D11. Bijlage Ontwerp Fieldlab Foodvalley Waardeert - 01sept2024 - Finale Versie
Tekst van het document
Om boeren te stimuleren om stappen in de juiste richting te zetten gelooft de regio in het stimuleren van die beweging. Dat kan via een stimuleringsregeling zoals een aanbod om tegen een verlaagd tarief enkele hectares kruidenrijk grasland in te zaaien of langs sloten. Dat kan ook via aanpassing van de gronduitgifte als publieke partijen dat doen. Zo verlaagde gemeente Ede de pachtprijs voor haar liberaal verpachte gronden in ruil voor meer maatregelen. Bovengenoemde oplossingsrichtingen zijn in beeld, er is nog meer nodig om dit echt goed te laten landen. Het Fieldlab Foodvalley Waardeert gaat zich hiervoor inzetten.
1.b Bodem en water De overkoepelende opgave vanuit Europa is die om in 2027 te voldoen aan de KaderRichtlijn Water (KRW). Deze geeft aan dat de waterkwaliteit van grondwater en oppervlaktewater aan bepaalde eisen moet voldoen: ‘Doelstelling is het realiseren en behouden van chemisch schoon en ecologisch gezond oppervlaktewater en grondwater.’ De opgaven op gebied van water zijn onder andere te vinden in de Blauwe Omgevingsvisie (BOVI) van Waterschap Vallei en Veluwe. In de BOVI zijn 7 thema’s waaraan gewerkt moet gaan worden. Het Fieldlab Foodvalley Waardeert sluit het beste aan op het thema Kringlooplandschappen op levende bodems: bovi2050.nl/kringlooplandschappen-op-levendebodems
Daarnaast zijn er de documenten vanuit de beide provincies die ook aangeven waar de opgaven liggen op gebied van bodem en water: www.gelderland.nl/vitaal-landelijk-gebiedgelderland en www.provincie-utrecht.nl/utrechts-programma-landelijk-gebied
Oplossingsrichtingen De opgaven zijn groot en uitgebreid omschreven in bovengenoemde documenten. Hieronder beschrijven we wat er in de regio in de afgelopen jaren hebben gedaan op het thema Bodem en water. We beschrijven ook op welke manier we verder gaan werken binnen het FieldLab. Waterschap Vallei en Veluwe werkt al diverse jaren met boeren aan oplossingen die bijdragen aan betere waterkwaliteit én aan betere bodemkwaliteit. Het waterschap is de afgelopen decennia gericht geweest op snel kunnen afvoeren van water omdat er meestal water genoeg was. Maar nu het klimaat verandert, zomers soms droger zijn en er meer piekbuien zijn is het nodig om anders en breder te kijken. De bodem is hierbij nadrukkelijk in beeld gekomen. Er is daarom veel meer focus gekomen op het vasthouden van water. Juist de bodem is van groot belang om water op te kunnen nemen én vast te kunnen houden. Dat betekent dat boeren belangrijke partners van het waterschap zijn geworden. Een deel van de boeren is goed in beeld. Er zijn pilots en gebiedsprocessen waar al in zicht komt hoe aan oplossingen gewerkt kan worden. Daarnaast werkt het waterschap met boerenorganisatie LTO al 10 jaar aan de wateropgaven via Deltaplan Agrarisch Waterbeheer en dat loopt gewoon door: www.agrarischwaterbeheer.nl Verder is er aan een vijftal pilots gewerkt in de regiodeal Foodvalley.
Deze pilots zijn niet ‘af’: er zijn nieuwe inzichten, maar soms ook vervolgvragen om uit te zoeken. Binnen de Regiodeal hebben studenten een voorzet gedaan voor een ‘Bodemwaardeweb’: Samen met het Louis Bolk Instituut pakt Waterschap Vallei en Veluwe dit nu weer op: welke WAARDEN heeft de bodem? En hoe kun je die in beeld brengen en verwaarden? Deze studie is onlangs gestart en resultaten worden verwacht in het najaar van 2024. Ook is gewerkt aan een tool waarmee de waterbeschikbaarheid en waterbalans per perceel en per stroomgebied inzichtelijk wordt. Daarmee kunnen zowel de peilbeheerder als boeren en andere grondgebruikers slimmer met water omgaan. Het Waterschap ziet ook dat er belemmeringen zijn in beleid om de juiste maatregelen voor bodem en water te kunnen treffen. Deze zijn onder andere beschreven in dit rapport: www.clm.nl/natuurinclusieve-landbouw-hinderende-wet-en-regelgeving.Landbouwer Jan-Dirk van de Voort werkte destijds ook mee aan het tot stand komen van dit rapport.
Operationele doelen en strategische samenwerking De operationele doelen die beschreven staan in bovengenoemde documenten kunnen het beste worden behaald door strategische samenwerking met boeren. Het waterschap was op afstand van boeren komen te staan, maar de beweging terug is ingezet. Strategisch gezien is het voor het waterschap van belang om met boeren te werken aan een robuust watersysteem. Strategisch gezien wil het waterschap daarom zoveel mogelijk (toekomstige) boeren bereiken en enthousiast maken om inspanningen te leveren. Strategie is ook om de inspanningen te belonen. Het aanbieden van gratis bodemcursussen is een middel om met boeren en erfbetreders het gesprek te kunnen voeren over wat er nodig is om verdere stappen te zetten op het gebied van goed bodem- en waterbeheer. Het waterschap (en ook gemeenten en provincies) leggen hun oor te luister. Op deze manier zijn ook de ideeën voor de bodem- en waterpilots van de Regiodeal opgehaald: https://boeraanhetroer.nl/bodem-en-waterkwaliteit/ Gebiedsplannen en themagerichte experimenten rondom bodem en water worden samen met boeren (vakmensen) vormgegeven en uitgevoerd. Specifieke aandacht is er ook voor (maïs)akkers bij hokdierbedrijven en de rol van loonwerkers. Een gemiddeld veehouderijbedrijf zonder melkvee heeft in de regio Foodvalley gemiddeld zo’n 7 hectare grond, maar de verschillen zijn groot.
Deze gronden worden veelal met medewerking van loonwerkers beheerd. Bij kennisontwikkeling en kennisdeling wordt actief ingezet op een rol van docenten en leerlingen van Aeres MBO Barneveld: zo verspreidt bodem- en waterkennis zich sneller in de regio. Via het onderwijs worden ook stagebedrijven uitgenodigd om bijvoorbeeld deel te nemen aan bodemcursussen en andere vormen van kennisontwikkeling en kennisdeling. Het waterschap zelf zet Gebiedsmakelaars in die buiten in gesprek gaan met boeren die kansen zien voor oplossingen: ook dit is een relatief nieuwe werkwijze die ook laat zien dat innovaties buiten verzonnen worden. De uitdaging zit er onder andere in om ervoor te zorgen dat de oplossingen die buiten bedacht worden aansluiten bij de subsidieregelingen van het waterschap en dat ze niet worden belemmerd door wet-en regelgeving.
Voortbouwen op de lessen van de Regiodeal Zoals al eerder aangegeven start het Fieldlab Foodvalley Waardeert niet bij nul. We bouwen verder op wat er de afgelopen jaren is gebeurd: deze whitepaper geeft daarvan een goed beeld: www.regiofoodvalley.nl/bodem-en-water-regio-deal-foodvalley-leert-wat-werkt
Visuals bij bijlage 1c, 1d en 1e: relatie LivingLabs en Drie OnderzoeksLabs
1.c ImpactLab Het ImpactLab werkt aan meten & monitoren en borgen & belonen. Tussen deze twee onderdelen zit een stap om de prestatie om te zetten (te waarderen) in een beloningsvorm. Het ImpactLab onderzoekt en onderbouwt de maatregelen die boeren nemen en werkt aan het organiseren van borging en beloning. Vanuit het meten aan de opgaven en het met name kwantitatief in beeld brengen van opgaven in de regio kan ook worden gerekend aan een Toekomstperspectief voor de landbouw in de regio. Meer over dat Toekomstperspectief is te vinden in Bijlage 2a. We beschrijven hier hoe we in het ImpactLab de structuren van bedrijven en waardeketens inzichtelijk maken en daaraan ook rekenen. Het gaat in dit onderdeel (ImpactLab) om handelingsperspectief en de onderdelen hiervan impact en bedrijfseconomie.
Handelingsperspectief In dit hoofdstuk gaan we in op de handelingsperspectieven die voedselverwerkers, landbouwers en hun toeleveranciers in FoodValley hebben. Handelingsperspectief betekent letterlijk: concrete aanwijzingen wat en hoe mensen gedrag kunnen vertonen om een complex maar duidelijk doel te behalen. Dit doel wordt door de regio FoodValley omschreven als het bereiken van een voedselsysteem dat smakelijk, betaalbaar, gezond en duurzaam is (www.foodvalley.nl ). Deze gestelde doelen kunnen bereikt worden wanneer op een goede manier invulling gegeven kan worden aan relevante randvoorwaarden waar ondernemers mee te stellen hebben en waar de interactie met overheid en maatschappij plaatsvindt: •
Economie:
(bedrijfs)economische perspectieven in komende jaren
•
Ruimtelijk:
binnen welke kaders zal de landbouw moeten opereren
•
Vakmanschap: welk vakmanschap en bijbehorende opleiding is nodig
•
Organisatie:
te beantwoorden vragen m.b.t. organisatiestructuren
Verdienvermogen vanuit vraag Ondernemers in de landbouw en voedselketen in regio FoodValley zullen ten alle tijden zoeken naar verdienvermogen op korte, middenlange en lange termijn met het oog op continuïteit. Landbouwers kijken voor de korte en middenlange termijn daarbij naar de mogelijkheid om voldoende saldo te realiseren. Voedselbedrijven kijken naar een reëel verdienmodel voor het bedienen van een interessante afzetmarkt. Zij kijken waar de markt naar vraagt. Naast de (voedsel) markt wordt het ook steeds interessanter om te kijken aan welke diensten behoefte is. Als landbouwers en voedselverwerkende bedrijven een verdienmodel zien, dan ontstaat er ook vraag bij de toeleverende bedrijven, zoals voedselbedrijven, stallenbouwers, stalinrichters en andere betrokkenen. Borging van instrumenten, samenwerking en beloningen In de regio FoodValley is meervoudig ruimtegebruik noodzakelijk om invulling te kunnen geven aan de opgaven die er liggen voor de komende decennia. Meervoudig ruimtegebruik betekent dat combinaties gemaakt moeten kunnen worden van gebiedsfuncties op hetzelfde gebied. Dat vraagt om: •
Juridische borging: juridisch instrumentarium om dit mogelijk te maken,
•
Monitoring: monitoring dat het ruimtegebruik binnen de juridische kaders blijft,
•
Samenwerkingsvormen: om op dezelfde grond meerdere functies te laten plaatsvinden zal samengewerkt moeten worden, dit kan is sommige situaties makkelijk in te vullen zijn, maar in sommige gevallen zal onderzocht moeten worden welke samenwerkingsvormen passend kunnen zijn.
In het fieldlab kan onderzoek gedaan worden naar de monitoring en de samenwerkings vormen, evt. i.c.m. een gegeven juridisch instrumentarium. Dit onderzoek kan ondersteunend zijn om het meervoudig ruimtegebruik mogelijk te maken. Verschillende beelden bereiken elkaar met data Tijdens het maken van het ontwerp kwam duidelijk naar voren dat er verschillende beelden en meningen zijn. Ambtenaren die redeneren vanuit een set beperkingen ter bescherming van een aantal waarden zoals gezonde natuurgebieden, schone lucht, gezonde bodem en water. Boeren die redeneren vanuit het inzetten van de beschikbare middelen om een volhoudbaar resultaat te boeken. Toeleveranciers van boeren en voedselverwerkers die redeneren vanuit het realiseren van voldoende omzet om een aanvaardbaar rendement te halen. Door de materiaalstromen te volgen door de bedrijfsactiviteiten en ketens heen zijn we in staat om de verschillende beelden te onderbouwen met bijbehorende data.
Relaties tussen Fieldlab, Handelingsperspectief en Toekomstperspectief Hieronder wordt dit schematisch in beeld gebracht: bij alle oplossingen die kunnen bijdragen aan het oplossen of het hoofd bieden van de opgaven moet gekeken worden naar verschillende zaken: Wat kost het? Wat levert het op? Mag het? Wat is er nodig op gebied van ruimtelijke ordening, vakmanschap en organisatie? Hoe(veel) draagt de oplossing bij de opgaven? En hoe(veel) draagt de oplossing bij aan het organiseren van toekomstperspectief voor de landbouw in de regio? En voor hoeveel bedrijven / boeren / dieren is straks nog ruimte en op welke manier?
Impactlab als onderdeel van het fieldlab Het impactlab, net als het organisatielab en kennislab, bestaat uit een lab dat experimenten ondersteunt. Deze experimenten bestaan in eerste instantie in het opbouwen van de juiste
structuur en instrumenten die worden gebruikt en vervolgens uit de reguliere experimenten op basis van goedgekeurde projecten. In de onderstaande figuur staat aangegeven hoe dit is ingebed:
Werkwijze ImpactLab in beeld Het samenwerkingsverband (of de ‘stuurgroep’) bepaalt samen welke onderzoeken naar oplossingen worden gedaan: aan deze oplossingen (‘interventies’) wordt gerekend: wat is de impact op de opgave en hoe rekent de oplossing door op gebied van kosten en baten? Als daar iets positiefs uit komt kan worden gerekend aan het doorvertaling van de oplossing naar een gebied of naar een deel of een hele sector in een gebied of in de regio: wat levert de oplossing dan op? En wat moet daar tegen over staan?
Zo zijn er wisselwerkingen tussen de experimenten op de werkvloer en de opgaven van de regio. En is er steeds voldoende aandacht voor het verdienvermogen van de boer.
Van meten naar verwaarden In de praktijk volgen we deze route: het begint met een idee (of hypothese): deze ga je onderzoeken. Dat kan soms op 1 bedrijf of op een klein aantal bedrijven. Je meet daarin van alles. Dat meten levert data op. Je kunt die data gebruiken om een model te bouwen waarmee je een bedrijf of een regio of een gebied schematisch in beeld kunt brengen om ‘ermee te spelen’ : uittesten van ‘als dit, dan dat’ : je leert aan welke knoppen je kunt draaien om bv minder ammoniak uit te stoten, of welke hoeveelheid eiwit in voer optimaal is op een bepaalde bedrijf onder specifieke omstandigheden. Tevens kunnen de praktijkdata benut worden voor een onderbouwing en het toevoegen van vertrouwen in de onderzochte en/of onderbouwde oplossing. Als het idee een echte oplossing is wil je meten en monitoren inzetten om toe te werken naar borgen en belonen: Je hebt dan de data nodig om te laten zien dat dat wat de boer doet echt bijdraagt, hoeveel het bijdraagt en dat hij of zij dat ook structureel blijft doen. Je gaat dan richting certificering en van daaruit kun je ook werken aan beloningen. Op zich niets nieuws, maar om zeker te weten of een nieuwe oplossing voldoende beloning gaat opleveren wil je zorgvuldig in beeld brengen waar het over gaat. (Dit draagt ook bij aan de ‘gedeeld werkelijkheid’ die op andere plaatsen in dit ontwerp naar voren komt).
De productiedata worden daarnaast ook gebruikt om simulaties te kunnen maken voor de simulatieomgeving. Hierdoor worden deelnemende bedrijven beloond en geven ze input voor de simulatieomgeving welke gebruikt wordt om een gedeelde werkelijkheid te kunnen creëren voor boeren, ambtenaren en toeleveranciers van boeren of hun verwerkers. Resultaten van simulaties kunnen evt. opgeslagen in een interventiebibliotheek dienen om niet betrokken boeren bij het meetnetwerk te kunnen laten leren van eerder werk.
Figuur 'Meetnet en Verwaarding in ImpactLab':
In het meetnetwerk wordt elk vraagstuk voorbereid inclusief analyse en bestaat uit:. a. een grondige Verkenning, waarna een b. Verdieping binnen een community of practise plaatsvindt en tot slot een c. Beoordeling ervan. Dit zal integraal gebeuren op de aspecten: •
Beloning en waardering (financieel)
•
Randvoorwaarden
•
Opgavegerichte innovatie (economisch)
•
Onzekerheid en vertrouwen (sociaal)
•
Complexiteit
(juridisch)
(tijd)
Na voorbereiding worden experimenten opgezet om hypthesen te kunnen toetsen en de gewenste kennis te vergaren en om de deelnemende bedrijven te belonen voor verbeterde impact.
Van individueel bedrijf naar gebiedsbod Gebiedsofferte vanuit twee perspectieven Voor het toetsen van een maatregel in een gebied is een werkwijze in beeld gebracht die helpt om goed te zien wat er stap voor stap gebeurt bij het maken van een gebiedsofferte. Boer en beleidsmaker zitten samen in een proces, maar hebben beiden een andere visie en een ander belang. Ook hier kan het helpen om dat in beeld te brengen: zo organiseer je duidelijkheid voor beide partijen en dat kan helpen om samen stappen vooruit te zetten. In onderstaande figuren is de beleving van de twee verschillende perspectieven weergeven, waarbij vaak vanuit een boer en/of beleidsmaker wordt gestart, waarbij vertrouwen tussen beide ontstaat door de inschatting van het vakmanschap van de ander. De ondernemer moet
in staat zijn om collega-ondernemers in het gebied te mobiliseren en vaardig zijn om de impact die de bedrijven hebben te kunnen onderbouwen met de juiste cijfers. Een ambtenaar moet het vertrouwen creëren om het gebiedsbod te mogen laten uitvoeren, de vergoeding of reductie van beperkingen geaccepteerd krijgen en vertrouwen in de gebruikte methodieken.
Gebiedsbod algemeen In Nederland wordt op veel plaatsen gebruik gemaakt van het maken van een gebiedsbod. Het gebiedsbod is een voorbeeld hoe een groep ondernemers een probleem van de overheid kan helpen oplossen om emissies te reduceren. In dit stuk gaan we in op de onderbouwing van een gebiedsbod. Hierbij worden de methoden uit het impactlab gebruikt om voor een aantal bedrijven een gebiedsbod op te bouwen t.b.v. een van de overheden. Waarden De impact is de vertaling naar CO2-emissiereductie, N-emissiereductie, CO2-opslag in de bodem. Dit zijn waarden waarvoor voldoende robuuste meetmethoden zijn ontwikkeld. In het verlengde hiervan kan deze aanvliegroute ook gebruikt kan worden voor de verbetering van waterlopen, biodiversiteitsherstel en andere relevante waarden, wanneer de methoden hiervoor voldoende robuust zijn.
Gebied Een gebied bestaat uit een samenstel van een aantal boerenbedrijven eventueel aangevuld met enkele landgoederen, ofwel eigenaren die invloed kunnen uitoefenen op het reilen en zeilen van de percelen, stallen, gebouwen e.d. in dat gebied. Het gebiedsbod is het samenstel van de impact van de verschillende bedrijven en landgoederen, dus de optelsom van de impact die de individuele bedrijven en landgoederen realiseren. Een gebiedsbod bevat dus het geheel van het gebied, aangevuld met de impact van de individuele bedrijven, waarbij alleen de resultante van het gebied relevant is. De impact van individuele bedrijven kan vervolgens gebruikt worden voor vereffening tussen de bedrijven en/of landgoederen. Bedrijven Bedrijven die deelnemen aan gebiedsbod moeten in staat zijn om hun eigen impact te kunnen (laten) berekenen en aannemelijk kunnen maken wat het realiseren van die impact bedrijfseconomisch betekent. Er moet de beschikbaarheid zijn van een standaardberekeni ng die de bedrijven en beoogde interventies op de impactcategorie (bijvoorbeeld CO 2-uitstoot) vergelijkbaar maakt. Op voorhand moet zijn afgesproken op welke impactcategorien de uitdaging ligt voor de betreffende ambtenaar en dus waarop de realisatie moet gaan plaatsvinden.
Impact belonen Om impact te kunnen maken op de afgesproken impactcategorien moet het management aangepast worden of geïnvesteerd worden in nieuwe bedrijfsmiddelen. Om dit te kunnen laten plaatsvinden, zal dit aantrekkelijk gemaakt dienen te worden voor boer die hierover een keus moet maken. Impact combineren In het maken van het gebiedsbod moeten drie elementen worden opgenomen: •
Wat is de realisatie op dit moment
•
Wat zijn mogelijke interventies die gedaan kunnen worden met het beoogde resultaat qua impact en bijbehorende kosten
•
Scenarioschets, weergegeven.
zodat
verschillende
combinaties
van
interventies
worden
In alle gevallen is het een optelsom van interventieresultaten en bijbehorende kosten van de deelnemende bedrijven.
Sleutelthema's Twee sleutelthema’s zullen bepalend zijn voor de toekomst van landbouw in de regio, waar in experimenten naar gekeken wordt: • Meervoudig ruimtegebruik • Meervoudig materiaalgebruik/circulariteit Het meervoudig ruimtegebruik is in feite een intensivering van het ruimtegebruik, welke noodzakelijk lijkt bij de hoge grondprijzen die gebruikelijk zijn in Foodvalley. Dit vraagt om een duidelijke functiescheiding en afstemming van belangen. Voorbeelden hierbij zijn landbouw en natuur, landbouw en woningbouw, landbouw en zorg, natuur en toerisme (is al bekend),
landbouw en industrie (korte keten), waterbeheer en natuur, landbouw en waterbeheer. Ook is drievoudig gebruik mogelijk door de combinatie van landbouw, toerisme en waterbeheer. Meervoudig materiaalgebruik gaat om het ontwikkelen van technieken om upcycling mogelijk te maken in het verlengde van de ladder van Moerman (zie hieronder). Dit sluit aan op de 2e onderzoekslijn.
1.d OrganisatieLab Binnen het OrganisatieLab gaat het over het organiseren van het ondernemende ecosysteem om de boer heen. De transitie van de landbouw en van het landelijk gebied zijn systeemtransities. Er wordt veel bij de boer neergelegd: die moet dan weer eens hier aan voldoen van de ene overheid en dan weer eens daar aan voldoen van een andere overheid. In de afgelopen jaren hebben regeringen ook gezien dat verandering nodig is. Rond 2017/2018 werden diverse opgaven gedefinieerd die zo complex waren dat er ‘interbestuurlijke samenwerking’ nodig was. Dit leidde tot het Interbestuurlijk Programma Vitaal Platteland. Binnen dit programma werden ook in de regio Foodvalley projecten uitgevoerd door gemeenten, provincies en het waterschap. Onder andere gebiedsprocessen in buurtschap De Valk en het gebied Veenhuizerveld werden vanuit dit programma gestart. Toch hebben beide gebiedsprocessen helaas vooral tot frustratie bij de boeren geleid. Het vertrouwen in de overheden is gedaald. De ingehuurde projectleider is verdwenen, vaak zijn er nog wel wat contacten met lokale ambtenaren. Verder werd er vanuit Den Haag aangegeven dat de oplossingen regiospecifiek moeten worden opgepakt: dit leidde tot Regiodeals. Wat lastig blijft: ambtenaren (onder andere uit Den Haag) blijven vaak op te grote afstand staan, voelen niet de directe verbinding met de regio en/of met de werkvloer.
Het is dan ook van groot belang om actief aandacht te besteden aan het ‘ecosysteem’ om te boer heen. Verandering begint bij mensen die eigenaarschap voelen. In het Fieldlab zoeken we meer ‘echte personen’ die zich betrokken voelen en tonen, en minder ‘mensen met een bepaalde rol of functie’.
Analyse van het ecosysteem in de Regio In de regio is er in de afgelopen jaren veel veranderd. Zo was er tot 2019 een Gebiedscooperatie. Deze coöperatie was de opvolger van de ambtelijke organisatie Stichting Vernieuwing Gelderse Vallei die werd opgericht voor de uitvoering van het reconstructieplan Gelderse Vallei https://edepot.wur.nl/149162 Na het wegvallen van de Gebiedscooperatie viel er een gat in het aanjagen, verbinden en uitvoeren van projecten in het landelijk gebied van de regio Foodvalley. Om verder te werken aan toekomst voor de landbouw in de regio werd het Landbouwnetwerk regio Foodvalley in 2019 opgericht. Concrete vraagstukken waar we in de regio tegen aan lopen hebben vaak te maken met veranderingen in systemen: In theorie: organiseren in transities De maatschappij is breed in transitie (het gaat niet alleen om de landbouw of het landelijk gebied). De verzorgingsstaat brokkelt af en we zien nog niet goed wat daarvoor in de plaats komt.
Misschien ontstaat een ‘participatiestaat’ of de ‘netwerkstaat’? Deze periode gaat gepaard met verwarring: wie neemt verantwoordelijkheid en eigenaarschap voor problematiek dat de bekende domeinen en organisatiegrenzen overstijgt? Netwerken blijken belangrijk, maar hebben geen transparante aansturing en zijn soms ook moeilijk grijpbaar; de klassieke structuur van regie, leiderschap en verantwoording ontbreekt en een nieuwe structuur is nog niet uitgewerkt. Als gevolg daarvan geven de ‘per toeval’ of
‘situationeel’ ontstane verbindingen de doorslag (H. Kievit, Dienstbaar Organiseren). “De ontwikkeling van betekenisvolle relaties is belangrijker dan ooit.” Hoe organiseren we bestendige samenwerkingsvormen op basis van betekenisvolle relaties? Er zijn nog steeds traditionele grenzen tussen organisaties. En hoe zorgen we voor voldoende commitment aan het door partners onderschreven gezamenlijke lange termijn doel als we vaak zelf zo druk zijn met onze eigen korte(re) termijn taken en belangen? Binnen het OrganisatieLab wordt dit opgepakt in de vorm van ‘praktijkgericht actieonderzoek’ met ondersteuning van deskundigen van onder andere de Christelijke Hogeschool Ede (CHE) en Nyenrode Business Universiteit. Praktijkgericht actie-onderzoek betekent: actief aanwezig zijn in de complexe situaties op de werkvloer en daar kijken wat er niet en wel werkt en hoe het anders kan. De aflevering : Wie problemen probeert te fiksen, snapt ze beter’ van de podcastserie ‘Stuurloos’ geeft goed inzicht in deze werkwijze.
Experimenteren met vakmensen uit verschillende organisaties We zoeken in de experimenten in het Fieldlab samenwerkingsruimte tussen de verschillende organisatiedomeinen (boeren, bedrijven, overheden, onderwijs) en zoeken hierbij nieuwe of aanvullende ‘regels’ voor samenwerking en organisatie. Dit is nodig omdat ‘eigenaarschap’ nu vaak veel te verdeeld is: de ene persoon heeft alleemaal deze taak of bevoegdheid en de andere een andere taak of bevoegdheid. In de complexe werkelijkheid op de werkvloer moet je lef hebben om breder te kijken en je te committeren aan een probleem. We zoeken daarom een nieuw organisatiedomein of ‘veld’ waarbinnen dit wel mogelijk wordt; waar uitdagingen en kansen van het gebied wel kunnen worden opgepakt en waar gewerkt wordt aan gezamenlijk belang en waardering hiervoor. De figuur hieronder geeft een schematisch beeld hiervan. In het kort zijn daarbij de huidige of ‘traditionele’ scheidingslijnen van organisatiedomeinen: •
Eigenaarschap is privaat of publiek;
•
Vertrouwen is gebaseerd op formele of informele relaties;
•
Beloning is gebaseerd op of winst of andere vormen van waardering.
Onderzoek en onderwijs zetten we voor nu apart als een soort stafafdeling van dit ecosysteem. Het is verder natuurlijk logisch dat betrokken mensen vaak bij meerdere experimenten betrokken zijn.
Leidende principes in het OrganisatieLab 1. Het waarderen en gebruiken wat er al is Het FieldLab Foodvalley Waardeert wordt opgezet vanuit de gedachte dat ‘het gebied’ en alles wat hierin plaats vindt al waarde heeft en dus dat we verder bouwen vanuit hetgeen dat er al is. Binnen de regio is namelijk al veel beschikbaar. De vraag is dan: •
Hoe (her)waardeer je dat wat al beschikbaar is, ofwel het ‘kapitaal’ van het gebied (sociaal, institutioneel, ecologisch en economisch)?
•
Hoe maak je hier gebruik van om nog meer waarde te genereren voor de toekomst?
•
Hoe voorkom je dat je opgebouwd kapitaal per default ‘vernietigt’ (bv bij het einde van een project) zodat je het kan hergebruiken voor volgende doeleinden (d.w.z. het circulair gebruik van groeiend kapitaal)?
2. Ondersteuning netwerk van regisseurs, verbinders en ondernemende ambtenaren Om dingen anders te doen dan ze altijd gedaan werden vraagt lef. Om net buiten jouw rol of taak te stappen omdat je graag iets dat je bent tegengekomen wilt gaan oplossen vraagt ook lef. Lef en betrokkenheid. Er staan steeds meer mensen op die zich betrokken voelen bij de landbouw of het landelijk gebied en voelen dat er iets moet veranderen, juist ook binnen hun eigen organisatie die de verandering mogelijk kan of moet maken. Dat vraagt om wat we in het FieldLab ‘ondernemendheid’ noemen. Ondernemers hebben dat van nature: ze zien een probleem, verzinnen een oplossing en gaan die testen. Binnen overheden werkt het anders: wat je doet moet passen binnen het beleid dat wordt aangestuurd door een bestuur dat is gekozen. Nieuwe ideeen worden besproken, en als er voldoende draagvlak is uitgewerkt in nieuw beleid. En vanuit nieuw beleid komt een uitvoeringsprogramma of ontstaan nieuwe werkwijzen. Daarmee zijn overheden eigenlijk altijd vrij traag in reageren. Om een transitie te versnellen zijn ondernemende ambtenaren nodig die gesteund zijn door ondernemende bestuurders. 3. Werken aan een gedeeld beeld van de werkelijkheid
Er wordt veel ‘gevonden’ over de Nederlandse boer, maar er wordt maar weinig werk gemaakt aan gezamenlijke beeldvorming hierover. Daar waar keuzes gemaakt moeten worden wordt veel ‘geoordeeld’, ‘gewild’ en ‘gewenst’ maar te weinig waargenomen en geduid. In het Fieldlab werken we aan gedeelde beeldvorming als basis voor gedragen beslissingen. We bouwen aan het gebied o.b.v. feiten en als deze onvoldoende aanwezig zijn, moeten we op zoek naar alternatieven: wat weten we wel, wat kunnen we nog weten, wat accepteren we als risico? Het is in die zin niet voor niets dat we een ImpactLab en KennisLab opzetten en dat de werkzaamheden van het van het lab niet worden gelabeld als ‘projecten’ maar als ‘experimenten’.
Breed oppakken van knelpunten Binnen het FieldLab Foodvalley Waardeert pakken we waar dat kan knelpunten op die we tegenkomen: juist door die knelpunten te onderzoeken leer je veel over het systeem en wat er anders moet of kan. We beperken ons niet tot de knelpunten die we tegenkomen in de benoemde experimenten. We zijn, met elkaar als samenwerkingspartners, in het veld aanwezig en pakken, voor zover daarvoor tijd en budget is, op wat nodig is. Om hiermee te oefenen zijn we daarmee in de ontwerp fase al aan de slag gegaan.
Voorbeelden van gevonden knelpunten: 1. Melkveehouderij knel door rekenregels KLW en NV gebieden Een melkveehouder (eigenlijk: een stel of familie) uit Renswoude is al jaren bezig met bodem verbeteren, kruidenrijk grasland, mestverbetering, werken aan een beter watersysteem en zo nog meer. Hij werkt daartoe samen met gemeenten en waterschap in projecten van de Regiodeal, Platform Natuurinclusieve Landbouw Gelderland en Deltaplan Agrarisch Waterbeheer. Hij is betrokken bij het gebiedsproces rondom de Nederwoudse Beek. Hij teelt en voert geen mais, gelooft echt in het zoveel mogelijk inzetten van gras. Verder maakt dit gezin zelf kefir van hun melk die in een winkel aan huis verkocht wordt. Veel klanten met darm en huidproblemen hebben daar baat bij. Ofwel: hij werkt actief aan alle 6 thema’s waaraan het RPLG wil bijdragen. Door derogatie afbouw in combinatie met de recente mestregels moet hij veel mest afvoeren waardoor hij financieel klem zit. Vraagstukken die hieronder liggen en die voor meer melkveehouders in de regio spelen: •
De rekenregels van de kringloopwijzer zijn onvoldoende geschikt voor bedrijven met volledig grasland. Daarover inmiddels contact met diverse partijen, waaronder WUR, Boerenverstand en SGP. Een eerste werksessie is in juni 2024 georganiseerd.
•
Deze boer zit financieel in zwaar weer: welke mogelijkheden heeft hij? Stoppen, verplaatsen, biologisch worden (zijn grond is al ver op weg), minder koeien houden zodat hij geen voer hoeft aan te kopen en geen of minder mest afvoeren, of een 2e tak erbij? Aan deze mogelijkheden wordt nu gerekend, omdat dit niet alleen inzicht geeft aan dit bedrijf, maar ook aan andere melkveebedrijven in min of meer dezelfde positie. Binnen het ontwerp wordt hier al aan gerekend om meer zicht te krijgen op
oplossingsrichtingen. Hiervoor is Aveco de Bondt ingeschakeld en dit document is op te vragen bij Gerdien Kleijer. •
De boer denkt dat zijn melk gezonder is dan melk uit de winkel: dat wil hij graag onderzocht hebben. Bedrijven als Friesland Campina halen interessante stoffen, zoals bv lactoferrine, uit de melk en verkopen dit soort stoffen aan de farmaceutische industrie. Melk die direct van de boer komt is niet ‘uitgekleed’: hoe groot is het verschil? En zijn er gezondheidsvoordelen die ook vermarkt kunnen worden? Dit willen we op gaan pakken in de CoP Gezonde producten van gezonde grond.
•
Op dit bedrijf worden 2 jongeren opgevangen die niet meer terecht konden in De Glind. Ze gedijen goed op het bedrijf. De boerin heeft een HBO opleiding en heeft jarenlang les gegeven op de MAS. Het bedrijf speelt hiermee in op een belangrijke en urgente maatschappelijke vraag. Er is echter geen geld voor een vergoeding omdat de boerin (nog) niet de juiste papieren heeft. Een gemeente zou hierin, met onderbouwing, een uitzondering voor kunnen maken, bv onder voorwaarden dat aanvullende opleiding gestart wordt. Zo wordt dit bedrijf dan ook echt gewaardeerd voor de maatschappelijke waarde die ze nu al toevoegen. Inmiddels wordt hier vanuit het regionale netwerk al concreet naar oplossingen gezocht. Het probleem is nog niet opgelost.
2. Vergunning op basis van doelvoorschriften Een kalverhouder heeft oplossingen voor emissiereductie aan de bron (in de stal). Dit zorgt voor betere gezondheid van kalveren en medewerkers en daarmee ook voor beter welzijn (in tegenstelling tot emissiereductie met een luchtwasser: deze wordt en zien als een ‘end of pipe’ oplossing). Daarnaast werkt de landelijke overheid aan een verandering van voorschrijven van maatregelen naar voorschrijven van doelen. De kalverhouder wil graag stallen bouwen om dit echt te gaan meten. Daarom vraagt hij om een vergunning op basis van doelvoorschriften. In de Achterhoek zijn inmiddels twee van dergelijke vergunningen verleend voor varkensbedrijven. Kunnen we de kalverhouder helpen om dat hier ook voor elkaar te krijgen? En zo ja, onder welke voorwaarden. en wat is de potentie voor de opgaven in de regio als dit succesvol wordt? Eerste stappen om deze kalverhouder te helpen zijn inmiddels gezet met medewerking van ambtenaren van gemeente en provincie, met ondersteuning van de Omgevingsdienst.
3. Brede uitrol en implementatie goed bodembeheer De uitrol van kennis en praktische toepassingen van betere bodembeheerconcepten gaat eigenlijk te langzaam: hoe kunnen we dit versnellen? Betere bodembeheerconcepten zijn de basis voor minder NH3 emissie uit bodems en voor minder uitspoeling naar het water. Op deze manier draagt dit bij aan de 4 van de 6 doelen van het RPLG. Hoe kunnen we deze uitrol versnellen? Hiermee zijn we ook al aan de slag. We zien onder andere de volgende oplossingsrichtingen: A) Actief betrekken van MBO leerlingen van Aeres Barneveld: we bereiken zo de leerlingen, hun ouders en hun stagebedrijven. B) Meer kennisdeling, excursies en demonstraties van goed bodembeheer en alles wat daar aan vast hangt: onder andere via een op te richten bodempraktijkcentrum willen we dat organiseren.
C. Beloning voor beter bodembeheer: daarvoor zijn/ lijken volop kansen binnen ANLB, GLB, DAW en andere gremia: in onze regio worden deze (subsidie)mogelijkheden nog onvoldoende benut. Verder zijn er wellicht nog nieuwe beloningsvormen denkbaar: dit willen we verder uitwerken in het Impact Lab. Vanuit het Fieldlab is nu georganiseerd dat er een docent van Aeres MBO in het najaar van 2024 gaat meedraaien met een bodemcursus met een ingehuurde gastspreker uit Brabant (Rene Jochems van Groeibalans). Louis Bolk Instituut verzorgde de afgelopen jaren de bodemcursus in regio Foodvalley. Hun docent is vertrokken naar een ander bedrijf. Louis Bolk gaat wel meedraaien in deze cursus zodat we verschillende invalshoeken naderhand op een rij kunnen zetten en zo in en vanuit de regio zoveel mogelijk met lokale mensen bodemkennis kunnen delen en verspreiden. En om zo ook te zorgen voor lokale adviseurs die kunnen helpen bij de implementatie van die bodemkennis.
4. Integrale beoordeling duurzaamheid boerenbedrijf (markt versus milieu / welzijn versus ammoniak) De minister van Natuur en Stikstof heeft in 2023 aangegeven dat boeren die piekbelaster zijn en een vergunning willen aanvragen een ‘ondernemingsplan’ moeten maken. Het format daarvoor wordt in diverse werkgroepen momenteel uitgewerkt. Een belangrijk knelpunt dat nu voorligt is het volgende : supermarkten willen nu allemaal pluimveevlees met Beter Leven Keurmerk 1 ster. pluimveeweb.nl/forse-prijsstijging-pluimveevlees-en-eieren-in-supermarkt Albert Heijn gaat nog een stap verder met het ‘Beter voor Boer, Kip en Natuur’ concept. Boeren vragen daarom een vergunning voor een (overdekte) uitloop of wintergarten. Voor welzijn (markt die vraagt) is dit een vereiste. Voor milieu is dit op dit moment een ‘no go’ omdat er geen enkele duidelijkheid is over de uitstoot van ammoniak vanuit een dergelijke stal. Er is een voorbeeld van een boer die een tijdelijke ontheffing heeft om Beter Voor kippen te houden: met 50.000 ‘Beter Voor’ vleeskuikens kan hij een boterham verdienen. Maar als hij die vergunning niet op korte termijn krijgt gaat hij terug naar 100.000 gangbare vleeskuikens. Het idee van ‘meer verdienen met minder dieren’ dat in dit geval vanuit de markt is georganiseerd wordt zo door overheid en onderzoek onmogelijk gemaakt.
Kunnen een aantal stallen een proefstalstatus krijgen waarin we gaan onderzoeken hoe een dergelijke stal zo min mogelijk ammoniak kan uitstoten? Deze casus wordt meegenomen in de pilotfase die in het najaar van 2024 plaats vindt en waar het ministerie van LNV bij betrokken is.
Overzicht van onderzoeksvragen In het Organisatielab worden verder uitgewerkt aan de hand van wat we in het veld tegenkomen aan experimenten en knelpunten: 1. Hoe ziet het ‘ondernemend ecosysteem’ in de regio er nu uit? Waar liggen de hordes, waar de kansen en wie zijn de sleutel-ondernemers (in de kwalitatieve zin; niet enkel bedrijven)? 2. Hoe versterken we ondernemendheid als ‘kwaliteit van samenwerken’? Hoe borgen we die samenwerking en de waardering ervan naar de toekomst toe? Hoe bevorderen we nieuwe netwerk- en transactierelaties? Hoe zorgen we voor ruimte en flexibiliteit en toch ook voor handvaten om het ecosysteem in te zetten?
3. Wat kan het Fieldlab Foodvalley Waardeert betekenen om stabiele markten mogelijk te maken die bijdragen aan de NPLG doelen? Hoe activeren we stakeholders als potentiële kopers voor duurzame bijdragen? 4. Hoe ziet bedrijfsontwikkeling nieuwe stijl er in de praktijk uit; d.w.z. bedrijfsontwikkeling voor breed en sociaal ondernemerschap (als kwaliteit) met nieuwe business– en waardemodellen en instrumenten voor volatiliteit, onzekerheid, complexiteit en onvoorspelbaarheid?2 5. Wat zijn kenmerken van de cultuur die we willen en hoe houden we die in stand? Hoe creëren we een plek waar men graag en in vertrouwen bij elkaar komt binnen een open cultuur? Hoe houden we balans tussen de "harde" - (‘geen geld, geen waarde’) en "zachte" kant (in gesprek blijven)? Hoe organiseren we dialoog, oordeelsvorming en daadkracht? 6. Hoe organiseren we eigenaarschap voor de ‘commons’ ? Commons: grond, lucht en water zouden eigenlijk publiek eigendom van ons allemaal moeten zijn. Bij grond is dat niet meer het geval, bij water en lucht begint het ook spannend te worden. Hoe beheren we ze en namens wie? 7. Als een integraal aanpak van opgaven in een gebied een ‘regisseur’ nodig heeft, welke instrumenten heeft die dan nodig die rol te kunnen vervullen? Wat is voor handen en wat is nodig om de opgave integraal te kunnen zien en duiden? 8.
Hoe organiseer je beleid waarin personen zelf de regie in handen nemen, zonder dat hun behoeften en verlangens worden overgenomen door bureaucratische interventies en regelgeving?
1.e KennisLab In het totale FieldLab staan diverse projecten/ processen en onderzoeken (LivingLabs) centraal. Deze LivingLabs onderzoeken allerlei oplossingen die bijdragen aan de opgaven die voorliggen op het gebied van bodem en water, klimaat, stikstof, biodiversiteit en mogelijk andere thema’s, zoals fijnstof en geur. Vanuit deze LivingLabs komen mogelijk vragen rondom Impact en beloning: deze worden opgepakt in het ImpactLab. Knelpunten op gebied van wet- en regelgeving, organisatie en cultuur worden opgepakt in het OrgLab. Het KennisLab ontwikkelt, onderzoekt, verzamelt en deelt bovenstaande kennis.
Plan van Aanpak Bovengenoemde activiteiten gebeuren op twee niveaus: Kennisdeling algemeen: Werkpakket Communicatie Binnen de LivingLabs, het ImpactLab en het OrgLab wordt kennis ontwikkeld: deze kennis wordt actief verzameld en gedeeld via een nader in te richten website en aanvullende kanalen en bijeenkomsten. Hiervoor wordt een communicatie medewerker aangesteld die actief op zoek gaat naar de kennis, deze verzameld en deelt. Dit is het werkpakket communicatie: hierin wordt opgedane kennis vastgelegd en gedeeld. Daarnaast vinden georganiseerd kennissessies plaats op diverse thema’s, zoals jaarlijkse bodemcursussen, maar ook specifieke kennisdagen / middagen over bijvoorbeeld: het bodem/waterssysteem, waterkwaliteit, bodemverdichting, etc Er is een actieve verbinding met GroenKennisNet waar relevante kennis breed op wordt gedeeld. Hieronder liggen onderzoeksvragen zoals: wanneer, hoe, met wie, op welke manier en plaats kan kennis het beste worden gedeeld, zodat de nieuwe kennis ook daadwerkelijk wordt geïmplementeerd. Het echte KennisLab Onderzoek op twee niveaus: - Helpt de experimentgroepen om hun hypotheses scherp te krijgen en de onderbouwen. - Doet op een hoger abstractieniveau onderzoek naar hoe je in een gebied slim en effectief met elkaar kennis ontwikkelt, deelt en implementeert.
Daarnaast wordt onderzocht hoe deze kennis is ontwikkeld: hoe worden in een Fieldlab verschillende vormen van kennis ontwikkeld en gedeeld: wat werkt goed? Wat werkt minder goed? Wat valt hieruit te leren? Dit is een onderzoekslijn die de CHE oppakt. Op deze manier wordt bijgedragen aan versnelling van uitrol van kennisontwikkeling en -deling en implementatie. Zo worden de doelen waaraan de regio werkt sneller bereikt.
Hypothesen en onderzoeksvragen Binnen Fieldlab Foodvalley Waardeert onderzoeken we hoe het beste kan worden geleerd. In de afgelopen jaren hebben we verschillende trajecten en projecten doorlopen die ideeën naar
voren hebben gebracht over hoe je landbouwtransitie in de praktijk verder brengt. Onze hypothese is dat de landbouwtransitie op zichzelf niet bestaat: het gaat om een systeemtransitie waar de landbouw onderdeel van is. Onze hypothese is dat de landbouwtransitie een transitie vraagt van agrarisch ondernemers: zij denken ondernemend en gaan graag aan de slag om in de praktijk oplossingen te testen. Om dat te kunnen doen hebben zij een ‘ondernemend ecosysteem’ nodig: een omgeving die mee leert, die mee kennis ontwikkeld, die mee in beweging komt als het gaat om het denken over wat van waarde is. Hypothese: Samen leren is effectiever Gemeente Ede organiseerde in 2018 de eerste regionale bodemcursus: 7 ambtenaren van gemeente Ede volgden een driedaagse bodemcursus samen met 12 boeren en 4 ambtenaren van Waterschap Vallei en Veluwe: de hypothese was: we moeten samen leren hoe het zit met de bodem en wat er anders en beter kan. De boeren waardeerden het enorm dat ze deze cursus gratis kregen aangeboden. De gemeente betaalde de cursus.
De boeren en ambtenaren investeerden tijd om drie dagen te leren EN ze kwamen nog een ochtend terug om na te denken over implementatie: HOE kunnen we dat wat we geleerd hebben nu het beste naar de praktijk brengen? WAT is nodig om dat te doen? Op deze manier vanuit een soort helikopterview kijken naar het thema bodem en het ecosysteem in het gebied leverde waardevolle informatie op waarop werd verder gebouwd. Zo gaven boeren onder andere aan dat loonwerkers een belangrijke rol in deze regio. In 2019 werd daarom een cursus georganiseerd voor loonwerkers. Deze groep had ook een dergelijke terugkom en reflectiedag: deze leverde praktische onderzoeksvragen op die voor een deel zijn opgepakt onder leiding van het waterschap Vallei en Veluwe binnen regiodeal Foodvalley: www.boeraanhetroer.nl
Hypothese: Boeren kunnen goed zelf onderzoek verzinnen en aansturen Binnen Platform Natuurinclusieve Landbouw Gelderland kwam agrariër Arjen van Buren met het idee om een open project te starten met een groep boeren die al een tijdje bezig was/is met ‘boeren met de natuur mee’. Hij ging op zoek naar dergelijke boeren en samen stelden zij onderzoeksvragen op en gingen ze in de praktijk aan de slag. Binnen Regio Foodvalley trok Jan-Dirk van der Voort deze groep boeren. Hij is al meer dan 20 jaar bezig met anders denken over bodem en gezondheid van het systeem. Dat resulteerde in een rigoureuze verandering vanaf 2004: Jan-Dirk stopte volledig met antibiotica, vaccins en synthetische ontwormingsmiddelen. Zijn dieren bleven niet gezond en hij vroeg zich af hoe dat kwam. Dat leidde hem op een pad met andere (onafhankelijke adviseurs) die zelf vaak uit het buiteland kwamen. Zo werd hij begeleid door kruiden en voerdeskundige Hubert Cremer uit Duitsland, door Rene Jochems, bodemexpert van Groeibalans, door Peter Vanhoof, onderzoeker kringlooplandbouw uit Belgie, Graslandexpert Edmund Leisen uit Duitsland en diverse andere praktijkgerichte onderzoekers. Deze boer ging zelf vragen formuleren vanuit een visie op hoe hij wilde boeren: deze vragen zorgden ervoor dat hij op zoek ging naar experts en onderzoekers konden mee helpen om in de praktijk zijn problemen te gaan oplossen.
Inmiddels is een groep ontstaan van 15 tot 20 boeren waarvan er 8 in Foodvalley wonen die samen zeer actief kennis ontwikkelt en implementeert en ook de impact ervan onderzoekt. Zij zijn nu zo’n vier jaar bezig en willen graag doorbouwen in de komende jaren. Hun werkwijzen en onderzoeken zijn praktisch van aard. In het KennisLab gaan we kijken hoe zij werken en wat daarvan te leren over het oplossen van de opgaven waar de regio samen aan moet werken op gebied van de bodem en water, stikstof, klimaat en biodiversiteit.
Hypothese: Om (veel) meer (toekomstige) boeren te bereiken met nieuwe kennis is het (MBO)onderwijs nodig Lang niet alle boeren staan open voor nieuwe kennis. En ook lang niet alle erfbetreders en onderzoekers staan open voor nieuwe kennis. Hoe kunnen we dan toch deze nieuwe kennis breder delen? We denken dat het MBO onderwijs hierin een belangrijke rol kan spelen. MBOers worden praktisch opgeleid: zij leren liever door te doen dan door in de klas te zitten en iets aan te horen. Daarvan willen we in het Fieldlab Foodvalley waardeert gebruik maken. We gaan actief de leerlingen van het groene (MBO) onderwijs koppelen aan de onderzoeken en experimentendie plaatsvinden in de praktijk. We laten leerlingen dingen zien, maar vooral ook zelf doen en ervaren. Zo kunnen ze zelf dingen meten in verschillende stallen, bij verschillende diergroepen en op verschillende akkers en weilanden. We starten waarschijnlijk met het thema bodem en water op melkveebedrijven, maar kijken verder breed waar kansen liggen om te koppelen. Voor nu zien we volop mogelijkheden om leerlingen te laten meten aan thema’s als bodemverdichting, waterinfiltratie, worteldiepte, bodembiodiversiteit (wormen tellen, meten van balans bodembacteriën en bodemschimmelnetwerk), meten aan mest en zo is er nog veel meer.
Deze hypothese wordt daarom gekoppeld aan de ‘Kennisleerplaats Foodvalley’ waarin actief gewerkt wordt aan curriculumvernieuwing binnen Aeres MBO. Natuurlijk is deze werkwijze op te schalen en kunnen ook het groene MBO, maar ook andere MBO, HBO en WO leerlingen in de praktijk komen leren. We starten echter duidelijk met het agrarische MBO in Barneveld. Dat betekent dat Aeres ook gaat aangeven naar stagebedrijven dat bijvoorbeeld bodem en water nieuwe thema’s zijn. Via Aeres MBO worden de stagebedrijven daarom ook uitgenodigd voor de verschillende kennissessies, zoals cursussen en workshops rondom bijvoorbeeld bodem en water. Hypothese: leerlingen en studenten betrekken bij innovaties zorgt voor nieuwe innovaties Juist leerlingen en studenten stellen vaak goede vragen die kunnen leiden tot nieuwe inzichten en daarmee tot nieuwe innovaties. Hypothese: Regelmatig samen de helikopter in versnelt het leerproces We stellen in het FieldLab een werkwijze voor waarin op allerlei plekken door allerlei groepen mensen onderzoek wordt gedaan in de praktijk. Om het leereffect te vergroten komen we elk halfjaar bij elkaar op een soort heidag waarin de verschillende onderzoekslijnen aan elkaar vertellen wat er is onderzocht en wat er is geleerd. Door te vertellen wat je doet en leert dwing je jezelf om het concreet en praktijkgericht te vertellen.
Op deze heidagen wordt aangegeven welke onderzoeksvragen beantwoord zijn en welke nieuwe vragen zijn ontstaan. Het is ook een goed moment voor crossovers tussen de verschillende Labs: welke WAARDE heeft het wat jij doet of wilt gaan doen? Welke KNELPUNTEN kom je tegen? ORGANISEREN we het Fieldlab en de regionale samenwerking nog handig genoeg? Deze heidagen zullen waarschijnlijk een plenair deel hebben en enkele workshops die verder de diepte ingaan. We gaan deze verder vormgeven als we aan de slag zijn. Hypothese: Verbinden met andere projecten en FieldLabs versnelt innovatie Belangrijk is ook om vanuit die helikopter om ons heen te kijken: wat gebeurt in andere fieldlabs in Nederland en Europa? Wat leren we daar? Hoe kunnen we die kennis naar onze regio halen? En ook: wat gebeurt er naast het Fieldlab nog meer in de regio? We zetten hier meerdere personen op in met verschillende expertise: Waar het gaat om leren van en verbinden met andere fieldlabs en andere projecten is het goed dat er op de grote lijnen verbindingen zijn die worden onderhouden. Daarnaast is het goed als experts vanuit Labs actief gekoppeld worden waar nuttig en nodig. Zo kan het soms nuttig zijn dat boeren in een
Fieldlab in een ander land gaan kijken. Of als het gaat om knelpunten verzamelen en nadenken over het oplossen ervan: dan zijn wellicht één of meerdere vakmensen en één of meerdere juristen nodig die samen gaan verkennen wat knelt en welke routes mogelijk zijn om de knelpunten op te lossen. Dat lukt soms op regionaal niveau, maar er zijn ook knelpunten die naar een landelijk of Europees niveau moeten worden gebracht. Hopelijk gaat zo ‘het kenniswiel’ rollen:
Organisatie Het lectoraat Dienstbaar organiseren van de Christelijke Hogeschool Ede stuurt het KennisLab aan in samenwerking met WEstudios. Zij bevragen actief alle betrokken stakeholders vanuit een onderzoekende houding. Ze verzamelen onderzoeksvragen en ook de antwoorden die worden geformuleerd binnen de verschillende Labs. Ze organiseren twee keer per jaar een heidag en zorgen dat de juiste mensen daar aanwezig zijn. Het delen van vaktechnische kennis en het delen van oplossingen en waarde/impact die worden georganiseerd gaat via actieve kennisdeling: Daarin speelt ook LTO een rol. LTO beheert de websites van het landbouwnetwerk regio Foodvalley en van de regiodeal Foodvalley (www.boeraanhetroer.nl). Voor boeren in de regio is het handig om één duidelijke plek te hebben waar ze vragen kunnen stellen (Agroloket), waar ze informatie kunnen vinden, waar een regionale agenda is en waar lopende initiatieven te vinden zijn.
Activiteit
Resultaat
Uitvoering
1
Kennisdeling/ Communicatie/ Organisatie
Continue en actuele kennisdeling via website, bijeenkomsten, excursies etc
CHE en LTO
2
Onderzoek naar kennisontwikkeling
Inzicht in effectieve kennisontwikkeling en kennisdeling
CHE
Ophalen en delen van kennis van andere Fieldlabs en andere projecten binnen de regio
Brede kennisdeling binnen de regio en over regio’s heen
Kennismakelaar(s)
3
WE Studio’s
die breed contacten hebben en onderhouden Capaciteit ambtenaren
2. Doelen van het Fieldlab 2.1 Specifieke doelstellingen Het Fieldlab Foodvalley Waardeert heeft als hoofddoel het ontwikkelen van een duurzame en toekomstbestendige landbouwsector in de regio Foodvalley. Dit wordt bereikt door een integrale aanpak die ecologische, economische, sociale en ruimtelijke dimensies omvat. De specifieke doelen van het Fieldlab zijn als volgt: Ecologische Doelen a. Werken aan de opgaven van de landbouw in de regio: 1. Bijdragen aan de landelijke opgaven voor de landbouw, met de doelen van het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) als richtlijn: natuur, bodem & water en klimaat. 2. Voortbouwen op bestaande initiatieven en inspanningen van boeren, met de erkenning dat er al jaren aan deze opgaven wordt gewerkt. 3. Samenwerken met instanties zoals RVO om de voortgang sinds 2018 in kaart te brengen, als onderdeel van het ImpactLab. b. Verbetering van de Bodem- en Waterkwaliteit: 4. Implementeren van duurzame bodem- en waterbeheerpraktijken zoals nietkerende grondbewerking, precisiebemesting en het gebruik van groenbemesters. 5. Verminderen van nutriëntenuitspoeling en verbeteren van de waterkwaliteit door middel van maatregelen zoals bufferstroken en waterzuiveringsinstallaties. c. Verhoging van Biodiversiteit: 6. Implementeren en bevorderen van natuurinclusieve landbouwpraktijken zoals agroforestry, bloemenranden en het behoud van houtwallen. 7.
Implementeren van agrarisch natuurbeheer om de biodiversiteit op en rond landbouwbedrijven te vergroten. d. Reductie van Emissies: 8. Verminderen van de uitstoot van broeikasgassen en andere schadelijke stoffen door het toepassen van innovatieve technieken en managementmaatregelen. 9. Onderzoeken en implementeren van maatregelen om ammoniakemissies te reduceren. Economische Doelen e. Werken aan toekomstperspectief voor de landbouw in de regio: 10. Voortzetten van het werk aan de Landbouwstructuuranalyse, uitgevoerd door Wageningen Economic Research (WEcR). 11. Ondersteunen van de concrete opdracht aan Wageningen Environmental Research (WEnR) om een toekomstscenario / toekomstperspectief voor de landbouw in de regio Foodvalley te berekenen.
12. Uitwerken en implementeren van het toekomstbeeld op hoofdlijnen, zoals beschreven in bijlage 2a: Toekomstvisie. f. Duurzame Verdienmodellen 13. Ontwikkelen van nieuwe verdienmodellen die boeren in staat stellen financieel te profiteren van duurzame landbouwpraktijken, zoals korte ketens, biologische landbouw en betalingen voor ecosysteemdiensten. 14. Stimuleren van de productie en consumptie van regionaal geproduceerd voedsel om de economische vitaliteit van de regio te versterken. 15. Onderzoeken van mogelijkheden om de niet-gebruikte stikstofruimte verwaarden, geïnspireerd door initiatieven zoals het Fieldlab Groene Hart.
te
g. Financiële Waardering en Ondersteuning: 16. Bieden van structurele financiële compensatie of tijdelijke subsidies aan boeren die bijdragen aan regionale duurzaamheidsdoelen. 17. Faciliteren van toegang tot financiering en investeringen voor de implementatie van duurzame praktijken en technologieën. 18. Erkennen van de urgentie om boeren te ondersteunen bij de transitie naar duurzame landbouw, gezien de recente rapporten van WEcR over de financiële gevolgen van verduurzaming. Sociale Doelen h. Een bijdrage leveren aan meer waardering voor de landbouw in de regio: 19. Voortbouwen op initiatieven zoals de waardetafels georganiseerd in de regio Foodvalley binnen het programma Platform Natuurinclusieve Landbouw Gelderland. 20. Implementeren van inzichten uit het rapport over de waarden van de landbouw voor de regio Foodvalley en mogelijk aanvullen van deze waardenlijst. 21. Uitwerken en toepassen van de Handreiking voor gebiedsoffertes, waarmee boeren kunnen laten zien hoe ze bijdragen aan de opgaven van hun gebied. i. Maatschappelijke Waardering en Erkenning: 22. Erkennen en belonen van de inspanningen van boeren door middel van publieke campagnes, borging van duurzame praktijken en samenwerking met maatschappelijke organisaties, eventueel middels certificering. 23. Organiseren van evenementen en workshops om de maatschappelijke waardering voor duurzame landbouw te vergroten.
24. Ontwikkelen van waarderingsmechanismen voor stikstof- en CO2-reductie. j. Capaciteitsopbouw en Educatie: 25. Versterken van de kennis en vaardigheden van boeren en andere stakeholders door het aanbieden van educatieve programma's, trainingen en demonstratieprojecten.
26. Faciliteren van kennisuitwisseling en samenwerking tussen boeren, kennisinstellingen, overheden en maatschappelijke organisaties via Community of Practice (CoP) platforms. Ruimtelijke en Innovatieve Doelen k. Een bijdrage leveren aan de Ruimtelijke Opgave: 27. Aandacht besteden aan de complexe ruimtelijke vraagstukken in de regio, rekening houdend met de Regionale Ruimtelijke Verkenning. 28. Zoeken naar oplossingen voor de hoge grondprijzen en de vraag naar extensivering, in samenwerking met WEnR en andere partners. 29. Integreren van inzichten uit de studie 'Verkenning naar Ruimtegebruik Landbouw 2050 voor Regio Foodvalley'. l. Onderzoek en Innovatie: 30. Bevorderen van praktijkgericht en interdisciplinair onderzoek naar duurzame landbouwmethoden en technieken. 31. Implementeren en testen van innovatieve oplossingen in samenwerking met boeren en andere stakeholders. 32. Stimuleren van de samenwerking tussen het MBO, HBO en WO in de regio om het kennis- en innovatiesysteem te versterken. m. Samenwerking en Netwerken: 33. Versterken van samenwerking tussen verschillende stakeholders door het opzetten van netwerken en platforms voor kennisuitwisseling en co-creatie. 34. Bevorderen van regionale, nationale en internationale samenwerking om best practices uit te wisselen en gezamenlijke initiatieven te ontwikkelen. 35.
Ondersteunen van het uitgebreide netwerk van bedrijven in de regio, waaronder voerbedrijven, stallenbouwers en voedselverwerkers.
2.2 Visie 2050 en eerste onderzoeksvragen De wereld van 2050 kan vanuit verschillende scenario’s bekeken en besproken worden. Het gaat er ons om: binnen welk scenario bouwen wij aan een toekomstperspectief voor de regio van Foodvalley? Onderstaande is een eerste poging om dit gesprek op te starten. We nodigen WUR en Universiteit van Nijenrode uit om deze discussie verder te brengen. Het doel is, om al verkennend steeds betere handvaten te krijgen voor het opstarten van experimenten die bijdragen aan een ‘toekomstperspectief dat inspireert EN past’ voor onze regio. Een belangrijke onderzoekslijn in het fieldlab richt zich hierom op het regelmatige gesprek, onderzoek, analyse en besluitvorming over het meest waarschijnlijke EN meest aanlokkelijke toekomstperspectief (economisch, ecologisch en sociaal). De onderzoeksvraag: hoe komen we tot een passend en aanlokkelijk toekomstperspectief waar wij ons (als verschillende vakmensen uit deze regio) voor kunnen inzetten? Ambitie: Nederland was als eerste het land met de meest efficiënte ‘productie van dierlijke oorsprong’ (Veehouderij). Door de grote aanvoer van krachtvoer en inzet van kunstmest is Nederland en specifiek regio Foodvalley nu de eerste plaats waar de landbouw en vooral de veehouderij onder grote milieudruk staat.
De ambitie is om juist in de regio Foodvalley een landbouw en veehouderij te ontwikkelen die past binnen de draagkracht van het gebied. Zo blijft Nederland een gidsland en een plek waar men van over de hele wereld kennis komt halen.
2050: FoodValley als broedplaats in de ‘Rijnvallei’* De regio FoodValley ligt in het hart van de Rijnvallei, het verstedelijkte dal van de Rijnvallei tussen de Noordzee en Keulen. FoodValley heeft zich in decennia ontwikkeld tot de broedplaats voor de voedselvoorziening in aanloop naar 2050. FoodValley onderscheidt zich door in te zetten op circulariteit en slim beheer van de bodem, en vooral de aansluiting van onderzoek en onderwijs hierop. In de regio zijn sterke MKB bedrijven aanwezig die leveren aan of afnemen van de primaire sectoren. Veel van deze bedrijven doen wereldwijd zaken, maar blijven innovatief door in Foodvalley gevestigd te zijn.
*De samenwerkingspartners vinden het belangrijk om de Foodvalley te zien in een Noord-West Europese context, om zo ook weg te blijven bij alle kritiek over export (terwijl we als land ook erg veel importeren, van avocado’s en rijst tot mobieltjes en spijkerbroeken).
Circulair (ecologisch) Nederland heeft als handelsland door de jaren heen haar geld verdiend door slim aan te sluiten op grondstoffenstromen en dat geldt deels ook voor de landbouw. De Nederlandse landbouw moet het hebben van de beschikbaarheid en het opwaarderen van voedselreststromen, afkomstig van de grote en internationaal georiënteerde voedselverwerkingsbedrijven in de regio. Digitalisering van materiaalstromen en kennis zorgden ervoor dat een fijnmazig verwaardingsnetwerk ontstond tussen voedingsindustrie en landbouw Stedelijk verwevingsgebied (ruimtelijk) FoodValley is het voorbeeld van een verwevingsgebied, een gebied waar de functies wonen, industrie, landbouw, recreatie en natuur verweven zijn. De functies worden bestuurlijk gereguleerd middels bestemmingsplannen en vragen een intelligent beheer van grondgebruik. Digitalisering van bodem en grondgebruik aangevuld met kennisontwikkeling en methodieken maken duidelijk hoe de landbouw zorgvuldig samenwerkt met natuurlijke processen en de natuur niet belast. De kennisinfrastructuur in FoodValley is uitgebreid. De aanwezigheid van de hele landbouwketen in de regio maakt veel innovatie mogelijk. Veel primaire landbouwbedrijven hebben een innovatietak toegevoegd, waarbij ontwikkelde innovaties in de praktijk getoetst worden, voordat deze in buiten de regio op grote schaal uitgezet worden.