CConstaterende datRenswoude
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarrekening 2020

Gemeenteraad 28 september 2021, gemeente RenswoudeBij agendapunt: Raadsvoorstel tot vaststelling van de Jaarrekening 2020 van de Algemene Dienst en het Woningbedrijf34.537 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Bij het vaststellen van de begroting 2020 is dit bijgesteld naar 90%. Een kans van 100% zou immers inhouden dat het risico zich zeker gaat voordoen, wat impliceert dat de begrotingsraming wordt aangepast.

50

Programma 1 - Dienstverlend domein 1.1

Risico

Laag

Personeelskosten bij ziekte vast personeel

€

2.000

2 - Sociaal Domein 2.1 2.2

Meer beroep op voorzieningen Decentralisaties

€

250

3 - Fysiek Domein 3.1 3.2 3.3 3.4

Grondexploitaties Groot Overeen II Bouwleges Planschade

€

1.450

4 - Algemene dekkingsmiddelen 4.1

Minder uitkering gemeentefonds

Overig 0.1 0.3

Gemeenschappelijke regelingen Gegarandeerde geldleningen derden

€ €

1.204 378

Totaal omvang risico

€

5.382

Rekenpercentage Omvang risico x rekenpercentage

€

Totaal omvang risico: Totaal benodigde weerstandscapaciteit: factor 1,4

€ € €

€

Gemiddeld

€

50

€ €

1.520 172

Hoog

100

€

10% 538 €

€

200

€

200

50% 871 €

90% 180

1.742

7.324.000 1.589.200 2.224.880

Toelichting risico’s Risico 1.1: Personeelskosten bij ziekte vast personeel Omschrijving Risico Bij ziekte van vast personeel wordt de gemeente geconfronteerd met extra kosten voor tijdelijke vervanging. Impact

Tijdelijke vervanger is in de regel duurder dan vast personeel. Hierdoor wordt 10% van de totale personeelskosten als benodigde weerstandscapaciteit aangemerkt.

Beheersmaatregelen

Geen specifieke beheersmaatregelen.

Risico 2.1: Meer beroep op voorzieningen Omschrijving Risico

Reguliere begrotingspost waarbij externe factoren een risico zijn voor de begroting

Impact

Externe factoren, zoals rijksbeleid, economische groei, wetgeving, kunnen gevolgen kunnen hebben voor de werkelijk te realiseren baten of lasten.

Beheersmaatregelen

Geen specifieke maatregelen, want het gaat om een externe factor.

51

Risico 2.2: Decentralisaties Omschrijving Risico

Impact Beheersmaatregelen

Bij de decentralisaties (Wmo, Jeugd en Participatie) is er een risico dat de van het rijk ontvangen vergoeding geen gelijke tred houdt met de (toenemende) vraag. Vooral bij jeugdzorg is hier sprake van. Vanwege de uitspraak in de arbitrage zaak kan het risicobedrag gesteld worden op € 250.000. De financiële omvang van deze taken is in verhouding tot de omzet van de gemeente relatief hoog. Zolang er geen afspraken zijn gemaakt over een budgetplafond, is sprake van een “openeinderegeling”. Gelet op de ontwikkeling van de kosten jeugdzorg is het noodzakelijk om het instellen van een budgetplafond te overwegen.

Risico 3.1: Grondexploitaties Omschrijving Risico

Betreft risico’s op de grondexploitaties van de gemeente (inclusief het woningbedrijf)

Impact

Binnen Renswoude zijn voor de volgende projecten een Grex actief: Taets van Amerongenweg, Beekweide en Beekweide II. Voor al deze projecten wordt een batig eindresultaat verwacht. De grex voor het project Dorpshart is per 31-12-2020 afgesloten; de grex voor Groot Overeem II wordt medio 2021 geopend. De boekwaarde van de grond in exploitatie op 31 december 2020: Beekweide

€

Beekweide II

€ 1.239.000

Taets van Amerongenweg €

119.000

92.000

Gezien de waarde van de aanwezige gronden zal bij een theoretische liquidatie van de grondexploitatie (gezien de verhouding tussen activa en passiva) naar het zich laat aanzien een positief bedrag resteren. Omdat wij geen zekerheid hebben over een eventuele verkoopprijs, hebben wij deze post ook vermeld als risico. De boekwaarden zijn als uitgangspunt genomen voor bepaling van het risicobedrag Beheersmaatregelen

Niet van toepassing, batig resultaat verwacht.

Risico 3.2: Groot Overeem II Omschrijving Risico

Betreft risico’s op de gronden in de mva van de gemeente waarvoor nog geen grex is geopend.

Impact

De boekwaarde van Groot Overeem II bedraagt op 31 december 2020 € 1,52 miljoen. Gezien de waarde van de aanwezige gronden zal bij een theoretische liquidatie van de grondexploitatie naar het zich laat aanzien een negatief bedrag resteren. Dit negatieve bedrag ter hoogte van € 1,1

52

miljoen betreft het verschil tussen de aankoopwaarde en de waarde in huidige toestand.

Beheersmaatregelen

Tot het moment dat er een grondexploitatie voor bedrijventerrein Overeem is vastgesteld is er een bedrag van € 1,1 miljoen in de “algemene reserve vaste buffer” voor het risico op afwaardering gronden opgenomen

53

Risico 3.3: Bouwleges Omschrijving Risico

Reguliere begrotingspost waarbij externe factoren een risico zijn voor de begroting

Impact

Externe factoren, zoals rijksbeleid, economische groei, wetgeving, kunnen gevolgen kunnen hebben voor de werkelijk te realiseren baten of lasten.

Beheersmaatregelen

Geen specifieke maatregelen, want het gaat om een externe factor.

Risico 3.4: Planschade Risico dat gemeente aansprakelijk wordt gesteld voor planschade. Externe factoren, zoals rijksbeleid, economische groei, wetgeving, kunnen gevolgen kunnen hebben voor de werkelijk te realiseren baten of lasten.

Geen specifieke maatregelen, want het gaat om een externe factor.

Risico 4.1 Minder uitkering gemeentefonds Gemeenten ontvangen het grootste gedeelte van hun inkomsten uit de Algemene uitkering van het Gemeentefonds. Hoeveel uitkering wordt ontvangen is voor een groot gedeelte afhankelijk van de hoogte van de rijksuitgaven. Wijzigingen in de rijksuitgaven hebben direct invloed op de omvang van de Algemene uitkering. Het risicobedrag is € 200.000 gezien het voorlopige verdeelvoorstel voor het nieuwe gemeentefonds een positief saldo á €1 per inwoner toegerekend wordt aan Renswoude (Kadernota 2022). De definitieve verdeelsleutel wordt nog versterkt. Verandering in de rijksuitgaven kunnen dus een directe invloed hebben op de inkomsten van de gemeente. Geen specifieke maatregelen, want het gaat om een externe factor.

Risico 0.1: Gemeenschappelijke regelingen De lasten van de gemeenschappelijke regelingen worden over het algemeen over de deelnemende gemeenten verdeeld naar rato van het aantal inwoners. Hierdoor is Renswoude voor slechts een klein deel van het nadeel van deze gemeenschappelijke regelingen aansprakelijk. Bedrag is verhoogd omdat op ICT verwacht wordt hogere kosten. Als risicobedrag nemen wij een bedrag op gelijk aan het totaal van de jaarlijks aan de gemeenschappelijke regelingen te betalen bijdragen. Per verbonden partij wordt toegezien op de financiële positie.

54

Risico 0.3: Gegarandeerde geldleningen derden De gegarandeerde geldleningen aan derden bestaan uit gegarandeerde geldleningen van particulieren en aan geldleningen voor verenigingen.

hypothecaire

Deze bestaan uit een bedrag van € 59.800 (peildatum 31-12-2020) aan gegarandeerde hypothecaire geldleningen van particulieren. De gemeente heeft verder tot een bedrag van € 317.800 (peildatum 31-12-2020) geldleningen gegarandeerd van verenigingen in Renswoude. Het risico dat de gemeente op de garantstelling voor particulieren en voor verenigingen aangesproken wordt, is beperkt. Geen specifieke beheersmaatregelen vereist.

Raadsbesluit 5 november 2019 Bedrijventerrein Groot Overeem II Op 5 november 2019 heeft de raad besloten om grond aan te kopen voor de ontwikkeling van bedrijventerrein Groot Overeem II. Daarin is het volgende opgenomen: “Tot het moment dat de grondexploitatie is vastgesteld is sprake van het risico dat het plan niet rendabel is. De raad kan op dat moment beslissen om een verlieslatende grondexploitatie vast te stellen of in het uiterste geval de grond te verkopen tegen de waarde in huidige toestand (agrarisch, verpacht). Op grond van de begrotingsvoorschriften is de gemeente verplicht middelen beschikbaar te houden voor het geval dit risico zich voordoet. De hoogte van deze beschikbare middelen komt overeen met het verschil in de aankoopwaarde en waarde in huidige toestand en wordt geraamd op € 1,1 miljoen. In de algemene reserve vaste buffer is een bedrag van € 3,6 miljoen beschikbaar. Daarvan is € 3 miljoen nodig om al bekende risico’s zoals opgenomen in de risicoparagraaf (begroting 2020 blz. 52) mee af te dekken. In de algemene reserve vaste buffer zit dus nog € 600.000 ruimte om het risico dat met de grondaankoop is gemoeid af te dekken. Er zal dus nog € 500.000 uit de ‘algemene reserve niet geblokkeerd’ moeten worden overgeheveld naar de ‘algemene reserve vaste buffer’ “.

In het raadsbesluit van 5 november 2019 is dus aangegeven dat tot het moment dat er een grondexploitatie voor bedrijventerrein Overeem is vastgesteld er een bedrag van € 1,1 miljoen in de “algemene reserve vaste buffer” voor het risico op afwaardering gronden moet worden opgenomen. Omdat er op dat moment € 3 miljoen voor de tot dan toe bekende risico’s nodig was en de stand en van ‘algemene reserve vaste buffer’ € 3,6 miljoen bedroeg, heeft de raad besloten om € 0,5 miljoen aan deze reserve toe te voegen. Daarmee zou de stand van de ‘algemene reserve vaste buffer’ op € 4,1 miljoen komen. Beschikbare weerstandscapaciteit Met de weerstandscapaciteit wordt bedoeld al die elementen waarmee tegenvallers eventueel bekostigd kunnen worden. In de nota reserves en voorzieningen is de richtlijn voor het berekenen van de weerstandscapaciteit vastgesteld. De weerstandscapaciteit bestaat met ingang van 2019 uit de “algemene reserve vaste buffer” en de stille reserves. Op basis hiervan is de weerstandscapaciteit als volgt te berekenen: Weerstandscapaciteit Algemene reserve vaste buffer op 31-12-2020 Stille reserves Algemene reserve (t/m begroting 2020) Post onvoorzien (t/m begroting 2020) Onbenutte belastingcapaciteit (t/m begroting 2020) Beschikbare weerstandscapaciteit

Rekening Begroting Rekening 2019 2020 2020 4.100 4.100 860 836 860 2.960 36 682 4.960 4.514 4.960

55

* Specificatie objecten niet voor de openbare dienst bestemd: WOZBalanswaa Verschil (bedragen x € 1.000) waarde rde 31-122020 De Hokhorst voetbal 850 41 809 Grond carports Van Reedeweg 63 11 52 Totaal 913 53 860

Overige posten Daarnaast zijn er nog een drietal elementen die (op grond van de nota reserves en voorzieningen 2019) niet meer worden gerekend tot de weerstandscapaciteit, maar wel worden vermeld. Het gaat om de post onvoorzien (€ 36.000 geraamd, € 0 verantwoord in 2020) en de onbenutte belastingcapaciteit OZB t.o.v. “artikel 12 norm’’ (€ 706.000). Ook het Woningbedrijf verdient hier een afzonderlijke vermelding. Het verschil tussen de huidige WOZ-waarde en de balanswaarde van het Woningbedrijf bedraagt ongeveer € 46 miljoen. Uiteraard is het zo, dat woningen van een woningbedrijf niet heel gemakkelijk kunnen worden getransformeerd tot liquide middelen. Daarom wordt de waarde niet betrokken bij de berekening van de weerstandscapaciteit. Omvang van het weerstandsvermogen Omdat de risico’s die gemeenten lopen verschillen, is er geen algemene norm voor de relatie tussen de weerstandscapaciteit en de risico’s. Gemeenten dienen zelf een beleidslijn te formuleren over de in de organisatie noodzakelijk geachte weerstandscapaciteit in relatie tot de risico’s. Wel dient de weerstandscapaciteit voldoende te zijn om de risico’s af te dekken. De weerstandsratio (beschikbare weerstandscapaciteit in relatie tot de benodigde weerstandscapaciteit) moet dus minimaal 1 zijn.

Een waarde hoger dan 1 geeft aan dat tegenvallers kunnen worden opgevangen zonder grote ingrepen te doen in het voorzieningenniveau. In Renswoude is middels de nota reserves en voorzieningen 2019 gekozen voor een minimale waarde van 1,4. Dit wordt geblokkeerd als risicobuffer in de “algemene reserve vaste buffer”. Onderstaande indeling wordt gehanteerd om de hoogte van het weerstandsvermogen te kunnen duiden.

Waarderingscijfer A B C D E F

Weerstandsnorm Ratio >2,0 1,4-2,0 1,0-1,4 0,8-1,0 0,6-0,8 <0,6

Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende

Qls de benodigde weerstandscapaciteit wordt afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit ontstaat het volgende beeld.

Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit Factor 1,4 (nota reserves en voorzieningen 2019) Extra reservering Gr. Overeem II (Rb 5-11-2019) Ratio weerstandsvermogen

Rekening Begroting 2019 2020 4.960 10.546 3.542 2.442 1.100

2.167

1,4

4,9

Rekening 2020 4.759 1.589 2.225 1.100 3.325 1,4

De weerstandsratio is op 31 december 2020 1,4. Op grond van de indeling naar waarderingscijfers is het weerstandsvermogen als ruim voldoende te kwalificeren en voldoet ook aan het uitgangspunt van de nota reserves en voorzieningen 2019. Ten opzichte van de jaarrekening 2018 zijn vooral de risico’s in de grondexploitaties afgenomen als gevolg van het afsluiten van het complex Overeem I. Ondanks de reservering van € 1,1 miljoen in verband met aankoop grond Overeem II kan de hoogte van de ‘algemene reserve vaste buffer’ (€ 3,9 miljoen per 31 december 2020) worden

56

verlaagd met € 0,6 miljoen. Dit bedrag kan worden overgeheveld naar de ‘algemene reserve niet geblokkeerd’. Uit voorzichtigheid hebben we dit niet gedaan. (bedragen x € 1.000)

Ruimte in 'algemene reserve vaste buffer' A. Stand 'algemene reserve vaste buffer' Benodigde stand - risico's x factor 1,4 -Extra reservering Groot Overeem II B. Totaal benodigde stand C. Ruimte in 'algemene reserve vaste buffer' (a-b)

Bedrag 4.100 2.225 1.100 3.325 775

Kengetallen BBV De volgende kengetallen zijn verplicht gesteld vanuit het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV): 1. Netto schuldquote; 1a. Netto schuldquote, gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; 2. Solvabiliteitsratio; 3. Kengetal grondexploitatie; 4. Structurele exploitatieruimte; 5. Belastingcapaciteit. Met de kengetallen kan snel een beeld worden gevormd van de financiële positie van de gemeente. Het zijn kengetallen die iets zeggen over de ‘weerbaarheid’ en ‘wendbaarheid’ van de gemeentelijke begroting. Voor de weerbaarheid (kan de gemeente financiële tegenvallers het hoofd bieden) is het van belang te weten hoe groot het eigen vermogen is, hoeveel schulden de gemeente heeft en waarvoor deze schulden zijn aangegaan. De kengetallen daarvoor zijn de solvabiliteit, de netto schuldquote en de grondexploitatie. Een wendbare begroting kan snel worden aangepast als er zich tegenvallers voordoen. Dat is een begroting waarvan de inkomsten op korte termijn kunnen worden verhoogd (stijging tarief OZB omdat de woonlasten zich nog onder het landelijke gemiddelde bevinden) en de lasten op korte termijn kunnen worden bijgesteld omdat er meer structurele baten dan structurele lasten zijn. De kengetallen daarvoor zijn “belastingcapaciteit” en “structurele exploitatieruimte”.

Beoordeling van de kengetallen in samenhang Een afzonderlijk kengetal zegt weinig over hoe de financiële positie moet worden beoordeeld. Zo hoeft een hoge schuld geen nadelig effect te hebben op de financiële positie, maar is dat afhankelijk of en wat er aan eigen vermogen en structurele baten tegenover die schuld staat en hoe groot de kans is dat de schuld weer wordt afgelost. Het is dus, met andere woorden, niet mogelijk om een individueel kengetal te gebruiken voor de beoordeling van de financiële positie. Zo worden voorraden strategische gronden en onderhandenwerk bouwgrondexploitatie door gemeenten met leningen gefinancierd. Maar bij verkoop vallen de geldmiddelen weer vrij om de leningen af te lossen. De kengetallen zullen altijd in samenhang moeten worden bezien, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een goed beeld kunnen geven van de financiële positie van een gemeente. Er zijn geen landelijke normen voor de kengetallen omdat deze erg afhangen van de lokale situatie. De gemeenteraad kan wel eigen normen stellen voor deze kengetallen en bij belangrijke raadsbesluiten laten opnemen wat het effect is op de financiële kengetallen en de afgesproken normen.

Voor de financiële kengetallen geldt, net als voor de weerstandscapaciteit, dat de raad kan aangeven welk financieel beleid hij voor ogen heeft en eventueel kan overgaan tot het formuleren van eigen normen. Om de in deze paragraaf opgenomen kengetallen enigszins te kunnen duiden is aansluiting gezocht bij de door de VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten) gehanteerde signaleringswaarden. De VNG heeft een aantal signaalwaarden ontwikkeld om een grofmazige waardering te geven aan deze kengetallen. Deze zijn onderverdeeld in drie groepen. In onderstaande tabel is dit zichtbaar gemaakt.

57

Minst risicovol Kengetal

Neutraal

Hoe interpreteren

Meest risicovol

Signaalwaarden

Met betrekking tot weerbaarheid: 1. Schuld a. zonder correctie doorgeleende gelden

Hoe lager het percentage hoe beter

< 90%

van 90% t/m 130% > 130%

b. met correctie doorgeleende gelden

Hoe lager het percentage hoe beter

< 90%

van 90% t/m 130% > 130%

2. Eigen vermogen (Solvabiliteit)

Hoe hoger het percentage hoe beter

> 50%

van 20% t/m 50% < 20%

3. Grondexploitatie

Hoe lager het percentage hoe beter

< 20%

van 20% t/m 35% > 35%

4. Structurele exploitatieruimte

Hoe hoger het percentage hoe beter

> 0%

5. Belastingcapaciteit

Hoe lager het percentage hoe beter

< 95%

Met betrekking tot wendbaarheid: 0%

< 0%

van 95% t/m 105% > 105%

Kengetal

jaarrekening Begroting jaarrekening 2019 2020 2020 Netto schuldquote 87% 111% 93% Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen 79% 100% 100% Solvabiliteitsratio 43% 45% 41% Grondexploitatie 5% 1% 5% Structurele exploitatieruimte 0,7% 1,7% 0,8% Belastingcapaciteit 108% 116% 110%

Nadere duiding bij de in de tabel in beeld gebrachte financiële kengetallen: • Netto schuldquote: hoe zwaar drukt de schuld op de begroting? Hier wordt de schuldpositie van de gemeente uitgedrukt in een percentage van de omvang van de jaarlijkse exploitatie (inkomsten exclusief mutaties in reserves). De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie van de algemene dienst en van het woningbedrijf. • Netto schuldquote, gecorrigeerd met verstrekte leningen De gemeente leent soms geleend geld door aan andere organisaties. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen, wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven. Op die manier wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldenlast. De aan het woningbedrijf verstrekte geldleningen worden niet gezien aan leningen aan derden, omdat het woningbedrijf onderdeel is van de gemeente. De schuldquote mag dus niet met deze leningen worden verlaagd. • Solvabiliteit: welk deel van het gemeentebezit is betaald met eigen middelen? Dit is het eigen vermogen als aandeel in het balanstotaal.

Ofwel: de solvabiliteitsratio geeft aan welk deel van het balanstotaal niet door schuld is gefinancierd. Een solvabiliteitsratio van minder dan 20 procent geeft aan dat een gemeente zijn bezit met relatief veel schulden heeft belast. • Grondexploitatie: heeft de gemeente relatief veel grond en loopt zij daardoor risico? De boekwaarde van de voorraden grond moet worden terugverdiend bij de verkoop. Als dat niet lukt, kan de grondexploitatie een negatieve impact hebben op de financiële positie van de gemeente. De accountant beoordeelt ieder jaar in hoeverre de gronden tegen actuele waarde op de balans zijn opgenomen. Het kengetal wordt berekend door de in exploitatie genomen gronden te delen door het totaal van de baten (excl. mutaties reserves). • Structurele exploitatieruimte: heeft de gemeente voldoende structurele middelen om haar structurele lasten te dekken? De relevantie van het kengetal structurele exploitatieruimte is om te weten welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Bij dit kengetal wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten in vergelijking met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken.

• Belastingcapaciteit: heeft de gemeente relatief veel belastingen en is er ruimte deze belastingen te verhogen?

58

Hieronder wordt verstaan de woonlasten voor een meerpersoonshuishouden in jaar t ten opzichte van het landelijk gemiddelde (in jaar t-1). Hiermee komt tot uitdrukking de ruimte die een gemeente heeft om zijn belastingen te verhogen. Zijn de woonlasten laag, dan kan bij tegenvallers gemakkelijk worden bijgestuurd door de onroerendezaakbelasting te verhogen.

59

Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding Gemeente Renswoude is qua oppervlakte 1.852 hectare groot. Veel activiteiten vinden hier naast elkaar plaats, zoals wonen, werken en recreëren. Voor die activiteiten zijn kapitaalgoederen nodig, denk aan wegen, riolering, verlichting, openbaar groen, gebouwen en water. Het beheer van kapitaalgoederen is belangrijk omdat er een directe invloed is op het woon-, leefen werkklimaat van iedereen. Kapitaalgoederen zijn ook nodig om de programmadoelen van de gemeente te realiseren. Om economische ontwikkeling te stimuleren is een goede bereikbaarheid van belang, om onderwijs te geven zijn schoolgebouwen nodig. Straatverlichting en de inrichting van groen leveren een bijdrage aan de sociale veiligheid. De riolering draagt bij aan de gemeentelijke milieudoelstellingen. Kapitaalgoederen leggen blijvend beslag op de gemeentelijke begroting. Niet alleen is geld nodig voor de aanschaf of aanleg, maar ook voor de jaarlijkse kosten van onderhoud. Het BBV schrijft voor dat in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen per kapitaalgoed tenminste wordt ingegaan op het beleidskader, de uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties en de vertaling van de financiële consequenties in de begroting.

Uitgangspunten beheer openbare ruimte

De uitgangspunten voor het beheer van de openbare ruimte worden in de beheerplannen per kapitaalgoed beschreven.

Kapitaalgoederen gemeente Renswoude in één oogopslag Domein

Omvang areaal

Waarde

Wegen Riolering Pompen, gemalen en bergbezinkbassins Civiele kunstwerken Openbare verlichting Spelen en straatmeubilair Groen Sportaccomodaties Afvalinzameling

330.000 m2 30 km vrijverval 10 pompgemalen, 50 km drukleiding, en 2 bergbezinkbassins 19 bruggen en 61 duikers 900 lichtpunten 16 speelplaatsen met 125 speeltoestellen en 850 verkeersborden 60.000 m2 en 4.000 bomen 3 voetbalvelden, 4 tennisbanen en 1 sporthal 2 ondergrondse en 15 bovengrondse containers

€ 20.000.000 € 30.000.000 € 5.000.000 € 2.500.000 € 900.000 € 600.000 € 5.000.000 € 2.000.000 € 100.000

Integraal Beheerplan Openbare Ruimte (IBOR) Er is een integraal beheerplan (periode 2021 – 2030) en een integraal meerjarig onderhouds- en vervangingsplan (periode 2021 – 2025) in de maak. De plannen worden ter goedkeuring in het najaar van 2021 aan de gemeenteraad voorgelegd. In het beheerplan wordt een scenario beschreven waarbij op pragmatische en budgetneutrale wijze invulling wordt gegeven aan het dagelijks beheer van de openbare ruimte. De huidige beeldkwaliteit is daarbij richtinggevend. Tevens wordt achterstallig onderhoud van de wegen in het buitengebied in een periode van ongeveer 10 jaar weggewerkt. Hierna wordt per kapitaalgoed nader ingegaan op de inhoudelijke en financiële aspecten.

60

Toelichting per kapitaalgoed Aantal kilometers te onderhouden weg Oppervlakte wegennet Doel Beheerplan

Uitgangspunt kwaliteit onderhoudsniveau

Staat van onderhoud

Zijn de financiële consequenties van het beheerplan volledig in de begroting opgenomen? Groot onderhoud komende jaar Jaarlijks budget Ontwikkelingen

Oppervlakte te onderhouden groen Doel Beheerplan

Uitgangspunt kwaliteit onderhoudsniveau

Wegen en verkeersvoorzieningen 41 km, waarvan 12 km elementenverharding en 29 km asfaltverharding. 330.000 m2, waarvan 30% elementverharding en 70% asfaltverharding. In stand houden van een goede wegeninfrastructuur. Beheerplan wegen 2015-2019. Er wordt gewerkt aan een integraal beheerplan (plan IBOR) en een integraal meerjarig onderhouds- en vervangingsplan waarin ook de wegen zijn opgenomen. Dit plan is naar verwachting in het voorjaar van 2021 gereed en zal alle voorgaande beheer- en meerjarenplannen vervangen. Verwacht wordt dat dit medio 2021 aan de gemeenteraad ter goedkeuring voorgelegd kan worden. Uitgangspunt is de CROW norm (CROW is een kennisorganisatie op het gebied van infrastructuur, openbare ruimte, verkeer en vervoer en werk en veiligheid). Het werken conform de richtlijnen CROW wordt door de gemeente bewerkstelligd door: Periodiek globale visuele inspecties uit te voeren; Te werken met een wegbeheersysteem; Onderhoud uit te voeren volgens systematiek en planning. De staat van onderhoud van de elementenverhardingen is over het algemeen goed. De asfaltwegen die zich met name in het buitengebied bevinden, hebben in principe allemaal ongeveer dezelfde ouderdom en hebben over de gehele linie gezien hun technische levensduur ruim overschreden.

De verwachting is dan ook dat er in de komende jaren groot onderhoud en reconstructiewerkzaamheden aan de asfaltwegen noodzakelijk is. Ja. Naar aanleiding van het beheerplan 2015-2019 is het jaarbudget voor onderhoud met ingang van 2015 verhoogd van € 111.000 naar € 160.000 structureel. Door toepassing van een inflatiecorrectie bedraagt dit budget vanaf 2019 € 162.240. In 2019 wordt de Biesbosserweg aangepakt en in 2020 de Emminkhuizerlaan. +/- €162.000,Er is in 2020 een ramingscontract voor de duur van 2 jaar gesloten met van Wijk uit Nieuwegein voor het dagelijks onderhoud van de wegen.

Openbaar Groen Totaal 60.000 m2, waarvan ca. 4.000 stuks bomen. Een beheervriendelijke (efficiënt) en hoogwaardige (functie) buitenruimte die binnen de financiële kaders te beheren is. Groenbeleidsplan 2011- 2017. Er wordt gewerkt aan een integraal beheerplan (plan IBOR) en een integraal meerjarig onderhouds- en vervangingsplan waarin ook het groenbeheer is opgenomen. Dit plan is naar verwachting in het voorjaar van 2021 gereed en zal alle voorgaande beheer- en meerjarenplannen vervangen. Verwacht wordt dat dit medio 2021 aan de gemeenteraad ter goedkeuring voorgelegd kan worden. De gewenste beeldkwaliteit is gebaseerd op de landelijke kwaliteitscatalogus openbare ruimte van de CROW. Daarin zijn vijf kwaliteitsniveaus beschreven: A+ (zeer hoog) tot D (zeer extensief). Uitgangspunt is beeldkwaliteit B (dit is het op één na hoogste niveau). Alleen voor de omgeving bij het gemeentehuis, begraafplaats en rotondes) is sprake van de hoogste beeldkwaliteit (A). In het buitengebied kan met een lagere beeldkwaliteit (C) worden volstaan.

61

Staat van onderhoud Zijn de financiële consequenties van het beheerplan volledig in de begroting opgenomen? Groot onderhoud komende jaar Jaarlijks budget Ontwikkelingen

Aantal kilometers te onderhouden riolering

Doel Beheerplan Uitgangspunt kwaliteit onderhoudsniveau

Staat van onderhoud Zijn de financiële consequenties van het beheerplan volledig in de begroting opgenomen? Groot onderhoud komende jaar

Belangrijke uitgangspunten voor het groenbeleidsplan zijn: Groen is waardevol voor de leefomgeving; Koesteren van het groen, maar wel rationeel; Realiseren van groene kwaliteit; Deskundig beheren; Groen moet duurzaam zijn; Er wordt wat aanplant van bomen betreft gestreefd naar meer afwisseling, dit om de plaagdierdruk (eikenprocessierups) structureel omlaag te brengen. De staat van onderhoud is in het algemeen goed te noemen en voldoet minimaal aan de in het beleidsplan genoemde beeldkwaliteitsniveaus. Dit is afhankelijk van goedkeuring door de gemeenteraad van het plan IBOR en de daarbij behorende meerjarenbegroting 2021 – 2025. n.v.t. +/- € 75.000, • Daar waar het in het straatbeeld past zal worden gestreefd naar een minder homogeen bomenbestand. • Er wordt gestreefd naar een hogere biodiversiteit. Dat betekent dat het maaibeleid daarop aangepast zal worden door bermen te verschralen en zodoende inheemse kruidensoorten meer kans te geven.

Riolering Gemengde hoofdriolering: 11,3 km (Verbeterd) gescheiden stelsel: 21,8 km Drukrioolpompen buitengebied: 224 stuks Drukriolering buitengebied: 47,6 km Rioolgemalen in bebouwde kom: 7 stuks Persleidingen in bebouwde kom: 1,6 km Hemelwater- en grondwatergemalen: 3 stuks Wadi’s – bodempassages: 0,1 ha Hemelwateruitlaten: 17 stuks Interne overstorten, stuwputten e.d.: 3 stuks Drainage: 3,8 km Kolken: 1.345 Bergbezinkbassins: 2 (stand eind 2020 zoals in GRP 2020-2021 is opgenomen) Zorg voor goed functionerende riolering. Dit is uit oogpunt van volksgezondheid, bewoonbaarheid en milieubescherming een belangrijke taak van de gemeente. GRP 2013-2020; eind 2020 is door de gemeenteraad een nieuw rioleringsplan, het GRP 2021 – 2028, goedgekeurd. Voldoen aan de daarvoor geldende wettelijke vereisten. Een goed functionerende riolering is nodig om afvalwater uit de directe leefomgeving te verwijderen ten behoeve van de volksgezondheid. Ook komt riolering de bewoonbaarheid in de kernen ten goede doordat wateroverlast en stank worden voorkomen. De staat van onderhoud van het rioleringsstelsel is over het algemeen goed te noemen. Ja

Op basis van het GRP 2021 – 2028 en na inspectie.

62

Jaarlijks budget

Ontwikkelingen

Algemeen

Aantal te onderhouden gebouwen:

Doel Beheerplan Uitgangspunt kwaliteit onderhoudsniveau Staat van onderhoud Zijn de financiële consequenties van het beheerplan volledig in de begroting opgenomen? Groot onderhoud komende jaar Jaarlijks budget

Ontwikkelingen

Aantallen Doel

In 2021 staan de afkoppeling van het gemeentehuis aan de Dorpsstraat en het Binnenveld op de planning. Circa € 450.000,-. Dit bedrag fluctueert jaarlijks omdat de toevoeging aan de voorziening riolering jaarlijks verschilt. (De voorziening wordt gevormd door de toekomstige investeringen die uit het GRP voortvloeien.) n.v.t

Gebouwen (exclusief woningbedrijf) Naast gemeentelijke gebouwen, onderhoudt de gemeente ook de woningen in het gemeentelijke woningbedrijf. Voor het woningbedrijf is enkele jaren geleden een onderhoudsplan opgesteld. In deze paragraaf wordt alleen op de overige gemeentelijke gebouwen ingegaan. Voor de scholen geldt dat de schoolbesturen verantwoordelijk zijn voor het onderhoud (zowel binnen als buiten). - bibliotheek; - gemeentehuis; - gemeentewerf; - brandweerkazerne; - ambtswoning; - aula begraafplaats; - sporthal. In stand houden van de gebouwen en voorkoming van achterstallig onderhoud. In 2020 is gestart met het opstellen van een beheerplan voor de sporthal. Aansluitend wordt in de komende jaren een beheerplan voor de overige gemeentelijke gebouwen opgesteld. NEN 2767 Vanaf de begroting 2022 worden de beheerplannen financieel vertaald in de begroting. Voor de sporthal wordt voor 2022 voorzien in vervanging van de installaties voor verwarming en luchtbehandeling. De bedragen hiervoor worden in de begroting van 2022 meegenomen. Voor dagelijks onderhoud is voor de gemeentelijke gebouwen een bedrag opgenomen van totaal € 26.500. Er is ook een reserve onderhoud openbare gebouwen. De reserve dient ter dekking van toekomstig groot onderhoud aan de openbare gebouwen. Op 1-12019 is de stand van deze reserve € 0,5 miljoen.

Gelet op het ontbreken van een actueel beheerplan wordt op korte termijn een nieuw beheerplan opgesteld. In 2020 is gestart met de vervangende nieuwbouw van de brandweerkazerne en het gemeentehuis. In 2021 wordt een voorstel gedaan voor de vervangende nieuwbouw van de gemeentewerf. Na afronding van de nieuwbouw wordt aansluitend een meerjarig beheerplan opgesteld. Voor wat betreft de bibliotheek zijn er ook plannen om tot een andere invulling te komen. De voorstellen hiervoor worden in 2021 voor besluitvorming voorgelegd.

Openbaar Water Aantal te onderhouden bruggen: 19 bruggen De sloten die volgens de Keur van het Waterschap onderhoudsplichtig zijn en eigendom zijn van de gemeente, worden door de gemeente onderhouden. Sloten moeten voldoende water kunnen blijven aan- en afvoeren, zodat voor de bewoners van een gebied geen waterproblemen ontstaan.

63

Beheerplan

Uitgangspunt kwaliteit onderhoudsniveau Staat van onderhoud Zijn de financiële consequenties van het beheerplan volledig in de begroting opgenomen? Jaarlijks budget Groot onderhoud komende jaar Ontwikkelingen

Omvang areaal Doel Beheerplan

Uitgangspunt kwaliteit onderhoudsniveau Staat van onderhoud

Er wordt gewerkt aan een integraal beheerplan (plan IBOR) en een integraal meerjarig onderhouds- en vervangingsplan waarin ook het waterbeheer is opgenomen. Verwacht wordt dat deze medio 2021 aan de raad ter goedkeuring voorgelegd kan worden. Het doorstroomprofiel moet voldoende zijn, als maat hiervoor wordt gehanteerd dat minimaal 2/3 van het theoretische profiel beschikbaar is. Goed. Ja.

€ 83.000,Geen. n.v.t

Civiele kunstwerken (bruggen en duikers) Het areaal bestaat uit 80 bruggen en duikers Kunstwerken moeten ten allen tijde veilig zijn, waarbij het onderhoud zodanig moet zijn dat er geen achterstallig onderhoud ontstaat. Er wordt gewerkt aan een integraal beheerplan (plan IBOR) en een integraal meerjarig onderhouds- en vervangingsplan waarin ook het beheer van civiele kunstwerken is opgenomen. Verwacht wordt dat dit medio 2021 aan de gemeenteraad ter goedkeuring voorgelegd kan worden. De kunstwerken moeten functioneel en veilig zijn.

Zijn de financiële consequenties van het huidige beheerplan volledig in de begroting opgenomen? Jaarlijks budget Groot onderhoud komend jaar Ontwikkelingen

Omvang areaal

De kwaliteit is goed, afgezien van de duiker in de Oude Holleweg over de Munnikebeek. Ja

+/- €15.000,In 2021 wordt de duikerbrug in de Oude Holleweg over de Munnikebeek vervangen Geen

Openbare Verlichting Het areaal bestaat uit +/- 900 lichtpunten met in totaal 878 masten

en 884 armaturen. Doel Beheerplan

Uitgangspunt kwaliteit onderhoudsniveau Staat van onderhoud Zijn de financiële consequenties van het huidige beheerplan volledig in de begroting opgenomen?

Bijdragen aan een verkeersveilige en sociaal veilige openbare ruimte. Er wordt gewerkt aan een integraal beheerplan (plan IBOR) en een integraal meerjarig onderhouds- en vervangingsplan waarin ook het beheer van de openbare verlichting is opgenomen. Verwacht wordt dat dit medio 2021 aan de gemeenteraad ter goedkeuring voorgelegd kan worden. Als uitgangspunt geldt de RVOL (Richtlijn voor openbare verlichting) Hoewel het areaal relatief oud is, 358 armaturen zijn ouder dan 20 jaar en 80 masten ouder dan 40 jaar (d.w.z. afgeschreven), is de kwaliteit in het algemeen redelijk tot goed. Ja

64

Jaarlijks budget Groot onderhoud komende jaar Ontwikkelingen

Omvang areaal Doel Beheerplan

Uitgangspunt kwaliteit onderhoudsniveau Staat van onderhoud

+/- €66.500,-

Noodzakelijke vervangingen worden uitgevoerd. Geen

Meubilair (bebording en speelvoorzieningen) Het areaal bestaat uit: 850 verkeersborden; 16 speelplaatsen met 125 speeltoestellen. Speelplekken: ontspanningsplek voor de doelgroep. Verkeersborden: geleiding verkeer. Er wordt gewerkt aan een integraal beheerplan (plan IBOR) en een integraal meerjarig onderhouds- en vervangingsplan waarin ook het beheer van meubilair is opgenomen. Verwacht wordt dat dit medio 2021 aan de gemeenteraad ter goedkeuring voorgelegd kan worden. Functionele en veilige voorzieningen.

Zijn de financiële consequenties van het huidige beheerplan volledig in de begroting opgenomen? Jaarlijks budget Groot onderhoud komende jaar Ontwikkelingen

Omvang areaal Doel Beheerplan

Uitgangspunt kwaliteit onderhoudsniveau Staat van onderhoud Zijn de financiële consequenties van het huidige beheerplan volledig in de begroting opgenomen? Jaarlijks budget Groot onderhoud komende jaar Ontwikkelingen

De kwaliteit van de speeltoestellen is, ondanks de gemiddeld hoge ouderdom, in het algemeen goed. Bebording is goed. Ja

+/- €28.000,Niet gepland Er is op dit moment voor speelvoorzieningen geen beleid. In 2021/2022 wordt daar invulling aan gegeven.

(Buiten)sportaccommodaties Het areaal bestaat uit 3 voetbalvelden, 4 tennisbanen en 1 sporthal. Goede voorzieningen ten behoeve van sport. Er wordt gewerkt aan een integraal beheerplan (plan IBOR) en een integraal meerjarig onderhouds- en vervangingsplan waarin ook het beheer van de buitensportaccommodaties is opgenomen. Verwacht wordt dat dit medio 2021 aan de gemeenteraad ter goedkeuring voorgelegd kan worden. Onderhoud geschiedt op grond van de eis dat de voorziening voldoet aan ‘schoon, heel en veilig’. Deze begrippen zijn niet nader gespecificeerd. Daarnaast moeten ze voldoen aan de wettelijke eisen. De kwaliteit is redelijk Nee. Voor het onderhoud zijn de budgetten voldoende. Voor de vervangingsinvesteringen zijn de reserves onvoldoende. Er is geld voor de vervanging van 1 i.p.v. 2 voetbalvelden. Ook voor tennis geldt dat de reserve voor de vervangingen onvoldoende lijkt. Er is geld voor 3 velden. +/- € 24.000,In 2022 vervanging toplaag 1 kunstgras voetbalveld en toplaag 3 kunstgras tennisvelden. Als onderdeel van het plan IBOR wordt in 2021/2022 gekeken naar de buitensportaccommodaties omdat de velden aan het einde van hun levensduur zijn en binnen enkele jaren vervangen moeten worden.

65

Paragraaf Financiering Inleiding In de paragraaf financiering wordt de financieringsfunctie van de gemeente Renswoude uiteengezet. In deze paragraaf komen de kasgeldlimiet en de renterisiconorm aan de orde. Daarnaast wordt aandacht besteed aan de ontwikkeling van de schuld in 2020 en de hiermee gepaard gaande rentekosten. Beleidskader De Wet Fido geeft voorschriften met betrekking tot het aantrekken van geldleningen, het uitzetten van middelen en het verstrekken van garanties. Van belang hierbij is dat deze activiteiten geschieden in het kader van het uitoefenen van de publieke taak. Uitzetting van tijdelijk overtollige middelen dient een voorzichtig karakter te hebben en mag niet gericht zijn op het verschaffen van inkomen door het lopen van overmatige risico’s. Het beleggings-en financieringsbeleid van de gemeente is vastgelegd in het Treasurystatuut 2015 gemeente Renswoude, dat laatstelijk is vastgesteld door de raad op 3 maart 2015. Doelstelling van het treasurybeleid De doelstellingen van het treasurybeleid zijn: ▪ De organisatie van voldoende financiële middelen voorzien en het streven naar voldoende liquiditeit (de mate waarin de direct opeisbare schulden tijdig kunnen worden voldaan) en solvabiliteit (de mate waarin alle schulden kunnen worden voldaan bij een eventuele liquidatie).

▪ Het nastreven van een financiële rentabiliteit (het aantrekken van middelen tegen zo laag mogelijke kosten, het uitzetten van middelen tegen zo hoog mogelijke opbrengsten, het gebruik maken van marktontwikkelingen). Gemeentefinanciering Financiering voor een periode van één jaar en langer wordt enkel aangetrokken ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak. Bij het bepalen van de financieringsbehoefte worden alle inkomsten en uitgaven betrokken. De financiering met externe financieringsmiddelen wordt zoveel mogelijk beperkt door primair de beschikbare interne financieringsmiddelen (reserves en voorzieningen) te gebruiken om het renteresultaat te optimaliseren. Kasgeldlimiet Met kortlopende schuld worden leningen bedoeld die een looptijd korter dan één jaar hebben. Eens per kwartaal dient een opgave aan de toezichthouder (Provincie Utrecht) te worden gedaan met betrekking tot de gemiddelde netto vlottende schuld. Dit bedrag mag de kasgeldlimiet, dit is de maximaal toegestane netto vlottende schuld, niet overschrijden. Som is de overschrijding tijdelijk (bijvoorbeeld omdat de gemeente op korte termijn opbrengsten uit grondexploitatie verwacht). Als de overschrijding niet tijdelijk is zal de gemeente een vaste geldlening moeten aantrekken. De minister van Financiën stelt het percentage van de kasgeldlimiet vast.

Dit percentage is momenteel 8,5% van het begrotingstotaal bij aanvang van het dienstjaar.

66

Bedragen x € 1.000 Kasgeldlimiet 2020 Omvang van de begroting per 1 januari 2020

1e kw.

2e kw.

3e kw.

4e kw.

14.530

Toegestane kasgeldlimiet in %

8,5%

Toegestane kasgeldlimiet in bedragen

1.235

1.235

1.235

1.235

1.235

a. Vlottende middelen, kwartaalgemiddelde

-12

474

-93

411

b. Vlottende schulden, kwartaalgemiddelde

0

0

333

667

c. Saldo vlottend kwartaalgemiddelde: a-b

-12

474

-426

-255

-12

474

-426

-255

Toets kasgeldlimiet d. Saldo vlottend kwartaalgemiddelde: c e. Toegestane kasgeldlimiet, in bedragen

1.235

1.235

1.235

1.235

Onderschrijding: d+e

1.223

1.709

809

980

Kasbeheer Het liquiditeitsgebruik wordt beperkt door de geldstromen op gemeenteniveau op elkaar en de liquiditeitsplanning af te stemmen. Hierbij wordt erop toegezien dat de liquiditeitspositie voldoende is om te garanderen dat de financiële verplichtingen tijdig kunnen worden nagekomen. Het betalingsverkeer wordt bijna uitsluitend elektronisch uitgevoerd door de N.V. Bank Nederlandse Gemeenten. De gemeentelijke kaspositie verandert per dag. Om de saldi optimaal te beheren, wordt gebruik gemaakt van het pakket voor geïntegreerde dienstverlening op het terrein van betalingsverkeer en kredietverlening van de N.V. Bank Nederlandse Gemeenten. Op basis van de hiervoor gesloten overeenkomst met de bank, trekt de bank voor de gemeente daggelden aan bij een schuld in rekening-courant en zet de bank voor de gemeente daggelden uit bij een tegoed in rekening-courant. Het voordeel hiervan is, dat de tarieven voor daggeld gunstiger zijn dan de tarieven voor rekeningcourant. Renterisiconorm De renterisiconorm is bedoeld om het renterisico dat de gemeente loopt op zijn langlopende schuld te beperken. Hierbij is het uitgangspunt om zoveel mogelijk spreiding in de looptijden van leningen aan te brengen. Het renterisico op de vaste schuld mag de renterisiconorm niet overschrijden.

De renterisiconorm wordt berekend op 20% (het door de minister van Financiën vastgestelde percentage) van het begrotingstotaal, inclusief toevoeging reserves aan het begin van het begrotingsjaar.

67

Bedragen x € 1.000 Renterisiconorm 2020

Begroting Rekening Verschil 2020

2020

1a. Renteherziening op vaste schuld o/g

0

0

0

1b. Renteherziening op vaste schuld u/g

0

0

0

2. Netto renteherziening op vast schuld (1a-1b)

0

0

0

3a. Nieuw aangetrokken vaste schuld o/g

0

3.000

3.000

3b. Nieuw verstrekte lange leningen u/g

0

0

0

4. Netto nieuwe aangetrokken schuld (3a-3b)

0

3.000

3.000

1.963

2.138

175

5. Betaalde aflossingen 6. Herfinanciering (laagste van 4 en 5)

0

1.572

1.572

7. Renterisico op vaste schuld (2+6)

0

1.572

1.572

Renterisiconorm 8. Begrotingstotaal primitieve begroting 2020

19.176

19.176

9. Toegestane percentage renterisiconorm

20%

20%

10. Renterisiconorm

3.835

3.835

3.835

3.835

0

1.572

0

3.835

2.263

0

Toets Renterisiconorm 10. Renterisiconorm 7. Renterisico op vaste schuld (2+6) Ruimte (+) / Overschrijding (-) (10-7)

Relatiebeheer De gemeente Renswoude heeft als huisbankier de N.V. Bank Nederlandse Gemeenten, een bankinstelling zoals hiervoor vermeld, gecertificeerd met de triple A-rating volgens Moodys en volgens Standaard & Poor's. Bij deze bank heeft de gemeente Renswoude een viertal zakelijke rekeningen, te weten een rekening voor het dagelijks betalingsverkeer en een rekening voor de inning van belastingen, een rekening voor de inning van de huren en een rekening ten behoeve van schatkistbankieren. Gemeente Renswoude heeft verder nog een rekening bij de Rabobank Woudenberg e.o., deze rekening wordt hoofdzakelijk gebruikt voor transacties via de legeskas. Financieringspositie Gemeentefinanciering heeft betrekking op de financiering van de organisatie voor de lange termijn. De financieringsstructuur wordt hierbij bepaald door de verhouding tussen het eigen vermogen en vreemd vermogen. Zodra de financieringsmiddelen (de reserves, voorzieningen en opgenomen geldleningen) lager zijn dan het totaal van de boekwaarde van de investeringen is dit een teken dat de gemeente een vaste geldlening moet gaan aantrekken.

68

Schatkistbankieren Vanaf 2014 zijn gemeenten, provincies, waterschappen en gemeenschappelijke regelingen verplicht hun overtollige liquide middelen te stallen en beleggingen aan te houden bij het Ministerie van Financiën. Overtollige liquiditeiten en beleggingen mogen niet meer worden gestald bij private partijen buiten de schatkist. Voor de gemeente Renswoude betekent dit dat alle liquide middelen die in een kwartaal gemiddeld het drempelbedrag van € 250.000 overstijgen, afgeroomd moeten worden naar een daartoe geopende werkrekening Schatkistbankieren (SKB), waarna de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) het doorstort naar ’s Rijksschatkist. Uit onderstaand overzicht, blijkt dat het drempelbedrag van € 250.000 gemiddeld in alle kwartalen van 2020 niet overschreden is. Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1000) Verslagjaar 2020 (1)

Drempelbedrag

250 Kwartaal 1

(3a) = (1) > (2)

Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Ruimte onder het drempelbedrag

(3b) = (2) > (1)

Overschrijding van het drempelbedrag

(2)

Kwartaal 2 188

Kwartaal 3

Kwartaal 4

181

133

112

69

117

138

-

-

62 -

-

(1) Berekening drempelbedrag Verslagjaar (4a) (4b) (4c)

Begrotingstotaal verslagjaar Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat

14.530 14.530 -

(1) = (4b)*0,0075 + (4c)*0,002 met een Drempelbedrag minimum van €250.000

250

(2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Kwartaal 1 (5a) (5b) (2) - (5a) / (5b)

Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil) Dagen in het kwartaal Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen

Kwartaal 2

Kwartaal 3

Kwartaal 4

17.098

16.509

12.278

10.263

91

91

92

92

188

181

133

112

Renteschema op basis van notitie rente BBV In de BBV is opgenomen dat de paragraaf financiering van de begroting en jaarstukken naast de beleidsvoornemens en het gerealiseerde beleid ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille ook inzicht moet geven in de rentelasten, het renteresultaat en de doorberekende rente aan investeringen, grondexploitaties en projecten. In onderstaand schema is dat weergegeven. De doorberekende rente is inclusief de rente over de investeringen van het woningbedrijf.

69

a . De externe rentel a s ten over de korte en l a nge fi na nci eri ng b. De externe renteba ten ( i dem) ( nega tieve rente ka s gel d) Sa l do rentel a s ten en renteba ten

c1. De rente di e a a n de grondexpl oi tatie moet worden doorberekend c2. De rente va n projectfi na nci eri ng di e a a n het betreffende taa kvel d moet worden toegerekend c3. De renteba a t va n doorvers trekte l eni ngen i ndi en da a r een s peci fi eke l eni ng voor i s a a ngetrokken ( = projectfi na nci eri ng), di e a a n het betreffende taa kvel d moet worden toegerekend Aa n taa kvel den toe te rekenen externe rente d1. Rente over ei gen vermogen d2. Rente over voorzi eni ngen Totaa l a a n taa kvel den toe te rekenen rente e. De a a n taa kvel den (i ncl us i ef woni ngbedri jf) toegerekende rente (renteoms l a g) f. Renteres ul taa t op het taa kvel d Trea s ury

Begroot na wijziging Werkelijk 204.000 144.288 0 204.000 144.288

-10.967

204.000

0 133.321

0 0

0 0

204.000

133.321

-348.526

-371.755

-144.526

-238.434

70

Paragraaf Bedrijfsvoering Renswoude is bewust zelfstandig gebleven om adequaat in te kunnen spelen op vragen in de samenleving en de dienstverlening aan inwoners in de nabijheid te organiseren. In 2019 zijn de eerste stappen gezet, om de door raad en college gewenste toekomstbestendige gemeentelijke organisatie te realiseren, die haar regierol adequaat kan invullen. Op 1 januari 2020 is de organisatie gestart met werken middels de nieuwe organisatie-inrichting en is er afgelopen jaar veel aandacht geschonken aan het inregelen van de nieuwe organisatie, bijbehorende werkafspraken, organisatieontwikkeling en het samenspel tussen bestuur en organisatie. Een toekomstbestendige organisatie vraagt blijvende aandacht voor de volgende randvoorwaarden. Bestuurskracht. Dit betreft het vermogen om publieke waarde in samenwerking met tal van partijen te realiseren. Bestuurskracht vraagt van het college en de gemeenteraad dat zij voldoende geëquipeerd zijn om op een goede manier samen te werken, ambities en opgaven te overzien en deze met partners en de organisatie te realiseren. Financieel gezond. De financiële positie van Renswoude is momenteel goed. Het versterken van de organisatie vraagt investering. Het betaalbaar houden van de uitvoering vraagt duidelijke prioritering. Constructieve bijdrage aan regionale samenwerking.

Het is belangrijk dat de gemeente in de regio een constructieve bijdrage kan leveren. Hetgeen inhoudt dat Renswoude niet alleen haalt, maar ook brengt, en hierbij als constructieve partner wordt gezien. Administratieve organisatie op orde. Vanuit interbestuurlijke toezicht (IBT) wordt veel aandacht besteed aan de mate waarin de administratie organisatie op orde is. Dit houdt in dat gemeente Renswoude kan onderbouwen dat in de dienstverlening aan wet- en regelgeving wordt voldaan, en dat zij rechtmatig handelt. Met deze laatste twee punten uit de bestuurlijke stip op de horizon zijn we aan de slag gegaan met de organisatorische inrichting. We hebben hierbij de volgende uitgangspunten gehanteerd: 1. Afdelingen zijn ingericht op basis van werk(processen), die een logische, inhoudelijke samenhang hebben. 2. De aansturing en eindverantwoordelijkheid ligt bij één leidinggevende; medewerkers voeren voornamelijk taken uit voor de afdeling waarin zij zijn geplaatst en worden derhalve aangestuurd door één leidinggevende; 3. De leidinggevende richt zich op de ontwikkeling van de medewerkers en daarmee van de organisatie; Inhoudelijke aansturing vindt plaats door senior beleidsmedewerkers. Door het toevoegen van senior beleidsmedewerkers vergroten we het strategisch vermogen en daarmee de constructieve bijdrage aan regionale samenwerking.

Ook professionaliseren we de samenwerking door beter opdrachtgever/-nemerschap en betere regievoering. We investeren in continuïteit door waar mogelijk vacatures open te stellen en inhuur te beëindigen. De nieuwe organisatie is ingericht. Er zijn twee nieuwe afdelingshoofden aangesteld en er is geïnvesteerd in het aanstellen van nieuw eigen personeel. We zetten met prioriteit in op het op orde brengen van de basis: Interne controle, administratieve organisatie, het P&C instrumentarium, de financiële en salarisadministratie, de HRM- en inkoopfunctie, beheer openbaren ruimte, beheer gebouwen, woningbedrijf en het sociaal domein. Deze maatregelen zijn in 2020 verder geborgd door meer mensen in dienst te nemen in plaats van structureel in te huren. We investeren in mensen en in kennis en kunde. De inzet van externe krachten is in 2020 dan ook gedaald t.o.v. 2019. Er is nog wel sprake van een krappe arbeidsmarkt, waardoor enkele vacatures lastiger zijn in te vullen. Verder werken we aan het tot stand brengen van het dienstverleningsconcept, verzakelijking van de (regionale) samenwerking, intensivering van de interne samenwerking en verbetering van de noodzakelijke middelen als mobiele telefonie, ICT en huisvesting. De organisatieontwikkeling is in 2020 door de Corona-crisis in een ander daglicht komen te staan met een wat andere aanpak en tempo.

We kunnen met trots zeggen dat we in staat zijn gebleken ook in deze bijzondere omstandigheden de dienstverlening en de vitale processen goed draaiende te houden. Dat zegt iets over onze flexibiliteit en improvisatievermogen.

71

Zo wordt een volgende stap gezet in het dichterbij brengen van de bestuurlijke stip op de horizon voor Renswoude en een toekomstbestendige organisatie. Personeelsopbouw In 2020 was sprake van een bezetting in personen van 41 en in fte’s van 34. Onlangs is de “personeelsmonitor 2020” van het A&O fonds verschenen. Daarin is interessante informatie opgenomen over de personeelsopbouw van Renswoude in vergelijking met het gemiddelde van de andere gemeenten. Zo is onder meer te zien dat de gemiddelde leeftijd en gemeentelijke bezetting redelijk in lijn loopt met de gemiddelden van alle gemeenten. Gemiddelde leeftijd 60 jaar en ouder 55 tot 60 jaar 45 tot 55 jaar 35 tot 45 jaar 25 tot 35 jaar Jonger dan 25 jaar

Renswoude 19% 17% 30% 24% 9% 0%

Alle gemeenten 16% 16% 29% 22% 15% 2%

De deeltijdfactor is gelijk aan vorig jaar en ligt lager ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Het is aannemelijk dat hiervan het breed ingezette generatiepact binnen de gemeente Renswoude een belangrijke reden is. Renswoude 0,81

Deeltijdfactor

Alle gemeenten 0,89

Het aandeel vrouwen ten opzichte van mannen is in Renswoude hoger dan het gemiddelde. Vorige jaar lag deze trend precies andersom. Gemiddelde bezetting in FTE naar geslacht Vrouw Man

Renswoude

Alle gemeenten

59% 41%

50% 50%

Waar in 2019 geen veranderingen waren op het gebied van in-, door- en uitstroom is er in 2020 veel gebeurd. Er zijn 2 nieuwe afdelingshoofden en 11 nieuwe medewerkers aangenomen. Vier collega’s zijn intern doorgestroomd (niet opgenomen in de personeelsmonitor) en drie collega’s zijn uitgestroomd (2 pensioen, 1 carrière). De gemiddelde instroom ligt daarmee hoger dan gemiddeld en de uitstroom redelijk in lijn met gemiddeld. Instroom, doorstroom en uitstroompercentage in 2020 Instroom Doorstroom Uitstroom

Renswoude

Alle gemeenten

40% 0% 9,1%

13,4% 6,2% 8,4%

Financieel Onderstaand zijn de geraamde- en werkelijke salarislasten en lasten inhuur derden weergegeven. begroting 2020

salarissen huidig personeel salarissen voormalig personeel inhuur derden

begroting na wijziging 2020

werkelijk 2020

afwijking

2.709.768 131.778

2.513.414 131.778

2.606.337 90.342

-92.923 41.436

270.703

1.557.581

1.165.015

392.566

72

Paragraaf Verbonden partijen Inleiding In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) worden verbonden partijen gedefinieerd als privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisaties waarin de gemeente een bestuurlijk en financieel belang heeft. Een bestuurlijk belang houdt in dat de gemeente zeggenschap heeft door vertegenwoordiging of stemrecht. Een financieel belang betekent dat de gemeente financiële middelen ter beschikking stelt, die ze niet kan verhalen in geval van faillissement van de verbonden partij. Er is ook sprake van een financieel belang als een verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt en de gemeente daarvoor aansprakelijk kan worden gesteld. Visie op en de beleidsvoornemens omtrent verbonden partijen Om verschillende redenen voert de gemeente Renswoude diverse gemeentelijke taken niet zelf uit, maar laat dit door een derde rechtspersoon doen. Vaak vanwege schaalvoordelen, soms vanwege de noodzaak om slagvaardiger te kunnen handelen. De vorm waarin de samenwerking wordt gegoten is afhankelijk van de aard van de uitbestede taak. Soms kan de gemeente niet vrij kiezen om een taak zelf uit te voeren of via een verbonden partij. Zo kan de gemeente op grond van wetgeving min of meer verplicht worden om gemeenschappelijke regelingen aan te gaan, bijvoorbeeld de Veiligheidsregio Utrecht (VRU). Verbonden partijen dienen een publiek, openbaar belang.

De gemeente blijft uiteindelijk verantwoordelijk voor het realiseren van de beoogde doelstellingen van de beleidsprogramma’s waaraan de Verbonden partij in meer of mindere mate een bijdrage leveren. De raad heeft een kaderstellende en controlerende taak en ziet erop toe dat de Verbonden partijen bijdragen aan de doelstellingen in de programma’s. Overzicht van verbonden partijen Voor onze gemeente zijn de volgende verbonden partijen werkzaam, gecategoriseerd volgens de door het BBV voorgeschreven indeling. Gemeenschappelijke regelingen • Veiligheidsregio Utrecht (VRU) gevestigd te Utrecht • GGD regio Utrecht (GGDrU) gevestigd te Zeist • IW 4 Bedrijven gevestigd te Veenendaal • Omgevingsdienst Regio Utrecht (OdrU) gevestigd te Utrecht • Afvalverwijdering Utrecht (AVU) gevestigd te Soest • Regio Foodvalley gevestigd te Ede. Stichtingen en verenigingen De gemeente Renswoude heeft geen stichtingen en verenigingen als verbonden partij. Coöperaties en vennootschappen • Vitens N.V., Waterleidingbedrijf statutair gevestigd te Zwolle • Afvalcombinatie De Vallei N.V. (ACV) gevestigd te Ede

73

Informatie per verbonden partij Omdat er meer inzicht wordt verlangd in de verbonden partijen zodat de “grip” kan worden vergroot, is een overzicht per verbonden partij opgenomen, gebaseerd op de in het BBV opgenomen eisen voor de te verstrekken informatie. Naam

Veiligheidsregio Utrecht (VRU), gevestigd te Utrecht

Doel en openbaar belang dat wordt behartigd

De VRU behartigt de belangen van de gemeenten op het gebied van de brandweerzorg, de organisatie van de geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen, de rampenbestrijding en crisisbeheersing (bevolkingszorg), het beheer van de gemeenschappelijke meldkamer, de zorg voor een adequate samenwerking met de politie Utrecht en de meldkamer ambulancezorg, een gecoördineerde en multidisciplinaire voorbereiding op de rampenbestrijding en crisisbeheersing.

Deelnemende partijen

Alle 26 gemeenten van de Provincie Utrecht.

Bestuurder(s) Renswoude

Mevrouw P. Doornenbal-van der Vlist

Bijdrage Renswoude

De gemeente draagt financieel bij op basis van een inwonerbijdrage. In de gemeenterekening 2020 is het volgende bedrag opgenomen: € 336.615,--.

Eigen vermogen verbonden partij

Begin 2020: € 13.081.000,--

Vreemd vermogen verbonden partij

Eind 2020: € 17.732.000,--

Begin 2020: € 44.443.000,-Eind 2020: € 47.178.000,--

Resultaat 2020

€ 2.129.000,--

Ontwikkelingen

2020 was een jaar waarin de VRU, net als andere organisaties, gedwongen was veel werk online te organiseren. In bepaalde gevallen moest een stapje extra worden gezet, om het werk op te vangen voor collega’s die langdurig in de Covid-crisisorganisatie moesten worden ingezet. Het vergroten van risicobewustzijn is een belangrijk speerpunt. De VRU sluit het jaar met een positief resultaat voor bestemming van € 2,1 miljoen. Dit resultaat bestaat op hoofdlijnen uit lagere personele lasten (€ 0,8 miljoen) en materiële lasten (€ 0,85 miljoen) enerzijds en hogere baten (€ 0,5 miljoen) anderzijds.

Risico’s

Er resteert nog een taakstelling van € 389.000 vanaf 2020 over nog te realiseren restant bezuiniging repressieve efficiency Utrecht. De structurele invulling hiervan is opgenomen in de VRUbegroting voor 2020. Verder zal ook de VRU gevolgen ondervinden van de Corona crisis, hoe dit zich zal ontwikkelen en in welke mate is op dit moment nog niet bekend.

74

Naam

GGD regio Utrecht, gevestigd te Zeist

Doel en openbaar belang dat wordt behartigd

Een goede basisgezondheidszorg en gelijke kansen op gezondheid voor inwoners bevorderen, onder meer door preventie. De GGD (Gemeentelijke Gezondheids Dienst) regio Utrecht beschermt, bewaakt en bevordert de gezondheid van de ruim 1,2 miljoen inwoners van de 26 Utrechtse gemeenten. Zij doen dat door risico’s voor de gezondheid te signaleren, te voorkomen en de gezondheid van alle inwoners te bevorderen.

Deelnemende partijen

Alle 26 gemeenten van de Provincie Utrecht.

Bestuurder(s) Renswoude

De heer A. Wijs

Bijdrage Renswoude

De gemeente draagt bij op basis van afname van diensten. In de gemeenterekening 2020 is het volgende bedrag opgenomen:€ 197.495,--.

Eigen vermogen verbonden partij

Begin 2020: € 4.232.000,--

Vreemd vermogen verbonden partij

Eind 2020: € 5.142.000,--

Begin 2020: € 11.748.000,-Eind 2020: € 35.524.000,--

Resultaat 2020

€ 2.264.000,--

Ontwikkelingen

De GGDrU heeft een belangrijke rol bij de bestrijding van het Coronavirus, dit betreft onder meer het uitvoeren van bemonsteringen, uitvoeren van bron-en contactonderzoek als het te woord staan van inwoners en zorgprofessionals (huisartsen) met specifieke vragen en het vaccinatieprogramma. GGDrU heeft het boekjaar 2020 afgesloten met een positief jaarresultaat van €2.264.263. Het (bruto) jaarresultaat over 2020 heeft voor €593.328 betrekking op de taak Jeugdgezondheidszorg en voor €1.670.935 op de overige taken.

Risico’s

Op dit moment is moeilijk in te schatten wat de financiële consequenties zijn van het Coronavirus voor de GGDrU. Verwacht wordt dat de continuïteit voorlopig niet in gevaar komt en dat de liquiditeitspositie voldoende is om aan de financiële verplichtingen te kunnen voldoen.

Naam

IW4 bedrijven, gevestigd te Veenendaal

Doel en openbaar belang dat wordt behartigd

De doelstelling van IW4 is het handhaven, vergroten of herstellen van de arbeidsgeschiktheid van personen die tot arbeid in staat zijn, maar voor wie, in belangrijke mate, ten gevolge van bij hen gelegen factoren, gelegenheid om onder normale omstandigheden arbeid te verrichten niet of nu niet aanwezig is.

75

De regie van de uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) is belegd bij de rechtspersoon bezittend openbaar lichaam (gemeenschappelijke regeling) Instituut Sociale Werkvoorziening Zuid-Oost Utrecht. Het Instituut heeft de uitvoering via een samenwerkingsovereenkomst belegd bij IW4 Beheer NV, waarvan de aandelen in handen zijn van de GR. De aangesloten gemeenten uit de provincie Utrecht zijn vertegenwoordigd in het algemeen en dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling. Deelnemende partijen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10558241/1