CConstaterende datReusel-De Mierden
Koppel je AI →
Document · PDF

[20.19430] - Bijlage 1 Catalogus Cultuurhistorische Inventarisatie Erfgoedkaart Reusel-De Mierden

Gemeenteraad 13 juli 2021, gemeente Reusel-De MierdenBij agendapunt: Raadsvoorstel erfgoedbeleid Reusel-De Mierden36.521 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bijlage 1 Catalogus Cultuurhistorische Inventarisatie Erfgoedkaart Reusel-De Mierden Versie 2020

Bijlage oorspronkelijk behorende bij het rapport uit 2012:

Kempisch erfgoed in beeld. Een regionale erfgoedkaart voor de Kempen- en A2 gemeenten Bergeijk, Bladel, Eersel, Oirschot, Reusel-De Mierden, Waalre, Valkenswaard, Cranendonck en Heeze-Leende

1

Inhoud 1. Inventarisatie fysieke landschap – Reusel-De Mierden 1.1. Algemeen 1.2. De kaart voor Reusel-De Mierden 1.3. Werkwijze bij het maken van het fysieke landschap 1.4. De kaart van het fysieke landschap Thema: 1 Lage zandgronden Thema: 2 Lage dekzandruggen Thema: 3 Hoge dekzandruggen Thema: 4 Duinen en stuifkoppen Thema: 5 Laagte op het Hoge Thema: 6 Dalen op het Hoge Thema: 7 Beken Thema: 8 Moeren op het Hoge Thema: 9 Heide Thema 10 is vervallen Thema: 11 Restbossen 2. Inventarisatie historisch landschap – Reusel-De Mierden 2.1 Algemeen 2.2 Thema’s Thema: 12 Oude infrastructuur Thema: 13 Doorgaande wegen Thema: 14 Lokale wegen Thema: 15 Gegraven waterlopen Thema: 16 Molens Thema: 17 Gehuchten Thema: 18 Heerlijkheden Thema: 19 Landgoederen Thema: 20 Bosbouw Thema: 21 De oude Akkers Thema: 22 Ontginningen Thema: 23 Beemden Thema: 24 Bestuurlijk Thema: 25 Militair Thema: 26 Kerkelijk Thema: 27 Meubilair Thema: 28 Grondstofwinning Thema: 29 Industrieel Thema: 30 Woonwijken Thema: 31 Historische (steden)bouwkunst 3. Inventarisatie archeologisch landschap – Reusel-De Mierden Thema: 32 Bewoning Thema: 33 Cultus/heiligdom Thema: 34 Begraving Thema: 35 Infrastructuur Thema: 36 Agrarische productie Thema: 37 Grondstofwinning Thema: 38 Industrie en nijverheid Thema: 39 Depot Thema: 40 Onbekend Bibliografie Reusel-De Mierden : Exacte locatie onbekend.

Staat nog niet op de erfgoedkaart

2

5 5 5 7 10 10 10 10 11 14 15 17 18 22 24 27 27 34 34 36 45 54 55 60 69 77 85 87 95 100 103 107 110 134 147 150 159 161 205 206 241 246 260 264 272 274 278 281 319

Uitleg erfgoedkaart en leeswijzer In deze catalogus worden de resultaten van de inventarisatie van de erfgoedkaart van Reusel-De Mierden beschreven. De erfgoedkaart is een GIS-kaart met een groot aantal lagen, die grofweg zijn ingedeeld naar landschap, historie en archeologie. Binnen deze hoofdindeling zijn de geinventariseerde gegevens verder onderverdeeld naar thema en naar type gebied of object (ofwel subthema genoemd). Bij ieder thema en subthema wordt een korte toelichting gegeven. Daarop volgt de inventarisatie van objecten en gebieden, geordend per thema en subthema. Elk object of gebied bezit een eigen “Uniek nummer” dat als volgt is opgebouwd: gemeentenummer.themanummer.subthemanummer.volgnummer (bijv. 1.14.4.085). Alle objecten en gebieden zijn in de beschrijving van deze catalogus genummerd en deze nummers komen als oproepbare labels op de erfgoedkaart terug, voorafgegaan door het subthemanummer, het thema-nummer en het gemeentenummer. Vanaf de kaart kan een object dus snel worden teruggevonden. De beschrijving van ieder object geeft minimaal een identificatie, vaak een korte beschrijving en soms een uitvoerige behandeling. In een aantal gevallen wordt (via de voetnoten) naar verdere literatuur verwezen.

Voor het overige wordt stilzwijgend verwezen naar het informatiesysteem van het regionaal archief, waarmee op adres zowel literatuur als afbeeldingen gevonden kunnen worden. In principe krijgt ieder thema één laag, maar als daarbij meerdere dimensies (punt, lijn, vlak) betrokken zijn, zijn het even zovele kaartlagen. Als die lagen met oplopend nummer gestapeld worden en binnen ieder thema de punten boven de lijnen en die boven de vlakken, wordt in de meeste gevallen een goed beeld verkregen. Wel is het zo dat het beeld bij kleinere schalen snel erg vol loopt. Het is dan zaak enkele lagen "uit" te zetten. Al deze lagen worden het best bekeken op de ondergrond van de reconstructie van het fysieke landschap. In hoofdstuk 1 wordt de reconstructie van het natuurlijk landschap in Reusel-De Mierden beschreven voordat de middeleeuwse mens daarin grote ingrepen deed. Deze lagen zijn genummerd thema 1 tot en met 11. In hoofdstuk 2 wordt een reconstructie van het historische landschap in Reusel-De Mierden beschreven, zoals dat onder invloed van de mens tot stand kwam. Deze groep omvat de lagen 12 tot en met 31. Naast veranderingen in het landschap na 1830 is ook de uitgroei van de dorpen en de industrialisatie hier in meegenomen. Diverse (sub)thema’s kunnen in de toekomst nog verder uitgewerkt worden, waaronder bijvoorbeeld de wegen en groenstructuren.

Er kunnen zich echter ook nieuwe thema’s voordoen of thema’s die nu nog niet aan de orde zijn gekomen, waaronder het immateriële erfgoed zoals tradities en voorwerpen. De catalogus is dan ook zo opgezet dat het systeem makkelijk aan te vullen is, mocht dat nodig zijn. In hoofdstuk 3 wordt tot slot het archeologisch (niet-zichtbare) erfgoed beschreven, in de thema’s 32 tot en met 40. De volgende pagina geeft een totaal overzicht van alle mogelijk voorkomende thema’s en subthema’s in de Kempen.

3

Thema’s en subthema’s die voor de A2 en de Kempengemeenten van toepassing (kunnen) zijn: Thematische indeling fysisch landschap (thema 10 is vervallen) 01 Lage zandgronden 1. Lage zandgronden

02 Lage dekzandruggen 2. Lage dekzandruggen

03 Hoge dekzandruggen 3. Hoge dekzandruggen

04 Duinen en stuifkoppen 1. Akkerrandwal 2. Duin 3. Kamduinen 4. Uitblazingslaagte 5. Fort

05 Laagte op het Hoge 1. Pingo-ruïne 2. Andere laagte

06 Dalen op het Hoge 1. Dal 2. Rijt

07 Beken 1. Beekloop 2. Oude meander 3. Overstromingsgebied

08 Moeren op het Hoge 1. Ven 2. Moeras 3. Veengebied, actueel 4. Veengebied, verdwenen 5. Wijstgronden

09 Hei 1. Hei in 1840 2. Hei in 1900 3. Hei in 1930 4. Hei in 1950

11 Restbossen 1. Restbos 2. Ecologisch oud bos

16 Molens 1. Windmolen 2. Watermolen 3. Rosmolen 4. Torenmolen 5. Motormolen 6. Molenbiotoop 7. Molenberg 8. Molenwiel 9. Molenvloed 10. Watervluchtmolen 11. Water- en windmolen

17 Gehuchten 1. Groot dorp 2. Klein dorp 3. Groot gehucht 4. Klein gehucht 5. Huizengroep 6. Verspr aan str 7. Compact aan str 8. Verspreid

18 Heerlijkheden 1. Kasteel 2. Hoofdhoeve 3. Hoeve 4. Heerlijkheidsgebied 5. Relatie 6. Voorhof 7. Kasteelboerderij

20 Bosbouw 1. 1500-1750 2. 1750-1850 3. 1850-1900 4. 1900-1930

21 Oude akkers 1. Akkerwal 2. Besloten akker 3. Open akker 4. Steilrand

30 Woonwijk 1. Arbeidersbuurt 2. Company-town 3. Lintbebouwing 4. Stationswijk

31 Historische bouwkunst 1. Woonhuis 2. Boerderij 3. Villa 4. 5. Cafe Woonhuis met bedrijfsruimte 6. Bakhuis

Thematische indeling historisch landschap 15 Gegraven waterlopen 1. Kanaal 2. Molenloop 3. Sloot 4. Haven 5. Gracht 6. Sluis

12 Oude infrastructuur 1. Pre-historische wegen 2. Romeinse wegen 3. Voorde 4. Middeleeuwse hoofdweg

13 Doorgaande wegen 1. Doorgaande weg 2. Halte 3. Oude rijksweg 4. Railweg 5. Trekpad 6. Veer 7. voorde / brug 8. Plein 9. Poort 10. Spoorbrug 11. Tol(huis) 12. Holle weg 13. Jaagpad 14. Grenspost 15. Laanbeplanting

14 Lokale wegen 1. lokale weg 2 Voorde / brug

22 Ontginningssystemen 1. Veenontginning 2. Beekdalontginning 3. Bosontginning 4. Heideontginning

23 De beemden 1. Bocht 2. Dijk 3. Dijkputten 4. Dijksloot

24 Bestuurlijk 1. Galg 2. Gemeynte 3. Gevangenis 4. Grensmarkering

25 Militair 1. Begraafplaats 2. Blokhuis 3. Boerenschans 4. Fort

26 Kerkelijk 1. Kerk 2. Begraafplaats 3. Calvarieberg 4. Graf

27 Meubilair 1. Bijzondere boom 2. Fontein 3. Gedenkteken 4. Hek

28 Grondstofwinning 1. Boerenkuil 2. Peelbaan 3. Turfhok 4. Turfvaart

19 Landgoederen 1. Gracht 2. Herberg 3. Hoeve 4. Klooster 5. Laan 6. Landgoedgebied 7. Landhuis 8. Omgrachte hoeve 9. Ontginningsstructuur 10. Zichtlijn 11. Park 12. Tuin 13. Vijver 14. Villa 15. Wal 16. Overig 29 Industrieel 1. Arbeiderswoning 2. Brouwerij 3. Directeurswoning 4. Fabrieksgebouw

5. Populierenlandschap 6. Streepjesverkaveling

5. Eendenkooi 6. Hek

5. Raadhuis 6. Rechtbank

5. Kazemat 6. Linie

5. Heiligenbeeld 6. Kapel

5. Kinderkolonie 6. Poel

5. Moerput 6. Uitgelaagd perceel

5. Fabrieksterrein 6. Gezondheidszorg

5. Tuinwijk 6. Villawijk

7. Voorpootstrook 8. Zandontginning 9. Ruilverkaveling

7. Hooiland 8. Keetveld 9. Schouwsloot 10. Sluis 11. Wiel 12. Vloeiweiden

7. Schepenbank 8. Vrijheid 9. Diversen

7. Militair complex 8. Militair oefenterrein 9. Schans 10. Schietveld/berg 11. Schijnboot 12. Schootsveld 13. Tankgracht 14. Vesting 15. Vliegveld 16. Oefenlokaal 17. Landweer 18. Wal

7. Kapelleke 8. Klooster 9. Kloosterterrein 10. Kruiseik 11. Kruisweg 12. Lourdesgrot 13. Pastorie 14. Patronaat 15. Religieus groen 16. Schuilkerk 17. Seminarie 18. Stokske 19. Wegkruis 20. Mirakelkuil 21. Luihuis

7. Pomp 8. Schaapskooi 9. School 10. Sportterrein 11. Straatmeubilair 12. Ven 13. Ziekenhuis 14. Verhalen 15. Gasthuis/armenhuis 16. Kiosk 17. Waterput 18. Bank 19. Winkel 20. Gemeenschapshuis 21. Herberg 22. Hotel/restaurant

7. Zandwinput 8. Stuifzandwinning 9. Leemput 10. Steenoven 11. Droogloodsen 12. Waterputtenweg 13. Pompgebouw 14. Watertoren 15. Visvijvers 16. Vismarkt 17. Turfwinning

7. Hoge schoorsteen 8. Hopeest 9. Kantorenpark 10. Klokkengieter 11. Leerlooierij 12. Loods/pakhuis 13. Onderwijs 14. Pottenbakkerij 15. Smidse 16. Vlasrootput 17. Weverij

7. Wederopbouwwijk 7. Schuur/bijgebouw 8. Woonwijk 8. Koetshuis 9. Varia

37 Grondstofwinning 1. Kleiwinning 2. IJzerertswinning 3. Turfwinning

38 Industrie en nijverheid 1 Metaalbewerking 2 Pottenbakkerij 3 Steen/ pannenbakkerij 4 Vuursteenbewerking 5 (Houts)koolbranderij 6 Leerlooierij 7 Bierbrouwerij 8 (Water)molen 9 Onbepaald

39 Depot 1. Depot 2. Muntvondst

40 Onbekend 1. Onbepaald

Thematische indeling archeologisch landschap 32 Bewoning (inclusief verdediging) 1. Romeinse villa 2. Kasteel 3 Kamp 4 Schans 5 Wal/omwalling 6 Nederzetting 7 Borg/Stins/Versterkt huis 8 Moated site 9 Landweer 10 Onbepaald

33 Religie 1. Kerk 2. Kapel 3. Klooster

34 Begraving 1. Grafheuvel 2. Grafheuvelveld 3. Urnenveld 4. (Vlak)graf 4. Cultusplaats/ heiligdom/tempel 5. Grafveld 6. Kerkhof 7. Rijengrafveld 8. Onbepaald

35 Infrastructuur 1. Weg 2. Brug/voorde

36 Agrarische productie en voedselvoorziening 1. Akker/(moes)tuin 2. Celtic Field 3. Veekraal/ schaapskooi

3. Percelering/ verkaveling

4

1. Inventarisatie fysieke landschap – Reusel-De Mierden K.A.H.W. Leenders

1.1. Algemeen Op de kaart van het fysieke landschap wordt weergegeven hoe het landschap gestructureerd was eer de mens daar gericht belangrijke wijzigingen in aanbracht. Deze kaart is vooral van belang voor het inschatten van archeologische potenties en als basis voor de historisch-geografische ontwikkeling. Met een historisch-landschappelijke analyse is het ook mogelijk om de huidige verstedelijkte gebieden in de regio qua bodem te inventariseren. Voor die bewerking wordt uitgegaan van de oude topografie en de samenhang tussen landschappelijke structuren uit 1838 met geomorfologische en bodemkenmerken, zoals die juist buiten het stedelijke gebied aanwezig zijn. Verdere verfijning kan worden verkregen door gebruik te maken van de digitale hoogtegegevens. Omdat echter de mens in het landschap altijd al aan het werk is geweest, zowel door directe ingrepen als door gevolgen van ingrepen elders kan bij het tekenen van de historisch-landschappelijke kaart onmogelijk een vast jaartal aangehouden worden. De kaart van het fysieke landschap vertoont meerder legenda-eenheden, genummerd 01 tot en met 08. De afzonderlijke kaartelementen binnen iedere legenda-eenheid worden beschreven. Op de kaart verschijnt (na aanklikken) een samengesteld nummer: een combinatie van legenda-eenheid en kaarttelementnummer.

1.2. De kaart voor Reusel-De Mierden Basismateriaal wat gebruikt is: Geomorfologische kaart 1:50.000 Bodemkaart 1:50.000 AHN: Actueel Hoogtebestand Nederland (2004, per 5 meter een meting) Kadastrale minuutplans Reusel (1828) en Hooge en Lage Mierde (1828?) Topografische kaart 1:25.000 (1838) Topografische kaart 1:50.000 (verkleining van vorige) Topografische kaart 1:25.000 (ca 1900) TOP10-vectorkaart (2008?). Meierijkaart Verhees (1794) Bodemkaart België 1:20.000, bladen 9W en 18W (18E niet beschikbaar) De relatieve hoogtekaart Ten behoeve van het opstellen van de kaart van het fysieke landschap is een relatieve hoogtekaart vervaardigd, uitgaande van de AHN-gegevens. De AHN heeft op het platteland de gebouwen weggefilterd, maar in woonkernen groter dan 100 hectare niet. Daar zien we dus ook de hoogte van de gebouwen en daar zijn we niet in geïnteresseerd. De eerste bewerking bestond er daarom uit om die gebouwen alsnog uit te filteren. Daartoe is van ieder vierkant van 25 hoogtemetingen de laagste waarde toegekend aan het middelste meetpunt. De meeste huizen verdwijnen zo, maar grote gebouwen blijven zichtbaar. Die meetpunten zijn gewoon weggelaten (“no data”). Het resultaat is dat de terreinen van de grote woonkernen nu een hoogtebeeld tonen dat aansluit bij dat van de omgeving.

Vervolgens is de globale hoogteligging van Reusel – De Mierden en omgeving bestudeerd op een kaart met verschillende kleuren per 5 meter hoogteverschil. Het gebied blijkt noordwaarts af te hellen, wat ook overeenkomt met de algemene richting van de belangrijkste beekdalen. Door meting in de AHN zijn vervolgens de parameters voor een referentievlak bepaald: Zref = (Y - 387500) * ( -0,0912) + 1850 5

In het zuiden ligt echter een hoge rug, van zuidoost naar noordwest. Zuidwaarts hiervan daalt de bodem weer systematisch. Dit is in het hoogtemodel verwerkt als volgt: De rug: Yr = -0.67538*Xr+466274. Hoogte van de rug: Zr= (Yr - 387500.) * (-0.0912) + 1850 Helling zuid van de rug: Zref (X) = Zr (X) + 0.14267 * (Y – Yr) De relatieve hoogtekaart wordt berekend als het verschil tussen de echte terreinhoogte en het referentievlak: Zrel = Zahn – Zref

Relatieve hoogtekaart Reusel - De Mierden. De geel-oranje vlekken zijn relatief het hoogste; de paarse het laagste. De grenzen van de gemeenten van 1830 zijn aangegeven met donkerrode lijnen.

6

1.3. Werkwijze bij het maken van het fysieke landschap Als uitgangspunt voor de kaart van het fysieke landschap is de geomorfologische kaart genomen. De ligging en begrenzing van de daar aangegeven terreintypen is vervolgens aangepast aan de hand van vooral de relatieve hoogtekaart en verder voor details met behulp van de kadasterkaarten en de het andere kaartmateriaal. Al doende zijn de moderne structuren, zoals autowegen, vuilhopen, afgravingen en bebouwde gebieden, uit de kaart verwijderd. Vanaf de oude kadasterkaarten werden de beken ingetekend: element “07 Beken” op de kaart. De beken werden stroomopwaarts niet verder getekend dan tot waar de kadasterkaart ze een min of meer natuurlijk (enigszins kronkelend) uiterlijk geeft. Op die beken sluiten vaak veel rechtere, ooit gegraven waterlopen aan die misschien wel in een oud dal of dalvormige laagte liggen, maar hier niet als “beek” zijn aangemerkt. De beekdalen zijn op de geomorfologische kaart meestal van een R-type. Al die R-typen zijn samengenomen en vervolgens is de begrenzing aangepast aan de AHN-gegevens en de oude kadasterkaart, waar dat nodig was. Deze bewerking leverde “06 Dalen op het Hoge”. Door controle tegen de kadaster- en topografische kaarten is een nadere verdeling tussen “dal” en “rijt” aangebracht. Enkele “dalen” zijn echter als “05 Laagten op het Hoge” geïnterpreteerd.

De volgende stap betrof het andere uiterste in het landschap: de stuifduingebieden. Ook deze kunnen op de geomorfologische kaart teruggevonden worden, maar hier leverde de relatieve hoogtekaart een belangrijke verrijking met details op. De bodemkaart (code Zd) diende als controle en de topografische kaart van 1840 en de kadasterkaart dienden om inmiddels afgegraven duinen terug te vinden en ze scherper te lokaliseren. Binnen de duingebieden komen allerlei kamduinen voor: soms paraboolvormig, soms langgerekt, soms helemaal rondlopend. Ook de laagten in het duingebied konden zo goed worden opgespoord. In een aantal gevallen moest de kadasterkaart en de oude topografische kaart voor aanvullingen zorgen. Deze bewerkingen leverde het onderdeel “04 Duinen en stuifkoppen” op. Van de geomorfologische kaart werden de dekzandruggen afgelezen. Aan de hand van de relatieve hoogtekaart, de oude kadasterkaarten en de topografie van 1838 werden deze vlakken waarnodig aangepast. Vervolgens werden de geomorfologische vlakken 4K14 (dekzandrug met meer reliëf) op de relatieve hoogtekaart gecontroleerd: vaak bleken dat de hoogste delen van de dekzandruggen te zijn. Deze controle leverde nog enkele extra hoge dekzandruggen op. Aldus ontstonden de eenheden “02 Lage dekzandruggen” en “03 Hoge dekzandruggen”.

Juist hier speelt het “invullen” van de gaten in de geomorfologische en bodemkaarten ter plaatse van de dorpskommen sterk. Daarbij is de AHN weer belangrijk, aangevuld met het oud kadaster en de op de topografische kaarten. De geomorfologische kaart geeft ook allerlei laagten aan die niet behoren bij dalen of duingebieden. Controle tegen de relatieve hoogtekaart, de kadasterkaart en de topografische kaart leverde de eenheid “Laagte op het Hoge”. In hoeverre hier of in de duingebieden “Pingo-ruïnes” voorkomen, kan op deze wijze niet vastgesteld worden: daarvoor is veldonderzoek nodig. De rest van het gebied kreeg op de geomorfologische kaart de typering 3K12a: “terrasafzettingswelvingen met dekzand” ( 4776 ha.), 2M20a: “terrasafzettingsvlakte met dekzand” (1321 ha.) en langs de beken 3H11 “Glooiing van beekdalzijde” (2500 ha.). Deze gebieden zijn hier opgenomen als een soort restcategorie “01 Lage zandgronden”, voor zover ze hiervoor niet in een andere categorie zijn ondergebracht. De voorgaande elementen 01 t/m 06 beschrijven heel de bestudeerde oppervlakte. Het element 07 dat lijnvormig is, kan daarop geprojecteerd worden. Als extra element is er dan nog “08 Moeren op het Hoge”. Allereerst zijn de vennen die op de kadasterkaart van 1828 getekend zijn ingetekend. Binnen Reusel – de Mierden zijn dat er 61 met een 7

oppervlakte van 350 hectare. Het grootste ven, het Groot Goor in het westen van de Mierden, was 45 hectare groot. Ook de ven-indicatie moet over de bodem-indicatie geprojecteerd worden. Van inmiddels verdwenen venen blijkt op de moderne geomorfologische en bodemkaart niets meer. Wel worden daarop terreinen aangegeven waar nog steeds ondiep in de bodem of aan de oppervlakte een veenlaag of moerige laag aanwezig is. De geomorfologische kaart geeft ook “moerassige” gebieden aan. Geheel verdwenen venen zullen via archiefonderzoek aangetoond moeten worden, maar hier wordt nu even volstaan met het benutten van de namen van de vennen uit 1828. Namen met daarin de elementen wit, zwart, goor, moer, turf, klot wijzen hoogstwaarschijnlijk op plekken waar ooit veen zat dat intussen opgeruimd is. Voor de omvang van de Postelse Moeren en omgeving is nader gekeken naar de terreinhoogten. Zo komt daar een gebied van ongeveer 465 ha uit de bus, deels in België gelegen. Turfvaarten zijn hier niet geweest: de turf werd per kar afgevoerd. Andere vennen dragen namen die op leemwinning duiden. Opvallend is dat heel wat vennen op de topografische kaart niet vol water staan en dat die kaart weer enkele vennen tekent die op de kadasterkaart niet aangegeven zijn. Kennelijk was de waterstand lokaal nogal wisselend van jaar op jaar! Deze vennen zijn niet als mogelijk verdwenen veen geteld.

Dit is dan het resultaat:

8

Een totaaloverzicht van het fysische landschap van Reusel-De Mierden in cijfers: Thema nr Thema 1 Lage zandgronden 2 Lage dekzandruggen 3 Hoge dekzandruggen 4 Duinen en stuifkoppen Duinen en stuifkoppen 4 4 Duinen en stuifkoppen Duinen en stuifkoppen 4 5 Laagte op het Hoge 6 Dalen op het Hoge 6 Dalen op het Hoge Dalen op het Hoge 6 7 Beken 8 Moeren op het Hoge 8 Moeren op het Hoge Moeren op het Hoge 8 8 Moeren op het Hoge Totaal

Aantal 21 17 5 71

24 19

11 94

262

Opp (ha) Sub-thema 4278,17 595,99 170,00 1317,77 Duin Kamduinen Uitblazingslaagte 775,15 3095,04 Dal Rijt

Aantal Opp (ha)

24 16 31

1043,62 184,95 89,20

15 4

2986,27 108,77

Ven 65 Moerassig 4 Veen, actueel 5 Veen, verdwenen 20

373,54 131,46 180,48 253,85

939,33

11171

9

1.4. De kaart van het fysieke landschap

Thema: 1 Lage zandgronden Er zijn 21 vlakken aangegeven, met een gezamenlijke oppervlakte van 4278 hectare. Ze komen over het hele gebied verspreid voor. De vlakken zijn genoemd naar het dorpsgebied waarin ze voorkomen.

Thema: 2 Lage dekzandruggen Er zijn 17 lage dekzandruggen aangegeven, doch die beslaan slechts 596 hectare. De grootste is een rug in woeste grond bij het Panneven (150 ha), gevolgd door de ruggen waarop de dorpsakkers van Reusel (112 ha) en Hooge Mierde (83 ha) liggen.

Thema: 3 Hoge dekzandruggen Er zijn 5 hoge dekzandruggen genoteerd, met een gezamenlijke oppervlakte van 170 hectare. De grootste zijn die van Lage Mierde met 52 hectare en Reusel met 47 hectare. Hierop liggen de oudste akkers. Uniek nr 7.3.011 7.3.012 7.3.013 7.3.014 7.3.015

Thema Hoge dekzandruggen Hoge dekzandruggen Hoge dekzandruggen Hoge dekzandruggen Hoge dekzandruggen

Naam Noord van Hulsel Lage Mierde Hulselse Akker Akker Hoge Mierde Reuselse Akker

10

Opp (ha) 19,54 51,61 18,51 32,87 47,47

Thema: 4 Duinen en stuifkoppen In deze categorie zijn drie subcategorieën onderscheiden: 24 duingebieden met een oppervlakte van 1044 hectare; 16 kamduincomplexen met een oppervlakte van 185 hectare en 31 laagten die samenhangen met duinen en waarschijnlijk meestal uitblazingslaagten zullen zijn, samen 89 hectare groot. In totaal is zo 1318 hectare duingebied genoteerd.

4.1 Akkerrandwal Lang, smal maar hoog opgestoven zand op grens van hei en oude akkers, vaak begroeid met wat zielige eiken, maar soms ook hele stevige. Het naastliggende ex-heide gebied vaak begroeid met dennen; de akker hopelijk nog akker. Ontstaan door instuiven van akkerwal. 4.2 Duin Door de wind in het vrije opgeblazen hoop stuifzand. Soms een heel chaotisch golvend gebied. Heel vervelend als je grafheuvels wilt vinden. Het grootste duingebied strekt van het Kruisven of de Kruisvennen onder Reusel een 4 kilometer lang naar het noordoosten door de Hapertse Heide en is 170 hectare groot. Ten westen van de Koevoort liggen drie uitgestrekte duingebieden, samen 355 hectare groot. Samen met duinen ten oosten van de Koevoort en ten noorden van het Goor (samen 88 ha) is dit het westelijkste deel van de Midden-Brabantse dekzandrug. Uniek nr 7.4.2.018 7.4.2.090 7.4.2.069 7.4.2.060 7.4.2.074 7.4.2.092 7.4.2.113 7.4.2.077 7.4.2.104 7.4.2.056 7.4.2.079 7.4.2.073 7.4.2.055 7.4.2.108 7.4.2.094 7.4.2.075 7.4.2.109 7.4.2.066 7.4.2.065 7.4.2.083 7.4.2.058 7.4.2.057 7.4.2.091 7.4.2.067

Naam Kruisven - Egypte (west van Koevoort) (Hoogeindse B - Gagelrij (bij Panneven) (in de Peelse Heide) bij 't Voortje Molenheike (noord van het Goor) Hoogenberg (aan Poppelse Dijk) (oost van Koevoort) (in Belevense Heide) (aan de Heikant) Kattenbos Het Hoog (in de Peelse Heide) Molenheide Vloeieind (Buizerdstr O) (bij Postelse Moeren) (voor aan Postelseweg) (bij de Sommelingen) (bij de Boorkuilen) (west van Koevoort) (Buizerdstr W)

Opp (ha) 170,02 135,80 135,04 84,45 67,28 64,23 60,96 55,04 52,06 44,79 33,21 29,90 28,07 24,55 16,65 11,28 7,81 5,55 4,70 4,29 2,61 2,02 1,85 1,46

11

4.3 Kamduinen Duinen, maar dan in gebogen ruggen, eventueel mooie parabolen. Binnen de bogen uitblazingslaagten. De kamduinen zijn soms erg lang. Het langste ligt langs de westzijde van het dal ven de Hulselse Stroom ten noorden van Reusel. Dit complex was 2,5 kilometer lang. Het is geen akkerrandwal omdat er in de omgeving geen akkers waren. Wel liggen er twee archeologisch waardevolle gebieden op het zuidelijke deel deze rug, wat er op wijst dat het niet om een rug gaat die pas rond 1400 AD opgestoven is. De rug is veel ouder. Op de dekzandkop aan de oostkant van de beek liggen drie archeologisch waardevolle gebieden: paleolithicum, mesolithicum, neolithicum, ijzertijd en romeins! Hier lag de Ossenvoorde (1331): dat kan een heel oude voorde zijn: beekdalarcheologie!

Uniek nr 7.4.3.059 7.4.3.117 7.4.3.071 7.4.3.085 7.4.3.078 7.4.3.028 7.4.3.106 7.4.3.110 7.4.3.118 7.4.3.081 7.4.3.076 7.4.3.103 7.4.3.100 7.4.3.099 7.4.3.112 7.4.3.077

Naam (bij de Twisselt) (bij Panneven) (Hoogeindse B - Gagelrij (voor aan Postelseweg) (noord van het Goor) bij het Kruisven Hoogenberg Molenheike in Peelse Heide (oost van Koevoort) (langs de beek) Hoogenberg Hoogenberg Hoogenberg Molenheike (noord van het Goor)

Opp (ha) 64,07 14,50 13,69 13,63 11,86 11,48 9,31 9,12 6,82 6,51 6,32 6,08 3,80 3,75 3,27 0,74

12

4.4 Uitblazingslaagte Plek waar het zand weggeblazen is, tot op een natte of stugge laag. Soms gevuld met een ven of een (ex-) veen. De 31 uitblazingslaagten zijn meestal klein. De grootste is ruim 13 hectare, het gemiddelde van de rest ligt op 2,9 hectare. Combinaties van oude kamduinen en oude uitblazingslaagten lijken bij uitstek kansrijk voor sporen uit het Mesolithicum.

Uniek nr 7.4.4.072 7.4.4.084 7.4.4.098 7.4.4.115 7.4.4.107 7.4.4.121 7.4.4.114 7.4.4.116 7.4.4.080 7.4.4.093 7.4.4.087 7.4.4.097 7.4.4.101 7.4.4.111 7.4.4.054 7.4.4.064 7.4.4.063 7.4.4.105 7.4.4.102 7.4.4.095 7.4.4.062 7.4.4.096 7.4.4.043 7.4.4.041 7.4.4.120 7.4.4.061 7.4.4.119 7.4.4.046 7.4.4.042 7.4.4.045 7.4.4.044

Naam (in Belevense Heide) (voor aan Postelseweg) Hoogenberg Zwartven Huisven in Peelse Heide Panneven Zwartven (oost van Koevoort) De Brouwketel (west van Koevoort) Hoogenberg Hoogenberg Molenheike (aan de Heikant) (bij Panneven) (bij Panneven) Hoogenberg Hoogenberg Het Voortje (bij Panneven) Hoogenberg in duinen bij Kruisven in duinen bij Kruisven in Peelse Heide (bij Panneven) in Peelse Heide in duinen bij Kruisven in duinen bij Kruisven in duinen bij Kruisven in duinen bij Kruisven

Opp (ha) 13,19 12,60 7,41 7,14 5,90 5,16 4,94 4,74 3,56 3,40 2,75 2,47 2,28 1,88 1,72 1,55 1,43 1,30 1,10 0,95 0,61 0,56 0,52 0,51 0,42 0,38 0,30 0,23 0,10 0,07 0,03

Tegenwoordig zijn er nog stuifzandresten te vinden in de gemeentebossen tussen de wegen Eendengoor en Turnhoutsepad in Hooge Mierde. Ook in het gebied Molenheide/Hulselse Straat in Hulsel zijn nog restanten van (stuif)zandduinen te vinden. 4.5 Fort Soort getuigeberg in verstoven gebied waarin de oude bodemopbouw nog aanwezig is, vaak bedekt door een bergje stuifzand.

13

Thema: 5 Laagte op het Hoge Een niet-beekdal-laagte, het kunnen oude uitblazingslaagten zijn die in de laatste 1000 jaar niet meer stoven (in cultuurland, heide) maar ook erg oude beekdalen die tot ingesloten laagten werden doordat ze ergens door overstuiving met dekzand tot kom werden. Of rare gaten door smeltend ijs nagelaten etc. 5.1 Pingoruïne Een pingo is een bolvormige heuvel die ontstaat in een gebied met permafrost waar de hydrostatische druk van bevriezend grondwater zorgt voor het opheffen van een laag bevroren grond. Als het klimaat warmer wordt, bijvoorbeeld aan het einde van een ijstijd, blijft van een pingo een cirkelvormig meer of krater over die pingoruïne wordt genoemd. Veel pingoruïnes worden na het afsmelten van het ijs langzaam opgevuld met veen. In het gebied konden met de gebruikte methode geen pingo-ruïnes herkend worden. Omdat er kennelijk weldegelijk oude (dat wil zeggen tot in het Mesolithicum teruggaande) duinen zijn, kan niet uitgesloten worden dat er ook pingo-ruïnes zullen zijn. 5.2 Andere laagtes Het gaat hier niet om een uitblazingslaagte met randwal, maar om laagten in verder min of meer vlak gebied die geen deel uitmaken van dalsystemen. Wel kunnen er stukjes dal tussen zitten die door latere zandverplaatsing afgesnoerd werden. Het gaat om 24 laagten met een totaal oppervlakte van 775 hectare. Deze laagten variëren sterk in grootte.

De grootste is die van de Postelse Moeren, 465 hectare groot, de kleinste is een vennetje van 0,2 hectare in het landgoed De Utrecht. Uniek nr 7.5.2.048 7.5.2.033 7.5.2.031 7.5.2.041 7.5.2.028 7.5.2.029 7.5.2.025 7.5.2.027 7.5.2.046 7.5.2.045 7.5.2.036 7.5.2.030 7.5.2.032 7.5.2.035 7.5.2.026 7.5.2.040 7.5.2.047 7.5.2.044 7.5.2.042 7.5.2.034 7.5.2.043 7.5.2.039 7.5.2.037 7.5.2.038

Naam Postelse Moeren De Flaas - Het Goor Het Groot Goor Beleven Grote Vijver (in Teulderheide) in Postelse Heide Kleine Vijver Moerven Bertelsvijver De Nieuwe Meer (in Teulderheide) Grondeloze Meer Kromhuisven in Postelse Heide vennetje vennetje bij Beleven bij Beleven Kromhuisven bij Beleven vennetje in Hulselse Akker vennetje

Opp (ha) 464,92 114,47 45,52 37,40 13,56 12,14 8,77 8,00 7,85 7,34 6,89 6,59 6,52 5,90 5,80 5,77 4,60 3,88 3,29 2,88 1,69 0,64 0,53 0,20

14

Thema: 6 Dalen op het Hoge Normaler wijze beekdalen met beek, maar soms geheel gevuld met veen en dan (vroeger) beekloos. 6.1 Dal Langgerekt doorlopend dal. In Reusel en De Mierden hebben we met twee grote dalsystemen te maken die aan de noordgrens, bij de Koevoort, samenkomen. Het dalsysteem van de Mierdense en Reuselse Aa is het westelijke, dat van de Hulselse Stroom het oostelijke. Dit laatste strekt ook een eindje in Bladel. Bij de Koevoort stoten beide dalen op de Midden-Brabantse dekzandrug. Eigenlijk loopt het paleo-dal rechtdoor naar Hilvarenbeek, maar dat is door het zand geblokkeerd. Met veel kronkels vond het water een weg naar het noordoosten, waar het onder de naam “De Reusel” langs Diessen verder stroomt. In het zuidwesten prikken enkele beekloze dalen aan het begin van de beek de Wamp nog net tot in Reusel en in het oosten komt een eveneens beekloos zijdal van de Bladelse Aa net tot in Hulsel. Anderzijds loopt ten zuidwesten van het Groot Goor het dal nog een stukje door onder Poppel. Door dergelijke de gemeentegrensoverschrijdende dalen, gelden onderstaande oppervlakten helemaal niet alleen voor Reusel – de Mierde. In totaal zijn 15 dalen en dalletjes genoteerd met een oppervlakte van 2986 hectare. Uniek nr 7.6.1.002 7.6.1.014 7.6.1.013 7.6.1.001 7.6.1.025 7.6.1.020 7.6.1.009 7.6.1.021 7.6.1.016 7.6.1.026 7.6.1.024 7.6.1.018 7.6.1.010 7.6.1.015 7.6.1.017

Naam Bladelse Aa - Grote Beer Hulselse Stroom De Reusel Mierdense Aa Klotgoor - Zwartven (bij Gagelhoeve) Belevense Loop Hoogeindse Beek Reuselse Aa dal bij Lensheuvel Galgeven Breedvense Loop (naar De Rijt) Schelpven De Lei

Opp (ha) 1311,62 432,34 323,32 219,05 141,09 114,25 76,71 69,02 67,83 54,91 54,42 47,43 32,03 26,75 15,50

De Winkelbeemden in Hooge Mierde is het enige beekdalgebied dat nog over is. In Lage Mierde zijn dat nog de Heiligengeest Beemden (voornamelijk wei- en hooilanden langs de Raamsloop van Lage Mierde) en de Heivelden (bouw- en weiland).1

1

Steen voor steen, 1999, nr. 12, p. 16-20 15

6.2 Rijt Begin van een beekdal, vaak in kwelzone, vaak mierassig of venig en met een afsnoering eer het eigenlijke dal begint. Aan de uitlopers van deze dalen en hun zijdalen kwamen rijten voor: plaatsen waar het water uit de bodem komt aan de kop van zo’n dal, wat meestal een erg natte plek opleverde. Ik heb er 4 onderscheiden met een gezamenlijke oppervlakte van 109 hectare, maar mogelijk levert een toponymische studie van het gebied nog een reeks andere rijten op! Uniek nr 7.6.2.019 7.6.2.011 7.6.2.022 7.6.2.023

Naam (Eind Smitsstraat) De Rijt (bij Voortstraat) (bij Kippeneind)

Opp (ha) 67,31 31,92 5,83 3,71

6.3 Waterscheiding 7.6.3.001 Waterscheiding Reusel Dwars door Reusel loopt de waterscheiding tussen het stroomgebied van de Dommel en dat van de Nete, of ruimer gezien: tussen Maas en Schelde. Op de kaart is aangegeven waar die loopt. In Reusel heeft men de waterscheiding doorgegraven, zodat de Postelse Moeren nu ook noordwaarts afwateren. Dat is een typisch fenomeen voor (ex-)veengebieden, die je bijvoorbeeld ook tussen Nieuwmoer en Achtmaal kunt aantreffen.

16

Thema: 7 Beken De beken in Reusel – De Mierden zijn merendeels ‘genormaliseerd” ofwel rechtgetrokken. Op deze kaart is echter hun kronkelende gedaante weergegeven en dat op basis van de kadasterkaarten van ca 1828. Een probleem is de naamgeving van de beken, niet alleen hier maar in heel de Kempen. Soms verandert een beek al binnen één oude gemeente van naam, in de regel gebeurt dat zodra de beek een gemeentegrens oversteekt. Zo is de naam “Grote Beerse” een meer regionale naam voor hetzelfde water dat binnen Bladel kortweg “Aa” heet. Omdat er zoveel beekjes zijn die “Aa” heten, voeg ik daar een kenmerkende plaatsnaam aan toe. Voor weer andere beekjes geeft de kadasterkaart geen naam. Daar is de naam ontleend aan latere topografische kaarten. Vaak heten de beken tegenwoordig wéér anders: hier staan dus de oude namen voorop! 7.1. Beekloop De eigenlijke natuurlijke beek. Op de kadasterkaarten is in de regel goed te zien tot waar een beek stroomopwaarts natuurlijk is (bochten!). Daarop sluiten dan gegraven, mestal rechte, waterlopen aan, aangelegd bij de ontginning van de heide. Die rechte stukken horen tot het cultuurlandschap. In totaal zijn 11 beken en beekjes onderscheiden, met een totale lengte van ruim 36 kilometer binnen de grens van Reusel – De Mierden. Uniek nr 7.7.1.017 7.7.1.016 7.7.1.019 7.7.1.001 7.7.1.015 7.7.1.014 7.7.1.021 7.7.1.022 7.7.1.013 7.7.1.018 7.7.1.020

Naam Hulselse Stroom Mierdense Aa Reuselse Aa Raamloop Belevense Loop Breedvense Loop Rouwenbochtloop (Voortloop) (bij Twisselt) Kleine Vijver Hoevens Loopje

Lengte 8531 8130 4338 3211 2892 2745 2706 1183 1047 789 458

7.2 Oude meander Dit zijn reeds in een vroeg historisch of zelfs prehistorisch stadium afgesnoerde meanders. Vaak half open en half verland met veen of dichtgroeiende boerenkuilen. 7.7.2.1 Oude meanders van de Reusel Oude meanders van de Reusel in bos ten Noorden van de Buitenman en ten Westen van de Reusel Afbeeldingen: - Foto van de oorsprong van de Reusel in “Reuzel ligt midden in ’t vèèreke”, p. 94 7.3 Overstromingsgebied Soms belandt een beek in een erg vlak gebied waar amper nog van een dal sprake is: zo’n gebied kon gemakkelijk onder water schieten. Iets dergelijks ook bovenstrooms van bijna-afknellingen van beekdalen door dekzandruggen. Dergelijke overstromingsgebieden zijn wel eens “gecultiveerd” tot een “vloed” bij een watermolen. Die “vloed” noteren we bij het cultuurlandschap, het natuurlijke fenomeen van de overstromingsvlakte noteren we onder fysisch landschap.

17

Thema: 8 Moeren op het Hoge

Van deze moeren op het hoge blijkt op de moderne geomorfologische en bodemkaart niets meer. Ze zijn via archiefonderzoek gevonden en gereconstrueerd. Hierbij zijn de waterhoudende vennen volgens de kadasterkaarten alle opgenomen. Een aantal vennen draagt namen met de naamselementen “klot”, “wit”, “zwart” erin: daar is zeker turf gestoken of gebaggerd. Andere dragen namen die op leemwinning duiden. Opvallend is dat heel wat vennen op de topografische kaart niet vol water staan en dat die kaart weer enkele vennen tekent die op de kadasterkaart niet aangegeven zijn. Kennelijk was de waterstand lokaal nogal wisselend van jaar op jaar!

8.1. Ven Natuurlijk open water op oude kaarten, zoals kadaster. Hier gegraven poelen in het cultuurlandschap. Sommige vennen(groepen) werden omgebouwd tot viskwekerij. De vennen noteren bij fysisch landschap; de viskwekerijen bij cultuurlandschap. Vennen ontstonden deels door het leeggraven van met veen gevulde laagten. In veel vennen werd nog recent van de bodem “klot”, goeie turf, gewonnen. Er zijn 65 vennen opgenomen, met een totale oppervlakte van bijna 374 hectare. Enkele vennen strekken zich ook een eindje over de gemeentegrens uit. De grootste vennen waren het Groot Goor (nu landgoed De Utrecht) met 46 hectare en het Bele-ven in het westen van Mierde met 37 hectare. In het noorden lagen tegen de Midden-Brabantse dekzand rug enkele grote vennen zoals de Grote Flaas en Het Goor. Sommige namen (zoals Zwartven) komen binnen de gemeente meermaals voor voor heel verschillende vennen. Uniek nr 7.8.1.073 7.8.1.108 7.8.1.055 7.8.1.054 7.8.1.091 7.8.1.047 7.8.1.099 7.8.1.083 7.8.1.096 7.8.1.089 7.8.1.101 7.8.1.090 7.8.1.103 7.8.1.115 7.8.1.058 7.8.1.078 7.8.1.061 7.8.1.060 7.8.1.094 7.8.1.070 7.8.1.076 7.8.1.081 7.8.1.057 7.8.1.110 7.8.1.059 7.8.1.084

Naam Het Groot Goor Beleven Grote Flaas Het Goor Kruisven Beir Scholten Kippeneindse Vijver Eende Goor Rietgoor Molenvijver Weijereindse Vijver Kleine Vijver Moerven Bertelsvijver De Nieuwe Meer Grondeloze Moer Oude Meer (bij Karneijkven) Grote Turfbroekse Vijver Panneven Twisseltse Wouwer Groot Turfgoor Wurfenbosven Groot Zwart Goor Karneijkven Zwartven

Opp (ha) 45,52 37,40 25,71 23,72 18,18 16,14 13,45 12,78 12,36 11,11 8,63 8,00 7,85 7,34 6,89 6,52 5,90 5,87 5,82 4,94 4,67 4,29 3,91 3,88 3,86 3,83 18

7.8.1.087 7.8.1.072 7.8.1.107 7.8.1.106 7.8.1.079 7.8.1.064 7.8.1.062 7.8.1.075 7.8.1.067 7.8.1.056 7.8.1.082 7.8.1.093 7.8.1.095 7.8.1.077 7.8.1.102 7.8.1.097 7.8.1.109 7.8.1.116 7.8.1.066 7.8.1.114 7.8.1.086 7.8.1.071 7.8.1.111 7.8.1.025 7.8.1.113 7.8.1.074 7.8.1.065 7.8.1.080 7.8.1.085 7.8.1.092 7.8.1.112 7.8.1.088 7.8.1.098 7.8.1.069 7.8.1.100 7.8.1.105 7.8.1.068 7.8.1.063 7.8.1.104

De Rijt Aanrijtven Boorkuilen Galgewater De Moerbleek Roodven Kromhuisven De Flaas Zwartven Kleine Flaas Klein Turfgoor Kleine Turfbroekse Vijve Zwartven* Kleine Vijver Warvenven (bij het Rietgoor) Klein Zwart Goor Heideven (in Hulselse Heide) (bij Paalven) Brouwketel (bij Panneven) Kraneven bij Leemskuilen-W (bij Paalven) (op grens bij Groot Goor) Klein Roodven (bij Moerbleek) Het Voortje (bij Kruisven) Paalven (bij Molenvijver) (bij het Rietgoor) (bij Poppelse Dijk) (aan weg naar Postel) (aan Hoevense Loop) (bij Poppelse Dijk) (bij Braakhoek) (bij Warvelven)

3,48 3,39 3,29 3,29 3,07 2,98 2,88 2,72 2,63 2,43 2,25 2,12 2,00 1,78 1,74 1,72 1,69 1,69 1,58 1,58 1,54 1,52 1,48 1,45 1,45 1,43 1,21 1,08 0,95 0,86 0,77 0,71 0,67 0,64 0,35 0,22 0,20 0,08 0,05

* Het Zwartven aan het Turnhoutsepad is een van de grootste restanten van de Turnhoutse en Reuselse heide. Het is een beschermd natuurmonument sinds 1992 van 54 hectare groot. In 1995 zijn maatregelen genomen om de oorspronkelijke flora en fauna terug te brengen. Vlak bij het Zwartven ligt Den Hogen Duin, oorspronkelijk stuifzandduinen. De Brouwketel was in een ver verleden een ven en is sinds 2000, toen het akker was, weer aan de natuur teruggegeven. Nabij het gebied ligt recreatiecentrum het Zwartven.2 Ten zuiden van Het Zwartven en De Brouwketel lag vroeger nog het ven De Rijt.

8.2 Moeras Moerassige gebieden waarvan niet duidelijk is dat het ooit veengebieden waren.

2

Steen voor Steen, 1996, nr. 3, p. 12-15; Steen voor Steen, 2003, nr. 22, p. 18-22 19

De geomorfologische kaart geeft ook “moerassige” gebieden aan. Deze zijn overgenomen in de subcategorie 8.2 “Moerassig”. Het betreft vier plekken, samen 131 hectare, maar het merendeel betreft het natte gebied van de Grote Flaas en Het Goor in het noorden Uniek nr 7.8.2.117 7.8.2.122 7.8.2.129 7.8.2.123

Naam Grote Flaas - Het Goor Panneven vennetje Peelse Heide in Hulselse Akker

Opp (ha) 121,75 7,81 0,97 0,93

In 1986 wordt 22 ha landbouwgrond en 13 ha bos in het Torenbroek verkocht aan Staatsbosbeheer. Dit gebied vormt een onderdeel van natuurreservaat Het Goor. Het moet als bufferzone fungeren tussen Het Goor en de landbouwgronden en als fourageergebied dienen voor dieren. 3

8.3 Veengebied actueel Gebieden waar ooit in de laatste 5000 jaar veen aan de oppervlakte lag. Aantoonbaar leeggeturfde vennen (niet omwille van de klot) horen er ook bij. Meestal in pleistocene laagten, maar het veen kon zich van daaruit ook verbreiden over de vlakkere omgeving. Het meeste veen is in de middeleeuwen en daarna weggegraven: het gaat dan om een reconstructie! Zowel de geomorfologische kaart als de bodemkaart geven gebieden aan waar thans ondiep in de bodem nog veen of een moerige laag aanwezig is. Deze gronden zijn samen genomen in de subcategorie 8.2: “Veen, actueel”. Binnen Reusel – De Mierden betreft het 5 gebieden, maar eigenlijk 3: onderdelen van de Postelse Moeren en nog twee. Samen is dat 180 hectare. Uniek nr 7.8.3.133 7.8.3.134 7.8.3.131 7.8.3.132 7.8.3.136

Naam Postelse Moeren Postelse Moeren Groot Goor Beleven Postelse Moeren

Opp (ha) 62,85 58,89 27,69 25,86 5,19

8.4 Veengebied verdwenen Gebieden waar ooit in de laatste 5000 jaar veen aan de oppervlakte lag. Aantoonbaar leeggeturfde vennen (niet omwille van de klot) horen er ook bij. Meestal in pleistocene laagten, maar het veen kon zich van daaruit ook verbreiden over de vlakkere omgeving. Het meeste veen is in de middeleeuwen en daarna weggegraven: het gaat dan om een reconstructie! Voor het verdwenen veen is een schatting gemaakt van plekken waar vroeger veen gelegen kan hebben. Daarvoor zijn onder meer de namen van de vennen uit 1828 benut. Namen met daarin de elementen wit, zwart, goor, moer, turf, klot wijzen hoogstwaarschijnlijk op plekken waar ooit veen zat dat intussen opgeruimd is. Voor de omvang van de Postelse Moeren en omgeving is nader gekeken naar de terreinhoogten. Zo komt daar een gebied van ongeveer 465 ha uit de bus, deels in België gelegen. Turfvaarten zijn hier niet geweest: de turf werd per kar afgevoerd. Het gaat om 20 plekken, met een totale oppervlakte van 254 hectare. Aansluitend ligt ten zuiden van de gemeente nog een hier niet meegeteld deel van de Postelse Moeren dat 159 hectare groot gedacht wordt. Uniek nr 7.8.4.135 7.8.4.140 3

Naam Torenbroek Postelse Moeren

Opp (ha) 97,31 67,57

Anonymus, 1997, 71. 20

7.8.4.166 7.8.4.163 7.8.4.137 7.8.4.165 7.8.4.152 7.8.4.160 7.8.4.154 7.8.4.156 7.8.4.138 7.8.4.158 7.8.4.157 7.8.4.155 7.8.4.161 7.8.4.139 7.8.4.162 7.8.4.153 7.8.4.159 7.8.4.164

Groot Goor Rietgoor Postelse Moeren Moerven Grondeloze Moer Groot Turfgoor Groot Zwartgoor Zwartven Postelse Moeren De Moerbleek De Flaas Zwartven Klein Turfgoor Postelse Moeren Zwartven Klein Zwartgoor (bij Moerbleek) (bij Rietgoor)

19,24 12,36 9,31 7,85 6,52 4,29 3,88 3,83 3,40 3,07 2,72 2,63 2,25 2,18 2,00 1,69 1,08 0,67

Afbeeldingen: - Foto van de Moeren en Kleine Cirkel “De Mens Leeft niet van Brood Alleen”, tussen p. 43/44 en p. 94/95.

21

Thema: 9 Heide In de Volle Middeleeuwen werd een begin gemaakt met plaggenbemesting. Heide en grasplaggen werden vermengd met de mest van het vee. Eerst gebeurde dit in de openlucht, later in zogenoemde potstallen. Hierdoor ontstonden vruchtbare, humeuze akkerbodems. Rond 1850 bestond Kempenland nog voor tweederde uit woeste gronden, vooral heide. In de periode 1850-1940 hebben zich ingrijpende veranderingen voorgedaan in het grondgebruik in de Kempen. De woeste gronden werden ontgonnen. Tot aan het einde van de 19de eeuw was er vooral sprake van grootschalige bosaanplant. Rond het jaar 1900 kwamen, me name dankzij een meer algemeen gebruik van kunstmest, grootschaliger heideontginningen op gang. Rond 1940 waren van de grote heidevelden nog maar enkele grotere gebieden over. Na de Tweede Wereldoorlog werden nog meer heidegronden in cultuur gebracht. Bij de reconstructie van het historisch landschap is gebruik gemaakt van drie referentieperiodes, drie ijkpunten (circa 1830, 1900, 1930), waardoor de ontwikkeling van het landschap gestalte krijgt. Aan de hand van het historisch kaartmateriaal uit betreffende periodes kon de ontwikkeling van het landschap, in dit geval de heide, in kaart worden gebracht.4 9.1. Hei in 1840 Uniek nr

Naam

Plaats

7.9.1.039

Mispeleindse Heide

Lage Mierde

7.9.1.040

Molenheide

Hulsel

7.9.1.041

Peelsche Heide

Reusel

7.9.1.042

Torenbroek/Turnhoutse Heide

Hooge Mierde

7.9.1.043

Wellenseindsche Heide

Lage Mierde

7.9.1.044

Welsche Heide

Hoge Mierde

7.9.1.045

Rijtsche Heide

Reusel

7.9.1.046

Turnhoutsche Heide

Hooge Mierde

9.2. Hei in 1900 In het begin van de 20e eeuw werd Reusel omringd door onafzienbare heidevelden, zoals de “Grote Heide” met een totale oppervlakte van 870 ha en de “Belevense Heide” met een oppervlakte van 170 ha.5 De Wellenseindsche Heide en het Panneven in Hooge Mierde zijn gemeentebossen. 6 Den Houter in Lage Mierde bestaat voor een deel uit heideterrein. Uniek nr

Naam

Plaats

7.9.2.100

Mispeleindse Heide

Lage Mierde

7.9.2.101

Hulselsche Heide

Hulsel

7.9.2.102

De Hoeven

Reusel

7.9.2.103

Rootvensche Heivelden

Reusel

7.9.2.104

De Heibloem

7.9.2.105

Weijereind

Reusel

7.9.2.106

Koppenaardsche Heide

Reusel

7.9.2.106

Torenbroek/Turnhoutse Heide

Hooge Mierde

4 Historisch kaartmateriaal: 1832: kadaster 1832; 1838: topografie 1837-1840. Uit de reproductie Wolters-Noordhoff, 1990; 1845: Topografie ca 1845: Van der Voordt-Pieck, Van der Kuijl. 1845; 1900: Topografie ca 1900 Wieberdink, 1989. Dit zijn de Bonneblaadjes. 5 Veertien-achttien, bijdragen tot de kennis van het Reusels heem, p. 12 6 Caspers e.a., 1999, 125. 22

7.9.2.108

Peelsche Heide

Reusel

7.9.2.109

Rijtsche Heide

Reusel

7.9.2.110

Belevensche Heide

Reusel

7.9.2.111

Reuselsche Heide

Hooge Mierde

7.9.2.112

Molenheike

Reusel

7.9.2.113

Hulselsche Heide

Hulsel

7.9.2.114

Molen Heide

Hulsel

7.9.2.115

Hongerensche Heide

Hooge Mierde

7.9.2.116

Turnhoutsche Heide

Hooge Mierde

7.9.2.117

Weldsche Heide

Hooge Mierde

7.9.2.118

Weldsche Heide - in ontginning

Hooge Mierde

7.9.2.119

Teulder Heide - in ontginning

Hooge Mierde

7.9.2.120

Teulder Heide

Hooge Mierde

9.3. Hei in 1930 Uniek nr

Naam

Plaats

7.9.3.033

Teulder Heide

Hooge Mierde

7.9.3.034

Teulder Heide

Hooge Mierde

7.9.3.035

Tunrhoutsche Heide

Hooge Mierde

7.9.3.036

Reuzelsche Heide

Hooge Mierde

7.9.3.037

Belevensche Heide

Reusel

7.9.3.038

Mispeleindse Heide

Lage Mierde

7.9.3.039

Hulselsche Heide

Hulsel

7.9.3.040

Rijtsche heide

Reusel

7.9.3.041

Hulselsche Heide

Hulsel

7.9.3.042

Peelsche Heide

Reusel

23

Thema: 11 Restbossen

11.1 Restbos Bossen die kennelijk de bos-vijandige middeleeuwen overleefden en pas daarna sneuvelden of misschien zelfs nog bestaan. 7.11.1.001 t/m 7.11.1.040 Restbos Reusel De Mierden Bij de reconstructie van het restbos is gebruik gemaakt van historisch kaartmateriaal vanaf 1830 t/m 1930. Daar waar op alle kaarten bos voorkwam zijn aangemerkt als restbos. 7

11.2 Ecologisch oud bos8 Een oude boskern is een bos dat tenminste voorkomt op topografische kaarten van ca. 1840 en waar een deel uit inheemse bomen of struiken bestaat. Inheems zijn de bomen en struiken die zich sinds de spontane vestiging na de laatste IJstijd (vanaf ca. 13000 jaar geleden) ter plekke altijd natuurlijk hebben verjongd. Ze kunnen ook kunstmatig verjongd zijn, maar dan moet het plantmateriaal afkomstig zijn van strikt lokaal oorspronkelijke bomen of struiken. Dit betekent dat bomen en struiken die als soort wel inheems zijn, maar ingevoerd werden uit een andere klimaatszone of geologische regio niet als inheems worden aangemerkt. Plantmateriaal uit direct aangrenzende gebieden (ook over landsgrenzen) kan daarentegen wel als oorspronkelijk inheems worden gedefinieerd, als het verder voldoet aan de definitie. Aangeplante bomen en struiken zijn niet zonder meer te onderscheiden van hun inheemse verwanten. Ervaren veldwerkers kunnen wel heel wat morfologische verschillen vaststellen, maar in de praktijk worden inheemse bomen en struiken onderscheiden door middel van een aantal parameters of criteria. De werkwijze hiervoor is ontwikkeld door Maes.9 De criteria hebben betrekking zowel op de boom zelf als op de groeiplaats. Soms bieden archieven of herinneringen van omwonenden hulp.

Een nieuwe hulpbron is kennis van het DNA met behulp waarvan inheemse genenbronnen kunnen worden gekarakteriseerd. De belangrijkste criteria die de groeiplaats betreffen:  het landschapselement komt voor op de historische topografische kaart van ca. 1830-1850 of ouder;  het landschapelement komt op latere topografische kaarten voor, maar er zijn duidelijke aanwijzingen dat er vanuit oudere landschapselementen in de buurt uitzaaiing heeft plaats gevonden;  het landschapselement maakt in het veld een oude en ongestoorde indruk;  het bodemtype en de groeiplaatsomstandigheden komen min of meer overeen met de natuurlijke standplaats van de soort;  de bodem maakt een ongestoorde indruk;  de boom of struik komt voor in het ter plaatse natuurlijke of afgeleide vegetatietype;  er zijn plantensoorten aanwezig in de boom-, struik- of kruidlaag die indicatief zijn voor oude bosplaatsen of houtwallen. Hierbij wordt een lijst gehanteerd zoals die voor de bossen van Vlaanderen is opgesteld door M.

Hermy (Tack et al., 1993), aangevuld met soorten die representatief zijn voor Nederland;  de standplaats ligt binnen het natuurlijke verspreidingsgebied van de betreffende soort;  in de omgeving komt de betreffende soort voor op vergelijkbare standplaatsen;  in of nabij de standplaats komen oude natuurlijke of cultuurhistorische elementen voor zoals beekmeanders, wallen, greppels, graften, holle wegen en oude perceelsgrenzen. 7

Historisch kaartmateriaal: 1832: kadaster 1832; kadaster 1832; 1838: topografie 1837-1840. Uit de reproductie WoltersNoordhoff, 1990; 1845: Topografie ca 1845: Van der Voordt-Pieck, Van der Kuijl. 1845; 1900: Topografie ca 1900 Wieberdink, 1989. Dit zijn de Bonneblaadjes. 8 Bestanden Bert Maes 2010. 9 Maes, 1993.

24

De belangrijkste criteria die de boom of struik zelf betreffen:  de boom of struik is een wilde inheemse variëteit, geen cultuurvorm;  de boom of struik maakt een spontane en niet-aangeplante indruk;  het betreft een zichtbaar oude boom of struik, een oude stoof van voormalig hakhout of spaartelg (op enen gezet);  DNA onderzoek geeft indicaties over de autochtoniteit. Overige criteria  uit archieven blijkt een hoge ouderdom van de groeiplaats of zijn er indicaties voor het autochtone karakter;  uit mededelingen van bewoners ter plaatse blijkt een hoge ouderdom van de groeiplaats;  uit archeo-botanisch- of archeologisch onderzoek volgen indicaties voor het autochtone karakter. In de praktijk gaan zelden alle criteria tegelijk op. Op verarmde plaatsen bijvoorbeeld zullen indicatieve kruiden ontbreken. Er is ook niet altijd sprake van oude bomen of oud hakhout. Het uitsluiten van typische tuinvariëteiten is nog wel mogelijk, maar determinatie van wilde variëteiten is alleen met veel veldervaring soms mogelijk. De criteria dienen ook in samenhang met elkaar gebruikt te worden. De groeiplaatsen van autochtone bomen en struiken worden in het veld aangegeven op een veldkaart met topografische ondergrond, schaal 1:10.000.

Op het inventarisatieformulier worden opgenomen:  gegevens betreffende de standplaats (topografie, geomorfologie, bodem, vegetatietype, indicatieve kruiden e.d.);  gegevens over het beheer;  de karakteristieke bomen en struiken (Tansleypresentie, inheems karakter, omtrek, hoogte, optreden van verjonging);  gegevens ten behoeve van de oogst van vruchten of zaden (bloei, vruchtzetting, mate van bereikbaarheid). De in de rapportage opgenomen soorten en groeiplaatsen zijn steeds in het veld bezocht en bestudeerd. In de praktijk is gebleken dat er in bestaande inventarisatierapporten ten aanzien van een aantal soortengroepen onvoldoende zekerheid bestaat over de determinatie of dat er sprake is van onzorgvuldige determinatie. Dit geldt voor geslachten als Betula, Quercus, Crataegus, Prunus, Salix, Rosa en Ulmus. Uniek nr

Naam Kruisvelden/ Vogelenzang

Aantal ha

7.11.2.144

Hoge Weg

0,43

7.11.2.145

Twisseltse Baan

1,05

7.11.2.146

Twisseltse Baan

0,30

7.11.2.147

Beekakkersweg

2,03

7.11.2.148

Hoolstraat

0,18

Oude wal langs bosrand met eikenspaartelgen Oude moerasbosje langs beekloop met grote elzenstoven Bosje met grote essenhakhhoutstoven

7.11.2.149

Lindehoeve

0,17

houtwal met voormalig eikenhakhout

7.11.2.150

Hulselse Dijk

0,09

7.11.2.154

Wellenseind

59,12

7.11.2.155

Wellenseind

0,48

oude wal met eikenspaartelgen en hakhout beekbegeleidend bos met voormalig hakhout van eik, els en es. Salix aurita en Myrica gale. houtwal langs bosrand met voormalig eikenhakhout

7.11.2.156

Elzenhoeve

0,12

7.11.2.157

Dunse Dijk

1,56

7.11.2.143

2,61

Toelichting Bosrand langs beek met spaartelgen en voormalig hakhout. Myrica gale en Salix aurita Relict van oude boskanten met hakhout en Alnus glutinoa Bosje met eikenspaartelgen en voormalig hakhout

doorgegroeid relict van oude haagbeukheg oud moerasbos langs beekloop met voormalig hakhout van els, es en eik. Ribes nigrum en Salix aurita. 25

7.11.2.158

De Bus

0,80

7.11.2.159

De Bus

1,49

7.11.2.251

De Hoef

0,02

twee bosjes langs beekloop met voormalig hakhout van els en eik. bosje langs beekloop met eikenspaartelgen en hakhout. Salix aurita oude beukhaagrelict met vlechtrelict

7.11.2.147 Restbos Beekakkersweg Dal van de Reusel in bezit van het Noordbrabants Landschap. Ligt ten westen van de oude weg tussen Hooge en Lage Mierde bij het gehucht Kuilenrode waar de Reusel onder de weg door stroomt. Het is een klein reservaat van 2 hectare en het terrein is vrij ontoegankelijk. Het bestaat uit opgaand eikenbos dat in de richting van de beek overgaat in een rietveldje. 10

10

Caspers, 1999, 125. 26

2. Inventarisatie historisch landschap – Reusel-De Mierden V. Mes11

2.1 Algemeen De huidige gemeente Reusel-De Mierden werd op 1 januari 1997 gevormmd uit de gemeenten Hooge en Lage Mierde (4672 hectare) en Reusel (3106 ha.). Verder nog twee kleine hoekjes van Bladel eb Netersel (4 ha) en Hilvarenbeek (20 ha), terwijl er 4 ha verloren ging aan Hilvarenbeek en 45 ha aan Bladel. Deze oude gemeenten hadden sinds hun vorming rond 1810 geen veranderingen meer ondergaan. Voordien bestond Hooge en Lage Mierde uit de afzonderlijke dorpsgemeenschappen van Hooge Mierde, Lage Mierde en Hulsel. In historische zin bestaat de huidige gemeente dus uit vier oude “dorpen” zoals onderstaand kaartje laat zien.

11

I.s.m. Heemkundewerkgroep Reusel en Heemkundegroep De Mierden. 27

Inwoners Inwoners Inwoners Inwoners Inwoners Inwoners 1438 1496 1526 1795 1899 eind 1996 Hooge Mierde Lage Mierde Hulsel Reusel Totaal

1005 bij HM bij HM 590

675 bij HM 220 525

440 390 265 635

1595

1420

1730

422 390 249 800 1861

506 483 279 623 1891

4225 bij HM bij HM 8165 12390

De bevolkingsontwikkeling van Reusel-De Mierden is nogal opvallend. Hooge Mierde telde in 1438 1000 inwoners, maar ging daarna terug naar 400 tot 500. Lage Mierde had eerrst minder dan 400 inwoners, maar groeide in de 19e eeuw naar bijna 500. Hulsel schommelde rond de 250. De gemeente Hooge en Lage Mierde zag haar bevolking in de 20ste eeuw ruim verdrievoudigen. Reusel telde steeds rond de 600 inwoners, met een lage uitschieter in 196 en een rare hoge in 1795. In de 20ste eeuw nam hier de bevolking toe met een factor 13! Reulsel – De Mierden In 1997 is Reusel-De Mierden ontstaan uit de gemeenten Reusel en Hooge en Lage Mierde.

Het wapen kwam tot stand door de keuze van inwoners, die een herkenbaar landschapje verkozen boven authenticiteit en historische verankering. Bij Koninklijk Besluit van 2 juli 1998 nr. 98.003356 werd als wapen verleend: “In azuur een korenschoof, uit de rechter bovenhoek beschenen door een zon tussen twee wolken, alles van goud.” 12 Hooge en Lage Mierde en Hulsel Naam De naam weerspiegelt de samenstelling van de gemeente uit de drie oude dorpsgemeenschappen Hoge Mierde, Lage Mierde en Hulsel. Tussen 1811 en 1904 heette de gemeente inderdaad Hooge en Lage Mierde en Hulsel, daarna Hooge en Lage Mierde. De vroegste vermelding van de naam Mierde dateert van rond 1200 en luidt Myrtha. In 1474 NederMyrde, 1530 Mierde Inferior. Volgens Van Berkel en Samplonius is de naam waarschijnlijk afgeleid van mier ‘moeras’met toevoeging van –ithi, zodat de naam Mierde betekent: de plaats van de moerassen. 13 Gebied Het grondgebied van de voormalige gemeente Hooge en Lage Mierde en Hulsel viel samen met dat van de drie gelijknamige statendorpen, gelegen in het Kwartier van Oisterwijk. Zij vormden samen een hertogelijke schepenbank. Per 1 januari 1997 ging de gemeente op in de gemeente Reusel-de Mierde. Wapen

12 13

Melssen, 1997bc, 1999, 2000. Van Berkel en Samplonius, 1995, 130. 28

De inwoners van Mierde kregen in of voor 1340 privileges van de hertog van Brabant. De oudste bewaard gebleven schepenakte van Mierde dateert van 1350, waaraan een zegel heeft gehangen met het omschrift “sigillum scabinorum libertatis de Mierde.” Van dit zegel zijn afdrukken uit 1445 en 1550 bekend. Zij vertonen Sint-Steven, die met de rechterhand het gevierendeelde wapen van Brabant en Limburg vasthoudt en in de linkerhand een steen draagt. Op latere zegelafdrukken zal het wapenschild moeilijker te onderscheiden zijn geweest, zodat de burgemeester van Hooge en Lage Mierde op 6 december 1815 aan de gouverneur van Brabant meedeelt, dat de gemeente een stempel had bezeten, waarin "St. Stephanus [was afgebeeld] omringd met de woorden: de vrijheid van Mierden" voorkwam. Op de tekening, die een rond stempel voorstelt, komt de heilige voor, staande voor een heuveltje. Linksboven schijnen stralen uit een zon of wolk. Het bij diploma van 16 juli 1817 aan de "Gemeente van Mierden" bevestigde wapen is omschreven als volgt: "van lazuur, beladen met St. Stephanus, staande op een terras, uit de regter bovenhoek beschenen door een zon, alles van goud ". De kleuren zijn de rijkskleuren.14 Historische beschrijvingen 1811 "De grond is er buitengewoon schraal en zandig., er groeit bijna niets op als rogge, boekweit en veel zwarte haver of een mindere soort van haver.

Bossen noch weiden worden hier gevonden. Fabrieken of trafieken zijn hier onbekend. Er is maar een molenaar en een bakker. In de dorpen vindt men geen enkele dokter, chirurgijn of vroedvrouw." 1900 Hooge en Lage Mierde wordt ingesloten door Hilvarenbeek, Oost-Westel-en MiddenBeers, Bladel en Reusel en de Belgische provincie Antwerpen. De gemeente bestaat voornamelijk uit zand. De landbouw is het hoofdbedrijf van de landbouw. Er zijn 3 dorpen: Lage Mierde, Hooge Mierde en Hulsel. 1950 De gemeente staat bekend als de meest boerse gemeente van Brabant: 35% van de bevolking is werkzaam in de landbouw. Na de opkomst van het massatoerisme werd de recreatie een belangrijke bestaansbron. In de gemeente ontstonden diverse grote campings. De gemeente die zelf over veel bosgrond en vennen beschikt, grenst aan het uitgestrekte landgoed De Utrecht.

Hooge Mierde Naam Hooge Mierde ligt hoger dan Lage Mierde. Gebied Hooge Mierde ligt ten westen van de beken Mierdense Aa en Belevense Loop. Dorp Hooge Mierde was een hertogsdorp, na 1648 een Statendorp, in het kwartier van Oisterwijk in de Meierij van ´s-Hertogenbosch.. Samen met Lage Mierde en Hulsel werd het door één schepenbank bediend, waarin 3 leden uit Hooge Mierde zaten. Het dorpsbestuur bestond uit die drie schepenen, een burgemeester, vier gezworenen en vier bedezetters.15

14

Originele wapendiploma in RHCe, THA, Atlantisnr. 24002. Rapport betreffende herziening van de wapens van gemeenten en de instelling van wapens voor de dorpen in het Samenwerkingsgebied Regio Midden-Brabant [Noordbrabantse Commissie voor Wapen- en Vlaggenkunde, november 1993]. Van Asseldonk, 2003, 265 en 282-283. 15 Sanders e.a., 1996, 371. 29

Lage Mierde Naam Lage Mierde ligt lager dan Hooge Mierde. Gebied Lage Mierde ligt tussen de beken Mierdense Aa en Hulselse Stroom, met daarbij het gebied van Braakeind en Mispeleind en de heide ten noorden daartvan. Dorp Lage Mierde was een hertogsdorp, na 1648 een Statendorp, in het kwartier van Oisterwijk in de Meierij van ´s-Hertogenbosch. Samen met Hooge Mierde en Hulsel werd het door één schepenbank bediend, waarin 2 leden uit Hooge Mierde zaten. Het dorpsbestuur bestond uit die twee schepenen, een burgemeester, twee gezworenen en twee bedezetters.16

Afbeelding: Kadasterkaartoverzicht uit 1832 van De Mierden. Hulsel Naam Hulsel wordt al genoemd in 710 als Hulislauum en in 1136 als Hulsela. Volgens Van Berkel en Samplonius is de naam waarschijnlijk afgeleid van laum, bosjes op hoge zandgrond en de oude boomnaam van de hulst.17 Vanwege de –sel uitgang worden Reusel en Hulsel tot de Acht Zaligheden gerekend.18

16

Sanders e.a., 1996, 385. Van Berkel en Samplonius, 1995, 106. 18 MIP Hooge en Lage Mierde, p. 10 en 14 , www.rhc-eindhoven.nl (Reusel / Hooge en Lage Mierde), www.reuseldemierden.nl 30 17

Gebied Hulsel beslaat de zuidoosthoek van de latere gemeente Hooge en Lage Mierde Dorp Hulsel was een hertogsdorp, na 1648 een Statendorp, in het kwartier van Oisterwijk in de Meierij van ´s-Hertogenbosch. Samen met Hooge en Lage Mierde werd het door één schepenbank bediend, waarin 2 leden uit Hulsel zaten. Het dorpsbestuur bestond uit die twee schepenen, een burgemeester, twee gezworenen en twee bedezetters. 19 Reusel Naam Reusel wordt in 1173 genoemd als Rosolo en Rosele en in 1179 als Rosule. Volgens Van Berkel en Samplonius is de naam waarschijnlijk afgeleid van *rus-ilo, dat is: de ruisende beek.20 Vanwege de – sel uitgang worden Reusel en Hulsel tot de Acht Zaligheden gerekend.21 Gebied Het gebied van de voormalige gemeente Reusel viel samen met dat van het voormalige statendorp Reusel. De gemeente Reusel werd in 1810 gevormd door afscheiding van Bladel en Netersel. Per 1 januari 1997 ging die gemeente op in de gemeente Reusel-de Mierde. In de jaren 1648 – 1785 was de souvereiniteit over Reusel betwist tussen de Republiek en de Zuidelijke Nederlanden. Het Zuiden baseerde zijn claim op de grondheerlijkheid van Postel in Reusel, terwijl het Noorden juist het gebied rond de abdij zelf claimde. In het verdrag van Fontaine Bleau van 1785 werd vastgesteld dat Reusel onder de Republiek hoorde.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=ReuselDeMierden&id=6788e368-0623-45dd-a81f-e04c2b7afd1d