Bijlage 1 Jaarstukken gemeente Renswoude 2025
Tekst van het document
8.4 Overige algemene dekkingsmiddelen (lasten - € 4.839, baten + € 51.270) De baten binnen deze categorie vallen hoger uit dan begroot. Dit wordt onder andere veroorzaakt door de vrijval van meerdere transitorische posten. Deze middelen waren eerder gereserveerd voor verwachte kosten die uiteindelijk niet zijn gerealiseerd. De lasten wijken beperkt af van de begroting. 8.5 Overhead (lasten - € 244.588, baten + € 10.633) De lasten voor overhead vallen hoger uit dan begroot. Dit wordt onder andere veroorzaakt door mutaties in de pensioenvoorziening voor het college, waarvoor geen raming was opgenomen. Het pensioenstelsel voor wethouders is gewijzigd, waardoor de dotatie aan de voorziening dit jaar extra hoog was. De dotatie bedroeg € 138.000 op basis van de reguliere opbouw, aangevuld met een extra dotatie van € 57.000 als gevolg van de stelselwijziging. Daarnaast is in overeenstemming met de accountant een voorziening getroffen voor verlofstuwmeren van € 57.000, die eveneens niet was geraamd. De baten vallen hoger uit dan begroot. Dit hangt samen met ontvangen vergoedingen, onder andere van het UWV, en inkomsten uit tijdelijke inzet van personeel bij een andere gemeente. 8.6 Vennootschapsbelasting (lasten - € 63.687) In 2025 zijn lasten voor vennootschapsbelasting verantwoord, terwijl hiervoor geen raming was opgenomen.
Dit hangt samen met de fiscale positie van de gemeente en de uiteindelijke belastingplicht over het verslagjaar. Deze lasten worden niet vooraf begroot, omdat zij samenhangen met de gerealiseerde resultaten. 8.7 Onvoorzien (lasten - € 75.000) De post onvoorzien is in 2025 niet ingezet. Hierdoor vallen de lasten lager uit dan begroot.
Jaarstukken gemeente Renswoude 2025
43
9. Paragrafen 9.1. Paragraaf lokale heffingen Algemeen
In deze paragraaf worden de ontwikkelingen en kostendekkendheid van de heffingen en leges uiteengezet. Daarna wordt de Onroerende Zaakbelasting beschreven (OZB). Tot slot wordt ingegaan op het kwijtscheldingsbeleid. De gemeentelijke heffingen zijn, ten opzichte van de algemene uitkering uit het gemeentefonds, een kleinere bron van inkomsten. Er zijn twee gemeentelijke heffingen; rechten en belastingen. Bij ‘rechten’ is sprake van een tegenprestatie van de gemeente en mogen de geraamde opbrengsten niet hoger zijn dan de geraamde kosten die de gemeente maakt voor de uitoefening van de taak. Dat wil zeggen: niet meer dan honderd procent kostendekkendheid. Bij ‘belastingen’ is er geen directe relatie met een prestatie van de gemeente.
Belastingen:
• Toeristenbelasting • Onroerende Zaakbelasting
Rechten: • • • •
Afvalstoffenheffing en reinigingsrecht Rioolheffing Begraafplaatsrechten Diverse leges, zoals leges omgevingsvergunningen, leges burgerlijke stand, reisdocumenten en rijbewijzen.
Opbrengsten lokale belasting Tarief Toeristenbelasting (overnachtingen, forfaitair) Totaal toeristenbel. Onroerende- zaakbelastingen (OZB) Eigenarenheffing woningen Eigenarenheffing niet-woningen Gebruikersheffing niet- woningen Totaal OZB Totaal opbrengst belastingen
2024 werkelijk Opbrengst
Tarief
2025 geraamd Opbrengst
2025 werkelijk Tarief Opbrengst
€ 0,75
€ 55.140 € 55.140
€ 0,75
€ 56.000 € 56.000
€ 0,75
€ 50.876 € 50.876
0,0615% 0,1658% 0,1490%
€ 665.068 € 310.536 € 239.218 € 1.214.822
0,0618% 0,1747% 0,1570%
€ 679.000 € 324.000 € 237.500 € 1.240.500
0,0618% 0,1747% 0,1570%
€ 679.619 € 326.842 € 239.467 € 1.245.928
€ 1.269.962
€ 1.296.500
€ 1.296.804
Toeristenbelasting
In 2025 zijn de tarieven van de toeristenbelasting ongewijzigd gebleven ten opzichte van 2024 en bedragen € 0,75 per persoon per overnachting. De gerealiseerde opbrengst bedraagt € 50.876 en blijft daarmee achter bij de geraamde opbrengst van € 56.000. Dit verschil hangt samen met een lager aantal overnachtingen door de ombouw van een camping naar een bungalowpark. De definitieve aanslagen toeristenbelasting worden opgelegd in het opvolgende jaar.
Onroerende zaakbelasting
De totale opbrengst uit de onroerende zaakbelasting bedraagt € 1.245.928 en ligt daarmee € 5.428 hoger dan de geraamde opbrengst van € 1.240.500. De afwijking wordt veroorzaakt door verschillen tussen de geraamde en gerealiseerde wozwaarden en de uiteindelijke aanslagoplegging. Voor rechten en heffingen wordt als uitgangspunt gehanteerd dat deze kostendekkend zijn. Dit betekent dat de tarieven in beginsel worden vastgesteld op een niveau waarbij de opbrengsten aansluiten op de kosten van de betreffende dienstverlening, binnen de wettelijke kaders.
Jaarstukken gemeente Renswoude 2025
44
Heffingen Opbrengsten afvalstoffen- en rioolheffing 2024 werkelijk Opbrengst
Tarief Afvalstoffenheffing Vast recht - Code 1 Vast recht medisch - Code 2 Variabel tarief Totaal Rioolheffing Eenpersoonshuishoudens - Code 1 Meerpersoonshuishoudens - Code 2 Bedrijven < 10 personen - Code 3 Bedrijven > 10 personen - Code 4 Totaal
€ 261,24 € 310,80
€ 233,52 € 271,92 € 487,20 € 696,12
Tarief
2025 geraamd Opbrengst
€ 564.356 €0 € 81.613 € 645.969
€ 264,90 € 315,15
€ 118.336 € 434.553 € 134.485 € 29.698 € 717.072
€ 236,79 € 275,73 € 494,02 € 705,87
€ 574.000
2025 werkelijk Tarief Opbrengst € 264,90 € 315,15
€ 572.800 €0 € 88.000 € 660.800
€ 236,79 € 275,73 € 494,02 € 705,87
€ 563.580
€ 80.000 € 654.000
€ 561.000 € 172.000 € 733.000
€ 159.622 € 723.202
Afvalstoffenheffing De opbrengsten uit de afvalstoffenheffing sluiten in 2025 aan op de raming. De kosten voor afvalverwerking zijn over meerdere jaren bezien relatief stabiel. De opbrengsten uit oud papier laten schommelingen zien als gevolg van ontwikkelingen in vraag en aanbod op de markt. In 2025 zijn verdere stappen gezet in de voorbereiding van de realisatie van een nieuw afvalbrengstation in combinatie met een Circulair Ambachtscentrum voor de regio. Deze stappen hebben betrekking op de voorbereiding van de aankoop van gronden aan de Kievitsmeent II te Ede. Rioolheffing De opbrengsten uit het rioolheffing sluiten in 2025 in grote lijnen aan op de raming. In het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) is inzicht gegeven in de huidige lasten van het rioolstelsel en de benodigde investeringen voor vervanging en uitbreiding in de komende jaren. Deze investeringen zijn onder andere gericht op het opvangen van de gevolgen van klimaatverandering. Het GRP vormt tevens de basis voor de hoogte van de rioolheffing, waarbij de opbrengsten in beginsel kostendekkend zijn en aansluiten op de geraamde lasten.
Kwijtscheldingsbeleid
Inwoners die te maken hebben met financiële problemen kunnen onder voorwaarden in aanmerking komen voor kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. Dit geldt voor de onroerende zaakbelasting, de afvalstoffenheffing en het rioolafvoerrecht. We maken een zorgvuldige afweging of, en in hoeverre, cliënten hiervoor in aanmerking komen.
Ontwikkeling lasten Lasten ontwikkeling Belastingdruk Gem. waarde woning Eenpers.huish. OZB Afvalst.heffing - Code 1 Rioolheffing - Code 1 Totaal Meerpers.huish. OZB Afvalst.heffing - Code 1 Rioolrecht - Code 2 Totaal
2024 Gebruiker (huurder)
Eigenaar/ gebruiker
Gem. waarde woning *
€ 307,50 € 261,24 € 233,52 € 802,26
€ 500.000
€ 261,24 € 233,52 € 494,76
€ 307,50 € 261,24 € 271,92 € 840,66
€ 500.000
€ 261,24 € 271,92 € 533,16
€ 500.000
€ 500.000
2025 Gebruiker (huurder)
Eigenaar/ gebruiker
€ 264,90 € 236,79 € 501,69
€ 309,00 € 264,90 € 236,79 € 810,69
€ 264,90 € 275,73 € 540,63
€ 309,00 € 261,24 € 271,92 € 842,16
Onderbouwing lasten per taakveld en dekkingspercentage
Jaarstukken gemeente Renswoude 2025
45
De kosten van sommige taakvelden hebben gedeeltelijk betrekking op een bepaalde dienst die door de gemeente wordt verricht. In deze gevallen worden de kosten van deze taakvelden voor een evenredig deel aan de betreffende dienst toegerekend. In 2025 is een intern onderzoek uitgevoerd naar de kostendekkendheid van onze legestarieven. Hieruit is gebleken dat de salarislasten niet overal (volledig) waren doorbelast aan het juiste taakveld, dat de btw op investeringen niet overal (volledig) was meegenomen in de berekening van de kostendekkendheid van leges en heffingen, en dat niet alle kosten waren meegenomen in de juiste tabel. In 2025 is dit aangepast. Hierdoor kan het dekkingspercentage in 2025 afwijken van het dekkingspercentage in 2024.
Afvalstoffenheffing/ reinigingsrecht Lasten per taakveld 7.3 Afval 2.1 Verkeer en vervoer 8.1 Ruimte en leefomgeving 6.3 Inkomensregelingen Subtotaal 0.4 Overheadkosten 15% van subtotaal Compensabele BTW Totaal lasten 7.3 Inkomsten afval Door te berekenen via heffingen Opbrengst afvalstoffenheffing Te storten in / te onttrekken aan vrz milieu Dekkingspercentage Rioolrecht Lasten per taakveld 7.2 Riolering 2.1 Verkeer en vervoer 5.7 Openbaar groen en recreatieve voorz. 8.1 Ruimte en leefomgeving 6.3 Inkomensregelingen Subtotaal 0.4 Overheadkosten 15% van subtotaal Compensabele BTW Door te berekenen via rechten Opbrengst rioolheffing Te storten in / te onttrekken aan vrz riolering Dekkingspercentage
€ € € € € € € € € € €
€ € € € € € € € € €
2024 605.191 € 10.044 € 12.926 € 628.161 € 94.224 € 103.792 € 826.177 € 107.536 € 718.641 € 645.969 € -72.672 € 90%
2025 597.119
2024 504.318 € 25.110 2.749 € 10.935 € 543.112 € 81.467 € 70.861 € 695.440 € 717.072 € 21.632 € 103%
2025 514.049
6.063 8.720 611.902 91.785 96.102 799.788 128.743 671.046 660.800 -10.246 98%
32.673 8.525 555.248 83.287 165.365 803.900 723.202 -80.698 90%
De lasten die op het taakveld ‘7.3 Afval’ worden gepresenteerd, hebben volledig betrekking op de inzameling, afvoer en verwerking van huishoudelijk afval. De lasten op het taakveld ‘7.2 Riolering’ hebben volledig betrekking op het beheer en onderhoud van het rioolstelsel. De lasten op de taakvelden ‘2.1 Verkeer en vervoer’ en ‘8.1 Ruimte en leefomgeving’ worden gedeeltelijk toegerekend aan de kosten van afvalinzameling, -afvoer en -verwerking en het rioolbeheer en -onderhoud. Een exacte verdeling is niet goed vast te stellen. Gezien het landelijke karakter van Renswoude is het aandeel bladafval relatief groter dan het aandeel zwerfafval. Daarom wordt 50% van de kosten voor straatvegen en onkruidbestrijding toegerekend aan de rioolheffing en 10% aan de afvalstoffenheffing.
Jaarstukken gemeente Renswoude 2025
46
Op het taakveld ‘6.3 Inkomensregelingen’ is inzicht gegeven in de geraamde en gerealiseerde kwijtscheldingen van afvalstoffenheffing en rioolheffing. De overheadkosten worden toegerekend conform de Verordening financieel beleid en beheer organisatie Renswoude 2025. Uit intern onderzoek naar de kostendekkendheid van de belastingtarieven is gebleken dat de btw op investeringen in de riolering in 2024 niet volledig was meegenomen. Dit is in 2025 gecorrigeerd. Hiermee wordt de toename van de compensabele BTW verklaard. In 2025 is € 15.652 onttrokken aan de voorziening milieu en € 80.698 aan de voorziening riolering. Hiermee nemen de beschikbare middelen in deze voorzieningen af. De ontwikkeling van de voorzieningen en de gevolgen voor de kostendekkendheid en tariefstelling worden nader toegelicht in de paragraaf lokale heffingen. Deze jaarrekening heeft een terugblikkend karakter. De ontwikkeling van de voorziening milieu vraagt echter aandacht bij de toekomstige bepaling van de tarieven en de kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing. Hierop wordt in de komende begrotingsstukken nader ingegaan.
Begraafplaatsen Lasten per taakveld 7.5 Begraafplaatsen Subtotaal 0.4 Overheadkosten 15% van subtotaal Compensabele BTW Door te berekenen via rechten Opbrengst begraafplaatsrechten Dekkingspercentage
€ € € € € €
2024 104.852 € 104.852 € 15.728 € - € 120.580 € 60.668 € 50%
2025 111.486 111.486 16.723 6.252 134.461 54.749 41%
De lasten op het taakveld ‘7.5 Begraafplaatsen’ hebben betrekking op de kosten van begraven met uitzondering van de kosten van het rouwcentrum. Op grond van de beraadslagingen in de commissie RF van 4 juni 2015 heeft de gemeenteraad vastgesteld dat de lasten van de begraafplaats voor minimaal 50% moeten worden gedekt door de opbrengsten van de begraafrechten. De overheadkosten worden toegerekend op de wijze zoals hierboven is toegelicht. Uit intern onderzoek naar de kostendekkendheid van de legestarieven is gebleken dat de btw op de exploitatielasten in 2024 niet volledig was meegenomen. Dit is in 2025 gecorrigeerd. Hiermee wordt de toename van de compensabele BTW verklaard. Daarnaast kunnen de opbrengsten uit begraafplaatsrechten jaarlijks fluctueren, omdat de hoogte mede afhankelijk is van het aantal sterfgevallen. 2025 is een jaar geweest met een minder dan gemiddeld aantal sterfgevallen en daarom lagere opbrengsten uit begraafplaatsrechten.
Onderbouwing legestarieven legesverordening
De tarieven genoemd in de legesverordening en de bijbehorende tarieventabel hebben betrekking op verschillende en uiteenlopende zaken. Het is ondoenlijk om elk legestarief afzonderlijk te onderbouwen. De in de legesverordening genoemde leges kunnen in 3 groepen worden onderscheiden: 1. Algemene dienstverlening. 2. Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning. 3. Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn.
Jaarstukken gemeente Renswoude 2025
47
Algemene dienstverlening Algemene dienstverlening Lasten per taakveld 0.2 Burgerzaken Subtotaal 0.4 Overheadkosten 15% van subtotaal Compensabele BTW Totaal lasten Gerealiseerde opbrengst Dekkingspercentage
€ € € € € €
2024 54.125 € 54.125 € 8.119 € - € 62.244 € 78.120 € 126%
2025 234.653 234.653 35.198 11.262 281.113 167.545 60%
Binnen de leges die vallen onder het hoofdstuk algemene dienstverlening vindt kruissubsidiëring plaats. Medewerkers van Burgerzaken werken aan verschillende diensten en het is niet efficiënt om gedetailleerd tijd vast te leggen. Voor een aantal kosten die op de afdeling Burgerzaken drukken, is het niet mogelijk vast te stellen voor hoeveel procent ze aan één bepaalde dienst zijn toe te rekenen. Geprobeerd is de diverse leges in dit hoofdstuk zodanig vast te stellen, dat ze in een redelijke verhouding staan tot de lasten. Voor de algemene dienstverlening melden de inwoners zich bij de publieksbalie. Voor een aantal documenten, dat onder dit hoofdstuk valt zijn door het Rijk maximum legesbedragen bepaald. De baten van het taakveld ‘0.2 Burgerzaken’ hebben betrekking op leges burgerlijke stand, reisdocumenten, rijbewijzen en algemene dienstverlening. Uit intern onderzoek naar de kostendekkendheid van de legestarieven is gebleken dat de salarislasten van de medewerkers burgerzaken in 2024 niet waren meegenomen en dat er leges ten onrechte waren toegerekend aan de Europese dienstenrichtlijn. Dit is in 2025 gecorrigeerd.
Leges dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning Fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning Lasten per taakveld 0.2 Burgerzaken ( bevolkingsaangelegenheden 35%) 0.3 Beheer overige gebouwen en gronden 1.1 Crisisbeheersing (BG 10% - JR 5%) 1.2 Openbare orde en veiligheid 8.1 Ruimte en leefomgeving 8.3 Wonen en bouwen Subtotaal 0.4 Overheadkosten 15% van subtotaal Compensabele BTW Totaal lasten Gerealiseerde opbrengst Dekkingspercentage
2024
2025
€
10.029
€
39.153
€ € € €
35.629 19.349 489.312 29.641
€ € € € € €
382.320 431.502 € 64.725 € - € 496.227 € 362.354 € 73%
573.931 86.090 76.634 736.656 428.905 58%
Ook ten aanzien van de tarieven binnen dit hoofdstuk vindt kruissubsidiëring plaats. Aanvragen omgevingsvergunningen hebben betrekking op veel verschillende zaken en sommige aanvragen vereisen meer tijd dan andere. Het is ondoenlijk om voor alle verschillende aanvragen afzonderlijke legesbedragen te bepalen. We hebben getracht de diverse leges voor in dit hoofdstuk genoemde diensten zodanig vast te stellen, dat ze in redelijke verhouding staan tot de dienstverlening die is verricht. In onze verordening is opgenomen dat de leges van aanvragen omgevingsvergunning in situaties waar al met de bouw
Jaarstukken gemeente Renswoude 2025
48
is begonnen zonder dat eerst de aanvraag is gedaan, worden verhoogd met 25%. Deze hogere leges zijn niet gebaseerd op hogere kosten, maar op rechtvaardigingsgrond waarin goed gedrag wordt beloond en ongewenst gedrag niet. De lasten die betrekking hebben op de omgevingsvergunningen zijn verschoven van taakveld 8.3 naar 1.2. Daarnaast is uit intern onderzoek naar de kostendekkendheid van de legestarieven gebleken dat de salarislasten van de medewerkers omgevingsvergunningen in 2024 niet waren meegenomen. Dit is in 2025 gecorrigeerd.
Leges dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn Europese dienstenrichtlijn Lasten per taakveld 0.2 Burgerzaken (bevolkingsaangelegenheden 50%) 0.2 Burgerzaken (burgerlijke stand) 1.1 Crisisbeheersing (JR 3%) 1.2. Openbare orde en veiligheid 7.4 Milieubeheer Subtotaal 0.4 Overheadkosten 15% van subtotaal Compensabele BTW Totaal lasten Gerealiseerde opbrengst Dekkingspercentage
2024 € € € € € € € €
2025
14.328 4.074 € 26.220 € € 44.622 € 6.693 € - € 51.315 € 42.956 € 84%
11.610 75.745 14.417 101.772 15.266 16.628 133.666 6.224 5%
Uit intern onderzoek naar de kostendekkendheid van de legestarieven is gebleken dat de salarislasten van de medewerkers APV-vergunningen in 2024 niet waren meegenomen en dat er leges ten onrechte waren toegerekend aan de Europese dienstenrichtlijn. Dit is in 2025 gecorrigeerd. Ook voor dit hoofdstuk is het niet mogelijk alle kosten die worden gemaakt voor een bepaald product exact te kwantificeren. We hebben getracht de tarieven zodanig vast te stellen, dat er een redelijke verhouding bestaat tussen de leges die voor een bepaalde dienst of levering wordt gevraagd en de kosten die worden gemaakt. Uit het overzicht blijkt dat de tarieven niet kostendekkend zijn.
Recapitulatie onderbouwing kostendekking legesverordening Hoofdstuk leges verordening 1.Alg.dienstverlening 2.Fysieke leefomgeving/ omg.vergunning 3.Europese diensten Totaal
Lasten € 281.113 € 736.656 € 133.666 € 1.151.434
Dekkingsperc entage € 167.545 60% € 428.905 58% € 6.224 5% € 602.675 52%
Baten
Aan de hand van de bovenstaande recapitulatie wordt inzichtelijk gemaakt hoe de totale baten zich verhouden tot de totale lasten in 2025. Hieruit blijkt dat de gerealiseerde baten lager zijn dan de gerealiseerde lasten. Bij de begroting wordt geprobeerd de lasten en baten en de daarbij behorende tarieven zo goed mogelijk te berekenen.
Jaarstukken gemeente Renswoude 2025
49
9.2. Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing Algemeen
Het weerstandsvermogen geeft inzicht in hoeverre de gemeente in staat is de financiële gevolgen van risico’s op te vangen. Dit komt tot uitdrukking in de verhouding tussen de aanwezige weerstandscapaciteit en de inschatting van de risico’s. De gemeente Renswoude loopt, net als andere gemeenten, financiële risico's bij de uitvoering van haar taken. Een eigen financiële buffer ofwel weerstandsvermogen is nodig om te voorkomen dat financiële tegenvallers dwingen tot bezuinigingen of drastische beleidsbijstelling.
Ambitie
Gemeente Renswoude kiest voor een solide financieel beleid en streeft het behoud van een structureel gezonde financiële positie na. Dit uitgangspunt bepaalt de relevantie van ons weerstandsvermogen in relatie tot ons risicomanagement. Immers, een gezonde financiële positie is nodig voor het in stand houden van het niveau van voorzieningen binnen onze gemeente.
Gemeentelijke regelgeving
De minimale omvang van de risicoreserve is vastgesteld op 1,4 x de berekende risico’s. Dit bedrag wordt jaarlijks geblokkeerd (in de algemene reserve vaste buffer) bij het vaststellen van de begroting. Het overige deel van de algemene reserve is niet geblokkeerd. Deze gelden zijn vrij te besteden door de raad voor beleidsdoeleinden van de gemeente en zijn afgezonderd in de Algemene reserve- niet geblokkeerd.
Benodigde weerstandscapaciteit (risico’s)
De risico’s zijn in het hiernavolgende overzicht inzichtelijk gemaakt. De risicopositie wordt bepaald door de risico’s te kwantificeren op basis van de kans dat het risico zich voordoet. Korte toelichting systematiek: • In de eerste kolom worden de risico’s genummerd; • In de tweede kolom wordt het risico omschreven; • In de derde t/m vijfde kolom staat de maximum omvang per risico; • De risicokans is uitgedrukt in drie klassen. Lage kans (10%), gemiddelde kans (50%), hoge kans (90%). In de jaarstukken verantwoorden we ons op de verwachtingen in de begroting 2025. In navolgende tabel zijn de risico’s opgenomen zoals die bij het opstellen van de begroting 2025 werden ingeschat. Vervolgens lichten we de ontwikkeling van de risico’s toe; hierbij gaat het om het verloop in het afgelopen jaar. Deze inzichten zijn gebaseerd op de budgetgesprekken met de budgethouders. Daar waar nodig is aanvullende informatie opgehaald in de organisatie. De vertaling van de budgetgesprekken is vervolgens vertaald in de voorliggende jaarstukken. De beschikbare weerstandscapaciteit en de stille reserves zijn geactualiseerd op basis van de realisatie in 2025. Vervolgens kan worden vastgesteld in welke mate de beschikbare weerstandscapaciteit toereikend ten opzichte van de benodigde weerstandscapaciteit.
Jaarstukken gemeente Renswoude 2025
50
Toelichting risico’s
In de begroting 2025 zijn de onderstaande risico’s onderscheiden:
Risico 1.1: Personeelskosten bij ziekte vast personeel Omschrijving Risico
Bij ziekte van vast personeel wordt de gemeente geconfronteerd met extra kosten voor tijdelijke vervanging.
Impact
Tijdelijke vervanger is in de regel duurder dan vast personeel. Hierdoor wordt 10% van de totale personeelskosten als benodigde weerstandscapaciteit aangemerkt.
Beheersmaatregelen
Geen specifieke beheersmaatregelen.
Omschrijving Risico
Bij de decentralisaties (Wmo, Jeugd en Participatie) is er een risico dat de van het rijk ontvangen vergoeding geen gelijke tred houdt met de (toenemende) vraag.
Impact
De financiële omvang van deze taken is in verhouding tot de omzet van de gemeente relatief hoog. Zolang er geen afspraken zijn gemaakt over een budgetplafond, is sprake van een “openeinderegeling”.
Beheersmaatregelen
Gelet op de ontwikkeling van deze kosten, voorzien we stelposten in de begroting en hebben we een bestemmignsreserve voor tegenvallers.
Risico 4.1 Minder uitkering gemeentefonds
Impact Beheersmaatregelen
Gemeenten ontvangen het grootste gedeelte van hun inkomsten uit de Algemene uitkering van het Gemeentefonds. Hoeveel uitkering wordt ontvangen is voor een groot gedeelte afhankelijk van de hoogte van de rijksuitgaven. Wijzigingen in de rijksuitgaven hebben direct invloed op de omvang van de Algemene uitkering. Daarnaast zijn we nog in afwachting van de herverdeeleffecten van de algemene uitkering.
Risicoklasse: Laag (10%) ja
Risico
Risico 2.2: Decentralisaties
Omschrijving Risico
Risico ja/nee
ja/nee
Risicoklasse: Gemiddeld (50%)
3.500.000
Risico klasse Laag 10%
Risico klasse Risico klasse Hoog Gemiddeld 50% 90%
ja
Risico
ja/nee
Risicoklasse: Hoog (90%)
200.000
Risico klasse Laag 10%
Risico klasse Risico klasse Hoog Gemiddeld 50% 90%
ja
300.000
Verandering in de rijksuitgaven kunnen dus een directe invloed hebben op de inkomsten van de gemeente. Geen specifieke maatregelen, want het gaat om een externe factor.
Totaal omvang risico Rekenpercentage Omvang risico x rekenpercentage
Jaarstukken gemeente Renswoude 2025
3.500.000 10% 350.000
0 50% 0
500.000 90% 450.000
51
Ontwikkeling risico’s Personeelskosten bij langdurige afwezigheid vast personeel In 2025 zijn drie medewerkers voor langere tijd uitgevallen. Bij langdurige afwezigheid wordt de gemeente geconfronteerd met extra kosten voor tijdelijke vervanging. Als beheersmaatregel wordt ingezet op actieve begeleiding van langdurig afwezige medewerkers, met nadrukkelijke aandacht vanuit het management. Hiermee wordt beoogd de duur van verzuim en de daarmee samenhangende kosten te beperken. Voor de bepaling van het risico wordt 10% van de totale loonsom als benodigde weerstandscapaciteit aangehouden. Decentralisaties WMO, Jeugd en Participatie Binnen Samenleving is sprake van een toenemende zorgvraag. De open-einde-regeling brengt met zich mee dat de uitgaven zich ontwikkelen op basis van de feitelijke vraag naar zorg en ondersteuning. De gemeente zet in op beheersing van deze risico’s via het Dorpsteam. Het Dorpsteam is laagdrempelig, signaleert vroegtijdig en draagt bij aan passende ondersteuning. Hiermee wordt gestuurd op zowel kwaliteit als betaalbaarheid van de zorg. Daarnaast is een bestemmingsreserve sociaal domein beschikbaar om schommelingen in de uitgaven op te vangen. Tegelijkertijd blijft de ontwikkeling van de zorgkosten onzeker. Landelijke trends laten een stijging zien, wat ook effect kan hebben op de gemeentelijke uitgaven.
In 2025 is zowel de omvang van het risico als de kans dat het risico zich voordoet hoger ingeschat dan in het voorgaande jaar. Het berekende risicobedrag is vastgesteld op € 200.000. Uitkering gemeentefonds De ontwikkeling van de algemene uitkering is een onzekere factor en vormt daarmee een risico voor de gemeente. De algemene uitkering fluctueert van circulaire tot circulaire. Daarmee vormt deze bijdrage zowel een risico als een kans. In het afgelopen jaar kenden we meevallers in de algemene uitkering (maatstaf lage inkomens) en in de SPUK opvang Oekraïense ontheemden. Voorzichtigheidshalve houden we een risico van € 300.000 aan.
Beschikbare weerstandscapaciteit
Met de weerstandscapaciteit wordt bedoeld: al die elementen waarmee tegenvallers eventueel bekostigd kunnen worden. De weerstandscapaciteit bestaat uit de Algemene reserve vaste buffer en de stille reserves. De beschikbare weerstandscapaciteit als volgt te berekenen:
Berekening stille reserves (objecten niet voor de openbare dienst bestemd) bedragen Marktwaarde in verhuurde staat balanswaarde Huurwoningen 63.930.000 41.865.000 Totaal 63.930.000 41.865.000
verschil 22.065.000 22.065.000
Stille reserves
Binnen het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) is geen expliciete definitie opgenomen voor stille reserves. In de Notitie Weerstandsvermogen en risicobeheersing van de Commissie BBV wordt aangegeven dat stille reserves onderdeel kunnen uitmaken van de weerstandscapaciteit, voor zover deze realiseerbaar zijn. Onder stille reserves wordt verstaan: het verschil tussen de boekwaarde van activa en de (hogere) realiseerbare waarde, voor zover deze bij verkoop kan worden omgezet in middelen en daarmee beschikbaar kan komen voor het opvangen van risico’s. Van belang hierbij is dat: • de waarde objectief en betrouwbaar kan worden vastgesteld; • de activa verhandelbaar zijn; • en de middelen daadwerkelijk beschikbaar kunnen komen (bijvoorbeeld door verkoop).
Jaarstukken gemeente Renswoude 2025
52
In voorgaande jaren zijn onder de stille reserves onder andere de Hokhorst en de grondcarports opgenomen. Op basis van een herbeoordeling is geconcludeerd dat deze posten niet voldoen aan bovenstaande uitgangspunten. Met name de beperkte verkoopbaarheid en de onzekerheid over de realiseerbare waarde maken dat deze objecten niet als stille reserve worden aangemerkt. Om deze reden is ervoor gekozen om de stille reserves te beperken tot de gemeentelijke huurwoningen. Deze woningen zijn in beginsel verkoopbaar, waardoor de daarin aanwezige meerwaarde realiseerbaar kan zijn. Eind 2024 is het gemeentelijk woningbezit door een onafhankelijke taxateur gewaardeerd. Op basis van deze taxatie is een voorzichtige inschatting gemaakt van de verkoopwaarde van de woningen in verhuurde staat. Deze voorzichtige raming is als uitgangspunt gehanteerd voor de bepaling van de stille reserves in 2025. De ingeschatte verkoopwaarde is € 63.930.000. De boekwaarde van de huurwoningen bedraagt afgerond € 41.865.000. Op basis van de benaderde marktwaarde in verhuurde staat bedraagt de stille reserve € 22.065.000. Overig gemeentelijk vastgoed, zoals het gemeentehuis en overige maatschappelijke voorzieningen, is niet opgenomen als stille reserve.
Voor deze objecten geldt dat de verkoopbaarheid beperkt is en de marktwaarde niet op betrouwbare wijze is vast te stellen, waardoor deze niet als direct realiseerbare weerstandscapaciteit worden beschouwd.
Omvang van het weerstandsvermogen
Omdat de risico’s die gemeenten lopen verschillen, is er geen algemene norm voor de relatie tussen de weerstandscapaciteit en de risico’s. Gemeenten dienen zelf een beleidslijn te formuleren over de noodzakelijk geachte weerstandscapaciteit in relatie tot de risico’s. De weerstandsratio (beschikbare weerstandscapaciteit in relatie tot de benodigde weerstandscapaciteit) moet minimaal 1 zijn. Een waarde hoger dan 1 geeft aan dat tegenvallers kunnen worden opgevangen zonder grote ingrepen te doen in het voorzieningenniveau. In Renswoude is in de Nota reserves en voorzieningen 2023 gekozen voor een minimale waarde van 1,4.
Als de benodigde weerstandscapaciteit wordt afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit ontstaat het volgende beeld.
Ratio weerstandsvermogen bedragen Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit (Berekende risico's x factor 1,4) Risico weerstandsvermogen
2023 5.033.000
2024 5.149.000
2025 26.165.000
1.120.000
1.372.000
1.120.000
4,5
3,8
23,4
De weerstandsratio bedraagt per 31 december 2025 23,4. De hogere ratio ten opzichte van voorgaande jaren wordt veroorzaakt doordat de gemeentelijke woningen zijn betrokken bij de bepaling van de stille reserves. In de loop van 2026 worden de risico’s opnieuw beoordeeld. Aanleiding hiervoor is zowel een advies van de accountant als de wens om de benodigde weerstandscapaciteit actueel en zorgvuldig te bepalen. Dit is van belang voor het inzicht in de omvang van het vrij besteedbare deel van de algemene reserve.
Jaarstukken gemeente Renswoude 2025
53
Ruimte in algemene reserve vaste buffer A. Stand algemene reserve vaste Benodigde stand Berekende risico's x factor 1,4 B. Totaal benodigde stand C. Ruimte in algemene reserve vaste
4.100.000 1.120.000 1.120.000 2.980.000
Op basis van de voorliggende gegevens wordt de benodigde omvang van het weerstandsvermogen als toereikend beoordeeld. Tegen deze achtergrond kan worden bezien of de vaste buffer in de algemene reserve nog passend is. De omvang van deze buffer is in het verleden bepaald op basis van specifieke risico’s binnen de grondexploitatie. In de begroting 2027 wordt de benodigde weerstandscapaciteit geactualiseerd. Dit vormt een logisch moment om ook de omvang van de vaste buffer in de algemene reserve opnieuw te beoordelen.
Kengetallen BBV
De volgende kengetallen zijn verplicht gesteld vanuit het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV): 1. Netto schuldquote 2. Netto schuldquote, gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 3. Solvabiliteitsratio 4. Kengetal grondexploitatie 5. Structurele exploitatieruimte 6. Belastingcapaciteit Met de kengetallen kan snel een beeld worden gevormd van de financiële positie van de gemeente. Het zijn kengetallen die iets zeggen over de weerbaarheid en wendbaarheid van de gemeentelijke begroting. Voor de weerbaarheid (kan de gemeente financiële tegenvallers het hoofd bieden) is het van belang te weten hoe groot het eigen vermogen is, hoeveel schulden de gemeente heeft en waarvoor deze schulden zijn aangegaan. De kengetallen daarvoor zijn de solvabiliteit, de netto schuldquote en de grondexploitatie. Een wendbare begroting kan snel worden aangepast als zich tegenvallers voordoen. Dat is een begroting waarvan de inkomsten op korte termijn kunnen worden verhoogd (stijging tarief OZB omdat de woonlasten zich nog onder het landelijke gemiddelde bevinden) en de lasten op korte termijn kunnen worden bijgesteld omdat er meer structurele baten dan structurele lasten zijn. De kengetallen daarvoor zijn belastingcapaciteit en structurele exploitatieruimte.
Beoordeling van de kengetallen in samenhang
Een afzonderlijk kengetal zegt weinig over hoe de financiële positie moet worden beoordeeld. Zo hoeft een hoge schuld geen nadelig effect te hebben op de financiële positie, maar is dat afhankelijk of en wat er aan eigen vermogen en structurele baten tegenover die schuld staat en hoe groot de kans is dat de schuld weer wordt afgelost. Het is dus, met andere woorden, niet mogelijk om een individueel kengetal te gebruiken voor de beoordeling van de financiële positie. Zo worden voorraden strategische gronden en onderhanden werk bouwgrondexploitatie door gemeenten met leningen gefinancierd. Maar bij verkoop vallen de geldmiddelen weer vrij om de leningen af te lossen. De kengetallen zullen altijd in samenhang moeten worden bezien, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een goed beeld kunnen geven van de financiële positie van een gemeente. Er zijn geen landelijke normen voor de kengetallen omdat deze erg afhangen van de lokale situatie. De gemeenteraad kan wel eigen normen stellen voor deze kengetallen en bij belangrijke raadsbesluiten laten opnemen wat het effect is op de financiële kengetallen en de afgesproken normen. Voor de financiële kengetallen geldt, net als voor de weerstandscapaciteit, dat de raad kan aangeven welk financieel beleid hij voor ogen heeft en eventueel kan overgaan tot het formuleren van eigen normen.
Om de in deze paragraaf opgenomen kengetallen te kunnen duiden is aansluiting gezocht bij de door de VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten) gehanteerde signaleringswaarden. De VNG heeft een aantal signaalwaarden ontwikkeld om een grofmazige waardering te geven aan deze kengetallen. Deze zijn onderverdeeld in drie groepen. In onderstaande tabel is dit zichtbaar gemaakt.
Jaarstukken gemeente Renswoude 2025
54
Kengetal Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit
jaarrekening Begroting jaarrekening 2024 2025 2025 149% 172% 159% 142% 162% 151% 32% 32% 29% 18% 19% 22% -2,5% 3,3% 1,9% 93% 96% 89%
Nadere duiding bij de in de tabel in beeld gebrachte financiële kengetallen: • Netto schuldquote: hoe zwaar drukt de schuld op de begroting? Hier wordt de schuldpositie van de gemeente uitgedrukt in een percentage van de omvang van de jaarlijkse exploitatie (inkomsten exclusief mutaties in reserves). De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Voor Renswoude geldt dat de financiering van het gemeentelijk woningbezit in verhouding zwaar drukt ten opzichte van de totale lasten in de begroting. • Netto schuldquote, gecorrigeerd met verstrekte leningen De gemeente leent soms geleend geld door aan andere organisaties. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen, wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven. Op die manier wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldenlast. • Solvabiliteit: welk deel van het gemeentebezit is betaald met eigen middelen? Dit is het eigen vermogen als aandeel in het balanstotaal. Ofwel: de solvabiliteitsratio geeft aan welk deel van het balanstotaal niet door schuld is gefinancierd.
Een solvabiliteitsratio van minder dan 20 procent geeft aan dat een gemeente zijn bezit met relatief veel schulden heeft belast. • Grondexploitatie: heeft de gemeente relatief veel grond en loopt zij daardoor risico? Dit kengetal geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot het totaal van de baten. De boekwaarde van de voorraden grond moet worden terugverdiend bij de verkoop. Als dat niet lukt, kan de grondexploitatie een negatieve impact hebben op de financiële positie van de gemeente. Hoe lager het kengetal des te minder afhankelijk is de gemeente van het resultaat van de grondexploitatie. • Structurele exploitatieruimte: heeft de gemeente voldoende structurele middelen om haar structurele lasten te dekken? De relevantie van het kengetal structurele exploitatieruimte is om te weten welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Bij dit kengetal wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten in vergelijking met de totale baten. Een positief percentage betekent dat incidentele lasten deels uit structurele middelen worden gedekt en dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. Een negatief getal betekent dat structurele lasten deels uit incidentele baten worden gedekt.
Jaarstukken gemeente Renswoude 2025
55
• Belastingcapaciteit: heft de gemeente relatief veel belastingen en is er ruimte deze belastingen te verhogen? De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Het kengetal belastingcapaciteit vergelijkt de woonlasten (OZB, rioolheffing, afvalstoffenheffing) van een gemiddeld gezin in Renswoude met landelijke cijfers. Onze woonlasten liggen in 2025 op 89% van het landelijk gemiddelde.
Jaarstukken gemeente Renswoude 2025
56
9.3. Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen Inleiding
De gemeente Renswoude heeft een oppervlakte van 1.852 hectare. Deze ruimte wordt gebruikt voor verschillende doeleinden zoals wonen, werken en recreëren en is zowel particulier bezit als openbare ruimte. Om de samenleving goed te kunnen laten functioneren richt de gemeente de openbare ruimte in met wegen, riolering, verlichting, openbaar groen, gebouwen en water; dat worden kapitaalgoederen genoemd. Goed beheer van deze kapitaalgoederen is belangrijk voor een prettig woon-, leef- en werkklimaat voor iedereen. Kapitaalgoederen zijn ook nodig om de programmadoelen van de gemeente te realiseren. Om bijvoorbeeld economische ontwikkeling te stimuleren is een goede bereikbaarheid van belang, om onderwijs te geven zijn schoolgebouwen nodig. Straatverlichting levert een bijdrage aan de sociale veiligheid. De inrichting van bomen en beplanting (groen) draagt bij aan biodiversiteit, aan de beleving van de buitenruimte en kan uitnodigend zijn voor het maken van ‘ommetjes’. De riolering draagt bij aan de gemeentelijke milieudoelstellingen. Voor riolering, wegen en bomen kent de gemeente een wettelijke zorgplicht om de kwaliteit langjarig te borgen en onveiligheid te voorkomen. Kapitaalgoederen leggen blijvend beslag op de gemeentelijke begroting.
Niet alleen zijn financiële middelen nodig voor de aanschaf of aanleg, maar ook voor de jaarlijkse kosten van onderhoud en periodiek groot onderhoud. Aan het eind van de technische levensduur zijn investeringen nodig voor vervanging van het kapitaalgoed. De doorrekening van de benodigde financiële middelen en de (langjarige) financieringsstrategie worden vastgelegd in een Nota Kapitaalgoederen. Het BBV schrijft voor dat in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen per kapitaalgoed tenminste wordt ingegaan op het beleidskader, de uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties en de vertaling van de financiële consequenties in de begroting.
Uitgangspunten beheer openbare ruimte
De uitgangspunten voor het beheer van de openbare ruimte worden in de beheerplannen per kapitaalgoed beschreven. Hieronder is per onderscheiden beheerdomein de omvang van het areaal en de waarde die dit vertegenwoordigt aangegeven.
Integraal beheerplan openbare ruimte (IBOR)
Er is een integraal beheerplan (periode 2021 – 2030) en een integraal meerjaren onderhouds- en vervangingsplan (periode 2021 – 2025) vastgesteld in de raadsvergadering van 27 oktober 2021. Deze documenten gaan uit van het eerder gedefinieerde scenario “conserverend”, waarna de uitkomsten zijn verwerkt in de begroting 2022-2025.
Toelichting per kapitaalgoed
Wegen en verkeersvoorzieningen Aantal kilometers te onderhouden weg Oppervlakte wegennet Doel Beheerplan Uitgangspunt kwaliteit onderhoudsniveau
Staat van onderhoud
Jaarstukken gemeente Renswoude 2025
41 km, waarvan 12 km elementenverharding en 29 km asfaltverharding. 330.000 m2, waarvan 30% elementverharding en 70% asfaltverharding. In stand houden van een kwalitatief goede en veilige wegeninfrastructuur. Integraal beheerplan (periode 2021 – 2030) en een integraal meerjaren onderhouds- en vervangingsplan (periode 2021 – 2025). Uitgangspunt is de CROW-norm (CROW is een kennisorganisatie op het gebied van infrastructuur, openbare ruimte, verkeer en vervoer en werk en veiligheid). Het werken conform de richtlijnen CROW wordt door de gemeente bewerkstelligd door: - Periodiek globale visuele inspecties (eens per twee jaar) - Te werken met een wegbeheersysteem - Onderhoud uit te voeren volgens systematiek en planning. De staat van onderhoud van de elementenverhardingen is in het algemeen goed. Voor wegen waarvan de technische levensduur (bijna) is overschreden, worden een jaar voor realisatie integraal voorbereid (inclusief eventueel aanwezige civiele kunstwerken, riolering, herinrichting, etc.).
57
Zijn de financiële consequenties van het huidige beheerplan volledig in de begroting opgenomen? Groot onderhoud dit jaar Jaarlijks budget Ontwikkelingen
Ja.
In 2025 zijn werkzaamheden verricht aan o.a. de Veenweg, omgeving Meidoornlaan, Eikenlaan, Esdoornlaan en Taets van Amerongenweg € 250.000 Op diverse locaties is kleinschalig elementen onderhoud uitgevoerd. Conform IBOR-plan en MJOP 2021-2025 is gestart met de integrale voorbereiding van de omgeving Lijsterbeslaan (Renswoude Noord fase 2) Verder is het verkeerskundig onderzoek voor de Barneveldsestraat opgestart. Samen met de provincie is een aanvang gemaakt voor de verbetering van de N224. Daarnaast worden in 2026 enkele wegen gerenoveerd/vernieuwd. In 2026 wordt een nieuwe nota kapitaalgoederen inclusief actualisatie IBOR en MJOP opgesteld.
Openbaar Groen Oppervlakte te onderhouden groen Doel Beheerplan Uitgangspunt kwaliteit onderhoudsniveau
Staat van onderhoud Zijn de financiële consequenties van het huidige beheerplan volledig in de begroting opgenomen? Groot onderhoud dit jaar Jaarlijks budget
Jaarstukken gemeente Renswoude 2025
Totaal 280.000 m2 Een beheervriendelijke (efficiënt) en hoogwaardige (beleving en functioneel) buitenruimte die binnen de financiële kaders beheersbaar is. Integraal beheerplan (periode 2021 – 2030) en een integraal meerjaren onderhouds- en vervangingsplan (periode 2021 – 2025). In het beheerplan is het gewenste kwaliteitsniveau vermeld. Belangrijke uitgangspunten zijn: - Groene structuren worden behouden en versterkt door het maken van groene verbindingen en het opheffen van barrières. - Groen is waardevol voor de (be)leefomgeving. - Groen nodigt uit tot bewegen. - Deskundig beheren op onderhoud en vitale beplanting. - Beplanting moet robuust en duurzaam zijn en bij voorkeur biodivers. - Bij de aanplant van bomen is afwisseling een uitgangspunt om de plaagdierdruk (eikenprocessierups) structureel omlaag te brengen en ter bevordering van beleving en biodiversiteit. De staat van onderhoud is in het algemeen voldoende tot goed te noemen en voldoet minimaal aan de in het beleidsplan genoemde beeldkwaliteitsniveaus. Ja.
In 2025 zijn geen renovaties nodig gevonden. € 392.700
58
Riolering Aantal kilometers te onderhouden riolering
Doel
Beheerplan Uitgangspunt kwaliteit onderhoudsniveau
Staat van onderhoud Zijn de financiële consequenties van het huidige beheerplan volledig in de begroting opgenomen? Groot onderhoud dit jaar Jaarlijks budget Ontwikkelingen
Vrij verval riolering: 30 kilometer Drukriolering in het buitengebied: 50 kilometer Riool- en hemelwatergemalen: 10 Pompunits: ruim 224 Kolken: 1.345 Bergbezinkbassins: 2 Uit het oogpunt van volksgezondheid, bewoonbaarheid en milieubescherming heeft de gemeente de wettelijke zorgplicht voor het inzamelen van stedelijk afvalwater en het verwerken van afvloeiend hemelwater. Het betekent dat de gemeente moet zorgen voor een goed werkend en onderhouden riolering en een adequaat functionerend rioleringsstelsel qua capaciteit. GRP 2021-2028 Voldoen aan de daarvoor geldende wettelijke vereisten. Een goed functionerende riolering is nodig om afvalwater uit de directe leefomgeving te verwijderen ten behoeve van de volksgezondheid. Ook komt riolering de bewoonbaarheid in de kernen ten goede doordat wateroverlast en stank worden voorkomen. Daarnaast wil de gemeente Renswoude door hemelwater af te koppelen een bijdrage leveren aan klimaat adaptieve maatregelen die nodig zijn. De staat van onderhoud van het rioleringsstelsel is in het algemeen goed te noemen. Ja.
In Renswoude Noord heeft vernieuwing en groot onderhoud aan het rioolstelsel plaatsgevonden. Tevens loopt een afkoppelproject van hemelwater zodat de capaciteit van de riolering afdoende blijft. € 566.500 In 2025 is gestart met afkoppelen van hemelwater en herinrichting van de openbare ruimte van de Eikenlaan en omgeving (‘Renswoude Noord’).
Gebouwen Algemeen
Naast gemeentelijke gebouwen, onderhoudt de gemeente ook (sociale) huurwoningen. Voor de scholen geldt, dat de schoolbesturen verantwoordelijk zijn voor het onderhoud (zowel binnen als buiten).
Aantal te onderhouden gebouwen:
Gemeentehuis Sporthal Gemeentewerf Brandweerkazerne Bibliotheek (alleen binnenzijde, buitenzijde t.l.v. VvE) Ambtswoning Aula en baarhuisje begraafplaats Circa 400 woningen In stand houden van de gebouwen en voorkomen achterstallig onderhoud.
Doel
Jaarstukken gemeente Renswoude 2025
59
Beheerplan
Uitgangspunt kwaliteit onderhoudsniveau
Staat van onderhoud Zijn de financiële consequenties van het huidige beheerplan volledig in de begroting opgenomen? Groot onderhoud dit jaar Jaarlijks budget Ontwikkelingen
Gemeentehuis: beheerplan nieuwe gemeentehuis in 2022 opgesteld Sporthal: wordt meegenomen in ontwikkeling MFC De Hokhorst Gemeentewerf: opstellen beheerplan na renovatie Brandweerkazerne: beheerplan opgesteld in 2022 Bibliotheek (buitenzijde t.l.v. VvE) Ambtswoning: beheerplan opgesteld in 2022 Aula en baarhuisje begraafplaats: beheerplan wordt geactualiseerd in 2026 Woningen: beheerplan opgesteld in 2022 (actualisatie in 2026)
Gemeentehuis is deels nieuw en deels gerenoveerd en opgeleverd begin 2023 Brandweerkazerne in 2021 nieuw gebouwd Voormalige basisschool de Borgwal is in 2023 ingericht voor tijdelijk gebruik. Een proces voor sloop en herinrichting van de locatie is gestart. Gemeentewerf: planvorming voor renovatie en verduurzaming in 2023 opgestart en is in april 2025 opgeleverd. Multifunctioneel centrum (incl. bibliotheek) De Hokhorst is in ontwikkeling. Start uitvoering is in 2026. Voldoende tot goed afhankelijk gebouw/complex De opgestelde/op te stellen beheerplannen zijn/worden in de begroting opgenomen. Woningen in complexen 12, 13 en 15. Voor onderhoud en beheer van woningen circa € 2 miljoen Voor overige gebouwen circa € 300.000 De vernieuwing gemeentewerf is in 2025 afgerond. In 2024 is gestart met een meerjarig onderhoudsplan voor diverse gemeentelijke gebouwen en woningen. Vaststelling vindt plaats in 2026. Voor de gemeentelijke woningen loopt het project voor verduurzaming door tot 2050. Ook zijn er in 2025 renovaties plaats bij meerdere complexen.
Openbaar Water Omvang areaal Doel Beheerplan Uitgangspunt kwaliteit onderhoudsniveau Staat van onderhoud Zijn de financiële consequenties van het huidige beheerplan volledig in de begroting opgenomen? Jaarlijks budget Groot onderhoud dit jaar
Jaarstukken gemeente Renswoude 2025
De sloten die volgens de Keur van het Waterschap onderhoudsplichtig zijn en in eigendom zijn van de gemeente, worden door de gemeente onderhouden. Sloten moeten voldoende water kunnen blijven aan- en afvoeren, zodat voor de bewoners van een gebied geen waterproblemen ontstaan. Integraal beheerplan (periode 2021 – 2030) en een integraal meerjaren onderhouds- en vervangingsplan (periode 2021 – 2025). Het doorstroomprofiel moet voldoende zijn; als maat wordt gehanteerd dat minimaal 2/3 van het theoretische profiel beschikbaar is. Goed Ja.
€ 26.000 In 2025 zijn geen grote onderhoudswerkzaamheden geweest.
60
Civiele kunstwerken (bruggen en duikers) Omvang areaal
Het areaal bestaat uit 19 bruggen en duikers.
Doel
Kunstwerken moeten te allen tijde veilig zijn. Het uit te voeren onderhoud is gericht op het voorkomen van achterstallig onderhoud en het waarborgen van de veiligheid.
Beheerplan
Rapportage ‘Inspectie en meerjarenplanning kunstwerken’ d.d. 11 december 2018. Integraal beheerplan (periode 2021 – 2030) en een integraal meerjaren onderhouds- en vervangingsplan (periode 2021 – 2025).
Uitgangspunt kwaliteit onderhoudsniveau
De kunstwerken moeten functioneel en veilig zijn.
Staat van onderhoud
De kwaliteit is voldoende.
Zijn de financiële consequenties van het huidige beheerplan volledig in de begroting opgenomen?
Ja.
Jaarlijks budget
€ 7.500
Groot onderhoud dit jaar
In 2025 zijn geen grootschalig onderhoudswerkzaamheden of vervangingen geweest.
Ontwikkelingen
Er wordt gewerkt conform het in 2021 door de raad goedgekeurde IBORplan met bijbehorende meerjarenplanning (MJOP 2021-2025). Naar aanleiding van de 5-jaarlijkse inspectie (2023) zijn in 2024 voor de civiele duikerbruggen van de Kooiweg, Hopeseweg en Emminkhuizerlaan nadere detailinspecties uitgevoerd. In 2025 zijn bepaald welke maatregelen nodig zijn, deze worden in 2026 en 2027 uitgevoerd.
Openbare Verlichting Omvang areaal
Het areaal bestaat uit ruim 900 lichtpunten.
Doel Beheerplan
Bijdragen aan een verkeersveilige en sociaal veilige openbare ruimte. Integraal beheerplan (periode 2021 – 2030) en integraal meerjaren onderhouds- en vervangingsplan (periode 2021 – 2025). Als uitgangspunt geldt de RVOL (Richtlijn voor openbare verlichting)
Uitgangspunt kwaliteit onderhoudsniveau Staat van onderhoud Zijn de financiële consequenties van het huidige beheerplan volledig in de begroting opgenomen? Jaarlijks budget Groot onderhoud dit jaar Ontwikkelingen
Jaarstukken gemeente Renswoude 2025
De kwaliteit van de masten is in het algemeen redelijk tot goed. Voor de armaturen geldt dat de meeste in 2025 zijn vervangen door ledverlichting waardoor de kwaliteit goed is. Ja.
€ 114.800 In 2025 is een groot deel van de meeste armaturen vervangen. Eind 2021 is het IBOR-plan en bijbehorende meerjarenplanning (MJOP 2021-2025) door de raad goedgekeurd.
61
Het project ‘Verledden armaturen’ is uitgevoerd in 2025, hierdoor zal in de komende 5 jaar minder onderhoud en vervanging nodig zijn.
Meubilair (bebording en speelvoorzieningen) Omvang areaal
Doel
Beheerplan
Het areaal bestaat uit: - 850 verkeersborden - 16 speelplaatsen met 125 speeltoestellen - 25 banken - Diverse hondenpoepvoorzieningen Speelplekken is voor bewegen en ontmoeten voor diverse doelgroepen Verkeersborden voor geleiding van het verkeer Banken voor ontmoeting en recreatie Hondenpoepvoorzieningen om overlast te beperken Integraal beheerplan (periode 2021 – 2030) en een integraal meerjaren onderhouds- en vervangingsplan (periode 2021 – 2025).
Uitgangspunt kwaliteit onderhoudsniveau
Functionele en veilige voorzieningen.
Staat van onderhoud
De kwaliteit van de speeltoestellen is, ondanks de gemiddeld hoge ouderdom, in het algemeen goed. Bebording is goed.
Zijn de financiële consequenties van het huidige beheerplan volledig in de begroting opgenomen?
Ja.
Jaarlijks budget
€ 22.000
Groot onderhoud dit jaar
In 2025 is voorbereiding van groot onderhoud aan speelplaatsen gestart. Uitvoering is in 2026. In 2024 is het beleidsplan Speelruimte Renswoude door de gemeenteraad vastgesteld voor de speelvoorzieningen, waaronder een vervangingsinvesteringenplan, en de uitgangspunten voor inrichting op de aspecten spelen/groen/klimaat.
Ontwikkelingen
Buitensportaccommodaties Omvang areaal
Het areaal bestaat uit 3 voetbalvelden, 4 tennisbanen en 1 sporthal.
Doel
Goede voorzieningen ten behoeve van sport.
Beheerplan
Integraal beheerplan (periode 2021 – 2030) en een integraal meerjaren onderhouds- en vervangingsplan (periode 2021 – 2025) m.u.v. de sporthal.
Uitgangspunt kwaliteit onderhoudsniveau
Onderhoud geschiedt op grond van de eis dat de voorziening voldoet aan ‘schoon, heel en veilig’. Deze begrippen zijn niet nader gespecificeerd. Daarnaast moeten ze voldoen aan de wettelijke eisen.
Staat van onderhoud
De kwaliteit is redelijk (voetbal en tennisvelden zijn goed). In 2022 zijn 4 kunstgras tennisvelden en 2 kunstgras voetbalvelden gerenoveerd.
Jaarstukken gemeente Renswoude 2025
62
Zijn de financiële consequenties van het huidige beheerplan volledig in de begroting opgenomen?
Ja.
Jaarlijks budget
€ 162.000
Groot onderhoud dit jaar
Rondom sporthal De Hokhorst is voorbereiding gestart om te komen tot verduurzaming en ombouwen naar multifunctioneel centrum. In 2026 wordt actualisatie van het IBOR- plan en bijbehorende meerjarenplanning verwacht. Daarnaast wordt in 2026 gestart met de realisatie van mfc De Hokhorst.
Ontwikkelingen
Jaarstukken gemeente Renswoude 2025
63
9.4. Paragraaf financiering Inleiding
In de paragraaf financiering wordt de financieringsfunctie van de gemeente Renswoude uiteengezet. In deze paragraaf komen de kasgeldlimiet en de renterisiconorm aan de orde. Daarnaast wordt aandacht besteed aan de ontwikkeling van de schuld in 2025 en de hiermee gepaard gaande rentekosten.
Beleidskader
De Wet Fido geeft voorschriften met betrekking tot het aantrekken van geldleningen, het uitzetten van middelen en het verstrekken van garanties. Van belang hierbij is dat deze activiteiten geschieden in het kader van het uitoefenen van de publieke taak. Uitzetting van tijdelijk overtollige middelen dient een voorzichtig karakter te hebben en mag niet gericht zijn op het verschaffen van inkomen door het lopen van overmatige risico’s. Het beleggings-en financieringsbeleid van de gemeente is vastgelegd in het Treasurystatuut 2023 gemeente Renswoude, dat is vastgesteld door de raad op 12 december 2023.
Doelstelling van het treasurybeleid
De doelstellingen van het treasurybeleid zijn: • De organisatie van voldoende financiële middelen voorzien en het streven naar voldoende liquiditeit (de mate waarin de direct opeisbare schulden tijdig kunnen worden voldaan) en solvabiliteit (de mate waarin alle schulden kunnen worden voldaan bij een eventuele liquidatie). • Het nastreven van een financiële rentabiliteit (het aantrekken van middelen tegen zo laag mogelijke kosten, het uitzetten van middelen tegen zo hoog mogelijke opbrengsten, het gebruik maken van marktontwikkelingen).
Gemeentefinanciering
De gemeente trekt alleen leningen aan met een looptijd van één jaar of langer wanneer dat noodzakelijk is voor het uitvoeren van haar publieke taken. Bij het bepalen van de financieringsbehoefte worden alle verwachte inkomsten en uitgaven meegewogen. We hanteren het uitgangspunt om externe leningen zoveel mogelijk te beperken. In plaats daarvan maken we primair gebruik van beschikbare interne financieringsmiddelen, zoals reserves en voorzieningen. Hiermee streven we naar een doelmatige inzet van middelen en een zo gunstig mogelijk renteresultaat.
Kasgeldlimiet
Met kortlopende schuld worden leningen bedoeld die een looptijd korter dan één jaar hebben. Eens per kwartaal dient een opgave aan de toezichthouder (Provincie Utrecht) te worden gedaan met betrekking tot de gemiddelde netto vlottende schuld. Dit bedrag mag de kasgeldlimiet, dit is de maximaal toegestane netto vlottende schuld, niet overschrijden. Soms is de overschrijding tijdelijk (bijvoorbeeld omdat de gemeente op korte termijn opbrengsten uit grondexploitatie verwacht). Als de overschrijding niet tijdelijk is, zal de gemeente een vaste geldlening moeten aantrekken. De minister van Financiën stelt het percentage van de kasgeldlimiet vast. Dit percentage is momenteel 8,5% van het begrotingstotaal bij aanvang van het dienstjaar.
Jaarstukken gemeente Renswoude 2025
64
Bedragen x € 1.000 1e kw. 2e kw.
Kasgeldlimiet 2025 Omvang van de begroting per 1 januari 2025 Toegestane kasgeldlimiet in % Toegestane kasgeldlimiet in bedragen
22.589 8,5% 1.920
a. Vlottende middelen, kwartaalgemiddelde b. Vlottende schulden, kwartaalgemiddelde c. Saldo vlottend kwartaalgemiddelde: a-b
3e kw.
4e kw.
1.920
1.920
1.920
1.920
27 223 -196
4 146 -142
-155 0 -155
285 11 274
-196 1.920 1.724
-142 1.920 1.778
-155 1.920 1.765
274 1.920 2.194
Toets kasgeldlimiet d. Saldo vlottend kwartaalgemiddelde: c e. Toegestane kasgeldlimiet, in bedragen Onderschrijding: d+e
Renterisiconorm
De renterisiconorm is bedoeld om het renterisico dat de gemeente loopt op zijn langlopende schuld te beperken. Hierbij is het uitgangspunt om zoveel mogelijk spreiding in de looptijden van leningen aan te brengen. Het renterisico op de vaste schuld mag de renterisiconorm niet overschrijden. De renterisiconorm wordt berekend op 20% (het door de minister van Financiën vastgestelde percentage) van het begrotingstotaal, inclusief toevoeging reserves aan het begin van het begrotingsjaar.
Renterisiconorm 2025 1. Renteherzieningen 2. Aflossingen 3. Renterisico (1+2) 4. Renterisiconorm 5a. Ruimte onder renterisiconorm (4>3) 5b. Overschrijding renterisiconorm (3>4) Berekening
Bedragen x € 1.000 Begroting 2025 0 2.653 2.653 4.518 1.865 0
Rekening 2025
Verschil
0 2.661 2.661 4.446 1.785 0
0 8 8 -72 -80 0
4a. Begrotingstotaal jaar 2025 4b. Percentage regeling Renterisiconorm (4 = 4a * 4b)
22.589 20% 4.518
22.231 20% 4.446
-358 0% -72
Minimumbedrag
2.500
2.500
0
Relatiebeheer
De gemeente Renswoude heeft als huisbankier de N.V. Bank Nederlandse Gemeenten, een bankinstelling gecertificeerd met de triple A-rating volgens Moody’s en volgens Standard & Poor's. Bij deze bank heeft de gemeente Renswoude een viertal zakelijke rekeningen: een rekening voor het dagelijks betalingsverkeer, een rekening voor de inning van belastingen, een rekening voor de inning van de huren en een rekening ten behoeve van schatkistbankieren. Gemeente Renswoude heeft
Jaarstukken gemeente Renswoude 2025
65
verder nog een rekening bij de Rabobank Gelderse Vallei e.o., deze rekening wordt hoofdzakelijk gebruikt voor transacties via de legeskas.
Financieringspositie
Gemeentefinanciering heeft betrekking op de financiering van de organisatie voor de lange termijn. De financieringsstructuur wordt hierbij bepaald door de verhouding tussen het eigen vermogen en het vreemd vermogen. Zodra de financieringsmiddelen (de reserves, voorzieningen en opgenomen geldleningen) lager zijn dan het totaal van de boekwaarde van de investeringen is dit een teken dat de gemeente een vaste geldlening moet gaan aantrekken.
Schatkistbankieren
Vanaf 2014 zijn gemeenten, provincies, waterschappen en gemeenschappelijke regelingen verplicht hun overtollige liquide middelen te stallen en beleggingen aan te houden bij het Ministerie van Financiën. Overtollige liquiditeiten en beleggingen mogen niet meer worden gestald bij private partijen buiten de schatkist. Voor de gemeente Renswoude betekent dit dat alle liquide middelen die in een kwartaal het drempelbedrag overstijgen, afgeroomd moeten worden naar een daartoe geopende werkrekening Schatkistbankieren (SKB), waarna de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) het doorstort naar ’s Rijksschatkist. Er was een drempelbedrag van € 1.000.000.
Jaarstukken gemeente Renswoude 2025
66
Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1000) Verslagjaar (1) Drempelbedrag 1000 Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4 Kwartaalcijfer op dagbasis buiten (2) 's Rijks schatkist aangehouden 105 73 172 43 middelen (3a) = (1) > (2) Ruimte onder het drempelbedrag 895 927 828 957 (3b) = (2) > (1)
Overschrijding van het drempelbedrag
-
-
-
-
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
(1) Berekening drempelbedrag (4a) (4b)
(4c)
Begrotingstotaal verslagjaar Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat
Verslagjaar 22.589 22.589
(1) = (4b)*0,02 + (4c)*0,002 met een minimum van €1.000.000 als het begrotingstotaal kleiner of gelijk is aan 500 mln. En als begrotingstotaal groter dan € 500 miljoen is is het Drempelbedrag 1000 drempelbedrag gelijk aan € 10 miljoen, vermeerderd met 0,2% van het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat. (2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Kwartaal 1 (5a) (5b) (2) - (5a) / (5b)
Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil) Dagen in het kwartaal Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen
9.460
6.677
15.815
3.953
90
91
92
92
105
73
172
43
Renteschema op basis van notitie rente BBV
In de BBV is opgenomen dat de paragraaf financiering van de begroting en jaarstukken naast de beleidsvoornemens en het gerealiseerde beleid ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille ook inzicht moet geven in de rentelasten, het renteresultaat en de doorberekende rente aan investeringen, grondexploitaties en projecten. In onderstaand schema is dat weergegeven.