C2. Rapport Schulddienstverlening RSD Bunnik
Tekst van het document
Sturing door de gemeenten
In deze paragraaf bespreken we hoe de sturing door de gemeenten eruit ziet, waarbij we ook ingaan op hoe de budgettaire sturing in beginsel is georganiseerd (onderzoeksvraag 5). Verder bespreken we de ervaringen van de geïnterviewden met de sturing. De strategische kaders Een van de manieren waarop de gemeenten sturing geven aan het beleid, is door het opstellen van de strategische kaders. Eens in de vier jaar maken de raden van de vijf samenwerkende gemeenten in het werkgebied van de RDWI, samen afspraken over de uitvoering van de aan de RDWI overgedragen taken en bevoegdheden, de zogenaamde strategische kaders. De gemeenteraden leveren de input voor de strategische kaders en stellen elk de strategische kaders vast tijdens een raadsvergadering.
Tegelijkertijd komt in de interviews naar voren dat gemeenteraden in de controle vooral focussen op de financiële component bij de RDWI. Dit kan onder meer komen doordat, wanneer gemeenteraden besluiten moeten nemen, deze besluiten meestal betrekking hebben op financiën. Daarbij worden soms ook moties en amendementen ingediend, bijvoorbeeld naar aanleiding van de (concept) kadernota. Een raadslid vertelt: “Als de raad ergens een besluit over moet nemen, dan lees je de stukken ook heel anders (grondiger) dan wanneer iets 22
In de strategische kaders staat opgenomen wat de gemeenten over het algemeen willen bereiken en hoe ze dit willen doen. De onderstaande doelstelling uit de strategische kaders 2020-2023 heeft betrekking op specifiek de schulddienstverlening (onderzoeksvraag 4):
We verbeteren de signalering en benaderen inwoners met schulden proactief Sinds 2015 zijn de kosten voor regionale schulddienstverlening gestegen, zijn de kosten van beschermingsbewind toegenomen en investeren gemeenten meer in extra ondersteuning. Bijvoorbeeld door lokale, laagdrempelige inlooppunten voor inwoners met geldproblemen te starten. Wij ontvangen signalen van verschillende uitvoeringspartners wanneer schulden ontstaan. Te denken valt aan de energiemaatschappij of de woningbouwvereniging. We gaan deze signalen combineren. Daarbij houden we oog voor de privacy van onze inwoners. Wanneer er geldproblemen in het gezin zijn, gaan we er proactief op af en bieden we informatie, advies en ondersteuning. Er zijn enkele groepen in de samenleving die grotere kans maken op het maken van schulden. Denk daarbij aan nieuwkomers (met het oog op de wijzigingen in de wet inburgering) of ZZP-ers. Voor deze groepen ontwikkelen we gespecialiseerde ondersteuning.
Zienswijzen De gemeenten hebben verder de mogelijkheid om via een zienswijzeprocedure hun zienswijze te geven op eerst de kadernota35 en daarna de begroting die de RDWI opstelt.36 De colleges van de gemeenten leggen ieder afzonderlijk een concept zienswijze voor aan hun gemeenteraad. De gemeenteraad kan input of commentaar leveren op deze zienswijze. De RDWI verwerkt de zienswijzen. De gemeenten gaan overigens verschillend om met de zienswijzenprocedure. De gemeenteraad van De Bilt heeft bijvoorbeeld de zienswijzenbevoegdheid aan het college gedelegeerd voor zover dat niet leidt tot financiële consequenties die niet bij de gemeentebegroting zijn voorzien. Informele sturing Hiernaast worden concept beleidsstukken besproken in overleggen tussen raadsrapporteurs,, (beleids)ambtenaren en de wethouder (deze wethouder is ook lid is van het Algemeen Bestuur van de RDWI), en kunnen de gemeenteraden – via de raadsrapporteurs – reageren op de concept beleidsstukken. Organisatie van de budgettaire sturing De budgettaire sturing vindt in beginsel plaats middels een eerder vastgestelde systematiek wanneer het gaat om de schulddienstverlening. Op basis van het aantal klanten van schulddienstverlening wordt de omvang van de formatie voor schulddienstverlening vastgesteld (onderzoeksvraag 5).37
35 De kadernota’s sluiten overigens ook aan op de eerder genoemde strategische kaders. 36 De kadernota’s en de begrotingen betreffen de gehele dienstverlening van de RSD, waaronder schulddienstverlening. 37 In de zomer van 2020 zijn spelregels voor de bedrijfsvoering vastgesteld (besluit Algemeen Bestuur).
23
Het gaat bij schulddienstverlening om het volgende uitgangspunt: Bandbreedte van het aantal aanvragen van schulddienstverlening is 10% ten opzichte van 550 aanvragen (‘van bolwerk naar netwerk’). Bij meer dan 10% daling of stijging gaan we uit van een mutatie van 5% formatie, inclusief overhead (op basis van maximum schaal 9 + 30% overhead).38 Hiernaast is er een vaste verdeelsleutel afgesproken, waarmee de bijdrage van de afzonderlijke gemeenten aan de apparaatskosten is bepaald.39 Ervaringen met de sturing Binnen de gemeenteraden en in overleggen tussen raadsrapporteurs, (beleids) ambtenaren, de wethouder, vinden regelmatig discussies plaats over onderwerpen in het sociaal domein, zo geven de raadsleden aan in de interviews. Schulddienstverlening is volgens de raadsleden echter nauwelijks een gespreksonderwerp geweest. Ook een geïnterviewde wethouder benoemt dat de schulddienstverlening niet zo vaak als bespreekpunt op de raadsagenda staat. Twee geïnterviewde raadsleden geven expliciet aan dat de RDWI de geluiden uit de gemeenteraden goed meeneemt. 40 Tegelijkertijd komt in de interviews met raadsleden het algemene beeld naar voren dat de gemeenteraden een tamelijk reactieve rol hebben. De meeste aandacht gaat daarbij uit naar zaken die te maken hebben met financiën.
Een raadslid zegt bijvoorbeeld: “Af en toe komen er dan wel kritische vragen, soms popt er iets op en wordt ernaar gekeken, met name waar het gaat om de financiële cyclus. Dan kan ik de beleidsambtenaar bellen om een vraag te stellen. Maar daar blijft het bij. We reageren eigenlijk alleen als het ons gevraagd wordt. En dan gaat het doorgaans om het reageren op concept stukken.”
De zienswijzen leidden in de afgelopen jaren niet tot aanpassingen van de kadernota en begroting wanneer het gaat om de schulddienstverlening, vertellen de beleidsadviseurs van de RSD. Zij zeggen hierover: “Het verschilt per jaar hoeveel reactie we krijgen op schulddienstverlening. Tot nu toe hebben de zienswijzen nooit geleid tot aanpassingen van de kadernota en begroting, omdat wij de raad ook meenemen in het proces.” Ook vanuit een van de raadsleden horen we dat de raadsrapporteurs in gesprekken met de beleidsambtenaar en wethouder, aangeven hoe de raad ‘erin staat’, zodat dit al bij het vormgeven van het beleid kan worden meegenomen. Uit het interview met de beleidsadviseurs van de RSD blijkt verder dat de zienswijzen van de verschillende gemeenten inhoudelijk doorgaans overeenkomsten vertonen, wel zijn er soms verschillen in het tempo waarin de verschillende gemeenten vinden dat veranderingen moet plaatsvinden of in inhoudelijke accenten. Als verbeterpunt om sterker te kunnen sturen, geven drie van de vier raadsleden aan dat de raadsrapporteurs van de verschillende gemeenteraden (beter) met elkaar zouden moeten samenwerken. Door als gemeenteraden samen op te trekken (bijvoorbeeld door het formuleren van een gemeenschappelijke zienswijze vanuit alle gemeenten), zouden de raden meer invloed kunnen uitoefenen.
In de praktijk blijkt het echter moeizaam om dit contact en deze samenwerking te organiseren.
38 Bron: RDWI begroting 2022. 39 Bron: interview beleidsadviseurs RSD. 40 De overige twee raadsleden hebben hier geen uitspraken over gedaan.
24
2.7.
• De samenwerking met netwerkpartners bij schulddienstverlening is
Samenvatting: antwoorden op onderzoeksvragen en beoordeling van normen
verder ontwikkeld en de rolverdeling onderling is verhelderd, zodat we schulden eerder gezamenlijk opsporen en kunnen oplossen. (2021) • De keten van budgetbeheer is eind 2022 verbeterd; doel is: iedereen waarvan het budgetbeheer succesvol wordt beëindigd, wordt actief doorverwezen naar en opgepakt door lokale netwerkpartners voor coaching. (2022)
Met de informatie uit dit hoofdstuk geven we antwoord op onderzoeksvraag 1 t/m 5. 1.
Wat zijn de doelen van het schulddienstverleningsbeleid en wat willen de gemeenten bereiken met schulddienstverlening: wat is de bedoelde output en welke effecten (outcome) worden beoogd? De doelen vanuit het beleidsplan schulddienstverlening 2020-2023 waaraan we kunnen zien wat de gemeenten op lange termijn willen bereiken, zijn: • Toegang tot diverse vormen van schulddienstverlening voor alle inwoners met schulden. • Integrale dienstverlening, waarbij zowel voor de klant als voor de dienstverleners helder is wie welke rol heeft in de ondersteuning. • Dreigende schuldenproblematiek voorkomen, voor zover dat in onze (d.w.z. de RDWI) invloedssfeer ligt. • Het tijdig opsporen en aanpakken van (complexe) schuldenproblematiek, om op die manier vergroting van de problematiek te voorkomen. • Het voorkomen van terugval in schulden. • Reductie van de inzet van bewindvoering. Hiernaast zijn er jaarlijkse doelstellingen 41 waaraan we kunnen zien wat de gemeenten elk jaar willen bereiken: • De ‘innovatieve schulddienstverlening’ is in iedere gemeente ingevoerd. (2019) • De afspraken over vroegsignalering leiden tot het voorkómen van huisuitzettingen vanwege schulden. (2020)
2.
Is het beleid doelgroep- of regelingengericht? Het beleid is op hoofdlijnen regelingengericht; er is daarbij wél extra aandacht voor bepaalde doelgroepen, namelijk voor zelfstandig ondernemers, kinderen, jongeren en nieuwkomers.
3.
Welke controlerende rol is hierin weggelegd voor het college, de raad en de raadsrapporteurs? De gemeenteraden worden voldoende geïnformeerd over de voortgang van uitvoering, maar niet over de resultaten van de schulddienstverlening. De gemeenteraden worden middels de voorjaarsnota’s, najaarsnota’s en jaarstukken op de hoogte gehouden van kengetallen en de voortgang op de jaarlijkse doelstellingen. Bij dit laatste gaat het om één doelstelling per jaar. Bij de terugkoppeling staat vooral informatie over de inspanningen en weinig over het behaalde resultaat. Ook de kengetallen geven zeer beperkt informatie over de resultaten van de schulddienstverlening. Er vindt in de beleidsstukken verder geen tussentijdse terugkoppeling plaats vanuit de RDWI op basis van de doelen vanuit het beleidsplan schulddienstverlening. De beleidsambtenaren worden goed op de hoogte gehouden, zij ontvangen elk kwartaal een uitgebreidere set van managementinformatie over de schulddienstverlening in hun gemeente. Schulddienstverlening is in de financiële verantwoording van de RDWI niet als apart onderdeel opgenomen, maar valt binnen het algemene
41 Bronnen: RDWI begrotingen; RDWI jaarstukken.
25
4.
programmadeel ‘Apparaatskosten RSD’. Hierdoor is niet inzichtelijk wat de kosten zijn voor specifiek de schulddienstverlening. Binnen de gemeenteraden is de voortgang van de uitvoering van schulddienstverlening en de mate waarin doelstellingen worden behaald, geen onderwerp waar veel aandacht aan wordt besteed.
Welke kaders geven de gemeenten mee aan de RSD (binnen de afspraken van een gemeenschappelijke regeling)? Eens in de vier jaar maken de gemeenteraden van de vijf gemeenten in het werkgebied van de RDWI, afspraken over de uitvoering van de aan de RDWI overgedragen taken en verantwoordelijkheden, de zogenaamde strategische kaders. In de strategische kaders 2020-2023 (over de Participatiewet en aanpalende regelingen en beleid) is de volgende doelstelling opgenomen die betrekking op de schulddienstverlening: • We verbeteren de signalering en benaderen inwoners met schulden proactief.
5.
In welke mate wordt gebruik gemaakt van de sturingsbevoegdheden van de afzonderlijke gemeenten, en op welke wijze is de budgettaire sturing richting de RSD georganiseerd? Zijn er daarbij verschillen en overeenkomsten tussen de gemeenten? De gemeenten hebben jaarlijks de mogelijkheid om via een zienswijzeprocedure hun zienswijze te geven op de kadernota en de begroting die de RDWI opstelt. De colleges van de gemeenten leggen ieder afzonderlijk een concept zienswijze voor aan hun gemeenteraad. De gemeenteraad kan input of commentaar leveren op deze zienswijze. De zienswijzen leidden de afgelopen jaren niet tot aanpassingen van de kadernota en begroting wanneer het gaat om de schulddienstverlening. Voor een deel kan dit komen doordat de beleidsambtenaren, raadsrapporteurs en de wethouder die in het bestuur zit van de RDWI,
regelmatig overleggen, waarbij de input van de raad al vooraf wordt meegenomen bij het maken van het beleid. Er zijn doorgaans geen grote inhoudelijke verschillen tussen de zienswijzen van de verschillende gemeenten, wel verschilt soms het tempo waarin de verschillende gemeenten vinden dat veranderingen moeten plaatsvinden en zijn er verschillen in inhoudelijke accenten. De gemeenteraden hebben verder een reactieve rol wanneer het gaat om schulddienstverlening. De gemeenteraden komen doorgaans pas in actie, of reageren, wanneer zij gevraagd worden naar beleidsstukken te kijken. De meeste aandacht gaat daarbij uit naar zaken die te maken hebben met financiën. Dit kan onder meer komen doordat, wanneer gemeenteraden besluiten moeten nemen, deze besluiten vaak betrekking hebben op financiën. De budgettaire sturing richting de RSD voor de schulddienstverlening is op de volgende wijze georganiseerd: de RDWI heeft een systematiek vastgesteld om, op basis van bandbreedtes van het aantal klanten van schulddienstverlening de omvang van de formatie vast te stellen. Hiernaast is er een vaste verdeelsleutel afgesproken, waarmee de bijdrage van de afzonderlijke gemeenten aan de apparaatskosten is bepaald (de kosten voor schulddienstverlening vallen onder de apparaatskosten).
We geven nu de bij dit hoofdstuk passende normen uit het normenkader weer en laten zien in hoeverre er aan elke norm wordt voldaan.
26
Norm: De doelen van de schulddienstverlening zijn concreet/SMART42 geformuleerd Er wordt niet/nauwelijks aan deze norm voldaan.
Norm: De gemeenteraden zijn door de colleges voldoende geïnformeerd over de voortgang van uitvoering en resultaten van het schulddienstverleningsbeleid Er wordt gedeeltelijk aan deze norm voldaan.
De doelen in het beleidsplan schulddienstverlening zijn niet concreet/ SMART geformuleerd. De doelen zijn niet specifiek, niet meetbaar en tijdsgebonden en dit geldt ook voor een deel van de bij de doelen genoemde activiteiten. De jaarlijkse doelstellingen in de begrotingen zijn ten dele concreet/ SMART geformuleerd; dit loopt sterk uiteen tussen de verschillende doelstellingen. Norm: De doelen zijn geoperationaliseerd in bruikbare, meetbare indicatoren Er wordt niet/nauwelijks aan deze norm voldaan. De doelen in het beleidsplan schulddienstverlening zijn niet geoperationaliseerd in bruikbare, meetbare indicatoren. Er worden bij de doelen enkel activiteiten benoemd die de RSD gaat uitvoeren om de doelen te behalen. De jaarlijkse doelstellingen in de beleidsstukken van de RDWI zijn deels geoperationaliseerd in bruikbare, meetbare indicatoren. Aan de doelstelling van 2020 is een concrete buikbare en meetbare indicator gekoppeld, dit geldt niet voor de doelstellingen van 2019, 2021 en 2022.
De gemeenteraden worden middels de voorjaarsnota’s, najaarsnota’s en jaarstukken op de hoogte gehouden op basis van de kengetallen en de voortgang op de jaarlijkse doelstellingen vanuit de begrotingen. Het gaat bij de jaarlijkse doelstellingen echter om maar één enkele doelstelling per jaar, waarbij veelal informatie wordt teruggekoppeld over de inspanningen, maar niet over het behaalde resultaat. Ook de kengetallen geven maar beperkte informatie over de resultaten van de schulddienstverlening; hierbij worden vanaf 2020 alleen cijfers gegeven over het aantal lopende zaken en de nieuwe instroom in de schulddienstverlening. Er vindt verder geen tussentijdse terugkoppeling plaats in de beleidsstukken op basis van de doelen vanuit het beleidsplan schulddienstverlening. De vier geïnterviewde raadsleden zijn echter over het algemeen tevreden met de informatievoorziening en de hierboven genoemde lacunes hierin lijken over het algemeen niet de aandacht van de raadsleden te hebben. Slechts één raadslid benoemt als aandachtpunt dat de raad de juiste indicatoren nodig heeft om de effecten van het beleid beter te kunnen monitoren en om zo de controlerende taak beter uit te kunnen voeren.
42 Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden.
27
Norm: De RSD geeft voldoende inzicht in de financiële stand van zaken richting de afzonderlijke gemeenten
Norm: De gemeenteraden zijn door de colleges betrokken bij kaderstelling van het beleid inzake schulddienstverlening
Er wordt gedeeltelijk aan deze norm voldaan.
Er wordt aan deze norm voldaan.
In algemene zin geeft de RSD voldoende inzicht in de financiële stand van zaken richting de afzonderlijke gemeenten. Schulddienstverlening is hierbij echter niet als apart onderdeel opgenomen, maar valt binnen het algemene programmadeel ‘Apparaatskosten RSD’.
De gemeenteraden worden betrokken bij kaderstelling van het beleid binnen het werkgebied van de RDWI. Het Algemeen Bestuur van de gemeenschappelijke regeling (RDWI) stelt elke vier jaar het schulddienstverleningsbeleid vast (beleidsplan schulddienstverlening). Eens in de vier jaar maken de gemeenteraden van de vijf gemeenten in het werkgebied van de RDWI, afspraken over de uitvoering van de van de aan de RDWI overgedragen taken en verantwoordelijkheden, de zogenaamde strategische kaders. Op basis hiervan geeft de RDWI het beleid verder invulling.
Hierdoor is niet direct inzichtelijk wat de kosten zijn voor specifiek de schulddienstverlening. Eén van de geïnterviewde beleidsambtenaren geeft expliciet aan dat deze informatie ontbreekt. In de begroting is verder te vinden wat de bijdragen vanuit de verschillende gemeenten zijn in de apparaatskosten. De kosten voor schulddienstverlening zijn wel af te leiden uit de begroting. RDWI heeft een systematiek vastgesteld om, op basis van bandbreedtes van het aantal klanten van schulddienstverlening, de omvang van de formatie vast te stellen. Hiernaast is er een vaste verdeelsleutel afgesproken, waarmee de bijdrage van de afzonderlijke gemeenten aan de apparaatskosten is bepaald.
Norm: Er wordt gebruik gemaakt van de sturingsbevoegdheden vanuit de afzonderlijke gemeenten Er wordt gedeeltelijk aan deze norm voldaan. Bij het opstellen van een nieuwe kadernota en begroting worden gemeenteraden in staat gesteld om op het concept zienwijzen in te dienen. De colleges van de gemeenten leggen ieder afzonderlijk een concept zienswijze voor aan hun gemeenteraad. De gemeenteraad kan input of commentaar leveren op de zienswijze. Hiernaast vinden regelmatig overleggen plaats met de beleidsambtenaar, raadsrapporteurs en de wethouder (deze wethouder is ook lid is van het Algemeen Bestuur van de RDWI). In deze overleggen is ook ruimte om aan te geven wat de gemeenteraden belangrijk vinden. De RDWI neemt dit mee bij het vormgeven van het beleid. In de praktijk stellen gemeenteraden zich reactief op. De gemeenteraden komen doorgaans pas in actie, of reageren, wanneer zij gevraagd worden naar beleidsstukken te kijken. De meeste aandacht gaat verder uit naar zaken die te maken hebben met financiën.
28
3
Uitvoering: effectiviteit en efficiëntie
In dit hoofdstuk beantwoorden we de volgende onderzoeksvragen: Hoe heeft de RSD de uitvoering van het schulddienstverleningsbeleid vormgegeven? 7. Hoe ervaren de vrijwilligersorganisaties de samenwerking en afstemming met de afdeling schulddienstverlening van de RSD? 8. Hoe ervaren klanten de schulddienstverlening? Voelen ze zich gehoord en sluit de aanpak aan bij hun problemen en wensen? 9. Wat zijn de doorlooptijden van een schulddienstverleningstraject (hoe lang duurt het voordat een inwoner uit de schulden is)? Is er een wachttijd voordat iemand aan het traject kan beginnen? 10. Hoeveel klanten vallen gedurende het traject uit (uitval)? Hoeveel klanten ronden het hele traject af en beginnen met een schone lei? Welke verklarende factoren zijn hiervoor aan te dragen? 11. In hoeverre is er iets te zeggen over de financiële situatie van inwoners ná schulddienstverlening? Is er zicht op recidivecijfers? In hoeverre wordt er nazorg geboden? 12. Welk budget heeft de RSD voor schulddienstverlening en wat zijn de kosten per bereikte inwoner? 13. In welke mate draagt de schulddienstverlening door de RSD bij aan het bereiken van de doelen van de gemeenten en het verminderen van problematische schulden?
We zetten eerst uiteen hoe de schulddienstverlening door de RSD is vormgegeven. Daarna gaan we in op de ervaringen van vrijwilligers, professionals en klanten met de schulddienstverlening. Vervolgens zoomen we in op enkele onderdelen van de uitvoering: doorlooptijden, uitval en (de periode na) afronding van het schuldregelingstraject. Ook geven we informatie over de omvang van de inzet vanuit schulddienstverlening en het budget. Afsluitend bekijken we in welke mate de doelen van het schulddienstverleningsbeleid worden/zijn behaald.
6.
3.1.
Vormgeving dienstverlening
De RSD (team schulddienstverlening) voert de schulddienstverlening uit in opdracht van de gemeenten Bunnik, De Bilt, Utrechtse Heuvelrug, Wijk bij Duurstede en Zeist. De RSD is aangesloten bij de Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet (NVVK), de branchevereniging voor schuldhulpverlening in Nederland. De dienstverlening staat open voor alle inwoners van de regio met schulden. 43 Waar nodig en mogelijk worden ketenpartners betrokken bij de uitvoering van schulddienstverlening. Het gaat hierbij om maatschappelijke organisaties, vrijwilligersorganisaties die inwoners ondersteunen op gebied van financiën en schulden (SchuldHulpMaatje, Humanitas en Over Rood) en de sociale teams of dorpsteams in de verschillende gemeenten. In de periode vóór 2019 werd er al samengewerkt en waren er samenwerkingsafspraken. De afgelopen jaren zijn de samenwerkingsafspraken met ketenpartners geactualiseerd en geformaliseerd. 44
43 Bron: beleidsplan schulddienstverlening. 44 Bronnen: beleidsplan schulddienstverlening; RDWI voorjaarsnota 2019.
29
In het kader van schulddienstverlening biedt de RSD een scala aan diensten aan. 45 Het gaat hierbij om alle producten die de NVVK aanbiedt. De RSD hanteert het onderstaande schema van de NVVK waarin het proces voor de klant is gevisualiseerd. Processchema NVVK (september 2021)46
45 Bronnen: beleidsplan schulddienstverlening; RSD presentatie schulddienstverlening september 2021. 46 Bron: Processchema NVVK: alle diensten van onze leden - NVVK
30
Hoe de ondersteuning er in de praktijk uitziet, verschilt per klant en is afhankelijk van de situatie. Soms beperkt het zich tot het geven van informatie of advies, of het doorverwijzen van de inwoner naar een (meer geschikte) voorziening/ dienstverlening van een ketenpartner. In andere gevallen wordt intensievere dienstverlening vanuit de RSD ingezet. Aanmelding en intake Wanneer een inwoner met financiële problemen zich meldt bij de RSD vindt er een intakegesprek plaats waarbij gekeken wordt naar passende ondersteuning. De intake dient plaats te vinden binnen vier weken na aanmelding. 47 Bij inwoners in crisissituaties, zoals (dreigende) afsluiting van gas, elektra en water of woningontruiming, zet de RSD zich direct in om (verdere) problemen te voorkómen. 48 Plan van aanpak Als het delen van informatie en het geven van advies voldoende is voor de inwoner dan eindigt de dienstverlening hiermee. In alle andere gevallen wordt na het intakegesprek een plan van aanpak opgesteld. De RSD dient binnen 8 weken na de intake dit plan van aanpak te hebben opgesteld. 49 In het plan van aanpak wordt de problematiek van de inwoner beschreven, staat de mogelijke oplossing voor de problematiek en de wijze waarop tot deze oplossing wordt gekomen. Het plan van aanpak wordt ondertekend door de inwoner, waarmee de inwoner het plan onderschrijft.
47 Dit is vastgelegd in de Wgs. (Bron: wetten.nl - Regeling - Wet gemeentelijke schuldhulpverlening BWBR0031331 (overheid.nl)) 48 Bronnen: RSD presentatie schulddienstverlening september 2021; website RSD (https://www.rsdkrh. nl/schulden) 49 Dit is vastgelegd in de Wgs. (Bron: wetten.nl - Regeling - Wet gemeentelijke schuldhulpverlening BWBR0031331 (overheid.nl))
Stabilisatie Stabilisatie kan nodig zijn om tot de oplossing van de problematiek te komen, maar is niet altijd nodig. Het doel van stabilisatie is het in evenwicht brengen en houden van inkomsten en uitgaven van de schuldenaar. Hierbij is van belang dat de inkomsten worden gemaximaliseerd, de uitgaven tot het minimum worden beperkt, er geen crisis is en de beslagvrije voet50 wordt gegarandeerd.51 Stabilisatie duurt in eerste instantie maximaal vier maanden52. Wanneer het nodig is, wordt deze termijn van vier maanden met vier maanden verlengd. Budgetbeheer is een instrument om tot stabilisatie te komen en kan ingezet worden indien dit noodzakelijk is. Schuldregeling Een mogelijke oplossing voor de problematiek is een schuldregeling. Bij een schuldregeling legt de RSD contact met de schuldeisers om de hoogte van de schulden op te vragen en om te vragen of zij de schuld niet meer willen verhogen. Vervolgens stuurt de RSD een schuldregelingsvoorstel op aan de schuldeisers, waarin de RSD aanbiedt dat de klant een bepaald percentage van de totale schuldenlast terugbetaalt. Schuldeisers kunnen hier vervolgens wel of niet mee akkoord gaan. Voordat de RSD de schuldregeling tot stand brengt tekent de inwoner de schuldregelingsovereenkomst.
Als lid van de NVVK hanteert de RSD de richtlijn om binnen 120 dagen na het tekenen van de overeenkomst door de klant duidelijkheid te hebben over of de schuldeisers wel of niet akkoord gaan me het voorstel53.
50 Als er beslag is gelegd op iemands inkomen, moet er een minimumbedrag overblijven om van te leven. Dit heet de beslagvrije voet. (Bron: Home | Uw beslagvrije voet) 51 Bronnen: module+stabilistatie_2020.pdf (nvvk.nl); interview coördinator schulddienstverlening. 52 Bron: interview coördinator schulddienstverlening. 53 Bron: Minnelijke schuldhulpverlening - NVVK .
31
Saneringskrediet of schuldbemiddeling
Nazorg
Er zijn twee mogelijkheden bij een schuldregeling. Bij een saneringskrediet worden de schulden bij de schuldeisers afgekocht met behulp van een kredietverstrekking door de Kredietbank Nederland (de gemeente staat borg). De klant betaalt het geleende bedrag binnen drie jaar na het tekenen van de schuldregelingsovereenkomst terug aan de kredietbank. Indien mogelijk kiest de RSD voor een saneringskrediet.54 Als een saneringskrediet niet mogelijk is, dan is de andere optie de schuldbemiddeling. De inwoners draagt maandelijks de afloscapaciteit af aan schulddienstverlening. Ieder jaar wordt de gespaarde afloscapaciteit doorbetaald aan de schuldeisers. Na drie jaar hebben de schuldeisers een deel van de schuld betaald gekregen overeenkomstig het prognosevoorstel en boeken zij de rest van de vordering af55 .
Er wordt nazorg verleend om terugval in schulden te voorkomen na afloop van een de dienstverlening. De betrokken consulenten schulddienstverlening nemen na een half jaar telefonisch contact op. De medewerkers van schulddienstverlening vragen dan hoe het gaat met de klant en bieden zo opening voor hulp, indien nodig.57
Wsnp Als de schuldeisers niet akkoord gaan met het schuldregelingsvoorstel, dan kan de RSD, namens de inwoner, een verzoek doen aan de rechtbank om de schuldeiser te verplichten mee te werken aan een minnelijke schuldregeling (dwangakkoord) en/of toe te laten tot de tot de Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp). Gaat de rechter akkoord met het verzoek dwangakkoord dan worden de schulden van de inwoner opgelost via een minnelijk traject. Als de rechter de inwoner toelaat tot de Wsnp dan krijgt de inwoner een Wsnpbewindvoerder en worden de schuldeisers via het wettelijke traject verplicht mee te werken56.
Budgetbeheer De RSD biedt ook budgetbeheer aan. Budgetbeheer is een instrument dat wordt ingezet om de inwoner rust te geven en/of om de financiële situatie te stabiliseren. Bij budgetbeheer regelt de budgetbeheerder de betaling van vaste lasten, zodat (nieuwe) schulden gemakkelijker kunnen worden voorkómen (preventie)58. Ondersteuning aan (ex-)ondernemers De RSD biedt specifieke dienstverlening voor (ex-)ondernemers met schulden. Ondernemers worden geholpen bij eventuele achterstanden in de boekhouding, de schuldpositie wordt bepaald en er wordt gekeken of de onderneming winstgevend is. Hierin is samenwerking met de afdeling Bbz59. Bij ondernemers kunnen door middel van een (Bbz-)krediet de schulden worden gesaneerd. Als een krediet niet tot de mogelijkheid behoort dan kan er via een spaarsanering een regeling tot stand gebracht worden. Als een onderneming niet levensvatbaar is dan zal bedrijfsbeëindiging worden geadviseerd en kan er een oplossing voor de schulden gevonden worden via een schuldregeling voor particulieren60.
54 Er wordt niet gekozen voor een saneringskrediet wanneer er onvoldoende zekerheid is dat de klant het krediet in 3 jaar kan terugbetalen en/of wanneer het te verwachten is dat klant in de komende 3 jaar meer inkomen zal krijgen zodat schuldeisers meer geld zullen ontvangen. (Bron: RSD presentatie schulddienstverlening september 2021).
57 Bron: interview coördinator schulddienstverlening.
55 Bronnen: interview coördinator schulddienstverlening; RSD presentatie schulddienstverlening september 2021; Minnelijke schuldhulpverlening - NVVK.
58 Bronnen: RSD presentatie schulddienstverlening september 2021; RSD flyer Budgetbeheer; coördinator schulddienstverlening.
56 Bronnen: RSD presentatie schulddienstverlening september 2021; RSD flyer Minnelijke schuldregeling; interview coördinator schulddienstverlening.
59 Bbz staat voor Besluit Bijstandsverlening zelfstandigen. 60 Bron: RSD presentatie schulddienstverlening september 2021 en coördinator schulddienstverlening.
32
3.2.
Ervaringen met de uitvoering van de schulddienst verlening
In deze paragraaf gaan we allereerst in op de ervaringen van de medewerkers van de RSD, de ambtenaren, wethouders en coördinatoren van de vrijwilligersorganisaties met de uitvoering van de schulddienstverlening. Hierna gaan we in op de ervaringen van klanten. Volgens de geïnterviewde medewerkers van de RSD verloopt de uitvoering goed. De medewerkers noemen hierbij de volgende zaken: z
z z z
z
z
z z
de aanmelding is laagdrempelig (klanten hoeven vooraf niet allerlei formulieren in te vullen), de RSD biedt alle producten/diensten die de NVVK aanbiedt, de RSD biedt zelf dienstverlening voor ondernemers aan, indien mogelijk biedt de RSD een saneringskrediet aan in plaats van een schuldbemiddeling omdat dit prettiger is voor de klant en de schuldeiser(s), het lukt de medewerkers meestal goed om ervoor te zorgen dat mensen met schulden actie gaan ondernemen om aan de oplossing voor hun schulden te werken, de RSD heeft veel contact en korte lijnen met andere stakeholders (zoals verhuurders en de sociale teams), de RSD bereikt veel mensen middels de vroegsignalering, de afdeling schulddienstverlening heeft medewerkers met veel kennis en binnen de RSD denken medewerkers goed met elkaar mee.
Verder is er een klachtenregeling. Volgens de coördinator van schulddienstverlening kregen zij in 2021 één klacht, in 2020 drie klachten en in 2019 twee. Ook volgens de andere medewerkers zijn er bijna nooit klachten.61
61 Bron: interviews schulddienstverleners en coördinator schulddienstverlening.
De geïnterviewde beleidsambtenaren van de gemeenten en wethouders zijn tevens positief over de uitvoering van de schulddienstverlening. Als reden hiervoor wordt veelal genoemd dat de schulddienstverlening zich inspant om bereikbaar en beschikbaar te zijn, door de vroegsignalering en de campagne om bekendheid te geven aan de schulddienstverlening. Hiernaast wordt vaker genoemd dat de afdeling schulddienstverlening proactief reageert op knelpunten of veranderende situaties voor inwoners. De geïnterviewde beleidsambtenaren en wethouders noemen nauwelijks verbeterpunten voor de uitvoering van de schulddienstverlening. Eén wethouder noemt als aandachtpunten dat de informatievoorziening naar de klanten toe nog meer in begrijpelijke taal zou kunnen, jongeren nog beter bereikt zouden kunnen worden (bijvoorbeeld door gebruik te maken van apps die jongeren helpen met budgetbeheer) en dat het goed zou zijn om een geavanceerd klantvolgsysteem te hebben. Ook de coördinatoren van de vrijwilligersorganisaties (Humanitas, Over Rood en SchuldHulpMaatje) zijn over het algemeen positief over de uitvoering van schulddienstverlening van de RSD. Twee coördinatoren benoemen expliciet dat zij over de RSD nooit klachten krijgen en dat dit anders is bij andere schulddienstverleners.
Genoemd wordt verder dat de vrijwilligersorganisaties goed zijn betrokken bij de vroegsignalering, dat klanten goed worden begeleid bij budgetondersteuning en dat de RSD ook de schulddienstverlening voor ondernemers zelf uitvoert (en dit niet uitbesteedt aan commerciële partijen) waardoor de schulden van deze groep sneller worden opgelost. Wel benoemen verschillende coördinatoren dat er veel verloop is van personeel bij de RSD. Dit komt de ondersteuning aan de klanten niet ten goede. Verder zijn verschillende coördinatoren kritisch over de vroegsignalering (zie paragraaf 5.2). Een ander aandachtspunt is volgens verschillende coördinatoren het ontbreken van goede nazorg: er vindt niet standaard begeleiding plaats na afloop van een schuldregeling gericht op het omgaan met geld en voorkomen van nieuwe schulden. Vaak volgt het advies om naar een van de vrijwilligersorganisaties toe te gaan, maar dit is niet verplicht. Een coördinator zegt hierover: “Als ze dan in de schuldsanering zitten (met weinig leefgeld), dan zitten ze echt in een 33
andere wereld. En als ze dan weer ‘vrij’ zijn… Ik houd m’n hart vast. Ik denk dat de recidive hoog is. Want het oorspronkelijke gedrag en denken is dan niet veranderd. Je moet echt ook gedragsverandering stimuleren, naast schulden verminderen/ schuldsanering.” (In paragraaf 3.4 gaan we nader in op hoe het gaat na afloop van de schulddienstverlening). Kortom, de medewerkers van de RSD, de (beleids)ambtenaren en de wethouders zijn overwegend positief over de uitvoering van de schulddienstverlening. Ook de coördinatoren zijn over het algemeen positief. Zij zijn echter wel kritisch over het hoge verloop onder personeel, de vroegsignalering en het ontbreken van goede nazorg. De ervaringen van klanten We beantwoorden hieronder onderzoeksvraag 8: Hoe ervaren klanten de schulddienstverlening? Voelen ze zich gehoord en sluit de aanpak aan bij hun problemen en wensen? We hebben twaalf klanten62 geïnterviewd over hun ervaringen met de schulddienstverlening. Een ruime meerderheid is (erg) tevreden over de hulp en ondersteuning vanuit de afdeling schulddienstverlening. Een geïnterviewde klant zegt bijvoorbeeld: “Ik ben heel erg tevreden over de schulddienstverlening. Ik heb er alle respect voor dat ze me geholpen hebben. Ze stonden voor mij klaar toen ik ze nodig had. Dat was belangrijk voor mij. Anders had ik veel meer stress.
Ik ben echt goed geholpen, alle waardering.” Enkele geïnterviewden geven aan niet zo tevreden te zijn met de geboden hulp en ondersteuning. Twee klanten (waarvan één ex-ondernemer) vinden dat het lang duurt voordat zaken geregeld zijn. Eén van de twee klanten vertelt: “En wij zitten iedere keer van: “krijgen we vandaag een deurwaardersbrief of een deurwaarder voor de deur?” Elke dag
moesten we hiermee leven. We hadden het sneller gewild. En dat het in één keer geregeld zou worden, wat we moesten aflossen en wat we nodig hadden om verder te leven. Dat hadden wij verwacht. Maar het duurde te lang. We hadden gewoon verwacht dat het binnen drie maanden geregeld kon zijn. Niet dat dit meer dan een jaar duurde”. Een andere geïnterviewde klant vertelt dat het verschilde per contactpersoon hoe goed degene geholpen werd. De eerste contactpersonen raakten volgens de klant stukken kwijt en reageerden niet adequaat, terwijl een latere contactpersoon heel proactief en doortastend handelde. De geïnterviewde klanten zijn over het algemeen tevreden over het contact dat ze hebben met de medewerkers van de afdeling schulddienstverlening. Verder geven de geïnterviewde klanten aan dat de medewerkers van schulddienstverlening hen meenemen in de beslissingen die zij maken en dat ze dit waarderen. Wel merkt een klant op dat er veel verloop is van personeel en dat de overdracht naar een nieuwe contactpersoon niet altijd goed verloopt. Alle geïnterviewde klanten vinden dat de hulp of ondersteuning vanuit de RSD past bij hun problemen en wensen. Ook geeft het merendeel van de geïnterviewde klanten aan dat ze niets missen in de ondersteuning die zij (hebben) ontvangen vanuit schulddienstverlening. Enkele klanten benoemen wel zaken die zij gemist hebben.
Zij doen de volgende suggesties voor verbetering van de schulddienstverlening: z
z
z z
klanten frequenter op de hoogte houden van hoe het traject verloopt (bijvoorbeeld eens per maand een email, omdat het best lang onzeker kan zijn of de schuldeisers akkoord gaan met het schuldregelingsvoorstel), een cursus omgaan met geld en uitkomen met het leefgeld bij de start van de schulddienstverlening, intensievere begeleiding aan het begin van de schulddienstverlening, een nazorgtraject.
62 Feitelijk betreft dit ook een ex-klant, maar voor de leesbaarheid van het rapport noemen we de geïnterviewden ‘klanten’.
34
Kortom, over het algemeen zijn de klanten behoorlijk tevreden over de hulp of ondersteuning vanuit de afdeling schulddienstverlening. Ons valt op dat zij tevredener lijken te zijn, dan de indruk die we doorgaans krijgen van klanten bij andere onderzoeken naar schulddienstverlening. Twee geïnterviewden geven aan dat het lang duurt voordat zaken geregeld zijn. Wel benoemen enkele klanten zaken die zij gemist hebben in de dienstverlening. Hierbij gaat het met name over begeleiding bij het omgaan met geld tijdens en na afloop van de schulddienstverlening.
3.3.
De samenwerking tussen schulddienstverlening en de vrijwilligersorganisaties
We besteden in deze paragraaf specifiek aandacht aan de samenwerking tussen de schulddienstverlening en de vrijwilligersorganisaties die hulp bieden op het gebied van financiën en administratie: Humanitas, SchuldHulpMaatje en Over Rood. We bespreken allereerst hoe deze samenwerking eruit ziet. Daarna geven we antwoord op onderzoeksvraag 7: Hoe ervaren de vrijwilligersorganisaties de samenwerking en afstemming met de afdeling schulddienstverlening van de RSD? De afdeling schulddienstverlening werkt veel samen met de vrijwilligersorganisaties. Elke schuldhulpverlener van de RSD is gekoppeld aan een gemeente, en heeft dan ook (het meest) contact met de vrijwilligersorganisaties die in deze gemeente actief zijn. Bij de samenwerking gaat het om doorverwijzing van de vrijwilligersorganisaties naar schulddienstverlening, verwijzing door de RSD naar vrijwilligersorganisaties en het uitwisselen van informatie.63 De coördinator schulddienstverlening vertelt dat, wanneer een klant niet zelfredzaam genoeg is om de administratie op orde te brengen of om de benodigde 63 Bron: interview coördinator schulddienstverlening.
informatie aan te leveren, de RSD contact legt met een vrijwilligersorganisatie (na toestemming van de klant). De coördinator van de vrijwilligersorganisatie koppelt de klant vervolgens aan een vrijwilliger. Verder geeft de coördinator schulddienstverlening aan dat de vrijwilligersorganisaties echt van meerwaarde zijn: “Zij komen bij de klant thuis, nemen de klant bij de hand en zoeken samen dingen uit. Daarin zijn ze enorm van meerwaarde.” Ervaringen van de vrijwilligersorganisaties met de samenwerking Alle geïnterviewde coördinatoren van de vrijwilligersorganisaties geven aan dat zij over het algemeen tevreden zijn over de samenwerking met de afdeling schulddienstverlening van de RSD. Zij noemen uiteenlopende redenen voor de goede samenwerking met de RSD, onder meer: goed contact, goede afspraken, betrokken medewerkers, goede bereikbaarheid en veel kennis en expertise bij de RSD. Een coördinator van een van de vrijwilligersorganisaties zegt: “Gemiddeld genomen zijn we tevreden over de samenwerking met de RSD. We weten van elkaar wat we doen. En als we iets van elkaar nodig hebben, pakken we de telefoon.” Een andere coördinator vertelt: “Ik vind de samenwerking met de RSD heel prettig. Medewerkers zijn heel betrokken bij trajecten en zitten er goed bovenop. Ze nemen bijvoorbeeld contact op om te vragen hoe het met iemand gaat.
Want in de praktijk zie je, als je er niet constant bovenop zit, dan kan een traject verwateren. Ze zijn ook heel goed bereikbaar, ze reageren snel per mail. Ook qua kennis en expertise zit het volgens mij wel goed. Ik hoor geen klachten over de RSD.” Eén coördinator geeft tegelijk wel aan dat er grote verschillen zijn tussen de medewerkers, en dat is van invloed op hoe goed de samenwerking verloopt. Degene verwoordt dit als volgt: “Er zijn wel (grote) verschillen tussen de medewerkers (schulddienstverlening) in hoe ze werken. Sommige medewerkers klampen te letterlijk vast aan formele protocollen. Bijvoorbeeld wanneer een inwoner een formulier moet invullen, en een veld is leeg, dat iemand dan zegt: ‘Sorry, we nemen het niet in behandeling’. Terwijl, er zijn ook medewerkers zijn die juist echt meedenken en meewerken. Zij zijn heel flexibel en praktisch. Dus in die zin verschilt het ook per medewerker hoe (goed) de samenwerking verloopt.” 35
Ook de beide geïnterviewde vrijwilligers bevestigen het beeld dat er goed contact is tussen de afdeling schulddienstverlening van RSD en de vrijwilligersorganisaties. Ze geven aan dat deze samenwerking goed verloopt. Een vrijwilliger geeft nog aan dat het fijn zou zijn wanneer een medewerker van de RSD zou aansluiten bij de maandelijkse vergaderingen van SchuldHulpMaatje. Kortom, de samenwerking tussen de vrijwilligersorganisaties en de afdeling schulddienstverlening van de RSD verloopt over het algemeen goed. Wel merkt een coördinator van één van de vrijwilligersorganisaties op dat het per medewerker van schulddienstverlening verschilt in hoeverre zij gebruik maken van de discretionaire ruimte. Wanneer een medewerker deze ruimte niet benut, bemoeilijkt dit de samenwerking.
3.4.
Gegevens over de uitvoering op basis van registratiecijfers
In deze paragraaf gaan we in op onderdelen van de uitvoering op basis van de registratiecijfers, aangevuld met informatie vanuit de interviews. We kijken naar de doorlooptijden, het aantal mensen dat ondersteuning krijgt vanuit schulddienstverlening, uitval, het aantal klanten dat succesvol een schuldregeling afrondt en informatie over hoe het gaat na afronding van een schuldregelingstraject. Doorlooptijden Uit de informatie die de RSD aangeleverd heeft voor dit onderzoek en de NVVK jaarcijfers blijkt dat er de volgende doorlooptijden zijn voor de onderdelen aanmelding, intake en schuldregeling: z
Aanmelding: hiervan is de gemiddelde doorlooptijd ongeveer 20 dagen (inclusief ondernemers). De intake vindt dus gemiddeld 20 dagen na de aanmelding plaats. Dit valt dan ook gemiddeld binnen de wettelijke termijn
z
z
van 4 weken. Volgens de coördinator van schulddienstverlening wordt deze termijn in principe niet overschreden.64 Intake: hiervan is de gemiddelde doorlooptijd ongeveer 50 dagen (inclusief ondernemers). Dit betekent dat de RSD gemiddeld binnen 50 dagen na de intake een plan van aanpak voor de ondersteuning heeft opgesteld. Dit valt dus gemiddeld binnen de wettelijke termijn van 8 weken. Volgens de coördinator van schulddienstverlening wordt deze termijn in principe niet overschreden.65 Schuldregeling: hiervan is de gemiddelde doorlooptijd ongeveer 182 dagen (inclusief ondernemers)66. Dit betekent dat er gemiddeld 182 dagen zit tussen het moment dat de klant de schuldregelingsovereenkomst tekent (start schuldregelingstraject) en het moment dat het is gelukt om tot een schuldregeling te komen (akkoord schuldeisers). Dit is langer dan de richtlijn van de NVVK, die stelt dat binnen 120 dagen een schuldenregeling tot stand gebracht moet zijn.
Dat het in de praktijk langer duurt om tot een schuldregeling te komen, is een breder bekend en hardnekkig probleem in Nederland. Klanten hebben veelal meerdere schuldeisers die allemaal op hun eigen manier werken, waardoor de communicatie met alle schuldeisers om tot een minnelijke regeling te komen veel tijd in beslag neemt. Op basis van de door de RSD aangeleverde cijfers is het niet mogelijk uitspraken te doen over hoe lang het duurt voordat een inwoner gemiddeld uit de schulden is (onderzoeksvraag 9). Het gemiddeld aantal dagen dat inwoners aan de afdeling schulddienstverlening verbonden zijn, is wel bekend (dit is inclusief inwoners die het traject 64 Bron: interview coördinator schulddienstverlening. 65 Bron: interview coördinator schulddienstverlening. 66 Bron: NVVK jaarcijfers 2021.
36
beëindigen terwijl ze nog schulden hebben). Van de trajecten die in 2019 zijn beëindigd was dit 376 dagen, van de trajecten die in 2020 zijn beëindigdwas dit 364 dagen en van de trajecten die in 2021 zijn beëindigd was dit 404 dagen67. Aantal mensen dat ondersteuning krijgt vanuit schulddienstverlening Het aantal klanten dat op een bepaald moment ondersteuning krijgt van de RSD is te vinden in tabel 1. Hierin is te zien dat op het peilmoment in december 2019 616 klanten ondersteuning kregen, op het peilmoment in december 2020 kregen 511 klanten ondersteuning en op het peilmoment in december 2021 waren dit er 540. Tabel 1: Aantal klanten dat op een bepaald moment ondersteuning krijgt van de RSD (team schulddienstverlening)68
Realisatie Aantal lopende zaken schulddienstverlening
Dec Maart 2019 2020 616
603
Juli 2020 515
Dec Maart 2020 2021 511
499
Juli 2021
Dec 2021
491
540
In de cijfers zien we dat de RSD in de periode maart 2020 – juli 2021 het aantal lopende trajecten schulddienstverlening is gedaald van 603 naar 491.69 Een mogelijke reden voor de daling in het aantal lopende trajecten is volgens de RSD dat ketenpartners van de RSD als gevolg van coronamaatregelen minder goed toegankelijk waren voor inwoners en dat het aantal doorverwijzingen en nieuwe aanmeldingen bij schulddienstverlening zodoende achterbleef. Daarnaast is volgens de RSD de coronacrisis waarschijnlijk van invloed op
67 Bron: Voor dit onderzoek aangeleverde informatie vanuit de RSD.
het geringere aantal inwoners dat een beroep doet op schulddienstverlening.70 Ook van een coördinator van één van de vrijwilligersorganisaties horen we dat door het coronavirus en de maatregelen veel vormen van ondersteuning minder toegankelijk waren, zo waren de inloopcafés een tijdje dicht en waren de loketten voor sociale raadslieden lang dicht. Sinds augustus 2021 valt weer een toename te zien in het aantal lopende zaken schuldhulpverlening. Dit zijn er dan 537 volgens de RSD in de “going concern rapportage” van het derde kwartaal van 2021. De RSD geeft hierbij aan dat dit deels wordt verklaard door de effecten van vroegsignalering, waarbij signalen in enkele gevallen leiden tot nieuwe aanmeldingen. Ook stelt de RSD dat ketenpartners na versoepelingen van de coronamaatregelen (zomer 2021) meer met inwoners op locatie spreken, met meer doorverwijzingen als gevolg.71 Uitval en succesvolle afronding van het traject We gaan nu in op onderzoekvraag 10: Hoeveel klanten vallen gedurende het traject uit (uitval)? Hoeveel klanten ronden het hele traject af en beginnen met een schone lei? Welke verklarende factoren zijn hiervoor aan te dragen? Deze onderzoeksvraag valt op basis van de informatie van de RSD niet te beantwoorden. Een traject bestaat uit verschillende onderdelen (modules, zie schema van de NVVK in paragraaf 3.1).
Al die verschillende onderdelen worden in het systeem van de RSD afgesloten en vervolgens wordt er (eventueel) weer een nieuw onderdeel geopend. De verschillende onderdelen hebben dus ook allemaal uitstroomredenen en in elke onderdeel kunnen mensen uitvallen. We hebben een overzicht gekregen van de uitstroomredenen van het onderdeel waarin er naar een oplossing voor de schulden wordt gewerkt (na de aanmelding, intake en stabilisatie). Kortom deze gegevens gaan over de groep klanten waarvan de situatie stabiel genoeg was en de RSD een schuldentraject
68 Bron: RDWI jaarstukken 2019, 2020 en 2021. 69 Bronnen: RDWI jaarstukken 2020; RDWI najaarsnota 2021.
70 Bron: RDWI going concern rapportage Q1 2021. 71 Bron: RDWI going concern rapportage Q3 2021.
37
is gestart. In 2021 zijn van deze groep 145 klanten uitgestroomd, waarvan 50 naar sanering72, 46 naar bemiddeling73, bij 21 is een Wsnp verklaring afgegeven en 5 naar integrale betaling74. Ofwel voor 84% van deze klanten is een oplossing voor de schulden gevonden in de vorm van een sanering, bemiddeling of integrale betaling, of is een Wsnp verklaring afgegeven. (Of de klanten voor wie een Wsnp verklaring is afgegeven, uiteindelijk ook allemaal schuldenvrij zijn is niet bekend75. En of alle klanten die naar sanering uitstromen, uiteindelijk het krediet helemaal aflossen, is ook niet bekend76). Bij 7% (10 klanten) was er onvoldoende medewerking en bij 9% was er een andere reden waardoor er geen schuldregeling tot stand gebracht kon worden of nodig was (9 klanten hebben zelf een oplossing gevonden, 3 klanten moeten eerst zelf aan de slag en kunnen daarna terugkomen en 1 inwoner is overleden). De coördinator van de RSD vertelt over de uitval: “Het blijft een gegeven dat mensen uitvallen. We blijven lang meelopen, maar indien iemand niet gemotiveerd is moet je soms ook afsluiten, omdat mensen later terugkomen en dan wel gemotiveerd zijn.
Er zijn ook mensen die tussendoor niets meer laten horen, dan proberen we ze te bereiken, indien dit niet lukt, dan sluiten we af.” Na afloop van de schulddienstverlening We beantwoorden onderzoeksvraag 11: In hoeverre is er iets te zeggen over de financiële situatie vaninwoners ná schulddienstverlening? Is er zicht op recidive cijfers? In hoeverre wordt er nazorg geboden?
72 De schulden zijn afgekocht door een saneringskrediet.
De RSD registreert logischerwijs niet hoe de financiële situatie is van inwoners ná afloop van de schulddienstverlening. Wel is er zicht op de recidive cijfers. In de NVVK jaarcijfers over 2021 staat dat zeven huishoudens (van de in totaal 451) in 2021 een aanvraag voor een schuldhulpverlening indienden die eerder (binnen een periode van vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag) een minnelijk of wettelijk traject hebben doorlopen.77 Op basis hiervan lijkt het aantal gevallen van recidive (het aantal huishouders dat binnen vijf jaar na een minnelijk of wettelijk traject opnieuw een aanvraag voor schuldhulpverlening indient) dus beperkt te zijn (ca. 1,4%)78. We horen van de medewerkers van de RSD dat in de praktijk op de volgende manier nazorg wordt verleend om terugval in schulden te voorkomen na afloop van een schuldregelingstraject: de betrokken consulenten schulddienstverlening nemen na een half jaar telefonisch contact op en vragen hoe het met de klant gaat. Zij bieden zo opening voor hulp indien nodig.79 Een consulent schulddienstverlening zegt hierover: “Ik bel na een half jaar altijd de klant om te horen hoe het gaat. Indien ze ergens tegenaanlopen, dan geef ik ze opening om nog samen ergens naar te kijken.
Als alles afloopt, zeg ik altijd tegen de klant: “Sla mijn nummer op, wacht niet te lang en weet dat je altijd kan bellen”, dat gebeurt soms echt nog wel.” Volgens de coördinator schulddienstverlening weten (ex)klanten dat zij opnieuw een beroep op schulddienstverlening kunnen doen, wanneer er nog vragen zijn of opnieuw problemen ontstaan. Over de afsluiting van budgetbeheer zegt de coördinator schulddienstverlening het volgende: “Pas als wij denken dat een inwoner weer zelfstandig de financiën kan regelen, beëindigen wij budgetbeheer. Als budgetbeheer wordt geboden voor en tijdens een schuldregeling, dan loopt het budgetbeheer ook door totdat
73 De schulden zijn gesaneerd door middel van schuldbemiddeling. 74 100% betaling van de schulden. 75 Bij een Wsnp verklaring is niet zeker of de klant ook wordt toegelaten tot de Wsnp. En als de klant wordt toegelaten is niet gegarandeerd dat de klant het traject succesvol doorloopt. 76 Schuldeisers hebben bij het verdelen van het krediet finale kwijting verleend. Gemeenten staan garant.
77 In de NVVK jaarcijfers voor 2019 en 2020 ontbreekt deze informatie. 78 Let wel, mogelijk melden mensen die eerder een minnelijk of wettelijk traject hebben doorlopen, zich pas na deze periode van vijf jaar wanneer zij op nieuw schulden hebben. 79 Bron: interviews coördinator schulddienstverlening en consulenten schulddienstverlening.
38
de schuldregeling wordt beëindigd. Daarna wordt het budgetbeheer afgebouwd in overleg met de inwoner waarbij wij de inwoner ondersteunen. Denken wij dat afbouw van budgetbeheer niet wenselijk is dan zullen wij de inwoner stimuleren om onder bewind te gaan. Tenzij hiervoor bijzondere bijstand wordt verleend, dan kiezen we ervoor om het budgetbeheer door te laten lopen omdat dit voor de RSD (en dus voor de gemeente) een goedkopere optie is”. Verder vertelt een van de schulddienstverleners ook dat bij mensen die budgetbeer hebben, dit na een bemiddelingsregeling, geleidelijk wordt afgebouwd: “Eerst bijvoorbeeld laten we mensen de ziektekostenverzekering zelf doen, daarna de huur, etc. Als dat allemaal lukt wordt het traject helemaal gesloten.” Voor verdere begeleiding in het omgaan met geld en voorkomen van nieuwe schulden worden mensen vrijblijvend geadviseerd om naar een van de vrijwilligersorganisaties te gaan, aldus een coördinator van een vrijwilligersorganisatie.
3.5.
Omvang van de inzet en budget
In deze paragraaf beantwoorden we onderzoeksvraag 12: Welk budget heeft de RSD voor schulddienstverlening en wat zijn de kosten per bereikte inwoner? De kosten voor de uitvoering van schulddienstverlening (in de begrotingen en jaarstukken) vallen binnen het algemene programmaonderdeel ‘Apparaatskosten RSD’ (zie ook paragaaf 2.5). Hierdoor is niet direct inzichtelijk wat het budget is voor de schulddienstverlening. Wel heeft de RSD een systematiek vastgesteld om, op basis van bandbreedtes in het volume van het klantenbestand, de omvang van de toegestane formatie van de afdeling schulddienstverlening van de RSD vast te stellen. Voor de jaren 2019 en 2020 valt het aantal trajecten ongeveer binnen de bandbreedte van 495 tot 605 trajecten schulddienstverlening, de toegestane formatie is hierbij vastgesteld op 19,2
fte.80, 81 In de RDWI najaarsnota 2021 staat dat er rekening werd gehouden met 450 trajecten schulddienstverlening, en dat de formatie hiermee op 18,7 fte werd vastgesteld.82 Welke bedragen aan deze aantallen fte’s zijn gekoppeld is, wordt niet vermeld in de stukken van de RDWI. De financiële afdeling van de RDWI heeft ons echter op aanvraag de onderstaande informatie gestuurd, zodat inzichtelijk wordt welk budget de RSD (maximaal) heeft voor de schulddienstverlening. De bedragen voor schulddienstverlening zijn weergegeven in de tabel hieronder. Tabel 2: RSD formatie en kosten schulddienstverlening
Jaar
Formatie
Bijdrage directe formatie
Bijdrage inclusief overhead
2019
19,2 fte
€ 1.301.000,-
€ 1.691.300,-
2020
19,2 fte
€ 1.340.000,-
€ 1.740.700,-
2021
18,7 fte
€ 1.413.000,-
€ 1.812.200,-
De vraag ’wat zijn de kosten per bereikte inwoner?’ laat zich niet goed beantwoorden op basis van de informatie die beschikbaar is. Gezien de grote variëteit aan trajecten en doordat de dienstverlening meer inhoudt dan het ondersteunen van klanten (denk aan activiteiten op het gebied van preventie) is het niet mogelijk om een betekenisvol antwoord te geven op deze vraag.
80 Bron: RDWI begroting 2021. 81 In de beleidsstukken van de RDWI wordt geen toelichting gegeven van de term ‘toegestane formatie’. Het lijkt te gaan om uitgangspunten van hoe groot de formatie maximaal zou mogen zijn, gegeven het aantal klanten dat ondersteuning krijgt. De daadwerkelijke formatie zou dus kleiner kunnen zijn. 82 Hoewel het daadwerkelijk aantal klanten in 2021 hoger is, namelijk 540, wordt hier in de jaarstukken niets over gezegd in relatie tot de maximaal toegestane formatie.
39
3.6.
Mate waarin de gestelde beleidsdoelen worden bereikt
In deze laatste paragraaf van hoofdstuk drie beantwoorden we onderzoeksvraag 13: In welke mate draagt de schulddienstverlening door de RSD bij aan het bereiken van de doelen van de gemeenten en het verminderen van problematische schulden? Volgens alle geïnterviewde professionals draagt de schulddienstverlening bij aan de doelen van de gemeenten en het verminderen van problematische schulden. Het is echter lastig om precies te bepalen in welke mate dit het geval is. Om antwoord te geven op onderzoeksvraag 13, hebben we de doelen vanuit het beleidsplan schulddienstverlening 2020-2023 en de jaarlijkse doelstellingen/speerpunten uit de begrotingen van 2019, 2020 en 2021 hieronder op een rij gezet. Per doel geven we, voor zover mogelijk, aan welke inspanningen er zijn geleverd en in hoeverre het betreffende doel is behaald. De doelen en hierbij genoemde activiteiten vanuit het beleidsplan schulddienstverlening (zie paragraaf 2.2) en de terugkoppeling vanuit de jaarstukken over de jaarlijkse doelstellingen/speerpunten vormen hierbij het uitgangspunt Doel 1. Toegang tot diverse vormen van schulddienstverlening voor alle inwoners met schulden. Dit doel is bereikt.
De RSD biedt alle inwoners die zijn ingeschreven én wonen in het werkgebied van de RSD van 18+ (waaronder ook (ex-)ondernemers) toegang tot schulddienstverlening.83 In het kader van de schulddienstverlening biedt de RSD een scala aan diensten aan.84 Het gaat hierbij om alle producten die de NVVK aanbiedt. De RSD is in november 2021 gestart met de campagne (“Hoe hoog
zijn jouw schulden?”) (zie ook paragraaf 4.2) en werkt zo aan het verbeteren van de vindbaarheid en bekendheid van de schulddienstverlening. Verder is de beleidsregel geactualiseerd (het dagelijks bestuur van de RDWI heeft in 2021 de beleidsregels opnieuw vastgesteld85) en de RDWI heeft in 2021/2022 een klanttevredenheidsonderzoek schulddienstverlening laten uitvoeren.86 Doel 2. Integrale dienstverlening, waarbij zowel voor de klant als voor de dienstverleners helder is wie welke rol heeft in de ondersteuning. Op basis van de beschikbare gegevens is niet te bepalen of dit doel is bereikt. In de afgelopen jaren heeft de RSD gewerkt aan het actualiseren en formaliseren van eerder in praktijk gemaakte samenwerkingsafspraken met ketenpartners, om optimaal gebruik te maken van elkaars expertise.87 In hoeverre er daadwerkelijk sprake is van (voor de inwoner herkenbare) integrale dienstverlening, kunnen we op basis van de informatie voor dit onderzoek niet met voldoende zekerheid vaststellen. Doel 3. Dreigende schuldenproblematiek voorkomen, voor zover dat in onze invloedssfeer ligt. Dit doel is niet/nauwelijks bereikt. De afdeling schulddienstverlening is niet erg actief op het gebied van de preventie van schulden. Meer gedetailleerde informatie over preventie is te vinden in hoofdstuk 5 van dit rapport.
(Mochten de bij dit doel beschreven inspanningen allemaal wel worden uitgevoerd (zie paragraaf 2.2), dan is op basis van de beschikbare gegevens niet te bepalen of het doel ook is bereikt).
83 Bron: RSD presentatie schulddienstverlening september 2021.
85 Bron: beleidsregel toelating tot de schulddienstverlening.
84 Bronnen: beleidsplan schulddienstverlening; RSD presentatie schulddienstverlening september 2021.
86 Bron: interview coördinator schulddienstverlening. 87 Bron: RDWI voorjaarsnota 2019.
40
Doel 4. Het tijdig opsporen en aanpakken van (complexe) schuldenproblematiek, om op die manier vergroting van de problematiek te voorkomen. Dit doel is gedeeltelijk bereikt: er zijn inspanningen gepleegd en het is aannemelijk dat hiermee ook tenminste een deel van de doelstelling is behaald. Er zijn samenwerkingsafspraken gemaakt en convenanten gesloten met ketenpartners, waarbij de rol- en taakverdeling is beschreven bij het opvolgen van signalen van financiële problemen bij inwoners (vroegsignalering: ‘Vroeg in Actie’). Sinds januari 2021 ontvangt de RSD maandelijks signalen van woningbouwcorporaties, zorgverzekeraars, energie- en wateraanbieders over inwoners met een betalingsachterstand. De RSD heeft hiervoor gewerkt aan een systeem voor het registreren en opvolgen van signalen.88 Ook heeft de RSD geïnvesteerd in de samenwerking met de sociale teams in het kader van vroegsignalering.89 Medio 2021 ontving de RSD circa 400 meldingen per maand.90 Wel bleek dat nog niet alle instanties die verplicht zijn schulden te melden, dit ook daadwerkelijk deden. De RSD heeft hierop actie ondernomen, onder meer door het mailen van deze instanties.91 In totaal zijn er 71 nieuwe aanmeldingen bij schulddienstverlening dankzij de vroegsignalering (vanaf 2021 tot 11 april 2022).92 Meer gedetailleerde informatie over vroegsignalering is te vinden in hoofdstuk 5 van dit rapport. Doel 5.