D11. Bijlage Ontwerp Fieldlab Foodvalley Waardeert - 01sept2024 - Finale Versie
Tekst van het document
via boerenstudiegroepen, coöperaties van MKB-ers en boeren en
o
structuren om gebiedsboden te zetten
Voortbouwen op de lopende Regio Deal: o
Toekomstbestendige Landbouw
o
Voeding en gezondheid
o
Kennis en Innovatie
Specifieke projecten gericht op participatie
Belangrijkste doelstellingen hierbij zijn: •
Een positief effect op de brede welvaart in de regio Foodvalley door verschillende verbeteringen die door de inwoners zullen worden ervaren.
•
Een schonere leefomgeving met verbeterde water- en bodemkwaliteit draagt bij aan de gezondheid en het welzijn van de bevolking.
•
Door netwerkvorming van boeren, overheden, bedrijven en kennisinstellingen en het verbeterde draagvlak ontstaat er een hechtere gemeenschap waarin samenwerking en betrokkenheid worden gestimuleerd. Hierdoor blijven partijen in het gebied met elkaar in gesprek over ontwikkelingen wat voor meer wederzijds begrip zal leiden.
•
Innovaties in duurzame landbouw verhogen de economische veerkracht en creëren nieuwe kansen voor ondernemerschap.
Een gezonde leefomgeving maakt de regio aantrekkelijker voor recreatie, wat de kwaliteit van leven, werken en wonen verder verbetert.
Het sturen op brede welvaart vereist het doorbreken van enkele belemmeringen, volgens de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (RLI). Met een onderstaande infographic lichten ze dit toe. Het Fieldlab gaat hierin een balans trachten te vinden:
4.2 Experimenteerteams Eerste experimenten en de betrokken teams De experimenten worden uitgevoerd door groepen vakmensen die al aan de slag zijn in de regio en leveren vaak kennis op die bijdragen aan meer dan één van de onderzoekslijnen. Op dit moment wordt gewerkt aan het voorbereiden van diverse experimenten door groepen vakmensen of experimenteerteams: •
Team Gebiedsbod
•
Team Bodem en Water
•
Team Gezond Product van Gezond Bedrijf
•
Team Bedrijvenmeetnetwerk
•
Team Leerwerkplaats
4.2.1 Team Gebiedsbod Dit experimenteerteam werkt aan het ontwikkelen van een methode om in een gebied in gezamenlijkheid een gebiedsofferte te maken waarin het gebied aangeeft wat er gedaan kan worden om te werken aan de (NPLG/ RPLG) opgaven. In dit team zijn op dit moment actief Melkveehouder Sjaak Vels uit Voorthuizen, Melkveehouder Conny van den Top uit Lunteren / De Valk, beleidsmedewerker Geert Butz van gemeente Ede en gebiedsmanager Anne Kruft van Waterschap Vallei en Veluwe. Zij worden ondersteund vanuit het Impactlab door Wilbert Hilkens en vanuit het OrganisatieLab door Pascal Hazeleger en Xander Pieterse. Eerste contacten met provincie Gelderland, Boerennatuur Veluwe en gemeente Barneveld en gemeente Putten zijn gelegd. De eerste gebiedsofferte die verkend wordt is die van het Veenhuizerveld: in dit gebied zijn naast Sjaak nog diverse andere boeren woonachtig die via Sjaak betrokken zijn. Zo werkt deze groep aan een gezond bodem en watersysteem, aan integrale circulariteit en aan brede welvaart in het betreffende gebied. Waar nuttig en nodig kunnen andere stakeholders worden aangesloten om het moment dat het FieldLab echt start. Hierbij kan gedacht worden aan partijen als BoerenNatuur Veluwe, Gelders Landschap en Kastelen, inwoners en bedrijven in het Veenhuizerveld en mogelijk andere partijen.
Op het moment dat er actieve betrokkenheid is bij andere gebieden zal de samenstelling van het team worden aangepast. Meer over het Plan van Aanpak van de Gebiedsofferte is te lezen in bijlage 4.2.1 N.B. De Plannen van Aanpak worden op hoofdlijnen beschreven in de bijlagen. De wereld verandert soms snel. Op het moment dat er daadwerkelijk kan worden gestart wordt gekeken hoe de situatie op dat moment is en wat nodig is aan experimenten.
4.2.2 Team Bodem en Water Boeren in de regio werken sinds 2018 steeds beter en meer samen met waterschap en gemeenten. Dit team heeft nauwe verbindingen met bovenstaand team Gebiedsbod, maar werkt verdiepend en regio-breed aan de opgaven op gebied van bodem en water. Gemeente Ede organiseerde in 2018 voor het eerst een bodemcursus en herhaalde die in 2019 voor haar pachters. Waterschap Vallei en Veluwe werd meteen al in 2018 uitgenodigd door Ede om aan te haken. WVV pakte dit op in de Regiodeal Foodvalley. Zo worden bodemcursussen georganiseerd en allerlei experimenten in de praktijk ondersteund die te maken hebben met Bodem en Water. De Regiodeal Foodvalley loopt in 2024 af, maar in het Fieldlab willen we deze manier van experimenteren van boeren en overheden (ondersteund door onderwijs en onderzoek) voortzetten. Voor een deel gebeurt dat al in de DAW-projecten die in 2024 starten en die werken aan bodem- en wateropgaven in gebieden rondom de Nederwoudse Beek en de Valkse Beek. In dit experimenteerteam zijn betrokken: Waterschap Vallei en Veluwe, gemeenten Ede, Barneveld en Renswoude, diverse boeren uit de genoemde gebieden waaronder Art Wolleswinkel, Niels Wassenaar, Willem van Harten, Jaap van den Berg, Theo Folmer, Teunis van de Zandschulp, Maasjan van den Top, Conny van den Top en vele anderen.
Ondersteuning van het onderzoek gebeurt door het Louis Bolk Instituut en waar nodig door andere onderzoekers en experts. We voorzien dat ook dit team nog verder zal worden uitgebreid en jarenlang werkt aan verbeteren van kennis en instrumenten rondom een gezond bodem en watersysteem. Meer over het Plan van Aanpak van dit experimenteerteam is te lezen in bijlage 4.2.2.
4.2.3 Team Gezond product van gezond bedrijf Deze groep boeren startte met een aantal melkveehouders die samen aan de slag gingen rondom het thema Natuurinclusieve Landbouw. Een aantal van hen heeft naast melkvee ook andere dieren, zoals pluimvee. Voorlopig richt de groep zich op gezonde bodem, gezond voer en daarmee op een gezond(er) product. In dit team zijn actief: Jan-Dirk van de Voort, Conny van den Top, Jan van Ruiswijk, Theo Folmer, Art Wolleswinkel, Dennis Minnen en diverse andere boeren. Dit team wordt ondersteund door de volgende onafhankelijke adviseurs op gebied van kringlooplandbouw (Peter Vanhoof), gezondheid (Hubert Cremer) en graslandgebruik (Edmund Leisen). Het team heeft werkt nauw samen met het team Bodem en Water (er zit overlap in) en wordt ondersteund vanuit het KennisLab en het ImpactLab. Parallel aan dit team lopen of starten studiegroepen en projecten in de regio die bijvoorbeeld bezig zijn met een Kosten-Baten Analyse van de melkveehouderij, en projecten die kijken naar een verdere implementatie van de Utrechtse Monitor Duurzame Landbouw en de Monitor Duurzame Landbouw. Een projectencoördinator zal deze projecten waar dat nuttig en nodig is verbinden om zo kennis te koppelen en nog meer stappen te kunnen zetten. Meer over het Plan van Aanpak van dit experimenteerteam is te lezen in bijlage 4.2.3.
4.2.4 Team Bedrijvenmeetnetwerk Dit team onderzoekt hoe managementmaatregelen op veehouderijbedrijven de uitstoot van ammoniak kunnen verlagen (dit deel is al gestart vanuit de Regiodeal Foodvalley en kan verder worden opgeschaald als daarvoor budget is), en kijkt ook naar de kosten en baten en de brede toegevoegde waarde van die maatregelen, zowel op bedrijfs- en sector- als regioniveau. In dit team zijn op dit moment actief: Anne-Jo Smits en andere collega’s van het Poultry Expertise Centrum (PEC) en het Calf Expertise Centrum (CEC), en drie groepen boeren: witvleeskalverhouders, varkenshouders en leghenhouders. Er wordt op dit moment geworven om ook groepen rosekalverhouders, geitenhouders en vleeskuikenhouders te starten. Deze groepen onderzoeken met elkaar hoe(veel) management maatregelen kunnen bijdragen aan het reduceren van ammoniak. Op bedrijfsniveau kan breder gekeken worden naar stikstofefficiëntie en CO 2-uitstoot. Daarin is nu nog niet voorzien. Het Fieldlab Foodvalley Waardeert wil dit toevoegen en verder uitwerken. Vertegenwoordigers van gemeenten en provincie(s) ondersteunen de beweging van middelnaar doelsturing en zijn momenteel actief aan het onderzoeken of de eerste vergunningen op basis van doelsturing kunnen worden verleend. Verder kijken we op deze bedrijven ook naar integrale circulariteit en brede welvaart.
Meer over het Plan van Aanpak van dit experimenteeerteam is te lezen in bijlage 4.2.4.
4.2.5 Team Leerwerkplaats Er wordt extra inzet gepleegd om alle actuele ontwikkelingen die in het veld plaatsvinden zo snel en effectief mogelijk te koppelen aan het groene onderwijs in de regio. De focus ligt daarbij voorlopig op het MBO onderwijs over veehouderij en bodem zoals dat wordt gegeven in Barneveld. Docenten, leerlingen en stagebedrijven worden zo actiever betrokken bij innovaties
en experimenten. Daarvoor is capaciteit nodig bij Aeres en bij de Regio om zo de verbinding te kunnen leggen. Eerste acties die lopen: het organiseren van 0,2 fte docententijd voor de verbinding, meedoen van minimaal één docent aan de bodemcursus in het najaar, gevolgd door regio-eigen onderwijs opzetten, betrokkenheid van twee docenten bij een studiegroep melkveehouderij die deze zomer start. In dit team zijn op dit moment betrokken: Cor Duim, projectleider bij Aeres en voormalig teamleider veehouderij, Sjaak Vels, docent bij Aeres MBO, melkveehouder in het Veenhuizerveld en betrokken bij de CoP Gebiedsofferte, Anne-Jo Smits, projectleider bij PEC/CEC/PEV om de verbinding te maken tussen pluimvee- en kalverhouderij en het onderwijs. Daarnaast is Lineke Rippen betrokken: zij deelt haar expertise vanuit de Achterhoek waar de Kenniswerkplaats Achterhoek een betere verbinding organiseert tussen het groene onderwijs, de regionale boeren(experimenten en onderzoek) via onder andere VK-Oost en de landbouwagenda van de regio Achterhoek. Gerdien Kleijer is op dit moment de verbinder vanuit de regio. Daarnaast zijn er al verbindingen tussen innovatieve boeren en het MBOonderwijs. We voorzien in een betere verbinding tussen het landbouwnetwerk, het agroloket en het Groene Onderwijs door inzet van een netwerkregisseur van het landbouwnetwerk.
Meer over het Plan van Aanpak van dit experimenteeerteam is te lezen in bijlage 4.5.
5. Werkwijze en planning Inleiding Gebiedsgestuurd Fieldlab Foodvalley Waardeert brengt een veelzijdige groep vakmensen samen in experimenteerteams, elk gericht op specifieke aspecten van toekomstbestendig landbouwgebruik. Deze teams zijn de ruggengraat van ons Fieldlab, waar theorie en praktijk samenkomen om de transformatie naar een toekomstbestendige landbouw te realiseren. Binnen het Fieldlab werken diverse vakmensen aan het realiseren van praktische oplossingen door het uitvoeren van experimenten. Deze experimenten worden uitgevoerd in het 'LivingLab Foodvalley’, een dynamische omgeving waar innovatie en samenwerking centraal staan. Zodra een oplossing is gevalideerd en waardevol is gebleken voor de regio Foodvalley, en alle data is verzameld en de kennis is gedocumenteerd, wordt de experimenteerfase afgerond. Dit geeft ruimte voor nieuwe experimenten, waardoor een continue cyclus van innovatie en verbetering wordt gewaarborgd.
5.1 Organisatieprincipes We kiezen binnen het Fieldlab Foodvalley Waardeert voor een principe-gedreven aanpak. Dit stelt ons in staat om flexibel, creatief en innovatief te zijn in onze zoektocht naar duurzame oplossingen voor de regio. Deze aanpak bevordert samenwerking, verantwoordelijkheid en een langetermijnvisie, wat essentieel is voor de transformatie naar een toekomstbestendige landbouwsector. Door te werken op basis van principes kunnen we beter inspelen op de uitdagingen en kansen van de moderne landbouw en bijdragen aan een veerkrachtige en duurzame regio Foodvalley. We zien op dit moment drie belangrijke principes: 1. wendbaar werken; 2. samenwerken als vakmensen 3. gebiedsgestuurd werken Het Fieldlab adopteert ‘Agile’ principes als kern van de operationele en ontwikkelingsstrategie. Agile betekent wendbaar: het gaat om flexibiliteit, teamwerk, gebiedsgerichte reacties en vlot kunnen bijsturen op basis van nieuwe ontwikkelingen en inzichten. De toepassing van wendbaar werken binnen dit Fieldlab is bijzonder relevant en effectief, gezien de complexe en snel veranderende aard van landbouwinnovaties en regionale ontwikkeling.
5.1.1 Wendbaar werken •
Snel kunnen reageren op verandering: In de dynamische agrarische sector, waar technologische, milieu- en beleidsmatige factoren voortdurend evolueren, biedt wendbaar werken ('agile') de flexibiliteit om plannen snel aan te passen. Dit stelt het fieldlab in staat om effectief in te spelen op nieuwe uitdagingen en kansen zonder de voortgang van lopende projecten te verstoren.
•
Stakeholder betrokkenheid: Wendbaar werken bevordert regelmatige feedback en actieve betrokkenheid van alle stakeholders, inclusief boeren, onderzoekers,
beleidsmakers en de gemeenschap. Deze continue dialoog helpt om de doelen van het Feldlab af te stemmen op de werkelijke behoeften van de regio en verzekert dat de ontwikkelde oplossingen breed gedragen en effectief zijn. •
Continue ontwikkeling: Door in periodes van 5 à 6 maanden te werken, kan het Fieldlab sneller leren van de uitgevoerde acties, successen uitrollen en aanpassingen maken waar nodig. Dit iteratieve proces zorgt voor continue verbetering en optimalisatie van de projecten binnen de labs.
Voordelen van wendbaar werken De toepassing van 'Agile'-methodologieën binnen het Fieldlab biedt aanzienlijke voordelen: •
Snellere probleemoplossing: Door snel te reageren op problemen en iteratieve verbeteringen door te voeren worden oplossingen sneller ontwikkeld en geïmplementeerd.
•
Aanpasbaarheid en schaalbaarheid: Agile maakt het fieldlab wendbaar, klaar om op te schalen of aan te passen aan veranderende eisen zonder verlies van momentum of focus.
5.1.2 Samenwerken als vakmensen Binnen het Fieldlab Foodvalley Waardeert erkennen we het belang van een open en onbevangen benadering van onderzoek in de praktijk. Ons doel is om doorbraken te realiseren in de complexe uitdagingen van een toekomstbestendige landbouw. Om dit te bereiken, is het essentieel dat de deelnemers, ongeacht hun professionele achtergrond of organisatorische affiliatie, zich volledig kunnen richten op innovatie en kennisdeling. In het Fieldlab nodigen we boeren, erfbetreders en ambtenaren uit: niet in hun gebruikelijke professionele rol, maar als vakmensen. Deze benadering is cruciaal omdat het bijdraagt aan het doorbreken van conventionele denkpatronen en organisatorische beperkingen. Door deelnemers uit hun dagelijkse rollen te halen, vermijden we dat zij vasthouden aan de beperkingen en verwachtingen die typisch zijn voor hun functies binnen hun organisaties. Elke deelnemer aan het Fieldlab brengt waardevolle kennis, vaardigheden en netwerken mee. Door iedereen als vakman of vakvrouw te benaderen, bevorderen we een cultuur van gelijkwaardigheid. Dit stelt alle deelnemers in staat om als gelijken bij te dragen aan het onderzoeksproces, waarbij ieders inzichten even belangrijk zijn. Deze aanpak stimuleert een vruchtbare uitwisseling van ideeën en bevordert creatieve oplossingen die niet beperkt zijn door de grenzen van traditionele roldefinities.
De vakman/-vrouw als onderzoeker In het Fieldlab transformeren we elke stakeholder tot een onderzoeker, wiens primaire doel is om te verkennen, te vragen en te innoveren. Deze rol nodigt deelnemers uit om vrijuit te spreken, na te denken en te onderzoeken, wat essentieel is voor het aanpakken van de complexe vraagstukken waarmee we worden geconfronteerd. Deze benadering is fundamenteel voor ons onderzoeksmodel, waarbij het proces van ontdekken en leren centraal staat. Door deze strategie ontstaat een dynamische en ondersteunende omgeving waarin de vakmensen niet alleen nieuwe ideeën kunnen genereren, maar ook concrete stappen kunnen zetten naar de praktische toepassing van deze ideeën. Het resultaat is een collaboratief
fieldlab dat niet alleen kennis genereert, maar ook de weg vrijmaakt voor de implementatie van circulaire en innovatieve oplossingen in de praktijk. Deze praktijktoetsing zal ook ondersteunend zijn voor de juridische borging bij bredere implementatie.
5.1.3 Gebiedsgestuurd werken Een gebiedsgericht Fieldlab, in de terminologie van het Ministerie van LNV (nu LVVN) richt zich op de specifieke kenmerken en behoeften van een bepaalde regio, maar om de volledige potentie van deze benadering te benutten is het essentieel om het Fieldlab ook gebiedsgestuurd te maken. Gebiedsgestuurd werken houdt in dat de lokale gemeenschap en stakeholders actief betrokken worden bij de besluitvorming en uitvoering van projecten. Dit vergroot de relevantie en impact van de initiatieven en zorgt voor duurzame, contextspecifieke oplossingen. Het waarom achter gebiedsgestuurd werken in 4 hoofdpunten: 1. Relevantie en Toepasbaarheid: Gebiedsgestuurd werken zorgt ervoor dat de projecten en oplossingen volledig zijn afgestemd op de lokale behoeften en omstandigheden. Door de lokale gemeenschap actief te betrekken bij de besluitvorming, worden de projecten relevanter en direct toepasbaar. De lokale kennis en ervaring spelen een cruciale rol in het identificeren van de belangrijkste uitdagingen en kansen, wat leidt tot effectievere en duurzamere oplossingen. Relevantie betekent ook het waardering van inspanning: als er geen waarde gekoppeld wordt aan de impactverlaging, dan is het blijkbaar niet relevant. 2.
Betrokkenheid en Draagvlak: Door lokale boeren, ambtenaren, bestuurders en andere belanghebbenden vanaf het begin te betrekken, wordt het draagvlak voor de projecten vergroot. Mensen voelen zich meer verantwoordelijk en betrokken bij initiatieven waar ze zelf aan hebben bijgedragen. Dit verhoogt de kans op succes en duurzame implementatie van de projecten. 3. Flexibiliteit en Aanpassingsvermogen: Gebiedsgestuurd werken maakt het mogelijk om snel in te spelen op veranderingen en nieuwe inzichten. Door regelmatige feedback en participatie van de lokale stakeholdergemeenschap kunnen projecten worden aangepast en geoptimaliseerd, wat resulteert in een hogere effectiviteit en relevantie. 4. Versterking van Lokale Capaciteiten: Door actief samen te werken met de lokale gemeenschap, worden capaciteiten opgebouwd en kennis versterkt. Dit draagt bij aan het machtigen van de gemeenschap en zorgt ervoor dat de opgedane kennis en vaardigheden blijven voortbestaan, zelfs na afloop van het project. Een gebiedsgericht Fieldlab heeft veel te winnen door een gebiedsgestuurde aanpak te omarmen. Door de lokale gemeenschap en stakeholders actief te betrekken bij de besluitvorming en uitvoering van projecten, worden de initiatieven relevanter, effectiever en duurzamer.
Dit leidt niet alleen tot betere resultaten, maar ook tot een versterking van de lokale capaciteiten en een grotere betrokkenheid en verantwoordelijkheid van de gemeenschap. Door een participatieve benadering, transparante communicatie, flexibele structuren, capaciteitsopbouw, samenwerkingsplatforms en een gedegen systeem voor monitoring en evaluatie te implementeren, kan Foodvalley Waardeert succesvol gebiedsgestuurd werken en zo een voorbeeld zijn voor duurzame landbouwinnovaties wereldwijd.
5.2 Structuur en Organisatie De hierna volgende structuur is er vooral op gericht om van het fieldlab een gebiedsgestuurd Fieldlab te maken. Om dit te bewerkstelligen heeft het fieldlab de volgende structuur: •
De Regiotafel: Het fieldlab organiseert periodiek een Regiotafel voor een strategische sessie waarbij ze Overheden, Ondernemers en Onderwijsinstellingen uitnodigt om gezamenlijk te onderzoeken wat de regio nodigt heeft en hoe deze behoeften passen binnen de doelen van de verschillende organisaties.
•
De Stuurgroep: Deze groep zal in eerste instantie gevormd worden door het Samenwerkingsverband aangevuld met vakmensen uit voor het Fieldlab relevante kennisgebieden. De betrokken stakeholders komen twee keer per jaar samen. Tijdens deze bijeenkomsten brengen de verschillende experiment teams verslag uit over hun activiteiten en de voortgang in de afgelopen periode en presenteren ze hun plannen voor de komende periode. Dit biedt de mogelijkheid om gezamenlijk te reflecteren en bij te sturen waar nodig. Deze halfjaarlijkse bijeenkomsten vormen de hartslag van het fieldlab.
•
Experimenteer teams: Dit zijn de teams die experimenten in het Livinglab uitvoeren. De teams zijn zelfsturend en voeren de experimenten uit volgens de voorstellen die zijn gepresenteerd aan de stuurgroep. Elke halfjaarsperiode (sprint) wordt afgesloten met een evaluatie en verslag om de voortgang en effectiviteit te beoordelen.
•
Ondersteuningsteam(s): De stuurgroep en de experimenteerteams worden ondersteund door ondersteuningsteams of programmateams. De volgende teams zijn defineerd: o
Team ImpactLab: Dit team ondersteunt met zowel kwantitatieve als kwalitatieve methoden om de impact van elk experiment te meten. Dit omvat dataverzameling via sensoren in het veld en andere relevante vormen van dataverzameling.
o
Team KennisLab: Het KennisLab integreert de theorie en de praktijk. Alle experimenten brengen innovaties in die in praktijk worden getest op verschillende lokale boerderijen of andere relevante plekken. De resultaten hiervan worden teruggekoppeld naar het lab voor verdere analyse en verbetering. Onderzoekers van lokale kennisinstellingen leveren nieuwe wetenschappelijke inzichten die de praktische ervaringen onderbouwen.
o
Team OrganisatieLab: Het OrganisatieLab richt zich op het creëren en onderhouden van een dynamisch en ondernemend ecosysteem dat essentieel is voor de transitie naar toekomstbestendige landbouw en het landelijk gebied. Het lab speelt een cruciale rol in het identificeren en aanpakken van institutionele, bureaucratische en operationele knelpunten die vernieuwing in de weg staan, zoals de afstemming tussen boer, de gemeente en de omgevingsdienst (VTH) over inpassing van een voorziene innovatie.
o
Team Beheer en Communicatie: Dit Ondersteuningsteam zorgt voor een nauwkeurige budgettering en financieel toezicht, waardoor alle projecten binnen het Fieldlab effectief kunnen worden uitgevoerd en verantwoord worden. Dit omvat het plannen, monitoren en rapporteren van financiële activiteiten om ervoor te zorgen dat de middelen optimaal worden benut. Dit team faciliteert tevens de interne en externe communicatie, waarbij het de voortgang, successen en lessen
van het Fieldlab deelt met alle betrokkenen. Dit omvat het opstellen van rapporten, het onderhouden van contact met stakeholders en het organiseren van bijeenkomsten en evenementen.
5.3 Ritme van het Lab In een netwerkorganisatie zoals het Fieldlab Foodvalley Waardeert is het creëren en onderhouden van een effectief ritme van cruciaal belang. Een goed ritme orchestreert de aandacht van alle betrokkenen, coördineert acties over verschillende teams en organisaties heen, en draagt bij aan het opbouwen van een gedeelde identiteit. Dit is vooral belangrijk in een complexe, multi-stakeholder omgeving waar innovatie en adaptatie centraal staan. Bovendien faciliteert een goed ritme continue leerprocessen en verbeteringen. Het creëert regelmatige momenten voor reflectie en aanpassing, wat cruciaal is in een innovatieve omgeving waar snelle feedback loops en iteratieve ontwikkeling de norm zijn. Dit stelt het Fieldlab in staat om snel te leren van successen en mislukkingen, en om zich voortdurend aan te passen aan veranderende omstandigheden en nieuwe inzichten. Met deze uitgangspunten in gedachten, heeft het Fieldlab Foodvalley Waardeert een ritme ontwikkeld dat verschillende tijdschalen en activiteiten omvat. Deze ritmes stelt het Fieldlab in staat om effectief te reageren op de dynamische aard van landbouwinnovaties en regionale ontwikkeling, terwijl het consistent blijft werken aan zijn doelstellingen voor een toekomstbestendige landbouw in de Foodvalley regio. Jaarlijks: Regiotafel 1.
Strategische Sessie: bijeenkomst om de lange termijn strategie en top-level doelen te bepalen of bij te stellen, in samenwerking met de regionale stakeholders. Halfjaarlijks: Stuurgroep 1. Terugblik: a. Evaluatie van de voortgang van lopende experimenten b. Beoordeling van doelen, grote overwinningen en uitdagingen van het afgelopen halfjaar c. Teamsfeer evalueren d. Feedback proces uitvoeren 2. Vooruitblik: a. Evaluatie van voorstellen voor nieuwe experimenten b. Samenstelling van nieuwe experimentteams (indien experimenten worden goedgekeurd) c. Prioriteiten en ideeën voor komend halfjaar vaststellen d. Teamformatie en roldefinities aanpassen indien nodig Regulier: Experimenteerteams en Ondersteunende teams Experimenteerteams kunnen hun eigen ritme bepalen, maar worden geadviseerd om een passende overlegfrequentie aan te houden, zoals:
Maandelijks 1. Maand Planning: a. Capaciteit checken b. Maanddoelen stellen c. Taken prioriteren en toewijzen d. Committeren aan de takenlijst 2. Implementatie: a. Gebruik van een planningstool voor visualisatie en voortgangsbewaking 3. Reflectie: a. Maand retrospectieve om successen te vieren, uitdagingen te bespreken en aanpassingen te maken Wekelijks 1. Bijpraatsessie: Korte bijeenkomst voor persoonlijke status updates, bevordering van betrokkenheid en identificatie van blokkades. 2. Samenwerksessie: Voor connectie en ondersteuning binnen en tussen de experimenteerteams. Doorlopende Praktijken •
Reflectie: Implementatie van ondersteunende processen, regelmatige feedback en retrospectie op alle niveaus (persoonlijk → team → organisatie).
•
Aanpassingsvermogen: Regelmatige optimalisatie doorvoeren zoals gezamenlijk overeengekomen om flexibel te blijven reageren op nieuwe inzichten en uitdagingen.
5.4 Planning Operationele Start van de Labs Fieldlab Foodvalley Waardeert is onderverdeeld in drie gespecialiseerde labs met overkoepelend een beheer- en communicatieteam, elk ontworpen om specifieke uitdagingen en kansen binnen de agrarische sector van de regio aan te pakken. Middels het ontwerppla n wordt externe communicatie gestart in het najaar van 2024, terwijl de aanzet tot het ImpactLab zo mogelijk start in het vierde kwartaal van 2024. Pas na operationalisatie van het ImpactLab kunnen KennisLab en OrganisatieLab worden opgestart: •
Beheer en Communicatie: Gepland om te starten in het eerste kwartaal van 2025
•
ImpactLab: Wordt operationeel in het tweede kwartaal van 2025
•
KennisLab: Gepland om te starten in het derde kwartaal van 2025
•
OrganisatieLab: Gaat van start in het vierde kwartaal van 2025
Kartrekkers Elk lab wordt geleid door een expert die verantwoordelijk is voor de dagelijkse activiteiten en strategische richting. De voorgestelde kartrekkers zijn t.z.t. definitief vast te stellen. ImpactLab •
Kartrekker: Yno Papen i.s.m. Wilbert Hilkens
•
Verantwoordelijkheden: Coördineren van de implementatie van meet- en monitoringssystemen, analyseren van verzamelde data, rapportage aan stakeholders.
•
Eerste taak: Inventarisatie van bestaande meetnetwerken.
KennisLab •
Kartrekker: Henk Kievit en zijn team namens CHE i.s.m. Gerdien Kleijer
•
Verantwoordelijkheden: Ontwikkeling van onderwijsmodules en workshops, facilitatie van kennisuitwisseling tussen boeren, studenten en onderzoekers.
•
Eerste taak: Kennisinstellingen samenbrengen en gedeelde onderzoeksagenda opstellen.
OrganisatieLab •
Kartrekkers: Xander Pieterse & Pascal Hazeleger i.s.m. Henk Kievit
•
Verantwoordelijkheden: Faciliteren van samenwerking tussen overheidslagen, uitwerken van beleidsverbeteringen en implementatie van bestuurspraktijken.
•
Eerste taak: Ecosysteem in beeld brengen en eerste bijeenkomst organiseren.
Beheer en communicatie •
Kartrekkers: n.t.b. Voorlopig: Erwin Dolmans en Xander Pieters i.s.m. RFV
•
Verantwoordelijkheden: Ondersteunen van het fieldlab met de diverse beheersactiviteiten en verzorgen de interne en externe communicatie.
•
Eerste taak: Infrastructuur voor communicatie en beheer opzetten.
LivingLab Foodvalley •
Kartrekker: Gerdien Kleijer en/of David Nijland namens Stuurgroep en Landbouw netwerk RFV i.s.m. LTO
•
Verantwoordelijkheden: Selecteren van de experimenten die uitgevoerd gaan worden. Organiseren van capaciteit en middelen om de experimenten uit te kunnen voeren.
•
Op/doorstarten, inbedden en ondersteunen van de experimenten uit bijlage 4.
Interactie met Experimenteerteams De labs werken nauw samen met experimenteerteams, die essentieel zijn voor de implementatie en het testen van nieuwe benaderingen:
•
Informatie-Uitwisseling: Maandelijkse feedbacksessies worden georganiseerd om lopende initiatieven te bespreken en ervaringen uit te wisselen.
•
Terugkoppeling van Resultaten: Elk lab verzorgt kwartaalworkshops bevindingen, best practices en innovaties met de CoP's te delen.
om
Tussenevaluaties Elk lab ondergaat halfjaarlijkse evaluaties samen met vertegenwoordigers van de regio, waterschappen en provincies om de voortgang te meten en de aanpak waar nodig bij te sturen. Deze sessies zijn bedoeld om transparantie te verzekeren en om de regionale impact van het Fieldlab te maximaliseren.
Langetermijnplanning en mijlpalen •
2025-2026: Opzetten van labs, eerste pilotprojecten lanceren, beginnen met de eerste evaluatiecycli.
•
2027 en verder: Opschalen van succesvolle initiatieven, uitbreiden van CoP's, en versterken van de interactie tussen labs en de agrarische gemeenschap.
6. Samenhang met regionale organisaties en trajecten Het Fieldlab draagt bij aan het werken aan de opgaven van de regio EN werkt daarbij 1. actief aan het wegnemen van drempels die oplossingen belemmeren en 2. ondersteunt de zoektocht naar waardering en beloning voor de agrariërs die aan die oplossing werken. Fieldlab Foodvalley Waardeert werkt aan de doelen van het NPLG/RPLG en sluit zo aan op lopende processen. Voor een groot deel worden allerlei projecten opgetuigd of ze lopen al met andere budgetten of subsidies. Wat vaak blijft liggen is het echt een stap verderzetten qua beloningen, het wegnemen van knelpunten en het beter organiseren van ondersteunende processen. Deze issues liggen niet enkel bij de boer, maar bijvoorbeeld ook op het werkterrein van een bestuurder of beleidsambtenaar, een waardeketen, een waterschap8, etc. Daarnaast is hierbij het doen van een pilot niet voldoende. Willen we impact, dan moeten we voorbij de pilot denken en oppakken wat nodig is om de oplossingsrichting te kunnen opschalen in de regio. Hierbij is een ondernemend ondersteuningsnetwerk nodig dat gericht is op een transitie op grotere schaal. Verderop geven we hiervan enkele voorbeelden die we nu zijn tegengekomen. Het fieldlab doet hier ‘actieonderzoek’ naar.
De doelen van het RPLG zijn: - Natuurlijk systeem in balans - Ondernemend en vitaal landelijk gebied Het RPLG is uitgewerkt in de volgende 6 thema’s: bodem- en watersysteemherstel, biodiversiteit bevorderen, nutriëntenbehoud, emissiereductie, landbouwgrond optimaal benutten en regionaal voedsel. Er is genoeg handelingsperspectief om het natuurlijk systeem in balans te brengen. De grote uitdaging zit in het waarderen en belonen van de agrarische sector als zij hieraan werkt. De sector moet het vertrouwen krijgen dat er toekomstperspectief is en waardering voor wat zij doen, ook financieel en met de benodigde vergunningen. Precies aan die zaken wil het Fieldlab bijdragen. In de eerste gesprekken die gevoerd zijn merken we bij agrariërs twee zaken: 1. Ze willen graag aan de slag met en voor hun omgeving en zien kansen om bij te dragen aan natuurwaarden; 2. Ze hebben grote zorgen of er nog toekomst is voor de sector, over het maatschappelijk draagvlak en of er voldoende ruimte blijft om inkomen uit hun activiteiten te halen. Het gaat om milieuruimte, fysieke ruimte en draagvlak. Het organiseren van een toekomstbestendig verdienmodel is een fikse uitdaging en dit is afhankelijk van vele factoren die ook vaak buiten de regio liggen.
Wat de regiogemeenten met de gebiedspartners wél kunnen doen om bij te dragen aan perspectief is het faciliteren van het werken aan oplossingen en het goed in beeld brengen van wat de impact van oplossingen kan zijn: hoe dragen oplossingen bij aan het halen van doelen? En dan ook: welke waardering, juridische ruimte en adequate beloning heeft een boer nodig om hiermee te starten?
8 Het programma van Waterschap Vallei en Veluwe is in Bijlage 4.2.b. nader beschreven. Maatregelen
voor waterbeheer van de beekdalen en beekherstel, flanken en de Heuvelrug zijn door Provincie Utrecht en Waterschap Vallei en Veluwe twee maatregelenpakketten (#5 en #7) aangevraagd bij de Rijksoverheid, april 2024.
Dat gaat niet alleen over euro’s, maar ook over ruimtelijke ordeningsbeleid, lange termijn visie, passende wet- en regelgeving en diverse andere zaken. Voor een deel hebben de regiogemeenten daar invloed op en voor een ander deel kunnen we daarover, waarschijnlijk samen met andere fieldlabs in Nederland en daarbuiten, het gesprek aangaan met Den Haag en Brussel. Daarom is het heel fijn dat dit Fieldlab onderdeel is van een netwerk van Fieldlabs in Nederland en Europa. Het Fieldlab wordt ondersteund vanuit het Landbouwnetwerk Regio Foodvalley. Voor communicatie richting agrariërs zal ook gebruik gemaakt worden van bestaande websites zodat informatie en kennis makkelijk beschikbaar wordt. Het Agroloket is nog steeds de plaats waar boeren informatie kunnen vinden door contact op te nemen via mail of telefoon.
6.1 Verbinding doelsturing en gebiedsgestuurd experimenteren Onderstaande tekening staat in potlood en moet verder besproken worden met de regio. De regio is een samenwerking van 9 gemeenten. Deze gemeenten werken goed samen met de beide provincies Gelderland en Utrecht en het waterschap Vallei en Veluwe. De regio heeft een samenwerking met het Rijk omdat de regio een Novex regio is waar de opgaven op gebied van wonen, energietransitie en transitie landelijk gebied bij elkaar komen én uitdagend zijn. Overheden hebben opgaven waaraan gewerkt moet worden en zetten die om in doelen. Ook ondernemers en onderwijs en onderzoek hebben zo hun visie, ambitie, doelen en opgaven. Deze 3O-constructie (overheden, ondernemers en onderwijs) spreken elkaar onder andere in de Economic Board van de Regio Foodvalley. Het Fieldlab Foodvalley Waardeert zien we nadrukkelijk als een instrument of werkwijze waarin we op de werkvloer experimenteren en leren hoe oplossingen kunnen bijdragen en wat nodig is om die oplossingen te laten landen. Er moet daarom experimenteerruimte zijn en er moet verbinding zijn met genoemde partijen die beseffen dat waardering en wegnemen van knelpunten voorwaarden zijn om de doelen te halen. In onderstaande tekening (aan te passen in september) noemen we deze verbinding een (regio)Programmatafel:
6.2 Relatie met uitvoering RPLG In deel A van het Regionaal Plan Landelijk Gemeente (RPLG), in april 2024 door Regio FoodValley opgeleverd, wordt in Hoofdstuk 4 een overzicht gegeven van acties waaraan
uitvoering moet worden gegeven. Uit eerste verkenning blijkt dat het Fieldlab kan en wil gaan bijdragen aan een groot gedeelte van de onderwerpen die genoemd zijn vanuit dit RPLG. Hieronder sommen we deze activiteiten op. Waar het gaat om bodem- en waterkwaliteit ligt er een link met biodiversiteit, nutriëntenbehoud en het optimaal benutten van landbouwgrond: hoe kunnen we, zeker ook in beekdalen, landbouwgronden optimaal benutten, nutriënten behouden voor gewassen en ze niet laten uitspoelen? Er is daarmee nauwe samenhang tussen de 6 thema’s (want gezondere producten moeten vermarkt worden). Het gaat om beter benutten van nutriënten en bodem: dure middelen die aan de basis van een boerenbedrijf liggen. Boeren kunnen daar nog beter mee omgaan dan nu al het geval is. Kennis daarover is deels al ontwikkeld, maar moet nog beter onderbouwd, en vooral breder gedeeld en geïmplementeerd. Volop inzet op vervolg op de bodemcursussen is van belang. We zetten niet alleen in op jaarlijkse bodemcursussen voor boeren, erfbetreders en ambtenaren, maar hebben ook de link gelegd met Aeres MBO en de aangesloten docenten en praktijk- en stagebedrijven: zo vergroten we met het fieldlab het bereik van nieuwe kennis. Het op te richten bodempraktijkcentrum wordt een belangrijke schakel tussen onderzoek en praktijk.
Doelsturing op gebied van bodem en water is lastig en kan vooral worden ingezet op langere termijn: elk jaar organische stof meten kan wisselende cijfers geven. Toch zijn er wel veel ‘inspanningen’ waarvan we weten dat als boeren die uitvoeren ze bijdragen aan betere bodems en water. Het starten met die inspanningen vraagt om kennis en onderbouwing met cijfers en verhalen zodat andere boeren ook enthousiast raken en/of de verschillen gaan zien tussen verschillende bedrijven en percelen. Het KennisLab en het ImpactLab spelen hierin een rol. Waar het gaat om andere agrarische thema’s zoals meetnetwerken ligt de focus in de regio nu op het starten van een watermeetnetwerk en het voorzetten van emissiemeetnetwerken. Dat is belangrijk om te kunnen meten & monitoren, maar mist de volgende stap: borgen & belonen. Hier wil het Fieldlab Foodvalley Waardeert een bijdrage aan leveren vanuit het Impactlab. Verder worden er in de uitvoering op allerlei thema’s knelpunten aangetroffen die vragen om oplossingen. Het vraagt vooral capaciteit en daarnaast ondersteuning vanuit ImpactLab en OrganisatieLab. Sommige projecten lopen al of worden logischerwijs getrokken door andere gebiedspartijen dan het Fieldlab zelf.
Het Fieldlab is wel aanwezig om te ondersteunen bij knelpunten die worden aangetroffen en is hiermee meer een werkwijze vanuit een filosofie ('complexe problemen los je met elkaar op de werkvloer op') dan een uitvoeringsprogramma. In deze ‘werkwijze’ committeren de diverse overheden zich om te helpen met oplossen van die knelpunten (capaciteit, budget en juridische ruimte). Het RPLG is in de regio Foodvalley opgesteld met samen diverse stakeholders. Daarbij is ook kennis genomen van de Gelderse en Utrechtse provinciale plannen om te voldoen aan het NPLG. Utrecht zet voor de Gelderse Vallei in op schoon water in de beken en meer water vasthouden in de bodem. Daarnaast zet Utrecht in op een duurzamere en minder intensieve landbouw. Dat laatste is een uitdaging aangezien extensivering voor de meeste boeren nu nog niet haalbaar is. Dit is een knelpunt waaraan we actief zullen werken en eerste acties zijn al in gang gezet samen met de provincie. Gelderland zet op de Veluwe in op reductie van stikstofuitstoot, het verbeteren van waterkwaliteit, inzet op gezonde bodem en het verbeteren van toekomstperspectief voor boeren. Het Fieldlab gaat actief met die doelen aan de slag.
7. Regionale financiering Dit ontwerpplan voor het Fieldlab moet voor 1 september 2024 zijn afgerond en het vaststellings-document voor RVO volgt nadien, voor 1 november. Dit is in lijn met ontvangen beschikking in het kader van de EIP-subsidie 'Gebiedsgerichte Fieldlabs'. RVO geeft verder aan: zoek breed naar financiering om aan de slag te gaan en wacht of reken niet op een vervolgopening van de EIP-subsidie. Er lopen daarom gesprekken met beide provincies, met het waterschap en met de regio. Diverse budgetten zijn op verschillende plaatsen beschikbaar om eerste stappen te zetten. RVO verwacht een openstelling voor het vragen van financiering voor de uitvoering van het Fieldlab in november 2024 en gaat uit van een beperkt aantal fieldlabs. Na het beoordelen van de aanvraag zal er pas duidelijkheid zijn over vervolgfinanciering vanuit het Rijk in het voorjaar van 2025. Qua begroting zien we dat de basis van het Fieldlab: de drie ondersteunende labs, programmamanagement (ondersteuning van het Lab) en regio coördinatie, en budgetten voor opstarten van eerste experimenten lijkt uit te komen op zo’n €800k. Daarbij is niet meegenomen het opzetten van ammoniakmonitoring op een significant aantal veehouderijbedrijven en het vervolg van financiering van het regionale meetnetwerk.
Ook is niet meegenomen het opzetten van een regiobreed watermeetnetwerk voor waterkwaliteit en -kwantiteit. Gesprekken hierover lopen volop. Laaghangend fruit wordt waar dat kan geplukt, relevante (subsidie)regelingen en publieke programma's zullen worden geïnventariseerd en hoe betrokken partijen hierbij kunnen aanhaken. Een voorbeeld: Vorig jaar heeft het Waterschap ingeschreven op de DAW-Impulssubsidie en naar aanleiding daarvan zijn twee gebiedsprocessen rondom beken in opstart. Deze gaan over concrete maatregelen en kennisdeling. Een bottom-up benadering vanuit het ImpactLab kan hier echt het verschil maken als er budgetten komen voor meten en monitoren van waterkwaliteit en waterkwantiteit. Het ImpactLab kan meerekenen en zo adviseren over borging en beloning.
7.1 Wat is regionale financiering? Regionale financiering verwijst naar een financiële architectuur die is ontworpen om de unieke ecologische, culturele en economische kenmerken van een specifieke regio te ondersteunen en te versterken. In de context van het Fieldlab Foodvalley Waardeert, kan regionale financiering worden gedefinieerd als een systeem dat: 1. financiële middelen mobiliseert en alloceert op een manier die de regeneratie van de Foodvalley regio ondersteunt. 2. Besluitvorming over financiële middelen decentraliseert naar lokale stakeholders. 3. Investeringen richt op projecten en initiatieven die bijdragen aan de doelstellingen van het Regionaal Plan Landelijk Gebied (RPLG) en de bredere visie van een duurzame, veerkrachtige Foodvalley. 4. Meervoudige waardecreatie nastreeft, waarbij ecologische, sociale en economische voordelen hand in hand gaan.
7.2 Relevantie regionale financiering Regionale financiering biedt een veelbelovend perspectief voor het Fieldlab Foodvalley Waardeert om zijn doelstellingen te realiseren en de transitie naar een duurzame, toekomstbestendige landbouw in de regio te ondersteunen. Deze aanpak is om verschillend e redenen bijzonder relevant: 1. Afstemming op lokale behoeften: Regionale financiering stelt het Fieldlab in staat om financiële middelen direct te koppelen aan de specifieke ecologische, sociale en economische behoeften van de Foodvalley regio. Dit zorgt voor een betere afstemming tussen investeringen en de unieke uitdagingen en kansen van het gebied. 2. Versterking van de lokale economie: Door financiële stromen binnen de regio te houden en te richten op lokale initiatieven, kan regionale financiering bijdragen aan het versterken van de lokale economische veerkracht en het stimuleren van duurzame ontwikkeling in de Foodvalley. 3. Bevordering van integrale oplossingen: De aanpak moedigt het ontwikkelen van holistische, systemische oplossingen aan die meerdere doelen tegelijk dienen - precies waar het Fieldlab naar streeft met zijn focus op bodem- en waterbeheer, biodiversiteit, en duurzame landbouwpraktijken. 4.
Participatieve besluitvorming: Een regionale aanpak bevordert participatieve besluitvorming, wat aansluit bij de gebiedsgestuurde aanpak van het Fieldlab en de betrokkenheid van diverse stakeholders kan vergroten. 5. Langetermijnperspectief: Regionale financiering behelst een langetermijnperspectief dat de gezondheid van het hele ecosysteem centraal stelt. Dit sluit aan bij de doelstelling van het Fieldlab om een duurzame toekomst voor de landbouw in de regio te waarborgen. 6. Waardering van ecosysteemdiensten: Deze financieringsaanpak biedt mogelijkheden om ecosysteemdiensten te waarderen en te belonen, wat cruciaal is voor het stimuleren van duurzame landbouwpraktijken en natuurbehoud in de Foodvalley. 7. Innovatieve financieringsmodellen: regionale financiering kan de deur openen naar innovatieve financieringsmodellen, die beter aansluiten bij de behoeften van boeren en andere stakeholders in de transitie naar een duurzame landbouw.
7.3 Stappenplan regionale financiering Het implementeren van regionale financiering voor het Fieldlab Foodvalley Waardeert vereist een gefaseerde aanpak. Onderstaande stappenplan kan dit proces in gang zetten: 1. Vorming van een regionaal Organisatieteam
2. Ontwikkeling van een regionale Regeneratiestrategie 3. Oprichting van een regionale Trust 4. Identificatie en Mobilisatie van Financieringsbronnen 5. Ontwikkeling van Innovatieve Financieringsmechanismen 6. Opzetten van een Monitorings- en Evaluatiesysteem 7. Capaciteitsopbouw en Kennisdeling 8. Pilotprojecten en Opschaling 9. Ontwikkeling van een volwaardige regionale Financieringsfaciliteit 10. Regionale en Internationale Samenwerking
Financieringsvormen die in beeld zijn
1
Vorm van financiering
Beoogde financier(s)
Zicht op
Subidies transitie naar duurzame landbouw en natuurherstel, o.a. beekdalen en heuvelflanken
Provinciale Overheden
Provincie Utrecht Waterschap Vallei en Veluwe Regio Foodvalley
2
Projectfinancieringen
Subsidies, zoals EIP via provincies
3
Opgavegerichte financiering
Overheden
Openstellingen provincies en RVO Mogelijke aanvullingen vanuit uitvoeringsbudgetten en uitvoeringscapaciteit; in te zetten voor continuïteit van ontwikkeling tussen subsidies door
4
Marktmeesterschap: Vergoeding voor rol in handel van b.v. stikstofwaardering
(centrale) Overheden
Voorstel vanuit ImpactLab
BIJLAGEN
N.B. De nummering van de bijlagen correspondeert met de hoofdstukken uit de hoofdtekst. Niet elk hoofdstuk kent een bijlage.
1. Fieldlab Foodvalley Waardeert - uitwerking 1.a Regionale Opgaven Regio Foodvalley ligt in de provincies Utrecht en Gelderland. Waar het gaat over opgaven op gebied van natuur (en stikstof) en water, heeft de regio zowel te maken met het VLGG (Vitaal Landelijk Gebied Gelderland) als met het UPLG (Utrechts Perspectief Landelijk Gebied). Er zijn diverse documenten van beide provincies waarin opgaven worden benoemd en waarin deze soms ook worden gekwantificeerd.
Regionale opgaven vanuit NPLG/ RPLG Stikstof en natuur Het is duidelijk dat in de regio veel stikstof wordt uitgestoten en ook dat er veel mogelijk is om die emissie te reduceren. Dichte stallen kunnen worden voorzien van een chemische of biologische luchtwasser. Als deze aanstaat kan er veel ammoniak (en fijnstof en geur) worden ‘uitgewassen’. Nadelen zijn de hoge investeringskosten en het grote verbruik van water en elektriciteit, evenals chemicaliën bij de chemische wasser. De regio zoekt al jaren naar technieken en managementmaatregelen om niet enkel buiten de stal, maar juist ook in de stal de ammoniak terug te dringen (bronaanpak). Een luchtwasser pakt immers het dieronvriendelijke klimaat in de stal niet aan. Het lastige is dat het vaak jaren kost om de juiste subsidie te vinden om een nieuw idee of innovatie te kunnen testen. De pluimveehouderij en de kalverhouderij kennen beiden diverse oplossingen waarmee zeer waarschijnlijk een substantiële hoeveelheid ammoniak uitstoot kan worden teruggedrongen. Veel van deze technieken zijn nog onvoldoende onderzocht en zijn nog opgenomen op de zogenoemde RAVlijst (Regeling Ammoniak Veehouderij). Momenteel is een kalverhouder bezig om een vergunning op basis van doelvoorschriften te verkrijgen om in de stal de ammoniakuitstoot te verminderen met behulp van een aangepaste vloer, mogelijk aangevuld met managementmaatregelen.
Vanuit het Fieldlab ondersteunen we waar dat kan. Op het gebied van emissiereductie is nog veel mogelijk en verder onderzoek, meten en monitoren zijn daarin eerste stappen. Er zijn nauwe verbindingen met het Innovatie Netwerk Landbouw waar onder andere het PEC/CEC/PEV bij betrokken zijn: www.innovatie-netwerk-landbouw.nl Waar het gaat om het verminderen van depositie op natuurgebieden zoals de Veluwe is er vanuit de overheid gekozen om piekbelasters aan te wijzen door een 25km-norm te hangen aan het Aerius model. De basis hiervoor is onder andere het rapport van Jan-Willem Erisman: Naar een ontspannen Nederland: ontspannennederland.nl Het klinkt inderdaad logisch om geld te besteden (voor opkoop, innovatie en andere maatregelen) op die plekken waar dat het meeste zoden aan de dijk zet. Tegelijkertijd betekent dat wel dat de opgave juist in de regio Foodvalley torenhoog is. Tijdens het werken aan dit ontwerp komt weer een nieuwe studie van het RIVM naar buiten die aangeeft dat nóg meer gedaan moet worden om de natuur te herstellen. www.rivm.nl/stikstofneerslag-daalt-wettelijk enorm-voor-2035-niet-haalbaar Het lastige is dat er in de regio veel achtergronddepositie is vanuit andere gebieden en landen, waardoor de Kritische Depositie Waarde (KDW) van de Veluwe zelfs niet wordt
gehaald als alle veehouderijen worden gesloten. Tegelijkertijd draagt de uitstoot van ammoniak vanuit de regio Foodvalley ook bij aan depositie in bijvoorbeeld Duitsland. Nederland heeft gekozen om stikstof als wettelijk doel neer te zetten om op die manier te werken aan de Europese eis van de VHR (Vogel- en Habitat Richtlijn) waarin staat dat landen alles moeten doen om natuurgebieden niet verder te laten verslechteren en te gaan herstellen. Natuur die in de afgelopen jaren verzuurd is moet ook worden hersteld door middel van beheer met bijvoorbeeld bekalken en het inbrengen van de benodigde mineralen. Kortom, over stikstof en natuur is al veel geschreven. Vanuit dit Fieldlab zijn we op zoek naar data over daadwerkelijk behaalde resultaten in de regio in de afgelopen jaren. Daarover bestaat nog te weinig duidelijkheid. Wat we willen toevoegen is: - aanvullend meten en monitoren waar nodig (ImpactLab) - onderbouwen van benodigde borging en beloning (ImpactLab en OrganisatieLab) We schatten in dat emissiedoelstellingen haalbaar zijn; depositiedoelen zijn een uitdaging.
Bodem en water Deze opgave wordt integraal uitgewerkt in bijlage 1b.
Biodiversiteit Deze opgave wordt meegenomen bij alles wat we doen, maar we sturen hier niet apart op. Een gezond bodem- en watersysteem is de basis voor biodiversiteit. Voor het verder werken aan Groen Blauwe Dooradering komen extra budgetten beschikbaar via het het Agrarisch Natuurbeheer (ANLB / BoerenNatuur Veluwe). Voorlopig is daar nog steeds meer vraag van boeren dan aanbod/capaciteit bij BoerenNatuur. En dat zonder enige ‘reclame’ of actieve werving vanuit BoerenNatuur. In de regio wordt gewerkt aan het in kaart brengen van de Basiskwaliteit Natuur als onderdeel van een programma Robuuste Natuurversterking.
Klimaat We voorzien op het gebied van klimaat forse opgaven, die momenteel nog onvoldoende goed geland zijn en in beeld zijn. Juist op gebied van klimaat is het belangrijk om goed te rekenen en te meten en monitoren aan wat boeren al doen en wat ze nog kunnen doen. Het ImpactLab gaat zeker aandacht besteden aan klimaat. We voorzien hier in de toekomst ook volop mogelijkheden voor aanvullende verdienmodellen. Momenteel is de primaire agrarische sector als geheel al zelfvoorzienend via bijvoorbeeld zonnepanelen op daken, warmteterugwinning en diverse andere maatregelen. De primaire agrarische sector kan nog veel meer energie opwekken via daken, maar het volle elektriciteitsnet is de bottleneck. We zien dat steeds meer boeren investeren in eigen batterijen. Deze innovaties stimuleren we niet vanuit het Fieldlab, omdat de markt zijn werk doet. We kijken wel naar de bijdrage en realistische beloningen en randvoorwaarden vanuit het ImpactLab en het OrganisatieLab. CO2 wordt een belangrijke game changer en dat wordt steeds beter zichtbaar. Sturing op verantwoording van CO2-bewustwording in ketens (CSRD) draagt hieraan bij. Zo is aan de beloning van Friesland Campina van boeren al te zien dat zij de meeste beloning krijgen als ze goed scoren op het verlagen van de CO2-impact.
Overige regionale opgaven De focus ligt in de afgelopen jaren erg op wat er niet goed gaat en welke opgaven er zijn op gebied van milieu. Toch zijn er ook andere opgaven waaraan de landbouw al jaren bijdraagt: voedselproductie, kennis en innovatie, verdienvermogen van de regio, natuurbeheer, diensten op gebied van recreatie, toerisme en zorg, opwekken van duurzame energie en nog veel meer.
Aansluiting bij RPLG De onderzoekslijnen van fieldlab Foodvalley Waardeert sluiten aan op het RPLG. In onderstaande tabellen wordt dit aangegeven. Voor een verklaring van de RPLG-codes zie deel A, april '24. pag. 26-30. 1. Bodem en waterkwaliteit RPLG
Actie/ maatregel / instrument
Uitvoering
1abcde
Sponswerking bodem verbeteren en water vasthouden
WVV Aeres LBI* BPC* boeren
2abc
Verminderen uit- en afspoeling
idem
4c
Past bij WVV en kan worden ondersteund vanuit ImpactLab en OrgLab
WVV ImpactLab
* WVV = waterschap vallei en veluwe, LBI = Louis Bolk Instituut, BPC = Bodem Praktijk Centrum
2. Biodiversiteit RPLG
Actie/ Maatregel / Instrument
Uitvoering
4
Belonen ecosysteemdiensten
Ondersteunen vanuit ImpactLab
5abcd
Kennis koppelen met Bodem en Water, Pachtbeleid en experimenteerruimte vanuit OrgLab
Aeres BPC LBI WVV Capaciteit en OrgLab
3. Nutriëntenbehoud RPLG
Actie/ Maatregel / Instrument
Uitvoering
1
Kunstmestvervanger uit dierlijke mest
Ondersteunen vanuit FL / capaciteit overheden.Aanvullend onderzoek?
2
Wet en regelgeving incl beleid overheden
capaciteit
3
Kennis gekoppeld aan bodem
BPC LBI Aeres WVV
4
Monitoring bodemgezondheid
WVV en gemeenten en ImpactLab
4. Emissiereductie NB. Hier rest nog de vraag waar budgetten voor verdere meting en monitoring worden ondergebracht. Er wordt hier gezocht naar budgetten voor voortzetten bedrijvenmeet-netwerk, regionaal meetnetwerk ammoniak en depositie, en opstarten watermeetnetwerk. RPLG
Actie/ Maatregel / Instrument
Uitvoering
1,2,3,4
Meetnetwerken diverse
Aeres WUR
5,6,7
Interimbeleid, emissie APK en bedrijfsemissiereductieplannen
Gemeenten en provincies en Rijk
8
Doorontwikkelen management en beweidingstechnieken
Groepen boeren ism LBI, WUR en ImpactLab
(Borgen KLW en KLW aanpassen
Knelpunten oplossen OrgLab
Lobby en onderbouwing CO2 beprijzing / beloning
Overheden: lobby
9
ImpactLab
5. Landbouwgrond optimaal benutten Op het gebruik van landbouwgrond zit een behoorlijke uitdaging. Mede als gevolg van regelgeving en politieke ambities staat landbouwgrond enorm onder druk, juist in beekdalen en rondom N2000 gebieden. Agrariërs zien volop mogelijkheden om de gronden zo te gebruiken dat minder uitspoeling plaatsvindt en dat nutrienten goed worden benut. Dat is in eenieders belang, ook van de boeren. Belangrijk is wel om goed te onderbouwen wat het juiste gebruik is. Ook hier gaat het om kennis en onderzoek in het ImpactLab. RPLG
Actie/ Maatregel / Instrument
Uitvoering
1-8 en 12
Ontwikkelen beleidsinstrumenten behoud landbouwgrond: pilots in gebieden kunnen inzichtelijk maken of dit al lukt en wat de status is
Fieldlab partners in specifieke gebieden, ondersteuning vanuit de 3 Labs: wat werkt wel en wat niet;
Regionaal stikstofinstrument ontwikkelen: dit is ook focus van boeren Nieuwkoopse plassen (FieldLab Groene Hart i.s.m. provincies ZH, NH en UT)
Via FieldLab / ImpactLab / OrgLab koppelen met andere Fieldlabs waar dit speelt
9
'Ambassadeurboeren' met betaalde rol in overleggen
6. Regionaal voedsel Diverse boeren die actief betrokken zijn bij het fieldlab zijn bezig met het verwaarden van producten in de korte keten. De meeste onderdelen van dit programma kunnen prima vanuit de regio worden getrokken. De boeren in het Fieldlab geven nu aan dat ze graag willen aantonen dat vanuit een gezonde bedrijfsvoering de producten ook gezonder zijn. Deze voordelen uitleggen vraagt om een stuk marketing, onderdeel 7.
Op dit moment is dit thema niet verder ingebed in het Fieldlab. Waar nodig of nuttig kan vanuit ImpactLab, KennisLab en/of OrganisatieLab expertise worden gekoppeld. Voorlopig zien we alleen dat we willen werken aan onderbouwing van ‘betere gezondheid’. RPLG
Actie/ Maatregel / Instrument
Uitvoering
1-6
Diverse acties om korte keten te promoten
Regio Foodvalley en Foodvalley NL. Evt. ondersteuning vanuit ImpactLab
7
Versterken marktpositie regionale producten (met specifieke focus gezondheid lokale producten)
Inzet hierop vanuit Fieldlab, onderzoek met externe instituten i.c.m. CHE
Regionale oplossingsrichtingen Cijfers en data: knelpunt en oplossingsrichting Een knelpunt waar de stakeholders in de laatste jaren vaak tegen aan lopen is het ontbreken van kwantificeerbare doelen op regio- en op gebiedsniveau. Voor alle opgaven geldt dit in meerdere of mindere mate: op hoofdlijnen of op landelijk en/of provinciaal niveau zijn de opgaven kwantitatief gemaakt. Maar op regionaal of gebiedsniveau lukt het niet, laat staan op bedrijfsniveau. Zo zijn gebiedsprocessen tot stilstand gekomen doordat overheden aangeven: "we weten nog niet precies hoe groot de opgaven zijn, u hoort nog van ons". Agrariërs hebben dan inmiddels avonden of zelfs dagen besteed om met ambtenaren in gesprek te gaan. Ze komen met praktische oplossingen en geven aan welke kansen zij zien. De ambtenaren zitten betaald aan tafel, de agrariërs niet. Er wordt hoop bij de boeren gewekt dat er ruimte komt voor hun oplossingen, maar deze verdwijnt zodra de ambtenaren verdwijnen voor een onbepaalde tijd. Een voorbeeld: in gebiedsproces De Valk (een gebied van ongeveer 400 ha) zijn sinds 2018 zes boeren gestopt, van wie vier niet voorzien. De overgebleven boeren vragen zich af: wat doet dit met onze opgave? Een ander voorbeeld: Melkveehouders worden afgerekend op de wettelijk vastgelegde ammoniakuitstoot per koe: 13,0kg NH3/koe voor een koe op stal en 12,2kg NH3/koe voor een koe met weidegang.
Uit diverse rapporten en talloze projecten blijkt dat veel koeien aanzienlijk minder dan 12,2 kg NH3 uitstoten afgaande op getallen uit de veel gebruikte kringloopwijzer. Hoe lager het eiwitgehalte in het voer, hoe lager het ureumgetal: beiden zijn een maat voor minder ammoniak uitstoot. Hoe meer weidegang, hoe lager de uitstoot, omdat in de wei de mest en urine niet bij elkaar terecht komen. Hiervoor is een tabel ontwikkeld door Boerenverstand binnen het project Emissiearme Bedrijfsvoering: hwww.emissiearmelandbouw.nl Oplossingsrichting: Meten, Monitoren, Maatwerk en Transparant Data-eigenaarschap De oplossingen voor de opgaven moeten vooral worden gemeten en gemonitord. Deze worden vertaald naar bedrijfsniveau, gebiedsniveau en regio niveau. Voorbeeld uit de regio omtrent meten: uit een pilot met Kringloopwijzer blijkt uit data dat de koeien van deelnemende melkveehouders gemiddeld 10,2 kg NH 3/koe uitstoten in plaats van 12,2 of 13,0. Hier gaat het dus al om een reductie van 16% ammoniak, puur door in beeld
brengen van de werkelijke situatie. Deze gegevens kwamen uit 2022 en werden opgehaald in 2023. Diverse melkveehouders waren al bezig met maatregelen waardoor de ammoniak uitstoot naar verwachting nog verder gaat dalen. Ook het samen delen van data leidde tot inzichten bij de deelnemers. De verwachting is daarom dat in 2024 de getallen nog lager zijn. Deze kennis wordt eind juni gedeeld met een grotere groep melkveehouders uit de regio. Zo kan deze kennis langzaam worden verspreid. Echter, op het moment dat er ook daadwerkelijk waardering komt voor de verlaagde uitstoot zullen boeren nog gemotiveerder zijn om hiermee aan de slag te gaan. Een deel van die waardering kan geld zijn, maar regelmatig is ook andere waardering nodig. Bijvoorbeeld dat een overheid helpt om de huiskavel te vergroten zodat er meer uren weidegang kunnen worden gerealiseerd. Om aan te tonen dat de uitstoot blijvend verlaagd is, is monitoring nodig. Vragen zijn dan: Wie monitort, wie beheert de data, wie heeft toegang tot de data en wie is eigenaar van die data? Oplossingsrichting: Maatwerk per bedrijf en doelsturing op gebiedsniveau Wat uit eerdere pilots ook duidelijk wordt is dat er grote verschillen zijn tussen bedrijven. Het ene bedrijf stoot meer uit dan het andere bedrijf, maar ook zijn er verschillen op gebied van dierenwelzijn of anders thema’s.
Deze verschillen zijn in tientallen jaren ontstaan door keuzes van de boer, maar ook door vraag vanuit de markt en/ of sturing vanuit de overheden. Het is daarom ook niet juist om alle bedrijven precies dezelfde normen op te leggen. Iedereen doet wat, de een kan meer bijdragen dan de ander. Zo kom je er al snel op uit dat doelsturing op gebiedsniveau moet plaatsvinden. Gelukkig is dat binnen de omgevingswet mogelijk, gezien een notitie van Harm Borgers, juridische adviseur van KokxDeVoogd: www.innovatie-netwerklandbouw.nl/harm-borgers-symposium-versnellingsaanpak-emissiearme-landbouw
Oplossingsrichting: Doelsturing en belonen van inspanningen Er wordt al jaren gesproken over de omslag van middelvoorschriften naar doelsturing. Vanuit het samenwerkingsverband ondersteunen we die beweging: deze geeft ruimte voor vakmanschap en ondernemerschap. Toch komen we tot de conclusie dat deze doelsturing een middel is om beweging in een gebied te bereiken. Vanuit pilots met de Monitor Duurzame Landbouw Gelderland in 2023 in de regio’s Foodvalley, Rivierenland en de Achterhoek (Markemodel) is dit advies uitgebracht aan provincie Gelderland: de KPI-systematiek is bruikbaar om inzicht te krijgen en beweging te organiseren en te werkenaan beloningen. Maar deze systematiek mag geen doel op zich zijn: het moet een middel zijn om gezamenlijk (boeren en gebiedspartijen en belanghebbenden) in beweging te komen. Daarnaast is het op bepaalde thema’s zoals bijvoorbeeld een gezonde bodem lastig om een vooruitgang snel te bereiken: op het ene moment kunnen je metingen anders uitkomen dan op het andere moment afhankelijk van locatie, monsternemer, vochtigheid en temperatuur. Lastig dus. Tegelijkertijd zijn er veel maatregelen waarvan we weten dat ze bijdragen aan een gezonde bodem: niet ploegen, ondiep ploegen, minder of geen gewasbeschermings middelen, minder kunstmest en meer dierlijke mest, bovengronds mest uitrijden enzovoort.