind. Dit plein ligt in de splitsing van de straat Vloeieind en de Gijsestraat. In 1830 lag er waarschijnlijk een blusvijver. 7.13.8.006 Driehoekig plein Vloeieind-Hoenderhoek Het zuidelijke driehoekige plein in Vloeieind. Dit plein ligt in de splitsing van het Vloeieind en de straat Hoenderhoek. Er staat een kapelletje op.

13.9 Poort Een doorgang door een natuurlijke barrière zoals een duinenrug, moeras, beekdal, de droge tegenhanger van een voorde dus. Veelal aan een of beide zijden met een wegenwaaier. (Hier wordt dus niet een soort stadspoort bedoeld!) 13.10 Spoorbrug Speciale brug voor spoorlijn of trambaan. Meestal ijzeren of stalenconstructies, al dan niet beweegbaar. 13.11 Tol(huis) Plaats of huis waar tol werd geheven. 13.12 Holle weg Een door langdurig gebruik uitgesleten strook waarin een oude weg loopt. Omdat de holle weg op twee plaatsen in het systeem voorkomt (doorgaande en lokale wegen), bepaalt het type weg waar de holle weg geboekt moet worden. 13.15 Laanbeplanting 7.13.15.001 Laanbeplanting Bladelse Dijk, Hulselse Weg Laanbeplanting van Amerikaanse eiken, langs een doorgaande weg tussen twee oude dorpskernen. Het geheel dateert overwegend uit de periode 1900-1920. Cultuurhistorische waarde: redelijk hoog. CHW. nr. G191 (GK-HG-44) 7.13.15.002 Bomengroep Lensheuvel

41

Cultuurhistorische Inventarisatie Noord-Brabant M.I.P. regio Kempenland, p. 20 42 Steen voor steen, 1999, nr. 11, p. 30-35 43

Bomengroep langs een weg in een oud buurtschap. De beplanting bestaat geheel uit paardenkastanjes. De bomen die bij de bomenstichting geregistreerd stonden - twee witte paardenkastanjes uit 1750-1800 en een witte paardenkastanje uit 1900-1910 – lijken verdwenen. Cultuurhistorische waarde: redelijk hoog. CHW. nr. G281 (HK-HG-53)

Afbeelding: bomengroep aan de Lensheuvel in Reusel (november 2010). 7.13.15.003 Laanbeplanting Vooreind Laanbeplanting van Amerikaanse eiken. Het geheel dateert overwegend uit de periode 1890-1920. Cultuurhistorische waarde: redelijk hoog. CHW. nr. G179 (GK-HG-32) 7.13.15.004 Laanbeplanting Steenoven, De Hoef Laanbeplanting van Amerikaanse eiken. Het geheel dateert overwegend van omstreeks 1945. Cultuurhistorische waarde: redelijk hoog. CHW. nr. G194 (GK-HG-48)

Afbeelding: laanbeplanting De Hoef in Hulsel (november 2010). 44

Thema: 14 Lokale wegen In Oost-Brabant moest het vervoer vanouds vooral over land geschieden, de Mierdense Aa en de Hulselse Stroom waren of niet door hun meanderende loop nauwelijks begaanbaar voor scheepvaartverkeer. Vervoer vond plaats langs landwegen waarvan de loop werd bepaald door de zandruggen en beekdalen die ze volgden. Deze wegen waren in de zomer stoffig en rul en in de winter nat en modderig.43 14.1 Lokale wegen Uniek nr

Naam

Relict Status

7.14.1.001

Voortse Straat = Voort

bestaat nog deels, deels verwijderd

7.14.1.002

Bakmannen

bestaat nog

7.14.1.003

Voort

bestaat nog, deels verlegd

7.14.1.004

Hamelendijk

bestaat nog

7.14.1.005

Heibloem

bestaat nog deels, deels verwijderd

7.14.1.006

Weijereind

bestaat niet meer

7.14.1.007

Weijereind

bestaat nog deels, deels verwijderd

7.14.1.008

Kruisstraat

bestaat nog, deels verlegd

7.14.1.009

Lensheuvel

bestaat niet meer

7.14.1.010

Hoeksestraat

bestaat niet meer

7.14.1.011

Leijenstraat

bestaat nog

7.14.1.012

Turnhoutseweg

bestaat nog

7.14.1.013

Achterste Heikant

bestaat nog deels, deels verwijderd, deels verlegd

7.14.1.014

Achterste Heikant

bestaat nog

7.14.1.015

Herdersdreef

bestaat nog deels, deels verwijderd

7.14.1.016

Herdersdreef

bestaat nog

7.14.1.017

Buizerd

bestaat niet meer

7.14.1.018

Peel

bestaat niet meer

7.14.1.019

Peel

bestaat nog

7.14.1.020

't Hof

bestaat nog, deels verlegd

7.14.1.021

't Hof

bestaat niet meer

7.14.1.022

Groeneweg

bestaat niet meer

7.14.1.023

Kruisstraat

bestaat nog, deels verlegd

7.14.1.024

Marialaan

bestaat nog deels, deels verwijderd

7.14.1.025

Groeneweg

bestaat nog deels, deels verwijderd, deels verlegd

7.14.1.026

Wegekker

bestaat niet meer

7.14.1.027

Hoekekker

bestaat niet meer

7.14.1.028

Kleine Hoeven

bestaat niet meer

7.14.1.029

Bakmannen

bestaat niet meer

7.14.1.030

Ziekbleek

bestaat nog deels, deels verwijderd

7.14.1.031

Hondsbos

bestaat nog

7.14.1.032

Hondsbos

bestaat nog

7.14.1.033

Vloeieind

bestaat nog deels, deels verwijderd

7.14.1.034

Hulselsedijk

bestaat niet meer

7.14.1.035

Hekelstraat

bestaat nog, deels verlegd

43

Kolman e.a., 1997, 45. 45

7.14.1.036

Hulselsedijk

bestaat nog deels, deels verwijderd

7.14.1.037

't Holland

bestaat niet meer

7.14.1.038

't Holland

bestaat nog

7.14.1.039

Rouwenbogt

bestaat nog

7.14.1.040

Turnhoutseweg

bestaat nog deels, deels verwijderd

7.14.1.041

Hoogstraat

bestaat nog, deels verlegd

7.14.1.042

Smidsstraat

bestaat niet meer

7.14.1.043

Smidsstraat

bestaat niet meer

7.14.1.044

Lottersestraat

bestaat niet meer

7.14.1.045

Lottersestraat

bestaat niet meer

7.14.1.046

Naamloos

bestaat niet meer

7.14.1.047

Twisseltse Baan

bestaat nog deels, deels verwijderd

7.14.1.048

De Stad

bestaat niet meer

7.14.1.049

Postelpad

bestaat nog

7.14.1.050

Poppelsedijk

bestaat nog deels, deels verwijderd

7.14.1.051

Twisseltsebaan

bestaat niet meer

7.14.1.052

Beekakkersweg

bestaat nog

7.14.1.053

Kloosterstraat

bestaat niet meer

7.14.1.054

Elzenstraat

bestaat niet meer

7.14.1.055

Langvoort

bestaat nog, deels verlegd

7.14.1.056

Leendestraat

bestaat nog deels, deels verwijderd

7.14.1.057

De Stad

bestaat nog

7.14.1.058

De Luther

bestaat nog deels, deels verwijderd

7.14.1.059

Willibrordlaan

bestaat niet meer

7.14.1.060

Willibrordlaan

bestaat nog deels, deels verwijderd

7.14.1.061

Vloeieind

bestaat nog deels, deels verwijderd

7.14.1.062

Reuselsedijk

bestaat niet meer

7.14.1.063

Eversacker

bestaat niet meer

7.14.1.064

Kanten

bestaat niet meer

7.14.1.065

Hoolstraat

bestaat niet meer

7.14.1.066

Hellaren

bestaat nog

7.14.1.067

Papenakkers

bestaat nog

7.14.1.068

Neterselsedijk

bestaat niet meer

7.14.1.069

Bladelsedijk

bestaat nog deels, deels verwijderd

7.14.1.070

Papenakkers

bestaat nog deels, deels verwijderd, deels verlegd

7.14.1.071

Papenakkers

bestaat niet meer

7.14.1.072

Hellaren

bestaat niet meer

7.14.1.073

Tinnen Pot

bestaat nog deels, deels verwijderd

7.14.1.074

Mispeleind

bestaat niet meer

7.14.1.075

Dunsedijk

bestaat nog

7.14.1.076

Hoogemierdseweg

bestaat nog deels, deels verwijderd

7.14.1.077

Gijsestraat

bestaat nog deels, deels verwijderd

7.14.1.078

Hoenderhoek

bestaat nog, deels verlegd

7.14.1.079

De Gagel

bestaat nog

7.14.1.080

Langvoort

bestaat nog deels, deels verwijderd

7.14.1.081

Vloeieind

bestaat niet meer

7.14.1.082

Zandhorst

bestaat nog deels, deels verwijderd 46

7.14.1.083

Buitenman

bestaat nog deels, deels verwijderd

7.14.1.084

Wellenseind

bestaat nog

7.14.1.085

Elzenstraat

bestaat nog deels, deels verwijderd

7.14.1.086

Voort

bestaat nog

7.14.1.087

Neterselsedijk

bestaat nog

7.14.1.088

Neterselsedijk

bestaat niet meer

7.14.1.089

Buitenman

bestaat nog deels, deels verwijderd

7.14.1.090

Twisseltsebaan

bestaat niet meer

7.14.1.091

Poppelsedijk

bestaat nog

7.14.1.092

De Baan

bestaat nog

7.14.1.093

Lottersestraat

bestaat nog

7.14.1.094

Lottersestraat

bestaat niet meer

7.14.1.095

Hoogstraat

bestaat nog

7.14.1.096

Hoogstraat

bestaat niet meer

7.14.1.097

Diederik van Altenastraat bestaat niet meer

7.14.1.098

Kerkweg

bestaat niet meer

7.14.1.099

Koningshoek

bestaat nog deels, deels verwijderd

7.14.1.100

Hoenderhoek

bestaat nog

7.14.1.101

Hoenderhoek

bestaat niet meer

7.14.1.102

Vloeieind

bestaat niet meer

Afbeelding: Het nog aanwezige deel van de Tinnen Pot, gezien vanuit de Kempenbaan. 7.14.1.075 Dunse Dijk De Dunse Dijk loopt van het Mispeleind bij Lage Mierde naar het gehucht Dun net onder Hilvarenbeek. De huidige rechte weg werd rond 1900 aangelegd ter vervanging van een groep slingerende banen over de heide. De weg is de oostgrens van het ensemble Wellenseind. 7.14.1.103 Klinkerwegen Kippereind, Weijereind Cultuurhistorische waarde: Zeer hoog

47

Klinkerwegen in en nabij oude buurtschappen. De bestrating met gebakken klinkers dateert (deels) uit de periode 1890-1940. De wegen zijn onderdeel van een groter complex aan klinker- en kasseiwegen, dat kenmerkend is voor de gemeenten Bladel en Reusel-De Mierden. CHW. nr. L65 (GK-HL-21) De klinkerwegen van Hooge Mierde en Hulsel en de gehuchten Kuilenrode, Vloeieind, Kerkweg, Mispeleind en Vooreind zijn een opvallend kenmerk in Reusel-De Mierden. De structuur van het geheel dateert in eerste aanleg mogelijk nog uit de late middeleeuwen (1250-1500). De bestrating met gebakken klinkers dateert deels uit de periode 1890-1940, maar is deels ook van recentere datum. In 1921 vond een provisorische verharding plaats van de Kerkstraat met puin. In 1935 werd deze verharding doorgetrokken tot de helft van de Hoogstraat en Smidsstraat. De overige wegen werden pas na WOII verhard.44 In 1959 is de weg Hoef-Bladel klaar, in 1960 de weg naar De Klamp, in 1961 wordt een weg aangelegd naar de Heikant, in 1962 is de aanleg van de weg naar Hooge Mierde, in 1964 zijn de wegen naar Netersel en Reusel klaar, in 1966 wordt een begin gemaakt met de aanleg van een zandweg naar De Laaijen, deze weg wordt verhard in 1970.

Ook de weg naar familie de Beijer wordt verhard (= Castersedijk).45 Afbeeldingen: - Panoramafoto’s van Kerkstraat en hoek Kerkstraat/Hoofdstraat (= nu Wilhelminalaan) staan in ‘Reusel tijdens WOII’, p. 16 - Foto’s van Mierdseweg, Bakkerstraat en De Lend in ‘De Mens Leeft niet van Brood Alleen’, tussen p. 34-35. 7.14.1.104 Klinkerweg Kerkweg Klinkerweg tussen een oude dorpskern en een bijbehorend buurtschap. De bestrating met gebakken klinkers dateert (deels) uit de periode 1890-1940. De weg is onderdeel van een groter complex aan klinker- en kasseiwegen, dat kenmerkend is voor de gemeenten Bladel en Reusel-De Mierden. CHW. nr. L58 (GK-HL-14). 7.14.1.105 Kasseiweg Hulsel, Vooreind Kasseiweg in een oude dorpskern en een aangrenzend oud buurtschap. De kasseibestrating met rabatstroken uit gebakken klinkers dateert uit de periode 1930-1940. De weg is onderdeel van een groter complex aan klinker- en kasseiwegen, dat kenmerkend is voor de gemeenten Bladel en Reusel-De Mierden. CHW. nr. L56 (GK-HL-12). 7.14.1.106 Klinkerwegen Hoge Mierde Samenstel van wegen in een oude dorpskern, grotendeels uitgevoerd als klinkerweg. De bestrating met gebakken klinkers dateert deels uit de periode 1890-1940, maar is deels ook van recentere datum. De wegen zijn onderdeel van een groter complex aan klinker- en kasseiwegen, dat kenmerkend is voor de gemeenten Bladel en Reusel-De Mierden. CHW. nr.

L55 (GK-HL-11). 7.14.1.107 Klinkerweg Mispeleind Klinkerweg in een oud buurtschap. De bestrating met gebakken klinkers dateert (deels) uit de periode 1890-1940. De weg is onderdeel van een groter complex aan klinker- en kasseiwegen, dat kenmerkend is voor de gemeenten Bladel en Reusel-De Mierden. CHW. nr. L54 (GK-HL-10). 7.14.1.108 Klinkerwegen Kuilenrode

44 45

MIP Hooge en Lage Mierde, p. 13. Van Hulislaum tot Hulsel, folklore, p. 4,5 48

Klinkerwegen in een oud buurtschap. De bestrating met gebakken klinkers dateert (deels) uit de periode 1890-1940. De wegen zijn onderdeel van een groter complex aan klinker- en kasseiwegen, dat kenmerkend is voor de gemeenten Bladel en Reusel-De Mierden. CHW. nr. L53 (GK-HL-09). 7.14.1.109 Kassei- en klinkerwegen Vloeieind Samenstel van kassei- en klinkerwegen in een oud buurtschap. De structuur van het geheel dateert in eerste aanleg mogelijk nog uit de late middeleeuwen (1250-1500). De bestrating met kasseien en gebakken klinkers dateert (deels) uit de periode 1890-1940. De wegen zijn onderdeel van een groter complex aan klinker- en kasseiwegen, dat kenmerkend is voor de gemeenten Bladel en Reusel-De Mierden. CHW. nr. L87 (HK-HL-16). 7.14.1.110 Klinkerwegen De Hoef Klinkerwegen in en nabij een oud buurtschap. De bestrating met gebakken klinkers dateert (deels) uit de periode 1890-1940. De wegen zijn onderdeel van een groter complex aan klinker- en kasseiwegen, dat kenmerkend is voor de gemeenten Bladel en Reusel-De Mierden. CHW. nr. L57 (GK-HL-13). 7.14.1.111 Kasseiweg, klinkerweg Bladelse Dijk Kassei- en klinkerweg tussen twee oude dorpskernen. Het noordelijke deel, Bladelse Dijk geheten, kent een kasseibestrating met rabatstroken uit gebakken klinkers. Het zuidelijke deel, Reuselse Weg geheten, kent een bestrating met gebakken klinkers.

De bestrating dateert uit de periode 1930-1940. De weg is onderdeel van een groter complex aan klinker- en kasseiwegen, dat kenmerkend is voor de gemeenten Bladel en Reusel-De Mierden. CHW. nr. L62 (GK-HL-18). 7.14.1.112 Wegenstructuur De Utrecht Een complex van verharde en niet verharde wegen en paden die het landgoed doorsnijden. De vele zandwegen dienen ter onstluiting van en als brandgang in de productiebossen met naaldhout. Andere wegen zoals de Slingerdijk en de wegen in het Arnoldspark zijn eerder uit esthetische overwegingen aangelegd, locale doorgaande wegen zoals Prins Hendriklaan en en de Kinderlaan vormen de verbinding tussen diverse hoeven en werden voorzien van een laanbeplanting en de Scheidijk is de weg die de gemeentegrens tussen Hilvarenbeek en Reusel-de Mierden visualiseert. De Torenlaan, oprijlaan naar de Brandtoren en de houtvesterij, de oprijlaan naar het vakantiehuis Rustoord en de Houtwerf en de oprijweg naar het landhuis Duivelsrijt zijn voorzien van oude gebakken klinkerverharding. De Torenlaan is ook voorzien van een laanbeplanting van beuken en eiken. De provinciale weg (N269), bestaande uit de Lage Mierdseweg en aansluitend Wellenseind, is een brede, in beton uitgevoerde noord-zuid getraceerde weg, die het landgoed in tweeën snijdt. Een groot aantal wegen in het landgoed is hierop getraceerd.

Deze weg is evenals de Dunse Dijk ouder dan het landgoed zelf en was reeds voor 1857 aanwezig. Oprijlaan landgoed Wellenseind: smalle kasseiweg, waarvan enkel het karrenspoor met kasseien is bestraat. Later werd het niet verharde middenstuk, het zogenaamde loopspoor voor de paarden, met smalle gebakken klinkers bestraat. Thans is de weg in gebruik als oprijweg van het landgoed Wellenseind. CHW. nr. L87 (GK-HL-08). 7.14.1.113 Scheidijk De Scheidijk is een oude grens en is ook nu nog de grens tussen de gemeenten Hilvarenbeek en Reusel-De Mierden. Het is tevens de grens tussen de landgoederen Wellenseind en De Utrecht. Ten westen van de N269 bestaat de Scheidijk uit een aarden wal. Ook op het landgoed zijn delen van de grens als een aarden wal uitgevoerd.. Deze grenswal is cultuurhistorisch waardevol.

49

In de tabel hieronder worden de oude en nieuwe straatnamen opgesomd die voor en na 1832 in Reusel-De Mierden voorkwamen, waarbij daar waar dat mogelijk was, ook de huidige naam of andere bijzonderheden beschreven zijn.46 Naam

Gelijk aan

Reusel Arendonkse Dijk Arendonkse Hoeveweg Boere Straatje Bosche Weg Deene Straat Eerste Kruisweg Groene Weg Hamelen Dijk Heestersche Weg Heikant Weg Hoeksche Straatje Hoevenheike Pad Hoevenhei Straatje Hoevenheische Weg Hoevenheische Kerkweg Hoevensche Pad Hoevensche Weg Hollandsche Weg (Hooge Mierdsweg) Hooge Mierdsche Weg Hout Straatje Hulselse Heike Pad Hulselse Pad Hulselse Weg Kerk Straatje Kerkakkersche Weg Kerkdijk Kramer Straatje Lage Mierdsche Dijk Lensheuvelse Kerkweg Lensheuvelse Straat Molenweg Molenberg Molenvijver Pad Pannen Bergsche Straat Pegge Straat Pootse Straat Postelsche Bosch Weg Postelse Dijk Reuselse Straat Rijpers Straatje School Straat Tweede Kruisweg Voort (nu nog) Weyer Weg Zandstraat Zeegstraat

46

nu Bakmannen nu Weijereind. Sleutel en Achterste Heikant nu Rouwenbocht nu Deenestraat nu Kruistraat niet hetzelfde tracé als huidige Groeneweg nu nog zo

nu Leijen straat

nu Achterste Heikan nu Wilhelminalaan, voorheen Grindweg en Hoofdstraat nu de Hoeve nu deels ‘t Holland

nu Hulselse Dijk nu Kerkstraat nu Turnhoutseweg en de Wielen nu de Peel nu Lagemierdse Dijk nu Lensheuvel nu Lensheuvel nu nog zo de Peel nu Goordijk nu Mierrdseweg nu nog zo nu Lindestraat en Molenberg nu Rijpershoek nu Schoolstraat nu Molenstraat nu de Weijer

Informatie afkomstig van heemkundekringen. 50

Wegen van na 1832: De Mierdseweg Rouwenbocht Heikant, later Pikoreistraat Achterste Heikant Voorste Heikant ’T Heike Hulselsedijk De Pieper, later Bakkerstraat Kattenbos Molenstraat Rijpershoek Kruisstraat Molenstraat Weijereind Pikoreistraat Peel Leijenstraat=Leijenpadje Sleutelstraat Goordijk Hoek Lensheuvel Mierdseweg ’t Holland de Hoeven De Klein Hoef Hondsbos Kippereind Klinkerwegen Kippereind, Weijereind ’t Hof De Heibloem De Kleine Hoeve Het Buspad Lindestraat Lange Dijk De Weijer Turnhoutseweg Laarakkerdijk Marialaan Wilhelminalaan De Straat Hooge Mierde De Baan Kerkpad Hoogstraat Smidsstraat Kerkstraat De Stad De Gagel Koestraat 47 48

heette ook ’t Holland; wordt in 1890 verhard met grèskeien.47

voorheen Eerste Kruisweg voorheen Tweede Kruisweg Klinkerwegen Kippereind, Weijereind

= oude provinciale weg, heette vroeger Hoofdstraat en Grindweg = nu Lindestraat, Molenberg, Rijpershoek verbinding tussen Twisselt en Smidsstraat

rond 1960 wonen daar 10 boerengezinnen48

was vroeger de Hollandsche Weg

MIP Reusel, p. 14 Hooge Mierde, kleurrijk zwart-wit bekeken, p. 281 51

De Luther Langvoort De Twisselt Schoolstraat Torendreef Het Hoog Leendestraat Hoolstraat De Wildert Kattenstraat Lottersestraat Kailakkers Molenstraat Elderdijk St. Cornelisstraat Lage Mierde Draaiboom Tinnen Pot Gijsestraat Hoenderhoek Akkerstraat Akkerstraat Dorpsplein Broekkant Ganzepoen Hoosemansstraat Vestweg Bernardusweg (pas na 1965 zo genoemd)

Hoolstraat Donkstraat Wellenseind Voortstraat De Buitenman Kruisvelden Hoogemierdseweg Richelpad Neterselsedijk Heikantsebaan Braakhoek Kouwenberg Dunse Dijk Beerse Dijk Waterlaten Berschotten Reuselse Dijk Hellarenstraatje Vloeieindse Brugstraat Beekenstraatje

vernoemd naar de boerderij/herberg De Luter = Arendonksestraat

pas na 1965 zo genoemd pas na 1965 zo genoemd voorheen Vloeieindsche Brugstraat

= Kloosterstraat heet nu nog zo

De Bernardusweg is genoemd naar Sint Bernardus van Clairvaux, de oude Lagemierdse bedevaartsheilige en schutspatroon tegen alle gevaren die huis en stal bedreigen en ook tegen jicht en reuma.49 = nu voor een klein stukje Elzenstraat

hoofdweg naar Hilvarenbeek

= nu Kempenbaan

49 Steen voor Steen, 2001, nr. 17, p. 4-9 52

Hulsel ’t Lindeijndt.50 De Hoef Hegeind Vooreind Heikant De Laaijen Castersedijk Reuselse Dijk Kruisdijk Kerkweg De Kanten De Klamp Peperstraat Steenoven Willibrordlaan

Loopt voor de kerk van Hulsel langs = nu Willibrordlaan

14.2 Voorde / brug Oversteek van water via doorwaadbare plaats, vaak later vervangen door een brug, in een lokale weg. Doorwaadbare plaatsen heb je in soorten: min of meer dwars op het watert, schuin, zeer schuin of zelfs een heel eind door het water: een “waterstraat” of “langvoort”. Bruggen heb je ook in soorten: een paal in het water om overheen te stappen (‘waterstap”), een balk erover, een vonder, een schoor, een echte houten of stenen brug. Klein water stak met men een gemetseld of houten “heul” over. Omdat de voorde/brug op drie plaatsen in het systeem voorkomt (zeer oude wegen, doorgaande en lokale wegen), bepaalt het type weg waar de voorde/brug geboekt moet worden. Bovendien zijn veel voorden door grotere of kleinere bruggen vervangen. Het kaartbeeld, soms ondersteund door toponiemen, doet minstens negen oude voorden, doorwaadbare plaatsen, in Reussel/De Mierden vermoeden. Ze worden gekenmerkt door wegenwaaiers aan weerszijden. De Ossenvoort wordt geflankeerd door archeologisch waardevolle terreinen (Paleolithicum tot en met Romeins). Dit moet een heel oude oversteekplek zijn die het ook tot grenspunt tussen Reusel, Hulsel en Bladel bracht. De volgende voormalige voorden werden opgemerkt: Uniek nr 7.14.2.001 7.14.2.002 7.14.2.003 7.14.2.004 7.14.2.005 7.14.2.006 7.14.2.007 7.14.2.008 7.14.2.009

Naam Koevoort (1331) W van Witseind Langvoort De Voort (Hulsel) bij Luther De Voort (Reusel) O van Vloeieind Ossenvoert (1331) Liesvoert (1331)

50 Boerjan en Rijken, 1974, 15. 53

Thema: 15 Gegraven waterlopen Gegraven waterlopen zijn grotere gegraven waterlopen waaronder kanalen. Behalve de turfvaarten van de Peel zijn er bij Eindhoven nog een aantal wateren gegraven. Het grootste project was de aanleg van de Zuid-Willemsvaart (met bijhorende kanalen) en later het Wilhelminakanaal. Ook is er veel gewerkt aan de kanalisatie van de Dommel. Voor de waterhuishouding van de watermolens werden wat kanaaltjes gegraven. We onderscheiden drie categorieën: bevaarbare kanalen of gekanaliseerde rivieren; gegraven molenwaters en ontwateringssloten die met ontginning en/of grensafbakening te maken hebben. 15.1 Kanalen Scheepvaartkanaal of gekanaliseerde rivieren voor algemeen interlokaal transport, of speciaal voor turftransport (turfvaart). Secundair worden kanalen gebruikt voor watertransport, bijv. ten behoeve van vloeiweiden of ontlasting van rivieren. 15.2 Molenloop Kanaaltje gegraven bovenstrooms van een watermolen om die molen aan een groter hoogteverschil in waterstand te helpen. Molenlopen kunnen meer dan 1 kilometer lang zijn. Bij een watermolen is er soms maar een kort stukje molenloop. 15.3 Sloot Hier worden de grote ontwateringssloten die met ontginning en/of grensafbakening te maken hebben bedoeld, niet de eindeloos talrijke gewone slootjes.

7.15.3.101 t/m 7.15.3.125 Sloten Reusel-De Mierden 7.15.3.107 Het Hoevense Loopje Opmerkelijk rechte 800 meter lange sloot die de verkavelingsstructuur van Lensheuvel aan de westzijde lijkt af te sluiten. 15.4 Haven/kade/loswal

54

Thema: 16 Molens Onder molens verstaan we graanverwerkende en andere industriemolens die als zodanig herkenbaar waren. Op het platteland heeft een groot aantal molens gestaan. De oudste groep bestond uit de door rivierwater aangedreven molens. Sommige zijn zo lang geleden gebouwd en zo vroeg al weer verdwenen, dat er amper een duidelijk spoor van de vinden is: de "spookmolens". Mogelijk waren dat kleine molens die de concurrentie met de latere, grotere, molens verloren. Soms is uit archiefstukken alleen bekend dat er een molen was, maar is de exacte locatie niet bekend (hooguit alleen een globale locatie). Windmolens waren in vergelijking met de watermolens een nieuwe vinding. De oudste vermelding van een windmolen in de ruime omgeving betreft een molen die in 1250 in Lillo of in Stabroek stond. De eerste windmolens bij Breda zijn niet lang daarna in de tweede helft van de dertiende eeuw opgericht. Aanvankelijk waren alle windmolens houten standaardmolens. Er kwamen echter in de middeleeuwen al torenmolens voor in de regio. Vanaf 1680 werden steeds meer molens met een stenen romp en draaibare kap gebouwd. Wind- en waterrecht behoorden in de middeleeuwen en nieuwe tijd aan de heren. Voor de Kempen waren dat vanaf de 12de eeuw de Brabantse hertogen. De hertog verkreeg als tegenprestatie voor het gebruik van deze rechten de inkomsten van de molen.

Gewoonlijk werden die rechten in bruikleen gegeven aan een adellijk persoon of aan een abdij. Molens vormden een belangrijke bron van inkomsten voor de abdijen in wiens bezit ze waren. In deze streek met langzaam stromende riviertjes vroeg dit echter om speciale voorzieningen. De stroomsnelheid was hier onvoldoende om aan het waterrad genoeg energie te leveren, hetgeen wel bereikt kon worden door eerst een soort stuwmeer aan te leggen waardoor men een kunstmatige waterval kon regelen. Voor een dergelijk stuwmeer werd eerst een dam aangelegd dwars door een beekdal, bij voorkeur op een plaats waar dit smal was. Waar deze dijk bij de rivier kwam, werd een sluis gebouwd waarmee het waterpeil geregeld kon worden. Over de sluis werd ook een brug gebouwd zodat men de molen via de dijk van weerszijden kon bereiken. Het stuwmeer dat zo ontstond, werd "de vloed" genoemd. Voorbij het waterrad ontstond een draaikolk, die "de wiel" heette; de jeugd mocht hierin niet gaan zwemmen. Door het verschil in waterpeil tussen vloed en wiel ontstond een waterval als krachtbron voor de molen. 51 Een regelmatige watertoevoer gedurende het hele jaar was belangrijk voor het goed functioneren van de molen.

Die constante hoeveelheid water was vooral in de zomer afhankelijk van de begroeiing langs de bovenloop van het riviertje en vooral van de moerassige broeklanden die bij regen het water als een spons opnamen en in drogere periodes langzaam lieten wegsijpelen. Stroomopwaarts van de molen lag dan ook steeds een "meulenbroek". Ook de moerassen hogerop in het riviertje waren uiteraard van belang voor de watertoevoer. Toen later deze moerassen werden ontgonnen, kampten vele watermolens met onvoldoende energie. Met de ontginningen zijn dan ook de meeste watermolens verdwenen. De functie van de molen bestond niet alleen uit het malen van graan want deze krachtbron kon ook voor vele andere doeleinden gebruikt worden zoals blijkt uit de namen: oliemolen, volmolen, runmolen. Water en wind waren in de middeleeuwen eigendom van de heer van het gebied.52 16.1 Windmolen Door windkracht aangedreven graan- of industriemolen. Standerdmolen, later stenen molen; op het vlakke, op een berg of in een berg (beltmolen), al dan niet met galerij. 7.16.1.001 Windmolen Reuselse Akker In 1331 moet de molen (die 100 meter ten zuidwesten van de staatsbossen van Lage Mierde stond) al in Reusel gestaan hebben. Deze windmolen op NO-hoek Reuselse Akker, was van het klooster van Postel en bediende kennelijk ook Hulsel en Hooge en Lage Mierde. In 1648 genaast door de Republiek.

Het was een dwangmolen (de inwoners van Reusel, Hulsel en de Mierden moesten hier 51 52

Beex, 1987, 136. Beex, 1987, 136. 55

hun graan laten malen). 1865-1894 verdwenen.53 Volgens De Schééper stond één van de Reuselse windmolens op de Molenberg.54 Mogelijk was dat de Akkermolen omdat dit aanvankelijk een standerdmolen was. Die zette men graag op een natuurlijke of anders kunstmatige heuvel. Afbeeldingen: - Detail van de kaart van Verhees met daarop de molen van Reusel en de molen van De Mierden (gesitueerd in Lage Mierde) in De Schééper, 2e jaargang, nr. 9, juni 1991, p. 30 7.16.1.002 Molen Hooge Mierde (zie kadasterkaart) Molen aan de St. Cornelisstraat 14 van circa 1850. In 1947 werd de romp afgebroken, nadat reeds voor 1940 de wieken waren verwijderd. Deze molen staat er niet meer. 7.16.1.003 Windmolen Lage Mierde (1733 – 1932) (zie ook 7.16.1.012) Uit de 13e eeuw stammende standaardmolen, die verplaatsbaar was. Oorspronkelijk gesticht door de witheren van de klooster van Postel, stond de molen vanaf 1725 op het Vloeieind (rand Molenheide) tegenover café Boschlust (nu Dennenlucht). De molen is in 1912 richting dorp verplaatst naar de Hoogemierdseweg 11 waar hij op 8 februari 1933 in elkaar zakte tijdens een storm en niet meer is opgebouwd. 55

Afbeelding: Locatie waar voorheen de windmolen aan het Vloeieind gelegen was (november 2010). 7.16.1.004 Gotte Molen Lensheuvel Op 5 augustus 1905 wordt de graanmolen (windkorenmolen) van Anthonie Kerkhofs in gebruik genomen.56 Deze Gotte-molen staat in de Lensheuvel. Het is een achtkantige wind-, graan-, korenen oliemolen (beltmolen volgens molenboek, wat wil zeggen dat hij op een verhoging staat). 57 Hier

53

http://www.molendatabase.org/molendb.php, nr 6755. De Schééper, nr. 5, juni 1990, p. 6-7; Lavrijsen, 1985, 73. 55 http://www.molendatabase.org/molendb.php, nr. 2804. 56 Anonymus, 1997. 57 Smulders, 1984, 17, 20. 54

56

werd graan gemalen, maar tijdens WOII ook hout gezaagd. Na de oorlog is de molen afgebroken. Got is de bijnaam van de molenaar en betekent schepper. 58 Afbeeldingen: - Afbraak van de Gotte Molen in 1947 in De Schééper, 2e jaargang nr. 5, juni 1990, p. 7 - Foto in Veertien-achttien, bijdragen tot de kennis van het Reusels heem, p. 65 - Foto in 1897-1997 100 jaar Boerenbond in Reusel, p. 42 van de molen van Anthonie Kerkhofs 7.16.1.005 Molen Coppens Molenstraat Reusel Molen van Antonie Coppens (de Mulder) opgericht in 1861. De molen stond tussen de Molenstraat en de Kruisstraat. In 1934 is de molen uitgebrand. Daarna was hiervan alleen de romp nog over.59 Deze romp is bij de nieuwbouw van 2018 echter gesloopt.

Afbeelding: Molen Coppens60 7.16.1.006 Windmolen Lage Mierde (1652 – 1898) Uit de 13e eeuw stammende standaardmolen, die verplaatsbaar was. Oorspronkelijk gesticht door de witheren van het klooster van Postel, stond de molen vanaf 1725 op het Vloeieind (rand Molenheide) tegenover café Boschlust (nu Dennenlucht). De molen is in 1912 richting dorp verplaatst naar de Hoogemierdseweg 11 waar hij op 8 februari 1933 in elkaar zakte tijdens een storm en niet meer is opgebouwd. 61 7.16.1.007 Spookmolen Hulsel Melding van een molen in Hulsel in rechterlijke archieven in 1656: overeenkomst mr. Luicas Borgers, pachter, pachter en Antonie van Brouaren, medestander, “het gemael ende slach Hulsele” en een vermelding in 1682. Misschien een slagmolen, om olie te maken, aangedreven met een paard. Dan is het een rosmolen. Vergelijk 7.16.3.001. Ligging is onbekend. 16.2 Watermolen Door waterkracht aangedreven graan- of industriemolen. Enkele molens en dubbele molens.

58

http://www.molendatabase.org/molendb.php, nr. 5976. http://www.molendatabase.org/molendb.php, nr. 787. 60 Brabant Collectie, Universiteit van Tilburg 61 http://www.molendatabase.org/molendb.php, nr 6764. 59

57

7.16.2.001 Watermolen Hulselse Stroom Lage Mierde (zie kadasterkaart) Lage Mierde heeft ook een watermolen gehad, gelegen aan de Stroom of Raamsloop.62 De molen ligt aan de Kempenbaan tegenover de verdwenen herberg de Tinnen Pot. Deze is van middeleeuwse oorsprong en is in 1633 afgebrand. In 1387-1436 wordt daar een watermolenplaats genoemd. Vermeldingen in de rechterlijke archieven tot 1518. 16.3. Rosmolen 7.16.3.001 Rosmolen Timmermans Lage Mierde (zie kadasterkaart) Op het Vloeieind 9 (nr. 635 kadasterkaart 1832) stond een olieslagmolen (een rosmolen) van de gebroeders Timmermans. Bestond al in 1723 en nog steeds in 1823. Deze molen staat er nu echter niet meer.63 Compareerde voor de schepenen Adriaan Ramakers en Willem van Hoogstraten een zekere Peeter Dirx als schepen van Hulsel die verklaart ter instantie van Wouter Coppens mulder op de korenwindmolen en van ‘de getrokken olieslagmolen’ volgens een octrooi van 6.6.1723, verklarende, dat het dorp van Lage Mierde grenst aan Spaans Brabant ‘alwaar wij ons saat om olie en raapkoeken van te laten slaan ordinair na[ar] toe plagten te voeren’ en aldaar ook zaad kopen. Het dorp bevindt zich op een afstand van 7 tot 8 uren van ‘sBosch en Breda, waar men het zaad, zeker in de winterperiode, niet wil laten slaan vanwege de hoge onkosten.

Gaat men naar andere molens in de omgeving, dan moet men soms 3 tot 4 keren onverrichterzake terugkeren, omdat de watermolens op bepaalde tijden niet draaien. De te Lage Mierde gestelde oliemolen is daarom bittere noodzaak en is een groot genoegen voor alle ingezetenen. Nu komt men uit de omgeving te Lage Mierde de olie- en raapkoeken laten slaan. Opgetekend door G. van Hanenburgh secretaris met als getuigen Jan van den Bergh en Peeter van Hoof schepenen van Hoge Mierde – 25 januari 1724.64

16.4 Torenmolen Molens met een stenen romp, die hier in de regio al in de middeleeuwen voorkwamen. 16.5 Motermolen Vanaf 1846 komt de stoommachine de wind- en waterkracht aflossen, eerst in een bijgebouwtje van de oude molen. Vanaf 1907 ook “zuiggas”-motoren en later diesel en elektromotoren. Eerst worden er nog typische motermolengebouwen opgericht, later is een maalderij onherkenbaar. Het gaat om die typische motermolengebouwen. 7.16.5.001 Maalderij Lensheuvel Reusel Maalderij van Hoppe op de hoek Lensheuvel-Turnhoutseweg. Foto in Reusel tijdens WOII, supplement, p. 64 [Perceelnummer D1314] 7.16.5.002 Motermolen Kerkstraat Hooge Mierde Maalderij aan de Kerkstraat 12-14. 7.16.5.003 Motormolen Lage Mierde Maalderij met woonhuis aan de Hoogemierdseweg 10-12 met verkoop van dierenvoeders. 7.16.5.004 Stoommaalderij ’t stömke Hulsel Gelegen aan De Straat / Linde-eijnde (kruising Kanten-Willibrordlaan, ongenummerd) de maalderij van Toon van Himbergen. Nadat de Boerenbond het gebouwtje overnam werd er een kleine stoommaalderij ingericht met de naam ’t stömke (1911).

16.6 Molenbiotoop Gebied met straal van 600 meter rond een met windkracht aangedreven molen.

62

Steen voor Steen, 1995, nr. 2, p. 21-22 Steen voor Steen, 1999, nr. 11, p. 30-35 64 BHIC, Raad en rentmeester generaal der domeinen, toegangsnummer 9, Inventarisnummer 314. 58 63

7.16.6.007 Molenbiotoop Molen Coppens Reusel Bestaat niet meer. 16.7 Molenberg Natuurlijke of opgeworpen hoogte waarop een windmolen staat of stond. Ook de “belt” van een beltmolen. 16.8 Molenwiel Min of meer ronde waterplassen boven en benedenstrooms van watermolens, uitgewoeld door het onrustige water. De molenaar had er vaak het visrecht op. Niet te verwarren met het molenrad: dat is het rad waarin het water valt om de molen aan te drijven. 16.9 Molenvloed Gebied bovenstrooms van watermolen dat door te sterke stuwing bij de molen wateroverlast kon hebben. Verschilt van “Molenwiel”, want dat is een meest ronde kleine waterplas bij de uitloop van het molenrad of de bijhorende sluis; soms ook pal bovenstrooms van molenrad. 16.10 Wind- en watermolen (Watervluchtmolen) Door water- en windkracht aangedreven graan- of industriemolen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=ReuselDeMierden&id=6788e368-0623-45dd-a81f-e04c2b7afd1d