CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, partiele herziening nr. 65, omgeving Schoonhetenseweg 6 (vastgesteld 20-11-2023)

Raadsvergadering 21 december 2023, gemeente RaalteBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Buitengebied Raalte, partiële herziening nr. 65, omgeving Schoonhetenseweg 6 (bespreekstuk)22.354 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

4.3

Gemeentelijk beleid

Het beleid van de gemeente Raalte is verwoord in diverse beleidsstukken op verschillende schaalniveau’s. 4.3.1

Omgevingsvisie Horizon

4.3.1.1 Algemeen De omgevingsvisie is een strategisch document. Het geeft richting aan de ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving van de gemeente Raalte. Een belangrijk onderdeel van de omgevingsvisie zijn de kernopgaven. Hierin is een driedeling gemaakt in kernopgaven voor het buitengebied, toekomstbestendige wijken en dorpen en de identiteit en regio. 4.3.1.2 Het buitengebied Ambitie: Raalte als groen en innovatief productielandschap Het groene en agrarische karakter van het Raaltense buitengebied is de kern van de gemeentelijke identiteit. Dit krachtige en afwisselende landschap vormt de onderlegger van een nieuwe toekomst voor het landelijk gebied en wordt daarom verder ontwikkeld en waar nodig beschermd. In de toekomst is het buitengebied een divers en modern productie- en werklandschap met toekomstbestendige landbouw, dat vitaal is, reuring kent, maar waar ook gewoond wordt en waar aandacht is voor de natuur- en landschapswaarden. Innovatie, technologie, klimaatdiensten en duurzame energieopwekking maken nadrukkelijk onderdeel uit van het nieuwe verdienmodel van ons buitengebied, evenals brede nevenactiviteiten door agrariërs, zoals zorg, educatie of toerisme. De gemeente onderkent dat de energietransitie voor een groot deel in het buitengebied zal landen en een belangrijke veranderkracht vormt voor de toekomst van het landelijk gebied.

Nieuwe vormen van duurzame energieopwekking maken onderdeel uit van de nieuwe Horizon en bieden agrarische ondernemers kansen op een nieuw verdienmodel. In het hyperdiverse buitengebied werkt te gemeente samen aan toekomstbestendigheid, zoals op het gebied van biodiversiteit, robuuste watersystemen, klimaatbestendigheid en bodemkwaliteit. Nieuwe ontwikkelingen voegen waarde toe: niet alleen voor de huidige generatie, maar ook voor de daarop volgende. Ontwikkelingsrichtingen Deze ambitie voor het buitengebied vraagt om regie, maar ook om samenwerking: een sterke overheid met een sterke samenleving die samen opnieuw vorm geven aan het buitengebied. Daarbij formuleert de gemeente vijf ontwikkelrichtingen. 1. 2. 3. 4.

Een sterk en afwisselend landschap door het verder te ontwikkelen, te versterken en te behouden wat waardevol is. toekomstbestendige landbouw die meerwaarde oplevert voor de leefomgeving en het landschap. Duurzame opwekking van energie; Een vitaal, divers en gemengd buitengebied. Een werk- en productiegebied, waar een balans is met wonen, landschappelijke- en cultuurhistorische kwaliteiten, natuur en recreatie;

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

27

Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, partiële herziening nr. 65, omgeving Schoonhetenseweg 6 Vastgesteld 5.

Kleinschalige recreatie, die past in het landschap en die aansluit op andere activiteiten in het buitengebied.

De voorgenomen ontwikkeling sluit het meest aan bij ontwikkelrichting 4. Ontwikkelrichting 4 Het buitengebied van de gemeente Raalte is enorm divers en levendig; een mozaïek van functies en belangen. Het is de plek van tal van grote en kleinere bedrijven, er wordt gewoond, het is er groen en rijk aan soorten en er wordt gefietst en gewandeld. Ook in de toekomst staat de diversiteit van het gebied voorop. Er moet gewerkt en geproduceerd kunnen worden door allerhande bedrijvigheid, er mag reuring zijn, maar wel in balans met andere functies, met oog voor gezondheid en aandacht voor wat we landschappelijk waardevol vinden. Dit past bij het Sallandse karakter. Belangrijk is om elkaar ruimte te gunnen en het waarderen van de levendigheid. Hierbij moet rekening worden gehouden met elkaar. Dat betekent dat de bedrijvigheid niet tot onevenredige overlast moet leiden. Te zware bedrijvigheid is niet welkom in het buitengebied, maar dient gesitueerd te worden op bedrijventerreinen. In gebieden met belangrijke landschappelijke, recreatieve of cultuurhistorische waarden is de gemeente terughoudender. Daar moet bedrijvigheid zich schikken naar de omgeving en streeft de gemeente naar activiteiten die deze kwaliteiten juist benutten en versterken. Wonen in het buitengebied komt de dynamiek en variatie ten goede, maar staat soms wel op gespannen voet met het agrarische karakter en productie.

Aan de ene kant vraagt dit bewustwording van bewoners: bij wonen in een agrarisch gebied valt af en toe ook overlast te verwachten. Anderzijds is het nodig om bij het toevoegen van woningen de identiteit en het gebruik van het agrarische landschap (sterker) als vertrekpunt te nemen. Zo staat de gemeente positief tegenover de ontwikkeling van nieuwe kleinschalige woonconcepten. Onder kleinschaligheid wordt bijvoorbeeld verstaan een enkele woning, een erfdeel concept of meer-generatiewonen, op de plek van leegstaand agrarisch vastgoed. De gemeente vindt het belangrijk dat deze ontwikkelingen het landschap versterken. 4.3.1.3 Toetsing van het initiatief aan de ‘Omgevingsvisie Horizon’ Met voorgenomen ontwikkeling wordt met de realisatie van een Schoonheetenshofje met vijf woningen een nieuw kleinschalig woonconcept gerealiseerd op een voormalig agrarische locatie. Het woonconcept zet specifiek in op de doelgroep ouderen die nu nog in het buitengebied wonen op vaak grotere locaties/boerderijen, maar kleiner en zelfstandig buitenaf willen blijven wonen op relatief korte afstand van zowel Mariënheem als Raalte. De locatie wordt overeenkomstig het reeds in 2018 opgestelde ruimtelijk kwaliteitsplan landschappelijk ingepast conform de gebiedskenmerken van het cultuurlandschap.

Verder is er oog voor natuurinclusief bouwen en het vergroten van de biodiversiteit door de aanleg van een kruiden en pluktuin. Tenslotte wordt met de nieuwe functie voor de locatie bijgedragen aan het economisch vitaal houden van het landelijk gebied. Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de Omgevingsvisie. 4.3.2

Programma wonen 2021-2025

4.3.2.1 Algemeen In het Programma Wonen 2021-2025 geeft gemeente Raalte aan hoe ze de komende jaren willen werken aan het wonen in de gemeente. Het woonbeleid kent een aantal accentverschuivingen ten opzichte van het huidige woonbeleid. Er is de laatste jaren een toenemende woningkrapte te zien in zowel de koop- als de huursector en steeds maar stijgende koopprijzen. Tegelijkertijd zal het aantal huishoudens de komende jaren nog groeien. Dit komt enerzijds door de autonome ontwikkeling van gezinsverdunning en anderzijds door het vestigingsoverschot zoals we die de afgelopen jaren ook kenden. De inwoners van de gemeente wonen graag in Raalte en onder gezinnen is Raalte een aantrekkelijke gemeente om naar toe te verhuizen. Landelijk is sprake van woningnood en de regio en provincie hebben een forse groeiambitie die de grote steden niet kunnen oplossen zonder overige gemeenten in de regio. De gemeente Raalte wil graag haar bijdrage leveren aan deze groeiambitie en ziet dit als een kans.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

28

Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, partiële herziening nr. 65, omgeving Schoonhetenseweg 6 Vastgesteld De ambitie van de gemeente Raalte op wonen is dat jong en oud, arm en rijk, een passende woningen kunnen vinden in een toekomstbestendige woonomgeving, waarbij de ruimte wordt gegeven aan eigenzinnig wonen voor huidige en nieuwe inwoners. In voorliggend geval is voor het kleinschalig wooninitiatief “Schoonheetenshofje” het thema “langer zelfstandig wonen in de gemeente Raalte” van belang. 4.3.2.2 Thema langer zelfstandig wonen in de gemeente Raalte De gemeente staat voor een inclusief woonbeleid. Het is goed wonen voor alle inwoners van de Raalte, ook als dit door een bepaalde beperking of kwetsbaarheid minder vanzelfsprekend is. Een van de manieren om dit te bewerkstelligen is het inzetten op kleinschalige wooninitiatieven door en voor de inwoners van Raalte. De gemeente ziet een toenemende behoefte onder senioren aan zelfstandig maar meer geclusterd wonen al dan niet met gezamenlijke voorzieningen. Initiatieven als collectief particulier opdrachtgeverschap voor en door senioren en initiatieven voor geclusterd wonen als dan niet met gezamenlijke voorzieningen worden ondersteund. Geclusterde woonvoorzieningen ziet de gemeente bij voorkeur in de nabijheid van of in samenwerking met zorgvoorzieningen ontstaan.

4.3.2.3 Toetsing initiatief aan de het Programma wonen 2021-2025 Ten behoeve van dit project worden vijf bouwrechten/contingenten overgeheveld van de locatie van Dijk in Heino. Per saldo worden daarom geen woningen toegevoegd aan de woningvoorraad van de gemeente Raalte. Met het kleinschalige wooninitiatief “Schoonheetenshofje” worden vijf woningen voor ouderen gerealiseerd. Het gaat daarbij om een specifieke subdoelgroep binnen de doelgroep ouderen, namelijk ouderen die nu nog in het buitengebied wonen op vaak grotere locaties/boerderijen, maar kleiner en zelfstandig buitenaf willen blijven wonen op relatief korte afstand van zowel Mariënheem als Raalte. Het plan combineert geclusterd wonen met zorgvoorzieningen vult hiermee een specifieke lokale woningbehoefte in. Het plan past dan ook goed in de gemeentelijke ambities op het vlak van langer zelfstandig wonen zoals verwoord in het Programma wonen 2021-2025.

4.3.3

Landschapsontwikkelingsplan Raalte

4.3.3.1 Algemeen De gemeenten Deventer, Olst-Wijhe en Raalte hebben een Landschapsontwikkelingsplan (LOP) opgesteld met als doel een gezamenlijk kader te bieden (23 september 2008), op basis waarvan nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied kunnen worden beoordeeld, teneinde de ruimtelijke kwaliteit te behouden en te versterken. Het LOP bevat vier belangrijke componenten: a. b. c. d.

inventarisatie en analyse; de LOP-visie 'Een plus voor het landschap'; thematische uitwerkingen; het uitvoeringsprogramma.

4.3.3.2 Deelgebieden Landschapsontwikkelingsplan Het plangebied ligt op basis van het LOP binnen het ‘Zandlandschap’ waarbij het is aangemerkt als ‘dekzandvlaktes’. In afbeelding 4.5 is de ligging van het plangebied in het LOP weergegeven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

29

Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, partiële herziening nr. 65, omgeving Schoonhetenseweg 6 Vastgesteld

Afbeelding 4.5

Uitsnede Landschapsontwikkelingsplan (Bron: Gemeente Raalte)

‘Dekzandvlaktes’ Dit gebied vormt de oorspronkelijke overgang van het oude naar het jonge dekzandlandschap. Het is een oud dekzandlandschap dat onder sterke invloed stond van kwel uit de Sallandse heuvelrug. Het gebied is in de 20e eeuw ontgonnen wat heeft geresulteerd in een uitgesproken ontginningslandschap. Het ruimtelijk beeld van het gebied wordt voornamelijk bepaald door de karakteristieke lanen langs de wegen en de aanwezigheid van de landbouw. Er wordt ingezet op het versterken van het lanenstelsel. Doorgaande structuren zoals het Overijssels Kanaal en de (doorgaande) wegen passen zich aan deze karakteristiek aan: laanbeplanting past hierin. Op de hogere gronden zijn in het verleden essencomplexen en kampen (eenmansesssen) ontstaan. Ten oosten van Raalte en rondom Heeten komen deze escomplexen veelvuldig voor. Door het verdwijnen van randbeplanting rondom de essen zijn de complexen minder herkenbaar geworden. Een opmerkelijk gebied is de Luttenberg, dit is een uitloper van de stuwwal van de Sallandse heuvelrug met een uitgesproken reliëf. Het landschapsbeleid is gericht op het behouden en versterken van de karakteristieken. 4.3.3.3 Toetsing van het initiatief aan het ‘Landschapsontwikkelingsplan’ Het plangebied is gelegen in het zandlandschap in de dekzandvlaktes.

Zoals in paragraaf 4.2.4.3 reeds aangegeven ligt de locatie volgens de provinciale laag van het agrarisch cultuurlandschap in het ‘Oude Hoevenlandschap’. Het bijbehorende kleinschalige karakter wordt versterkt door de landschappelijke inpassing van de nieuwe woonerven en het Schoonheetenshofje conform de gebiedskenmerken. In hoofdstuk 3 is reeds uitgebreid ingegaan op de erfinrichting en landschappelijke inpassing. Geconcludeerd wordt dat voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met het Landschapsontwikkelingsplan. 4.3.4

Beleidsnota Erven in beweging

4.3.4.1 Algemeen Op 21 december 2017 is de eerste beleidsnota ‘Erven in beweging’ vastgesteld door de gemeenteraad van Raalte. In 2021 is dit beleid voor de eerste keer geactualiseerd. Op 25 mei 2023 heeft de meest recente actualisatie van dit beleid plaatsgevonden.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

30

Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, partiële herziening nr. 65, omgeving Schoonhetenseweg 6 Vastgesteld Al in 2014 berekende Alterra dat in de periode 2012 - 2030 in Nederland ca. 24.000 agrarische bedrijven worden beëindigd door marktontwikkelingen en/of door gebrek aan een opvolger. Met inachtname van hergebruik door ‘blijvers’ of door niet-agrarische functies was de verwachting dat tot 2030 ca. 15 miljoen m2 agrarische bedrijfsgebouwen leeg komen te staan. De gemeente Raalte heeft een relatief groot aantal agrarische bedrijven. Volgens onderzoek van de Wageningse University waren er in 2018 in het buitengebied van Raalte 476 agrarische bedrijven, 114 minder dan in 2012. De prognose voor 2018-2030 is dat nog eens 166 agrarische bedrijven in Raalte gaan verdwijnen. Dat betekent dat er tussen 2018 - 2030 nog eens 348.000 m2 aan agrarische bebouwing vrijkomt. Deze cijfers zijn in 2023 nog steeds actueel. Om te voorkomen dat op grote schaal leegstand ontstaat bevat de beleidsnota ‘ Erven in beweging’ een aantal aanvullende mogelijkheden/instrumenten om leegstand tegen te gaan. De gemeente Raalte zet in op sloop en hergebruik. Enerzijds om de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied te versterken. Anderzijds om een levendig buitengebied te houden waarin gewoond en gewerkt kan worden.

Met de extra mogelijkheden die dit beleid bevat heeft een eigenaar van een erf met leegstaande gebouwen onder andere de volgende mogelijkheden: •

• • •

Naast een woning bouwen in ruil voor sloop van minimaal 850 m2 (rood voor rood regeling) ook de mogelijkheid om op een andere locatie de compensatiewoning te bouwen in ruil voor sloop van minimaal 1000 m2 ; Een (niet-agrarisch) bedrijf starten; Oppervlakte bijgebouwen verruimen van 100 naar 150 m2; Extra (bij)gebouwen bouwen bij een woning of bedrijf in ruil voor sloop van een veelvoud aan gebouwen (schuur voor schuur regeling)

In nieuwste beleidsnota (2023) is het beleid Erven in Beweging 2021 op twee onderdelen aangepast ten opzichte van het beleid Erven in Beweging uit 2021: • De locaties waar rood-voor-rood woningen mogen worden gebouwd: dit zijn de slooplocatie en locaties met geclusterde rood-voor-rood woningen aan de dorpsrand; • Er geldt een leeftijdscriterium voor te slopen bebouwing bij rood-voor-rood initiatieven: alleen gebouwen die vóór 2003 zijn gebouwd kunnen worden ingebracht. 4.3.4.2 Toetsing van het initiatief aan de ‘Beleidsnota Erven in beweging’ In voorliggend geval is in 2018 reeds een bestemmingsplan voor een rood-voor-rood-regeling binnen het plangebied uitgevoerd. Voorliggend initiatief betreft een wijziging van de functie van een deel van het te herontwikkelen voormalig agrarisch erf, waarbij in plaats van een multifunctioneel gebouw met een gemengde bestemming een bijzondere woonvorm in de vorm van een Schoonheetenshofje wordt gerealiseerd. Omdat het gebouw 560 m2 groot wordt en het geldende bestemmingsplan maximaal 460 m 2 toelaat, wordt er 100 m2 aan extra schuur voor schuursloopmeters ingebracht. Deze meters mogen op basis van he Erven in beweging beleid zoals dat gold vanaf 2021 verplaatst worden naar een andere locatie en vallen daarmee onder het overgangsrecht. Op basis hiervan is voorliggende ontwikkeling ingestoken.

Hiermee voldoet het initiatief aan de bovengenoemde uitgangspunten van de beleidsnota ‘Erven in beweging’. 4.3.4

Welstandsnota Raalte

De gemeenteraad heeft op 29 oktober 2015 de Welstandsnota gemeente Raalte 2016 vastgesteld. Hierdoor is het welstandstoezicht per 1 januari 2016 afgeschaft. In dit bestemmingsplan zijn via een bouwvlak en bouwregels de bouwmogelijkheden binnen het plangebied geregeld. 4.3.5

Parkeernormen Raalte 2015

Het college van burgemeester en wethouders van Raalte heeft op 3 november 2015 de ‘Parkeernormen Raalte 2015’ vastgesteld. De landelijke parkeerkencijfers van de CROW zijn hierbij als uitgangspunt genomen. Om de bereikbaarheid en kwaliteit van de openbare ruimte te waarborgen dienen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen getoetst te worden aan deze gemeentelijke parkeernormen. In paragraaf 3.2 is hier reeds uitgebreid op ingegaan. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

31

Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, partiële herziening nr. 65, omgeving Schoonhetenseweg 6 Vastgesteld 4.3.6

Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid

Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de uitgangspunten uit het gemeentelijk beleid zoals genoemd in de hiervoor beschreven beleidsstukken.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

32

Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, partiële herziening nr. 65, omgeving Schoonhetenseweg 6 Vastgesteld

HOOFDSTUK 5

MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het wijzigingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreffen de thema’s geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, trillingen en Besluit milieueffectrapportage.

5.1

Geluid (Wet geluidhinder)

5.1.1

Wettelijk kader

De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. 5.1.2

Situatie plangebied

In voorliggende geval worden nieuwe geluidsgevoelige objecten (woningen) mogelijk gemaakt binnen de wettelijke geluidszone van de Schoonheetenseweg, de N35 en de spoorlijn Almelo-Zwolle. Door Buijvoets bouw- en geluidsadvisering is daarom een akoestisch onderzoek verricht naar rail- en wegverkeerslawaai. Hierna worden de onderzoeksresultaten beschreven. De volledige rapportage is opgenomen in bijlage 2. Onderzoeksresultaten railverkeerslawaai Berekend is de geluidbelasting LDEN, dat is de gemiddelde geluidbelasting van de dag, avond en nachtperiode. De geluidbelasting LDEN bedraagt maximaal 61 dB waarmee de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden. De maximaal toelaatbare hogere grenswaarde van 68 dB wordt niet overschreden. De modelgegevens zijn opgenomen in bijlage I van de onderzoeksrapportage. In art 110a lid 5 van de Wet geluidhinder is bepaald dat een hogere waarde alleen kan worden verleend indien maatregelen ter beperking van de geluidbelasting zijn onderzocht. Maatregelen om de geluidbelasting te reduceren worden onderzocht in de volgorde bronmaatregelen en overdrachtsmaatregelen. Bronmaatregelen en overdrachtsmaatregelen kunnen vanuit civieltechnisch, praktisch, landschappelijk en financieel oogpunt niet wordt verlangd. Maatregelen aan gevel zijn wel mogelijk. Wanneer een hogere waarde wordt verleend zijn maatregelen aan de gevels van de woningen noodzakelijk.

De vereiste geluidwering G A;k bedraagt dan maximaal (61 – 33 =) 28dB. Wanneer wordt gekozen voor een natuurlijke toevoer via openingen in de geluidbelaste gevel zijn suskasten noodzakelijk. De suskasten voor de verblijfsruimten op de begane grond komen dan in plaats van normale roosters. Het is ook mogelijk via de geluidluwe achtergevel te ventileren zodat in de voorgevel, uitgaande van één verblijfsgebied (woonkamer/keuken), geen roosters komen. Tot een geluidwering van ca 29 dB kan met normale dubbele HR++ beglazing in de belaste gevels worden volstaan. Het hellende dak wordt geadviseerd uit te voeren in een prefab-kap met minerale wol waarmee voldoende geluidisolatie kan worden bereikt. Door een gunstige woningindeling op de verdieping en ventilatie via de geluidluwe achtergevel is geen of nauwelijks sprake van meerkosten voor geluidisolerende maatregelen. Voor de 5 appartementen moet een hogere waarde worden vastgesteld van 61 dB ten gevolge van railverkeerslawaai.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

33

Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, partiële herziening nr. 65, omgeving Schoonhetenseweg 6 Vastgesteld

Onderzoeksresultaten wegverkeerslawaai N35 De geluidbelasting LDEN ten gevolge van de N35 inclusief 2 dB aftrek bedraagt maximaal 48 dB op de noordgevel (in rekenpunt 6 op een hoogte van 4.5 m) en is gelijk aan de wettelijke voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Schoonhetenseweg De geluidbelasting LDEN ten gevolge van Schoonhetenseweg op de oostgrens van het bouwvlak (in rekenpunt 4) bedraagt 50 dB en ligt boven de wettelijke voorkeursgrenswaarde van 48 dB. De maximaal toelaatbare hogere grenswaarde van 53 dB wordt niet overschreden. Slechts wanneer voldoende gemotiveerd wordt aangetoond dat toepassing van een maatregel niet doeltreffend is, kan een hogere waarde worden toegekend. Er zal dus onderzoek gedaan moeten worden welke maatregelen mogelijk zijn om de geluidbelasting ten gevolge van de Schoonhetensweg te reduceren, tot wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Maatregelen om de geluidbelasting te reduceren worden onderzocht in de volgorde bronmaatregelen, overdrachtsmaatregelen en maatregelen aan de gevel. Bronmaatregelen en overdrachtsmaatregelen kunnen vanuit civieltechnisch, praktisch, landschappelijk en financieel oogpunt niet wordt verlangd. Maatregelen aan gevel zijn wel mogelijk. Wanneer een hogere grenswaarde wordt verleend zijn maatregelen aan de gevels noodzakelijk om het binnenniveau LDEN te waarborgen op maximaal 33 dB.

De vereiste geluidwering GA;k van de zijgevel bedraagt dan maximaal (56 – 33 =) 23 dB. Wanneer wordt gekozen voor een natuurlijke toevoer via openingen in de geluidbelaste gevel zijn susroosters noodzakelijk. De susroosters voor de verblijfsruimten komen dan in plaats van normale roosters. Tot een geluidwering van ca 29 dB kan met normale dubbele HR++ beglazing in de belaste gevels worden volstaan. Voor één appartement moet een hogere waarde worden vastgesteld van 50 dB ten gevolge van verkeerslawaai op de Schoonhetenseweg. Cumulatie weg- en railverkeerslawaai In de Wet geluidhinder (artikel 110a) is bepaald dat bij het vaststellen van een hogere grenswaarde rekening moet worden gehouden met het eventueel optreden van cumulatie van geluid. Ter bescherming van (toekomstige) bewoners mag de gecumuleerde geluidsbelasting niet onaanvaardbaar hoog worden. Daar waar als gevolg van cumulatie een hogere geluidsbelasting optreedt kan bij het dimensioneren van de gevelisolatie rekening worden gehouden met deze gecumuleerde geluidsbelasting. Op deze manier blijft de geluidskwaliteit van het binnenklimaat in woningen (bijvoorbeeld belangrijk voor een goede nachtrust) gewaarborgd. Op grond van het Bouwbesluit moet bij het ontwerp van woningen voldaan worden aan de wettelijke binnenniveaus.

Cumulatie rail- en wegverkeerslawaai wordt bepaald aan de hand van de rekenmethode opgenomen in het Reken- en Meetvoorschrift Geluid 2012. Deze rekenmethode wordt toegepast als er sprake is van blootstelling aan meer dan één geluidsbron. Allereerst dient vastgesteld te worden of van een relevante blootstelling door verschillende geluidsbronnen sprake is. Dit is alleen het geval indien de zogenaamde voorkeurswaarde van die onderscheiden bronnen wordt overschreden. In dit geval wordt alleen in rekenpunt 4 (oostgevel van één appartement) de voorkeursgrenswaarde van zowel railverkeer als wegverkeerslawaai overschreden en bedraagt de cumulatieve belasting De gecumuleerde belasting LCUM in punt 4 bedraagt 57 en 85 dB op een hoogte van 1,5 m respectievelijk 4,5 m. De geluidbelasting op de oostgevel is lager dan op de belasting van 61 dB ten gevolge van raillawaai op de zuidgevel en is acceptabel, ook omdat de noordgevel geluidluw is gelegen. LCUM kan als volgt worden omgerekend naar de bronsoort waarvoor een wettelijke beoordeling plaatsvindt. Voor de oostgevel is de cumulatieve belasting omgerekend naar railverkeer : LRL,CUM = 1,05 LCUM + 1,47 = 61 dB. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

34

Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, partiële herziening nr. 65, omgeving Schoonhetenseweg 6 Vastgesteld De binnenwaarde, waaraan bij het realiseren van de nieuwe woningen zal moeten worden voldaan, bedraagt 33 dB uitgaande van de cumulatieve geluidbelasting.

Hogere waarde Voor één appartement moet een hogere waarde van 50 dB worden vastgesteld in verband met de Schoonhetenseweg. Voor de 5 appartementen moet een hogere waarde worden vastgesteld van 61 dB ten gevolge van railverkeerslawaai. De binnenwaarde, waaraan bij het realiseren van de nieuwe woning zal moeten worden voldaan, bedraagt 33 dB. Na dat het definitieve ontwerp gereed is kunnen de noodzakelijke geluidwerende maatregelen worden vastgesteld. 5.1.3

Conclusie

Uit het voorgaande blijkt dat voor het plan een hogere waarde van 50 dB kan worden aangevraagd voor de Schoonhetenseweg. Voor de 5 appartementen moet een hogere waarde worden vastgesteld van 61 dB ten gevolge van railverkeerslawaai. De binnenwaarde, waaraan bij het realiseren van de nieuwe woningen zal moeten worden voldaan, bedraagt 33 dB. Nadat het definitieve ontwerp gereed is kunnen de noodzakelijke geluidwerende maatregelen worden vastgesteld. Gelijktijdig met het ontwerpbestemmingsplan dient een aanvraag hogere grenswaarde voor voorgenoemde wegen in procedure te worden gebracht. In bijlage 3 van deze toelichting is de ontwerpbeschikking hiervoor opgenomen. Met de vaststelling van deze hogere grenswaarden en het toepassen van geluidswerende maatregelen aan de woning er vanuit de Wet Geluidhinder geen belemmering voor het vaststellen van dit bestemmingsplan.

5.2

Bodemkwaliteit

5.2.1

Algemeen

Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een verkennend bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5740. 5.2.2

Situatie plangebied

In voorliggend geval is een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd. Hieronder worden de resultaten van dit onderzoeken weergegeven. Het volledige onderzoeksrapport is opgenomen in bijlage 4. Onderzoeksresultaten Verkennend en asbestbodemonderzoek Aanvullend verkennend chemisch bodemonderzoek Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat in de bovengrond overschrijdingen van de achtergrondwaarden zijn aangetoond. De oorspronkelijk aangetoonde interventiewaarde aan PAK in een mengmonster van zeven monsterpunten is bij individuele analyse niet bevestigd. De onderzoekshypothese, zijnde een onverdachte locatie, is op basis van de resultaten van het huidige onderzoek verworpen. Gezien de aard en de concentraties van de aangetoonde chemische parameters in relatie tot de bestemming van het terrein, concluderen wij dat verhoogde risico's voor de volksgezondheid en/of het milieu op basis van de aangetoonde milieuhygiënische bodemkwaliteit, niet te verwachten zijn. De resultaten van het chemisch onderzoek vormen dan ook geen aanleiding tot nader onderzoek en zijn geen milieuhygiënische belemmering in relatie tot de woonbestemming van het terrein. Verkennend asbestonderzoek BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

35

Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, partiële herziening nr. 65, omgeving Schoonhetenseweg 6 Vastgesteld De onderzoekshypothese voor het asbest onderzoek, zijnde een verdachte locatie, wordt gelet op het niet aantonen van asbest ter plaatse verworpen. 5.2.3

Conclusie

Op basis van de onderzoeksresultaten zijn er vanuit milieuhygiënische overwegingen in relatie tot de bodemkwaliteit geen belemmeringen te verwachten.

5.3

Luchtkwaliteit

5.3.1

Beoordelingskader

Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet Luchtkwaliteit staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: • •

Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen);

5.3.1.1 Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip ‘niet in betekenende mate’ is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: • • •

woningen: 1.500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3.000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.

Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. 5.3.1.2 Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van ‘gevoelige bestemmingen’ binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. 5.3.2

Situatie plangebied

Gelet op de aard en omvang van dit project, in verhouding tot de categorieën van gevallen zoals beschreven in 5.3.1.1 kan worden gesteld dat voorliggend project ‘niet in betekenende mate bijdraagt’ aan de luchtverontreiniging.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

36

Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, partiële herziening nr. 65, omgeving Schoonhetenseweg 6 Vastgesteld Tot slot wordt opgemerkt dat het plangebied niet is gelegen binnen een zone waar toetsing aan de grenswaarden uit de Wet luchtkwaliteit benodigd is voor gevoelige bestemmingen in het kader het Besluit gevoelige bestemmingen. 5.3.3

Conclusie

Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.

5.4

Externe veiligheid

5.4.1

Algemeen

Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: • • • • •

het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's Zware Ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit.

Voor vervoer van gevaarlijke stoffen geldt de ‘Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen’ (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgelegd in: • • •

het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); de Regeling basisnet; de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied).

De regelgeving omtrent buisleidingen is opgenomen in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is het tot een minimum beperken van risico’s waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. 5.4.2

Gemeentelijk beleid externe veiligheid

De gemeente wil haar burgers een veilige leefomgeving bieden. Om de verantwoordelijkheid in te vullen heeft de gemeente Raalte externe veiligheidsbeleid geformuleerd in haar ‘Integraal Veiligheidsbeleid 2015-2018’. Bij externe veiligheid gaat het om de risico's op de omgeving die samenhangen met het produceren, verwerken, opslaan en vervoeren van gevaarlijke stoffen. Doel van het externe veiligheidsbeleid is om een toetsingskader te hebben dat duidelijk maakt welke externe veiligheidsrisico’s in de gemeente aanwezig zijn en hoe er met deze en toekomstige risico's dient te worden omgegaan. De gemeente neemt bij besluiten in het kader van vergunningverlening en ruimtelijke ordening het externe veiligheidsbeleid in acht, zoals dat in de rapportage is beschreven. 5.4.3

Niet gesprongen explosieven

In de Tweede Wereldoorlog is het centrum en het stationsgebied van Raalte regelmatig gebombardeerd. Volgens de internationale standaard is het waarschijnlijk dat zo’n 10% van de explosieven niet tot ontploffing is gekomen, de zogenoemde blindgangers. Aan de hand van archiefinformatie heeft de gemeente Raalte een

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

37

Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, partiële herziening nr. 65, omgeving Schoonhetenseweg 6 Vastgesteld risicokaart opgesteld. Op deze kaart zijn verdachte gebieden aangegeven waar niet gesprongen explosieven (NGE) in de bodem aanwezig kunnen zijn. 5.4.4

Situatie in en bij het plangebied

Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico’s, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. In afbeelding 5.1 is een uitsnede van de Risicokaart weergegeven.

Afbeelding 5.1

Uitsnede Risicokaart (Bron: Risicokaart.nl)

Uit de inventarisatie blijkt dat het plangebied: • • •

zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); zich niet bevindt binnen een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen;

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

38

Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, partiële herziening nr. 65, omgeving Schoonhetenseweg 6 Vastgesteld Ten zuiden van het projectgebied aan de overzijde van de spoorlijn liggen twee gasbuisleidingen van de Gasunie. Het betreffende volgende leidingen: N-557-26

N-557-27

•

Aardgasleiding NEN 3650 leiding

•

Aardgasleiding NEN 3650 leiding

•

Uitwendige diameter:

168,00 mm

•

Uitwendige diameter:

114,00 mm

•

Maximale werkdruk:

40,00 bar

•

Maximale werkdruk:

40,00 bar

•

1% letaliteitsgrens:

70 meter

•

1% letaliteitsgrens:

50 meter

•

100% letaliteitsgrens:

40 meter

•

100% letaliteitsgrens:

30 meter

De afstand tot het projectgebied bedraagt circa 135 meter. Het projectgebied ligt hiermee buiten het invloedsgebied van de leidingen. Een nadere verantwoording van het groepsrisico is ten aanzien van de gasbuisleidingen niet noodzakelijk. Niet gesprongen explosieven Het projectgebied ligt volgens de ‘Risicokaart niet gesprongen explosieven’ in een gebied dat verdacht is vanwege afwerpmunitie uit de Tweede Wereldoorlog (zie ook afbeelding 5.2). Door Prorail is in het kader van de spoorlijn die ten zuiden van het projectgebied loopt een historisch vooronderzoek (Rapport RVCE-14021-02 v 1.1) uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat de locatie van de reeds in aanbouw zijnde woningen buiten verdacht gebied voor vliegtuigbommen ligt. Dit geldt ook voor de locatie van het Knarrenhof. Op onderstaande kaart is dit weergegeven. De rode cirkels betreffen verdachte locatie voor vliegtuigbommen. De groene zone betreft niet verdacht gebied. In bijlage 5 is de overlegreactie van Prorail opgenomen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

39

Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, partiële herziening nr. 65, omgeving Schoonhetenseweg 6 Vastgesteld

Afbeelding 5.2

5.4.4

Uitsnede Risicokaart Niet gesprongen explosieven (Bron: gemeente Raalte)

Conclusie

Een en ander brengt met zich mee dat de ontwikkeling in overeenstemming is met wet- en regelgeving ter zake van externe veiligheid.

5.5

Milieuzonering

5.5.1

Algemeen

In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient in ruimtelijke plannen rekening te worden gehouden met afstemming tussen gevoelige functies en milieuhinderlijke functies. Uitgangspunt daarbij is dat nieuwe en bestaande bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden beperkt en dat ter plaatse van woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

40

Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, partiële herziening nr. 65, omgeving Schoonhetenseweg 6 Vastgesteld uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan mogelijk is. Hoewel deze richtafstanden indicatief zijn, volgt uit jurisprudentie dat deze afstanden als harde eis worden gezien door de Raad van State bij de beoordeling of woningen op een passende afstand van bedrijven worden gesitueerd. 5.5.2

Gebiedstypen

In de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering’ is een tweetal gebiedstypen te onderscheiden; 'rustige woonwijk' en 'gemengd gebied'. Een ‘rustige woonwijk’ is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor. Langs de randen is weinig verstoring van verkeer. Op basis van de VNGuitgave wordt het buitengebied gerekend tot een met het omgevingstype ‘rustige woonwijk’ vergelijkbaar omgevingstype. Een ‘gemengd gebied’ is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend. In de directe omgeving zijn voornamelijk woningen aanwezig, daarom kan de omgeving worden aangemerkt als ‘rustige woonwijk’. De richtafstanden behorende bij de te onderscheiden omgevingstypen worden in de navolgende tabel inzichtelijk gemaakt. Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6

5.5.3

Richtafstanden tot omgevingstype rustige woonwijk 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m

Richtafstanden tot omgevingstype gemengd gebied 0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m

Situatie plangebied

5.5.3.1 Algemeen Aan de hand van vorenstaande regeling is onderzoek verricht naar de feitelijke situatie. De VNG-uitgave ‘Bedrijven en Milieuzonering’ geeft een eerste inzicht in de milieuhinder van inrichtingen. Zoals reeds hiervoor genoemd, wordt bij het realiseren van nieuwe bestemmingen gekeken naar de omgeving waarin de nieuwe functie gerealiseerd wordt. Hierbij spelen twee vragen en rol: 1. 2.

past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking).

5.5.3.2 Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ordening. Daarvan is sprake als

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

41

Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, partiële herziening nr. 65, omgeving Schoonhetenseweg 6 Vastgesteld het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast of het plan leidt tot hinder of belemmeringen voor de bedrijven in de omgeving. De functie ‘wonen’ betreft geen milieubelastende activiteit voor de omgeving. Van enige vorm van aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden is dan ook geenszins sprake. 5.5.3.3 Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of de nieuwe functie binnen het plangebied hinder ondervindt van bestaande functies in de omgeving of wanneer de nieuwe functie de bedrijfsvoering of ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende bedrijven aantast. In dit geval wordt de bijzondere woonvorm binnen het projectgebied aangemerkt als milieugevoelige functie. In de directe omgeving van het projectgebied bevinden zich restaurant/zalencentrum de Bagatelle (Nijverdalseweg 10, Mariënheem), een agrarisch bedrijf aan Nijverdalseweg 8, Mariënheem, een transformatorhuisje en een zendmastinstallatie. Daarnaast ligt de geluidsalarmering van de spoorwegovergang op korte afstand van het plangebied. Hierna wordt op de verschillende zaken ingegaan. Horecafunctie Nijverdalseweg 10 Het restaurant/zalencentrum heeft in het geldende bestemmingsplan de bestemming ‘horeca’ met de aanduiding horeca - 2 voor een café, restaurant, zalenverhuur en partycentrum.

Op basis van de VNG-uitgave ‘bedrijven en milieuzonering’ is het horecabedrijf te vergelijken met een restaurant en discotheek/muziekcafé en betreft een categorie 2 bedrijf met een grootste richtafstand van 30 meter op basis van geluidshinder. De afstand tussen de horecabestemming en het projectgebied bedraagt circa 80 meter, waarbij wordt opgemerkt dat de woonerven Schoonhetenseweg 4 en 4a er tussen in liggen. De richtafstand wordt ruimschoots gehaald. Agrarisch bedrijf Nijverdalseweg 8 Het agrarisch bedrijf aan Nijverdalseweg 8 betreft een paardenhouderij/manage en heeft in het geldende bestemmingsplan de bestemming Agrarisch met de aanduiding ‘intensieve veehouderij’. Binnen het aangegeven bouwperceel mogen intensieve veehouderijactiviteiten plaatsvinden. Dergelijke activiteiten worden op basis van de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ gekwalificeerd als een categorie 4.1 bedrijf met een richtafstand van 200 meter vanwege geurhinder, 50 meter vanwege geluidshinder en 30 meter op basis van het aspect stof. De werkelijke afstand tussen het agrarisch bouwperceel en het projectgebied bedraagt circa 65 meter. De VNG-uitgave gaat uit van richtafstanden bij nieuwe ontwikkelingen. Voor het aspect geur zijn echter de afstanden zoals genoemd in de Wet geurhinder en veehouderij van toepassing.

In paragraaf 4.6 wordt aan de hand van de Wet Geurhinder en veehouderij nader ingegaan op het aspect geurhinder. Hier wordt geconcludeerd dat ter plaatse van de nieuwe woningen een aanvaardbaar woon- een leefklimaat is te verwachten en dat de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende bedrijven niet worden aangetast. Aan alle andere richtafstanden wordt namelijk voldaan. Zendmastinstallatie Op circa 35 meter van het plangebied, nabij de spoorlijn, staat een zendmastinstallatie. Voor een zendmastinstallatie geldt op basis van de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ een milieucategorie 1 met een grootste richtafstand van 10 meter voor het aspect gevaar. De richtafstand wordt ruimschoots gehaald, waardoor er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Transformatorhuisje Het trafogebouw (Enexis elektra) ligt direct aansluitend aan het plangebied en op circa 10 meter van het woongebied. Voor een transformatorgebouw < 10 MVA geldt op basis van de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ een milieucategorie 2 met een grootste richtafstand van 30 meter voor eventuele geluidshinder en 10 meter voor gevaar. Het betreffende gebouwtje is ruim 50 jaar oud en bestaat uit metselwerk en een betonnen dak. Het gebouw wordt volgens op een natuurlijke wijze geventileerd door middel van een toevoerrooster (ca 50x80 cm) en een natuurlijke ontluchting op het dak.

Buiten het gebouw is geen geluid waarneembaar. Geluidsalarmering spoorwegovergang BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

42

Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, partiële herziening nr. 65, omgeving Schoonhetenseweg 6 Vastgesteld Op circa 15 meter ten zuiden van het plangebied bevindt zich een spoorwegovergang met bijbehorende alarmeringsinstallatie. In het akoestisch onderzoek (bijlage 2) is het geluid van deze installatie en het effect daarvan op het plangebied onderzocht. De herkenbare geluidalarmering ongeveer 25 seconden voor de trein arriveert en 5 seconden na dat deze is gepasseerd, dus in totaal ca 30 seconden. Op het moment van passeren van de trein is het geluid daarvan zeer dominant en is het alarmsignaal niet afzonderlijk herkenbaar. De alarmering hoort bij het passeren van een trein, maar is niet opgenomen in het rekenmodel voor raillawaai. De omgevingsdienst ziet het als industrielawaai dat wordt getoetst aan de geluidsgrenswaarden van het Activiteitenbesluit milieubeheer. De geluidbelasting moet worden gemeten en beoordeeld overeenkomstig de Handleiding industrielawaai. Dit betekend dat bij herkenbaar impulsgeluid voor de gevels van woningen de geluidbelasting met 5 dBA moet worden verhoogd alvorens te toetsen aan de grenswaarden. In dit geval is sprake van herkenbaar impulsgeluid en is de bronsterkte met 5 dB verhoogd. Uit een geluidmeting bij een vergelijkbare installatie in Oldenzaal is een bronsterkte LWA vastgesteld van 95 dBA (LWmax = 98 dBA).

Met deze gegevens is in een rekenmodel conform de Handleiding meten en rekenen industrielawaai de geluidbelasting bij de geplande woningen berekend. Volgens de dienstregeling passeren dagelijks maximaal 72, 17 en 15 treinen het kruispunt in de dag-, avond- en nachtperiode. Voor de toetsing van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT is de nachtperiode in punt 4 maatgevend met een belasting LAr,LT van 40 dBA waarmee aan de norm wordt voldaan. Het piekgeluid in punt 4 bedraagt 56 dBA waarmee ook in de maatgevende nachtperiode aan de norm wordt voldaan. De modelgegevens zijn in bijlage I opgenomen. De alarmering is bij de woningen aanvaardbaar. 5.5.4

Conclusie milieuzonering

Het aspect milieuzonering vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.

5.6

Geur

5.6.1

Wet Geurhinder en veehouderij

De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader vergunningverlening, als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen. De Wgv stelt één landsdekkend beoordelingskader met een indeling in twee categorieën. Voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld, wordt deze waarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object. Voor de andere diercategorieën is die waarde een wettelijke vastgestelde afstand die ten minste moet worden aangehouden. Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) dient voor diercategorieën waarvoor per dier geen geuremissie is vastgesteld (bijvoorbeeld melkkoeien) en een geurgevoelig object de volgende afstanden aangehouden te worden: • •

ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen, en ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen.

Voor diercategorieën waarvoor in de Wgv een geuremissie per dier is vastgesteld geldt dat, binnen een concentratiegebied, de geurbelasting op geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom niet meer dan 3 odour units per kubieke meter lucht mag bedragen. Voor geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom mag deze niet meer bedragen dan 14 odour units per kubieke meter lucht. Rood voor Rood Voor rood voor rood ontwikkelingen is in artikel 14 lid 2 en 3 van de Wgv opgenomen dat de afstand tussen een veehouderij en een woning die op of na 19 maart 2000 is gebouwd: a. b.

op een kavel die op dat tijdstip in gebruik was als veehouderij, in samenhang met het geheel of gedeeltelijk buiten werking stellen van de veehouderij, en

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

43

Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, partiële herziening nr. 65, omgeving Schoonhetenseweg 6 Vastgesteld c.

in samenhang met de sloop van de bedrijfsgebouwen die onderdeel hebben uitgemaakt van de veehouderij,

ten minste 100 meter indien de woning binnen de bebouwde kom is gelegen en ten minste 50 meter indien de woning buiten de bebouwde kom is gelegen. Dit is van overeenkomstige toepassing op een geurgevoelig object dat op het voormalige agrarisch bouwperceel aanwezig is. 5.6.2

Situatie plangebied

In voorliggend geval is de oorspronkelijke Rood voor Rood ontwikkeling, waarvoor in 2018 het bestemmingsplan ‘Buitengebied Raalte, partiële herziening nr.24, Schoonhetenseweg 4-6’ is vastgesteld, mogelijk gemaakt met toepassing van artikel 14 lid 2 en 3 van de Wgv. Omdat de locatie buiten de bebouwde kom ligt dient de afstand tot het agrarisch bedrijf minimaal 50 meter te bedragen. Deze afstand word met een werkelijke afstand van circa 65 meter gehaald. De nu voorliggende ontwikkeling (het bouwen van een bijzondere woonvorm met vijf woningen) betreft een toevoeging op het oorspronkelijke plan. De afstand van 50 meter wordt ruimschoots gehaald, waardoor te verwachten is dat er ter plaatse van de woningen sprake zal zijn van een goed woon- en leefklimaat. Daarnaast heeft het initiatief geen gevolgen voor de bedrijfsvoering van omliggende (agrarische) bedrijven. Op dezelfde afstand was immers al een woning mogelijk. Met dit plan wordt deze afstand niet verkleind. De Omgevingsdienst heeft gevraagd via geuronderzoek ook de voor- en achtergrondbelasting in beeld te brengen. BJZ.nu heeft hiervoor een geuronderzoek uitgevoerd. De volledige rapportage is opgenomen in bijlage 6. Hierna wordt op de resultaten ingegaan. Onderzoeksresultaten Het onderzoek heeft betrekking op twee verschillende zaken betreffende geuronderzoek.

Ten eerste is het woon- en leefklimaat ter plaatse van de nieuw te realiseren ‘knarrenhof’ aangaande het aspect geurhinder onderzocht. Ten tweede is onderzocht of omliggende bedrijven (onevenredig) worden geschaad in hun belangen. Het onderzoek geeft antwoord op deze twee vragen. Beoordeling woon- en leefklimaat Om het woon- en leefklimaat te kunnen beoordelen is zowel de voor- als de achtergrondgeurbelasting berekend. De berekende voorgrondgeurbelasting bedraagt hoogstens 2,8 OUE/ m3 ter plaatse van het te realiseren voornemen. Met deze waarde wordt ruimschoots voldaan aan de norm van 14,0 OUE/m3 voor concentratiegebieden buiten de bebouwde kom. Het woon- en leefklimaat is te kwalificeren als ‘goed’. De achtergrondgeurbelasting bedraagt afgerond hoogstens 3,9 OUE/m3 op het te realiseren voornemen. Met deze geurbelasting ondervindt volgens de milieukwaliteitseisentabel 5 – 10% van de bewoners geurhinder. Het woon- en leefklimaat ter plaatse van het te realiseren ‘Knarrenhof’ is te kwalificeren als ‘goed’. Bij het beoordelen van het woon- en leefklimaat bestaat de volgende vuistregel: de voorgrondgeurbelasting is maatgevend als die tenminste de helft bedraagt van de achtergrondbelasting. In deze situatie is de voorgrondgeurbelasting maatgevend en is het woon- en leefklimaat te kwalificeren als ‘goed’.

Onevenredige schade veehouderijen De te realiseren woningen bevinden zich buiten de 50 meter afstand van veehouderijen met vaste afstand dieren. Voor deze veehouderijen tasten de nieuw te realiseren woningen niet de planologische rechten aan. Tevens blijkt uit paragraaf 3.2 dat er tussen de veehouderijen en de voorgenomen ontwikkeling andere woonbestemmingen gelegen zijn. Het voornemen tast dan ook niet de planologische rechten van omringende veehouderijen aan. Gesteld wordt dat de ontwikkeling geen belemmering vormt voor een planologische uitbreiding of voor het huidige planologische regime. Aan het bevoegd gezag van de gemeente Raalte is de afweging of het woon- en leefklimaat ter plaatse van de te realiseren woningen aanvaardbaar is. 5.6.3

Conclusie

Er wordt voldaan aan het bepaalde in de Wet geurhinder en veehouderij. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

44

Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, partiële herziening nr. 65, omgeving Schoonhetenseweg 6 Vastgesteld

5.7

Ecologie

Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met de Wet natuurbescherming en het Nederlands Natuurnetwerk.Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van dier- en plantensoorten. Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming vastgelegd in de Wet natuurbescherming. 5.7.1

Gebiedsbescherming

5.7.1.1 Natura 2000-gebieden Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Deze gebieden worden in Nederland op grond van de Wet natuurbescherming beschermd. De locatie ligt niet binnen een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000- gebied ‘Boetelerveld’ ligt op een afstand van circa 1,3 kilometer. Direct negatieve effecten zoals licht of geluidshinder zijn gelet op de aard van de ontwikkeling en onderlinge afstand bij voorbaat uit te sluiten. Om de indirect negatieve effecten op natura 2000 als gevolg van stikstofdepositie te onderzoeken is door BJZ.nu in een AERIUS berekening (Calculator 2022) uitgevoerd. Uit de AERIUS-berekeningen met betrekking tot de aanlegfase en gebruiksfase blijkt dat geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. Het project is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, niet vergunningsplichtig. De rapportage is bijgevoegd in bijlage 7. Hieronder worden de onderzoeksresultaten weergegeven.

5.7.1.2 Natuur Netwerk Nederland Het Natuur Netwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur) is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. Het NNN is in provinciale Actualisatie Omgevingsvisie en –verordening uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van de NNN geldt het ‘nee, tenzij’- principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. De locatie ligt niet binnen het concreet begrensde NNN. Het dichtstbijzijnde NNN gebied is gelegen op ruim 1,3 kilometer afstand ten westen van de locatie. Gezien de onderlinge afstand, de aard en omvang van de ontwikkeling en lokale invloedsfeer van de voorgenomen activiteit wordt gesteld dat als gevolg van voorliggend initiatief geen aantasting plaatsvindt van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN. 5.7.2

Soortenbescherming

5.7.2.1 Algemeen Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht. Het is verboden om alle soorten die beschermd zijn volgens de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn, evenals de in paragraaf 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming genoemde soorten te doden en te verwonden, evenals het beschadigen en vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden. 5.7.2.2 Situatie plangebied In voorliggend geval is in het kader van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Raalte, partiële herziening nr.24, Schoonhetenseweg 4-6’ in 2018 door Natuurbank Overijssel een Quickscan Natuurwaardenonderzoek uitgevoerd voor de locatie Schoonhetenseweg 4-6 in Mariënheem. De gebouwen zijn reeds gesloopt.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

45

Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, partiële herziening nr. 65, omgeving Schoonhetenseweg 6 Vastgesteld Voorafgaand aan de bouw zal het terrein opnieuw geanalyseerd worden op eventueel aanwezige flora en fauna. Hieronder worden onderzoeksresultaten ten aanzien van soortenbescherming weergeven, het onderzoeksrapport is opgenomen in bijlage 8 van deze ruimtelijke onderbouwing. De voorgenomen activiteiten worden gezien als ‘ruimtelijke ontwikkeling’. Voor een aantal algemeen voorkomende en talrijke faunasoorten geldt in Overijssel een vrijstelling van de verbodsbepalingen ‘doden, verwonden en het opzettelijk beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingslocaties’, als gevolg van werkzaamheden die in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling worden uitgevoerd. Voor beschermde soorten die niet op deze vrijstellingslijst staan, is een ontheffing vereist om ze te mogen verwonden en doden of om opzettelijk rust- en voortplantingslocaties te mogen beschadigen en te vernielen. Het plangebied behoort vermoedelijk tot het functionele leefgebied van sommige beschermde grondgebonden zoogdier-, vleermuis-, amfibieën- en vogelsoorten. Deze soorten benutten het onderzoeksgebied hoofdzakelijk als foerageergebied, maar mogelijk bezetten sommige grondgebonden zoogdieren er rust- en voortplantingslocaties, bezetten sommige amfibieënsoorten er een (winter)rustplaats en nestelen er vogels.

Van de vogelsoorten die in het plangebied nestelen zijn uitsluitend de bezette nesten beschermd, niet de oude nesten of de nestplaats. Werkzaamheden die leiden tot het verstoren/vernielen van vogelnesten dienen buiten de voortplantingsperiode van vogels uitgevoerd te worden. De meest geschikte periode om deze werkzaamheden uit te voeren is augustus-februari. Voor de grondgebonden zoogdier- en amfibieënsoorten die een rust- en/of voortplantingslocatie in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen ‘doden en verwonden’ en het ‘beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingslocaties’ (of zijn niet beschermd zoals mol, bruine rat en huismuis). De functie van het plangebied als foerageergebied voor de in het plangebied voorkomende grondgebonden zoogdier-, amfibieën- en vogelsoorten is niet beschermd. Vleermuizen bezetten in het plangebied geen rust- of verblijfplaats, maar benutten het plangebied mogelijk wel als foerageergebied. Deze functie wordt door de voorgenomen activiteiten niet aangetast. Het plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Vanwege de lokale invloedsfeer hebben de voorgenomen activiteiten geen effect op het NNN. Conclusie Mits bezette vogelnesten beschermd worden, dan leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties in het kader soort- of gebiedsbescherming.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=20c99cea-bf55-478f-a0bc-2a6638ccd2d4