D11. Bijlage Ontwerp Fieldlab Foodvalley Waardeert - 01sept2024 - Finale Versie
Tekst van het document
Dit geldt tevens voor het toetsen van nieuwe producten in de FoodValley steden. De kracht van FoodValley ligt in een sterk lokaal netwerk dat cross-sectoraal de uitdagingen van de regio onderzoekt en vooruitbrengt. Dit netwerk voor de basis voor het vertrouwen waarmee in partnerschap het fieldlab de regio ondersteund in het realiseren van de waardes die zij belangrijk vindt. Hoog vertrouwen gemeenschap (sociaal) De sterke sociale cohesie in FoodValley creëert de basis voor hoogvertrouwen organiseren, een voorwaarde voor innovatie. Het fieldlab heeft zich ontwikkeld met een model van ondernemend zelfbestuur, waarbij besluitvorming en uitvoering door vakmensen plaatsvindt. Daarnaast zorgt deze sociale cohesie voor een dynamisch landbouw- en voedselnetwerk dat in staat is voldoende boeren betrokken te houden bij het fieldlab, landbouw, voedselproductie en natuurbeheer en bijbehorende kennisontwikkeling.
Uitdagingen De meest in het oog springende uitdagingen in de regio FoodValley zitten in de landbouwstructuur, grondkwaliteit en -beschikbaarheid en het versterken van de innovatiecultuur. Landbouwstructuur De omvang van boerenbedrijven in FoodValley is relatief klein door een diversiteit aan oorzaken. Hierdoor waren deze bedrijven in het verleden beperkt in staat om investeringen in kwaliteit, duurzaamheid of kennisinfrastructuur door te voeren. Het samenspel van ondernemers in FoodValley aangevuld met een ondersteunende (gebieds)cooperaties 2.0
zorgen voor het delen van investeringen in machines en installaties, gedeelde mogelijkheden in natuurbeheer en flexibeler om kunnen gaan met arbeid. Grondkwaliteit en – beschikbaarheid vs. grondkosten Grondkwaliteit en waterkwaliteit hangen in FoodValley sterk met elkaar samen. De grondkwaliteit is vanwege het grote aandeel zand en veen kwetsbaar, zeker in combinatie met de nabijheid van de natuurgebieden en beekdalen. De overheid heeft de uitdaging op zich genomen om actief middels gebruiksbeperkingen grond te bestemmen voor specifieke landbouwdoeleinden om grondprijzen zo veel mogelijk buiten het speculatieve domein te houden om een gezonde grond onder de landbouw te borgen. De digitaliseringsslag van de bodem heeft ondernemers en bestuur in staat gesteld om in dit gebied met diverse functies en de diverse uitdagingen, een goede balans te vinden tussen het verbeteren van grondkwaliteit en verbeteren van de economische activiteiten. Innovatiecultuur Innovatie heeft altijd een belangrijke rol gespeeld in foodvalley, mede door de aanwezigheid van de onderzoek en onderwijs op MBO, HBO en WO niveau. Onderwijs instellingen in Barneveld, Ede en Wageningen dragen zo bij aan ontwikkeling van agrarische kennis, natuurlijk altijd gebaseerd op de praktijk en de oplossingen van boeren. In Nijkerk zijn veel voedselverwerkende bedrijven gevestigd. Veenendaal is HET regionale ICT centrum.
Door dit innovatieve ecosysteem blijft het aantrekkelijk voor grote bedrijven om hier een hoofdvestiging te houden. Het fieldlab een sterke impuls kunnen geven aan het verstevigen van het sociaal weefsel in de regio door bottom-up met stakeholders te werken aan de complexe uitdagingen die in de jaren 20 en 30 actief zijn opgepakt . Dit sociale weefsel biedt de noodzakelijke ondersteuning aan innovatieve experimenten die nodig zijn om innovaties te ontdekken, maar misschien wel belangrijker: om innovaties te realiseren. Om waarde te realiseren voor en door de regio.
Vragen voor de maatschappij Deze invulling kon gegeven worden omdat de voorwaarden werden geschapen om dit vorm te geven. Deze voorwaarden bestonden uit het beantwoorden van de volgende vragen: 1. Duurzaamheidswensen en kosten 2. Grondpolitiek 3. Invloed op eigen voedsel Duurzaamheidswensen en kosten In het begin van deze eeuw was het ingewikkeld om duurzaamheidseisen te vertalen naar de bereidheid om hier bij de inkoop ook voor te betalen, waardoor deze kosten werden afgewenteld op de boer. Na rumoerige jaren tussen 2020 en 2025 ontstond de politieke moed en kwamen de technische middelen beschikbaar om deze vertaling consequent te kunnen maken. Een belangrijke bijdrage was de verandering van het politieke discours van landslandbouw (Nederland) naar regiolandbouw (RijnVallei Stedenrij) en de verhoging van ketentransparantie. Hierdoor konden massa=kassa-consumenten en impactklanten naast elkaar rond de Rijn steeds beter bediend worden. Het destijds nieuwe systeem van ecodiensten speelde hierin een belangrijke rol.
Het werd in die tijd duidelijk dat het verhogen van duurzaamheidswensen tot kostenverhoging leidt bij de consument. Dit stopte de trend van afwenteling, waardoor de schaalvergroting ondanks de maatschappelijke tegenwens alleen maar versneld werd. Grondpolitiek De wens tot het beschikbaar houden van landbouwgrond voor de landbouw in combinatie met de sterke functieverweving in het gebied, zorgde ervoor dat de regionale politiek een set instrumenten ontwikkelden. Deze instrumenten drukten de waarde van grond en gaven duidelijkheid aan de grondkopersmarkt over het te verwachten toekomstig gebruik van grond. Na een aanvankelijke grote weerstand als gevolg van waardedaling van een deel van de landbouwgronden, bleek de duidelijkheid een helend effect te hebben. Invloed op eigen voedsel Het “Je bent wat je eet” van de Duitse 19e eeuwse filosoof en antropoloog Ludwig Feuerbach zorgde voor een breed gedragen wens in de RijnVallei om gezondheid en kwaliteit van voedsel serieus te nemen. Hierdoor ontstond een belangrijk maatschappelijke stroming om invloed te willen hebben op het regionale voedsel. Hoewel op grote schaal voedsel via de grote internationale handelsstromen worden betrokken, wordt het waarde gehecht het betrekken van voedsel uit de regio als het kan.
Ruimtelijk FoodValley is een dynamisch food en agri gebied geworden, heerlijk om in te wonen, nabijheid van natuur en ruimte om industriele activiteit te ontwikkelen. Er is voor boeren volop gelegenheid om zich te ontplooien en de behoefte is sterk toegenomen. Beschikbare oppervlakte Het netto aantal hectares dat gebruikt wordt door de landbouw is 20.000 ha (25.000 ha in 2025), maar is op basis van toegevoegde waarde sterk gestegen. Beschikbare hectares worden ingezet voor gebruikelijke landbouwproductie & belevering van foodbedrijven, impactmeting, kennisontwikkeling en natuurbeheer op de marginale gronden. Structuur De structuur van de sector is versterkt. Het aantal van 800 boeren in het gebied (1500 in 2025) is licht groeiend door het grotere economische bereik dat boeren hebben gekregen (ze doen meer) en door het opzetten van gebied coöperaties. Dit laatste zorgde ervoor dat de aanvankelijk achterstand in sectorstructuur werd omgezet in een voorsprong. Deze voorsprong ontstond als gevolg van de digitalisering van materiaalstromen waardoor de circulariteit verbeterde en digitalisering van de bodem, waardoor beter gestuurd kon worden om bodem gezondheid.
2.3 Werken aan een toekomstperspectief Zoals aangegeven in het hoofddocument is er een Landbouwstructuuranalyse gemaakt die is opgeleverd in 2022. In 2024 gaat er een opdracht naar Wageningen Environmental Research (WEnR) om te werken aan toekomstscenario’s voor boeren in de regio Foodvalley. Dit onderzoek zal een rapport opleveren met een idee of één of meerdere scenario's. Het FieldLab kunnen we gebruiken om deze te toetsen en om te rekenen (en tekenen (Ruimtelijke opgave) aan de ruimte voor de landbouw in 2050.
No net land take (NNLT) Blijkbaar is dit idee van ‘no net land take’ in 2011 voor het eerst in Europa geopperd. Via het Planbureau voor de Leefomgeving en de Rijksadviseur voor het Landelijk Gebied wordt deze term steeds vaker gehoord. Het idee erachter is om richting 2050 de verdergaande verstedelijking van Nederland (en andere delen van Europa) terug te brengen naar 0. Dat betekent dat je in 2050 geen weilanden meer mag omzetten in woonkernen, tenzij je elders een woonkern weer omzet in landbouwgrond of natuurgrond. Aangezien 2050 dichtbij komt staan we nu voor de min of meer definitieve inrichting in de regio. Er wordt dus veel getekend en gerekend, maar wat precies waar gaat komen is nog niet helemaal helder. Zeker is dat er hectares landbouwgrond blijven in de regio, maar of dit er 10.000 zijn, 15.000 of misschien 20.000 is nog onbekend: www.gebiedsontwikkeling.nu/no-net-land-take
Landbouwkundig gebruik en bodem en water sturend De grootste vraag die momenteel voor ligt komt vanuit veel gebruikte termen zoals ‘extensief’ of ‘natuurinclusief’. Dit is een visievraag waarover nog geen gedeelde werkelijkheid bestaat. In diverse documenten kom je deze termen tegen. Daarnaast is er beleid vanuit de overheid dat bodem en water ‘echt sturend’ moeten zijn. Hoe dat naar de praktijk wordt vertaald is een volgende stap. Bij ‘extensief’ denken sommige mensen aan 1 of 1,5 of 2 GVE (GrootVee Eenheden) per hectare. Dat kan in de praktijk betekenen dat boeren gaan proberen om nog meer melk uit 1 koe te halen, wat wellicht vanuit een oogpunt van diergezondheid en dierenwelzijn minder gewenst is. Bodem en water ‘echt’ sturend leidt er nu toe dat alle boeren in een gebied generiek gestraft worden omdat in delen van het gebied de waterkwaliteit goed is. Er was tot voor kort een beleid dat was gebaseerd op ‘bodem en water sturend’: derogatie. Nederland kreeg een uitzonderingspositie in vergelijking met andere landen: melkveehouders mochten meer dierlijke mest op land uitrijden dan in andere landen. De reden daarvoor was eenvoudig: de Nederlandse gronden zijn vruchtbaar. Het regent meestal genoeg om gras te laten groeien.
Dus als van een Nederlandse bodem 5 tot 7 snedes gras komt is het logisch dat je meer (dierlijke) mest mag brengen dan een boer die vanwege klimaat en bodemvruchtbaarheid maar 2 of 3 snedes van zijn grond haalt. Anders mijn je de grond uit en maak je deze minder vruchtbaar. Onderzoek toont al jaren aan dat sloten bij melkveebedrijven die derogatie hebben gehad schoon zijn. Het verlies van derogatie leidt nu tot minder melkvee en omschakeling van grasland naar akkers: er zal nu wellicht meer mest uitspoelen naar water, tenzij we heel snel komen met kennis over slim en anders dan nu (dierlijke) mest naar akkers brengen. Kortom: dit zijn slechts enkele voorbeelden van zaken die je tegenkomt vanuit het schrijven van een bepaalde visie op de toekomst.
4. Onderzoekslijnen en Experimenteerteams 4.1 Onderzoekslijnen 4.1.1 Gezond bodem- en watersysteem De onderzoekslijn 'Gezond bodem- en watersysteem' is gecombineerd met het Plan van Aanpak (PvA) Bodem- en Waterprogramma in bijlage 4.2.3. maar heeft ook duidelijke verbindingen met de andere experimenteerlijnen. Inleiding Bodem en water zijn de basis van de regio. Alles wat er gebeurt speelt zich af op die bodem en soms op het water. Water is een levensvoorwaarde voor alle organismen: het moet schoon en beschikbaar zijn. In de afgelopen decennia is er vrij ‘technisch’ met de bodem omgegaan: boeren keken naar de bemesting en met name naar stikstof, fosfaat en kali en enkele andere mineralen, gemeenten hielden zich bezig met verontreinigingen en leidingen. In de afgelopen 100 jaar heeft de productie van chemische middelen zoals gewasbeschermingsmiddelen, medicijnen en reinigingsmiddelen een grote vlucht genomen. Deze stoffen blijken nu opgehoopt te vinden in bodem en water. Gelukkig komt er wel meer aandacht voor het feit dat de landbouw niet de enige partij is die chemie gebruikt en dat chemische residuen in het water ook van veel andere gebruikers afkomstig zijn. De laatste tien tot vijftien jaar is er steeds meer aandacht gekomen voor de bodembiologie en het bodemleven.
De bodembiologie heeft soms last van chemie en blijkt ook een belangrijke voorwaarde voor stabiele en gezonde productie van voedsel en veevoer. Een gezonde bodem met voldoende wormen is een basis voor biodiversiteit en dierlijke mest is een voorwaarde voor goede bodembiologie. Er zijn steeds meer natuurgebieden die weer dierlijke mest aanvoeren om het bodemleven te stimuleren. Beken die tot in de jaren zestig breed meanderden door het landschap, regelmatig buiten hun oevers traden en vol zaten met onder andere paling, zijn in de jaren zeventig en tachtig recht getrokken en in smalle banen geleid. Veel beken zien eruit als rechte diepe sloten. De kanten moeten elk jaar strak geschoond. Al met al geeft dit veel minder ruimte voor flora en fauna dan voorheen. Rechte akkers en weilanden lopen door tot aan de rechte lijnen van de beek. Er zijn geen vloeiende groene-blauwe lijnen meer. Weinig overgangen op de grens van grond en water waar voedsel en schuilgelegenheid is voor insecten en andere dieren. Door steeds groter en vooral zwaarder wordende tractoren is de bodem op veel plaatsen verdicht. En onder invloed van ploegen is op veel plaatsen een ‘ploegzool’ ontstaan op zo’n 20-25 cm diepte. Dat betekent dat regenwater dus maar tot 25 cm diep de grond intrekt op veel akkers en sommige weilanden.
Bij hevige regenval, zeker kort na bemesting kan (kunst)mest uitspoelen naar oppervlaktewater. In de sloten en beken is op diverse plaatsen een te hoog gehalte aan stikstof en fosfaat te vinden. De fosfaat komt met name ook uit kalvermest die juist in de regio Foodvalley in overmaat aanwezig was en waar men ergens mee naar toe moest. Inmiddels kent de kalverhouderij een prima systeem van mestverwerking, maar de nalatenschap van jaren (te)veel mest is nog aanwezig en niet op korte termijn opgelost. Door verandering van het klimaat zijn er vaker grote periodes van droogte, maar ook zijn er veel heftiger regenbuien waarbij veel water in eens valt. Dat vraagt meer en beter management van de waterhoeveelheid. Van gericht zijn op snel afvoeren, naar ook gerichtheid om snel veel
opvangen en voor langere tijd vasthouden. En daarbij komen boerenbodems nadrukkelijk in de beeld. Waterschap, gemeenten en provincies zijn technischer en ambtelijker geworden. De organisaties kwamen steeds meer op afstand te staan van de landbouw en begrepen ook minder van bodembiologie en boeren maatregelen. Sinds 2018 is er in de regio een beweging op gang om dat te veranderen. Juist ook ambtenaren volgen cursussen om bij te leren over een beter landbouwsysteem en hun rol daarin. Het is werk voor de komende tien tot twintig jaar om het bodem en watersysteem weer goed op orde te krijgen en aangepast aan de veranderde regenval. In de regio zijn vrij grote opgaven op gebied van hydrologie, de boer als beheerder van een groot oppervlak van de regio is daarin een onmisbare speler. Zowel boeren als ambtenaren hebben nog veel te leren, experimenteren, meten en monitoren op gebied van bodem en water. Bodem en water sturend: dat is niet nieuw De regering maakt in 2022 de keuze om ‘bodem en water sturend’ te maken. Dit lijkt misschien vanuit beleid een nieuwe term. Maar bodem en water zijn altijd sturende principes geweest. Op zandgronden ging men varkens en kippen houden omdat de mest nodig was om de gronden vruchtbaar te maken. Langs beken die regelmatig buiten hun oevers treden groeit gras het makkelijkste. En gras benut je het meest efficiënt door er grazers op te zetten.
Ook bij rivieren en op veen passen herkauwers goed. Zo werd Nederland goed in het houden van melkvee, varkens en kippen. Via het water werd veevoer aangevoerd om nog meer dieren te kunnen houden om zo nog meer bodems vruchtbaar te maken. Dat principe is doorgeschoten met veel aanvoer van krachtvoer en kunstmest. Het is nu de kunst om niet door te slaan de andere kant op: we zoeken naar een nieuw en beter evenwicht. Daarnaast is het van belang om via meten te kunnen werken aan maatwerk in de regio: op plaatsen waar de waterkwaliteit goed is zou er meer ruimte moeten zijn voor vakmanschap. En tegelijkertijd kan meer vakmanschap juist ook helpen om doelen te behalen. Inzicht in data en koppeling tussen data en wat er concreet gebeurt is dan van belang. Het gaat hier echt om langer lopende trajecten die nog moeten worden opgezet.
Urgentie van onderzoek In 2024 is de druk op de melkveehouderij enorm toegenomen doordat het werkgebied van Waterschap Vallei en Veluwe is aangewezen als een NV-gebied: Nutrient Verontreinigd. Het is duidelijk dat de waterkwaliteit lang niet op alle plaatsen slecht is. Toch worden alle boeren in het gebied geraakt door de regels waardoor minder mest mag worden uitgereden en hebben veel boeren een acuut financieel probleem vanwege mestafzet kosten. Zie ook beschrijving knelpunten onder Bijlage 1a. Als melkveehouders gaan stoppen met het houden van melkvee omdat het economisch niet meer haalbaar is, is de kans groot dat er akkerbouw gaat landen op percelen die voorheen (blijvend) grasland waren. Vanuit Brabant weten we dat de waterkwaliteit in dergelijke gebieden niet beter wordt. Het is daarom van belang om als onderdeel van deze onderzoekslijn ook te onderzoeken wat de effecten zijn van minder blijvend grasland. Is dit een gewenste situatie? Een regionale visie op het bodem en watersysteem in de praktijk laten landen Er staan diverse visies, ambities en opgaven op papier. De BOVI is daarin een belangrijk, maar ook de provincies en de regio hebben veel geschreven over het bodem en watersysteem. De opgaven zijn groot en de tijd richting 2027 kort.
Juist hier is het van belangrijk om goed te kijken precies waar de opgaven het grootste zijn, waar het laaghangend fruit hangt, en waar financiering het meest nuttig kan worden ingezet. Dit vraagt om langer lopend onderzoek
waarbij ook de verbinding wordt gelegd met de opgaven op gebied van stikstof en andere nutrienten en verbinding met de opgaven op gebied van landschap, natuur en biodiversiteit. Experimenteren als leerweg Boeren zijn doeners. Als iets niet werkt proberen ze iets anders uit. Ze ontdekken praktische oplossingen en kijken ook graag bij elkaar in de wei en op de akker. Als het gaat om de ‘opgaven’ waar de regio voor staat komen er bij boeren allerlei ideeen boven die ze dan ook graag willen uitproberen. Ook de bodemcursussen van de afgelopen jaren leidden tot nieuwe inzichten en experimenten. Van groot belang is het nu om alle losse kleine en grote experimenten in een programmalijn bij elkaar te brengen en zo goed in beeld te brengen wat werkt en hoeveel het bijdraagt. Waar het gaat om boeren gronden kost dat experimenteren veel tijd: je zaait een gewas, kijkt hoe het groeit en oogst het. Je werkt aan bodemvruchtbaarheid en aan het in bedwang houden van onkruiden. Elk jaar is weer anders. Nieuwe bodembeheerconcepten vragen zo vele jaren om ontwikkeld te worden. Kansen zijn er ook: er is volop interesse om mee te kijken met experimenten van anderen. Juist is dit Fieldlab zal volop geëxperimenteerd worden met nieuwe bodem- en waterbeheerconcepten. In bijlage 4.2.1 is te lezen waar in het Fieldlab mee wordt gestart.
Samen leren over bodem en water Een basis van de goede samenwerking rondom boden- en water is het samen leren. De jaarlijks georganiseerde bodemcursus staat open voor boeren, erfbetreders en ambtenaren. Veel ambtenaren tonen interesse en volgen een dergelijke cursus. Daarnaast zijn er steeds vaker demonstraties van diverse machines en gewassen en teeltmethoden die onderdeel zijn van nieuwe bodembeheerconcepten. Er ligt een goede basis, maar meer is nodig. We bouwen voort op en schalen op. Wat ontbreekt zijn meerdere lokale onafhankelijke bodemadviseurs en een regionaal praktijkcentrum. Het fieldlab zet zich hiervoor in via het opstarten van een bodempraktijkcentrum. Doelgroepen zijn met nadruk niet alleen boeren, maar juist ook ambtenaren en erfbetreders. Een belangrijke reden hiervoor is dat het om systeemverandering gaat, en dat niet alleen de boer iets anders moet gaan doen. Meten is weten Meten is zeker niet nieuw voor de regio en ook niet voor boeren. Er zijn diverse boeren in de regio die zelf waterkwaliteit meten of betrokken zijn bij metingen van RIVM of provincies. Op veel plaatsen blijken boeren mooi schoon water te hebben dat aan de eisen voldoet. Er is een grote behoefte om meer te meten en monitoren. Dan gaat het zowel om de waterkwaliteit en kwantiteit op zich, maar vooral ook om meten in relatie tot beleidskeuzes en beheerconcepten.
Zo kun je meten met welke maatregelen en beheer concepten je de beste resultaten behaalt. En ook kan gemeten worden wat effecten van beleid zijn. De ambitie is om een nuttig bodemen water meetnetwerk te starten. Het vraagt tijd om zoiets goed op te zetten en er moet meerdere jaren gemeten worden om echt goede inzichten te krijgen. Gehaltes aan bijvoorbeeld stikstof kunnen erg wisselen door het jaar heen onder invloed van vele factoren. Daarom kan het ook nuttig zijn om ecologisch te monitoren in sloten en beken. Daarmee is de link met de stikstofopgave en met de opgave op gebied van biodiversiteit en groen-blauwe dooradering ook meteen helder. Bij groen-blauwe dooradering is het de ambitie van de regio om niet alleen te kijken naar de oppervlakte hiervan, maar ook te gaan meten aan de kwaliteit.
4.1.2 Integrale circulariteit Inleiding De regio FoodValley staat voor de uitdaging om een sterkere en circulaire landbouw-, voedsel en bouwmaterialeneconomie te ontwikkelen. Deze expertnotitie behandelt het concept van integrale circulariteit in FoodValley, met focus op drie kerngebieden: (1) het vervangen van granen in veevoer door afvalstromen, (2) het gebruik en hergebruik van bouwmaterialen, en (3) het hergebruik van bestaande projectkennis. Deze aanpak beoogt de regionale economie te versterken door middel van materiaalkennis en gereedschappen om projectkennis te bestendigen.
1. Vervanging van granen in veevoer door afvalstromen De vervanging van traditionele granen in veevoer door afvalstromen uit de voedselindustrie is een veelbelovende strategie voor het bevorderen van circulariteit in FoodValley. Deze aanpak vereist diepgaande materiaalkennis om de voedingswaarde, veiligheid en geschiktheid van deze alternatieve grondstoffen te waarborgen. Uitdagingen en mogelijkheden •
Identificatie van geschikte afvalstromen (bijv. groente- en fruitresten, bijproducten van voedselverwerking)
•
Analyse van nutriëntenprofielen en potentiële anti-nutritionele factoren
•
Ontwikkeling van verwerkingstechnieken om de verteerbaarheid en voedingswaarde te optimaliseren
•
Waarborgen van de voedselveiligheid en traceerbaarheid in de keten
Voordelen •
Vermindering van voedselverspilling
•
Verlaging van de ecologische voetafdruk van veevoerproductie
•
Potentiële kostenbesparing voor veehouders
•
Stimulering van innovatie in de agro-foodsector
2. Gebruik en hergebruik van bouwmaterialen Het integreren van landbouwproductie met de productie en het hergebruik van bouwmaterialen biedt kansen voor een meer circulaire bouwsector in FoodValley. Materiaalkennis speelt hierbij een cruciale rol in het optimaliseren van deze processen. Strategieën •
Teelt van gewassen voor biobased bouwmaterialen (bijv. hennep, vlas, miscanthus)
•
Ontwikkeling van bouwmaterialen uit agrarische reststromen (bijv. stro, loof)
•
Implementatie van modulaire bouwsystemen voor eenvoudige demontage en hergebruik
•
Opzetten van lokale materiaalbanken voor hergebruik van bouwcomponenten
Aandachtspunten •
Kwaliteitsborging en certificering van biobased en hergebruikte materialen
•
Optimalisatie van teeltmethoden voor non-food gewassen
•
Ontwikkeling van efficiënte verwerkingstechnieken voor agrarische reststromen
•
Aanpassing van bouwvoorschriften en -normen om hergebruik te faciliteren
3. Hergebruik van projectkennis Het effectief hergebruiken van projectkennis is essentieel voor de continuïteit en verbetering van circulaire initiatieven in FoodValley, vooral wanneer de financiering van individuele projecten eindigt. Mechanismen voor kennisbehoud en -overdracht •
Ontwikkeling van een regionaal kennisplatform voor circulaire innovaties
•
Implementatie van gestructureerde documentatieprocessen voor projectervaringen en -resultaten
•
Organisatie van regelmatige kennisuitwisselingsbijeenkomsten tussen stakeholders
•
Integratie van projectkennis in onderwijscurricula van regionale onderwijsinstellingen
Toepassingsgebieden •
Optimalisatie van verwerkingstechnieken voor landbouwproducten tot voedsel of bouwmaterialen
•
Verbetering van logistieke processen in circulaire ketens
•
Ontwikkeling van nieuwe businessmodellen voor circulaire producten en diensten
•
Versterking van samenwerkingsverbanden tussen verschillende sectoren in de regio
Integrale benadering voor regionale versterking Door de bovengenoemde aspecten integraal te benaderen, kan FoodValley zich ontwikkelen tot een toonaangevende circulaire regio. Deze aanpak vereist: 1. Sectoroverschrijdende samenwerking tussen landbouw, voedingsindustrie, bouw en kennisinstellingen 2. Investeringen in onderzoek en ontwikkeling gericht op circulaire innovaties 3. Stimulering van startups en scale-ups die zich richten op circulaire oplossingen 4. Ontwikkeling van beleidskaders die experimenteren met nieuwe circulaire concepten faciliteren Het Fieldlab werkt dan ook nauw samen met Living Lab Circulair dat reeds enkele jaren in de regio actief is: https://regiofoodvalleycirculair.nl/
Conclusie Integrale circulariteit in FoodValley biedt kansen voor economische versterking en duurzame ontwikkeling van de regio. Door in te zetten op de vervanging van granen in veevoer, het circulair gebruik van bouwmaterialen en het effectief hergebruiken van projectkennis, kan FoodValley een voorloper worden in de transitie naar een circulaire economie. Cruciaal hierbij is de continue ontwikkeling en toepassing van materiaal- en proceskennis, evenals de bestendiging van opgedane projectervaring. Deze integrale aanpak zal niet alleen bijdragen aan de regionale economie, maar ook aan de bredere doelstellingen van duurzaamheid en grondstofefficiëntie.
4.1.3 Brede Welvaart en Gezondheid Brede welvaart omvat alles wat mensen van waarde vinden, waaronder materiële welvaart, gezondheid, onderwijs, milieu, leefomgeving, sociale cohesie, persoonlijke ontplooiing en veiligheid. In de context van de regio foodvalley en haar landelijk gebied is het streven naar brede welvaart van cruciaal belang voor een duurzame toekomst. De landbouw in de regio Foodvalley heeft zich in de afgelopen decennia ontwikkeld tot een superefficiënte sector, waarbij de focus lag op kostenbesparing en productiviteitsverhoging. Deze ontwikkeling ging echter ten koste van diverse sociale en ecologische waarden in het landelijk gebied. Nu de maatschappij deze waarden weer terug wil brengen, rijst de vraag hoe we een balans kunnen vinden tussen economische efficiëntie en bredere maatschappelijke waarden. Het Fieldlab streeft ernaar deze balans te vinden door een integrale benadering te hanteren waarbij economische, ecologische en sociale aspecten in samenhang worden bekeken. Hierbij wordt rekening gehouden met zowel de effecten op korte als lange termijn, en met de impact op zowel de huidige als toekomstige generaties.
Belangrijke aandachtspunten Economische dimensie: - Versterken van het verdien- en innovatievermogen van boeren en MKB - Ontwikkeling van nieuwe verdienmodellen voor ecosysteemdiensten - Versterken van de regionale voedselketens Ecologische dimensie: - Verbeteren van bodem- en waterkwaliteit - Stimuleren van biodiversiteit en natuurbeheer - Verduurzaming van landbouwpraktijken Sociale dimensie: - Bevorderen van sociale cohesie in landelijke gemeenschappen - Stimuleren van participatie en betrokkenheid van burgers - Verbeteren van de leefbaarheid op het platteland
Welzijnsdimensie: - Onderzoek naar de gezondheidseffecten van lokaal geproduceerd voedsel - Verbeteren van dierenwelzijn - Bevorderen van een gezonde leefomgeving
Samenwerking en monitoring Het Fieldlab werkt hierin nauw samen met het Regio-orgaan FoodValley, die inzet op een toekomstbestendige economie, het verbeteren van het voorzieningenniveau, en het voortbouwen op de lopende Regio Deal. Specifieke aandacht gaat uit naar de Human Capital Agenda, verduurzaming, en projecten gericht op participatie. Boeren spelen een cruciale rol in deze transitie. Naast hun primaire taak als voedselproducenten, leveren veel agrarische bedrijven al aanvullende diensten zoals energieproductie, natuurbeheer, recreatie, zorg of educatie. Het Fieldlab onderzoekt hoe deze multifunctionele landbouw verder kan worden gestimuleerd en hoe de waarde van deze diensten kan worden erkend en beloond. Een groep boeren uit de Foodvalley geeft aan dat hun producten mogelijk gezonder zijn vanwege een gezondere bodem, gezondere dieren, of door het gebruik van minder gewasbeschermingsmiddelen. Het Fieldlab zal onderzoek doen naar deze claims en de potentiële gezondheidsvoordelen van lokaal geproduceerd voedsel. Om de voortgang te monitoren, zal het Fieldlab gebruik maken van een breed scala aan indicatoren die de verschillende aspecten van brede welvaart meten. Deze omvatten economische indicatoren (zoals inkomen en innovatie), milieu-indicatoren (zoals biodiversiteit en waterkwaliteit), en sociale indicatoren (zoals gemeenschapsbetrokkenheid en leefbaarheid).
4.2 Experimenteerteams 4.2.1 PvA Gebiedsbod Aanleiding In de regio Foodvalley hebben in de afgelopen periode meerdere gebiedsprocessen gelopen. Sommige staan nu echt stil, andere processen staan on hold, en sommige processen lopen nog. Een gebiedsproces wordt gezien als een nuttige actie omdat juist in een gebied de verschillende opgaven voor het landelijk gebied integraal bij elkaar komen. Een gebied wordt vaak logisch afgebakend doordat het een geografisch of sociaaleconomische eenheid is. Zo is het Veenhuizerveld een plek met en specifieke opgave waar ook boeren zijn die hiermee graag aan de slag willen. De Valk is een buurtschap in Ede waar de Valkse Beek doorheen loopt en waar in de nabijheid twee N2000 gebieden zijn. Het Binnenveld is geografisch gezien een relatief groot gebied dat zich ook nog eens uitstrekt over vier gemeenten en twee provincies. Het proces daar kwam stil te staan toen boeren zich verrast voelden door twee grote woningbouwprojecten die veel landbouwgrond dreigden op te eisen. Rondom de Nederwoudse Beek zijn boeren met waterschap Vallei en Veluwe en de gemeenten Renswoude en Ede aan de slag gegaan om te werken aan waterkwaliteit en waterkwantiteit: afvoeren wanneer het nodig is, en vasthouden als dat kan. Voortbouwen op geleerde lessen Zowel bij gebiedsproces Binnenveld als bij gebiedsproces Veenhuizerveld zijn geleerde lessen opgeschreven.
Daarnaast is een handreiking voor het maken van een gebiedsofferte opgesteld door Natuurverdubbelaars. Zij leverden ook een document waarin zij diverse waarden in beeld brengen die boeren kunnen toevoegen aan een gebied, en waarmee zij bijdragen aan de opgaven van het gebied: www.natuurinclusievelandbouwgelderland.nl/gebiedswaardering-natuurinclusief-boeren-pilotfoodvalley/
Binnen het Fieldlab wordt verder gebouwd op de basis die er ligt, de lessen meenemen en nog verder bestuderen hoe een goed proces eruit ziet, wat randvoorwaarden, kansen en bedreigingen zijn en hoe je die zo goed mogelijk in beeld brengt, benut en omzet. Vakmanschap als basis Een van de dingen die opvalt in de gebiedsprocessen die tot nu toe gezien zijn is dat alle partijen betaald in werktijd aan tafel zitten behalve de ondernemers en inwoners uit het gebied. Deze laatste partijen zijn vaak boeren, maar ook andere ondernemers of inwoners zijn soms betrokken. Met name boeren komen graag aan tafel. Daarvoor zijn meerdere redenen. De boeren kennen het gebied goed en weten wat er leeft en speelt. Ze kennen de opgaven die er liggen meestal op hoofdlijnen, maar horen graag meer specifiek hoe groot die opgave nu precies is om daar dan ook op te kunnen inspelen. Verder hebben ze vaak al veel praktische ideeen om opgaven op te pakken, maar hebben ze voor het oppakken van die opgaven hulp nodig van andere partijen. Deze hulp kan bestaan uit financiering, maar ook vergunningsverlening of aanpassingen in wet- en regelgeving kunnen nodig of nuttig zijn. In het Fieldlab zien we zowel de ambtenaren van de verschillende overheden als ook de boer zelf als een vakman met specifieke expertise.
Het is in dat geval dan ook logisch dat er vanuit de boeren één of meerdere vertegenwoordigers betaald aan tafel zitten in een dergelijk proces omdat zij specifieke expertise van het gebied hebben die onmisbaar is voor een goed proces.
Doelsturing als uitdaging en dialoog als kans Wat in de afgelopen jaren vaak een uitdaging is gebleken is het fenomeen doelsturing. Er wordt veel over gesproken, maar in de praktijk is dit nog uitdagend. De diverse opgaven die voorliggen kennen vaak specifieke doelen die soms op landelijk of soms ook op provinciaal of gemeentelijk niveau bekend zijn. Deze doelen moeten dan worden doorvertaald naar het specifieke gebied en dat is in de praktijk lastig gebleken. Ambtenaren kunnen deze vraag (nog) niet goed beantwoorden en geven aan in een later stadium terug te komen als er meer helder is. Toch is het vaststellen van doelen voor een gebied een voorwaarde om aan de slag te gaan. Een voorbeeld is de pilot Markemodel in de Achterhoek: hier heeft de ‘Markeraad’ doelen voor het gebied vastgesteld in overleg met de boeren. Zo zijn er realistische en haalbare doelen gesteld die voor de boeren een uitdaging waren waar zij graag aan bijdragen. Een belangrijk onderdeel hiervan is de dialoog tussen de ‘Markeraad’ en de ‘Boerenraad’. De Markeraad is in dit geval een vertegenwoordiging van belanghebbende publieke en private partijen. Voor de Markeraad van de Achterhoek zijn dit de provincie Gelderland, Waterschap Rijn en IJssel, de Rabobank en FrieslandCampina.
Oefening tijdens het maken van het ontwerp voor het Fieldlab Tijdens het maken van het ontwerp is goed gekeken naar de geleerde lessen en is het gebied Veenhuizerveld als voorbeeld genomen om te kijken wat er beter kan om het gebiedsproces een stap vooruit te helpen. De Handleiding voor het maken van een gebiedsofferte is gebruikt om voor het Veenhuizerveld concreter in beeld te brengen wat er mogelijk is om aan de opgaven te werken. Omdat het Fieldlab een experimenteerruimte is, zijn onderzoeksvragen opgesteld en is bij het maken van het ontwerp al gewerkt aan de beantwoording daarvan. Op deze manier is concreet gewerkt aan een ‘gebiedsofferte’ waarbij in dit geval het gebied zelf met enkele ‘ondernemende ambtenaren’ actief kijken naar wat op kortere termijn al bereikt kant worden om ook op langere term aan de opgaven te kunnen voldoen. Knelpunten in beeld Tijdens dit proces zijn al direct diverse knelpunten naar voren gekomen die tijdens het Fieldlab actief worden opgepakt. Zo blijkt er een groot verschil te zijn in manier van werken, in tempo of tijdspad, en in bereikbaarheid en betrokkenheid. Boeren gaven aan te denken dat het gebiedsproces stil ligt omdat zij al maanden geen bericht krijgen vanuit overheden. Bij navraag blijkt de provincie nog bezig te zijn met schrijven van een evaluatie.
Er is geen korte lijn of verbinding waarmee het gebied automatisch op de hoogte wordt gehouden van de voortgang bij de overheden. Vervolgens blijkt er wel een subsidieregeling bijna klaar te zijn waarop alleen kan worden ingeschreven met een helder plan waaruit samenwerking duidelijk wordt. Plan van Aanpak Binnen het Fieldlab worden genoemde lessen in beeld gebracht, wordt ingezet op ‘ondernemendheid’ bij ambtenaren (begeleiding vanuit het OrganisatieLab) en wordt vanuit het ImpactLab gerekend aan de impact van de bijdragen van de boeren aan de opgaven van het gebied. De ondersteunende labs kijken en doen actief mee bij lopende gebiedsprocessen om zo een extra impuls te geven aan vlotte processen en ook de geleerde lessen te delen bij andere processen. Een start is gemaakt in het Veenhuizerveld. Hier zal worden doorgewerkt. Verder zijn er contacten met het Binnenveld en met de DAW projecten Nederwoudse Beek en Valkse Beek (de DAW projecten gaan in 2024 van start).
Activiteiten
Doel/ Resultaat
Uitvoering
Kosten/ jaar
1
Initiëren, aanjagen en beheren van ondernemende samenwerking
Een vlot lopend en duidelijk proces met continuiteit en korte lijnen
Projectleider, onafhankelijk of vanuit een overheid
PM gebiedsproces
2a
Betrokkenheid waterschap, provincie en gemeenten
Korte lijnen en inzicht in doelen en financiele middelen, vergunningverlening
Betrokken ambtenaren
PM (cofinanciering Fieldlab)
2b
Betaalde inzet van enkele boeren als vertegenwoordiging van boeren in het gebied
Integrale, praktische gebiedskennis en boerenoplossingen actief borgen in het proces
Boeren die het gebied vertegenwoordigen
€ 40.000
3
Proces ondersteuning en onderzoek vanuit het OrganisatieLab
Onderzoek naar een efficient en ondernemend project
Onderzoeker OrganisatieLab
€ 30.000
4
Meten van impact van plannen, inrichten van een gebiedsmonitor.
Meten en monitoren van impact
Onderzoeker ImpactLab
€ 20.000
5
Ontwikkelen van een gebiedsverdienmodel: borgen en belonen van bijdragen
Continutiteit geborgd en beloning voor inzet
Onderzoeker ImpactLab
€ 20.000
6
Vastleggen en delen van opgedane kennis
Geleerde lessen opschrijven en delen
Onderzoeker KennisLab
€ 20.000
Gebiedsbod Veenhuizerveld Doelen en onderzoeksvragen Context: Het gebiedsbod voor Veenhuizerveld wordt hierna exemplarisch uitgewerkt en staat model voor een gebiedsofferte die we voor Binnenveld, nabij Veenendaal en Woudenberg in de provincie Utrecht en andere gebieden willen uitwerken. Veenhuizerveld is een gebied binnen de Foodvalley-regio met unieke kenmerken zoals agrarische landschappen en ecologische diversiteit. Het staat voor uitdagingen op het gebied van landgebruik, milieudruk door intensieve landbouw, en sociaaleconomische veranderingen. Het gebied ligt in de gemeenten Putten, Barneveld en Nijkerk en valt onder de provincie Gelderland. Het ‘Uitvoeringsplan Gebiedsontwikkeling Veenhuizerveld’ is door Arcadis opgeleverd aan de Provincie Gelderland. Dit plan is tot stand gekomen via een intensief participatief proces met direct betrokkenen bij de transitie van het Veenhuizerveld, waaronder sleutel-agrariërs en sleutelparticulieren binnen het gebied en de directe omgeving. De doelstellingen zijn: ●
Verbeteren van de hydrologische systemen (robuust systeemherstel)
●
Herstel van vitale bodems (robuust systeemherstel)
●
Vergroten van het natuurareaal en realiseren van ecologische verbindingen
●
Vergroten van de dynamiek en diversiteit
●
Optimaliseren van de nutriëntenkringloop en verminderen van het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen
●
Vergroten van de biodiversiteit
●
Creëren van nieuwe aanvullende verdienmodellen
Het plan is in juli 2023 opgeleverd. Echter, sindsdien ligt het stil vanuit het perspectief van de betrokken agrariërs. Dit komt door een vraagstuk omtrent financiering, waarvoor oorspronkelijk SPUK-gelden waren gereserveerd. Ondanks dit is er op basis van gesprekken en betrokken experts een solide basis gelegd voor een gedetailleerd maatregelenpakket. Provincie Gelderland onderzoekt nog steeds een vervolgtraject, maar de contouren hiervan zijn nog niet duidelijk en niet gedeeld met de betrokken stakeholders. Het risico is dat de inspanningen en het enthousiasme van de betrokken partijen – sleutelagrariërs – teniet worden gedaan en dat deze investering in het gebied wordt afgeschreven. Betrokken agrariërs binnen Fieldlab Foodvalley Waardeert willen dit voorkomen door voort te bouwen op de opgebouwde relaties, het perspectief en de inzichten uit dit proces. Volgens Fieldlab staat Veenhuizerveld niet op zichzelf. Veel andere projecten in de regio zijn met enthousiasme en samenwerking gestart, maar later weer losgelaten vanwege ‘einde project’, ‘oplevering rapport’ of nieuwe onoverkomelijke obstakels. De centrale vraag is nu hoe we ervoor kunnen zorgen dat initiatieven in een gebied kunnen worden ingezet als langetermijninvesteringen in plaats van korte, geïsoleerde trajecten die mogelijk worden gemaakt door subsidie.
Doel: Gebruik maken van het goede voorwerk van het Uitvoeringsplan Gebiedsontwikkeling om te komen tot een eigen en duurzame samenwerking, een eigen toekomstperspectief en mogelijk een gezamenlijk gebiedsbod voor Veenhuizerveld dat inspeelt op lokale behoeften en bijdraagt aan toekomstbestendige landbouw, biodiversiteit en economische vitaliteit. Perspectief: ●
Hoe bouw je aan een gedeeld, gedragen en realistisch toekomstperspectief voor een landelijk gebied?
●
Waar ligt dit toekomstperspectief voor Veenhuizerveld?
●
Wat is de 'baseline', wat is er al en waar liggen de uitdagingen?
Waarderen: ●
Hoe maken we stabiele markten mogelijk die bijdragen aan de NPLG-doelen?
●
Hoe activeren we stakeholders als potentiële kopers voor duurzame bijdragen?
●
Wat zijn de voorwaarden en welke instrumenten zijn nodig voor een stabiel boerenverdienmodel dat bijdraagt aan een ecologisch gezond gebied?
●
Wat is het optimale schaalniveau voor een rendabel waarderingsmodel en hoe organiseren we dat?
Organisatie:
●
Hoe kwalificeer je een ‘ondernemend ecosysteem’ voor dit gebied?
●
Wie zijn de sleutelondernemers (kwalitatief gezien, niet enkel bedrijven) en wat is nodig?
●
Hoe borgen we de samenwerking en de waardering ervan naar de toekomst toe?
●
Hoe zorgen we voor ruimte en flexibiliteit, maar ook voor structuur om anderen in te kunnen zetten?
Kennis: ●
Hoe bouwen we aan gedeeld begrip en gedeeld inzicht t.a.v. een gebied en de belangen die daar spelen, en hoe houden we die up-to-date?
●
Welke kennisnetwerken zijn beschikbaar en welke zijn nodig, en hoe houden we deze betrokken omwille van de kansen en uitdagingen van het gebied en de betrokken stakeholders?
Uiteraard zijn deze leerdoelen gericht op de doelstellingen t.a.v. het gebied zoals deze zijn opgetekend in het Uitvoeringsplan, in lijn met de NPLG-doelstellingen (zie hierboven). Het gebied Het deelgebied Veenhuizerveld is onderdeel van de Voorthuizerpoort en ligt in de gemeenten Putten, Barneveld en Nijkerk. Alle gemeenten hebben in hun landschapsvisies (LOP) het gebied Veenhuizerveld aangewezen als speerpunt voor landschappelijke versterking, ecologische verbindingszone en overgangszone voor landschap, landbouw en recreatie. In het gebied bevinden zich 17 agrarische bedrijven die landbouwpercelen binnen de gebiedsbegrenzing gebruiken. Daarnaast zijn er 19 agrarische bedrijven die buiten het gebied zijn gelegen, maar wel percelen binnen dit gebied in gebruik hebben. Er zijn binnen het gebied vier melkveehouderijbedrijven en één gemengd bedrijf. Eén van de melkveehouderijen is een biologisch landbouwbedrijf. De overige bedrijven zijn vier kalverhouderijen, twee pluimveebedrijven en één varkensbedrijf. Slechts twee van deze bedrijven kunnen worden geclassificeerd als groot en drie als middelgroot. De overige bedrijven zijn overwegend (zeer) klein in bedrijfsomvang. Toekomstperspectief Met de toenemende druk op het agrarisch bedrijf en de naar verwachting steeds kleiner wordende milieu-ruimte, wordt het toekomstperspectief voor agrariërs in Veenhuizerveld zeer onzeker.
Tegelijkertijd is er geloof in de belangrijke rol van agrariërs in het gebied, niet alleen vanwege hun bijdrage aan het culturele en economische kapitaal, maar ook ten aanzien van hun betrokkenheid bij ecologische doelstellingen, zoals een goed en gezond watersysteem, goed bodembeheer, toename van biodiversiteit en het reduceren van emissies. De vraag is in hoeverre investeringen in het verbeteren en herstellen van het ecologisch kapitaal van het gebied ook bijdragen aan een stabiel verdienvermogen voor de betrokken agrariërs. Er was een kans om dit op te pakken met behulp van SPUK-gelden, die echter zijn weggevallen. De kans maakte een start mogelijk voor een uitvoeringsplan, wat op zichzelf niet voldoende is om perspectief te bieden, maar wel kon dienen als een investering die een verdere zoektocht mogelijk maakt, bijvoorbeeld via Fieldlab Foodvalley Waardeert. Waarderen: Voor een Stabiel Verdienvermogen
Het idee was dat een aanpak met samenwerkende agrariërs zou kunnen leiden tot aanvullende verdienmodellen, waardoor zij een aangepaste bedrijfsvoering kunnen continueren en bijdragen aan de doelstellingen van het NPLG. Dit vraagt om een investering en middellange financiële ondersteuning om het nieuwe bedrijfsmodel duurzaam te maken, bijvoorbeeld middels overheidsmiddelen zoals de SPUK-gelden. Daarnaast moeten er aanvullende verdienmogelijkheden worden verkend, doorontwikkeld en gevalideerd voor een duurzaam en aantrekkelijk toekomstperspectief voor landbouw in overgangsgebieden. Nu de ondersteuning via SPUK-gelden is weggevallen is de vraag in hoeverre de bijdragen van agrariërs aan de doelstellingen van andere stakeholders in het gebied kunnen worden gerelateerd aan een aanvullend verdienmodel of ondernemerschap voor de lange termijn. Aanvullend verdienvermogen kan deels komen uit producten hoger in de waardeketen (lokaal en NIL), maar dat dekt zeker niet de extra investeringen versus baten op korte termijn. Daarom zoeken we naar verdienvermogen uit diensten die zijn gekoppeld aan een natuurinclusief landschap. Denk hierbij aan waardecreatie voor dorpen en steden, andere ondernemers (zoals recreatiebedrijven), gezondheid (een aantrekkelijk landschap bevordert een gezonde leefstijl), verhoogde CO2-opslag, enz.
Omdat transactiekosten voor dit soort verdienmodellen hoog zijn, zijn deze per agrariër nog lastig ten gelde te maken. Vandaar de optie om te kijken naar coöperatieve verbanden en fondsvorming. Ondernemend Samenwerken in Veenhuizerveld Om bovenstaande te realiseren, wordt gezocht naar een brede, groeiende samenwerking met ‘vakmensen onder elkaar’ die risico's durven nemen. Het opzetten hiervan vraagt nog enige moeite, gezien het voorgaande proces lang heeft stilgelegen. De huidige betrokkenen zijn: ●
Ondernemende boeren: Sjaak Vels en consorten tonen zich bereid om collectief de schouders te zetten onder een agrarisch verdienmodel voor een overgangsgebied. Vanuit de Valk denken andere agrariërs mee.
●
Ondernemende gemeenteambtenaren: Aan boord is nu Geert Butz vanuit gemeente Ede, en vanuit Barneveld denkt Arjan Bossenbroek mee. De transitie van landelijk gebied vraagt veel kennis en capaciteit van relatief kleine gemeenten. Het is daarom belangrijk om gebruik te maken van een ‘pool’ van ondernemende/betrokken ambtenaren uit de regio.
●
Ondernemende waterschapsmedewerkers: o.a. Anne Kruft van WVV.
Vanuit de provincie Gelderland is nog niemand betrokken. Daar loopt de evaluatie van het Uitvoeringsplan Gebiedsontwikkeling. Andere belanghebbenden in het gebied kunnen worden toegevoegd, zoals Bosbeheer. Dit vraagt om verdere verkenning (zie de 'aanpak'). Op individueel niveau is het creëren van aanvullend verdienvermogen een grotere uitdaging dan in geval van samenwerking. Er kan worden gekeken naar een juridische entiteit voor een samenwerkingsverband (een coöperatie lijkt vooralsnog een relevante vorm). Deze coöperatie kan ook een brede rol krijgen in de transitie van het Veenhuizerveld, bijvoorbeeld als tussenpersoon naar diverse overheidsinstanties. Veenhuizerveld en Kennisontwikkeling: De Gedeelde Werkelijkheid Ten slotte biedt Veenhuizerveld een goed leergebied voor het gezamenlijk oppakken van NPLG-opgaven voor de lange termijn, gezamenlijk met (drie) gemeentes, waterschappen, de
agrariërs en de provincie. In lijn met de doelstellingen van het Fieldlab gaat het hier om onderzoeksvragen t.a.v.: •
Eigenaarschap: Het inrichten van collectief eigenaarschap voor de opgaven en voor de lange termijn, zodat bijdragen ook kunnen worden vergoed.
•
Gedeelde werkelijkheid: Meten en waarderen van bijdragen aan NPLG-opgaven.
•
Technische knowhow en vakmanschap: Het slim en ondernemend doordenken en inzetten van maatregelen en investeringen die én aan NPLG-doelstellingen bijdragen én bijdragen aan een gezond agrarisch bedrijfsmodel.
•
Samenwerking: Als ondernemende vakmensen (ambtenaren, agrariërs, waterschapsmedewerkers en anderen) bij elkaar aan de slag voor het gebied.
4.2.2 PvA Bodem en Water Opgesteld door Anne Kruft en Marinus van Dijk van Waterschap Vallei en Veluwe i.s.m. Gemeente Ede / Gerdien Kleijer
Inleiding en rollen samenwerkingspartners Inleiding De Regio Foodvalley kent een bijzondere geologische structuur: de Veluwe ligt hoog en droog. Onder deze droge zanden liggen kleileemlagen die tegenhouden dat water verder naar beneden zakt. Op diverse plaatsen op de Veluwe komt water omhoog dat vervolgens langzaam zijn weg naar beneden vindt via allerlei bekensystemen. Er zijn dus vele hoge en droge zandgronden, maar ook lager gelegen percelen, en veel percelen die grenzen aan beken. Bodem en water zijn zeer actuele en urgente thema’s. De droogte van de jaren 2018, 2019, 2020 en 2022 maakte dat er ook vanuit boeren steeds meer interesse kwam in het gezonder maken van bodems zodat er ook in droge zomers nog voer groeit. Vasthouden van water in bodems is een actueel thema. Bodemverdichting is een probleem dat steeds meer boeren aan het oplossen zijn. Waterschap Vallei en Veluwe werkt in de afgelopen jaren steeds meer samen met boeren om hierover kennis te ontwikkelen en deze te delen en te implementeren. Versnelling is nodig! Context en achtergronden In de regio Foodvalley is de laatste jaren veel op gang gekomen rondom het thema gezonde bodem. Ambtenaren van gemeente Ede gingen in 2018 op een driedaagse bodemcursus. Hierbij nodigden zij 12 boeren uit en Waterschap Vallei en Veluwe (WVV) en Provincie Gelderland. De Provincie had geen tijd op dat moment.
WVV en de boeren sloten graag aan. Deze eerste cursus was beleidsvormend van aard. Gemeente Ede wilde meer leren over gezonde bodems en hoe deze kunnen bijdragen aan de opgaven op gebied van water, klimaat en biodiversiteit. Na de cursus was er een terugkomdag waarin de partijen met elkaar bespraken hoe men hieraan zou kunnen werken. Daarna is een Leergang Natuurinclusieve Landbouw gestart (2019-2021) met onder andere Louis Bolk Instituut en diverse los ingehuurde experts. De driedaagse bodemcursus werd in Ede twee keer herhaald voor de pachters van gemeente Ede. Waterschap Vallei en Veluwe pakte het thema Bodem op in de Regiodeal Foodvalley, waar zij het thema Bodem & Water trokken. Zie ook www.boeraanhetroer.nl Vanuit bovenstaande beweging is landbouwer Dennis Minnen al vele jaren bezig met nietkerende grond bewerking. In de afgelopen jaren is daar in de regio Foodvalley meer aandacht voor gekomen. Dennis is in die beweging meegegaan. Toen er vanuit melkveehouders vragen kwamen over het doorzaaien van kruiden in kruidenrijk grasland, kwam hij met kennis over een doorzaaimachine (Novaq T-Force), die op dat moment nog niet in Nederland aanwezig was. Dit experiment werd verder opgevolgd binnen de Regiodeal Foodvalley: boeraanhetroer.nl/slim-doorzaaien-kruidenrijk-grasland
Parallel is Minnen deze manier van zaaien ook gaan toepassen in de akkerbouw. Inmiddels heeft hij op eigen initiatief al diverse experimenten uitgevoerd. Hoogste tijd om deze experimenten beter vast te leggen en te meten en monitoren wat deze andere manier van werken oplevert voor de bodem. Ook de twee andere landbouwers uit het Samenwerkingsverband zijn actief bezig met het optimaliseren van hun bodems en met oa granenteelt. Jan Dirk van de Voort werkt al 20 jaar
actief aan de bodem. Hij stopte 20 jaar geleden met het gebruik van chemische middelen om zijn dieren gezond te houden. Zijn dieren krijgen geen antibiotica en vaccins meer, en ook geen ontwormingsmiddelen. De dieren blijven gezond door ander voer, met namen gras aangevuld met wat vers geplet graan (ipv gepelleteerde brok waar de enzymkracht uit is). Verder wordt het bedrijf op gebied van gezondheid begeleid door een kruidenexpert uit Duitsland. Een bevinding van Van de Voort was dat het gehalte organische stof in de bodem sterk steeg na het stoppen met ontwormingsmiddelen: residuen van deze middelen kunnen soms nog in de mest aanwezig zijn en mogelijk een negatief effect hebben op de wormen in de bodem. Conny van den Top pakt deze manier van werken nu op voor pluimvee: er loopt bij haar een experiment met 50 dubbeldoelkippen die speciaal voer krijgen met meer omega 3 en aangevuld met kruiden. Onderzoek naar de effecten op dieren en hun producten valt binnen een andere onderzoekslijn (gezondheid). Waterschap Vallei en Veluwe Waterschap Vallei en Veluwe waardeert de aanpak zoals voorgesteld wordt in het Fieldlab Food Valley en werkt hier graag in samen. Vanuit eerdere ervaringen is het bewust van de meerwaarde van samen in een gebied leren en ontwikkelen.
De kennis en kunde vanuit agrariërs staat dan centraal en wordt gewaardeerd en in nauwe samenwerking met kennisinstellingen kan deze kennis uitgebreid, verdiept en verspreid worden. Het Waterschap werkt al diverse jaren met boeren aan oplossingen die bijdragen aan betere waterkwaliteit én aan betere bodemkwaliteit. De afgelopen decennia is het waterschap gericht geweest op snel kunnen afvoeren van water omdat er meestal water genoeg was. Maar nu het klimaat verandert, zomers soms droger zijn en er meer piekbuien zijn is het nodig om anders en breder te kijken en om water meer vast te houden. De bodem is hierbij nadrukkelijk in beeld gekomen. Juist de bodem is van groot belang om water op te kunnen nemen én vast te kunnen houden. Dat betekent dat boeren belangrijke partners van het waterschap zijn geworden. Een deel van de boeren is goed in beeld. Er zijn pilots en gebiedsprocessen waar al in zicht komt hoe aan oplossingen gewerkt kan worden. En ook in Deltaplan Agrarisch Waterbeheer wordt al 10 jaar gewerkt aan de wateropgaven met boerenorganisatie LTO. Het Fieldlab is voor het waterschap waardevol om de komende jaren in een samenwerkingsverband verder te werken aan oplossingen en de toekomstbestendige inrichting van het landelijk gebied.
Opgaven waterschap De opgaven van het waterschap waar het Fieldlab aan kan bijdragen zijn: Waterkwaliteit: Als waterschap streven we naar een goed ecologisch functionerend watersysteem. De volgende factoren zijn randvoorwaardelijk hiervoor: beperkte externe belasting met nutriënten, lichtklimaat, bodem, habitatgeschiktheid, verspreiding, verwijdering, organische belasting, toxiciteit en beleving (landschappelijke waarde). Dat zijn de stuurknoppen voor een goed waterbeheer.
Op dit moment zijn er te hoge concentraties van nutriënten 9. Het heeft prioriteit om de waterkwaliteit aan te pakken. Er is echter een behoorlijke ‘achtergronddepositie’ aanwezig. Dat maakt het lastig om de waterkwaliteit opgaven in enkele jaren te halen. Een belangrijke vraag is dus of het halen van bepaalde doelen in een bepaalde tijd überhaupt mogelijk is. We moeten uiteraard wel inzetten op het in stand houden een dalende trend. Zie gebiedskaartje.
Gebiedskaart: Maatregelen 2016-2021 Waterkwantiteit: het systeem in de Gelderse vallei is ingericht op het zo snel mogelijk afvoeren van water. Klimaatverandering zorgt voor meer extremen van te droog of te nat. Voor klimaatadaptatie en het voldoende op peil houden van het grondwaterpeil moeten we meer water vasthouden in bodems en de stroomgebieden robuust en daarmee toekomstbestendig inrichten. Binnen het beheergebied van Waterschap Vallei en Veluwe ligt de grootste zoetwatervoorraad van Nederland. Deze zoetwatervoorraad is van uitzonderlijke kwaliteit en vervult een belangrijke rol in onze drinkwatervoorziening, wordt ingezet voor industriële toepassingen en is essentieel voor grondwaterafhankelijke vegetatie. Daarnaast vormt deze zoetwatervoorraad de drijvende kracht achter de vrijwel constante aanvoer voor een (groot) deel van onze sprengen en beken. Met die reden moeten we zorgvuldig omgaan met deze ‘blauwe motor’. Op basis van gemeten grondwaterstanden kunnen we een beeld schetsen van de (gemiddelde) grondwaterstanden van de laatste jaren. Hieruit kan geschetst worden of er sprake is van herstel of achteruitgang. Echter, we hebben nog onvoldoende inzicht in het potentiële grondwaterreservoir om een concreet doel per stroomgebied te kunnen bepalen.
WenR heeft dit in opdracht van Provincie Utrecht en Gelderland onderzocht. Op basis hiervan hebben Provinie Utrecht en Waterschap Vallei en Veluwe "Maatregelpakket 6 Beekherstel en Beekdalen" ingediend bij het Rijk in het kader van het NPLG. 9
Hier wordt het komend jaar aan gewerkt zodat bij een volgende versie van deze watersysteemrapportage een beter beeld geschetst kan worden waar we staan.
Waterschap en Fieldlab Foodvalley Waardeert Meerwaarde De meerwaarde van het Fieldlab Foodvalley Waardeert ziet het waterschap in de samenwerking die hierin geborgd wordt: •
Met boeren werken aan een robuust watersysteem. Hiermee wil het waterschap zoveel mogelijk (toekomstige) boeren bereiken en enthousiast maken om inspanningen te leveren. Waarbij inspanningen ook beloont moeten kunnen worden.
•
Met boeren (vakmensen), kennisinstellingen en studenten vormgeven van gebiedsplannen en themagerichte experimenten rondom bodem en water. Voor inbreng actuele en praktische kennis en het verspreiden van bodem- en waterkennis in de regio.
•
Met een netwerk van experts (b.v. juridisch, organisatorisch) die knelpunten kunnen oppakken daar waar het stokt.
Rol waterschap Binnen het Fieldlab ziet het waterschap verschillende rollen voor zichzelf: •
Binnen het ImpactLab levert het Waterschap data die zij in beeld heeft en verbindt zij die waar nuttig en nodig met andere data, om zo integraal te kunnen werken aan monitoring van inspanningen en resultaten.
•
Binnen het OrganisatieLab worden vanuit de diverse lopende projecten knelpunten aangeleverd waar tegenaangelopen wordt. Daarnaast wordt actief meegedacht over regiobrede organisatie van het netwerk om zo effectief mogelijk te werken aan een toekomstbestendig landelijk gebied. Hierin integreren we landelijk, provinciaal en lokaal beleid in uitvoerbare plannen.
•
Het Waterschap draagt via het KennisLab bij aan brede kennisdeling over bodem en water.
•
Het Waterschap is actief betrokken bij of zelfs trekker van verschillende projecten die zij inbrengt in het Fieldlab.
Overzicht van bodem en waterprojecten Er is een groot aantal projecten in beeld binnen het Fieldlab. Sommige lopen al en worden ondersteund van het Fieldlab (A), andere projecten zijn een vervolg op de Regiodeal of een eigen initiatief van het Waterschap (B) en daarnaast zijn er nog boeren die met bodem- en waterexperimenten bezig zijn (C). Hieronder staat een overzicht van deze projecten. A. Lopende projecten Waterschap waaraan het Fieldlab meerwaarde levert Hieronder worden diverse lopende projecten beschreven. Deze kunnen gezien worden als de Communities of Practice van het waterschap waar het Fieldlab een aanvullende bijdrage aan kan leveren. A1. DAW Implus project: Boeren beheren beekdalen 2024-2026 In het stroomgebied Lunterse Beek/Nederwoudse Beek en Barneveldse Beek/Valkse Beken. Doel Met een gemotiveerde groep agrariërs invulling geven aan het begrip van een robuust watersysteem en daarbij nauw samenwerken met de agrariërs in het gebied aan: -
Water vasthouden in haarvaten en meer regenwater infiltreren daar waar het valt
-
Uitvoering van maatregelen in agrarische bedrijfsvoering die bijdragen aan een robuust watersysteem zodat neerslagpieken afnemen en verdroging wordt tegengegaan
-
Door kennisdeling en -verspreiding een grotere groep agrariërs geïnteresseerd krijgen in deze thema's en wat zij daarin kunnen doen
Rol Fieldlab -
Knelpunten oplossen
-
Aanvullend meten
-
Kennisverspreiding
-
Capaciteit en middelen
Voor de aanvullende activiteiten vanuit het Fieldlab kan het waterschap het volgende bijdragen: -
Middelen: € 20.000 per jaar
-
Uren: 200 uur per jaar
A2. Gebiedsprocessen In Foodvalley lopen diverse gebiedsprocessen waar het waterschap een actieve rol in heeft, zoals: -
Veenhuizerveld
-
Renkums Beekdal
-
Binnenveld
-
GEUS
De verwachting is dat de komende jaren meer gebiedsprocessen zullen opstarten. Het waterschap levert capaciteit en kennis als input voor de gebiedsprocessen. Doel -
Integrale gebiedsplannen met ontwikkelstrategie en maatregelen
Rol Fieldlab -
Knelpunten oppakken
-
Aanvullende metingen mogelijk maken
-
Met agrariërs leren en ervaren oplossingsmogelijkheden
-
Kennis inbrengen en verspreiden
-
Capaciteit en middelen
Voor de aanvullende activiteiten vanuit het Fieldlab kan het waterschap het volgende bijdragen: -
Middelen:
€ 20.000 per jaar
-