CConstaterende datRenswoude
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag raadscommissie 14 en 16 december 2021

Raadscommissie 25 januari 2022, gemeente RenswoudeBij agendapunt: Vaststelling verslag en besluitenlijst van de openbare vergadering van 14 en 16 december 202122.513 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Sommige aanpassingen zijn er daarom ook om een soort eenduidigheid te hebben.

Pagina 15 van 34

De heer Don vindt het prima om deze verordeningen te actualiseren naar aanleiding van gewijzigde wetgeving en afstemming met Rhenen en Veenendaal. Worden in de praktijk onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden verricht als tegenprestatie in Renswoude en waaraan moet dan worden gedacht? De heer Van Roekel zegt dat het er goed uitziet en dat het wat leesbaarder is gemaakt. De volgorde van de stukken op de agenda is wat onoverzichtelijk. Het zou fijn zijn als voortaan een soort leeswijzer wordt gegeven hoe dit moet worden begrepen. Er is sprake van een stukje verbetering van formuleringen en aanpassingen van zaken waar wettelijk aan moet worden voldaan. Ook worden zaken op papier gezet die al werden gedaan. Op pagina 24 van de was/wordt-lijst Renswoude staat een wijziging op hoe de raad wordt geïnformeerd over het verslag want het wordt nu meegenomen in de P&C-cyclus. Loopt dit nog steeds via de cliëntenraad en wordt de raad via die route geïnformeerd? Op pagina 35 van dit document staan wat tekstuele fouten in de middelste kolom. In de kolom Nieuwe tekst staan wat zaken dubbel. Op pagina 46 van de was/wordt-lijst beleidsregels bij artikel 3 staat verbeterde formuleringen voor de formulering van de uitvaartkosten. Dan wordt gesproken over begrafenis of crematie maar het is beter om te spreken over uitvaart want tegenwoordig heb je ook resomeren.

Mevrouw Daalmeijer vindt het een goede zaak dat er eenduidigheid zit in de stukken in verband met de samenwerking met Veenendaal en Rhenen en dat de verordeningen zijn aangepast aan nieuwe wetgeving. Mevrouw Boer meldt dat de vragen over de Verordening tegenprestaties schriftelijk zullen worden beantwoord. Het verslag wordt niet meer jaarlijks aan de cliëntenraad voorgelegd maar ze wordt wel geïnformeerd en daarom kan ervan worden uitgegaan dat de inhoud ervan niet verandert. Nagegaan zal worden of de tekstuele fouten alleen in de was/wordt-lijst staan of ook in de verordeningen. Nagegaan zal worden of begrafenis en crematie worden genoemd in een van de beleidsregels en of die ooit door het college zijn vastgesteld. Zo ja, dan wordt de opmerking meegenomen in de volgende versie om voortaan over uitvaart te spreken. Conclusie: De voorzitter concludeert dat het voorstel als hamerstuk naar de raad gaat. 11. Stand van zaken projecten De voorzitter meldt dat de portefeuillehouders geen mededelingen hebben. 12. Rondvraag De heer Stutvoet memoreert dat op 12 november een mooie veteranenbijeenkomst is geweest. Daaruit bleek dat veel gemeenten een anjerperkje ergens hebben laten maken. Zou zoiets ook in het centrum van Renswoude vorm kunnen worden gegeven? Burgemeester Doornenbal memoreert dat de heer De Nijs toen die suggestie heeft gedaan.

Naar aanleiding daarvan wordt met een aantal mensen gekeken waar dat vorm zou kunnen worden gegeven. Misschien zou het bij het gemeentehuis kunnen worden gedaan maar het is nog meer ter zake doende bij het monument. Het zou goed zijn als dat voor 4 mei is gerealiseerd en daar zal naar worden gestreefd. De voorzitter zegt dat het mooi zou zijn als de raad hierover ook nog kan meepraten. Vervolgens wordt de vergadering om 22.30 uur geschorst tot donderdag 16 december 2021 19.30 uur.

Pagina 16 van 34

Datum vergadering

16 december 2021

Aanwezig: voorzitter:

de heer A.J. Hoek

secretaris:

de heer M.H.T. Jansen

de leden:

ChristenUnie: de heer T. van Roekel, mevrouw C.M. Veldhuizen en de heer J.H. Verdam VVD: de heren B. Bisschop en D.K.A. van ‘t Sant SGP: de heren H. Hardeman en H.H. van der Schoor Dorpsbelang Renswoude: mevrouw K.J.M. Daalmeijer-Rensen en de heren J.A.M. Dirven, C.E. Eskes en J.B. Stutvoet CDA: de heren T. Schimmel en J.G. Verbeek

tevens aanwezig:

mevrouw M.C. Teunissen-Willemsen (wethouder) alsmede de heer F. van Drie (ambtenaar)

notulist:

de heer J.B. Kammeraad

Heropening vergadering De voorzitter heropent de vergadering op donderdag 16 december 2021 en heet de aanwezigen welkom. Er is vanavond één agendapunt, namelijk ontwerpbestemmingsplan Groot Overeem II en alle indieners van zienswijzen krijgen de gelegenheid om hun zienswijze vanavond toe te lichten. Het is de bedoeling om de accenten uit de zienswijzen toe te lichten en daarna krijgen de commissieleden de gelegenheid om daarover vragen te stellen. Op de zienswijzen zijn concept-antwoorden geschreven door het college maar uiteindelijk moet de raad de zienswijzennota vaststellen. Er zijn 8 insprekers die hun zienswijze willen toelichten. 13. Gelegenheid voor indieners zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Groot Overeem II om zienswijzen mondeling toe te lichten Wethouder Teunissen memoreert dat een behoeftepeiling in 2018 de gemeente ertoe heeft gebracht om de planontwikkeling voor de uitbreiding van het bedrijventerrein ter hand te nemen en ook bij bedrijfsbezoeken werd vaak gehoord dat er behoefte was aan nieuwe bedrijfskavels. De gemeenteraad heeft eind 2019 een voorbereidingskrediet beschikbaar gesteld en dit jaar is een grondexploitatie opgesteld. Eind 2020 is na consultatie van de raadscommissie een voorontwerp bestemmingsplan vastgesteld inclusief een stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteitsplan.

Naar aanleiding van de inspraakreacties zijn met de indieners daarvan gesprekken gevoerd en mede naar aanleiding daarvan zijn de plannen geoptimaliseerd. Medio dit jaar is een ontwerpbestemmingsplan vastgesteld. Het college is benieuwd om vanavond de reacties te horen van de raadsfracties op de zienswijzen en de daarbij door het college voorgestelde beantwoording. De verwachting is dat in januari het bestemmingsplan in de raadscommissie aan de orde komt en dat in februari het bestemmingsplan kan worden vastgesteld. De heer Bakker (Landgoed Wittenoord) zegt op zijn 1e vraag hoe beeldkwaliteit kan worden gehandhaafd dat hij heeft voorgesteld dat door middel van system engineering het heel smart kan worden geformuleerd maar dan komt het antwoord dat dit wordt gebruikt voor civiel-bouwkundige projecten. Dat is niet correct. Het komt uit de luchtvaart en dit wordt tegenwoordig altijd toegepast. Door middel van het formuleren van eisen kan heel makkelijk tot validatie en verificatie worden gekomen. Er wordt gesteld dat het alleen maar wordt

Pagina 17 van 34

gerealiseerd met werken waar één eindresultaat geldt maar ook dat klopt niet. Deze systematiek is er juist voor bedoeld om complexe projecten heel smart aan de eisen te hangen die uiteindelijk ook makkelijk te toetsen zijn. Dit is juist voor de gemeente en voor inschrijvers op bouwplannen een goede methode om heel duidelijk te krijgen wat er wel en niet mag in een bouwproject. Er wordt gezegd met de inschakeling van juiste deskundigheid denken we de beeldkwaliteit in dit project op een goede manier te borgen maar dat is vrij vaag. Het moet juist voor nu en het nageslacht navolgbaar en duidelijk zijn. Je zou met de eigenaren (en dat is onder andere spreker) aan de overkant van de beek in gesprek moeten komen. Die gesprekken worden op dit moment gevoerd maar dat is pas achteraf. Er wordt gezegd dat afspraken niet zijn vereist voor een bestemmingsplan. Dat klopt maar het zou goed zijn dat als de afspraken in het contract niet goed lopen er een plan B is. Dat zou in het bestemmingsplan kunnen worden opgenomen mocht het feit zich voordoen dat gemeente en eigenaren er met elkaar niet gaan uitkomen. Goed is dat de brug naar het landgoed die in de tekening staat is verwijderd. De vraag is hoe de beeldkwaliteit van het nieuwe bedrijventerrein wordt gerelateerd aan Groot Overeem I.

Dan wordt er gesteld dat er genoeg bepalingen zijn opgenomen waarin wordt verwacht dat de kwaliteit van de beekzone geborgd is. In de beekzoneplannen gaat het om flora en fauna. Als nu wordt gekeken hoe de beeldkwaliteit is geborgd in Groot Overeem I kan spreker zich niet voorstellen dat de vleermuis die in Groot Overeem II vliegt moet stoppen bij Groot Overeem I omdat de beeldkwaliteit daarvan niet in orde is. De eisen rondom handhaving moeten duidelijk zijn geformuleerd want anders komen er over een paar jaar problemen over de handhaving op Groot Overeem II. Er is door de eigenaren gepleit voor het uitbreiden van de 20 m zone naar een 50 m zone. Dan is het antwoord dat er geen rendabel bedrijventerrein geëxploiteerd kan worden en dat aan de ondernemers geen uitbreiding van ruimte kan worden geboden. Dit heeft te maken met de inkomsten van de gemeente. Als heel erg wordt geopteerd voor een natuurlijke overgang is eigenlijk 50 m nodig. Het bestemmingsplan zou hierop moeten worden aangepast. Mevrouw Veldhuizen vraagt hoe het plan B eruit zou moeten zien.

De heer Eskes constateert dat de brug inmiddels is vervangen maar is dat vanwege het proces of omdat de eigenaren tegen een brug over de beek zijn? Begrepen wordt dat wordt gezegd dat de beeldkwaliteit beter moet worden gehandhaafd want vanaf zijn kant is Groot Overeem I geen fraai gezicht en dat moet te allen tijde worden voorkomen. Wat is de meerwaarde van een strook van 50 m breed en welke breedte van de strook is voor de heer Bakker minimaal? De heer Bisschop vraagt welke eisen aan de beeldkwaliteit zouden moeten worden gesteld die ook meetbaar worden gemaakt? De heer Van der Schoor vraagt hoe principieel die 20 of 50 m is voor de heer Bakker en of daar ook een grens tussen zit. Hoe zou de heer Bakker de inrichting van die strook willen zien hoewel bij een breedte van 20 m ook voor een zodanige inrichting kan worden gekozen dat dit acceptabel is? De heer Bakker geeft aan dat de beekzone ligt over zijn grond. Als daar met de gemeente niet wordt uitgekomen zou de beekzone moeten worden verlegd en dan komt die meer richting bedrijventerrein. Wat betreft de brug gaat het erom hoe met het onderhoud ervan en met de mensen die de brug gebruiken om het terrein te betreden wordt omgegaan. Er is nu sprake van veel zwerfafval, loslopende honden en dat zal alleen maar toenemen.

Het landgoed dient te worden beschermd omdat er sprake is van mooie fauna en flora en dat moet in stand worden gehouden. Als je gaat vragen wie gaat handhaven als er sprake is van overlast en zwerfvuil, dan kijkt iedereen naar elkaar is gemerkt in de gesprekken. Als een strook van 50 m wordt ingericht met struweel en af en toe wat solitair zou in die zone een hele mooie reeënpopulatie aanwezig kunnen zijn. Met 20 m voelt zo’n ree zich niet blij maar als naar de 50 m wordt gegaan wordt het veel toegankelijker voor dat soort wild. Op dit

Pagina 18 van 34

moment is er sprake van een mooie populatie reewild en dat wordt door de eigenaren alleen maar bevorderd. Smart is het concreet maken wat je wilt. Er zou bijvoorbeeld kunnen worden gesteld dat een gevel niet hoger mag zijn dan 20 m of dat de bedrijfsgebouwen een bepaalde kleur hebben. Zo kunnen eisen en sub-eisen worden geformuleerd die dan heel makkelijk kunnen worden geverifieerd en gevalideerd en dit kan in Jip en Janneke-taal worden opgeschreven zodat iedereen het begrijpt. De heer Knorth (Wittenoordseweg) memoreert dat in de zienswijze aandacht is gevraagd voor de beleidskant zoals is het niet tegenstrijdig dat aan de ene kant van de beek enorm wordt geïnvesteerd in ecologie en aan de andere kant niet. Hij maakt zich zorgen over de natuuronvriendelijkheid van het beleid. Er is aandacht gevraagd voor de faunastand en in het bijzonder de wespendief. Daar is een mooi antwoord op ontvangen maar nog niet gevraagd is aan Nico de Haan hoe hij erover denkt en die maakt zich heel erg zorgen over het leefgebied van de wespendief. De vraag is of de locatiekeuze die 14 jaar geleden is gemaakt nog steeds dezelfde geldigheid heeft en of er geen nieuwe inzichten zijn die er misschien toe zouden kunnen leiden dat het moet worden heroverwogen.

Uit het rapport over de behoefte naar het bedrijventerrein blijkt dat 23 bedrijven van de in totaal 362 aangeschreven bedrijven daar positief op antwoorden. Dat is ruim 6% en geen 40% zoals de Stec-groep opschrijft maar een heel klein percentage heeft dus behoefte aan bedrijfsuitbreiding. Dat onderzoek is 3,5 jaar geleden gehouden en de vraagstelling was gesloten sturend. Men kon eenvoudig ja of nee zeggen tegen die behoeftevraag en dat was het dan ongeveer. De ervaring leert echter dat de behoefte aan bedrijfsruimte zoals dat in een enquête wordt geformuleerd behoorlijk ver afstaat van het feit als zich de daadwerkelijke behoefte voordoet van het uitgeven van percelen. De vraag is dus wat die peiling waard is. Daarnaast zoeken van de 23 bedrijven 2 bedrijven ruimte buiten Renswoude en 9 bedrijven zouden graag een bedrijfswoning bij de kavel willen zien maar dat is volgens het collegevoorstel niet de bedoeling. Wat is anno 2022 de echte behoefte en is die zo reëel dat kan worden gezegd dat daarmee wat moet worden gedaan? In de inrichting van het bedrijventerrein zijn 2 keuzes gemaakt. De ene is om een ontsluitingsweg aan de westkant van het bedrijventerrein zodanig te situeren dat die strak langs de Lunterse beek loopt en de tweede keus is dat de bedrijven zo worden neergezet dat zij met hun voorkant richting het natuurgebied Wittenoord staan.

Daar is al overigens contact over geweest met de ontwikkelaar van het plan maar beide keuzes zijn belastend voor de natuur. Er is geluidsoverlast, verstoring van het stiltegebied, koplampen die over het terrein schijnen, CO2-uitstoot, terrein- , gevel- en kantoorverlichting. Dat is allemaal ten nadele van het bestaande natuurterrein Wittenoord. De beek dient breder te worden gemaakt dan de 20 m die nu is voorzien. Het tegenargument is van economische aard maar bij Groot Overeem I zijn er stukken waar die oeverzone wel de breedte van 50 m heeft. De afstand tussen het landelijk gebied en de bedrijven is daar aanzienlijk ruimer en met het oog op het natuurbeheer en de ecologische kwaliteit van het terrein is het beter om naar die 50 m te gaan. In de woonomgeving is een peiling gedaan hoe de mensen staan tegenover de inrichting van het bedrijventerrein en de breedte van de oeverzone. Er zijn een kleine 80 handtekeningen verzameld die adhesie betuigen en het college oproepen om daar goed naar te kijken. De heer Eskes vond het leuk om te lezen dat hij in de zienswijze zijn naam tegenkomt. Nico de Haan had net de wespendief in zijn vizier toen spreker langs liep. Overigens ging het onderwerp toen over de wespendief in relatie tot windmolens die daar soms gehakt van maken omdat die vogels zo hoog vliegen.

Deze vogel is volgens Europese regelgeving zwaar beschermd, met name op de delen waar die vogelnesten heeft, maar de bescherming geldt alleen voor de Natura 2000-gebieden en daar is hier helaas geen sprake van. De bestemming in de beekzone is gewijzigd in Natuur. Wat is de mening daarover van de heer Knorth en is de beekzone voldoende als scheiding tussen zijn landgoed en het

Pagina 19 van 34

bedrijventerrein? Hoe zou de afscherming tussen het bedrijventerrein en het landgoed eruit moeten zien? Er is nu sprake van een afscheiding met nogal wat zichtlijnen. De heer Van der Schoor vraagt of de heer Knorth alternatieven heeft als Renswoudse bedrijven zoeken naar een andere locatie. Als de weg er voor wordt gelegd wordt de afstand tot een bedrijf automatisch groter en de voorkant van bedrijven is over het algemeen netter van aanzien dan de achterkant. In hoeverre is dit belangrijk voor de aankleding van de buitenzijde van het bedrijventerrein? De heer Verbeek merkt op dat de wespendief een territorium heeft van 250 ha en het gedeelte waar nu het bedrijventerrein zou worden geplaatst is puur grasland. De wespendief oriënteert zich echter vooral op een bosrijke omgeving. De vogel zal dus weinig tot geen last ondervinden van de vestiging van een bedrijventerrein aldaar. De heer Knorth is er blij mee dat de inrichting van de beekzone nu de bestemming Natuur heeft gekregen gezien de eisen die daaraan worden gesteld. Op de keuze van de locatie voor dit bedrijventerrein is 14 jaar voorgesorteerd. De tendens is nu meer inbreiding in plaats van uitbreiding. Richting de Klomp, Veenendaal, in de buurt van de snelweg zijn hele grote open terreinen die wellicht een optie kunnen zijn voor bedrijfsvestiging.

Er wordt een keuze gemaakt om meer grootschalige bedrijven naar Groot Overeem II te sturen maar genoemde terreinen zouden een optie kunnen zijn voor kleinere bedrijven. Er moet nog eens goed worden gekeken of het geplande bedrijventerrein de enige locatie is die mogelijk is. De weg ligt langs de groenstrook en de panden staan met hun gezicht naar het terrein toe. De vraag is of dat wel mooi is en of het niet belastend is. Aan de adviseur van de wethouder is gevraagd of als de weg naar binnen toe wordt gelegd en de gebouwen worden gezet aan de buitenkant dan iets kon worden gezegd over het verschil in belasting van het omliggend groene stuk maar dat kon deze meneer niet aangeven. Als er veel verkeer langs de beek gaat, en dat mag worden verwacht, dan zal dat belastend zijn evenals de belichting van de gebouwen met name in de avond en nachtelijke uren. Duidelijk is dat de wespendief daar is. Spreker is in het bezit van een notitie van een bureau waarin wordt gesteld dat met de komst van het meanderen en de verbreding van de beek het wel eens zo zou kunnen zijn dat de biodiversiteit toeneemt in plaats van afneemt maar dan gaat het om hele kleine dieren en niet om reeën. De ervaring leert dat als er onrust op het terrein is de reeën weg zijn en die onrust gaat er natuurlijk komen.

De heer Van der Schoor heeft er twijfels over of de intensiteit van de weg behoorlijk zal zijn want zoals de weg wordt gesitueerd aan de beek zijn er aan één kant bedrijven en dan komt er dus alleen maar bestemmingsverkeer voor de bedrijven aan dat stukje van de weg en dus geen doorgaand verkeer. De heer Eskes memoreert ook nog de vraag te hebben gesteld hoe de heer Knorth de strook optimaal ingericht ziet. Als zo’n strook als natuurgebied wordt ingericht komen daar beesten op af en die hebben behoefte aan rust en donkerte als het ook echt donker is. Alle verlichting aan de voorkant van de gebouwen met bijvoorbeeld reclame en alle zichtlijnen betekent dat daar tegenstrijdigheid in zit en als je iets als natuur benoemd moet je het ook als natuur behouden en de fractie zal dit absoluut meenemen in het vervolg van het verhaal. De heer Verdam geeft aan dat de fractie de bedrijven in Renswoude graag wil houden en dan moet hen ook ruimte worden geboden voor ontwikkeling. Het is dan te slap van bezwaarmakers dat zij wijzen naar een andere gemeente. Zo is in de zomer een discussie geweest over de windmolens van niet bij mij maar naar een andere gemeente. In Renswoude mag niks maar de gemeente heeft dat nodig om zelfstandig te blijven.

Spreker verzoekt de bezwaarmakers om hun bezwaar in te trekken en om ervoor te zorgen dat er een mooi industrieterrein komt dat mooi is ingericht en aan alle eisen voldoet. Hele zware industrie mag er niet komen. De heer Knorth heeft begrepen dat het idee is dat met het meanderen van de beek de zaak even open en plat moet worden gelegd en dat betekent dat heel wat bestaande begroeiing gaat verdwijnen. Dan komt er een hele open situatie. De mensen die wandelen op de Liniedijk zullen door die enorme openheid rechtstreeks naar het bedrijventerrein kijken. Probeer daar

Pagina 20 van 34

juist meer bomen en struiken te plannen zodat de zichtlijn groen blijft en niet grijs wordt. Daar moet dus meer beplanting komen dan nu is voorzien. De heer Patijn (Besloten vennootschap Landgoed Berkhorst) is betrokken bij het gebied Groot Wolleswinkel dat net over de grens ligt. Dat gebied ligt dichter bij het plangebied dan het centrum van Woudenberg en daarom is spreker zeer betrokken bij deze zaak. Groot Wolleswinkel is al bijna 170 jaar in het bezit van de familie. Er is een boerenbedrijf en de familie heeft altijd veel contact gehad met de omgeving. In Bloemendaal waar spreker woont is het gezegde dat er altijd hommeles is omdat de helft van de bewoners advocaat is en de andere helft woont naast een advocaat maar bij spreker staat een gemeente altijd hoog aangeschreven. Hij verzoekt de commissieleden ook de inspreekreactie van december 2020 als herhaald en ingelast te beschouwen. Het voorgestelde bestemmingsplan moet in zijn geheel worden ingetrokken. Het gaat om een unieke locatie die voor eeuwig wordt verpest door zo’n bedrijventerrein. Volgens het Besluit Ruimtelijke Ordening worden burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het ontwerpbestemmingsplan betrokken maar dat is in deze zaak volstrekt onduidelijk gebleken. Er dient een plan voor te houden inspraak te zijn maar die is niet gezien.

In de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan staat alleen dat er op 29 oktober 2020 een digitale presentatie heeft plaatsgevonden aan inwoners en ondernemers. Dat was spreker geheel onbekend en ook niet bekend was wie daar waren. In de toelichting is dus niet beschreven hoe de burgers bij de voorbereiding van het plan zijn betrokken. Het voorontwerp is al een maand na de presentatie ter inzage gelegd en dat kwam er op neer dat het plan eigenlijk al rond was zonder inbreng vooraf van burgers en maatschappelijke organisaties dan de ondernemersvereniging van Renswoude en dat klopt niet. Het resultaat is dat de gemeente nu met veel zienswijzen wordt geconfronteerd. Als de inspraak open en duidelijk was geweest en er alternatieven hadden kunnen worden genoemd door insprekers waren er misschien betere alternatieven aan de orde gekomen maar dat is niet gebeurd. De totstandkoming van het bestemmingsplan is voor buitenstaanders verborgen gebleven. De gemeente had ook erg veel haast om het bestemmingsplan klaar te krijgen want uit diverse stukken blijkt dat tussen de provincie en de gemeente intensief overleg heeft plaatsgevonden om het plan op een bepaalde lijst bij een provinciale verordening te krijgen in verband met het provinciale planologische beleid. De gemeente kreeg van de provincie opdracht om aan de wensen van de provincie te voldoen en dat heeft te maken met stikstof.

De provincie heeft de bal bij de gemeente neergelegd en die uitgedaagd om met een bestemmingsplan te komen dat aan alle voorwaarden voldoet en er was haast geboden. Dat is een rapport aan het college van burgemeester en wethouders van 4 oktober 2019. Alles is overlegd binnen gremia waar de burgers geen zicht op hebben en misschien moet Foodvalley ook nog worden genoemd. Spreker heeft vandaag een mailwisseling gehad met de adjunct-griffier van Provinciale Staten omdat hij een zienswijze had ingediend tegen de opname van het plan Groot Overeem II in de omgevingsverordening van de provincie Utrecht 2020-2022. De gemeente krijgt binnenkort een antwoord op de ingediende zienswijze. Hij heeft ook geschreven dat hij het diep treurig vond dat hij er als gewone burger niets van wist. Pas toen het voorontwerp bestemmingsplan ter inzage was vastgelegd kon de ( eerste) inspraak plaatsvinden na bedoelde afstemming met de provincie. Van de provinciale regelgeving waar de gemeente zich bij het opstellen van ruimtelijke plannen aan moet houden is niets terug te zien. Er zijn allerlei instructienormen over landschap, beken enzovoort en in de toelichting van het bestemmingsplan staat niet waarom dat niet is nagelopen. In een rapport van Breur Ecologie en onderzoek staat dat Groot Wolleswinkel een meter hoger ligt dan het plangebied. Dat zou waar kunnen zijn maar het water komt van onderen.

Het loopt niet het terrein af maar het terrein op van buiten en in de zienswijze is ook aangegeven waarom hij daar zo aan hecht.

Pagina 21 van 34

Niemand in de gemeenteraad en niemand in Renswoude maar wel daarbuiten maken bezwaar tegen de locatie van dit plan. Dat is raar en er komen snel gemeenteraadsverkiezingen aan. Spreker is ontzettend benieuwd wat de politieke partijen dan over dit plan gaan zeggen want het gebied wordt vernield. Groot Overeem II wordt eigenlijk alleen genoemd door de ChristenUnie in het verkiezingsprogramma van 4 jaar geleden. Wethouder Teunissen heeft als portefeuille Beekweide en bedrijventerrein. Dus Groot Overeem wordt niet eens genoemd. Als de beek gaat meanderen, op wiens terrein gaat dat dan gebeuren als de gemeente een strookje van 20 m over wil houden voor natuur? De heer Bisschop zegt dat het voor de VVD zo vanzelfsprekend was dat deze uitbreiding van het bedrijventerrein moest plaatsvinden dat het niet eens in het verkiezingsprogramma is opgenomen. Alle wegen in Groot Overeem zijn ook al aangelegd. Dat wil niet zeggen dat de bezwaren die er liggen niet serieus worden genomen of dat de procedures niet worden gevolgd. Een commissielid, de heer Van ’t Sant, heeft ook een van de zienswijzen ondertekend. Dat geeft aan dat de fractie enerzijds wat wil doen voor de ondernemers. Er gaat inderdaad een stukje natuur verloren en daar dient zo goed mogelijk mee te worden omgegaan. Stel dat dit plan toch doorgaat.

Met welk punt moet de gemeente dan vooral rekening houden volgens de heer Patijn? De heer Van Roekel geeft aan dat de ChristenUnie in het algemeen voorstander is van dit plan omdat ondernemers in Renswoude moeten worden behouden. De raads- en commissieleden willen vanavond luisteren maar wat is dan het doel van de opmerking van de heer Patijn van we gaan eventueel naar de Raad van State? Blijkbaar is er geen ruimte meer om met elkaar in gesprek te gaan en dat is jammer. De fractie is voorstander van het plan maar natuurlijk moet er wel worden gekeken naar de randvoorwaarden. De heer Van der Schoor vraagt als de inwoners van de gemeente Renswoude wel over dit plan zijn geïnformeerd in het heden en verleden, wat is dan het probleem van het nauwe contact tussen de gemeente en de provincie Utrecht en waarom op voorhand in deze commissie de dreiging met de Raad van State? De heer Eskes heeft ook de vraag wat de grootste zorg is van de heer Patijn en wat die zorg zou wegnemen. Heeft de heer Patijn die zegt dat hij veel te maken heeft gehad met gemeenten wel eens meegemaakt dat ergens een geheel plan is teruggetrokken? De heer Schimmel zegt dat Renswoude een open gemeente is en dat alle burgers de informatie kunnen krijgen die ze willen hebben. Verder wordt aangesloten bij de vragen die de andere fracties al hebben gesteld.

De heer Patijn is van mening dat het hele plan niet moet doorgaan. Als je op de brug van de Utrechtseweg staat en je kijkt naar het noorden bij de beek, dan zie je aan weerszijden van de beek groen land en volgens de plannen wordt aan één kant tot 8-10 m hoogte volgebouwd. Het hele gebied gaat er aan en daarom moet het hele plan weg. Spreker ziet geen alternatief. De gemeente heeft kennelijk de grond al aangekocht en dan kunnen er een aantal villa’s aan de rand op worden gezet. Spreker is überhaupt tegen welke uitbreiding van het bedrijventerrein dan ook. Is er wel eens onderzocht of op het bestaande bedrijventerrein nog ruimte is? Daar zijn ook bedrijven die misschien weggaan. De Klomp is 5 km verder en met de bus ben je er binnen 10 minuten. Het is niet zinnig om als kleine gemeente dat allemaal vol te bouwen. Dat is voor de omgeving desastreus. In alle plannen van de gemeente, de provincie, Foodvalley wordt steeds gezegd dat het zo prachtig open gebied is en daar is dan niets meer van terug te vinden. De heer Rijnders (Ondernemersvereniging Renswoude) zegt dat de ondernemersvereniging positief staat tegenover de uitbreiding van het bedrijventerrein Groot Overeem. Renswoude is een groeiende gemeente en niet alleen wat betreft inwoners maar ook qua bedrijven. De gemeente heeft in 2018 laten onderzoeken de behoefte aan uitbreiding van het bedrijventerrein.

Daar kwam een positief resultaat uit en de plannen zijn verder ontwikkeld.

Pagina 22 van 34

De ondernemersvereniging wordt regelmatig benaderd door leden van wanneer ze zich kunnen aanmelden voor het nieuwe bedrijventerrein. Diverse ondernemers geven aan dat ze een groot tekort aan ruimte hebben en gebaat zijn bij een snelle ontwikkeling van het nieuwe bedrijventerrein. Begin 2020 heeft de ondernemersvereniging een enquête uitgevoerd onder haar leden en daar zijn 35 reacties op gekomen. Ook hier kwam uit dat er veel behoefte is om te verhuizen naar het nieuwe bedrijventerrein. Overigens zijn niet alle bedrijven in Renswoude lid van de vereniging en mogelijk is er bij die bedrijven ook nog behoefte aan uitbreiding. De uitbreiding is ook goed om wonen en werken in de gemeente te bevorderen en uit de enquête kwam naar voren dat alle ondernemers die de enquête hebben ingevuld behoefte hebben aan een bedrijventerrein met een groene uitstraling, parkeren op eigen terrein en geen maximale bebouwing per kavel. De gemeente moet ook kijken naar de zorgen van de diverse omwonenden. Het zicht op het nieuwe bedrijventerrein vanuit Scherpenzeel is gezichtsbepalend voor het dorp. De omwonenden en wandelaars moeten zo goed mogelijk kunnen gebruikmaken van het omliggende natuurterrein. Het betrekken van bewegingen op het bedrijventerrein en een mooie vloeiende overgang van het buitengebied naar het bedrijventerrein is ook voor de ondernemersvereniging van belang.

Met de nu voorgestelde beekzone en de samenwerking met het waterschap en de provincie op dat gebied heeft de vereniging er vertrouwen in dat het terrein van buitenaf netjes wordt ingepakt. Mevrouw Veldhuizen vindt het fijn dat de ondernemersvereniging de moeite heeft genomen om ook een positief geluid te laten horen. Het is heel slim dat de vereniging ook zelf een enquête heeft uitgezet om te horen wat er leeft. Misschien is de vraag nog wel groter dan verwacht omdat niet alle bedrijven bij de ondernemersvereniging zijn aangesloten. De heer Van der Schoor vraagt hoeveel jaar de ondernemersvereniging vooruit denkt te kunnen wanneer Groot Overeem II is gerealiseerd. De heer Eskes valt vooral op de bereidheid en het voornemen om het groen in te passen en dat vooral aan de buitenkant de uitstraling groen dient te zijn en dat het een fraai gezicht moet zijn wanneer je vanuit Scherpenzeel Renswoude inrijdt want dat zal een verbetering zijn ten opzichte van de huidige situatie waarbij tegen een groot zwart gebouw wordt aangekeken. Er zijn nu een aantal bedrijven die zich vestigen in leegstaande agrarische gebouwen die vrijkomen door bedrijfsbeëindiging of anderszins.

Wat vindt de ondernemersvereniging ervan als deze bedrijven een voorrangspositie krijgen om naar het bedrijventerrein te gaan om zodoende de bedrijvigheid te concentreren op het bedrijventerrein en niet in het buitengebied? Natuurlijk moet niet alles in één keer worden volgebouwd. Hoe lang denkt de ondernemersvereniging hiermee door te kunnen gaan? Er waren 35 mensen met een positieve respons op de gehouden enquête. Is bekend en meegenomen wat de huidige leegstand is om dat tegen elkaar weg te strepen en daarin te bemiddelen en te sturen? De heer Schimmel sluit zich aan bij de vragen van de SGP. De heer Bisschop vindt het belangrijk dat duidelijk wordt gemaakt aan de mensen die zienswijzen hebben ingediend dat er echt een behoefte aan is. Er ligt ook een gemeenschappelijk belang want ook de ondernemers willen een groen bedrijventerrein dat er mooi uitziet. De heer Bos (voorzitter Ondernemersvereniging Renswoude) weet niet hoe lang de uitbreiding van het bedrijventerrein mee kan gaan. Wel is bekend dat naast de 35 bedrijven er nog zo’n 10 bedrijven zijn die interesse hebben. De praktijk wijst uit dat wanneer de uitgifte van gronden plaatsvindt er altijd bedrijven zijn die zich terugtrekken omdat de kosten te hoog zijn. Spreker wordt echter wel bijna wekelijks gebeld met vragen over hoe staat het ermee. Het is dus helder dat er een duidelijke behoefte is.

Voorrang geven aan bedrijven in het buitengebied die je daar liever niet hebt is een van de factoren maar de gemeente heeft een vrij goed uitgiftebeleid vastgesteld en dan wordt naar heel veel factoren gekeken en dat moet

Pagina 23 van 34

bepalend zijn voor het toewijzen van kavels. Duidelijk is dat er op dit moment sprake is van een ruimtetekort en de uitgifte dient alleen te worden gedaan voor Renswoudse ondernemers want als ook bedrijven uit Veenendaal worden toegelaten is het zeker dat het gelijk vol zit en het zou mooi zijn als de gemeente hier de komende 5-10 jaar mee vooruit zou kunnen. De heer Heijink spreekt namens Autobedrijf Romijn en ook namens mevrouw Romijn op de Utrechtseweg. In tegenstelling tot wat het college zegt wordt het landschap wel degelijk geweld aangedaan en er wordt ook voorbijgegaan aan ambities die zijn uitgesproken in bijvoorbeeld de Omgevingsvisie. Daarin wordt gesproken over het DNA van Renswoude en dat de gemeente naast het mooie dorp met de cultuurhistorische elementen ook bekend staat om haar mooie rustgevende buitengebied met de beken, de Grebbelinie, het schilderachtige kampenlandschap, het coulissenlandschap en de Emminkhuizerberg. Door de huidige plannen wordt de instandhouding hiervan met een pennenstreek weggevaagd waar het gaat om het plangebied want waar nu nog een fraai uitzicht op het landschap bestaat vanaf de Utrechtseweg en het perceel van zijn cliënten dient het publiek en zijn cliënten het straks te doen met hoge gebouwen en het fraaie uitzicht daar gaat vervuilen en het zicht op het landschap waaronder de Grebbelinie wordt ontnomen.

In de toelichting op het plangebied staat dat het plangebied hoort bij het deelgebied Kleinschalige Linie. Dat bestaat uit gebieden waar meer sprake zou zijn van meer organische en kleinschalige landschapstypen. Er is aanwezigheid van een rijke hoeveelheid landschappelijke beplanting, houtwallen, singles, bomenrijen en bosjescomplexen. In het plan wordt sterk benadrukt dat de zichtlijnen behouden moeten worden en als algemene normen voor de beeldkwaliteit gelden houdt rekening met de zichtlijnen in de linie, veranker het erf aan landschapselementen zoals houtwallen, boscomplexen of wegbeplanting en bij functieverandering van de grond moet het nieuwe gebouw worden geplaatst rondom een gemeenschappelijk erf en versterk de openheid rondom het linie-element door op vrijkomende grond weinig hoogopgaande elementen te plaatsen. Door de planvorming worden de zichtlijnen verwoest, met name vanaf de Utrechtseweg. In het plangebied lopen de zichtlijnen vooral van oost naar west maar vanaf de Utrechtseweg kun je bijna niet meer het gebied zien. Op een kaartje laat spreker zien de zichtlijnen die overblijven. Dan kan worden gezien dat ineens een heel blok voor de Utrechtseweg wordt gezet waardoor het prachtige uitzicht daar dat je deels hebt ineens weg is.

Het kampenlandschap en de zichtlijnen vanaf de Utrechtseweg dienen te worden behouden en het plangebied moet sterk worden gereduceerd qua omvang en in ieder geval dient het naar achteren te worden teruggebracht zodat het perceel van zijn cliënten qua zichtlijnen zo optimaal mogelijk wordt gehandhaafd. Het plangebied aan de voorzijde kan worden omzoomd met een houtwal of een waterpartij wat heel mooi de kleinschaligheid en het groen benadrukt en vooral de afwisseling. Een hele strook naar achteren blijft dan open en dan wordt het plangebied sterk gemarginaliseerd. Spreker toont dat met een kaartje aan. Open normen is op zich redelijk en soms ook nodig maar ook vaag. Er wordt geen invulling gegeven aan hoe concreet die normen in de praktijk worden gehandhaafd of hoe daar invulling aan wordt gegeven met bijvoorbeeld criteria. Op 27 oktober jongstleden heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitgesproken dat open normen in planregels voldoende concreet en objectief begrensd moeten worden en ook vooral voor de eisen van rechtszekerheid voor gebruikers van gronden die moeten weten wat ze kunnen realiseren maar ook voor de omgeving en belanghebbenden zodat zij weten hoe hun belangen worden geborgd. Daarnaast kan de rechter in de toekomst dan toetsen bij het vergunnen van het plangebied of aan de regels wordt voldaan die in de plannen worden aangegeven.

Indien gewenst zal de vindplaats van de uitspraak aan de griffier worden doorgegeven.

Pagina 24 van 34

Die open normen worden wellicht in beleidsplannen vormgegeven maar een beleidsplan heeft een heel ander normenkader en een ander toetsingskader en geschiedenis van totstandkoming dan bijvoorbeeld een bestemmingsplan waarin veel meer aandacht wordt besteed aan de belangen van omwonenden. In de argumentatie omtrent het bebouwingspercentage verwijst het college naar de wijze waarop met criteria wordt omgegaan in andere plannen. Indien een lijn wordt getrokken op dit punt bij de afstand van de openbare weg tot een aaneengesloten blok industrie valt op dat het patroon wordt doorbroken in het plangebied ten opzichte van bestaande bouw. Zo valt op dat na de kern van Renswoude aaneengesloten bedrijfspanden zich op een afstand van 17,5 m van de openbare weg begeven en dan gaat het bijvoorbeeld om het pand ter hoogte van de Nijborg maar ter hoogte van het plangebied is dat circa 15 m en dat is toch weer 2,5 m terug voor vrij grote gebouwen die daar gerealiseerd kunnen worden. Daar moet één lijn worden getrokken door die afstand groter te maken en veel groter zodat zicht wordt gehouden op de Grebbelinie. De heer Eskes vraagt of de heer Heijink tevreden is met de beantwoording van de zienswijze door het college en of alle vragen en punten die erin staan zijn behandeld.

Stel dat de uitbreiding van het bedrijventerrein doorgaat, wat is dan voor zijn cliënt het meest belangrijke en wat moet er eventueel aan gedaan worden om die uitdaging te verminderen of weg te nemen? De voorzitter wijst de heer Heijink erop dat het geen industrieterrein wordt maar een bedrijventerrein en dat er dus geen industrie komt. De heer Van der Schoor zegt dat Renswoude zijn bestaansrecht ook ontleent aan een groeiende gemeente en door ondernemers en ondernemingen. De cliënt van de heer Heijink is zelf ook ondernemer en die weet dus hoe belangrijk het is om ruimte te hebben. Waarom pleit hij voor kleinschaligheid? De heer Heijink geeft aan dat de antwoorden volledig waren maar de cliënten waren daar niet mee tevreden. Een deel van zijn cliënten is ondernemer en mevrouw Romijn niet. Natuurschoon is heel belangrijk want toen mevrouw Romijn daar kwam wonen bestond Groot Overeem I nog niet eens en langzaam maar zeker wordt zij opgeslokt. Dit is het laatste stukje uitzicht dat teniet gaat. Groei aan deze kant van Renswoude is deels mogelijk maar dat kan ook op andere plekken. Begrepen is dat het wat grotere bedrijven zijn die worden aangetrokken naar deze kant van Renswoude terwijl zijn cliënten zoiets hebben van dit is nou juist een van de mooie plekken langs de kant van Renswoude en waarom juist daar wat grotere bedrijven en niet inzetten op kleinschaligheid.

Mevrouw Daniëls woont al 20 jaar in Renswoude en is ook betrokken bij Landgoed Scherpenzeel. Zij heeft inmiddels een beetje het gevoel gekregen dat de trein rijdt en dat het bestemmingsplan er bijna door is en dat al vanaf het begin het weinig zin heeft om mee te praten. De ondernemers van Renswoude hebben dit bedrijventerrein er graag bij want natuurlijk wil iedereen groeien als daarom gevraagd wordt en gelukkig werd er ook gezegd dat op een gegeven moment blijkt dat sommigen afhaken. Er zijn echter ook andere belangen, namelijk natuur en gewone burgers. Uit haar tijd in de Reconstructiecommissie weet ze dat dit al bijna 15 jaar speelt maar momenten om betrokken te zijn en mee te denken en om met elkaar het een natuurvriendelijker plan te maken zijn totaal niet voorbij gekomen. Er is sprake van een beetje kokervisie. De belangen van de ondernemers hebben veel meer ruimte gekregen dan de natuurbelangen. Laten we met elkaar tijdig stoppen. Er is voortschrijdend inzicht over de schaarste van de natuur en de waarde van beekdalen en daarom moet een beter plan worden gemaakt. De heer Bisschop memoreert dat Renswoude eerder heeft toegezegd dat binnen de beken wordt gebouwd. Dat wil niet zeggen dat dit volledig in beton gegoten is en dat er geen enkele mogelijkheid is om dingen te veranderen. Natuurlijk heeft Renswoude een mooi kampenlandschap en het gaat hier om slechts 3 ha.

Ook de ondernemersvereniging wil het er graag groen uit laten zien. Welke concrete maatregel zou mevrouw Daniëls willen meegeven

Pagina 25 van 34

als concrete maatregel voor een beter plan als ook de ruimte wordt gegeven aan de ondernemers? De heer Eskes merkt op dat mevrouw Daniëls zegt dat de leefomgeving van Renswoude wordt bedreigd maar als daartegenover wordt gezet het advies van bureau Breur want die geeft aan dat leefomgeving, ecologie en dat soort dingen juist beter worden. De zichtlijnen zullen minder worden. Wat zijn de gedachten van mevrouw Daniëls over natuurvriendelijker? De heer Van der Schoor wijst erop dat een rijdende trein ook langs stations komt en deze avond mag als een station worden gezien en zo komen er nog een paar stations voordat de raad een definitief besluit neemt. Wat is een beter plan en wat is een groenere inpassing? Mevrouw Daniëls legt uit dat dit veel eerder had moeten gebeuren en dat raad en college er nog even tijd voor moeten nemen om te kijken naar huidige inzichten qua landschappelijk, biodiversiteit en natuurwaarden wat je nu nog kunt veranderen op de rijdende trein. Er zijn veel zienswijzen en die kant is in het plan heel weinig aan bod gekomen. In Scherpenzeel is een bredere strook langs de beek voor elkaar gekregen. Neem de tijd om het hele plan, met name op dat punt, opnieuw te bekijken en misschien ook met een aantal burgers erbij. Mevrouw Van Veldhuisen is niet definitief tegen de uitbreiding van het bedrijventerrein maar heeft grote zorgen over het plan dat er nu ligt.

Haar toelichting gaat over nummer 1 en nummer 4 van de zienswijzen. De uitbreiding van Groot Overeem heeft een flink effect op de bestaande omgeving. Die impact zou zo klein mogelijk moeten zijn. Als je vanaf Veenendaal komt heb je eerst het prachtige kasteel en het kanaal, het gemeentehuis en de Nieuwe Buurt maar vanaf die kant is ook heel bepalend de begrenzing van de dorpskern door de bomen die langs het kanaal staan, het bosje bij De Kweek en het kasteelbos. Dat is de natuurlijke begrenzing van de dorpskern. Als je vanaf Scherpenzeel komt kom je ook langs een bosrijk stukje ter hoogte van de Grebbelinie en bij De Dennen. Daarna is aan de rechterkant van de N224 is wat natuurontwikkeling in gang gezet met de nieuwe huizen die daar zijn gebouwd langs de beek maar aan de linkerkant is er ook al een heel stuk in gang gezet om een natuurlijke begrenzing te krijgen door Landgoed Wittenoord. Dat is heel goed gelukt. In de 25 jaar dat spreker hier woont heeft ze Groot Overeem zien komen, het agrarische gebied is veranderd naar de NSW-landgoederen zoals ze nu zijn. Het streven is om de natuurlijke begrenzing van de dorpskern te behouden en mooi te maken maar zoals het plan er nu ligt wordt daar met de uitbreiding van het bedrijventerrein een beetje een streep door gezet. Over 10 jaar komt er wel wat begroeiing langs de beek.

Er ligt nu een plan om een modderbeek te creëren zodat er vanzelf wat beplanting in komt maar het duurt wel een jaar of 10 voordat het een beetje serieus gaat worden. Zodra de blaadjes weer vallen zullen echter de koplampen, gevels enzovoort heel goed te zien zijn vanaf de N224. De bewegende koplampen zullen dan aandacht trekken en de weg staat pal langs de Lunterse beek getekend. Er zal geluid, licht en beweging zijn en de combinatie van licht en beweging trekt de aandacht van ieder mens en dier. Daarom zou de weg beter moeten worden gesitueerd binnen de bebouwing op het terrein zelf. De kwaliteit van het gebied nu, zoals bijvoorbeeld op Landgoed Wittenoord, is ongestoorde rust die je daar vindt voor mens en dier. Als de beekzone goed wordt ontwikkeld komen daar meer dieren en natuur die ongestoorde rust nodig hebben. Dat zal veel minder zijn door activiteiten en bewegingen op de naastgelegen weg die aan de andere kant van de beek gaat lopen en waar je zicht op hebt met wandelen en je daardoor afgeleid wordt. Daarnaast staat in de gemeentegids van Renswoude dat de taak van de gemeenteraad is om de inwoners van Renswoude te vertegenwoordigen. Raadsleden moeten regelmatig contact hebben met inwoners om te weten wat er in de gemeente speelt.

Voor de inrichting van een speelterrein is zelfs een pool gekomen maar voor zoiets ingrijpends als dit plan wat de entree van het dorp gaat bepalen wordt tot op dit moment niet de gelegenheid geboden aan de inwoners om echt hun mening hierover te geven. Spreker heeft de moeite genomen om aan ongeveer 80 mensen te vragen wat ze ervan vinden en of ze het ook belangrijk vonden dat de inrichting van het bedrijventerrein zodanig

Pagina 26 van 34

vorm wordt gegeven qua wegen, verlichting en de situering van de kavels enzovoort dat dit het aangrenzende natuurgebied zo min mogelijk belast en zowel visueel als qua geluid maximaal wordt afgeschermd van het naastgelegen natuurgebied. Slechts 2% van de gevraagde mensen had er geen mening over omdat ze niet precies wisten wat het plan inhield. Het is heel belangrijk dat er naar die weg en de entree gekeken wordt. Een meanderende beek in combinatie met de natuurzone trekt nog meer dieren en dat is een beetje tegenstrijdig en houdt daarom de weg binnen het bedrijventerrein, dan is de impact op het naastgelegen terrein en de beek minimaal want de meerwaarde van het langs de beek laten lopen van de weg valt totaal weg tegen het voordeel dat het oplevert voor de natuur. Als er daarnaast meer rekening wordt gehouden met gevelbekleding en dat het echt een groene uitstraling krijgt, dan wordt het al een heel ander iets dan neonverlichting en grote grijze hallen. Een ander idee is om een wal langs de buitenkant te laten lopen zodat in ieder geval koplampen enzovoort niet over de beek schijnen en dit allemaal binnen het terrein blijft mocht de weg toch aan de buitenkant komen. De heer Van Roekel memoreert mevrouw Van Veldhuisen al eerder te hebben gesproken maar de fractie is blij dat de bereidheid er is om mee te denken.

De houtwal en gevelbekleding zijn hele mooie punten om met zijn allen na te denken van kunnen we daar wat mee. In het gesprek aan de keukentafel heeft mevrouw Van Veldhuisen nog meer dingen genoemd die zouden kunnen worden meegenomen in het plan. De heer Eskes bedankt mevrouw Van Veldhuisen voor haar gloedvolle betoog voor de natuurstrook. De fractie zal zijn uiterste best doen om een mooie afscheiding aan de buitenkant te krijgen met een groene uitstraling. Veel mensen in de buurt zeggen van ik wil niet tegen zo’n grote zwarte wand aankijken en dan gaat het om het bedrijfsverzamelgebouw dat op Groot Overeem I staat. Het is een terechte vraag dat ook in de gebouwen die je nog ziet het een mooie eenheid wordt en dat er zo een mooi en natuurlijk stuk grond van gemaakt kan worden. De heer Schimmel vindt het fijn dat mevrouw Van Veldhuisen constructief wil meedenken over hoe het bedrijventerrein er zo mooi mogelijk uit kan zien. De heer Bakker had het over een uitbreiding van de strook langs de beek naar 50 m. Heeft mevrouw Van Veldhuisen er ook ideeën over hoe die strook eruit moet zien? De heer Van der Schoor merkt op dat wanneer de weg aan één kant komt en aan de linkerkant bedrijven, dan zullen er niet veel bedrijven aan zitten. Als het alleen gaat om bestemmingsverkeer voor 4 of 5 bedrijven zal de overlast op de weg wel meevallen.

Mevrouw Van Veldhuisen zegt dat als je langs de beek wandelt je wel merkt of je op een prettige afstand van het bedrijventerrein zit. Waar de beek op zijn breedst is, is het best wel oké omdat er bijna geen licht of leven van het bedrijventerrein zelf merkbaar is. Dat is in ieder geval de ervaring bij Groot Overeem I. Dieren zullen er echter meer last van hebben dan mensen. Landgoed Wittenoord is een stiltegebied en na zonsondergang mag je er niet meer zijn of er met een zaklamp schijnen maar als er een auto over de weg langs de beek rijdt schijnt die met zijn koplampen over het landgoed. Dat kan echt niet want de eisen zijn heel streng op deze NSW-landgoederen qua beplanting et cetera. Er kan dus ook niet worden gezegd van plant aan de overkant maar een bos aan. Verlichting aan deze kant van de beek mag absoluut niet om de natuur veilig te stellen. De heer Zwitser geeft aan dat hij een aantal keren de Raad van State zal noemen maar dan gaat het niet om een dreigement. Een burger heeft immers rechten en verwacht wordt dat de gemeenteraad dat respecteert. Hij spreekt namens de heer Van der Kaa. Deze meneer is een gewone dorpsbewoner die het landschap rondom Renswoude heel belangrijk vindt. Hij zal zijn betoog morgen aan de raad sturen.

Het antwoord van het college op de vraag over het behoefteonderzoek was dat het Arcadesonderzoek uit 2018, de signalen van de ondernemersvereniging en het rapport van de STECgroep Duurzame verstedelijking van maart 2020 meer dan voldoende was. De schriftelijke enquête van Arcadis voldoet echter niet aan de eisen die aan een dergelijk belangrijk

Pagina 27 van 34

onderzoek mogen worden gesteld. Het behoefteonderzoek is het onderzoek waarop het bestemmingsplan moet zijn gebaseerd. Men kan echter geheel vrijblijvend de behoefte aan vierkante meters invullen omdat je geen enkele verplichting aangaat en later in de uitgavefase kan je alsnog bekijken of je wel of niet gebruik maakt van het bedrijventerrein. Vraag 5 is een zogenaamde sturende enquêtevraag. Alleen een nieuw te ontwikkelen bedrijventerrein in Renswoude wordt genoemd. Niet gevraagd is of het acceptabel is om te verhuizen naar een locatie vlak in de buurt van Renswoude. Er moet immers ook naar de omgeving worden gekeken. Niet gevraagd wordt of men liever naar een van de plekken wil waar nog ruimte voor uitgifte is. In 2018 was bijna een hectare uit te geven terrein in particuliere handen op het bedrijventerrein. Niet gevraagd is of men naar een van de bestaande terreinen in Renswoude wil. De gemeente heeft namelijk de plicht om via gedegen onderzoek eerst te kijken naar revitalisering, intensivering en herstructureren van de bestaande terreinen en dat is niet gebeurd. Niet gevraagd is of men gebruik zou willen maken van bijna 1 ha braakliggend terrein binnen Groot Overeem I. Deze locatie is volledig omsloten door het bedrijventerrein en kan dan als locatie binnen bestaand stedelijk gebied worden aangemerkt.

Het college heeft de bevoegdheid om de bestemming te wijzigen naar bedrijventerrein en dat hoeft niet lang te duren. Er is in het onderzoek ook niet gevraagd naar een alternatief als second best. De Raad van State heeft in een bepaald geval geoordeeld dat het onterecht is dat de gemeente met een enquête enkel de lokale vraag naar een bepaald industrieterrein of bedrijventerrein in kaart had gebracht zonder het lokale aanbod in het onderzoek te betrekken. Enkel het niet noemen van een bestaand alternatief in de enquête leidde tot een ondeugdelijk onderzoek. Het college zal stellen dat er echt geen alternatief naast Groot Overeem I is maar de gemeente heeft verzuimd om aan de hand van een deugdelijk onderzoek te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn binnen de bestaande ruimte. Ook in de Randstadtoets Groot Overeem II wordt geen gewag gemaakt van een dergelijk onderzoek. De gemeente volstaat met te stellen dat er naar gekeken is maar dat is geen deugdelijk onderzoek. Bij brief van 2 december heeft het college nog even de spelregels veranderd en aan de provincie aangegeven dat de bedrijven in verband met stikstof gasloos zouden moeten opereren. Met dit belangrijke aspect hebben de bedrijven in de enquête geen rekening kunnen houden.

Het college verwijst ook naar het onderzoek uit de zojuist genoemde toets maar het daarin gehouden onderzoek is echter geen behoefteonderzoek van deugdelijke monitoring van de behoefte-ontwikkeling. De schrijvers baseren zich op een modelmatige benadering van de ruimtevraag op de macro-economische schaal van de provincie of Foodvalley. Een prognoseonderzoek kan echter niet in de plaats komen van een deugdelijk onderzoek. Wel kan het een goed behoefteonderzoek ondersteunen. Terecht is de gemeente daarom ook begonnen met echt onderzoek maar die is niet deugdelijk. In het Besluit ruimtelijke ordening wordt gesteld dat onderzoeken die de basis zijn voor het vaststellen van het bestemmingsplan maximaal 2 jaar oud mogen zijn en die tijd is nu al ruim voorbij. Er kan hier dus niet worden gesproken over een actueel onderzoek. Het feit dat de provincie het terrein heeft opgenomen in een bijlage van de provinciale verordening wil niet zeggen dat de gemeente een vrijbrief heeft gekregen. De gemeente moet nog steeds voldoen aan de eisen van de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit Ruimtelijke Ordening. Signalen die de ondernemersvereniging heeft gegeven en de uitkomst van het enquêteonderzoek kunnen niet in de plaats komen van een adequaat behoefteonderzoek.

Ook heeft de gemeente geen inzicht gegeven in wat die signalen inhouden en de burgers zouden de door de ondernemersvereniging gehouden enquête moeten kunnen toetsen aan de bedoeling van de wetgever omdat het een deugdelijk onderzoek moet zijn. In de Omgevingsvisie was Groot Overeem II gearceerd als optie maar het is nu het moment om die eindafweging te maken. De gemeenteraad en de burgers hebben het recht om dit goed tegen het licht te houden. In de Toekomstvisie wordt samenvattend aangegeven dat

Pagina 28 van 34

het groene buitengebied wordt versterkt ten behoeve van landbouw, natuur en recreatie. Voorts worden 4 scenario’s onderscheiden en alleen in het 4e scenario met 7500 inwoners wordt gesteld dat de natuurwaarden echt onder druk kunnen komen in verband met de werkgelegenheid en de bedrijvigheid maar het aantal inwoners is nu pas rond de 5500 en het buitengebied wordt dus nu al gebruikt voor een voorgestane groei. Ook geldt nog het Landbouwontwikkelingsplan van de Gelderse Vallei uit 2005 en toen was er nog niets aan de hand. De heer Bisschop vraagt zich af of het een probleem is dat het behoefteonderzoek ondeugdelijk zou zijn want dan komt er geen enkel bedrijf. Daarom wordt niet goed begrepen waarop het bezwaar precies doelt. In de Omgevingsvisie is het onderscheid gemaakt tussen het buitengebied en tussen de beken. De heer Eskes onderschrijft de zorgen van de heer Zwitser over het landschap. Het buitengebied moet qua landschap zoveel mogelijk worden beschermd maar Renswoude verandert en zal hier en daar moeten uitbreiden. Elke gemeente heeft behoefte aan groei en hoe ziet de heer Zwitser dat dan ingevuld? De heer Van der Schoor merkt op dat de Toekomstvisie niet alleen gaat over de bescherming van het buitengebied maar ook over de toekomst van het dorp en dat kan linksom of rechtsom wel eens strijdig zijn.

Waar ligt voor de heer Zwitser de juiste balans tussen een groeiend en ondernemend dorp en zoveel mogelijk behoud van de natuur? De heer Zwitser wijst erop dat de Raad van State aangeeft dat er sprake moet zijn van een deugdelijk behoefteonderzoek. Het is in onderzoeksland not done dat je zogenaamde sturende vragen stelt. De vragen moeten objectief en neutraal worden geformuleerd waarbij de invuller niet denkt van laat ik maar ja zeggen want daar komt iets moois aan en op een andere vraag laat ik maar nee zeggen. Dat is hier echter wel gebeurd. Bovendien is nergens te traceren dat ook is gekeken naar de bestaande bedrijventerreinen. De bedoeling van de wetgever is dat ook wordt gezocht naar mogelijkheden van herstructurering en het verbeteren van de bedrijventerreinen in het kader van veranderende economische ontwikkelingen. Er zijn nog wel degelijk particuliere terreinen en er is nog een hectare in Groot Overeem I. Er is dus nog heel veel mogelijk. Natuurlijk moet er een balans zijn met de ontwikkeling van het dorp en werkgelegenheid is ook belangrijk maar spreker heeft in zijn betoog al 4 vragen genoemd waaruit kan worden afgeleid dat er nog andere mogelijkheden zijn en die zijn niet geïnventariseerd. De eis van de rijksoverheid is bijvoorbeeld dat ook wordt gekeken naar de bestaande terreinen.

Dan worden ook genoemd revitalisering en herstructurering maar de gemeente gaat af op zijn gevoel en dat is niet de bedoeling. De gemeente moet er even de tijd voor nemen en met een aantal mensen om de tafel gaan zitten en kijken hoe een iets beter onderzoek kan worden gedaan en in ieder geval betere afspraken maken over die balans. De voorzitter geeft aan dat de commissie na de schorsing nog eventueel vragen kan stellen aan de wethouder en de eigen standpunten kan ventileren en meegeven aan het college. Vervolgens wordt de vergadering geschorst. De voorzitter heropent de vergadering. De heer Eskes constateert dat de Renswoudenaren een ondernemend volkje zijn en daar moet de gemeente wat mee. Daarnaast is het dorp trots op de eigen zelfstandigheid en dat moet worden vastgehouden. Daarom dienen de voorzieningen voor dat ondernemende volkje serieus te worden genomen. Echter, Dorpsbelang Renswoude is ook altijd een belangrijk pleitbezorger geweest voor bescherming van de natuur. Er zou moeten worden bekeken of de weg een aantal blokjes terug kan zodat er aan de buitenkant bedrijven komen waardoor de afscheiding richting buitengebied wat anders kan worden gemaakt en met een robuuste groene wal kan een mooie afscheiding worden gemaakt tussen het buitengebied en het bedrijventerrein.

Weliswaar wordt dan een stuk zichtlijn weggehaald maar dat moet toch want van de strook langs de beek is een NNN-natuurgebied gemaakt en de bestemming

Pagina 29 van 34

Natuur gegeven en dan moet rekening worden gehouden met alles wat daar leeft en beweegt en die mogen ‘s avonds niet worden gekweld met lampen en overdag niet met geluid. De wal dient dus een robuustere inhoud te worden gegeven dan nu in de plannen staat. Er is sprake van een stuk verrommeling aan de achterzijde van Groot Overeem I en dat is ongewenst want aan de binnenkant van de beek is een wandelpad. Daar dienen goede richtlijnen voor gemaakt te worden. Verschillende insprekers vragen of de strook 50 m breed kan worden maar dat is best veel. Als de strook echter 10 of 15 m breder wordt is die een stuk robuuster en dan is er ook een goede afscherming naar het buitengebied toe. In de robuuste uitstraling moet ook rekening worden gehouden met zomer en winter want het mag niet zo zijn dat er een half jaar doorkijk is omdat alle bladeren zijn gevallen. Wat licht betreft zou je ook kunnen werken met een dijkje waar bijvoorbeeld het wandelpad op wordt gezet en daardoor kan wat lichtinval vanuit het bedrijventerrein naar het natuurgebied worden beperkt. De vraag is of je de zichtlijnen die zijn getekend wel moet willen. Er zouden regels moeten worden opgesteld over wat er aan verlichting aan zo’n gebouw mag hangen en dat je kantoren die licht uitstralen juist aan de binnenkant moet houden.

Ook lichtreclames aan gebouwen die ‘s avonds naar buiten stralen zou niet moeten kunnen gezien de bestemming Natuur die er achter ligt. De heer Van Roekel memoreert dat de laatste inspreker heeft gezegd dat het onderzoek niet deugdelijk zou zijn. Hoe kijkt de wethouder hiernaar? Daarnaast zijn er een aantal opmerkingen gemaakt over de bekleding van de natuurwand. Hoe kijkt de wethouder daar tegenaan? Het zou mooi zijn als het uitzicht op het bedrijventerrein fraai is en niet een wirwar van kleuren en onduidelijkheden. Er moet goed worden nagedacht over een stuk natuurlijke aankleding. Het zou zonde zijn als er pas over 10 jaar een volgroeide natuurwal is. Is er nagedacht over een volwassen begroeide omgeving rondom het bedrijventerrein? Over het beplantingsplan dient goed te worden nagedacht. Wat bedoelt Dorpsbelang Renswoude met robuuster? Moet die strook echt 15 m breder worden en wat moet dan worden verwacht? De strook dient een breedte te houden van 20 m want anders blijft er te weinig ruimte over voor ondernemers om te kunnen ondernemen. De heer Schimmel vindt de kwaliteit die het bedrijventerrein moet krijgen heel belangrijk en daarom dient het groen goed te worden ingepast. Er dient een goed beeldkwaliteitsplan te komen hoe de gebouwen moeten worden gemaakt, welke kleuren dienen te worden gebruikt, hoe met reclameverlichting moet worden omgegaan enzovoort.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10987512/1